Instelling vaarverbod en verplichte vaarrichting

KENNISGEVING ARTIKEL 2.1.1 VOB
Kenmerk: 15.041019
INSTELLING INVAARVERBOD EN VERPLICHTE VAARRICHTING
Overwegende:
-
-
-
-
-
dat burgemeester en wethouders met hun besluit van 22 april 2014 (Gemeenteblad 2014, afdeling 3B,
nummer 94, gepubliceerd op 14 mei 2014) de algemeen directeur van de Stichting Waternet hebben
aangewezen om namens hen de bevoegdheden uit te oefenen als bedoeld in de Verordening op het
binnenwater (VOB);
dat bij besluit van 17 januari 2011 de algemeen directeur ondermandaat heeft verleend aan de
directeur Klant, Markt & Relaties;
dat in het kader van de besluitvorming rond de Nota Varen in Amsterdam een motie en een
amendement zijn ingediend om de overlast te beperken op de Singelgracht en de Prinsengracht;
dat in de nota Varen in Amsterdam (versie 2.1) is aangegeven dat er aanvullende maatregelen zullen
worden genomen om de overlast te beperken op de Singelgracht en de Prinsengracht en dat er voor
de Singelgracht en de Prinsengracht een verkeersmaatregel zal worden genomen;
dat het college in de nota Varen in Amsterdam (versie 2.1) heeft aangegeven eerst een pilot te willen
houden met de verkeersmaatregel eenrichtingsverkeer in een deel van de Singelgracht en dat deze
pilot is gehouden in de periode van januari-september 2014;
dat uit een evaluatie van deze pilot naar voren is gekomen dat de verkeersmaatregelen tijdens de pilot
het gewenste gevolg hebben opgeleverd, namelijk beperking van de overlast op de Singelgracht en de
Prinsengracht en dat daarom is besloten tot het voortzetten van het eenrichtingverkeer gedurende elk
vaarseizoen;
dat de hieronder opgenomen verkeersmaatregelen jaarlijks in de periode tussen 01 april en 01 oktober
van toepassing zullen zijn;
dat gebleken is dat het besluit van 25 februari 2015 niet correct was ten aanzien van het bepaalde
onder II en IV en het derhalve noodzakelijk is om het besluit op deze punten aan te passen.
Gelet op het bepaalde in artikel 2.1.1 van de Verordening op het binnenwater;
Heeft de directeur Klant, Markt & Relaties Waternet namens burgemeester en wethouders, met het oog
op ordening, handhaving van de openbare orde, de veiligheid en bescherming van het milieu besloten:
I
in te stellen een invaarverbod voor alle schepen op de Prinsengracht vanaf de Amstel tot de
Spiegelgracht en op de Singelgracht vanaf brug no. 84 (“Freddy Heinekenbrug”,
Singelgracht/Ferdinand Bolstraat) tot de Amstel, jaarlijks in de periode tussen 01 april en 01
oktober;
II
te bepalen dat dit verbod niet geldt in de Singelgracht tussen brug no. 84 en de Amstel voor
passagiersschepen, met een lengte tot 14.00 meter en met een grotere hoogte dan 1.90 meter,
gemeten vanaf de waterlijn, voor zover het betreft de perioden waarin het niet mogelijk is te varen
via de Boerenwetering;
III
de verboden ter plaatse kenbaar te maken door het aanbrengen van borden conform de
verkeerstekens model A.1 en model B.1b, met daarop rechtsonder de tekst artikel 2.1.1 VOB, in
KENNISGEVING ARTIKEL 2.1.1 VOB
combinatie met het teken model F.4 met daarop de tekst : “m.u.v. vrijstelling”, alle conform bijlage
7 van het Binnenvaartpolitiereglement;
IV
aan te wijzen middels het verkeersteken model B.1 uit bijlage 7 van het
Binnenvaartpolitiereglement welke richting een schip moet volgen in de genoemde vakken van de
vaarwegen;
V
in trekken het besluit van 25 februari 2015 (Gemeenteblad 2015, afdeling 3B, nummer 30);
VI
te bepalen dat dit besluit in werking zal treden op de dag na publicatie in afdeling 3B van het
Gemeenteblad;
Amsterdam, 15 april 2015
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Namens dezen,
S.I. de Haas,
directeur sector Klant, Markt & Relaties Waternet.
Bezwaarschrift en voorlopige voorziening
Ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht kan een belanghebbende, binnen zes weken nadat het
bekend is gemaakt tegen een besluit bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift. Dat
bezwaarschrift dient gericht te worden aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, Amstel 1,
1011 PN Amsterdam. Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en bevat ten minste de naam en
het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is
gericht, alsmede de gronden van het bezwaar.
Het indienen van een bezwaar heeft geen schorsende werking. Indien onverwijlde spoed dit vereist kan,
hangende de bezwaarschriftenprocedure, een schorsing of voorlopige voorziening worden gevraagd aan de
Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam, Sector Bestuursrecht Algemeen, Parnassusweg 226,
Postbus 75850, 1070 AW Amsterdam. Hieraan zijn griffiekosten verbonden.