Jaarverslag 2013 - Nederlands Jeugdinstituut

VAN TRANSITIE
NAAR TRANSFORMATIE
JAARVERSLAG 2013
INHOUD
Voorwoord4
1
Transitie en transformatie
2
Versterken van de basis en eerste lijn
13
3
Veilig opgroeien
17
4
Effectiviteit en vakmanschap
21
5
Kennis delen
25
6
Personeel en organisatie
29
7
Jaarrekening 33
Balans per 31 december 2013
34
Winst- en verliesrekening 2013
35
Kasstroomoverzicht 2013
36
Toelichting jaarrekening
37
Toelichting balans
40
Toelichting winst- en verliesrekening
45
Overige gegevens
51
Financiers56
Productenoverzicht 2013
57
Medewerk(st)ers80
VAN TRANSITIE
NAAR TRANSFORMATIE
J A A R V E R S L A G 2 0 13
4
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Voorwoord
Voorwoord
Duurzaam transformeren
Transitie en transformatie: dat zijn de sleutelwoorden voor het jaar 2013. In dat jaar
werd er wederom hard gewerkt aan de transitie. De overgang van het jeugdstelsel
van landelijke en provinciale overheden naar gemeenten. Gemeenten krijgen de regie
en verantwoordelijkheid als het gaat om jeugd. Zij worden – als alles goed gaat –
vanaf 2015 de belangrijkste financier en regisseur van het jeugdstelsel, als de nieuwe
Jeugdwet van kracht wordt. Tegelijkertijd worden gemeenten verantwoordelijk voor de
uitgebreide Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): de overheveling van diverse
functies van de AWBZ. Voor de Participatiewet (arbeidstoeleiding en re-integratie)
en passend onderwijs. Deze ontwikkelingen raken zowel het stelsel van zorg, educatie
en sociale dienstverlening als kinderen, jongeren en hun opvoeders. De verschillende
decentralisaties zijn een uitgelezen kans om een samenhangend jeugdbeleid te
ontwikkelen. Het Nederlands Jeugdinstituut wil daar op verschillende manieren een
bijdrage aan leveren.
Naast de transitie wordt ook een transformatie, een
voor een enorme opgave. Professionals moeten voldoen
inhoudelijke vernieuwing, nagestreefd. Het doel is om
aan nieuwe eisen, er worden andere competenties van
kinderen, jongeren en hun ouders beter te helpen als er
hen verwacht. De context waarin zij moeten gaan werken
kans is op problemen bij opgroeien en/of opvoeden.
is vaak nog onduidelijk. En daarmee is ook voor de
Bij voorkeur maken kinderen en jongeren minder
gebruikers van zorg veel onduidelijk. De sector staat voor
gebruik van specialistische voorzieningen. De verhouding
veel vraagstukken waar nog geen coherent antwoord op
tussen cliënt en professional verandert. Eigen kracht,
gevonden is. Vraagstukken over bekostiging, inrichting,
zelfregie en cliëntperspectief staan voorop: de cliënt en
aansturing, kwaliteitszorg, uitvoering en zorgvernieuwing.
diens netwerk lossen zoveel mogelijk zelf problemen op.
Al deze vraagstukken hangen met elkaar samen.
Dat wil niet zeggen dat kinderen en jongeren niet tijdig
Het vraagt om een collectieve aanpak en een lerende
de specialistische hulp krijgen waaraan zij behoefte
community waarin alle relevante partijen deelnemen.
hebben. Die krijgen ze zeker, maar de cliënt houdt zoveel
Lokaal wordt volop geëxperimenteerd. Meestal gaat het
mogelijk zelf de regie. Om dat voor elkaar te krijgen
om projecten die slechts een deel van de keten beslaan.
moeten preventie, zorg, opvoedhulp en behandeling
Ook ontbreekt veelal een coherente organisatie van
beter op elkaar aansluiten. Ook moet het hele systeem
kennisopbouw en uitwisseling. Het Nederlands
kosten­effectiever worden. Want de transitie gaat
Jeugdinstituut is ervan overtuigd dat de transformatie
vergezeld van bezuinigingen: in drie jaar zo’n 15 à 25
alleen kans van slagen heeft als deze met kennis en beleid
procent op de totale uitgaven voor jeugdhulp. Het stelsel
wordt doorgevoerd. De transformatie van de zorg voor
moet beter en goedkoper. En dat kan alleen door
jeugd vraagt om een integrale aanpak waarbij
ingrijpende vernieuwingen.
vernieuwingen ingebed worden in het (regionale)
jeugdbeleid en doordacht worden op hun consequenties
De transitie en de transformatie van de jeugdsector gaat
voor de hele jeugdketen. Een duurzaam resultaat
niet zonder horten of stoten en ook niet via gebaande
veronderstelt bovendien een programmatische en
paden. Gemeenten en aanbieders van jeugdhulp staan
gefaseerde aanpak waarbij de effecten van vernieuwingen
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Voorwoord
gevolgd en bijgesteld worden op grond van praktijk­
gevolg van alle decentralisaties aan belang zullen winnen.
ervaringen en beschikbare kennis. Het instituut draagt
De verschuivingen in regie en verantwoordelijkheid naar
daarom graag bij aan het beantwoorden van de vraag­
gemeenten leiden op termijn waarschijnlijk ook tot
stukken die er liggen én aan de ondersteuning van een
heroriëntatie van de landelijke kennisinfrastructuur, in
duurzame vernieuwing in beleid en praktijk. Hiertoe
termen van aansturing, financiering en functie.
organiseren wij een effectieve kennisinfrastructuur en
bouwen we een kwalitatief goed kennisbestand op.
Als Nederlands Jeugdinstituut zijn we op de goede weg.
Met als uitgangspunt: weten én doen wat werkt.
Dat blijkt ook uit het eind 2013 gehouden klanttevreden­
heids­onderzoek. Daarin oordelen 864 klanten en
Het Nederlands Jeugdinstituut transformeert eveneens.
gebruikers zeer positief over ons instituut. We worden
Ook bij ons gaat dat gepaard met bezuiniging. In 2013
gezien als een deskundige organisatie die breed-
voerden wij een reorganisatie door. We hebben een
georiënteerd en ‘up-to-date’ is. Klanten zijn zeer tevreden
nieuwe organisatiestructuur en programma-indeling
over de samenwerking met ons instituut en geven ons een
ingevoerd. Onze kennisinfrastructuur is in het licht van
8.1. Ook de medewerkers krijgen hoge scores voor
de transitie en transformatie van het stelsel vernieuwd.
deskundigheid, betrouwbaarheid en professionaliteit.
We hebben onze kennisactiviteiten verbreed en
Naast de positieve waarderingen is er zeker nog winst te
programmatisch ingericht, in de context van de drie
boeken ten aanzien van flexibiliteit en interactiviteit. En
decentralisaties van het sociale domein en passend
dat hopen we u het komende jaar met de ingezette
onderwijs. Vanuit onze programma’s hebben we verder
transformatie van het Nederlands Jeugdinstituut te
gebouwd aan kennisbestanden over thema’s als positief
kunnen bieden. In 2013 hebben onze medewerkers
opvoeden, participatie en sociale inclusie van kwetsbare
veel meer werk verzet dan in een beknopt jaarverslag is
groepen, het werken aan veiligheid, het vernieuwen
te benoemen. Wat u gaat lezen is dan ook een greep uit
van zorg en dienstverlening en het verbeteren van de
onze activiteiten.
effectiviteit en professionaliteit van de mensen die
werken binnen het jeugdstelsel. Wat betreft dit laatste
Drs. Kees Bakker
hebben we wederom ingezet op het optimaal werken
Voorzitter Raad van Bestuur
met richtlijnen, prestatie-indicatoren, monitoren en
benchmarks.
Het Nederlands Jeugdinstituut is een echte kennis­
netwerk­organisatie. Wij willen de grote verander­
opdracht die deze transitie en transformatie is, adequaat
en duurzaam ondersteunen. We doen dit in nauwe
samenwerking met gemeenten, aanbieders van jeugd­hulp
en opvoeding en professionals. In 2013 zijn er tal van
kennispraktijknetwerken, kennisateliers en kennis­kringen
georganiseerd. We verbonden hierin de praktijk –
professionals en betrokkenen in gemeenten – aan
deskundigen rond allerlei thema’s en vraagstukken op
het gebied van de transitie en transformatie. Ook startten
we in 2013 met het Kennisnet Jeugd, een digitaal
platform waar professionals inspirerende ervaringen,
succesverhalen en praktische tips over transitie en
transformatie met collega’s in het hele land kunnen
delen. Op dit platform proberen we nog meer dan voor­
heen vorm en inhoud te geven aan het opbouwen en
delen van kennis in directe interactie met onze doel­
groepen. We hebben in 2013 ook veel geïnvesteerd in
contacten en samenwerking met gemeenten en partijen
als de VNG en het G32-stedennetwerk. Het is evident dat
de komende jaren relaties met het gemeentelijke veld als
5
6
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Transitie en transformatie
1
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Transitie en transformatie
Transitie en transformatie
In 2013 werkten we hard aan het ondersteunen en begeleiden van een duurzame
transitie van het jeugdstelsel naar gemeenten. We trokken daarbij op met gemeenten,
professionals en aanbieders van jeugdhulp- en opvoedondersteuning. Transformeren
doe je immers samen.
Samenwerking
Transformatie-denktank
De drie decentralisaties binnen het sociaal domein
In het proces van transitie en transformatie komen veel
(Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en
discussies los. Veelal gevoerd door zorgaanbieders,
Participatiewet) en de invoering van passend onderwijs
professionals, gemeenteambtenaren en cliënten. Zij staan
hebben gevolgen voor het jeugdbeleid en het jeugdstelsel.
niet altijd even goed in contact met elkaar. In het jeugd(zorg)
Een goede samenwerking tussen de betrokken partijen is
stelsel heeft bovendien niet iedereen zicht op de hele keten,
noodzakelijk. De transitie en transformatie raakten vorig jaar
vaak alleen op onderdelen. Het Nederlands Jeugdinstituut
op stoom. De betrokken partijen – gemeenten, professionals,
heeft in 2013 als onafhankelijk kennisinstituut het initiatief
aanbieders jeugd en opvoedhulp en jeugdbescherming – zijn
genomen om de Denktank Transformatie Jeugdstelsel
vrij nieuw voor elkaar. Het risico bestaat dat genoemde
(Transformatie-denktank) op te richten. In de
actoren langs elkaar heen werken of hun plannen en visies
Transformatie-denktank participeren vanuit inhoudelijke
niet optimaal op elkaar afstemmen. Dat vertraagt het proces
betrokkenheid en op persoonlijke titel bestuurders uit alle
en is noch efficiënt, noch effectief.
werkvelden in de jeugdsector. Onder voorzitterschap van
Job Cohen gaan zij met elkaar in dialoog. Op grond van
Verbinden
kennis en praktijkervaringen van cliënten, professionals,
bestuur en beleid komen zij tot aanbevelingen voor de
De transformatie kan alleen slagen als er gezamenlijk
inhoudelijke transformatie (het ‘wat’) én de strategie die
opgetreden wordt. In 2013 heeft het Nederlands
daaraan ten grondslag zou moeten liggen (het ‘hoe’). Jeugdinstituut daarom ingezet op het leggen van
Daarbij staat de vraag centraal hoe de kosteneffectiviteit
verbindingen tussen de verschillende partijen in de
van het jeugdstelsel kan worden vergroot en met welke
jeugdsector om hen zo goed mogelijk te ondersteunen bij alle
factoren gemeenten en aanbieders rekening moeten houden
ontwikkelingen die gaande zijn. Dit deden we nadrukkelijk
bij de herinrichting van het stelsel. Had de Transformatie-
binnen de context van de diverse decentralisaties. Wij zijn
denktank in eerste instantie de insteek om kennis uit de
van mening dat de nieuwe bewegingen vragen om een
praktijk beter te betrekken bij de transformatie, in 2014
integrale aanpak en interactieve ondersteuning. Opdat alle
breidt dit initiatief zich uit met sessies waarin ook
partijen waar mogelijk samenwerken en de juiste informatie
gemeenten, cliënten en onderwijs hun stem zullen laten
krijgen. In 2013 nam het Nederlands Jeugdinstituut het
horen. Het doel is om een gemeenschappelijke aanpak te
initiatief tot de Denktank Transformatie Jeugdstelsel. Ook
ontwikkelen voor een transformatie met kennis en beleid.
hebben we werk gemaakt van het verbinden van passend
Daarbij zoeken we aansluiting bij de transformatie-agenda
onderwijs met de zorg voor jeugd. Evenals het ondersteunen
die het Rijk samen met de VNG ontwikkelt.
van gemeenten in het op feiten en cijfers baseren van hun
beleid en ambities. Tot slot hebben we stevig ingezet op
De transformatie van de zorg voor jeugd vraagt om een
(digitale) kennisuitwisseling, door het organiseren van
integrale aanpak waarbij vernieuwingen ingebed worden
diverse bijeenkomsten en de lancering van Kennisnet Jeugd.
in het (regionale) jeugdbeleid en doordacht worden op
hun consequenties voor de hele jeugdketen. Dat is het
vertrek­punt van de Transformatie-denktank. Bij (kans op)
7
8
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Transitie en transformatie
problemen van een kind, jongere, een ouder of een gezin is
het aan te bevelen om altijd eerst te proberen om in eigen
beheer oplossingen te zoeken. Misschien met hulp vanuit het
eigen netwerk. Waar nodig, wordt aanvullende hulp vanuit
de eerste lijn ingeschakeld. Desgewenst raadplegen profes­
sionals uit de eerste lijn professionals uit de specifieke zorg
of de jeugdbescherming. En als dat niet volstaat worden
professionals uit die werkvelden er (tijdelijk) bij gehaald.
Dat betekent dat de hulp zoveel mogelijk in de eigen
omgeving plaatsvindt en dat dwang en uithuisplaatsingen
tot een minimum beperkt worden. De cliënt houdt zoveel
“Steun organisaties in het loslaten
van de eigen ontwikkeling.
Laat hen samen met andere
organisaties leren om datgene te
doen wat de doelgroep nodig heeft
én wat de gemeente - als nieuwe
opdrachtgever - wenst.” gebruiker
mogelijk de regie, indien nodig geholpen door een profes­
sional. Het versterken van eigen kracht beperkt zich niet tot
de cliënt. Professionals versterken elkaar onderling immers
overeenstemming gericht overleg (OOGO) dat de
ook. In de hele keten wordt gewerkt volgens het principe van
samenwerkingsverbanden van scholen houden met het
evidence based practice. Dat wil zeggen met kennis over wat
college van burgemeester en wethouders. Dit OOGO is
werkt in de praktijk.
wettelijk verplicht.
In 2013 gaf het Nederlands Jeugdinstituut informatie en
Om ervoor te zorgen dat alle veranderingen resulteren in een
advies aan gemeenten hoe je nu de verbinding maakt tussen
kosteneffectief stelsel waar kinderen, jongeren en ouders
passend onderwijs en de jeugdzorg. In diverse bijeenkomsten
profijt van hebben, is het noodzakelijk om de vernieuwing te
kwamen betrokkenen uit gemeenten en samenwerkings­
stroomlijnen. Om te voorkomen dat de transformatie zich
verbanden bij elkaar om te praten over de beste invulling van
versnipperd en geïsoleerd voltrekt, vindt de Transformatie-
onder meer het OOGO. Daarnaast was er een kennispraktijk­
denktank het wenselijk om regionaal transformatie­
netwerk rondom passend onderwijs en de transitie. Binnen
programma’s te organiseren en daaraan een landelijk
dit netwerk werden weer specifieke thema’s uitgelicht waar­
ondersteuningsprogramma te koppelen. Door zo regionaal
over de deelnemers ervaringen en inzichten uitwisselden.
en landelijk vernieuwingen in de praktijk te monitoren en
Onderwerpen waren onder meer arbeidstoeleiding van
met elkaar te vergelijken, kun je beter beoordelen wat werkt
kwetsbare jongeren uit het praktijkonderwijs, het voortgezet
en waar nodig voor bijsturing zorgen. Centraal staat het met
onderwijs en het MBO, het organiseren van meer lichte
elkaar kennis maken en kennis delen, evenals het leren van
preventie in de klas en het vertalen van een visie op
resultaten en het sturen op rendement.
samenwerking en de concrete uitvoering daarvan. Dit
kennispraktijknetwerk resulteerde eind 2013 in de
De Transformatie-denktank kwam in 2013 vijf keer bijeen.
Handreiking Verbinding Passend Onderwijs waarin
Onderwerpen van de bijeenkomsten waren onder meer de
concrete bouwstenen staan voor gemeenten, samenwerkings­
eerste lijn, eigen kracht, de jeugdbescherming en
verbanden, scholen en jeugdzorgaanbieders om onderwijs en
aanbevelingen voor een transformatie-agenda. In 2014
zorg zo goed mogelijk op elkaar aan te laten sluiten.
zet de Transformatie-denktank het werk voort.
Passend onderwijs
Gemeentelijk beleid baseren op
feiten en cijfers
Samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Voor het slagen van de transformatie is het van belang dat
Wetenschap (OCW) besteedt het Nederlands Jeugdinstituut
gemeenten hun beleid helder hebben en dat ze dit beleid
speciale aandacht aan kennis rond passend onderwijs en
en hun ambities baseren op feiten en cijfers. Dit betekent
jeugdhulp en de verbinding hiertussen. Per 1 augustus
tevens dat beslissingen niet ondoordacht genomen worden
2014 zijn de diverse samenwerkingsverbanden van scholen
en dat beleid niet gedragen wordt door incidenten alleen.
degenen die moeten zorgen dat elk kind een geschikte plek
De kernvragen blijven voorop staan: wat is er aan de hand en
heeft, waar mogelijk binnen het reguliere onderwijs en zo
waarom en voor wie transformeren we dit stelsel? Binnen dit
nodig in het speciaal onderwijs. Samenwerkingsverbanden
kader past bijvoorbeeld dat gemeenten een ‘startfoto’
van scholen dienen een keer per vier jaar een onder­
maken om te weten wat er speelt als het gaat om opvoed-
steunings­­plan op te stellen, waarin staat beschreven
en opgroei­vragen. Op basis van die informatie kunnen
welk niveau van basisondersteuning de scholen in het
gemeenten hun beleid en de ambities voor de toekomst
samenwerkingsverband ten minste moeten bieden. Dit
formuleren. Het Nederlands Jeugdinstituut gaf gemeenten
plan moet voorgelegd worden in het zogenaamde op
in 2013 op diverse manieren zogeheten verzamel- en
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Transitie en transformatie
sturings­informatie. Zo legden wij de jeugd in de regio
andere aanbieder die mede gebaseerd is op de prestaties van
Zuidoost-Utrecht onder de loep. We keken wat er precies
die aanbieder. Het Nederlands Jeugdinstituut is al een aantal
voor vragen en problemen lagen binnen vijf gemeenten.
jaren bezig met de ontwikkeling van prestatie-indicatoren.
We keken naar de mate van het gebruik van jeugdhulp op
In 2013 is hard gewerkt aan de voltooiing van de set
dat moment, maar ook naar de behoeften die er waren. Op
prestatie-indicatoren voor de Centra voor Jeugd en Gezin
basis van de verzamelde gegevens en cijfers maakten we een
(zie Hoofdstuk 4).
startfoto. Vervolgens schreven we een ‘scenarionotitie’ over
de inrichting van het jeugdstelsel en de keuzes die de
betreffende gemeenten kunnen maken, op basis waarvan
Transformeren met beleid
het beste beleid gemaakt kan worden. Het Nederlands
Op 5 juni 2013 aanvaarde Tom van Yperen, al jarenlang
Jeugdinstituut meent dat het scheppen van dit soort kaders
verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut, het ambt
kan helpen bij het optimaal inrichten van een inhoudelijk
van bijzonder hoogleraar ‘Monitoring en innovatie zorg voor
sterk jeugdstelsel.
jeugd’ aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijweten­
schappen van de Rijksuniversiteit Groningen. De leerstoel is
Monitoring & benchmarking
ingesteld door het Nederlands Jeugdinstituut. In zijn oratie
‘Met kennis oogsten’ pleitte Van Yperen voor een ‘meet-
Het baseren van gemeentelijk beleid op feiten en cijfers heeft
en verbeterbeweging’ in de dagelijkse praktijk van de hulp­
alles te maken met monitoring: het bijhouden en registreren
ver­lening, de betrokken organisaties en het gemeentelijk
van gegevens en effecten van bepaald beleid in de praktijk.
jeugdbeleid. Al eerder verscheen met eenzelfde gedachte de
Monitoring geeft gemeenten bijvoorbeeld inzicht in hun
notitie ‘Transformeren met beleid’. Doel hiervan was om
jeugd: om wie gaat het? Maar ook: wat is het aanbod van
beleidsmakers en managers in de jeugdzorg en het
jeugd- en opvoedhulp, hoe wordt daar gebruik van gemaakt
gemeentelijk jeugdbeleid een overzicht te bieden van de
en door wie? Voor een breed landelijk zicht op het monitoren
hoofdingrediënten waarmee ze de transitie en transformatie
van de stand van zaken als het gaat om jeugd is in 2013 door
doelgericht en stapsgewijs in kunnen richten.
het Nederlands Jeugdinstituut het Kennisnetwerk Jeugd­
monitoring opgericht. Hierin wisselen jeugdonderzoekers en
jeugdepidemiologen kennis uit over hun onderzoek. Dit heeft
Kennispraktijknetwerken
geleid tot een overzicht van jeugdmonitors in Nederland. Een
In 2013 werkte het Nederlands Jeugdinstituut nauw
jeugdmonitor is een onderzoek dat op geregelde basis onder
samen met het door de ministeries van Volksgezondheid,
jongeren of ouders wordt uitgevoerd. Een ander voorbeeld
Wetenschap en Sport (VWS), Veiligheid en Justitie (VenJ)
van monitoring is de Monitor Aanpak Kindermishandeling
en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
(zie hoofdstuk 3). Organisaties en gemeenten kunnen het
opgerichte Transitiebureau (T-bureau). Zo organiseerden wij
Nederlands Jeugdinstituut ook inhuren voor zogenaamde
in samenwerking met het T-bureau diverse kennispraktijk­
benchmarking. Dit betekent dat eigen prestaties vergeleken
netwerken. Dit zijn bijeenkomsten gericht op een specifieke
worden met die van ‘toppers’. Dit levert nieuwe ideeën en
vraag, waarbij inzichten, ervaringen en kennis worden
inzichten op die organisaties en gemeenten vervolgens
gedeeld vanuit beleids-, praktijks- en kennisperspectief. Zo
kunnen gebruiken om prestaties te verbeteren.
kunnen in gezamenlijkheid eerste antwoorden geformu­leerd
worden, die beschikbaar worden gesteld in hand­rei­kingen en
Prestatie-indicatoren
documenten, zodat een grotere groep er hun voordeel mee
kan doen. Deelnemers aan de kennis­praktijk­netwerken zijn
Bij monitoring kan gebruik gemaakt worden van prestatie-
deskundigen van diverse voorzieningen, experts van het
indicatoren: een soort meetlat die prestaties ten aanzien van
Nederlands Jeugdinstituut of andere kennisinstituten plus
een bepaald onderwerp inzichtelijk maakt en helpt ze te
inhoudelijke beleidsadviseurs jeugd van diverse gemeenten,
verbeteren. Een voorbeeld van een prestatie-indicator is
zoals transitiemanagers. Er waren in 2013 onder meer
bijvoorbeeld het percentage ouders dat aangeeft ‘zeer
kennispraktijknetwerken rondom het thema passend
tevreden’ te zijn over het verkregen opvoedadvies. Een
onderwijs (zie eerder in dit hoofdstuk), generalistisch werken
andere is de mate waarin de problematiek bij het kind is
met jeugd en gezin (zie ook Hoofdstuk 2) en matching vraag-
afgenomen. Prestatie-indicatoren zijn belangrijk voor de
aanbod (zie ook Hoofdstuk 4).
transformatie. Professionals en aanbieders van jeugd- en
opvoedhulp, maar ook gemeenten kunnen er zicht mee
krijgen op de effectiviteit van hun beleid of hun handelen.
Werk- en kennisateliers
Gemeenten kunnen met die indicatoren de aanbieders
In opdracht van het T-bureau en samen met de VNG
aansturen. Ze kunnen ook een keuze maken voor de ene of
Academie organiseerden we ook werk- en kennisateliers
9
10
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Transitie en transformatie
“Ik vind het belangrijk dat er meer
kennis wordt opgedaan in het land.
Waar zijn regio’s mee bezig?
Welke vraagstukken liggen er op
tafel, wat wordt in eerste instantie
landelijk opgepakt en waarmee
moeten organisaties lokaal aan
de slag?” gebruiker
Jeugd of via Twitter. Het Nederlands Jeugdinstituut zorgt
voor de beantwoording. Beantwoorde vragen worden op
Kennisnet Jeugd geplaatst, zodat ook anderen hiervan
kunnen profiteren. Ook leverden we inhoud voor de website
www.voordejeugd.nl. Voordejeugd.nl is een website van
de ministeries van VWS, VenJ en de VNG en is bedoeld voor
iedereen die professioneel betrokken is bij de uitvoering van
de stelselwijziging jeugd. In het veld zijn allerlei inspirerende
praktijkvoorbeelden voor handen. Initiatieven ter
voorbereiding op de overheveling van jeugdhulp naar
gemeenten. Denk aan gemeenten die experimenteren met
het inkopen van zorg of generalisten die ambulante
jeugdhulp verlenen zonder indicatie. Het Nederlands
Jeugdinstituut heeft deze voorbeelden verzameld en gedeeld.
De voorbeelden zijn te vinden op voordejeugd.nl. Een selectie
rondom de thema’s jeugdbescherming en jeugdreclassering,
staat daarnaast op www.nji.nl/transitievoorbeelden
jeugd met een licht verstandelijke beperking, de jeugd-ggz
en Kennisnet Jeugd. Het publiceren van deze
en de huidige provinciale jeugdzorg. De ateliers waren
praktijkvoorbeelden was geen eenrichtingsverkeer. We
klein­schalig van opzet met maximaal dertig deelnemers per
vroegen altijd om input van professionals en betrokkenen.
bijeenkomst. In deze ateliers droegen we kennis over: hoe
Zo ‘valideerden’ we in het najaar de praktijkvoorbeelden op
staat het nu met de wet, wat doet nu een Raad voor de
Kennisnet Jeugd door reacties te vragen van lezers. Op onze
Kinderbescherming? We gaven praktijkvoorbeelden. Aan
eigen website werd
thematafels konden deelnemers doorpraten over specifieke
het dossier Transitie Jeugdzorg in 2013 geactualiseerd en
thema’s. Tenslotte werden er afspraken gemaakt aan de
uitgebreid. Op 7 oktober organiseerden we voor 1.000
zogenaamde afsprakentafels.
belangstellenden samen met de ministeries van VWS, VenJ
en de VNG het Voor de Jeugd Festival. Bijzonder onderdeel
Kennisnet Jeugd
Het Nederlands Jeugdinstituut wil voortdurend voeling
van het festival vormde het Internationaal Paviljoen, met
onder andere gastsprekers uit Denemarken. Goed voor 400
bezoekers.
houden met het veld. Daar moet de transitie en transformatie
immers plaatsvinden. In 2013 zorgden wij er daarom voor
dat professionals en betrokkenen in ‘het veld’ kennis met
Over de grens
elkaar konden delen. We boden podia waar antwoorden van
Voor de discussie over de stelselwijziging in Nederland zijn
de één een idee vormden voor de ander. In 2013 riepen we
voorbeelden van andere landen bijzonder inspirerend.
onder meer een interactief digitaal platform in het leven:
Het Nederlands Jeugdinstituut maakte daarom eind 2009
Kennisnet Jeugd. Hier kunnen beleidsmedewerkers die
een internationale vergelijking van de jeugdstelsels in diverse
betrokken zijn bij de transitie en transformatie van het
Europese landen. In 2012 verscheen een uitgebreide update
jeugdstelsel elkaar ontmoeten, hun kennis delen, vragen
van dit onderzoek en in 2013 doken we nog dieper in deze
stellen en antwoorden vinden op hun vragen. Eind 2013
materie. Er waren tal van werkbezoeken van internationale
telde dit platform al meer dan 1500 deelnemers. Kennisnet
experts en vice versa. In de nu volgende hoofdstukken
Jeugd is te raadplegen via www.kennisnetjeugd.nl
passeren verschillende bezoeken de revue.
(zie ook Hoofdstuk 5).
Informeren en inspireren
Professionals en gemeenten informeren en inspireren we
zo goed mogelijk over de transitie en transformatie van de
zorg voor jeugd. Samen met het T-bureau faciliteert het
Nederlands Jeugdinstituut de Helpdesk Transitie Jeugd.
Beleidsmakers en professionals in de jeugdsector kunnen
bij de helpdesk terecht met vragen over de transitie en
transformatie van de jeugdzorg en passend onderwijs.
Vragen kunnen worden gesteld per mail, via Kennisnet
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Transitie en transformatie
11
12
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Versterken van de basis en eerste lijn
2
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Versterken van de basis en eerste lijn
Versterken van de basis en eerste lijn
Alle kinderen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar
vermogen participeren in de samenleving. Om dit voor elkaar te krijgen is een jeugdstelsel
met een sterke basis en eerste lijn cruciaal.
Natuurlijk zijn ouders als eerste verantwoordelijk voor de
de eigen kracht van het gezin, benut de sociale omgeving en
opvoeding van hun kinderen. Maar ook andere opvoeders
fungeert als een schakel tussen de basisvoorzieningen en de
hebben invloed op het opgroeien van de Nederlandse jeugd.
speciale zorg. Om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk
Denk daarbij aan onderwijzers, pedagogisch begeleiders in
kinderen de hulp en ondersteuning krijgen die nodig is en
kinderdagverblijven, maar ook de coach op het voetbalveld.
er zo min mogelijk jeugd een beroep moet doen op speciale
In Nederland zijn er diverse instellingen en organisaties,
zorg, is het van belang dat er in alle gemeenten een dekkend
zoals de Centra voor Jeugd en Gezin, die ouders en hun
aanbod is van effectieve eerstelijns zorg en dat gezinnen met
kinderen begeleiden bij het groter groeien. Soms gaat
eventuele problemen geholpen worden volgens het concept
opvoeden en opgroeien niet vanzelf. Dan komt de overheid
‘1 gezin, 1 plan’. Organisaties die hulp en zorg aan kinderen
in beeld. Het is zaak dat professionals die daarbinnen werk­
en jongeren of opvoedingshulp aan ouders bieden, moeten
zaam zijn effectief handelen en kinderen zo optimaal
bovendien beschikken over effectieve programma’s,
mogelijk begeleiden en beschermen. Van belang is eveneens
methodieken en instrumenten. En om te voorkomen dat
dat er een klimaat wordt geschapen waarin ouders om hulp
verbeteringen en versterkingen in de eerste lijn wegebben,
durven te vragen en dat die hulp zo snel en effectief mogelijk
vinden we het ook noodzakelijk dat er gemonitord wordt op
gegeven wordt.
kwaliteit en prestaties van professionals en instellingen in
de eerste lijn.
Pedagogische basis
Al jaren pleit het Nederlands Jeugdinstituut voor een
Eigen kracht
versterking van de pedagogische basis voor alle jeugd: op
Een belangrijk uitgangspunt in de nieuwe Jeugdwet is het
basisvoorzieningen als de school of het kinderdagverblijf,
versterken van eigen kracht. Daaronder verstaan we de
maar ook als het gaat om pleegouders of een andere
mogelijkheden die kinderen en hun ouders hebben om zelf
gezinsvervangende setting. Belangrijk is dat altijd wordt
hulp te vinden en meer op eigen benen te staan, waar
uitgegaan van het gewone opgroeien. Elk kind, in welke
mogelijk met ondersteuning van het sociale netwerk van
opvoedomgeving ook, moet de kansen krijgen zijn talenten te
familie, vrienden, kennissen en buren. De basisgedachte
ontwikkelen. Wij vinden dat professionals en medeopvoeders
achter het principe van eigen kracht is dat ieder mens
niet uit moeten gaan van problemen, maar van dat wat
krachten om zich heen en in zich heeft die hij of zij kan
kinderen wel kunnen. Wij vinden ook dat niet alleen de zorg
aanboren. In praktijk is het altijd aftasten waar de grens ligt
en hulp voor kinderen die het wat minder gemakkelijk
van het eigen kunnen van kinderen en ouders. Zeker in het
hebben op orde moet zijn, maar zeker ook dat er sterke
geval van kwetsbare gezinnen en als veiligheid in het geding
basisvoorzieningen moeten zijn. Wij menen dat een
is. In december 2013 ging het dossier Eigen kracht online.
versterking van die basisvoorzieningen een belangrijke
Dit dossier is ingevuld in samenwerking met professionals
prioriteit in het beleid voor jeugd zou moeten zijn. Evenals
van de werkgroep ‘Eigen kracht’ op Kennisnet Jeugd.
een effectieve en sterke eerstelijnszorg voor jeugd en
Zij gaven feedback op diverse conceptteksten van dit dossier,
kwetsbare gezinnen. Een optimale eerstelijnszorg versterkt
waarna deze zijn aangevuld en online zijn gezet.
13
14
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Versterken van de basis en eerste lijn
Generalistisch werken
moeten gezinsgeneralisten kennen en kunnen? Deze en
Vooruitlopend op 2015 experimenteerden in 2013 veel
andere vragen kwamen tevens naar voren in een debat over
gemeenten met elementen uit het nieuwe jeugdstelsel.
generalistisch werken. Aan dat debat namen medewerkers
Een van de basisgedachten in dat nieuwe stelsel vormt de
van het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse
generalistisch werkende professional: een professional die
vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO)
van de meest voorkomende problemen weet hoe hij of zij ze
en de Universiteit Utrecht deel.
moet oplossen, en die speciale zorg inschakelt indien de hulp
te ‘zwaar’ wordt. Als het gaat om de organisatie van de
eerstelijnszorg blijken veel gemeenten de voorkeur te hebben
Wijkteams
voor wijkteams al dan niet specifiek gericht op kinderen,
Lang niet altijd gaat het bij wijkteams om een geheel nieuw
jongeren en gezinnen, die in de buurt heel dicht bij kind en
fysiek concept. Vaak zijn ‘wijkteams’ op nieuwe leest
gezin ondersteuning kunnen leveren. Idealiter is zo’n
geschoeide samenwerkingsverbanden tussen instellingen.
wijkteam zichtbaar en herkenbaar in de wijk. Bovendien
In december verscheen de notitie Generalistisch werken in
gaat het uit van de gedachte ‘één gezin, één plan, één
wijkteams in beeld, waarin we een overzicht geven van
regisseur’. Zowel de generalistisch werkende professional
diverse initiatieven in het land waarbij de samenwerking in
als de wijkteams moeten de zorg voor jeugd straks (kosten-)
de wijk vanuit (sociale) wijkteams rond opvoed- en opgroei­
effectiever maken, zo is het idee. Omdat het begrip genera­
vragen van jeugd en gezin centraal staat. Denk hierbij aan de
listisch werken nog vrij nieuw is in Nederland, deed het
Buurtteams Jeugd & Gezin in Utrecht, of het project Buurt­
Nederlands Jeugdinstituut in 2013 vooral een inven­tari­
zorg Jong dat in diverse gemeenten loopt. Met MOVISIE
serende verkenning. Zo waren er rondom dit thema drie
organiseerden we enkele verdiepende bijeenkomsten voor
kennispraktijknetwerken: Generalistisch werken rondom
professionals in de praktijk over het thema samenwerken
jeugd en gezin, Werken in de wijk en Beslissen over hulp.
in de wijk rond de hulp aan jeugd en gezin. Samen met de
Op basis hiervan verscheen de notitie Generalistisch werken
praktijk verdiepten we ook het thema Beslissen over hulp
rondom jeugd en gezin, waarin we ingaan op de taken en
in dialoog met het gezin. Tot slot werd samen met een
competenties van generalistisch werkende hulpverleners in
aantal praktijkorganisaties een begin gemaakt aan het
het toekomstige jeugdstelsel. Extra aandacht werd besteed
traject Beschrijven en onderbouwen van de werkwijze
aan het beslissen over de inzet van specialistische hulp.
van wijkteams.
De bevindingen die uit deze kennispraktijknetwerken naar
voren kwamen, beschreven we tevens in de factsheet De
jeugd- en gezinsgeneralist als spil in het nieuwe jeugdstelsel.
Over de grens
Al deze producten werden verspreid via conferenties,
In Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland zijn
lezingen, websites en Kennisnet Jeugd. In 2013 zetten we
gemeenten al langer bekend met generalistisch werken.
ook de eerste stappen in de ontwikkeling van een opleiding
In 2013 vond daarom een drieluik plaats van activiteiten
van de eerstelijns generalist. In samenwerking met welzijns­
rondom het thema generalistisch werken in Scandinavië.
groep Tinten startten we in 2013 een pilot om de taken van
Doel was om te ontdekken wat we nu in Nederland kunnen
de generalistisch werkende professional op te nemen in een
leren van deze landen op dit terrein. In het voorjaar van 2013
curriculum van de Hanzehogeschool Groningen. Vragen bij
interviewden we diverse social workers uit Denemarken,
de ontwikkeling van het curriculum waren onder meer: wat
Zweden, Noorwegen en Finland. Deze social workers kun je
zien als een equivalent van onze generalisten. We vroegen
“Het Nederlands Jeugdinstituut
helpt gemeenten bij het in beeld
brengen van vragen over
opvoeden en opgroeien en koppelt
die kennis aan andere factoren die
invloed hebben op samen leven.”
gebruiker
hen onder meer wat hun positie in het jeugdstelsel was en
welke taken ze moesten uitvoeren. De antwoorden op deze
vragen werden gebundeld, geanalyseerd en vervolgens
gepubliceerd in het rapport Generalistisch werken rondom
jeugd en gezin in Scandinavische landen.
In september bezochten Noorse en Zweedse social workexperts op uitnodiging van het Nederlands Jeugdinstituut de
gemeenten Apeldoorn en Haarlem, waar ze in gesprek gingen
met professionals, beleidsmakers en wethouders. Dit bezoek
resulteerde in een Engelstalige factsheet met de belangrijkste
bevindingen van buitenlandse experts over de Nederlandse
aanpak en een aantal publicaties, waaronder een artikel in
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Versterken van de basis en eerste lijn
het decembernummer van het tijdschrift Zorg+Welzijn. In
(BSO). We deden dit in opdracht van Het Kinderopvangfonds.
november tenslotte vond voor de tweede keer een internatio­
Begin 2013 verscheen een tussenrapportage van de eerste
nale expertmeeting plaats in het kader van de transformatie.
monitorronde.
Ditmaal stonden diverse aspecten van generalistisch werken
centraal, zoals vroegsignalering en het werken in dialoog met
Finse social workers presentaties en workshops. De verslagen
Youth in Action wordt
Erasmus+ Jeugd
hiervan kwamen vervolgens op www.youthpolicy.nl, de
Het Nederlands Jeugdinstituut beheert al jaren het Europees
Engelstalige website van het Nederlands Jeugdinstituut.
subsidieprogramma Youth in Action, een programma waarbij
ouders en kinderen. Ook hier gaven Noorse, Zweedse en
jongeren van 13 tot 30 jaar de kans krijgen te participeren in
Triple P
buitenlandse samenlevingen door middel van uitwisselingen,
vrijwilligerswerk en andere internationale projecten. In de
Evenals in vorige jaren werd er ook in 2013 gewerkt aan een
eerste subsidieronde van 2013 ontvingen 85 Nederlandse
brede verspreiding van Triple P. Inmiddels hebben 204
jongerenprojecten subsidie van dit Youth in Action-
gemeenten in Nederland gekozen voor de invoering van dit
programma. Nooit eerder werd aan zoveel projecten
opvoedprogramma en zijn ruim 13.000 professionals
subsidie toegekend in één subsidieronde. In heel de Europese
getraind. Het Nederlands Jeugdinstituut geeft advies en
Unie namen in 2013 circa 1.800 jongeren en jongerenwerkers
ondersteuning bij de implementatie van Triple P in deze
deel aan internationale jongeren­uitwisselingen, lokale
gemeenten en regio’s, maar ook in instellingen die met dit
jongereninitiatieven, Europees vrijwilligerswerk en Europese
opvoedprogramma werken. Er gebeurde meer. Sinds begin
trainingen. Ruim 700 kwamen er uit Nederland. Half
2013 is de Triple P module Family Transitions beschikbaar
december was er een feestelijke bijeenkomst in Utrecht
in Nederland, bedoeld voor gescheiden ouders. In 2013
omdat Youth in Action omgedoopt werd tot Erasmus+
vonden in totaal 27 oudercursussen plaats. Verder startten
Jeugd. Erasmus+, het nieuwe EU-subsidieprogramma voor
we met de landelijke implementatie van de zogenaamde
onderwijs, jeugd en sport, vervangt de huidige programma’s
Tienerlezingen. In deze lezingen krijgen ouders van tieners
Youth in Action (jeugd) en Leven Lang Leren (onderwijs).
informatie over onder meer de sociale betrokkenheid van
Het programma loopt van 2014 tot en met 2020. Het
tieners, hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. In
Nederlands Jeugdinstituut zal delen van dit programma
2013 is er daarnaast een landelijke monitor Triple P
beheren.
beschikbaar gekomen. Door middel van deze monitor krijgen
we steeds meer zicht op de mate van uitvoering van Triple P
en de resultaten in de praktijk. Tenslotte ontwikkelden we in
Eurodesk
samenwerking met Triple P International een vernieuwde
In 2013 boden we wederom informatie over Europese
website voor ouders: www.positiefopvoeden.nl. Deze
subsidiemogelijkheden en Europese en internationale
werd gelanceerd in oktober 2013 tijdens de Week van de
beleidsontwikkelingen via Eurodesk. Dit is een informatie­
Opvoeding.
dienst over Europa voor jongeren van 15 tot 25 jaar en
beroepskrachten die met jongeren werken. Eurodesk geeft
Alert4you
informatie over school en studie, stages, uitwisselingen,
vrijwilligers- en (vakantie)werk, wonen en reizen in Europa.
Sinds een aantal jaren ondersteunen we de uitvoering en
monitoring van het programma Alert4you, een programma
voor pedagogische medewerkers in de kinderopvang met als
Subsidieregeling SBOS
doel om kinderen met problemen of opvallend gedrag sneller
SBOS staat voor de Subsidiefaciliteit voor Burgerschap en
te helpen. Vroegsignalering, goede ondersteuning en adequate
Ontwikkelingssamenwerking, een programma van het
doorverwijzing kunnen de kansen van die kinderen vergroten.
Ministerie van Buitenlandse Zaken gericht op het vergroten
Alert4you is gericht op een betere samenwerking tussen
van mondiaal burgerschap in de Nederlandse samenleving,
kinderopvang en experts in de instellingen voor Jeugd &
met name onder jongeren. In 2013 konden geen nieuwe
Opvoedhulp. Professionals uit die instellingen worden bij het
subsidieaanvragen worden ingediend, maar monitorden we
programma ingezet als coach voor pedagogisch medewerkers,
zo’n dertig lopende programma’s en projecten. Voorbeelden
als sparringpartner voor stafmedewerkers, als trainer of als
van lopende programma’s zijn Clublinking van de KNVB en
collega. Vanaf 2012 monitort het Nederlands Jeugdinstituut
Rank a Brand. Het Nederlands Jeugdinstituut voert deze
negen pilots van Alert4you in de Buitenschoolse opvang
subsidieregeling samen uit met PwC en Wilde Ganzen.
15
16
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Veilig opgroeien
3
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Veilig opgroeien
Veilig opgroeien
De aandacht voor veilig en gezond opgroeien van kinderen is de laatste jaren fors
toegenomen. Het Nederlands Jeugdinstituut doet al jaren onderzoek, monitort
ontwikkelingen en verspreidt kennis over veilig en gezond opgroeien en de aanpak van
kindermishandeling. Vanaf 2013 richten we ons ook op veilig opgroeien in andere contexten,
met name gezinsvervangende opvoedsituaties, school en de kinderopvang.
De afgelopen jaren kwam een aantal ernstige zaken rondom
aanpak kindermishandeling 2012-2016 van de ministeries
kindermishandeling en seksueel misbruik van kinderen aan
van VWS en (VenJ). Het beschermen van kinderen is geen
het licht. Er verschenen ook de nodige onderzoeksrapporten
taak van specifieke instanties en professionals alleen.
waaronder dat van de commissie-Samson, die onafhankelijk
Veilig opgroeien is een maatschappelijke opgave. Ouders,
onderzoek deed naar de aard en omvang van seksueel mis­
opvoeders in de buurt, de kinderopvang, school en
bruik van minderjarigen die onder verantwoordelijkheid
instellingen die hulp en zorg geven aan kinderen zijn samen
van de overheid in instellingen of pleeggezinnen zijn
verantwoordelijk voor het bieden van een veilig opgroei­
geplaatst in de periode van 1945 tot nu. Daarnaast is er
klimaat en waar nodig het tijdig signaleren en verhelpen van
toenemende aandacht voor pestgedrag op scholen. Vanuit
(mogelijk) onveilige situaties zoals kindermishandeling en
de politiek is aange­geven dat dit beter en effectiever moet
pesten. Om onveilige opgroeisituaties goed aan te pakken
worden aangepakt.
dienen alle opvoeders rondom een kind voldoende kennis en
instrumenten te hebben om op tijd een onveilige situatie te
Veilig opgroeien als
maatschappelijke opgave
herkennen en indien nodig adequaat te kunnen ingrijpen.
Om dit voor elkaar te krijgen is bovenal bewustwording en
een integrale aanpak nodig. Het Nederlands Jeugdinstituut
Kinderen en jongeren hebben een veilige opvoedings­omgeving
droeg hier in 2013 wederom aan bij door het verspreiden van
nodig om gezond en veilig op te groeien. Dit vraagt om een
valide kennis, het doen van onderzoek, het ontwikkelen van
stabiele pedagogische basis in verschillende domeinen:
richt­lijnen en instrumenten en het uitvoeren van advies- en
thuis en in het omringende netwerk, in gezins­vervangende
ondersteuningstrajecten. In 2013 richtten we ons in eerste
opvoedsituaties, maar ook in de kinderopvang, op school en
instantie op de domeinen gezin, school, kinderopvang en
bij vrijetijdsbesteding. Veilig opgroeien is helaas niet voor
instellingen voor kinderen en jongeren.
alle kinderen en jongeren vanzelfsprekend. Naar schatting is
3,4 procent van de jeugd slachtoffer van kindermishandeling
of getuige van huiselijk geweld. Kinderen en jongeren in
AMHK
jeugdzorginstellingen lopen circa 2,5 keer meer kans om
Kindermishandeling en huiselijk geweld liggen vaak in
misbruikt te worden door leeftijds­genoten of hulpverleners
elkaars verlengde. Daarom besloot het kabinet Rutte dat
dan gemiddeld en ruim 10 procent van de basisschool­
ook de aanpak van deze twee vormen van geweld beter uit
leerlingen en 6,4 procent van de middel­bare scholieren
een hand kan komen. Alle gemeenten moeten vanaf 2015 een
wordt gepest. Met de onder­tekening van het Internationaal
regionaal Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kinder­
Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) van de
mis­handeling (AMHK) hebben. Om dat te bereiken worden
Verenigde Naties heeft Nederland zich verplicht tot het
de functies van de Advies- en Meldpunten Kindermishande­
nemen van maatregelen gericht op het voorkómen, vroegtijdig
ling (AMK’s) en de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG’s)
signaleren, melden en behandelen van kindermishandeling.
samengevoegd. Het Nederlands Jeugdinstituut liep vooruit
Dit is concreet uitgewerkt in ‘Kinderen Veilig’, het actieplan
op deze gezamenlijke aanpak door ons programma aanpak
17
18
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Veilig opgroeien
“Besteed niet alleen aandacht
aan de preventie- en
opvoedingskant, maar ook
aan bijvoorbeeld interventies
die gezond en veilig opgroeien
borgen in kwetsbare gezinnen
en gezinnen at risk.” gebruiker
kennis en vaardigheden al vroeg worden geleerd, het liefst
al in de opleiding van mensen die met kinderen te maken
hebben, zoals pedagogische begeleiders in kindercentra,
maar ook leerkrachten en maatschappelijk werkers. Het
Nederlands Jeugdinstituut bracht daarom met enkele andere
kennisinstituten in kaart hoeveel aandacht er in de initiële
beroepsopleidingen (mbo- en hbo-beroepsopleidingen)
wordt besteed aan huiselijk geweld en kindermishandeling.
Met MOVISIE startten we vervolgens een traject om deze
opleidingen te ondersteunen bij het verbeteren van hun
opleidingsaanbod.
kindermishandeling te verbreden. We zijn hiervoor in 2013
Positie van de jeugdbescherming
nauwer gaan samenwerken met kennisinstituten waarvan
Na 2015 worden gemeenten ook verantwoordelijk voor de
de medewerkers deskundig zijn op aanpalende gebieden,
uitvoering van kinderbeschermings- en jeugdreclasserings­
zoals kennisinstituut voor maatschappelijke ontwikkeling
maatregelen. Gemeenten zoeken naar de meest effectieve
MOVISIE.
manieren om de jeugdbescherming een plek te geven in het
nieuwe jeugdstelsel. De aansluiting bij buurt- of wijkteams
Monitor Aanpak
Kindermishandeling
In de voorgaande jaren werkte het Nederlands Jeugd­
is daarbij een belangrijk aandachtspunt, evenals het inzetten
op eigen kracht en het gebruik van sociale netwerken. In
2013 beschreven wij de modellen en werkwijzen die in
verschillende gemeenten hiervoor ontwikkeld werden.
instituut aan de Monitor Aanpak Kindermishandeling.
Hiermee konden gemeenten onder meer informatie krijgen
over het aantal onderzoeken en adviezen van de Advies-
Mulock Houwer-lezing
en Meldpunten Kindermishandeling, het aantal betrokken
Opgroeien is een proces van vallen en opstaan, van
kinderen bij kindermishandeling, maar ook een schatting
beschermen en loslaten. En dat geldt in feite ook voor
van het aantal kinderen en jongeren dat met kinder­mis­
opvoeden. Maar met het ‘loslaten’ van ouders en mede-
handeling te maken krijgt in de betreffende gemeente.
opvoeders staat ook altijd de deur meer op een kier voor
Op basis van de verkregen gegevens konden ze een integraal
mishandeling. Honderd procent veiligheid is nul procent
beleid ontwikkelen. Met de monitor konden ze tevens
eigen kracht. In sommige gevallen lijkt het noodzakelijk
beleidsontwikkelingen bijhouden, effecten van het beleid
om kinderen toch uit huis te plaatsen of om met ‘drang en
volgen en waar nodig bijsturen. In 2013 werkten we hard
dwang’ ervoor te zorgen dat ouders hulp aanvaarden. Deze
aan het ombouwen van de monitor tot een dashboard: een
paradox van ‘eigen kracht’ versus ‘drang en dwang’ in de
besloten website waarmee helder en snel alle informatie
aanpak van kindermishandeling was het centrale thema in
zichtbaar is. 21 gemeenten deden mee in 2013 aan een pilot
de jaarlijkse Mulock Houwer-lezing, die in november 2013
waarin ze ervaring opdeden met de monitor. Deze pilot loopt
georganiseerd werd door het Nederlands Jeugdinstituut
door in 2014. De bedoeling is dat de monitor uitgebreid
samen met het Kinderrechtenhuis. De lezing werd gegeven
wordt naar de aanpak huiselijk geweld zodat er aansluiting
door Prof. dr. Herman Baartman.
is bij de nieuwe ontwikkeling waarin regio’s een Advies- en
meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK)
moeten hebben. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft de
Congres
monitor ontwikkeld in opdracht van de Bernard van Leer
In de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling
Foundation, die de middelen ervoor beschikbaar stelde.
zijn er diverse inzichten en andere manieren van werken.
Dat zorgt samen met de discussie over de transitie en
Aandacht in initiële
beroepsopleidingen
transfor­matie voor heftige debatten en veel dynamiek in
de sector. Deze thematiek stond centraal op het Landelijk
congres Huiselijk geweld en Kindermishandeling in
Signaleren van kindermishandeling is niet altijd eenvoudig.
november 2013 dat we samen met MOVISIE en de VNG
Er is nu wel een verplichte meldcode als professionals
organiseerden. Dit congres luidde het begin in van de
vermoeden hebben van kindermishandeling, maar de vraag
‘Week van Kinderen Veilig’. Er waren meer dan 600 mensen
is hoe je de juiste (vervolg)stappen neemt. Van belang is dat
aanwezig, waarvan circa 150 gemeenteambtenaren.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Veilig opgroeien
Veiligheid op school
Niet alleen thuis, maar ook op school moet het zo veilig
mogelijk zijn voor kinderen en jongeren. Er is de afgelopen
jaren veel aandacht voor pesten op school. Her en der zijn
diverse anti-pestprogramma’s in omloop. Niet altijd zijn
deze programma’s effectief of geschoeid op een leest van
evidence based kennis. Het is dan ook voor scholen niet
eenvoudig om te kiezen voor het beste en meest bij hen
passende anti-pest­programma. In opdracht van het
ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
is het Nederlands Jeugd­instituut in 2013 aan de slag gegaan
met het ontwikkelen van criteria om anti-pestprogramma’s
te beoordelen op effectiviteit.
Hulp na kindermishandeling
Er is in de afgelopen jaren slechts een beperkt aantal
effectieve hulp- en ondersteuningsprogramma’s ontwikkeld
die kindermishandeling kunnen doen stoppen. Hetzelfde
geldt voor hulpprogramma’s om de gevolgen voor
mishandelde kinderen te beperken en schade te herstellen.
Het Nederlands Jeugdinstituut wil graag een goed aanbod
helpen te ontwikkelen. Wij hebben daarvoor een kenniskring
georganiseerd waar professionals uit de jeugdzorg en de
jeugd-ggz samen rondom de tafel zaten om te kijken naar
gedeelde uitgangspunten voor zo’n hulpaanbod en hoe de
expertise uit beide sectoren elkaar kan versterken om zo’n
beter hulpaanbod te realiseren.
Over de grens
In 2013 haalden we de Britse expert Arnon Bentovim naar
Nederland voor een lezing. Dr. Bentovim heeft veertig jaar
ervaring als kinder- en jeugdpsychiater als het gaat om
kindermishandeling en de behandeling van trauma’s die
hieruit voorkomen. Meer Britse ervaringen werden gedeeld
met Nederlandse professionals door een programma op het
gebied van het leren van voorvallen. Dit is een methode uit
het Verenigd Koninkrijk waarbij na een voorval waarbij de
veiligheid van een kind in het geding was, samen met alle
betrokken instellingen gereconstrueerd werd hoe het zover
had kunnen komen. Centrale vraag daarbij: wat kunnen we
hiervan leren? Sheila Fish, Brits expert als het gaat om deze
methode, heeft een aantal mensen opgeleid om deze methode
in Nederland uit te voeren en te begeleiden.
19
20
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Effectiviteit en vakmanschap
4
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Effectiviteit en vakmanschap
Effectiviteit en vakmanschap
Het nieuwe jeugdstelsel kan pas duurzaam effect hebben als professionals vakman of vrouw
zijn: ze weten wat werkt en hebben de juiste instrumenten om kinderen en gezinnen optimaal
te ondersteunen en te begeleiden. In 2013 droeg het Nederlands Jeugdinstituut volop bij aan
zowel het versterken van effectiviteit van het jeugdstelsel als het verbeteren van het
vakmanschap van de mensen die er werken.
Als het gaat om het ondersteunen van kinderen en opvoeders
versterking van de beroeps­vorming. We deden dat onder
bij opvoed- en opgroeiproblemen spelen professionele
meer door het verstrekken van informatie over en onder­
beroeps­krachten een centrale rol. Het gaat daarbij om
steunen van goede bij- en nascholings­trajecten, het definiëren
profes­sionals in alle lagen en sectoren die te maken hebben
van wat nu de diverse beroepen eigenlijk inhouden, het
met kinderen: de pedagogische basisvoorzieningen ofwel
inventariseren van de kennis die aanwezig is bij professionals
‘basis­voorzieningen’ (scholen, kinderdagverblijven, het
en het ontwik­kelen en invoeren van effectieve instrumentaria
sport- en jongerenwerk), de eerste lijn (Centra voor Jeugd en
voor beroeps­krachten, zoals richtlijnen. We richtten ons
Gezin, jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen, pedagogen en
tevens op de versterking van de betrokken beroeps­
psychologen) en natuurlijk de professionals in de speciale
verenigingen, brancheorganisaties en bestuurders.
jeugdhulp en zorg. De jeugdsector is snel aan het veranderen.
Dat vraagt andere competenties van professionals. Het is
noodzakelijk dat ze weten wat werkt, dat ze kunnen reflec­
Effectiviteit
teren op de vraag welke zorg het beste aansluit bij de vraag
Het Nederlands Jeugdinstituut gaat al jaren uit van ‘wat
van kinderen en ouders en dat zij hierover met hen in dialoog
werkt’. Dat doen we als het gaat om professionalisering van
gaan. Hiervoor is het nodig dat professionals bij blijven, zich
beroepskrachten: een professional kan immers pas echt goed
afvragen welke resultaten zij behalen met hun zorg en hoe
zijn werk doen als hij bruikbare effectieve methoden en
deze resultaten te verbeteren zijn. Nodig is eveneens dat zij
instrumenten heeft. Maar dat doen we ook als het gaat om de
een ‘leven lang leren’ om zo de juiste ondersteuning te bieden
transitie en transformatie: hoe gaat dat op de beste werkende
aan nieuwe generaties kinderen en jongeren. Het Nederlands
wijze? En dat doen we voor de basisvoorzieningen en de
Jeugdinstituut leverde in 2013 wederom een bijdrage aan de
eerste en tweede lijn. Het Nederlands Jeugdinstituut beheert
diverse databanken waarin methoden, werkwijzen en
“Het zou goed zijn om een
verbinding te leggen tussen
effectiviteit en het werken in
schuivende werkomstandigheden.
De transitie brengt bij gemeenten
een andere structuur met zich mee,
waarbij oog voor effectiviteit niet
altijd prioriteit heeft.” gebruiker
interventies op diverse terreinen staan, van de kinderopvang
tot de jeugdzorg. Professionals, maar ook gemeenten, kunnen
die databanken inzien. Zodat zij altijd weten welke werkwijzen
evidence based zijn en daadwerkelijk effect hebben.
Samen met diverse partners beheren we bijvoorbeeld de
databank Effectieve Jeugdinterventies. In 2013 bevatte die
databank 214 programma’s voor hulp bij problemen met
opgroeien en opvoeden voor zowel basisvoorzieningen als
eerste- en tweedelijnsvoorzieningen. Deze interventies zijn
door een onafhankelijke erkenningscommissie beoordeeld en
erkend als goed onderbouwd of effectief. Daarnaast werden,
in opdracht van derden, verschillende interventies die
momenteel uitgevoerd worden in de basisvoorzieningen,
21
22
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Effectiviteit en vakmanschap
eerste en tweede lijn, ondersteund bij de doorontwikkeling
Gemeenten kunnen met die indicatoren aanbieders aansturen.
en beschrijving, om zo de effectiviteit te vergroten.
In 2013 is hard gewerkt aan de voltooiing van de set prestatie-
Beslissen over effectieve hulp
indicatoren voor de Centra voor Jeugd en Gezin. Zes
regiogemeenten hebben in pilots, in tijden van transitie, een
In de jeugdzorg krijgen hulpverleners te maken met
jaar gewerkt aan het uittesten van de prestatie-indicatoren.
indicatie­stellingen. Maar wat zijn nu effectieve manieren
Voor de verdere implementatie en benutting van prestatie-
om te beoordelen wat er aan de hand is in een gezin en te
indicatoren voor effectieve jeugdzorg is een hand­leiding
beslissen welke hulp daarbij het meest succesvol is? Het
gemaakt voor aanlevering van gegevens. Er zijn beslisregels
Nederlands Jeugdinstituut deed onderzoek naar het proces
en voorbeeldrapportages beschreven en er is een eerste
van indicatiestelling in de jeugdzorg. In 2013 verscheen het
versie van een mogelijk dashboard ingericht. Dit vergroot de
onderzoeksrapport Beslissen over effectieve hulp: wat werkt
praktische toepassingsmogelijkheden van het werken met
in indicatiestelling? Hierin wordt beschreven wat kenmer­
prestatie-indicatoren en versterkt het lerend vermogen van
kend is voor een effectief verlopende indicatiestelling.
instellingen.
Matchen vraag en aanbod
de vraag naar jeugd- en opvoedhulp en het aanbod. In het
Samenwerkingsverband Effectieve
Jeugdzorg Nederland
kennispraktijknetwerk matching vraag-aanbod werd een
Al sinds een aantal jaren voert het Nederlands Jeugdinstituut
antwoord gezocht op de vraag wat de meest voorkomende
het projectsecretariaat uit van het Samenwerkingsverband
vragen en problemen onder jeugd zijn en of dit correspondeert
Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN). Dit is een ‘lerend
met het aanbod dat er is. Omdat in het nieuwe jeugdstelsel
platform’ van meer dan dertig jeugdzorginstellingen en
gemeenten eindverantwoordelijk worden voor alle jeugd is
onderzoekpartners uit heel Nederland. Deelnemers aan het
het belangrijk dat gemeenten weten welk aanbod aan hulp
SEJN verbinden onderzoek, beleid en praktijk aan elkaar en
en zorg aanwezig is en wat dat aanbod nu precies inhoudt.
wisselen ervaringen uit. Per jaar organiseert het SEJN twee
Het Nederlands Jeugdinstituut hielp gemeenten in 2013 met
effectiviteitsplatforms. Dit zijn landelijke bijeenkomsten
een analyse van dat aanbod. Zo ontwikkelden we een digitale
waarin praktijk, beleid en onderzoek bij elkaar komen. De
tool voor het maken van een aanbodanalyse en testten deze
bijeenkomsten zijn bedoeld voor SEJN-partners en SEJN-
in 2013 uit in de regio’s Cuijk en Holland Rijnland. Dit gaf
deelnemers en zijn ter kennismaking met het SEJN ook
deze regio’s zicht op het bestaande aanbod op de top tien
eenmalig door niet-leden te bezoeken. De opzet van de
van meest voorkomende problemen en de top zes van meest
effectiviteitsplatforms kennen het principe van ‘halen’ en
voorkomende opvoed­vragen. In 2013 ontwikkelden we
‘brengen’ zodat een actieve uitwisseling van kennis en
daarnaast voor gemeenten en zorgaanbieders twee blauw­
ervaring ontstaat (lerend systeem). Ook in 2013 vonden
drukken rondom het program­meren van een werkend
deze bijeenkomsten plaats.
Meer effectiviteit gaat ook over een betere afstemming tussen
zorgaanbod. Deze blauwdrukken bevatten bevat preventieen zorgarrangementen rond de thema’s van enkelvoudig
opvoedingsprobleem tot multiprobleemsituatie, van dwars
Professionalisering Jeugdzorg
gedrag tot gedrags­stoornis en van opvoedingsverlegenheid
In 2010 werd de eerste fase van een uitgebreid actie­
tot multiproblema­tiek. Ze laten zien welke bestanddelen
programma voor de verdere professionalisering van
ervan echt werken.
beroepskrachten in de jeugdzorg: het Actieplan
Professionalisering Jeugdzorg, afgesloten. Het
Prestatie-indicatoren Centra
Jeugd en Gezin
actieprogramma werkte onder meer aan de versterking
van de beroepsverenigingen, de verbetering van de
mogelijkheden voor scholing en bijscholing en de invoering
Professionals, aanbieders van jeugd en opvoedhulp, maar
van tuchtrecht. In de jaren erna is hier verder op gebouwd
ook gemeenten kunnen met prestatie-indicatoren zicht
met een plan van uitvoering, waarin onder meer de
krijgen op de effectiviteit van hun beleid of hun handelen.
registratie van professionals in een beroepsregister beoogd
“Ik zie voor het Nederlands Jeugdinstituut een verbindende rol bij het
versterken van professionalisering in de jeugdzorg. In de verschillende
onderdelen van de jeugdzorg is het nu nog te versnipperd, vind ik.” klant
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Effectiviteit en vakmanschap
“Hoe kunnen we het ‘nieuwe’
vakmanschap vormgeven voor
professionals die na de
stelselwijziging aan de slag
moeten?” gebruiker
implementatie van de richtlijnen na autorisatie. In dit kader
is in 2013 een eerste pilot uitgevoerd voor verspreiding van
de richtlijnen met de organisatie van een gratis webinar, een
live seminar via het internet voor jeugdzorgwerkers over de
Richtlijn Ernstige gedragsproblemen.
Meer samenhang
In 2013 is gewerkt aan meer samenhang tussen de verschil­
lende activiteiten binnen het Nederlands Jeugdinstituut
wat betreft effectiviteit en vakmanschap. Kennisprojecten
werd. Dit Implementatieplan Professionalisering Jeugdzorg
en databanken leverden meer kennis aan voor de praktijk.
loopt van 2011 tot 2014. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft
En met het veld kwam meer uitwisseling op gang via onder
in dit grootschalige professionaliseringstraject de rol van
andere kennispraktijknetwerken. Zo is bijvoorbeeld de
programmacoördinator en secretaris van de stuurgroep.
databank Effectieve Jeugdinterventies intensief gebruikt
In mei van vorig jaar zag de voortgangsrapportage ervan
bij het ontwikkelen van de richtlijnen voor de jeugdzorg.
het licht. Ook ontwikkelden en implementeerden wij de
En hebben we op basis van eerdere doelgroep­analyses een
Monitor Professionalisering. Deze monitor is bedoeld om
databestand ontwikkeld waarin gegevens van ruim 600
inzicht te geven in de voortgang van het professionalisering­
kinderen en jongeren zijn opgenomen wat betreft hun
traject in de organisatie. De monitor levert daarnaast allerlei
kenmerken, problemen en zorgbehoeften. Dit databestand
gegevens op over hoe professionals tegen verschillende
is benut door ons programma Veilig opgroeien om meer zicht
aspecten van professionalisering aan kijken. Denk daarbij
te krijgen op kenmerken, problemen en zorgbehoeften van
aan vakbekwaamheid, beroepstrots en de autonomie die
mishandelde kinderen.
professionals ervaren. Instellingen kunnen deze monitor
inzetten om te kijken hoever ze zijn met professionalisering.
Richtlijnen
In de jeugdzorg dienen professionals zo effectief en zorgvuldig
mogelijk te handelen. Een praktisch hulpmiddel hierbij is
een richtlijn: een aanwijzing voor het handelen van een
beroepskracht. Een richtlijn bevat opvattingen over hoe te
handelen en is gebaseerd op wetenschappelijke kennis over
wat werkt (evidence based), praktijkkennis van professionals
(practice based) en voorkeuren van cliënten (clientbased). In
2012 nam het Nederlands Jeugdinstituut in opdracht van de
beroepsverenigingen NIP, NVO en NVMW de programma­
coördinatie van de Richtlijnontwikkeling voor de jeugdzorg
op zich. Er zullen in totaal veertien richtlijnen tot stand
komen in de periode 2011 tot 2015. Ze worden ontwikkeld
door diverse kennisinstituten. Het Nederlands Jeugdinstituut
neemt er acht voor zijn rekening. In 2013 werd de eerste
richt­lijn – de Richtlijn Ernstige gedrags­problemen –
geautoriseerd door de beroepsverenigingen. Voor de
ontwikkeling van de richtlijnen wordt nauw samengewerkt
met het veld zowel als het gaat om het ontwikkelen van teksten
en aanbevelingen, maar ook als het gaat om de praktische
toepasbaarheid: de richtlijnen worden nauwgezet uitgetest in
de praktijk. Deze proefimplementaties vormen een belangrijk
bestanddeel van de ontwikkeling van de richtlijnen en worden
begeleid door het Nederlands Jeugdinstituut. Daarnaast
draagt het Nederlands Jeugdinstituut samen met het
Programma Richtlijnen Jeugdzorg zorg voor de landelijke
23
24
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Kennis delen
5
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Kennis delen
Kennis delen
Kennis is ons fundament. Onze kennis moet goed opgeslagen, vindbaar en doorzoekbaar zijn.
Bovendien moet onze kennis uitnodigen tot méér. Tot verrijken, tot verbinden, tot analyseren.
We willen van de jeugdsector een collectief lerende sector maken. In 2013 hebben we daarom
onze kennisinfrastructuur onder handen genomen. Ook zochten we de interactie met onze
stakeholders op door het lanceren van Kennisnet Jeugd, hét digitaal platform voor de
jeugdsector.
Kennisinfrastructuur
zoeken: selecteren op specifieke kenmerken. Ook biedt het
In 2013 is achter de schermen hard gewerkt aan
nieuwe systeem mogelijkheden om de website te verbeteren
verbeteringen in de kennisinfrastructuur. Het instituut heeft
voor mobiel gebruik.
informatiemanagers aangesteld. Zij spelen een belangrijke
rol bij het (door)ontwikkelen van kennisproducten. Signalen
uit het veld en behoeften van professionals, nemen infor­
Kennisnet Jeugd
matie­managers zo veel mogelijk mee. Alle kennis die in de
In mei zag Kennisnet Jeugd het levenslicht. Het digitaal
verschillende databanken zit, is onder­gebracht in
platform waar beleidsmakers en professionals uit de jeugd­
verschillende kenniscollecties binnen het Virtueel
sector kennis met elkaar uit kunnen wisselen. In een half
Samenwerkingsplatform (VSP). De site www.nji.nl trok
jaar tijd meldden zich 1400 deelnemers aan en wisten bijna
meer dan 900.000 unieke bezoekers. Ten opzichte van 2012
30.000 unieke bezoekers Kennisnet Jeugd te vinden.
zijn dit 200.000 bezoekers meer. Alle websites die het
Klanten en gebruikers geven Kennisnet Jeugd een score van
Nederlands Jeugdinstituut in 2013 actief beheerde, komen
7,6 op tevredenheid. Via Kennisnet Jeugd kunnen wij als
in totaal uit op meer dan 1,3 miljoen unieke bezoekers.
Nederlands Jeugdinstituut efficiënter en effectiever met onze
Klanten en gebruikers zijn tevreden met de website. Zij geven
doelgroepen communiceren. We kunnen hen kennis op maat
de site op basis van het in 2013 gehouden klantonderzoek
leveren en bovendien directer op hun behoeften reageren.
(zie Hoofdstuk 6) een 7,7. Ook scoren de databanken (7,7)
Ook vergroot Kennisnet Jeugd de mogelijkheden voor
en de dossiers (7,9) hoog op tevredenheid. De databank
participatie en co-creatie. Deelnemers kunnen hun mening
Instrumenten en richtlijnen (129.750 unieke bezoekers),
en ervaring kwijt in discussies en blogs of kunnen met elkaar
gevolgd door de databank Cijfers over jeugd en opvoeding
samen werken aan kennis in open of besloten werkgroepen.
(88.494 unieke bezoekers) en de databank Effectieve
Jeugdinterventies (79.573 unieke bezoekers) trekken van alle
In 2013 concentreerde Kennisnet Jeugd zich inhoudelijk op
databanken de meeste bezoekers. Best bezochte dossier is het
de transitie en transformatie van het jeugdstelsel. De gevoerde
dossier Kindermishandeling (45.060 unieke bezoekers), op
discussies zijn levendig. In 2013 werd bijvoorbeeld veel
de voet gevolgd door het dossier Transitie jeugdzorg (31.050
unieke bezoekers) en dossier Kinderopvang (28.659 unieke
bezoekers). In 2013 is de website gemigreerd naar de
nieuwste versie van Smartsite, het content-managementsysteem, genaamd iXperion. Deze migratie was noodzakelijk
om de zoekfunctie op de website te verbeteren. Het
Nederlands Jeugdinstituut kan kennis in databanken en
dossiers nu beter ontsluiten door de intro­ductie van facet-
“Zet de ingezette lijn van openheid
en toegankelijkheid voort.
Dat past namelijk precies in het
nieuwe denken!” klant
25
26
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Kennis delen
uitgewisseld over de plek van specialistische hulp in het
onze LinkedIn-groep veel te doen is geweest dit jaar zijn:
jeugdstelsel en over het verlenen van evidence based
transitie/transformatie, pesten/anti-pesten, zelfdoding
zorg. Er werden meer dan 60 blogs gepubliceerd over
onder jongeren, uithuisplaatsing en pleegzorg/pleeggezin.
verschillende onderwerpen.
Best gelezen blogs op Kennisnet Jeugd
Aantal keer gelezen
‘Hoeveel ggz-professionals mochten
meedenken over de transitie jeugdzorg?’
2.398
‘Vraagt u al om evidence based zorg?’
2.138
‘Stoornis een excuus? Graag meer kennis
en begrip!’
2.344
​ ieuwsbrief Jeugd
N
In het klantonderzoek spant de wekelijkse digitale
Nieuws­brief Jeugd de kroon met een gemiddeld cijfer van
8,2 op tevredenheid. De Nieuwsbrief Jeugd verscheen in
2013 46 keer. In totaal werden 471 berichten geschreven
en verspreid. Het aantal abonnees nam toe tot 25.653.
Zij brachten 320.000 bezoeken aan nieuwspagina’s, met een
totaal van circa 538.000 paginaweergaves. Twee berichten
In 2013 startten deelnemers 24 werkgroepen. Bijvoorbeeld
zijn in 2013 elk ongeveer 6.000 keer gelezen. Gemiddeld is
over wijkteams, waarin deelnemers kennis verzamelen over
een bericht 980 keer gelezen.
generalistisch werken. Of de werkgroep ‘Indicatoren, voor
transformatie’. Deelnemers wisselen kennis en ervaringen uit
over (de ontwikkeling van) indicatoren waarmee resultaten
van de transformatie de komende jaren zichtbaar gemaakt
kunnen worden. Ook zijn er diverse besloten werkgroepen
geopend, die vaak onderdeel zijn van bestaande activiteiten.
Zoals de werkgroep kenniskring ‘Hulp na kindermis­
handeling’, een werkgroep vanuit een gehouden conferentie
voor samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs of de
werkgroep vanuit het Samenwerkingsverband Effectieve
Jeugdzorg Nederland (SEJN).
Sociale media
De sociale mediakanalen van het Nederlands Jeugdinstituut
namen in 2013 een vlucht. Op Twitter behoorde @HetNJi
met 12.441 volgers tot de Twitter top 2000 van Nederland.
Op LinkedIn hebben we aan de LinkedIn-groep Nederlands
Jeugdinstituut 8.028 leden aan ons weten te binden. Voor
beide kanalen een enorme groei. Samen met die groei, vond
vooral op Twitter steeds meer interactie plaats. Voor het
Nederlands Jeugdinstituut is Twitter niet meer een eenzijdig
kanaal, waarop we ofwel zenden ofwel monitoren wat in het
werkveld gebeurt. Integendeel, onze volgers praten terug.
Via Twitter stellen diverse professionals dagelijks vragen of
geven ze opmerkingen bij de kennis die wij verspreiden.
Medewerkers van het Nederlands Jeugdinstituut voorzien
deze vragen of opmerkingen zo snel mogelijk van passende
antwoorden. Onderwerpen waarover op Twitter en binnen
“De Nieuwsbrief Jeugd is voor mij
regelmatig de trigger om verder te
neuzen op de site.” klant
Top 3 meest gelezen berichten
Nieuwsbrief Jeugd 2013
‘Behandeling Jeugdwet in Eerste
Kamer uitgesteld’
Paginaweergaves
6.314
William Schrikker Groep onder
verscherpt toezicht
5.996
Compliment werkt soms averechts
bij laag zelfbeeld
4.760
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Kennis delen
27
28
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Personeel en organisatie
6
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Personeel en organisatie
Personeel en organisatie
In 2013 voerde het Nederlands Jeugdinstituut volgens plan de reorganisatie door. Daarbij
nam het instituut via een sociaal plan afscheid van 13 collega’s. Vanaf begin 2013 voerden
medewerkers hun werkzaamheden uit binnen de nieuwe organisatiestructuur, passend bij
de gestelde doelen voor de toekomst: het creëren van meer maatschappelijk rendement,
het versterken van de verbinding tussen kennis en praktijk en het goed kunnen inspelen op
ontwikkelingen in de buitenwereld.
Genoemde ontwikkelingen vragen om een andere invulling
duurzame inzetbaarheid (met oog voor in-, door- en
van het personeelsbeleid. In 2013 zijn daarom de eerste
uitstroom), diversiteit, flexibiliteit en ontwikkeling. Het
stappen gezet naar een strategisch personeels- en formatie­
Nederlands Jeugdinstituut wil zijn medewerkers strakker
beleid. Resultaten uit het medewerkers­tevreden­heids­
sturen op de te behalen resultaten. Daartoe is in 2013 de
onderzoek dat in 2013 plaatsvond, zijn hierin meegenomen.
beoordelingssystematiek aangepast. Ook zijn er aanpas­
Tien medewerkers van het Nederlands Jeugdinstituut stelden
singen doorgevoerd in het arbo- en verzuimbeleid, in lijn met
zich begin november kandidaat voor de ondernemingsraad.
het zo optimaal mogelijk inzetten van onze medewerkers.
Na verkiezingen startte de zeven­koppige ondernemingsraad
Het Nederlands Jeugdinstituut richt zich op het bevorderen
begin december in de nieuwe samenstelling. Na een
van een gezonde, vitale en motiverende werkomgeving.
succesvolle audit is het ISO 9001 certificaat verlengd. Eind
Oftewel: het vitaal hebben en houden van medewerkers om
2013 vond een klantonderzoek plaats. Dat onderzoek leidde
in een prettige werksfeer goed werk en goede resultaten te
eveneens tot een positief resultaat.
kunnen leveren, nu en in de toekomst. Zowel de organisatie
als de medewerker neemt verantwoordelijkheid voor eigen
Strategisch personeels- en
formatiebeleid
gezondheid en welzijn.
Het Nederlands Jeugdinstituut heeft medewerkers nodig die
Personeel in feiten en cijfers
ondernemend, taak- en resultaatverantwoordelijk, klant- en
De personele omvang van het Nederlands Jeugdinstituut
organisatiegericht, verbindend en vitaal zijn. Vanuit de
daalde in 2013 van 131 medewerkers (107,12 fte) naar 122
organisatie vraagt dit om aandacht voor onder andere
(100,32 fte). Daarnaast waren 10 werknemers in dienst op
basis van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde
“Ik heb vooral veel waardering voor
de expertise en bevlogenheid van
de mensen van het Nederlands
Jeugdinstituut. Probeer wel wat
concreter te worden: vertaal de
kennis naar normaal taalgebruik
en praktische instrumenten.” gebruiker
prestatieplicht. Verder werden 15 stageplaatsen en werk­
ervaringsplekken ingevuld. Eind 2013 was de verhouding
tussen tijdelijk en vast personeel: 26% tijdelijk en 74% vast.
De procentuele verhouding tussen mannen en vrouwen was
15:85. In de loop van het jaar zijn 18 vacatures opengesteld.
Daarop stroomden 12 nieuwe medewerkers in. De uitstroom
bedroeg 21 medewerkers. Het ziekteverzuim kwam in 2013
op gemiddeld 6,36% waaronder een aantal medewerkers met
langdurige klachten. De ziekmeldingen werden begeleid door
arbodienst De Witte Raaf. Het Nederlands Jeugdinstituut
biedt ook gelegenheid het open spreekuur van de bedrijfsarts
op kantoor te bezoeken. Hiervan werd in 2013 117 keer
29
30
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Personeel en organisatie
gebruik gemaakt. In 2013 is Gardien Bedrijfsfysiotherapie
Als we de bevraagde klantgroepen bekijken, dan zien we
B.V. vijf keer benaderd voor het uitvoeren van een
dat de jeugd-ggz de samenwerking met het Nederlands
individueel werkplekonderzoek ten behoeve van
Jeugdinstituut duidelijk minder goed beoordeeld dan andere
medewerkers.
klantgroepen. Bovendien zien de jeugd-ggz en de jeugd­
gezondheidszorg nog onvoldoende de toegevoegde waarde in
Klantonderzoek
Om meer inzicht te krijgen in wensen en behoeften van
van wat de expertise van het Nederlands Jeugdinstituut hen
kan opleveren. Aan ons de taak om die waargenomen
kenniskloof in 2014 te dichten.
(potentiële) klanten en in hun beeld van het Nederlands
Jeugdinstituut, is in 2013 een klantonderzoek uitgevoerd
onderzoek is onderscheid gemaakt in tien gebruikers­
Omzet, financiële resultaten
en balans
groepen, zoals ‘jeugd-ggz’, ‘jeugdzorg en opvoedhulp’,
In 2013 heeft het Nederlands Jeugdinstituut een omzet
‘kinderopvang en brede school’, ‘onderwijs’ en ‘overheid’.
gerealiseerd van ruim € 16,7 miljoen.
onder 864 (potentiele) klanten en gebruikers. In het
Her en der in dit jaarverslag vindt u uitspraken die klanten
en gebruikers hebben gedaan.
De omzet is (afgerond) als volgt samengesteld:
> 30% instellingssubsidie VWS
Hoge score op loyaliteit
De resultaten bevestigen onze rol als kennismakelaar.
> 50% opbrengsten ministeries, subsidies van fondsen en
internationale subsidie- en opdrachtgevers
Klanten en gebruikers waarderen de samenwerking met het
> 15% opbrengsten trainingen en congressen
Nederlands Jeugdinstituut in het algemeen met een 8,1.
> 5% overige opbrengsten
Onze bijdrage aan maatschappelijk resultaat wordt met een
7,8 als goed beoordeeld. Kennisnet Jeugd (hoe nieuw ook),
Ten opzichte van de begroting is de gerealiseerde omzet ruim
data­banken en dossiers zijn goed gewaardeerde
€ 2,1 miljoen lager. De projectsubsidies zijn € 0,8 miljoen
kennisproducten. De wekelijkse digitale Nieuwsbrief Jeugd
lager dan begroot. Voor een bedrag van € 1,5 miljoen wordt
spant de kroon met een gemiddeld cijfer van 8,2. Onze
dit veroorzaakt doordat voor derden bestemde
kerntaken worden volgens gebruikers en klanten goed
subsidiegelden zijn doorgeschoven naar 2014. Laten we deze
ingevuld. Gebruikers kenmerken ons vooral als informatief,
inkomsten buiten beschouwing, dan zijn de projectsubsidies
professioneel, deskundig, up-to-date en breed georiënteerd.
€ 0,7 miljoen hoger.
Klanten noemen daarbij ook eigenschappen als gedegen,
De opdrachten derden en de overige opbrengsten (met name
betrouwbaar en ondersteunend. Opvallend zijn de hoge
trainingen) zijn in totaal € 1,3 miljoen lager dan begroot
scores van klanten op loyaliteit bij het zaken doen met het
(incl. bijzondere baten ad € 0,15). Ongeveer de helft hiervan
Nederlands Jeugdinstituut. Het gaat dan bijvoorbeeld om het
wordt veroorzaakt door een sterkere daling dan verwacht van
aanbevelen van het Nederlands Jeugdinstituut aan anderen
het aantal trainingen Triple P.
of de mate waarin klanten het Nederlands Jeugdinstituut een
warm hart toe dragen. Het instituut scoort hier een Net
De totale kosten bedragen € 16,8 miljoen en zijn, in lijn
Promotor Score (NPS) van 45,5%. Hoog in vergelijking met
met de lagere opbrengsten, € 2 miljoen lager dan begroot.
de benchmark (21,5%).
In de kosten zijn niet begrote, eenmalige kosten opgenomen
ten bedrage van € 0,4 miljoen, onder andere voor inhaal­
Aandachtspunten
afschrijvingen in verband met het gedeeltelijk opzeggen
Alles overziend is de basis op orde. Natuurlijk zijn er ook
van de huur en voor reorganisatiekosten voor het shared
punten die nog beter kunnen, zoals praktijkgerichtheid,
service center.
interactiviteit en snelheid. Daar gaan we in 2014 aan werken.
“De handreikingen die het Nederlands Jeugdinstituut opleveren zijn goed
onderbouwd, maar ook dik en dus minder praktisch. Het zou prettig zijn
als jullie een vertaalslag kunnen maken naar de praktijk, waardoor
dergelijke documenten beter te gebruiken zijn.” klant
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Personeel en organisatie
Het resultaat uit gewone bedrijfsvoering komt hiermee
uit op ruim 0,1 miljoen negatief (€ - 137.675). Samen met
een financieel resultaat van € 111.766 (rente-inkomsten),
bedraagt het totale negatieve resultaat € - 25.909.
Het eigen vermogen van het Nederlands Jeugdinstituut
neemt door dit negatieve resultaat af met € 25.909.
Daarmee komt het eigen vermogen per 31 december 2013
op € 3.105.736.
Het eigen vermogen heeft een omvang van 18,6 % van de
jaaromzet. Mede gezien de onzekerheid over de omvang van
de omzet in de komende jaren is een vermogen noodzakelijk
van 20 – 25% van de jaaromzet.
31
32
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut /
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Jaarrekening
2 0 13
33
34
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
BALANS PER 31 DECEMBER 2013
( N A R E S U LTA AT V E R D E L I N G )
ACTIVA
31 DECEMBER 2013
31 DECEMBER 2012
€
€
Vaste activa
Materiële vaste activa
111.102
Totaal
111.102
101.582
101.582
Vlottende activa
Vorderingen op korte termijn
2.670.248
3.796.426
Liquide middelen
9.877.795
10.059.509
Totaal
12.548.043
13.855.935
Totaal activa
12.659.145
13.957.517
PASSIVA
Eigen vermogen
Algemene reserve
3.098.218
Egalisatiereserve instellingssubsidie
7.518
0
Totaal
3.105.736
3.131.645
Voorzieningen
0
Langlopende schulden
39.366
Kortlopende schulden
9.514.043
Totaal passiva
12.659.145
3.131.645
852.011
16.736
9.957.125
13.957.517
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
WINST- EN VERLIESREKENING 2013
RealisatieBegroting
2013 2013
€ €
Realisatie
2012
€
Opbrengsten
Instellingssubsidie
5.193.211 5.086.000
5.674.514
Projectsubsidies 1)
7.727.216 8.513.000
5.413.974
Opdrachten derden
1.082.052 2.000.000
1.821.079
Overige projectopbrengsten 2.542.454 3.214.000
4.192.642
Niet-projectgebonden opbrengsten
Totale opbrengsten
172.764 0
142.816
16.717.69718.813.000
17.245.025
Personele kosten
7.621.200 7.704.000
9.327.956
Materiële projectkosten 1)
6.777.405 8.757.000
5.882.136
Niet-projectgebonden materiële kosten
2.456.767 2.412.000
2.319.848
16.855.37218.873.000
17.529.940
Kosten
Totale kosten
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
-137.675-60.000
Financieel resultaat
111.76660.000
Bedrijfsresultaat
-25.909 0
1) inclusief gelden bestemd voor projectpartners IPJ en Richtlijnen (realisatie € 3,3 miljoen; begroting € 4,8 miljoen)
-284.915
148.779
-136.136
35
36
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
KASSTROOMOVERZICHT 2013
(VOLGENS DE INDIRECTE METHODE)
20132013
€ €
2012
€
Resultaat
-25.909
Afschrijvingen
39.689
13.780-103.218
Afname voorzieningen
-852.011
-136.136
32.918
729.088
Mutaties werkkapitaal:
Vorderingen korte termijn
Kortlopende schulden
1.126.178 -443.082 667.396
-1.298.781
683.096-631.385
Kasstroom uit operationele activiteiten
-155.135
Investeringen in materiële vaste activa
Desinvesteringen in materiële vaste activa
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Langlopende schulden
-5.515
-49.209
-18.683
0
0
-49.209
22.630
-18.683
16.736
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
22.630
16.736
Netto kasstroom
-181.714
-7.462
Liquide middelen:
Stand per 31 december 2012
10.059.509 Stand per 31 december 2013
9.877.795 Mutatie liquide middelen
-181.714-7.462
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Toelichting jaarrekening
A LGEM ENE T OEL ICHT ING
Activiteiten
De activiteiten van de Stichting Nederlands Jeugdinstituut bestaan uit het
verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis; praktijkontwikkeling,
-ondersteuning en -onderzoek, opleiding en training. De activiteiten worden
hoofdzakelijk in Nederland uitgeoefend. Het NJI is statutair en feitelijk gevestigd op
de Catharijnesingel 47 te Utrecht.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen
in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen.
Verbonden partijen
Van een verbonden partij is sprake wanneer een partij beleidsbepalende invloed kan
uitoefenen in een andere partij, dan wel invloed van betekenis kan uitoefenen op het
zakelijke en financiële beleid van de andere partij. Zo kan sprake zijn van een
dergelijke invloed indien: de ene partij in het bestuur dan wel in een vergelijkbaar
gezaghebbend orgaan van de andere partij vertegenwoordigd is; de ene partij
betrokken is bij de bepaling van het beleid van de andere partij; met die andere partij
materiële transacties worden aangegaan. Hierdoor is Stichting Sekondant een
verbonden partij.
Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen
toepassen, is het nodig dat de Raad van Bestuur zich over verschillende zaken een
oordeel vormt en schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de
jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het vereiste inzicht
noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende
veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende
jaarrekeningposten.
GRO NDSLAGEN VOOR WAAR D ER ING VAN ACTIVA EN PASSIVA
Algemeen
Bij het opstellen van deze jaarrekening is uitgegaan van de continuïteits­veronder­
stelling. De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het
Ministerie van VWS en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de Jaarverslag­
geving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving, specifiek RJ 640
Organisaties zonder winststreven.
Activa en passiva (met uitzondering van het vermogen) worden in het algemeen
gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien geen specifieke
waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs.
De jaarrekening is opgesteld in euro’s.
Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd
t.o.v. het voorgaande jaar.
37
38
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van
lineaire afschrijvingen gedurende de geschatte economische levensduur. Met op
balansdatum verwachte bijzondere waardeverminderingen wordt rekening
gehouden. De afschrijvingspercentages bedragen: hard- en software 20%. Op
balansdatum wordt beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een
bijzondere waardevermindering onderhevig is. Indien indicaties aanwezig zijn,
wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Er is ultimo boekjaar 2012
geen noodzaak tot het doorvoeren van een bijzondere waardevermindering.
Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van
de tegenprestatie. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering
gebracht op de boekwaarde van de vordering.
Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met
een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn
opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden.
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Eigen vermogen
Het vermogen wordt bepaald op basis van historische prijzen. Een gerealiseerd
overschot of tekort op het totaal van projecten gefinancierd met instellingssubsidie,
wordt toegevoegd c.q. onttrokken aan de egalisatiereserve instellingssubsidie.
Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke
verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een
uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare
wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting
van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te
wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de
uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen,
tenzij anders vermeld. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen
vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden
ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een
actief in de balans opgenomen. De voorziening jubilea wordt opgenomen voor
verwachte lasten gedurende het dienstverband. De overige voorzieningen worden
opgenomen tegen nominale waarde.
Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële
waarde.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
GRO NDS L AGEN VOOR B EPAL ING VAN HET RESULTAAT
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de
geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar.
Subsidies
Subsidies worden als bate verantwoord in de winst- en verliesrekening in het jaar
waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of
wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan. De baten
worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de
condities voor ontvangst aangetoond kunnen worden.
Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden
verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan
werknemers.
Pensioenen
Het NJi heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in
aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht
op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de
jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij PFZW. De verplichtingen,
welke voortvloeien uit deze rechten, zijn ondergebracht bij het bedrijfspensioen­
fonds Zorg en Welzijn. Het NJi betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de
werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten
worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het
pensioenfonds dit toelaat. In 2014 dient het pensioenfonds een dekkingsgraad van
tenminste 105% te hebben. De stand van ultimo december 2013 is de dekkingsgraad
van het pensioenfonds 109%. Er is dan ook geen noodzaak voor de aangesloten
instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen
door te voeren. Het NJi heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende
bijdragen in het geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect
van hogere toekomstige premies. Het NJi heeft daarom alleen de verschuldigde
premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.
Financiële baten en lasten
Rentebaten en -lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de
effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de
rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de
ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente
worden meegenomen.
39
40
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Toelichting balans
VASTE ACTIVA
Materiële vaste activa
Hard- en31-12-2013
softwareTotaal
€ €
31-12-2012
totaal
€
Stand per 1 januari:
Aanschafwaarde
173.216 173.216
154.534
Cumulatieve afschrijvingen
-71.634-71.634
-38.717
Boekwaarde
101.582101.582
115.817
Mutaties:
Investeringen
Afschrijvingen
Stand per 31 december:
Aanschafwaarde
Cumulatieve afschrijvingen
Boekwaarde
49.20949.209
-39.689-39.689
9.5209.520
18.663
-32.918
-14.235
222.425 222.426
-111.323-111.324
111.102111.102
173.216
-71.634
101.582
Voor hard- en software wordt een afschrijvings­percentage gehanteerd van 20%.
VLOTTENDE ACTIVA
Vorderingen op korte termijn 31-12-2013
€
31-12-2012
€
Debiteuren
1.128.005
1.118.148
Rekeningen-courant 994.354
1.197.434
Te ontvangen (project-)subsidies
110.588
363.781
Te ontvangen opdrachten derden
144.793
928.530
Overige vorderingen
247.292
135.671
Overlopende activa
45.216
Totaal vorderingen op korte termijn
2.670.248 3.796.426
Liquide middelen 31-12-2013
31-12-2012
€
Kas en bankrekeningen
173.968
Deposito’s
9.703.827 9.633.856
Totaal liquide middelen
9.877.795 10.059.509
Totaal vlottende activa
12.548.043 13.855.935
52.862
€
425.653
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Debiteuren
2013 2012
Stand per 31 december 1.198.932
1.228.017
Voorziening dubieuze debiteuren
-70.927
Totaal
1.128.005 -109.869
1.118.148
Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:
2013
Stand per 1 januari 109.869
89.661
Ontvangen/afgeboekt
-49.769
-20.740
Dotatie ten laste van resultaat
10.827
40.948
Stand per 31 december 2012
70.927109.869
Rekeningen-courant
De rekening-courant ad € 994.354 (2012 € 1.197.434) betreft de
rekening-courant met Sekondant.
De rekening-courant is (formeel) direct opeisbaar.
Te ontvangen (project-)subsidies en te ontvangen
opdrachten derden
De te ontvangen (project-)subsidies ad € 110.588 (2012 € 363.781) en
opdrachten derden ad € 144.793 (2012 € 928.530) betreffen subsidies
en opbrengsten uit opdrachten die gerealiseerd zijn in 2013, maar die
nog niet (helemaal) zijn ontvangen.
Overige vorderingen
2013
Te ontvangen rente
19.423
8.693
Te ontvangen teruggave premie WAO/WIA
32.301
0
Te ontvangen zwangerschapsgelden UWV
45.632
0
Te ontvangen baten projecten 121.831
33.606
Overige 28.105
93.372
Totaal
247.292
Overlopende activa
2013
Vooruitbetaald OV/NS-jaarkaarten
33.541
Overige vooruitbetaalde kosten
11.675
10.612
Totaal
45.216
52.862
Liquide middelen
De liquide middelen zijn direct opeisbaar.
2012
135.671
2012
42.250
41
42
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
EIGEN VERMOGEN
ALGEMENE RESERVE
31-12-2013
€
Stand per 1 januari 3.131.645 Reclassificatie
0
Resultaat boekjaar
-33.427
Stand per 31 december 3.098.218
3.131.645
31-12-2013 31-12-2012
Egalisatiereserve instellingssubsidie
31-12-2012
€
3.064.525
-1.731
68.851
€
€
Stand per 1 januari 0
203.256
Reclassificatie 0
Dotatie resultaat huidig boekjaar
7.518
-32.525
Onttrekking i.v.m. reorganisatiekosten
0
172.462
Stand per 31 december
7.518
Totaal eigen vermogen
3.105.736
3.131.645
VOORZIENINGEN 31-12-2013
31-12-2012
1.731
0
€
Stand per 1 januari
852.011
122.923
Uitgaven ten laste van voorziening
-844.011
-55.747
Vrijval ten gunste van resultaat
0
-58.114
Reclassificatie Stand per 31 december
0
5.733
Toevoeging ten laste van resultaat
0
846.278
Stand per 31 december 0
852.011
-8.000
€
-3.329
De voorzieningen ad € 852.011 ultimo 2012 hadden betrekking op
de kosten verband houdend met de reorganisatie van vorig jaar en
de afwikkeling van een eerdere reorganisatie. De uitgaven hebben
volledig plaatsgevonden in 2013, met uitzondering van een betaling
van € 8.000, welke in deze jaarrekening is verantwoord onder de
kortlopende schulden.
LANGLOPENDE SCHULDEN
31-12-2013
31-12-2012
€
€
Stand per 1 januari
16.736
0
Reclassificatie
-10.794
Dotatie ten laste van resultaat
33.424
13.407
Stand per 31 december
39.366
16.736
De schuld heeft betrekking op meerjarige betalingsverplichtingen aan
vier medewerkers.
3.329
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
KORTLOPENDE SCHULDEN
31-12-2013
31-12-2012
€€
Vooruitontvangen (project-)subsidies
1.106.862
Vooruitontvangen opdrachten derden
674.429
Vooruitontvangen gelden Youth in Action
2.985.018
Crediteuren
739.005
Contractuele projectverplichtingen
2.963.516
Belastingen en sociale verzekeringen
448.891
Overige schulden en overlopende passiva
596.322
Totaal kortlopende schulden
9.514.043
3.615.846
957.242
1.536.551
638.286
2.141.355
504.077
563.768
9.957.125
Vooruitontvangen (project-)subsidies en vooruit ontvangen
opdrachten derden
De vooruitontvangen subsidies en opdrachten derden betreffen bedragen
die in 2013 of eerder zijn ontvangen, maar bestemd zijn voor 2014.
Vooruitontvangen gelden Youth in Action
De vooruitontvangen gelden Youth in Action hebben betrekking op de
subsidiegelden die het Nederlands Jeugdinstituut in het kader van het
internationale subsidieprogramma Youth in Action heeft ontvangen van
de Europese Commissie, maar die in 2013 (nog) niet zijn betaald aan
projecten.
Contractuele projectverplichtingen
De contractuele projectverplichtingen zijn de verplichtingen die in 2013
of eerder voor de lopende projecten zijn aangegaan. De afwikkeling van
deze verplichtingen vindt in 2014 plaats.
Belastingen en sociale verzekeringen
2013
Afdracht Belastingdienst loonheffing 422.335
Afdracht Pensioenfonds PFZW
19.705
Afdracht BTW
6.851
Totaal
448.891
Overige schulden en overlopende passiva
2013
2012
470.231
24.698
9.148
504.077
2012
Opgebouwde vakantietoeslag
234.715
265.464
Opgebouwde vakantiedagen/jubileumuitkeringen
138.245
166.848
Te betalen afvloeiingskosten 136.381
Te betalen diensten derden
36.804
25.497
Overige te betalen kosten
23.152
48.953
Vooruitontvangen baten
27.025
Totaal
596.322
0
57.006
563.768
43
44
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN RECHTEN EN
VERPLICHTINGEN
Het NJi is meerjarige financiële verplichtingen aangegaan ter zake
van inhuur van diensten van derden voor een bedrag van € 1.080.439
(2012 € 1.872.943). Dit bedrag heeft volledig betrekking op aangegane
verplichtingen ten behoeve van de uitvoering van projecten. De looptijd
van de verplichtingen is maximaal twee jaar: een bedrag van € 1.010.646
heeft betrekking op 2014 en een bedrag van € 69.793 op 2015.
Het NJi heeft een overeenkomst met Sekondant afgesloten voor de
administratieve dienstverlening, ICT dienstverlening, huisvesting
en facilitaire dienstverlening. De begrote kosten voor 2014 voor de
basisdienstverlening bedragen € 1.470.507. Het NJi draagt samen met
de kennisinstituten MOVISIE en Vilans het risico voor het resultaat
van Sekondant.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Toelichting winst- en verliesrekening
OPBRENGSTEN
• Instellingssubsidie
De instellingsubsidie wordt jaarlijks door het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
toegekend ten behoeve van de uitvoering van de
projecten binnen het Kenniscentrum Jeugd.
De subsidie is als volgt samengesteld:
Toekenning basissubsidie RealisatieBegroting
20132013
Realisatie
2012
€ €
€
5.085.799
5.614.172
0
-72.152
Toevoegingen:
-tijdelijke uitbreidingen/kortingen -loonbijstelling (OVA)
Totaal
De basissubsidie is ten opzichte van 2012 met
11,5% gekort. Het ministerie heeft opnieuw een
korting aangekondigd van 10% met ingang van
2013; dit komt bovenop de eerder opgelegde
korting van 5% en de efficiencykorting van
1,5% per jaar voor de jaren 2012 t/m 2015.
• Projectsubsidies
De projectsubsidies ad € 7.727.216 (2012
€ 5.413.974) hebben betrekking op nietstructurele, specifiek voor bepaalde projecten
toegekende subsidiegelden. De subsidies worden
verstrekt door ministeries (OC&W, VWS,
Sociale Zaken, Justitie, Buitenlandse Zaken),
decentrale overheden, Europese instellingen
en programma’s en fondsen (o.a. ZonMw). Ten
opzichte van de begroting (€ 8.513.000) zijn de
subsidie-opbrengsten bijna € 0,8 miljoen lager.
In de projectsubsidies is een bedrag begrepen
van ongeveer € 3,3 miljoen bestemd voor de
samenwerkingspartners binnen twee projecten
waar het NJi penvoerder van is. Dit bedrag is
± € 1,5 miljoen lager dan begroot, omdat een
deel van de opbrengsten en de bijbehorende
kosten zijn doorgeschoven naar 2014
(zie diensten derden). Laten we deze gelden
buiten beschouwing, dan zijn de gerealiseerde
projectsubsidies ongeveer € 0,7 miljoen hoger
dan begroot.
107.412
5.193.2115.086.000
132.494
5.674.514
45
46
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
• Opdrachten derden
De opdrachten derden ad € 1.082.052 (2012:
€ 1.821.079) betreffen de opbrengsten uit opdrach­
ten. Ten opzichte van de begroting (€ 2.000.000)
zijn de opbrengsten ruim € 9 ton lager. De dalende
trend van de afgelopen jaren heeft zich verder
voortgezet. Er is voldoende vraag in het veld, maar
de beschikbare budgetten nemen af, waardoor
zowel het aantal opdrachten als de gemiddelde
omvang van de opdrachten laag blijven.
• Overige projectopbrengsten
De overige projectopbrengsten zijn als volgt te
specificeren:
RealisatieBegroting
20132013
€ €
Opbrengst producten
Overige opbrengsten
Totaal
Opbrengst producten
De productopbrengsten bestaan uit de
opbrengsten voor trainingen (€ 1.783.942),
congressen (€ 119.529) en publicaties (€ 209.850).
De opbrengsten trainingen hebben voor ongeveer
€ 1,3 miljoen betrekking op de trainingen van het
programma Triple P. Deze opbrengsten zijn € 0,7
miljoen lager dan begroot en € 1,7 miljoen lager
dan de realisatie 2012. Zoals verwacht is het aantal
afgenomen trainingen aanzienlijk teruggelopen,
omdat een groot deel van de potentiële afnemers
inmiddels (in de basis) is getraind.
Overige opbrengsten
De overige opbrengsten bestaan uit opbrengsten
voor lezingen, vacatiegelden en bijdragen in
projectkosten.
• Niet-projectgebonden opbrengsten
In de niet-projectgebonden opbrengsten ad
€ 172.764 (2012: € 142.816) zijn incidentele baten
opgenomen ten bedrage van € 135.101. Dit betreft
vooral de vrijval van de volgende posten:
- Te betalen transitiekosten
(positieve afloop rechtszaak) € 54.000
- Voorziene oninbare debiteuren
(alsnog geïnde bedragen) € 53.000
- Nog te betalen (rente-)kosten mb.t.
Youth in Action € 25.000
2.113.3213.000.000
429.133
214.000
2.542.454 3.214.000 Realisatie
2012
€
3.930.987
261.655
4.192.642
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
KOSTEN
• Personele kosten
RealisatieBegroting
20132013
€ €
Realisatie
2012
€
Medewerkers in vaste dienst
5.627.977 5.859.000 6.539.799
Medewerkers in tijdelijke dienst
1.667.1801.520.000
1.682.968
Detacheringen en uitzendkrachten
Opleidingskosten
Overige personele kosten
Opbrengst (personeelsgebonden) Totaal
72.232 0
148.668
348.686198.000
1.023.035
-240.309-21.000
-204.842
7.621.2007.704.000
Medewerkers in vaste en tijdelijke dienst
Ten opzichte van 2012 zijn de kosten met ruim
€ 0,9 miljoen gedaald. Het gemiddeld aantal fte’s
is conform de begroting afgenomen naar 100 fte
(2012: 112 fte); ook zijn de kosten lager dan in
2012, omdat er verhoudingsgewijs meer hoger
ingeschaalde medewerkers uit dienst zijn gegaan.
De verhouding vaste en tijdelijk medewerkers per
31 december 2013 is 75/25 (2012: 74/26).
De sociale lasten in 2013 bedragen € 869.866
(2012: € 534.149). De sociale lasten zijn hoger dan
in 2012, met name omdat de werkgeversbijdrage
voor de Zorgverzekering met ingang van 2013
onder de sociale lasten valt. Voorheen werd deze
via het brutosalaris werd verrekend. Voor de totale
werkgeverslasten maakt deze verschuiving geen
verschil.
De pensioenlasten in 2013 bedragen € 589.614
(2012: € 651.893)
De bezoldiging van de Raad van Bestuur, de
Directie en de Raad van Toezicht, conform WNT
(Wet normering bezoldiging topfunctionarissen
publieke en semipublieke sector) bedraagt:
Raad van Bestuur:
Drs. C. J. Bakker / 1,06 fte / dienstverband heel 2013
Beloning
Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding
Beloning betaalbaar op termijn (pensioenpremie wg)
Totaal bezoldiging
138.328
145.434148.000
136.600
3.400
14.800
154.800
9.327.956
47
48
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Directie:
Drs. S.H.M. Janssen / 0,89 fte / 12 mnd
Beloning
Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding
Beloning betaalbaar op termijn (pensioenpremie wg)
Totaal bezoldiging
86.500
0
8.200
94.700
Raad van Toezicht / geen dienstverband /
beloning betaalbaar op termijn n.v.t.
Mr. N.A. Kalsbeek, voorzitter
Beloning
Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding Totaal bezoldiging
6.000
500
6.500
Prof. Dr. H.P.M. Adriaansens, Drs. B.C. Maasdamme
en Mr. J.H.C. van Zanen
Bezoldiging per persoon bedraagt:
Beloning
Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding
Totaal bezoldiging
3.000
300
3.300
Drs. S.R.P. Lissenberg-van Embden
Beloning
Belastbare vaste en variabele onkostenvergoeding
Totaal bezoldiging
Aan één van de medewerkers, niet zijnde een
topfunctionaris, is een ontslagvergoeding
toegekend welke € 13.000 boven de WNT-norm
van € 75.000 ligt.
De Stichting Nederlands Jeugdinstituut
herkent de door de Minister van BZK in zijn
kamerbrief d.d. 27 februari 2014 onderkende
uitvoeringsproblemen met betrekking tot externe
niet-topfunctionarissen. In lijn met paragraaf 6
van de (gewijzigde) Beleidsregels toepassing WNT
legt de Stichting geen verantwoording af over
externe niet-topfunctionarissen.
2.700
500
3.300
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Detacheringen en uitzendkrachten
De kosten voor detacheringen en uitzendkrachten
hebben met name betrekking op ingehuurde
menskracht ter vervanging bij ziekte en
zwangerschap. De kosten worden niet
begroot en worden gefinancierd met onder
andere zwangerschapsgelden (zie opbrengst
personeelsgebonden).
Opbrengst (personeelsgebonden)
De personeelsgebonden opbrengsten
hebben betrekking op de opbrengsten voor
zwangerschapsgelden, WAO etc.
Materiële projectkosten
Diensten derden
Overige materiële projectkosten
Totaal
RealisatieBegroting
20132013
€ €
6.117.2487.738.000
Realisatie
2012
€
4.911.147
660.1571.019.000
970.989
6.777.405 8.757.000 5.882.136
RealisatieBegroting
Realisatie
In de diensten derden is de eerder genoemde
betaling aan onze projectpartners begrepen van
€ 3,3 miljoen, € 1,5 miljoen lager dan begroot
(2012 € 1,8 miljoen).
• Niet-projectgebonden materiële kosten
Basisdiensten Sekondant
20132013
€ €
1.836.5781.744.000
2012
€
1.685.831
Diensten derden
75.72785.000
Afschrijvingen
39.689100.000
32.918
Public relations en marketing
56.304135.000
98.683
Bureaukosten
77.787126.000
98.126
Overige materiële kosten
Totaal
370.682222.000
2.456.7672.412.000
111.038
293.252
2.319.848
49
50
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Basisdiensten Sekondant
heeft betrekking op een reservering voor leegstand
Deze kosten hebben betrekking op de diensten die
(1e half jaar 2014) en een bedrag van € 61.025 heeft
Sekondant levert aan het Nederlands Jeugdinstituut
betrekking op aan Sekondant af te dragen gelden
(ICT, huisvesting, financiële- en salarisadministratie
in verband met eerder genoemde reorganisatie en
en facilitaire zaken). In 2013 is besloten om binnen
inhaalafschrijvingen in verband met het opzeggen
Sekondant een reorganisatie door te voeren. De
van 319 m².
reorganisatie heeft betrekking op het management,
de financiële administratie en (in mindere mate) op de
• Verbonden partijen
ICT. De financiële administratie zal vanaf 1 juli 2014
Het NJi is verbonden met de Stichting Sekondant,
door het NJi zelf uitgevoerd gaan worden. De kosten
omdat de Raad van Bestuur van het NJi lid is van
voor de reorganisatie waren niet begroot en bedragen
het bestuur van Stichting Sekondant. Het NJi heeft,
voor het NJi ± € 130.000.
samen met de kennisinstituten MOVISIE en Vilans,
een overeenkomst afgesloten voor de administratieve
Diensten derden
dienstverlening, ICT dienstverlening, huisvesting en
De diensten derden bestaan onder andere uit de
facilitaire dienstverlening. Deze overeenkomst loopt
kosten voor organisatieadvies, fiscaal-juridische
tot en met 31 december 2014.
adviezen, ICT-advies, accountantscontrole etc.
De werkelijke kosten 2013 van Sekondant bedragen
Met name de kosten voor organisatieadvies en voor
€ 2.072.957, waarvan € 236.379 is verantwoord
advisering m.b.t. ISO zijn dit jaar lager.
onder de projectlasten.
Afschrijvingen
De jaarrekening is door de Raad van Bestuur
De afschrijvingskosten zijn lager dan begroot, omdat
vastgesteld op 11 maart 2014 en goedgekeurd
enkele voor 2013 geplande investeringen niet door zijn
door de Raad van Toezicht in de vergadering van
gegaan.
25 maart 2014.
Public relations en marketing
Drs. C.J. Bakker
De kosten zijn lager dan begroot. Deels omdat een
Voorzitter Raad van Bestuur
aantal abonnementen zijn vervangen door goedkopere
alternatieven, deels omdat de voor de programma’s
Mr. N.A. Kalsbeek
begrote communicatiekosten veelal binnen de
Voorzitter Raad van Toezicht
projecten zijn gerealiseerd.
Prof. Dr. H.P. M. Adriaansens
Bureaukosten
Lid Raad van Toezicht
De bureaukosten bestaan uit de kosten voor repro,
porti, telefoon en kantoormiddelen. De bureaukosten
Dhr. H.M. de Jonge
zijn, in lijn met de gedaalde omzet, de afgelopen jaren
Lid Raad van Toezicht
steeds verder afgenomen. Ten tijde van het opstellen
van de begroting waren de gerealiseerde cijfers 2012
Drs. S.R.P. Lissenberg-van Embden
nog niet bekend, waardoor de begrote bureaukosten
Lid Raad van Toezicht
nog te hoog begroot waren.
Drs. B.C. Maasdamme
Overige materiële kosten
Lid Raad van Toezicht
Deze kosten omvatten alle niet eerder genoemde
niet-projectgebonden kosten, waaronder kosten voor
Drs. F. J. Nauta
zaalhuur, reis- en verblijfkosten, verzekerings- en
Lid Raad van Toezicht
onderhoudskosten en de kosten voor de OR en de
Raad van Toezicht. In de overige materiële kosten
Mr. J.H.C. van Zanen
zijn incidentele lasten opgenomen ten bedrage van
Lid Raad van Toezicht
€ 110.224 (2012: € 26.621). Een bedrag van € 43.271
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Overige gegevens
GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM
Er zijn geen bijzondere gebeurtenissen na balansdatum te vermelden.
BESTEMMING RESULTAAT
Het resultaat ad € -25.909 is als volgt toegevoegd aan het eigen vermogen:
20132012
Algemene reserve
-33.427
Egalisatiereserve instellingssubsidie
7.518
Totaal -25.909
68.851
-204.987
-136.136
In overeenstemming met de Kaderregeling VWS-subsidies wordt
het deel van het resultaat dat samenhangt met de instellingssubsidie
toegerekend aan de egalisatiereserve instellingssubsidie. De
egalisatie­reserve instellingssubsidie dient ter dekking van verliezen
op met instellingssubsidie gefinancierde projecten. Conform de
subsidie­regeling wordt een gerealiseerd overschot of tekort op de
projecten gefinancierd met instellingssubsidie toegevoegd dan wel
onttrokken aan de egalisatiereserve instellingssubsidie, waarbij het
overschot/tekort wordt toegerekend naar rato van de instellings­
subsidie en de begrote overige baten (in 2013: 3,61 % – 96,39 %).
Berekening:
20132012
Resultaat projecten gefinancierd met instellingssubsidie
7.799-33.842
Waarvan aandeel instellingssubsidie
7.518
Percentage
96,39%96,11%
Controleverklaring
De controleverklaring is opgenomen op bladzijde 51 en 52.
-32.525
51
52
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
Controleverklaring van de
onafhankelijke accountant
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: de Raad van Toezicht en de Raad van Bestuur van Stichting Nederlands Jeugdinstituut
Wij hebben de in dit verslag opgenomen jaarrekening 2013 van Stichting Nederlands Jeugdinstituut te
Utrecht gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2013 en de staat van
baten en lasten over 2013 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de grondslagen
voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die
het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met Richtlijn 640
'Organisaties zonder winststreven' van de Nederlandse Raad voor de Jaarverslaggeving en de
Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke
sector (WNT).
Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die voldoet aan de
WNT-eisen van financiële rechtmatigheid, zoals opgenomen in het Controleprotocol WNT van de
Beleidsregels toepassing WNT
De Raad van Bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als de Raad van
Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die WNT-eisen van
financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van
fraude of fouten.
Verantwoordelijkheid van de accountant
Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze
controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de
Nederlandse controlestandaarden en de Beleidsregels toepassing WNT, inclusief het Controleprotocol
WNT. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze
controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de
jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de
bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van
de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat
de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.
Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking
die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede
voor de naleving van de WNT-eisen van financiële rechtmatigheid, gericht op het opzetten van
controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V., Fascinatio Boulevard 350, 3065 WB Rotterdam, Postbus 8800,
3009 AV Rotterdam
T: 088 792 00 10, F: 088 792 95 33, www.pwc.nl
‘PwC’ is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285), PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs N.V. (KvK 34180284),
PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (KvK 34180287), PricewaterhouseCoopers Compliance Services B.V. (KvK 51414406), PricewaterhouseCoopers Pensions,
Actuarial & Insurance Services B.V. (KvK 54226368), PricewaterhouseCoopers B.V. (KvK 34180289) en andere vennootschappen handelen en diensten verlenen. Op
deze diensten zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer aansprakelijkheidsvoorwaarden zijn opgenomen. Op leveringen aan deze
vennootschappen zijn algemene inkoopvoorwaarden van toepassing. Op www.pwc.nl treft u meer informatie over deze vennootschappen, waaronder deze algemene
(inkoop)voorwaarden die ook zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne
beheersing van de stichting. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de
gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte WNT-eisen van financiële
rechtmatigheid en van de redelijkheid van de door de Raad van Bestuur van de stichting gemaakte
schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een
onderbouwing voor ons oordeel te bieden.
Oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het
vermogen van Stichting Nederlands Jeugdinstituut per 31 december 2013 en van het resultaat over
2013 in overeenstemming met Richtlijn 640 'Organisaties zonder winststreven' van de Nederlandse
Raad voor de Jaarverslaggeving en de Beleidsregels toepassing WNT.
Voorts zijn wij van oordeel dat de jaarrekening 2013 in alle van materieel belang zijnde aspecten
voldoet aan de WNT-eisen van financiële rechtmatigheid, zoals opgenomen in het Controleprotocol
WNT van de Beleidsregels toepassing WNT.
Rotterdam, 24 april 2014
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.
Origineel getekend door: F. Stark RA
Stichting Nederlands Jeugdinstituut, 24 april 2014, FS/e0322394/MB/cpe
Pagina 2 van 2
53
54
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Jaarrekening
55
FINANCIERS,
PRODUCTENOVERZICHT,
& MEDEWERK(ST)ERS
56
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Financiers
Financiers
In 2013 hebben de volgende subsidiegevers en fondsen
één of meerdere projecten gefinancierd:
> Bernard van Leer Foundation
> Education, Audiovisual and Culture Executive
> European Commission directorate General
for Education and Culture
> Ministerie van Veiligheid en Justitie
> Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap
> Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport
> Rudolph Stichting
> Stichting Het Kinderopvangfonds
> Stichting Kinderpostzegels Nederland
> Diverse gemeenten
> Overige financiers
Bovendien werden er een aantal projecten op
indirecte wijze door fondsen en subsidiegevers
gefinancierd. Het gaat om projecten die in
samenwerking met andere instituten uitgevoerd
zijn, maar waarvan de partner de penvoerder was.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Productenoverzicht 2013
Boeken, rapporten, handleidingen
Tenzij anders vermeld, is de uitgever Nederlands
Jeugdinstituut te Utrecht.
• Addink, A., Baat, M. de, Lange, M. de. (2013).
Evaluatie Gezinshuismethodiek. Utrecht.
• Addink, A. (2013) Indicator 3: De mate waarin
ouders en jeugdigen vermindering van
problematiek ervaren na ingezette ondersteuning.
Project ‘Doorontwikkeling, uitwerking en toetsing
basisset prestatie-indicatoren lokale zorg voor
jeugd’. Utrecht.
• Addink, A. (2013). Indicator 1: De mate van
tevredenheid van jeugdigen en ouders over de
resultaten per dienst. Project ‘Doorontwikkeling,
uitwerking en toetsing basisset prestatieindicatoren lokale zorg voor jeugd’. Utrecht.
• Anthonijsz, I., Zwikker, N. (2013). Zicht op
vechtscheidingen. Utrecht.
• Baat, M. de, Bartelink, C., Udo, N. (2013).
Spoedeisende psychiatrische hulp voor jeugdigen:
Wat werkt? Update (2013). Utrecht.
• Baat, M. de, Berg- le Clercq, T. (2013). Wat werkt in
gezinshuizen? Update (2013). Utrecht.
• Baat, M. de, Berge, I.J. ten, Al, C. (2013).
• Bakker, P.P. (2013). Een keur aan brede school.
De Compositie Almere. Utrecht.
• Bartelink, C. (2013). Uithuisplaatsing: Wat werkt?
Utrecht.
• Bartelink, C. (2013). Wat werkt bij
hechtingsproblemen? Update (2013). Utrecht.
• Bartelink, C. (2013). Wat werkt: Motiverende
gespreksvoering? Update (2013). Utrecht.
• Bartelink, C. (2013). Wat werkt:
Oplossingsgerichte therapie? Update (2013).
Utrecht.
• Bartelink, C., Berge, I. ten, Yperen, T. van. (2013).
Beslissen over effectieve hulp: Wat werkt in
indicatiestelling? Update (2013). Utrecht.
• Bartelink, C., Berge, I. ten. (2013). Beslissen over
effectieve hulp in onveilige opvoedingssituaties.
Literatuurreview. Update (2013). Utrecht.
• Bartelink, C., Boendermaker, L., Vliet, E. van der.
(2013). Vaktherapie. Update (2013). Utrecht.
• Bartelink, C., Zoon, M. (2013). Wat werkt in
het versterken van de veiligheid in residentiële
instellingen? Utrecht.
• Beek, I. van, Bosdriesz, M., Knaap, M., Dorfker,
D., Meuwissen, I., Ouwehand, L-M., Scholten, B.,
Hulpaanbod na kindermishandeling: inhoudelijke
Stevens, R., Storms, O. en Vink, R. (2013). Aandacht
notitie ten behoeve van een praktische tool voor
voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
gemeenten. Driebergen/Utrecht. The Next Page/
Hoe zijn deze geweldsthema’s verwerkt in de
Nederlands Jeugdinstituut.
onderwijsprogramma’s van sociaal-agogische,
• Baat, M. de, Foolen, N., Udo, N. (2013).
Crisisinterventie in gezinnen: Wat werkt? Update
(2013). Utrecht.
• Baat, M. de, Kooijman, K., Prins, D. (2013).
pedagogische, psychologische zorg- en
onderwijsopleidingen? Een inventarisatie.
Utrecht.
• Berg, G. van den, Yperen, T.A. van. (2013).
Moeders Informeren Moeders – Registratie 2012.
Vertrouwen en Rekenschap. Visie op kwaliteit
Utrecht.
en betekenisvol verantwoorden over kwaliteit.
• Baat, M. de, Lange, M. de. (2013).
Pleegzorgbegeleiding. Utrecht.
• Baat, M. de, Messing, C., Prins, D. (2013).
Wat werkt bij schoolverzuim en voortijdig
schoolverlaten? Update (2013). Utrecht.
• Baat, M. de, Moerkens, M. (2013). Naar meer
wenselijk gedrag op de basisschool: wat werkt?
Utrecht.
• Baat, M. de. (2013). Expertisenetwerk Pleegzorg:
jaarverslag (2013). Utrecht.
• Bakker, P.P. (2013). Een keur aan brede school.
Vlechtwerk Almere. Utrecht.
Amsterdam/Utrecht. Dienst Maatschappelijke
Ontwikkeling Amsterdam/Nederlands
Jeugdinstituut.
• Berg, G. van den. (2013). Prestatie-indicatoren
CJG: definities en gegevenswoordenboek. Utrecht.
• Berg- le Clercq, T., Zoon, M. (2013). Wat werkt bij
overlast? Update (2013). Utrecht.
• Berge, I.J. ten, Meuwissen, I. (2013). Bruikbaarheid
en mogelijke aanpassingen van de LIRIK voor de
toepassing in de LVB-sector. Utrecht.
• Berge, I.J. ten, in samenwerking met Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, werkgroep
57
58
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
instrumenten kindveiligheid. (2013). Is dit kind
Rensen, P. (2013). Erkenningstraject interventies;
thuis veilig? Wegwijzer bij de beoordeling van
criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling
veiligheid van kinderen. Den Haag, Ministerie van
(2013)-2018. Utrecht/Bilthoven/Ede: MOVISIE,
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Nederlands
• Berger, M.A. (2013). Voortgangsrapportage
Implementatie Professionalisering Jeugdzorg.
Utrecht.
• Berger, M.A., Kleine, K. (2013). Handreiking
‘Reflecteren is leren’. Utrecht.
• Berger, M.A., Leeuwen, M. van, Blaauw, E. (2013).
Generalistisch werken rondom jeugd en gezin.
Een analyse van ontwikkelingen, taken en
competenties. Utrecht.
Instituut voor Sport en Bewegen, Nederlands
Jeugdinstituut, RIVM.
• Duimel, M., Meijering, I., Nikken, P., Okma,
K. (2013). Professionals en ondersteuning bij
mediaopvoeding. Utrecht.
• EC O3. (2013). Expertmeetings EC O3. Verslagen.
Utrecht: EC O3.
• Eijgenraam, K., Knaap, M., Strijbosch, E.,
Brandenburg, M. van. (2013). Handreiking
• Berger, M.A., Leeuwen, M. van, Blaauw, E., Witte, E.
Vaststellen Optimale Behandelduur MKD. Utrecht:
(2013). De jeugd- en gezinsgeneralist als spil in het
Nederlands Jeugdinstituut en Breda: Juzt Jeugd en
nieuwe jeugdstelsel. Utrecht.
Opvoedhulp.
• Berg-le Clercq, T., Bosscher, N., Keltjens, M., Vink,
C. (2013). Generalistisch werken rondom jeugd en
gezin in de Scandinavische landen. Utrecht.
• Boendermaker, L., Rooijen, K. van, Berg-le Clercq,
T., Bartelink, C. (2013). Residentiële jeugdzorg: Wat
werkt? Update (2013). Utrecht.
• Boogaard, M., Hoex, J., Daalen-Kapteijns, A. van,
Gevers Deynoot-Schaub, M. (2013). Pedagogisch
kader gastouderopvang. Amsterdam. Reed
Business Education.
• Bosscher, N., Chênevert, C., Balledux, M. (2013)
Rapportage monitoronderzoek naar de meer­
waarde van OKIDO. Utrecht.
• Burik, A.E. van, Hoogeveen, C., Jong, B.J. de,
• Foolen, N. (2013). Wat werkt bij jeugdigen met
ADHD? Update (2013). Utrecht.
• Foolen, N., Ince, D. (2013). Cognitieve
gedragstherapie. Update (2013). Utrecht.
• Foolen, N., Ince, D., Baat, M. de en Daamen,
W. (2013). Wat werkt bij gedragsproblemen?
Update (2013). Utrecht.
• Foolen, N., Rooijen, K. van. (2013). Wat werkt bij
rouwverwerking? Update (2013). Utrecht.
• Geluk, L., Slot, N.W., Yperen, T.A. van. (2013).
Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd.
Eerste rapportage. Den Haag: Transitiecommissie
Stelselherziening Jeugd/ TSJ.
• Geluk, L., Slot, N.W., Yperen, T.A. van. (2013).
Vogelvang, B., Addink, A., Steege, M. van der.
Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd.
(2013). Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen.
Tweede rapportage. Den Haag: Transitiecommissie
Woerden/Utrecht. Bureau Van Montfoort/Bureau
Alpha/Nederlands Jeugdinstituut.
• Chênevert, C., Balledux, M., Lekkerkerker, L. (2013).
Stelselherziening Jeugd/TSJ.
• Geluk, L., Slot, N.W., Yperen, T.A. van. (2013).
Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd.
Alert4You in de BSO, tussenrapportage eerste
Eindrapportage beoordeling transitie-
monitorronde. Utrecht.
arrangementen. Den Haag: Transitiecommissie
• Chênevert, C., Daamen, W. (2013). De
samenwerking tussen MOC ‘t Kabouterhuis en de
Stelselherziening Jeugd/TSJ.
• Gispen, J., Berckelaer-Onnes, I.A. van,
kinderopvang. Monitor naar de samenwerking
Bronneman-Helmers, H.M., Peschar, J., Yperen,
en vergelijking met de landelijke Alert4you
T.A. van, Gonggrijp, R. (2013). Evaluatiekader
monitorresultaten. Utrecht.
passend onderwijs. Den Haag: Evaluatie- en
• Daamen, W. (2013). Wat werkt bij het
implementeren van jeugdinterventies? Utrecht.
• Daamen, W., Verweij-Kwok, S., Balledux, M. (2013).
adviescommissie Passend Onderwijs/ECPO.
• Gispen, J., Berckelaer-Onnes, I.A. van,
Bronneman-Helmers, H.M., Peschar, J.L., Yperen,
Eindrapportage procesevaluatie coaching on
T.A. van, Gonggrijp, R. (2013). Routeplanner
the job in de proeftuin Gewoon bijzonder wordt
Passend Onderwijs. Den Haag: Evaluatie- en
Bijzonder – Gewoon. Monitor naar coaching on the
job in de gemeente Rotterdam. Utrecht.
• Dale, D. van, Zwikker, M., Dunnink, T., Bisseling, R.,
adviescommissie Passend Onderwijs/ECPO.
• Hoex, J., Aarle, C. van, Elenbaas van Ommen, A.,
Hoex, J. (2013). Procesbeschrijving Boxtels Model.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Werken aan een zorgzame leeromgeving voor 0-6
jarigen. Boxtel: gemeente Boxtel.
• Hoorik, van I., Bakker, P.P. (2013). Checklist
Rotterdams Jongerenwerk. Utrecht.
• Hoorik, van I., Bakker, P.P. (2013). Kwaliteit
geborgd. Rotterdams jongerenwerk. Handleiding
en instrumentarium. Utrecht.
• Hoorik, van I., Bakker, P.P. (2013). Kwaliteits­kader
interactie en ontwikkelingsstimulering binnen het
programma VoorZorg. Utrecht.
• Kalthoff, H., Kooijman, K. (2013). Werkbladen
‘Jij en je kind’. Module bevordering ouder-kind
interactie en ontwikkelingsstimulering binnen het
programma VoorZorg. Utrecht.
• Knaap, M., Meuwissen, I., Beek, I. van, Bosdriesz,
M., Korfker, D., Storms, O. (2013). Aandacht voor
voor het keurmerk Rotterdams jongeren­werk.
huiselijk geweld en kindermishandeling, een
Utrecht.
inventarisatie. Utrecht.
• Ince, D. (2013). Wat werkt bij eetstoornissen?
Update (2013). Utrecht.
• Ince, D. (2013). Wat werkt bij opvoedings­
ondersteuning? Update (2013). Utrecht.
• Ince, D. (2013). Wat werkt bij scheiding? Update
(2013). Utrecht.
• Ince, D., Yperen, T. van, Valkestijn, M. (2013). Top
• Kooijman, K, As, A. van. (2013). Monitor 2012
VoorZorg. Utrecht.
• Kooijman, K. (2013). Inventarisatie Diensten CJG
– Project ‘Doorontwikkeling, uitwerken en toetsing
basisset prestatie-indicatoren lokale zorg voor
jeugd’. Utrecht.
• Kraak, A., Berge, I.J. ten, Kenis, P. (2013). Effectieve
tien positieve ontwikkeling jeugd: Beschermende
en efficiënte zorg voor kinderen en gezinnen bij
factoren in opvoeden en opgroeien. Utrecht.
kindermishandeling. Arnhem: Bureau Jeugdzorg
• Ince, D., Zoon, M. (2013). Wat werkt bij opzet­telijke
zelfbeschadiging? Update (2013). Utrecht.
• Kalthoff, H. (2013). Handleiding VVE Thuis.
Gelderland.
• Lange, M. de, Matthys, W., Foolen, N., Addink, A.,
Oudhof, M., Vermeij, K. (2013). Richtlijn Ernstige
Handleiding voor begeleiders van ouders met
gedragsproblemen. Utrecht: Nederlands Instituut
peuters. Gewijzigde druk. Alkmaar: Buro Extern.
van Psychologen (NIP), Nederlandse vereniging
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Alles groeit 1,
kleuters. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Alles groeit 2,
kleuters. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Boerderij 1, kleuters.
Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Boerderij 2, kleuters.
Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Eten 2, kleuters.
Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Ziek en gezond 2,
kleuters. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). VVE Thuis Ziek en gezond, 1,
kleuters. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H. (2013). Werkbladen Opstapje voor
ouders van gereformeerde huize. Alkmaar: Buro
Extern.
• Kalthoff, H., Berns, J. (2013). Handleiding
coördinatoren Opstapje. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H., Berns, J. (2013). Handleiding
coördinatoren Opstapje. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H., Berns, J. (2013). Handleiding VVE
Thuis. Handleiding voor begeleiders van ouders
met kleuters. Gewijzigde druk. Alkmaar: Buro Extern.
• Kalthoff, H., Kooijman, K. (2013). Handleiding bij
‘Jij en je kind’. Module bevordering ouder-kind
van pedagogen en onderwijskundigen (NVO),
Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk
Werkers (NVMW).
• Lange, M. de, Matthys, W., Foolen, N., Addink, A.,
Oudhof, M., Vermeij, K. (2013). Onderbouwing
Richtlijn Ernstige gedragsproblemen. Utrecht:
Nederlands Instituut van Psychologen (NIP),
Nederlandse vereniging van pedagogen en
onderwijskundigen (NVO), Nederlandse Vereniging
van Maatschappelijk Werkers (NVMW).
• Lieshout, E. van, Os, E. van, Illustrator Constanze
van Kitzling. (2013). Lekker lange slierten. Alkmaar:
Buro Extern.
• Ligtermoet, C.I., Steege, M. van der, Lekkerkerker,
L., Vliet, E. van der. (2013). Methodiekhandleiding
IAG. Utrecht.
• Meij, H., Ince, D. (2013). De ontwikkeling van
kinderen. Update (2013). Utrecht.
• Meima, B. (2013). Indicator 2: De mate waarin er
sprake is van uitval uit aanbod in de lokale zorg
voor jeugd. Project ‘Doorontwikkeling, uitwerking
en toetsing basisset prestatie-indicatoren lokale
zorg voor jeugd’. Utrecht.
• Meima, B. (2013). Indicator 5: Het aantal jeugdigen
en gezinnen waarvoor zorgcoördinatie en één gezin,
één plan is geregeld. Project ‘Doorontwikkeling,
59
60
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
uitwerking en toetsing basisset prestatieindicatoren lokale zorg voor jeugd’. Utrecht.
• Meima, B., Yperen, T.A. van. (2013).
Beleidsinformatie stelselherziening jeugd:
meetbare preventie. Utrecht.
• Messing, C., Valkestijn, M. (2013). Verkenning
participatie kwetsbare jeugd. Utrecht.
• Messing, C.T.H.M. (2013). Inventarisatie tijdelijke
bovenschoolse lesplaatsen. Utrecht.
• Messing, C.T.H.M. (2013). Samenhang tijdelijke
lesplaatsen. Concept ondersteuningsplan. Utrecht.
• Messing, C.T.H.M. (2013). School als werkplaats.
Een methodiekbeschrijving. Utrecht.
• Messing, C.T.H.M., Derksen, J., Hoogenboom, F.
(2013). Het OPDC nieuwe stijl en vergelijkbare
arrangementen. Een werkdocument voor de
nieuwe samenwerkingsverbanden passend
onderwijs voortgezet onderwijs. Utrecht.
• Montfoort, A, van, illustrator Kitzing, C. van. (2013)
De stadsmuzikanten. Alkmaar: Buro Extern.
• Montfoort, A. van (2013). Kinderbescherming: de
terugkeer van de burger. Utrecht.
• Mutsaers, K., Zoon, M., Baat, M. de, Prins, D. (2013).
• Rooijen, K. van, Berg- le Clercq, T., Bartelink,
C. (2013). Wat werkt bij de aanpak van
kindermishandeling? Update (2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van, Berg- le Clercq, T., Bartelink, C.
(2013). Risico- en beschermende factoren voor
kindermishandeling. Update (2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van, Ince, D. (2013). Wat werkt bij
migrantenjeugd en hun ouders? Update (2013).
Utrecht.
• Rooijen, K. van, Ince, D. Wat werkt bij angst- en
stemmingsproblemen? Update (2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van, Ince, D., Rietveld, L. (2013). Wat
werkt bij supervisie, intervisie en coaching? Update
(2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van, Rietveld, L. (2013). Wat werkt bij
autisme? Update (2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van, Udo, N. (2013). Wat werkt in de
daghulp? Update (2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van. (2013). Wat werkt bij
angststoornissen? Update (2013). Utrecht.
• Rooijen, K. van. (2013). Wat werkt bij jeugdigen
met een depressie? Update (2013). Utrecht.
• Schonewille, J., Brandenbarg, N., Breebaart,
Wat werkt bij het voorkomen en terugdringen van
D., Dam, J. van, Meer, L. van der, Tjallema, M.,
onderwijsachterstanden? Update (2013). Utrecht.
Schaik, I. van. (2013). Jij maakt het verschil.
• Nederlands Jeugdinstituut. (2013). Advies over
Basistraining Voor- en Vroegschoolse Educatie
verplicht netwerkberaad in kader van OTS.
(VVE). Handleiding trainers. Amsterdam: Dienst
Utrecht.
Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam.
• Nikken, P. (2013). Media-risico’s voor kinderen:
Een verkenning. Utrecht.
• Nikken, P., Bontje, D., Abell, O., Verweij, S. (2013).
Speel digiwijs! Samen aan de slag met media voor
jonge kinderen. Tilburg: Zwijsen.
• Nikken, P., Jongmans, L. (2013). Mediawijsheid:
• Schouten, R., Oudhof, M., Zoon, M., Steege, M. van
der. (2013). Wat werkt in de hulpverlening aan
pubermeisjes? Update (2013). Utrecht.
• Schreuder, L. (2013). Volwassen geworden!
Terugblik op 30 jaar kinderopvang. Utrecht.
• Schreuder, L., Vergeer, M., Eersel, E. van. (2013).
Informatie en inspiratie voor gemeentelijk beleid.
Handleiding voor trainers. Werken aan een
Utrecht / Den Haag: Nederlands Jeugdinstituut /
positieve groep in de BSO. Utrecht.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
• Oenen, S. van, Bakker, P.P. (2013). Onderzoekend
(leren) werken in brede school en integraal
kindcentrum. Samenwerking tussen praktijk en
opleiding. Utrecht.
• Okma, K. (2013). De Opvoedachtbaan. Over opvoeden en opgroeien. Maartensdijk: B for books BV.
• Oudhof, M., Wolff, M. de, Ruiter, M. de, Kamphuis,
M., L’Hoir, M., Prinsen, B. (2013). JGZ-richtlijn
opvoedingsondersteuning. Utrecht: Nederlands
Centrum Jeugdgezondheid.
• Oudhof, M., Zoon, M., Steege, M. van der. (2013).
Wat werkt bij jonge moeders? Update (2013).
Utrecht.
• Slot, A., Baat, M. de, Berge, I. ten, Anthonijsz, I.
(2013). Verslag van de ronde tafels over de aanpak
van kindermishandeling. Utrecht.
• Stals, K., Boendermaker, L., Boomkens,
Koops en Ruitenberg. (2013). Rapport
evaluatie proefinvoering Richtlijn Ernstige
Gedragsproblemen. Utrecht: Nederlands
Jeugdinstituut. Amsterdam: Hogeschool van
Amsterdam.
• Stals, K., Goorden, O.C.J.M., Moenander, P.J.,
Jole, van en Koops. (2013). Rapport evaluatie
proefinvoering Richtlijn Problematische
Gehechtheid. Utrecht.
• Steege, M. van der, Ligtermoet, I.,
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Lekkerkerker, L., Vliet, E. van der. (2013).
Methodiekhandleiding IAG. Utrecht.
• Steege, M. van der, Vries, A. de. (2013). Opgroeien
• Wilde, E.J. de, Kann, D., Berg-le Clercq, T., Ooms,
H. (2013). Startfoto Jeugdzorg Bunnik. Utrecht.
• Wilde, E.J. de, Kann, D., Berg-le Clercq, T., Ooms,
van langdurig uithuisgeplaatste kinderen. Agenda
H. (2013). Startfoto Regio Zuid Oost Utrecht.
met vragen voor (door)ontwikkeling en onderzoek
Utrecht.
voor de komende jaren. Utrecht: Nederlands
Jeugdinstituut en Gezinspiratie.
• Valkestijn, M. (2013). Matrix landelijke activiteiten
transformatie. Utrecht.
• Valkestijn, M., Wijnen, B., Ooms, H. (2013). Analyse
overzicht activiteiten transformatie. Utrecht.
• Veerman, J.W., Yperen, van T.A., Wilschut, M.
• Wilde, E.J. de, Kann, D., Berg-le Clercq, T.,
Ooms, H. (2013). Startfoto Jeugdzorg Utrechtse
Heuvelrug. Utrecht.
• Wilde, E.J. de, Kann, D., Berg-le Clercq, T., Ooms,
H. (2013). Startfoto Jeugdzorg Wijk bij Duurstede.
Utrecht.
• Wilde, E.J. de, Kann, D., Berg-le Clercq, T.,
(2013). Uitkomstenmonitoring in de jeugdzorg,
Ooms, H. (2013). Startfoto Jeugdzorg De Bilt.
meer dan alleen maar meten. Utrecht.
Utrecht.
• Vergeer, M., Zwikker, N. (2013). Position paper.
De toekomst van online opvoedondersteuning 2014
en verder. Utrecht.
• Vianen, R.T. van, A. Addink, K.L. Eigenraam. (2013).
• Wilde, E.J. de, Kann-Weedage, D., Meima, B. (2013).
Welbevinden in de rijke landen. Utrecht.
• Winter, M. de, Yperen, T.A. van, Zeben, T. van,
Bezem, J., Kobussen, M. e.a. (2013). Een stevig
Programma-integriteit methode jeugdbescherming.
fundament. Evaluatie van het basistakenpakket
Onderzoek naar de programma-integriteit van de
jeugdgezondheidszorg. Den Haag: Ministerie van
kernelementen uit de Delta-methode. Utrecht.
Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
• Vianen, R.T. van, Addink, A., Eijgenraam, K.L.
(2013). Onderzoek naar het toepassen van de
methode jeugdreclassering bij twee bureaus
jeugdzorg. Utrecht.
• Vianen, R.T. van, Addink, A., Eijgenraam,
K.L. (2013). Programma-integriteit methode
jeugdbescherming. Utrecht.
• Vianen, R.T. van, Repetur, L., Berlo, W. (2013).
• Yperen, T. van, Berg, G. van den. (2013). Scenario’s
inrichting zorg voor jeugd. Utrecht.
• Yperen, T.A. van, Bakker, C.J., Wilde, E.J. de.
(2013). Transformeren met beleid. Utrecht.
• Yperen, T.A. van, Berg, G. van den. (2013).
Scenario’s inrichting zorg voor jeugd. Utrecht.
• Yperen, T.A. van. (2013). Met kennis oogsten.
Monitoring en doorontwikkeling van een
Selectie van interventies voor het kwaliteitskader
integrale zorg voor jeugd. Oratie Rijksuniversiteit
van de Commissie Rouvoet. Utrecht: Nederlands
Groningen. Utrecht / Groningen: Nederlands
Jeugdinstituut, MOVISIE, Rutgers WPF.
Jeugdinstituut / Rijksuniversiteit Groningen.
• Visser, A., Prins, D., Berger, M., Prakken, J. (2013).
Generalistisch werken in wijkteams in beeld.
Utrecht.
• Wienke, D. (2013). Onderzoek bij de Horeca­
Vakschool te Rotterdam n.a.v. zelfdoding. Utrecht.
• Wienke, D. (2013). Pedagogisch klimaat VO.
Willemstad, Curaçao.
• Wienke, D. (2013). Rapportage audits Pedagogisch
klimaat bij VO scholen in Amsterdam, verslag ten
behoeve van DMO Amsterdam. Utrecht.
• Wienke, D. (2013). Rapportage audits peda­gogisch
klimaat bij VO-scholen in de regio Amsterdam.
Utrecht.
• Wienke, D.(2013). Beoordelingscriteria voor het
pedagogisch klimaat in het VO. Utrecht.
• Wienke, D., Messing, C., Slot, A. (2013). Validering
van Indicatoren Schoolklimaat en Veiligheid.
Utrecht.
• Zoon, M. (2013). Wat werkt bij jeugdigen met een
licht verstandelijke beperking? Update (2013).
Utrecht.
• Zoon, M., Berg- le Clercq, T. (2013). Wat werkt in
multiprobleemgezinnen? Update (2013). Utrecht.
• Zoon, M., Foolen, N. (2013). Wat werkt bij licht
verstandelijk beperkte ouders? Update (2013).
Utrecht.
• Zoon, M., Kooijman, K. (2013). Handleiding
Peuterhuisbezoeken VoorZorg (herziene versie).
Utrecht.
61
62
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Artikelen
• Anthonijsz, I., Wienke, D., Nikken, P. en Hankins, S.
• Dale, D. van, Dunnink, T., Cloostermans, L.
en Zwikker, M. (2013). Jeugdinterventies:
(Red.) (2013). Het zal je kind maar zijn. Ouders en
van kwantiteit naar kwaliteit. Tijdschrift voor
Coo, 31 oktober 2013, 14-15.
Jeugdgezondheidszorg (JGZ), 45 (6), 126-129.
• Anthonijsz, I. en Hemels, I. (Red.) (2013). Jeugdzorg
te begripvol voor ruziënde ouders. Jeugd en Co, 2
(6), 10-14.
• Anthonijsz, I. en Ras, I. (Red.)(2013). Een nieuwe
ronde in je leven. FLOW, nr. 5, 33-36.
• Bartelink, C. en Kooijman, K. (2013). Inschatten van
Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Dronkers, F. (2013). Richtlijnen Jeugdzorg,
aanbevelingen voor de jeugdzorgprofessional.
Tijdschrift voor Jeugdgezondheidszorg (JGZ),
3, 66-67. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Dronkers, F. (2013). Richtlijnen Jeugdzorg.
veiligheid en kans op kindermishandeling: nood­zaak,
Aanbevelingen voor jeugdzorgprofessionals.
instrumenten en ontwikkelingen. Tijdschrift voor
NVO-bulletin, 10-11.
Sociale Geneeskunde, 91 (7), 391-393.
• Bartelink, C., Yperen, T.A. van, Berge, I.J.
ten, Kwaadsteniet, L. en Witteman, C. de
(2013). Interbeoordelaarsovereenstemming bij
• Gemmeke, M. en Blaauw, E.S. (2013). Sterke
Netwerken: van belang voor ouders en kinderen.
Ouderschapskennis.
• Graas, D. en Berg- le Clercq, T. (2013). Een transitie
gestructureerd beslissen over kindermishandeling.
rondom gezinnen. Ontzorgen en normaliseren
Kind en Adolescent, 34 (3), 120-135. Houten: Bohn
in theorie, beleid en praktijk. Tijdschrift voor
Stafleu van Loghum.
Orthopedagogiek, 13 mei 2013.
• Bartelink, C. en Baat, M. de (2013). Ook in
de jeugdzorg kan een kind veilig hechten.
Uithuisplaatsing: liefst in pleeggezin of gezinshuis.
Jeugdkennis, 12 februari 2013.
• Berg- le Clercq, T. (2013). Gezinshuizen in het
• Hilverdink, P. (2013). Positief jeugdbeleid wordt
een begrip in Europa. Tijdschrift Jeugdbeleid, 7 (4),
211-215. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Janssen, L. en Nuyens, N. (2013).
Sharing the mobility experience: creating more
buitenland. Tijdschrift Jeugdbeleid. Houten: Bohn
effect. Comparison of the effects on young people
Stafleu van Loghum.
of two Dutch learning mobility programmes.
• Berg- le Clercq, T., Derr, R. en Galm, B. (2013).
In: Learning mobility and non-formal learning in
Internationale adviezen voor de ketenaanpak van
European contexts. Policy, approaches and
kindermishandeling. Tijdschrift Jeugdbeleid, 7 (4),
examples (pp. 139-148). Brussel: Council of
199-204. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Europe.
• Berg, G. van den (2013). Effectief. Sozio, 1.
Amsterdam: Uitgeverij SWP.
• Berg, G. van den (2013). Bewijs. Sozio, 2.
Amsterdam: Uitgeverij SWP.
• Berg, G. van den (2013). Wat werkt nou echt?
Sozio, 3. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
• Berg, G. van den (2013). Wisselwerking Sozio, 4.
Amsterdam: Uitgeverij SWP.
• Berg, G. van den (2013). Effectief: wie bepaalt dat?
Sozio, 5. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
• Berg, G. van den (2013). Gemeenten. Sozio, 6.
Amsterdam: Uitgeverij SWP.
• Berg-le Clercq T. en Mak, J. (2013). Buitenlandse
• Kesselring, M., Winter, M. de, Horjus, B. en
Yperen, T.A. van (2013). Allemaal opvoeders in
de pedagogische civil society. Naar een theoretisch
raamwerk. Pedagogiek, 33 (1), 5-20. Assen: Van
Gorcum.
• Kwaadsteniet, L. de, Bartelink, C., Witteman,
C., Berge, I.J. ten en Yperen, T. van (2013).
Improved decision making about suspected child
maltreatment: Results of structuring the decision
process. Children and Youth Services Review,
35 (2), 347-352. Elsevier.
• Nikken, P. en Jansz, J. (2013). Developing
scales to measure parental mediation of young
tips voor werken met een meldcode. Verplichte
children’s internet use. Learning, Media and
meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
technology, 38.
Jeugdkennis, 16 juli 2013.
• Bosscher, N. (2013). Scandinavische inspiratie voor
• Nikken, P. en Graaf, H. de (2013). Reciprocal
relationships between friends’ and parental
de transformatie van Centra voor Jeugd en Gezin.
mediation of adolescents’ media use and their
Jeugdbeleid, 7 (4), 187-192. Houten: Bohn Stafleu
sexual attitudes and behaviour. Journal of Youth
van Loghum.
and Adolescence, 42 (11), 1696-1707.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Prakken, J.C.V. (2013). Dossier laat
professionalisering opvoedingsondersteuning zien.
Jeugdkennis, 24 januari 2013.
• Prakken, J.C.V. (2013). Titan/Titan Plus.
Jeugdkennis, 14 februari 2013.
• Prakken, J.C.V. (2013). Na huiselijk geweld komt
handboek kindermishandeling (pp. 415-428).
Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Repetur, L. en Prakken, J.C.V. (2013).
Decentralisatie jeugdzorg Amsterdam: cliëntbelang
centraal! MOVISIES, 17. Utrecht: MOVISIE.
• Snijder, M. (2013). Jongeren plukken vruchten van
hulp aan kinderen slecht op gang. Jeugdkennis,
Europese mogelijkheden. Tijdschrift Jeugdbeleid,
26 februari 2013.
7 (4), 205-209. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Prakken, J.C.V. (2013). De opbrengst van prestatie-
• Sonck, N., Nikken, P. en Haan, J. de (2013).
indicatoren in de jeugdsector. Jeugdkennis,
Determinants of internet mediation: A comparison
23 april 2013.
of the reports by parents and children. Journal of
• Prakken, J.C.V. (2013). Veel kinderen vinden zich
onterecht te dik. Jeugdkennis, 14 mei 2013.
• Prakken, J.C.V. (2013). Dossier geeft tips
Children and Media, 7 (1), 96-113.
• Veerdonk, T. van der en Hilverdink, P. (2013).
Jongeren uit ‘s-Hertogenbosch vinden beter de weg
voor werken aan een positief groepsklimaat.
naar leren en werken. Tijdschrift Jeugdbeleid,
Jeugdkennis, 22 augustus 2013.
7 (4), 193-197. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
• Prakken, J.C.V. (2013). Gelijk=Gelijk.
• Vink, C. (2013). Draagt buitenlandse inspiratie bij
Jeugdkennis, 3 september 2013.
aan betere jeugdzorg in Nederland? Tijdschrift
• Prakken, J.C.V. (2013). Zorg voor de jeugd
op Haagse scholen kan beter. Jeugdkennis,
17 september 2013.
• Prakken, J.C.V. (2013). ‘We praten niet meer
Jeugdbeleid, 7 (4), 225-228. Houten: Bohn Stafleu
van Loghum.
• Wienke, D., Slot, A. Bakker, P.P. en Lierop, R.
van (red.) (2013). Audit meet veilige en zorgzame
óver maar mét gezinnen’. Jeugdkennis,
leeromgeving. Amsterdamse scholen meten
7 november 2013.
en verbeteren schoolklimaat. Jeugdkennis,
• Prakken, J.C.V. (2013). Interventie Een Solide
Basis voor de Toekomst. Jeugdkennis,
25 november 2013.
• Prakken, J.C.V. (2013). Interventie
13 december 2013.
• Wilde, E.J. de, Looij, P. van der, Goldschmeding,
J. en Hoogeveen, C. (2013). Self-Report of Suicidal
Thoughts and Behavior vs School Nurse Evaluations
Overbruggingsplan Overgewicht sluit aan bij leefstijl
in Dutch High-School Students. Crisis, 32 (3),
gezin. Jeugdkennis, 6 december 2013.
121-127. Hogrefe Publishing.
• Prakken, J.C.V. (2013). Stoppen en helpen. LTAK
nieuwsbrief, 1 februari 2013.
• Prakken, J.C.V. en Repetur, L. (2013). ‘Als hulp­
verlener ben je slechts een passant in het leven van
een gezin’. Jeugdkennis, 10 oktober 2013.
• Prakken, J.C.V. en Repetur, L. (2013).
• Wolff, M. de, Oudhof, M., Kamphuis, M., l’Hoir, M.,
Ruiter, M. de en Prinsen, B. (2013). JGZ richtlijn
opvoedingsondersteuning. TSG, 91 (7), 429-436.
Vereniging voor Volksgezondheid en Wetenschap.
• Yperen, T.A. van (2013). Met kennis oogsten:
monitoring en doorontwikkeling zorg voor jeugd.
Transformeren in de praktijk ‘Wederzijds
Kind en Adolescent, 34 (3), 136-146. Houten: Bohn
vertrouwen, daar draait het om’. Jeugdkennis,
Stafleu van Loghum.
21 november 2013.
• Prakken, J.C.V. en Repetur, L. (2013).
Transformeren in de praktijk “Als buurtteam mogen
• Yperen, T.A. van (2013). Transformeer met feiten.
Mgv-Online, 1 maart 2013. Amsterdam: Boom.
• Yperen, T.A. van, Veerman, J.W., Bijl, B., Jong,
we hulpverlenen zonder restricties’. Jeugdkennis,
H. de, Tops, P. en Land, M. van der (2013).
28 november 2013.
Praktijkgestuurd effectonderzoek in de jeugdzorg.
• Prakken, J.C.V. en Repetur, L. (2013). Utrecht
gaat drang-en-dwangfuncties ontschotten.
Jeugdkennis, 16 december 2013.
• Putte, E.M. van de, Sittig, E.R., Berge, I.J. ten,
Vogtländer, L.M., Landsmeer-Beker, E.A., Putte,
E.M. van de, Lukkassen, I.M.A. en Russel, I.M.B.
(2013). Veiligheidstaxatie en interventie. Medisch
In: Prikken in praktijken (pp. 47-68). Den Haag:
Boom Lemma.
• Zwikker, N. (2013). Digitale hulpverlening. Jong aan
de Amstel, 13 (1), 5. Koog aan de Zaan: Jong aan de
Amstel.
63
64
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Blogs
• Anthonijsz, I. (2013). Voorkom
(v)echtscheiding, investeer in relaties.
www.nji.nl, 24 mei 2013. www.kennisnetjeugd.nl,
27 mei 2013.
• Baat, M. de (2013). Keuze voor pleeggezin:
gebaseerd op belang van het kind. www.nji.nl,
20 maart 2013.
• Bakker, C.J. (2013). Transformeren: een ‘Big
Bang’ of met beleid? www.nji.nl, 5 april 2013.
• Bakker, C.J. (2013). Goedkoop is duurkoop.
www.kennisnetjeugd.nl, 7 oktober 2013.
• Berg- le Clercq, T. (2013). Werken in dialoog met
ouders en kinderen. www.kennisnetjeugd.nl,
19 december 2013.
• Blaauw, E.S. (2013). Investeer in generalistisch
werken rondom jeugd en gezin. www.nji.nl,
15 maart 2013.
• Hoex, J. (2013). Professionele taalvaardigheid:
• Snijder, M. (2013). Nodig je internationale
buren uit. www.zorgwelzijn.nl,
18 september 2013.
• Snijder, M. (2013). Eigen kracht: maar wat dan
precies? www.zorgwelzijn.nl, 15 oktober 2013.
• Snijder, M. (2013). Jongerenwerkers zijn altijd
te laat. www.zorgwelzijn.nl, 19 november 2013.
• Wilde, E.J. de (2013). Media: kijk uit met
berichtgeving over zelfdoding. www.nji.nl,
13 februari 2013.
• Wilde, E.J. de (2013). Blij met Nederland.
www.nji.nl, 27 februari 2013.
• Wilde, E.J. de (2013). Hoera, toch? www.nji.nl,
10 april 2013.
• Wilde, E.J. de (2013). Zorgbudget? Eerlijk
delen! www.kennisnetjeugd.nl, 12 september 2013.
• Yperen, T.A. van (2013). ‘De cliënt’, dat bent u
zelf. www.jeugdkennis.nl, 25 maart 2013.
• Yperen, T.A. van (2013). Maakbaarheid.
did we tell them to do the wrong things?
www.jeugdkennis.nl, 3 juni 2013.
www.nji.nl, 3 september 2013.
www.kennisnetjeugd.nl, 3 juni 2013.
• Lange. M. de (2013). Inclusie of exclusie?
www.nji.nl, 9 april 2013.
• Lange, M. de (2013). Stoornis een
excuus? Graag meer kennis en begrip.
www.kennisnetjeugd.nl, 9 september 2013.
• Lange, M. de (2013). Is de gespecialiseerde
zorg te duur? www.kennisnetjeugd.nl,
18 oktober 2013.
• Lange, M. de (2013). Evidence based werken:
• Yperen, T.A. van (2013). Fraude.
www.jeugdkennis.nl, 15 juli 2013.
• Yperen, T.A. van (2013). Ruimte voor de
professional. www.jeugdkennis.nl, 4 september
2013. www.kennisnetjeugd.nl, 5 september 2013.
• Yperen, T.A. van (2013). Wijkteam.
www.jeugdkennis.nl, 12 november 2013.
www.kennisnetjeugd.nl, 12 november 2013.
• Zwikker, N. (2013). Transitiekans: beter
een verstandige eis? www.kennisnetjeugd.nl,
gebruik van registratiegegevens.
9 december 2013.
www.kennisnetjeugd.nl, 24 juli 2013.
• Okma, K. (2013). Goed burgerschap begint aan
de keukentafel. www.nji.nl, 18 juni 2013.
• Snijder, M. (2013). Wie zijn toch die young
people? www.zorgwelzijn.nl, 28 januari 2013.
• Snijder, M. (2013). De waarde van niet-formeel
leren. www.zorgwelzijn.nl, 4 maart 2013.
• Snijder, M. (2013). Jongerenwerk belangrijk
bij interculturele competenties.
www.zorgwelzijn.nl, 3 april 2013.
• Snijder, M. (2013). Houd de informatie niet
voor jezelf. www.zorgwelzijn.nl, 2 mei 2013.
• Snijder, M. (2013). Grenzen aan de inzet van
vrijwilligers. www.zorgwelzijn.nl, 27 mei 2013.
• Snijder, M. (2013). CV nieuwe stijl is hard
nodig. www.zorgwelzijn.nl, 23 juli 2013.
• Snijder, M. (2013). Kwaliteitskeurmerk:
waardevol of noodzakelijk kwaad.
www.zorgwelzijn.nl, 22 augustus 2013.
Video’s
• Hermanns, S. (regisseur) (2013). Participatieprijs:
Upgraden, Gelijk=Gelijk; Jongerencentrum Level Z.
[video].
• Mullekom, C. van (regisseur) (2013). KinderWijs TV.
[video].
• Nuyens, N. (regisseur) (2013). FACT-team Jeugd
Hoogeveen. [video].
• Prakken, J. (regisseur) (2013). CJG4Kracht:
ambulante gezinshulpverlening in Apeldoorn.
[video].
• Prakken, J. (regisseur) (2013). Traject Op Maat
(T.O.M.). [video].
• Prakken, J. (regisseur) (2013). VoorZorg: preventief
jeugdbeleid begint bij de zwangerschap. [video].
• Prakken, J., Snippe, L. en Noort, A. van den
(regisseur) (2013). Kennisnet Jeugd. [video].
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Rijn, J. van (regisseur) (2013). QenA Triple P voor
de website www.triplep-nederland.nl. [video].
• Snijder, M. (regisseur) (2013). Erasmus+ in 150
seconden. [animatiefilm].
• Snijder, M. (regisseur) (2013). Jongeren doen het
zelf (5 delen). [video].
• Snijder, M. (regisseur) (2013). Uitgewisseld. [video].
• Lange, M. de. (2013). Position Paper LVBjeugdigen.
• Lange, M. de, Matthys, W., Foolen, N., Addink, A.,
Oudhof, M., Vermeij, K. (2013). Werkkaarten bij de
Richtlijn Ernstige gedragsproblemen.
• Lange, M. de, Matthys, W., Foolen, N., Addink, A.,
Oudhof, M., Vermeij, K. (2013). Informatie voor
ouders bij de Richtlijn Ernstige gedragsproblemen.
Brochures en factsheets
• Aarle, C. van, Hoex, J. (2013). Het Boxtels Model
• Vos, M., Kuyvenhoven, N., Zwikker, N., Werf, J.
van der, Zaal, M., Wesseling, M., Tanja, L., Stil, B.,
in 1000 woorden voor ambtenaren jeugd en
Walburgh Schmidt, B. (Update 2013). Digivaardig
onderwijs en samenwerkingspartners in voor-
in welzijn. De nieuwste ontwikkeling en trends
en vroegschoolse educatie.
op het gebied van sociale technologie in de
• Berger, M.A., Leeuwen, M. van, Blaauw, E. Witte, E.
(2013). De jeugd- en gezinsgeneralist als spil in het
welzijnssector.
• Messing, C.T.H.M. (2013). Onderwijs-
nieuwe jeugdstelsel. Generalistisch werken rondom
zorgarrangementen. Samenwerken Onderwijs
jeugd en gezin.
en Jeugdhulp.
• Berg-le Clercq, T., Bosscher, N., Keltjens, M., Vink,
C. (2013). Wat valt te leren van de Scandinavische
• Nikken, P. (Update 2013). Mediawijsheid.
• Nikken, P., Pardoen, J. (Update 2013).
social worker? De praktijk van gedecentraliseerde
Mediaopvoeding voor kinderen in de
jeugdhulp.
basisschoolleeftijd (6-12 jaar). Uitgever Nederlands
• Bosscher, N. (Update 2013). Inclusive education.
A suitable learning place for every Dutch child.
• Bosscher, N., Hilverdink, P. (2013). Dutch generalist
approaches and chid welfare transformation
through Nordic eyes.
Centrum Jeugdgezondheid.
• Nikken, P., Pardoen, J. (Update 2013).
Beeldschermmedia en mediaopvoeding voor de
allerkleinsten (0-6 jaar). Uitgever Nederlands
Centrum Jeugdgezondheid.
• Bosscher, N. (Update 2013). Verkenning sociale
• Pijpers, F., Bouma, G., Beckers, M., Boode, K.
participatie van kwetsbare jeugd in Engeland.
(2013). Onderwijs en Jeugdgezondheidszorg.
• Deen, C., Laan, M. Lierop, R. van. (Update 2013)
Van oudsher partners: informatiebrochure.
Handreiking integraal werken in het kader van de
verbinding tussen passend onderwijs en zorg voor
jeugd.
• Eijck, G. van, Kooijman, H., Yperen, T. van. (2013).
Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd.
• Foolen, N., Steege, M. van der. (2013). Van dwars
Uitgever: Nederlands Jeugdinstituut en Nederlands
Centrum Jeugdgezondheid.
• Rijn, J. van, Hollander, S., Berns, J. (Update 2013).
Triple P en de Transitie van de Jeugdzorg.
• Stals, K. (Update 2013). Flyer Jeugd in Onderzoek.
• Steege, M. van der, Ligtermoet, I. (2013).
gedrag tot gedragsstoornis. Blauwdruk voor een
Van enkelvoudig opvoedingsprobleem tot
preventie- en zorgarrangement.
multiproblemsituaties. Blauwdruk voor een
• Hilverdink, P. (2013). Generalist working with
youth and families in The Netherlands.
• Hilverdink, P. (2013). Cross-sectoral colla­
boration in the youth field; towards a shared
responsibility?!
• Ince, D., Yperen, T. van, Valkestijn, M. (2013).
Top tien positieve ontwikkeling jeugd.
Beschermende factoren in opvoeden en opgroeien.
• Ince, D., Yperen, T. van, Valkestijn, M. (2013).
Top ten positive youth development.
• Ince, D., Berg, G. van der. (Update 2013).
Culturele diversiteit in opgroeien en opvoeden:
feiten en cijfers.
preventie- en zorgarrangement.
• Wilde, E.J. de, Soest, M. van, (2013). De Monitor
Aanpak Kindermishandeling.
• Zwikker, N., Kann-Weedage, D. (Update 2013).
Gebruik psychosociale zorg voor jeugd stijgt.
Jaren 2008 tot en met 2011.
65
66
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Nieuwsbrieven
• Bommel, M. van (2013). Triple P voor
beroepskrachten, jaargang 5, (4 t/m 8).
• Darwish, L. (2013). Newsletter Netherlands Youth
Institute, jaargang 4, (1 t/m 2).
• Snijder, M. (2013). Nieuwsbrief Eurodesk en Youth
in Action, jaargang 7, (1 t/m 11).
• Lierop, R. van (2013). Nieuwsbrief Jeugd, jaargang
7, (1 t/m 46).
• Nederlands Jeugdinstituut, Netwerkbijeenkomst
Positief Jeugdbeleid, te Utrecht, op 31 januari 2013,
aantal deelnemers 30.
• Nederlands Jeugdinstituut, Studiebezoek Passend
Onderwijs Denemarken, te Denemarken, op
6-8 maart, 30 oktober- 1 november 2013, aantal
deelnemers 44.
• Nederlands Jeugdinstituut, ZonMw, TNO, RIVM
en Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Jeugd
in Onderzoek: door de ogen van ouders en kind,
Congressen en expertmeetings
te Nieuwegein, op 11 maart 2013, aantal deelnemers
• Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam,
500.
ABC Onderwijsadvies en Centrum voor
Nascholing Amsterdam, Amsterdamse Taal- en
Rekenconferentie, te Amsterdam, op 13 februari
2013, aantal deelnemers 40.
• Instituut voor Geschillen, Hogeschool Avans en
• Nederlands Jeugdinstituut,
Onderwijszorgarrangementen, te Utrecht, op
26 maart 2013, aantal deelnemers 6.
• Nederlands Jeugdinstituut en Associatie Jeugdzorg,
Studiebezoek Denemarken Associatie Jeugdzorg,
Openbaar Ministerie, Vechtscheidingen, te Den
te Denemarken, op 17 – 19 april 2013, aantal
Haag, op 20 november 2013, aantal deelnemers 20.
deelnemers 30.
• Jeugdzorg Nederland, Kader Vechtscheidingen en
OTS, te Utrecht, op 17 juni 2013, aantal deelnemers
20.
• Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
en Kinderombudsman, Plan van Aanpak Pesten,
te Den Haag, op 7 maart en 25 maart 2013, aantal
deelnemers 50.
• Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Syntens (nu Kamer van Koophandel) en RIVM/
Centrum Gezond Leven, Games als interventie?, te
• Nederlands Jeugdinstituut, Rebound in het mbo,
te Utrecht, op 23 april 2013, aantal deelnemers 15.
• Nederlands Jeugdinstituut, Volwassen geworden!
Terugblik op 30 jaar kinderopvang, te Utrecht,
op 24 april 2013, aantal deelnemers 150.
• Nederlands Jeugdinstituut, Universiteit Utrecht
en Nederlandse vereniging van pedagogen en
onderwijskundigen (NVO), Generalistisch werken
in debat, te Utrecht, op 25 april 2013, aantal
deelnemers 100.
Den Haag, op diverse data, aantal deelnemers 35.
• Nederlands Jeugdinstituut, Samenwerkingsverband
• Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN), PIONN,
RIVM/Centrum Gezond Leven en Syntens (nu
Praktikon, en PI Research, Effectiviteitsplatform
Kamer van Koophandel), Serious Games als erkende
SEJN, te Utrecht, op 25 april 2013, aantal
interventies, te Den Haag, op diverse data, aantal
deelnemers 70.
deelnemers 15.
• MOGroep en Nederlands Jeugdinstituut,
Professionele kracht, vrijwillige kracht, eigen
kracht: samen voor jeugd, te Zwolle, op diverse
data, aantal deelnemers 300.
• MOGroep, ZonMw en GGD Nederland,
Pedagogische civil society en vrijwillige inzet in
nieuwe stelsel, te Eindhoven, Zwolle, Arnhem,
Eindhoven, Amsterdam, Amersfoort, op diverse
data, aantal deelnemers 200.
• Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek,
• Nederlands Jeugdinstituut en VO-raad, Passend
Onderwijs en Zorg voor jeugd verbinden, te
Helmond, op 16 mei 2013, aantal deelnemers 198.
• Nederlands Jeugdinstituut en Universiteit Utrecht,
Triple P International, Triple P en onderzoek/
evidence based, te Utrecht, op 5 juni 2013, aantal
deelnemers 10.
• Nederlands Jeugdinstituut, Praktikon en Initi8,
Landelijke monitor Triple P, te Utrecht, op 27 juni
2013, aantal deelnemers 20.
• Nederlands Jeugdinstituut, Kinderpostzegels en
Startconferentie, te Den Haag, op 22 januari 2013,
Expertisenetwerk Pleegzorg, Pleegzorg: volop
aantal deelnemers 35.
in beweging!, te Utrecht, op 27 juni 2013, aantal
• Nederlands Jeugdinstituut, Youth in Action – the
final countdown, te Utrecht, op 26 januari 2013,
aantal deelnemers 65.
deelnemers 60.
• Nederlands Jeugdinstituut, MOVISIE en Rutgers
WPF, Kwaliteitskader voorkomen seksueel
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
misbruik in de jeugdzorg, te Utrecht, op
Leerlingbegeleiders, Implementatie van de
2 september 2013, aantal deelnemers 10.
meldcode in het onderwijs, te Den Bosch, op
• Nederlands Jeugdinstituut en Platform
Samenwerkingsverbanden VO, De 24 uur van
21 november 2013, aantal deelnemers 20.
• Nederlands Jeugdinstituut, Generalistisch werken;
Lunteren, te Lunteren, op 12 en 13 september 2013,
lessen uit Scandinavië, te Utrecht, op 22 november
aantal deelnemers 100.
2013, aantal deelnemers 65.
• Nederlands Jeugdinstituut, Gemeente Haarlem en
• Nederlands Jeugdinstituut, Ministerie van
Gemeente Apeldoorn, Internationale onsite review
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Lotje en Co,
Generalistisch werken in jeugd- en gezinsteams, te
Mini conferentie: Oei er klopt iets niet..., te Utrecht,
Haarlem en Apeldoorn, op 24 en 25 september 2013.
op 22 november 2013, aantal deelnemers 60.
• Nederlands Jeugdinstituut en Tinten Welzijnsgroep,
Generalistisch werken als spil in het nieuwe
jeugdstelsel, te Veendam, op 4 oktober 2013,
aantal deelnemers 200.
• Nederlands Jeugdinstituut en Fontys Hogeschool,
Opvoeden voor de toekomst, te Tilburg, op
3 december 2013, aantal deelnemers 300.
• Nederlands Jeugdinstituut en Nationale Jeugd Raad
• Nederlands Jeugdinstituut en Tinten Welzijnsgroep,
(NJR), Hoe informeer je jongeren over hun kansen
De generalist als spil in het nieuwe jeugdstelsel,
in Europa?, te Utrecht, op 10 december 2013, aantal
te Stadskanaal, op 4 oktober 2013.
deelnemers 40.
• Nederlands Jeugdinstituut, Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van
Veiligheid en Justitie en Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), Voor de Jeugd Festival, te
Amsterdam, op 7 oktober 2013, aantal deelnemers
1000.
• Nederlands Jeugdinstituut en T-bureau, Inter­
nationaal Paviljoen Voor de Jeugd Festival,
te Amsterdam, op 7 oktober 2013, aantal deelnemers
400.
• Nederlands Jeugdinstituut en Universiteit Utrecht,
Monitoring in tijden van transformatie, te Utrecht,
op 17 oktober 2013, aantal deelnemers 100.
• Nederlands Jeugdinstituut en Ministerie van
• Nederlands Jeugdinstituut, Platform Kwaliteit van
Jeugdwelzijn, te Utrecht, op diverse data.
• Nederlands Jeugdinstituut, EU en jongerenwerk:
waar liggen mijn kansen?, te Leeuwarden /
Amersfoort, op diverse data, aantal deelnemers 40.
• Nederlands Jeugdinstituut, Kinderrechtenhuis en
Pro Juventute, Mulock Houwer-lezing, te Utrecht,
op diverse data, aantal deelnemers 140.
• Nederlands Jeugdinstituut, HBO-Kennisnetwerk
uitstroomprofiel jeugdzorg, te Utrecht, op diverse
data, aantal deelnemers 15.
• Nederlands Jeugdinstituut, Opvoeden.nl, Mijn Kind
Online, Ouders Online, Mediawijzer.net, Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG), Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Discussion on
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van
demedicalisation children with Dr. Allen Frances,
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ministerie van
te Almere, op 7 november 2013, aantal deelnemers 22.
Veiligheid en Justitie, Deltaplan Mediaopvoeding,
• Nederlands Jeugdinstituut, Samenwerkingsverband
Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN), PIONN,
Praktikon, en PI Research, Effectiviteitsplatform
SEJN: meten in de keten, te Utrecht, op
14 november 2013, aantal deelnemers 70.
te Utrecht en Den Haag, op diverse data, aantal
deelnemers 15.
• Nederlands Jeugdinstituut, Kennis Praktijk
Netwerk, te Utrecht, op diverse data, aantal
deelnemers 75.
• Nederlands Jeugdinstituut, Sovee en Thover,
• Nederlands Jeugdinstituut en T-bureau, Transitie
Wijkteam Soesterkwartier Amersfoort, te
Managers bijeenkomst, op diverse data, aantal
Amersfoort, op 15 november 2013, aantal
deelnemers 40.
• Nederlands Jeugdinstituut, MOVISIE en Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG), Landelijk
Congres Huiselijk Geweld en Kindermishandeling,
Ontschotten en doorpakken, te Nieuwegein,
18 november 2013, aantal deelnemers 600.
• Nederlands Jeugdinstituut en Nederlandse
Vereniging van Schooldecanen en
deelnemers 50.
• Nederlands Jeugdinstituut, Instructiebijeenkomsten
in het kader van proefinvoeringen richtlijnen
jeugdzorg, 11 maal, diverse plaatsen, op diverse
data, aantal deelnemers 18.
• Nederlands Jeugdinstituut, Voorbereidings­
bijeenkomsten in het kader van proefinvoeringen
richtlijnen jeugdzorg, 4 maal, te Utrecht, op diverse
data, aantal deelnemers 6.
67
68
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Nederlands Jeugdinstituut, Kwartaaloverleg
richtlijnontwikkelaars, te Utrecht, op diverse data,
aantal deelnemers 12.
• Nederlands Jeugdinstituut, Bijeenkomsten
Amersfoort, op 30 augustus 2013, aantal deelnemers 5.
• Zijlstra Centre for Excellence / Vrije Universiteit
(VU), Risicomanagement in de jeugdzorg, te
Amsterdam, op 13 maart 2013, aantal deelnemers 40.
Erkenningscommissie interventies 8 maal, te
Utrecht, op diverse data, aantal deelnemers 12.
• Nederlands Jeugdinstituut en Trimbos Instituut,
Triple P Family Transitions, te Utrecht, op diverse
data, aantal deelnemers 20.
• Nederlands Jeugdinstituut en Trimbos Instituut,
Kennisateliers, kenniskringen en
kennispraktijknetwerken
• Anthonijsz, I.: Pestcollectief, 4 bijeenkomsten
(2013), 8 deelnemers.
• Anthonijsz, I.: Platform Relatieondersteuning
Kansrijk Implementeren, te Utrecht, op diverse
en Scheidingspreventie, 3 bijeenkomsten (2013),
data, aantal deelnemers 10.
8 deelnemers.
• Nederlands Jeugdinstituut, Plan van aanpak
validatie anti-pestprogramma’s, te Utrecht,
op diverse data, aantal deelnemers 15.
• Platform 31 en Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), Risicomanagement in de
jeugdzorg, te Utrecht, op diverse data, aantal
deelnemers 80.
• Provincie Utrecht, Trajectum en Zandbergen,
Jeugdzorg in zicht, te Utrecht, op 4 april 2013,
aantal deelnemers 130.
• Regio Zuid-Limburg, Praat niet over ons, maar met
ons, te Beek, Maastricht en Heerlen, op diverse data.
• Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid en
Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Lagerhuissessie Eigen
• Bakker, C.J.: Denktank Transformatie Jeugdstelsel,
5 bijeenkomsten (2013), 12 deelnemers.
• Baat, M. de, Berg- le Clercq, T. en Berge, I, ten:
Kenniskring Hulp na kindermishandeling,
4 bijeenkomsten (2013), 20 deelnemers.
• Baat, M. de en Lange, M. de: Kenniskring Pleegzorg,
4 bijeenkomsten (2013), 20 deelnemers.
• Berg, G. van den: Kenniskring Beschrijven en
onderbouwen van interventies, 1 bijeenkomst
(10 december 2013), 16 deelnemers.
• Berg- le Clercq, T., Eijgenraam, K. en Ooms, H.:
Kennispraktijknetwerk Vraag- en aanbodanalyse,
4 bijeenkomsten (2013), 7 deelnemers.
• Berger, M.: Kenniskring Samenwerken rond
kracht JGZ Congres, te Nieuwegein, op
jeugd en gezin in de wijk, 2 bijeenkomsten (2013),
26 september 2013.
8 deelnemers.
• T-bureau en Nederlands Jeugdinstituut,
Kennisateliers Jeugdzorg, JGGZ, LVB, JB en JR,
te Nederland, mei 2013, aantal deelnemers 480.
• UMC Utrecht, Julius Academy, Nederlands
Jeugdinstituut en Nederlands Centrum
Jeugdgezondheid, De verbindende kracht van
het Centrum voor Jeugd en Gezin, te Utrecht,
op 26 september 2013, aantal deelnemers 150.
• Universiteit Utrecht, Afscheidssymposium Elly
Singer, te Utrecht, op 17 september 2013, aantal
deelnemers 100.
• Universiteit Utrecht, Governing new social risks, te
Utrecht, op 22 februari 2013, aantal deelnemers 10.
• Vereniging Ouderschap Blijft, Studiedag
Ouderschap Blijft: Verbinden en Samenwerken, te
Utrecht, op 10 oktober 2013, aantal deelnemers 155.
• Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
• Berger, M.: Kenniskring Reflecteren is leren,
2 bijeenkomsten (2013), 15 deelnemers.
• Berger, M.: Kennispraktijknetwerk Generalistisch
werken rond jeugd en gezin, 3 bijeenkomsten
(2013), 15 deelnemers.
• Deen, C.: Kenniskring Onderwijs-zorgarrange­
menten, 3 bijeenkomsten (2013), 18 deelnemers.
• Deen, C.: Kenniskring Thuiszitters de wereld uit,
3 bijeenkomsten (2013), 20 deelnemers.
• Deen, C.: Kenniskring Integraal arrangeren,
3 bijeenkomsten (2013), 22 deelnemers.
• Deen, C.: Kenniskring Samenhang in opvoeden,
opgroeien en ontwikkelen, 3 bijeenkomsten (2013),
25 deelnemers.
• Deen, C.: Kenniskring Voorbereiding van het
OOGO, 3 bijeenkomsten (2013), 25 deelnemers.
• Hoex, J. en Verweij-Kwok, S.: Kenniskring
Sport, Ronde tafelgesprekken Actieplan Aanpak
Doorgaande Ontwikkellijn, 1 bijeenkomst
kindermishandeling, te Den Haag, op diverse data,
(6 december 2013), 7 deelnemers.
aantal deelnemers 50.
• Wetenschappelijk Instituut / Bestuurdersvereniging
ChristenUnie, Expertmeeting Jeugdzorg, te
• Kalthoff, H.: Kenniskring Netwerk
ouderbetrokkenheid en VVE, 1 bijeenkomst
(1 juni 2013).
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Kooijman, K. en Zijden, Q. van der:
Kennispraktijknetwerk Beslissen over hulp,
2 bijeenkomsten (2013), 8 deelnemers.
• Kooijman, K. en Oudhof, M.: Kennispraktijknetwerk
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling op
18 november 2013.
• Anthonijsz, I., Valk, I. van der, Graaf, I. de, Klein
Velderman, M. – Resultaten KIES onderzoek en
Jeugdgezondheidszorg, 4 bijeenkomsten (2013),
SOS Samenwerkingsverband Ondersteuning
35 deelnemers.
Scheidingskinderen. Ter gelegenheid van het
• Lange, M. de: Kennisnetwerk Residentiële
jeugdzorg, 2 bijeenkomsten (2013), 15 deelnemers.
• Lange, M. de en Baat, M. de: Kennispraktijknetwerk
Expertisenetwerk pleegzorg, 3 bijeenkomsten
(2013), 20 deelnemers.
• Messing, C.T.H.M.: Kennispraktijknetwerk
congres Jeugd in Onderzoek op 11 maart 2013.
• Anthonijsz, I., Vijver, C. de. – Pesten en
ouderbetrokkenheid. Ter gelegenheid van de
Inspiratiedag Zonnige Jeugd op 24 mei 2013.
• Baat, M. de, Al, C. – Hulp na kindermishandeling.
Hoe breng je het op orde in je gemeente? Ter
Arbeidstoeleiding kwetsbare jeugd,
gelegenheid van het congres Huiselijk Geweld en
3 bijeenkomsten (2013), 44 deelnemers.
Kindermishandeling op 18 november 2013.
• Messing, C.: Kenniskring Rebound, 5 bijeenkomsten
(2013), 77 deelnemers.
• Slot, A. en Vianen, R. van: Kennisatelier Aan de slag
met het gedwongen kader, 4 bijeenkomsten (2013),
240 deelnemers.
• Stals, K.: Verbetering telt! Landelijke bijeenkomst
pilotregio’s Prestatie-indicatoren CJG,
4 bijeenkomsten (2013), 66 deelnemers.
• Stals, K.: The proof of the pudding...Landelijke
bijeenkomst pilotregio’s Prestatie-indicatoren CJG,
1 bijeenkomst (2013), 65 deelnemers.
• Wilde, E.J. de: Kennispraktijknetwerk
• Bakker, C.J. – Opvoeden zonder geweld. Ter
gelegenheid van het debat van Moviera op
29 januari 2013.
• Bakker, C.J. – Alleenstaand maar niet alleen?
Ter gelegenheid van het symposium New Dutch
Connections op 3 april 2013.
• Bakker, C.J. – Generalistisch werken in de
jeugdsector: een nieuwe professional, een nieuwe
opleiding?, ter gelegenheid van de lezing van het
Nederlands Jeugdinstituut op 25 april 2013.
• Bakker, C.J. – Jeugdwerkloosheid en
jeugdproblematiek. Integrale aanpak kwetsbare
Jeugdmonitoring, 5 bijeenkomsten (2013),
jeugd. Ter gelegenheid van het Platform participatie
100 deelnemers.
werk, Stimulanz op 14 mei 2013.
• Wilschut, M. en Spoelstra, J.:
• Bartelink, C. – Beslissen over hulp: Hoe kunnen
Kennispraktijknetwerk Implementatie,
hulpverleners het beste beslissen over hulp aan
3 bijeenkomsten (2013), 20 deelnemers.
gezinnen? Ter gelegenheid van Transitie Academie
• Zwikker, N. en Vergeer, M.: Kenniskring Online
Opvoedingsondersteuning, 4 digitale bijeenkomsten
(2013). 9 deelnemers.
(Stadsregio Amsterdam) op 10 december 2013.
• Bartelink, C. – Development of evidence based
guidelines for out of home placement in the
Netherlands. Ter gelegenheid van de ISPCAN
Lezingen
• Anthonijsz, I. – Ouders dicht(er)bij: visie
conference op 16 september 2013.
• Bartelink, C. – Towards higher quality of
op ouderschap en werken met ouders als
decision-making on child maltreatment: Effects of
ambassadeur. Ter gelegenheid van het CJG congres:
structured decision-making in The Netherlands.
De verbindende kracht van het Centrum voor Jeugd
Ter gelegenheid van het symposium Decision-
en Gezin op 26 september 2013.
making in Child and Youth Care, Rijksuniversiteit
• Anthonijsz, I. – Pesten en ouderbetrokkenheid. Ter
gelegenheid van de bijeenkomst gemeente PijnackerNootdorp op 22 april 2013.
• Anthonijsz, I., Bosscher, N. – Think Parents! in the
Dutch Youth and Family Centres. Ter gelegenheid
van de 3rd Nordic Family Centre Conference
(Norway) op 12 juni 2013.
• Anthonijsz, I., Dijk, L. van. – Vechtscheidingen,
voor wie een zorg? Ter gelegenheid van het congres
Groningen op 20 september 2013.
• Bartelink, C., Eijgenraam, K. – Samen met ouders
en kinderen beslissen over passende hulp. Ter
gelegenheid van het congres Jeugd in Onderzoek op
11 maart 2013.
• Berg- le Clercq, T. – Dutch policies regarding Early
Childhood Services, ECEC programmes en family
centres. Ter gelegenheid van UK Education Select
Committee visit to the Netherlands op 5 februari 2013.
69
70
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Berg- le Clercq, T. – Prevent and Combat Child
• Dronkers, F. – ‘De nieuwe professional’. Ter
Abuse: An Overview over five European Countries.
gelegenheid van het debat Jeugdcafé, (initiatief van
Ter gelegenheid van Tagung ‘Internationale
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Perspektiven im Kinderschutz’ op 17 juli 2013.
• Berg- le Clercq, T. – Transitie jeugdzorg. Ter
te Den Haag op 21 maart 2013.
• Dronkers, F., Stals, K. – De cirkel is rond, onderzoek
gelegenheid van We kunnen de golven niet stoppen,
naar succesvolle implementatie van interventies
maar wel leren surfen op 3 september 2013.
in de jeugdzorg van Karlijn Stals, en over de
• Berg, G. van den. – Effectieve interventies. Ter
implementatie van richtlijnen. Ter gelegenheid
gelegenheid van de bijeenkomst Ministerie van
van de Studiemiddag Nederlands Instituut van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport over serious
Psychologen (NIP)- Nederlandse vereniging van
gaming op 27 juni 2013.
pedagogen en onderwijskundigen (NVO) over de
• Berg, G. van den. – Literatuuronderzoek. Ter
gelegenheid van Master Pedagogiek, Hogeschool
Arnhem Nijmegen op 4 september 2013.
• Berge, I.J. ten. – Stoppen en helpen: Wat werkt
in hulp na kindermishandeling? Ter gelegenheid
van het landelijk symposium Effectief hulpverlenen
dissertatie op 24 mei 2013.
• Foolen, N. – Richtlijn ernstige gedragsproblemen
voor de jeugdzorg. Ter gelegenheid van het
Kennisnetwerk HBO opleidingen op 27 september
2013.
• Hilverdink, P. – Education, welfare and leaving
na kindermishandeling, seksueel misbruik en
school early in the Netherlands. Ter gelegenheid
verwaarlozing op 16 mei 2013.
van de multilateraal Peer learning seminar Transitie
• Berger, M. – Generalistisch werken in de eerste
lijn. Ter gelegenheid van de bijeenkomst platform
teamleiders crisishulpverlening op 24 mei 2013.
• Berger, M. – Generalistisch werken in het nieuwe
jeugdstelsel. Ter gelegenheid van de bijeenkomst
platform schoolmaatschappelijk werkers en
jeugdverpleegkundigen Rotterdam op 23 mei 2013.
• Berger, M., Tuyn, M. van. – De generalist
in de eerste lijn: een schaap met vijf poten?
Onderwijs en Werk op 16 april 2013.
• Hoex, J. – De gouden driehoek: ouders,
groepsleiding en kind. Ter gelegenheid van het
congres Landelijk Pedagogenplatform Kindercentra
op 23 januari 2013.
• Hoex, J. – Het Pedagogisch kader als verrijking
voor het pedagogisch beleid. Ter gelegenheid van
het congres MK Reed Business op 14 mei 2013.
• Hoex, J. – Inhoud en opzet van het Pedagogisch
Ter gelegenheid van het CJG-congres op
kader in vogelvlucht. Ter gelegenheid van het
26 september 2013.
congres MK Reed Business op 14 mei 2013.
• Berger, M., Vink, C. – Generalistisch werken in de
• Hoex, J. – Intervisie Inspectie pedagogische
eerste lijn. Ter gelegenheid van het Kennisnetwerk
praktijk; kennis en ervaringen borgen en benutten.
HBO-docenten op 12 april 2013.
Ter gelegenheid van de Specialistendag Pedagogiek
• Bommel, M. van. – Triple P Positief Opvoeden. Ter
gelegenheid van de startbijeenkomst implementatie
Triple P Sittard op 26 september 2013.
• Bosscher, N. – Generalistisch werken rondom jeugd
en gezin in Scandinavië. Ter gelegenheid van de
Kenniskring Jeugdgezondheidzorg op 17 juni 2013.
• Daamen, W.W.M. – Introductie CAP-J. Ter
gelegenheid van de Behandelcoördinatorendag Lijn
5 op 8 oktober 2013.
• Deen, C. – ABC transitie en transformatie, op
21 november 2013.
• Deen, C. – Transitie en transformatie in het
GGD Nederland op 21 maart 2013.
• Kooijman, K. – Moeders Informeren Moeders.
Ter gelegenheid van de regiobijeenkomst Vrijwillige
inzet op 11 juni 2013.
• Kooijman, K. – Preventie in lokale jeugdzorg. Ter
gelegenheid van het Symposium ‘Grip op jeugdzorg’,
raadsleden portefeuille jeugd provincie NoordHolland op 24 april 2013.
• Lange, M. de, Dronkers, F. – De Richtlijn Ernstige
gedragsproblemen. Ter gelegenheid van de
studiemiddag Nederlands Instituut van Psychologen
(NIP), Nederlandse vereniging van pedagogen en
kader van passend onderwijs en de verbinding
onderwijskundigen (NVO), Nederlandse Vereniging
met Zorg voor jeugd. Ter gelegenheid van het
van Maatschappelijk Werkers (NVMW) op
congres Nederlands Instituut van Psychologen
(NIP)- Nederlandse vereniging van pedagogen en
onderwijskundigen (NVO) op 15 maart 2013.
27 september 2013.
• Lange, M. de, Dronkers, F., Laar, M. van de, Stevens,
R., Wolff, M. de. – Richtlijnen jeugdzorg door de
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
ogen van de cliënt. Ter gelegenheid van het congres
in de keten. De stand van zaken in het voorveld.
Jeugd in Onderzoek op 11 maart 2013.
Ter gelegenheid van de kennisdeling Raad van de
• Lange, M. de, Foolen, N. – Webinar Richtlijn
Kinderbescherming op 31 januari 2013.
Ernstige gedragsproblemen. Ter gelegenheid van de
• Nikken, P. – Media and children; Strengthening the
Autorisatie Richtlijn Ernstige gedragsproblemen op
role of parents. Ter gelegenheid van de PEGI board
28 november 2013.
meeting op 18 september 2013.
• Lange, M. de, Kroneman, L. – Richtlijn Ernstige
• Nikken, P. – Media, children and parents jan-
gedragsproblemen. Ter gelegenheid van de
mrt 2013. Ter gelegenheid van de wekelijkse
studiemiddag Nederlands Instituut van Psychologen
werkcolleges Erasmus Universiteit Rotterdam vanaf
(NIP), Nederlandse vereniging van pedagogen en
30 januari 2013.
onderwijskundigen (NVO), Nederlandse Vereniging
• Nikken, P. – Mediaopvoeding in de 21e eeuw;
van Maatschappelijk Werkers (NVMW) op
Wat kan de JGZ doen? Ter gelegenheid van het
27 september 2013.
Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ)
• Lange, M. de, Wolff, M. de, Laar, M. van de,
Dronkers, F., – Workshop Richtlijnen Jeugdzorg
jaarcongres op 10 december 2013.
• Nikken, P. – Media-pedagogiek in de 21e eeuw;
en Cliëntenparticipatie. Ter gelegenheid van het
heeft het nut om je daar in te verdiepen? Ter gele­
Congres Jeugd in Onderzoek op 11 maart 2013.
genheid van de opening academisch jaar pedagogiek
• Lange, M. de. – Ontwikkelingspsychologie. Ter
gelegenheid van de Master Pedagogiek, Hogeschool
Arnhem Nijmegen op 16 januari 2013.
• Lange, M. de. – Psychopathologie. Ter gelegenheid
van de Master Pedagogiek, Hogeschool Arnhem
Nijmegen op 30 januari 2013.
Windesheim Zwolle op 29 augustus 2013.
• Nikken, P. – Social media en televisie: Zooo 2013!
Ter gelegenheid van het congres Kinderobesitas
2013; Wat heb je nodig? Alliantie Voeding
ziekenhuis Gelderse Vallei op 29 januari 2013.
• Nikken, P. – Wat (social) media voor kinderen
• Lindqvist, U., Ouweneel, I., Hilverdink, P.
kan kunnen betekenen? Media-pedagogiek in de
– Opvoedingsondersteuning begint bij de
21e eeuw. Ter gelegenheid van Opvoeden voor de
zwangerschap- Finse en Nederlandse voorbeelden.
toekomst, 100 jaar pedagogiek, Fontys Hogeschool
Ter gelegenheid van het nationaal congres
Pedagogiek op 3 december 2013.
Opvoedingsondersteuning op 1 juni 2013.
• Messing, C.T.H.M. – De methodiek van school als
werkplaats. Ter gelegenheid van de Mbo-conferentie
op 10 januari 2013.
• Messing, C.T.H.M. – Early school leaving in
the Netherlands: the example of rebound. Ter
gelegenheid van het bezoek Servische delegatie aan
Nederlands Jeugdinstituut op 26 november 2013.
• Messing, C.T.H.M. – Onderwijsopvang­voor­
• Ooms, H. – Startfoto Zuid Oost Utrecht. Ter
gelegenheid van de conferentie ‘Kansen en Keuzes
bij de Zorg voor Jeugd’ op 18 september 2013.
• Ooms, H. – Workshop 4A. Ter gelegenheid van het
congres Jeugd in Onderzoek op 11 maart 2013.
• Ooms, H., Yperen, T. van. – Decentralisatie Jeugd.
Ter gelegenheid van het Voor de Jeugd Festival op
7 oktober 2013.
• Ooms, H., Yperen, T. van. – Startfoto Zuid Oost
zieningen op weg naar OPDC 2014. Ter gelegenheid
Utrecht. Ter gelegenheid van de werksessie
van.de landelijke studiedag Herstart en Op de Rails
met wethouders regio Zuid Oost Utrecht op
op 17 april 2013.
• Messing, C.T.H.M. – Op weg naar een OPDC
nieuwe stijl. Ter gelegenheid van de tweedaagse
landelijke conferentie Lunteren coördinatoren
samenwerkingsverbanden VO op 13 september 2013.
• Messing, C.T.H.M. – Practices towards reducing
ESL and drop-out. Rebound: a Dutch Solution. Ter
gelegenheid van de ERI SEE Regional conference in
Belgrado: Stay@School: The Challenges We Face –
Early School Leaving and Drop Out in South Eastern
Europe op 12 december 2013.
• Messing, C.T.H.M. – Reactie op schoolverzuim
4 september 2013.
• Rijn, J. van, Okma, K. – Eigen kracht van oudersTriple P. Ter gelegenheid van het Nationaal Congres
Jeugdgezondheidszorg op 26 september 2013.
• Rijn, J. van. – Kansrijk Implementeren. Ter
gelegenheid van het project Kansrijk Implementeren
op 22 maart 2013.
• Snijder, M. – De waarde van niet-formeel leren.
Ter gelegenheid van de NOV-bijeenkomst Netwerk
Jeugd op 21 mei 2013.
• Snijder, M. – EU-mogelijkheden voor jongeren
en de jeugdsector. Ter gelegenheid van de
71
72
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
landelijke bijeenkomst Europe Direct centra op
24 september 2013.
• Snijder, M. – Subsidiemogelijkheden Youth
in Action-programma. Ter gelegenheid van
de bijeenkomst Europese mogelijkheden voor
jongerenorganisaties op 30 januari 2013.
• Spoelstra, J. – De zorg voor jeugd in transitie. Ter
gelegenheid van de bachelorstudenten Pedagogische
Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen op
28 mei 2013.
• Stals, K. – Implementatie in de jeugdzorg.
Ter gelegenheid van de Academische Werkplaats
Inside-Out Nijmegen op 1 februari 2013.
• Stals, K. – Implementatie in de jeugdzorg. Ter
gelegenheid van de lezingencyclus Wetenschap
en Praktijk Nederlands Instituut van Psychologen
(NIP)-Nederlandse vereniging van pedagogen en
School Samen op 7 oktober 2013.
• Vianen, R.T. van. – De methode Learning Together:
leren van voorvallen. Op uitnodiging van LVGinstellingen Noord Nederland op 11 februari 2013.
• Vianen, R.T. van. – De methode Learning Together:
leren van voorvallen. Ter gelegenheid van de
bijeenkomst coördinatoren huiselijk geweld politie
op 16 april 2013.
• Vianen, R.T. van. – Programma-integer werken
in de jeugdbescherming. Ter gelegenheid van het
congres Vliegwielprojecten op 21 juni 2013.
• Vink, C. – CJG ontwikkeling in relatie tot
Huizen voor het Kind. Ter gelegenheid van het
congres Huizen voor het Kind, Hoger Instituut
Gezinswetenschappen, Brussel op 15 mei 2013.
• Vink, C. – Internationale ontwikkelingen met
betrekking tot CJG’s. Ter gelegenheid van het CJG
onderwijskundigen (NVO) op 24 mei 2013.
congres UMC Utrecht op 26 september 2013.
• Stals, K. – Kill two birds with one stone. An
• Vink, C. – Leren van het buitenland, transitie
example of using one instrument for both education
jeugdzorg. Ter gelegenheid van de JGGZ dag,
and monitoring. Ter gelegenheid van the Nordic
congres JGGZ op 11 december 2013.
Conference on Implementation of Evidence-Based
Practice. Linköping, Zweden op 6 februari 2013.
• Stals, K. – Richtlijnen Jeugdzorg. Ter gelegenheid
van het HBO Kennisnetwerk op 7 juni 2013.
• Stals, K. – Verbinden en Samenwerking in
• Vink, C. – Lessen Denemarken Transitie Jeugdzorg.
Ter gelegenheid van de Commissie Jeugd, Tweede
Kamer op 8 oktober 2013.
• Vink, C. – Transitie en Transformatie in
internationaal perspectief. Ter gelegenheid van het
omgangsbemiddeling en –begeleiding. Ter
Master programma MOV, Universiteit Utrecht op
gelegenheid van de studiedag Ouderschap Blijft op
2 december 2013.
10 oktober 2013.
• Stals, K., Fleuren, M., Ooms, H. – Richtlijnen
Jeugdzorg: alleen werkzaam als ouders en
kinderen voorop staan. Ter gelegenheid van het
congres Jeugd in Onderzoek op 11 maart 2013.
• Valkestijn, M. – Top tien factoren positieve
ontwikkeling jeugd. Ter gelegenheid van het Voor
de Jeugd Festival op 7 oktober 2013.
• Valkestijn, M., Janssen, L. – Masterclass
Jongereninitiatieven. Ter gelegenheid van het
LCGW-congres op 15 maart 2013.
• Verweij- Kwok, S. – Media in de kinderopvang.
Ter gelegenheid van de studiedag Pedagogiek
Windesheim Zwolle op 30 januari 2013.
• Verweij- Kwok, S. – Met gastouders werken aan een
persoonlijk pedagogisch plan. Ter gelegenheid van
• Vink, C. – Transitie en Transformatie jeugdzorg.
Ter gelegenheid van de bijeenkomt William
Schrikker Groep op 21 januari 2013.
• Vink, C. – Transitie en Transformatie Jeugdzorg.
Ter gelegenheid van de werkgroep Rijksuniversiteit
Groningen op 13 juni 2013.
• Vink, C. – Transition of Dutch child and youth
services. Ter gelegenheid van de meeting Centre
of Effective Services, Dublin op 11 oktober 2013.
• Vink, C., Okma, K. – Parenting Support en Triple P.
Ter gelegenheid van de seminar Turn to Parenting
op 22 februari 2013.
• Wienke, D. – Assessing the schoolclimate in
secondary schools. Ter gelegenheid van de
conferentie ECER Istanbul op 9 september 2013.
• Wienke, D. – Belang van een veilige en
het congres pedagogisch kader gastouderopvang op
zorgzame leeromgeving. Ter gelegenheid
14 mei 2013.
van de conferentie Marokkaanse en Turkse
• Verweij- Kwok, S. – VVE Thuis: voor- en
vroegschoolse educatie en ontwikkelings­
stimulering thuis: een effectieve combinatie Ter
gelegenheid van de regiobijeenkomst Ouders en
Immigrantenorganisatie Amsterdam op
26 november 2013.
• Wienke, D. – Incidenten in het voortgezet
onderwijs. Ter gelegenheid van de miniconferentie
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Samenwerkingsverband Maastricht e.o. op
13 januari 2013.
• Wienke, D. – Monitoring SchollClimate.
Ter gelegenheid van de conferentie EIPPEE
Frankfurt op 4 maart 2013.
• Wienke, D. – Pesten in het voortgezet onderwijs.
Ter gelegenheid van de bijscholing docenten op
13 november 2013.
• Wienke, D. – Verbreding toetsingskader sociale
kwaliteit. Ter gelegenheid van de bijscholing
Onderwijsinspectie op 4 oktober 2013.
• Wilde, E.J. de, Kann, D. – Startfoto Zuid-Oost
• Wilschut, M. – Inspirerend leiderschap. Ter
gelegenheid van de regionale kennisdeling LOB
MBO op 19 juni 2013.
• Wilschut, M. – Monitoring als onderdeel van
je implementatieproces. Ter gelegenheid van de
invoering systeemgericht werken op 22 januari 2013.
• Yperen, T.A. van. – Alsof het jezelf betreft.
Jeugdigen, ouders en prestatie-indicatoren
(workshop). Ter gelegenheid van de conferentie
Jeugd in Onderzoek op 11 maart 2013.
• Yperen, T.A. van. – De generalist in het nieuwe
jeugdstelsel. Ter gelegenheid van het symposium
Utrecht. Ter gelegenheid van de expertbijeenkomst
‘De generalist als spil in het nieuwe jeugdstelsel’
Gemeente De Bilt, De Bilt op 5 september 2013.
op 4 oktober 2013.
• Wilde, E.J. de, Meima, B. – Intelligent Bench­
• Yperen, T.A. van. – De professional aan de monitor.
marking. Ter gelegenheid van de International
Beroep of Big Brother? Ter gelegenheid van de
Society of Child Indicators conference, Seoul, Zuid-
afscheidsconferentie Jan Willem Veerman op
Korea van 27 mei tot 3 juni 2013.
• Wilde, E.J. de. – Effectiviteit en het nieuwe
30 augustus 2013.
• Yperen, T.A. van. – Erkenning van interventies. Ter
jeugdbeleid. Ter gelegenheid van de Academische
gelegenheid van de bijeenkomst samenwerkings­
Werkplaats CEPHIR op 19 februari 2013.
overeenkomst Erkennings­commissie Interventies
• Wilde, E.J. de. – Monitoren in Transformatie.
Nederlands Jeugdinstituut, Nederlands Centrum
Ter gelegenheid van de lezingencyclus Universiteit
Jeugdgezondheid, RIVM/Centrum Gezond Leven,
Utrecht /Nederlands Jeugdinstituut op
MOVISIE en Nederlands Instituut voor Sport en
17 oktober 2013.
Bewegen op 16 oktober 2013.
• Wilde, E.J. de. – Reflecting on the progress in
• Yperen, T.A. van. – Gaat het goed met de
child indicators. Ter gelegenheid van de INGRID
transitie? Ter gelegenheid van het Ministerie van
International Expert Meeting, Budapest, Hongarije
Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugdcafé
op 28 november 2013.
• Wilde, E.J. de. – Suïcidaal en zelfbeschadigend
Zorgen om de jeugd-ggz op 6 juni 2013.
• Yperen, T.A. van. – Implementation of
gedrag bij jongeren. Ter gelegenheid van het
interventions. How to respond to professional
congres Wanhopige jongeren, Nieuwegein op
needs. Ter gelegenheid van The Nordic Conference
14 maart 2013.
on Implementation of Evidence-Based Practice op
• Wilde, E.J. de. – Suïcidaal gedrag bij Jongeren.
Ter gelegenheid van de Boerhaave lezing op
6 maart 2013.
• Wilde, E.J. de., Andrews, R. (gemeente Den Haag).
– De Nieuwe Monitor Aanpak Kindermishandeling.
2 februari 2013.
• Yperen, T.A. van. – Kansen nieuw jeugdstelsel.
Ter gelegenheid van ‘Kopzorgen’, debat Groninger
Forum op 25 september 2013.
• Yperen, T.A. van. – Kansen voor kinderen:
Ter gelegenheid van het congres Kindermishandeling
transitie jeugdzorg. Ter gelegenheid van de expert­
en Huiselijk Geweld op 18 november 2013.
meeting gemeenteraad Groningen op 3 juli 2013.
• Wilde, E.J. de., Linden, P. van der. – Tackling Child
• Yperen, T.A. van. – Ketenbreed monitoren in
Abuse with the Monitor MAK. Ter gelegenheid van
tijden van transformatie. Ter gelegenheid van
de Bernard van Leer International Group, Den Haag
het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg
op 4 februari 2013.
Nederland (SEJN) Effectiviteitsplatform op
• Wilschut, M. – Implementation Guide. Ter
gelegenheid van de Nordic Implementation
Conference op 5 februari 2013.
• Wilschut, M. – Inspirerend leiderschap. Ter
gelegenheid van de regionale kennisdeling LOB
MBO op 11 juni 2013.
14 november 2013.
• Yperen, T.A. van. – Met kennis oogsten:
monitoring en doorontwikkeling zorg voor jeugd.
Ter gelegenheid van de Oratie Rijksuniversiteit
Groningen op 4 juni 2013.
73
74
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Yperen, T.A. van. – Monitoring en innovatie. Ter
• Zwikker, N. – Workshop: Competenties van de
gelegenheid van de bijeenkomst Kennisnetwerk
online opvoedingsondersteuner. Ter gelegenheid
Monitoring op 6 december 2013.
van de studiedag Pedagogiek Fontys Hogescholen op
• Yperen, T.A. van. – Monitoring jeugd en effect
18 april 2013.
(workshop). Ter gelegenheid van het Voor de jeugd
Festival op 7 oktober 2013.
• Yperen, T.A. van. – Op weg met transitie jeugdzorg
en passend onderwijs. Ter gelegenheid van CBEAcademica onderwijs op 12 maart 2013.
• Yperen, T.A. van. – Op weg met transitie jeugdzorg.
Ter gelegenheid van de transitiebijeenkomst
IJmondgemeenten op 28 februari 2013.
• Yperen, T.A. van. – Prestatie-indicatoren lokale
zorg voor jeugd: geleerde lessen. Ter gelegenheid
Lidmaatschap (advies) orgaan
• Anthonijsz, I., lid Samenwerkingsverband
Ondersteuning Scheidingskinderen (SOS).
• Anthonijsz, I., lid Begeleidingscommissie TNO
Dappere Dino’s.
• Anthonijsz, I., lid Congrescommissie Centra voor
Jeugd en Gezin.
• Anthonijsz, I., lid Samenwerkingsverband
Ouderschap.
van de slotbijeenkomst pilots ‘Prestatie-indicatoren
• Baat, M. de, lid Alliantie Kind in Gezin.
CJG’ op 10 december 2013.
• Bakker, C.J., lid Begeleidingscommissie Canon Zorg
• Yperen, T.A. van. – Samenwerking in
jeugdhulp: wat werkt? Ter gelegenheid van het
jubileumcongres Molendrift ‘Samenwerken in de
zorg: een kwestie van doen’ op 10 oktober 2013.
• Yperen, T.A. van. – Transitie en transformatie.
Ter gelegenheid van Webinar GalanGroep en
Crowndale op 10 december 2013.
• Yperen, T.A. van. – Transitie jeugdzorg (5 min.
pitch). Ter gelegenheid van de hoorzitting Eerste
Kamer.
• Yperen, T.A. van. – Transitie jeugdzorg en MST. Ter
gelegenheid van de managersbijeenkomst MST op
14 mei 2013.
• Yperen, T.A. van. – Transitie jeugdzorg en
onderwijs. Ter gelegenheid van de CAOP Dialoog­
bijeenkomst jeugdzorg en onderwijs op 22 april 2013.
voor de Jeugd.
• Bakker, C.J., lid bestuur Defence for Children
Nederland.
• Bakker, C.J., lid bestuur Stichting Expertisecentrum
Ontwikkeling, Opvang en Onderwijs/ ECO3.
• Bakker, C.J., Curatorium bijzondere leerstoel
Mediaopvoeding Erasmus Universiteit.
• Bakker, C.J., Curatorium bijzondere leerstoel
Monitoring en innovatie zorg voor jeugd
Rijksuniversiteit Groningen.
• Bakker, C.J., voorzitter vakjury Nationale
Jeugdzorgprijzen.
• Bakker, C.J., lid Strategisch beraad Stelsel
Kinderopvang. Kinderopvangfonds en Bernard
van Leer Foundation.
• Bakker, C.J., voorzitter commissie Mulock
• Yperen, T.A. van. – Transitie jeugdzorg: stand van
Houwer-lezing. Nederlands Jeugdinstituut,
zaken. Ter gelegenheid van de bijeenkomst PvdA-
Kinderrechtenhuis en fonds Pro Juventute.
werkgroep ‘Patiënt Centraal’ op 27 juni 2013.
• Yperen, T.A. van. – Transitie jeugdzorg: visie,
• Bakker, C.J., voorzitter commissie Nederlands
Jeugdinstituut –Universiteit Utrecht lezingen.
ontwerp, invulling. Ter gelegenheid van de
Nederlands Jeugdinstituut en Universiteit Utrecht.
transitiebijeenkomst gemeenten zuid-oost
• Bakker, C.J., lid jury Participatieprijs 2013 MOVISIE.
Groningen op 22 maart 2013.
• Bakker, C.J., adviseur HBO-pedagogiek. NTI Leiden.
• Yperen, T.A. van. – Transitie jeugdzorg: zicht
• Berg, G. van den, lid Wetenschappelijke
op effectiviteit. Ter gelegenheid van de SEIJN
Adviescommissie Nederlands Centrum
platformbijeenkomst op 25 april 2013.
• Yperen, T.A. van. – Waarom professionaliseren?
Jeugdgezondheid.
• Berge, I.J. ten, adviseur Bestuursraad
Ter gelegenheid van de bijeenkomst Ministerie van
Intersectorale aanpak kindermishandeling
Volksgezondheid, Welzijn en Sport- Vereniging van
Gelderland.
Nederlandse Gemeenten (VNG) ‘Professionalisering
en transformatie jeugdstelsel op 6 december 2013.
• Zwikker, N. – Voorzitter Jeugdzorg 2.0. Ter
• Berge, I.J. ten, voorzitter Richtlijn
Kindermishandeling.
• Berge, I.J. ten, lid Ministerie van Volksgezondheid,
gelegenheid van het congres Jeugdzorg 2.0 op
Welzijn en Sport werkgroep instrumenten voor
6 februari 2013.
veiligheids- en risicotaxatie.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Berge, I.J. ten, lid Begeleidingscommissie Gezond
Terug Rijksuniversiteit Groningen.
• Berge, I.J. ten, lid Adviesraad Kinderbescherming
Thuis/ Verve Hogeschool Leiden.
• Berger, M., voorzitter Projectgroep
professionalisering jeugdzorg.
• Berger, M., lid Focusgroep CVZ professionalisering
zorginnovatie.
• Berger, M., lid Normenkader gecertificeerde
instellingen.
• Berger, M., lid Begeleidingscommissie
werkproces vroegsignaleren en doorverwijzen 12min delictplegers’.
• Wilde, E.J. de, lid Klankbordgroep Verkenning
Jeugdgezondheid (VTV-Jeugd).
• Wilde, E.J. de, lid International Society of Child
Indicators.
• Yperen, T.A. van, lid Redactie tijdschrift Kind en
Adolescent.
• Yperen, T.A. van, lid War Child –
Wetenschappelijke Adviescommissie programma
IDEAL.
inventarisatie cliënt, professional en
• Yperen, T.A. van, lid Adviescommissie C4Youth.
alliantiefactoren ZonMw.
• Yperen, T.A. van, lid Raad van Advies lectoraat
• Gemmeke, M, lid Partnership Raad van Europa en
Europese Commissie.
• Hilverdink, P., lid Klankbordgroep Participatieprijs
MOVISIE.
• Hoex, J., lid Landelijk Pedagogenplatform
Kindercentra.
• Kalthoff, H., lid Expertgroep kinderen in armoede
van de Ombudsman.
• Kooijman, K., lid Bestuur Stichting Voorkoming
van Kindermishandeling.
• Kooijman, K., lid Beroepsgroepenoverleg JGZ.
• Kooijman, K., voorzitter Kennisnetwerk JGZ.
• Nikken, P., lid Kijkwijzer wetenschapscommissie
NICAM.
• Nikken, P., lid Valorisatiepanel NWO
Cyberpestenonderzoek UvT, UvA, TU Delft.
• Nikken, P., lid Adviesraad Mijn Kind Online.
• Nikken, P., lid netwerk Mediawijzer.net.
• Nikken, P., voorzitter Commissie Ernstige schade
Audiovisuele Media Commissariaat voor de Media.
• Nikken, P. full member KNAW NeSCoR Netherlands
School of Communication Research.
• Ooms, H., jurylid Debat Lagerhuis 23 september
2013.
• Stals, K., lid Guidelines International Network.
• Stals, K., lid GENEVER (Richtlijnen netwerk van
Nederlandse GIN leden).
• Stals, K.,lid Programmacommissie Richtlijnen
Jeugdgezondheidszorg 2013-2018 ZonMw.
• Stals, K.,lid Begeleidingscommissie WODC,
Procesevaluatie van de gedragsinterventie Leren
van Delict.
• Valkestijn, M., lid Jury Jong Lokaal Bokaal.
• Valkestijn, M., lid Klankbordgroep Lectoraat
Integraal Jeugdbeleid Hanzehogeschool.
• Vink, C., lid Eurochild.
• Wilde, E.J. de, lid Begeleidingscommissie ‘Evaluatie
Implementatie jeugdzorg, Hogeschool van
Amsterdam.
• Yperen, T.A. van, lid Begeleidingscommissie
onderzoek ‘Aanpak multiprobleemgezinnen in
Rotterdam’ van Verweij Jonkerinstituut.
• Yperen, T.A. van, lid Comité van aanbeveling De
Garaasje, Fier Frieslân.
• Yperen, T.A. van, lid Evaluatie- en advies
Commissie Passend Onderwijs/ECPO.
• Yperen, T.A. van, lid Transitiecommissie
Stelselwijziging Jeugd /TSJ.
• Yperen, T.A. van, lid Commissie Evaluatie
Basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg.
• Yperen, T.A. van, lid Raad van Advies Zorg Welzijn
en Activering, gemeente Rotterdam.
• Yperen, T.A. van, lid Onderzoekscommissie AOC
Terra naar dood Fleur Bloemen.
• Yperen, T.A. van, lid Gezondheidsraad,
commissie Professionalisering Maatschappelijke
Ondersteuning.
75
76
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Trainingen
training, diverse data. Aantal trainingen: 7, aantal
Totaal aantal trainingen
267
waarvan Triple P80
Totaal aantal deelnemers
3.994
waarvan Triple P1.329
deelnemers: 17.
• Eersel, E., Verweij, E., Wilschut, M. en Kroes, J.
Kaleidoscoop LTTP-training, diverse data. Aantal
trainingen: 12, aantal deelnemers: 42.
• Fish, S. Learning Together, diverse data. Aantal
• Bakker, P.P. en Drewes, I. (Hanze Hogeschool).
Generalistisch werken met effectieve interventies,
trainingen: 3, aantal deelnemers: 15.
• Hartong, I. Laten Spelen is een Vak voor
12 december 2013. Aantal trainingen: 1, aantal
Buitenschoolse opvang, diverse data. Aantal
deelnemers: 20.
trainingen: 1, aantal deelnemers: 12.
• Balledux, M, Hoex, J. en Verweij, S. Pedagogische
basiskennis observeren GGD Utrecht, diverse data.
Aantal trainingen: 1, aantal deelnemers: 14.
• Balledux, M. en Hoex, J. Basistraining pedagogisch
• Hoex, J. Op-maat pedagogisch observeren GGD
Noord- en Oost- Gelderland, diverse data. Aantal
trainingen: 1, aantal deelnemers: 16.
• Hoex, J. en Verweij, S. Verdieping observeren
observeren GGD Nederland, 12 november 2013.
pedagogisch domein GGD Brabant Zuidoost,
Aantal trainingen: 1, aantal deelnemers: 9.
17 december 2013. Aantal trainingen: 1, aantal
• Bartelink, C. Zorgvuldig beslissen in onveilige
opvoedsituaties, diverse data. Aantal trainingen: 5,
aantal deelnemers: 150.
• Brandenbarg, N. Basistraining Voor- en
Vroegschoolse Educatie (tranche 1), diverse data.
Aantal trainingen: 3, aantal deelnemers: 13.
• Daamen, W.W.M. CAP-J training, 10 oktober 2013.
Aantal trainingen: 1, aantal deelnemers: 15.
• Dam, J. van. Basistraining Voor- en Vroegschoolse
Educatie (tranche 2), diverse data. Aantal
trainingen: 6, aantal deelnemers: 10.
• Dam, J. van. Basistraining Voor- en Vroegschoolse
Educatie (tranche 3), diverse data. Aantal
trainingen: 6, aantal deelnemers: 11.
• Daniels, A. en Kastler, J. Take Initiative – training
on youth participation for young people and youth
workers, 24 maart 2013. Aantal trainingen: 1, aantal
deelnemers: 28.
• Daniels, A. en Kastler, J. Take Initiative, 24 tot 30
maart 2013. Aantal trainingen: 1, aantal deelnemers: 30.
• Diverse trainers. On Arrival en Midterm training
Europees Vrijwilligerswerk, diverse data. Aantal
trainingen: 26, aantal deelnemers: 407.
• Eersel, E. van. Basistraining Voor- en Vroegschoolse
Educatie (tranche 4), diverse data. Aantal
trainingen: 3, aantal deelnemers: 16.
• Eersel, E. van. Kaleidoscoop hercertificering, diverse
data. Aantal trainingen: 6, aantal deelnemers: 28.
• Eersel, E. van. Koptraining Kaleidoscoop, diverse
data. Aantal trainingen: 4, aantal deelnemers: 7.
• Eersel, E. van en Verweij, S. VVE Thuis Inloop
deelnemers: 15.
• Janssen, L. Youth in Action – the Final Countdown,
26 januari 2013. Aantal trainingen: 1, aantal
deelnemers: 79.
• Kalthoff, H. Training VVE Thuis, 13 februari 2013.
Aantal trainingen: 1, aantal deelnemers: 6.
• Kalthoff, H. Training VVE Thuis, diverse data.
Aantal trainingen: 3, aantal deelnemers: 20.
• Kalthoff, H. VVE Thuis. diverse data bij Akros.
Aantal trainingen: 2, aantal deelnemers: 7.
• Kalthoff, H. VVE Thuis Groningen, diverse data.
Aantal trainingen: 5, aantal deelnemers: 20.
• Kalthoff, H. VVE Thuis Roermond, diverse data.
Aantal trainingen: 4, aantal deelnemers: 15.
• Kalthoff, H. Early Learning, 9 april 2013. Aantal
trainingen: 1, aantal deelnemers: 12.
• Kalthoff, H. Landelijke Bijeenkomst coördinatoren
Instapje, Opstapje en Opstap, 12 maart 2013. Aantal
trainingen: 1, aantal deelnemers: 18.
• Kieviet, S. YES EVS, diverse data. Aantal trainingen:
3, aantal deelnemers: 110.
• Kriauciunas, N. en Burry, B. Coach 2 Coach, 13 tot
20 oktober 2013. Aantal trainingen: 1, aantal
deelnemers: 26.
• Lekkerkerker, L. Training CAP-J en STEP
Jeugdzorgplus, 12 februari 2013. Aantal trainingen:
1, aantal deelnemers: 8.
• Lekkerkerker, L. Gastcollege CAP-J Hogeschool
Leiden, 11 februari 2013. Aantal trainingen: 1,
aantal deelnemers: 30.
• Lange, M. de, Foolen, N., Zwikker, N. en Brinckman,
(Early Learning) training, diverse data. Aantal
L. Webinar Ernstige Gedragsproblemen,
trainingen: 2, aantal deelnemers: 40.
28 november 2013. Aantal trainingen: 1,
• Eersel, E. van en Schorn, P. Kaleidoscoop KIT-
aantal deelnemers: 69.
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
• Oudhof, M. en Maas, N. Zwangerschapstraining
• Wilschut, M. en Bastiaanssen, I. Resultaat gericht
VoorZorg, diverse data. Aantal trainingen: 2, aantal
behandelen, diverse data. Aantal trainingen: 1,
deelnemers: 5.
aantal deelnemers: 10.
• Oudhof, M. en Maas, N. Caseconference VoorZorg,
kleine bijeenkomsten, diverse data. Aantal
trainingen: 6, aantal deelnemers: 45.
• Oudhof, M en Maas, N. Caseconference VoorZorg,
grote bijeenkomsten, diverse data. Aantal
trainingen: 2, aantal deelnemers: 45.
• Ommen, I. van, Steinprinz, G. Startersdag
uitwisselingen, diverse data. Aantal trainingen: 2,
aantal deelnemers: 47.
• Oudhof, M en Daamen, W. CAP-J Training Bureau
Jeugdzorg Noord Holland, 13 februari 2013. Aantal
trainingen: 1, aantal deelnemers: 2.
• Rienstra, J. Expertmeeting niet-formele
leerervaringen van jongeren in strijd tegen
jeugdwerkloosheid, diverse data. Aantal trainingen:
1, aantal deelnemers: 18.
• Snijder, M. en Pieters, P. Inspiratie dag Jongeren,
Democratie en Beleid, 19 juli 2013. Aantal
trainingen: 1, aantal deelnemers: 11.
• Trainers Triple P. Triple P trainingen diverse
niveaus, diverse data. Aantal trainingen: 80,
aantal deelnemers: 1329.
• Trainers Triple P. Triple P verdiepingsworkshops,
diverse data. Aantal trainingen: 33, aantal
deelnemers: 825.
• Trainers Triple P. Triple P intervisiebijeenkomsten,
diverse data. Aantal trainingen: 7, aantal
deelnemers: 105.
• Unger, M. en Snijder, M. Check in –
jongereninitiatieven, diverse data. Aantal
trainingen: 3, aantal deelnemers: 125.
• Vandenbemden, B. en Gordijn. F. Taking
Chances, 6 tot 11 april 2013. Aantal trainingen: 1,
aantal deelnemers: 22.
• Vandenbemden, B. en Steinprinz, G.
Coachingsbijeenkomst, diverse data. Aantal
trainingen: 2, aantal deelnemers: 38.
• Verweij, S. Coachingstraject VVE Thuis
Veenendaal, diverse data. Aantal trainingen: 4,
aantal deelnemers: 5.
• Vogelaere, W. en Claeys, J. Cut the Ice – training
intercultureel leren, 14 tot 19 april 2013. Aantal
trainingen: 1, aantal deelnemers: 19.
• Wienke, D. Rebound als hulpmotor van
het vo, diverse data. Aantal trainingen: 3,
aantal deelnemers: 8.
77
78
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Websites
Corporate website Nederlands Jeugdinstituut
• nji.nl
Aantal bezoeken
Unieke bezoekers
1.641.500
943.699
• nji.nl/capj
17.869
• nji.nl/cijfers
88.494
• nji.nl/dirk
129.750
• nji.nl/implementatie
22.442
• nji.nl/jeugdinterventies
79.573
• nji.nl/jeugdsector
13.375
• nji.nl/methodieken
14.531
• nji.nl/onderzoek
62.924
• nji.nl/scholing
9.941
• nji.nl/transitievoorbeelden
16.474
• nji.nl/watwerkt
58.975
• m.nji.nl
4.497
3.848
Andere sites die door het Nederlands Jeugdinstituut actief beheerd zijn
• alert4you.nl
5.302
3.978
• eco3.nl (in oktober opgeheven)
14.502
12.436
• go-europe.nl
23.611
19.551
8.912
6.142
• jeugdkennis.nl
40.717
32.620
• kaleidoscoop.nl
10.548
8.947
• kennisnetjeugd.nl
53.271
29.352
• kindermishandeling.nl
56.536
47.617
• jeugdinonderzoek.nl
• moedersinformerenmoeders.nl
2.623
1.624
• opvoedenenzo.nl
3.400
2.828
• positiefopvoeden.nl
86.489
66.480
• richtlijnenjeugdzorg.nl
15.492
12.413
3.744
2.979
53.827
39.888
3.725
2.761
• stapprogramma.nl
• triplep-nederland.nl
• voorzorg.info
• weekvandeopvoeding.nl
47.182
33.225
• youthinaction.nl
45.093
28.232
• youthpolicy.nl
10.940
7.998
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Productenoverzicht
Nieuwe webdossiers in 2013
• Dossier Eigen kracht (deel 1)
• Dossier Onderwijs en zorg
• Dossier Opvoeden
• Dossier Prestatie-indicatoren
Sociale media
• Twitter account @HetNJi
• Linked-In groep Nederlands Jeugdinstituut
Pers
In 2013 stuurde het Nederlands Jeugdinstituut 21
persberichten uit. Dagelijks wordt de pers op verzoek
te woord gestaan. Bij elkaar leverden deze perscontacten
ruim duizend persreflecties op met commentaren of
naamsvermelding van het Nederlands Jeugdinstituut.
1 januari 2013
31 december 2013
Groei
6.066
12.441
6.375
6.141
8.028
1.887
79
80
Jaarverslag 2013 / Nederlands Jeugdinstituut / Medewerk(st)ers
Medewerk(st)ers
Raad van Toezicht
Eline Jacobs MSc
mr. Ella Kalsbeek, voorzitter (voorzitter Raad
drs. Lorance Janssen
van Bestuur Stichting Altra in Amsterdam)
prof. dr. Hans Adriaansens (emeritus decaan
drs. Hilde Kalthoff
Vincianne Kong-A-San
van de Roosevelt Academy in Middelburg en
Marrie Kortenbosch
hoogleraar sociologie Universiteit Utrecht)
drs. Ingrid Ligtermoet
Hugo de Jonge (wethouder Rotterdam) prof. dr. Peter Nikken
drs. Patricia Lissenberg (Raad van Bestuur
Karin Noort
Portes, welzijnsorganisatie Utrecht)
dr. Saskia van Oenen
drs. Bianca Maasdamme (PROGRES Advies)
dr. Krista Okma
drs. Frans Nauta (adviseur, schrijver en spreker
Peter Pieters
over innovatie; parttime lector Innovatie publieke
Diana Prins MSc
sector aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen en
Sanne Quarré MA
lid Innovatieplatform)
Jacqueline van Rijn MSM
mr. Jan van Zanen (burgemeester Amstelveen)
drs. Liesbeth Schreuder
Mark Snijder
Mireille Unger
Raad van Bestuur
drs. Marja Valkestijn
drs. Kees Bakker, voorzitter Raad van Bestuur
Mieke Vergeer
drs. Su’en Verweij
Directie
Karin Visser
drs. Silvie Janssen, directeur
drs. Yvonne van Westering
Liesbeth Zaaijer
Vakgroep A. Opvoeden en Opgroeien
drs. Niels Zwikker
manager: drs. Carolien Gelauff-Hanzon
Vakgroep B. Zorg voor Jeugd
drs. Inge Anthonijsz
manager: drs. Marjolein Knaap
drs. Pieter Paul Bakker
drs. Marielle Balledux
drs. Anne Addink
drs. Stefanie van de Beld
Anneke van As
Maureen van Benthem
Mariska de Baat MSc
Jolyn Berns MSc
Cora Bartelink MSc
drs. Eva Blaauw
drs. Gert van den Berg
Maaike Blommesteijn
dr. Ingrid ten Berge
Marion van Bommel MSc
drs. Marianne Berger
Nynke Bosscher MSc
Gerard Bouma
Desiree Brandhorst
Cécile Chênevert MSc
Letty Darwish
Willeke Daamen
Ellen van Eersel
drs. Moniek van Dijk
dr. Mireille Gemmeke
drs. Chaja Deen
Pink Hilverdink
drs. Karin Eijgenraam
Josette Hoex
Nienke Foolen MSc
drs. Deniz Ince
dr. Marian de Graaf
Jaarverslag
Jaarverslag2013
2013/ /Nederlands
Nederlands
Jeugdinstituut
Jeugdinstituut
/ Productenoverzicht
/ Medewerk(st)ers
drs. Daphne Kann
Marjan Roskes
drs. Klaas Kooijman
drs. Japke Schonewille
drs. Peter van der Linden
Ria Schouten
drs. Marjan de Lange
drs. Lisette Snippe
Lianne Lekkerkerker MSc
drs. Magna van Soest
Anne-Eva van der Mark MSc
Christa Stigter
dr. Bram Meima
Twan Timmermans
drs. Corian Messing
Marcel Verhallen
Ilona Meuwissen MSc
drs. Caroline Vink
drs. Marina Moerkens
Jasmijn Vogelij
Marjolein Oudhof MSc
Marleen Wilschut MSc
drs. Karen van Rooijen
Adrie Wolzak
drs. Jessica van Rossum
Anneke Slot MSc
Vakgroep D. Staf en ondersteuning
Jolanda Spoelstra MSc
manager: drs. Silvie Janssen
dr. Karlijn Stals
drs. Mariska van der Steege
Staf
Rosel Stevens MSc
drs. Pauline Bouyaouzan
drs. Dorrit van Tessel
Ria de Hek
drs. René van Vianen
Sylvia Verwaal
dr. Erik Jan de Wilde
prof. dr. Tom van Yperen
Mariska Zoon MSc
drs. Machteld Zwikker
Secretariaat
Gea Koedam
Vakgroep C. Kennis Delen
Marianne van der Kooij
manager: drs. Ellen Meijer
Karin Luijendijk
Monica Meijering
Caroline Andriessen
Sandra Statia
drs. Tijne Berg
Patricia Tel
drs. Anne Bouw
Lida Vastenburg
Patrice Clarijs
Ernst de Wolff
Githa Dekker
Elly Euverman
Planning & Control
Mathil Gelens MSc
manager: Wil den Hartogh
drs. Marijke Golsteijn
Stan van Haaren
Marion Hoek
drs. Suzanne Hardeman
Francis Mastwijk
Marijke Hellema
Erna Hooghiemstra
Personeel & Organisatie
Marianne Koudenburg MBA
manager: Ageeth Bakker
drs. Mies Kroon
Rian van Lierop
Daniëlle van Harn
Ing. Arthur van den Noort
Silvana Mangani
Edwin Nouwens
Maria Pannebakker
drs. Nienke Nuyens
Angela Stuijvenberg
Herma Ooms MCM
Joy Zantkuijl
Angela van Oorschot
drs. Joanka Prakken
drs. Machteld van der Pijll
81
Nederlands Jeugdinstituut
Postbus 19221
3501 DE Utrecht
Bezoekadres:
Catharijnesingel 47
Utrecht
T (030) 230 63 44
www.nji.nl
m.nji.nl
Tekst: Hellen Kooijman
Foto’s: P hilippe Put, Redkaya, Marcel van den Bergh, Bettina Neumann,
Amaury Miller, Pressmaster, Marsel Loermans
Redactie:
Nederlands Jeugdinstituut
Ontwerp:
Volta_thinks_visual, Utrecht