Hybride financiële instrumenten - 27 juni 2014

PATR IMO N IA LE AC T UA LITEI T
Hybride financiële
instrumenten
Door een wijziging van de MoederDochter Richtlijn, wil de Europese
Unie een einde maken aan de hybride
leningsstructuren die, volgens haar,
als gevolg hebben dat de lidstaten
aanzienlijke inkomsten mislopen.
overeengekomen bij uitgifte van de lening). In tegenstelling tot de
aandeelhouder die moet wachten op een beslissing van de algemene
vergadering, kan de geldschieter de betaling van de overeengekomen
rente, en ook de terugbetaling van het kapitaal eisen eens de
verschillende vervaldagen zijn bereikt.
Nina De Moor, estate planner
De fiscale gevolgen
Een onderscheid: eigen vermogen en ontleende
middelen
Dividenden zijn naar Belgisch recht in principe niet fiscaal aftrekbaar
van het belastbaar resultaat van de vennootschap die ze uitkeert,
terwijl in normale omstandigheden (geen excessieve rente …)
interesten dat wel zijn. Dit is echter niet altijd zo eenvoudig. Het wordt
nog ingewikkelder wanneer het financieel instrument is uitgegeven in
een bepaalde lidstaat en de belegger in een andere lidstaat woont.
Het is momenteel soms zo dat de juridische kwalificatie van hybride
financiële instrumenten verschillend is in de verschillende lidstaten.
Om dit uit te leggen, nemen we het voorbeeld van de PPB, een ‘profit
participating bond’. We hebben hierboven gezien dat een geldschieter
recht heeft op een vergoeding van zijn lening (interest). Deze vergoeding
kan een vooraf bepaald percentage zijn, maar kan ook – zoals bij een
PPB - complexer zijn en bijvoorbeeld gedeeltelijk gelinkt zijn aan de
winst gerealiseerd door de ontlenende vennootschap. Dit neemt de
juridische kwalificatie van de onderliggende verrichting echter niet weg.
Volgens Belgisch recht blijft het om een leningsovereenkomst gaan.
Een vennootschap kan zich via eigen of vreemd vermogen financieren.
Het eigen vermogen van een vennootschap wordt gevormd door dat
wat de oprichters in de vennootschap inbrengen. In ruil voor hun inleg
krijgen zij aandelen, die worden vergoed via dividenden. De grootte van
de dividenduitkering hangt af van het resultaat van de vennootschap.
De beslissing tot het al dan niet uitkeren van dividenden en tot de
terugbetaling van de inleg aan de aandeelhouders wordt door de
algemene vergadering van de vennootschap genomen. Het eigen
vermogen is onderworpen aan het ondernemingsrisico (vandaar
de benaming ‘risico kapitaal’). Vreemd vermogen veronderstelt
daarentegen een terbeschikkingstelling van fondsen aan de
vennootschap gedurende een bepaalde looptijd en tegen een bepaalde
interestvoet, vastgelegd in een leningsovereenkomst (de modaliteiten
2 7
J U N I
2 0 1 4
PATRIMONIALE ACTUALITEIT . 27 juni 2014
In de bronstaat, het land van de ontlenende vennootschap die
schuldenaar is van de interesten, wordt de uitkering van de
PPB betaald door die vennootschap, doorgaans als een fiscaal
aftrekbare kost beschouwd. Terwijl de wetgeving van het land van
de begunstigde vennootschap deze als een dividend (winstuitkering)
kan kwalificeren … dat fiscaal geheel of gedeeltelijk van haar
belastbare basis mag getrokken worden. Dit komt neer op een fiscale
behandeling als vreemd vermogen in de ene staat, en als eigen
vermogen in de andere, waardoor we met een dubbele niet-heffing
geconfronteerd worden.
Volgens de laatste persartikels die hierover verschenen zijn, hebben de
Europese ministers van Financiën op vrijdag 20 juni de geamendeerde
tekst van Richtlijn aangenomen. Dit nadat Malta, het enige land dat
zich tot hiertoe bleef verzetten tegen de goedkeuring van de wijziging,
haar voorbehoud had opgeheven en de door haar gevraagde garanties
had gekregen van de Commissie.
De lidstaten hebben tot 31 december 2015 de tijd om de gewijzigde
Richtlijn om te zetten in intern recht.
De fiscale optimalisatie van de belastbare basis op basis van
hybride financiële instrumenten is een delicate operatie omwille
van de bestaande antimisbruikbepalingen. Om geen risico’s te lopen,
hebben verschillende vennootschappen hieromtrent al een ruling
aangevraagd bij de Dienst Voorafgaandelijke Beslissingen.
De Europese Unie stelt vast dat dergelijke structuren met een
dubbele niet-heffing als gevolg hebben dat “de lidstaten aanzienlijke
inkomsten mislopen en dat oneerlijke concurrentie gecreëerd wordt
tussen bedrijven op de interne markt”1. Ze heeft de Lidstaten dus
geadviseerd om “dezelfde fiscale kwalificatie te hanteren als die
welke de bronlidstaat toekent aan de uitkeringen op hybride leningen
(zonder belastingvrijstelling voor uitkeringen op hybride leningen
die aftrekbaar zijn in de bronlidstaat)”. De Moeder-Dochter Richtlijn
die de Lidstaten verplicht om vrijstelling van belasting te verlenen
voor winstuitkeringen die moedermaatschappijen ontvangen van
dochterondernemingen uit andere Lidstaten zal bijgevolg moeten
gewijzigd worden.
1
emorie van toelichting, Voorstel van richtlijn van de Raad tot wijziging van
M
de richtlijn 2011/96/UE betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor
moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten;
http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+REPORT+A72014-0243+0+DOC+XML+V0//NL.
Wenst u meer informatie over onderwerpen die aan bod
komen in de Patrimoniale Actualiteit? Uw private banker
en zijn medewerkers op het vlak van Estate planning zijn u
graag van dienst.
Wenst u op de hoogte te blijven van de laatste fiscale
wijzigingen? Schrijf u nu gratis in op onze Private Banking
Alerts via www.bnpparibasfortis.be/alerts
De inlichtingen en meningen opgenomen in onderhavige brief zijn toelichtingen met een louter informatief karakter. Zij kunnen in geen geval beschouwd worden als adviezen
of aanbevelingen van fiscale, juridische of andere aard. Zij houden geen rekening met uw persoonlijke situatie.
Wij verzoeken u dan ook uw raadsman te contacteren vooraleer enige beslissing te nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks gebaseerd is op de inlichtingen vervat in deze brief.
Deze Algemene Bankvoorwaarden vormen het algemene kader van de conventionele relatie tussen BNP Paribas Fortis NV (kredietinstelling met maatschappelijke zetel
gevestigd is in 1000 Brussel, Warandeberg 3 - B.T.W. BE 0403.199.702 - RPR Brussel, onder het prudentieel toezicht van de Nationale Bank van België, de Berlaimontlaan 14,
1000 Brussel en de controle inzake beleggers- en consumentenberscherming van de Autoriteit van Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14, 1000 Brussel
en ingeschreven als verzekeringsagent onder FSMA-nr. 25879 A, hierna “de Bank” en haar klanten.
V.U.: Ann Moenaert, BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3 - 1000 Brussel - 026781369644 • Made in BNP Paribas • Media Processing
De Europese reactie