IMA Atlas Een unieke bron van cijfers over gezondheidszorg

IMA Atlas
Een unieke bron van cijfers over gezondheidszorg
Birgit Gielen, project manager IMA Atlas voor het Intermutualistisch Agentschap
Samenvatting
In december 2013 hield het Intermutualistisch Agentschap (IMA) een nieuwe website boven de doopvont,
de IMA Atlas (http://atlas.ima-aim.be). De IMA Atlas kwam er op initiatief van het IMA omdat de behoefte
aan een permanente referentiebron met cijfers relevant voor het beleid van de gezondheidszorg en de
ziekteverzekering al lang bestond.
De IMA Atlas is toegankelijk voor het grote publiek. Met een e-mailadres kan u online een gebruikersprofiel
aanmaken. Zo krijgt u toegang tot statistieken en indicatoren — afgeleid uit IMA databanken — voor België,
gewesten, provincies, arrondissementen en gemeenten. Op expliciete aanvraag krijgt u zelfs toegang tot
statistische sectoren.
De interpretatie van de cijfers moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren. De indicatoren worden immers
afgeleid uit facturatiegegevens voor terugbetaalde zorg. Daarom hebben we een aantal richtlijnen voor
interpretatie opgesteld. De cijfers worden ook pas vrijgegeven na validatie door externen.
Op dit moment bevat de IMA Atlas naast algemene statistieken (aantal rechthebbenden, % rechthebbenden
met recht op verhoogde terugbetaling enz.), onder meer cijfers over diabetesprevalentie, % rechthebbenden
met een attest chronisch zieken, % rechthebbenden met een huisartscontact, % rechthebbenden met een
Globaal Medisch Dossier, indicatoren van de grootte van huisartspraktijken en een set indicatoren met
betrekking tot ambulante antibioticumconsumptie.
De uitbreiding van het aanbod gebeurt geleidelijk. Aarzel niet ons te contacteren als u suggesties hebt voor
nuttige indicatoren.
1.Inleiding
1.1. Het Intermutualistisch Agentschap (IMA)
Voor elke handeling die wordt terugbetaald binnen de Belgische
verplichte ziekteverzekering, vindt men de overeenkomstige
code terug in de facturatiebestanden van de ziekenfondsen.
Maar ook de datum, de identificatiecodes van de patiënt,
de zorgverstrekker, het ziekenhuis... Ook al bevatten deze
facturatiegegevens geen rechtstreekse diagnosegegevens,
toch vormen ze een rijke bron van informatie, in het bijzonder
voor het opvolgen en verbeteren van onze gezondheidszorg.
Het Intermutualistisch Agentschap (IMA1) brengt de gegevens
van de zeven ziekenfondsen samen en verwerkt, analyseert
en interpreteert deze in het kader van beleidsrelevante
onderzoeksprojecten. Het IMA werkt daarvoor nauw samen
met het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
(RIZIV), het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE),
de FOD Volksgezondheid, de Stichting Kankerregister, het
Planbureau, het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid
1www.ima-aim.be
CM-Informatie 257 • september 2014
3
(WIV), maar kent ook steeds frequenter overleg met de bevoegde communautaire instanties.
Eind 2012 vierde het IMA haar tienjarig bestaan2 (Préal en
Gielen 2013). De VZW IMA werd op 3 juli 2002 opgericht op
gemeenschappelijk initiatief van alle ziekenfondsen. De statuten voorzagen in een vertegenwoordiging van RIZIV, KCE
en FOD Volksgezondheid in de Raad van Bestuur en werden
gepubliceerd in BS van 31 oktober 2002. De verdere verankering
in de wet gebeurde via de Programmawet I van 24 december
2002.
Het IMA streeft ernaar de ziekenfondsen te ondersteunen
in hun rol om bij te dragen tot het behoud en de permanente
verbetering van een performant, toegankelijk, kwaliteitsvol en
doelmatig Belgisch gezondheidssysteem, gedragen door een
duurzame financiële basis.
De strikte naleving van de privacywetgeving is prioritair. Daarom
werd van bij de start een streng veiligheids-, confidentialiteitsen privacy beleid uitgewerkt.
van 65 jaar en ouder. De totale steekproef omvat dus de
gegevens van ongeveer 305.000 personen: 260.000 in het
basisstaal van 1 op 40 en 45.000 in het bijkomend staal van 65
plussers. De oververtegenwoordiging van de 65-plussers heeft
als bedoeling om de precisie te verhogen voor deze groep, die
relatief meer gezondheidsuitgaven heeft, en bij wie de oudere
leeftijdsgroepen anders te klein worden.
Meer details kan u terugvinden op de website3 of in een eerdere
publicatie (Mertens en Préal 2009).
De structurele databanken
Het IMA beheert drie grote structurele databanken: een databank Populatie met demografische en socio-economische
gegevens over de leden van de 7 Belgische ziekenfondsen,
een databank Farmanet met gegevens over alle terugbetaalde
geneesmiddelen, op voorwaarde dat ze niet via een ziekenhuisapotheek werden afgeleverd, en een databank gezondheidszorg met terugbetalingsgegevens van alle in de verplichte
ziekteverzekering terugbetaalde prestaties. Detailinformatie
vindt u terug op de website4.
1.2. De data van het IMA
De data van het IMA zijn een belangrijke bron voor heel wat
studies, niet alleen van het IMA zelf, maar ook van het KCE,
RIZIV, WIV, Stichting Kankerregister enz. De doelstellingen van
die studies kunnen vaak herleid worden tot het formuleren van
aanbevelingen met het oog op een verbetering van het beheer
van de ziekteverzekering. Ook universitaire onderzoeksgroepen
vragen steeds vaker data bij het IMA. De data van het IMA
zijn dan ook een referentie geworden binnen de Belgische
gezondheidszorg.
De permanente steekproef
De permanente steekproef is een baanbrekende structurele
permanente ontsluiting van IMA gegevens als beleidsinformatie
voor diverse actoren en instellingen. Het gaat om een longitudinale steekproefcohorte, een groep verzekerden waarvan
alle terugbetaalde gezondheidsuitgaven en socio-economische
gegevens van jaar tot jaar worden opgevolgd.
De structurele databank gezondheidszorg bestaat pas sinds
2014. In de periode 2002-2013 zamelde het IMA uitsluitend de
uitgaven gezondheidszorgen bij de verzekeringsinstellingen
in om een specifiek project uit te voeren. Na afloop van het
project werden deze gegevens vernietigd. De toename van het
aantal projecten en volume gegevens bracht een onhoudbare
werklast en inefficiëntie met zich mee. Daarom beslisten
de verzekeringsinstellingen een permanente databank op
te bouwen (met data sinds 2006). Deze beslissing werd ook
ondersteund doordat het IMA tijdens de eerste 11 jaar werking
bewezen heeft over robuuste interne veiligheidsprocedures te
beschikken met absoluut respect voor de privacywetgeving.
Sinds januari 2014 leveren de verzekeringsinstellingen elk
trimester individuele gecodeerde gegevens van hun leden aan
het IMA.
Deze groep wordt samengesteld op basis van een steekproeftrekking van 1 op 40 van de personen die aangesloten
of ingeschreven zijn bij een ziekenfonds; plus een bijkomend
willekeurig getrokken staal van 1 op 40 van de ziekenfondsleden
2http://www.ima-aim.be/nl/imaweb/archives#anc_N1011A
3http://www.ima-aim.be/nl/imaweb/DT/content/imaweb/datas/eps/eps_introduction.html
4http://www.ima-aim.be/nl/imaweb/DT/content/imaweb/datas/general
4
CM-Informatie 257 • september 2014
2. IMA Atlas
in december 2013 met indicatoren rond drie onderwerpen:
referentiestatistieken van de populatie rechthebbenden (bv.
% rechthebbenden met recht op verhoogde tegemoetkoming
in de verplichte ziekteverzekering), diabetesprevalentie en
huisartsgeneeskunde.
2.1. Voedingsbodem voor de IMA Atlas
Het IMA werkt mee aan projecten of neemt zelf het initiatief
om bepaalde studies rond gezondheidsbeleid uit te voeren.
Meestal gaat het daarbij om een eenmalig gegeven. Maar
cijfers verouderen snel, en onvermijdelijk volgt de vraag
naar geactualiseerde gegevens van eerder gepubliceerde
studies. Een volledig rapport (twee)jaarlijks actualiseren lukt
misschien nog voor een onderwerp, maar al heel snel stoot
men op de limieten van de beschikbare hulpbronnen. Enkel
de sleutelresultaten van een eenmalig onderzoeksrapport
actualiseren, vraagt echter veel minder tijd, zeker als er aan
gestandaardiseerde procedures wordt gewerkt. Het jaarlijks
actualiseren van de belangrijkste cijfers of indicatoren uit
al opgeleverde projecten zou een efficiënte opvolging van
bepaalde domeinen mogelijk maken.
Al lang bestond dus de nood aan een toegankelijke referentiebron die beleidsmatige relevante informatie omvat en
tegelijkertijd de mogelijkheden van de IMA-data illustreert.
Een bron die kan dienen voor diverse externe gebruikers
maar ook voor interne gebruikers als referentiepunt voor
projectgebonden analyses.
Zo werd in maart 2011 een nieuw project goedgekeurd met als
doelstelling om beleidsrelevante gevalideerde cijfers afgeleid
uit IMA-data op een efficiënte manier ter beschikking te stellen
van het doelpubliek als referentiebron en als illustratie van
de meerwaarde van IMA-data. Beleidsverantwoordelijken,
onderzoekers, medewerkers van de verzekeringsinstellingen
en het IMA, en zorgverstrekkers vormen de voornaamste
doelgroep. Voor het grote publiek relevante cijfers of evoluties
worden via de pers verspreid.
2.3. Wat u zeker moet weten over de IMA Atlas
Wat is de IMA Atlas?
De IMA Atlas stelt online statistieken —bij voorkeur echte
“indicatoren”— ter beschikking van het grote publiek. Het
gaat dus niet om afzonderlijke wetenschappelijke studies of
uitgebreide rapporten. De IMA Atlas biedt globale cijfers voor het
beleid en een referentie voor iedereen die met gezondheidszorg
bezig is; stelt cijfers ter beschikking van onderzoekers om te
combineren met hun eigen cijfers; heeft een signaalfunctie om
actie te ondernemen of een bepaald gegeven meer in detail te
bestuderen … want “meten is weten” (Gielen en Préal 2014).
De voorstelling gebeurt volgens zes thema’s: demografie
en socio-economie, preventie, gezondheidstoestand, zorgconsumptie, toegankelijkheid en organisatie van gezondheidszorg. In deze opstartfase gaat het om een beperkt aantal
indicatoren, voornamelijk afgeleid uit al afgewerkt onderzoek.
In juni 2014 bevatte de IMA Atlas naast referentiestatistieken
van de populatie rechthebbenden o.a. cijfers over diabetesprevalentie, % rechthebbenden met een attest chronisch
zieken, % rechthebbenden met een huisartscontact, % rechthebbenden met een Globaal Medisch Dossier (GMD),
indicatoren m.b.t. de grootte van huisartspraktijken en een
set indicatoren m.b.t. ambulante antibioticumconsumptie.
De uitbreiding van het aanbod gebeurt geleidelijk en is
vooral afhankelijk van beschikbare mandagen. Tabel 1 bevat
een overzicht van de onderwerpen waarvoor indicatoren
beschikbaar zijn of ontwikkeld worden.
2.2. Realisatie van de IMA Atlas
Het “rijpingsproces” van het project nam twee jaren in beslag.
In die tijd deden we aan terreinverkenning waarbij verschillende
bestaande nationale en Europese websites met indicatoren
aan een onderzoek werden onderworpen. We verfijnden ook
de operationele doelstellingen, tekenden procedures uit voor
kwaliteits- en efficiëntiebewaking en zochten naar de geschikte
software voor online publicatie. De keuze viel op de statistische
presentatiesoftware Swing® van ABF Research5.
We opteerden voor een bescheiden start met een beperkt
aanbod aan indicatoren dat we dan zullen aanvullen
afhankelijk van interacties met, en reacties van, de doelgroep.
Zo werd de website http://atlas.ima-aim.be live geplaatst
5
De indicatoren zijn beschikbaar op nationaal, regionaal en
gemeentelijk niveau en daar waar de privacyregeling het
toelaat, zelfs tot op het niveau van de wijk en de statistische
sector. U kunt dus bijvoorbeeld verschillen tussen gemeenten
bekijken, karakteristieken van de rechthebbenden in uw
gemeente of werkingsgebied van het ziekenfonds in kaart
brengen, evoluties over de laatste jaren (maximum 10)
bestuderen, cijfers downloaden om te koppelen met uw eigen
gegevens enz. Zorgverstrekkers kunnen indicatoren opzoeken
voor de rechthebbenden in hun werkingsgebied of indicatoren
voor de gemiddelde verstrekker uit hun omgeving. Indien een
aggregatie per geografische eenheid niet zinvol is, bv. in geval
van de indicatoren zwangerschap en bevalling, worden ze
geaggregeerd per instelling.
http://www.abfresearch.nl/
CM-Informatie 257 • september 2014
5
Tabel 1: Onderwerpen in de IMA Atlas
Onderwerp
Voorbeeld van beschikbare indicatoren
Status juni 2014
Antibioticumconsumptie
ambulante praktijk
Aantal terugbetaalde antibioticumbehandelingen per 1.000 rechthebbenden per dag
tussen 1 juli van het jaar en 30 juni van het
volgende kalenderjaar
Beschikbaar
Baarmoederhalskankerscreening
% vrouwen van 25-64 jaar met een cervicovaginaal uitstrijkje in het kader van screening
binnen een periode van drie kalenderjaren
In ontwikkeling
Borstkankerscreening
% vrouwen van 50-69 jaar met een screeningsmammografie tijdens het jaar of het voorgaande jaar
In ontwikkeling
Diabetes
Aantal diabetespatiënten onder medicatie per
10.000 rechthebbenden
Beschikbaar
Huisartsgeneeskunde
% rechthebbenden met minstens 1 huisartscontact (raadpleging/bezoek)
Beschikbaar
Mond zorg
% rechthebbenden met een preventief contact
bij de tandarts binnen een periode van 1 kalenderjaar
In ontwikkeling
Proxy alcoholintoxicatie
% rechthebbenden per 10.000 rechthebbenden
tussen 12 en 17 jaar dat tijdens het kalenderjaar
op de spoeddienst werd opgevangen en
waarbij op dezelfde dag de concentratie
alcohol in het bloed werd bepaald
In ontwikkeling
Referentiestatistieken
populatie
% rechthebbenden met recht op verhoogde
tegemoetkoming in de verplichte ziekteverzekering
Beschikbaar
Thuisverpleging en
residentiële ouderenzorg
% rechthebbenden van 65 jaar of ouder dat
op 31 maart gebruik maakte van prestaties
thuisverpleging
In ontwikkeling
Zwangerschap en bevalling
% keizersneden
In ontwikkeling
Enkele concrete voorbeelden
Antibioticumconsumptie
In België werden enkele klinische praktijkrichtlijnen en een
antibioticagids ontwikkeld met Wetenschappelijk onderbouwde
aanbevelingen voor artsen6. Daarin geeft men aan wanneer
antibiotica aangewezen zijn en welke antibiotica(klassen)
dan de voorkeur genieten. De indicatoren in de IMA Atlas —
ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Antwerpen,
het Belgian Antibiotic Policy Coordination Committee (BAPCOC)
en het RIZIV— over de consumptie van de respectievelijke
6
antibiotica(klassen) kunnen ons dus onrechtstreeks informatie
geven over de toepassing van deze aanbevelingen door de
artsen. Belgische artsen zijn grote voorschrijvers van derde
generatie chinolones (moxifloxacine). Prof. Dr. Herman Goossens
verklaarde eerder al in de pers (Het Nieuwsblad, 20 maart
2014) dat er geen enkele reden is waarom we in België zoveel
meer breedspectrumantibiotica zouden voorschrijven. Figuur 1
geeft het aandeel van respiratoire chinolonen (levofloxacine
CM-Informatie 257 • september 2014
en moxifloxacine) in de totale antibioticumconsumptie, voorgeschreven in de ambulante praktijk per arrondissement.
Antibioticumconsumptie werd daarbij berekend als het aantal
rechthebbenden met een antibioticumbehandeling (minstens
één terugbetaalde antibioticumverpakking) in de ambulante
praktijk tussen 1 juli 2012 en 30 juni 2013.
Huisartscontact
Figuur 2 geeft per arrondissement het aandeel van de rechthebbenden dat jaarlijks minstens een keer contact heeft met
een huisarts, d.w.z. minstens een terugbetaalde raadpleging
of (huis)bezoek. In Brussel gaat het om slechts 62,5% van de
bevolking. Het is bekend dat de Brusselse bevolking minder
beroep doet op de huisarts. Dit is voor een deel ook een illustratie
van ‘ondergebruik’ van de gezondheidsdiensten in Brussel.
Dit cijfer is echter ook gebonden aan een andere organisatie
van de eerste lijn, met een groot aantal wijkgezondheidscentra.
Brussel staat bovenaan de lijst arrondissementen met het
grootste aantal patiënten ingeschreven in wijkgezondheids-
centra per 10.000 rechthebbenden (cf. IMA Atlas). Omdat de
contacten van patiënten in wijkgezondheidscentra onbekend
zijn (forfaitair bedrag per maand) werden deze patiënten
uitgesloten uit de berekening van de cijfers uit Figuur 2.
Omdat patiënten in wijkgezondheidscentra altijd een GMD
hebben, moet het belang van wijkgezondheidscentra ook
bekeken worden, wanneer men geïnteresseerd is in het
percentage van de rechthebbenden met een GMD bij een
huisarts. Het percentage rechthebbenden met een GMD steeg
van 32,1% in 2003 tot 55,9% in 2012, mits grote verschillen tussen
de gewesten (Tabel 2).
Figuur 3 illustreert hoe de
mogelijk maken een wijk,
sector, te karakteriseren.
statistische sectoren waar
voor Brussel gerelateerd
hoger) meer of minder is
indicatoren in de IMA Atlas het
of in dit geval een statistische
We krijgen een beeld van de
het gebruik van het GMD (maar
aan wijkgezondheidscentra, zie
ingeburgerd. Dit is slechts een
Figuur 1: Illustratie IMA Atlas antibioticumconsumptie
6http://www.bcfi.be/userfiles/File/antibioticagids-NL.pdf
CM-Informatie 257 • september 2014
7
Figuur 2: Illustratie IMA Atlas huisartscontact
Tabel 2: Illustratie IMA Atlas Globaal Medisch Dossier
8
CM-Informatie 257 • september 2014
voorbeeld, binnenkort is dezelfde informatie beschikbaar
voor borst- en baarmoederhalskankerscreening. Het is ook
mogelijk tegelijkertijd een proxy van het socio-economisch
profiel van een wijk te bekijken via het percentage van de
actieve bevolking met recht op verhoogde tegemoetkoming in
de verplichte ziekteverzekering. Dit soort karakterisering van
wijken is bruikbaar voor gemeenten, ziekenfondsen en andere
instanties die lokale acties rond gezondheidspromotie willen
ondernemen, of het lokaal beleid willen sturen of evalueren.
Interpretatie
De interpretatie van de indicatoren moet wel altijd met
de nodige voorzichtigheid gebeuren. Het gaat steeds om
indicatoren afgeleid uit facturatiegegevens voor terugbetaalde
zorg. Evoluties over de jaren kunnen veroorzaakt zijn door
een gewijzigde wetgeving. Verschillen tussen geografische
eenheden kunnen onderliggende oorzaken hebben, bv. de
leeftijdssamenstelling van de bevolking.
De metadatafiches in de IMA Atlas geven een beknopte
beschrijving van de methodologie. Ook belangrijke opmerkingen
naar interpretatie van de cijfers toe, worden zoveel mogelijk
vermeld. We dringen er dan ook op aan om bij gebruik of
publicatie van de indicatoren altijd de metadatafiches te lezen!
Toch blijft het complexe materie. Vooral voor interpretatie van
gegevens op niveau van statistische sectoren is een grondige
terreinkennis belangrijk.
Het is belangrijk te weten dat alle indicatoren uit de IMA Atlas
gebaseerd zijn op de IMA populatie rechthebbenden. Omdat in
België 99% van de inwoners verzekerd is, vormt dit globaal geen
probleem. Lokaal en zeker op niveau van individuele statistische
sectoren bestaan er wel degelijk verschillen tussen de officiële
bevolking in het Rijksregister en de populatie rechthebbenden:
• in gemeenten met veel grensarbeiders onderschat of overschat de IMA populatie de werkelijk residentiële populatie;
• in gemeenten of wijken met veel vreemdelingen telt het IMA
meer personen dan het officieel Rijksregister;
• in gemeenten of wijken met veel Europese ambtenaren telt
het IMA minder personen dan het officieel Rijksregister.
Verder moeten we rekening houden met een beperkte uitval
(grootteorde 0,5 - 1%) van personen die in de databank
opgenomen zijn maar niet verzekerd zijn, of een onbekend
statuut hebben. Rechthebbenden met een domicilie in het
buitenland (grootteorde 1,5%) worden uitgesloten en degene
met een onbekende woonplaats (grootteorde < 0,5%) dragen
Figuur 3: Illustratie IMA Atlas Globaal Medisch Dossier – detail statistische sectoren Brussel
CM-Informatie 257 • september 2014
9
enkel bij tot de globale cijfers voor België. Op niveau van de
statistische sectoren moet men daarenboven rekening houden
met een verlies van 3,6% tot 7,2% van de rechthebbenden
ten opzichte van de gemeenten door onbekende statistische
sectoren in de databank.
Bovenstaande staat in detail beschreven in de metadatafiches
van het aantal rechthebbenden, toegankelijk op de IMA
Atlas website. Waar minder aandacht aan werd besteed in
de metadatafiches, is het probleem van de migraties. Omdat
indicatoren worden berekend voor periodes van volledige
kalenderjaren en toegekend aan een geografische eenheid
die overeenkomt met de laatst bekende domicilie van de
rechthebbende (meestal op 31 december), wordt er geen
rekening gehouden met migraties. Het zorggebruik van een
persoon die de eerste negen maanden in Schaarbeek woont
en de laatste drie maanden van het jaar in Sint-Gillis, zal toch
in de indicatoren van Sint-Gillis terecht komen. De indicatoren
zijn dus valide zolang de verhuisbewegingen van en naar een
gebied elkaar compenseren, zowel in aantal personen als in
karakteristieken van die personen.
Conform de privacywetgeving, worden indicatoren met betrekking tot vijf personen of minder verborgen. Dit biedt echter geen
bescherming tegen verkeerde interpretaties. Indien u indicatoren raadpleegt voor geografische eenheden met een klein aantal inwoners, moet u extra voorzichtig zijn met de interpretatie
daarvan.
Persoonlijke login
De IMA Atlas staat ter beschikking van het grote publiek.
Iedereen met een e-mailadres kan een gebruikersprofiel aanmaken door een eenvoudig inschrijvingsformulier online in te
vullen. Toegang krijgen tot indicatoren voor België, gewesten,
provincies, arrondissementen en gemeenten neemt slechts
enkele minuten in beslag. Omdat niet iedereen standaard toegang krijgt tot indicatoren voor het detailniveau van statistische
sectoren, moet u bij die aanvraag rekening houden met een
wachttijd van ongeveer vijf werkdagen.
Via registratie van de gebruikers van de website krijgen
we tijdens deze beginfase van het project de noodzakelijke
informatie in handen, enerzijds ter evaluatie van de investeringen
(wordt de IMA Atlas wel gebruikt?) en als argument voor
blijvende investeringen en uitbreiding. Anderzijds willen we
ook een beter zicht krijgen op het type gebruikers (bereiken
we de gewenste doelgroep?). Kennis van het type gebruikers
kan helpen bij keuzes rond welke onderwerpen prioritair toe te
voegen. Het voordeel voor de gebruikers is dat we hen op de
hoogte kunnen houden van actualisaties of de publicatie van
een nieuwe set indicatoren.
10
2.4. Externe validatie en samenwerking
De ontwikkeling van nieuwe indicatoren neemt enige tijd in
beslag omdat het IMA eigen procedures heeft om de kwaliteit
van de verzamelde gegevens en de hieruit geproduceerde
indicatoren te verzekeren. Externe experts, academici en
partners binnen de sector, worden op twee sleutelmomenten
betrokken bij de implementatie van elke set indicatoren. In een
eerste fase valideren ze een voorstel van een set indicatoren
met hun definities. Op basis van de opmerkingen van de
validatoren gebeuren de nodige aanpassingen en worden
de indicatoren berekend. In een tweede fase vragen we de
validatoren te beoordelen of de indicatoren correct zijn, op
basis van hun domeinkennis of andere databronnen. Om dit
mogelijk te maken krijgen de validatoren toegang tot een voor
het publiek verborgen deel van de IMA Atlas. Na goedkeuring
en eventuele correcties wordt de nieuwe set indicatoren
opengesteld voor het grote publiek.
Externen kunnen ook nieuwe indicatoren voorstellen. De
voorwaarde is dat de indicatoren afleidbaar zijn uit IMAdata, m.a.w. terugbetaald in de verplichte ziekteverzekering
met een specifieke nomenclatuurcode en in afwezigheid van
diagnosegegevens.
3.Besluit
Bent u op zoek naar statistieken en indicatoren die afgeleid
kunnen worden uit administratieve databanken van de ziekenfondsen? Ga naar http://atlas.ima-aim.be, creëer uw persoonlijke login en exploreer wat er momenteel ter beschikking staat.
Hebt u vragen? Vindt u niet wat u zoekt? Weet u op welke
indicatoren veel van uw collega’s zitten te wachten en denkt u
dat het IMA de data heeft? Contacteer ons!
Referenties
Gielen B., Préal R. 2014. De IMA Atlas. Wat u altijd al wilde
weten… Huisarts Nu 43(2): 79-81.
Mertens, R, Préal R. 2009. De permanente steekproef: een
eldorado voor epidemiologen? CM Informatie 236: 33-35.
Préal R., Gielen B. 2013. Het Intermutualistisch Agentschap
blies 10 kaarsjes uit. CM Informatie 251: 28-31.
CM-Informatie 257 • september 2014