PERSBERICHT Naar aanleiding van de oprichting van het College

PERSBERICHT
Naar aanleiding van de
oprichting van het College van de hoven en rechtbanken,
de moeilijke financiële toestand van Justitie
en de aangekondigde besparingen
College van de hoven en rechtbanken
1 december 2014
Het College van de hoven en rechtbanken: samenstelling en bevoegdheden
11 maanden na de wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd
beheer voor de rechterlijke organisatie is de oprichting van het College van de hoven en de
rechtbanken een feit1. Op 17 november werden de namen van de verkozen leden van het College
van de hoven en rechtbanken in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze publicatiedatum geldt
als installatie. De volgende 5 jaar zullen de hierna vermelde 10 korpschefs zetelen in het College van
de hoven en rechtbanken:
- Mevrouw Lola Boeykens, eerste voorzitter van het arbeidshof Antwerpen
- De heer Antoon Boyen, eerste voorzitter van het hof van beroep Gent
- De heer Jean-Louis Desmecht, voorzitter van de vrederechters en de rechters in de
politierechtbank van Henegouwen
- De heer Marc Dewart, eerste voorzitter van het hof van beroep Luik
- De heer Philippe Glaude, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Luik
- De heer Luc Maes, eerste voorzitter van het hof van beroep Brussel
De heer Dirk Van Der Kelen, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen
- De heer Pol Van Iseghem, voorzitter van de rechtbank van koophandel Gent
- Mevrouw Margaretha Verellen, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Leuven
- De heer Serge Wynsdau, voorzitter van de arbeidsrechtbank Nijvel
Op 25 november hield het College van de hoven en rechtbanken zijn eerste vergadering. In
consensus werd Jean-Louis Desmecht tot voorzitter verkozen.
Het College van de hoven en de rechtbanken heeft als opdracht:
een overkoepelende, strategische rol te spelen bij het beheer van alle hoven en rechtbanken;
een sleutelrol te vervullen bij de verzelfstandiging van de hoven en rechtbanken;
op termijn een beheersovereenkomst met de minister van Justitie te sluiten, om vervolgens
door middel van beheersplannen, de toegekende middelen te verdelen onder de 56 lokale
gerechtelijke entiteiten.
1
De samenstelling van het College is in het Belgisch Staatsblad van maandag 17 november 2014 bekendgemaakt. Overeenkomstig artikel
20, zesde lid, van het koninklijk besluit van 13 juli 2014 tot vaststelling van de nadere regels inzake de verkiezing van de korpschefs
zetelend in het College van de hoven en rechtbanken bedoeld in artikel 181 van het Gerechtelijk Wetboek, geldt deze bekendmaking als
installatie.
Persbericht
1 december 2014
1/4
College van de hoven en rechtbanken
Reactie op de moeilijke financiële toestand van Justitie en de aangekondigde besparingen
Hoewel het College slechts recent definitief is opgericht, hebben de leden in de aanloopfase naar de
oprichting een beter beeld gekregen van het beheer van Justitie. Het College wenst aan het begin
van zijn mandaat de aandacht te vestigen op de moeilijke context waarin de hervorming van de
rechterlijke organisatie plaats vindt en op de impact van federale besparingen waarmee alle hoven
en rechtbanken geconfronteerd worden.2 Het is duidelijk dat de hoven en rechtbanken de eerste
jaren niet klaar zullen zijn voor een verzelfstandigd beheer via beheersovereenkomsten en
beheersplannen. Eerst dient het budgettaire huishouden op orde gesteld te worden. Het voorlopig
College van de hoven en rechtbanken heeft dit trouwens al aan de formateurs gesignaleerd in zijn
memorandum van augustus 2014.
Het budgettaire deficit van Justitie3 wordt gestaafd door Europees onderzoek. Uit een recent
rapport van 2014 van de Europese Commissie ter bevordering van de efficiëntie van Justitie blijkt dat
slechts 0,7 % van de Belgische overheidsuitgaven gaat naar de justitiële sector, terwijl het
gemiddelde op 2,2 % ligt. België staat daarmee op de 41ste plaats in een lijst van 43 landen. De
justitiële sector moet ruim geïnterpreteerd worden4. Het gaat niet enkel over de hoven en
rechtbanken, maar ook over het Openbaar Ministerie, de kosten voor juridische experten en tolken,
rechtsbijstand, notariaat,…
Dit betekent dat er rekening houdend met het welvaartspeil in België jaarlijks 4 miljard5 euro
minder naar de justitiële sector gaat, dan gemiddeld in Europa.
Berichten in de media bevestigen dit: De parketpolitie meldt dat zij niet langer kan instaan voor de
beveiliging van verdachten, gerechtspsychiaters vaardigen stagiaires en hobbyisten af ‘omdat
niemand anders het werk nog wil doen’ en ook beëdigde tolken die getuigenissen willen vertalen zijn
steeds lastiger te vinden. Daarnaast zuchten alle gebruikers van de justitiële gebouwen, waaronder
ook gevangenissen, onder ongemakken als het regelmatig uitvallen van de verwarming of elektrische
voorzieningen. De oorzaak van de klachten is steeds dezelfde: geldgebrek.
De vorige regering heeft politie en Justitie vrijgesteld van lineaire besparingen, maar dit bood
evident geen soelaas voor de structurele onderfinanciering. Eind 2013 bedroeg de schuldenberg 75
miljoen euro, in november 2014 al 136 miljoen euro6. In totaal gaat het over een 47.000 rekeningen
waarvan er 30.000 al langer dan een jaar openstaan. Het vrijmaken van 60 miljoen extra om de
achterstallige onbetaalde facturen bij Justitie van 136 miljoen euro af te lossen volstaat niet. In zijn
laatste rapport klaagt het Rekenhof aan in de ontwerpbegroting 2015 voor Justitie op verschillende
vlakken te weinig middelen ingeschreven worden.
Het College van de hoven en rechtbanken wil dan ook zijn solidariteit tonen met de
gerechtsdeskundigen, de tolken, de leveranciers en alle anderen, die op één of andere manier
bijdragen aan de goede werking van Justitie, maar omwille van de budgettaire moeilijkheden van
Justitie en de federale besparingen niet of niet tijdig worden betaald. Slechts door een tijdige en
correcte betaling zal Justitie op de blijvende medewerking van deze cruciale actoren kunnen
rekenen.
2
X, Magistraten vragen in een memorandum aan de federale regeringsonderhandelaars om niet te besparen op Justitie, maar net meer te
investeren, deredactie.be, 30/08/2014 .
3
Ook valt België op in het niet hebben van cijfergegevens over efficiëntie en kwaliteitscriteria van de gerechtelijke organisatie terwijl de
meeste Europese landen deze informatie wel kan leveren: bijvoorbeeld cijfergegevens over hangende zaken3, verwerkingscapaciteit en
afhandelingstijden, percentage hoger beroepen,…
4
X, Rapport sur les “systèmes judiciaires européens – Edition 2014 (2012): efficacité et qualité de la justice”, Pagina, CEPEJ, 2014, pag. 21
& 32/570.
5
= 3.967.930.000euro = 1,5%(2,2%-0,7%) van de totale Belgische overheidsuitgaven 2012, 264.462.000.000euro.
6
X, vragen van Christian Brotcorne en Kristien Timmermans aan de minister van Justitie over het Failliet van Justitie, Kamer van
Volksvertegenwoordigers, 6 november 2014, 20.
Persbericht
1 december 2014
2/4
College van de hoven en rechtbanken
Aandachtspunten voor de rechterlijke organisatie:
Binnen de bevoegdheden van het College van de hoven en rechtbanken zijn er een aantal thema’s
die bijzondere aandacht verdienen:
1. Personeel
Dat België veel, zelf té veel rechters zou hebben in vergelijking met andere landen, is een mythe.
België heeft 14 rechters per 100.000 inwoners, terwijl het Europese gemiddelde op 21 ligt. Dit is
een verhouding van twee op drie. Ook wat het ondersteunend personeel bij de hoven en
rechtbanken betreft situeert België zich onder het Europese gemiddelde: in België zijn er ongeveer
50 personeelsleden per 100.000 inwoners, terwijl er dit gemiddeld 65 zijn in Europa. Bovendien valt
op dat België in verhouding zeer veel administratieve medewerkers telt en slechts weinig
gekwalificeerd personeel om de rechters bij te staan7.
Volgens de eerste en voorlopige cijfers van de meerjarenbegroting 2015-2019, die aan het College
werden ter beschikking gesteld, moet er tegen 2019 een bezuiniging op personeelskosten
gerealiseerd worden van om en bij de 85 miljoen euro. Als we uitgaan van gemiddelde wedden
zou dit kunnen leiden tot een bijkomend personeelstekort van 350 magistraten en meer dan 1.000
personeelsleden.
De aanhoudende personeelstekorten en de daarmee gepaard gaande overbelasting, leiden ertoe dat
een loopbaan bij de hoven en rechtbanken haar aantrekkelijkheid verliest. Ook de
pensioenhervorming draagt daartoe bij. De afgelopen maanden worden de hoven en rechtbanken
bovendien geconfronteerd met een vroegtijdig vertrek van pensioengerechtigde magistraten en
griffiemedewerkers, die vrezen opgebouwde pensioenrechten te verliezen.
Doordat het zwaartepunt van de lineaire besparingen op 2015 ligt, zullen de gevolgen onmiddellijk
voelbaar zijn. Tekorten op het griffie-personeel zorgen er nu reeds voor dat in bepaalde rechtbanken
en hoven de zittingen niet kunnen plaatsvinden en dossiers moeten worden uitgesteld naar een
latere datum. De realisatie van de geplande besparingen op personeel tijdens de jaren 2015-2019 zal
onvermijdelijk leiden tot een aanzienlijke verlenging van de afhandelingstijden.
2. Informatisering
Wat informatisering betreft, scoort België beduidend slechter dan de andere landen in Europa,
België is eerder te vergelijken met een land als Oekraïne8. Van het reeds beperkte budget voor de
rechterlijke organisatie als dienstenorganisatie, gaat slechts een beperkt percentage naar ICT. In
2015 wordt het beschikbare budget nog kleiner, door een lineaire besparing van 20%. Deze
budgettaire beslissingen stroken niet met de boodschap dat de informatisering van Justitie een
prioriteit is.
3. Gebouwenbeheer en veiligheid van gebouwen
De regering heeft met het masterplan gevangenisgebouwen 2008-2012-2016 een wanbeleid van
meer dan 100 jaar moeten rechtzetten. Dit masterpan omvat een reeks renovaties, verbouwingen
van verouderde instellingen en nieuwbouw van 7 nieuwe gevangenissen. Het is dan ook logisch dat
de Regie der Gebouwen en de FOD Justitie de laatste jaren fors in het gevangeniswezen hebben
moeten investeren. Deze inspanningen mogen niet ten koste gaan van de vele, totaal verwaarloosde
gerechtsgebouwen. Ook de veiligheid van de gerechtsgebouwen vormt een pijnpunt. Dringend
onderhoud aan de veiligheidsinstallaties, de beveiliging van de toegang tot cellencomplexen,
inbraak- en branddetectie gebeurt in vele rechtbanken niet meer. Een masterplan gebouwen voor
de hoven en rechtbanken is dan ook noodzakelijk en op korte termijn moeten maatregelen worden
genomen om de veiligheid en het welzijn op het werk in alle gerechtsgebouwen te garanderen.
7
8
Idem, CEPEJ, 2014, pag. 168/570.
Idem, CEPEJ, 2014, pag. 132/570.
Persbericht
1 december 2014
3/4
College van de hoven en rechtbanken
4. Gerechtelijke achterstand en doorlooptijden
De minister van Justitie heeft aangekondigd de gerechtelijke achterstand te willen wegwerken door
de duur van een proces, van de inleiding tot de eerste uitspraak, te beperken tot maximaal één jaar.
Het College wil in dit verband waarschuwen voor onrealistische verwachtingen.
De problematische doorlooptijden zijn veelal terug te vinden in de burgerlijke afdelingen van de
hoven van beroep. Op die dossiers werkt ongeveer 5% van de capaciteit van alle hoven en
rechtbanken. De actuele doorlooptijden van deze burgerlijke dossiers zijn gemiddeld 2,5 jaar en
verschillen zo in belangrijke mate van de ambitie van de regering om de doorlooptijd, tussen het
moment waarop een zaak aanhangig wordt gemaakt en de uitspraak, te reduceren tot maximum 1
jaar9. Bij de 5 hoven van beroep en voornamelijk bij het hof van beroep te Brussel heeft de
gerechtelijke achterstand een omvang bereikt, die noodzaakt dat men 20 jaar lang 5 VTE
magistraten en het bijhorend gerechtspersoneel extra nodig zal hebben om de gerechtelijke
achterstand weg te werken of 100 VTE magistraten gedurende 1 jaar.
Simulaties van de gevolgen van de federale lineaire besparingen tonen tenslotte aan dat de
beoogde besparing op de personeelskosten over een periode van 2015-2019 de gemiddelde
doorlooptijd zal doen toenemen met plusminus 6 maanden10.
Eindbeschouwing: Geef Justitie het budget dat zij nodig heeft om haar maatschappelijke taak te
vervullen.
Het feit dat de Belgische Staat zijn macro-huishouden niet op orde heeft, heeft een impact op de
volledige Justitie en de rechterlijke organisatie in het bijzonder.
De rechterlijke macht eist dat ze de middelen krijgt die ze nodig heeft om haar maatschappelijke
taak te vervullen en het vertrouwen in de rechterlijke macht als derde grondwettelijke pijler te
herstellen. Een te verregaande besparingsdrang in Justitie en meer bepaald in de rechterlijke orde is
nefast. Zonder de nodige budgetten zal de verzelfstandiging en responsabilisering van de
rechtscolleges noodzakelijkerwijze dode letter blijven. De rechterlijke organisatie wenst geen
failliete overheidsdienst over te nemen.
Met de geplande lineaire besparingen in 2015 wordt de vrees reëel dat de grens aan het
voluntariaat en de bereidheid om telkens dat extraatje meer te geven, wordt overschreden. De
elastiek staat op het punt te knappen. Als de hoven en rechtbanken niet kunnen beschikken over de
middelen die zij nodig hebben om hun opdracht naar behoren te vervullen, zullen zij zich
genoodzaakt zien over te schakelen naar een ‘kerntakendebat’ en zullen bepaalde taken niet meer,
of niet meer binnen dezelfde termijn, kunnen worden gerealiseerd. De geplande lineaire
besparingen vanaf januari 2015 staan per definitie haaks op ‘slimme besparingen’ waarvoor
wetswijzigingen en proceswijzigingen nodig zijn en die slechts op een later tijdstip effect kunnen
sorteren. Het valt dan ook te betreuren dat ervoor werd geopteerd om de zwaarste inspanningen
meteen in 2015 te laten dragen. Niettemin zal het College van de hoven en rechtbanken aan de
Minister van Justitie gedragen, constructieve voorstellen formuleren, die op termijn tot meer
kwaliteit en efficiëntie zullen leiden.
De kernopdracht van het College van de hoven en rechtbanken bestaat er immers in om de
beheersaspecten van de organisatie zodanig goed in kaart te brengen dat men met een unieke
accuraatheid kan bijdragen tot kwaliteitsverbetering en efficiëntiewinsten. Dit is voor de
rechterlijke orde de beste optie als alternatief voor lineaire top-down besparingen.
9
X, Beleidsverklaring Minister van Justitie Koen Geens, 2014.
Deze informatie is af te leiden uit de 3 werklastmetingsrapporten die het College van de hoven en rechtbanken reeds heeft
geproduceerd en neergelegd bij de Minister van Justitie: het werklastmeetrapport van de rechtbanken van eerste aanleg (juni 2014); het
werklastmeetrapport van de arbeidsrechtbanken (juni 2013) en het rapport van de hoven van beroep (september 2013).
10
Persbericht
1 december 2014
4/4