Lees artikel 2 - V&VN Geriatrie Verpleegkunde

Vroegtijdig herkennen van een delier (acute verwardheid) door het
gebruik van de DOS (Delirium Observatie Screening) Schaal (deel 2)
In het artikel “Wat kunnen we doen bij patiënten met een delier (acute verwardheid),
voorkomen is beter dan genezen! (deel 1) (Boelens, Izaks)”zijn de fasen beschreven
die worden onderscheiden bij preventie en behandeling van het delier. In dit artikel
staat het vroegtijdig herkennen van een delier centraal.
Observatie-instrument
Er zijn verschillende instrumenten beschikbaar om een delier vroegtijdig te herkennen.
Voorbeelden hiervan zijn: de CAM (Confusion Assessment Methode), DSI (Delirium
Symptom Interview), NEECHAM (NEECHAM Confusion Scale), CTD (Cognitive Test
for Delirium) en de DOS Schaal (Delirium Observatie Screening Schaal). In Nederland
wordt voor verpleegkundigen veelal de DOS gebruikt. De DOS is in 2001 ontwikkeld
door M. Schuurmans. De DOS is een Nederlandstalige schaal, die bestaat uit 25
items. De verkorte versie bestaat uit 13 items. Het is een observatie-instrument voor
het vroegtijdig herkennen van de verschijnselen van een delier. De DOS wordt door
verpleegkundigen afgenomen en het invullen van de schaal kost minder dan vijf
minuten.
Doelgroep
De DOS wordt gebruikt bij patiënten met een verhoogd risico op een delier. Het doel is
het vroegtijdig herkennen van de verschijnselen van het delier.
Een delier ontstaat door een combinatie van kwetsbaarheid bij opname en uitlokkende
(predisponerende) factoren tijdens de opname (zie fig. 1, Inouye, 1996).
Figuur 1. Inouye,1996
Voorbeelden van patiënten met een hoge mate van kwetsbaarheid zijn patiënten met:
- cognitieve stoornissen
- dementie
- een ernstige ziekte die stoornissen in de activiteiten van het dagelijks leven
geven
- een hogere leeftijd (70 jaar of ouder) in combinatie met comorbiditeit
- een delier in de voorgeschiedenis
- visus- en gehoorstoornissen
- alcohol abuses
Voorbeelden van uitlokkende factoren zijn:
- grote operatie
- IC verblijf
- gebruik van geneesmiddelen met psychoactieve werking zoals hypnosedativa
(bijvoorbeeld Lorazepam, Oxazepam, opiaten, histamine-2receptorantagonisten (bijvoorbeeld Ranitadine) en Parkinson middelen
(bijvoorbeeld Levodopa/Benserazide/Madopar, Levodopa-carbidopa/Sinemet).
Een lage minimale kwetsbaarheid in combinatie met zware uitlokkende factoren kan
leiden tot een delier. Omgekeerd kunnen ook patiënten met een hoge mate van
kwetsbaarheid met een enkele uitlokkende factor een delier ontwikkelen.
Gebruik van de DOS Schaal
De DOS Schaal wordt vanaf de opnamedag driemaal per 24 uur ingevuld totdat de
patiënt met ontslag gaat of 10 dagen na de ingreep. De verpleegkundige vult aan het
eind van iedere dienst de DOS in. Omdat de symptomen van het delier nogal
wisselend aanwezig kunnen zijn en plotseling beginnen is het van belang om
gedurende een gehele dienst de observaties te doen. Het gebeurt regelmatig dat bij
de ochtendvisite niet iets is opgevallen, terwijl in de loop van de dag de familie
“vreemde” dingen constateert.
Juist gebruik essentieel
Belangrijke voorwaarde voor vroegtijdige herkenning van het delier is een juist gebruik
van de DOS. Het niet tijdig herkennen kan komen doordat verpleegkundigen nog
onvoldoende inzicht hebben in de symptomen van een delirium. Het invullen van de
DOS vraagt van verpleegkundigen zowel enige geriatrische basiskennis en training
vooraf als het goed beheersen van klinisch redeneren.
Een valkuil bij het invullen van de DOS is niet per item te scoren, maar andersom te
redeneren als ”patiënt is niet verward dus alle scores zijn 0”. Ook het scoren van de
eerste kolom (nooit) met de mededeling “patiënt is niet verward en score 0”, is een
teken dat er niet per item wordt gescoord. Immers wanneer de gehele eerste kolom
wordt gescoord, zou de score 3 moeten zijn.
Daarnaast bestaat de neiging te interpreteren en daardoor niet te scoren. Interpretatie
als “dat is normaal voor oude mensen” of “het valt wel mee met de cognitieve
stoornissen” of “dat heb ik ook weleens” leiden tot onjuist gebruik van de DOS.
Hierdoor is de kans groot dat het delier in een vroeg stadium wordt gemist.
Van belang is eerst alleen te observeren zonder te interpreteren, komt iets “nooit”
voor,”soms – altijd” of “weet ik niet”.
Wanneer de verpleegkundige geen antwoorden op de observatie weet, kan dit
ingevuld worden als “weet niet”. Een voorbeeld hiervan is wanneer een patiënt de
gehele nacht slaapt, dan zijn verschillende observaties niet te beantwoorden en wordt
er “weet niet” ingevuld.
Gebruik van de DOS per item; observeren zonder interpreteren
Per item wordt een toelichting gegeven over de observatie van het gedrag. Daarnaast
worden per item de valkuil(en) benoemd.
1
Zakt weg tijdens gesprek of bezigheden
Toelichting/voorbeelden
Patiënt valt tijdens een gesprek in slaap, suft weg of reageert niet op vragen.
Valkuil
Redenen bedenken voor het geobserveerde gedrag en vervolgens niet scoren. Het
komt van de sedatie of patiënt heeft de gehele nacht niet geslapen.
2
Is snel afgeleid door prikkels uit de omgeving
Toelichting/voorbeelden
Patiënt reageert verbaal of non-verbaal op geluiden of bewegingen die geen
betrekking op de patiënt zelf hebben en die van dien aard zijn dat je geen reactie zou
verwachten. Het is normaal dat iemand reageert op een harde gil op de gang, maar
niet normaal als iemand reageert op een vraag die aan een andere patiënt wordt
gesteld.
Observaties zijn tijdens een gesprek het hoofd afwenden of reageren op een vraag die
aan een andere patiënt wordt gesteld.
Valkuil
Niet scoren omdat ervan uit wordt gegaan dat het normaal gedrag is.
3
Heeft aandacht voor gesprek of handeling
Toelichting/voorbeelden
Patiënt heeft aandacht voor gesprek of handeling en geeft verbaal of non-verbaal
hiervan blijk het gesprek of handeling te volgen. De aandacht is verstoord als de
verpleegkundige de patiënt continue “bij de les moet houden” of als de patiënt wegsuft
wanneer er een stilte in het gesprek is.
Valkuil
Een opmerking die veel wordt gemaakt tijdens trainingen voor het afnemen van de
DOS bij item 3 is: “dat heb ik ook wel”. Hierdoor wordt er vervolgens niet gescoord op
dit item.
En valkuil is ook wanneer je vanwege tijdsdruk de patiënt steeds bij de les houdt door
bijvoorbeeld tijdens het gesprek geen pauze te laten vallen.
4
Maakt vraag of antwoord niet af
Toelichting/voorbeelden
Patiënt spreekt in halve zinnen of houdt halverwege een zin op.
Valkuil
5
Geeft antwoorden die niet passen bij de vraag
Toelichting/voorbeelden
Wanneer een patiënt een antwoord geeft die niet past bij de vraag wordt een gesprek
onbegrijpelijk of is er geen touw aan vast te knopen.
Valkuil
Allereerst is belangrijk om na te gaan of de patiënt de vraag goed heeft gehoord.
Mensen die slechthorend/doof zijn geven soms vreemde antwoorden, omdat ze
denken dat ze iets anders hebben gehoord.
6
Reageert traag op opdrachten
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt reageert traag op opdrachten wanneer het handelen is vertraagd en/of er
momenten van stilte/inactiviteit zijn voordat tot handelen wordt overgegaan.
Valkuil
Van belang is om te weten hoe een patiënt voorheen reageerde. Of interpreteren dat
het door de narcose komt.
7
Denkt ergens anders te zijn
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt denkt ergens anders te zijn als hij in woorden of in handelen dit laat blijken
en interpreteert de omgeving anders dan het ziekenhuis.
Patiënt vraagt verpleegkundige om iets te pakken wat op het dressoir ligt, terwijl het
nachtkastje wordt bedoeld.
Valkuil
Interpreteren dat het wel logisch is dat een (oudere) patiënt in een vreemde omgeving
niet weet waar hij is.
8
Beseft wel welk dagdeel het is
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt beseft welk dagdeel het is als hij in woorden of handelen dit laat blijken.
Als een patiënt midden in de nacht opstaat en wil douchen heeft hij meestal geen
besef welk dagdeel het is.
Valkuil
Interpreteren dat het wel logisch is dat een (oudere) patiënt in een andere omgeving
niet weet welk dagdeel het is.
9
Herinnert zich recente gebeurtenissen
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt herinnert zich recente gebeurtenissen wanneer hij juist kan vertellen of er
bezoek is geweest of wat hij gegeten heeft of wanneer de operatie was.
Valkuil
Iedereen vergeet weleens wat
Ik kan me voorstellen dat je in het ziekenhuis de dagen kwijt raakt
10
Is plukkerig, rommelig, rusteloos
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt is erg beweeglijk en/of wil uit bed stappen. Zit voortdurend ergens aan,
friemelt met handen aan deken, is onrustig.
Valkuil
Interpreteren dat oudere mensen na de narcose vaak onrustig zijn.
11
Trekt aan infuus, sonde, katheter enz
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt trekt aan slangen en/of trekt deze eruit.
Valkuil
In de verpleegkundige rapportage staat “heeft maagslang eruit getrokken” en op dit
item wordt dan niet gescoord.
12
Is snel of plotseling geëmotioneerd
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt is snel of plotseling geëmotioneerd wanneer hij reageert met een heftige
emotie zonder aanleiding of wanneer de heftigheid van de emotie niet in
overeenstemming lijkt met de aanleiding. Een patiënt begint zomaar te huilen of wordt
heel angstig van wassen of reageert woedend als de thee koud is.
Valkuil
“Veel mensen zijn na de operatie geëmotioneerd” of “Deze patiënt heeft veel
meegemaakt, mag je dan ook eens boos worden”. Ook hier wordt geïnterpreteerd en
vervolgens niet gescoord.
13
Ziet/hoort dingen die er niet zijn
Toelichting/voorbeelden
Een patiënt ziet/hoort dingen die er niet zijn wanneer hij hiervan verbaal (navragen!) of
non-verbaal blijk van geeft. Een patiënt wil onzichtbare voorwerpen verplaatsen of
reageert op mensen of dieren die er niet zijn.
Valkuil
Hallucinaties worden vaak niet gescoord, omdat ze veelal niet worden uitgevraagd.
Daarnaast geven patiënten vaak zelf niet aan dat ze bijvoorbeeld vreemde dingen
hebben gezien of vertellen het pas een paar dagen later.
Het interpreteren van de scores van de DOS
De volgende stap van het klinisch redeneren is het interpreteren. Wat zeggen de
verschillende scores per dienst en wat is de betekenis van de eindscore?
Schuurmans (2001) geeft het volgend aan.
− per dienst wordt een totaal score berekend door het aantal omcirkelde enen op te
tellen; de totaal score per dienst is minimaal 0 en maximaal 13
− de totaal scores van drie diensten worden opgeteld tot de totaal score deze dag; de
totaal score deze dag is minimaal 0 en maximaal 39
− de DOS Schaal eindscore wordt berekend door de totaal score deze dag te delen
door 3; de DOS eindscore ligt tussen de 0 en 13
− een DOS Schaal eindscore < 3 betekent dat de patiënt waarschijnlijk niet delirant is,
een DOS Schaal eindscore ≥ 3 betekent dat de patiënt waarschijnlijk wel delirant is.
Voor het vroegtijdig herkennen van het delier is het van belang om per dienst naar de
scores te kijken en niet af te wachten tot de eindscore kan worden berekend. Stel de
score van de dagdienst is 0 en de score van de avonddienst is 6. Bij deze score wordt
niet afgewacht tot de eindscore bekend is. Het is belangrijk om goed te kijken naar de
gescoorde items. Welke verschijnselen zijn aanwezig. Hier begint het interpreteren; de
volgende stap van het klinisch redeneren.
Bij de eindscores is het van belang dat ook hier rekening wordt gehouden met het niet
scoren van een item door eerder genoemde valkuilen. De eindscore moet een
hulpmiddel zijn om het delier vroegtijdig te herkennen. Het is een signaal om nog eens
goed te kijken naar de aanwezige verschijnselen.
Het interpreteren van de geobserveerde verschijnselen van de DOS
Wanneer naar de gescoorde items wordt gekeken, komen er verschijnselen uit voort.
Bijvoorbeeld wanneer gescoord wordt op de volgende items:
- 1 - zakt weg tijdens gesprek of bezigheid,
- 4 - maakt vraag of antwoord niet af,
- 8 - beseft (niet) welk dagdeel het is
- 9 – herinnert zich recente gebeurtenissen (niet)
- 13 – ziet hoort dingen die er niet zijn
Bij deze scores bestaan de volgende verschijnselen:
- een bewustzijnsstoornis met aandacht- en concentratiestoornis
- een stoornis in cognitieve functies (geheugenstoornissen, desoriëntatie of
waarnemingsstoornis). Dit zijn 2 van de 4 kenmerken van een delier (zie kader)
Voor het stellen van een diagnose zijn aanvullende gegevens nodig. Zo is bij
verschillende diagnoses het ontstaan en het beloop een belangrijk verschijnsel.
Voor de diagnose delier is er een acuut ontstaan en een wisselend beloop. Dit in
tegenstelling tot de diagnose dementie. Bij dementie bestaan een aantal
verschijnselen al langer en het beloop is meestal geleidelijk. Gegevens van de
partner/kinderen/familie kunnen veelal voldoende inzicht geven in het ontstaan en het
beloop.
Wanneer er aanwijzingen zijn voor het ontstaan van een delier, contact opnemen met
de verantwoordelijke arts.
Daarnaast biedt de website www.delirant.info informatie voor het starten van
multidisciplinaire interventies en wie in consult wordt gevraagd.
Auteurs
Drs. Mieke (A.M.)Boelens
Verpleegkundig consulent Ouderengeneeskunde
Universitair Medisch Centrum Groningen
Rita (R)Wesselius
Stafmedewerker Chirurgie en Plastische Chirurgie
Universitair Medisch Centrum Groningen
Geraadpleegde literatuur/bronnen
American Psychiatric Association, Diagnostic and Statistical Manual of Mental
Disorders, 4 th edition, Text Revision, Washington DC, 2000.
Boelens AM, Izaks GI, Wat kunnen we doen bij patiënten met een delier (acute
verwardheid?, voorkomen is beter dan genezen!” Nurse Academy, jaargang 2,
nummer 2, zomer 2010 (per abuis is in het tijdschrift een onjuiste auteur genoemd).
Inouye SK, Charpentier PA. Precipitating Factors for Delirium in Hospitalized Elderly
Persons: Predictive Model and Inter-Relationship with Baseline Vulnerability. JAMA.
1996;275:852-7. Validated predictive model for delirium based on hospitalizationrelated factors: physical restraints, malnutrition, psychoactive medications, bladder
catheters, and any iatrogenic event.
Schuurmans MJ, Early recognition of delirium, Vroegtijdig herkenning van het delirium,
proefschrift, Amsterdam, 2001
VMS Veiligheidsprogramma, Praktijkgids kwetsbare ouderen, Utrecht, september
2009
Website www.delirant.info
Website www.vmszorg.nl