NEGENUURGEBED 29 sept. 2014, maandag in de 26e week door

NEGENUURGEBED 29 sept. 2014, maandag in de 26e week door het kerkelijk jaar
PAASKAARS AANSTEKEN:
Licht van Christus. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Het is deze dag de feestdag van de HH. Michaël, Gabriël en Rafaël, aartsengelen.
In de heilige Schrift treden dikwijls engelen op als boodschappers van God in
menselijke gestalte. Zij geven vorm aan Gods goedheid en aan de goede krachten, die
met Hem meewerken in deze schepping. Hun boodschap luidt telkens weer: God
houdt zich duizendvoudig met ons bezig. Die boodschap kunnen wij in hun namen
horen.
Zo betekent Michaël: ‘Wie is als God?’ In het boek van de Openbaring strijdt hij met de
tegenspeler van God, de satan, en hij overwint.
Gabriël betekent: ‘God heeft zich sterk getoond’; hij brengt de boodschap van de
menswording van God aan Maria.
Rafaël betekent: ‘God geneest’; hij geneest de oude Tobit van zijn blindheid, en de
jonge vrouw Sara van haar demon.
Danken wij vandaag God voor deze drie meest bekende engelen, boden van zijn
goedheid die haar definitieve gestalte kreeg in Jezus Christus.
OPENINGSGEBED:
God van de Machten,
uw liefde wordt zichtbaar
in weldaden die U de mensen bewijst.
U zendt engelen van goedheid
om ons te begeleiden.
Open ons voor hun kracht
en help ons uw goedheid ontdekken
in de mensen om ons heen
en in het voorbeeld van Jezus
die met U en de heilige Geest leeft in eeuwigheid. Amen.
LEZING van deze dag volgens Johannes
(1, 47-51)
In die tijd zag Jezus Natanaël aankomen en zei, doelend op hem: ‘Dat is nu een echte
Israëliet, een mens zonder bedrog.’ ‘Waar kent u mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus
antwoordde: ‘Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom
zat.’ ‘Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!’ zei Natanaël. Jezus
vroeg: ‘Geloof je omdat ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult
nog grotere dingen zien.’ ‘Waarachtig, ik verzeker jullie,’ voegde hij eraan toe, ‘jullie
zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen
naar de Mensenzoon.’
UITLEG / OVERWEGING:
“Je zult engelen zien opgaan en neerdalen” zegt Jezus tot Nathanael.
Nathanael, een echte Israëliet, een man zonder bedrog, zat te peinzen onder de
vijgenboom: Jezus had Nathanael gezien en wilde hem als apostel. En beloofde hem
dat hij engelen zou zien, Gods communicatiemedewerkers, zijn verbindingstroepen,
zijn meest trouwe personeel.
In het oude testament kennen we het verhaal van Jacob die een droom kreeg. Hij zag
een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij
Gods engelen omhoog gaan en afdalen.
Die engelen, die moeten er zijn, zo hebben wij mensen altijd gedacht: God is de
schepper, de eeuwig zijnde, hij woont in het ontoegankelijk licht, achter de wolken, in
een verre hemel, maar hij is tegelijk bij alles en allen op aarde, en dat kan alleen als hij
gevleugelde dienaren heeft, licht en onzichtbaar voor onze ogen, maar snel en
doeltreffend en telkens weer aanwezig om van God uit ons een beetje bij te sturen, en
ons op het goede pad te houden.
Ze hoeden en beschermen ons, ze zijn engelbewaarders; als we voelen dat God ons
hoedt en beschermt, zoals ook Jacob dat voelde op zijn tocht door de woestijnen, dan
personifiëren we dat een beetje: niet God zelf loopt achter je aan en houdt je uit de
wind, maar Gods engel. Ieder een eigen engeltje.
Al die engelen hebben sturing nodig. Het werk van God moet geordend en
gecoördineerd. Natuurlijk is er dus een opperengel die de club bij elkaar houdt, en die
engel heeft de naam Michael.
Hoe zit dat met het visioen van de ladder en de engelen.
Staat er nu dat de goede God vanuit zijn hoge hemel engelen langs die ladder naar de
aarde stuurt om de mensen te ondersteunen, en dan hun gebeden horen en die naar
boven brengen?
Nee, zo staat het er niet. Zowel in de droom van Jacob, als bij de uitspraak van Jezus
is de richting andersom.
Het begint beneden: engelen klimmen de ladder op. Wat dragen ze mee: het menselijk
denken en verlangen natuurlijk. Al het gezwoeg van hier beneden. Alles wat ons
tegenzit en waar we op vastlopen. Dat slepen ze de trap op.
En dan komen ze terug. Niet met hetzelfde, maar met alles aangeraakt en vernieuwd
en gezegend. Nieuwe geest en leeftocht voor hier. In de hemel begint het niet, maar
hier op aarde.
De engelen wonen niet boven, maar beneden. Ze helpen ons zo om het Koninkrijk op
aarde te maken. Ze helpen ons misschien ook om engelen van mensen te worden!
VOORBEDEN:
Laat ons bidden
voor mensen die onderweg zijn:
dat zij zich beschermd voelen
en zo kracht vinden om door te gaan.
Laat ons bidden
voor hen die ten einde raad zijn,
en de moed verloren hebben:
dat engelen van mensen
hen weer opbeuren.
Laat ons bidden
voor hen die hun stem verheffen,
en onrecht aanklagen:
dat ze zich gesteund voelen,
dat ze worden gehoord
en echt verstaan.
Laat ons bidden
voor onszelf, hier samen,
en voor allen die ons lief zijn:
dat we voor elkaar
engelen van mensen zijn.
ONZE VADER ...
KAARSEN AANSTEKEN EN WEGZETTEN:
Laten we met de kaarsen het Licht van Christus naar de bidhoeken brengen.
SLOTGEBED:
God van de Machten,
wij danken U voor de goedheid
die U ons voordurend bewijst
in Jezus Christus, uw Zoon.
Maak ons strijdbaar zoals Michaël,
verkondigend zoals Gabriël,
en genezend zoals Rafaël.
Laat uw engelen ons behoeden op al onze wegen,
ons op handen dragend tot bij U
die leeft in eeuwigheid. Amen.
WEGZENDING:
Zoals de engelen boodschappers zijn van de goedheid en de kracht van God, zo
worden ook wij uitgenodigd op weg te gaan, elkaar tot heelheid en zegen te zijn en om
de goede boodschap uit te dragen.
De Heer schenke ons daartoe zijn zegen en behoede ons deze dag.
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.