Samenvatting geschiedenis Republiek

Hoofdstuk 2. Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 1515-1648
De Nederlanden in de tijd voor Karel V
de
de
Het grondgebied van het huidige Nederland behoorde sinds 925 tot het Duitse Rijk. In de 14 en 15
eeuw werd de Nederlanden steeds meer een politieke eenheid. Dit kwam door:
de
- De stedengroei sinds de 12 eeuw en
- Het streven van de hertogen van Bourgondië les Pays Bas (de Lage Landen) in hun bezit te
krijgen.
de
de
In de 15 en 16 eeuw zette de versterking van de positie van de steden en de stedelijke burgerij
zich door. Drie oorzaken daarvan waren:
- Door de gunstige ligging ontstond een druk handelsverkeer
- Door het handelsverkeer nam de nijverheid toe
 In de steden kon de nijverheid toenemen dankzij de aanvoer van grondstoffen (bijv.
wol en hout)
- Meer samenwerking tussen steden
 Hanze (onderling handelsverbond van een aantal Noord-Europese steden)
De steden slaagden erin hun positie ten opzichte van hun heer te versterken dankzij hun toenemende
welvaart. In ruil voor het betalen van belasting kregen de steden privileges. De Nederlanden was het
meest verstedelijkte gebied van Noord-Europa, het kruispunt van de handelsroutes en de
Nederlanden bracht de meeste belasting op.
Filips de Goede ging een bewust centralisatiebeleid voeren om van de zelfstandige gewesten een
eenheid te maken en daardoor zelf meer macht te krijgen:
- Hij verplaatste zijn hof naar het centraal gelegen Brussel.
- In alle hertogdommen en graafschappen stelde hij stadhouders als zijn vertegenwoordigers
aan.
- Hij stelde de Staten-Generaal in.
de
In de 14 eeuw ontstonden in de meeste gewesten de Gewestelijke Staten. Deze Gewestelijke Staten
werden samengevoegd tot de Staten-Generaal.
1. De christelijke Kerk in West-Europa valt uiteen
1555: Filips II volgt zijn vader Karel V op
1568: opstand in de Nederlanden tegen Spanje
Groeiend kritiek op de katholieke Kerk rond 1500
Volgens sommige critici legde de Kerk de Bijbel anders uit dan volgens hen voor de hand lag.
Bovendien hield de Kerk volgens deze critici er gebruiken op na die nergens in de Bijbel terug te
vinden waren. Een deel van de critici hadden alleen kritiek op de aflaathandel in de katholieke Kerk.
De Nederlander Erasmus was een van die critici. Anderen scheidden zich van de katholieke Kerk af
en stichtten een nieuwe Kerk of sloten zich hierbij aan. Deze mensen worden ook wel hervormers
genoemd en de stroming Hervorming of Reformatie. Er ontstonden protestantse Kerken uit protest
tegen de Katholieke Kerk. De grootste hervormers zijn: Luther en Calvijn.
De kritiek van Luther
- De machtsaanspraken en zelfgemaakte wetten en regels van de rooms-katholieke Kerk waren
onterecht.
- Alleen de Bijbel was richtinggevend. Luther wilde dat iedereen de Bijbel ging lezen in
volkstaal.
- Volgens Luther kwam men in de hemel door in God te geloven. De aflaathandel zou
afgeschaft moeten worden.
- Luther wilde ook het pausschap, het celibaat, veel sacramenten, de heiligenverering en de
kloosterorden afschaffen, omdat daarover niets in de Bijbel stond.
Duitse vorsten steunden Luther maar al te graag, omdat:
- Zij hoofd werden van de Kerk.
- Zij de kloosters konden sluiten en de bezittingen van de kloosters overnemen.
- Volgens het lutheranisme onderdanen de vorst altijd moesten gehoorzamen, ook als de vorst
zich slecht gedroeg.
1555: de Vrede van Augsburg: ‘cuius regio eius religio’: “wiens gebied, diens gebed”
Karel V was hier niet blij mee, want hierdoor werd zijn centralisatiepolitiek bemoeilijkt.
Verschillen tussen lutheranisme en het calvinisme
- Bij de lutheranen is de vorst het hoofd van de Kerk. Bij de calvinisten bestuurt iedere
‘gemeente’ zichzelf door een raad van gekozen ouderlingen.
- Anders dan de lutheranen mogen calvinisten tegen hun vorst in verzet komen, als deze
handelt tegen ‘Gods gebed’.
Nederland: de calvinistische Kerk was het belangrijkst
2. De opstand in de Nederlanden breekt uit
Oorzaken van de opstand
Twee indirecte oorzaken voor het ontstaan van de Opstand waren:
- De sterke positie van de stedelijke burgerij in de Nederlanden
 1477: Maria werd hertogin van Bourgondië
 1539: Gent weigerde te voldoen aan een bede (verzoek om belasting) van Karel V
- De splitsing van de christelijke Kerk door de Hervorming
Twee directe oorzaken voor het ontstaan van de Opstand waren:
- Karel V en Filips II gaan protestanten streng vervolgen
 Protestanten werden vervolgd met steeds strengere plakkaten (wetten)
- Karel V en Filips II streven naar centralisatie en ongedaan maken van privileges
De landvoogd(es) en drie Collaterale Raden (1531) vormden samen in Brussel een centrale regering
voor alle gewesten. Drie Collaterale (centrale) Raden zijn:
1. De Raad van State: zette het regeringsbeleid uit samen met Karel V/Filips II/landvoogd(es)
2. De Raad van Financiën: voerde het financiële beleid uit
3. De Geheime Raad: was belast met de uitvoering van het beleid
Reacties van edelen en calvinisten
April 1566: landvoogdes Margaretha van Parma kreeg een Smeekschrift aangeboden van een groep
lagere edelen met het verzoek de kettervervolgingen te matigen. Het Smeekschrift werd doorgestuurd
naar Filips. Calvinisten durfden zich aan openlijke acties te wagen (hagenpreken), doordat Margaretha
minder hard optrad. Kleine groepjes calvinisten kwamen in augustus 1566 openlijk in verzet tegen de
katholieke Kerk tijdens de Beeldenstorm (= vernieling of verwijdering van heiligbeelden, schilderijen en
andere kostbaarheden, dit gebeurde met geweld), allereerst in Vlaanderen. De landvoogdes slaagde
er echter in overal de orde te herstellen.
De Opstand begint
Filips II zendt als reactie Alva met een leger
 1567: aankomst van de hertog van Alva in de Nederlanden
 Margaretha van Parma nam ontslag  Alva werd landvoogd
 Willem van Oranje werd vervangen door de graaf van Bossu
 Raad van Beroerten (1567): centrale rechtbank, ingevoerd door Alva
De aanleiding tot de Opstand
 De directe oorzaak (aanleiding) van de Opstand was het beleid van Alva.
 1568: Willem van Oranje en twee van zijn broers vielen vanuit het oosten drie plaatsen met
huurlegers de Nederlanden binnen. De legers van Alva versloegen deze huurlegers.
 Vanuit het westen vielen de Watergeuzen aan. Zij voerden een guerrilla in de Nederlanden en
op zee. Deze Geuzen waren calvinisten die waren gevlucht voor Alva naar Engeland of het
Noord-Duitse kustgebied.
Eerste strijd tussen Holland en Zeeland tegen Spanje
1 april 1572: verovering van Den Briel door de Watergeuzen
Calvinisten slaagden erin zich meester te maken van de macht in veel Hollandse en Zeeuwse steden
en delen van Gelderland en Overijssel.
In juli 1572 kwamen vertegenwoordigers van twaalf Hollandse steden en van de Geuzen in een
Statenvergadering in Dordrecht bijeen.
Het volgende werd besloten:
- Zij zouden gezamenlijk de financiële lasten van de verdediging op zich nemen;
- Willem van Oranje zou erkend worden als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.
In twee opzichten was deze Statenvergadering revolutionair:
- Alleen de landsheer (Filips II), de landvoogd(es) of de stadhouder had het recht een
Statenvergadering bijeen te roepen;
- Alleen de landsheer mocht een stadhouder benoemen.
Alva ondernam niet veel tegen de opstandelingen in Holland en Zeeland na de inname van Den Briel.
Alva maakte zich meer zorgen over Frankrijk. De katholieke Franse koning Karel XI liet zijn zus in
augustus 1572 trouwen met een hugenoot (= Frans protestant), Hendrik van Navarra. Kort na de
bruiloft werden bijna alle protestante leiders vermoord, behalve Hendrik van Navarra. Dit wordt ook
wel de Bloedbruiloft genoemd. Later werd Hendrik koning van Frankrijk. In 1610 werd Hendrik
vermoord door een fanatieke katholiek.
Alva en Requesens slagen er niet in het verzet te onderdrukken
Het Spaanse leger wist Haarlem te veroveren, maar Alkmaar en Leiden niet. 1573: Alva werd
vervangen door Requesens. Het lukte Alva en Requesens niet de opstand te onderdrukken:
- De langdurige belegeringen van steden kostten veel geld in verhouding tot de resultaten. Er
was voortdurend geldgebrek.
- Holland en Zeeland waren militair-strategisch in het voordeel. De opstandelingen beheersten
de waterwegen in hun gebied.
Maart 1576: er ontstond een gezagscrisis aan de Spaanse kant, omdat Requensens onverwacht
stierf.
De andere gewesten sluiten zich – tijdelijk – bij Holland en Zeeland aan: de Pacificatie van Gent
De strijd leidde tot politieke en godsdienstige verdeeldheid in de Nederlanden:
- Het Spaanse leger heroverde alle opstandige steden behalve een aantal steden in Holland en
Zeeland.
- Op godsdienstig gebied ontstond er een tegenstelling tussen de gewesten waar het
katholicisme heerste en die waar het calvinisme de enig officieel toegestane godsdienst was.
Er gold in Holland en Zeeland alleen gewetensvrijheid, geen godsdienstvrijheid.
De Spaanse troepen gingen muiten en plunderen. Zo ook in Antwerpen in 1576. De andere gewesten
kregen last van de Spaanse gewesten, dus daarom sloten die gewesten vrede met Holland en
Zeeland: de Pacificatie van Gent (november 1576). De Pacificatie van Gent was een
bondgenootschap tussen alle gewesten. Afgesproken werd:
- Dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten;
- Dat er op godsdienstig gebied geen vervolgingen meer zouden plaatsvinden;
- Dat in Holland en Zeeland alleen het calvinisme werd toegestaan, wel bleef er
gewetensvrijheid;
- Dat de overige gewesten de vrijheid kregen om een eigen beleid op godsdienstig gebied te
voeren.
Al snel leidde de godsdienstkwestie tot het mislukken van de Pacificatie van Gent:
- In strijd met de Pacificatie maakten calvinisten zich van de macht meester in een aantal
Vlaamse steden (Gent, Brugge, Ieper). Zij verboden het katholicisme.
- Als reactie daarop sloten drie Waalse gewesten (Henegouwen, Artesië en Waals-Vlaanderen)
in 1579 een verbond, de Unie van Atrecht. Vrede met Spanje, onderwierp zich aan Filips II en
erkende de nieuwe Spaanse landvoogd Parma.
- In de praktijk werd in alle noordelijke gewesten het calvinisme de enige door de overheid
toegestane Kerk.
De Noordelijke Nederlanden stichten de Republiek der Verenigde Nederlanden
In vier fasen ontstond hierna de Republiek der Verenigde Nederlanden:
Fase 1: de noordelijke gewesten sluiten de Unie van Utrecht 1579
Fase 2: Filips II verklaart Willem van Oranje vogelvrij 1580
Fase 3: in het Plakkaat van Verlatinghe wordt Filips II afgezet 1581
Voorheen geloofde men in het droit divin: dat de koning de macht zijn macht van de koning gekregen
had. Daarom vond men opstand tegen de koning niet geoorloofd. In het Plakkaat van Verlatinghe
verklaarde de gewesten dat zij het recht hadden een vorst die zich als tiran gedroeg, te vervangen
door een andere vorst.
Fase 4: De Republiek der Verenigde Nederlanden ontstaat 1588
Er werd gezocht naar een vorst voor de gewesten die zich hadden afgescheiden. Helaas zonder
succes. Wel waren er kandidaten, namelijk: de Engelse koningin Elisabeth en de Franse hertog van
Anjou. Anjou wilde meer macht krijgen dan dat de gewesten hem wilden geven. Daarom trok hij zich
terug. De opstandige gewesten besloten na de dood van Willem van Oranje in 1584 zonder vorst
verder te gaan. Zo ontstond de Republiek der Verenigde Nederlanden.
De Republiek na moeilijke jaren internationaal erkend
Na het Plakkaat van Verlatinghe hadden de opstandige gewesten te maken met grote tegenslagen:
- De moord op Willem van Oranje in 1584.
- De vergeefse zoektocht naar een staatshoofd.
- De militaire successen van Parma, Spaanse landvoogd vanaf 1578 tot 1592.
Het grootste succes van Parma was de verovering van de havenstad Antwerpen in 1585.
Tot opluchting in de Republiek werd de Armada, een Spaanse vloot die Engeland moest gaan
veroveren, een grote mislukking.
Ondanks de tegenslagen lukt het toch na 1588 een levensvatbare Republiek te vormen. De volgende
factoren droegen daartoe bij:
- Engeland en Frankrijk voerden herhaaldelijk oorlog met Spanje. Zij konden de Republiek goed
als bondgenoot gebruiken. In 1596 al erkenden beide landen de soevereiniteit van de
Republiek. Vooral Engelse steun gaf de opstandige gewesten de kans zich te herstellen.
- De opstandige Nederlanden hadden het geluk dat Filips II ook andere oorlogen voerde,
waaraan hij vaak prioriteit verleende.
- Het leger van de Republiek werd door stadhouder Maurits en later Frederik Hendrik
uitnemend geleid.
- Ondanks de oorlog en de godsdienstige tegenstellingen groeide rond 1600 de Europese
handel van de Republiek uit naar internationale handel. De koopvaardijvloot van de Republiek
werd de grootste van Europa.
Willem van Oranje, groot leider die zijn tijd vooruit was
Het beleid van Willem van Oranje was gericht op het verkrijgen van een zo breed mogelijk draagvlak
voor de opstand:
- Hij was voor verdraagzaamheid en het aanvaarden van een samenleving waarin zowel
katholieken als protestanten hun godsdienst konden belijden. Religievrede in de Nederlanden:
zowel het katholicisme als het calvinisme moest worden toegestaan in steden en dorpen waar
meer dan honderd gezinnen dat wilden.
- Hij koos voor een nationale invalshoek, waarbij ‘Nederlanders’ werden opgeroepen hun
‘vaderland’ te beschermen tegen ‘vreemde invloeden’.
Zowel radicale katholieken als radicale calvinisten wezen de ideeën van Willem van Oranje af. Het
lukte deze radicale calvinisten een overheersende invloed te gaan uitoefenen:
- Calvinisten waren beter georganiseerd dan de andere bevolkingsgroepen.
- Hun calvinistisch geloof bood inhoudelijke steun voor hun strijd tegen het Spaanse gezag.
De Spaanse koning Filips II kwam niet voor in de propaganda van Willem van Oranje. De twee
volgende factoren waren daarop van invloed:
- In die tijd overheerste in Europa met uitzondering van de door calvinistische overheerste
gebieden, de opvatting dat het verboden was om in opstand te komen tegen de koning, omdat
hij was aangesteld door God.
- Filips II verbleef in Spanje. De inwoners van de Nederlanden hadden te maken met zijn
landvoogd en zijn soldaten. Het had meer effect de kritiek op hen te richten.
Het bestuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden
De Staten-Generaal: samenwerking tussen de gewesten. De samenwerking betrof vooral
buitenlandse politiek, defensie en de daarmee verbonden financiën. Iedere gewest had het vetorecht
 daardoor moest er veel onderhandeld worden. De Staten-Generaal bestuurden ook de in de
zuidelijke gewesten veroverde gebieden (Generaliteitslanden). De machtigste man in de StatenGeneraal was de landsadvocaat (raadspensionaris) van Holland.
Gewestelijk bestuur: Het oppergezag in ieder gewest berustte bij de Gewestelijke Staten.
De regenten: De regenten bestuurden de steden en hadden zitting in de Gewestelijke Staten en de
Staten-Generaal.
De stadhouders: De stadhouders voerden het bevel over de (Staatse) legers van de gewesten. In
praktijk waren de stadhouders altijd leden van het Huis van Oranje.
Uitbreiding van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gewesten:
- De Staten-Generaal gaven de in 1602 opgerichte VOC een monopolie op de handel met Azië
en voerden samen het beheer over de Generaliteitslanden.
- Tijdens het Twaalfjarig Bestand nam de religieuze en politieke verdeeldheid in de Republiek
toe. De Staten-Generaal grepen toen in ten voordele van stadhouder Maurits.
3. De afloop van de oorlog
Het twaalfjarig Bestand (1609-1621)
In 1609 werd de oorlog tegen Spanje onderbroken door het Twaalfjarig Bestand (wapenstilstand).
Tijdens het Bestand laaide het conflict over voortzetting of beëindigen van de oorlog weer op.
Voorstanders van het beëindigen van de oorlog waren Johan van Oldenbarnevelt en de Staten van
Holland. Zij zeiden dat het beëindigen van de oorlog gunstig voor de Hollandse handel zou zijn; en het
zou de defensie-uitgaven sterk verminderen.
Voorstanders van hervatting van de oorlog waren stadhouder Maurits en de andere gewesten. Maurits
vreesde dat Spanje tijdens het Bestand zijn troepen zou versterken. Volgens sommige historici heeft
bij Maurits ook meegespeeld dat een stadhouder in vredestijd heel wat minder invloed heeft dan in
oorlogstijd.
Voor de andere gewesten was een belangrijk motief: het veroveren van meer gebieden in het Zuiden
om er het calvinisme verder te verbreiden.
Er was niet alleen een politiek conflict tussen van Oldenbarnevelt en Maurits, maar ook een
godsdienstig conflict. Stadhouder Maurits sloot zich aan bij de orthodoxe richting (Gomarus), Johan
van Oldenbarnevelt bij de vrijzinnige (Arminius).
De Vrede van Munster
De strijd eindigde uiteindelijk in 1648 met de Vrede en het Verdrag van Munster. Beide partijen
hadden hun redenen om vrede te sluiten:
- Spanje voerde in de Nederlanden al jaren een strijd op twee fronten. Spanje wilde zich op de
oorlog tegen Frankrijk concentreren.
- In de Republiek wilde vooral Holland vrede, want dat gewest moest het grootste deel van de
oorlogskosten opbrengen.
Het belangrijkste gevolg van de Vrede van Munster was dat de Republiek der Verenigde Nederlanden
internationaal als onafhankelijke staat werd erkend. Andere belangrijke bepalingen van het verdrag
waren:
- De Republiek erkende de grens met de Zuidelijke Nederlanden als definitief.
- De Schelde bleef gesloten.
- Spanje ging zich toeleggen op de verdediging van de zuidgrens van de Zuidelijke
Nederlanden.
- Spanje en Portugal erkenden de bezittingen van de Republiek in Brazilië en Azië, waardoor
de handelspositie van de Republiek werd versterkt.
4. Waardoor ontstond de Gouden Eeuw?
Het begrip de ‘Gouden Eeuw’
de
De 17 eeuw staat beken als de Gouden Eeuw van de Republiek, omdat scheepvaart, handel en
nijverheid, kunst en wetenschap in korte tijd tot grote bloei kwamen.
Economische groei tijdens de Opstand
De Opstand viel in de Noordelijke Nederlanden samen met een periode van economische groei. Twee
belangrijke indirecte oorzaken van die economische groei waren:
- De Moedernegotie
 Met de Moedernegotie wordt het importeren van goedkoop graan uit het
Oostzeegebied bedoeld.
- Het ontbreken van een feodale traditie
Twee belangrijke directe oorzaken van de economische groei waren:
- Specialisatie en commercialisering
- De val van Antwerpen en het afsluiten van de Schelde
 Rijke Antwerpse kooplieden trokken naar Amsterdam
De Staten-Generaal geven de VOC en de WIC het monopolie op de wereldhandel
Twee handelsondernemingen werden opgericht: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC,
1602) en de West-Indische Compagnie (WIC, 1621). Monopolie op de handel op Azië (VOC) en
Amerika en West-Afrika (WIC). De WIC stichtte:
- De kolonie Nieuw-Nederland (1624-1664) in Noord-Amerika
- De kolonie Pernambuco (1630-1654) in het huidige Brazilië
de
- De plantagekolonie Suriname (1667) en de Nederlandse Antillen aan het begin van de 17
eeuw in Midden-Amerika
De nijverheid profiteert van alle handel
Door de scheepvaart en de handel kwam ook de nijverheid tot ontwikkeling:
- Voor de scheepvaart waren scheepswerven en zeilmakerijen nodig.
- Veel handelsproducten werden eerst bewerkt en dan pas doorverkocht.
5. De cultuur in de Gouden Eeuw
Verreweg het meest welvarend in de Republiek waren de regenten en de rest van de gegoede
burgerij, bijna 10% van de bevolking. Hieronder stond de kleine burgerij, 25% van de bevolking, vooral
kleine ondernemers. De rest van de bevolking, zo’n 60 tot 70% verdiende net genoeg om van te
kunnen leven.
Waarom was er zo’n grote bloei van de schilderkunst?
De bloei van de Hollandse schilderkunst had veel te maken met de groeiende vraag naar schilderijen.
Daardoor kregen veen schilders de kans hun talenten te ontwikkelen. Twee groepen mensen gingen
schilderijen bestellen:
- De eerste groep bestond uit stadsbesturen en bestuurders van wees- en armenhuizen.
- Veel groter was de tweede groep, de gegoede en kleine burgerij.
Waarom was drukwerk in de Gouden Eeuw zo belangrijk?
Oorzaken van de bloei van het drukwerk waren:
- De drukkers gaven allerlei soorten boeken uit die men ook in het buitenland graag kocht.
- Veel buitenlanders lieten hun boeken in de Republiek drukken.
- Internationale wetenschappers vestigden zich in de Republiek, aangetrokken tot het
tolerantere klimaat dan elders.
6. Het einde van de Gouden Eeuw
de
In het grootste deel van de 17 eeuw was de Republiek welvarender dan grote landen als Engeland
en Frankrijk. Daarin kwam verandering door de volgende oorzaken:
- Engeland en Frankrijk hadden lange tijd veel binnenlandse problemen. Maar omstreeks 1660
hadden zij die opgelost.
- Zij gingen toen hun handel en nijverheid beschermen door hogen invoerrechten te laten
betalen voor producten uit het buitenland.
- Zij gingen ook zelf steeds meer handel drijven. Daardoor kon de Republiek steeds minder
producten aan die staten verkopen.
Belangrijke jaartallen
1464: Eerste vergadering Staten-Generaal
1516: Karel V koning van Spanje
1517: Luther spijkerde 95 stellingen van kritiek op de katholieke Kerk op de deur van de kerk van
Wittenberg.
1519: Karel V wordt tot keizer gekozen van het Duitse rijk
1521: Luther voor Rijksdag Worms
1531: Instelling Collaterale Raden
1550: Instelling Bloedplakkaten (doodstraf en het in beslagnemen van alle goederen). Ketters werden
vervolgd door de Inquisitie, de kerkelijke en niet-kerkelijke rechtbanken.
1555: Filips II volgt Karel V op
April 1566: Smeekschrift
Augustus – Oktober 1566: Beeldenstorm
1567: de aankomst van hertog van Alva in de Nederlanden
1572: Geuzen veroveren Den Briel
1574: Ontzet (bevrijding) Leiden
1576: Pacificatie van Gent
1578: Alteratie (omwenteling) van Amsterdam. De calvinisten kregen van binnenuit steeds meer greep
op de schutterij. De schutterij trok op 26 mei 1578 naar het stadhuis en arresteerden het stadsbestuur
en katholieke geestelijken.
1579: Unie van Utrecht
1581: Plakkaat van Verlatinghe
1584: Moord op Willem van Oranje
1585: Val van Antwerpen
1588: Armada verslagen
1598: Filips II sterft
1602: Oprichting VOC
1619: Coen-VOC naar Batavia, Oldenbarnevelt onthoofd
1621: Oprichting WIC
1639: Bouw synagoge Amsterdam
1648: Vrede van Munster