Lees het volledige persbericht (PDF)

PERSBERICHT
27 januari 2015
MILIEUGEZONDHEID IN DE GENTSE KANAALZONE
Voor de meeste vervuilende stoffen worden nu lagere gehaltes in het lichaam van
jongeren uit de Gentse kanaalzone gemeten dan 10 jaar geleden.
In vergelijking met Vlaamse leeftijdsgenoten zijn de gezondheidseffecten van fijn stof
verhoogd bij jongeren uit de Gentse kanaalzone. Gehaltes van polygechloreerde biphenyls
(PCB’s) blijven een aandachtspunt.
De andere meetwaarden zijn lager of vergelijkbaar.
In 2013 en 2014 werden urine-, bloed- en ademstalen van jongeren uit de Gentse
kanaalzone onderzocht op de aanwezigheid van vervuilende stoffen en de vroegtijdige
gezondheidseffecten van deze stoffen in het lichaam. Dit soort onderzoek noemt men
humane biomonitoring (HBM). De studie werd uitgevoerd door het Steunpunt Milieu en
Gezondheid in opdracht van de Vlaamse overheid. Het onderzoek gebeurde naar aanleiding
van bezorgdheden over de mogelijke gezondheidseffecten van het drukke verkeer en de
industriële activiteiten in de regio. Vooral de fijnstofproblematiek wordt in dit verband veel
genoemd. De meetwaarden die dit HBM-onderzoek bij jongeren opleverde werden
vergeleken met de meetwaarden van hun Vlaamse leeftijdsgenoten en met de resultaten
van een vergelijkbare studie die het Steunpunt Milieu en Gezondheid tien jaar geleden in de
Gentse kanaalzone uitvoerde.
Algemeen genomen stellen we vast dat de daling van vervuilende stoffen in de
omgevingslucht ook wordt waargenomen in het menselijk lichaam. De meeste meetwaarden
in de Gentse kanaalzone zijn vergelijkbaar met die van Vlaamse leeftijdsgenoten. Ondanks
de daling in de tijd van PCB’s in het milieu en in de mens, zijn er nog steeds aanwijzingen dat
de PCB-gehaltes in bloed bij jongeren in de Gentse kanaalzone hoger liggen dan in
Vlaanderen. De blootstelling aan fijn stof berekend op het thuisadres ligt bij jongeren in de
Gentse Kanaalzone hoger dan bij de gemiddelde Vlaamse jongere.
De gezondheidseffecten die werden gemeten, gaven over het algemeen goede resultaten
aan voor jongeren uit de Gentse kanaalzone: DNA-schade scoort lager en ook de bloeddruk
was lager. Aandachtspunten zijn echter het feit dat metingen in ademstalen op meer
ontstekingen van de luchtwegen wijzen, dat er meer allergie voor verzorgingsproducten
wordt vastgesteld en dat een nierfunctiemerker minder gunstig was.
In vergelijking met hun Vlaamse leeftijdsgenoten geven opvallend meer jongeren in de
Gentse kanaalzone aan milieuhinder te ondervinden, en daardoor ongeruster te zijn over
hun gezondheid.
Het Steunpunt Milieu en Gezondheid wordt geleid door: Prof. Dr. W. Baeyens (VUB,
coördinator van het steunpunt); Prof. Dr. G. Schoeters (VITO, coördinator van de
biomonitoring); Dr. V. Nelen (PIH, woordvoerder van het steunpunt); Prof. Dr. I. Loots (U.
Antwerpen); Prof. Dr. T. Nawrot (U. Hasselt); Prof. Dr. B. Nemery (KU. Leuven); Prof. Dr. S.
De Henauw (U. Gent)
Voor specifieke inlichtingen verwijzen we naar de website www.milieu-en-gezondheid.be,
waar u uitgebreide informatie vindt over deze resultaten.
U kan ook contact opnemen met:
Dr. Vera NELEN
Woordvoerder Steunpunt Milieu en Gezondheid
Provinciaal Instituut voor Hygiëne Antwerpen
Kronenburgstraat 45, 2000 Antwerpen
telefoon: 03/259 12 90
of
Dr. Elly Den Hond
Deskundige voeding, epidemiologie en biomerkeranalyse
014/ 33 51 61
Prof. Dr. Ilse loots, Bert Morrens, Dries Coertjens
Sociologen, perceptie
03/ 265 52 76
BIJLAGE
Vergelijking Gentse kanaalzone - Vlaanderen
In de Gentse kanaalzone namen 395 jongeren van 14-15 jaar deel aan het onderzoek, net als
200 jongeren uit de algemene Vlaamse bevolking. Wanneer we de gehaltes van vervuilende
stoffen in bloed en urine van jongeren uit de Gentse kanaalzone vergelijken met deze van de
Vlaamse jongeren zien we weinig verschillen. Zo vertonen de gehaltes van de zware metalen
lood, cadmium, koper, thallium en arseen in bloedstalen geen verschillen tussen beide
groepen. Het gehalte aan mangaan en toxisch arseen was lager in de Gentse kanaalzone
vergeleken met Vlaanderen. Ook de gehaltes van de afbraakproducten van benzeen en
polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) die in urinestalen kunnen worden
teruggevonden, vertoonden geen verschillen. De meerderheid van de POP’s (dit zijn moeilijk
afbreekbare chloorhoudende polluenten met een lange verblijftijd in het lichaam zoals oude
pesticiden DDT en hexachlorobenzeen of dioxines) vertoonden geen gebiedsverschillen,
behalve PCB’s en het pesticide lindaan.
Evolutie in de tijd
De gehaltes in bloed van PCB’s, DDE (afbraakprodukt van DDT) en hexachlorobenzeen (dit
zijn ‘klassieke’ chloorhoudende polluenten) liggen aanzienlijk lager dan 10 jaar geleden. Ook
de gehaltes in bloed van de zware metalen lood en cadmium en van het
benzeenafbraakproduct in urine daalden. Deze dalingen zijn voor de gezondheid zeer
belangrijk. Ze zijn wellicht het gevolg van sensibilisering, gericht en voortgezet beleid en
technologische verbeteringen in productieprocessen. Deze dalingen in de Gentse kanaalzone
zijn bovendien zeer vergelijkbaar met de dalingen in algemeen Vlaanderen.
Aandachtspunten voor de Gentse kanaalzone: fijn stof en PCB’s
Fijn stof kan niet gemeten worden in de mens. Daarom werden in samenwerking met de
Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) fijnstofconcentraties berekend op de
thuisadressen van de deelnemers. Deze berekende fijnstofconcentraties zijn hoger bij de
deelnemers in de Gentse kanaalzone dan bij de Vlaamse deelnemers. In de Gentse
kanaalzone hadden jongeren met een hogere blootstelling aan fijn stof hogere
bloedconcentraties van lood en dioxineachtige PCB’s.
Ondanks de daling in de tijd van PCB’s in het milieu en in de mens, zijn er nog steeds
aanwijzingen dat de PCB-gehaltes in bloed bij jongeren hoger liggen in de Gentse kanaalzone
hoger dan in Vlaanderen. Dit was ook zo bij de meetcampagne van 10 jaar geleden. Ook de
gehaltes in bloed van lindaan, een oud pesticide dat momenteel verboden is, waren
verhoogd bij jongeren van de Gentse Kanaalzone in vergelijking met Vlaanderen. Dit
bestrijdingsmiddel werd in de studie van 10 jaar geleden echter niet gemeten zodat we de
tijdstrend in de mens niet kunnen bepalen. Lindaan werd in het verleden vooral gebruikt in
de suikerbietteelt, een industrie die in de regio vroeger aanwezig was.
Zowel gunstige als minder gunstige gezondheidseffecten in de Gentse kanaalzone
Naast de inwendige blootstelling aan vervuilende stoffen werd ook onderzocht of er
verschillen in gezondheidseffecten zijn tussen de jongeren in de Gentse kanaalzone en hun
Vlaamse leeftijdsgenoten. Meer jongeren in de Gentse kanaalzone gaven aan allergisch te
zijn voor verzorgingsproducten. Metingen in ademstalen wijzen op meer ontstekingen van
de luchtwegen bij jongeren uit de Gentse kanaalzone. Jongeren in Vlaanderen en in de
Gentse kanaalzone die blootgesteld zijn aan meer fijn stof op het thuisadres bleken meer
kans te hebben op ontstekingen van de luchtwegen. Eén van de merkers voor nierfunctie
was in de Gentse kanaalzone minder gunstig dan in Vlaanderen.
Andere gezondheidseffecten waren vergelijkbaar of gunstig in vergelijking met
leeftijdsgenoten uit algemeen Vlaanderen. Zo blijkt er minder DNA-schade te zijn in het
bloed van jongeren uit de Gentse kanaalzone. De systolische bloeddruk was lager. Uit de
bevraging bij de jongeren bleek dat gezondheidsklachten als astma, hooikoorts, eczeem,
allergie voor huisdieren en allergie voor voeding, voor medicatie en voor insectenbeten
evenveel voorkomen. De waarden van schildklierhormonen in bloed waren vergelijkbaar.
Reactie- en concentratievermogen vastgesteld met computertesten waren niet verschillend
bij jongeren van de Gentse kanaalzone en Vlaanderen.
Hoe kijken de jongeren zelf naar hun omgeving?
In vergelijking met hun Vlaamse leeftijdsgenoten geven opvallend meer jongeren in de
Gentse kanaalzone aan milieuhinder te ondervinden, en daardoor ongeruster te zijn over
hun gezondheid. Verkeer en geurhinder van industrie zijn in hun ogen de belangrijkste
problemen. Luchtvervuiling wordt als de grootste bedreiging gezien. Wetenschappers,
huisartsen en de algemene media worden als de meest betrouwbare informatiebronnen
over milieuproblemen beschouwd. Informatie hierover krijgen ze liefst van het
gemeentebestuur.