document

document
;
I
i
I
1st voor de ijsselineerpolders
WERKDOCUMENT
ONDERZOEK NAAR DE WIJZE VAN BOUWRIJPMAKEN
VAN TERREINEN I N EEN 12-TAL GEMEENTEN
I N NEDERLAND
door
i n g . W. v. D i j k R.1J.P.
Afd. Onderzoek H.S.O.W. L e l y s t a d
i r . H. Hengeveld T.H.
Afd. C i v i e l e T e c h n i e k D e l f t
i n g . A. Overwater R.1J.P.
Afd. W a t e r h u i s h o u d i n g L e l y s t a d
j anuari
R I J K S D I E N S T
VOOR
DE
I J S S E L M E E R P O L D E R S
S M E D I N G H U I S
L E L Y S T A D
INHOUD
Inleiding
Beschrijving bij tabellen
Tabel 1 . Algemene gegevens
Tabel 2. Algemene gegevens betreffende bodemgesteldheiden
waterhuishouding
Tabel 3. Onderzoek voorbereidingsfase
Tabel 4.' Elementen van het bouwrijpmaken
Tabel 5. Samenvatting bouwrijpmaken (in combinatie met samenvatting tabel 2)
Tabel 6. Straatpeilkeuze
Tabel 7. Iqel of niet ophogen met zand
Tnhel 8 . Integraal en selectief ophogen (cunetten)
Tnbel 9. Fasering houwrijpmaken
Tabel 10. Zetting
Tabel I I . Bouwstraten
Tnbel 12. Drainage
Tabel 13. Drainage
Tabel 14. Open waterberekening
Tabel l j . Open water, doorspoelen en beheer
Tabel 16. Rioleringsnormen
Tabel 1 7 . Riolering- diepte, materiaal en maatregelen
Tnbel 18. Terreinafwerking
- --
Bijlagen:
I . Verslag van gesprek omtrent bouwrijpmaken met
gemeente Alkmaar
2. Verslag van gesprek omtrent bouwrijpmaken met
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
II.
12.
Kijksdienst voor de
Almere-Haven
Verslag van gesprek
gemeente Amsterdam
Verslag van gesprek
genleente Apeldoorn
Verslag van gesprek
gemeente Delft
Verslag van gesprek
gemeente Enschede
Verslag van gesprek
Rijksdienst voor de
Lelystad
Verslag van gesprek
gemeente Nieuwegein
Verslag van gesprek
gemeente Purmerend
Verslag van gesprek
gemeente Rotterdam
Verslag van gesprek
gemeente Zoetermeer
Verslag van gesprek
gemeente Zwolle
IJsselmeerpolders omtrent
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
IJsselmeerpolders omtrent
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
omtrent bouwrijpmaken met
3.1
INLEIDING
In Nederland worden jaarlijks nog steeds tientallen terreinen aan hun
oorspronkelijke bestemming onttrokken om te gaan functioneren als bouwterrein voor woningen en/of industrie met alles wat daarmee samenhangt.
Gezien de terreingesteldheid is het vaak onmogelijk om zonder maatregelen het veelal agrarisch gebruikte terrein te benutten als bouwterrein.
Afhankelijk van een groot aantal factoren zoals bodemgesteldheid en ontwatering zullen veel of weinig maatregelen moeten worden uitgevoerd
alvorens gestart kan worden met de bouwactiviteiten. In de Zuidelijke
IJsselmeerpolders volgt men in hoofdlijnen steeds dezelfde methode van
bouwrijpmaken, die sterk gerelateerd is aan het feit dat het een kortelings drooggevallen polder betreft. Het betreft het opspuiten met 1
m zand en vervolgens drsincren van het opgespoten terrein.
Aan deze methode kleven evenwel ook een aantal bezwaren die in de toekomst we1 eens meer problemen kunnen geven dan nu. Er wordt hier met name grdacht aan de zandwinning, grondwinning en indirect toch ook aan de
financisn.
De vraag doemt dan ook op of de tot nog toe gevolgde methode van bouwrijpmaken gehandhaafd moet blijven dan we1 gewijzigd dient te worden.
Doordat er in de polders geen referentiekader aanwezig is, is een onderzoek ingesteld naar de methoden van bouwrijpmaken bij een aantal gemeenten verspreid over Nederland.
Bij de'leerstoel Polderinrichting van de Afdeling Civieltechniek van
de Technische Hogeschool te Delft bestond eveneens een plan om een onder._._.,..zoek-in
te stellen naar de diverse methoden van bouwrijpmaken in Nederland ten behoeve van het onderwijs aan deze leerstoel.
Alhoewel de belangen bij dit onderzoek voor de Rijksdienst voor de
IJsselmeerpolders niet helemaal hetzelfde zijn als voor de Technische
Hogeschool is toch besloten om dit onderzoek gezamenlijk aan te pakken.
Voor de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders betekent dit dat medewerkers van de Hetenschappelijke Afdeling en van de Afdeling Onderzoek
H.S.0.W. bij dit onderzoek zijn hetrokken. Voor de Technische Hogeschool
wordt medewerking verleend door de leerstoel Polderinrichting.
Besloten is om het onderzoek in de vorm van een enquEte uit te voeren.
Na in eerste instantie een groep van ca. 30 grote en middelgrote gemeenten te hebben geselecteerd, is er voorlopig voor gekozen om het onderzoek
in 10 gemeenten uit te voeren. Deze keuze is niet willekeurig want de
bij het onderzoek betrokken gemeenten moesten onlangs een nieuwbouwplan
hebben ontwikkeld, in uitvoering genomen hebben danwel, er moest juist
een plan gereedgekon~enzijn. Bovendien heeft de situering van de gemeenten een rol gespeeld.
Het lijstje van 10 gemeenten wordt verder nog aangevuld met Lelystad
en Almere, twee nieuwr steden in de Flevopolders, a1 waar voortdurend
nieuwhouw wordt gepleegd.
In nlfabetische volgorde zijn dan de volgende steden en plaatsen bij
het onderzoek betrokken:
Amsterdam
1.elvstad
Alkmaar
Lieuwegein
Almere-Haven
Purmerend
Apeldoorn
Rotterdam
Delft
Zoetermeer
Enschede
Zwolle
De gemeenten die geinterviewd zijn worden hartelijk bedankt . Steeds
worden de enqupteurs gastvrij ontvangen en werd een goede medewerkine
verleend bij het invullen en verwerken van de gegevens.
Iderkwijze, die gevolgd is bij de enquste
Schriftelijk is aan de verschillende gemeenten gevraagd om medewerking
bij de enquste. Om de gemeenten een indruk te geven in welke richting
de enquste ging is een kort vrij opperxlakkig lijstje met een vijftal
vragen bijgevoegd.
Vervolgens heeft een gesprek plaatsgevonden met medewerkers van de gemeenten, waarin de in de tabellen weergegeven gegevens aan de hand van
een uitgebreide vragenlijst uitvoerig zijn doorgesproken.
Dit gesprek is per gemeente samengevat in een verslag. Om nog op een
aantal later gerezen vragen antwoord te krijgen en om te controleren of
het verslag juist was is dit verslag voor opmerkingen en commentaar opgestuurd aan de betreffende gemeente. De zonodig verbeterde en aangevulde verslagen zijn als grondslag gebruikt voor de navolgende tabellen.
Bij de uitwerking van de enqustegegevens is ervan uitgegaan dat vergelijkingen gemaakt zouden kunnen worden, die gegnt zijn op de bodemkundige- en hydrologische uitgangssituatie. Overeenkomsten en verschillen
kunnen op deze wijze verklaard worden.
Bij de behandeling van de verschillende onderdelen van het bouwrijpmaken
is dan ook als karakteristiek van het betreffende bouwrijp te maken gebied de bodemkundige- en hydrologische uitgangssituatie vermeld. Dit
geldt echter alleen voor de onderdelen,waarvoor dit van belang kan zijn.
Tabel I. Algemene gegevens
Het %-verhard-oppervlak ligt tussen de 40 en 50.
De uitschieter Rotterdam-Zevenkamp zou verklaard kunnen worden uit het
feit dat een hoog percentage hoogbouw gepland is.
Voor de ontwerp-fase is met name een relatie verhard-oppervlak-inwoners
van belang. In de ontwerp-fase is namelijk meestal het inwonertal bekend
(als doel). In een later stadium speelt het aantal woningen een grotere rol, namelijk het aantal woningen dat in een bepaald plangebied kan
worden gerealiseerd. Dan is de relatie verhardoppervlak-woningen van
belang.
Wit de weinige gegevens (9) komen voor deze laatste twee relaties grote
spreidingen voor: 52-350 m2/woning en 17-144 m2/inwoner.
E6n van de problemen zal hierbij zijn de exacte begrenzing van het plangebied .
Deze gegevens zouden aangevuld moeten worden met andere onderzoekingen:
- Rapport van de commissie Riolering en Waterverontreiniging van de afdeling voor gezondheidstechniek van het Koningklijk Instituut van Ingenieurs H20 (5) 1972 nrs. 10 en 12 p. 2071208.
Wit dit rapport volgt dat de gevonden waarden voor het verhard oppcrvlak (zowel procentueel ten o~zichtevan het plangebied als absoluut
per inwoner) grote spreiding vertoont.
- I'livloed van de verstedelijking op de waterhuishouding in West-Nederland Groep Polderinrichting, afdeling Civiele Techniek T.H. Delft
voorbereiding) .
... (in
- Stedebouwkundige kwaliteiten engrondgebruik I B.
Centrale directie van de Volkshuisvesting. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Den Haag 1975.
Het %-open water ligt tussen de 3 en 8.
Dit moet verder bezien worden in relatie met de open-water berekening
(tahel 14).
De verdeling in bebouwd en onbebouwd van het verharde oppervlak ligt
grotendeels tussen de verhouding 40%-60% en 60%-40% van het verhard oppervlak. De uitschieters Almere-Haven en Lelystad zouden mogelijk verklaard kunnen worden uit een onjuiste interpretatie van de vraag.
De verdeling in openbaar en priv6 van het onverharde oppervlak loopt
sterk uiteen.
Opmerkingen
x open water % zie bijlage 6; H. 3.5.3.
x oppervlakte plangebied, aantal inwoners, aantal woningen.
De opgenomen getallen gelden voor heel Lelystad. Dit maakt
de vergelijkbaarheid met de overige plannen klein.
Purmerend
aantal woningen zie hijl. 9; H. I.
Zwolle
x oppervlakte plnngebied zie bijl. 12; H. I.
Enschede
Lelystad
*
-Tabel
2. Algemene gegevens betreffende bodemgesteldheid en water*houding
De jiegevens dienen voor interprelatir van de tabellen die nog komen.
Zwollc: De draegkrachtige laag komt in de omgeving van Zwm>l lc voor op
uitrenlopende diepte. Er komt namelijk ook Holocren zand voor.
Almere: Zie bijl. 2, H. 3.
Lelystad: Zie bijl. 7, H. 2.
Tabel 3. Gegevens onderzoek in de voorbereidingsfase
De intensiteit van de onderzoekingen loopt sterk uiteen.
De indruk bestaat ook, dat de onderzoeksgegevens zeer versnipperd aan-
wezig zijn: Veelal is het niet goed te volgen op welk moment welke gegevens tot welke beslissingen hebben geleid.
Het uiteenlopen van de intensiteit van onderzoek kan mcde veroorzaakt
worden door een uiteenlopen van de fasering vaq onderzoek in het planvormingsproces.
Tabel 4. Elementen van het bouwrijpmaken '
-Het onderscheid bouwrijpmnken-woonrijpmaken komt niet duidelijk uit de
verf.
In ecn aantal situaties (Amsterdam en Rotterdam) lijkt d e inhoud van
het bouwrij~makenmede bepaald te worden door de verdergaande specialisatie binnen de gemeentelijke organisatie.
Deze indruk kwam ook sterk naar voren tijdens de interviews.
Tabel 5. Samenvatting bouwrijpmaken (in combinatie met samenvatting
tabel 2)
.
De tabel dient om een overzicht te geven van de verschillende wijzen
van bouwrijpmaken. De inhoud wordt in de volgende tabellen nader uiteengezet.
t
I
Tabel 6. Straatpeilkeuze
Het straatpcil wordt in een aantal gevallen bepaald als fen bepaalde
minimale maat boven het polderpeil (open water peil).
rr
Deze maat loopt tamelijk uiteen, van 0,90 m tot 2,00 m. In de meeste &vallen is deze maat 1,00 m tot 1,30 m.
In de hellende gebieden is het uitgangspunt voor de straatpeilvaststelling de mogelijkheid om het riool onder vrij verval te leggen.
Tabel 7. We1 of niet ophogen met zand
De keuze integraal ophogen - toepassen van cunetten hangt (uiteraard)
af van enerzijds de mogelijkheid om de droogleggings- en begaanbaarheidseisen te realiseren en anderzijds deze eisen te realiseren tegen
minimale kosten.
Bij integraal ophogen wordt de ophoogmaat bepaald door de zettingen en
de mdgelijki~eid om het openwaterpeil vrij vast te stellen.
11: t~et nlgemeen worden de Eisen van Rijkswaterstaat voor ophoogzand gehanteerd. In een aantal gevnllei~zijn de eisen nauwelijks gespecificeerd (Almere-Haven, Delft. Lelystad).
De transportwijze is afhankelijk van integraal ophogen of cunetten. In
ilet laatste geval. znl per as wo~.dc,:i:i.lugevoerd, evcntuecl vool-a£ gegaan
door het spuiten van zand i l l ren dcpGt. Dit zal nfhankeli.jb zijn van de
omvang van het plangebied.
I
I
Bij integraal ophogen worden in het algemeen maatregelen genomen tegen
verstuiven.
Tabel 8. Integraal en selectief ophogen (cunetten)
De argumenten voor de ophoogmaat komen voort uit de begaanbaarheid van
het bouwterrein en de droogleggingseisen. He'teerste argument wordt alleen door de R.I.J.P. genoemd.
Het is de vraag of in de gevallen Amsterdam en Delft deze drooglegging
ook gerealiseerd wordt gezien het feit dat slechts met singels wordt
ontwaterd.
Over de dikte van het zandpakket in de cunetten valt gezien het kleine
aantal en de specifieke gevallen (Alkmaar, Apeldoorn, Enschede) weinig
te zeggcn.
Tabel 9 . Fasering houwrijpmaken
Het tijdstip van het bouwrijpmaken voor de aanvang van de bouw varieert
sterk: I - 3 jr. nit wijkt af van het streeftijdstip, meestal om bouwpulitieke redenen of kostenredenen. Slechts in het gevnl Almere-Haven
en Lelystad is het tijdstip op basis van kostenadministratie ook bepaald.
Bij de keuze van bouwrijpmaken in Rotterdam-Zevenkamp is bij de kostenoverwegingen het tijdstip van het bouwrijpmaken niet variabel gesteld.
.
Tabel 10. Zetting
,
...
~ett&gsversnelling wordt in 4 gevallen toegepast.
Slechtsin Almere en Lelystad wordt "diepe" drainage met het oog op
zettingsversnelling toegepast. In Delft en Kotterdam worden zandpalen
toegepast.
?
Speciale kernkonstructies (schuifmoffen, flexihele aansluitingen) worden in Almere-Haven, Lelystad en Purmerend aangehracht. Het is de vraag
of in Amsterdam en Rotterdam veel schade optreedt, welke door specialfs
constructies zou kunnen worden voorkomen.
Tabel I I . Houwstraten
-Materialen bouwstraten
Normaal wordt toegepast als materiaal voor bouwstraten betonklinkerkeien op de kop gestraat of een asfaltfunderingslaag.
Afwijkingen van dit patroon zijn:
- slakken in Almere en Lelystad;
- stelconplaten en rij~latenvan beton in Zoetermeer.
Slechts in Nieuwcgein en Amsterdam worden houwstraten door dc aannemer
aangelegd.
Er besti~at geen inzicht in de kostenaspecten.
-0ppervlakte houwstraten in 7 van drfinitieve straatoppervlak.
Opvallend is de overeenstemming 50 A 6 0 X . Onbekend is de basis voor deze cijfers en voor het voornemen in :\lmrse-Haven en Lelystad om dit tot
307 terufi te brengen.
Met name stelconplaten lijken een flesibel (1) matrriaal. Inzicht in
kostenaspecten en de hasis vour llet oppervlakte-% is nondzakelijk voor
cen b~>ilordrlinp
Tabel 12. Drainage
'
'.
..
Het ontbreken van drainage in Amsterdam, Delft en Rotterdam is opvallend.
In Rotterdam wordt dit verklaard uit het feit dat de lekke riolering met
een enorme overcapaciteit als grondwaterstandsreguleringsmiddel.
Dit ook gezien het feit dat parken we1 worden gedraineerd.
Het is onbekend of in AlkmaarINieuwegein sprake is van een infiltratiesituatie (onderspanning diepe grondwater).
Nader onderzoek in Amsterdam en Delft (en eventueel Alkmaar) is gewenst.
In Amsterdam en Rotterdam worden de grote oppervlakten groen in toenemende mate gedraineerd.
In met name Delft en Alkmaar wordt drainage (zoveel mogelijk) vermeden
in verband met de verstoringskansen.
In Apeldoorn is een niet-stationaire berekening uitgevoerd.
Opvallend is de variatie in drainafvoer in de drainageberekeningen:
5 - 10 mmletm.
Opvallend is de drainagetoepassing in Zoetermeer; zie mede bijl. 1 1 ,
H. 3.5.2.
Tabel 13. Drainage
,
Lelystad, Purmerend en Zwolle-zuid wordt
In ~ l m e r e - ~ a v e nApeldoorn,
de drainage voor de aanvang van de bouw aangelegd. Het zijn gebieden met
integraal opgehoogde terreinen of zandgrond.
In Nieuwegein, Enschede en Zoetermeer wordt de drainage tijdens het bouwr?jpmaken aangelegd. Het zijn gebieden met zandcunetten of zandondergrond.
In alle gevallen wordt p.v.c.-ribbeldrain toegepast.
De omhullings- en hedekkingsmaterialen zijn verschillend, doch meestal
cocosomhulling.
Over drainage-onderhoud is weinig bekend.
Apeldoorn hanteert een consequent systeem: reinigen van drainage aan
de hand van peilbuiswaarnemingen.
Het drainagewater wordt meestal geloosd op het open water.
Tabel 14. Open water herekening
Van de open water functies speelt alleen het bergend vermogen een rol
bij de berekening van het benodigde oppervlak.
In de onderzochte waterbeheersingsplannen wordt alleen in Almere-Haven
een hrrekening uitgevoerd met betrekking tot het transporterend vermogen.
Alleen in Almere-Haven is een niet-stationaire afvoer-berekening toegepast .
In Zwolle-zuid wordt voor een deel het profiel berekend vanuit de transportfunctie.
Dr overige functies leiden niet tot eisen of normen.
De berekeningsnerrslagen hebben hetrekking op een periodiciteit van
1 x 10 jaar. Soms worden controlrberekrningen uitgevoerd voor I x 50
jaar. De hoeveelheden neerslag c . q . de afvoer varieert aanzienlijk.
-via verhard oppervlak
volgens Lrvert
volgens Braak
volgens 5-Etinuten regens
44
47
58
mm/etm
mmletm
mm/etm met een berging van 3 mm
volgens 5-minuten regens
volgens Levert
56,5 mm1.18 uur met een afvoercosf. 0,8
42 mm112 uur
volgens gemeente Delft
bewerking k-daagse
neerslag sommen
l e dag 49
2e dag 17
-
via onverhard
mmletm.
mm/etm.
5 tot 22 mmletm.
..
De toelaatbare peilstijgingen varieren van 0.10 tot 0,50 m met een periodiciteit van I x 10 jaar.
Nergens zijn deze toelaatbare peilstijgingen gemotiveerd (aanleg beschoeiingen?).
In een aantal gevallen worden beperkingen gesteld aan de afvoer.
piekafvoer en jaarlijkse afvoer niet groter dan de oorApeldoorn
spronkelijke agrarische afvoer.
Alkmaar en
max. piekafvoer
Purmerend
stopsein 10 uurletm.
Enschede
piekafvoer.
De bemalingscapaciteiten varisren van 14 tot 34 mmletm.
In de gevallen met beperking van de afvoer volgt het oppervlak open water uit.de berekening bij een gegeven toelaatbare peilstijging.
..........
In de gevallen zonder beperking van de afvoer is de bepaling van oppervlakte open water en gemaalcapaciteit (en toelaatbare peilstijging) een
optimalisatie.
..,.-.
Deze is nergens uitgevoerd.
Tabel 15. Open water, doorspoelen en beheer
De singelafstanden variEren van 200 tot 800 m. Dit hangt samen met de
functies. In Amsterdam en Delft dienen de singels als ontwateringsmiddel en hebben een afstand van resp. 600 en 200 m.
Berekend met Hooghoudt met gunstige waarden geeft dit wateroverlast.
Voor de kwalitatieve eisen van de waterbeheerder wordt verwezen naar
het rapport:
ir. F.B. Veldkamp - riolering en waterverontreiniging; probleemstelling
Stora, Den Haag, ongedateerd.
1,
Bij de kritieke stellingen van een proefschrift zou men op kunnen nemen:
Overstortingsfrequentieenstelselkeuze zijn normen die berusten op niet
bestaande normen. Het zijn derhalve geen normen."
Desalniettemin worden deze normen door de waterkwaliteitsbeheerders gehanteerd. Door het ontbreken van werkelijk gekwantificeerd inzicht,
ziet men dan ook bij de verscliillende kwaliteitsbeheerders (in totaal
ca. 40) een grote diversiteit in bensdering*
if
Door de Kring van Hoofden van Technische en Tecbnologische Diensten
van zuiverende waterschappen is een nota opgesteld over de door de
verschillende waterbeheerders aan rioleringsplannen gesteldr eisen.
Tabel 16. R i o l e r i n g s n ~ r ~
In de meeste gevallen wordt gckozen voor het gescheiden stelsel met als
redenen:
- voorgeschreven door de waterkwaliteitsbeheerder
- beperking hoeveelheid te zuiveren water (kwal. waterbeheerder)
- milieutechnische overwegingen.
Tweemaal wordteen gemengd stelsel gekozen op grond van (eenmaal vermeldt:
- kosten.
Voor de stelselkeuze wordt verwezen naar het Storarapport van ir.
F.H. Veldkamp.
De stelling is dat de keuze kwantitatief niet onderbouwd is en waarschijnlijk macro-economisch niet optimaal (diverse beheerders die hun
eigen kosten willen drukken).
Ontwerpcriteria
d.w.a. 100-250 l/inw./etm.
r.w.n. 60-100 l/sec./ha
meestal 15 l/inw./etm.
Tabel 17. Riolering - diepte, materiaal en maatregelfn
Tabel 18. Terreinafwerking
Ta1,el
--
I.
Memene pegevens
plangege- Stand van d e
"ens uerkzsheden
Oppervlakte
plangebied
(ha)
Oppervlskte v e r d e l i n g
Verhard oppervl.
verhnrd onveropen
oppervl. h a r d
vaX
o p p e r v l . ter
X
X
bebod onbr
in X
bouvd i n
van
, X van
verh.
verh.
OPP.
OPP.
AlkroaarHuisuaard 11
uitvoeringl
vuorbereiding
55
44
50
6
Onverhnrd oppervlak
parken
e.d. i n
2 van
onverh.
opp.
~sntol ~antrl
voningen invoners
privstuinen
i n X van
onverh.
oppervl.
sportvelden
i n X van
onverh.
oppervl.
0
45-
55
24
76
15,
81
60 ?
2!
1.770
>.>on
L1
55
. .
. 37
8
20'
80
60
3
37
63
-
15 ?
?
6.500
20.000
anhekend
0
2.550
7.650
36
6
9.800
31.500
58
-DelftTanthof
in uitvoering
56
ll5
onbckcnd unhekrnd
7
5'
32
68
"08 0"not
no8
bekend onbekend onbckend
i!::'onbekrnd :zlfc:i-
L~lystad
...........
Nieuv;gl,in
Bat*"
PurmercndUe Cora
RotterdamZevenknmp
45 3 50
7.740
50 3 45
prs~lnillendc
*t.>dta van c t t vnering
250
40
55
Bouvri jpmaakfare
133
50
42
i n vourhc-
reidinr
ZoetemCer
Buirenveghd e Leyenr
in uitvocring
Zvollemid
in v o o r l > ~ , reidin$
---
3
10
onbekend
8
50
90
70
a
75 1 5
1"000
onbekrnd
4,211,1
11,,1110
a
31.000
10o.000
5.400
15.120
1 .5011'
4 . 710
-
""b
N rn Z
i n uoorbereiingcnuitvaering
3'850.
a
20
15
20
onbckend
35
54
II
50
50
50
0
--
145
25
?62
36
60
56
40
*
1.228
u3ilrvon
384
voangeb.
71-723-4
-.
60
40
82
10
8
7.000
21.1100
4
50
50
20
80
0
6.00U
19.000
4
46
54
55
45
0
10.1l110
I2.00U
w.
Algemene gegevens b e t r c f f e n d r bademgesrcld:~cid e n w a t e r h u i r h o l z d i n ~
N.A.P.
t.~.".
~ronawata:rstnncl t . 0 . v .
m . v . (ml
X.A.P.(nJ
~orrcm
pril
131sn i s
ondrmlprl
waterWhcrrdcr
~ _ u _ v _
van
kuantitrrt
po1derp:il
pold-r
Waterhrhecrder
*rallreit
~lepte
Plei.tocrcn
i n m i m.v.
~ i k t co n
aard
Holocsen
novenste
laag (lagen)
in m
(d
~emeentcn
Alma=
!111iswaard 11
Almere-Haven
0.1~-1.10+ 1.45 i
gcmiddeld:
and*rbemn0.80-0.90
ling 1.90
I
2.50-3.20
; 5.20 f
0.30-1.~50~87
*
tot in
4.90 m
m.~.
he t
Geestmerambechf
C l t r n t & r c n d r s ~ u i z e n'
van IY. ~ r i e s ~ s ,en
nd
Kennemerland
'
ZuideliJk
Flevoland
Dlenlit d e r z u i d e r reewerken
3-7
r 1.80 L I ~ I I a v e ~ . _r 8.00
f i jnrand
0.15-0.50
nut 1.80 *lei-ravel
.sure i i q h t c
B
f i J n .and
zavel
P.P. ? 0.60-0.80
0.30-1.80 l l c h - gws
0.30-0.50
tolrwsre klei
3-7 reer
alappe k l a i
slapre klei
1.20-1.7OI
1.43 i
ondsrbemal i n g 1.93
0.10-0.15
0.85
Waterland
Apeldoorn
De Maten
9-12
n.v.t.
0.20-0.30
n.v.t.
p o l d ~ r d 1 ~'- p o l d e r d i s trlct
triet
Veluae
Ve1u.e
2.50-1.50
2.70
0.10-0.40
2.30
+
. ..
Vitnaterende rnrerschap
S l u i z e n i n \I. w a t e r l a n d
Frisaland en
Kennsmrlend
ruiverings
nehap
Velure
gemeente ~ e l f t
Lrge Ahts-
2
11
11 k l e i . v e e n
randhoudend
klei
2.50
oude
reeklei
2.50-3.50
2.50-3.50
lsmig f i j n t o t
lsmig g m f : l a n d
t 17.00
s t e r k r i a s e l e n d o 0.05-1.80
l a g e n =and. zaklei
"el, veen. k l e i 0.40-1.80
r a u d ~
polder
idcm
30-48
+
n.v.t.
i n leengrond
1,00
n.v.t.
bekengebied
n.v.t.
WafersehapReggeenDin*sl
sterk
risse1eM
varillbole d i k t e
aterk l d m - ,
d s M zand, k l e i
o f =and k l e i
2 . 5 0 ovds r e e k l e i
8
vrsnlklei
P.P. 0.20-0.30
g r s 0.10-0.15
2.50-3.50 lemlg f i j n
t o t lemig g m f r a n d
k s 0.20-0.30
veen
Enscheds
Strointslanden
N en Z
3-7 s l a p p e k:ci/rern
P.P. 2-2.50
-9
tot i n
..".
"men
Amsterdam
Bamebuiksloot
Delft
Tanthof
20-30
s n w n v a t t ~ n g"ityany;ssltuotie F a dempeatcldheid e n
wafcrhuishouding
( i n n d i k en i n r. in.v.!
v a r i e b e l e dikte
lodmhoudend
anna
0,05-1.80 k l e i d e k
0.40-1.80 voen
t o t a a l 1 7 lloloccen
p.?. 0.20-1.20
k s 0.10-0.40
.... lecmhovdeod
Z-d
s r plastselijk 1-00
leem en w e n
~e1)stad
3-4.00+
6.20
tot in
m.~.
*
5.90
lJoatelijk
Flcvoland
D i e n s t . d e r Zuidermeeverken
10-15 k l e i en
10-15
wen
k l e i e l dan
n i e t g e r ij p t
10-15 s l a p p e k l e i on
Yeon
P.P.
S.g
Nieuregein
0-1.00
+
0,35/0.70
0.30-0.60
0-0.30
Waterschap
llevcop
Bstau
Purmerend
Do Cora
1.50-1.90i
1.81
gsmiddeld
1.60-1.70 i
0.55-0.65
1.23
Waterschap
Heysop
pmv.
Ct r s e h t
1-8
1-8
veen, k l e i
k l e i met veen
l'itrsferendc Sluiaen
I'urmerend
i n W . F r l e s l a n d en
( r a t e r l a n d ) Kennemerland
5.50-5.00
i ' r l n s Alexnnderpalder
4-10.50
~onne
5.50-5.00 zeer
a l a p p e k l e i en
veen
4.50-6.00
6.50
t o t i n m.v.
0-0.20
onbekend
Z~etemer
Buitenreghd e Leyena
4.25-3.50
gemiddeld
4.00.
5.04 Z . P .
5.54 W.P.
t o t i n m.v.
4.44-1.94
Siouwe
polde r
Zwolle-zuld
0.25-2.50
:1.20
0.40-1,20
onbekend
Ue v l j f
+
+
-
m . ~ .
Itarken
.
.
llooghrenraadschap
Schieland
Hoogbeemrmds~hnp
Rijnland
'#atergchap
Salland
I
8-8.50
.
Z u i v e r i n g a - 0variabel
$chap
r . ~ V - T I !.-el
.~~
..
~
.
klei sterk
varierend
kleidok
1-8 k l e i . ~ e e n . k l e f ; ~ ~ t
p.p. 1 , 3 5 e n 0 , 7 0
8-s 0.30-0.60
0.25 k l e i
1 . 4 5 veen
0.70-1.50 k l e i
0.25 k l e i d e k
1 . 4 5 veen
5 . 5 0 - 5 . w Holoceen
P.P.
s s 0.60
Rotterdam
Zevenkamp
2-3
t o t i n m.v.
...
4-10.50
4-10.50
zeer a l a p p e
zaer ?lappe
klel/veen
klel/veen
4-10.50 k l e i - v e e n
P . P . 0.50-2.W
g r s 0-0.20
8 klei met
rand lenzen
en y e e n r e s t e n
klei
r
0-1.20
klei
d e e l s kleldek
d s e l r rand
--.
-. . ..-.
8 klei
p . p . 1.00-1.50
g r a 0-1.80
- --
0-1.20 k l e i
P.P. 1.20
yp.3 0.40-1.20
..
.>
sxazsuormaaan uen lapprm m o p 1an4 a3noz qaorxapuo
'0
z10.0
mP.U
01
EE.0
i r m i u o ~ 3 81.0
62
202
s
cwp~aaaon
J?mmaa3
uaqaqaq .qaS
oxa3
uaqaqaq
l a d l p l ~ o l % n ~ p q q a s zad i p a ~
ua~a~-aaamly
txa8u!qxdo ayz
I'0
'~'CI'X
1‘0
si-0~
oasa3
atand
d
l
EE'O
90'0101
CO'OIS
01
202
SE-OZ
SI
cwpzaaaq e J
=I LEI
~irnauoms J
oaqaxaq
pa?qaa l a d 3 ~ 1 0 ~ i
i-I
m 001
ua?eez
UE-SI
>,.
-az-meplalaou
er
' ~ ' c I ' Bs l
9 x 4 'P
pUalaUnd
wq 052 n e l e a
u!aSarvlar~
aq OOLL
pvasb~al
'
Vq
SEI
Tabel 4.
Elementen van her bouvrijpmaken
li- ophogen antrs- b o u r riole- hoofdz dafioi- terrein efvaen integrsel teren stra- ring
leidin- tieve
sfver- tering
of
ten
geo
streten king
eunetten
IIULPYZ.
Alhaar
Huirvaard I 1
x
x
-
x
x
x
x
x
-
x
x
x
-
-
I
x
X
x
I
x
x
x
.
X
Amrtcrdan
Bsnnabuiksloot
I
-
Apeldoorn
De Haren
x
x
x
x
x
x
x
I
Delft
Tanthof
x
-
x
x
x
x
x
Ensrhede
Stroinkrlanden
x
x
-
x
x
x
x
-
-
x
x
x
x
x
x
-
x
x
-
x
-
-
x
x
I(
-
-
x
x
-
x
-
-
X
Almere-Haven
Lolysrad
Nieuvegein
Batau
Punnerend
De C o r a
Rotterdam
Zevenkamp
Zoetermeer
Buitenuegbde Lcyenr
Zwollc
onderdeil vslt onder bouurijpmaken
valt niet onder buuurijp.mken
x
..
x
-.
x
dcfinitieve a t r u t r n c.a .~lvr.rkilt,: t r r rein valt niet onder bowrijprnakm
(afd. gereedrnaken trrreinen)
x
x
het krnt en klaar oplrvrrrn
gebied
x
x
i
-
-
-
I
-
x
x
x
x
X
X
van l ~ s t
X
x
-
X
X
-
X
x
-
-
X
x
-
-
-
X
]I
X
X
5 .
X
--
Tabel 5.
Samenvatting bouwrijpmakcn (in combinstie met lamenvatting tabel 2)
-- -.. .
-.
gemeenten
Alkmar
Huisuaard I1
Almere-Haven
samenvrrtin~ ophogen met
bouwrijpmaken rand of
grond
uirgangspiruatie
tebel 2
polderdrainage
peil
verlaging
" '
+ 1-80 klei-lave1
rand cunetten 0.10 m
tor op rand
p.p. 0.60-0.80 tmv ophogen grond
gvr 0.30-0.50 ;mv
9
<stuw
14.4
4
Stuw
incidenteel
drainage bij
wateroverlogt
6
?
over hele
3
14
t randdrainage
bij wateroverlaat
2 8 fijn rand
'
I m integraal 0.40
t over hile
rand
verhoging stedelijk
gebied
3-7 rlappe klei
p.p. 2-2,50 imv
gus tot in w
-
1
Amsterdam
2.50 oude reeklei 2 m integraal
Bannebuik~loot 2 8 klei-vrcn
p.p. 0.20-0.30 imu
gws 0.10-0.15 %v zand
.
Apeldoorn
De Hnten
2.50-1.50 lemig
iond
p,vr 11,?0-0.30 i w
Delft
Tanthof
0.05-1.80 kleidek
0.40-1.80 vren
totaai 17 klei veen
p.p. 0.?0-1.?0
gvs 0.10-0.40
gedeeltelijk
intcgraal
.and, gedeel
cunettcn
Iceml8~~udrndr;lnd
'unctten;
.cgalisatie
~:rundbalans.'
Ensehede
Srroinklandcn
ope" water gemral soar1
in 2 van kap.
rinul
plengebied mlerm. stelael
1
rbndeun~tten
(gcdeeltelijk
uphogen a )
gvr plilntseliik
I .OU f
'
.. -. i n ~eg~.ut~ei-
p.p. -2-3 i.
gws lot in mv
p.p.
tmv
-
0.25 k1eidr.k
intcl;rnal
1,45 veen
opltugen
5.50-500 lloloce~n~rand
p.p... gvs 0,6G
,
Rotterdam
Zevenkamp
Zoetermeer
Buitenveghdc I . e y c n ~
4-10.50 klei-veen
p.p. 0.50-2,00
gws 0-0.20
-r
8 klei
p.p. 1.00-1 ,50
nus tot in mv
Zwollemid
'
-
integrssl
ophogen
rand
gedeeltelijk rand
gedeeltelijk klei
op rand
gedeeltelijk klei
op veen op rand
*
3
.
gelnelc
aredclijk
gebied
?
su-
atllw
..
.-
'
..
a 20.5 ha o v e r bchelc
st~.d. grbied Enrrhrde
.
"
gr11,50 m
rehei- grond
den
t pmr1,tpciI
1.oge Vdnrt
t.o.v.
,
. .
..
over
in parken
--
rie bijlnge 4
3.5.1.
ge0.40 m
aehei- grond
den
upcnbaar
gebied
rcheiden
.
.
0.25 m
grand
grondbnlanr
NU-
8
3-4
18
,.
.
0, 1U
achci- grand.
den
apenhaar
groen
34 t
gemengd
0.20-0.25
grond
18
ge0.20-0.30
rchei- grond
den
grondbalnns
.,
. .
's'
. .
berekening door rapporteur met gegevena
van Rotterdam
-
cunetten
0.40-0.80
-.
.
.
5
15.4
..
mv
gvs 0.30 en 0.60
Purmcrend
De Gors
stedelijk
gebicd
1.35 r n 0.70
7
re-
ten en par
kc"
. .
verho-
veen
7
'
Lclystad
negrond: - t een met grof rand gssehei- sluitcnde vulde sleui tot up
den
grondbahe5 zaqd
lens
n r l e b ~ l l ao I
2.5 cn 3.F.1.
ge0.50 m
t graclltpeil r . o . v .
sehei- .grand
lloge Vailrt
den
mm):d
incidenteel
bij waterovcrlast
-
ge0.30-0.3s
prhei- m grand
den
stedelijk
gfbied
..... ..--.
afverking opmcrkinUm
is n . v . t .
? gegevens onbekend
gedeeltclijk
integral1
rand, grdeeltelijk cunetten en grond
-
in oude sloten. riool-.
sleuven en
lengs bouwputten
4
over gehele
4
stedelijk
gebied
t
ge%30 grond t i.v.m. spaeifieke
schei- op met
situatie niet opgeden
land opnomen
gehoogd
terrcin
'rsbel 6.
Straatpeilkeuze
--
--
Albar
Huisvaard I1
Uitgsngapunt is lxet polderpeil 1.55 m 4 N.A.P.
Almere-Haven
Uitgsngspunt is ern minimele maat (.
) boven de terreinhoogte ten tijde van gereedkomen van de buuv.
De terreinhoogte wordt met rettingeprognoaes bepaald.
en
--
een ontuateringsdiepte van 1.30 m ter plsatre vnn de w,.~.
....
Uitgangspunt is dat het strsacpeil 1.15 + polderpeil komt.
Amsterdam
B~nncbuiksloot
-
Apeldoorn
De M3tcn
Het niruve strantpril wordt bepaald door her bestarndc mraiveld en de verhanglijn van de riolerin~.
Hct riool wordt onder vrij verval gelegd en m e t een bepealde minimum gronddekking hebben.
Delft
Tanthof
I'
Ultgangspunt is d a t h e t streatpcil 1.10 + polderpeil komt.
Enochedc
Stroinkslnnden
Het nieuwe ~traatpeil wordt bepaald door het besteande masiveld en de verhnnglijn van de riolering.
llet riool wurdt onder vrij vervsl gclegd en moet ern bepsalde minimum granddekkin~hebben.
Lelystsd
Uitgsngspunt is een minimale maat (.....) boven de terrainhoogte tijdens het gereedkumen van de b o w .
Ile tcrrrinhoogle vordt met zettingsprognoses bepaald.
- --
Nieuwegein
Batau
Besraande maaiveld o p h o ~ e nmet uitkomende grond (gesloten grondbalans). Het etmatpeil komt max. 0.20 m
bovrn her oude m.v. De ontwateringsdieptc dient minimal 1.35 m re rijn.
Pvrmcrend
De Gars
Llitfdl186p~nt
is
--
lUifgvng;At
Zoctermcer
BuitenweghDe leyens
Zwolle
ru~d
01.n
ontwateringsdiepte van 0.90 m. Samrn met h e ~polderpeil bepaald dit het rtraarpeil.
-iu dnt her straatpeil 1.00 + polderpeil komt.
Strantpeil 0.20 rn boven oude m.v. Ontuatcringsdiepre 1.50 2 2.00 m.
.
Derlgebiec A-opgrhoogd. Strentpeil 1.50
polderpeil. Uitgangspunt is polderpeiLl1eelg~bieden B en
netten. Straatpeil 1.50 + polderpeil. Uitgangapunt is gesloten grondbalsns.
-
C-cu-
;
~a!oo~>szraole ~ ns ~ a ? a a d s y a ~ l
,
..
I
.
*
u o 8 ~ o zpuer
x o o ~31az
am Jaaauuse
lnd
-PUFZ uaP!a
:
parq
-a9 "?a18
xaar
!
uauapax aq=s!u
-q>azna!l!m
m o Ual
-3aun3 3 ua a ualap
:
-
-
-
-0 asearn
s
-
Poyzas
a1
-Yooqaano
's'n'u
TJ
uo~as!lsa~
a1 u a s l a mo u a l l a u n ~
ua ~ c ~ ~ d a l \ru !laap ~arz%alu!
55.0
-s!w
srnq =ad
dcdlaamra!aa
lam i 7 a p a a 3 ~l a s s u a m ~ z o o d o ~ n ~ q n q =ad
!
-:n~s~uopjooq l:q
uaZansSu!l
lasauamzioodoana
uaSanp3ooq
uazpds
oaalaun3
o
! ss =ad
-!nquanaz
-
01
~ 2 ' 1 51.1
.?S.~L.X
's'n'n
aarnnw
's'n'u
L
-
09'0
usp xaaualls
-
-
05s0-51~0
-
uaxals oal?
-
a!nq
d!qm
SP
xad
o! So!doq
zaam1assr1
xran 1aqa:n
jo and "
:
1
puel
lad a xewn a a p a ~'n.1
d y p s =ad
uaaelaar
se
-
-
uaan ma 5 lam u a m a p j e
uaa8
-
2nd
srnq lad -puer uaa!a
uaa8
uaaS
~ 8 . 0?
ualaauns
suaAa7 ap
-q%anuaayng
aaarmalaoz
uazynquanaz
mapaallon
(1.1
( ~ ' l
OE'I
0t.l
aur88al
-%oo=p oalarrleal
-
00' I
-08'0
00.1
-
-
ualappusaraq
(a1
a?l?~~apu)q-Sooqlano
xapuoz
208-05)
puezaserleq
e! o('I+
2nd
se lad -pllar usare
' 1 ' s ' ~ ' 1 aSe~l!q a)=
-
- d o q ? ~ s uaa% 00.(-0(.0
00.1
-
-uanoq aaeqlq3NA
uazaa! l u a l a> uasra
(pnoqaapuo
=ale1 jaysnl~ur)
p n o ~ u a aua ualsox ~esaaaau:
11015
!
'"!P
a11MZ
~ a a e o q :puo>S
aaamxaz
las%uamlzoodoxn~
uaalaun~
ua
01'0
ss =ad
*zudap ~ F F U
znd
sjnq lad - p 0 z "a%:>
-
OSLO-O'l'O
-
-
Bu!Sa~zanl!ad
loop
ualasy~eal a1 ussya
mo y l r 1 a Y w :aalsq
nelea
o!aaennar~
uallaun~
uyazzalmoq z e s q v s ~ a
.-aq repxalanjuo pa08
00'1
uap!!aaalesl
all= leei2alu!
-
m~ss!leaz a1
no qFhlaSrm
oallaun,
mas!=
el8ooq .n.m 'qje
ua8l!zxxan a~au:aaal
05'1-0 0 5 ' 1 - 0
S o o z p azs!axan mo
-
s a w aa
pualaund
1selSalu!
00'2
~elsblal
uapusIau!OzaS
apaq38~a
Iee~aaaul
=a
30'4auwz
331a(l
oanaun~
uazol
TenIan c!ln .uapa)q
-38 asel :re==Sa>u!
uaaaryIeaz a 1 uarya
~sezla~
-uy y!!~
-asapv~d
oalaauna
i
leezSalu!
~ 0 3 e8a ~
uoopladv
looIeyynqanue8
msp3alsmy
up2
~ 1 0 ~ s
U!
uayalroa>s
aplcelaaa 30 q!ls1oo>~ lam uaqa+p
- j e j a l u a ~ a s 9 u a m s o ~,am
d ua!eeru?
puaqaquo suanaaaa (
Su;ss=dao> uon la!" s)
0 1 leqe3 a!z :ua%u!~laz l o o n n
s lase1 a!= :uallaunJ loo? i
srnq l a d
laam!ow
m d a p u! rra
lq~eq
a a u n ~asem aezamlsaa3
synq lad
lndpo~r
-doq!ls
au!doq
uaaS 01'1-09'0
-
UJa8
00.1
00'1
00.1
-
-
-
-xaannoq zoequesa=q
ua ua=alenluo paoS
uap!?la8~e=r atre
i
uap
uap
uap
-ayqaY -a!&
-s!qaY
-71aa r n l w a a -uoon
-
ar!)n
llod*===l
pver
uolqpuez
su!hoqdo ojexxazu!
usllaun~
=
u
us* uasla u~9u!llar
IeerSazu!
aznaq ap uca uapa2
oa~eu-azam~v
II pleonn!nu
~ ~ T I V
Y511DYn3
30
~ c o ~ Y a ~ puer
u!
u n ~ o u d oiam rraaoqdo
*
d
"
2
b
"z -20
.2 c
N %2
a 0
(Y
C
a
w
w
0
01
m
0.-
0
e
%%
w M U
M
:w
.*
u
w
%"2
..
**
uw *w
*UE
e o > u
.
0 C
m
.c t4
*
"
3
.?
0
0
2
i
;
*
-.
S
dw
.:
-.
0
z.
0
0
.- . .
0
~
.
--
--
7
0
qo
o
0
*
~.
0
0
4
X
-.
0
du
,
C
'-
rC
2
z
0
-.
"
0
m
O
z
-
0
a
will
(Y
0
.E*O>I
a *
M
.+
:
rn
$
0
I
..
g
M
".5
>
uw
.-ur
E O
-
0. M
W O G
Y
I
1
d
.*
."
.-
e
ea:
w
.*g
O Y *
U
..D
w u
;& T.2
rnU
C B.4
0 I.-"
,..A
0 0
"
s-
(Y
U D Y
U
w
u
U
M
'
I
2
I
s4
5.i
3E %
q
w *
-
u
urn
md
.r
c M
w
-
w
a G
u .+
w 0,
I
I
*4
I
0
5 .2
I I
0 U
0
I
.
.
d
3U
u
D MC.4
8 8 0 w
u b'us
w Y 0.4
> w z z
2,py
>..&E
5 O0 0P 3E
4 *.
9
,-,
-
9
.'
Li
4 .
d
u e
*
V
."
Y
2" Uk .U2"2
<?
Pa
-
A
:,.
I
::
-
W V I
wm
E :.
,
I
2.9
I ,
mI
M
."M
M
4
M
.
e
w
I
5
0
.*
s ...*
+MU"
2.9.::
"WID*
e
'
D
9 m
.a
w .a
u u
*
*
d
*
,
:,.-.
.E* M
U
'"""Ei;;
:
.
:
a
Z cu
Y
-
0
-.(OD
5 m
Y C C
0
0
0
4
LI
52..
WPM
O E
kB
u
w .d
u
m u -
$.?;a
M
: e
wu.
0 0
-
.*
*a
;.
-
9
0
m
0
0
--.
"
.8
rn
' 5
w
U
s
P
U U
u s
$i
$o gu
;i!
2;
- 4
<; ;
;:
& ::
is
2;
I::
2
(Yo*
"
u
v
2;
2s
OD-
vurl
U
.d
:s:
0
2
0 1
J=*F II
~esc
?
z
ace1 vazarlaaa aauaxuauapal ey=!1y10dnnoq-
pxaaseja8
i
L
m~ 292 8 ~ a L a laa
-qSanoalyng
aaarmaaao~
p~aarcjas
i
L
!
1: uaqern
dJymnoq nnoq ap
z s u a p ~ y lSou
21
iren
z ,\?wen
-
nnoq ap l o o n
JF z
nnoq ap uee
puee2jcxaon
(uanaalc)
nnoq
i
1
-
L
u ~ a ~ a l o z d n n oSucnmo
q
xav!~
-0ds8uy~aruanpuoaSpuaaayzsn q.'als
L
pynr-all-z
aq
591
dcmeyua&a~
wplaaaw
.
retting zetting
.:lkmaar
kuisvaard I1
2 1.80 kleilave1
~auwelijte
Ilmere-Haven
2-7 slsppe
kleilveen
0.60-1. 10
lmrterdam
rannebuiksloot
> , B a d e reeklei
f kleilveen
variabel
netto
bruto
ophoging ophoging
prognose
versnelling
retting
diepe drainage j e
2 m ;m.v.
-
-
1.00
(peilverandering)
1.00
R.1J.P.
_* 3 jr
1.15
2.00
Amsterdam
>I
0-1.00
0-1.50
L.C.H.
(50-801
uverhougte)
1 3 2 jr randpalen
3x3 0 30
-
I.nsehede
5troinkslmden
1,eemhouden rand
l .OO
R.1J.P.
(peflverander~ng)
0.15-0.50
-
3 jr
'
-
0.70
1.30
Crontmij
I jr
I:or terdam
::evenkmp
14-10.10
':lei/veen
0.50
1.75
Rotterdam
2 jr
hoogte
Ile
:!voile-ruid
.rariErend
::and ondieper
1.20
grootst deel deels
0,55
0-0,lO
0.55
gee"
klein deel
cunetten overhoogte
0.40-0.50
-
randpalen
3x3 0 3 0
-
schuifnaffen
flexibele
asnsluiginpen
grond
gee"
j a unar rand
m f e l ijk prond
geen
ja
-
grond
-
-
-
ja
grund
sel~uiftnof
fen
flexihslr
aanrluiringcn
ja
prond
gee"
-
gee"
mogelijk
2 9 3
schuifmolfen
fleribcle
ean~luitinpcn
-
~~~
-
deels
grond
-? gegevenli
ia n.v.t.
-
-
j a vaar
prognoee voor
haofdwegen
L.G.N.
grand
diepe drainage ja
+ 2 m i m.v.
eunetten seen ovec- Fugrohoogte
Crsco
(pejlversnderlng)
hrmerend
Ile Gorp
'\,SO-5.00
1:leilveen
luit-nueghLeyens
:I klei
-
jr
zetting
later
speciale
volgen
zetting ophogen construcriea
jaren
vachten
-
I'anthof
I7 kleilveen
llieuuegeih
llatau
:-8 kleilveen
maatregelen i.v.m.
~~~
geen
Onbekend
..
1
T ~ ~ P1 1 I. Bouvstraten
sanleg
muteriaal
bouustrsten
pleats
bouvstraten
gemeente
.beconklinkerkeien
(buurtvegen)
.asfaltfunderingslsag
(hoofduegen)
pfsats definitieve strsten
'90
R.1J.P.
slakken
roveel mogelijk plaata definitieve
ook we1
- - - straten
tiideliik ~ h a t s
60
Amsterdam
Bannebuiksloot
aannemer
sintels
stelconplaten
Apeldaorn
De Haten
eemecnte
.klinkers op kop geacraat pleats definitievc straten
.asfaltfunderingsleag
60
Delft
Tanthof
gemccnte
.betonklinkerkeien
raveel mogelijk plasts
definitieve straten
50
gcmeente
Enschede
Stroiokslnnden
.hetonklinkerkeien ap
hop gestraat
.asf~lrfunderingslang
rovcel mogelijk plarts definiticve straten
Lelystad
slakken
Allrmsar
nuisuaard I1
I
Almere-Haven
I
R.13.P.
bouuatrsat niet opde plaats
de definitieve strast
oppervlsk apmerkingen
bouvstraten
is n.v.t.
in I defini- 7 gegevena oobekend
tief s t m a r
oppervlak
-
tijdens uoonrijpmaken opnieuv
gestraat
in toekomat near 301
7
t hoofdontsluitiog door gerneenten.
bouvstraten door aannemers
van
ro "eel mogelijk definitie-
pemeente liefst nd de b o w ; te "eel
prob1rma:n bij uitvoering :r voor
errste bewonera
1
60
in toekonst naar 301
ve plants
definitieve plaats
.gemcente
.betonklinkerkeien op Lop zo "eel mogelijk definitiegertisnt
ve plsats
1
¶
x .ra~ldcementstabilisntif r grind-
50
rnndasfnlt
.eiffelietlava gepenetreerd met
asfaltemuleie
¶
Rotterdam
Zevenkamp
gemeente
.klinkers op kop gestrsst definitieve plaata
.nsfaltfunderingslaag
Zoetemeer
Bui tenveghDe Leyens
gemeente
.stelconplaten
.eafnltfunderingalasg
.rijplaren van beton t
ve plosts
en bsnden op
top geplaatst
.asfaltfunderingslneg
ronder handen
hoofdatreten op definitieve
pleats en een
klein deelvanontsluitingsveg nasr buurt
ro "eel mogelijk definitie-
v r o e ~ e rdoor gemecnte; ur ginp
r c u r vc,rl v ~ , r l < ~ r v d.!:l~..mt
n.
trio
aannemL.r
50
?
*
x per deelplan verschillend
t betonnen cijplaten later omdraaien
tot definitieve bestrating
50
-
PUQISIBYISIP =q/,m om1
pue%rr.ursJp n q rn m.1
suraaersooap m
m os'o
reonrs .mxe/mm 01
+
uaaalea s y darp
puoaa xapuo puez ua imoxroon
BurBBelBoo~p
uaan xoo re13 ~ s s s upuo.8
M t m 08'0
-2apuo u r S B C 1 -I-DP O S B Y ~ ~ I P
B u r l s ~ ~ auqs a z
01uomaB uexrox
do ~ u r = o * c ~ ar n
rq ~e*exeq
-
uesusxsnuya
asaurezp voaB
emursrp
-puoz * s e ~ r a n o r o l s nr r q
- o z c ~ a a .m.n.r
.
+
m OS'O
BuyBae~Bmap
OL'O-OS'O
r
-
18161eq ue uosceduss
r n w s u w r ~ Bulro1e
l
-xan su ~ a l b r a que Buyssrduei,
A.
*m
rnoq EuapFIl B u r ~ o x s
-sad O Y
BurBBa~aw~p
aer
BurBBa~noo~p
uyrrrx + .I 0 ~ ~
0
a%m?rud?nlq
mapoq + m ~ z . 0 E I 1 ~ o e1r a ~ w 1 s r s u r s x ~ueon ue yo1x m 8-1
301 aurS%a~Booxp
zeonrs . m a e m 8
IePrsIa
BurBBo~Boo~p
Bar u r n r x 5 m 08'0
- d r n ~ x mapoq
a1mlu
,101san
I
-
1
+
PU.*ez.ur.~P
m 91-21
e1derpursap A- 5 m 0 6 ~ 1 uesn-yeIr(
~1-01
surBBarsoarp M
m OL~O
DBOOU
r a o n ~ e.mle/mm s -endo 1s.zBelur m I
+
U T B Z ~ ~ ~uee
U ~ ues-lmq
J
u:ezplaun=
uaa na8aapjooq
si.1
~ u e % s r s u r s m= ~$ 2 :
r e ~ xm sz'o
PSmqes
eldsrpursap m
'28.0
r s o n r a .m1a/mm L do ~ s - = B e % u rm OE'X
PYDIDSSUTBJP m 91-21
B u l S B r ~ e 1 d e r pnm
m 06'1
BurBBa~aoolpam 5 m OL'O
~ w n i s.m1e/mm s
r
-
meon m
-
n.1.8
U ~ ~ W B I N
ueen-ysyq m L-E
flmq
-ando ~e.=Belur m 1
S.IOD eg
w*--=nd
P*1*1(14
uene~-u=lv
.i
vaaa
-
pu=z u r r I 8
1a~mz-7e1a ~ 0 ~
:
11 plamuwi
1
J.sn(1V
tabel 13. Drainage
drainage tijdstip aanleg draina- drainage pteriasl
8e
onderhoudrmgeloring
lijkheid,,fraquen- drainagewater
tie
OP
bij geen drainage:
outwatering via
n.v.t.
sineel..
randondergrond
Alkmear
Huiswaard I1
tI.v.t.
n.v.t.
Almere-Haven
ro sncl mogelijk na
onsouiten maehinaal
p.v.e.-ribbeldmin
doorepuitpunten
ometort met lavaliet onderroek naar
noodraak en frequentic
. ~.
0.Y.C.
,
-- grachten
n.v.t.
incidenteel via
-~~~
~~~~~~~~
~-
op
grochten
r.u.'n.
hrterdm
Bannebuiksloot
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
D.v.~.
Rrilchten ofstand
600-700 m
Apeldoorn
De Maten
voor de aanvang van de
p.v.e.-ribbeldrain
met cocoa- of nylonoml!ull ing
doorspuitpunten
frequentie bepaold a.d.1l.v.
peilbuiswaarnemingen
gledde "errameldrain deze looet
vrij op vijvers
ondeq water
n.v.t.
bouv rnachinaal
Delft
Tanthof
n.v.r.
n.v.t.
D.Y.~.
11.v.~.
Enschede
Strainkslanden
tijdenr graven cunettcn
eunetdrrinage p.v.c.
ribbaldrain 0 65
omatort met grindrand
Lelyeted
r o enel mogclijk na
opspuiten maehinaal
p.v.c.-ribbeldrain
doorspuitpunten
omstort met lavaliet onderroek gasnde
nnar noodraak en
reguentie
Nieuvegein
Batsu
---.
ns.ontgraven bouvput
ringdrainage en tijdens graven cunetten
als minetdrainage
p.v.c.-ribbeldrein
met nylanfolie in
znndsleuf 20x20 cm2
direct na randophoging
p.v.e.-ribbeldmin
lret cocosomhulling
0 80 in glussintel
omstorting ?
Purmerend
De Core
.
Rotterdam
Zevenkamp
Zoetemeer
Buitenvegh-
De
Leyens
na aenleg riolering
I
voor de eanvang van de
bouw
Been
gee"
-
-
in langste reek-
geen
grachten
n.v.t.
incidenteel via
r.v.a. op
firachten
grschten
incidenteel op
r.v.a.,
-
singels afstand gee" dreinnge di
150 B 400 m
w a r I 3 2 .50 n
klei op zandundt
grund vuorkomt.
rie ouk biil. 8,
H. 3.5.2.
- grechten
n.v.t.
- graehten
riolering
- grachten
of
r.w.a.
n.v.t.
-
n.v.t.
.. ...
sen doorspuitpun-
ten
gee"
bodem
p.v.c.-ribbeldrain
met cocoaomhulling
r.w.s. sansluitpunten 40-80 m'
B
p.v.c.-ribbeldrain
geen
met coeo~omhulling
-- tijdens
bouvrijpmeken p.v.c.-ribbeldrain
lrngs voontlpkken na met cocosomhulling
heien en graven b o u r i.v.m. kalkrijke
Put
' Zvolle-mid
singels afstand
2 200 m
nog geen besliesing
gedscht vordt a m
grindbed w de
drains?
grschten
plaatselijk
via r.v.8. op
grafhten
--
I
in parken?
L
w=lurru
daq3cps.imaaqaw~
1c.q.
'qxenuo r w n j s '
' v ' n ' r ( J F 6 ~ x 1m S S ' ~ )
ssrcroeu.
F I
s o
:. ( ~ t o r x 1 )
. m l e p 8 i . a r 01x1
m 01'0
B~ISJBBU.
m l e p PC
J W A J B BY
- ~ a s a a a o %' X W
UBA J B
18Cra
r
pzqxexiio.
.s...s.
BBTSJBBU.
'SF 01x1
m ec'o
( 'JFZXI)
'a'01x1
m i e p 91
I-E
L
L;
aaonre 'rw
'-10 zed znn
01 u r e s d o z s YO=
-rvs a p u a r e l ~ l l r n
US
.I.
p~enes~sn~
qJBIlBqlse'
J01IDSJ301'
1.10dSu.11 us BYIBIB~'
suase~-urm-q rrmzuoro
' r n l e p 81 ' q ~ e n u o e r n
mu c 'qzan d o a u ~ B = e q
. r n ~ a p8 s p z s q ~ o nd o
e
.
.
svalsl
-qSSrUBlVCI
zoussdz
~ B ~ l ~ e x a e J ~d m ~ ~ ( ~ D n e z
~~SP.IBZ~OU
BY1axeq.
L
aaO%s~Ono'
L
1
asen- uo *sex8
'mle/mur 8'0 TO.*
' m l o p $ 1 .xex8o ' q r s r u o
' m t e p zz ' p s ~ s' q ~ e r u o
. w e p br preqxe*
~ - ~ O ~ E Y B . us
II
JBIlBBJJBZ q351aeq168'
% x o d s u ~ a aue B u r S a ~ q
saw 41
pUsJ0-
.
-~DOIIQ
d o > K e ~d a q 3 6 ~ 8 1 8 a
easursrp.
a e ~ s a e e ua
..aroacrero
1O.X'
uesa
.s...-1.
- o e z a a p ~ n zi s u s r a
S~~S.IOOU.
JSOAJV
oq~srx~~
. I ~aEsZ O &
J Y O ~ J D.=em ~ e w r a
-osaeu d w a s r e a u
-
~
~
-
~
p
~
-
p
~
-
~
"ado Y ~ ~ J I B
a s 3 s r l o SE'O
*es=a
B
maomrn ~ ' 8 2"r
pzw~en~o'
UOXJB-
CS61-LL81 u e ~ ~ u
-0ABqOS s.1~1a.u
BSS.DP-X
z r r e o elueemea a u r u e x e ~ m oi
.
'aC 01x1 =oa
01x1
I
' r F 01x1
m
oeo
. ~ 01x1
r
anas
00'1
L
xrnnq-8-
E
L
'ST 01x1
r BBICIBDU
OSBBBP-*parqe8 o1eqea asro
1.1
Sep oz
mm 6b
S s p el
.D-l.~.
S.IS.IO~U'
111s(l ~zuse-aen
m SZ'O
'maelmm b ' s r
c
L
SurpIsqJn'
qoc~%e~lce'
a z o d r n s x ~us auyarsq'
p-asblm
XaOdJB B~JOTXBJS.DX
- r i ~ e ~ ( ~ c u o r d s x sol
oo u e S u ~ x q
e l BnaB1 's'r'.Z Dp lBOp UBPU.ISWIOXlS
e p e y o ~
sl. 1w s x e n r r n s s u r z e 1 n S ~ s
- .
hlrazaq.
Su~zeasn~uo.
Z S O ~ S U ~ JUD
~
L
~wavsr
aJ1W
~
I **X.
. ~ S ~ A Y ZDOAJ.'
O
USXJ~.
-soz=eprnz a e u o ~ a
...-..I.
S s ~ s ~ s e u '.
18011. '.m 1.m,0
' u y m / s q m ~ /C W I =I ~ e d
rnn 01 v r o s d o l c pawaeauo rwhj.'
t9 a u r u e q a ~
UO=
.o.L's-YI i r n '1nladdo.mmrurm T -I"IS o p u a ~ s z e r l m
BmTS-lseU '
pYaX8qUO suenaaos i
~ 3 % ~ r x l a i - r l o-
--
CUeSS~-"I.l-S rr0,"o~O
' m a e m s 'q=enuo o r a
8 ' 0 IBOJJWAI.
.mn s r p s'ss pasqzsn s m
s
.~....i.
8.rsloou'
' q a e ~ u oJBOAJ..
YDOS
-
m a e p 8 pseyxenuo s ~ n
' m ~ s pLB pasqre* VIA
SrpYn*linOqBpBIS
~ey~s~zaea.
ax0dsueaa ue a u ~ S = e q .
"8188
u1eaerne1~
~"IXBIS~.IYO'
(uasrol
ropzecqeqzez
~ BrA D I ~ ~ > ~ > u ~ . x~ r . r e q
mop
=elel uedr.
'zF
01x1
m OC'o
..
mzs
'JC 01x1
i
i
~ralrasdoo
(en151
Zuryltmaq
r
( e a n o x z ~ = n : r e a p use zoo.,)
~ e r 1 s a z a e~~~ E I I O V I S ~
a - l o d s u ~ xY~O S Y I S J O ~ u o ~ w - e - ~ e m l v
ISBAai
-rT orri m x e p r ' v r m SE'O-OE'O
a n t s ' z r ",XI
(enuonbes~)
sursrracrred
e.r.q10111so>
suaaer-uro-p F ~ m l u o z ~
s .qrenuo e r a
8'0 'JQ03raoAJB
mn 81s . 9 9 p x ~ ~ do
e n
lyaz
-TJIP
--raad
- I C X O 8
~1
'~:top;a
~r.,
easq.ren s t n
'YJOAUO
i)
r e y a s a ~ ~ e ~ . y ~ s ~ a a IqI ~PJc..SPsH
I J O ~ S Y ~ J I YB a u r a ~ a q
3sem:IV
%
zez=a
(cusaror)
vsdo
I l ~ l ~ ~ ~ ~ u s I -u1 ~ - ud ds o~ ~ ~ a~ q~ 1 .~r ~
SO
d I I JoU ~ ~
a ~ r u e ~ e ~ w ~ .PI
~ ~ l ae que ld o
i
puaqaquo Sou
a q ~ o r a a p l a s s ! y x a ~ asan
-uo Sou apxon
dsqa68uylanlnz
ualaods
~ a a c n a q ~ a z s - m o p q!?laS
uap LaaqJaIs xaaenmazaoq -om uym 02 1aa
Sele -=wszaoq a)sa
-2aan ua la.~aacmazaoq
.~.A.u
1
maraoq
.a.n.u
uaaaluy
aajaoqsq aeeu
uaas
:uaqlanaar
-3apynz asuaya
.~.A.u
vaas
:aj,laa a m a w a 3
qzanpuoxll
a ~ a p u elam
00s-00'1
xF?~aSaa
ualoyzuasal
ul?l%ueqzan.
SoySzaq
alaesyleaz(uaaooq)-
0021-007
.I.A.U
.I.A-U
Suy%%a~%ooxp-
002
01'0.
04'0'
i05'1
i
6 8 IaaP
'rq ayamnj
-~>O~SUPI~
i!nallueq3e
pynz-allonz
I
uaqm
-dl?mnoq
suap!:a
'3.n.u
.a.n.u
+
0 0 ' ~
.a.n.u
uaqm
-dcyznnoq
su'P!Ta
ZI.0'
05'0'
f 01'1
02' I
.a.~.u
02-9
'1.fi.u
00' 1
psasd~al
uapoalqoyozag
apaqasoa
30Wn*L
131W
01-1
,
..
.
saasnaSeu!eap
aaleqaSzaacy
~ s s l / u a u o a s x a n o5
:ann~an
.a.n.u
deq~ssSuyaanynz
i
Selslaau
ua lana *~aaenuazaoq
i
laacnmazaoq
q a o r n p u o u?
.ma= 1 B 5x1
:q!!~aZrm
'maa 1 ~ x 1:s!a
vaas
:uaaranaar
-aap?nz a s u a g
8ulSzaq
Suyaary1eala8euyerp-
ycr~asom
OQ$-OOE i l a a ~ noz
8u?81aq
ayaesj~eaz'e.n.3
(uazsoq)..
aaleqasmor
ualaodsxoop ayz
:'ma u a r ? n l s
apuaaa~crr>yn ia>sua~u!ezp 00,
5
51'0'
OS'l'
t 05.2-z
OZ' I
'4.n.u
t OL'I
02' I
SZ-OI
ua~em-a~-=~v
0s. I
91-21
o l e
I1 Ple"s?nH
t 55.1
008
uaqm
-d!?~nnoq
suapC?a
ooc
uaqsm
-d!ymnoq OZ.Q-SI*O.
suapF?a
05.0.
.<
= Y J ~ J ~ U O
PUdAaJay
a?Jlrl=nll
~~>=nla=d
u01q
s
(m)
pucls~e
laXuys
--
(133813 aa
aroopladv
zI
a>da!p
.n.m
u!!llaaen
'n'o'a
aada!p do a l p w a g
"ado U-aqseld
d
--~a>cn
-1aSuys
xalnce
dy>ss!!a
(m) x a l n r "ado ualu!aaujr
i a m n uo eapaalq
a~ausnb
uasra
- a l l uapaqa!?l
xaplaaqzqlaaen
aoop p l e r d a q
-aSom1aods100p
a n a y l v ~ y l v n q pu=as~elaSu?s
. .
-=ilv
ual(laama8,
r.\
-
.
~ale. ~ a d o
13Jqaq uo u a ~ a o d s i o o p.xaaen uado
'st
Iaqu
.
.
.
I
.
oapl
JZIU . ~ . n . p
ssan[?ns8uyl
-alnaax :.s.n.z
L.
e q l s l l 001
asr :.e.n.p
a q ~ e l s:.e.n.~
8.0 jao=zson)e
C q l b / l 5~ uaBa2
32'0
yreu :.s.n.p
l q ~ ~ z:.e.n.a
~
L
7%- :.e.n'p
193818 : ' e ' m - x
!ZU
:'~'n'p
a q ~ e 2 8: ' e . n . l
eqlsll
ce
e q l s l l OL
.a'n'u
'l'n'u
.l'n'u
'3.n.u
'2.n.m
.l.n.u
.l.n.u
.a.n'u
.
sz.0
v q / r 1 1 09
= q / s / l OL
'1."'~
.l'n'u
' 2 ' " ' ~
'3'n.o
0 s ~
aauaamail
m a a l n u r l ~511
3oql'JwL
331W
aoolsqynqauuag
meplaarw
.i.n'u
m l a / n u l / l OC,
aauaama8
'Z'A'U
.!.z.n.a
ua IOO)'
-pjaoq : ' ~ ' " ' ( 1
maalnuy/1 051
'd'r1.u
aalaq
zaaenzq=s~8 >!aarlenq'
uap
pu!aly>an xaarn -:aq~s
uaxanynr aa pyaqlaanaoq
-as
.i.n'u
mlalnu!ll
051
idlu
uapusleaoyolzg
apaq3sua
aaz Is*"
uap
l a o n j s ua y e w a 8 z a l e n -yaqJs
aluaama%+ym a y a a p e d e ~a u y ~ x o d a q '
a 8
uap
puyalqzan ~ s a s n -yaqJs
uaaanynr aa p!aqIaanaoq.
-as
i
sz.0
mzalnu!/l
=aaenaq=ea~a y a z y ~ ~ r y .
za2.n
uaxanrnz -raq>s
aa plaqlaanaoq Puyqzadaq.
-a8
anas!npp
aauam.8
urnem-aawly
uap
uarynIp ~~~~~~asn -7aqas
-ayn l o o p oanan(xa8xoon
-as
11 pxssns!nH
Jwsrm(lV
,.
--
s~sac!~
L
puenmcp
uaa8
uaas
00'1
OC'O S!"q
$8'0
"m
t
I 50.1 002
>soaslano 005
UaPauaq 007
s r n q SP.I< 00s
ML
00' I OE'I
-
-
00' 1
ooz
007
OOE
00.1
uapusmsp
uaaa
uaaa
uaa8
SB'O
c!q "m i (OSZ)
OO'E ' x w 002
U O ~ J ~
S"!lem
-aquozq smoo
'3'n.d
nolaq
nspuenwp Su!z
-aonl!n
svap!!l
p!al(
-xspuo u a l
-0:zpjooq
00' I
~aqe:x=n
.a.n.d
leemall
!?q
t
00'1
09.C
00'1
Fven
osz<
'~'n'd
uolaq
pelsdlal
'3'n.d
'mO O Z ~
JoqlunL
131aO
ooaaq
SU!~
= 08393 aa
-!nlsvesrynq
.3.n.d uoaaq
mxooplady
I
Wbrua
o
lp aS!xano
'nqa 100!1pjooq
j n a ~ sU! urexp
~~0o~'p)Ooq
'n.q.1 oad p!aqxapuo
-!nx uasu:leeaq ~ o o y ~ p j o o q 00.1
n~lea
LrraSama!~
ooaaq
osz t
-I
t
-03 oa
puazarmnd
'2.n.d
5 7 ' 1 4 OOC
-aSaz>eem oaas
a%au!e>p eu
01.0
uapus~sqo!oaas
spaqasoa
Uoaaq
:
0 ~ 4 ooaaq
3 Z . 0 Ool
'I'q'q OOC
Su!lpmaqrmaq j o
8u!l-q
=ado
1e-8
'a'n'd
I
J P U ~ A0
r!a&aplod
-
uoaaq
mi)
00Ce
00s
OSZ
uaaS
-
I+
.=.e..dl
laqr!=sn
osz
moaaq(
loo~m~!nqamrq
msp=aarw
.
*
-
..
purr apua88!lxapuo
zau pleezq>sJan a p a ~
:
aauaamaS
aodappvozs "!a
anhnoq
slam
-auuee %or
0 1 ' 0 aoa a!p p a l 8
oc.0 :laap apSooqaSdo
u!anaa
qzanpuo13.
~aon
sue1
-cqpuozS apuaa?nls
slaneynnoq ap zoon
PUOl8 0C.0
slaSu!v
5
02.0
aavsam
q!ls
puer pua88!l~apuo am
-as Szaz l o o n aa!u -uanaq adF!=aS.
plselqJSlan apzon 05.0
slansq aaqaoqxan
uaaq~exs. aoa alp puoaS SZ'O+L'O
---
puar
do !all 02.1
puer leex8
-a>"! yl!laa~aapaS'
.-.
prnz-all?nz
evadal aa
-q¶anoaa:na
zaalluaaao~
yalyaaz a p n o
I
5'01-9'
1sea8aauy puer S L ' I '
uaan '!a17
dwyuanaz
--
-
-
.z.b.u
'z'n.u
p1nt.a% ,puoz8
aldlrras aam mapoq
I
-aaz opno aoa 002 q saodappnoxs "
!
a
pjreqpueqa8 q[Q!aSom
laat. or uaozs pueeasaq
-
cm 1
yaor
- ~ a p u nuy Su!zue~dsq
n.q.3 puazs uasyasa!aa
-7lenq ua ua>eSausld
-
usan 51' '
(pueleqpuo=S)
p u s ~puaSS?~xapuo
uannaIe1ooyz.
aam pTeexq2szan a p ~ o n
!a14 52.0'
0 9 ' 0 101 a ! ~ puolS 0c.0 1aa=8aaq puer OE'I.
sla8u:s'
zamaooee 8201 soon
vean oa !all m 8-1.
S!pou
ua~asaaacsmuaaa
.a.n.u
szamauoee :~oa>as
- d o q pvoas 05.0
Srpou ua~ailazaew"a38
uanna~s~ooyl
ua:!axedxaa=n
puolS 05.0
-
-
-
puapnoqmaal xapulm
m o p ualusaxan OC'O
+Z'O
iano apxon aaxeln
a a d d o uee maal axenr
~aaandnnoq.
uaaaaun~.
staSu!v
asoquado
sle asax aqxanas
-$s aauaamas ioop
aa!u roa~asdaoy
oaaandnnoq'
uaaaauna.
sIaSu!s.
p l s ~ a spuer lam OL'O
aoa puoz do puoz¶ 09.0
lndpvar
uaSal aasuanoq'
uapey
uazq=e>S.
andpo~z
vanel aasuanoq.
uapey
puoz8 ~ c ' 0 + ~ ' 0
ua>q=exS.
!an m
05.0 i.rm plaona9 pvsn
plnna8 p u ~ 2 8
'd.r~'~:asax
m
. z ~ e ~ d a Z uuaq
y
azdlyzas lam mapoq
'd'r1.u men .
iam
-ycnzucld snoq ap zoon -aar apna 101 00; q saodappuols a!n
-auuan :zoz>asdooy
uannalrlooyz
uaf!alcd~a>cn
qapyitlq.
uassan!p
uau?napn!zd
"3asZaueld Joon puoxs uolq
pusz puapnoqmaa~
-qn!xd
Su!yaanje
peasdlsl
oapuolsxa?was
apaqasq
xap!alx uaalaun3 I!!?
-=Daeeld 'leszsazu)
05.1 301 y l y ~ a s a e ~ ~ d
3oqanWL
13Iaa
aoo~sx!nqauuaa
p u o ~ SSE.O+E'O
1se~8aau! purr m 2.
zqapasje u a a ~
-1e jo puo28 05.0 apuez aaq lapuo !qq'
3yapa¶j= na uanplSa83e
lec.l8aau! puez m I .
sue~eqpuo=Sapuaz!nls
(m u! ax?!P)
zccquado
pa!q
soon p u o ~ lu o ~ q -28 ~ c r q u a d oBu!yaanJe
ueu!n> pa!qaS
neles
ola~ann*!~
/
pusr aaq xapuo yalq.
lee~laau! puer m 1 .
~
~ a a q ~ e zuaaasu
S
soel u a a q ~ n l Suaalau
-n3 u a a l n d n ~ q -eqpuoxS apuaz!nls
4 3 uaalnb-.noq
slog aa
puazauw
-~
raner-!alq 0 8 ' 1 '
ualaaun~pusr.
uancll-alam~y
~~
11 p x ~ ~ " s ! n ~
Jswn(lv
Bijlage 1.
ALKMAAR
I . Algemene gegevens
U i t b r e i d i n g : Huiswaard I1
O p p e r v l a k t e : 55 ha
Het bouwrijpmaken i s g e s t a r t i n 1974, o n g e v e e r e e n j a a r l a t e r i s begonnen met d e bouw, d i e e i n d 1976 a f g e r o n d z a l worden. Met h e t woonr i j p m a k e n ( t e r r e i n a f w e r k i n g ) i s r e e d s begonnen.
Gepland z i j n 1770 woningen met een gemiddelde w o n i n g b e z e t t i n g van 3 , l
p e r s o n e n . Het p l a n b e v a t d a n t o t a a l c a . 5500 i n w o n e r s .
P e r j a a r wordengca. 1200 woningen gebouwd, v e e l a l a f h a n k e l i j k van d e
f a s e waarin de d i v e r s e deelplannen verkeren.
De o p p e r v l a k t e v a n h e t p l a n g e b i e d i s a l s v o l g t o n d e r v e r d e e l d :
Verhard o p p e r v l a k
: 44%.
: 6%.
O p p e r v l a k t e open w a t e r
Onverhard o p p e r v l a k
: 50%.
Het o n v e r h a r d e o p p e r v l a k i n d e z e u i t b r e i d i n g i s v e r d e r o n d e r v e r d e e l d i n :
Openbaar g r o e n
: 24%.
Priv6 groen
: 76%
: 0%.
sportcomplexen
.
.
Ca. 45% van h e t v e r h a r d o p p e r v l a k i s bebouwd.
.....- .~
2 1 Bodemkundig-hydrologische u i t g a n g s s i t u a t i e
2.1. GegLPgjf
Op g r o t e r e d i e p t e ( c a . 30 m f N.A.P.) komen Eem a f z e t ~ i n g e nv o o r . Deze
b e s t a a n v o o r n a m e l i j k u i t k l e i . Daarboven i s i n h e t W e i c h s e l i e n , o n d e r
zoetwateromstandigheden r i v i e r z a n d a f g e z e t . Op d i t p l e i s t o c e n e zand i s '
i n h e t Holoceen ( A t l a n t i c u m ) , o n t s t a a n . Ten g e v o l g e v a n d e s t i j gende z e e s p i e g e l werd d e z e v e e n l a a g a f g e d e k t m e t k l e i e n wadzand e n , d l e d o o r l a t e r e e r o s i e I n h e t S u b b o r e a a l g e d e e l t e l i j k verdwenen
z i j n . H i e r b i j e r o d e e r d e p l a a t s e l i j k h e t v e e n op g r o t e r e d i e p t e , z o a l s
i n het onderhavige gebied h e t geval is.
Na d e z e e r o s i e , d i e p l a a t s e l i j k t o t 35 m d i e p t e r e i k t , werd e r i n mar i e n e omstandigheden e e n d i k k e h a g k l e i a f g e z e t . Op d e z e k l e i l a a g s e d i m e n t e e r d e v e r v o l g e n s wadzand, overgaand i n z a n d i g e k l e i , waarna h e t
g e h e e l werd a f g e d e k t met k l e i e n v e e n l a g e n . I n h e t b e t r e f f e n d e g e b i e d
worden s l e c h t s ~ l a a t s e l i j kv e e n l a a g j e s a a n g e t r o f f e n .
2.2. D
r b o d e m g---------esteldheid
-------D i r e c t onder h e t m a a i v e l d komt van 0,15-0.50 m ' d i e p t e humeuze l i c h t e
z n v e l t o t l i c h t e k l e i v o o r . V e r v o l g e n s komt van 0 , 3 0 t o t . 0 , 8 0 -m.v.
pl:.atselijk
humeuze, l i c h t e t o t zware k l e i v o o r , gevolgd t o t e e n d i e p t e
van c a . 10 m f m.v. d o o r m a t i g f i j n zand d a t p l a a t s e l i j k vc!.rmengd i s
met v e r s l a g e n v e e n r e s t e n e n d a t s t e r k k l e i h o u d e n d e l a a g j e s van v a r i e rende d i k t e b e v a t .
2.3. ---Het g --------rondwater
Door d e b o l l e 1ij:ging van d e l i a v i . 1 ~z j j n e r v e r u i t e e n l i g g c n d e grondw a t e r s t a n d e n gemeten. Deze wanrdc-n v a r i 6 . r e n v a n 0 , 3 0 t o t 1 , 5 5 m f m.v.
De hoge v a n r d e n worden v o o r n a m e l i j k b e r e i k t i n n a t t e p e r i o d e n , de l a g e
i n d r o g e p e r i o d e n . S t e r k e verdamping i n d e zomer e n s l e c h t e a f v o e r van
w a t e r u i t d e ondergrond z i j n h i e r a a n d e b e t .
I
2.4. ---------Het relief
De maaiveldhoogte varieert van 0,10 m 4 N.A.P. tot 1,10 m Z N.A.P. met
als gemiddelde 0,80 m tot 0,90 m
N.A.P. Ook dit grote verschil is
veelal te wijten aan de bolle ligging van de kavels.
2.5. De _£watering
Huiswaard I1 is gelegen in de polder "Het Geestmerambacht". Het polderpeil hiervan is 1,45 m Z N.A.P. Er zijn enkele onderbemalingen 0.a.
de Daalmeer + 1,90 m 4 N.A.P. De polder heeft een oppervlakte van 5500
ha.
Bij de herverkaveling Geestmerambacht is de uitbreiding Alkmaar-Noord
560 ha buiten de verkaveling gebleven. Het peil in het verkavelingsgebied is verlaagd tot ca. 2,60 m
N.A.P.
Het Geestmerambacht loost op het Noordhollandskanaal met een peil van
0,58 m
N.A.P.
Het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer berust bij het Hoogheemraadschap
van de Uitwaterende Sluizen in West-Friesland en Kennemerland.
+
3. Bouwrijpn~aken
3.1. Definitie:
-- ----- -Onder bouwrijpmaken wordt verstaan het verwijderen van opstallen, en
zonodig egaliseren van het terrein; het bereikbaar en berijdbaar maken "an het terrein (0.a. Ophogen), het zorgen voor de ontwatering en
de a h l e g van de bouwstraten, riolering en hoofdleidingen van de nutsbedrijven.
3.2. Voorbereidingen
-----------De voorbereidingen zijn en worden door de gemeente gednan. We1 wordt
hierbij advies van derden ingewonnen.
Door Heidemij Nederland b.v. te Haarlem is een bodemkundig,grondmechanisch en hydrologisch onderzoek verricht.
Dit onderzoek heeft bestaan uit sonderingen, boringen, doorlntendheidsmetingen en waterbemonstering. Het geheel is aangevuld dour een laboratoriumonderzoek.
Ook is gebruik gemaakt van a1 eerder uitgevoerd onderzoek; zoals:
a) sonderingen en boringen door L.G.M. voor de gemeente uitgevoerd;
b) boringen van het Instituut voor Cultuurtechniek en ~aterhuishouding;
C) boringen van de Rijks Geologische dienst;
d) rapport Geologisch onderzoek van de Geestmerambacht;
e) rapport Geoelektrisch en geologisch onderzoek van de polder "Het
Geestmeramb~lcht";
f) rapport Geohydrologischc gcgevens IJsselmeergebied en Noord-Holland.
Sonderingen: Het gehele gebied Alkmaar-Noord.560 ha,is ineens onderzocht.
Daartoe zijn 43 middelzware sonderingen (+ 5-6 m diep)
en 44 zware sonderingen (+ 24-25 m diep).
Huiswaard I1 (55 ha) is bovendien iets uitgebreider onderzochten daartoe zijn nog 9 middelzware sonderingen extra
uitgevoerd.
: Voor wat betrefL de boringen zijn als aanvulling op het
noringen
totaal-onderzoek voor Alkmaar-Noord nog 5 diepboringen en
20 boringen tot 5 m diepte uitgevoerd.
Daarnaastis nog een 20-tal boringen tot 1 a 2 m
m.v.
gemaakt
Peilbuizen : T.p.v. een aantal boringen zijn peilbuizen geplaatst, die
tot verschillende diepte reiken. Naast het bekijken van de
stijghoogten van het grondwater, wordt er ook aandacht besteed aan het voorkomen van zoute kwel.
De peilbuisopnamen worden ook nog na de voorbereidingsfase doorgezet.
.
- ---- --3.3. -Straatpeil
Uitgangspunt bij het vastleggen van het straatpeil is het polderpeil
van 1,45 m Z N.A.P. en een ontwateringsdiepte van 1,30 m ter plaatse
van de weg.
Deze ontwateringsdiepte is zo bepaald in verband met:
- het hebben van een aanvaardbaar ontwateringssysteem (rekening houdend
met opbolling en verhang).
- het in de droge kunnen leggen van kabels en leidingen.
- het in de praktijk is gebleken dat de gestelde maat voldoende is
(door bijkomende gunstige omstandigheden zoals rioolsleuven etc.).
3.4. h s g r i q g
Het bouwrijpmaken wordt voor het gehele plan ineens uitgevoerd en vervolgens yordt het gebied aan de diverse belanghebbenden (0.a. woningbouwverenigingen en particulieren) uitgegeven.
"'3~5: Enkele
onderdelen van het bouwriipmaken
................................
----3.5.1. Het
ophogen
-- - - -en-de
- -bouwstraten
----In het uitbreidingsplan
Huiswaard I1 is zand gespoten
in wegcunetten
en
- .
. .
in depots. Het zand in de wegen is gebruikt om deze op het gewenste niveau te krijgen, terwijl het zand uitde depots gebruikt wordt tijdens
de afwerkingsfase (woonrijpmaken).
De uit cunets, rioolsleuven en waterpartijen vrijkomende grond, wordt
gebruikt om het terrein op te hogen. Daarbij werkt men met een sluitende grondbalans.
De dikte van het aan te brengen zand in de cunets is afhankelijk van
de diepte waarop de zandige ondergrond voorkomt. In het algemeen varieert deze diepte van 0,75 m tot 1,50 m. Door deze methode van werken
treedt er nauwelijks zetting op.
Benodigd ophoogmateriaal: Zand uit zandwinput in Geestmerambacht (ruilverkaveling). Het transport naar het plangebled gnat per buis.
Eisen aan het ophoogzand: Het zand uit de zandwinput blijkt van rede1.ijke kwaliteit. Het is we1 erg sliblioudend,
dit wordt echter door de spuitmethode aanzienLijk tcruggebracht. (van 10-15% in de put tot
cn. 3% in het stort).
Verstuiving van het zand wordt trgengegaan door het zand in te zaaien
met een grasmengsel enlof a£ te dekken met rioolslib of teelaarde.
voordat met de bouwactiviteiten
Het aanbrengen van het zand gcbe~~rt
wordt gestart, dit geldt cveneens voor de hoofdleidingen van de nutsbedrijven.
Om het terrein goed bereikbaar te maken wordt van het definitieve stratennet 90% als bouwstraat aangelegd. De verharding bestaat uit betonklinkerkeien (buurtwegen) of een asfaltfunderingslaag (hoofdwegen).
Tijdens het woonrijpmaken worden de buurtwegen opnieuw gestraat en de
hoofdwegen van een toplaag voorzien.
Zanddikte onder:
CJegen
: variabel i.v.m. het doorgraven van het cunet tot in
het zand
Voet/fietspaden: 20-25 cm
Parkeerplaatsen: 20-25 cm.
3.5.2. Waterhuishouding
----- - - Drainage : In verband met verstoringskansen wordt geen drainage toege-
-
past. Bij plaatselijke wateroverlast wordt we1 zanddrainage, in de vorm van een met grof zand opgevulde sleuf,
die tot op de zandondergrond is doorgetrokken, toegepast.
- Open water: Als ontwerpcriteria voor de bepaling van het oppervlak
open water geldt dat:
.via het verharde opp. een etmaal neerslag van 44 mm wordt
afgevoerd. Volgens de regenkromrnen van dr. C. Levert komt
deze neerslag voor met frequentie I x per 10 jaar.
.via het onverharde oppervlak 18 mm/etm wordt afgevoerd.
Deze waarde mag lager zijn dan die voor het verharde oppervlak omdat de neerslag via de grond vertraagd tot afvoer komt.
.er
rekening gehouden dient te riorden met een stopsein, , .. ... . ....
periodG7van 10 uur per etmaal en een afvoer van 10 m3/
100 ha/min. gedurende de rest van het etmaal.
.het gebied Huiswaard I1 via een regelbare debiet stuw
kan lozen op het lage ~ e i lin het geestmerambacht. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de landbouwkundige norm afvoer. Voor de gehele uitbreiding ~lkmaar-':
Noord betekent dit ca. 55 m3/min.
.de toelaatbare ~eilstijging30-35 cm, is 1 x 10 jr.
>
ongeveer 6% open
Uitgaande van deze criteria blijkt dat als minimur
water noodzakelijk is. De stedebouwkundige dient hiermee rekening te
houden. In het beschouwds gebied is 4,5 ha open water opgcnomen, hetgeen ca. 9% betekent.
Het open water wordt verwezenlijkt in de vorm van grachten met een minimum breedte van 10 m en eenyaterdiepte van 1,50 m. D e breedte wordt
veelal bepaald door de stedebouwkundige en varieert van ca. 12-16 m.
Er worden ca. 50 cm brede plasbermen aangelegd met een waterdiepte van
15-20 cm.
Doorspoelen:
Het singelstelsel kan I x per 21 dagen worden doorgespoeld, hetgeen indirect door Uitwaterende Sluizen is gesteld. Ook de gemeente heeft zich tegenover de bevolking
deze norm als verplichting opgelegd, in verband met 0.a.
straatvervuiling.
Het doorspoelen kan ~laatsvindenvia 2 inlaatwerken.
In verband mct calamiteiten bij de rioolpompen kan er
overgestort worden op het open water. Het is dan mogelijk
om binnen 5-7 dagen het gehele stelsel door te spoelfn.
Functie van de grachten: Berging en transport van water
Esthetisch
Recreatief
. ...,
Diversen: - Wanneer het gehele gebied Alkmaar-Noord waterhuishoudkundig
E6n peil krijgt, dus ook de diepere delen, is het toegestaan
om een peilverlaging van 10 cm in te stellen. In verband
met de veronderstelde toename van het zoutbezwaar moet er
een balans in de waterpeilen gevonden worden, alvorens tot
peilverlaging overgegaan mag worden.
- Om het zoutbezwaar te onderkennen zijn een aantal diepe
boringen gedaan. Het grondwater is daarbij bemonsterd en er
zijn potentiaalwaarnemingen gedaan. Dit onderzoek is vooral
gericht op de invloed van peilverlaging.
- Tijdens het onderzoek is ook gebleken dat er plaatselijk
fossiel zout voorkomt. In verhouding met het ingaan van de
milieuheffing bij lozing van water met een zoutgehalte van
nicer dan 250 mg C1-/l ondervindt men nogal eens moeilijkheden. Er moeten dan speciale voorzieningen getroffen worden
zoals bijv. een retourleiding.
De grotere problemen treden echter op wanneer het zoutgehalte gelijk is aan dat van het Noordhollandskanaal (ca. 350
mg/l).
. . -..
3.5.3. Riolering
. .. . .
---Het ontwerpen van de 'rioleriig geschiedt door de gemeente bijgestaan
-door adviezen van derden.
Door Uitwaterende Sluizen wordt een gescheiden stelsel voorgeschreven.
Het regenwaterriool (r.w.a.) is gedimensioneerd op:
Berekeningsregen 70 l/sec/ha en een druklijn niet hoger dan 20 cm minus
straatpeil.
Het r.w.a. wordt uitgevoerd in betonnen buizen met variabele diameters
vanaf 0 200 mm. Uitmonding is geheel onder water, de minimale gronddekking is 1.00 m.
Het vuilwaterriool (d.w.a.) is gedimensioneerd op:
Een afvoer van 150 l/inw/etm.
D.w.n. wordt uitgevoerd in p.v.c.-buizen met een diameter van minimaal
0 200 mm. Diepteligging variabel, echter min. 1,00 m gronddekking. Het
stamriool ligt op grotere diepte (max. 3,00 m) en gaat onder vrij verval
naar de r i o o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e in Alkmaar.
Tijdens de aanleg van de riolering wordt een bronbemaling geinstalleerd,
waarbij voorkomen dient te worden dat het zoute water wordt opgepompt.
De riolering wordt op of in het zand gefundeerd, zonodig na grondverbetering.
Het d.w.a. rust op de r i o o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e , die bij Uitwaterende Sluizen in beheer is. Door Uitwaterende Sluizen worden nan de
gemeente beperkingen opgelegd war betreft hoeveelheid en kwaliteit van
het te leveren water. Deze beperkingen betreffen vooral de bedrijven
die lozen op de riolering.
Het r.w.a. loost via het open water op de older Het Geestmerambacht.
De kwaliteitseisen hierbij zijn: max. 10 m /I00 ha/min. = 14,4 mm/etm.
en wat betreft de kwaliteit kunnen bij veranderingen in aanbod eisen
gesteld worden in het bijzonder wanneer dit grotere aanbod gepaard gaat
met extra vervuiling.
3
3.5.4. Terreinafwerking
------De uit bouwputten, cunetten en grachten vrijkomende grond wordt over zowe1 privE als openbaar groen uitgespreid, zodanig dat met een sluitende
grondhalans gewerkt kan worden.
In het plan Huiswaard I1 liggen geen sportvelden. Het technisch ontwerp en de uitvoering wordt in het algemeen uitbesteed aan derden.
-
Gesprek met de heren Bakkcr, Bloem en Voorneveld op 12-5-1976
Gesprek met dc heer ir. de Koeyer op 7-12-1976.
Tijdschema's woonrijpmaken.
Tekeningen bestemmingsplan Huiswaard 11.
Trkfningen routing woonrijpmaken Huiswaard 11.
- Bestek opspuiten terrein in bestemmingsplan Huiswaard 11.
- Rapport Bodemkundig-Hydrologisch onderzoek Alkmaar-Noord.
Bijlage 2.
ALMERE
1.
Algemene gegevens
- Uitbreiding Almere-Haven
- Oppervlakte 468 ha.
Almere wordt gebouwd als polynucleaire stad, dat wil zeggen dat de stad
opgebouwd wordt uit een aantal kernen.
Bij het onderstaande worden gegevens verstrekt over de eerste kern
Almere-Haven.
In Almere-Haven zullen in totaal ca. 8300 woningen worden gcbouwd met
een gemiddelde woningbezetting van 3 inwoners., zodat in totaal gerekend
wordt op ca. 25,000 inwoners.
Per jnar zullen ca. 2700 woningen worden gebouwd, verdeeld over meerdere dcelplannen.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt ondervcrdeeld:
verhard oppervlak
: 45 5 50%
oppervlakte open water:
4%
onverhard oppervlak
: ra. 50%
Het onverharde oppervlak
is als volgt onderverdeeld:
..
70 - 75%
parken .en plantsoenen
waarden zijn gelijk genomen aan
sportvelden
15-20%
die van Lelystad.
privg-tuinen
15 - 20%
Ca. 15% van het verhard oppervlak zal bebouwd worden.
.
.
2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
2.1. Geologie
--- - -In hct kort kan de geologische opbouw van het gebied worden beschreven.
Op + 200 m
N.A.P. bevindt zich de bovenkant van de formatie van Tegelen, welke in dit gebied hoofdzakelijk bestaat uit kleiyge afzettingen.
Daar boven bevinden zich de formaties van Harderwijk, Sterksel en
Enschede, welke hoofdzakelijk bestaan uit middelfijne en grove grindhoudende zanden. In het bovenste gedeelte van ongeveer 75 m Z N.A.P.
tot ongeveer 13 m
N.A.P., komt verschubd en gestuwd materiaal voor,
dat tijdenshetsaalien is opgestuwd. Hierin kunnen plaatselijk dunne
kleilagen voorkomen. Aan de bovenzijde wordt dit gestuwde materiaal
afgedekt door een ongeveer 5mdikke laag dekzand, de formatie van Twente, die bestaat uit middelfijne zanden.
De bovenste 5 5 6 m tenslotte worden gevormd door holocene afzettingen
die hestaan uit cen ongeveer 3 m dikke kleilaag, gelegen op een ongeveer 2 m dikke veenlaag.
+
2.2. ----Bodemgesteldheid
---------In Almere-Haven komt direct onder het maaiveld een pakket zeer slappe
lagen voor. Dit pakket bestaat voornamelijk uit sterk veenhoudende en
zandhoudende klei, plaatselijk sterk schelphoudend, ter dikte van ca.
3 m.
2.3. liei-gro~myater
V66r de aanleg van greppels en/oE drainage komt cen grondwaterstand
voor tot in het maaiveld. N3 llet aanbrengen van de drainage kan de
grondwaterstand zakken-tot 1 , 1 0 Z 1 , 3 0 m 4 m.v.
2.4. ---------Het relisf
In Almere-Haven bedraagt de maaiveldshoogte ca. 3 m f N.A.P. Direct na
droogvallen van de polder bedroeg de maaiveldshoogte 2 , 4 0 Z 3 , 4 0 m 4
N.A.P. Ten gevolge van verdere indroging van de polder komt nog maaiveldsdaling voor (inklinking).
2.5. -----------De afwatering
Almere-Haven is gelegen in de polder Zuidelijk Flevoland, die tesamen
met Oostelijk Flevoland E6n waterstaatkundig geheel vormt. Almere-Haven loost nog op natuurlijke wijze op de Hoge Afdeling, waarvan het
polderpeil 5,20 4 N.A.P. bedraagt.
Het open waterpeil in Almere-Haven bedraagt 4 , 8 0 m en 5,20 m f N.A.P.
Het kwantiteits- en kwaliteitsbeheer van het open water berust bij de
directie Zuiderzeewerken.
3. Bouwrijpmaken
3 . 1 . Definitie
. ..
Onder bouwrijpmaken wordt verstaan nl. a1 datgene wat v66r het begin
van de bouw wordt gedaan met het betreffende terrein.
Het omvat het opspuiten, de aanleg van drainage, grachten, riolering,
hoofdleidingen van de nutsbedrijven en de aanleg van een minimale hoeveelheid bouwstraten.
..
3 . 2 . Voorbereidinggg
-----------De voorbereidingen worden door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
gedaan. Zo worden door de eigen dienst en incidenteel door derden sonderingen en boringen verricht en worden peilbuizen geplaatst.
Sonderingen: Er wordt ongeveer I sondering tot een diepte van 15-20 m
per ha gemaakt.
Boringen
: Per ha worden ongeveer 0 , 3 boringen gemaakt; deze reiken
tot een diepte van 20-25 m.
Peilbuizen : In het gebied van Almere-Haven staan ongeveer 0 , l peilbuizen per ha.
Over het algemeen worden de sonderingen en boringen verwerkt in kaorten
als: hoogteligging maaiveld nu en na 30 jaar; diepte Pleistoceen, dikte
Holoceen, ontgravingsdiepte kaart, funderingsdiepte kaart voor lichte
en zware bebouwing, isohypsen-kaart van pleistocene grondwater.
Op het gebied van bouwrijpmaken worden verschillende onderzoekingen
verricht. Deze onderzoekingen zijn meestal sterk praktijk gericht om
bij de uitvoering van de diverse werken voor zo min mogelijk verrassingen komen te staan. Vooral in Almere-Haven vonden deze onderzoeken plaats.
Zo zijn 0.a. proeven gedaan als:
- proef met het graven van rioolsle~lvenen het leggen van rioolbuizen
- onderzoek bij een proefgracht
- onderzoek naar relatie waterpeil-grondverzet
- proeE met l~etaanbren~envan znndpalen.
Het nieuwe straatpeil wordt vastgesteld op een minimale maat boven de
terreinhoogte ten tijde van het gereedkomen van de bouw. De terreinhoogte wordt bepaald aan de hand van zettingsprognoses, waarbij ernaar
gestreefd wordt zo weinig mogelijk onderhoudskosten achteraf te hebben.
Tevens speelt de verhouding van rente, onderhoudskosten en grondgebruik
een belangrijke 1-01.
Het bouwrijpmaken wordt in fasen uitgevoerd, waarbij iedere fase een
oppervlak van 15 2 20 ha beslaat. Daarnaast komen eventueel ook projecten voor van slechts enkele ha's. De zandopspuiting vindt voor een gehele wijk ineens plaats terwijl de overige werkzaamheden worden afgestemd op de verschillende bouwprojecten. De grootte van een zandstort
wordt dus bepnald door de geografische en stedebouwkundige grenzen in
het terrein.
3.5.
Enkele onderdelen van het bouwriipmaken
................................
-----
3.5.1.
..
-
I
bouwterrein
met zand
.n. Almere-Haven
. . . . . . . .is'het
. . . .gehele
....
. . . . . . opgespoten
.......
Door de bijzondere bestuursvormen in de IJsselmeerpolders is het mogelijk om de kosten van opspuiten buiten de exploitatieberekeningen voor
de woni~gente houden.
Om een in alle jaargetijden goed ontwaterd en begaanbaar bouwterrein
te hebben is berekend dat 1 m zand opspuiten en draineren de goedkoopste combinatie is. Er behoeft geen overhoogte te worden toegekend, omdat de vereiste drooglegging na zetting nog aanwezig is.
Voor industrieterreinen, geschikt voor lichte indpstrie, wordt de ophoogdikte teruggebracht tot 0,80 m.
Door de eigen dienst worden zettingsprognoses gemaakt, die na het gereedkomen van een opspuiting zolang mogelijk gevolgd worden aan de
hand van zandbaakmetingen.
Benodigd ophoogmateriaal: Zand uit Gooimeer.
-Het transport vindt plaats via persleidingen.
Eisen aan het ophoogzand: In het stort mogen geen slibophopingen voorkomen.
Om de verstuiving van het zand tegen te gaan wordt "stro gestoken".
Het benodigde stro wordt verkregen uit het eigen landbouwbedrijf van
de R.1J.P. en het benodigde personeel-omhet stro uit te spreiden en in
te eggen is buiten de oogstperioden - eveneens daaruit afkomstig.
,
Er wordt naar gestreefd het zand minimaal 1 jaar voor de aanleg van
riolering en verharding aan te brengen.
In de praktijk gebeurt dit in de meeste gevallen vroeger en we1 ca. 3
jaar v66r aanvang van de bouwactiviteiten, waardoor de grootste zetting is opgetreden. Dit hetekent een besparing ten aanzien van het onderhoud.
Bouwstraten worden zoveel mogelijb op de definitieve plaats van de
wegen nangelegd. Als materinal worden !tegenwoordig) slakken gebruilct.
Indien de slakken op de definitieve plaats van de wegen zijn nangebracht
fungeren deze later als funderingslaag.
--~.
In het andere geval worden de slakken verwijderd en elders opnieuw gebruikt.
Momenteel wordt nog 60% van het toekomstig wegenstramien als bouwstraat
uitgevoerd. Men wil dit percentage echter nog verlagen tot ca. 30%.
Als definitieve bestrating wordt zowel asfalt- als klinker~erhardin~
toegepast, een en ander afhankelijk van de aard van de weg.
diversen
In de gebieden waar zandopspuitingen plaatsvinden, worden ten behoeve
van 0.a. zettingsonderzoek ze. egelstellingen opgenomen. Dit zijn meetopstellingen die v66r het opspuiten worden aangebracht en die zakbaken
en peilbuizen bevatten. De verschillende instrumenten worden beschermd
door een frame van stalen buizen, dat door zijn vorm doet denken aan
een egel, vandaar ook de naam egelstelling.
Doordat een proef met zandpalen slechte resultaten opleverde, worden
geen zandpalen toegepast.
Drainage
In eerste instantie is het stedelijk gebied in Almere in gebruik geweest als agrarisch gebied. Ten behoeve van de ontwatering wordt een
zg. l a n d b o u w d r a i n a g e - a a n g e b r a c h t op een diepte van 1.10 5 1.30 m -m.v.
Als'?ateriaal
wordt p.v.c. ribbeldrain toegepast. Lozing vindt plaats
op sloten en tochten.
Na het gereedkomen van een opspuiting wordt ook drainage aangebracht.
De oorspronkelijke opzet hiervan was dat deze drainage dienst zou doen
ter bevordering van de zetting en voor de ontwatering van het zandpakket. De afstand van de drainbuizen bedraagt dan 12-16 m en de diepte
1,90 m -m.v.
Doordat de ontwatering van het zandpakket niet de grootste prioriteit
meer heeft sinds het opspuiten ver v66r de bouwactiviteiten plaatsvindt, is men ertoe overgegaan de drainage op dubbele afstand (24-30 m)
aan te brengen. Voor het versnellen van de zetting is deze drainage
voldoende aangezien het zettingsgedrag bepaald wordt door gemiddelde
grondwaterstanden ,en niet door piekwaarden.
Het aanbrengen van de drainage gebeurt machinaal met draineermachines.
Aanpassingen tijdens de bouw gebeuren grotendeels met graafmachine en
handkracht.
Om zoveel mogelijk contact met ondergronds verkeer te voorkomen, wordt
de draindiepte in de toekomst waarschijnlijk vergroot tot 2,30 m -m.v.
De drainage loost direct of via regenwaterriool op de grachten.
De ontwerpcriteria voor de drainage zijn:
afvoer
5 mm/etm
drooglegging
0,70 m -m.v.
diepteligging drains
1,90 m -m.v.
Als drainagemateriaal wordt p.v.c.-ribbeldrain gebruikt dat omstort
wordt door lavalietkorrels.
Ten behoeve van iiet onderhoud worden doorspuitpunten opgenomen.
De freql~entievan liet doorspuiten en de noodzakelijkheid ervan worden
momenteel io een proef onderzocht.
Tijdens de bouw zal veel drainage worden verstoord. Dit probleem wordt
onderkend door de drainage zoveel mogelijk v66r en tijdens de bouw aan
te passen.
In de stedelijke gebieden worden de volgende droogleggingseisen gehanteerd:
stadsautowegen en openbaar vervoersbanen
1 ,00 m -m.v.
wegen
0,80 m -m.v.
fietspaden
0,70 m -m.v.
0,20 3 0,25 m - onderkant kruipruimte.
kruipruimten
Open water
Het benodigde oppervlak open water wordt bepaald aan de hand van de
volgende criteria.
- Elnatgevende bui met frequentie I x 10 jaar uit Grontmij regenkromme
56.5 m / 1 8 uur
.- Drainage 5 mmfetm.
- Verhard oppervlak 50%.
- AfvoercoEffici~nt 0,8.
- Elax. rioolafvoer 75 l/seclha (afvoer naar gracht dus ca. 60 llslha.
- Neerslag komt direct uit rioolafvoer tot afstroming.
- Een peilstijging van 50 cm 1 x 10 jaar.
- Afvoer over een stuw.
De grachten lozen via een stuw op het "boezemwater" en we1 op de Hoge
Vaart
.
Uitgaande van bovenstaande criteria blijkt een percentage open water
van 4% bij een maximale peilstijging van 50 cm eens per 10 jaar noodzakelijk te zijn. Er wordt meer open water gerealiseerd dan noodzakelijk is.
Het open water wordt gerealiseerd in de vorm van grachten met een variabele breedte en een diepte van 1,20 m i.v.m. slibberging en ter beperking van rietgroei. De grachtafstand bedraagt ca. 800 m.
Er worden geen plasbermen aangelegd omdat deze na verloop van tijd
vanzelf ontstaan.
In Almere-Haven vindt een deel van de doorspoeling plaats door de ter
plaatse optredende kwel, het overige deel door de afvoer van het regenwaterriool.
-De grachten worden veelal in de bouwrijpmaak-fase gegraven, terwijl in
de afwerkingsfase de laatste hand eraan gelegd wordt.
Functie van de gracllten
.......................
- berging en transport van
open water
- estetisch-recreatief
- in Almere-Haven vormt een deel van de grachten een doorgaande vaarroute.
. . .. . . . .
Diversen
- in Almere-Haven worden de gracllten zodanig anngelegd dat op de bodem
een waterafsluitende laag wordt anngebracht, die op zijn beurt wordt
geballast met zand. Deze methode is noodzakelijk gebleken i.v.m. het
optreden van kwel.
In Almere-Haven bedraagt het r,ra(:htpeil 4,80 en 5,20 m
-
N.A.P. Een zeer
ondergeschikt deel verkrijgt een ~ e i lvan 3,70 -N.A.P.
Het peil van 5,20 m is gekozen gelijk aan het polderpeil i.v.m. de
doorgaande vaarroute. De andere peilen zijn zo gekozen i.v.m. doorspoeling, stedebouwkundige wensen en afwatering.
3.5.3. Riolering
---Het ontwerpen van de riolering geschiedt door de ~ijksdienst,daarbij
geadviseerd door derden.
Gekozen is voor een gescheiden stelsel omdat dit de hoeveelheid te zuiveren water verkleint, de kwaliteit van het grachtwater beter is en in
het algemeen milieutechnisch aantrekkelijker wordt beoordeeld.
-
-
Het regenwaterriool (r.w.a.) wordt gedimensioneerd op:
een berekeningsregen van 60 l/sec/ha en de druklijn niet hoger dan 0,20
m onder straatpeil. (Neerslag 0,75 l/sec/ha en een afvoerco~fficient
van 0,8) Het r.w.a.-riool wordt uitgevoerd in betonbuizen met een minimale inwendige diameter van @ 30 cm. De diepteligging is minimaal b.0.b.
1,50 m
m.v.
Het vuilwaterriool (d.w.a.) wordt gedimensioneerd op:
Een afvoer van 150 l/inw/etm (= 15 l/inw/uur); deze was "vroeger" 250
l/inw/etm, maar door meting van waterverbruik en aanvoer op rioolwaterzuivering bleekeenverlaging van 250 tot 150 l/inw/etm gerechtvaardigd.
Het d.w.a.-riool wordt uitgevoerd in p.v.c.-buizen met een minimale
diameter van 250 mm.
De riolering behoeft niet te worden onderheid. Tijdens uitvoering is
soms bronbemaling noodzakelijk. (Alleen diepe hoofdriool is en wordt
onderheid).
In verband met mogelijke breuk bij zetting worden de woningen door midDe huisaandel van een flexibele constructie op de riolen aangesloten.
C .)
sluitingen op de d.w.a.- en r.w.a.-riolen zijn van p.v.c. en verschillend van kleur ter voorkoming van verkeerde aans-luitingen en om bij storingen direct te kunnen ingrijpen.
Het vuilwaterriool brengt het rioolwater via tussengemnaltjes, hoofdgemalen en persleidingen op een r i o o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e , waarin
het water beter gezuiverd wordt dan de R.1.Z.A.-normen aangeven. De
waterbeheerder (Zuiderzeewerken) heeft in principe wel. enige invloed up
rioolontiderp, in de praktijk echter niet.
Overige beperkingen van de waterbeheerder zijn er niet.
3.5.4. Terreinafwerking
------Het met zand opgehoogde gebied wordt, daar waar nodig,, afgegraven en
afgedelct met 0,50 m grond of alleen afgedekt met grond.
In de koopsector en in de beleggingssector wordt het zand niet door de
R.1J.P. afgedekt met grond. Dit wordt aan de koper of belegger overgelaten, die hiertoe van de Rijksdienst gronddepots aangcwezen krijgt.
De grond is afkomstig uit waterpartijen, rioolsleuven, verdiepte stadsautowegen e.d.
Indien bouwterreinen in de toekomst ook nog met zand worden opgespoten
wordt een grondtekort verwacht. Momenteel wordt zoveel mogelijk met een
grondbnlans gewerkt.
Sportvelden worden we1 aangelegd op terreinen tussen de woongebieden
in. Ze worden zoveel mogelijk buiten de spuitbestekken geprojecteerd
Het ontwerp en de uitvoering geschiedt door de Rijksdienst.
Vroeger we1 door derden.
4. Informatie
I. Gesprek met ir. N.L. van Schaik, hoofd Civieltechnische Afdeling.
2. Literatuur
---------- (niet compleet)
- Het gebruik van zand voor verbetering van bouwterreinen.
H. de Roo
J.H. Brinkman - Enkele aspecten van terreinophogen bij stadsuitbreidingen.
W.A. Segeren/ - De laagdikte van zandophogingen up bouwterreinen in reUithoorn
latie met grondwatercriteria.
K . Kyniersce
- Verplaatsingen zand en grond in het stedelijk gebied
(1975-356 Bbw).
- Grondverbetering Almere-Haven (nota 3 jan. 1974 Blbg 95).
- Infrastructuur Almere-Haven - onderlinge samenhangen
(R.lJ.P. 348-1974).
c.-
Hnrmsen
- Enkele nspecten van de zand- en waterhuishouding in
stedelijk gebied Almere: deel I1 Waterhuishouding
(1974-212 Bf)
overdruk H20 20 februari 1969
R.IJ.P.rapporten 353-1975
345- "
363- "
365- "
367- "
386- "
387- "
Werkdocument 1974-257 Bbo.
Bijlage 3.
AMSTERDAM
I. Algemene gegevens
Uitbreiding: Banne-Buiksloot
Oppervlakte: 84 ha
Het plan is momenteel in uitvoering. Gepland zijn in deze uitbreiding
2550 woningen met een gemiddelde woningbezetting van ca. 3 personen,
zodat er in totaal ca. 7650 personen komen te wonen.
Per jaar worden er gemiddeld ca. 850 woningen gebouwd.
De oppervlakte van het plan~ebied is als volgt onderverdeeld:
Verhard oppervlak
: 55%
Oppervlak open water: 8%
Onverhard oppervlak : 37%
Terwijl het onderharde
te verdelen in:
Openbaar groen:
Privi5 groen
:
Sportvelden
:
oppervlak in deze uitbreiding verder is onder
%
%
0%
Van het verhard oppervlak van het plangebied zal ca.
20% bebouwd worden.
2. ~ o d e m k u n d i ~ - h y d r o l o g i s c huitgangssituatie
e
-
2 . I. Geologie
- - - - --
Het pleistocene zand komt voor op een diepte van ca. 12,50 m I N.A.P.
Hierboven bevindt zich een ruim I I n dik pakket holocene afzettingen
bestaande uit een veenlaag ( zgn. Hollandveen) op het pleistocene zand.
Deze laag werd tijdens het stijgen van de zeespiegel afgedekt met oude
zeeklei.
-------bodemgesteldheid
---------2.2. De
Direct onder het maaiveld komt een pakket zeer slappe lagen voor. Dit
pakket bestaat uit veen en klei.
2.3. kt-grondwater
De grondwaterstand in het gebied van de Banne-Buiksloot varieert van
10-15 cm
m.v.
2.4. Het
reliEf
---------De maaiveldhoogte varieert van 1,20 - 1,70 m
I N.A.P.
2.5. De
afwatering
-----------Het gebied Banne-Buiksloot is gelegen in de polder Waterland, waarvan
het polderpeil 1,431U;N.A.p. is, plaatselijk kwam onderbemaling voor
tot 1,93 m I N.A.P.
Afvoer van het water vindt plaats op de boezem van idaterland. Waterland
loost via een gemaal op Zijkanaal I (Nuordzeekanaal) en bij ~lonnickendam op het IJsselmeer.
Het kvaliteitsbeheer van het oppervlaktewater berust bij het ~oogheemrnadschnp van de Uitwaterende Sluizen in West Friesland en ~ennemerland.
Het kwantiteitsbeheer bij het Hoogheemraadschap Waterland.
3. Bouwrijpmaken
Onder bouwrijpmaken wordt in Amsterdam verstaan a1 datgene wat voor het
begin van de bouw wordt gedaan met het betreffende terrein. Het omvat
het verwijderen van bestaande opstallen, het ophogen van het gehele
terrein, aanleg van riolering, bouwstraten, h~ofdleidin~en
van nutsbedrijven. Definitieve bestrating en afwerken van het terrein na de bouw
valt niet onder het bouwrijpmaken (gereedmaken terrein).
-----------3.2. Voorbereiding
De voorbereidingen voor het bouwrijpmaken worden door de gemeente zelf
gedaan.
Er zijn 25 boringen verspreid over het gehele terrein gedaan, terwijl
met deze gegevens de ophoogdikte wordt bepaald.
Gesondeerd wordt er alleen ten behoeve van de huizenbouw.
Vonraf wordin er geen peilbuizen geplaatst.
3.3. Stragtpeil
Het straatpeil werd bepaald op 1,30 m + waterpeil aan de gevel. Dit betekent ongeveer 1,15 + waterpeil in het hart van de weg.
Uitgangspunt is bij de bepaling van het straatpeil ten opzichte van
N.A.P. het bestaande ~olderpeil (1,43 m G N.A.P.). Het onderbemalen
gebiedje is daarbij buiten de uitbreiding gebleven.
Het opspuiten wordt ineens uitgevoerd in verband met de opspuitkosten.
Verder vindt fasering plaats in deelgehieden.
Enige
aspecten
van het bouwriipmaken
3.5. -----....................
----3.5.1. Het
ophogen
en-de
bouwstraten
---------Om een ontwateringsdiepte van 0,80 m te verkrijgen, is besloten om integraal op te hogen. Aan de hand van zettingsprognoses wordt door de
eigen dienst de ophoogdikte bepaald. Deze bedraagt ca. 2,00 m , wnarvan
0,85 m ten gevolge van zetting verdwijnt.
Door regelmatige opname aan zakbaken wordt het zettingsproces gevolgd.
Er worden ten behoeve van nutsvoorzieningen of riolering geen speciale
constructies in verband met zettingen toegepast.
Benodigd ophoogmateriaal : Zand uit eigen zandput.
Transpurt naar stort
: Via buizen.
Eisen ophoogmateriaal
: Er worden geen eisen aan het zand gesteld,
het blijkt van redelijke kwaliteit voor
dit doel te zijn.
Verstuiving van het zand wordt tegen gegaan door het zand af te dekken
met 5 cm veen.
Het aanbrengen van het zand gebeurt normaliter I jaar voor de aanvang
- 80% van de aetting
van de bouw. Met een bouwtijd van 14-2 jaar is dan +
opgetreden, hetgeen acceptabel is in verband met het latere onderhoud.
Om vooral bouwpolitieke oorzaken kan het gebeuren dat er nog sneller na
het opspuiten met het.leggen van de ri'olering en de overige bouw gestart
wordt.
In de Ranne-Buiksloot wordt geen onderscheid gemaakt tussen woongebieden en centrumvoorzieningen.
Om het terrein ten behoeve van bouwcapaciteiten goed bereikbaar te maken, worden bouwstraten aangelegd. Door de gemeente wordt er eerst een
goede ontsluitingsweg aangelegd. In een later stadium wordt de definitieve bestrating gemaakt. Voor de verharding van de bouwstraten lnoet de
bouwaannemer zorgdragen. Door de bijzondere bebouwing was heL mogelijk
om de definitieve bestrating en de bouwstraten gescheiden aan te leggen.
De bouwstraten worden verhard met sintels en stelconplaten. De deEinitieve bestrating bestaat uit betonklinkerkeien.
3.5.2. -.!daterhuishouding
-- - ---Drainage : In principe wordt er in her stedelijk gebied geen drainage
toegepast. Door de afdeling Beplantingen wordt er in de
grotere groene ruimten in toenemende mate drainage toegepast.
In de Banne-Buiksloot is door de snelle start van het rioleren (zelfs gedeeltelijk gelijk met het spuiten) een drain
in de rioolsleuf gelegd om te voorkomen dat andere kabels
en leidingen ook "in de natte" gelegd moeten worden.
..,
.
.
,,
Open water: De benodigde oppervlakte open water' is berekend op 6% van
het bruto-totaal oppervlak*. Het open water wordt in de
.vorm van grachten met een onderlinge afstand van minimaal
600 m uitgevoerd.
Deze afstand wordt beperkt door de lengte van de regenwaterriolering (r.w.a.1 en de gewenste drooglegging.
Met deze beperkingen ten aanzien van het open water moet d e stedebouwer
zijn plan maken, waarna de riolering ingepast wordt.
De te maken grachten hebben een gerniddelde breedte van 15 m. De waterdiepte is 1,00 m. De breedte van de grachten wordt hoofdzakelijk stedebouwkundig bepaald.
Nanst de normale walbeschoeiing wordt soms nog op ca. 1 m afstand van
de kant een tweede beschoeiing aangebracht. Deze dient om te voorkomen
dat de begroeiing op de plasbermen (diep ca. 20 cm) tijdens onderhoudswerkzaamheden in de gracht wordt vernietigd. (Niet in de Banne-Buiksloot).
Bij ieder gernanl bevindt zich een inlaat om de grachten door te spoelen.
Tijdens het bouwrijpmaken worden de grachten a1 gegraven, de afwerking
van taluds en het op diepte brengen vindt in de terreinafwerkingsfase
plaats.
Functie van de grachten: Berging en transport van water
Esthetisch
.Terugbrengen van natuur en milieu (inplanten
bermen etc.) in de stad.
In verband met het hoge zoutgehalte van het zand wordt diepdrainage
toegepast. Deze heeft geen ontwaterende functie. Echter we1 het opvang e n van het zoute water. Het water wordt via een hoofddrain afgepompt
naar de zuigerput. De drains liggen om de 50 m net onder het zandpakket.
Als materiaal wordt p.v.c. ribbeldrain met cocosomhulling toegepast.
Totdat het zoutgehalte lager is dan 850 mg/l moet men het water opvangen.
Daarna kan op de polder geloosd worden.
Aan het.eind van de hoofddrain vindt regelmatig bemonstering plaats.
De gemeente analyseerd deze monsters en geeft de getallen door aan Uitwaierende Sluizen en Waterland.
3.5.3. Riolering
Het ontwerp van de riolering geschied door de eigen dienst. Er is gekozen voor een gescheiden stelsel in verband met de hoeveelheid te zuiveren afvalwater.
De ontwerpcriteria zijn als volgt:
Regenwaterriool (r.w.a.): 70 l/sec/ha
Het r.w.3.-riool wordt uitgevoerd in betonnen
en p.v.c.-buizen met een variahele diameter
vanaf 0 250 mm.
Het r.w.a.-riool ligt horizontaal met een
gronddekking van min. 0,70 m, het r.w.a.
loost op het open water.
Vuilwaterriool (d.w.a.) : 130 l/inw/etm (3 1/1000 inwlsec.).
Ook het d.w.a.-riool wordt uitgevoerd in beton- en p.v.c.-buizen. Het net ligt onder een
helling van 1:500; de minimale gronddekking
is 1,00 m
m.v. De diameter van de buizen is
0 250 mm.
Het d.w.a.-riool loost OD een ondcrheid stamriool.
Er worden verschillende huisaansluitingen via
G n put op het d.w.a. aangesloten. Door de
grilligere bebouwing (hofjes) is dit niet altijd mogelijk en vindt per hui.s aansluiting
plaats op het d.w.a.
3.5.4. Terreinafwerking
------Ten behoeve van de terreinafwerking wordt ter plaatse van tuinen en
openbaar groen 40-50 cm grond aangebracht. Deze grond is afkomstig uit
grachten, kaden en uit een zandput (bovenliggende lagen).
De hoeveelheid benodigde grond bepaald de aard van de op te brengen
grond; heeft men veel grond nodig, dan wordt kleiig zand gebruikt. Heeft
men minder grond nodig dan wordt zandige klei gebruikt.
In dit uitbreidingsplan worden geen sportvelden aangelegd. Ontwerp en
aanleg geschiedt in het algemeen door de eigen dienst.
4. Informatie
Gesprek met de heren Bruggink en Van Wees van de afdeling Gereedmaken
Terreinen en Publieke Berken van Amsterdam.
Gesprek met de heer v.d. Pasrdt van de afd. Riolering van de Publieke
Werken van Amsterdam.
Bijlage 4.
APELDOORN
1. Algemene gegevens
Uitbreiding: D e Maten
Totale oppervlakte: 560 ha
Het plan is momenteel in uitvoering. In deze uitbreiding zijn 9800 woningen gepland met een gemiddelde woningbezetting van 3,2 personen. Het
inwonertal komt hiermee op 31.500 personen.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt onderverdeeld:
: 37%
Verhard oppervlak
Oppervlak open water: 3%
Onverhard oppervlak : 60%
Het onverhard oppervlak in deze uitbreiding is als volgt onderverdeeld:
Openbaar groen
58%
Priv6 groen
36%
Sportvelden
6%
Van het verhard oppervlak zal ca. 35% bebouwd worden
2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
."
-
2.1. ----Geologje
Het pleistocene zand komt in D e Maten voor op een diepte van 13-8 m
+ N.A.P. Hierboven bevindt zich een 2,50-3,50 m dik pakket holocene afzettingen, bestaande uit lemig fijn tot lemig grof zand a1 dan niet
hun~eus, grindhoudend en/of verontreinigd met veenbandjes. Dit pakket
is als volgt opgebouwd:
0- 30 cm
m.v. humeus sterk lemig fijn zand
30-300 cm G m.v. zwak lemig matig fijn tot matig grof zand (verontreinigd)
.300-330 cm
m.v. platerig veen'.
.
.
+
Het gebied is voorzien van een humeuze bovengrond, waarin vooral in nattere tijden hoge grondwaterstanden voorkomen. Het grondwater kan ten gevolge van de op ca. 3 m diepte liggende veenlaag slecht weg.
2.3. Het
----grondwater
--------De grondwaterstanden in het gebied varieren van 0,20-0,30.m 4 m.v. tot
in het maaiveld. In perioden van aanhoudende droogte kan het grondwaterniveau dalen tot 1 ,to-1 ,30 m
m.v.
Het grondwater is sterk ijzerhoudend.
+
De maaiveldsligging varieert van ongeveer 9,00 m + N.A.P. in het oostelijke decl tot + 12,OO m
N.A.P. in het westelijke deel van het uitbreidingsplan.
.
2.5. De
afwateriag
------------
De Elacen ligt in het polderdistrict Veluwe. Het kwantiteitsbel~eervan
het water buiten De Maten berust bij het polderdistrict Veluwe. Het
:. :
&,
kwaliteitsbeheer berust bij het zuiveringsschap Veluwe.
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie:
--------Onder bouwrijpmaken worden door de gemeente Apeldoorn verstaan alle
werkzaamheden door de gemeente uit te voeren, tot het kant en klaar opleveren van het gebied. Het betreft onder meer de ontwatering, het zonodig ophogen, de wegenaanleg (eerst alleen de bouwstraten), riolering,
aanleg van voorzieningen en het afwerken van de terreinen na de bouw.
3.2. Voorbereidingen
Alvorens met het bouwrijpmaken begonnen wordt, worden in eigen beheer
sonderingen, boringen en peilbuiswaarnemingen verricht. Op het gebied
van verlaging van het grondwaterpeil en waterkwaliteit worden adviesbureaus ingeschakeld.
Het betreft de volgende hoeveelheden en bijbehorende diepten:
Totaal sonderingen 40 d.i. 1/14 ha tot een diepte van 20-25 m 4 m.v.
Totaal boringen
34 d.i. 1/16 ha tot een diepte van 5.10 m
m.v.
10 d.i. 1/56 ha tot een diepte van 13-30 m Z m.v.
Totaal peilbuizen
56 d.i. 1/10 ha tot een diepte van 1,50 m m.v.
.
Het nieuwe straatpeil wordt bepaald door het bestaande maaiveld en de
verhanglijn van de riolering.
Doordat het terrein enigszins hellend is, is het mogelijk om de riolering onder vrij verval te leggen. Tevens kunnen oude opstallen en houtgewassen zoveelmogelijk gespaard blijven.
Het gehele plan wordt in fasen uitgevoerd. Het grootste deel van het
bouwrijpmaken wordt per deelgebied voor de bouw uitgevoerd.
3.5. Enkele
onderdelen van het bouwriiprnaken
................................
----3.5.1. Het
ophogen
en-de
bouwstraten
---------Om in het gehele gebied voldoende gronddekking
- op
. de riolering te hebben,
zal het plaatselijk (de lagere delen) nodig zijn om extra grand op te
brengen. Op de hogere delen zal er wat dit criterium betreft grand over
kunnen blijven. Door te werken met een grondbalans, waarin ook de uit
cunetten en waterpartijen vrijkomende grond zijn opgenomen, is het mogelijk om tot een sluitende balans te komen.
Ter plaatse van verhardingen worden cunetten gegraven,die vervolgens
opgevuld worden met zand. De volgende diepten worden daarbij aangehouden:
Hoofdwegen
50-80 cm t.0.v. toekomstig maaiveld
Iiijkwegenlstraten gem. 50 cm t.0.v. toekomstig maaiveld
Parkeerplaatsen gem. 50 cm
"
II
1,
Tegelpaden
gem. 15 cm
"
De gemeente heeft een eigen zandput. Het zand wordt per as naar het
werk gebracht. Aan het zand worden geen specifieke eisen gesteld.
Er komt nagenoeg geen zetting voor. Er worden dan ook geen specifieke
constructies ten behoeve van nutsvoorzieningen en riolering toegepast.
In dezr bouwrijpmaak-fase worden twee verhardingssystemen toegepast:
- asfaltfunderingslaag
- betonklinkerkeien op kop gestraat.
Van het totale stratennet wordt ca. 60% als tijdelijke verharding uitgevoerd.
Diversen: Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen woongebieden en centrumvoorzieningen met betrekking tot het bouwrijpmaken, we1 in vergelijking met industrieterreinen. Deze worden 1 m opgehoogd met zand, zodat
deze terreinen niet gedraineerd behoeven te worden. Bovendien is door deze ophoging vrije lozing van de riolering mogelijk. Het zand wordt per
as vervoerd.
.
3.5.2. Waterhuishouding
------Het ontwateringssysteem moet aan de volgende criteria voldoen:
Een drooglegging van 0,70 m ) m.v. mag slechts I x per jaar worden overschreden. Dit betekent dat de bodem van de kruipruimten het gehele jaar
nagenoeg droog zal zijn.
Hiertce wordt een drainagesysteem in combinatie met open water toegepast.
D r a d : Ontwerpcriteria
Afvoer: I0 mmfetm.
Drooglegging: 0,70 m 4 m.v.
Diepteligging drains 2-3,50 m 4 m.v.
Onderl'inge afstand drains 40-120 m (excl. veiligheid).
Aanlegtijdstip drainage: voor aanvang van de bouw, machinaal.
Drainagemateriaal + omhulling: p.v.c.-ribbeldrain met cocos of nylonomhulling
Het drainagenet loost op een gladde verzamelleiding. De drainage ligt
in verband met ijzerafzetting onder het grondwaterniveau. Door middel
van een zwanehalsconstructie komt het water uit de zuigdrain in de zo
mogelijk hoger liggende verzamelleiding. Deze loost vrij op het open
water.
Doorspuitmogelijkheid: Alle drains zijn voorzien van een doorspuitmogelijkheid
Doorspuitfrequentie : De noodzaak van doorspuiten wordt in l~oofdzaak
bepaald aan de hand van peilbuiswaarnemingen,
1 x per maand.
Veiligheid
: in verband met verstoring van de drains tijdens
de bouw wordt de berekende drainafstand gehalveerd. De berekende drainafstand is mede gebaseerd op een bebouwingsdichtheid van 40%.
- Verticale drainage
..................
Deze wordt niet toegepast.
- Open
water
..........
De ontwerpcriteria voor de bepaling van het oppervlak open water
luiden als volgt:
Bergingsberekening vlg. Oostwoud-Wijdenes.
. Bemalingscapaciteit 54 m3/min.
Bij een wateroppervlak van 3% kan 1 x per 50 jaar een ~eilstijging
van 40 cm optreden. In verband met ruimte is voor sommige delen een
peilstijginp, van 80 cm I x per.50 jaar toegelaten.
.
Het o p e n water wordt verwezenlijkt in de vorm van singels met pen on-
derlinge afstand van 400-500 m. D e singels hebben een waterbreedte van
ca. 12 m en een waterdiepte van 1,20 m. Om veiligheidsredenen worden de
plasbermen met een breedte van 1,50 m van een puinbestorting voorzien.
De waterdiepte van de plasberm is 15 crn.
Op het hydrologisch gebied zijn er verschillende werkwijzen gehanteerd.
In de wijk Zevenhuizen is alleen open water toegepast, (vijvers in
carrgvorm met onderlinge afstanden van 400-500 m) en in een deel van
D e Maten alleen drainage. In dit verslag wordt uitgegaan van het gedeelte met zowel drainage als open water. Het breken van de veenlaag geeft
een te groot kwelbezwaar.
In verband met de afvoer van het water vindt het graven van de singels
in een zo vroeg mogelijk stadium plaats.
Functies van de singels:
Berging en transport van water.
- Geen actieve recreatieve Eunctie (dit geldt voor het merendeel van
de vijvers).
- Overstort voor de riolering.
-
3.5.3. Riolering
---Het ontwern van de riolerina aeschiedt
door de eizen
- dienst van de nemeentk: Uit kostenoogpunt is gekozen voor een gemengd stelsel, dat
loost op een r i o o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e .
Ontwerpcriteria riolering:
Regenwater: bui van 9 0 l/sec/ha (p=l vlg. Reinholt en Oosterhout)
berging in riool: 6,9 mm
Vuil water: 150 l/inw/etm.
overstortfrequentie 5 x per jaar.
-
.-
Het rioleringssysteem wordt uitgevoerd in betonnen buizen, met p.v.c.
huisaansluitingen. De riolering-ligt veelal boven het drainagesysteem,
zodat het niet nodig is om extra maatregelen bij de uitvoering te treffen.
Naast het gemengde stelsel in het woongebied, past men een gescheiden
stelsel toe in de reeds in 3.5.1. (diversen) genoemde industrieterreintjes. Menhnnteert hierbij de volgende normen:
Regenwaterriool: 90 llseclha
Vuilwaterriool : 1 llseclha
Het regenwaterriool loost op het open water en het vuilwaterriool op de
rioolwaterzui.veringsinstal1atie.
De redenen van dit gescheiden s.telse1 zijn:
- grote hoeveelheid verhard oppervlak
- kleine droogweeraEvoer
Door het Polderdistrict Veluwe worden de volgende eisen gesteld aan
het te lozen water:
- kwalitatief, niet meer dan 5 overstorten per jaar van de riolering op
her open water. IJzergehalte mag maxinlaal 7,5 mg/l zijn.
- kwantitatief, er mag maximnal 4000 rn3/jaar geloosd worden. De afvoer
per tijdsecnheid wordt beperkt door twee vijzels lllet
een totaalcapaciteit van 900 llsec.
3.5.4. Terreinafwerking
------Tuinen, openbaar groen en taluds van grachten worden afgedekt met zwarte grond. Deze vaak humeuzere bovengrond wordt uit het werk verkregen.
Ook deze "ophoging" vale onder de grondbalans. De ophoogdikte is 25 cm.
In dit plan liggen sportvelden. Om deze bespeelbaar te maken is het volgende gedaan:
- vooronderzoek waterbeheersing en grondsamenstelling ten behoeve van
Cultuurtechnische IJerken;
- mengend spitten tot een diepte van 70-90 cm, de bovenlaag moet zwak
humeus zijn, (max. 4% humus);
- draineren op een diepte van 1-1,20 m, een onderlinge afstand van de
drains van 10-13 m, zuigdrains lozen op sloot of verzamelleiding;
- afwerken van het terrein (egaliseren, inzaaien etc.).
4. Informatie
- gesprek met de heren Bergman en van Berkum.
- Voorstudie drainage wijk Matengaarde.
- Enige tekeningen (boorgegevens en peilbuiswaarnemingen).
Bijlage 5.
DELFT
1. Algemene gegevens
Uitbreiding: Tanthof
Oppervlakte: 150 ha
Het plan is in uitvoering volgens het bestemmingsplan van 1972 met de
latere wijzigingen. Naar verwachting zal in 1976 gestart worden met de
bouw.
In totaal zullen 3850 woningen worden gebouwd met een gemiddelde woningbezetting van 3,3 inwoners. Het plan omvat dan totaal 13.000 inwoners.
Per jaar zullen ca. 600 woningen gebouwd worden.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt onderverdeeld:
Verhard oppervlak
: 37%
Oppervlak open water: 7%
Onverhard oppervlak : 56%
Het onverharde oppervlak in dit plan is als volgt verdeeld:
Parken, plantsoenen
Sportvelden
nog niet vastgesteld.
PrivE tuinen
Van het...totale oppervlak zal ca. 10% bebouwd worden.
2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
2.1. Geologje
De ondergrond kan worden gekarakteriseerd met het "IJest Hollands profiel".
N.A.P.
Het pleistocene zand komt voor op een diepte van ongeveer 19 m
Daarop bevindt zich een I 2 2 m dikke laag basisv%en. Daarboven komt een
ca. 17 m dik pakket holocene afzettingen voor, die voornamelijk bestaan
uit veen, zand, zavel en klei, in verschillende perioden gevormd. Dit
pakket is van onder af onder te verdelen in:
- afzettingen van Calais (zand, klei, veen) + 12 m
- Hollandveen I 2 2 m
- afzettingen van Duinkerke (zand, zavel, klei) 0 2 3 m.
K.A.P. bestaat de ondergrond u i ~slappe lagen.
Tot ca. 10 m
2.2. De
-------bodemgesteldheid
---------Het meer westelijk gedeelte van ~ a n t h o fheeft een kleidek, grotendeels
minder dan 80 cm dik, het grootste deel een dikte tussen 5 en 40 cm.
han de oppervlakte of onder de dunne kleilaag komt een I - 1,80 m dikke
veenlaag voor.
1iet oostelijke 'gedeelte van Tanthof heeft een kleidek, grotendeels dikker
dan 1,50 m. De onder het kleidek liggende veenlaag varieert hier van
4 0 - 80 cm.
2.3. is!-g~ondwater
In de veengronden in westelijk Tanthof komt het grondwater veelal tot
in het maaiveld en daalt niet dieper dan 60 5,100cm. In de moerige
gronden komt het grondwater veelnl tot in het maaiveld en in de kleigronden tot ca. 20 cm minus maaiveld.
2.4. ---------Het reliGf
Tanthof is globaal onder.te verdelen in twee delen:
- het oostelijke deel (ten oosten van de Abtswoudse wee) met een maaiveldhoogte grotendeels hoger dan 2,Oa.A.P. en een deel tussen 2,O
m I N.A.P. en 2,25 m I N.A.P.
- het westelijk deel met een maaiveld grotendeels lager dan 2,O m I
N.A.P. en een groot deel gelijk aan 2 , 5 0 m I N.A.P.
In het noordoostelijk deel bevindt zich een hoge rug, waarvan de bovenkant op een niveau van 1,50 1 1,75 m I N.A.P. ligt en die een uitloper heeft naar het westen.
2.5. pe-afyatey.ng
Het gebied van Tanthof ligt in de Lage Abtswoudse polder, waarvan het
polderpeil 2,70 m Z N.A.P. bedraagt.
Het boezempeil waarop de polder wordt uitgeslagen (de Delftse Schie)
bedraagt 0,40 m I N.A.P. In de toekomst is het lozingspunt gemaal Voorhof met een capaciteit van 83 m3/min. Dit gemaal verzorgt ook de lozing
van de Delftse wijken Voorhof en Buitenhof.
Het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer van het singelwater berust bij de
gemeente Delft.
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
-- ------Ondir bouwrijpmaken wordt verstaan (I):
Het door middel van ophogen en aanleggen van een ontwateringssysteem
bereikbaar en berijdbaar maken van het terrein. Het aanleggen van een
rioleringsstelsel, tijdelijke bouwstraten, definitieve straten en de
hoofdleidingen van de nutsvoorzieningen. Tenslotte behoort daaronder de
terreinafwerking.
(1) In de besproken wijk Tanthof komt enig industrieterrein voor. Voor
industrieterreinen worden, afhankelijk van de situatie, alleen wegen en
riolering aangelegd. Dit in verband met wensen toekomstige eigenaren en
discontinuiteit van de uitgifte.
3.2. Voorbereidingen
-----------De voorbereidingen zijn en worden door de eigen dienst gedaan. We1
wordt hierbij advies van derden ingewonnen.
Door het laboratorium voor grondmechanica te Delft zijn sonderingen en
boringen verricht.
sonderingen: totaal aantal 4 2 tot een diepte van 20 m m.v.
boringen
: totaal aantal 27 tot een diepte van 10 1 15 m Z m.v.
Bovendien waren 4 boringen (tot een diepte van ca. 22 m m.v.) uitgevoerd in opdracht van Proviniiale Idaterstaat Zuid-Holland ten behoeve
van de weg Nest Delft-Schiedam.
i
de voorbereidingen-is ook gebruik gemaakt van de door Stibokn ten
behoeve van het reconstructieplan Midden Delfland juist ten Zuiden van
Tanthof gemaakte profielen en knarten:
- oost-westprofiel tot 11,O m I N.A.P.
- bodemkaart
- veen- en slappe kleilagenkaart
+
- grondwatertrappenkaart
Een onderzoek naar kwelbezwaar heeft niet plaatsgevonden aangezien geen
wijziging van het polderpeil op zal treden.
3.3. -Straatpeil
----- --Uitgangspunten voor het straat~eilzijn het bestaande polderpeil van
2,70 m 4 N.A.P. en een ontwateringsdiepte van l,lOm,ter plaatse van de
watergangen. Het straatpeil is op 1,60 m I N.A.P. geprojecteerd.
De gehanteerde drooglegging is bepaald door:
- de kosten
- de diepteligging van kabels en leidingen ten opzichte van het waterpeil
- de stijghoogte van het grondwater onder de wegen (opvriezen).
3.4. Fasering
3.5. Enkele
onderdelen van het bouwriipmaken
................................
-----
-. .....
,
3.5.1. Het
ophogen
en-het
----- -bouwterrein
----Om het geprojecteerde straatpeil te kunnen bereiken wordt afhankelijk
van de oorspronkelijke maaiveldhoogte integraal opgehoogd, of er worden
ter plagtse van de wegen cunetten gegraven, die gevuld worden met zand.
De cunetten onder de wegen rnoeten dan 1 m diep zijn.
Uit zettingsprognoses van het L.G.M. te Delft is de overhoogte bepaald
van de op te brengen zandlaag. De overhoogte (50-80%) kan niet direct
worden aangebracht.
De ophoging mag niet boven het vloerpeil uitkomen als de woning klaar
is. De restzettingen komen ten laste van het normale onderhoud van
herstrating.
"Het is een compromis tussen streefpeil en haalbaarheid in verband met
het niet te hoog liggen van de straten ten opzichte van tuinen en stoepen".
Zsndpalen worden toegepast als rniddel om de zettingen te versnellen.
Als stramien wordt dan een net van 3 x 3 m met palen 0 30 cm gebruikt.
Benodigd ophoogmateriaal: Zand uit zeegaten, dat per schip naar Delft
wordt vervoerd en.per as naar het werk. Dit
omdat verondersteld wordt dat gezien de omvane van de werkzaamheden transport per buis
te duur is.
Eisen aan het ophoogzand: Het zand moet zg. Ballast zand,zijn;geheel
zonder voor het werk hinderlijke bestanddelen
31s koolas, stukken steen e.d. (zie voor san~enstellingafstudeerrapport T . A . N . ~oole).
Er vorden geen maatregelen tegen verstuiving getroffen.
voordat met de bouwactiviteiten
Het aanbrengen van het zand gebe~~rt
wordt gestart. Er wordt gestreefd nanr 5 jaar, wat in de praktijk niet
s t a r b l i t te zijn, zilddt n.1 I ?I 2 jaar begonnen wordt met de
bo~~w.
Om het terrein bereikbaar en berijdbaar te maken, worden bouwstraten
aangelegd als een deel van het definitieve stratennet. De gemeente zou
het liefst pas na de bouw straten en riolering aanleggen. In de praktijk
is gebleken dat dit niet haalbaar is.
Zanddikte onder:
wegen
1,10 m
voetlfietspaden
0,30 Z 0,40 m
parkeerplaatsen
0,70 m
3.5.2. Waterhuishouding
- --- -- : drainage wordt slechts incidenteel aangebracht
in verband
met kwetsbaarheid en geringe levensduur.
Verondersteld wordt dat de cunetten voor wegen en de door
cunetten ingesloten gebieden problematisch kunnen worden
in verband met wateroverlast. Om dit probleem teondervangen worden de cunetten onderling en met singels verbonden door middel van met zand gevulde sleuven.
- Drainage
-
- Open water: als ontwerpcriteria voor de bepaling van het percentage
open water worden aangehouden:
- grafiek van overschrijdingsfrequenties voor k-daagse
neerslagsommen, gebaseerd op de neerslag van 1877-1953
te Scheveningen, met verschillende periodiciteit
- van totale neerslag komt
40% direct in het open tater (verhard oppervlak-regenwaterriolen en open water)
40% komt als grondwater in twee dagen in dc weteringen
(20% op de eerste en 20% op de tweede dag)
20% wordt niet afgevoerd (verdamping enz.).
Berekeningswijze
................
Berekend wordt de af te voeren hoeveelheid water in m3/ha vanuit de
ontwerpcriteria.
b.v. periodiciteit 1 x 10 jaar-bui neerslag le dag 49 nun
2e dag 17 mnl
Af te voeren hoeveelheid water (m3/ha)
le dag 0,40 . 49
10 + 0,20 49
10 = 294 m3/ha
2e dag 0,20
49
10 + 0,40
17
10 +
0,20 m3/ha
.
.
.
.
.
.
.
Voor elke periodiciteit 0,2, 0,5, 1, 2, 5, 10 en 25 jaar en voor I t/m
15 dagen wordt dit uitgerekend. Deze hoeveelheden worden geakkumuleerd)
weergegeven als neerslag-tijd krommen voor verschillende periodiciteit.
In dezelfde grafiek worden afvoerlijnen voor verscl~illendebemalingscapaciteiten uitgezet.
Bij een oppervlakte open watervan q% van de oppervlakte van het totale
plnngebied is, afhankelijk van de schaal, uit de grafiek de peilstijging
af te lezen als functie van q.
De keuze die gemaakt wordt is afhankelijk van relaties tussen gemaalcapaciteit, oppervlak open water, toelaatbare peilstijging.
Gekozen voor:
gemaalcapaciteit gemaal
=
waarvan t.b.v. Tanthof
=
toelaatbare peilstijging
=
benodigde oppervlakte open water =
83
16
25
50
m3/min.
m3/min.
cm
ha = 7%
Het open water wordt verwezenlijkt in de vorm van singels met een onderlinge afstand van 2 0 0 m, een breedte van 7 2 1 0 m en een diepte van I m.
De afstand wordt bepaald door beperking van de kosten van de regenwaterriolering en de g r o n d w a t e r p e i l b e h e e r s i n g .
De breedte wordt bepaald door de doorstroming en de berging.
Er worden 0 , 5 0 m brede plasbermen aangelegd met een diepte van 12 cm
onder het vaste singelpeil.
Doorspoelmogelijkheden van het singelstelsel:
......................
Doorspoelen naar behoefte met water uit de boezem; dit wordt gerealiseerd door inlaten.
Tijdstip van aalileg van de singels
..................................
De singels worden gedeeltelijk tijdens le fase bouwrijpmaken aangelegd
en gedeeltelijk ten tijde van oplevering van de woningen.
Functie. van de singels:
......................
.
.
herging en transport van open water
brl~eersingvan het grondwaterpeil.
3.5.3. Riolering
---Het ontwerp
. .
van de riolering geschiedt door de eigen dienst van de gemeent;:
Er is gekozen voor een gescheiden stelsel in verband met:
a) beperking capaciteit vuilwatergemaal
-----b)
beperking van dure afvoer naar zee
C) voorkoming van overstorten O? oppervlaktewater
d) beperking doorsnede vuilwacerriool.
Het regenwaterriool (r.w.a.) wordt gedimensioneerd volgens een berekeningsregen van 83 l/sec/ha en de druklijn niet hoger dan 0 , 2 0 m onder
straatpeil.
Als materiaal voor de buizen wordt voor de diameter 0 20 cm p.v.c. gekozen, terwijl voor grotere diameters (0 3 0 , 0 4 0 cm) beton w0rd.t gebruikt.
De diepteligging van de r.w.a.-buizen moet zodanig zijn dat de binnenbovenkant buis tenminste 0 , 2 0 m onder het polderpeil ligt.
De minimale gronddekking van de buizen dient I m te bedragen in verband
met kruisende leidingen; de maximale diepte van de binnenonderkant buis
bedrnagt 5 , 4 0 m
N.A.P. bij het rioolgemaal.
Het vuilwaterriool (d.w.a.).._wordt gedimensioneerd op een afvoer van
115 l/inw/etmaal. Het d.w.a.-riool wordt uitgevoerd in p.v.c.- en betonbuizen met variabele diameters.
Het r.w.a.-riool loost op het open water, terwijl het vuilwater via
een persleiding naar zee wordt getransporteerd.
De hoofdriolen worden onderheid en tijdens de uitvoering ervan worden
damwanden geheid.
3.5.4. Terreinafwerking
------Het met zand ooaehooade
.
- -aebied wordt ter ~ l a a t s evan openbaar groen
afgedekt met 4 0 cm grond, die tot een diepte van 7 0 cm verschraald
wordt met het onderliggende zand. De benodigde grond wordt verkregen
-
uit cunetten, singels.en bouwputten.
De te verkopen grond wordt niet door de gemeente afgewerkt.
Bomen worden geplant in een plantgat van I m3.
In Tanthof worden geen sportvelden aangelegd.
Over het algemeen worden sportvelden ontworpen en aangelegd door derden.
4. Informatie
1 . Gesprek met dhr.ir. Reijntjes, hoofd afd.
W. + W. Gemeente Delft
4-5-1976
2. Rapport
'
- bepaling van de capaciteit van een gemaal voor een stadspolder
(acteuy datum)
3. Het planningsproces van de Delftse wijken Buitenhof en Tanthof
J.H. Fransen (afstudeerrapport). Centrum Technische Milieukunde,
Technische Hogeschool Delft oktober 1974.
-.
Ontwatering Tanthof, een onderzoek naar de ontwatering van de nieuw
aan te leggen stadswijk Tanthof van de gemeente Delft, gelegen in een
poldergebied.,,
P.A.H.,Koole (afstudeerrapport) Afdeling Civiele Techniek, Technische
Hogeschool Delft januari j 9 7 5 .
Bijlage 6
ENSCHEDE
I. Algemene gegevens
Uitbreiding: Stroinkslanden noord en zuid
Oppervlakte: 135 ha.
Het plan is sinds 1971 gedeeltelijk in uitvoering, dat wil zeggen dat
alle facetten van het bouwrijpmaken tot de oplevering van de woningen
naast elkaar voorkomen.
Het plan houdt rekening met ca. 4200 woningen met een gemiddelde woningbezetting van ca. 2,9 inwoners. Het plan bevat dan totaal ca. 12000 inwoners.
Per jaar worden ca. 350 woningen gebouwd, tot oktober 1976 zijn er in
totaal 1780 woningen gereed gekomen.
De oppervlakte van het plan is als volgt onderverdeeld:
: niet bekend
Verhnrd oppervlak
Oppervlakte open water: ca. 5%
Onverhnrd oppervlak
: niet bekend
Het onverhard oppervlak in dit plan is als volgt onderverdeeld:
niet bekend
Sportvelden
,
... .. 2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
2.1. Geologie
---- -De ondergrond kan worden gekarakteriseerd met het Twentse bodemprofiel.
Het pleistocene zand komt voor op sterk wisselende diepte. Daarboven
bevindt zich een sterk in dikte varierende laag keileem, die weer nfgedekt wordt door leemhoudend zand.
De boven het Pleistoceen voorkomende lagen behoren tot het Holoceen.
2.2 -------De bodemgesteldheid
---------De bodemgesteldheid in Stroinklanden is sterk variabel, zodat eigenlijk
geen laagdikten kunnen worden genoemd. Globaal kan worden gezegd dat
een laag sterk leemhoudend zand voorkomt op een laag klei of zand, gevolgd door een ca. 7 m dikke, harde, groene kleileemlaag, die verontreinigd is met veenlaagjes.
2.3. Het
---- grondwater
--------In de leemgronden komt het grondwater door de capilaire werking tot
een niveau van ca. 1,O m 4 m.v.
2.4. Het
reliEf
---------Uit de maaiveldswaterpassing van de gemeente blijkt dat de maaiveldshoogte varieert van 39,O tot 4 8 , 0 m + N.A.P. Het gebied is sterk geaccidenteerd en helt van zuid-oost naar noord-west.
2.5. De
-----------afwatering
Struinlilanden is gelegen in een bekengebied. Aan de oostzijde van Enschede stroomt de Dinkel, aan de westzijde de Regge. Er wordt naar ge-
streefd om de afvoer op deze beken het debiet van het oorspronkelijk
agrarisch terrein niet te laten overschrijden om overstroming te voorkomen
Het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater berust
bij het waterschap Regge en Dinkel.
.
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
- - - -----Onder bouwrijpmaken wordt in Enschede verstaan het zonodig egaliseren
van het terrein of gedeelten ervan, de aanleg van riolering inclusief
de zg. bergingsvijvers en de aanleg van de bouwstraten met de hoofdleidingen van de nutsvoorzieningen.
Daarnaast kent men het begrip woonrijpmaken, dat de definitieve bestrating omvat, tcsamen met detailleidingen en terreinafwerking.
3.2. -----------Voorbereidingen
-De voorbereidingen worden door de eigen dienst Openbare Werken gedaan.
. . ...
...
Door de eigen dienst wordt een kwadraat waterpassing uitgevoerd om een
indruk te krijgen van de maaiveldshoogte.
Daarnaast'worden
boringen (1 tot 4 per ha) uitgevoerd om een indruk te
verkrijgsn van de bodemgesteldheid.
Het totaal aantal boringen bedraagt ca. 250, waarbij de diepte van
3 tot 6 m f m.v. varieert.
In totaal zijn 9 peilbuizen geplaatst toteen diepte van 3 % 6 m Z m.v.
~
3.3. -Straatpeil
----- -- -
.q.I."
i , .
Het gebied om Enschede is enigszins geaccidenteerd en te~elijkook
hellend van oost naar west. Van dit natuurlijke gegeven probeert men
zoveel mogelijk gebruik te maken ten aanzien van de riolering. Dit
betekent dat plaatselijk ontgraven dan we1 opgehoogd dient te worden
om een vrij verval van de riolering te kunnen handhaven.
De diepte van het rioleringsstelsel is bepalend voor de hoogte van het
toekomstig maaiveld en ook voor de hoogte van het straatpeil.
In Stroinklanden varieert de hoogte van het straatpeil zo van 38,66 tot
47,80 m Z N.A.P.
De hoogte van het straatpeil wordt dus niet bepaald door een gewenste
drooglegging.
3.4. -Fasering
- - ---Het bouwrijpmaken wordt in fasen uitgevoerd, waarbij 5 tot 15 ha per
fase wordt. verwerkt.
De omvang van de fasen wordt bepaald door de grootte van de delen van
he: stedebouwkundig plan.
3.5. Enkele
onderdelen van het bouwriipmaken
................................
----Voordat met bouwrijpmaken wordt begonnen wordt van het gebied eerst fen
inventarisatie gemaakt van de aanwezige opstallen en het aanwezig groen
om vast te kunnen stellen welke zedeelten hiervan gespaard dienen te
worden.
3.5.1. Het
ophopen
en-de
bouwstraten
--1------Doordat de bovenliggende lagen een relatief hoge vastheid hebben en
veelal een fundering op staal voor laagbouwwoningen mogelijk maakt,
wordt gesoonlijk niet opgehoogd met zand.
We1 wordt plaatselijk de aanwezige bovengrond afgegraven om elders lagere gedeelten op te hogen, waarbij telkens gewerkt wordt met een grondbalans. Hiervoor dient we1 bekend te zijn hoe de woningen worden gefundeerd.
Indien de huiten de bouwputten e.d. aanwezige bovengrond sterk leemhoudend is, word deze overca. 20 2 30 cm diepte weggehaald en vervangen
door grond (afkon~stiguit cunetten, waterpartijen).
Voor de wegen worden cunetten gegraven, die opgevuld worden met minimaal
50 cm zand, dat per as aangevoerd wordtuiteen zandput dan we1 uit het
wcrk. Aan het zind wnrden geen eisen gesteld. Het blijkt van een redelijke kwaliteit te zijn.
Er komen nagenoeg geen zettingen voor.
Bouwstraten worden op de plaats van de definitieve wegen gelegd. De
verharding ervan bestaat uit betonklinkerkeien op de kop gestraat in
blokverband of uit een asfaltfunderingslaag.
De volgende zanddikten worden nagestreefd:
wegen
: 0,50 m
fiets)v6etpaden: 0,20 m
parkeerplaatsen: 0,40':m
- .
~-..
dlversen:
Een gedeelte van de sterk leemhoudende grond wordt gebruikt voor de aanleg van speelheuvels.
Idaterhuishouding
3.5.2. - -- - -- Drainage : drainage wordt alleen aangelegd in wegcunetten en in parkgebieden. Hiervoor worden gecn ontwerpnormen gclianteerd.
De diepteligging van de-drains bedraagt ca. 0,60 m
m.v.
Als materiaal wordt p.v.c.-ribbeldrain 0 65 mm, omstort
met grindzand,gebruikt
De drainage loost op het regenwnterriool via aansluitpunten, die om de 40-30 m gemaakt worden.
Er wordt geen onderhoud gepleegd aan de drainage.
.
Open water: Open water in de vorm van grachten wordt niet aangelegd.
We1 is er aan de oostzijde een kwelsloot gegravcn, die in
verbinding is gebiacht met een bestaande beek.
Bovendien worden zg. reguleringsvijvers aangelegd, die worden behandeld onder hoofdstuk riolering (3.5.3.).
3.5.3. Riolering
---Het ontwerpen van de riolering geschiedt door de eigen dienst. Er wordt
een gescheiden stelsel toegepast om de ~ioolwaterzuiverin~
niet te belasten met. regenwater.
Het regenwaterriool (r.w.a.) wordt gedimrnsioneerd op een:
~erekeningsregenvan 80 l/sec/ha gedurende 15 minuten, vrij afvoerend
bij 802 vulling van de buis.
Het r.w.2.-riool wordt uitgevoerd in p.v.c.-betonbuizen met diameter
0 30, 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100 en 125 cm.
De diepteligging van de buizen bedraagt minimaal 1 m + wanddikte + diameter. De overlaten monden ca. 0,30 m onder het peil in de reguleringsvijvers uit.
Het vuilwaterriool (d.w.a.) wordt gedimensioneerd op:
Een afvoer van 250 l/inw. gedurende 10 uur per etmaal. Het d.w.a.-riool
wordt uitgevoerd in betonbuizen met diameter 0 30 en 0 40 cm.
De diepteligging bedraagt 1 m + wanddikte +'diameter.
Tijdens de aanleg van de riolering wordt afhankelijk van de bodemgesteldheid een open bemaling of bronbemaling geinstalleerd.
De riolering wordt niet onderheid.
Het d.w.a. loost via een rioolwaterzuiveringsinstallatie op de Regge.
Het regenwaterriool loost via reguleringsvijvers op zowel de Regge als
de Dinkel.
Reguleringsvijvers zijn kunstmatig aangelegde vijvers die tot doe1 hebben
de regenwaterafvoer uit de bebouwde gebieden terug te brengen tot de
oorspronkelijke agrarische afvoer.
Rij hoge waterstanden in de beken is het niet mogelijk om te lozen in
verband met.,gevaarvoor overstroming
De reguleringsvijvers moeten het
regenwatei'.bergentotdat er weer een lozing mogelijk is. Het iq niet
zonder meer noodzakelijk dat de reguleringsvijvers verspreid door het
uitbreidingsplan worden gesitueerd, omdat deze niet direct een functie
Eenaanzien van de waterbeheersing hebben. In Enschede zijn deze waterpartijen dan ook grotendeels aan de periferi van de bebouwde gedeelten
gelocaliseerd, vaak deel uitmakend van recreatiegebieden.
.
,
Het totaal oppervlak van deze vijvers bedraagt 20,5.ha, verdeeld over
de gemeente Enschede. Elke vijver heeft een eigen blijvend waterpeil.
Deze peilen varieren van 50,30111+ m.v. tot 32,50 m + m.v. Dit peil mag
100 cm stijgen.
Het waterschap Regge en Dinkel ontvangt de rioleringsplannen met de reguleringsvijvers ter goedkeuring. In praktijk betekent dit dat alleen
de hoeveelheid te lozen water wordt gecontroleerd, die niet groter mag
zijn dan de afvoer van het oorspronkelijk agrarisch gebied ter plaatse.
Kwalitatief worden geen eisen gesteld omdat het vuile water gezuiverd
wordt en het regenwater nog geen problemen oplevert.
3.5.4. Terreinafwerking
-- - - - - Doordat het bestaande maaiveld naeenoea
- overal aehandhaafd wordt behoeft er ten aanzien van de terreinafwerking weinig te gebeuren.
Zware leem aan het oppervlak wordt over een dikte van 20 2 30 cm vervangen door minder leemhoudend grond.
Bestaand groen wordt zoveel mogelijk gehandhaafd terwijl nieuw te planten bomen een plantgat krijgen.
~~
~
-
-
In ~troinklandenworden geen sportvelden aangelegd. Sportvelden worden
in het algemeen ontworpen en nangelegd door derden.
4 . Informatie
I. gesprek met de heer ing. Jansrn, hoofd Voorbereiding Werken van de
Civieltechniscl~eAfdeling gemeente Enschede, d.d. 11-5-1976.
2. K
t - st~~dsplnttcgrund.
3. I
- 1 ' 1 1 1 i s 1t i t i n i j Iict gl oh:1;11 bt~stenm~ingspi-an
S CI.,,ink1 :~ndc~n-N,wi-d.
I
Bijlage 7.
LELYSTAD
,.
.
1. Algemene gegevens
Omdat Lelystad een geheel nieuwe stad is en nog wordt, wordt bij het
onderstaande uitgegaan van de totale ontwikkeling tot nu toe.
De oppervlakte van het totale gebied bedraagt 7740 ha.
In Lelystad komen alle factoren van bouwrijpmaken tot het opleveren van
de woningen voor.
In totaal zullen ca. 31.000 woningen worden gebouwd met een gemiddelde
woningbezetting van 3,2 inwoners. In totaal zullen er dan ca. 100.000
inwoners in Lelystad zijn.
Per jaar worden ca. 1.200 woningen gebouwd, verdeeld over verschillende
projecten.
De oppervlakte van het totale gebied is als volgt onderverdeeld:
Verhard oppervlak
: 45 Z 50%
Oppervlakte open water:
3%
Onverhard oppervlak
: ca. 50%
..
Het onverha~deoppervlak is als volg: verdeeld:
. .
Parlten .en plantsoenen : 70 5 75% . ?;-:
Sportvelden
15%
m
PrivC-tuinen
: 15 2 20%
... , .- .
Circa 10 2 15% van het totale oppervlak zal bebouwd worden.
N.B. Bovengenoemde cijfers zijn een ruwe schatting en betreffen
het gehele gebied.
2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
2.1. ----Geologje
+
Het pleistocene zand komt voor G d i e p t e n van 9 tot I I m
N.A.P. Daarboven bevindt zich een pakket holocene afzettingen, waarvan de dikte
5 Z 7 m bedraagt en dat voornamelijk bestaat uit veen, klei, zand en
zavcl.
2.2. De
-------bodemgesteldheid
---------In het stedelijke gebied van 1.elystad komt een pakket slappe tot zeer
slappe lagen aan het oppervlak voor. Dit pakket bestaat voornamelijk uit
min of meer zand en veenhoudend klei, plaatselijk sterk schelphoudend.
2 . 3 . Het
----grondwater
---------
In Lelystad komen v56r de aanleg van greppels en/of drainage grondwaterstanden voor tot in het maaiveld.
Na het aanbrengen van drainage kan de grondwaterstand zakken tot !,I0
Z 1,30 m 4 m.v. De grond wordt ten behoeve van de rijping tijdelijk
landbouwkundig geexploiteerd.
2.4.
Het-reidzf
In Lelystad bedraagt de maaiveldshoogte globaal 4,20 m
N.A.P. Ten ge-.
volge van verdere indroging van de polder komt nog inklinking voor.
2.5. De
afwatering
-----------Lelystad is gelegen in de polder Oostelijk Flevoland, die tesamen met
Zuidelijk Flevoland waterstaatkundig een eenheid vormt. Lelystad is gelegen in de zg. Lage Afdeling met een polderpeil van 6,20 m-; N.A.P.
De Lage afdeling wordt bemalen door de gemalen De Blocq van Kuffeler,
IJortman en Colyn.
Het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer van het open water berust bij de
directie Zuiderzeewerken.
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
---- ----Onder bouwrijpmaken wordt verstaan a1 datgene wat vSdr het begin van de
bouw wordt gedaan met het betreffende terrein.
Het omvat het opspuiten, de aanleg van drainage, grachten, riolering,
hoofdleidingen van de nutsbedrijven en de aanleg van een minimale hoeveelheid bouwstraten.
--
3.2. Voorbereidingen
-----------De voorbereidingen worden door de Rijksdienst voor de 1.Tsselmeerpolders
gedaan. Zo worden dooi'he eigen dienst en incidenteel door derden sonderingen
en boringen verricht en worden ~eilbuizengeplaatst.
.
Sonderingen: In raaien om de 100 m;ca. 1-2 sonderingen per ha tot een
diepte van 15-30 m
Boringen
: Tot een diepte van 20-25 m worden 0,l boringen per ha
gemaakt.
PeiLbuizen : In totaal bedraagt het aantal peilbuizen 0,l per ha.
Over het algemeen worden de sonderingen en boringen verwerkt in kaarten
als: Hoogteligging maaiveld nu en na 30 jaar; diepte Pleistoceen, dikte Holoceen, ontgravingsdieptekaart, funderingsdiepte kaart voor lichte
en zware bebouwing,isohypsen-kaart van het pleistocene grondwater.
Op het gebied van bouwrijpmaken worden verschillende onderzoekingen verricht. Deze onderzoekingen zijn meestal sterk praktijk gericht om bij de
uitvoering van de diverse werken voor zo min mogelijk verrassingen komen
te staan.
3.3. -Straatpeil
- - --- - -ir
Het nieuwe straatpeil wordt vastgesteld op een minimale maat boven de
terreinl~oogteten tijde van het gcreedkomen van de bouw. De terrclinhoogte wordt bepaald aan de hand van zettingsprognoses, waarbij ernaar gestreefd wordt z o min mogelijk onderlroudskosten achteraf te hebben.
--- -- 3.4. Fasering
Het bouwrijpmaken wordt in Casen uitgevoerd, waarbij iedere fase een
oppervlak van 15 2 20 ha beslaa~.Daarnaast komen evenwel ook projecten voor van slechts enkele hn's. be zandopspuiting vindt voor een gehele wijk inefns plaats terwijl.de overige werkzaamheden worden afge-
stemd op de verschillende bouwprojecten. De grootte van een zandstort
wordt dus bepaald door de geografische en stedebouwkundige grenzen in
het terrein.
3.5.1. In Lelystad zijn alle bouwterreinen opgespoten met zand, op twee
kleine bungalowwijkjes na, die echter niet representatief zijn.
Door de bijzondere bestuursvormen in de IJsselmeerpolders is het mogelijk om de kosten-van opspuiten buiten de exploitatieberekeningen voor
de woningen te houden.
Om een in alle jaargetijden goed ontwaterd en begaanbaar bouwterrein
te hebben, is berekend dat 1 m zand opspuiten en draineren de goedkoopste combinatie is. Er behoeft geen overhoogte te worden toegekend, omdat
de vereiste drooglegging na zetting nog aanwezig is.
Voor industrieterreinen wordt de ophoogdikte teruggebracht tot 0,80 m.
.
Door de eigen dienst worden zettingsprognoses gemaakt, die na het gereedkomen van een opspuiting zolang mogelijk gevolgd worden aan de hand van
zakbaakmetingen.
'
Benodigd ophoogmateriaal: Zand uit IJsselmeer.
. . . ....
Het zand wordt met bakken naar de rand van het
IJsselmeer gebracht en vervolgens via pers..
leidingen naar het stort get'ransporteerd.
. Ei.sen nan het o~hoogzand: In het store mogen geen slibophupingen voorkomen.
.
Om de verstuiving van het zand tegen te gaan,rwordt stro-gestoken. Het
benodigde stro wordt verkregen uit het eige"%':.landbouwbedrijf van de
R.1J.P. en het benodigde personeel (met machines). zijn buiten de oogstperioden - eveneens daaruit afkomstig.
,
.
Er wordt naar gestreefd het zand minimaal I jaar voor de aanleg van
riolering en verharding aan te bfingen.
In de prnktijk gebeurt dit in de meeste gevallen vroeger en we1 ca. 3
jaar v66r aanvang van de bouwactiviteiten, waardoor de grootste zetting
is opgetreden. Dit betekent een besparing ten aanzien van het onderhoud.
Bouwstraten worden zoveel mogelijk op de definitieve plaats van de wegen aangelegd, maar ook worden tijdelijke bouwstraten aangelegd.
Als materiaal worden (tegenwoordig) slakken gebruikt.
Indien de slakken op de definitieve plaats van de wegen zijn aangebracht,
fungeren deze later als funderingslaag.
In het andere geval worden de slakken verwijderd en elders opnieuw gebruikt.
?-lomentee1 wordt nog 60% van het toekomstig wegenstramien als bouwstraat
uitgevoerd. Men wil dit percentage echter nog verlagen tot ca. 30%.
Als definitieve bestrating wordt zowel asfalt- als klinkerverharding
toegepast, een en ander afhankelijk van de aard van de weg.
. . . . . .. .
diversen
In de gebieden waar zandopspuitingen plaatsvinden, worden ten behoeve
van 0.3. zettingsonderzoek zg. egelstellingen opgenomen. Dit zijn meetupstellingen die v66r het opspuiten worden aangebracht en die zalcbaken
'
.
'
en peilbuizen bevatten.
De verschillende instrumenten worden beschermd door een frame van stalen buizen, dat door zijn vorm doet denken aan een egel, vandaar de naam
egelstelling.
Doordat een proef met zandpalen slechte resultaten opleverde worden geen
zandpalen toegepast.
3.5.2. Waterhuishouding
------Drainage
.. .. . . ..
In eerste instantie is het stedelijk gebied in Lelystad in gebruik geweest of nog in gebruik als agrarisch gebied. Ten behoeve van ontwatering wordt een zg. landbouwdrainage aangebracht op een diepte van 1,10
2 1,30 m - m.v. Als materiaal wordt p.v.c.-ribbeldrain toegepast. Lozing vindt plaats op sloten en tochten.
.-
Na het gereedkomen van een opspuiting wordt ook drainage aangebracht.
De ourspronkelijke opzet hiervan was dat deze drainage dienst zou doen
ter bevordering van de zetting en voor de ontwatering van het zandpakket.
De afstand van de drainbuizen bedraagt dan 12-16 m en de diepte 1,90 m
- m.v.
Doordat de ontwatering van het zandpakket niet de grootste priuriteit
.~
mefr heeft sinds het opspuiten ver v66r de bouwactiviteiten plaatsvindt,
is men ertoe overgegaan de drainage op dubbele afstand (24-30 m) aan te
brengen. Voor het vetsnellen van de zetting is deze drainage voldoende
aangezien het zettingsgedrag bepaald wordt door gemiddelde grondwaterstanden en niet door piekwaarden.
Naderhand wordt de drainage door een tussendrain ook voor de ontwatering
voldoende gemaakt.
Het aanbrengen van de drainage gebeurt machinaal met draineermachines.
Aanpassingen tijdens de bouw gebeuren goeddeels net een graafmachine en
in handkracht.
Om zoveel mogelijk contact met ondergronds verkeer te voorkomen, wordt
de draindiepte in de toekomst waarschijnlijk vergroot tot 2,30 m - m.v.
De drainage loost direct of via het regenwaterriool op de gracl~ten.
De ontwerpcriteria voor de drainage zijn:
Afvoer
5 mm/etm.
Drooglegging
0,70 m - m.v.
Diepteligging drains
1,90 m - m.v.
Als d~aina~emateriaal
wordt p.v.c.-ribbeldrain gebruikt dnt omstort
wordt door lavaliet-korrels.
Ten behoeve van hrt onderhoud worden doorspuitpunten upgenomen. De frequentie van het doorspuiten en de noodzakelijkheid ervan worden momentee1 in een proef onderzocht.
Tijdens de houw zal veel drainage worden verstoord. Dit probleem wordt
onderkend door de drainage zoveel mogelijk v66r en tijdens de bouw aan
te passen.
In de stedelijke gebieden worden de volgende droogleggingseisen gehanteerd:
Stadsautowegen
ldegen
Fietspaden
Kruipruimten
0 , 2 0 1 0 , 2 5 m - onderkant
1,00 m - m.v.
0 , 8 0 m - m.v.
0,70 m - m.v.
kruipruimte.
Open water
..........
Het benodigde oppervlakte open water wordt bepaald aan de hand van de
volgende criteria:
- maatgevende bui met frequentie 1 x 10 jaar uit Grontmij regenkromme
- drainage 5 mmletm.
- verhard oppervlak 50%
- afvoercoefficient 0 , 8
- mnx. rioolafvoer 75 l/sec./ha (afvoer naar gracht dus ca. 60 l/s/ha
- Neerslag komt direct uit rioolafvoer tot afstroming
- een peilstijging van 40 cm - I x 10 jaar
- afvoer over een stuw.
De grachten lozen via een stuw op het "boezem-water" en we1 op de
Lagf Vaart.
Uitgaande van bovenstaande criteria blijkt een percentage open water van
3% bij een maximale peilstijging van 40 cm eens per 10 jaar noodzakelijk
te zijn.
Het open water wordt gerealiseerd in de vorm van grachten met variabele
breedte en een diepte van 1,20 in v e r b a n d m e t s l i b b e r g i n g e n t e r beperking
van rietgroei. De grachtafstand varieert van 400 tot 1200 m.
Plasbermen worden niet aangelegd; na verloop van tijd ontstaan deze
vanzelf.
Het grnchtenstelsel in Lelystad is zodanig ontworp-en dat doorspoelen
mogelijk is. Uit bemonsteringen is evenwel gebleke% dat doorspoelen
nog weinig zin heeft, omdat het buitenwater (spo-elwater) momenteel kwalitntief minder is dan het grachtwater.
.
'
In Lelystad vindt een klein deel van de doorspoeling plaats door de
ter plaatse optredende kwel, het overige deel door de r.w.a.-afvoer.
De grachten worden veelal in de bouwrijpfase gegraven en in de afwerkingsfase worden deze. afg$yerktL.
Functie van de grachten
.......................
- berging en transport vanwater
- estetisch-recreatief
- de grachten vormen veelal een scheiding tussen het woongebied en de
0 , 8 0 m verdiept liggende stadsautowegen.
Diversen
. .. .. . . .
In Lelystad bedraagt het grachtpeil 4 , 9 0 en 5 , 4 0 m I N.A.P. Het peil
van 4 , 9 0 m 4 N.A.P. is ingesteld om doorspoeling mogelijk te maken.
3.5.3. Riolering
---Het ontwerpen van de riolering geschiedt door de Rijksdienst, daarbij
geadviseerd door derden.
Gekozen is voor een gescheiden stelsel omdat dit de hoeveelheid te Zuiveren afvalwater verkleint, de kwaliteit van het grondwater beter is en
in het algemeen milieutechnisch aantrekkelijker wordt beoordeeld.
Het regenwaterriool (r.w.a.) wordt gedimensioneerd op:
Een berekeningsregen van 60 l/sec/ha en de druklijn niet hoger dan 0,20
m onder straatpeil (neerslag 0,75 l/sec/ha en een afvoerco~fficientvan
0,8).
Het r.w.a.-riool wordt uitgevoerd in betonbuizen met een minimale inwendige diameter van 0 30 cm. De diepteligging is minimaal b.0.b. 1,50
m I m.v.
Het vuilwaterriool (d.w.a.) wordt gedimensioneerd op:
Een afvner van 150 l/inw/etm (= 15 l/inw/uur); deze was "vroeger"
250 llinwletm., maar door meting van watergebruik en aanvoer op rioolwaterzuivering bleek een verlaging van 250 tot 150 l/inw/etm gerechtvaardigd.
Het d.w.a.-riool wordt uitgevoerd in p.v.c.-buizen met een minimale diameter van 250 mm.
De riolering behoeft niet te worden onderheid. Tijdens uitvoering is soms
bronbemaling noodzakelijk.
In verband met mogelijke breuk bij zetting worden de woningen door middel van een flexibele constructie op de riolen aangesloten. De huisaansl.uitjngen op de d.w.a.- en r.w.a.-riolen zijn van p.v.c. en verschillend van kleur ter voorkoming van verkeerde aansluitingen en om bij
storingen direct te kunnen ingrijpen.
Het vuilwaterriool brengt het rioolwater via tussengemaaltjes en persleidingen op een r i o o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e , waarin het water
heter gezuiverd wordt dan de R. I.z.A.-normeg+aangeven.
De waterbeheerder (Zuiderzeewerken) heeft in principe we1 enige invloed
op rioolontwerp, in de praktijk echter niet.
Overige beperkingen van de waterbeheerder zijn er niet.
3.5.4. Terreinafwerking
------Het met zand opgehoogde gebied wordt - daar waar nodig - afgegraven en
afgedekt met 0,50 m grond of alleen met grond.
In de koopsector en in de beleggingssector wordt het zand niet door de
R.I.J.P.
afgedekt met grond. Dit wordt aan de koper of belegger overgelaten, die hiertoe van de Rijksdienst gronddepots aangewezen krijgt.
De grond is afkomstig uit waterpartijen, rioolsleuven, verdiepte stadsautowegen e.d.
Indien bouwterreinen in de toekomst ook nog met zand worden opgespoten
wordt een grondtekort verwacht.
Momenteel wordt zoveel mogelijk met een
-. ,.- .
grondbalans gewerkt.
Sportveldcn worden we1 aangelegd op tr--reinentussen de woongebieden in.
Ze worden zoveel mogelijk buiten de spuitbestekken geprojecteerd. Het
ontwerp en de uitvoering gescheidt door de Rijksdienst. Vroeger nog we1
eens door derden.
4. Informatie
1 . Gesprek met ir.
N.L. van Schaik, hoofd Civieltechnische Afdeling.
VII
2. Literatuur (niet compleet)
H. de Roo
: Het gebruik van zand voor verbetering van bouwterreinen.
J.H. Brinkman: Enkele aspecten van terreinophogingen bij stadsuitbreidingen.
W.A. Segerenl: De laagdikte van zandophogingen op bouwterreinen in relaUithoorn
tie met grondwatercriteria.
K. Ryniersce : Ver~laatsingenzand en grond in het stedelijk gebied
(1975-356 Bbw) .
K.1J.P.-rapporten 353-1975
354- "
363- "
365- "
367- "
386- "
387- "
Werkdocument 1974 - 252 Bbo.
Bijlage 8.
NIEUWEGEIN
1. Algemene gegevens
Uitbreiding: Batau (noord en zuid)
Oppervlakte: 250 ha
In 1975 is met de werkzaamheden ten aanzien van het bouwrijpmaken van
het uitbreidingsplan Batau gestart. Het gehele plan zal in ca. 10 jaar
gerealiseerd worden. Door fasering in deelgebieden verkeert het plan in
verschillende stadia.
In deze uitbreiding zijn 5400 woningen gepland, met een gemiddelde woningbezetting van 2,8 personen. Dit betekent een totaal aantal inwoners
van 15120 personen.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt onderverdeeld:
Verliard oppervlak
: 40%
Oppervlak open water: 5%
Onverhard oppervlak : 55%
Het onverharde oppervlak in deze uitbreiding is als volgt onderverdeeld:
Openbaar groen: 35%
PrivE groen
: 54%
Sportvelden
: I I %.
2. ~odemkundig-hydrologische'uitgangssituatie
2.1. Geologie
-- -- -Vat betreft de dikte van de laagsgewijze opbouw van de ondergrond is
deze kenmerkend voor een rivierengebied.
Het pleistocene zand komt voor op een gemiddelde diepte van + 5 m 4
N.A.P. Hierboven bevindt zich een ca. 1-8 m dik pakket holocene afzettingen, bestaande uit veen, klei met veen en klei.
2.2. -------De bodemgesteldheid
---------De oorspronkelijke bodemgesteldheid is sterk variabel wat betreft de
dikte van de lagen. Ook de bovenste kleilaag is sterk varizrend in
dikte.
2.3. Het
----grondwater
--------In Batau komen grondwaterstanden voor van 0,30 m - 0,60 m 4 m.v.
2.4. ---------Het relizf
Het noordelijk deel van het ~itbreidings~lan
Batau ligt op een niveau
van ca. 0,00 + N.A.P., terwijl meer naar het zuiden toe de maaiveldhoogte oploopt tot 1,00 m + N.A.P.
2.5. De
afwatering
-----------Het uitbreidingsplan is gelegen in het waterschap Heycop.
Het gemiddelde zomerpeil in Batarl-Noord bedraagt 0,70 m I N.A.P. Het
gemiddelde winterpeil is ca. 20 cm lager.
Het boezempeil van Amstellands boezem bedraagt 0,40 m
dam-Rijnkanaal en Lekkanaal).
+ N.A.P.
(Amster-
Ten gevolge van de verlaging van het peil treedt een zetting op die
varieert van 0,15 - 0,50 m.
Ter plaatse van de wegen worden cunetten gegraven en opgevuld met
zand. De zanddikte is als volgt:
Wijkontsluitingswegen: 0,70 II!
Buurtwegen
: 0,40'm
Voetgangersgebied: 0,30 m
Dit zand wordt door derden geleverd. Het wordt per as in het werk gebracht. Aan dit zand worden de Eisen van Rijkswaterstaat voor ophoogzand
gesteld.
Soms wordt voor hoofdontsluitingswegen het zand in het cunet gespoten.
Bij opritten voor viaducten worden zandpalen geslagen om de zetting te
versnellen. Door zakbaakmeting wordt deze zetting gevolgd. Het opgespoten zand wordt vervolgens ingezaaid met Europoortmengsel om verstuiving
tegen te gaan.
De zandcunets in het woongebied worden niet van een verharding voorzien. Bij voorgaande uitbreidingen werden de bouwstraten we1 verhard;
deze verhardibg moest echter na het gereedkomen van de bouw als verloren beschouwd worden.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen woongebieden en centrumverzorgingsgebieden met betrekking tot het .bouwrijpmaken.
... .;
3.5.2. Waterhuishouding
---------------
. Drainage wordt
.
incidenteel toegepast in combinatie met open water en
welin,die gevallen dat in de ondergrond behalve klei ook veen voorkomt en de zandondergrond op grotere diepte,.;is,gelegen.
Als ontwerpnorm worden voor de drainage de Cblgende waarden aangehouden:
: 8 mm/etm.
Afvoer
Drooglegging: 0,70 m ter plaatse van de weg.
De diepte van de drains varieert van 0,70 - 1,20 m f m.v.
De drains worden meestal als een ringdrainage in de bouwputten toegepast. Als materiaal wordt dan p.v.c.-ribbeldrain met nylonfolie omhulling toegepast, gelegd in een zandsleuf van 20 x 20 cm2.
De onderlinge afstand van de open waterlopen kan hierbij maximaal 300
m zijn.
Open water
Ontwatering door middel van open waterpartijen is mogelijk daar waar
1-2,5 m klei op de zandondergrond voorkomt. Afhankelijk van bodem en
onderlinge afstand van de open waterpartijen (150 - 400 m) varieert de
m.v.
drooglegging van 1,35 tot 2,50 m
+
Het benodigde oppervlak open water is met de volgende gegevens berekend:
- Neerslagfrequenties volgens dr.Braak en dr. Levert met een ~eriodiciteit van 1 x per 10 jaar, 47 mm/etm.
- Van de totale neerslag komt:
40% direct in het rioleringssysteem, waaruit 6 mm/etm. wordt afgemalennaar r.w.2.i.
55% komt als grondwater in d;. singels
5% komt direct in de singels.
De berging in het riool is ca. 6 mm.
Berekeningswijze: uitgegaan wordt van,5% open water.
De totale belasting van het open water wordt gevorrnd door overstort
water, regenval op open water en drainafvoer.
De berging in de waterpartijen bedraagt ca. 1 1 , s mm. De max. stijging
in de laagst gelegen waterpartijen bedraagt 0,35 m en in de hogere delen 0,20 m.
Dan moet de bemalingscapaciteit (grafisch bepaald) 28,5 mm/etmaal over
het totale oppervlak (= 3,3 l/sec/ha) zijn.
Het open water wordt gerealiseerd in de vorm van singels op afstanden
van 150 5 400 m. De singels hebben een breedte van min. 7 m en een diepte van 0,90 m.
De afstand wordt bepaald door de drainage.
Er worden 1,00 m brede plasbermen aangelegd met een diepte van 0,20 cm
onder het vaste singelpeil.
Doorspoelen: Het gehele stelsel kan 1 x per maand met water uit Neder'einse wetering of vanuit de Doorslag doorgespoeld worden.
Dit wordt gerealiseerd door inlaten.
De singels worden tijdens de le fase van het bouwrijpmaken aangelegd.
van de singels:
- -Functie
berging en transport van open water
- stedeb6uwkundig
- recreatief.
-. .. . ....Diversen: In verband met de grote hoeveelheid grond die vrijkomt bij het
graven van de singels wordt eraan gedacht om het percentage
open water van 5% naar 4% van het bruto oppervlak terug te
brengen.
3.5.3. Riolering
---De hoofdlijnen van het rioleringssysteem worden door T.A.B.-D.H.V. ontworpen, terwijl het detailontwerp-door.-de eigen dienst geschiedt.
Door de provincie Utrecht is een verbeterd gescheiden stelsel voorgeschreven. Dit betekent dat ook de regenwaterriolering (r.w.a.) loost op
de rioolwaterzuivering. Er wordt echter we1 een grotere overstortfrequentie van het r.w.a.-riool op het open waterstelsel getolereerd.
De ontwerpcriteria van de riolering zijn als volgt:
Regenwaterriool (r.w.a.) 60 l/sec/ha, en een druklijn tot max. 0,20 m
onder straatpeil.
Overstortfrequentie 17-18 x per jaar, rekening
houdend met een bergingscapaciteit van 6 mm in
het riool.
Het r.w.a.-riool wordt uitgevoerd in betonnen buizen met diameters van
0 30, 0 4 0 en 0 50 crn. De diepteligging van het stelsel is b.0.b. minimaal 1,45 m
m.v., dit betekent tevens een buisdiameter onder de
overstort drempel.
+
Vuilwaterriool (d.w.a.)
100 l/inw/etm.
Ook het d.w.a.-riool wordt uitgevoerd in betonnen buizen. De diameter is 0 30 cm. De diepteligging is ook b.0.b. minimaal 1,45 m I m.v.
De riolering wordt niet onderheid en t.ijdens de uitvoering zijn geen
maatregelen nodig.
Beide systemen lozen op.de r.w.2.i. die het gezuiverde water loost op
de Lek.
3.5.4.
~erreinafwerkin~
-------
Doordat het bestaande maaiveld en de plaatselijk opgebrachte grond voldoende vruchtbaar zijn, behoeven geen extra maatregelen genomen te worden
ten aanzien van de plantengroei.
In het plan worden de sportvelden in overleg met de gemeente door derden ontworpen en uitgevoerd.
4. Informatie
1 . Gesprek met de heer Sampon,
afdeling Civieltechniek gemeente Nieuwegein, d.d. I juni 1976
2 . Rapport - ontwateringsplan gemeente Nieuwegein, T.A.B.-D.H.V. juni
1974
3. Kaart - Prognosekaart Nieuwegein d.d. 3-12-1975.
Bijlage 9.
I . Algemene gegevens
Uitbreiding: De Gors
Oppervlakte: 133 ha (totaal opgespoten terrein).
In 1973 is in De Gors met de bouwrijpmaakwerkzaamheden &start. Begin
1975 is met de woningbouw gestart, terwijl eind 1978 het gehele plan
verwezenlijkt zal zijn. Van de totale oppervlakte valt 50% onder het
begrip "hoofdcentrum". Voor het woongebied blijft dan ca. 65-70 ha over.
Gepland zijn 1500 woningen met een gemiddelde woningbezetting van ca.
3 personen. Het plan zal uiteindelijk 4710 inwoners bevatten.
Per jaar worden + 750 woningen gebouwd; het betreft hier niet alleen
woningen in De Gors maar ook woningen in andere uitbreidingsplannen.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt onderverdeeld:
Idoongebied : 50%
Hoofdcentrum: 50%
Het woongebied is verder onderverdeeld in:
Verhard oppervlak
: 50%
Oppervlak open water: 8%
Onverhard
... .,.- oppervlak : 42%
.-..
-
Terwijl het onverharde oppervlak verder onderverdeeld kan worden in:
Openbaar groen: 50%
Priv6 groen
: 50%
Sportvelden
: 0%
Van het verhard oppervlak zal 50% bebouwd worden.
2. Bodemkundig-hydrologische
uitgangssituatie
2.1. gegmogjg
Het pleistocene zand komt voor op een diepte van ca. 7,O n~ t N.A.P.
Daarboven komt een ca. 5,5 m dik pakket holocene afzettingen voor, die
voornamelijk bestaan uit veen en min of meer humeuze klei.
---------2.2. -------De bodemgesteldheid
Direct onder het maaiveld komt een ca. 0,25 m dikke laag humeuze tot
sterk humeuze klei voor, gevolgd door een ca. 1,45 m dikke laag veen.
Daaronder een 0,70-1,50 m dikke laag matig zware, bovenin humeuze, slappe klei. Vervolgens vordt lichte klei tot zware zavel aangetroffen;
ter dikte van 1,60 - 1,80 m.
2.3. Het grondwater
In D2 Gors komen grondwaterstnnden voor van ca. 0,55 2 0.65 m t m.v.
2.4. ---------Het reliEf
De maaiveldhoogte varieert vnq ca. 1,50 tot 1,90 m
gemiddelde 1,60 2 1,70 m I N.A.P.
+ N.A.P.
met als
2.5. -----------De afwatering
De Gors is gelegen in de voormalige Banne Purmerend, die tot het Hoogheemraadschap Waterland behoort. Het zomerpeil bedraagt 1,81 m I N . A . P . ,
terwijl 's winters wordt afgemalen tot 1,83 m G N . A . P .
De oppervlakte van de Banne Purmerend bedraagt 365 ha.
Het elektrisch gemaal van de polder slaat uit op de Purmerringvaart,
die evenals de Where (oostelijk van De Gors) deel uitmaakt van de Scher-,
merboezem, waarvan het peil varieert van 0,58 m G N . A . P . tot N . A . P .
Capaciteit gemaal:
: 40 m3/min.
Volgens Hoogheemraadschap Waterland
Volgens Prov. Waterstaat Noord-Holland : 65 m3/min.
Volgens Idaterstaatskaart
: 60 mj/min.
Het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer van het open water berust bij het
Hoogheemraadschap van de uitwaterende sluizen in Kennernerland en WestFriesland.
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
---------
.~.
*
Onder bouwrijpmaken wordt verstaan:
Het bereikbaar maken van het terrein door aanleg van wegen en riolering
en het zorgdragen voor een goede ontwatering zonodig in combinatie met
terreinophoging.
.. . .
,
In Purmerend wordt'-onderscheidgemaakt tussen bouwrijpmaken voor woongebieden en voor industriegebieden. Laatstgenoemde worden alleen opgehoogd en voorzien van wegen.
*
De voorbereidingen zijn en worden door de eigen dienst gedaan, waarbij
adviezen van derden worden ingewonnen.
In opdracht van de gemeente is door de Grontmij te De Bilt het volgende vooronderzoek verricht:
a. Terreinwaterpassing volgens vierkantennet met een stramien van 25
hij 25 m;
..
b. 29 boringen tot ca. 5 m
rn.v.
bij 3 boringen zijn 2 peilbuizen geplaatst om te bepalen of er kwel
dan we1 wegzijging op zou treden;
c. sonderingen
bij 5 boringen tot 15 m 4 m.v.
daarnaast nog 10 sonderingen tot 19,5 2 35 m I m.v.;
d. lahoratoriumonderzoek
bepaling watergehalte, lutumgehalte, gehalte organische stof, nat
volumegewicht.
+
3.3. %2gapgei
Uitgangspunt bij het vastleggen van het straatpeil is het toekomstige
polderpeil en de noodzakelijk geachte ontwateringsdiepte
van 0,90,m. De gehanteerde droogleggingsnorm wordt bepaald door de verschillende minimale droogleggingseisen hij verschillende bestemmingen.
Deze zijn 0.a. de volgende:
IJegen
: zwaar, intensirf verkeer 0,80 m.
minder intensief v~rkeer0,50 m.
Idoningen : Afhankelijk van we1 of geen droge kruipruimte 1,20 m.
Leidingen: tijdens aanleg liever droog, is niet noodzakelijk
Tuinen en openbaar groen: minimaal 0,50 m; terwijl 0,70 m gewenst is.
Verwezenlijking van bovengenoemde normen moet geschieden door middel van
open water en drainage.
3.4. Fasering
------Het ophogen van het gebied vindt ineens plaats, terwijl d'e andere onderdelen van het bouwrijpmaken in fasen worden uitgevoerd. Er word naar
gestreefd om minimaal ten minste I jaar na het aanbrengen van het zand
te starten met de bouwactiviteiten. In de praktijk gebeurt dit vaak
sneller.
3.5.1. Het
ophogen
bouwstraten
-- - - -en-de
-----Doordat de ontwateringsdiepte over het gehele uitbreidingsplan De Gors
onvoldoende was en poiderpeilverlaging niet tot de mogelrjkheden behoorde is besloten het gehele plangebied op te hogen met zand.
De dikte van het op te brengen zand wordt bepaald door het gekozen straatpeil en de verwachte zetting. Door de Grontmij zijn zettingsprognoses
gemaakt per ha op te hogen terrein. De zanddikte is zo bepaald op gemiddeld 1,30 m waarvan 0,60 m overhoogte.
Tijdens het ophogen is rekening gehouden met de verschillende, berekende
ophoogdikten.
Als ophoogmateriaal is zand gebruikt, afkomstig uit de Gouwzee. Om te weten of het zand geschikt was voor ophogen, is de winplaats van te voren door middel van boringen door de Grontmij verkend. Het zand is met
.__bakkenen verder per buis aangevoerd.
Eisen zand: Strenger dan Eisen Rijkswaterstaat voor ophoogzand.
De zettingsprognoses worden door zandbaakmetingen gevolgd. Om de tijdens en na de bouw nog optredende zettingen op te kunnen vangen worden
kabels en leidingen van de nutsbedrijven voorz'$en van flexibele stukken
of schuifmoffen.
Verstuiving van het zand wordt tegengegaan door het stort direct na
het opspuiten in te zaaien met graszaad (E~ro~oortmengsel)dat vervolgens afgedekt wordt met mais-griesmeelpap. Deze "pap1'vormt een goede
voedingsbodem bij niet te droog weer.
Om het terrein voor de bouw goed bereikbaar te maken worden bouwstraten
aangelegd. Deze liggen zoveel mogelijk op de plaats van de definitieve
straten.
Van het tot de stratennet wordt SOX als tijdelijke verharding uitgevoerd.
Als verhardingsmateriaal voor de tijdelijke bouwstraten worden gebruikt:
- betonklinkerkeien, die op de kop gestraat worden
- zandcementstabilisatie en grindzandasfalt
- eiffellietlava gepenetreerd met asfaltemulsie.
3.5.2. Vaterhuishouding
---- -- - Drainage: Het gehele terrein wordt gedraineerd. De volgende ontwerpcriteria zijn daarbij aangehouden:
I. Stationaire bebouwingswijze (Ernst)
- tijdens bouw: werkzaamheden tot diepte 0,55 I m.v. in droge
uitvoeren
afvoer 7-10 mmfetm.
draindiepte
Dit komt overeen met een drainafstand van ca. 25 m.
- na de bouw: wegen en kruipruimle voldoende drooglegging;
0,55 m.v.
afvoer 7-5 mm/etm.
draindiepte
dit komt overeen met een drainafstand van ca. 30 m.
1I.niet-stationaire beschouwingswijze (Wesseling)
m.v. enkele keren (1 5 4) per
jaar. Gedurende kort tijdsbestek overschrijden.
dit komt overeen met een drainafstand van ca. 25 m.
- na de bouw : af en toe gedurende een kort tijdsbestek
enig water in kruipruimten
dit komt overeen met een drainafstand van ca. 30 m.
- tijdens bouw: niveau 0,55
Bij integrale drainage worden evenwijdige drains met een drainafstand
van ca. 25 m aangelegd.
Toegepast wordt p.v.c.-ribbeldrain
0 80 rn met cocosomhulling.
- Open water
Het benodigde oppervlakte open water is bepaald aan de. hand van de volgende criteria:
-. ..met
- .. -behulp
...
van 5 min. regenkrommen is voor herhalingstijden van
58 mm/etm. dat tijdelijk geborgen moet worden voor verschillende
soorten oppervlak ais er:
. .- .. ,..- a. geen maalstop is
b. voor geval een maalstop samenvalt met begin van een maatgevende
regenbui
- de toelaatbare peilstijging bedraagt 32 cm eens per 10 jaar
- de berging in het verhard o pervlak be:draagt 3 mm
- bij pompcapaciteit van 40 m / m ~ n .bedrig& de afvoerfactor 18 mmfetm.
.
3 .
Aldus is het oppervlak open water bepaald op 8%. Dit oppervlak wordt
gerealiseerd in de vorm van singels met een onderlinge afstand van
max. 400 m. De singels hebben een varigrende breedte van 6-25 m en een
dieptevan 1,Om. Er worden ca. 1,50 m brede plasbermen aangelegd met
een diepte van 15 cm onder het vaste singelpeil.
De plaats van de singels wordt ten dele bepaald door het bestaande
slotenstramien. Verder door de stedebouwkundige indeling.
- Doorspoelen: Het gehele stelsel kan doorgespoeld worden. Bij berekeningen wordt rekening gehouden met een doorspoelmogelijkheid van 1 x per 5 dagen. Door het Hoogheemraadschap
Uitwaterende Sluizen voor West Friesland en Kennemerland
wordt een doorspoelmogelijkheid van I x per 20 dagen als
norm gehanteerd. De inlaatwerken moeten op deze norm afgestemd zijn.
Er wordt ingelaten vanuit de boezem.
Functie van de singels: Berging en transport van water
Estetisch
Recreatief
- Diversen: - De gemeente heeft zelf verschillende drainagematerialen
beyrocfd waarbij de p.v.c.-ribbeldrain met cocosomhulling
het beste resultant leverde. Naast cocosomhulling is ook
gekeken naar nylonfolie en geen omhulling.
..
- Er is enig onderzoek gedaan naar de toename van het zouthezwaar bij polderpeilverlaging.
3.5.3. Riolering
Het ontwerpen van de riolering geschiedt gedeeltelijk door de eigen
dienst en gedeeltelijk door derden.
Gekozen is voor een gescheiden stelsel om de hoeveelheid.te zuiveren
water zo gering mogelijk te hoeden.
De ontwerpcriteria zijn als volgt:
Regenwaterriool ( r w a ) : 90 l/sec/ha en een druklijn tot max. 0,50 m
onder het straatpeil.
Het r.w.a.-riool wordt uitgevoerd in p.v.c.buizen met variabele diameters (0 200, 0 250,
0 300 m ) .
Diepteligging: b.0.b. 1,05 m f m.v.
Vuilwaterriool (d.w.a.)
: 120 l/inw/etm.
Het d.w.a.-riool wordt uitgevoerd in p.v.c.buizen met diameter 0 200,mm (plaatselijk
0 250 mm).
Diepteligging b.p.b. min. 1,05 m 4 m.v. tot
ca. 3,00 m f m.v.
,
... ...
.,,.
.
Bij het leggen van de riolering worden damwandkuipen geslagen. De p.v.c.
riolering wordt niet onderheid. Onderscheid in r.w.a. en d.w.a.-riool
geschiedt door kleur van de buizen. Het d.w.a.-riool loost op een rio o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e , het r.w.a.-riool op het open watersysteem.
lJat betreft de kwantiteit van de open waterlozing op de polder wordt door
de waterbeheerder een maximale afvoer van 18 mm/etm als norm gesteld
(landelijke afvoer).
3.5.4. Terreinafwerking
------Het met zand opgehoogde gebied wordt t.p.v. het openbaar groen, afgedekt
met 30 cm grond, die tot 60 cm verschraald wordt met het onderliggende
zand
De priv6tuinen zijn geheel voor zorg van de bouwer, deze moeten zelf
grond aanvoeren.
Er wordt een grondbalans opgesteld om tenminste voor het openbaar groen
voldoende grond'te hebben. De grond wordt verkregen uit singels, rioolsleuven e.d.
In dit uitbreidingsplan worden geen sportvelden aangelegd. Ontwerp en
aanleg geschiedt door derden in overleg met de gemeente.
.
4. Informatie
I. Gesprek met de heer ing. Van Lubeck, hoofd afdeling Civiele Techniek
Gemeente Purmerend.
2. Rapporten:
Waterbeheersingsplan voor "De ~ o r s " - Grontmij 1973
- Grontmij 1973
~ettin~sonderzoek
"De Gors"
- Grontmij 1973
Rapport onderzoek zandwinning in De
Gouwzee
Hydrologisch onderzoek in De Purmer
- Grontmij 1974
- afdeling Civiele Techniek.
Ophoging De Purmer
3. Tekening:
Te graven waterpartijen in Dc Gors
Zandtransportleiding t.b.v. opspuiting van D e Gors.
Bijlage 10.
ROTTERDAM
I. Algemene gegevens
Uitbreiding: Zevenkamp
Oppervlakte: 145 ha
Het plan is nog geheel in voorbereidingsfase.
Totaal zullen ca. 7000 woningen worden gebouwd met een &middelde woningbezetting van 3 inwoners, zodat het totale inwonertal ca. 21000 bedraagt
.
Het aantal woningen dat per jaar zal worden gebouwd is nog niet bekend.
Een en ander zal mede afhangen van het aantal deelplannen en de grootte
ervan.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt onderverdeeld:
: 25%
Verhard oppervlak
Oppervlakte open water: 3-42
Onverhard oppervlak
: 71 h 72%
Het onverharde oppervlak is als volgt onderverdeeld:
Openbaar groen: 32%
PrivE groen
: 10%
Sportvelden
: 8%
.
.
..
Van het verhard oppervlak zal ca. 60% bebouwd worden.
.",&.
2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
Geologie
---- -2.1. Het op een diepte van ca. 15 m G N.A.P. voorkomende pleistocene zand
is tot een diepte van ca. 30 m G N.A.P. grof van korrelopbouw.
Boven het Pleistoceen bevindt zich een pakket holocene afzettingen, die
voornamelijk bestaat uit slappe klei- en veenlagen.
De dikte van het holocene pakket varieert van 4 tot 10 m.
2.2. De
-------bodemgesteldheid
---------In die gedeelten van het uitbreidingsplan Zevenkamp, waar uitvening
heeft plaatsgevonden komt direct onder het maaiveld slappe klei voor.
De dikte van dit kleipacket varieert sterk. Vervolgens wordt afwisselend
klei en veen aangetroffen, waarvan de laagdikte ook variabel is.
Op plaatsen waar uitvening niet of gedeeltelijk heeft plaatsgevonden
komt direct onder het maaiveld veen voor, a1 dan niet kleihoudend.
2.3. De
---grondwaterstand
-------------In Zevenkamp komen grondwaterstanden voor tot in het maaiveld.
2.4. ---------Het relief
+
De hoogteligging van het maaiveld varieert van 4,50 m
N.A.P. in het
midden van het gebied tot 6,50 ni
N.A.P. langs de zuidelijke rand.
+
2.5. De
afwatering
-----------Zevenkamp is gelegen in de Prins Alexanderpolder, waarvan het polderpeil
-
6,50 m I N.A.P.
maling van 10 2
De polder voert
IJssel.
Het kwaliteitsSchieland.
bedraagt. Plaatselijk komt in deze polder een onderbe20 cm voor.
zijn overtollige,water af via een gemaal op de Hollandse
en kwantiteitsbeheer berust bij Hoogheemraadschap
.3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
--------Onder bouwrijpmaken wordt verstaan het door middel van ophogen en/of
het aanleggen van een ontwateringssysteem bereikbaar en berijdbaar maken van een terrein, de aanleg van een rioleringsstelsel, tijdelijke
bouwstraten en de hoofdleidingen van de nutsbedrijven.
De voorbereidingen worden door de gemeente gedaan. Door het eigen bureau
grondmechanica worden sonderingen en boringen uitgevoerd en worden peilbuizen geplaatst. Op de monsters uit de boringen worden laboratoriumproeven uitgevoerd waarmee 0.a. de samendrukbaarheid van de grond wordt
bepaald.
..
-. ....
..
Sonderingen:
In het gehele plan Zevenkamp zijn in totaal ca. 50 sonde....:-;.....?.
ringen tot een diepte van ca. 10 m I m.v. (113 sondering1
ha) gedaan;
: In hetzelfde gebied zijn een gelijk aantal boringen gemaakt
Boringen
.. . .
eveneens tot een diepte van ca. 10 m I m.v.
Peilbuizen : Het aantal peilbuizen is sterk afhankelijk van de verschil. . ..
len in de bodemopbouw en waterstand. Als gemiddelde waarde
.. . .gegeven,
.
dus totaal ca.
kan 1/10 peilbuis per ha worden
15 peilbuizen.
.
. ..
. . . . ..
,k
J.
Onderzoek naar zoute kwel wordt verricht door middel van
watermonsters, die in het laboratorium geanaliseerd worden.
3.3. -Straatpeil
----- --Uitgangspunt van het nieuwe straatpeil is het grachtpeil; na zetting
moet het straatpeil 1,0 m boven het grachtpeil zijn (dit is tevens de
ontwateringsdiepte).
3.4. F_ase~jgg
De ophoging zal ineens plaatsvinden. Deoverige bouwrijpmaakactiviteiten
zullen in fasen voorafgaand aan de bouw plaatsvinden.
3.5.1. Het
ophogen
en-de
bouwstraten
---------Het totale gebied Zevenkamp zal worden opgespoten met zand.
De dikte van het zandpakket wordt bepaald aan de hand van.door de eigen
dienst gemaakte zettingsprognoses. De dikte van het zandpakket moet 20
groot zijn dat direct na het gereedkomen van de bouw het maaiveld op
1 m boven het grachtpeil ligt. Hierna wordt nog een restzetting van
20 2 30 cm getolereerd, waarna opnieuw ~pgehoogdmoet worden tot I m
+ grachtpeil.
De zetting na ophoging bedraagt gemiddeld 1,25 m. De zetting wordt
gevolgd door opname aan zakbaken.
De dikte van het zandpakket is bepaald op 1,75 m.
Benodigd ophoogmateriaal: Zand uit eigen zandwinput (Zevenhuizer me~r).
Het transport zal plaatsvinden per buis.
Eisen aan het ophoogzand: Aan het ophoogzand worden de eisen van R.W.S.
voor ophoogzand gesteld; daartoe is de put
van te voren afgeboord.
Om verstuiving tegen te gaan wordt het zandpakket direct na opspuiten
ingezaaid met Europoortmengsel.
Er wordt naar gestreefd om de o~hoging2 jaar voor aanvang van de bouwactiviteiten gereed te hebben. In de praktijk start de bouw veelal
sneller.
In het gehele gebied wordt een verticale drainage door middel van zandpalen toegepast. De diameter van de palen bedraagt 3 0 cm, terwijl de
palen aangebracht worden in een net van 3 x 3 m.
Om het terrein goed bereikbaar te maken wordt van het definitieve stratennet 50% als bouwstraat aangelegd. De verharding bestaat dan uit op
de kop gestrate klinkers, dan we1 asfaltfundering.
3.5.2. Waterhuishouding
- --- - -Drainage: Drainage wordt alleen toegepast in parken en'plantsoenen.
.. . . . . . .. Als ontwerpnorm geldt dan een afvoer van 10 mmletm.
Waarnodig wordt de drainafstand berekend met de formule van
Hooghoudt. De drainage wordt aangelegd tijdens het gereedmaken
van het terrein, na aanleg van de riolering.
Als materiaal wordt p.v.c. ribbeldrain met cocosomhulling
toegepast. De drainage loost op de singels.
-Nog een vorm van drainage ontstaat door de riolering. Zie
hiervoor Riole.ring (3.5.3.).
Open water: Omdat de grachten alleen een stedebouwkundige functie hehben,
.......... zijn er geen specifieke ontwerpcriteria. Welliswaar mag de
afvoer naar het landelijk gebied niet groter zijn dan 50.000
m3 en is een peilsteiging van 10 cm eens per jaar toelaatbaar.
Het percentage open water, is vastgesteld op 3 2 4% bij een
gemengd rioolstelsel in verband met overstortmogelijkheden.
Het open water wordt verwezenlijkt in de vorm van grachten,
waarvan de onderlinge afstand bepaald wordt door stedebouwkundige eisen.
De breedte van de grachten bedraagt 10 m, de diepte 1,0 m.
Er worden plasbermen aangelegd ter breedte van 0,75'm op een
diepte van 0,10 m onder het grachtpeil.
Het gehele grachtenstelsel kan 1 x per 150 dagen worden
doorgespoeld met polderwater, dat wordt ingelaten als het
water uit de grachten wordt gepompt.
De definitieve aanleg van de grachten geschiedt na het bouwrijpmalcen in verband met de stabiliteit van de taluds.
Het grachtpeil is gelijk aan het polderpeil; het gebied is
niet ontpolderd.
De functie van de grachten:
berging en watertransport
recreatief
overstort voor riolering.
3.5.3. Riolering
---.
,,
Het ontwerpen van de riolering geschiedt door de eigen gemeentelijke
dienst .
Hoewel de rioleringsplannen voor Zevenkamp nog niet definitief zijn,
wordt voorlopig nog uitgegaan van een gemengd stelsel, dat nog ongezuiverd loost op de Maas via gemaal en persleiding.
Momenteel is de bouw van een r i o o l w a t e r z u i v e r i n g ~ n s t a l l a t i evoor de
gehele stad Rotterdam in studie.
Om dan de hoeveelheid te zuiveren water te beperken wordt gedacht aan
een semi gescheiden stelsel voor nieuwe wijken, dat wil zeggen dat
grotereaaneengesloten oppervlakken groen enlof verharding op open water
worden afgevoerd.
De riolering wordt ontworpen op een afvoer van
l/inw/etmbij een
% gevulde buis.
De overstortfrequentie bedraagt 3 x per jaar. Na een overstort worden
de grachten direct volledig doorgespoeld. Het aantal overstorten wordt
beperkt gehouden door een grote gemaalcapaciteit en een grotere berging
in het stamriool.
Als materiaal voor de riolering worden betonbuizen met verschillende diameters toegepast.
De diepteligging van de buizen bedraagt b.0.b. minimaal 1,50 m i m.v.
Als kwaliteitseis geldt in de toekomst dat afval water gereinigd moet
worden in r i o o l w a t e r z u i v e r i n g s i n s t a l l a t i e s .
Er zijn geen kwantiteitseisen.
Tijdens de aanleg van de riolering wordt zonodig gebruik gemaakt van een
damwandkuip enlof een bemaling.
De riolering wordt niet onderheid. Dat de riolering dan niet waterdicht '
wordt is de opzet. Door het lek zijn van de riolering fungeert deze als
grondwaterreguleringsmiddel.
3.5.4. Terreinafwerking
----- -Priv6- en openbaar groen worden afgedekt met 20 tot 25 cm grond, die
tot 5 0 cm verschraald wordt met het onderliggende zand. Het betreft
hier de bouwterreinen die niet voor de verkoop zijn bestemd.
Bomen worden geplant in een plantgat van I m3.
De benodigde grond wordt verkregen uit grachten, havenslib, zandput en
zonodig door aankoop. Alhoewel de grondbehoefte niet van invloed is op
maten van de fasering, wordt toch we1 een grondbalans nagestreefd.
In Zevenkamp zullen sportterreinen worden aangelegd. Het ontwerp en de
aanleg geschiedt door de eigen dienst, soms bijgestaan door derden.
4. Informatie
- Gesprek met de heer ir. v.d. Ban op
- Rapport Zevenkamp.
20-5-1976
Bijlage 1 1 .
ZOETERMEER
1 . Algemene gegevens
Uitbreiding: Buitenwegh-De Leyens
Oppervlakte: 262 ha.
Het plan is momenteel in uitvoering. In deze uitbreiding zijn
6000 woningen gepland, met een gemiddelde woningbezetting van 3,2 personen zodat er ca. 19000 personen komen te wonen.
Per jaar worden ca. 1800 woningen gebouwd. Buitenwegh-De Leyens is opgesplitst in een aantal deelplannen die naast elkaar in uitvoering zijn.
De oppervlakte van het plangebied is als volgt onderverdeeld:
Verhard oppervlak
: 36%
Open water oppervlak: 4%
Onverhard oppervlak : 60%
Het onverharde oppervlak in deze uitbreiding is als volgt onderverdeeld:
Openbaar groen: 20%
PrivE groen
: 80%
Sportvelden
: 0%
Van het verhard oppervlak van het plangebied zal ca. 50% bebouwd worden.
2. Bodemkundig-hydrologische uitgangssituatie
2."I:
Gggiggji
De ondergrond kan worden gekarakteriseerd met het zg. "West Hollandspro£<el". Het ca. 30 m dikke pleistocene zandpakket komt op ongeveer 12,OO
m - 13,OO m 4 N.A.P. voor.
Het zogenaamd basisveen ongeveer 25-30 cm di.k?o@ het Pleistoceen. Hierboven bevindt zich een + 8 m dik pakket holocene afzettingen, bestaande
uit klei - variiirend van lichte zavel tot zware klei - met zandlenzen
schelpen en veenresten afgezet na de doorbraak van het Nauw van Calais:
Net eveneens tijdens het Holoceen afgezette veen is na het droogvallen
van de huizige polder afgegraven.
2.2. -------De bodemgesteldheid
---------In het onderhavige gebied komt direct onder het maaiveld klei voor dat
een sterk capillaire werking heeft en slecht doorlatend is, waardoor
in nattere perioden een weinig draagkrachtige laag ontstaot.
Door de sterke capilariteit van het grondwater varieert de grondwaterstand van 1,8O m I m.v. tot in het maaiveld.
2.4. Het
relief
---------De maaiveldsligging varieert van 4,25 m 4 N.A.P. tot 3,50 m G N.A.P.
Gemiddeld komt dit neer op 4,00 m 4 N.A.P.
2.5. De
afwatering
------------
Het uitbreidingsplan Buitenwegh-De Leyens ligt in de Nieuwe Polder, groot
.
680 ha. Het zomerpeil bedraagt: 5,04 m I N.A.P. en het winterpeil: 5,54
m I N.A.P. Het water wordt uitgeslagen op Rijnlandsboezem, die weer loost
op de Noordzee. Het peil van de boezem is 0,60 m I N.A.P.
Het gemaal van de Nieuwe Polder heeft een capaciteit van 60 m3/min.
Het kwaliteits- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater berust bij
het Hoogheemraadschap Rijnland.
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
Onder bouwrijpmaken wordt verstaan het zorgdragen voor een goede ontwatering, de aanleg van riolering en bouwstraten, alsmede het leveren van
water en stroom ten behoeve van de bouw (hoofdleidingen).
De voorbereidingen voor het bouwrijpmaken worden door de gemeente uitgevoerd, waarbij af en toe derden worden ingeschakeld.
Er wordt I sondering per ha tot een diepte van 10 m
m.v. gemaakt en
I boring per ha eveneens tot ca. 10 m I m.v.
Verder worden ernaverkende gevlogen kaarteqschaal 1:1000 gebruilct. Het
waterbeheersingsplan wordt in samenwerking met de betrokken instanties
opgemaakt. Dit zijn: Provinciale ldaterstaat Zuid-Holland.
Hoogheemraadschappen Rijnland en Schieland
Gemeente Zoetermeer.
- E rworden geen peilbuizen geplaatst.
+
Men streeft ernaar om het straatpeil 20 cm boven het oude maaiveld te
leggen, dit komt dan neer op 3,80 m
N.A.P.
Uitgangspunt hierbij is een ontwateringsdiepte van 2,00 m. Met behulp
van drainage en open waterpartijen is de drooglegging in natte perioden
minimaal 0,40 m
m.v. Het openwaterpeil binnen de uitbreiding wordt verlaagd tot 5,80-5,90 m
N.A.P. Dit betekent een verlaging van ca. 80 m
ten opzichte van het zomerpeil en 1,30 m ten opzichte van het winterpeil van de omringende polder.
+
+
3.4. Fasering
------Het ~itbreidings~lan
Buitenwegh-De Leyens is opgesplitst in een aantal
deelplannen. Het bouwrijpmaken loopt zoveel mogelijk,per deelplan gezien, voor de bouw uit. Er wordt zoveel mogelijk getracht om met bouwrijpmaken klaar te zijn voor de bouwaannemer komt.
3.5. Enkele onderdelen van het bouwrijp2k:g
3.5.1. Het
ophogen
en-de
bouwstraten
---------Door de mogelijke verlaging van llet open waterpeil, het bij voldoende
ontwateringsdiepte goed begaanbare terrein en de zeer vruchtbare bovengrond is besloten om niet op te hogen met zaud.
Het straatpeil is op 0,20 m boven het oude maaiveld gekozen om in de
bouwfase zoveel mogelijk droge ontsluitingswegen te verkrijgen.
Om de bouwaannemer op het relstief vaste, bestaande maaiveld te kunnen
laten beginnen wordt de uit de cunetten en open waterpartijen vrijkomende grond afgevoerd en verwerkt in geluidswallen, gebruikt als bekleding
van opritten e.d.
Alleen bestaande sioten en kuilen worden tijdens het bouwrijpmaken aangevuld. De nieuwe maaiveldhoogte op de bouwkavels moet bereikt worden met
de uit de bouwput komende grond, zonodig aangevuld met grond uit een depot (grondbalans).
Ter plaatse van wegen worden cunetten gegraven en opgevuld met zand.
De zanddikte is als volgt:
Hoofdwegen
: 1,00 m
Wijkwegen
: 0,80 m
Parkeerplaatsen en wijkstraten: 0,60 m
Tegelpaden
: 0,30 m
Voor de gewone wegen en het overige terrein worden geen zettingsprognoses gemaakt. Uit praktijkervaring wordt een overhoogte tot max. 0,10 m
gegeven.
Voor belangrijke wijkontsluitingswegen (de zgn. H-wegenstructuur) wordt
door derden een zettingsprognose gemaakt: Waar mogelijk worden de zettingen gevolgd.
Het zand voor de cunetten wordt per as aangevoerd. De gemeente heeft zelf
een zandput. Het zand daaruit wordt in depots gespoten en vervolgens
in de cunetten gereden.
Aanhetwegenzand worden de Eisen van Rijkswaterstaat voor ophoogzand
gesteld.
Bouwstraten worden zoveel mogelijk op de definitieve plaatsen gesitueerd. Daarbij worden drie verhardingssystemen toegepast:
- tijdens de bouw stelconplaten, later te vervangen door klinkers;
- asfaltfunderingslaag, later te voorzien van toplaag;
- tijdens de bouw op de kop gelegde rijplaten, die later als defini-.
tieve bestrating dienst gaan doen.
Diversen:-Het nieuwe stadscentrum van Zoetermeer wordt door middel van
ophoging met grond van 0.a. vanuit de zandput, op het niveau van
het oude dorpscentrum gebracht (0,50 m I N.A.P.).
-Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen woongebieden en
centrumvoorzieningen met betrekking tot het bouwrijpmaken.
-Er wordt naar gestreefd om het bouwrijpmaken voor de aanvang
van de bouw gereed te hebben. Vaak is dit door bouwpolitieke
oorzaken niet altijd mogelijk en vinden bouwrijpmaakactiviteiten tijdens de bouw
. -- nog plaats.
Hoewel hieraan bezwaren kleven, kunnen de renteverleizen
steeds laag worden gehouden.
3.5.2. Waterhuishouding
------Drainaae:
hinder van het grondwater
te hebben is het noodzake- Om aeen
lijk om drainage toe te passen. Deze wordt up verschillende
plaatsen gelegd:
In oude sloten: deze worden opgeschoond tot + 1,80 m I m.v.
en opgevuld met 1,20 m zand; daarboven afhankelijk van situering wordt zand of grond aangebracht.
onherin de sloot wordt een drain gelegd op + 1 ,80 m I m.v.
. . . .. . . .
De in de sloten uitmondende,landbouwdrains op 0,80 - l,00 m
I m.v. kunnen zodoende blijven functioneren (na aansluiting).
In rioolsleuven en wegen: Deze worden opgevuld met zand en voorzien van een drain 0 100 mm op een diepte van _+ 1,SO.m Z m.v.
Om huizenblokken: Na het heien en het ontgraven van de bouwput moet aan twee zijden van het woonblok een langs drain
0 40 mm in rivierzand worden gelegd. Deze dientop twee plaatsen op de hemelwaterafvoer aangesloten te worden.
Indien de drainage dieper komt te liggen dan de huisaansluitingen dient deze apart aangesloten te worden op de hoofdriolering of een open waterpartij.
Voor de begaanbaarheid van het terrein is het gunstig als de drainage
in een zo vroeg mogelijk stadium wordt gelegd.
Droinagemateriaal: p.v.c.-ribbelbuis met cocosomhulling (blijkt het
best te voldoen.
Onderhoud drainage: Er wordt geen rekening gehouden met onderhoud.
Lozing:
: Op het open water of het regenwaterriool.
- Verticale drainage: Wordt beperkt toegepast in ophogingen vook landhoofden (verziltingsgevaar).
- Open water
*.. .
: De ontwerpcriteria voor de bepaling van het opper-
vlak open water luiden als volgt:
Neerslagfrequenties volgens dr. Braak en dr. Levert.
Periodiciteit van 1 x 10 jaar en I x 50 jaar resp.
44 en 100 mm/etm.
Via onverhard oppervlak 22 mm/etm.
en agrarisch oppervlak 15 mmfetm.
Kwel van 0,s mmfetm.
Bemalingscap. 18 m/etm.
Directe afvoer van onverhard oppervlak
Directe afvoer van overig stedelijk gebied
Directe afvoer van agrarisch gebied
94%
47%
32%
83%
55%
29%
88%
53%
27%
Bij een wateroppervlak van 4% van het totaalgebied treedt:
I x 10 jaar een peilstijging op van 0,35 m
I x 50 jaar een peilstijging op van 1,55 m
Het open water wordt verwezenlijkt in de vorm van singels met een onderlinge afstand van 200-400 m, een breedte van I 1 m en een diepte van 1,20
m tot 1,50 m. Plasbermen worden in de singels aangebracht: breed 2,00
m en diep van 0,05 m tot 0 , 20 m onder het waterpeil.
De vorm en d e situering van de singels wordt bepaald door de stedebouwkundige. Deze dient woor wat betreft de ontwatering alleen rekening te
houden met de opgegeven,.,maximale
afstand van de singels en het percentage open water.
Doorspoelen: Het is mogelijk om l~etgehele open waterstelsel 1 x per 7
tot 10 dagendoor te spoelen. nit gebeurt door het inlaten van water uit
Rijnlandsboezem.
:
Functies van het open water: Recreatief
Estetisch
Rustgevend
Berging en transport van regenwater.
3.5.3. Riolering
---Het ontwerpen van de riolerina
door de aemeente.
Gekozen is
- aeschiedt
voor een gescheiden stelsel in verband met de af te voeren hoeveelheid
vuil water, dat via een persleiding naar zee getransporteerd wordt.
de ontwerpcriteria voor het gescheiden stelsel zijn als volgt:
Regenwaterriool (r.w.a.): 100 l/sec/ha
De minimale diepteligging van het r.w.a.. is
b.0.b. 1,60 m 4 m.v., het r.w.a. wordt uitgevoerd in betonbuizen met verschillende diameters en loost op het open water.
Vuilwaterriool (d.w.a.) : 140 l/inw/etm., bij halfgevulde buis. De buis
ligt op een diepte van b.0.b. 1,50
m.v. Het
gebruikte materiaal bestaat uit astbestcementbuizen met verschillende diameters.
Als materiaal voor de persleiding wordt asbestcement en p.v.c. gebruikt.
3
,,<:?
Twee
..:,"---.*. weken voor de aanleg van de riolering wordt een bronnering aangelegd, wi.arvan de bronnen op onderlinge afstanden van 3 m staan en een
lengte hebben van 5 PI. De diameter van de filters is 20 cm. Wanneer er- .
voor gezorgd wordt dat het gewicht van de riolering net zo groot is als
'dat van de oorspronkelijke grond behoeft de riolering niet onderheid te
worden.
3.5.4'. Terreinafwerking
------Daar er voor iedere bouwkavel gewerkt wordt.met een sluitende grondbalans, behoeft er aan de afwerking van het privE terrein niets meer gedaan te worden.
Parken en plantsoenen (openbaar groen) worden met 20-30 cm grond opgehoogd. Deze grond is vrij gekomen uit cunetten en/of singels, en nood.zakelijk in verband met de nieuwe maaiveldhoogte.
.. . . ..,. .....
4. Informatie
- Gesprek met dhr. Klompmaker
- Waterbeheersingsplan Zoetermeer September 1973
- Informatie voor bouwers in Zoetermeer.
Bijlage 12.
ZWOLLE
1. Algemene gegevens
Uitbreiding: Zwolle-Zuid
Oppervlakte: 1228 ha, waarvan 384ha woongebied
Het plan is in voorbereiding en er wordt naar verwachting in 1977 gestart met de bouw. Het bestenmingsplan houdt rekening met 10.000 woningen met een gemiddelde woningbezetting van 3,2 personen. In totaal betekent dit ca. 32.000 inwoners.
Er zullen per jaar ca. 900 woningen gebouwd worden.
De totale oppervlakte van de uitbreiding Zwolle-Zuid kan als volgt onderverdeeld worden:
bestaand woongebied
70 ha
bestaand werkgebied
10 ha
natuur en bosgronden
282 ha
spoorlijnen
82 ha
infrastructuur; hoofdwegen
49 ha
te ontwikkelen werkgebied
42 ha
te ontwikkelen woongebied
384 ha
recreatie buiten woongebied
60 ha
zandwinning
40 ha
agrarisch. . en verspreide bebouwingen 209 ha
.
Het te ontwikkelen woongebied is verder onderverdeeld in:
verhard oppervlak (I )
(bebouwing en verharding) + 56%
open water
+ 4%
onverhard oppervlak
-;40%
(I)
geschat op basis van gegevens uit best&uningsplan Zwolle-Zuid, rapport waterhuishouding Zwolle-Zuid en informatie van r.w.i.
Het onverhard oppervlak is als volgt oververdeeld:
Openbaar groen
55%
Priv6 groen
45%
Sportvelden
0%
Van het verhard oppervlak zal 46% bebouwd worden.
2.1. GggLggig
De ondergrond bestaat uit grove zanden en grind (kleileem), dat onderdeel
uitmaakt van het Oostveluwse stuwalcomplex. De diepte waarop het keileem voorkomt, varieert tussen 5 en 10 m I N.A.P.
Deze ondergrond is overdekt door zanden, die vnl. onder invloed van de
heersende wind en het aanwezige water zijn afgezet.
Plaatselijk komen rivierduinen aan de oppervlakte.
Daarnaast komen alleen holocene afzettingen aan de oppervlakte voor.
In het IJsseldal vond afwisselend veengroei en sedimentatie plaats van
klei en zand.
Aan de kleisedimentatie kwam na de gesloten bedijking (1200 na Chr.) een
eind. Dijkdoorhraken hadden de vorming van kolken met bijbehorende zan-
dige afzettingen tot gevolg.
2.2. De
bodemgesteldheid
----------------Het gebied bestaat uit kleigronden en zandgronden.
De kleigronden zijn onderverdeeld in:
. Dikke kleigronden (gronden die tenminste uit 80 cm klei bestaan)
zandondergrond maximaal 1,20 m - m.v.
. Kleigronden op veen (minder dan 80 cm klei-op-veen)
zandondergrond maximaal 1,20 m - m.v.
. Kleigronden op zand (minder dan 80 cm klei-op-zand)
zandondergrond maximaal 1,20 m - m.v.
De zandgronden bestaan tot ten minste 60 cm I m.v. uit zand.
De grondwaterklassenkaart
GHGL
Grondwaterklasse I
II
GHGL
I11
GHGL
GHG>
IV
-.
~.
40
40
40
40
cm
cm
cm
cm
GLG 50-80 cm
GLG 80-120 cm
GLG > 120 cm
GLG 7 120 cm
In het gebied was v66r de planvorming een verbetering van de hoofdwatergangen in uitvoering. Bij maatgevende afvoer kan als gevolg daarvan een
,..p~lde_r~il,van
ca. 1,20 - m.v. gehandhaafd worden.
Dit zal tot gevolg hebben dat:
klasse I
en I1 word't klasse I1
klasse I1 en IV wordt klasse IV
2.4. ---------Het relief
De hoogteligging varieert van ca. 2,50 m tot ca. 0,25 m + N.A.P.
-----------afwatering
2.5. De
,
Het gebied is bekend als een deel van het voormalige waterschap "De
Vijf Marken" en is gelegen in het waterschap "Salland".
Er zijn drie hoofdlozingspunten, nl:
- Gemaal Zwolle, lozend op de sfa'dsgrachten, afgevoerd naar het Zwarte
Water, capaciteit 70 m3/min.
- Gemaal
Elarkvoort-Noord, lozend op de Soestwetering, afvoerend via de
h
stadsgrachten naar het Zwarte Water, capaciteit 85 m3/min.
- O I1w a a l Markvoort-Zuid, iden als Markvoort-Noord.
it
He kwantiteitsbeheer van dit oppervlaktewater berust bij het watersohap Salland, Terwijl het waterkwaliteitsbeheer berust bij het Zuiv~kingsschapWest-Overijssel.
I/
Qntwerpafvoer
van het bestaande stelsel: waterlopen 10 B 12 mm/etm.
II
gemaal
10 5 12 mmletm.
it/
3. Bouwrijpmaken
3.1. Definitie
--------Onder bouwrijpmaken wordt verstaan:
Het door middel van ophogen en/of het aanleggen van een ontwateringssysteem bereikbaar en berijdbaar maken van het terrein.
Het aanleggen van een rioleringsstelsel, tijdelijke bouwstraten, definitieve straten en de hoofdleidingen van de nustvoorzieningen. Tenslotte
behoort daaronder de terreinafwerking.
Er wordt nog geen onderscheid gemaakt tussen woongebieden, centrumvoorzieningen en werkgebieden met betrekking tot het bouwrijpmaken.
3.2. -----------Voorbereidingen
-De voorbereiding en de realisering van het plan zijnjworden gedaan door
projectbureau Zwolle-Zuid b.v., waarin participeren:
- de gemeente Zwolle,
- Stad en Landschap, adviesbureau voor r.0. en vormgeving b.v., Rotterdam,
- b.v. Infraconsult Deventer;
- ingenieursbureau Oranjewoud b.v. Heerenveen.
Doortin opdracht van het projectbureau Zwolle-Zuid zijn, voorafgaande
aan het bouwrijpmaken, onderzoeken verricht:
- boringen
Stichting voor Bodemkartering (Stiboka): bodemkundig-hydrologisch
onderzoek
. 1 2 2 boringen per ha tot 1,20 - m.v.
. 20 boringen tot 2,00 m - m.v.
Het "rapport inventarisatie van gegevens betreffende de bestaande situatie in Zwolle-Zuid" geeft daarnaast nog aan:
. gemeentelijke handboringen
. boringen in archief Rijks Geologische Dienst
. boringen Rijks Geologische Dienst ten behoeve van het Rapport "het
landschap rond Zwolle
. boringen Rijks Geologische Dienst ten behoeve van RGD-rapport 1214:
geologisch onderzoek ten behoeve van zandwinning Zwolle
. boringen Waterschap Salland (+ 8 diepboringen tot ca. 15 m beneden
m.v. en een aantal handboringen tot max. 4 m beneden m.v.)
...
- peilbuizen
TNO - afdeling grondwaterverkenning
In en rond het plangebied komen 2 12 ~eilbuizenvoor, welke nog regelmatig onderhouden en opgemeten worden
- sonderingen
Laboratorium voor Grondrnechanica (L.G.M.)
. 6 diepsonderingen met registratie van plaatselijke kleef; onderzoek in het kader van een te maken zandput
diepte sonderingen 16,5 - 28,5 m - m.v.
. 2 diepsonderingen en 10 middelzware sonderingen
12 sonderingen vroeger onderzoek (1950)
3.3. -Straat~eil
---- - --Het straatpeil wordt als volgt vastgesteld:
deelgebied ~ ( 1 ) uitgangspunt is gekozen toekomstig waterpeil van N.A.P.
- 0,20 m
Het toekomstig maaiveld komt (uitgaande van een drooglegging van 1,50 m ter plaatse van de watergang) op
N.A.P. + 1,30 m
Het straatpeil komt dan op N.A.P. + 1,30 m.
(I)
zie ook 3.5.2. Waterhuishouding
deelgebied B ( ' ) zie deelgebied B en C.
deelgebied B
Uitgangspunt is de bepaling van de grondbalans.
en C
Het toekomstig maaiveld komt zo hoog, dat de drooglegging ter plaatse van de watergang 1,50 m is.
Cunetdiepte hoofdwegen 0 , 9 0 m, woonstraten 0,60 m en
woningen 0,65 m. Het woonstraatniveau is 5 cm lager dan
het tuinniveau. De breedte van de watergangen is 5,00 m
Drie berekeningspethoden zijn gehanteerd
a. elk vak een eigen waterpeil, afhankelijk van de bestaande m.v.-hoogte
b. het gehele deelgebied EEn waterpeil
c. het vak met het hoogste m.v. een eigen waterpeil,
afwijkend hiervan
Het macro-groen gehouden voor niet op te hogen.
Er is gekozen voor C met als resultaat:
deelgebied B
,
-
deelgebied C
vak U\.JI V *
toekomstig waterpeil
N.A.P. + 0 , 3 5 m
toekomstige woonstraathoogte N.A.P. + 1 , 8 5 m
ophogen met 40 cm grond
overige vakken
Toekomstig waterpei 1
N.A.P. - 0 , 2 0 m
toekomstige woonstraathoogte N.A.P. + 1,30 ,
ophogen met 35 cm resp. 60 cm grond (afhankelijk bestaande maaiveldhoogte)
vak UW VI*
toekomstig waterpeil
N.A.P. + 0 , 6 0 m
toekomstige woonstraathoogte N.A.P. + 2,10 m
ophogen met 40 cm grond.
~. .>
.
..-
overige vakken
toekomstig waterpeil
N.A.P. + 0 , 1 5 m
toekomstige woonstraathoogte N.A.P. + 1,65 m
ophogen met 45 cm grond.
( I ) zie ook 3.5.2.
Waterhuishouding.
Het bouwrijpmaken wordt in fasen uitgevoerd waarbij 2 tot 3 jaar op de
woningbouw wordt vooruitgelopen. Afhankelijk van de ervaringen met de
in het begin gehanteerde methoden, worden deze a1 of niet later veranderd.
3.5. --------Enkele aspecten
van het bouwriipmaken
....................
----3.5.1. Het
ophogen
en-de
bouwstraten
---------Opgehoogd moet worden in het deelgebied A,waarin voor een groot deel
klei- op veengonden voorkomen.
Uit zettingsprognoses van het Laboratorium voor Grondmechanica is de
overhoogte bepaald van de op te brengen zandlaag.
De verwachte zettingen zijn gering en naar verwachting zal na I jaar
reeds 80% of meer van de zetting optreden zijn.
Uitgangspunt in deelgebied-A is een waterpeil van N.A.P. - 0.20 m.
De gemiddelde ophoging is 0,55 m.
Voor de hoofdwegen worden cunetten gegraven, diep 0,90 m,
De deelgebieden B en C worden opgehoogd, zodanig dat een sluitende
grondbalans wordt verkregen (zie straatpeil 3.3.). De keuze voor het
niet ophogen (van B en C) is opgenomen op basis van milieutechnische
overwegingen.
In verband met zettingen worden ten behoeve van huisvoorzieningen geen
speciale constructies gemaakt.
Het benodigde zand wordt verkregen uit een zandput van de gemeente, waarvan de aannemer gebruik kan maken.
De benodigde grond voor het ophogen wordt verkregen uit watergangen en
cunetten.
. .
Het betreft:
.
Deelgebied A: gemiddeld 0,55 m zand
. . . ..
. .
. ,: . ,
. .
:.
.., ;.. .:
. . ... . ...
Deelgebied B: resp. 0,35; o,40-e n 0,60 m grond... ,
.. . ..
, , ... ._
..
Deelgebied C: resp. 0 , 4 0 e n 0,45 m grond. . .
,
,
I
Transport naar het plangebied windt plaats per as. Aan het zand worden
de Eisen van Rijkswaterstaat voor ophoogzand gesteld.
Om het terrein goed bereikbaar te maken, worden bouwstraten aangelegd.
De hoofdstraten (ontsluiting) worden op de definitieve plaats gelegd.
Van het totale stratennet wordt ca. 50% voor de bouwstart aangelegd.
De verharding van de bouwstraten bestaat uit asfaltfundering zonder
banden of uit betonklinkerkeien en banden, die op de kop gestraat, resp.
gelegd worden.
3.5.2. Waterhuishouding
------Drainage over het gehele terrein van het stedelijk gebied.
De volgende ontwerpcriteria worden gehanteerd:
- afvoer 10 mm/etm.
- drooglegging 1,00 m.v. voor wegen
0,80 - m.v. voor het overige gebied.
- diepteligging b.b.k. drains> l,00 m m.v.
De drainageberekening is uitgevoerd door het projectbureau Zwolle-Zuid.
De doorlatendheden zijn bepaald en geschat in het bodemkundig-hydrologisch onderzoek door Stiboka.
De drainageafstand is bepaald op 1000 m'lha (drainafstand 10 m).
Als uitgangspunt is aangenomen dat 50% verstoord zal worden. Er wordt
daarom 1500 m'./ha begroot. Voor de aanvang van de bouw wordt er machinaal gedraineerd.
Er wordt geperforeerde ribbel-drain met cocos~mhuliin~
gebruikt. Over
onderhoudsmogelijkheden en -frequentie is nog geen beslissing genomen.
Er wordt aan een grindbed om de drains gedacht.
De drainage loost op de grachten en plaatselijk op het regenwaterriool.
-
.. .. .. . . ..
Open water
Het benodigde oppervlak open water is als volgt bepaald.
Ontwerpcriteria:
- verhard oppervlak (regenwaterriolering) - I x per 10 jaar voorkomende
bui
standaardverloop t (uren)
1- 2
4 8
12
.
...
.
.
27
reihnval (mm)
31
35
39
42
- gedraineerd stedelijk gebied: - een afvoer van 10 mm/etmaal (I)
- niet gedraineerd (landelijk) gebied: - afvoer van 3,5 mfetmaal
berekeningswijze
VA (t) - VL (t) = VB (t)
VB (t) max.
A =
B
(Ahmax
-
Ah
r
(t)) 100
V (t) = aanvoerhoeveelheid in de tijd in m 3
A
V (t) = lozingshoeveelheid in de tijd in m3 (zie 2.5.-afwatering)
L
V (t) = bergingshoeveelheid in de tijd in m 3
B
V (t) = max. bergingsmogelijkheid bij gestelde ontwerpnormen in m 3
B
= max. peilfluctuatie boven vast peil (cm)
Ahmax
Ah r (t) = peilstijging open water ten gevolge van regenval (cm).
(I) Opgemerkt wordt dat er geen sluitende theoretische beschouwingen voorhanden zijn die het samenvallen van een hoge stedelijke en lage agrarische afvoer ondersteunen. Argumenten om deze ontwerpcriteria toch te verdedigen-worden we1 gegeven.
A
B
=
minimaal vereist oppervlakte open water in ha
Ahmax.
=
gesteld op 40 cm boven het vaste waterpeil
Berekening wordt voor een I x per 50 jaar voorkomende bui herhaald.
De berekende peilstijgingen blijven aanvaardbaar.
Het berekende waterstelsel i s o o k nagerekend op het samenvallen van een
hoge agrarische afvoer (10 m/etm.) met een 1 x per 10 jaar voorkomende
bui op het verharde oppervlak.
Ook dit heeft geringe invloed op de peilstijging.
Benodigde oppervlakte open water:
deelgebied A: 2,4 ha + 4,7 ha
(I)
deelgebied B-west: 10,4 ha
(2)
Deelgebied B-oost: 7,3 ha
(2)
deelgebied C: 1,63 ha
(2)
-+ 4% open water
(3).
(I)
Specifieke situatie: grote delen niet-gedraineerde agrarische gronden en natuurgehieden binnen de deelgebieden.
( 2 ) Heel specifieke situatie: 4,7 ha hestaand open water, exentrisch
gelegen ten opzichte van stedelijke uitbreiding verbonden met stedelijke uitbreiding via kunstwerk onder N.S.-emplacement.
(3) Enig omrekenwerk van rapporteur. Toegerekend naar verhard o~pervlak
en onverhard gedraineerd-oppervlak.
Het open water wordt verwezenlijkt in de vorm van hergingsvijvers en/of
watergangen met een waterbreedte afhankelijk van de transportfunctie.
Bij het ontwerp moet de stroomsnelheid L 0,l m/sec. blijven, waardoor
het verval beperkt blijft tot maximaal 3 cm/km. Dit wordt niet verder
uitgewerkt, dan met het voorbeeld:
"In deelgebied B met l7,7 ha benogigd'open.water kan ongeveer 20 km
watergang met gerniddeld 9 meter breed verwezenlijkt worden."
De grachtafstand maximaal 400 2 500 m. De afstand wordt bepaald door de
verhanglijn van de regenwaterriolen.
Er worden 0,50 m brede plasbermen aangelegd met een diepte van 0,10 m
onder het vaste grachtpeil.
Doorspoelmogelijkheden van het grachtstelsel:
......................
Worden nog onderzocht.
Tijdstip van aanleg van de grachten:
........
Tegelijk met het overige grondwerk.
Functie van de grachten:
.......
.
berging en transport van overtollig water.
Riolering
.
.
Het ontwerp van de riolering geschiedt door het projectbureau ZwolleZuid. Gekozen is voor een gescheiden stelsel op basis van het "rapport
inzake technische en financiele aspecten bij de keuze van het toe te
passen rioolstelsel voor de uitbreiding Zwolle-Zuid" eind juni 1974.
Inhetgesprekwordt verwezen naar TNO-rapporten en artikelen in het
blad ldater: water van een gescheiden stelsel is even vuil.
Ontwerpcriteria regenwaterriool (r.w.a.)
...............
. berekeningen 80 l/sec/ha en
druklijn niet hoger dan 0,30 m onder
straatpeil (28,8 mmluur)
6 x per 23 jaar water op straat
........
Het regenwaterriool wordt uitgevoerd in:
betonnen buizen 0 25 tot 0 60 cm (variabele diameters).
Het r.w.a. wordt niet onderheid.
Diepteligging:
b.0.b. 1,25 m - m.v.
Ontwerpcriteria vuilwaterriool (d.w.a.)
. droogweerafvoer
huishoudelijk afvalwater 150 l/inw., 15 l/inw/uur maximaal
voorzieningen
0,25 l/sec/ha
werkgebieden
0,50 l/sec/ha
Het d.w.a. wordt ook uitge,voerd in betonnen buizen. De huisaansluitingen met variabele diameters 0 25 - 0 60 zijn van p.v.c. In uen
deelvanhet gebiedis een grondverbetering noodzakelijk.
Diepteligging:
Minimale gronddekking 1,05 m, masimale diepte b.0.b. 4,00 m
het rioolgemaal.
3.5.4. Terreinafwerking
------Het opgehoogde deelgebied A wordt afgewerkt met
_+
m.v. bij
30 cm grond, die ver-
s c h r a a l d wordt met h e t o n d e r l i g g e n d e zand t o t een d i e p t e van 40 cm.
Grond wordt i n d e p o t g e z e t e n w o r d t d o o r d e gemeente b e s c h i k b a a r g e s t e l d
v o o r p r i v 6 t u i n e n ( d o o r d e aannemer t e s t o r t e n ) . De benodigde grond v e r k r i j g t men d o o r o n t g r a v i n g u i t h e t t e r r e i n .
I n h e t p l a n komen geen s p o r t v e l d e n v o o r .
4. I n f o r m a t i e
1 . Gesprek met d h r . S m e i j e r , hoofd a f d . W. + W. gemeente Zwolle, 19-5-1975
i n gebouw F l e v o t e Zwolle.
2 . De bodenigeschiktheid i n Zwolle-Zuid
d e e l r a p p o r t 1 , werkgroep 4 , p r o j e c t b u r e a u Zwolle-Zuid b . v . , Zwolle
j u n i 1973.
Bestemmingsplan Zwolle-Zuid
p r o j e c t b u r e a u Zwolle-Zuid b . v . ,
Zwolle j u n i 1974
I J a t e r h u i s h o u d i n g Zwolle-Zuid
p r o j e c t b u r e a u Zwolle-Zuid b . v . ,
Zwolle o k t o b e r 1975.
Structuurplan r i o l e r i n g
p r o j e c r b u r e a u Zwolle-Zuid b . v . ,
:.;
. ,..,.
Zwolle m a a r t 1976