PDF bestand

slijmchimpansees (ook wel slijmchimps, beledigende
woordenlijst
term): mensen (verwijst naar zweet op onbehaarde huid)
zilverrug: een volwassen mannetje van twaalf jaar of ouder met zilveren haren op een deel van zijn rug. De zilverrug straalt gezag uit en is degene die zijn familie moet
borstkloppen: jezelf herhaaldelijk met een of twee handen
beschermen.
op de borst slaan om een hard geluid te maken (door gorilla’s
soms gebruikt om een tegenstander af te schrikken)
de Grom: knorrend, varkensachtig geluid waarmee gorillaouders hun ergernis uitdrukken
domein: territorium
droogbal: gedroogde uitwerpselen waarmee Ivan kijkers
bekogelt
Geen-Tikkertje: zachte knuffelgorilla
lianen: ravotten (verwijst naar het zwaaien aan lianen)
9855 dagen (voorbeeld): gorilla’s in het wild meten het verstrijken van de tijd in jaargetijden of de hoeveelheid eten
die ze kunnen vinden, maar Ivan is in dagen gaan rekenen.
(9855 dagen is gelijk aan 27 jaar.)
6
7
hallo
Ik ben Ivan. Ik ben een gorilla.
Dat is niet zo makkelijk als het lijkt.
namen
geduld
Ik word de Snelweggorilla genoemd. De Aap van Afrit 8.
Ik heb in de loop der jaren geleerd om mensenwoorden te
De Enige Echte Ivan, Machtige Zilverrug.
verstaan, maar mensentaal begrijpen is niet hetzelfde als
mensen begrijpen.
Het zijn wel mijn namen, maar ik ben ze niet. Ik ben Ivan,
gewoon Ivan, meer niet.
Mensen praten te veel. Ze snateren als chimpansees, bedelven de wereld onder hun lawaai, zelfs als ze niets te zeggen
Mensen verspillen woorden. Ze gooien ze weg als bananen-
hebben.
schillen en laten ze wegrotten.
Het duurde wel een tijdje voor ik al die mensengeluiden
Iedereen weet dat de schillen het lekkerst zijn.
herkende, voor ik woorden tot dingen kon vlechten. Maar
ik had geduld.
Je zult wel denken dat gorilla’s je niet kunnen verstaan. Je
denkt natuurlijk ook dat we niet rechtop kunnen lopen.
Geduld hebben is nuttig als je een aap bent.
Loop maar eens een uurtje op je knokkels. En vertel mij
Gorilla’s zijn geduldig als stenen. Mensen een stuk minder.
dan wat leuker is.
10
11
Ik weet dat mensen daar moeite mee hebben.
hoe ik eruitzie
Ik kan ook maar moeilijk geloven dat er een verband in
tijd en ruimte is tussen mij en een ras van ongemanierde
vlegels.
Ik was vroeger een wilde gorilla, en zo zie ik er nog steeds
Chimpansees. Wat moet je ermee?
uit.
Ik heb de verlegen blik van een gorilla, de lepe lach van
een gorilla. Ik draag een sneeuwwit zadel van bont, het
uniform van een zilverrug. Als de zon mijn rug verwarmt,
werp ik de imposante schaduw van een gorilla voor me uit.
Omdat ik zo groot ben, voelen mensen zich uitgedaagd. Ze
denken dat ik wil vechten, terwijl ik alleen maar denk dat
de avondzon wel iets weg heeft van een rijpe nectarine.
Geen mens is machtiger dan ik, ik ben honderdtachtig kilo
pure kracht. Mijn lijf lijkt gemaakt voor het gevecht. Als
ik mijn armen uitstrek, past de langste mens er makkelijk
tussen.
Mijn stamboom is ook heel breed. Ik ben een mensachtige,
net als jij, en net als chimpansees en orang-oetans en
bonobo’s. We zijn allemaal verre en wantrouwige familie
van elkaar.
12
13
Mijn domein is aan één kant van de piste. Ik woon hier om-
passage & amusementshal
de circustent afrit 8
dat ik te veel een gorilla ben en te weinig een mens.
Stella’s domein ligt naast het mijne. Stella is een olifant. Zij
en Bob – dat is een hond – zijn mijn beste vrienden.
Op dit moment heb ik geen gorillavrienden.
Ik woon in een menselijk leefgebied dat Passage & Amuse-
Mijn domein is van dik glas en roestig metaal en ruw
mentshal De Circustent Afrit 8 heet. Wij zijn gemakkelijk
cement. Stella’s domein is van metalen tralies. Het domein
bereikbaar langs snelweg I-95, met voorstellingen om twee
van de honingberen is van hout, dat van de papegaaien is
uur, vier uur en zeven uur, 365 dagen per jaar.
van kippengaas.
Dat zegt Mack altijd als hij de trillende telefoon opneemt.
Drie van mijn muren zijn van glas. In een ervan zit een
barst, en in de benedenhoek ontbreekt een stukje ongeveer
Mack werkt hier in de passage, dat is een winkelcentrum.
zo groot als mijn hand. Dat gat heb ik gemaakt met een
Hij is de baas.
honkbalknuppel die ik voor mijn zesde verjaardag van
Mack kreeg. Daarna pakte hij de knuppel af, maar de honk-
Ik werk hier ook. Ik ben de gorilla.
bal die erbij zat mocht ik wel houden.
In passage De Circustent draait de hele dag een draaimolen
Op een van de muren van mijn domein is een plaatje van
rond met piepende muziek, en wonen apen en papegaaien
een oerwoud geschilderd. Er zijn bloemen zonder geur
tussen de winkeliers. In het midden van de passage is een
en bomen zonder wortels en een waterval zonder water.
piste, een kring met bankjes eromheen waar mensen met
Ik heb het niet geschilderd, maar ik vind het mooi zoals
hun achterwerk op zitten en zachte, zoute krakelingen eten.
de vormen over mijn muur golven, ook al stelt het als oer-
Op de grond ligt allemaal zaagsel gemaakt van dode bomen.
woud niet veel voor.
14
15
Ik bof dat mijn domein drie ramen als muur heeft. Ik kan
Dat beest moet mij voorstellen, maar de schilder heeft een
de hele winkelpassage zien en een stukje van de wereld
fout gemaakt. Ik ben nooit boos.
daarachter: de dolle flipperkasten, de bolle roze suikerspinnen, het uitgestrekte parkeerterrein zonder bomen.
Achter het parkeerterrein loopt een snelweg waar eindeloos auto’s voorbijrazen. Een reusachtig bord aan de rand
nodigt ze uit om te stoppen en uit te rusten als gazellen bij
een waterpoel.
Het bord is verbleekt, de kleuren zijn uitgelopen, maar ik
weet wat erop staat. Mack heeft het een keer voorgelezen:
‘Kom naar Passage & Amusementshal De Circustent Afrit 8,
het Huis van de Enige Echte Ivan, Machtige Zilverrug!’
Jammer genoeg kan ik niet lezen, maar ik wou dat ik dat
wel kon. Met verhalen lezen zou ik mooi mijn lege uren
kunnen vullen.
Ik heb wel een keer kunnen genieten van een boek dat een
van mijn verzorgers in mijn domein had laten liggen.
Het smaakte naar termieten.
Op het bord langs de snelweg staat een tekening van Mack
in zijn clownskleren en Stella op haar achterpoten en een
boos beest met wild haar en een woeste blik in zijn ogen.
16
Met boosheid moet je zuinig zijn. Een zilverrug gebruikt
boosheid om de orde te bewaren en zijn troep voor gevaar
de kleinste circustent op aarde
te waarschuwen. Als mijn vader op zijn borst sloeg, zei hij
daarmee: Pas op, luister goed, ik ben hier de leider. Ik ben boos
om jullie te beschermen, want daar ben ik voor geboren.
Hier in mijn domein is er niemand om te beschermen.
Mijn buren hier in passage De Circustent kennen een heleboel kunstjes. Ze hebben veel geleerd allemaal, ze kunnen
meer dan ik.
Een van mijn buren kan honkballen, ook al is ze een kip.
Een ander bestuurt een brandweerauto, ook al is hij een
konijn.
Vroeger had ik een lieve buurvrouw, een glanzende zeehond die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een bal
op haar neus kon balanceren. Haar schorre geblaf deed me
altijd denken aan een hond die op een koude nacht buiten
aan de ketting ligt.
Kinderen gooiden centen in haar plastic bad en deden
daar een wens bij. De munten glommen als platte, koperen
steentjes op de bodem.
Op een dag had de zeehond honger, of misschien verveelde
ze zich, en at ze honderd centen op.
18
19
Mack zei dat het geen kwaad kon.
Na onze voorstelling gaan mensen op jacht in de winkels.
Een winkel is waar mensen spullen kopen die ze nodig hebben om te overleven. In passage De Circustent verkopen
Hij vergiste zich.
sommige winkels nieuwe dingen, zoals ballonnen en
Mack noemt onze voorstelling ‘De Kleinste Circustent op
T-shirts en petjes om de glimmende mensenhoofden te
Aarde’. Elke dag om twee uur, vier uur en zeven uur zitten
bedekken. Andere winkels verkopen oude spullen, die naar
er mensen die zich koelte toewuiven, frisdrank drinken, in
stof en vocht en vroeger ruiken.
hun handen klappen. Baby’s brullen. Mack, uitgedost als
een clown, peddelt rond op een piepklein fietsje. Een hond
De hele dag door kijk ik naar mensen die van winkel
die Snickers heet zit op Stella’s rug. Stella zit op een kruk.
naar winkel draven. En steeds geven ze elkaar hun groene
papiertjes, die droog zijn als oude bladeren en naar hon-
Het is een heel stevige kruk.
derden handen ruiken.
Ik doe geen kunstjes. Voor mij is het genoeg dat ik mezelf
Ze jagen fanatiek, ze lopen met grote stappen, ze duwen, ze
ben, zegt Mack.
brommen. Dan gaan ze weg, met tassen vol kleurige dingen,
zachte dingen, grote dingen. Maar hoe vol hun tassen ook
Stella vertelde dat sommige circussen van stad naar stad
zijn, ze komen altijd weer terug voor nieuwe dingen.
reizen. Ze hebben mensen die hoog in een tent aan touwen
zwaaien. Ze hebben grommende leeuwen met blinkende
Mensen zijn echt slim. Ze maken roze wolken die je kunt
tanden en een slingerende rij olifanten die allemaal het
eten. Ze bouwen domeinen met platte watervallen.
slappe staartje voor zich vasthouden. De olifanten staren
strak voor zich uit om de mensen niet te zien die hen
Maar jagen kunnen ze niet.
willen zien.
Ons circus reist niet rond. Wij blijven op dezelfde plek
zitten, als een oud beest dat te moe is om verder te trekken.
20
21
weg
tekenaars
Sommige dieren leven hun eigen leven, onbespied, maar
Hier in mijn domein heb ik niet veel te doen. Je kunt niet
dat geldt niet voor mij.
eindeloos droogballen naar mensen blijven gooien zonder
dat het gaat vervelen.
Mijn leven bestaat uit knipperende lichten en wijzende vingers
en ongenode gasten. Op centimeters afstand drukken mensen
Een droogbal maak je door mest op te rollen tot een
hun platte handjes tegen de glazen muur tussen ons in.
balletje dat zo groot is als een kleine appel en het dan te
laten drogen. Ik houd er altijd een paar bij de hand.
Het glas wil zeggen: jij bent dit en wij zijn dat en zo zal het
altijd blijven.
Om de een of andere reden hebben mijn bezoekers die
nooit bij zich.
Mensen laten hun vingerafdrukken achter, kleverig van de
snoep en glibberig van het zweet. Elke avond komt er een
In mijn domein heb ik een autobandschommel, een piep-
vermoeide man die ze wegveegt.
klein plastic badje met vies water erin en zelfs een oude tv.
Soms druk ik mijn neus tegen het glas. Mijn neusafdruk, net
Ik heb ook een knuffelgorilla. Die heb ik gekregen van Julia,
als jullie vingerafdruk voor jullie, is enkel en alleen van mij.
de dochter van de vermoeide man die de passage elke avond
schoonmaakt.
De man veegt het glas af en weg ben ik.
De gorilla heeft lege ogen en slappe armen en benen, maar
ik slaap elke nacht met haar. Ik noem haar Geen-Tikkertje.
22
23
Mijn tweelingzusje heette Tikkertje.
een klokhuis, een bananenschil, een snoeppapiertje. (Vaak
eet ik de dingen die ik teken eerst op.)
Julia is tien jaar. Ze heeft haren als zwart glas en een brede
glimlach, als een halvemaan. Zij en ik hebben veel gemeen.
Maar ook al teken ik steeds dezelfde dingen, het verveelt
We behoren allebei tot de mensachtigen, en we zijn allebei
me nooit. Als ik zit te tekenen, denk ik nergens anders aan.
tekenaar.
Ik denk niet aan waar ik ben, aan gisteren of aan morgen.
Ik beweeg alleen maar mijn potloden over het papier.
Van Julia heb ik mijn eerste kleurpotlood gekregen, een
blauw stompje, dat ze samen met een opgevouwen vel
Mensen herkennen niet altijd wat ik teken. Ze knijpen hun
papier door het gat in mijn glas schoof.
ogen een beetje dicht, houden hun hoofd schuin, mompelen wat. Dan heb ik een banaan getekend, een hele mooie
Ik wist wat ik ermee moest doen. Ik had Julia zien tekenen.
banaan, en dan zeggen ze: ‘Het is een geel vliegtuig!’ of
Toen ik het potlood over het papier trok, maakte het een
‘Het is een eend zonder vleugels!’
spoor als een sluipende blauwe slang.
Ik zit er niet mee. Ik teken niet voor hen. Ik teken voor mezelf.
Julia’s tekeningen bruisen van kleur en beweging. Zij tekent
dingen die niet echt zijn: lachende wolken en zwemmende
Mack kreeg algauw door dat mensen geld overhebben voor
auto’s. Ze tekent tot haar potloden breken en het papier
een tekening die een gorilla heeft gemaakt, ook al weten ze
scheurt. Haar plaatjes zijn net stukjes uit een droom.
niet wat ik heb getekend. Nu teken ik elke dag. Mijn werk
wordt verkocht voor 20 dollar per stuk (25 met lijst) in de
Ik kan geen droomplaatjes tekenen. Ik onthoud mijn dro-
souvenirwinkel vlak bij mijn domein.
men nooit, ook al word ik weleens wakker met een bonkend
Als ik moe word en rust wil,
hart en gebalde vuisten.
eet ik mijn potloden op.
Vergeleken met Julia’s tekeningen lijken die van mij niet zo
bijzonder. Zij tekent wat ze in haar hoofd ziet. Ik teken wat
ik in mijn kooi zie, simpele dingen die mijn dagen vullen:
24
vormen in wolken
Ik geloof dat ik altijd een tekenaar ben geweest.
fantasie
Ooit hoop ik net zo te kunnen tekenen als Julia, werelden
te bedenken die nog niet bestaan.
Als baby al, toen ik me nog aan moeder vastklampte, had ik
het oog van een tekenaar. Ik zag vormen in de wolken, en
Ik weet wel wat de meeste mensen denken. Ze denken dat
beelden in de gladde stenen op de bodem van een beekje. Ik
gorilla’s geen fantasie hebben. Ze denken dat we geen her-
wilde kleuren pakken: de vuurrode bloem waar ik net niet
inneringen hebben aan ons verleden en niet over onze toe-
bij kon, de zwartbruine vogel die langsscheerde.
komst kunnen nadenken.
Ik weet niet veel meer van toen ik jong was, maar dit weet
En eigenlijk hebben ze ook wel een beetje gelijk. Ik denk
ik nog wel: wanneer ik de kans kreeg, doopte ik mijn vin-
vooral aan wat er is, niet aan wat er zou kunnen zijn.
gers in frisse modder en gebruikte de rug van mijn moeder
als schilderdoek.
Ik heb geleerd om geen verwachtingen te hebben.
Ze had veel geduld, mijn moeder.
26
27
Op zulke momenten vind ik het jammer dat mensen mij
de eenzaamste gorilla
ter wereld
niet kunnen verstaan zoals ik hen kan verstaan.
Het valt wel mee, wilde ik tegen dat jongetje zeggen. Als
het lang genoeg duurt, kun je bijna overal aan wennen.
Toen passage De Circustent werd gebouwd, rook het er
naar nieuwe verf en vers hooi, en kwamen er de hele dag
door mensen op bezoek. Ze stroomden langs mijn domein
als boomstammen op een trage rivier.
Tegenwoordig zijn er dagen dat er helemaal niemand komt
kijken. Mack zegt dat hij zich zorgen maakt. Hij zegt dat
mijn charme weg is. Hij zegt: ‘Ivan, je hebt het niet meer,
ouwe jongen. Vroeger was je zo populair.’
De bezoekers blijven inderdaad niet meer staan. Ze staren
door het glas, klikken met hun tong, fronsen hun wenkbrauwen als ze zien dat ik tv zit te kijken.
‘Hij lijkt zo eenzaam’, zeggen ze.
Niet lang geleden stond er een jongetje voor het glas, de
tranen liepen over zijn gladde, rode wangen. Hij pakte
de hand van zijn moeder vast en zei: ‘Hij moet wel de
eenzaamste gorilla ter wereld zijn.’
28
29