notizie 87 - Anfiteatro

België-Belgique
P.B.
9100 Sint Niklaas
3/5345
WWW.KOPIE-EXPRESSE.BE
NOTIZIE
87
EERSTE KWARTAAL 2015
ANFITEATRO
AMICI
DELLA
CULTURA
ITALIANA
Italiaanse producten, vers en gourmet.
Wijnen, antipasti, kazen, pasta, olijfolie, aceto,
dolci, koffie, pesto, kruiden,…
Geschenkmanden op maat.
Kom eens langs, voel en proef Italië!
La Mela-Italian shop
Lange Dreef 65
2820 Rijmenam
0494/120257
[email protected]
www.lamela-italianshop.be
Op vertoon van deze advertentie geven wij een
korting van 10% op uw aankopen.
VERSLAG ACTIVITEITEN
ACTIVITEITENKALENDER
CULTUURKALENDER
ALGEMENE INFORMATIE
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER &
AFZENDER:
KARIN TAVERNIER
PRINS KARELSTRAAT 14
B 9100 SINT-NIKLAAS TEL. 03.777.96.43
[email protected]
MAART 2015
DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT
AFGIFTEKANTOOR SINT NIKLAAS 1
ERKENNING: P303621
ANFITEATRO
www.anfiteatro.be
Voorzitter
Romain Van Hautekerke
03 7710021
[email protected]
Secretariaat
Karin Tavernier
03 7779643
[email protected]
Penningmeester
Karel Van Landeghem
03 7768642
[email protected]
Bestuursleden
[email protected]
Lode Corveleyn
[email protected]
André en Betsy De Haeck-Neckers 03 7768514
[email protected]
Willy De Lange 03 7771941
[email protected]
Toon De Meyer 03 7770296
[email protected]
Gijs den Dubbelden 09/348.39.70
[email protected]
Modest Figeys 03/7755591
[email protected]
Geert en Marc Lehembre-Jottier 03 7765793
[email protected]
[email protected]
Brigitte Van Kogelenberg 03 7778345
[email protected]
Chris en Marc Van Meerssche-Jonkers 03 776 59 68
[email protected]
Kris Werts 0475 233 280
[email protected]
Danielle en Achille Ziccardi-Van Gael 03 440 61 61
[email protected]
NOTIZIE
DE CASTRO
Hendrik Heymanplein, 156
9100 Sint-Niklaas Tel.03/777.64.64
Ruime keuze Italiaanse vleeswaren
boekhandel
Stationsstraat 68,
9100 Sint-Niklaas Tel.03.776.52.25
oneindigeverhaal@skynet
Gratis toegestuurd aan de leden
Lid worden kost slechts 10 EUR voor één jaar.
Een volgend lid uit hetzelfde gezin betaalt 4 EUR
Nieuwe leden kunnen hun lidgeld
storten op rekening van Anfiteatro :
conto 413-9188521-59
IBAN : BE84 4139 1885 2159
BIC : KREDBEBB
REDACTIE
Anne-Marie Neckebroeck
Karin Tavernier
Romain Van Hautekerke
Brigitte Van Kogelenberg
Achille Ziccardi
Linda Crivits
Opmaak: B. Van Kogelenberg
SLAGERIJ MAES
VLEESHOUWERSSTRAAT 36
9112 SINAAI
Tel: 03 772 33 39
SLAGERIJ MET ITALIAANSE
SPECIALITEITEN
BRICIOLE
IN PRIMO PIANO
tasten als zij in Verona het balkon van Julia willen
zien. Dat meldt het Italiaanse agentschap Ansa. De
plaatselijke overheid wil een bedrag van 2,5 euro
heffen voor wie toegang wil tot het binnenplein,
waar zich het balkon en een beeld van de heldin van
Shakespeare's tragische roman 'Romeo and Juliet'
bevindt.
Zowel Romeo als Julia is een fictief karakter, maar
dat verhindert stelletjes uit de hele wereld niet om
het balkon te bezoeken waarmee de beroemde liefdesdialoog tussen de Montague en de Capulet wordt
geassociëerd. Jaarlijks verdringen zich anderhalf
miljoen bezoekers onder het balkon.
De woning van Julia, een museum dat de bezoeker
de mogelijkheid geeft om op haar balkon te gaan
staan, was al langer niet meer gratis: dat bezoek
kost zes euro. In Julia's Huis worden ook bruiloften
georganiseerd.
Het standbeeld van Julia is dan weer belangrijk voor
vrijgezellen. De legende wil dat, wie haar in haar balkonnetje knijpt, snel "de ware" vindt. (Belga/MS)
Als inleiding voor nummer 87 brengen we u graag een
gedeelte van de speech die onze voorzitter bracht op de
avond van ons jubileumconcert:
…
Dames en Heren, leden en sympathisanten van Anfiteatro,
cari soci, carissimi amici,
Un nuovo presidente in Italia: evviva la cucina
italiana. Il matterello (in alcune zone detto mattarello)
è un attrezzo utilizzato in cucina per distendere ed
assottigliare gli impasti solidi in genere. La versione
più tradizionale è costituita da un semplice cilindro
in legno di 5-8 cm di
diametro e lungo 50-70
cm. Esistono matterelli in marmo, acciaio,
alluminio o materiale
plastico antiaderente. La
parola è un diminutivo
di mattero, che in passato era un'arma celtica,
simile ad una picca o ad
un giavellotto.
Sergio Mattarella
(Palermo, 23 luglio 1941)
è un politico italiano,
dodicesimo presidente
della Repubblica Italiana. Deputato dal 1983
al 2008, prima per la
Democrazia Cristiana e poi per il Partito Popolare
Italiano e la Margherita, e più volte ministro, dal 2011
è giudice costituzionale di nomina parlamentare. È
stato eletto presidente della Repubblica Italiana il 31
gennaio 2015 al quarto scrutinio, con 665 voti.
Ed ora avanti ..... Nuovo scioglilingua: Mattarella non
maneggia momentaneamente il matterello, nemmeno il manganello... (da ripetere 3 volte)
Op die eerste bijeenkomst waren wij reeds met een 100tal geïnteresseerden. Als we in de archieven duiken vinden
we een tweede rondschrijven op 15-6-1990 met reeds een
oproep om deel te nemen aan een eerste werkvergadering.
Cultuur voor de amici della cultura italiana.
http://www.internetculturale.it/opencms/opencms/it/
spot.html
48
(…) Waarlijk vanavond is het officiële startschot van ons
herdenkingsjaar: 25 jaar Anfiteatro.
Om heel juist te zijn vieren we ons zilveren jubileum pas in
2015.
De allereerst brief werd verzonden op 30 april 1990 naar
een aantal leerlingen en oud-leerlingen van het toenmalige LBC en CMO: de 2 enige avondscholen waar in
Sint-Niklaas Italiaans werd geleerd. De aangeschrevenen werden uitgenodigd om samen te komen in de zaal
Nectar in de Driekoningenstraat. (Ik weet niet of de zaal
nog bestaat maar zo ja, dan wordt het dringend tijd er een
arduinen of een carrara-marmeren gedenksteen aan te
brengen!! )
Dat was de geboorte van Anfiteatro.
Zo was de wagen aan het bollen en, beste toehoorders, hij
bolt nog, reeds 25 jaar lang. Als je even wegmijmert bij die
25 jaar overvalt je een gevoel van nostalgie en sentiment.
Nostalgie voelde ik toen ik enkele weken geleden van onze
zolder kwam met de eerste map waarin mijn Anfiteatrodocumenten zitten (gedurende gans die tijd zorgvuldig
bijgehouden hoewel mijn huisgenoten er soms een andere
mening op nahouden). Het is een groene, versleten en
verschenen map met in rode stift ANFITHEATRO met TH!
(Het begon al met een lapsus.)
Zoals in een archiefstuk in het museum zit de map vol met
papiertjes en documenten: notities, verslagen, vergeelde
krantenartikels, omzendbrieven, telefoonnummers, faxen
(met perforaties aan de zijkant en op thermisch papier), restaurantkaartjes - van verdwenen en nog bestaande huizen
-, ledenlijsten, prijslijsten, enz
Dat was het nostalgische moment.
Sentimenteel word je als je begint te bladeren en te lezen:
zoveel naïeve, idealistische inzet van zo velen en van zo
vele uren. Maar is een zeker gehalte aan naïef enthousiasme niet nodig in het vrijwilligerswerk, of het nu op het
culturele of het sociale terrein is?
Sentimenteel word je ook als je denkt aan de
talrijke mensen die langer of korter mee aan de
wagen duwden en die afhaakten of verdwenen zijn.
Wij begroeten hier vanavond mensen van het eerste uur,
maar wij betreuren evengoed hen die aan de wieg stonden
van Anfiteatro en nu spijtig genoeg verdwenen zijn.
1
IN PRIMO PIANO
Maar ja, een vereniging heeft een organische structuur, ze
is dynamisch: leden komen erbij, leden verdwijnen, maar
zolang de kritische massa groot genoeg blijft, kunnen we
de toekomst hoopvol tegemoet zien.
Onlangs sprak de Europese Raadsvoorzitter over: “de
onvermijdelijke nostalgie die de grote etappen van het
leven begeleidt”.
We gaan niet beweren dat Anfiteatro radicale wendingen
aan ons leven gegeven heeft, maar toch ben ik overtuigd
dat die 25 jaar sporen nalaat, sporen door de ontmoeting
met mensen, door de realisaties, door de plannen al dan
niet gerealiseerd, door de kameraadschappelijke avonden,
door de aanwezigheid op manifestaties, door de concerten,
door de lezingen, door de proeverijen, door de gespreksavonden, door de talloze vergaderingen, door, door, ...
Ik zou nog ver en lang kunnen doorgaan. Maar genoeg
gemijmerd, laat ons kijken naar het nu en het komende.
Anfiteatro is met zijn 25 jaar een grand old lady die gekoesterd wordt door haar talrijke leden.
In tijden dat het verenigingsleven dikwijls aan bloedarmoede lijdt, mogen wij niet klagen.
Onze opdracht - als bestuur - is met één luisterend oor naar
de wensen van onze leden en met één vooruitziend oog
naar de toekomst de verdere koers uit te stippelen, met in
het achterhoofd de wetenschap dat vroeg of laat de fakkel
moet worden doorgegeven.
Met deze bedenkingen en ontboezemingen heb ik getracht
het verleden van Anfiteatro - waar toch dikwijls een flard
dromerij over hangt - te verbinden met een toekomst waaraan we met dezelfde inzet, zoals in het verleden, zullen en
moeten werken…
De voltallige ploeg van Anfiteatro belooft het u. (Dit klinkt
bijna politiek. )
Geachte aanwezigen, wij beginnen zo dadelijk aan het 2de
deel van ons concert, waar Karin jullie zal doorheen loodsen met de nodige begeleiding en informatieve teksten.
Nadien wacht er - hoe kan het ook anders - een verrassing,
een drankje, een hapje en een gezellige babbel, waar Anfiteatro wel sterk in is: een glas Italiaanse wijn en de ideeën
bruisen op, de gesprekken ontspinnen zich en op de klok
wordt niet meer gelet.
(…)
Wij rekenen erop jullie talrijk op onze komende jubileumactiviteiten te mogen begroeten.
Romain Van Hautekerke
Werkten verder mee
Betsy Neckers, , Herman Cole, Gijs Dendubbelden, Frans
Denissen, Monique Jacqmain, Linda Crivits, Anne-Marie
Neckebroeck, Magda van den Bosch, Romain Van Hautekerke, Kris Werts, Marleen Willems
2
BRICIOLE
linguistiche anche „svapare”, il produrre la nuvola di
fumo delle e-cigarette (le sigarette elettroniche). Il
dizionario racconta l’Italia della crisi, del „Redditest”
(software che l'Agenzia delle Entrate mette a disposizione dei contribuenti perché possano autovalutare,
la congruenza del reddito dichiarato con i beni posseduti e i servizi fruiti) e della spesa „spalmabile”. Nuove
figure come il „collocatario” (la persona presso la
quale qualcuno è collocato. Nelle separazioni di coniugi con un figlio minorenne, il genitore con il quale il
figlio abita prevalentemente). E modi di dire: „empatizzare”, svirgolata sfoltitura. Nuove attività come
„videoreporter”,„doula” (donna che svolge una funzione di sostegno psicologico e pratico a una puerpera durante la gravidanza, il parto e nei primi mesi
di vita del bambino), lo „scouting” e il „wedding
planner” (l’organizzatore dei matrimoni). Ma non
mancano anche neologismi sulle nuove paure: la
„eterofobia” (l’avversione, ostilità per tutto ciò che
è altro, diverso, alternativo) e la „nomofobia” (timore
ossessivo di non poter disporre del telefono cellulare).
Lo Zingarelli 2015 contiene inoltre 55 “definizioni
d’autore”: da Giorgio Armani a Carlo Verdone, 55
riflessioni, piccole narrazioni, o ricordi personali, su
altrettante voci del vocabolario, scritte da personalità
della cultura, dello spettacolo e del costume. Punti
di vista originali sul significato di una parola. Così alla
voce “cantautore” si trova il commento di Francesco
Guccini; lo scrittore Claudio Magris ha raccontato la
sua “frontiera”; lo psicanalista Massimo Recalcati la
parola “figlio”.
Nello Zingarelli 2015 sono segnalate anche oltre 3
mila “parole da salvare”: come coriaceo, ingente,
onere, perorare il cui uso diviene sempre meno
frequente perché si privilegiano sinonimi più comuni
ma meno espressivi; 964 sfumature di significato;
44600 locuzioni e frasi idiomatiche.
Lo Zingarelli 2015 è anche in versione digitale che
contiene tra l’altro:
l’Enciclopedia Zanichelli, aggiornata all’aprile 2014; il
dizionario delle lingua italiana Tommaseo Bellini (18651879); l’Analizzatore morfologico che fornisce l’analisi
grammaticale delle forme coniugate dei verbi e delle
forme flesse di sostantivi, aggettivi, pronomi.
Zin om naar de Marche te reizen? Le Marche non ti
abbandonano mai.
www.youtube.com/watch?v=5-3qALICR5s&list=TLjS
GiG8OHMHtt6oAKBC2FVPKdsIByJ6Zn
Voor wie WO I nog niet moe is.
www.centenario1914-1918.it
En er is ook deze: NOVITA a questo link può trovare
il sito internet ufficiale del Veneto con tutte le informazioni sulle iniziative per il centenario della Grande
Guerra:
http://www.venetograndeguerra.it/
Voortaan betalen voor Julia’s balkonnetje.
Toeristen zullen binnenkort in de zakken moeten
47
BRICIOLE
CHE COSA FAREMO?
Rome lanceert bustickets die twee dagen geldig
zijn.
Vervoersmaatschappij Atac pakt nog eens uit met
een nieuw businessplan. Dat is ook nodig, want de
toestand bij het bedrijf is ronduit rampzalig. Atac
bouwde het voorbije decennium een schuldenberg
op van 1,7 miljard euro. Geen enkel businessplan kon
het oplopen van de schulden indijken. Daarom nog
maar eens een nieuwe poging. Het nieuwe plan mikt
op de inkomsten die een aanpassing van het huidige
ticketsysteem moet opleveren. De nieuwe maatregelen treden op 1 januari 2015 in werking.
Maart was een drukke maand.
Met de Paasvakantie houden we april wat rustiger…
Het gewone ticket van 1,5 euro (BIT), waarmee je in
Rome gedurende 100 minuten de bus op kan, een
metrorit kan doen en de regionale trein nemen, blijft
gewoon bestaan. Het dagticket van 24 uur (BIG) blijft
eveneens in gebruik maar zal 7 euro kosten in plaats
van 6 euro vandaag.Daarnaast komt er nu ook een
biljet dat je twee dagen kan gebruiken. Voor die 48
uur betaal je 12,50 euro. Het driedaagse biljet (BTI),
met een geldigheid van 72 uur, kost nu 18 euro
(tegenover 16,50 euro).
Door de mogelijkheden inzake de geldigheidstermijn
van de biljetten te verruimen wil Atac meer toeristen
op de bus en metro krijgen. De prijsverhoging moet
tevens de inkomsten doen toenemen.
2014 was een bijzonder moeilijk jaar voor de
olijfboeren in Europa. Door de extreme weersomstandigheden werd
in Italië 37% minder
olijfolie geproduceerd in vergelijking met 2013.
De streken rond
Umbrië en Toscane
hadden de grootste
problemen met een
daling van 45%. In
Sicilië zijn ze er nog
relatief goed vanaf
gekomen met een daling van 22%. Het gebrek aan
olie zal ongetwijfeld de verleiding groter maken bij de
producenten om blends (mengelingen) op de markt
te brengen. Dat is een slechte zaak voor de consument. De schaarste op de markt zorgt bovendien
voor een onvermijdelijke prijsstijging.
Lingua : Nello Zingarelli entra il selfie e lo svapare.
Tra le oltre 144mila voci e 380mila significati dell’edizione 2015 ecco quindi il „selfie”, l’autoscatto col
cellulare, la foto scattata a sé stessi o in gruppo con
uno smartphone o una „webcam”, ormai un rituale
più che una moda, che si svolge ovunque. Ci sono
passati tutti dalle rockstar che dal palco si immortalano di fronte al pubblico, al presidente Obama e first
lady fino ai selfie del premier Renzi. Ma tra le novità
46
21 april: I Medici door Catherine Dupres
In het kader van “Portretten” en “Archipel”. Meer
dan drie eeuwen waren ze de machtigste familie in
Florence en Toscane, brachten 3 pausen en 2 koninginnen voort, maar waren vooral de grote beschermheren van kunsten, cultuur en wetenschappen. We
hebben het natuurlijk over de Medici die ons uitgebreid worden voorgesteld door historica Catherine
Dupres met aandacht voor de rol die de Medici eveneens gespeeld hebben in onze contreien.
26 april: aanbod voor een beperkte groep Anfiteatroleden! De Rore in Ronse! Volzet.
31 mei: vrijhouden in je agenda: alle info doen we je
later uit de doeken.
Quattro chiacchiere,
onze woensdagse praatnamiddagen onder leiding
van native speaker Achille Ziccardi op 8, 15, 22, 29
april, 13,20 en 27 mei, telkens van 14 tot 16 u.
Bijdrage in de onkosten: 45 euro , leden betalen
slechts 35 euro. Aanmelden via mail bij
[email protected]
Deelnamegeld storten voor de start van de reeks.
INHOUD
In primo piano: Woord (je) van de voorzitter n.a.v. start
jubileumjaar
Che cosa faremo?
Che cos’abbiamo fatto?
• Mr Gwyn
• Nieuwjaarsreceptie
• Siena a Bozar
• Pasolini
Storia
• Penelope va alla guerra (1)
• I tre giorni della merla
• Don Camillo
• Eritrea
• Genobelde Italianen (1)
Viaggiare
• Napels zien: deel 2
• Mantova
• Goedkoop en trendy hotel in Venetië
• Vacanze fai da te
Stampa
• Il caffè sospeso a Napoli
• talia vs Italy
• Quei menu esotici bocciati dagli scolari italiani
Da Vedere
• Matera
• Il Capitale Umano
Da leggere:
• La Superba
• 'Il grande racconto del viaggio in Italia'.
Briciole
3
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
MR. GWYN
door
ALESSANDRO BARICCO
De auteur : Alessandro Baricco
Geboren in Turijn (25 januari
1958) studeerde filosofie en
schreef zijn eerste roman in
1990.
Na zijn afstuderen werkt hij
als muziekcriticus en als freelance redacteur bij de Italiaanse uitgever Einaudi.
Zijn eerste publicatie was een
studie over het muziektheater
van Rossini.
In zijn romans probeert hij een techniek toe te
passen die afwijkt van de literaire traditie en aansluit
bij de vertelwijze van de moderne film.
Zijn werk is bekroond met vele prijzen : Oceaan van
een zee won de Premio Viareggio, Land van glas won
de Prix Médicis étranger en Zijde werd in 1998 uitgeroepen tot Booksellers International
Book of the Year.
De novelle Novecento werd in 1998 verfilmd door
Giuseppe Tornatore.
DA LEGGERE
IL GRANDE
RACCONTO DEL
VIAGGIO IN ITALIA
Itinerari di ieri
per viaggiatori di oggi.
Brilli racconta il viaggio in Italia
Nei secoli passati l’Italia è stata meta di un incessante pellegrinaggio culturale. Il Grand
Tour, consuetudine delle classi colte europee, trovava
infatti il suo culmine nel Belpaese, in
omaggio al quale diventava il “viaggio in Italia”, tema
che è oggetto del libro di Attilio Brilli “Il
grande racconto del viaggio in Italia”, pubblicato dalla
casa editrice “Il Mulino”.
Come in concreto si svolgeva ce lo racconta la
messe di diari, memorie, guide, epistolari a cui il
libro attinge, restituendoci, grazie ad annotazioni,
l’esperienza viva di uomini e donne
d’ingegno, di nobili, di artisti, di poeti, di studenti e di
quanti si dettero con entusiasmo
alla scoperta della penisola. Ripercorriamo gli itinerari
più battuti, sperimentiamo
l’equipaggiamento e i mezzi di trasporto, riviviamo gli
incidenti e le avventure, ma anche i
sogni di quei primi turisti.
(Bron: ‘Il Botteghino’, anno XIII 12 gennaio 2015 N. 202)
De inhoud
Mr Gwyn, voluit Jasper Gwyn, is een gevierd auteur
wanneer hij op een dag, tot de opperste verbazing
van zijn literair agent, in een krantenartikel aankondigt
te stoppen met het schrijven van fictie. Het besluit
dat ook voor hemzelf onverwacht komt, lucht hem
aanvankelijk op, maar na een tijd constateert hij dat
hij de handeling van het schrijven mist.
In plaats van naar zijn vorig beroep terug te gaan
kiest hij ervoor kopiist te worden, niet van documenten maar van mensen, hij gaat mensen “overschrijven”.
Hoe hij dat zal doen weet hij niet, maar hij heeft wel
een precies idee over de omstandigheden waarin hij
wil werken. Hij huurt een open ruimte met een hoog
plafond, een planken vloer en waterleidingen die een
ratelend geluid voortbrengen.
Hij bestelt bij een bevriend componist een muziekstuk van zestig uur dat permanent wordt afgespeeld.
Hij laat gloeilampjes maken die slechte 30 uur branden en dan uitdoven.
De assistente van zijn agent, Rebecca, is de eerste
persoon die hij overschrijft.
Na een onwennig begin past ze zich aan en verwacht
van Gwyn een bepaalde tegemoetkoming.
Nadien wordt ze zijn personal assistent en helpt ze
hem met het zoeken en regelen van de verschillende
4
Ik lees een boek…
Wie leest er mee…
Cari lettori,
Progetto Colibretto, het elektronisch lees-initiatief laat
weer van zich horen.
Deze maal met een boek van Silvia Avallone, met name:
Marina Bellezza , na Acciao (Staal) de tweede titel van de
schrijfster uit Biella in het Noorden van Italië, waar we
onze lees-tanden zullen in zetten.
Wie graag meeleest stuurt een bevestigende mail naar
ondergetekende en ontvangt op regelmatige tijdstippen
een uitgebreide woordenlijst.
Het lees-initiatief is volkomen gratis. Het enige wat je
moet doen is je eigen exemplaar van het boek aankopen.
Buona lettura!
A presto…?
Dany Corneillie
PC
[email protected]
45
DA LEGGERE
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
luisteraars dag na dag op wilde, stoere verhalen. Uiteindelijk bezwijkt hij aan zijn zoveelste gin-tonic, en
na zijn dood blijkt dat hij zowat zijn hele levensloop bij
elkaar had gefantaseerd. Dit verhaal kan eigenlijk op
zichzelf worden gelezen, evenals het grappige relaas
van de vergeefse pogingen van de ik-persoon om
het gebouw van een schouwburg in Genua te kopen
– zijn verbeten gevecht met de beruchte Italiaanse
bureaucratie levert uiteindelijk niets op.
Tegenover al deze uiterst lezenswaardige hoofdstukken staat een lang verhaal over een (ingebeelde?) liefdesaffaire van de schrijver met “het mooiste meisje
van Genua”, een verhaal dat steeds weer onderbroken wordt door nogal gore anekdotes over zijn seksleven. Het begint al in het eerste hoofdstuk, waarin
de ik-persoon op straat een afgerukt vrouwenbeen
vindt, het mee naar huis neemt en het gebruikt om
er zijn erotische fantasieën op uit te werken, waarna
hij een plek in de buurt van de stad zoekt vanwaar
hij het been in de zee kan gooien om ervan verlost
te zijn. In het laatste hoofdstuk van het boek blijkt
dan dat het in werkelijkheid om een mannenbeen
ging, en als “boetedoening” laat de ik-persoon zich
tot travestiet omturnen. Nu ben ik niet overdreven
preuts ingesteld, en ik heb geen bezwaar tegen de
vele expliciet erotische bladzijden in de boeken van
romanschrijvers als Tom Lanoye en Louis Van Dievel,
waarin allerhande… lichaamssappen bij manier van
spreken bij beken vloeien, maar in deze roman lijken
dergelijke passussen mij overbodig – ze voegen niets
toe aan de m.i. zeer geslaagde centrale verhaallijn.
Bijgevolg is er bij mijn beoordeling van deze roman bij
uitstek sprake van “gemengde gevoelens”…
Monique Jacqmain
andere kandidaten.
Bespreking
Via zijn filosofische opleiding denkt Baricco na over
hoe we onszelf en de anderen percipieren.
Sommigen spreken van een “sprookjesachtige”
sfeer; ons Anfiteatro-Davidsfondsgezelschap situeerde het werk meer in het magisch-realisme (H.
Lampo, G.G. Marquez )
In Knack (2014) verschenen verschillende intervieuws
van Jos Geysels en Ann Peuteman met bekende
Vlamingen en de vraag werd hen telkens gesteld zoals Mr Gwyn in zijn krantenartikel in het begin van
het boek - : welke 52 punten zal je zeker nooit meer
doen in je volgende leven.
Het is geen gemakkelijk boek en de twee uur
durende dialoog, discussie was heel relevant.
De reacties waren navenant:”ik ga het boek herlezen, nu begrijp ik veel meer dan na mijn eerste
lezing”, enz.
“Tout commence par une interruption” van Paul
Valéry is het leidthema vooraan in het boek.
We zouden het vrij kunnen vertalen als: alle einde is
een nieuw begin.
De duim met lettertekens op de kaft bood ook heel
wat stof tot discussie: een duim met ribbles zijn
unieke printen voor elk individu; met een fingerprint
kan je een slot openen, enz.
Eens te meer bewees deze avond dat samen praten
over een boek - moeilijk of eenvoudig - zeer verrijkend is voor alle partijen.
Er zijn steeds details die je ontgaan, er zijn steeds
verbanden die je niet ziet of die je niet kent en in een
open gesprek komt dat tot uiting.
Een aanrader voor liefhebbers van Italiaanse literatuur, gelezen en besproken in het Nederlands.
Romano
December 2014.
44
5
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
Nieuwjaarsreceptie
Anfiteatro...
met verdwenen jas...
Jasses dachten wij! Onze jas foetsie.
We trokken dus met een elegant,kort, maar te klein
jasje naar huis dat helemaal alleen treurig was blijven
hangen.
Maar nauwelijks thuis, tegen middernacht, bleek dat
de dader (v) al getraceerd, geïdentificeerd, gecontacteerd, gearrest… -nee net niet- was. Ze was
waarschijnlijk nog onder de indruk van het bruisende
feest dat ze in de bittere kou moest verlaten en ze
gaf blijk van goede smaak. Het netwerk van Anfiteatro werkte op volle toeren, al was het midden in de
nacht en Facebook, Twitter stonden roodgloeiend.
Interpol had hiervan nog iets kunnen opsteken.
Maar jas intussen weer thuis aan het vertrouwde
haakje en dossier gesloten.
Alarmfase rood terug naar AF.
Iedereen bedankt en tot ziens.
Marlene&Gijs
DA LEGGERE
La Superba
Ilja Leonard Pfeiffer
De Superba uit de titel slaat op de stad Genua en
heeft een dubbele betekenis: enerzijds de prachtige en anderzijds de trotse, ongenaakbare stad.
Met deze roman won Ilja Leonard Pfeiffer de Libris
Literatuurprijs 2014. Het boek kreeg in Nederland
enorm veel lovende kritieken, en desondanks is mijn
oordeel net zo dubbel als de titel. Eigenlijk beschouw
ik het als twee verhalen, waarvan het ene heel mooi
is en het andere niet, en om de zaak nog ingewikkelder te maken wisselen beide verhaallijnen elkaar af.
De hoofdstukken waarin Genua zich ongenaakbaar
opstelt gaan over Afrikaanse immigranten, inzonderheid de Marokkaanse
rozenverkoper Rashid en
de Senegalese bootvluchteling Djibi, die veel geld
van hun families hebben
geleend om de overtocht
naar Europa te bekostigen
en in de brieven aan die
families de indruk proberen
te wekken dat zij in een
soort Eldorado zijn terechtgekomen, terwijl zij in werkelijkheid in overbevolkte
en door ratten geplaagde
krotten leven, en nauwelijks
genoeg verdienen om in
hun onderhoud te voorzien.
Over de schandalige praktijken van mensensmokkelaars die aan behoeftige
Afrikanen de overtocht naar
Europa als een droom voorstellen en ze dan midden
in de Middellandse zee
aan hun lot overlaten is al
veel geschreven, maar niet
over de teleurstelling van migranten die veilig en wel
Europa bereiken en er in grote armoede verzeilen.
Pfeiffer schetst een beeld van de armste wijken van
Genua en van hun bewoners – inclusief de hoeren
die er de kost verdienen – een beeld dat door een
criticus terecht is vergeleken met de sfeer in sommige films van Fellini.
Anderzijds zijn er in deze roman ook leuke hoofdstukken te vinden, bijvoorbeeld die over Don, een
chronisch dronken Engelsman die zichzelf voordoet
als een ex-heldhaftige officier en ex-professor aan
een universiteit; vanop het terras van een café in het
centrum van Genua vergast hij een trouwe groep
6
43
STAMPA
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
Quei menu esotici bocciati
dagli scolari italiani
SCHILDERIJEN UIT SIENA
Falliti gli esperimenti orientali e arabi nelle mense di
Milano, ora è lite sui piatti danesi a Roma
ARS NARRANDI
UIT DE GOTIEK.
Deze tentoonstelling in BOZAR ( tot 18/1/2015 ) is
opgebouwd rond vier sleutelwoorden:
KUNST – SIENA – EUROPA – GOTIEK.
KUNST: er worden een 60-tal schilderijen op paneel
en doek uit de Pinacoteca Nazionale di Siena en de
Musée des Beaux-Arts de Rouen tentoongesteld in
een chronologische en vergelijkende volgorde.
Sarebbe bastato ricordare come era andata a Milano:
migliaia di piatti finiti nella spazzatura durante la «giornata
mondiale della cucina vegetariana». Un anno fa. Gli 80 mila
frequentatori delle mense scolastiche non avevano gradito
il menu vegano con grano saraceno e crema di zucchine
e zucca, insalatina di tofu con salsa di soia e muffin alle
carote. Milano Ristorazione aveva dovuto ridimensionare
le nuove iniziative, e oggi, alla peggio, agli studenti può
capitare il misto di finocchi e insalata, ma tanto poi arrivano pizza e budino al cacao. Insomma, si può fare.
Non sta andando meglio a «Viva l’Europa», il progetto
voluto dall’assessore romano Alassandra Cattoi per «far
conoscere agli studenti la cultura gastronomica di tanti
Paesi diversi e aumentare la consapevolezza di appartenenza dell’Italia all’Europa». L’idea non sta raccogliendo
il favore di mamme e bambini. Soltanto capricci? Forse.
Eppure ci vuole una bella dose di ottimismo a pensare di
far digerire (prima dei pasti) ai genitori le Æggekage danesi
(uova strapazzate, patate e pancetta), i Würstel tedeschi
con patate, lo Stamppot olandese (patate, salsiccia e
carote) o il Fish & chips inglese (pesce e patate fritte).
Vero che nell’offerta scolastica ci sono pure la paella
valenciana, il croque-monsieur francese, il bigos polacco
e, del resto, la geografia si impara anche in cucina. Ma
una efficace educazione alimentare deve poter contare su
papille gustative collaborative: operazione non facile, come
insegna Alain Ducasse, lo chef pluristellato che ha addirittura scritto una guida culinaria per piccolissimi ( Ducasse
bebè. 100 ricette semplici, sane e buone dai 6 mesi ai 3
anni , Ippocampo).
I piatti stranieri, con alterne fortune, hanno già debuttato
nelle nostre mense, complice una popolazione studentesca sempre più multietnica. Milano ha testato pollo alle
mandorle, riso alla cantonese, samosa indiani, falafel e
tortillas e cous cous (respinto con perdite). C’è poi stato lo
scatto campanilista: a Roma è tornato l’abbacchio e a Cremona, nel 2009, un neoassessore leghista ha restaurato
l’orgoglio locale a colpi di polenta.
Da qualche tempo va di moda il piatto unico. Ma neppure
così va bene. A Bologna un mese fa i rappresentanti dei
genitori han protestato perché le tagliatelle al ragù non
bastano. Non ci resta che Masterchef.
Elvira Serra
42
SIENA: de stad in Zuid-Toscane op de Via Francigena
( van Canterbury naar Rome en verder naar het Heilig
Land) werd “de dochter van de weg” genoemd en
genoot niet alleen economisch maar ook artistiek van
een uitwisseling tussen noord en zuid.
EUROPA: de ontwikkeling van de gotiek en renaissance - op een eigenzinnige manier in vergelijking
met bv. Firenze - had zijn weerklank in andere kunstcentra in Italië en verder in Europa.
Bovendien is Italië momenteel voorzitter van de Raad
van de Europese Unie.
GOTIEK: in de tentoonstelling zien we de evolutie
van een statisch Byzantijnse icoon van een Christus
Pantocrator naar vroeg renaissance-afbeeldingen van
heiligen en personen in eigentijdse kledij, omhangen
met juwelen en met menselijke trekken.
Hierbij sluit ook het tweede deel van de titel aan: ars
narrandi.
We evolueren naar een kunst die verhalen vertelt, die
kleine details weergeeft, die het dagelijkse leven op
de achtergrond tot leven brengt, kortom een menselijk aspect.
Met deze rijke themata is het relatief eenvoudig een
verhaal van meer dan 2 uur te brengen, wat onze uitmuntende gids die zondagnamiddag dan ook deed.
Ze had meer dan voldoende bagage om daar
bovenop nog een historische en kunsthistorische
achtergrond bij te schilderen van de vroege middeleeuwen.
Het verhaal van de Welfen en Ghibellijnen bijvoorbeeld werd nog eens overgedaan:
de Ghibellijnen was een middeleeuwse politieke
stroming in Zuid-Duitsland en Noord-Italië die zich
verzette tegen de wereldlijke macht van de paus.
Ghibellini is een Italiaanse vervorming van Waiblingen, de naam van het familieslot van de Hohenstau-
7
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
STAMPA
fen.
Het waren deze vorsten - de Duitse keizers - die het
opnamen tegen de paus. Het begon allemaal met
Hendrik IV tegen paus Gregorius VII rond het dispuut
van de lekeninvestigatie
(de keizer vond dat de paus geen inspraak moest
hebben in lekenzaken, in burgelijke benoemingen).
Het is ook het verhaal van de excommunicatie van de
Duitse keizer (1077) die nadien op pelgrimstocht naar
Canossa moest vertrekken.
De Welfen daarentegen waren een vanouds Frankisch adellijk geslacht (de Guelfi) en zij waren wel
voorstander van de pauselijke macht en inmenging.
De spanning tussen beide politieke partijen vertaalde
zich in de tweestrijd tussen Siena, Pisa, Pistoia die
ghibellijns waren en Firenze, Lucca die whelfs waren.
che ha perso dieci punti di Pil in sette anni.
Abbiamo raccolto un po' di storie, questa domenica,
muovendoci lungo la linea di confine che separa Italy
dall'Italia. Ne abbiamo parlato con imprenditori che
sono riusciti a vendere le qualità italiane all'estero
e abbiamo provato a vivere autarchico, in Italia, per
una giornata. Abbiamo provato a raccontare storie
di imprese che vanno dalla polvere agli altari, e
viceversa, al cambiare dei costumi e delle abitudini
d'acquisto. Abbiamo raccontato cosa accade nelle
grandi città che si riempiono e cosa nei piccoli borghi
che si svuotano. Ne abbiamo discusso con giovani
ricercatori che se ne sono andati all'estero e con un
grande vecchio che c'è sempre stato e che abbiamo
avuto l'ardire di proporre, per gioco, come prossimo
Presidente della Repubblica.
«L’Italia è piena di potenzialità, gente in gamba,
aziende che lavorano benissimo. Il problema è che
c’è molta intelligenza individuale ma manca intelligenza di sistema», ci ha detto Piero Angela. E forse
la forbice da chiudere, la grande differenza tra Italy e
Italia, sta tutta in questa frase.
Bron: "L'inchiesta"
Dit was een historische achtergrondtekening.
Kunsthistorisch werden we ook heel wat wijzer :
- Moeder en kind: door de houding van de hand van
de moeder konden we tederheid dan wel afstandelijkheid aflezen. (Je moet het maar zien.)
- Jezus afgebeeld met een puttertje (een soort
meesje ): dit symboliseert de tederheid van het leven
maar voorspelt tegelijk het lijdensverhaal.
- Een annunciatie waar de engel een olijftak vast
heeft (een lelie, symbool van zuiverheid kon niet,
want dat was de bloem van Firenze!)
- Christus met klimoptakken rond zijn hoofd, verwijst
naar onsterfelijkheid.
- Op paneeltjes waar hel en verdoemenis stond afgebeeld zag men krassen: de middeleeuwers konden
hun woede niet bedwingen bij zoveel ellende en
krasten dan maar op het kunstwerk!
8
Rechtzetting
In Notizie 86 p. 36 (artikel over Claudia Cardinale) is de
tekst afgebroken.
In Il Gattopardo, gebaseerd op de gelijknamige roman van
de Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa,
speelt ze de rol van de ambitieuze erfgename Angelica. Haar rauwe stem verraadt haar niet aristocratische
afkomst. Haar tegenspelers zijn Alain Delon en Burt
Lancaster.
Nog steeds vindt ze acteren fantastisch. Ik heb verschillende levens geleefd. Niet enkel het mijne, dixit Cardinale. Terwijl haar Life Achievement Awards zich overal ter
wereld blijven ophopen, zet La Cardinale haar acteercarrière verder in kleine artistieke producties.
41
STAMPA
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
Parole chiave:
ITALIA / MADE IN
ITALY
Quanto sono diverse l'Italia che viviamo e quella da
”cartolina” che vendiamo al mondo
È come se fossero due paesi diversi.
C'è Italy, il paese delle bellezze naturali e artistiche,
dei siti Unesco, dei centri storici da cartolina e dei
piccoli borghi antichi. E c'è l'Italia della cementificazione selvaggia, delle periferie che esplodono e della
desertificazione delle aree marginali, a meno che non
vengano ripopolate da profughi o rifugiati.
C'è Italy, il paese del ”made in...” di lusso e da espor-
tazione, della qualità, dell'eleganza e dello stile. E c'è
l'Italia, che i suoi marchi li ha venduti all'estero e che
compra tecnologia americana, arredamento svedese,
automobili tedesche, elettrodomestici coreani, abbigliamento cinese.
C'è Italy, coi suoi presidi slow food, i suoi prodotti a
denominazioni di origine controllata, le sue tradizioni
alimentare sedimentate nei luoghi. E c'è l'Italia che
mangia fast e etnico e che ha sostituito la moka con
le cialde.
C'è Italy, il paese che vuole diventare moderno,
che sogna scuole anglosassoni, riforme tedesche e
sistemi sociali scandinavi, convinta del potere taumaturgico del “pensiero magico” riformatore, che basti
decidere velocemente per velocizzare tutto quanto. E
c'è l'Italia, in cui una maggioranza di giovani, precari,
disoccupati, incapienti e migranti assiste esausto al
solito scontro tra industriali e lavoratori dipendenti,
tra governo e sindacati.
È dura capire in che paese si vive, quando realtà e
rappresentazione sono così distanti, quando l'Italia
che vendiamo è così diversa da quella che compriamo, quando il made in Italy, che si dice sia il
marchio più noto al mondo dopo Visa e Coca Cola,
è riferito a un paese che non consuma più italiano e
40
Geen gemakkelijke tentoonstelling, zeker niet hip en
trendy maar de uiterst bekwame gids en een zeer
geinteresseerd publiek maakte van deze uitstap
een… juweeltje.
Door de dreigende treinstaking van ’s anderendaags
kwam de kerstsfeer in de stad minder aan bod.
Volgend jaar zoeken we een gelijkaardige formule.
Romano
December 2014.
8 maart was gewijd aan de Italiaanse vrouw in de
eerste wereldoorlog. Wie er niet bij was of verder wil
grasduinen, kan hier terecht:
http://www.bcccastenaso.it/due-mostre-per-il-centenariodella-prima-guerra-mondiale/
http://www.hvienna.com/news-eventi/appuntamento-conla-grande-storia.html
9
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
PIER PAOLO PASOLINI
Wie was de meest beroemde en controversiële Italiaanse dichter, schrijver, cineast, intellectueel, kunstenaar en atheïst Pier Paolo Pasolini? Over zijn laatste
dagen maakte Abel Ferrera, de al even controversiële
Amerikaanse regisseur, de uitstekende caleidoscopische biopic PASOLINI.
Marxist
Pier Paolo Pasolini (1922-1975) was de zoon van een
fascistische legerofficier en een onderwijzeres. Het
gezin woonde op het platteland in Friuli. Al vrij jong
kwam hij in opstand tegen de opvattingen van zijn
vader. Meer uit emotionele en culturele redenen dan
vanuit een sterk politiek bewustzijn werd hij marxist.
In 1939 ging hij studeren aan de Universiteit van
Bologna. Twee jaar later publiceerde hij zijn eerste
gedichtenbundel Poesie a Casarsa. Tijdens de aan
de gang zijnde Tweede Wereldoorlog ging hij bij het
leger. Toen hij later door de Duitsers krijgsgevangen
werd genomen en wist te ontsnappen werd hij lid
van de Communistische Partij. Een tijdlang gaf hij les
tot hij er in 1949 openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn. Als hij - zonder dat er schuld werd bewezen - betrapt werd met een van zijn leerlingen, wordt
hij ontslagen. Samen met zijn moeder (zijn vader
was inmiddels overleden) verlaat hij Friuli en komen
ze berooid in Rome aan, waar ze in een troosteloze
10
STAMPA
IL CAFFÈ SOSPESO
A NAPOLI
Il caffè sospeso è un'antica tradizione del popolo
napoletano che dopo anni di assenza sta tornando di
nuovo in auge, forse per colpa della crisi!
Cos'è il caffè
sospeso? E'
quando una
persona paga
un caffè ad una
persona che
non se lo può
permettere,
indirettamente
però: ordina due caffè; uno lo prende e l'altro lo lascia
appunto sospeso.
Quando una persona indigente passa al bar e chiede
se c'è un caffè sospeso, il barista glielo prepara in
quanto offerto dal cliente generoso.
La storia del caffè sospeso è nata in alcuni bar di
Napoli nel secondo dopoguerra. In un momento così
difficile chi aveva di più aiutava chi aveva di meno,
anche con un semplice espresso. Era diventata
oramai un’usanza napoletana, un modo per esprimere solidarietà tra cittadini in un tempo difficile.
Negli ultimi anni
era diventato
difficile trovare un caffè
sospeso. Ma
ora, sicuramente a causa
alla crisi economica, è tornato
più forte di
prima; questo
perché non sono più solo i bar napoletani a promuovere l’iniziativa.
Tanti hanno parlato di quest'ottima abitudine: lo scrittore partenopeo Luciano De Crescenzo ha dedicato
proprio un libro dal titolo appunto "Il caffè sospeso".
Per lo scrittore lasciare un caffè sospeso è come
offrire un caffè al resto del mondo.
La pratica del caffè sospeso ha preso piede un po’ in
tutta italia ed anche in alcuni bar all'estero.
Si è creata una vera e propria rete del caffè sospeso
ed è stata anche istituita la giornata del caffè sospeso
10 Dicembre.
Quindi ogni tanto se potete permettere, offrite
anche voi un caffè al resto del mondo: lasciate un
caffè sospeso!
http://www.turismoanapoli.it/napoli-sfiziosa/il-caffesospeso-a-napoli.html
Of lees je dit liever in inglese? http://www.nytimes.
com/2014/12/25/world/europe/naples-suspended-coffee.
html?_r=2
39
DA VEDERE
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
Il Capitale Umano
buitenwijk van Rome gingen wonen. Later zullen de
personages uit die tijd telkens weer opduiken in zijn
spraakmakende romans uit de jaren vijftig Ragazzi di
vita, Una vita violenta en later de film Accattone. Verschillende jobs zoals onder meer het verkopen van
boeken langs de Tiber en manusje-van-alles spelen
in de Cinecittà-studio’s waren hem niet te min. Als
scenarist werkte hij voor o.a. Franco Rossi en Federico Fellini.
In 1961 debuuteerde hij als regisseur met Accattone (hierboven reeds vermeld). Dit drama, gesproken in het stedelijke dialect, is gebaseerd op zijn
eigen roman Ragazzi di vita (1956) en portretteert
een pooier uit Rome wiens prostituee in de boeien
wordt geslagen. De neorealistische pakkende film
Mamma Roma, met Anna Magnani in de hoofdrol,
ondersteund met de muziek van Vivaldi, volgt een
jaar later. En in 1963 regisseerde hij La ricotta, het
derde deel van een vierluik dat luistert naar de naam
Ro.Go.Pa.G., naar de namen van de vier regisseurs:
Roberto Rossellini, Jean-Luc Godard, Pasolini en Ugo
Gregoretti.
Verfilming van de Amerikaanse roman
van Stephen Amidon.
We zijn in Italië in de buurt van het Comomeer.
Een blik op een steenrijke familie. De
camera kijkt neer op een feestje dat is afgelopen.
Het doet me denken aan “La Grande Bellezza”. In plaats dat een schrijver het middelpunt van de film is, spelen hier twee
families de hoofdrol. En dan natuurlijk de persoon
waar alles mee begint en eindigt: een fietser die
van de baan wordt gereden door een voortvluchtige
chauffeur. Wie heeft het gedaan?
Dan zien we de film in vier fasen, telkens vanuit het
oogpunt van vier belangrijke figuren uit de families.
Wie reed de fietser aan en vooral: hoeveel is het
leven van het slachtoffer waard?
Terug naar het begin. Makelaar Dino ziet een inves-
tering in de zaakjes van de steenrijke Giovanni wel
zitten, maar moet er wel stiekem een lening voor
afsluiten. Hij gaat wekelijks met de heer des huizes
tennissen en vindt het zeker niet onaangenaam dat
zijn dochter Serena en zoonlief van Giovanni het
samen goed kunnen vinden.
Maar de beleggingen zijn niet veel meer waard;
tussen de zoon en de dochter gaat het niet goed
meer en Giovanni wil zelfs niet meer tennissen.
Heeft zoon Massimiliano zelfs misschien iets te
maken met het fietsongeval? De ontknoping onthoud
ik u, voor het geval u de film nog wenst te zien.
Dan is er nog de vrouw van Giovanni: mooi maar
ongelukkig. Haar drang om een oud theater op te
knappen geeft haar weer een doel in het leven. Maar
ook dat lijkt in duigen te vallen.
Geld is een obsessie voor deze twee families, maar
op het einde van de film is er maar één ding belangrijk: de “whodunnit” en wat is het leven van de
fietser waard. Je komt beide te weten.
Magda van den Bosch.
38
Il vangelo secondo Matteo
Bekendheid verwierf hij met Il vangelo secondo
Matteo (1964), gedraaid met niet-professionele
acteurs (onder wie zijn moeder als de maagd Maria).
Deze opmerkelijke film, gezien vanuit een communistisch-rooms-katholiek oogpunt, over het kruisigen
van Jezus door de Romeinen, werd alom geprezen,
zelfs door de kerk. Pasolini’s eigen Jezusfilm, waarin
hij het personage van Jezus als een soort vakbondsleider avant la lettre opvoerde die het opnam voor
de minstbedeelden, luidde een verandering in van
louter proletarische thema’s die tegen de bourgeoisie
gericht waren, naar een marxistische analyse van
bijbelse en mythische onderwerpen.
Omstreden films volgen elkaar op. De bekendste:
Edipo Re (1967, over Oedipus), Teorema (1968,),
Medea (1969) met operadiva Maria Callas als de
bekende Griekse antiheldin Medea, Il Decameron
(1971 over de Decamerone van Boccaccio), The Canterbury Tales (1972) en Il fiore delle mille e una notte
(1974).
Zijn filmtestament, vol wreedheid en pessimisme, is
Salò o le centoventi giornate di Sodoma (1975), een
losjes op Marquis de Sades gebaseerde afrekening
met het fascistische oorlogsverleden van Italië en
de perversie van de macht overladen met seksuele
martelingen en vernederingen.
Wie vermoordde Pasolini?
In de nacht van 1 op 2 november 1975, drie maanden
voor de release van Salò, werd Pasolini dood teruggevonden op het strand van het kuststadje Ostia.
Zijn lijk was deels verbrand, zijn teelballen bewerkt
met een koevoet en zijn botten gebroken nadat hij
verschillende keren overreden was door zijn eigen
auto. Giuseppe Pelosi, een zeventienjarige prostitué,
bekende de gruwelijke feiten en kreeg daarvoor 9
11
CHE COS’ABBIAMO FATTO?
jaar cel. In 2005 trok hij zijn bekentenis in. Was het
een homofobe afrekening? Werd Pasolini om politieke redenen vermoord? Het gerechtelijk dossier
bleef sindsdien geopend. Ondanks de steun van
belangrijke auteurs en regisseurs, die de stelling van
een georganiseerde moord steunen, blijft het tot op
heden een onopgeloste zaak. ‘Toen Pasolini stierf
vond iedereen in Italië hem een walgelijk persoon,
maar nu wordt hij vereerd als een martelaar’, dixit
Grimaldi, cineast van Nerolio.
Uitstekende caleidoscopische biopic
Nadat cultregisseur Abel Ferrara (bekend van o.a. Bad
Lieutenant, The funeral) de omstreden film Welcome
to New York, losjes gebaseerd op het schandaal van
Dominique Strauss-Kahn, uitbracht, presenteert hij nu
Pasolini. In tegenstelling tot films als Nerolio, Pasolini: An Italian Crime en Whoever says the truth shall
die waarin de vraag
wordt gesteld welk
dubieus complot er
achter de moord van
de schandaalfilmer
Pasolini schuilt, is
Ferrara meer geïnteresseerd in de
Italiaanse provocateur zelf. Met name
in zijn artistieke en
intellectuele erfenis.
Of zoals Pasolini het
in het begin van de
biopic zelf formuleert:
‘Choqueren is een
recht, gechoqueerd
worden een genot.
En weigeren om
gechoqueerd te raken
is een moraliserende
houding’. In de Italiaanse krant La Repubblica zei
Ferrara : ‘Ik ben geen detective en het kan me niet
schelen wie hem heeft vermoord. Ik heb een film
gemaakt over zijn persoonlijke tragedie en het verlies
van een genie, van een poëet, van een kunstenaar’.
Wat we te zien krijgen zijn scènes uit het privéleven
van Pasolini. Hoe hij interviews geeft aan de pers,
een bezoek brengt aan zijn oude moeder die hem
liefdevol Pierutti noemt, hoe hij ’s nachts het decadente nachtleven van Rome induikt en ook hoe hij het
huiveringwekkende Salò afwerkt. Ook Ninetto Davoli
(66), Pasolini’s lievelingsacteur en grootste liefde,
duikt samen met zijn zoontje op. De rol van Pasolini wordt verbluffend vertolkt door de Amerikaanse
topacteur Willem Dafoe (Platoon, The last temptation
of Christ).
Linda Crivits
12
DA VEDERE
MATERA
Matera, de Zuid-Italiaanse stad die op de Werelderfgoedlijst van UNESCO prijkt en in 2019 Culturele
Hoofdstad van Europa wordt, stond opnieuw in de
kijker. Er werden namelijk opnames gemaakt van
Ben-Hur, geen remake, maar een nieuwe film, gebaseerd op de roman uit 1880 van Lew Wallace, BenHur: a Tale of the Christ.
Het is het verhaal over de onmogelijke vriendschap tussen de Joodse prins Judah Ben-Hur en de
Romeinse legerleider Messala. De roman werd reeds
vijfmaal verfilmd. De bekendste versie uit 1959, in
een regie van William Wyler, met in de hoofdrollen
Charlton Heston en Stephen Boyd, werd bekroond
met elf Oscars.
De regie is nu in handen van de Russisch-Kazachse
film- en reclameregisseur Timur Bekmambetov. Voor
het scenario tekent John Ridley, bekend van 12 Years
a slave. Bekmambetov koos voor Matera vanwege de
beroemde oude grotwoningen, de Sassi, in het historische centrum van de stad. In deze setting werden al
vaker films opgenomen zoals o.m. The passion of the
Christ van en met Mel Gibson en Il Vangelo secondo
Matteo van Pier Paolo Pasolini.
Matera moet het Jeruzalem van tweeduizend jaar
geleden voorstellen, de tijd van Jezus Christus.
Dit zijn de scènes in het begin van de film. Voor
de hoofdrollen werd een beroep gedaan op topacteurs Jack Huston (The Boardwalk Empire), Toby
Kebbell(Koba uit Dawn of the Planet of the Apes) en
Morgan Freeman.
Veel inwoners uit de stad zijn figurant. In november
2014 werden duizend mensen uitgekozen voor de
rol van Romeinse soldaat. De opnames duurden een
maand, daarna werd er verder gefilmd in de Cinecittà
studio’s in Rome waar ook de oude film werd opgenomen.
Eind februari 2016 gaat de nieuwe film in première.
(lc)
37
VIAGGIARE
Overview.aspx), Royal Caribbean(http://www.royalcaribbean.it/crociere/promozioni.html), NCL(http://www.
it.ncl.eu/promozioni/)) si trovano spesso prezzi stracciati con sconti fino al 60%, a patto di prenotare mesi
prima e di evitare l'estate.
I prezzi più vantaggiosi
L'opzione a basso budget per antonomasia è il
campeggio. Ma se preferite dormire in un letto vero,
esiste una pletora di siti che setacciano tutti o quasi
gli hotel della destinazione prescelta, con un'ampia
gamma di filtri (posizione, tipologia di alloggio, eccetera) per individuare quello più adatto alle vostre
esigenze. In linea di massima i prezzi sono vantaggiosi, e anzi spesso s’incappa in offerte da acquolina in
bocca che consentono di concedersi alberghi di fascia
superiore o “b&b” di classe alla stessa cifra di un due
stelle in zona stazione.
Da consultare anche...
Hotels.com e Booking.com. In alternativa: Venere,
Trivago, ancora Expedia ed eDreams; vendono anche
pacchetti viaggio a tariffe concorrenziali, così come
Lastminute.com. Per gli ostelli provate hostels.com,
per i “bed&breakfast” bbplanet, bed-and-breakast.it,
il quasi omonimo bedandbreakfast.it. E fate sempre
un giretto su Tripadvisor per leggere i commenti sulla
sistemazione che state per prenotare.
Per una soluzione ancora più elastica, tira molto
airbnb, che rastrella il mondo a caccia di letti di
qualunque tipo (di solito stanze o appartamenti). Per
l'affitto di case vacanza consigliamo Homelidays, utile
specialmente se siete con la famiglia o un gruppo di
amici.
STORIA
Onder onze rubriek storia brengen we in 4 afleveringen het artikel van Angelo Nataloni
PENELOPE VA ALLA GUERRA: (1)
OVVERO LA PARTECIPAZIONE
DELLE DONNE ALLA GRANDE
GUERRA
di Angelo Nataloni
Fig. 1 – Antica rappresentazione di Penelope simbolo della
donna che resta a casa in attesa
Tra il maggio 1915 e il novembre 1918, milioni di
uomini in armi vissero, combatterono e morirono
nelle trincee della Grande Guerra. Ma non fu l’unico
esercito impegnato. Un altro più silente combatté
una guerra diversa, sicuramente meno cruente,
Per finire...
In genere, più si setacciano gli hotel a ridosso della
data di arrivo, più si trovano offerte vantaggiose
(cercano di smerciare le stanze vuote), ma occhio:
per mete con scarsa dotazione di sistemazioni, o per
quelle prese d'assalto dalle folle 365 giorni l'anno,
meglio muoversi con un po' di anticipo anche a costo
di rimetterci qualche euro.
ma ugualmente faticosa e logorante in quel grande
campo di battaglia che fu il fronte interno: l’esercito
delle donne.
La famosa Penelope di Ulisse rimase a casa mentre
il marito guerreggiava a Troia (Fig. 1). Le moderne
Penelopi saranno invece chiamate ad un’esperienza
differente e spesso più tragica.
Ma com’era la donna di inizio novecento? Per definirla
sinteticamente decido di usare l’acronimo K.K.K. che
non sta per Ku Klux Klan, ma per un meno aggressivo
Küche, Kinder, Kirche ovvero Cucina, bambini, chiesa,
così come comunemente si diceva in Germania di
quei tempi.
Nel 1915 anche donna italiana vive nei limiti imposti
dalla regola perfettamente sintetizzata dal detto
36
13
STORIA
VIAGGIARE
tedesco. La società patriarcale (il dominio assoluto
del maschio) resiste con tenacia ai mutamenti dei
rapporti sociali ed umani non soltanto nel mondo
contadino, ma anche nella germogliante società industriale. Sebbene il mondo corra l'apartheid femminile
continua. Sono ai margini della società non potendo
ancora esprimere la loro opinione quando ci sono
le consultazioni elettorali. Nel 1912 Giovanni Giolitti
è riuscito a imporre il suffragio universale, ma dalla
legge ha escluso le donne. Possono votare soltanto
gli uomini dai trent'anni in su, anche se analfabeti.
Ma che sia chiaro, Giolitti non è contro le donne,
esprime semplicemente l'atteggiamento del Paese
e dice: “Una donna, pur se diplomata o laureata, non
può capire le cose della politica".
Persino Filippo Turati, apostolo del socialismo, tentenna nel 1910,quando l'adolescente movimento
femminista spinge il partito a sostenere il riconoscimento del diritto di voto a tutto il popolo italiano
donne comprese: ha dei dubbi e scrive: "temo che
l'irrompere nell'arengo politico delle masse proletarie
femminili dalla coscienza politica e di classe ancora
così pigra possa portare a un peggioramento della
situazione e ad un arresto di sviluppo nell'evoluzione
democratica e sociale”.
contare che viaggiare in treno è più comodo e in 7
ore si va da stazione a stazione dritti in centro città.
Rimanendo alle principali destinazioni in Italia, non si
può più fare grosso affidamento su regionali e InterCity, ormai specie in via di estinzione. I nuovi re della
foresta sono le Frecce di Trenitalia e gli Italo, che ti
portano da Roma a Milano in 3 ore o poco più. Velocissimi, ma non sono certo regalati, a meno di prenotare con largo anticipo: i prezzi allora si fanno assai
appetitosi, come i 35 euro di Italo per la tratta MI-RO.
Entrambi i siti inoltre propongono offerte particolari,
ad esempio la formula A/R weekend di Trenitalia.
Il ’900 ci mette molto a spuntare. Lo fa il 28 giugno
1914 quando tre pistolettate dell’irredentista Gavrilo
Princip uccidono in un solo giorno l’Arciduca ereditario d’Austria, sua moglie e l’Ottocento. In pochi mese
prima l’Europa e poi il mondo sprofondano nella
guerra più grande che si sia mai vista. Ma come sappiamo l’Italia, per un anno, resta alla finestra. Nel frattempo Interventisti e Neutralisti si scontrano sempre
più ferocemente. E anche le donne si dividono.
Quelle dell'alta borghesia sono entusiaste della
guerra: primo perché la loro classe vede nell'esito del
conflitto forti vantaggi economici derivanti dall'apertura di nuovi mercati; secondo perché, nella maggioranza dei casi, i loro mariti alla guerra, quella vera,
non ci andranno in quanto tecnici, dirigenti, industriali, nobili, politici o alti ufficiali. Viceversa le donne dei
ceti inferiori, casalinghe mogli di operai, contadine,
mondine sono assolutamente restie all’ipotesi di un
conflitto perché sono donne normali, equilibrate, rese
adulte dalla lotta quotidiana per sopravvivere in una
realtà fatta di cibo scarso, di case umide e miserabili,
di lavoro sfiancante. Sanno che la guerra non è come
dicono i futuristi "la grande festa della giovinezza,
della virilità, dell'energia fisica, il bagno di sangue che
rigenera la stirpe", ma soltanto un orrido macello che
si lascia dietro croci, mutilati e storpi abbandonati alla
pietà pubblica, orfani, vedove e miseria che si somma
alla precedente.
Quando cominciano a tuonare i cannoni gli uomini
partono per il fronte e centinaia di migliaia di donne
restano a casa con nidiate di figli. Ma la macchina
14
In quanto ai traghetti...
Per i traghetti nel Mediterraneo le indicazioni sono
bene o male le stesse valide per gli aerei, sebbene
qui viga la regola 'chi prima arriva meglio alloggia':
prima sbrigate la pratica del biglietto, meglio è.
Opodo, eDreams e Lastminute.com hanno una sezione apposita (Expedia no); ci sono anche Traghetti.com, Traghetti.it e Traghettionline.com. Su
questi siti potete trovare anche promozioni e offerte.
Come sempre fate il raffronto con il sito ufficiale delle
compagnia di navigazione, un accorgimento che, a
parità di tariffe, vi fa risparmiare i diritti di prenotazione. Le principali che coprono i collegamenti con
la Sardegna e le altre isole italiane, il Nordafrica, la
Spagna, la Croazia e la Grecia sono Tirrenia, Moby,
Grandi Navi Veloci, Corsica Ferries, Snav, Grimaldi
Lines, Minoan Lines.
VACANZE “FAI DA TE”
Siete alla ricerca di una
crociera?
Se siete invece in cerca di una crociera, sui siti delle
principali agenzie di viaggio ‘online’ (sempre quelle:
eDreams e soci) e sulle pagine delle compagnie
(come Costa Crociere(http://www.costacrociere.it/it/
offerte-vacanze-crociere/economiche-tasse-incluse.
html), MSC(http://www.msccrociere.it/it_it/Offerte/
35
VIAGGIARE
STORIA
questione di ricalcolo delle tariffe in base ad arcani
algoritmi. Ricordate che le singole tratte costano in
proporzione molto di più del viaggio andata-ritorno.
Le compagnie low cost sono appunto la prima opzione per risparmiare; attenzione però alle commissioni
sulla carta di credito, alle tasse e ad altre spese extra
aggiunte all'ultimo passaggio, giusto prima di concludere l'acquisto. Ryan Air e Easyjet dominano la
scena, ma ci sono anche Blu Express, Air One, Volotea, Vueling, eccetera. Non escludete a priori nemmeno le compagnie più 'chic' (tipo British Airways,
Lufthansa e pure Alitalia), che spesso praticano prezzi
ribassati e propongono interessanti pacchetti volo più
albergo.
produttiva del Paese ha bisogno. I posti di molti
contadini ed operai lasciati vuoti devono essere
coperti da chi è resta e non sarà mai chiamato
al fronte: le donne. Ed allora di colpo reggimenti
di donne, lasciata la cucina, vanno a lavorare. Un
momento molto importante per la storia sociale del
nostro Paese: da "angelo del focolare domestico" a
membro attivo dell'economia e della società produttiva. E proprio le “piccole donne” del popolo che
rifiutavano la guerra, abituate però fin da sempre a
lottare, si buttano con coraggio a risolvere le enormi
difficoltà che la guerra crea sul fronte interno, vale a
dire nei campi, nelle fabbriche, nel settore dei servizi.
Fate sempre un raffronto
Alcuni siti svolgono per voi una ricerca comparata
selezionando tra le varie offerte disponibili, come per
esempio le agenzie di viaggio online eDreams, Expedia, Opodo. Molto comodi, senza dubbio, ma non
fermatevi qui e fatesempreunraffronto con le pagine
delle compagnie aeree: potreste trovare qualche
bella sorpresa. E di solito noi preferiamo, a parità di
prezzo, acquistare direttamentesuisitiufficiali, senza
intermediari, per evitare possibili disavventure con i
servizi clienti.
Un'avvertenza: alcune compagnie caricano sulla carta
di credito il doppio del prezzo del volo, senza preavviso, come sgradevole metodo di conferma della
solvibilità (ci è successo con Alitalia). I soldi extra
non vengono effettivamente addebitati, ma risultano
comunque 'spesi' sulla carta; sono depennati dopo
qualche settimana, ma lo scherzetto potrebbe rovinarvi la vacanza se avete una disponibilità economica
limitata. Con una carta prepagata il problema non si
pone.
Migliaia e migliaia di donne diventano campanare,
tassiste, cancelliere di tribunale, telegrafiste, cantoniere, barbieri, postine, boscaiole, impiegate amministrative, direttrici d'orchestra, tranviere e tanto altro
ancora. Senza contare le occupazioni tradizionali nelle
scuole o negli ospedali nonché il superlavoro domestico che sempre si accompagna a tutte le altre attività. Durante la guerra, in Italia, così come negli altri
paesi belligeranti, le donne sostituiranno gli uomini
in ogni settore della produzione e dell'economia: alla
fine della guerra, nel novembre del 1918, il 75% della
produzione italiana sarà in mani femminili. Tuttavia,
a parità di lavoro, le donne italiane, diversamente da
quelle inglesi, francesi o tedesche, continueranno ad
essere pagate meno degli uomini e ad essere guardate con sospetto e ostilità per aver invaso campi
tradizionalmente maschili.
Con lo scoppiare delle ostilità molte femministe che
inizialmente non avevano appoggiato l’entrata in
guerra cominciano invece ad impegnarsi in attività di
supporto al conflitto. L’orgoglio e la soddisfazione che
provano nel sentirsi per la prima volta socialmente
utili e soprattutto la consapevolezza che la guerra
possa rivelarsi un’opportunità, fanno loro dimenticare
i primi istinti neutralisti. Alcune donne appartenenti ai
movimenti femministi si spingeranno oltre, supportando apertamente il conflitto con attività di informazione politica, propaganda e iniziative patriottiche fino
addirittura a chiedere al governo di rendere obbligatoria la mobilitazione sul fronte interno per le donne
dai 14 ai 48 anni che ricevette però un netta riposta
negativa. Ma questa è un’altra storia, semmai parallela, ma fuori argomento, almeno rispetto a quelli
affrontati da quest’articolo; anche se un accenno era
dovuto.
E perché no un viaggio in treno?
Nei tempi antichi i giovani poveri e belli attraversavano l'Europa in treno con l'InterRail. Anche per i
viaggi singoli verso mete estere il treno può rivelarsi un'ottima soluzione. Un esempio: avendo un
buon margine per
prenotare, sul sito
Voyages-sncf.com
si trovano biglietti
Milano-Parigi a 45
euro a tratta, in
seconda classe o
a volte anche in
prima. Può sembrare che in aereo
si spenda meno,
ma tenete presente
che al prezzo del
volo bisogna aggiungere i mezzi da/
per l'aeroporto,
che fanno impennare il totale. Senza
34
La Grande Guerra allora può anche essere letta
come una piccola, grande storia di donne. Una storia
di contraddizioni e ambiguità, una storia variegata
di contadine, di operaie, di impiegate, ma anche di
prostitute, di manovalanza al fronte in prima linea o di
crocerossine. Un elenco questo redatto con il semplice criterio di avvicinamento al fronte. Una storia di
15
STORIA
VIAGGIARE
emancipazione femminile che non si esaurirà nel ’18.
Per meglio comprendere però queste tante storie
che cambieranno profondamente la dimensione della
donna, vale la pena entrare un po’ più nel dettaglio di
ognuna di esse, magari con qualche numero esemplificativo a supporto.
Vacanze fai da te.
Come risparmiare con
internet.
Segue
una panoramica di consigli e accorgimenti per
confezionare la vostra vacanza, dagli spostamenti
all'alloggio, senza massacrare il conto in banca
Se siete tipi da villaggio vacanze o da viaggio organizzato, vi basta andare in agenzia e la settimana a
Sharm è sistemata. Chi ama il fai da te, invece, e ha
a disposizione un budget limitato, può contare su un
alleato magico al limite del sovrannaturale: Internet.
Banale? Certo che sì, a patto però di sapere come
muoversi.
Avete le ferie, ovvio. Se però vi è concesso un margine decisionale e riuscite a evitare luglio e agosto,
il vostro portafoglio ringrazierà sentitamente. Non
serve nemmeno dirlo, che in alta stagione i prezzi
subiscono un'impennata da brivido rispetto agli altri
mesi dell'anno. Idem per le vacanze comandate:
Natale, Pasqua e i vari ponti si attaccano come sanguisughe ai vostri risparmi.
Per l'acquisto dei biglietti, sia che si tratti di un viaggio lungo o solo di una toccata mordi e fuggi, l'ideale
sarebbe puntare sui giorni infrasettimanali, da lunedì
a venerdì (meglio ancora martedì-giovedì); nel weekend i costi aumentano, fosse anche solo per dispetto.
Non scordate che nell'altro emisfero le stagioni sono
invertite e così pure l'afflusso di turisti: per esempio,
in Argentina a dicembre e gennaio siamo nel cuore
dell'estate, e dovete aspettarvi una densità di viaggiatori assai maggiore che negli altri mesi dell'anno.
Fate bene i calcoli: novembre o febbraio potrebbero
rivelarsi soluzioni vincenti, se sognate di andare da
quelle parti.
La combinazione Internet – compagnie low cost ha
rimpicciolito il mondo come una decina di anni fa non
ci saremmo nemmeno immaginati: volare a Londra
per andare a vedere l'Arsenal o un concerto degli
Snow Patrol a volte costa meno di un Milano-Bologna
in treno. Con pazienza e un pizzico di abilità nel
destreggiarsi tra i siti delle compagnie e le agenzie di
viaggio online, si possono strappare tariffe onestissime. E magari si riesce pure a volare decentemente
(Easyjet è ok, Lufthansa è meglio).
Evitare di prenotare a pochi giorni della partenza
In generale meglio evitare di cercare un volo a pochi
giorni dalla partenza; prenotare con anticipo eccessivo però non è garanzia automatica di trovare le
tariffe migliori. Indicativamente, un buon margine
è sulle tre/quattrosettimane. Una curiosità da non
prendere come oro colato: pare che i giorni migliori
per prenotare siano il martedì e il mercoledì, per una
16
33
VIAGGIARE
STORIA
Goedkoop en trendy hotel
in Venetië? Het kan.
I 3 giorni della merla
Een hotelkamer met eigen badkamer op vijf minuten
varen van het San Marcoplein
in Venetië en dat voor een prijs
vanaf 22,50 euro per persoon?
Dat is wat het Generator biedt.
Waar? Venetië in Italië.
Waarom? Carnaval van 31
januari tot 17 februari 2015,
maar het feest kent zijn hoogtepunt vanaf 7 februari,
in het bijzonder de laatste dagen. Het extravagante
carnavalsfeest bestaat al sinds 1296 en staat bekend
om de maskers en prachtige kostuums. De maskers
waren oorspronkelijk bedoeld om anonimiteit tijdens
het wilde feest te garanderen. Nu zijn de maskers
hét handelsmerk van Venetië. Wat valt er te beleven?
Talloze optochten, gemaskerde bals, concerten en
optredens van straatartiesten en een grote finale met
een knallend vuurwerk boven het San Marcoplein.
Hotel Generator Hostel: een hotelkamer met eigen
badkamer op vijf minuten varen van het San Marcoplein in Venetië en dat voor een prijs vanaf 22,50 euro
per persoon? Dat is wat het Generator biedt. Het kan
zelfs nog goedkoper wanneer u genoegen neemt
met een bed in een slaapzaal, eventueel eentje enkel
voor vrouwen, met gedeelde badkamer. Dan betaalt
u slechts 16 euro.
De missie van de Generator (er zijn er 9 in 8 Europese steden) is het opnieuw tot leven brengen van
oude gebouwen. Daar zijn ze met de Generator op
het eilandje Giudecca, tegenover het San Marcoplein,
uitstekend in geslaagd. Een 19e-eeuws graanwarenhuis werd met behoud van authentieke elementen
zoals de bakstenen muur, houten balken en vloeren,
omgevormd tot een hip, eclectisch en knus hotel.
Het resultaat is een ratjetoe van oud en nieuw,
modern en klassiek: op antieke vloerkleden staan
moderne poefs met trendy prints en tussen barokke
stoelen voor een open haard in renaissancestijl staan
een biljarttafel en barkrukken. Maar het is een warme
ambiance waar iedereen, jong en oud, zich thuis zal
voelen.
Niet alleen de kamers, ook het ontbijt (4,50 euro),
dineren (zoals pasta met pesto voor 6 euro) en
drankjes (espresso voor 1 euro en een cocktail voor
5 euro) zijn spotgoedkoop. Houd ook de Hotdeals op
de website in de gaten voor nog extra kortingen.
Nuttige links :
Het carnaval
Toeristische Dienst van Venetië
Adres : Generator Venetië, Fondamenta Zitelle 86, 30133 Venetië, tel: +39-418778288
http://weekend.knack.be/lifestyle/reizen/hotels/goedkoop-entrendy-hotel-in-venetie-het-kan/diaporama-normal-515195.
html?utm_source=Newsletter-05/01/2015&utm_medium=Email&utm_
campaign=Newsletter-RNBWKREIS
32
De 3 dagen van het wijfje merel, een oud Italiaans
sprookje
De 3 dagen van het wijfje van de merel zijn volgens
de traditie de laatste 3 dagen van januari, 29, 30, 31
ofwel de 2 laatste dagen van januari en de eerste dag
van februari. Traditiegetrouw zouden ze de 3 koudste
dagen van het jaar moeten zijn.
Er zijn 2 versies van de legende over de dagen van
het wijfje merel.
Eerste versie:
"Once upon a time" was er in Milaan een zeer
strenge winter. De sneeuw viel met pakken en overdekte de hele stad, de straten en de parken. Onder
de goot van een gebouw bij Porta Nuova, een van
de antieke poorten van de stad, hing het nest van
een merelgezin, die in die tijd sneeuwwitte pluimen
hadden. Er was mama merel, papa merel en 3 kleine
mereltjes die na de zomer werden geboren.
Zij hadden het koud en waren hongerig. Het was
moeilijk om enkele broodkruimels te vinden, want
de weinige kruimels die uit de tafels van de mensen
naar de grond vielen werden onmiddellijk door de
vallende sneeuw bedekt.
Na enkele dagen nam papa merel een beslissing en
zei tegen zijn vrouw: "Hier is er niets om te eten, als
het zo verder gaat zullen we allemaal van honger en
kou sterven. Ik heb een idee, ik zal jou helpen ons
nest tot op het dak van het gebouw te verhuizen,
naast die schouwpijp, zo zullen jullie het niet koud
hebben terwijl ik eten ga zoeken. Ik ga nu zoeken
waar er nog geen sneeuw ligt". Zo gebeurde het.
Het nest werd naast de schouwpijp gezet en papa
merel vloog weg. Mama merel en de mereltjes
bleven in het nest zitten en konden zich onder elkaar
verwarmen ook dankzij de rook die uit de schouw
kwam.
17
STORIA
VIAGGIARE
3 dagen later kwam papa merel terug en kon zijn
gezin bijna niet herkennen ! De zwarte rook die uit de
schouwpijp kwam had al de pluimen van de vogeltjes
zwart gekleurd ! Gelukkig werd na die dag de winter
minder streng en de merels konden voldoende voedsel vinden om tot de lente te overleven.
Maar vanaf die dag worden alle merels met zwarte
pluimen geboren en, ter herinnering aan dat gezinnetje witte merels die zwart waren geworden, worden
de laatste 3 dagen van januari "de 3 dagen van het
wijfje merel" genoemd.
en is versierd met vele fresco’s van Mantegna. Spijtig
genoeg zijn niet alle ruimtes te bezichtigen: een
hoognodige restauratie is aan de gang na de zware
aardbeving van 2012.
Er zijn ook 15 tuinen te bewonderen, verbonden door
vele cortili.
Het Palazzo Ducale is heden ten dage ingericht als
museum, een groot complex waaraan zowat 500 jaar
gewerkt werd (van de 13de tot de 18de eeuw).
Een paleis, zo groot als een stad… 24.000 m²!
Tweede versie:
Op de Piazza delle Erbe is het aangenaam toeven
onder de arcades, meestal
ingenomen door restaurants en bars. Men kan er het
dertiende-eeuwse Palazzo del Podestà, het Palazzo
della Ragione (twaalfde-eeuws) en de romaanse
Rotonda di San Lorenzo uit de elfde eeuw, gewild
door Matilde di Canossa, bewonderen. De Torre dell’Orologio is van 1473.
Een wijfje merel met prachtige witte pluimen werd
altijd door januari gepest. Het was net of deze maand
niets anders deed dan afwachten tot zij uit haar nest
zou komen om voedsel te zoeken, om dan kou en ijs
te ontketenen.
Doodmoe van die achtervolging, stapelde de vogel
op een keer proviand genoeg op voor een hele
maand en sloot zich op in haar nest. Daar bleef ze,
verscholen, voor de hele maand januari, die toen
maar 28 dagen duurde.
Op de laatste dag van de maand kwam het wijfje
merel, die dacht de stoute januari te hebben belazerd, uit haar nest en begon te zingen om hem te
pesten. Januari was woedend en vroeg februari om 3
dagen te mogen lenen. Hij kreeg ze en hij ontketende
sneeuwstormen, wind, ijs en regen. Maar het wijfje
merel verstopte zich in een schouwpijp in afwachting
dat de stormen zouden voorbijgaan.
Na de 5 dagen toen de storm over was kwam de
vogel uit de schouwpijp maar, door het roet, waren
al haar pluimen zwart geworden. Zodoende bleef
zij voorgoed zwart en sindsdien worden alle merels
zwart geboren.
Zoals in alle legendes bestaat er hier ook een bodem
van waarheid: in de Romeinse kalender bestond
januari net uit 29 dagen.
Altijd volgens de legende : indien de dagen van de
merel koud zijn zal de lente mild zijn; zijn ze warm
dan zal de lente op zich laten wachten.
Achille Ziccardi (met dank aan Internet...)
Het Palazzo Te (1525 – 1535) nu Museo Civico - Galleria d’Arte Moderna, ligt iets minder centraal.
Het is een viervleugelig complex met een vierkante
binnenhof. De gevels aan de buitenzijde zijn opmerkelijk strak gehouden. Het interieur van het paleis is
echter rijkelijk gedecoreerd, vooral met mythologische taferelen.
www.turismo.mantova.it
Mantova is te situeren in één van de vruchtbaarste
regio’s van de pianura Padana.
Het is, ondanks de hoge historische waarde, toch
een vrij rustige stad, zonder busladingen toeristen en
de daarbij behorende “menu turistico”. De fiets is ook
hier, zoals in vele vlakke Italiaanse steden, aan een
stevige opmars bezig. Grote delen van de stad zijn
trouwens autoluw en dat helpt natuurlijk…
Het is een prettige stad in Lombardije, op mensenmaat ( 48.000 inwoners!), waar men heerlijk kan
eten! Een juweeltje om te ontdekken!
Op de officiële site van de toeristische dienst zijn
wandelingen en uitstappen volgens een bepaald
thema terug te vinden, zoals o.a. de stad van Virgilio,
de stad van Rigoletto, de bouwwerken van de Mantegna familie, de historische bezienswaardigheden,
enz.
http://www.comune.mantova.gov.it/index.php/turismo/scopriremantova/itinerari-tematici
http://www.comune.mantova.gov.it/index.php/scoprire-mantovatop/itinerari/mantova-citta-d-arte-e-cultura
Voor de liefhebbers van de Italiaanse meren:
Peschiera (Gardameer) is nog geen 60 km. ver!
Kris Werts
18
31
VIAGGIARE
STORIA
MANTOVA
PEPPONE, DON CAMILLO
(juni 2014)
Mantova is een zeer romantische locatie, met prachtige pleinen in de middeleeuwse binnenstad. De
oorsprong van de stad is Etruskisch. Later, onder
Augustus werd het een veteranenkolonie!!! Na de
ineenstorting van het Romeine Rijk, volgden de
Goten, de Byzantijnen, de Longobarden en de Franken elkaar op.
In de 12de en 13de eeuw maakte Mantova, als vrije
stad deel uit van de beide Lombardische stedenbonden.
Mantova, in de Po-vlakte, ligt ingesloten tussen drie
meren: Lago Superiore, di Mezzo en Inferiore, die
allemaal gevormd worden door de Mincio rivier.
In juli en augustus zijn deze meren bedekt met witroze lotussen, die daar zo weelderig bloeien dat men
verplicht is ze te snoeien!
Boottochten zijn mogelijk.
Het waren de Gonzaga’s die Mantova haar huidige
vorm gaven.
Zij heersten over de stad van 1328 tot 1707, tot de
stad naar Oostenrijk overging.
Er werden grootse paleizen gebouwd en ruim geld
besteed aan meubelen en kunst.
Hier schreef Monteverdi de eerste opera uit de
geschiedenis: ” Orfei”, in 1607.
“La Casa di Rigoletto” (piazza Sordello) verwijst naar
de gelijknamige opera van Giuseppe Verdi, die zich in
Mantova afspeelt.
Het centrale Piazza Sordello wordt gedomineerd
door de barokke Duomo, (San Pietro) niet ver van de
Basilica di Sant’ Andrea en het Palazzo Ducale. Dit
laatste is een ware doolhof. Het telt 500 vertrekken
30
Due grandi amici e nemici in un mondo di
confine di Elena Galloni
( da “Corriere Europeo” - n° 183 di mercoledì 10 Settembre 2014)
È una terra di
frontiera, Brescello.
Sta in mezzo alla
piana, sulle rive dell'Enza che si butta
nel Grande Fiume
Po, tra Emilia e
Lombardia: di qua
il Reggiano, di là il
Mantovano.
E' il cuore della
Bassa. La cittadella fu fondata dai Celti nel VII secolo
a.C., poi fu conquistata dai romani, decadde con la
crisi dell'impero – Sant'Ambrogio la definì “cadavere
di città” - e poi, con l'arrivo dei longobardi, fu contesa
– vista la posizione di confine - tra i nuovi invasori e
i bizantini. Lì combattè anche il celebre Droctulfo,
svevo di origine ma comandante dei bizantini, cui
Brescello fu strappata dal re longobardo Autari per
poi essere ripresa e distrutta.
E precipitare nell'oblio. Complici le piene del Po e
le paludi malsane, fu dimenticata per secoli finché
finì prima nell'orbita del Comune di Parma, poi della
Repubblica di Venezia, del signore di Milano Ludovico
il Moro e infine degli Estensi. E la sua vita si fossilizzò fino a ben oltre l'Unità d'Italia. Finché nel 1948
il grande scrittore Giovannino Guareschi (1908- 1968)
non fece di Brescello – lui era di Arzenoldo, oggi Roccabianca, in provincia di Parma – l'epicentro (pur non
nomi nandolo) della famosa saga di Peppone e Don
Camillo. Capolavoro immortale della letteratura di tutti
i tempi, foriero
di personaggi icastici che rappresentano i due cardini sui cui ruotava la vita della Bassa dopo la guerra:
il parroco impegnato generosamente nella cura
d'anime della sua piccola comunità rurale, mite ma
deciso, e il sindaco comunista, burbero ma buono, la
cui vita ruotava in maniera non dogmatica intorno al
Partito.
“Don Camillo. Mondo piccolo” (titolo originale del
marzo 1948: “Mondo Piccolo. Don Camillo”) è la più
nota raccolta di racconti (o romanzo a episodi) di Guareschi sul tema. Ma prima di diventare un successo
planetario per i tipi della Rizzoli – Guareschi è l'autore
italiano più tradotto nel mondo – le vicende di Peppone (alias Giuseppe Bottazzi) e don Camillo apparvero sul settimanale umoristico “Candido”, fondato
dall'autore con Giovanni Mosca: 347 racconti raccolti
poi in otto libri, il cui successo travolgente
fu ulteriormente spinto dalla mitica trasposizione
19
STORIA
VIAGGIARE
cinematografica che, dal 1952, avrebbe definitivamente identificato i due protagonisti in altrettanti
attori-icona, Fernandel e Gino Cervi.
Se Peppone è personaggio di invenzione, don
Camillo nasconde l'ispirazione a uomini in carne ed
ossa: il prete don Camillo Valota, partigiano e detenuto nei campi di concentramento di Dachau e Mauthausen, e don Ottorino Davighi, parroco di Polesine
Par
mense conosciuto personalmente da Guareschi.
E infatti il don Camillo di Guareschi non ha affatto
l'aria del mite pretino appena uscito dal seminario:
viene anzi descritto come un prete gigantesco, con
le mani grosse, i piedi taglia 45, un "tipo di diretto al
mento capace di abbattere un bue, ammesso che un
bue abbia un mento", e che spesso ricorre alla forza
fisica per risolvere questioni che a prima vista parrebbero irrisolvibili.
Don Camillo parla inoltre direttamente col Cristo
raffigurato nel crocefisso dell'altare, che gli risponde
saggiamente in tutte le situazioni (particolare che
fece irritare molti cristiani che disprezzavano Guareschi, che parlavano di bestemmia); e non
esita a risolvere a modo suo (facendo all'occorrenza
roteare vorticosamente qualche panca) anche le discussioni più accese.
Peppone dal canto suo è un sindaco comunista sui
generis: scarsamente istruito, è credente e patriota,
a volte prega in chiesa e non ragiona per dogmi.
Entrambi sono sempre pronti a litigare, graniticamente convinti della bontà della proprie posizioni.
Ma sono profondamente buoni. E la bontà d'animo,
in Val Padana, si vede nei momenti di necessità.
Eccoli allora correre l'uno dall'altro quando
l'avversario è in pericolo, quando l'alluvione mette a
dura prova l'intero paese, quando la morte porta con
sé una persona cara e in molte altre occasioni, in cui
si dimostra che i due "nemici politici" hanno reciproca
stima e lottano fianco a fianco per gli stessi ideali,
anche se in pubblico devono recitare la loro parte.
Oggi a Brescello i due si salutano in piazza. Due
statue di bronzo posta l'una davanti all'altra.
Dopo cinque film il sesto - “Don Camillo e i giovani d'oggi” - non venne terminato per la malattia
di Fernandel, poi risultata fatale. La pellicola fu poi
realizzata nel 1972 con Gastone Moschin nella parte
di Don Camillo e Lionel Stander in quella di Peppone.
Ma per tutti, Camillo e Peppone sono e saranno
sempre Fernandel e Gino Cervi. E il luogo delle loro
piccole-grandi vicende Brescello.
Visitare in loco il Museo Peppone e Don Camillo, tra
foto e cimeli, biciclette e abiti del set, per credere.
20
een onooglijk steegje niet ver van het universiteitsgebouw ‘mijn’ trattoria gevonden: Da Rosa, zo simpel
kan de wereld zijn. Eén familie: vader en moeder
achter het fornuis, twee dochters (allebei weldoorvoed) in de bediening. Piepklein: soms moest je even
wachten voor er een stoel (geen tafel, nee: je schoof
aan bij de al zittende eters) vrijkwam. En zodra ze
je na een tijdje herkenden, kwam zo’n stoel wat
makkeljker vrij. Ik heb er twee maanden lang bijna
dagelijks gegeten, en niet één keer minder lekker. En
bovendien spotgoedkoop: ook al had ik op mijn flatje
een keukentje, dankzij Rosa hoefde ik dat zelden te
gebruiken.
Vergeet ook niet dat Napels de vaderstad is van de
pizza. Het stedelijk reglement schrijft voor dat die
alleen in een houtoven gebakken mag zijn, zoals het
hoort. En probeer zeker ook eens een pizza fritta uit,
iets wat ik alleen nog maar in Napels geproefd heb:
een soort gefrituurde calzone met diverse vullingen.
Klinkt vettig, maar is dat niet.
‘Een week lijkt me het minimum,’ schreef ik hierboven. Reken alvast twee. Terwijl ik dit alles neerschrijf,
slaat heimwee toe: ik zou zó op zoek gaan naar
een vliegtuigticket. Ik betrap mezelf erop dat ik op
Google.it het weerbericht voor Napels opzoek. Het
blijkt daar te regenen, net als hier. Maar een paar
graden zachter is het wél.
Frans Denissen
29
VIAGGIARE
STORIA
funiculì funiculà werd geschreven ter gelegenheid
van de inhuldiging van de eerste ervan in 1880).
Vanuit de chaos van het historische centrum kom je
dan in luttele minuten in een wereld – de wijk Vomero
– die volstrekt contrasteert met degene die je net
verlaten hebt: kraaknette straten, chique winkels,
prachtige tuinen, helemaal volgens de regels geparkeerde auto’s. Ga bijvoorbeeld naar het voormalige
kartuizerklooster, thans museum San Martino, met
zijn schitterende collectie historische presepi oftewel
kerststallen, een echte Napolitaanse specialiteit.
Vanuit de kloostertuin heb je een adembenemend
gezicht op de oude stad, waar je de Spaccanapoli, de
reeks straten die deze als met een mes in tweeën
snijdt, haarscherp kunt waarnemen. Of naar Capodimonte, een van de rijkste musea van Italië, waar
je – ongestoord – even veel Vlaamse meesters kunt
bewonderen als in Antwerpen en Brussel samen, en
dat bovendien omringd is door een weelderig park,
een andere geliefde pleisterplaats voor Napolitaanse
families.
Maar misschien wil je wel meteen het échte Napels
in duiken, en dan is de eerder genoemde Spaccanapoli the place to be. De straten dragen er verschillende namen, maar hier, en in de zijstraatjes ervan,
vind je op een kluitje méér bezienswaardige kerken
dan zelfs een diepgelovig mens op één dag aankan.
Als je begint bij de Via dei librai, kun je ook nog de
Dom, met de van zilver en goud blinkende kapel van
de plaatselijke heilige San Gennaro schuin daartegenover meepikken.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de Napolitaanse koffie, de lekkerste van het hele schiereiland.
Ristrettissimo in vergelijking met die van bijvoorbeeld
Milaan. Geserveerd in gloeiend hete
kopjes. De eerste keer verbrandde
ik bijna mijn lippen. Toen ik dat
opmerkte, zei de niet onfraaie jongedame achter de banco dat koffie toch
‘cccc’ moest zijn, en toen ik bekende
dat ik als forestiero die uitdrukking niet kende, legde
ze niet zonder een lichte aarzeling uit dat het staat
voor Caldo Come Cazzo Cuoce, wat ik voor de goede
orde maar onvertaald laat.
En de Napolitaanse keuken! Laat je niet verleiden
tot de ‘toeristenvallen’ op
de meest bezochte plekken, maar stap met gerust
gemoed in een anoniem
straatje een trattoria of pizzeria binnen waar je inboorlingen aan formica tafeltjes en
met een nooit ontbrekende
tv (waar geen hond naar
kijkt) op de achtergrond, ziet
smikkelen. Er hangt geen
kaart uit, hooguit is er een
bord met wat er die dag
op tafel komt. Dáár eet je
gegarandeerd lekker. Zelf had ik al na een week, in
EX-COLONIA ITALIANA A
SINT-NIKLAAS
28
Il sabato 7 febbraio, nell’ambito della Giornata DKODeeltijds Kunstonderwijs, si svolse uno spettacolo
gratuito nella cappella del Centro di Accoglienza della
Croce Rossa a Sint-Niklaas; con i colleghi studenti
della classe ‘Folkzang’ sotto la direzione di Elly
Aerden, vi abbiamo cantato quattro brani dal nostro
‘repertorio’. Dopo aver goduto degli applausi entusiastici e mentre parlavamo del più e del meno, venni
a sapere della presenza in quel centro di una decina
di abitanti provenienti dall’Eritrea su un totale di 130
residenti.
A spiegare il loro numero piuttosto elevato c’è fra
l’altro il fatto che secondo una legge eritrea del 1993
il servizio militare è obbligatorio, indistintamente per
uomini compresi tra i 18 e i 40 anni e donne fino a 27
anni. Dal 2003 tutti gli studenti delle scuole superiori
effettuano l'anno conclusivo del loro percorso di studi
presso un campo di addestramento militare situato a
Sawa, circa 300 km dalla capitale Asmara. Un'estesa
rete di prigioni e centri di detenzione ospita tutti
coloro che tentano di fuggire dal servizio nazionale,
frequenti le uccisioni di fuggitivi alla frontiera. Le
Nazioni Unite hanno sconsigliato il rimpatrio di profughi eritrei.
Dopo lo spettacolo si annunciò una serata per
scoprire alcuni aspetti di quel paese africano sconosciutissimo che vede partire in Europa tanti giovani.
La sera del 13 febbraio, introdotta da Jolijn Raes
-parla perfettamente italiano-, iniziò con due testimonianze eritree: quella di Robel, un sedicenne
appena insediatosi a Sint-Niklaas e poi Joëlle, un
abitante eritreo stabilitosi parecchio tempo fa a
Gent. Seguì poi un ascolto di musica tradizionale
della cantante Almaz Ahabra e l’assaggio di quantità
abbondanti di specialità eritree. Ciò che mi colpì nella
presentazione di Joëlle è che chiamò la loro capitale Asmara
‘la Roma dell’Africa’. E mi misi in cerca.
Ecco in riassunto alcuni elementi trovati su Wikipedia: ‘Nel novembre 1879 è iniziata l'occupazione
italiana con un padre lazzarista che per conto della
società di navigazione Rubattino di Genova avviò
le trattative per la cessione della Baia di Assab al
Governo italiano. Fu il primo atto della presenza
ufficiale italiana nel continente africano. Venne siglato
con il sultano locale l'accordo per l'acquisizione da
parte dell'armatore della baia, allo scopo di farne un
porto di servizio alle sue navi. Nel 1882 il governo
italiano acquistò il possedimento di Assab, che il 5
luglio dello stesso anno diventò ufficialmente italiano.
Negli anni dal 1885 al 1890 fu acquisita l'importante
città portuale di Massaua -poi capitale provvisoria del
possedimento d'oltremare- e il controllo italiano si
estese nell'entroterra. Nel 1890 l'Eritrea fu ufficial-
21
STORIA
VIAGGIARE
mente dichiarata colonia italiana.
Napels zien en… genieten
Dopo il trattato di Uccialli del 1893 con il negus
etiopico, l’Italia continuò la sua espansione verso
l'entroterra (Axum, Macallè, Adua) e nel settembre
1895 si svolse la battaglia dell’Amba Alagi. Il 1º marzo
1896 gli italiani furono sconfitti ad Adua. Con il trattato di Addis Abeba, l'Italia riconobbe l'indipendenza
dell'impero d'Abissinia e quest'ultimo riconobbe la
colonia italiana d'Eritrea. Durante il dominio italiano,
specie negli anni trenta, l'Eritrea fu la colonia maggiormente ammodernata: furono costruiti migliaia
di km di strade, ponti, la ferrovia Massaua-Asmara...
Le città furono sistemate anche con la creazione
di numerosi quartieri italiani (ancora visibili). Bisogna sottolineare che l'Eritrea, rispetto all'Etiopia e
alla Somalia italiana, fu la colonia con la più forte
presenza di italiani. Infatti nel censimento del 1939
solo ad Asmara furono censiti 53.000 Italiani su una
popolazione totale di 98.000 abitanti.
Il 5 dicembre 1934 avvenne un incidente tra Somalia italiana ed Etiopia, che fornì il pretesto al regime
fascista per aggredire l’Abissinia, partendo il 3 ottobre
1935 dalle basi dell'Eritrea. L'Abissinia venne conquistata e tutte le colonie italiane del Corno d'Africa
furono unificate da Mussolini nella cosiddetta AOIAfrica Orientale Italiana. Nella primavera del 1941,
ancor prima della resa agli inglesi di Amedeo di
Savoia, l'Eritrea venne occupata da un esercito britannico a seguito della battaglia di Cheren. Con la perdita
nel novembre 1941 di Gondar -ultimo ridotto italiano
in Africa orientale- si dissolsero le ultime speranze di
riconquista della colonia. Dopo quella data, per i quasi
100.000 Italiani della comunità italiana dell'Eritrea
iniziò un periodo difficile che porterà alla loro quasi
totale scomparsa in pochi decenni. L'Eritrea rimase
sotto occupazione militare alleata fino al 1947 e
divenne per cinque anni un protettorato britannico. La
Nazioni Unite la dichiareranno federata con l'Impero
etiope nel 1952.’
Per descrivere gli ultimi sessant’anni di tragedie
in quel angolo d’Africa -6.086.495 abitanti per una
superficie di quatrro volte il Belgio, mi ci vorrebbero
ancora pagine e pagine di questo notiziario. (Herman
COLE - 13 febbraio 2015)
22
Wie in Napels wel eens in de (niet meteen idyllische) havenbuurt flaneert, zal zich meermalen het
volgende schouwspel zien afspelen: er meert een
huizenhoog cruiseschip af, daaruit stroomt een dichte
drom toeristen, die als de bliksem naar een lange
rij klaarstaande bussen wordt gedirigeerd met als
bestemming Pompeji, of Herculaneum, of Sorrento
en Amalfi, of desnoods de hellingen van de Vesuvius.
In het andere geval gaan ze regelrecht naar de vertrekplaats van de ferry’s richting Capri, Ischia of Procida. En Napels laten ze zorgvuldig links liggen, want
de gids heeft hun gezegd dat ze daar maar beter weg
kunnen blijven.
Ze hebben ongelijk. Al zullen de echte liefhebbers
zich daar alleen maar in verkneukelen: voor geen
enkel van de ontelbare musea en monumenten
hoeven ze in een lange wachtrij te gaan staan, en ze
zullen niet voortdurend worden lastiggevallen door
opdringerige verkopers van prullaria. Voor mijn Napolitaanse studenten – niet gespeend van enig chauvinisme, dat geef ik graag toe – leed het in elk geval
geen twijfel: Napels was voor hen zonder meer de
mooiste stad ter wereld.
Laat dus je Rolex, halskettingen en armbanden thuis
of minstens in je hotelkluis, hang je camera en je
handtas schuin over je borst (a tracolla heet dat in
het Italiaans), steek niet méér dan de strikt nodige
contanten op zak, trek stevige wandelschoenen aan,
want het plaveisel van zwarte lavasteen is aan de
ruwe kant, en ga op verkenning uit. Nog één hint:
neem voor Napels de tijd. Een week lijkt me het
minimum. Een blitzbezoek – ju, ju, van het Museo
Archeologico naar de Duomo, van de Certosa di San
Martino naar het Palazzo Reale di Capodimonte – kan
in mijn ogen alleen op een teleurstelling uitlopen.
Napels is een stad die je langzaam, slenterend moet
savoureren.
Waar te beginnen? Kom je aan op een zonnige
zondag, neem dan onverwijld de metro tot aan het
station Mergellina. Dan ben je op een paar honderd
meter van de autovrije Lungomare, die je helemaal
kunt aflopen tot aan het Castel dell’Ovo, waarvan je
in de verte de contouren al ziet. Dat is de plek waar
hele Napolitaanse families ontspannen hun zondag
doorbrengen, wandelend langs ijsjesventers en vu
cumprà. Vóór je ligt de hele tijd het indrukwekkende
silhouet van de Vesuvius, rechts zie je overzee Capri
en Ischia liggen, links krijg je een voortdurend wisselende blik op het amfitheater dat Napels is. Ongeveer
halverwege kun je even verpozen in de belendende
Giardino Comunale of neerstrijken op een van de
talrijke terrasjes. Aan het einde van de tocht ligt het
historische centrum dan voor je klaar, tenminste als
je voeten nog meewillen.
Je kunt, als je voor het eerst de stad bezoekt, ook
van boven uit kennismaken. Neem dan een van de
vier funicolari die je in een oogwenk de hoogte in
brengen (het zowat beroemdste Napolitaanse lied
27
STORIA
STORIA
haar om te schrijven en vond haar werk zo goed dat
hij haar aanraadde het uit te geven. Ze had een voorliefde voor lezen en verdiepte zich ook in de lokale
folklore en legendes. Deledda had een kleurrijke familie, die ze later ook in haar verhalen zou gebruiken,
net als de lokale, Sardijnse gebruiken.
Oeuvre
Het eerste verhaal dat Deledda publiceerde was
‘Sangue sardo’ (Sardijns Bloed). Ze stuurde het naar
een modetijdschrift dat het onmiddelijk publiceerde.
Daarna werden verhalen van haar gepubliceerd in
tijdschriften in Rome en Milaan. Haar eerste boek
was ‘Fior di Sardegna’ (Bloem van Sardinië). Daarna
schreef ze nog tal van boeken. Haar beste werk
schreef Deledda nadat ze Sardinië verliet. De boeken
weerspiegelden het leven
en de mensen van Sardinië. Haar eerste echte
grote succes was ‘Elias
Portolu’, dat in diverse
talen vertaald werd. In dit
boek houdt ze zich bezig
met de vrije wil en het
lot. Ze gebruikte diverse
mensen uit haar familie en
directe omgeving voor het
verhaal. In 1904 verscheen
‘Cenere’ (Assen), over een
moeder die haar kind ter
adoptie afstaat. Het boek
was een groot succes en
werd later verfilmd. De film werd een klassieker in
het genre stille film. Er is geen duidelijk grote invloed
op haar werk aan te wijzen. Wat haar het meest
beïnvloedde was Sardinië en het naturalisme uit die
periode. Een schrijver die ze zelf noemt is Giovanni
Verga, die ze zelf aanwees als een terechtere Nobelprijswinnaar dan zijzelf.
Nobelprijs voor Literatuur
In 1900 trouwde Deledda met Palmiro Mardiesani uit
Cagliari, de Sardijnse hoofdstad. Het echtpaar kreeg
twee zonen. Ze verhuisden later naar Rome. Deledda
sprak vrij in haar werk, maar in het openbaar was ze
een gesloten, verlegen vrouw. Haar toespraak tijdens
de uitreiking van de Nobelprijs in 1926 was een van
de kortste ooit. De reis naar Zweden was de enige
keer dat Deledda haar vaderland verliet.
Deledda stierf op 15 augustus 1936 aan borstkanker.
Ze werd begraven bij Monte Ortobone, vlakbij haar
geboorteplaats Nuoro. Posthuum werden er nog
twee van haar werken uitgegeven, onder andere
‘Cosima’, een autobiografisch werk. Deledda schreef
30 romans, 400 korte verhalen en daarnaast nog
gedichten, een opera-libretto, enkele artikelen en een
toneelstuk. Haar boeken worden tot op de dag van
vandaag gelezen in Italië.
‘Genobelde’ Italianen
(deel 1)
(Bron: http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/biografie/91136-graziadeledda-nobelprijswinnares.html)
Teksten bewerkt door Anne-Marie Neckebroeck
26
De Nobelprijs is een jaarlijkse prijs voor wetenschappelijke onderzoekers die een opmerkelijke prestatie
hebben geleverd op het gebied van de natuurkunde,
scheikunde en fysiologie of geneeskunde, voor
auteurs die belangrijke bijdragen hebben geleverd
aan de literatuur en voor personen en organisaties
die belangrijk hebben bijgedragen aan bevordering
van de vrede. De prijs werd ingesteld in 1895 in het
testament van Alfred Nobel, en werd in 1901 na zijn
overlijden voor het eerst uitgereikt.
Daarnaast wordt sinds 1969 jaarlijks de Prijs van de
Zweedse Rijksbank voor economie, ter nagedachtenis aan Alfred Nobel uitgereikt, die vaak kortweg de
Nobelprijs voor de Economie wordt genoemd.
Hoewel het met de prijs verbonden bedrag niet
onaanzienlijk is, is het prestige en de erkenning die
men door het winnen van een Nobelprijs krijgt, voor
de meeste winnaars de belangrijkste beloning.
De prijs voor de Vrede wordt toegekend door een
commissie van vijf leden van het Noorse parlement
(de Nobelcommissie). De andere prijzen worden
toegekend door verschillende Zweedse wetenschappelijke instellingen:
de Zweedse Academie: Literatuur
het Karolinska Instituut: Fysiologie of Geneeskunde
de Koninklijke Academie voor de Wetenschappen:
Natuurkunde en Scheikunde.
In deze Notizie en in de Notizie van juni 2015 en
september 2015 zullen we de aandacht vestigen
op telkens drie Italianen die een Nobelprijs hebben
gewonnen.
Giosuè Carducci (1835-1907)
Gosuè Carducci werd geboren in Val di Castello, een
kleine stad in het Noord–Westen van Toscane, vlakbij
Pisa. Zijn vader, een dokter, was een voorstander
van de hereniging van Italie. Vanwege zijn politieke
betrokkenheid, moest hij tijdens zijn jeugd verschillende keren verhuizen, waarna hij voor een aantal jaar
in Florence verbleef.
Tijdens zijn tijd op de universiteit, was hij gefascineerd door de terughoudende stijl van de Griekse en
23
STORIA
STORIA
Romeinse oudheid, waardoor zijn stijl erg klassiek
was, vaak gekenmerkt door de meetinstrumenten
zoals Latijnse dichters als Horatius en Virgilius. Hij
ontving zijn doctoraat in de filosofie in 1856 van
de "Normal High School" van Pisa en begon les te
geven. Het daaropvolgende jaar publiceerde hij zijn
eerste collectie gedichten met de titel "Rijm". Dit
waren moeilijke jaren voor Carducci; zijn vader kwam
te overlijden en zijn broer pleegde zelfmoord. In 1859
trouwde hij Elvira Menicucci. Zij kregen vier kinderen. Hij gaf Griekse les op een school in Pistoia voor
een korte periode, waarna hij professor werd aan de
Universiteit van Bologna. Hij was daar een populair
leraar en een sterke bekritiseerder van literatuur en
van de samenleving. Zijn politieke kijk was over het
algemeen christelijk en hij was vooral gekant tegen
de macht van de katholieke kerk. "Ik ken geen waarheid van god noch vrede met welke priester dan
ook. Zij zijn de echte en onverandelijke vijand van
Italië", sprak hij in zijn latere
jaren. Deze anti-klerikale
revolutionaire geestdrift is
prominent te zien in zijn
meest beroemde gedicht,
de opzettelijk godslasterlijke en provocerende
"Hymne aan Satan". Het
gedicht werd gemaakt in
1863 als dinner party toast,
voor het eerst geplubiceerd in 1865, daarna
in 1869 door Bologna's
radicale krant, Il Popolo,
als provocatie verbonden
met de twintigste-eeuwse
Vaticaanse wereldraad; Het was de tijd waarin een
revolutionaire woede heerste tegen het pausdom,
en de republikeinen een einde voor de politieke
en militaire overheersing van het Vaticaan over de
pauselijke staten wilden. Terwijl "Inno a Satana" een
grote revolutionaire impact had, kwamen Carducci's
beste dichtkunsten later. Zijn collecties ‘Rime Nuove’
en ‘Odi Barbare’ bevatten zijn beste werken.
Hij was de eerste Italiaan die de Nobelprijs voor literatuur won in 1906, voor zijn “grote scheppingskracht
en spontane stijl”. Hij werd ook gekozen als senator
van Italië. Alhoewel hij bekend is om zijn gedichten,
produceerde hij ook lange rijmloze werken, zoals
literatuurkritiek, biografieën, speeches en opstellen.
Carducci was ook een uitstekend vertaler en vertaalde onder andere enkele werken van Goethe en
Heine in het Italiaans.
(Bron: http://www.aboutversilia.com/nl/versilia-bekende-mensen.
html)
Guglielmo Marconi Markies Guglielmo Giovanni
Maria Marconi (1874-1937)
Guglielmo Marconi werd in 1874 te Bologna, Italië,
geboren in een welgestelde familie. Hij genoot privéonderwijs en ging daarna naar het Technisch Instituut te Livorno. Daar las hij een artikel dat hem wel
24
interesseerde... Dit artikel ging over de mogelijkheid
om radiostraling te gebruiken om te communiceren
zonder de toen noodzakelijke draden. Marconi legde
zich hier dadelijk op toe. Hij begon in zijn ouderlijk
huis, vlakbij Bologna, te experimenteren. Binnen
een jaar had hij al signalen verzonden en ontvangen
op korte afstand (bijvoorbeeld ook over een heuvel
heen) en daarna over steeds grotere afstanden, zelfs
tot drie kilometer. In 1896 vroeg hij een patent aan.
De Italiaanse regering was niet geïnteresseerd in zijn
werk, maar de Britse admiraliteit wel. Deze vroeg
dan ook aan Marconi om radiotoestellen op een
aantal van hun schepen te installeren. De transmissies werden steeds succesvoller op grote afstand,
en in 1899 had Marconi al een bericht verzonden over
het Bristol Channel heen, zo'n 13,5 kilometer ver en
iets later 31 mijl ver, om het Kanaal tussen Engeland
en Frankrijk te overbruggen. De meeste mensen
geloofden dat de bolling van de aarde zou verhinderen dat de signalen veel verder dan 300 kilometer
zouden kunnen komen, dus toen Marconi er in 1901
in slaagde een bericht over de Atlantische oceaan te
versturen was dit groot nieuws. Het opende de deur
voor een zich snel ontwikkelende draadloze industrie.
Marconi bleef zijn ontdekking verfijnen tijdens de
daaropvolgende jaren, en legde zich daarna toe op
het zakelijke aspect van zijn werk.
In 1909 won hij de Nobelprijs, samen met Karl Braun
wiens verfijningen aan Marconi's zendtoestellen hun
bereik aanzienlijk verhoogden.
(Bron: http://www.spacepage.be/artikelen/natuurkunde/nobelprijswinnaars/nobelprijs-1909-marconi-en-braun)
Grazia Deledda (1871-1936)
Grazia Deledda was de eerste Italiaanse vrouw
die de Nobelprijs voor Literatuur ontving. Ze werd
geboren op Sardinië en het eiland en haar bewoners
spelen in vrijwel haar gehele oeuvre een grote rol.
Sardinië
Deledda werd geboren in Nuoro op Sardinië op 27
september 1871. Haar vader was een rijke boer en
had een voorliefde voor literatuur. Hij had een pers
waarmee hij een lokale krant en zijn eigen gedichten
uitgaf. Deledda ging naar de lokale basisschool en
kreeg daarna privélessen. Haar leraar stimuleerde
25
UIT DE OUDE DOOS
lijk druk geworden. De bloemenverkopers hebben zich
geïnstalleerd, de eerste bezoekers gaan naar binnen, de
chauffeur van de Mercedes meldt zich bij de administratie
en ik loop de brede trappen op die met gele chrysanten
zijn omzoomd.
Onder de koepel van de hoofdingang, 20-25 meter hoog
misschien, bij de sombere graftombe van Manzoni is geen
mens te zien.
Hier geen bloemen, zeker niet zo vroeg in de morgen.
Het borstbeeld van Verdi staat wat verloren in een hoek
van deze immense ruimte.
Links en rechts gangen waar in de muren tot vijf, zes
meter hoog de grafnissen zijn aangebracht. Sommige grafstenen zijn meer dan een eeuw oud, andere vrij recent.
Hier en daar een paar verse bloemen, maar meestal een
paar die niet zo snel verwelken. Van gips of een of andere
natuursteen.
Een zijgang biedt een wat vriendelijker aanblik. Hier liggen
misschien de wat minder begoeden. De nissen zijn wat
kleiner, de stenen wat kleuriger. Van veraf lijkt het wel een
bibliotheek, een indruk die nog wordt versterkt door de
laddertjes die hier en daar tegen de muren staan. Zo is
iedereen, ook driehoog bereikbaar.
Ik ben op het Cimitero Monumentale, niet ver van het
centrum van Milaan, aangelegd rond 1850-1860, op een
oppervlakte van 25 hectare. Een informatiepaneel aan
het begin van het eigenlijke kerkhof geeft aan waar de
beroemde doden liggen of waar de opvallendste monumenten te vinden zijn. En die zijn er in overvloed.
Zo te zien is er toch weinig vertrouwen in de kwaliteit van
het hiernamaals. De aardse bouwsels die hier opgetrokken zijn duiden toch op de wens hier nog wat langer te
verblijven. Cemento Monumentale lijkt me een betere
benaming.
Als ik na een half uurtje op de terugweg ben, is de overledene in zijn Mercedes bij zijn voorlaatste rustplaats aangekomen. De chauffeur krijgt hulp. Met vereende krachten
wordt de ksit op een wagentje gezet. Maar nee, hij staat
niet goed, dus weer opgetild, omgedraaid en weggereden.
Bij de uitgang loop ik de "Bookshop" binnen voor de aangeprezen viertalige gids.
Geen mens te zien, geen boek te vinden.
Wel mooie panelen met informatie over de verschillende
bouwstijlen die op het kerkhof te vinden zijn. Ideaal voor
de studenten "architectuur" met scriptieproblemen.
Op een stoel een blad papier: T-shirt : Lit. 10.000. Geen
T-shirt te zien. Uitverkocht?
Als ik weer op straat sta, valt het me op dat ik iets mis.
Regen, wind, rondvliegende bladeren. Het is toch Allerzielen?
Hier zon, een prachtige herfstdag. De weergoden zijn in
Italië zelfs de doden goedgezind.
MAX
Een reeks artikels opgevist uit de oude doos als
bijdrage voor Jubileumjaar 25 - wordt vervolgd ..
volgt u mee ?
IV
UIT DE OUDE DOOS
ALGEMENE LEDENVERGADERING
p.5, 2de kwartaal, 1995, n°14
Op 12 mei 1995 werd te 19u45 de jaarlijkse algemene
ledenvergadering gehouden.
Mevrouw K. De Brant-Van doorslaer had haar ontslag
aangeboden.
Als nieuw lid van het dagelijks bestuur werd de kandidatuur van de Heer Antoon De Meyer voorgesteld. Hij neemt
reeds sinds enkele maanden deel aan de vergaderingen.
Met algemene stemmen werd dit gewijzigd bestuur aanvaard.
De samenstelling is dus als volgt:
Voorzitter
Paul De Maeyer
OndervoorzitterRomain Van Hautekerke
Penningmeester -secretaris
René Van Bel
Werkende leden:
de dames
Brigitte Van Kogelenberg
Carine Tavernier
Inge Van doorslaer
de herenAlfred Adriaenssens
Antoon De Meyer
Met vernieuwde moed kunnen we weer aan de slag. Het
vijfde werkjaar belooft aan activiteiten rijk te worden, zoals
blijkt uit de rubriek "Cosa faremo?".
VIJF JAAR ANFITEATRO
kwartaal, 1995, n°15
p.5, 4de
Op 17 november vond de lustrumviering plaats in het
prachtige kader van de Salons voor Schone Kunsten,
Stationsstraat te Sint-Niklaas. Deze feestelijke zitting werd
muzikaal opgeluisterd door het ensemble Cerelli van de
Heer Matthynssens.
foto
We hadden er geen flauw idee van met hoeveel "ze"
zouden komen, maar het waren er héél veel. Meer dan
130 leden en sympathisanten woonden deze feestelijke
receptie bij.
EEN AZIJN ALS BALSEM
kwartaal, 1997,n°19.
(naar Patricia Catellani)
p.10, 2de
Enkele beschouwingen over aceto balsamico (A.B.) van
een betrokkene. De auteur is apotheker in Modena.
"A.B. wordt aangetroffen in enkele farmacopees (geneesmiddelenboek) uit Modena, als ingrediënt in medicinale
bereidingen, gastronomische recepten en actueel in
menu's van de allerhoogste etiquette.
A.B. wordt oorspronkelijk bereid uit druivenmost en sinds
eeuwen zijn druiven, wijn, olie, bier, melk, zout enz. zowel
als voedsel en als geneesmiddel aangewend.
I
UIT DE OUDE DOOS
UIT DE OUDE DOOS
Het verschil met gewone azijn is dat A.B. verkregen wordt
door langzame verzuring van de most van gekookte druiven en vervolgens de veroudering op vat (houten vaten uit
eik, kastanje, kersenhout, moerbei, es, jeneverbes of accacia). Door de oude techniek worden de aanwezige micro
organismen (bacteriën, enzymen, schimmels en gisten)
geactiveerd in de most en bekomt men een natuurlijke
verzuring.
Plaatselijke cepages (druivenras) worden gebruikt : Trebbiano, Ancellotta, Occhio di Gatta, Chiocchella, Spergola,
Pellegro, Berzerino en enkele Lambruschi.
Na een bepaalde periode wordt de most gekookt om de
verdere alcoholische gisting te stoppen.
Het volgende stadium in het proces is "riposare" en " respirare" (rusten en ademen) in houten vaten. Het microklimaat van Modena en Reggio is hiervoor bijzonder gunstig
en uniek in zijn soort.
De plaats waar dit gebeurt wordt in Modena "l'acetaia"
(azijnkelder) genoemd : een ruimte onder het dak die Z-O
georiënteerd is. Tijdens deze fase varieert de temperatuur
tussen zomer en winter tot 60°C.
Nu enkele woorden over het gebruik van A.B. :
De antieken gebruikten de A.B. als specerij: om de maaltijden beter verteerbaar te maken, als drank en dan verdund
met water in gelijke delen, tenslotte als ontsmettingsmiddel. De most daarentegen werd als zoetmiddel gebruikt en
was veel goedkoper dan honing.
Maar wat met de medicinale eigenschappen?
Vooreerst is het een antioxidans (gaat de veroudering der
cellen tegen), verder is het eupeptisch (verterend), antiartritisch, werkt normaliserend op het kalkmetabolisme, is
het antitrombotisch, voorkomt bloedstolling, leverbeschermend in de juiste hoeveelheden en zelfs stimulerend voor
de schildkleir.
Tegenaangewezen is A.B. echter bij levercirrose en ernstige insectenbeten.
De auteur eindigt met de lapidaire zin :"Se tutti i cuochi
conoscessero l'aceto balsamico, i farmascisti ed i medici
non avrebbero piu lavoro!" (indien al de koks de aceto balsamico zouden kennen dan zouden de apothekers en de
dokters geen werk meer hebben).
Romano
carda niet zonder boosaardigheid het beeld dat de anderen
van hem hebben, stelselmatig af te breken.
Aan de hand van de grondig voorbereide notities van
Marie-Ange Debeer die de avond begeleidde en animeerde, kregen alle deelnemers een uitgebreide documentatie en inzicht in deze merkwaardige auteur.
Dat het initiatief geslaagd was mocht blijken uit het feit dat
we reeds een volgend programma hebben voorbereid.
Op 2 februari 1998 bespreken we het historisch werk van
Boccacio "Il Decamerone". Er wordt gebruik gemaakt van
het onlangs uitgegeven werk "De beste verhalen uit de
Decamerone", bijeen gebracht door Tom Naegels, vertaald
door Frans Denissen en uitgegeven bij Manteau. Prijs: 795
BEF.
Wie interesse heeft om het boek aan te schaffen en al dan
niet aan de leesclub deel te nemen, stellen we voor het
boek in "pool" aan te koepen ten einde een lagere prijs te
bekomen. Bel zo vlug mogelijk naar Romain Van Hautekerke.
In april '98 bespreken we het boek "Palomar" van Italo
Calvino (een hedendaags auteur).
En nogmaals voor alle duidelijkheid: de boeken worden in
het nederlands gelezen en besproken.
Wie nu reeds interesse heeft, kan zich vrijblijvend bekend
maken bij Romain Van Hautekerke (03) 771 00 21.
Romano
ITALIAANSE LETTERKUNDE
kwartaal, 1997, n°21
p.4, 4de
De leesclub van Anfiteatro startte op donderdag 30 oktober met een roman van de Nobelprijswinnaar L.Pirandello :
Iemand, niemand en honderdduizend.
In het gezellige kader van de zolder van het Castrohof ontwikkelde zich tussen koffie en andere drank een boeiende
dialoog tussen de deelnemers rond het leven en werk van
Pirandello.
De inhoud van het boek is als volgt samen te vatten.
De 28-jarige bankier V. Moscarda leidt een zorgeloos
leven, tot op een dag zijn vrouw tegen hem zegt dat zijn
neus een beetje scheef staat. Moscarda is verbijsterd: de
iemand die hij zelf altijd had gedacht te zijn, blijkt niet te
bestaan. Hij is een niemand geworden. Hij is alleen maar
de honderdduizend verschillende iemanden, zoals anderen
hem zien.
Om achter zijn eigen ware identiteit te komen besluit Mos-
II
BUTTACHICCHI
1998, n°24
p.8, 3de kwartaal,
Vrijdag 16 oktober om 20u vergaderen de Buttachicchi in
"De Klavers" te Belsele.
Deze groep ontstond 2 jaar geleden na een proeverij antipasti. De inzet van de medewerkers toen en de kwaliteit
van de schotels heeft menigeen er aan doen denken dat
ze zelf ook wel eens iets konden bereiden.
Daarvoor moesten we op zoek gaan naar een zaaltje met
keuken dat neit te duur is. "De Klavers" bleek een oplossing te bieden.: een zaaltje met keuken. Maar één voorwaarde: alles schoon maken na de maaltijd.
Enig nadeel is dat je er maar met maximum 20 mensen
kunt werken en eten.
De opzet van Buttachicchi is dat er wordt gekookt met
goedkope ingrediënten. Voor een prijs van 500BEF wordt
gekookt en gedronken (aperitief, wijn, water en koffie
inbegrepen). De koks krijgen de prijs van de eetwaren
terugbetaald en eten gratis (desgevallend één persoon per
echtpaar). Van de anderen wordt verwacht dat ze mee
helpen bij het opdienen en afruimen en bij de vaat.
Wil je meekoken, wil je mee-eten? Telefoneer of fax naar
René Van Bel zo snel mogelijk en tot uiterlijk 10 oktober op
het nummer: (03) 776 46 85
MILAAN - ALLERZIELEN 1998
4de kwartaal, 1998, n°25
p.18,
De overledene in de glimmende, extralange, luxe Mercedes van de begrafenisonderneming, moet net als ik
wachten.
De poorten van het Cimitero Monumentale gaan pas om
half negen open.
Ook voor de doden. Regels zijn regels.
Als de poorten dan eindelijk opengaan, is het al behoor-
III