Algemeen Nijmeegs Studentenblad / maart 2015 - ANS

ANS
BEDWELMT
Algemeen Nijmeegs Studentenblad / maart 2015
Vooraf Tekst: Redactie
P. 2
commentaar
Als je aan bedwelmen denkt, komt er misschien een beeld in je
op.
Bij ons is dat lege blikken bier en een volle maag. Dat glas rode
wijn. Die joint. Moeilijk uit je woorden komen, de verbinding tussen tong en brein is weggevallen. Net éven een seconde te laat
die boom zien. Alles even een seconde te laat zien. Het gevoel
hebben dat de wereld op volle snelheid draait, terwijl jij je in slowmotion in een hoek van de bar staat af te vragen waar iedereen
gebleven is.
Je hersenen worden echter constant bedwelmd, begoocheld.
Bijna alles wat we horen en zien wordt verpakt in een mooi laagje
waar veel feiten zijn weggelaten, soms met een strik van leugens.
De altijd vrolijke Facebook-statussen, de reclame op tv of de media die een eenzijdig beeld scheppen en zo winnaars en verliezers
creëren.
Politici en hun spindoctors zijn nog het beste in het bedwelmen.
Handig verzwijgen zij het één, en duwen de andere positieve punten vol in de schijnwerpers. We zochten deze maand een inkijkje
in deze wereld van verdraaiingen, het spinnen.
Als je dan toch bedwelmd wordt, doe het lekker op je eigen voorwaarden. Met een ijskoud glas bier en met elke slok de beneveling toe laten nemen. Zelf gebrouwen bier natuurlijk. We hebben
het brouwen-voor-dummies-stappenplan al voor je klaarliggen.
deze
ANS
09 Verdraaid goed
Met de Provinciale Statenverkiezingen in het vooruitzicht,
proberen politici de aandacht van de kiezer te grijpen met
schreeuwerige slogans en veel media-aandacht. Voor dit
laatste wordt de zogeheten spindoctor ingezet. Hoe eerlijk
is het verhaal dat wij horen?
13 Nijmeegse toewijding
Roy Santiago presenteert deze maand zijn nieuwe album
Devotion in het Nijmeegse Merleyn. Toewijding is een toepasselijke titel. Santiago begon voor zijn nieuwe plaat een
crowdfundingactie, werkte samen met leden van De Staat
en sloot zich op in een hutje op de Veluwe.
18 Wil je met me brouwen?
Thuisbrouwen is hip. ANS bezocht fanatieke beginnelingen
en ervaren brouwers en sprak over het proces. ‘Als je thuis
begint met een vat naast je bed, is je bier als een pasgeboren baby.’
22 ‘Mijn werk wekt soms agressie op’
Maartje Wortel won onlangs een literatuurprijs voor haar
nieuwste roman IJstijd. Wortel vertelt ANS over haar stijl
van schrijven die soms frustraties bij de lezer oproept,
haar kijk op de nieuwe generatie schrijvers en de kritiek
die zij vaak ontvangen.
Succes,
04
05
07
16
21
25
26
28
30
31
32 De hoofdredactie
09
13
18
Blind betalen
Binnenstebuiten
Het Laatste Oordeel
Middenpagina
De Graadmeter
Gonzo
Enerzijds Anderzijds
Stamgasten
Colofon
Crypto
Gevonden Voorwerp
21
Tekst:
Redactie/
Illustratie:
RensWijnhoven
van Vliet ANS-Online.nl
Tekst:
Redactie/
Illustratie:
Sascha
ANS-Online.nl
P. 03
P. 3
niet
Varken
De Graadmeter van vorige maand die de beste
seksplekken op de RU uitlichtte, leidde online tot een
stroom van bizarre reacties. Filosofische filmpjes en
vunzige gedachten – ‘mooi mokkeltje bevuild in het
campusbos’ – passeerden de revue. Deze gefrustreerde reactie spande de kroon: ‘Ik vraag me af waar je na
een kwartier nog mee bezig bent, we zijn toch geen
varkens dat we een half uur over klaarkomen moeten
doen?’ Een ‘echte vent’ kan volgens de schrijver van dit
commentaar een vrouw binnen een kwartier volledig
verwennen, ‘zo niet dan verdient die frigide miep het
ook niet’, aldus onze vrouwvriendelijke vriend.
ans
In de kortste maand van het jaar zette de ANS-redactie
haar beste beentje voor om de Nijmeegse studenten online
op de hoogte te houden van het nieuws. Wat gebeurde er
zoal?
Terwijl het zuiden van Nederland in de ban van carnaval was, bezette een groep Amsterdamse studenten het
Bungehuis, waar de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam huist. Ook ontving
student Pepijn Eymaal, na een rechtszaak tegen de RU, zijn
bestuursbeurzen en werd vorige maand bekend dat Abellio
vanaf december 2016 over de Maaslijn zal denderen. Mocht
je graag summa cum laude je papiertje willen halen, dan
kan dat ook na dit collegejaar nog. De Universitaire Studentenraad wist na een overleg met het College van Bestuur dit
judicium te behouden. Wat gebeurde er nog meer en wat
gaat maart ons brengen?
De baas van illusie
ANS interviewde illusionist en arts Victor Mids over zijn
programma Mindf*ck, waarin wetenschap en illusie worden
gecombineerd als unique selling point. Erg gecharmeerd
van zijn voorgangers, Hans Klok en Hans Kazan, is de
goochelaar in de nieuwe stijl niet: glittergordijntjes en
doorgezaagde assistentes laat de 27-jarige achterwege. De
illusionist heeft altijd een kaartspel op zak, zelfs tijdens het
interview vertoont Mids zijn kaarttrucs. Tot vandaag de dag
blijft het een raadsel hoe de goochelaar de twee kaarten
uit de handen van een redacteur in het kaartdoosje wist te
toveren.
Boodschap
Iemand van het College van Bestuur spreken voor het
openingsartikel van deze maand? Woordvoerder Martijn Gerritsen vond het niet nodig om ons door te verbinden met een van de hoge piefen aan de universiteit.
Zelfs niet als het hier om een kwestie met landelijke
media-aandacht gaat. Nee, hij beantwoordt de vragen
over de collegegeldtarieven zelf wel. Misschien ook
maar beter, aangezien we uit de studentencultuurtest in
de februari-ANS kunnen opmaken dat rector magnificus Engelen niet weet hoeveel een student voor een
jaar college betaalt.
Studentenbelangen
In maart mag er weer worden gestemd: de leden van de
Provinciale Staten moeten weer worden gekozen. ANS zet
de studentenpunten voor je op een rijtje om je keuze misschien net iets makkelijker te maken.
Raggen met de Ragweek
Ook dit jaar organiseert het vijfkoppig damesbestuur van
de Ragweek een enorme crowdfunding voor het goede
doel. Tussen 4 en 11 maart kunnen studenten rekenen op
flink wat activiteiten in de stad om geld op te halen voor
Stichting Ambulance Wens en Stichting Kalinga. ANS neemt
een kijkje bij de tofste acties.
Op de hoogte blijven van al het studentennieuws?
Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter
(twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op
Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).
Transparantie instellingscollegegeld Tekst: Marit Willemsen/ Illustratie: Sanne Reckman
P. 4
Blind
Betalen
De ambitieuze student die na een afgeronde studie nog een bachelor of master wil doen, betaalt zich vaak scheel. Waar deze enorme bedragen instellingscollegegeld aan worden uitgegeven, houden de universiteiten voor zich.
Hebben studenten niet het recht om te weten waarvoor ze betalen?
7.000 euro voor een collegejaar Rechten of 17.000
euro voor een jaartje Geneeskunde: wie na zijn afgeronde studie besluit een tweede bachelor of master te
beginnen, moet diep in de buidel tasten. Sinds 2010 is
de bijdrage van de overheid voor een tweede studie
weggevallen. Universiteiten mogen hierdoor zelf bepalen wat ze vragen voor een collegejaar, dit bedrag
noemt men instellingscollegegeld.
Hoewel je voor een tweede bachelor gemiddeld 7.500
en een master 11.500 euro mag neerleggen, word je
compleet in het duister gelaten over de berekening
en opbouw van deze bedragen. Waar komt het geld
aan ten goede en hoe weet je zeker dat je niet veel
te veel betaalt? Begin januari stelde Tweede Kamerlid Mohammed Mohandis hierover kamervragen aan
Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap. Zij stelde een landelijk onderzoek in naar
de openheid van universiteiten aangaande het instellingscollegegeld.
Deze maand wordt duidelijk of Bussemaker naar
aanleiding van het onderzoek meer transparantie zal
afdwingen. Dit moet echt gebeuren, hoge prijzen verdienen een onderbouwing.
Verschil moet er niet zijn
Op de websites van Nederlandse universiteiten vind je
tabelletjes met tarieven en chique collegegeldmeters,
maar een uitleg over de instellingsbedragen ontbreekt. ‘Wanneer studenten om uitleg vragen, krijgen
ze geen antwoord’, vertelt Mohandis. Studenten snappen volgens hem heus wel dat er meer betaald moet
worden voor een tweede studie. ‘De extreme verschillen tussen universiteiten zijn echter onbegrijpelijk en
onduidelijk.’
De voorbeelden liegen er niet om: een tweede studie
Rechten hier aan de Radboud Universiteit (RU), kost
je bijna 7.000 euro per jaar, aan de Universiteit van
Amsterdam mag je 9.000 euro afrekenen. Ook de
verschillen in de duurdere disciplines zijn opmerkelijk.
Zo rekent de Universiteit Utrecht voor een bachelorjaar
Geneeskunde 11.000 euro, de RU vraagt 17.300 euro
en de Universiteit van Maastricht een verbijsterende
32.000 euro.
Verplichting en zekerheid
‘Onderbouwing van het instellingscollegegeld is niet
alleen belangrijk, het is een wettelijke plicht’, zegt
Cees Zweistra, voorzitter van de Stichting Collectieve
Actie Universiteiten (SCAU). De SCAU vraagt al sinds
de invoering van het instellingscollegegeld om meer
transparantie over de hoge bedragen en is nog steeds
verwikkeld in een rechtszaak hierover met acht Nederlandse universiteiten. Uitleggen waarom bepaalde
prijzen worden gehanteerd, geeft de student een
verzekering tegen misbruik. Mohandis: Zijn de hoge
bedragen niet gewoon een manier om aan de student
te verdienen? Een universiteit zou eens naar andere
instellingen moeten kijken en vervolgens beargumenteren waarom zij meer of minder vraagt. Zijn er
bijvoorbeeld meer contacturen of gespecialiseerde
hoogleraren?’
Kop in het zand
Hoewel de RU niet de hoogste bedragen hanteert en
je als RU-student voor een aansluitende studie het normale collegegeld betaalt, heeft ook onze universiteit
lak aan de tarieven ‘van de overkant.’ Dit wordt pijnlijk
duidelijk wanneer ANS de RU vraagt naar haar mening
over de kwestie. ‘Wat andere universiteiten doen is aan
hen’, meent RU-woordvoerder Martijn Gerritsen.
Volgens hem is de opbouw van het instellingscollegegeld wel duidelijk genoeg. ‘Het instellingscollegegeld
voor de RU is een aantal jaar geleden vastgesteld op
basis van het wettelijk collegegeld, aangevuld met de
overheidsbijdrage die we eigenlijk zouden ontvangen.’
‘Zeggen dat je vroeger een bedrag kreeg en dit nu
doorberekent, is echt niet voldoende’, vindt Zweistra.
De Rijksbijdrage is gekoppeld aan de graad, de gehele duur van de bachelor of master, en niet aan één
jaar zoals bij het Instellingscollegegeld.’ Bovendien
heeft het SCAU in 2011 laten berekenen hoe hoog de
gemiddelde bijdrage per student aan de RU zou zijn,
Column Manu Compen
P. 5
Binnenstebuiten
Het leven van een bèta gaat niet altijd over rozen. Natuurkundestudent Manu trekt over het hobbelige pad van het
Huygensgebouw naar de rest van de wereld. Hieronder zijn
verslag.
Door het zeurende, repetitieve geluid van mijn trillende telefoon, open ik slaperig mijn ogen. Het is zaterdagochtend, 8
uur. Mijn wekker had ik uitgezet; tot onbepaalde tijd uitslapen
stond op de planning. Enigszins gealarmeerd, maar nog niet
wakker genoeg om snel te bewegen, stommel ik uit bed. Een
telefoontje op dit tijdstip kan van alles betekenen. Net voordat
ik mijn mobiel weet te grijpen, stopt het trillen abrupt en zie ik
op het scherm iets wat mijn hart doet overslaan. 19 gemiste
oproepen van Pap.
namelijk 4.328 euro. Dit is de studentgebonden bijdrage in
de onderwijskosten, exclusief wettelijke collegegeld. Tel
hier volgens de logica van de RU het collegegeld bij op en
je komt hoogstens op 6200 euro uit. Aangezien de rijksbijdrage niet ineens is verdubbeld, lijken tarieven als 17.000
euro erg absurd.
‘Ik heb de cijfers niet paraat’, aldus Gerritsen wanneer hij
deze berekening hoort. Hij verwijst naar het jaarverslag van
de RU, waarin niet wordt gerept over instellingscollegegeld.
De woordvoerder sluit af met een laffe belofte. ‘De suggestie om over deze tarieven een algemene vermelding op de
website te plaatsen, zullen we in overweging nemen.’
Kwestie van kunnen?
Willen de RU en andere onderwijsinstellingen gewoonweg
geen duidelijkheid bieden, of weten zij echt niet hoe ze
bijvoorbeeld de kosten voor een studie per student moeten
berekenen? Volgens Zweistra zou het tweede mogelijk kunnen zijn, maar het boekhoudsysteem is in dat geval zwaar
verouderd. ‘In bijvoorbeeld België en Australië zijn de kosten per student wel heel nauwkeurig in kaart gebracht’, stelt
hij. Een andere reden voor de slechte transparantie is wat
minder onschuldig. Zweistra: ‘Een zorgwekkend klein deel
van de rijksbijdrage wordt daadwerkelijk aan onderwijs
besteed, daar willen universiteiten mogelijk geen aandacht
op vestigen.’
De ontbrekende of vage uitleg op universiteitswebsites is
hoe dan ook niet voldoende om de hoge bedragen te verantwoorden. De student weet niet of hij gebruikt wordt als
‘melkkoe’, terwijl de universiteiten blijven zwijgen. Het is te
hopen dat Bussemaker deze maand met harde maatregelen
over de boeg komt, of dat universiteiten zo fatsoenlijk zijn
zelf het zwijgen te doorbreken. ANS
Met ingehouden adem bel ik terug, terwijl doemscenario’s
door mijn hoofd schieten. Pap neemt op: ‘Manu, kun je om
11 uur hier zijn? …’
Drie uur later zit ik alleen aan de keukentafel van mijn ouderlijk huis. Voor het keukenraam pikt een bonte specht gretig
aan een vetbol, totdat het gekras van een tweetal eksters
hem richting een achterliggend weiland doet opvliegen. Een
paar jaar geleden zat ik nog dagelijks met mijn ouders aan
deze tafel. Voor de specht ging toen een verrekijker rond,
de ekster kreeg een slof of op z’n minst wat geschreeuw
en raamgebons op zijn dak. Nu is het geruis van de stijgende lucht door de kachelpijp het enige dat de totale stilte
verstoort. Het voelt ongemakkelijk om hier zonder hen te zijn.
Mijn ouders zijn hier niet weg te denken.
Terwijl ik rond het huis loop, sijpelen herinneringen van het
gezinsleven dat ik allang vergeten dacht te zijn, weer door mijn
hoofd. Het servies waar ik op zondagen de tafel mee dekte,
het voer dat ik de kippen vergat te geven en de router die ik
zo vaak opnieuw had opgestart. Alsof het allemaal gisteren
was, in één dag voorbij geschoten.
‘… Je moeder en ik moeten allebei weg voor werk om 11 uur,
net als de nieuwe wasmachine wordt bezorgd’, zegt m’n vader
dringend. Als mijn pa iets urgent vindt, dan ís het urgent. 19
keer bellen voor het opwachten van een wasmachine is dan
heel normaal.
Voordat ik er erg in heb, zit ik met een kom havermout aan
m’n eigen uitschuifbare Ikea-tafeltje. Achter mijn raam geen
weilanden en vogels, maar een grauwe bouwput met steigers
zo hoog als de hemel. Opgewekt stap ik de douche in. Blij dat
ik nog even naar huis kan.
Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl
P. 6
ansjes
Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor
studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden
goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: [email protected]
BELEEF CULTUUR, BOUW MEE Uniek vrijwilligerswerk in het buitenland (o.a. Italië, Marokko, Kameroen en Moldavië) in een internationale groep, 2-4 weken, lage kosten. Een bijzondere manier om je
vakantie te besteden. Meer info? Check www.ibo-nederland.org.
Gitaarles. Ook vooropleiding conservatorium.
1e graads gitaardocent. Studenten 50% korting. 06 2919 7554
Aangeboden huishoudelijke hulp. tel.nr: 0624345137
Tekst: Kim Saris/
Foto:
Simone
Bothfeest...
Laatstemet
Oordeel
Leef,
woon,
werk,
ANS
P.P.77
het
laat
ste
oor
deel
Studie:
Filosofie
College:
Wetenschapsgeschiedenis, 12
februari, 10.45u-12.30u, E.1.09
Docent:
Prof. dr. C.H. Lüthy
Uitstraling:
Lachgrage Zwitser
Publiek:
Diepe denkers
Inhoud:
Sterrenstof
Eindcijfer:
7
Duffe opsommingen of ultiem entertainment?
Iedere maand verschanst ANS zich in de
collegebanken om een genadeloos oordeel
te vellen over het onderwijs aan de RU.
‘Zijn jullie er klaar voor?’, roept Christoph Lüthy gretig zijn kleine kring
masterstudenten toe. Lüthy’s glimlach werkt aanstekelijk en de studenten
grinniken de Zwitser toe. Hij start het college met een inleiding op de stof en
gaat als eerste in op het Aristotelische wereldbeeld en de krachten van de
natuur. Hoewel de filosoof eruit ziet alsof hij nog uren door kan springen van
enthousiasme over de oude wijzen, neemt hij rustig plaats. In het college van
vandaag wordt meteen diep in de stof gedoken en een enkele keer breekt
de docent abrupt zijn verhaal af om een boek of persoon te prijzen. Zo noemt
Lüthy – waar mogelijk – de naam van zijn grote held Aristoteles, die hij ook
wel als ‘stoffige meneer’ aanduidt. Als even later op de PowerPoint een afbeelding verschijnt van een middeleeuwse, kosmologische wereldkaart, kijkt de
docent met een opgetogen gezicht naar het scherm. ‘Zonder plaatje kun je
niet denken’, citeert Lüthy een van Aristoteles’ spreuken.
De Zwitserse hoogleraar heeft er duidelijk kaas van gegeten; zijn kennis van
Latijnse werken over astronomie, theologie en de gehele Copernicaanse
revolutie komt er enigszins stotterend uit. Tussen de vele ‘uh’s’ door, doet hij
verbeten pogingen om de juiste termen te vinden. Als de woorden echter niet
te binnen willen schieten, komt de docent hard doch direct over. ‘Denemarken is gewoon een kutplaats om sterren te kijken’, aldus de docent.
Na de pauze is Lüthy’s geestdrift nog lang niet gedoofd. Naast veel interessante informatie, weet hij de studenten te amuseren met leuke weetjes.
‘Wisten jullie dat in de tijd van Copernicus maar negen astronomen écht
geloofden in het heliocentrische model, waarin de zon het middelpunt van
het universum vormt?’ De wijsgeer houdt zich strikt aan zijn eigen hand-out
en gaat als een raket door zijn planning. Zijn snelle geratel is niet makkelijk
in woorden te vangen en de studenten schrijven dan ook niet echt mee. Toch
is er veel interactie tussen Lüthy en de studenten en de wijsgeer probeert
constant zijn enthousiasme over te brengen op het publiek. Iedere keer als
de aanwezigen een goed antwoord geven, reageert hij verbluft. De docent
probeert zijn luisteraars steeds weer aan te moedigen om zelf na te denken.
Om dit voort te zetten, sluit hij zijn college toepasselijk af met een discussie.
Het Laatste Oordeel der Studenten
‘Een charmante Zwitser die van zitten houdt.’ Een student van de cursus
had zijn docent Wetenschapsgeschiedenis niet beter kunnen omschrijven.
Door de ontspannen en toegankelijke manier waarop hij lesgeeft, bewijst
Lüthy daarnaast een ‘voorbeelddocent’ te zijn voor zijn publiek. De luisteraars vinden de behandelde onderwerpen in het college leuk en interessant,
maar een enkeling vind het ‘iets te astronomisch’. De studenten zijn over het
algemeen geboeid door de manier van lesgeven van de filosoof, maar het is
toch voornamelijk Lüthy’s aangename tongval die hen fascineert: ‘Ik probeer
te achterhalen wat zijn moedertaal is, maar dat lukt niet. Zwitsers bestaat niet
echt, hè? ANS
Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl
P. 8
Spinnen Tekst: Auke van der Veen en Annemarie Verschragen/ Illustratie: Jurgen Tesselaar
P. 9
Verdraaid
Goed
Door de gunstigste feiten op een zo mooi mogelijke wijze in te kaderen,
proberen politici het nieuws te halen en stemmen te scoren. ‘Je moet
nooit liegen, maar het is wel mogelijk niet de hele waarheid te
vertellen.’
Hoe lijkt een miljarden euro’s duur, groot, grijs gevechtsvliegtuig opeens interessant voor Nederlandse
gezinnen? Door te focussen op het belang van werk
in plaats van de militaire consequenties probeert
het CDA de Joint Strike Fighter (JSF) aan de man te
brengen. Zeker nu de campagnes voor de Provinciale
Statenverkiezingen weer losbarsten, willen politici
zoveel mogelijk aandacht krijgen en hun standpunten in een positief daglicht zetten. Beeldvorming is
door de toenemende hoeveelheid zwevende kiezers
alleen maar belangrijker geworden. Welk beeld het
nieuws haalt, is het resultaat van een spel tussen de
media en de politiek. Politici proberen te overtuigen
met mooie verhalen, goede oneliners en aanvallen op
anderen, terwijl de media op zoek zijn naar prikkelende primeurs. Zogeheten spindoctors spelen hier zo
goed mogelijk op in. Wat is spinnen eigenlijk? Hoeveel
macht heeft de media in ons democratische stelsel en
hoe eerlijk is het verhaal dat wij horen?
‘Door de juiste feiten te
benadrukken kun je
mensen heel goed
beïnvloeden.’
Stofzuigerpolitiek
Wie aan spindoctors denkt, heeft al snel het Amerikaanse beeld voor zich met gelikte mannen die
strategieën uitdenken en speeches schrijven voor
Obama. De term spinnen komt oorspronkelijk dan ook
van het Engelse woord voor verdraaien. In Nederland
zijn de meeste spindoctors echter ‘slechts’ partijgerelateerde communicatieadviseurs die zich ook met
inhoud bezighouden. Toch heeft spinnen het imago dat
politici de waarheid zo gunstig mogelijk neerzetten
en aanpassen om stemmen te winnen. Jack de Vries,
voormalig spindoctor van het CDA, nuanceert dit: ‘Met
spinnen probeer je de partij die je vertegenwoordigt beter over het voetlicht te brengen in de media.
Daarnaast wacht je niet tot de journalist bij jou komt,
maar ga je boven op de actualiteit zitten.’ De Vries legt
het verschil tussen spindoctors en voorlichters uit aan
de hand van stofzuigers: ‘Het is mogelijk om je eigen
stofzuiger aan te prijzen, het voorlichten, maar je kunt
tegelijkertijd ook focussen op het nadeel van de stofzuiger van een ander merk. Bijvoorbeeld: voor merk
A zijn overal stofzuigerzakken te koop. Merk B maakt
misschien minder lawaai, maar stofzuigerzakken ga je
nergens vinden.’
Een belangrijk onderdeel van het spinnen is het framen. De mens heeft inkadering nodig om de wereld te
begrijpen. Het is de kunst om de voor jou gunstigste
feiten, woorden en voorbeelden te gebruiken als kader om de doelgroep te overtuigen. Renée Broekmeulen, een speechschrijver die werkte met onder andere
Wouter Bos en Jan Kees de Jager, vertelt: ‘Door de
juiste feiten te benadrukken kun je mensen heel goed
beïnvloeden. Zo haalde een Russische journalist de
mislukte voorbeelden van militair ingrijpen in Vietnam
en Afghanistan aan als reden waarom de Amerikanen
zich nu niet met Oekraïne moeten bemoeien. Dat klinkt
overtuigend, maar is door enkel het noemen van onsuccesvolle voorbeelden heel selectief.’
Succes verzekerd
Spinnen kan ervoor zorgen dat het gekozen publiek
op een bepaalde manier naar een onderwerp gaat
kijken. In hoeverre is dit effectief? Volgens Communicatiewetenschapper Rens Vliegenthart is het effect
Spinnen
Leef, woon, werk, feest... met ANS
P.P. 10
10
van spinnen lastig te meten. Het speelt zich achter de
schermen af en werkt heel vaak ook niet. Een goed
voorbeeld van een geslaagde spin is de verkiezingscampagne van 2006. Uit een onderzoek bleek dat Bos
op veel punten hoger scoorde dan Jan-Peter Balkenende, behalve op betrouwbaarheid. Het CDA begon elke
dag een draaipunt van de PvdA te publiceren om dit uit
te spelen en haar een onbetrouwbaar imago te geven.
Vandaag de dag staan de PvdA-ers nog steeds bekend
als draaikonten. In hoeverre dit succes de verdienste is
van de politicus, een spindoctor of de media, is moeilijk
te zeggen.
Uit onderzoek blijkt dat framen wel effectief kan zijn.
Door de hoeveelheid zwevende kiezers is beeldvorming steeds belangrijker geworden, maar de meesten
weten al wel of ze links of rechts gaan stemmen. Welke
partij het uiteindelijk wordt hangt af van hoe de partijleider in de publiciteit komt. Vliegenthart: ‘Het effect
van framen gaat niet om 25 zetels, maar kan wel het
verschil maken. Zo werd Diederik Samsom tijdens de
laatste verkiezingen in de media neergezet als winnaar,
waardoor hij door het publiek ook steeds meer zo werd
gezien.’
Door de hoeveelheid
zwevende kiezers is beeldvorming steeds
belangrijker geworden.
Spinstrategieën
De vorm van de spin is ook belangrijk voor het succes
ervan. Broekmeulen: ‘Bij speeches gaat het eigenlijk
niet om de feiten, maar om hoe je je argumenten brengt:
met het juiste voorbeeld, met de juiste anekdote, of met
de juiste verwijzing naar een deskundige. We zorgen
dat het verhaal bij het publiek past, logisch wordt opgebouwd en met passie wordt gebracht, waardoor het
overtuigend wordt. Het gebruik van retorische trucjes
als metaforen, drieslagen en anaforen versterken dit
effect.’ Hier zit echter wel een grens aan: ‘Ik zou voor
iemand als Onno Hoes pareltjes kunnen schrijven,
maar dat is voor de zwijnen, niemand vertrouwt die
man meer.’ Volgens De Vries moet een succesvolle spin
tevens gebaseerd zijn op facts and figures: ‘De JSF als
economisch project framen is alleen overtuigend als
je kan aantonen dat het daadwerkelijk banen oplevert.’
Trends vormen een ander aandachtspunt. De Vries:
‘Tijdens een crisis maken mensen zich zorgen over
werkgelegenheid, daar moet je op inhaken.’
Een voorbeeld van een frame dat goed werkt is human
interest, waarbij een onderwerp zo persoonlijk mogelijk
moet worden gemaakt. Je kunt hierbij denken aan het
personaliseren van een uitzetting door de in Angola
geboren Mauro erbij te halen. Een ander effectief frame
is het creëren van een conflict. Vliegenthart: ‘Journalisten zijn dol op tegenstellingen en dat weten politici
dondersgoed.’ Door te stellen dat GroenLinks de strijd
aan gaat met de D66, pastte fractievoorzitter Bram van
Oijk dit frame succesvol toe. De uitspraak was vervolgens overal in de media terug te vinden. Framen wordt
dus zowel door politici als media gebruikt. Vliegenthart waarschuwt dat tegenstellingen in ons meerpartijenstelsel wel gevaarlijk kunnen zijn: ‘Als je iemand
ANS-Online.nl
P. 11
Leef, woon, werk, feest... met ANS
P. 11
aanvalt met wie je later nog moet samenwerken, kom
je onbetrouwbaar over, om succes te hebben is het dus
belangrijk je tegenstander goed te kiezen.’
Eerlijkheid duurt het langst
De media hebben een grote invloed op hoe wij de politiek zien. Hoe eerlijk en democratisch is het verhaal dat
de burgers krijgen? Is het beeld dat de politiek en de
media geven wel volledig genoeg om als burger juist te
kunnen oordelen? Politiek filosoof Marin Terpstra merkt
op dat retorica al zo oud is als de politiek en dus niet
per se ondemocratisch hoeft te zijn: ‘Je kunt het ook omdraaien: de burgers in een democratie bepalen wat ze
van politici geloven of niet. Dat niet één keer in de vier
jaar bij verkiezingen, maar dag in dag uit. Politici zijn als
de dood in de fout te gaan. Dat zij adviseurs nodig hebben, of in het bijzonder spindoctors, zegt misschien wel
iets over de kwaliteit van de politici van tegenwoordig
en over de eisen die burgers aan ze stellen. Dat politici
niet altijd eerlijk zijn, komt misschien ook wel omdat de
burgers de waarheid liever niet horen.’ Vliegenthart is
genuanceerder:‘Het is lastig om eerlijkheid te definiëren en dus ook lastig om de berichtgeving daarmee te
vergelijken. Eerlijk is misschien om het over de inhoud
te hebben, of over hoe het politieke spel in elkaar zit. De
balans is lastig te bepalen. Als je naar Nederland kijkt,
doen wij het zo slecht nog niet.’ Broekmeulen vult aan:
‘Wat is waarheid? Eerlijkheid is ook een truc, die veel
wordt gebruikt door Wilders: “Ik vertel het echte verhaal.” Volksvertegenwoordigers leggen hun beslissingen
uit en moeten daarover niet liegen. Het is wel mogelijk
om niet de hele waarheid te vertellen. Burgers en journalisten hebben daarom de taak kritisch te blijven en
door te vragen.
Hans Kriek, schrijver van het boek De Patatbalie, wijst
op het gevaar van het schaduwspel dat politici en
journalisten spelen. Beide partijen zijn afhankelijk van
scoren en maken daarom dealtjes: als jij mij een primeur
geeft, kom je positiever in de media. Kriek vindt in deze
oneerlijke verborgenheid een groot gevaar schuilen:
‘Terwijl de media heel erg machtig zijn en mensen kapot
kunnen maken, kan iedereen zich journalist noemen en
worden bronnen amper gecheckt.’
Het fenomeen spindoctor
zegt iets over de kwaliteit
van de politici van
tegenwoordig.
Eerlijk of niet, omdat de wereld te complex is om volledig te beschrijven, is framing niet te voorkomen. Wel
kun je zien dat de hoeveelheid objectieve feiten steeds
meer is afgenomen. Nederland is echter niet zo gericht
op beeldvorming als Amerika en dat gaat door ons
politieke stelsel ook niet gebeuren. Vliegenthart: ‘Het is
ook belangrijk je te realiseren dat beleid op de achtergrond gewoon doorgaat. Als je de media volgt, krijg je
het beeld dat Rutte in zijn eentje de hele economie kan
veranderen, politici creëren dat beeld graag, maar dat is
onzin.’ De Vries beaamt dit: ‘Veel belangrijke wetgeving
is niet sexy en haalt daarom de media niet. Wat je in het
journaal ziet is het topje van de ijsberg.’ ANS
Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both
P. 12
Universitaire Studentenraad
Digitalisering
De Universitaire Studentenraad (USR) heeft een notitie
geschreven over digitalisering in het universitair onderwijs. In
deze notitie staat centraal hoe onderwijs de komende jaren
geïnnoveerd moet worden om de tijd mee te laten gaan. Zo
moeten de faciliteiten op de universiteit verbeterd worden. De
universiteit verwacht dat studenten steeds vaker hun eigen
laptop meenemen, dan is er echter wel een goed WiFi-netwerk
nodig en moeten er voldoende stopcontacten zijn.
Verder moet er meer interactie in grote colleges komen door
gebruik te maken van digitale middelen. Dit kan bijvoorbeeld
door gebruik te maken van second screens. Dit zijn tablets/
laptops/telefoons die je als student zelf meeneemt. De docent
kan dan quizvragen en andere informatie delen met de toestellen
in de zaal.
Ook het inzetten van weblectures is één van de aanbevelingen.
Weblectures moeten over een aantal jaar niet meer weg te
denken zijn bij alle opleidingen. Naast dat deze gebruikt kunnen
worden als naslagwerk, kunnen weblectures van voorgaande
jaren ook gebruikt worden als voorbereiding op het college. Op
deze manier vindt een groot deel van de informatieoverdracht
vooraf plaats en is het college straks de plek dieper om op de
stof in te gaan.
De notitie komt komende Gezamenlijke Vergadering aan bod. De
USR hoopt dat de aanbevelingen uit de notitie door het college
zullen worden overgenomen.
Judicia
Afgelopen gezamenlijke vergaderingen hebben de USR en de ondernemingsraad (OR)
gesproken met het college van bestuur (CvB)
over de judiciumregeling. Het CvB had in december aangegeven alleen nog cum laude te
willen behouden, maar de USR en de facultaire studentenraden waren van mening dat
ook summa cum laude meerwaarde heeft
voor studenten. Het CvB heeft dit standpunt
nu overgenomen. De verdere regelgeving
voor judicia moet nog wel vast gesteld worden. Zo wordt er nog gepraat over hoeveel
tentamens je mag herkansen om in aanmerking te komen voor een judicium en wordt
er gesproken over of je binnen een bepaalde
tijd moet afstuderen om het label cum laude
of summa cum laude te mogen krijgen.
Gevolgen leenstelsel
Het mag dan inmiddels geen nieuws meer
zijn dat de Eerste Kamer het leenstelsel in
januari heeft goedgekeurd, toch is er nog
behoorlijk veel onbekend over de precieze
gevolgen daarvan. Dat geldt natuurlijk ook
voor studenten aan de RU, voor wie de USR
in samenwerking met de Dienst Studentenzaken (DSZ) en veel studentenorganisaties
in de week van 9 maart de Wat Zijn de
Plannen-week organiseert. We (de USR)
hebben onszelf ten doel gesteld om zoveel
mogelijk studenten zo goed mogelijk te
informeren over wat het leenstelsel voor hen
persoonlijk betekent, onder andere door de
website www.watzijndeplannen.info weer
eens een goede update te geven. Daarnaast
zijn er ook veranderingen voor de medezeggenschap aan de RU, bijvoorbeeld omdat de
discussie over het instemmingsrecht op de
centrale begroting geopend is. Dat kan een
hoop betekenen voor de USR, vandaar dat
we in overleg zijn met studentenraden van
andere steden over hoe we dit aan willen
pakken!
Website: www.numedezeggenschap.nl,
Twitter: @NUMedezeggensch, Facebook:
www.facebook.com/NUmedezeggenschap,
E-mail: [email protected].
Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both
P. 13
Nijmeegse
Toewijding
Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both
P. 14
Op 13 maart komt het nieuwe album Devotion van de Nijmeegse
singer-songwriter Roy Santiago uit. Hoe toegewijd moet je zijn
om als onbekende muzikant uit Nijmegen een album uit te
brengen? ‘Het leuke aan muziek maken, is dat je nooit van tevoren
weet wat er uit gaat komen.’
‘I’m always amazed that people take what I say seriously.
I don’t even take what I am seriously’, schijnt David
Bowie ooit gezegd te hebben. Roy Santiago noemt hem
zijn grote muzikale voorbeeld. De Nijmeegse zanger
heeft op het eerste gezicht weinig overeenkomsten met
deze uitgesproken en extravagante zanger. In het hippe
koffiecafé De Fuzz wordt geprobeerd om de schuchtere
en slungelige zanger opmerkelijke uitspraken te ontfutselen. Tijdens het interview blijft hij terughoudend en bescheiden in zijn antwoorden. Wat is Roy Santiago’s sound
and vision en in welke mate heeft hij deze als onbekende
muzikant in zijn nieuwe album kunnen vormgeven? Santiago vertelt over de vaak moeizame maar ook enorm
avontuurlijke weg die aan zijn nieuwe album voorafging.
Ontnuchterend
Roy Santiago is niet de echte naam van de zanger. Bij
de vraag of Roy Santiago een alter ego van hem is, a la
Ziggy Stardust, antwoordt hij nuchter. ‘Nee, Santiago heb
ik aangenomen van mijn oma. Ik vind het een goede
artiestennaam. Het is niet mysterieus bedoeld.’ Al snel
prikt hij ook een tweede muzikantenmythe door: ‘Ik weet
niet of ik alleen maar muziek zou willen maken, dat zou
ik heel saai vinden. Het is wel prettig als je de huur kan
betalen. Met alleen muziek maken, gaat dat gewoon niet.’
Santiago heeft daarom een baan in de psychiatrie, maar
ANS-Online.nl
Leef, woon, werk, feest...
met ANS
P.P.15
15
haalt hier geen inspiratie uit. Waar hij zijn teksten wel op
baseert, wil hij liever niet kwijt. Op deze vraag reageert hij
enigszins onthutst en hij klapt dicht: ‘Veel teksten staan erg
dicht bij mezelf. Bovendien vind ik dat luisteraars dat zelf
moeten ontdekken’.
‘Alleen maar muziek
maken, zou ik heel saai
vinden.’
Devotion
Van jongs af aan groeide Santiago op tussen de muziek.
‘Mijn ouders luisterden vaak naar muziek en kochten veel
platen. Mijn moeder sms’t mij zelfs nu nog wel eens nieuwe
bands.’ Al snel wenste hij ook zijn eigen nummers te maken.
‘Toen ik zestien was, ben ik in een bandje gegaan. Ik vond
er niet zoveel aan om nummers van andere mensen te spelen, daarom ben ik al vroeg zelf liedjes gaan schrijven.’ Santiago heeft inmiddels een indrukwekkende variëteit aan
muziekstromingen op zijn menu staan. ‘Ik kon toen ik jong
was niet heel goed gitaar spelen. Ik dacht: “Dan moet ik
in ieder geval zorgen dat de liedjes goed zijn en dat mijn
muziek anders is dan wat de meeste mensen maken.” Dit is
altijd zo gebleven.’ Zijn debuutalbum The Great Pretender
staat vol met zomerse popliedjes. De opvolger, Devotion, heeft juist een veel alternatievere stijl: synthesizers,
ronkende gitaren, maar ook rustige liedjes. De muzikant
speelde daarnaast onder andere in ‘A Soul-Jazz and Funky
shit DJ project’, een lo-fi-rockband en een Pixies-coverband.
‘David Bowie heeft me geleerd dat het niet zoveel uitmaakt
om inconsistent te zijn’.
Santiago sloot zich op in
een huisje op de Veluwe,
om zich op de muziek te
storten.
Nijmegen muzikantenstad Santiago maakt actief gebruik van de kwaliteiten van de
verschillende muzikanten waar hij mee musiceert. ‘Ik
maak alle composities zelf, maar ik benut de stijl van de
muzikanten waarmee ik samenwerk, dat hoor je terug.’
Santiago heeft voor zijn nieuwe album dan ook veel gehad
aan zijn muzikantvrienden in Nijmegen. ‘Hier wonen veel
muzikanten die door het hele land spelen. Zij vormen echt
een kliekje en voetballen bijvoorbeeld ook samen. Iedereen weet precies van elkaar waar ze mee bezig zijn en
hoe belangrijk het voor hen is.’ Zowel de mensen van zijn
platenlabel (zangeres Marike Jager en drummer Henk Jan
Heuvelink) als de personen waarmee hij opnam (o.a. Torre
Florim van De Staat) en de muzikanten (o.a. Gitarist Sjors
van der Meulen van de Kevin Costners en drummer Marcel
van As van Spinvis) zijn goede bekenden van hem. ‘Muziek
maken kan heel frustrerend zijn, maar ik ben tevreden
met de mensen om me heen en de vrienden waar ik mee
kan samenwerken. Dat is iets heel moois.’ Santiago vindt
Nijmegen een leuke stad. ‘Ik heb het idee dat het hier altijd
lekker weer is’.
Het ons-kent-ons-sfeertje van de Nijmeegse muziekwereld
wordt tastbaar wanneer de eigenaar van De Fuzz Santiago
lachend een geheimzinnig briefje toestopt. ‘Wist je dat hij in
de jaren negentig ook top 40 hits heeft gehad? Hij speelde
in de Haagse band Burma Shave’, vertelt Santiago. De naam
van het nieuwe album, Devotion, is volgens de artiest opgedragen aan alle muzikanten in Nijmegen. Het blijft lastig om
als kleine muzikant je hoofd boven water te houden, daar
is veel toewijding voor nodig. ‘Ik heb zelf ook wel momenten gehad waarbij ik dacht: “Ik kap er mee” en ik heb het
opnemen soms een tijdje stil moeten leggen. Dat hoort er
bij. Frustraties brengen je verder.’
Wollen trui
Voor zijn nieuwe album legde Santiago een opmerkelijke
route af. Hij sloot zich met een aantal vrienden op in een
klein huisje midden in het bos op de Veluwe, om zich volledig op de muziek te kunnen storten. ‘We pasten er net
met zijn drieën in, want we hadden heel veel apparatuur bij
ons. We hebben daar een week gezeten en werkten tot diep
in de nacht door. Af en toe konden we de herten en wilde
zwijnen langs horen lopen. Onder invloed van deze setting
hebben we rustige liedjes gemaakt die klinken als een wollen trui.’ Het opnameproces werd vervolgd in verschillende
thuisstudio’s van bevriende muzikanten. Het enige nummer
dat tot nu toe van het nieuwe album is vrijgegeven, Jiffy Jaffy,
werd bijvoorbeeld opgenomen bij Torre Florim, de zanger
van de Nijmeegse band De Staat. Santiago mixte zijn album bij de bekende sound-engineer
en producer Jon Low in Amerika. Low werkte mee aan de
albums van onder andere The War on Drugs, Kurt Vile en
The National. ‘Ik had hem gewoon een mailt gestuurd. Het
mixen is niet veel duurder dan in Nederland en ik kon in
de studio slapen.’ Zijn connecties hebben Santiago ook
geholpen bij het financieren van zijn nieuwe album. Hij
richtte een website op, waar fans en vrienden geld konden
doneren voor het nieuwe album. ‘Een platenmaatschappij
financiert niet alles. Als je veel dingen zelf doet, moet je ook
veel mensen inhuren en dat is duur. Het was gelukkig een
succes, vooral dankzij de social media.’
‘Ik ben niet zo bezig met
bekend worden.’
Zou Santiago een beroemdheid willen worden? ‘Ik ben
niet zo bezig met bekend worden. Ik wil wel dat mijn
muziek zoveel mogelijk bereik krijgt, maar ik heb wat
dat betreft niet echt concrete doelen voor ogen.’ Net als
Bowie lijkt het Santiago niet te boeien of hij beroemd
wordt, zolang hij maar zijn eigen muziek kan maken
met gewaardeerde medemuzikanten. Ook minder bekende muzikanten hebben in Nijmegen de mogelijkheid
om hun eigen muzikale pad uit te stippelen. Daarvoor
hoef je hier niet per se een superster te zijn. ANS
Karen Gerritsen
‘Tijd, ingevroren en stilgezet. Het ongeordende druppen herinnert aan het vergaan ervan. Een subtiele beweging
in het water, en weg is het. Wat over blijft is een herinnering aan wat het was.’
Meer
weten over deze Tekst:
kunstenaar?
Kijk/op
ANS-Online.nl voor een interview.
www.ans-online.nl.
De redactie
colofon
P. 16
Ans deze maand
P. 17
Zelf bier brouwen Tekst: Tom Plaum en Saskia Verheijden/ Illustratie: Eva Bernsen
P. 19
Wil je
met me
brouwen?
Welke student wil niet zijn eigen biermenu? Tegenwoordig worden
sommige studentenkamers omgetoverd tot een persoonlijke brouwerij, vol met vaten, ketels en slangen. ‘Als je thuis begint met een
vat naast je bed, is je bier als een pasgeboren kindje.’
In het studentenleven is een biertje niet weg te denken.
Hoewel een pilsje het vaakst achterover wordt getikt,
zijn de speciaalbieren in opkomst. Veel liefhebbers van
deze goudgele heerlijkheid nemen het heft in eigen
hand en gaan zelf op zoek naar de perfecte smaak. In
Nederland ligt het aantal hobbybrouwers op twaalfduizend en dit getal blijft groeien. In mei wordt zelfs
een heuse biercompetitie gehouden voor het lekkerste
hobbybiertje van de Lage Landen, waar ook studenten
in de prijzen kunnen vallen in een aparte categorie.
Waarom gaan hobbyisten de uitdaging aan van het doehet-zelf bierbrouwen? En hoe brouw je op je kamer je
eigen perfecte biertje?
‘Steeds meer mensen hebben een aversie tegen
grootschalige, ingewikkelde
producten.’
Masterbrouwer
‘Ik ben een enorme bierliefhebber en houd ervan om
in de keuken te experimenteren’, zegt Ruben Kause,
masterstudent Scheikunde. ‘Door mijn ervaringen
en interesse in de analytische chemie, lijkt het me
leuk om zelf bier te brouwen.’ Hij wil samen met een
vriend beginnen en is erg enthousiast over zijn plannen. Oprichter en eigenaar van Stadsbrouwerij De
Hemel in Nijmegen, Herm Hegger, is op veertienjarige
leeftijd ook begonnen als hobbybrouwer. Hij was de
eerste in Nederland die een eigen witbier en lentebok
brouwde en op de markt bracht. Daarna is zijn passie
uitgegroeid tot een professionele brouwerij. Hegger
verklaart de interesse in hobbybierbrouwen: ‘Steeds
meer mensen krijgen een aversie tegen grootschalige,
ingewikkelde producten en hebben een behoefte aan
eenvoudige en eerlijke brouwsels. In de afgelopen tien
jaar zijn er tweehonderd brouwerijen in Nederland
bijgekomen, die het resultaat zijn van een uit de hand
gelopen hobby.’
Knoeien met hop
‘Bierbrouwen is helemaal niet moeilijk. Gemalen mout
wordt gemengd met water, waardoor het zetmeel uit
dit graan oplost als suikers. Aan het ontstane suikerwater, genaamd wort, worden vervolgens hop en gist
toegevoegd. Zonder hop mag het brouwsel geen bier
worden genoemd en krijg je iets dat lijkt op appelcider.
De gist zorgt ervoor dat koolzuur en alcohol ontstaan,
de hop geeft het bier zijn typische, bittere smaak’, aldus
Hegger. De essentie van een lekker biertje ligt volgens
deze fanatieke brouwer aan de juiste balans tussen de
ingrediënten. Als brouwer heb je zelf de smaak en het
alcoholpercentage in de hand; toevoegen van meer
mout maakt het bier zwaarder. Door het gebruik van
verschillende soorten mout en hop kun je de smaak van
je bier naar je eigen wensen aanpassen. Door andere
ingrediënten toe te voegen, zoals fruit, noten of kruiden,
krijgt het biertje een persoonlijke twist.
Nog een verklaring voor de populariteit van het
bierbrouwen zijn wellicht de kosten. Volgens Hegger
hoeft zelf brouwen niet zo duur te zijn. Met twee oude
Zelf bier brouwen Tekst: Tom Plaum en Saskia Verheijden/ Illustratie: Eva Bernsen
P. 20
De zeven stappen van het
bierbrouwen
Stap 1: Schroten van de mout
droge mout vermalen. stap 2: Maischen
de geschrote mout oplossen in
water. Verwarmen tot achtereenvolgens 50, 65 en 75 °C.
stap 3: Klaren
het brouwsel filteren, wort blijft
over.
stap 4: de wort koken
hop toevoegen wanneer het kookt.
stap 5: Hoofdgisting
het mengsel afkoelen tot kamertemperatuur. gist en lucht toevoegen (dit laatste door middel van
roeren).
stap 6: Lageren (tweede gisting)
Het brouwsel in een gesloten vat
met waterslot doen, zodat overtollig CO2 kan ontsnappen. 7: Bottelen
bier filteren en in flessen gieten.
mayonaise-emmers als gistketels en wat slangen kom je
al een heel eind. Degene die professioneler wil beginnen,
kan op internet een starterspakket kopen voor slechts 40
euro. Voor de luie student is er zelfs kant-en-klare wort te
koop. Studentenbrouwer Kause kiest voor de professionele
aanpak en is van plan een investering te doen van driehonderd euro, zonder nog maar een enkel biertje te hebben
gebrouwen. De scheikundige is ambitieus over zijn plannen:
‘Ik zou het niet erg vinden om later een eigen brouwerij te
hebben, maar ik zou het zonde vinden van mijn academische achtergrond.’
De essentie van het
bierbrouwen is reinheid
en geduld.
Commissie Bier
Vincent Gerritsen, student Natuur- en Sterrenkunde, heeft
zijn bierhobby te danken aan zijn studie. ‘Ik had plannen om
met vrienden bier te brouwen, maar we hadden daar geen
geld voor. Toen in 2009 wat geld overbleef bij onze studievereniging Marie Curie, grepen we onze kans en begonnen
een brouwcommissie. Met Mattias Terpstra, die ook in de
commissie zat, begon ik steeds meer thuis te experimenteren. We wilden grotere hoeveelheden kunnen maken, dus
startten we in Matthias’ keuken onze eigen brouwerij.’ Vanuit
deze uit de hand gelopen hobby is uiteindelijk het professionele Katjelam ontstaan. De brouwerij is gevestigd in een
klein hok in het Honigcomplex dat niet groter is dan de
gemiddelde studentenkamer, vol met plastic vaten. De essentie van het bierbrouwen is volgens Gerritsen en
Terpstra reinheid en geduld. Door alles steeds goed schoon
te maken, voorkom je dat er bacteriën in je brouwsels
komen. ‘Toen we nog thuis brouwden hebben we een keer
een infectie in ons bier gehad, waardoor het echt ranzig
werd’, zegt Terpstra. Voor het duo duurde het maar liefst
een halfjaar, ongeveer zeven brouwrondes, voordat zij de
smaak te pakken hadden en het eerste biertje naar hun
wens hadden gebrouwen. Gerritsen: ‘Als je thuis begint, is
je bier net als een pasgeboren kindje. Het begint vaak met
een vat van twintig liter naast je bed. Dan is de vreugde
groot wanneer na drie helse dagen dweilen en een plakkende kamer je eindelijk je eerste goede wort hebt geproduceerd. Vervolgens kan je niet meer slapen van het geplop
van het waterslot op het vat door de CO2 die ontstaat.’ Voor Kause moet het avontuur nog beginnen. ‘Ik kijk er naar
uit om mijn eerste eigen biertje te drinken, al weet ik niet
of het me zal lukken. Die onwetendheid maakt het brouwen
juist spannend.’ ANS
(Advertentie)
Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Bastiaan Buurman, Saskia Verheijden en Natuurmuseum Nijmegen/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter
P. 21
De graadmeter
In het studentenleven zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je
het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst
een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS elke maand de opties.
Deze keer: Nijmeegse musea
Wat: Natuurmuseum Nijmegen
Prijs: 4 euro
Bezoekduur: Halfuur
Ervaring: Blij met een dode mus
Wat: Nationaal Fietsmuseum Velorama Prijs: 5 euro
Bezoekduur: 1-2 uur Ervaring: Nostalgische authenticiteit
Wat: Bierbrouwmuseum De Hemel
Prijs: 11 euro
Bezoekduur: 2 uur
Ervaring: Leven in de brouwerij
De kassamedewerker
van het Natuurmuseum
kijkt verbaasd. Het lijkt
erop dat hij totaal niet
had verwacht dat er
vandaag nog bezoekers
zouden arriveren. In
het Natuurmuseum is
het dan ook een dooie
bedoening, niet alleen
wat betreft de opgezette beesten.
Een stilstaande tijger, wat aardige natuurfoto’s en een paar slagtanden van
een wolharige mammoet markeren
de hoogtepunten van de niet bijster
grote tentoonstelling. Het merendeel
van de expositie is duidelijk bedoeld voor kinderen. Bovendien blijft
de aangeboden informatie ook op
kinderniveau steken. Het testpanel is
niet onder de indruk van de creatief
geknutselde natuurdecoratie, het
natuurdetective-spel en Frits de Bever.
Voor een leerzaam inkijkje in de natuur kun je beter Discovery Channel
aanzetten.
‘Dit is het grootste fietsmuseum van de wereld,
cruiseschepen stoppen
speciaal voor dit museum
even in Nijmegen’, vertelt
de oude kaartjesverkoper
trots. Toch is er, behalve de
verkoper, een kletsgrage
schoonmaakster en een
mopperende directeur, niemand te bekennen. De enthousiaste
man aan de kassa wil wel even een
korte rondleiding geven. De aandacht
wordt al snel getrokken door een fiets
met een klein achter- en gigantisch
voorwiel. ‘Rijke Fransen flaneerden
met deze loopfietsen over boulevards’, aldus de gids. Naarmate je
verder ‘door de tijd loopt’, maken de
prachtige excentrieke stalen rossen
steeds meer plaats voor diens saaie,
functionele opvolgers. In het sfeervolle cafeetje bestaat de mogelijkheid, uitkijkend over vélocipèdes,
draisines en pedomotives, nostalgisch
te zuchten. In het museum is zichtbaar
veel aandacht en liefde gestoken,
maar het blijven wel fietsen. Je moet
ervan houden.
Menig student onderhoudt
een liefdevolle relatie met
bier. Brouwerijmuseum De
Hemel is de ideale manier
om het gerstenat nog wat
beter te leren kennen. De
kennismaking verloopt voornamelijk via de mond. Het
testpanel krijgt zes bieren,
drie soorten mosterd en
een biermarmelade voorgeschoteld.
Het sublieme productieproces wordt
blootgelegd door middel van leuke
en informatieve filmpjes, bovendien
kun je oude brouwapparaten van
dichtbij bewonderen. Alles wordt
duidelijk uitgelegd en dat je alles
direct kan proeven is een waardevolle toevoeging. Tenslotte is er de
optie om je dronken te ruiken aan 96
procent alcohol. Het testpanel stapt
blij beschonken het museum uit, maar
dat maakt niet uit. Deze keer hebben
zij in ieder geval de moeite genomen
zich in hun vloeibare drinkpartner te
verdiepen. ANS
Kijk voor Nijmeegs museumvertier
op http://bit.ly/nijmeegse-musea
Tekst: Bas van Woerkum/ Foto: Marit Willemsen Interview Maartje Wortel
P. 23
‘Mijn werk
wekt soms
agressie op’
De bekroonde, jonge schrijver Maartje Wortel (32) spreekt 7 maart
op het Nijmeegs boekenfeest. Haar generatie schrijvers ligt vaak onder vuur, het werk zou kleurloos zijn. ‘Mensen zeggen vaak dat ik
somber schrijf, zelf ben ik daar niet mee bezig.’
Wortel kijkt zoekend om zich heen wanneer ze binnenwandelt in de kantine van de Jan van Eyck Academie
in Maastricht, waar ze momenteel verblijft als writerin-residence. ‘Ik houd niet zo van interviews’, bekent
ze. Ironisch genoeg studeerde Wortel zelf journalistiek,
maar werd ze van de opleiding gegooid omdat ze te
veel verzon. Zowel vragen stellen als beantwoorden
bleek niet voor haar te zijn weggelegd, dus begon ze
de aan studie Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Tijdens deze studie deed ze mee
aan de Write Now!-wedstrijd – een Nederlandstalige
schrijfwedstrijd voor jongeren tussen 15 en 24 jaar – die
ze won. Het schrijven van fictie bleek een stuk beter in
haar straatje te liggen.
Wortel werd van de
journalistieke opleiding
gegooid, omdat ze te veel
verzon.
Vanaf dat moment begon het balletje te rollen voor
de schuchtere Wortel. Het gebruik van zwarte, droge
humor en haar cynische en ogenschijnlijk vreugdeloze schrijfstijl, werden uiterst positief ontvangen. Met
haar eerste roman Dit is jouw huis sleepte ze in 2010
de Anton Wachterprijs binnen – die volgens haar ‘heel
pretentieus’ is – en haar nieuwe roman IJstijd werd vorig
jaar met de BNG bank-literatuurprijs bekroond.
Ondanks alle lof en prijzen, is er recentelijk ook kritiek
geuit op de jonge generatie schrijvers tot wie Wortel
vaak wordt gerekend, en kreeg ze persoonlijke, negatieve kritiek te verduren. ANS ondervroeg Wortel over
haar boek IJstijd, haar stijl van schrijven en de kritiek op
haar werk.
IJzingwekkende tijden
Wortels nieuwe roman IJstijd gaat over de dertiger
James Dillard, die recentelijk is gedumpt door zijn grote
liefde aan wie hij meer dan regelmatig terugdenkt. Hij
vertoeft in hotels en gaat er af en toe op uit om zijn lege
leven op te vullen, maar niets lijkt hem echt te interesseren. Verplichtingen heeft hij niet, maar de vrijheid
die daaruit resulteert, wordt een drukkende last. Dillard
weet niet wat hij met zijn leven aan moet.
Door dit gevoel reageert de dertiger in de meeste situaties apathisch en er gebeurt weinig in zijn kleurloze leven. Wortel heeft bewust voor dit karakter gekozen: ‘Het
boek is opgebouwd vanuit het existentialisme, een filosofische stroming met het idee dat het leven doelloos is.
James Dillard is een bestaand persoon die ik ontmoet
heb in Los Angeles. In werkelijkheid is hij iets ouder
en heeft hij alles wat hij wil. Elke dag gaat hij naar een
lantaarnpaal om deze aan te tikken, om vervolgens een
taxi te bellen zodat die hem kan terugbrengen. Dat is
zijn dagelijkse doel. Het lijkt een droom om alles te
hebben, maar als je het hebt, is het heel beklemmend
en saai. Dat is het boek eigenlijk ook. Je wilt dat Dillard
iets gaat doen maar er gebeurt niks.’ Lachend voegt ze
Interview Maartje Wortel
P. 24
toe: ‘Daar word je een beetje agressief van.’
Kritiek op de jonkies
Op de levenloosheid van hoofdpersonen werd recentelijk kritiek geuit. Abdelkader Benali viel de jonge generatie schrijvers aan door te stellen dat alle hoofdpersonages hetzelfde zijn: ‘Iedereen woont in Amsterdam,
iedereen is ongelukkig, iedereen heeft geld, iedereen
droomt van armoede, iedereen twijfelt aan zichzelf,
iedereen heeft seks, iedereen zoekt liefde, iedereen
heeft briljante a-logische redeneringen, iedereen is licht
duizelig door alle verwendheid die men heeft ervaren,
niemand slaapt thuis, maar ergens anders op locaties die
een normaal mens nooit zou kunnen betalen. Iedereen is
wezenloos middelmatig en niemand heeft een leven.’ Dit
klinkt verdacht veel als een oppervlakkige analyse van
James Dillard in IJstijd. Wortel reageert ook onmiddellijk
dat die aanval op haar werk persoonlijk gericht was: ‘Hij
had het over mij. Vlak voordat hij me ging interviewen,
schreef hij dit, dus ik heb het er met hem over gehad. Dit
commentaar slaat overigens helemaal nergens op. Iedereen doet zijn eigen ding en mijn andere werken zijn ook
heel anders. Ik heb hem toen een ander boek van mij
gegeven met de mededeling om dat te lezen voordat hij
een oordeel velt.’
‘Ik heb niet het gevoel dat ik
mensen moet entertainen.’
Ilja Leonard Pfeijffer uitte een soortgelijke kritiek. Hij
stelde dat de jonge generatie geen risico’s neemt bij het
schrijven. Wortel is het daar niet geheel mee eens, maar
blijkt een groot fan te zijn van de schrijver: ‘Als ik Pfeijffer lees, denk ik echt: “Ik stop ermee.” Hij is echt fucking
goed. Eén zin van hem is al iets waar je de hele dag over
kunt nadenken. Hij schrijft heel poëtisch en schaamteloos, dus ik snap wel waarom hij andere schrijvers saaie,
niets durvende types vindt. Natuurlijk komen er allemaal
kutboeken uit en dat zal altijd blijven gebeuren, maar
verhalen van nu zijn niet in het algemeen risicoloos.
Vroeger had je bijvoorbeeld de naoorlogse literatuur,
die zich afspeelde in een roerige periode. We zitten nu
in een tijd waarin weinig plaatsvindt, dan is het logisch
dat er in de literatuur die zich hier afspeelt ook weinig
gebeurt. Dat zegt echter ook iets. Je geeft een beschrijving van wat je om je heen ziet en probeert niet te
duizelen met taal. Het zijn andere stijlen, die kun je niet
met elkaar vergelijken.’
Emotieloos
Wortels boeken roepen veel vragen op, maar antwoorden hoef je niet te verwachten. Je wordt zelf aan het denken gezet. ‘Ik laat iets zien en daar moet je actief mee
aan de slag. Ik heb niet het gevoel dat ik mensen moet
entertainen of heel diep in hun ziel moet raken. Waar het
voor mij om gaat, is wat het boek bij de lezer teweegbrengt. Dat kun je laf noemen omdat ik het aan de lezer
overlaat en de bedoeling van een roman eigenlijk is om
de lezer ergens naartoe te duwen, maar dat is mijn stijl.
In die zin lijken mijn romans ook meer op korte verhalen. Normaal ga je bij een roman lekker zitten met een
kopje thee en ga je op in het verhaal, in mijn geval krijg
je dat niet.’
‘Normaal ga je bij een roman
op in het verhaal, in mijn
geval krijg je dat gevoel niet.’
IJstijd zit bovendien vol met zwarte, bittere humor,
waardoor Wortels schrijfstijl snel kil kan aanvoelen. Een
reflectie in het boek op een uitspraak van Dillards vader,
een oorlogsveteraan, wekt een lange reeks doemgedachtes bij Dillard op:
Mijn vader zegt dat je maar op één manier dood kunt
gaan. Hij zegt: ‘Doodgaan is doodgaan’, maar daar geloof
ik niets van. Hij luistert niet als ik zeg dat er bijvoorbeeld
een brokstuk uit de baan om de aarde gezwiept kan
worden dat dan boven op je huis valt, terwijl je slaapt, en
dat je naast een zelfmoordterrorist kunt zitten in een trein,
bus, vliegtuig, tram, metro, boot of minivan. Dat sommige
mensen tijdens een diner stikken in het graatje van een
vis, je kunt ook kanker krijgen van pindakaas, of besmet
drinkwater drinken. […] of zoveel dingen, begrijp je?
Iedereen kan iedere dag doodgaan.
Wortel heeft een verklaring voor het feit dat haar boeken
kil overkomen, maar ze is het er niet helemaal mee eens:
‘Eigenlijk zegt dat meer over de lezer dan de schrijver,
want je begrijpt het verhaal als lezer op een bepaalde
manier. Aan de andere kant is het begrijpelijk dat mensen het vreugdeloos noemen, want de personages in
IJstijd kunnen hun emoties niet goed op elkaar overbrengen. Als je het boek leest, kan dat snel afstandelijk aanvoelen. Ik vind het erg dat mensen het kil vinden, want
dan vindt iedereen mij ook meteen kil en afstandelijk,
terwijl ik eigenlijk heel vrolijk en over-emotioneel ben.
Dat gebeurt me steeds op de een of andere manier.’
Het droefgeestige karakter lijkt diepgeworteld in haar
schrijfstijl en ook in de toekomst valt er niets blijmoedigs te verwachten. ‘Ik denk niet dat er iets vrolijkers
komt’, lacht Wortel, ‘maar wat ik schrijf komt vanzelf.’ De
stemming die haar boeken bij je teweegbrengen, blijken
echter af te hangen van hoe je in het leven staat: ‘Een
vriend zei ooit dat ik sombere boeken voor vrolijke mensen schrijf en vrolijke boeken voor sombere mensen. Veel
mensen vinden mijn boek ook alleen maar grappig en
zeggen dat het wel somberder mag. Zelf ben ik daar niet
mee bezig, ik schrijf gewoon op wat ik wil en iedereen
kan daar het zijne mee doen.’ ANS
Column Lotte Coenen
P. 25
Gonzo
‘Objectiviteit is een mythe’, aldus de grondlegger van de
Gonzojournalistiek. Een ieder die een verhaal schrijft neemt
bagage aan kennis en ervaringen met zich mee. Lotte Coenen laat de objectiviteit varen en beschrijft het alledaagse
leven op haar manier.
Bij de balie van het Erica Terpsta-zwembad staat een
Erasmusstudent onbeholpen om zich heen te kijken. De
Spaanse jongen, tenminste dat denk ik te kunnen zien aan
zijn donkere ogen, snapt niet dat hij zonder studentenkaart
het zwembad niet in kan. Ik lach in mezelf want zo stond ik
daar ook, een jaar geleden, aan de balie van een piscine
municipale. Hakkelend probeerde ik in mijn beste Frans
de baliemiep uit te leggen dat ik geen zwemles wilde,
maar een tienrittenkaart om baantjes te kunnen zwemmen.
Eenmaal in het zwembad vocht ik om een plekje tussen de
chaotisch zwemmende Fransen.
De laatste tijd heb ik heimwee, het wordt bijna melancholisch. Alle dingen die ik zie, ruik, voel en hoor, doen me
verlangen naar het land van de wijn, stokbrood en... nog
zoveel meer.
Ook de oude man voor de Hema die op zijn accordeon
een poging doet de Franse chansons te evenaren, doet
me verlangen naar de zondagmiddagen in café Le Cheval
Blanche of ook wel Het Witte Paard. Daar werd gedronken
op de laaste uren van het weekend. Aangeschoten oude
Fransmannen bespeelden accordeons en gitaren. Arm in
arm dansten ik en de joelende jonge Franse meisjes met
kriebeltruitjes en rastavlechtjes rondjes. Alsof de tijd even
stil stond.
Ik verlang zelfs naar het college van monsieur Mauzac,
waarmee ik iedere dag hetzelfde spelletje speelde. Ik nam
een sprintje van de metro naar het universiteitsgebouw om
op tijd in college te zijn. Iedere ochtend kreeg monsieur
Mauzac het voor elkaar om net iets later dan ik binnen te
sloffen. Eenmaal binnen dook hij in zijn versleten leren tas
zonder een woord te laten vallen. Minuten later, zo leek het,
kwam hij overeind met zijn aantekeningenschrift. Het schrift
vol koffievlekken en dubbele ezelsoren sloeg hij open en
dan begon hij twee uur lang binnensmonds in het Frans te
ratelen.
Gisteren stond ik in de rij voor de kassa bij de Albert Heijn.
Achter mij staat een nukkige man kreunend en steunend
in mijn nek te hijgen omdat ik er al vijf minuten over doe
om mijn pinpas te vinden. Gisteren, meer dan ooit, miste ik
de Fransen en hun geduldigheid. Uren heb ik er gestaan,
in de rij voor de kassa bij de supermarché om de hoek.
Niemand leek zich te ergeren aan trage bejaarden of
onhandige moeders met klierende kinderen. La France, tu
me manques.
Enerzijds Anderzijds Tekst: Eveline Knapen en Anne van Veen/ Illustraties: Anders Hoendervanger
P. 26
enerzijds
In hoeverre moeten nevenactiviteiten op de campus worden gestimuleerd en wat is de rol van de universiteit hierin? De Radboud Universiteit zorgt er nu voor dat de sportverenigingen ruimte krijgen in het
sportcentrum. Hebben culturele verenigingen ook recht op zo’n
complex? Op initiatief van CHECK, de koepelorganisatie voor maatschappelijke en culturele verenigingen, werd samen met de Universitaire Studentenraad vorig jaar de werkgroep Hart voor Cultuur in het
leven geroepen. Deze werkgroep buigt zich over de mogelijkheden
voor een cultuurcentrum op de Nijmeegse campus. Dit zou een
plek moeten worden waar studenten elkaar kunnen ontmoeten voor
culturele activiteiten, zoals repeteren en workshops volgen. Rector
magnificus Theo Engelen is een voorstander van het project omdat
hij meent dat culturele bagage een onderdeel is van een academische opleiding. Tegenstanders vinden echter dat het niet de taak
van de universiteit is om hierin te voorzien. Moet de universiteit een
cultuurcentrum bewerkstelligen of is het een overbodige luxe?
Rosan Koolen, politiek commissaris bij CHECK
‘Ik vind dat er een cultuurcentrum op de campus moet
komen. De universiteit kent veel culturele studentenverenigingen, waarvan de meeste een keer in de week de
mogelijkheid krijgen om te repeteren. Deze repetities
vinden vaak plaats in buurthuizen in Hatert of Dukenburg
en zijn afhankelijk van de geplande activiteiten en vakantiedagen van deze wijkcentra. De organisaties hebben
hierdoor niet altijd de faciliteiten om te doen wat ze graag
willen doen.
‘Het gros van de studenten kent de grote culturele organisaties op de campus wel. Iedereen komt bijvoorbeeld
wel eens in het Cultuurcafé, maar stiekem gebeurt er nog
meer. Velen hebben hier echter geen weet van, omdat
de activiteiten niet zichtbaar zijn. Met een opvallende
ontmoetingsplaats voor culturele verenigingen, wordt de
drempel om deel te nemen lager. Een cultuurcentrum kan
van Nijmegen een nog mooiere en meer bruisende studentenstad maken. Het is zonde als aankomende studenten een andere stad boven Nijmegen verkiezen, omdat ze
denken dat de Radboud Universiteit op het gebied van
cultuur minder te bieden heeft.’
‘Natuurlijk kunnen studenten van cultuur genieten of hieraan deelnemen door naar LUX of Doornroosje te gaan.
Studenten hebben echter vaak een andere agenda en
geven daarom de voorkeur aan activiteiten dichtbij de
universiteit. Dit is te vergelijken met sportverenigingen.
Zo heeft Nijmegen een eigen hockeyclub, maar hockeyen
de meeste studenten toch bij de studentenvereniging
Apeliotus.
‘De universiteit is in de eerste plaats een onderwijsinstelling, maar je komt hier ook om je academisch te
ontwikkelen. Hiervoor is meer nodig dan alleen onderwijs. Nevenactiviteiten, zoals een bestuursjaar, worden
niet voor niks gestimuleerd. Ook kunst en cultuur, zowel
het beoefenen als het consumeren hiervan, leveren een
bijdrage aan je academische vorming. Iedereen weet dat
studeren meer is dan alleen in de boeken zitten. In dat
geval kun je je net zo goed inschrijven bij de LOI en krijg
je studiewerk thuis gestuurd.’
anderzijds
ANS-Online.nl
P. 27
De stelling van deze maand:
De RU moet een
cultuurcentrum
op de campus
realiseren
Caspar Safarlou, lid van de JOVD en regiocoördinator bij studentenpartij de Vrije Student
‘Ik ben tegen de bouw van een cultuurcentrum op de
campus. Ruimtegebrek voor de culturele verenigingen zou
een aanleiding zijn om een dergelijke plek te verwezenlijken. In plaats van het creëren van een nieuw centrum moet
eerst worden gekeken naar de ruimten op de universiteit
die ’s avonds niet in gebruik zijn, zoals het Collegezalencomplex. Kunnen de verenigingen daar geen gebruik van
maken? Het is onnodig om een nieuw centrum te realiseren, terwijl er op de campus mogelijkerwijs al genoeg
plekken zijn voor culturele organisaties om elkaar te
ontmoeten.
‘Een cultuurcentrum wordt vaak vergeleken met het
huidige sportcomplex, omdat het beide plekken zijn waar
verenigingen bij elkaar komen. Zowel sport als cultuur
bieden geen meerwaarde voor de academische vorming.
Academische ontwikkeling betekent dat je kennis en
kunde meekrijgt over je eigen vakgebied en dat je het
vermogen hebt om zelf op onderzoek uit te gaan. Cultuur,
maar ook sport, komen hier totaal niet in voor. Deze activiteiten hebben alleen te maken met ontspanning. Daarnaast
zijn deze nevenactiviteiten helemaal niet vergelijkbaar. Bij
sport speelt er een gezondheidscomponent mee, wat pleit
voor een toepasselijk complex. Het gezondheidsaspect
mist bij cultuur, waardoor het realiseren van een cultuurcentrum niet de taak van de universiteit is.
‘Het cultuurcentrum is een rookgordijn. De universiteit wil
dat studenten veel gebruik maken van de campus en blijven hangen na hun colleges. Dat is een van de argumenten voor het realiseren van een cultuurcentrum. Nu wordt
er top-down gekeken naar de mogelijkheden voor een
nieuw complex en naar de wensen van de belangenorganisatie CHECK. In plaats daarvan zou er een onderzoek
moeten komen naar wat studenten daadwerkelijk op de
campus houdt. Het zou me niet verbazen als een loungecentrum met bijvoorbeeld hoekbanken, spelcomputers en
bedden voor een middagdutje meer bij zou dragen aan
de binding dan een atelier voor beeldende kunst.’
ANS
Stamgasten Tekst: Dennis van der Pligt en Anne van Veen/ Foto’s: Simone Both/ Illustratie: Josse Blase
P. 28
Stamgasten
Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers, elke kroeg
heeft zijn eigen publiek. ANS duikt iedere maand de vaste stek van een groep
studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. Deze maand: Studentenpopkoor Plica Vocalis in café Dollars
Totdat het over zingen gaat, sippen de Plicanen stilletjes aan hun drankjes in café Dollars. Gezien de
locatie kun je het moeilijk niet over muziek hebben.
‘We hebben net een flash mob georganiseerd.’ Met
deze woorden probeert bestuurslid Linda (23), student Bedrijfskunde, de liveoptredens te overschreeuwen. Glunderend vertelt ze dat Plica op het station
ondermeer I’m a believer van The Monkeys heeft
uitgevoerd. ‘Voor het onderwerp van het jaarrepertoire moet je bij Rosalie zijn’, roepen de vrienden
in koor. ‘Dit jaar is het onderwerp Plica in hemelse
sferen’, vertelt student Bestuurskunde Rosalie (22).
Roos (20), student Medische Biologie, legt uit: ‘Denk
aan nummers met planeten, het weer en alles met de
lucht’.
Op woensdagavond is het open mic in Dollars, ideaal
voor mensen die van zingen houden. David (21), student Europees Recht: ‘Logischerwijs is Plica er dan
te vinden.’ ‘Onlangs heb ik laat op de avond Skyfall
van Adele gezongen’, voegt Roos toe. ‘Ik had iets te
veel op en het filmpje hoef ik niet meer terug te zien,
straks denkt iedereen dat ik een drankorgel ben.’
Gelukkig voor Roos vertelt Linda dat de vereniging
alle niveaus accepteert. ‘Het maakt niet als je niet
kunt zingen. Ik ben een amateur!’, giebelt ze. Anneke
(21), student Taal- en spraakpathologie, legt uit dat
het niveauverschil duidelijk wordt in het zoeken naar
de juiste toonhoogte: ‘Als je het even niet weet, dan
kun je degene naast je afluisteren. Soms zou ik willen
zingen als David, met zijn diepe mannenstem.’
Trots vertelt David over zijn bestuursjaar, waarin
samen gezongen werd met een a-capellagroep uit
Amerika, The Harvard Krokodiloes. Zij toerden door
Europa en sliepen bij Plica-leden thuis. ‘Dat was wel
echt een hoogtepunt.’ Kennelijk creëert zingen solidariteit, want iedereen wacht geduldig af tot David
zijn zangvogelei kwijt is. ‘Tijdens het uitgaan wordt
er vooral veel samen gezongen. We komen bijna niet
aan dansen toe’, sluit hij zijn verhaal af. Linda vervolmaakt het cliché: ‘De nummers die je kent, worden
meegezongen!’
Eigenaar en bardame Ingrid is bekend met deze
stamgasten: ‘Toen de groep mij vroeg of ze bij Dollars activiteiten konden organiseren, dacht ik nog dat
ze bij een kerkkoor hoorden en was ik verbaasd dat
ze bij ons wilde langskomen. Later bleken de Plicanen gewoon hele relaxte mensen te zijn.’ ANS
ANS-Online.nl
P. 29
kroegpraat
Muziek is waar het
bij café Dollars om
draait. Het donkere
gedeelte van de kroeg
inclusief podium is
het geestelijk thuis
van verschillende,
terugkerende bands.
Hier wordt geswingd
op de liveoptredens,
terwijl het voorin het
café aanvoelt als een
woonkamer waar men
op de bank kan neerploffen. Wie niet op-
past, kan ineens door
een stamgast gevraagd
worden om een keer
op te treden.
De pubquiz
Uit hoeveel studenten bestond het grootste koor
ooit?
Anneke: ‘Jeetje, wij waren het grootste kerstkoor.’
Linda: ‘Van Nederland, ja.’
David: ‘Is een miljoen niet een mooi getal?’
Roos: ‘Nee joh, dat is veel te veel. Hoeveel mensen kunnen er eigenlijk in een voetbalstadion?’
Linda: ‘20.000?’
Anneke: ‘Kom op, als een voetbalstadion vol al een koor
kan zijn, dan is het grootste koor toch nog wel groter? Ik
zeg 100.000.’
De Plicanen zijn te optimistisch. Het record staat op 25.272
mensen en kan worden toegeschreven aan een koor in
Nigeria. Roos zat met haar vergelijking met een voetbalstadion dus dicht in de buurt.
Noem minstens vijf spreekwoorden met het woord
zingen of zang erin.
Linda: ‘“Voor het zingen de kerk uitgaan”! Is zingend
door het leven gaan” ook goed?’
David: ‘Ja, dat is een uitdrukking, dus dat lijkt me wel.
“Veel noten op je zang hebben” is er ook nog een.’
Linda: ‘“Zingen als een nachtegaal” is ook vast goed.
Kunnen we deze niet gewoon verzinnen? “Dat klinkt als
zang in de oren”?’
David ‘Nee joh, dat is “muziek”.’
Roos: ‘Oké, de laatste nog. Iets met een toontje?’
In koor: ‘“Een toontje lager zingen!”’
De dames en heer van Plica Vocalis zijn duidelijk beter
in creatief denken dan in het gokken van getallen. Al
snel komen ze op vijf spreekwoorden en tikken ze hiermee het eerste biertje binnen.
Wat is het Plicasyndroom?
Linda: ‘Plica vocalis betekent “stemband”, dus het zal
wel iets met band zijn.’
Roos: ‘Het kan met je kniebanden te maken hebben.’
David: ‘Een syndroom klinkt psychisch. Misschien dat
je denkt dat je goed kan zingen en het niet kan.’
Anneke: ‘Ja, maar dat heeft bijna iedereen. Ik denk
andersom. Waarom weten wij dit eigenlijk niet?’
David: ‘Of het is chronisch vals zingen.’
Rosalie: ‘Ja, laten we daarvoor gaan.’
Spijtig genoeg voor Plica heeft niet alles te maken met
zingen. De groep zat er wel even dichtbij. Het syndroom
is een zwelling in de knieband.
Hoeveel Hertz is de laagste noot ooit gezongen?
Linda: ‘Honderd, is dat normaal?’
David: ‘Als we het echter over zingen en een record
praten, moeten we het lager inschatten.’
Roos: ‘Ik heb het hier tijdens college wel eens over
gehad. De meeste mensen kunnen onder de vijftig tot
twintig Hertz niets meer horen. Zullen we voor vijftig
Hertz gaan?’
Technologie gaat verder dan hoorbaar gezang. Dit
record hoefde alleen gemeten te worden. De geruisloze
drie Hertz van Roger Menees is het gewenste antwoord.
Wat betekent “karaoke”?
Roos: ‘Oh! Ik weet dit! Empty orchestra!’
David: ‘Ja, klopt, daar moeten we voor gaan.’
Roos: ‘Empty orchestra oftewel leeg orkest. Dat zat in
How I Met Your Mother. Al die series kijken heeft uiteindelijk toch nog nut gehad.’
Op de valreep scoort Plica hun tweede biertje. Dankzij
haar serieverslaving redt Roos de eer.
De Afrekening
Tijdens de quiz had de zanggroep weinig goede noten op
hun zang. Met slechts twee goede antwoorden en een biertje
voor de toepasselijke kroeg scoort Plica de helft van de punten. De liedjes die David er tot slot nog uitgooit op het open
podium maken een hoop goed.
Colofon
P. 30
29e jaargang
Hoofdredactie Evy van der Aa en Marit Willemsen
Redactie Daan van Acht, Tijs Sikma,
Anne van Veen, Saskia Verheijden,
Annemarie Verschragen, Bas van Woerkum
Medewerkers Eveline Knapen, Tom Plaum,
Dennis van der Pligt, Kim Saris, Auke van der Veen
Illustraties Eva Bernsen, Josse Blase,
Joost Dekkers, Anders Hoendervanger,
Sanne Reckman, Jurgen Tesselaar,
Sascha Wijnhoven, Jeroen Wintraecken
Foto’s Simone Both, Bastiaan Buurman, Mike Ruth,
Saskia Verheijden, Marit Willemsen
Voorpagina Jeroen Wintraecken
Columnisten Lotte Coenen en Manu Compen
Eindredactie Anders Hoendervanger,
Kiki Kolman, Hanan Noij, Mickey Steijaert, Cecile
Vermaas, Margot Vreuls
Crypto Cecile Vermaas
Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen
Lay-out Marit Willemsen
Dagelijks bestuur Cecile Vermaas (voorzitter),
Jules Hameleers (secretaris), Michiel van Lokven
(penningmeester)
Druk MediaCenter Rotterdam
Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia:
[email protected]
Redactieadres
Heyendaalseweg 141
6525 AJ Nijmegen
Tel 06-36428931
Mail [email protected]
Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk maandblad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 10 keer per jaar in de maanden september t/m juni. De uitgave van ANS wordt mede mogelijk
gemaakt door:
CRYPTO
Ans deze maand
Crypto
P.P.31
31
Ben je nog een groentje? Geeft niks, eet netjes je groente op, rol een keer door het gras en je bent
klaar voor deze groene crypto.
1
2
3
4
5
6
7
9
8
11
10
12
13
15
14
16
17
18
19
20
Verticaal
1. Pijnlijke zucht over computersystemen (6) 2. De heilige stinkt (6) 4. De Duitse verschrikking ligt niet (5) 5.
Breng een ode aan je propedeuse (4) 7. Waarvan archaïsch zoutwater (7) 12. 1 miljoenste op het Nederlands
toneel (4) 13. Niet op de snelle paardengang (3) 16. De toog met spleet en zonder straal (6) 17. Je lichaam plakt
aan rond (4) 18. Omgekeerde ‘m’ ligt in de zee (7)
Horizontaal:
3. Lyrisch over de Frans uitgesproken hand (7) 8. Staar achteraf (6) 9. Engels-Nederlands terugfietsen (8) 10.
Groet de letter (4) 11. Lok de kwel (9) 14. Oosterse geleedpotige (8) 15. Bezuinig op dit loontje (7) 18. Frans rookt
er acht (4) 19. Bevatten met meer teen (9) 20. Drink warm opdat daar Watt (10)
ANTWOORDEN VAN DE februari-CRYPTO
Horizontaal: 1. minirok, 3. novelle, 5. vluggertje, 7. smart, 11. napoleon, 12. midwinter,
15. premaster, 17. bocht, 18. haiku, 19. eendagsvlieg.
Verticaal: 2. kortmann, 4. lontje, 6. sprint, 8. twitter, 9. snelschaak, 10. moment, 13. geding, 14. dwerg, 16. metten.
De winnaar van de vorige crypto is Yvonne van Haeff. Deze maand geeft ANS een heus groentepakket weg. Deze tas
vol biologische groenten wordt gesponsord door studentenvakbond AKKU. Wil jij kans maken op
dit voedzame groenvoer? Mail dan voor 19 maart je oplossingen naar [email protected].
www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon
P. 32
Tekst: Bas van Woerkum
Foto: Mike Ruth
Wie: Kei (24), eerstejaarsstudent Psychologie
Voorwerp: Danspaal
was wel een beetje raar.’
Vind je paaldansen kei leuk?
‘Toen ik nog in Duitsland woonde, deed ik aan stijldansen en streetdance, maar van paaldansen als sport had ik nog nooit gehoord. In
Nijmegen heb ik me ingeschreven bij het Radboud Sportcentrum om
dit een keer te proberen. In de eerste cursus moesten we veel spins
doen en ik merkte dat ik het leuk vond om rondjes te draaien. Daarom wil ik doorgaan. Als je meer ervaring hebt, krijg je een spinning
pole – een paal die zelf draait – en dan kun je nóg sneller draaien.’
Hoe uitgeput verlaat jij het sportcentrum na een avondje
rondzwaaien?
‘Het is echt een full-body workout. Bij dansen gebruikte ik alleen
mijn benen, nu train ik ook mijn armen en de rest van mijn lichaam.
Daarnaast word ik steeds leniger. In het begin kom je bont en blauw
thuis. Bij vrouwen zie je wel eens dat de binnenkant van hun benen
helemaal blauw zijn, soms is dat zo erg dat het er bijna uitziet alsof ze
zijn verkracht. Als je beter en sterker wordt, heb je daar minder last
van.’
Vinden mensen het raar als je zegt dat je graag de paal in
klimt?
‘Als ik zeg dat ik paaldans roepen ze meestal: “Wat? Wat doe je?”
Vervolgens vragen ze of ik dat echt zeker weet en of ik niet misschien toch stijldansen bedoel. Mensen zijn dus wel verrast. Mijn
moeder weet ook niet dat ik paaldans. We keken samen eens
naar de film Flashdance, waarin op een bepaald moment mensen
een stripclub binnenkomen. Ik trok dit in twijfel, maar mijn moeder
schreeuwde: “Nee! Dit is een stripclub, want hier staan palen!” Dat
Kun je tippen aan de elegantie van vrouwen?
‘De stijl verschilt. Vrouwen dansen vaak erotisch, terwijl mannen de
voorkeur geven aan een hiphopachtige stijl. Bij de vereniging zitten
nog twee mannen, maar die zie ik niet zo vaak. Soms moet ik de
trainer er dan ook aan herinneren dat ik een man ben en dat sommige
houdingen daarom niet lukken. Bij een ladysit klem je bijvoorbeeld
de paal tussen je bovenbenen, dat is niet comfortabel voor mannen.
Uiteindelijk vind ik het leukste aan paaldansen dat je kunt draaien en
draaien en draaien.’ ANS