Lees verder

inhoud
opinie
van de voorzitter
opinie
Tekst: Voorzitter NOV, bgen b.d. J.L.R.M. Vermeulen
Onze pensioenen
Motto: ‘de kunst van het weglaten, hoofd- en bijzaken’.
De sterke punten van het huidige stelsel (verplichtstelling, collectiviteit
en solidariteit) inpassen in een toekomstbestendige jas.
Werknemers werken één dag per week voor hun pensioen. Gemiddeld één vijfde deel van je leven
moet je kunnen leven van je AOW en je pensioen. Het is geen zorg voor later, want je betaalt er
nu voor, en veel! De politieke beslissingen, die de komende tijd hierover worden genomen, raken
ons allen direct in de portemonnee van nu en later. Ik hoop op basis van dit artikel u te informeren,
zodat u deel kunt nemen aan deze zo belangrijke discussie in de komende twee jaar, tot de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen.
In zes bladzijdes, met veel tekeningen en dito tekst, weet u wat u weten moet over uw pensioen.
De discussie over pensioenen wordt niet
op hoofdlijnen gevoerd. Daarom haken
mensen af. De professional maakt het zodanig ingewikkeld, dat het voor leken niet
meer te volgen is. Dat moet afgelopen
zijn!
De pensioendiscussie gaat in hoofdlijnen
om 20% van uw salaris, een heel leven
lang. U werkt er één dag per week voor.
Dat is veel geld en dan moet u toch weten
waar het over gaat. Bovendien moet u er
gemiddeld één vijfde deel van uw leven
van rondkomen. Dus hoofdlijnen en duidelijkheid zijn gewenst.
De arbeidsmarkt wijzigt in hoog tempo.
Mensen werken bij meerdere werkgevers
en het fenomeen ZZP’er neemt hand over
hand toe. Het kunnen beschikken over een
zelfde inkomen als tijdens het actieve leven
is ook voor onze economie essentieel. Het
huidige pensioensysteem kraakt echter in
zijn voegen. Mensen worden ouder. De
ouderen klagen over het niet indexeren
van de pensioenen. De jongeren over het
gebrek aan inzicht in de opbouw van hun
pensioen. Zij maken zich daarover zorgen:
‘heb ik straks überhaupt nog wel een pensioen?’ is een veel gehoorde opmerking.
In de beide vorige artikelen heb ik een
voorschot genomen door eens in te gaan
op een aantal percentages en de gevolgen
hiervan op de dekkingsgraad. En ik heb
wat bedragen in perspectief geplaatst. De
landelijke pensioendiscussie is afgesloten
en nu gaat mevr. Klijnsma haar nota opstellen, die in mei van dit
jaar het licht gaat zien. Daarna gaat de parlementaire behandeling
plaatsvinden. Afhankelijk van het draagvlak voor de gekozen oplossing wordt dit al of niet een centraal item bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Herziening van ons belastingstelsel en de
problematiek van de pensioenen hangen daarbij nauw samen.
Het doel is om het bestedingspatroon na
pensionering op dezelfde voet voort te
kunnen zetten. De huidige datum van
aanvang AOW/pensioen is niet meer vast
maar afhankelijk van de gemiddelde leeftijd. Wij worden ouder. Om de gedachten
te bepalen is het uitgangspunt dat wij 21
jaar van ons leven niet meer kunnen werken en in die periode leven van de bovenstaande drie pijlers.
De eerste pijler is een welvaartsvaste,
inkomensonafhankelijke AOW.
De tweede pijler is een inkomensafhankelijk pensioen. AOW en pensioen na 42 jaar
werken bedraagt 70% van het gemiddeld
verdiende loon, voor militairen van het
laatst verdiende loon. Met deze 70% kan
door het wegvallen van premies, ook na
pensionering, het bestaande bestedingspatroon voortgezet worden.
De derde pijler is kapitaal of een eigen huis.
Eerste pijler: de AOW
Lastig als de wereld verandert zonder toestemming van Den Haag. Je kunt nooit eens rustig
bezuinigen of ze gaan weer met elkaar op de vuist. En dit keer ook nog vlakbij en in Europa.
Je kunt het niet ontkennen, maar het komt nu nog niet goed uit. Ze moeten eigenlijk gewoon
wachten totdat Nederland er klaar voor is. Nou oké, dan bezuinigen we iets minder, maar dan
moet het wel ophouden met die terroristen en die paramilitaire ordeverstoringen, want anders
De pensioenpot wordt gevuld door de ingelegde pensioenpremies
en het rendement op de beleggingen die de pensioenfondsen
doen met de ingelegde pensioenpremies. Premies versus rendementen verhouden zich als één staat tot drie. Rendementen zijn
dus essentieel voor een goed pensioen.
De premie wordt gemiddeld voor 70% door de werkgever en
voor 30% door de werknemer betaald. Maar het geheel -100%is deel van je loon i.c. uitgesteld loon. De pensioenpremie betaal
je uit het brutoloon. Over je pensioen betaal je pas belasting wanneer het tot uitkering komt, dit heet de ‘omkeerregel’.
De overheid heeft dit jaar besloten om pensioenen van inkomens
boven € 100.000 niet meer fiscaal te faciliteren.
Dus boven € 100.000 geldt de ‘omkeerregel’ niet meer.
De werkgever betaalt nog wel de premie.
Dekkingsgraad- buffers- indexatie
In dit artikel wil ik u begeleiden van het huidige stelsel naar een
mogelijk nieuw stelsel; een stelsel voor jongeren en ouderen!
Door de SER zijn vier mogelijkheden aangegeven met daarbinnen
nog varianten. Eén van de mogelijkheden heeft min of meer de
voorkeur -ook van de GOV|MHB- maar moet nog verder worden
uitgewerkt. Ik zal uitleg geven door eerst de essentie van het huidige model aan te geven; vervolgens werk ik in negen korte heldere stappen toe naar het nieuwe model.
Het huidige model: een vaste uitkering
met hoge zekerheid.
Onze oudedagsvoorziening bestaat uit drie pijlers.
Doel: het bestedingspatroon na pensionering voort kunnen zetten
 | Carré  | 
ca02pensioenen.indd 10-11
Alle werkenden betalen AOW via een
premie (ongeveer 15%). Dit geld wordt
direct besteed aan pensioenen van ouderen. Door de vergrijzing is de premie niet
voldoende om de AOW geheel te betalen.
Daarom wordt ook een deel van de AOW
betaald uit belastingen. Het direct gebruiken van de premie en de belastingen voor
de betaling van de AOW heet het ‘omslagstelsel’. Alle belastingplichtigen, dus
ook mensen met een pensioen, betalen
hierdoor mee aan de AOW. Door de vergrijzing neemt het deel van de AOW, dat
uit belastingen wordt betaald, toe.
10
gaan we echt Europees samenwerken. Hoewel... er leven bij onze volksvertegenwoordiging
best frisse en vernieuwende ideeën hoe het allemaal anders en beter kan in de aansturing van
de krijgsmacht door regering en parlement, zelfs in een volwassen internationale setting.
Zie ook onze conclusies!
Dit is het gevoel dat wij overhielden als
mainstream na recente gesprekken die
DenK voerde met woordvoerders voor Defensie van de meeste fracties in de Tweede
Kamer. Waarom die gesprekken? Welnu,
in 2014 zijn de geopolitieke ontwikkelingen natuurlijk gigantisch geweest. De
global community ontwikkelt zich verder
van een ‘wankele wereldorde’ naar een
‘wanorde’. Als reactie daarop zagen we
in Nederland een lichte herwaardering
voor het nut van een sterke krijgsmacht,
budgettair resulterend in een beetje minder minder. Sommigen noemden het een
trendbreuk. En waar staan we dan nu? We
gaan richting de Tweede Kamerverkiezingen in 2017. Met dien verstande dat partijen nu langzamerhand hun programma’s
gaan schrijven. En welke kant gaat dat
dan op? Dan is het wel handig dat we nog
eens oplijnen hoe de diverse partijen staan
in vraagstukken van vrede en veiligheid
en hoe zij aankijken tegen de krijgsmacht.
Maken de toezeggingen tijdens de Wales
Summit van september 2014, waar door
onze minister president plechtig werd in-
gestemd met het streven naar een forse
groei van het budget voor Defensie, nog
enige kans? Zien onze volksvertegenwoordigers de branden op de flanken van Europa en trekken zij daar consequenties uit?
Behalve de gesprekken grijpt dit artikel ook
enkele malen terug op stellingnames die
door partijen zijn gedaan bij de begrotingsdebatten van het afgelopen najaar. Fracties die open stonden voor de gesprekken
waren: VNL, SGP, GL, CU, SP, CDA, D’66,
PvdA en VVD. De PVV liet weten absoluut
geen tijd te kunnen vrijmaken.
Een vijftal thema’s vormden de basis onder
een dito aantal vragen die telkenmale kort
werden ingeleid door de beschreven ‘overwegingen’. Aan de hand van die inleiding
werd een veelal boeiend gesprek gevoerd
waar van u een beknopte vastlegging hierna aantreft.
Eerste thema: consequenties van geopolitieke ontwikkelingen in 2014 voor het
Nederlandse vrede- en veiligheidsbeleid
en de Nederlandse krijgsmacht
Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds evenveel geld in kas als nodig is voor uitbetaling van de pensioenen,
nu en in de toekomst en berekend tegen de rekenrente (zie hierna) van dat moment. De overheid stelt als eis dat er ten minste
105% in kas moet zitten voordat er geïndexeerd mag worden.
Indexatie betekent dat de pensioenen meegroeien met stijging
van de lonen en/of de prijzen in de samenleving. Bij een dekkingsgraad beneden de 105% moet er gekort worden op de pensioe-

02-03-15 11:02
10 Opinie
Onze pensioenen
In zijn uitgebreide derde bijdrage over dit onderwerp beschrijft de
voorzitter van de NOV, bgen b.d. J.L.R.M. Vermeulen, wat u moet
weten over uw huidige en toekomstige pensioen.
en verder
Tekst: Voorzitter DenK, genm b.d. Jhr. J.H. de Jonge
Nieuwe onveiligheid p ast niet in het budget
Tweede pijler: de pensioenen
22 | Carré 2 | 2015
ca02interview.indd 22-23
Overwegingen:
• de NATO Summit in Wales en het commitment van regeringsleiders voor de
2% budget norm;
• de zichtbaar voortgaande destabilisering
van staten op de zuidflank van Europa in
de door de EU uitgeroepen ‘gordel van
stabiliteit’( Europese Veiligheidsstrategie
2003);
• de zichtbaar voortgaande opkomst van
jihadisme;
• de veelheid van waarschuwingen voor
de demografische en sociale ontwikkelingen in de MENA-landen met consequenties voor niet meer te reguleren migratie
naar Europa bij ongewijzigd beleid;
• het schenden van verdragen betreffende
de territoriale integriteit van Oekraïne
door Rusland;
• de fundamentele keuze van de USA om
zich te richten op Azië omdat ze niet
langer op twee fronten grootscheeps
kunnen interveniëren; Europa moet het
zelf opknappen (Quadrennial Defense
Review 2014).
Vraag 1: Wat zijn de consequenties van
de veranderde veiligheidssituatie in 2014
voor uw partij in termen van capaciteiten
van de krijgsmacht. Gaarne een concreet
antwoord.
Mainstream is dat alle partijen de veranderingen als bijzonder zorgelijk ervaren. Maar
daarmee houdt iedere overeenstemming
verder op. CDA, VNL, CU en SGP zijn grote voorstanders van forse verhogingen van
het budget voor Defensie. Het doel moet
zijn die 2% van het BBP, maar het debat
zal gaan over hoe snel we dat gaan realiseren. De SGP: ’Wij weten dat er in een
nieuwe hemel en op een nieuwe aarde
vrede en gerechtigheid zullen zijn. Tot die
tijd zullen er echter onvrede en oorlog zijn,
zal er moeten worden opgetreden en hebben wij een sterke defensie nodig’1. GL
onderkent ook die verslechtering van de
situatie maar is van mening dat er desondanks fors bezuinigd kan worden. De partij
vindt dat een dreiging vanuit Rusland met
diplomatie en sancties moet worden weerstaan. Als er dan ook militaire middelen
moeten worden gebruikt, zijn die voldoende voorhanden in Europa; er moet alleen
meer worden samengewerkt. Ook D’66
trekt die kaart; gewezen wordt op de absolute voorwaarde van de geïntegreerde
benadering -Defensie is geen doel op zichen op de noodzaak van betere Europese
samenwerking op defensiegebied. Zolang
die verbetering niet bereikt is, zal D’66
zeker niet voor verhoging van het budget
gaan. De SP meldt dat hun beleid jegens
Defensie momenteel heroverwogen wordt,
maar kan geen tip van de sluier oplichten.
Met enige tevredenheid wordt onder de
aandacht gebracht dat de SP altijd koersvast is geweest als het gaat om Defensie:
zij stond en staat een lijn van verdere bezuinigingen voor. Wel wordt een verhoging van het budget voor AIVD, MIVD,
Politie en OM ondersteund. De PvdA en
de VVD vinden elkaar door te willen werken aan het besef dat Defensie veel meer
gebaat is bij een langetermijn-perspectief,
ook wel aangeduid als ‘stabiel meerjarig
perspectief’. Daarmee wordt een beetje
gelonkt richting het Noorse en Deense
model, waar coalitie en zo mogelijk ook
oppositie zich vinden in het budget voor
defensie dat voor langere tijd geldt en niet,
of minder, onderwerp wordt van verkiezingsstrijd. Beide partijen onderschrijven
het beeld van de verslechtering van stabiliteit en rust aan de flanken van Europa, ze
blijven echter wat onduidelijk over wat dat
moet betekenen voor het budget. De VVD
zegt enerzijds te pleiten voor meer geld
voor Defensie -het steunen van de ‘motie
van der Staaij’ is daar een teken van- maar
zegt anderzijds dat de huidige capaciteiten
in Europa voldoende zijn om Poetin te bestrijden en vooral af te schrikken. Bovendien heeft de VVD de indruk dat Defensie
onvoldoende gebruik maakt van de huidige financiële ruimte. De PvdA meldt dat de
bijdrage van de krijgsmacht aan veiligheid
niet naar beneden kan worden bijgesteld2.
Tweede thema: het Rapport Verkenningen
en de onderkende vijf veiligheidsbelangen
(de Integrale Veiligheidsstudie Buitenlandse Zaken)
Overwegingen:
• het Rapport Verkenningen van enige
jaren geleden werd luid geprezen, nooit
inhoudelijk echt behandeld in het parlement en is evenmin van tafel; sterker
nog, het wordt gebruikt als een basisstuk
om te komen tot beantwoording van
de ‘motie van der Staaij’ c.s. (kamerstuk
34000, nr.23). Het Rapport geeft feitelijk een aantal onderbouwde opties aan
om de krijgsmacht in te richten, ook uitgaande van een toenemend budget. De
opties nog even gekarakteriseerd:
∙ ‘Veilig Blijven’; beschermend optreden
binnen EU- en NAVO-gebied;
∙ ‘Kort & krachtig’; interveniëren buiten
EU- en NAVO-gebied ter handhaving
en herstel van de internationale rechtsorde;
∙ ‘Veiligheid brengen’; stabiliseren door
stabilisatieoperaties en militaire assistentie in fragiele staten en regio’s;
∙ ‘Veelzijdig inzetbaar’; de balans tussen
de drie strategische functies: beschermen, interveniëren en stabiliseren;
• De Integrale Veiligheidsstudie van Buitenlandse Zaken geeft helder aan hoe de
regering de onderscheiden veiligheidsbelangen voor Nederland ziet en plaatst tevens daarbij hoe zij ziet dat die belangen
bedreigd (kunnen) worden.
Vraag 2: Wat zou uw voorkeur voor type
en samenstelling van de Nederlandse
krijgsmacht zijn, gezien de veranderde
veiligheidssituatie in 2014, het (tijdig)
moeten kunnen inspelen op onderkende
dreigingen die zich richten tegen die vastgestelde veiligheidsbelangen en de in het
Rapport Verkenningen aangegeven opties.
Hier valt geen mainstream te ontdekken;
elke partij shopt op eigen wijze uit de
geboden opties. De ‘veelzijdig inzetbare
krijgsmacht’ wordt nagestreefd door CDA,
VNL, SGP, CU, waarbij men geen voorstander is van taakspecialisatie. Allen geven wel als voorwaarde mee dat daartoe
22
02-03-15 11:02
De voorzitter van de werkgroep DenK, genm b.d. Jhr. J.H. de Jonge, doet verslag van de onlangs gehouden interviews met defensiewoordvoerders van verschillende politieke partijen.
20 Opinie
36 Prikken en prikkels
Politici hameren voortdurend op Europese
samenwerking door Defensie. Onze voorzitter beschouwt in dit kader twee aspecten: soevereiniteit en bescherming van de
nationale industrie.
Mr. H.H. Kruize beschrijft het onderzoek
naar valse beschuldigingen tegen Britse
militairen die waren ingezet in Irak.
De redactie reageert op de nieuwjaarstoespraak van de Minister van Defensie: of je
nu schaakt of fietst, je moet wel ambities
stellen.
26 Ingezonden brief
38 Opinie
Lkol b.d. F.J.Ph. Walkate zou graag zien
dat een andere kant van het verhaal, waarom het mis is gegaan in Srebrenica, zou
worden onderzocht in plaats van steeds
maar de Nederlandse militairen te kleineren.
Bgen O.P. van Wiggen beargumenteerd
dat de opleiding, training en vorming bij
militair leiderschap tevens meerwaarde kan
hebben voor andere delen van de maatschappij.
4 Denk
In deze update besteedt lkol b.d. F.A. Ebbelaar aandacht aan de flitsmacht van de
NAVO.
7 Opinie
Riskante partners
Onder deze titel bekritiseert drs. Leon
Wecke de werkwijze van Defensie bij het
(niet) verstrekken van de ‘Verklaring Van
Geen Bezwaar’.
8 Vierkant beschouwd
De rol van Defensie bij de
bestrijding van terreur
De redactie beschouwt mogelijkheden
en onmogelijkheden.
16 Carreactie
Je ne suis pas Charlie
Mr. H.H. Kruize reageert uitgebreid op de
column van de voorzitter NOV in Carré
nr. 1: ‘Je suis Charlie’. We moeten onder
ogen zien dat het allemaal in de Koran
staat. Onze voorzitter reageert op zijn
beurt.
2 | Carré 2 | 2015
Srebrenica, een ander
gezichtspunt
28 Opinie
Dimanche à Bamako
In alweer de zevende bijdrage van onze
vaste correspondent in Mali wordt de lezer
geïnformeerd over het huwelijk in de
West-Afrikaanse cultuur.
30 Opinie
Strategische communicatie over
de NAVO-missie van vrijheid
en democratie
Kltzsd dr. Marten Meijer beschrijft een aantal basisprincipes bij communicatie en beoogt tevens bewustwording en discussie te
creëren bij het verder ontwikkelen van de
strategische communicatie van de NAVO.
Het wordt schaken met pionnen
en fietsen op het binnenblad!
Maatschappelijke meerwaarde
van militair leiderschap
44 Verenigingsnieuws
Belangrijke informatie over de komende
veteranendag.
46 Boekbespreking
De Srebrenica Dagboeken
op de wijze waarop Defensie functioneert of heeft gefunctioneerd. Een voorbeeld is de
Chroom-6 en de PX-10 affaire. Zaken waarbij Defensie op een onjuiste wijze met regelterecht dat de Kamer Defensie hierover kapittelt. Maar hoe zit het andersom? De politiek
23
22 Opinie
Nieuwe onveiligheid past niet in het budget
Beschuldigingen tegen Britse
militairen zijn opzettelijke
leugens!
Wie de discussies in de Tweede Kamer volgt, ziet dat er nog al wat aan te merken valt
geving, maar voornamelijk met de veiligheid van haar personeel is omgegaan. En het is
3 Van de voorzitter
De politiek aan de meet?
De politiek aan de meet?
Lkol b.d. P.F.H.N. Dekkers bespreekt ‘De
Srebrenica Dagboeken’, geschreven door
kol b.d. Charlef Brantz.
is immers exclusief verantwoordelijk voor de veiligheid van Nederland en de Nederlanders.
Hoe gaan zij om met hun verantwoordelijkheid? Als militair zijn wij de echte professionals,
maar kapittelen wij hen daarom op hun tekortkomingen? Of volgen wij ze slechts slaafs?
Kamerbreed is men ervan overtuigd dat
alleen in Europees/Atlantisch verband onze
veiligheid kan worden gewaarborgd. Ik wil
hier graag twee essentiële punten (er zijn
er overigens meer) onder de loep nemen
die belangrijk zijn voor de veiligheid van
Nederland en exclusief vallen onder de
politieke verantwoordelijkheid, namelijk
soevereiniteit en bescherming van de nationale industrie.
Soevereiniteit
In het artikel over de flitsmacht in deze
Carré van de hand van onze collega Frans
Ebbelaar wordt de spagaat ontleed waarin
deze eenheid verkeert. Politieke partijen
geven aan dat zij zeer snel kunnen beslissen, maar eerst na een artikel 100 brief,
die vele kantjes bevat, uiterst precies moet
zijn opgesteld en voorgesproken moet zijn,
wil men tot inzet overgaan. Iets wat maanden kost. Wij zien ook dat minister Hennis
nu probeert dit te doorbreken. Wij wachten met spanning het Algemeen Overleg
in de Kamer af. Het is evident dat als militairen zich in alle bochten wringen om in
twee dagen ter plekke te zijn, het niet past
dat een politieke besluitvorming, inclusief
het opstellen van de artikel 100 brief,
maanden duurt. Rusland weet als geen
ander waar het zwakke punt van Europa
ligt. Het oude continent is ’lui’ geworden
en wil/durft niet meer te vechten voor
haar veiligheid. Het sterkste signaal van
afschrikking gaat dan ook niet uit van de
troepen die gezonden gaan worden, maar
van de bereidheid van Europese parlementen ze in te zetten.
De veiligheid van Europa en van zijn militairen wordt in mijn ogen afgemeten aan
de eenduidige boodschappen vanuit de
Europese parlementen. Parlementariërs, dit
is uw verantwoordelijkheid en deze stopt
niet in het Nederlandse parlement.
Bescherming van de nationale
industrie
Een tweede bepalende factor is gelegen in
het Europese, maar ook het Amerikaanse
aanschafbeleid en specifiek in de bescherming van de nationale economieën. Het
is bekend dat deze zogenaamde nationale
bedrijven bijna allemaal internationaal georganiseerd zijn. Bovendien besteden zij
vaak delen van hun productieproces uit
naar ’goedkope landen’. Schepen worden
in elkaar gelast in Polen en afgebouwd in
Nederland. Uniformen worden genaaid in
Indonesië, terwijl het research in Nederland
plaatsvindt etc. Door deze nationale aanpak zijn er in Europa 23 verschillende types
pantserinfanteriegevechtsvoertuigen in
gebruik. Met als gevolg hoge kosten voor
research, hoge productiekosten door de
lage aantallen en een logistieke nachtmerrie
voor de noodzakelijke Europese/Atlantische
operationele samenwerking. Politici willen
toch Europees samenwerken om onze veiligheid te kunnen garanderen. Waarom lukt
het dan alsmaar niet of nauwelijks? Terwijl
de oplossing voor de hand ligt.
Een goed voorbeeld is de -door politici zo
vaak verguisde- JSF. In opdracht van de regering, en meer specifiek van Economische
Zaken, is het onafhankelijke instituut SEO
Economisch Onderzoek ingehuurd om te
bezien wat de kosten en de baten van de
JSF zullen zijn. Dit bureau becijferde dat
de totale life cycle costs 19 miljard zouden
bedragen en dat de opbrengsten voor de
Nederlandse economie tussen de 24 en 38
miljard groot zouden zijn. Wij zien op dit
moment in o.a. Maintenance Valley, in
de omgeving van Woensdrecht, die economische ontwikkeling langzaam gestalte
krijgen. Onderwijs en bedrijven, niet alleen
toeleveringsbedrijven, maar ook gerelateerde bedrijven, gaan zich hier vestigen.
Een nieuw Centre of Industry groeit hier
uit tot volle wasdom. Eén type vliegtuig,
één logistiek systeem, één doctrine en lage
kosten voor de ‘BV Nederland’.
Laten wij een ander voorbeeld pakken. Op
dit moment wordt in Nederland de discussie over de onderzeeërs gevoerd. De Nederlandse scheepsbouwer Damen en het
Zweedse concern
Saab hebben al
aangegeven dit
varkentje wel te
willen wassen.
Nederland heeft
vier onderzeeërs
die vervangen
moeten worden.
Wellicht dat het
aantal nog iets kan
oplopen. De discussie gaat nu over
de bouw van deze
schepen en wellicht dat Zweden
mee gaat doen.
Kamerbreed is er
nu al een meerderheid om tot vervanging over te gaan. Door de Kamer is
ook al aangegeven dat dit een gewenste
niche capaciteit is. Het unieke van de Nederlandse onderzeeërs is dat zij wereldwijd
(niet nucleair) in bruin water, tot vlak onder de kust kunnen opereren. Zowel Nederland als Duitsland en Zweden hebben
3
de kennis van het bouwen en de ervaring in het optreden met dergelijke onderzeeboten. De hele parlementaire focus is nu
gericht op de vraag: ‘hoe gaan wij dit in Nederland realiseren?’ Terwijl de uitdaging zou moeten zijn: ‘hoe gaan wij als
Nederlandse parlementariërs in overleg met onze Europese en eventueel Amerikaanse bondgenoten komen tot het
gemeenschappelijk bouwen van dit schip?’. Massa en eenvormigheid zijn de basis onder betaalbaarheid in de initiële fase
maar ook gedurende de life cycle. Bovendien heeft het diepgaande effecten op opleiden, trainen en wederzijdse logistieke
ondersteuning. Compensatieorders en het delen van technologische kennis staat centraal. Maar compensatieorders hoeven
niet eng geïnterpreteerd te worden, het kan bijvoorbeeld ook zijn dat andere landen onze uniformen kopen terwijl wij
vliegtuigen afnemen. Het besteedde geldbedrag is bepalend. De politieke vraag zou nu moeten zijn: ‘met welke landen en in
welke tijdsfase gaan wij nu samen deze schepen ontwikkelen of kopen wij ze straks van de plank?’
Oproep
Wij roepen alle partijen dan ook op om niet alleen op het pluche te zitten en commentaar te geven op wat er zoal niet goed
gaat. De veiligheid van Nederland en West-Europa hangt met name af van de bereidheid van de Europese parlementen om
duidelijke signalen af te geven: ‘tot hier en niet verder’ en daar vervolgens ook de consequenties, namelijk de inzet van
troepen aan te verbinden. Dat genereert veiligheid. De betaalbaarheid, de omvang van de Europese legers en hun interoperabiliteit zijn afhankelijk van de actieve inzet van politici. Zij moeten hiervoor de weg banen. Hier ligt een unieke
politieke verantwoordelijkheid. Zij zijn het die actief hun collega’s in andere Europese landen en Amerika kunnen benaderen
om tot afspraken te komen over het beleid t.a.v. materieelaankopen. Dan ontstaat er ook weer respect voor politici. Zij
controleren niet alleen vanaf het veilige pluche, maar zijn zichtbaar actief bezig om de veiligheid van Nederland te waarborgen tegen de laagst mogelijke kosten.
De werkgroep DenK heeft in haar verkiezingsbijdrage in dit blad een aantal politieke partijen o.a. met deze twee vragen
geconfronteerd. Wij zullen de antwoorden van de partijen de komende twee jaren, tot aan de volgende
parlementsverkiezingen, kritisch blijven volgen en becommentariëren. Maar ik roep ook u allen op om uw verantwoordelijkheid op basis van uw deskundigheid te nemen en u actief te mengen in deze discussie. Dit gaat écht over belangrijke zaken,
namelijk de Nederlandse veiligheid.