Gezang 479 vers 1, 2, 3 en 4

Welkom in deze dienst
Voorganger is ds. L.W. Smelt
(Voorthuizen)
Schriftlezingen:
Mattheüs 6 vers 19 t/m 34
1 Timotheüs 6 vers 17 t/m 19
Lied 376 vers 1 en 2 (Op Toonhoogte)
Psalm 24 vers 4 (Schoolpsalm)
Gezang 479 vers 1, 2, 3 en 4 (Liedboek)
Psalm 37 vers 8 en 10 (Nieuwe Berijming)
Gebed des Heeren vers 5
Psalm 146 vers 5
Lied 430 vers 1, 2 en 3 (Op Toonhoogte)
Gezang 75 vers 2, 3, 14 en 15 (Liedboek)
Psalm 33 vers 10
Zondag 18 mei 11:00 uur
Goede Herderkerk
Als je bidt zal Hij je geven.
Als je klopt aan de deur, zal Hij opendoen,
Als je zoekt dan zul je 't vinden, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
Lied 376 refrein
(Op Toonhoogte)
Als je de Vader vraagt om 'n brood,
geeft Hij je zeker nooit een steen.
Al je gebeden, klein of groot,
heus, Hij vergeet er niet één.
Als je bidt zal Hij je geven.
Als je klopt aan de deur, zal Hij opendoen,
Als je zoekt dan zul je 't vinden, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
Lied 376 vers 1
(Op Toonhoogte)
Als je mijn Vader iets wilt vragen,
vraag in mijn naam, Ik zal het doen.
Ik ben met je alle dagen,
Ik ben dezelfde als toen.
Als je bidt zal Hij je geven.
Als je klopt aan de deur, zal Hij opendoen,
Als je zoekt dan zul je 't vinden, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
Lied 376 vers 2
(Op Toonhoogte)
Verhoogt, o poorten, nu den boog!
Rijst, eeuw’ge deuren, rijst omhoog!
Opdat de Koning in moog' rijden.
Wie is die Vorst, zo groot in eer?
't Is God, d' almachtig, Opperheer.
't Is God, geweldig in het strijden.
Wij zingen, zo mogelijk staande, Psalm 24 vers 4
(Schoolpsalm)
Aan U behoort, o Heer der heren,
de aarde met haar wel en wee,
de steile bergen, koele meren,
het vaste land, de onzeekre zee.
Van U getuigen dag en nacht.
Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.
Gezang 479 vers 1
(Liedboek voor de Kerken)
Gij roept het jonge leven wakker,
een tuin bloeit rond het open graf.
Er ruisen halmen op de akker
waar zich het zaad verloren gaf.
En vele korrels vormen saam
een kostbaar brood in uwe naam.
Gezang 479 vers 2
(Liedboek voor de Kerken)
Gij hebt de bloemen op de velden
met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden
dat Gij uw schepping niet vergeet.
't Is alles een gelijkenis
van meer dan aards geheimenis.
Gezang 479 vers 3
(Liedboek voor de Kerken)
Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,
omdat de hemel mij begroet.
Gezang 479 vers 4
(Liedboek voor de Kerken)
Wie Hem behaagt, behoedt Hij op zijn
wegen.
Hij houdt hem vast, dat hij zijn voet niet
stoot.
Zo oud ik werd, kwam ik geen vrome tegen
dien God verliet, geen kind dat zocht naar
brood.
Wie mild leent is nooddruftigen ten zegen,
zijn nageslacht is God een gunstgenoot.
Psalm 37 vers 8
(Nieuwe Psalmberijming)
Wijs spreekt de man die leeft naar Gods
geboden,
wiens mond Gods wetten handhaaft,
onverkort.
God richt zijn hart, meer heeft hij niet van
node.
God steunt zijn voet, dat hij niet nederstort.
Al zoekt de goddeloze hem te doden,
God laat niet toe dat Hij geoordeeld wordt.
Psalm 37 vers 10
(Nieuwe Psalmberijming)
Geef heden ons ons daag'lijks brood;
Betoon Uw trouwe zorg in nood:
Gij weet, wat elk op aard' behoev'.
Dat ons dan geen gebrek bedroev';
Dat nooit Uw zegen van ons wijk';
Die maakt alleen ons blijd' en rijk.
Gebed des Heeren vers 5
't Is de HEER', Die 't recht der armen,
Der verdrukten gelden doet;
Die, uit liefderijk erbarmen,
Hongerigen mild’lijk voedt;
Die gevang’nen vrijheid schenkt,
En aan hun ellende denkt.
Psalm 146 vers 5
Je hoeft niet bang te zijn,
al gaat de storm tekeer,
leg maar gewoon je hand
in die van onze Heer.
Je hoeft niet bang te zijn,
als oorlog komt of pijn.
De Heer zal als een muur
rondom je leven zijn.
Lied 430 vers 1 en 2
(Op Toonhoogte)
Je hoeft niet bang te zijn,
al gaan de lichten uit.
God is er en Hij blijft,
als jij je ogen sluit.
Lied 430 vers 3
(Op Toonhoogte)
Gij zijt het brood van God gegeven,
de spijze van de eeuwigheid;
Gij zijt genoeg om van te leven
voor iedereen en voor altijd.
Gij voedt ons nog, o hemels brood,
met leven midden in de dood.
Gezang 75 vers 2
(Liedboek voor de Kerken)
O Christus, ons van God gegeven,
Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis
uw kerk die in de wereld is.
Gezang 75 vers 3
(Liedboek voor de Kerken)
Gij zijt tot herder ons gegeven,
wij zijn de schapen die Gij weidt;
waar Gij ons leidt is 't goed te leven,
Heer, die ons voorgaat door de tijd.
Wie bij U blijft en naar U ziet,
verdwaalt in deze wereld niet.
Gezang 75 vers 14
(Liedboek voor de Kerken)
O Christus, ons van God gegeven,
Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis
uw kerk die in de wereld is.
Gezang 75 vers 15
(Liedboek voor de Kerken)
Zijn machtig arm beschermt de vromen,
En redt hun zielen van den dood;
Hij zal hen nimmer om doen komen
In duren tijd en hongersnood.
Wij zingen, zo mogelijk staande, psalm 33 vers 10
In de grootste smarten,
Blijven onze harten
In den HEER' gerust;
'k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn Helper heten,
Al mijn hoop en lust.
Wij zingen, zo mogelijk staande, psalm 33 vers 10
Wij wensen elkaar
een gezegende
zondag