ING Sectorvisie: Hervormingen vereisen omslag in denken

Sectorvisie Langdurige Zorg
ING Economisch Bureau
Hervormingen
vereisen omslag in
denken
Nederland kent de hoogste collectieve uitgaven aan
langdurige zorg ter wereld. Hervormingen die daar
verandering in moeten brengen doen de sector op haar
grondvesten schudden. Zorg en ondersteuning aan
huis worden belangrijker. Het collectieve aandeel
krimpt, private en informele zorg nemen toe. De turbulentie biedt kansen voor vernieuwende zorgconcepten die wonen, welzijn en zorg combineren. Niettemin
staan veel instellingen voor de grote uitdaging meer
klantgericht in plaats van aanbodgericht te gaan werken. Dit vereist een omslag in denken. Alleen door
tijdig in te spelen op nieuwe vraagontwikkelingen en
een strakkere financiële sturing blijven zij in control.
verpleeghuis verblijft gehalveerd. Tegenwoordig woont van
de mensen ouder dan tachtig 86% zelfstandig (figuur 1).
Steeds meer ouderen zijn daarnaast hoger opgeleid en hun
besteedbaar inkomen is sterk toegenomen. Tussen 1993 en
2010 is het netto vermogen van ouderen meer dan verviervoudigd. Ouderen leven bovendien langer in goede gezondheid (figuur 2).
Collectieve kosten hoog…
Nederland kent de hoogste collectieve uitgaven aan langdurige zorg ter wereld. In 2009 gaf Nederland collectief bijna
4% van het bbp uit aan langdurige zorg voor ouderen, gehandicapten en psychiatrische patiënten (inclusief huishoudelijke verzorging). Het OESO-gemiddelde bedraagt nog geen
1,5% (figuur 3).
1. Veranderde context langdurige zorg
Zelfredzaamheid ouderen sterk gegroeid
De Nederlandse bevolking vergrijst. Tegelijkertijd veranderen de voorkeuren van ouderen. Ouderen willen en kunnen
langer zelfstandig blijven wonen. Hun behoefte aan autonomie en eigen regie neemt toe. In twintig jaar tijd is het percentage 80-plussers dat langdurig in een verzorgingshuis of
…mede door relatief veel intramurale zorg…
Ondanks de toegenomen zelfredzaamheid van ouderen worden de hoge collectieve kosten deels veroorzaakt door een
relatief hoog aandeel intramurale zorg (figuur 4). In combinatie met een relatief grote babyboomgeneratie zouden de
kosten tot 2040 daardoor zonder hervorming veel sterker
stijgen dan in andere landen. Het overgrote deel van de
Figuur 1 Ontwikkeling aantal ouderen en hun
woonsituatie
Figuur 2 Ontwikkeling levensverwachting ouderen
zonder matige of ernstige beperking
800000
700000
600000
500000
400000
300000
200000
100000
0
30%
6
25%
5
20%
15%
10%
5%
'95
'96
'97
'98
'99
'00
'01
'02
'03
'04
'05
'06
'07
'08
'09
'10
'11
'12
'13
0%
Aantal personen van 80 jaar en ouder
4
3
2
1
'84 '86 '88 '90 '92 '94 '96 '98 '00 '02 '04 '06 '08 '10 '12
Mannen op 80-jarige leeftijd
Vrouwen op 80-jarige leeftijd
% 80-plussers dat in een zorginstelling woont (rechter as)
Bron: CBS
Bron: CBS
uitgaven is publiek bekostigd. De Nederlandse private uitgaven aan langdurige zorg bedroegen in 2010 zo’n 10% van het
totaal tegenover 30% in Duitsland.
De-institutionalisering
De-professionalisering
…en relatief weinig informele zorgverlening
Verder bestaat de langdurige zorg voor thuiswonende ouderen in Nederland voor een belangrijk deel uit formele zorg.
Met name in de huishoudelijke hulp – bijvoorbeeld hulp bij
boodschappen doen, hulp in het huishouden of bij de administratie – is dit percentage duidelijk hoger dan in de ons omringende landen.
Decollectivisering
2. Hervorming langdurige zorg in gang gezet
Minder kosten, meer kwaliteit en meer participatie
Het kabinet heeft een omvangrijke hervorming van de langdurige zorg in gang gezet. Doel is de kwaliteit van zorg en
ondersteuning te verbeteren, de financiële houdbaarheid te
vergroten en de zelf- en ‘samenredzaamheid’ van burgers te
versterken. Het stelsel van langdurige zorg en ondersteuning
gaat op de schop langs de lijn van de drie D’s.
1. De-institutionalisering: zorg moet niet aanbod-, maar
vraaggestuurd zijn om mensen in staat te stellen zo lang
mogelijk in de eigen omgeving te blijven wonen.
2. De-professionalisering: het versterken en benutten van
sociale samenhang en maatschappelijke betrokkenheid.
De overheid springt alleen bij wanneer mensen vanuit
hun sociale netwerk onvoldoende steun krijgen.
3. De-collectivisering: minder collectieve en meer private
zorg, mantelzorg en sociale ondersteuning.
Meer vraaggestuurde zorg. Minder collectief
gefinancierde zorg. Meer ‘zelf- en
samenredzaamheid’.
Sinds 2013: scheiding tussen wonen en zorg
Waar voorheen voor een groot gedeelte van de langdurige
zorg sprake was van integrale bekostiging op basis van
zorgzwaartepakketen (ZZP), inclusief een indicatie voor verblijf, wordt de bekostiging van wonen en zorg sinds 2013
gefaseerd van elkaar gescheiden. Steeds meer nieuwe zorgvragers met lichtere zorgbehoefte gaan zelf voor hun woning
betalen. Dit om meer keuzevrijheid en diversiteit in woonvormen mogelijk maken.
Alles bij elkaar genomen vindt er een herdefiniëring van de
langdurige zorg plaats. Alleen die noodzakelijke zorg en ondersteuning waarin het sociale netwerk van de zorgvrager
niet kan voorzien, zal nog collectief worden bekostigd.
Meer financiële prikkels voor zorginstellingen
Daarnaast moeten zorginstellingen sinds 2012 zelf een toenemend gedeelte van de kapitaallasten (rente en afschrijving) voortkomend uit huisvesting opbrengen. In 2018 krijgen instellingen in de care voor het laatst een deel van de
kapitaallasten vergoed op basis van nacalculatie. Vanaf dan
moeten deze kosten volledig worden gedekt door een opslag
Figuur 3 Publieke uitgaven aan langdurige zorg, als
% van bbp (2009 of dichtstbijzijnde jaar)
Figuur 4 Publieke uitgaven aan persoonlijke verzorging en verpleging van ouderen (% bbp, 2010)
VS
Spanje
Aus.
Jap.
Dui.
OECD
Duitsland
Fra.
Bel.
Den.
Nederland
Zwe.
Ned.
0,0%
0%
1%
2%
Gezondheidscomponenten
3%
4%
Totaal
Sociale componenten
Bron: CPB, OESO
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 2
Bron: CPB
0,5%
1,0%
Intramurale zorg
1,5%
Extramurale zorg
2,0%
op verleende zorg. Capaciteit die niet benut wordt, levert
dan geen dekking voor vastgoedkosten meer op. Zorginstellingen gaan dus in toenemende mate risico lopen over hun
vastgoedbeslissingen. Deze financiële prikkel stimuleert
zorginstellingen om met klantgerichte dienstverlening een
rendabel verdienmodel te ontwikkelen.
2015: extramurale AWBZ-zorg naar Wmo en Zvw
Het kabinet wijzigt het stelsel van langdurige zorg ingrijpend.
Per 1 januari 2015 treedt de Wet langdurige zorg (Wlz) in
werking, als opvolger van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zie bijlage I voor een overzicht van huidige AWBZ-aanspraken en -uitgaven). Alleen de echt langdurige, intensieve zorg voor mensen die niet zelfstandig kunnen
wonen, komt onder deze nieuwe wet te vallen. Dit betreft
voornamelijk de zwaardere gehandicaptenzorg en verpleeghuiszorg. De AWBZ-zorg die buiten de deuren van een
instelling plaatsvindt wordt overgeheveld naar de nieuwe
Wet maatschappelijke ordening 2015 (Wmo 2015) en de
Zorgverzekeringswet (Zvw). In deze twee wetten wordt dan
35% van de huidige uitgaven aan langdurige zorg geregeld
(figuur 5). Van het huidige aantal AWBZ-gebruikers zal naar
verwachting van het Ministerie van VWS op termijn nog 25%
overblijven als Wlz-gebruiker.
 Onderdelen van de AWBZ die overwegend gericht zijn
op ondersteuning en participatie komen onder de Wmo
2015 te vallen.
 Zorg gericht op genezing of behoud van lichamelijke en
geestelijke functies – behandeling en verpleging – gaat
naar de Zvw.
 De behandeling van kinderen met een verstandelijke
beperking of psychiatrische aandoening gaat naar de
Jeugdwet.
Meer samenhang in zorg
Opsplitsing van AWBZ-zorg in verschillende wetten moet tot
meer samenhang in zorgverlening en bezuinigingen op collectieve uitgaven leiden. Door de overheveling van zorg naar
Figuur 5 Verdeling van langdurige zorg naar de
verschillende wetten
100%
Wmo:
5%
80%
60%
40%
Uitgangspunten herinrichting langdurige zorg
1. Wat kunnen mensen nog wel? In plaats van wat
kunen zij niet. Kwaliteit van leven staat voorop.
2. Ondersteuning dichtbij georganiseerd, vanuit eigen
sociale netwerk en middelen.
3. Ondersteuning en/of passende zorg voor wie niet
meer zelfredzaam is.
4. De meest kwetsbare mensen behouden recht op
zorg in een intramurale omgeving.
de Zvw, de Wmo en de Jeugdwet worden zorgverzekeraars
en gemeenten in staat gesteld een aantal zaken te realiseren:
 meer zelfstandigheid van hulpbehoevenden,
 meer lokaal maatwerk,
 betere coördinatie van medische, sociale en psychische
invalshoeken leiden.
Wmo 2015: gemeenten op zoek naar slimme combi’s
Gemeenten worden verantwoordelijk voor een groter deel
van de langdurige zorg. Zij nemen onder de Wmo 2015 de
uitvoering van begeleiding en ondersteuning aan huis over
van de zorgkantoren. Doordat zij ook de Jeugdwet en Participatiewet uitvoeren, worden zij verantwoordelijk voor het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer
door alle burgers, met of zonder beperking. Met slimme
combinaties van bijvoorbeeld ondersteuning, maatschappelijke begeleiding en begeleiding naar werk zullen zij meer
samenhang in zorgverlening moeten realiseren.
Zvw: zorgverzekeraars kopen wijkverpleging in
Extramurale verpleging en persoonlijke verzorging die nauw
met verpleging samenhangt, komen in de nieuwe aanspraak
eerstelijns wijkverpleging van het Zvw-basispakket terecht.
Zorgverzekeraars worden verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van deze zorg. Dit betreft niet alleen medische
zorg, maar ook om coördinatie van zorg en ondersteuning,
Jeugdwet
• Alle jeugdhulp aan kinderen tot 18 jaar en hun ouders i.v.m. opgroeien opvoedproblemen
Jeugdw: 5%
Wmo 2015
Zvw: 17%
Wmo: 18%
• Ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie
• Beschermd wonen en opvang
• Ondersteuning mantelzorg, cliëntondersteuning
Wlz: 60%
• Wijkverpleging
• Extramurale behandeling zintuiglijk beperkten
• Eerste drie jaar curatieve intramurale ggz voor volwassenen
Nieuwe prestaties Zvw
AWBZ:
95%
20%
Wlz
0%
2013
Bron: VWS
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 3
2017
• Zware zorg voor gehandicapten en ouderen, curatieve GGZ voor
volwassenen na eerste drie jaar
• Integraal pakket aan zorg in een instelling (natura) of thuis (pgb/vpt)
coaching en preventie. Zij vormt de spil van de door gemeenten op te richten ‘sociale wijkteams’, waarvan ook maatschappelijk werkers onderdeel uitmaken. Zij bepaalt uiteindelijk welke behoefte aan verpleging en verzorging in de
wijk bestaat.
Jeugdwet: einde aan versnipperde uitvoering
Met de hervorming van de jeugdzorg komt er een einde aan
de versnipperde verantwoordelijkheid voor de zorg voor
kinderen en gezinnen. Terwijl deze nu nog is verdeeld over
verzekeraars, gemeenten, provincies en het Rijk, wordt de
gemeente vanaf 2015 de enige verantwoordelijke voor de
uitvoering van de gehele jeugdzorg (preventie, jeugdhulp,
jeugdbescherming en jeugdreclassering). Dit biedt hen meer
mogelijkheden voor samenhangende en daarmee effectievere hulp aan jeugdigen en gezinnen. De (verblijfs-)zorg voor
jongeren die vanwege een verstandelijke beperking levenslang zorg nodig hebben, komt onder de Wlz te vallen. Het
betreft bijvoorbeeld jeugdigen met een licht verstandelijke
handicap, met ernstige gedragsproblemen of met zware
lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperkingen.
Wlz: een nieuwe kern-AWBZ
De verzekerde zorg kan onder de Wlz bestaan uit:
 verblijf in een instelling,
 persoonlijke verzorging, begeleiding, behandeling en
verpleging,
 hulpmiddelen,
 vervoer voor begeleiding of behandeling,
 woningaanpassingen voor cliënten tot 18 jaar.
…GGZ 1 en GGZ2,
…VG 1 en VG 2,
ontvangen geen
verblijfsindicatie
meer (zorg geëxtramuraliseerd).
In de Zvw-prestatie wijkverpleging zullen de volgende onderdelen
opgaan:

de huidige extramurale AWBZ-functie verpleging;

het overgrote deel van de huidige extramurale AWBZ functie
persoonlijke verzorging;

medisch specialistische verpleging thuis, die momenteel al onder de Zvw valt;

taken die nu zijn opgenomen onder het programma Zichtbare
Schakel zoals het coördineren en regisseren van de zorgvraag.
Hoewel de Wlz zich alleen nog zal richten op de mensen met
een zware zorgbehoefte, is de verwachting van de regering
dat een deel van de cliënten of hun vertegenwoordigers de
zorg in de eigen omgeving zal willen en kunnen vormgeven.
Daarvoor blijven in de Wlz twee opties overeind: het persoonsgebonden budget (pgb) en het volledige pakket thuis
(vpt). Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ouderen die langer bij hun gezonde partner willen blijven wonen of bij kinderen of jongvolwassenen die bij het eigen gezin blijven.
PGB wordt trekkingsrecht om fraude te beperken
Bij een vpt betaalt een cliënt of zijn vertegenwoordiger zelf
de hoteldiensten en of dagbesteding, zorg ontvangt hij ‘in
natura’. Bij een pgb kunnen ‘Wlz-klanten’ zelf ‘passende zorg’
inkopen die niet door het zorgkantoor is gecontracteerd. Het
pgb wordt een trekkingsrecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om de kans op fraude te verkleinen. De
Fasering herinrichting langdurige zorg
2013
► Nieuwe cliënten
met indicatie ZZP…VV 1 en VV 2,
Wijkverpleging in de Zorgverzekeringswet
2014
► Nieuwe cliënten
met indicatie ZZP…VV 3
ontvangen geen
verblijfsindicatie
meer.
2015
► Deel van nieuwe cliënten met indicatie ZZP…VG 3 ontvangen geen verblijfsindicatie meer (naar verwachting
50%; lichtere zorgvormen).
2016
► Invoering Wet langdurige zorg (Wlz), intramurale zorg blijft een
verzekerd recht.
► Extramurale zorg naar: 1. Wet maatschappelijke ondersteuning
(Wmo): begeleiding, en 2. Zorgverzekeringswet (Zvw): verpleging
en verzorging.
► Nieuwe cliënten met
indicatie ZZP-…
…VV 4 (naar verwachting
25% van de gevallen,
lichtere zorgvraag),
► Verpleging en verzorging vallen onder nieuwe aanspraak
wijkverpleging in Zvw (totaal: €3,1 mrd.).
► Gemeenten bieden ondersteuning vanuit sociale wijkteams (Wmo,
€50 mln.).
…LG 1 en LG 3,
…ZG 1 (zowel auditief als
visueel)
► Bezuiniging op (huishoudelijke) ondersteuning. Gemeenten
behouden 60% van de middelen.
► ZZP-GGZ 3 inclusief wooncomponent over naar Zvw en Wmo.
Binnen deze domeinen mogelijkheden bezien voor afbouw
intramurale capaciteit en langer zelfstandig wonen.
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 4
ontvangen geen
verblijfsindicatie meer.
hoge of lage eigen bijdrage die zorgontvangers onder de
AWBZ moeten betalen zal onder de Wlz terugkomen, in de
huidige vermogensafhankelijke vorm of in een inkomensafhankelijke vorm.
Bekostiging op termijn naar cliëntniveau
De uitvoering van de Wlz is verder praktisch hetzelfde als die
van de AWBZ. Zorgkantoren verdelen in verschillende regio's het budget over bestaande aanbieders op basis van
cliëntenvolumes. De taken van het Centraal Administratiekantoor (CAK) blijven hetzelfde als in de AWBZ (voor een overzicht van taken zie tabel II achteraan deze publicatie). Wel
gaat het CAK op termijn achteraf uitbetalen op basis van declaraties in plaats van vooraf bevoorschotten. De bekostigingsbasis gaat op termijn volledig over van instellingsniveau
naar cliëntniveau.
Bezuiniging van € 2,5 miljard op langdurige zorg
De beoogde bezuiniging op uitgaven aan langdurige zorg
komt structureel op circa € 2,5 miljard uit. Een derde daarvan
moet door een bezuiniging op de begeleiding en persoonlijke verzorging worden opgebracht. Andere grote bezuinigingen staan ingeboekt voor het beperken van de huishoudelijke hulp onder de Wmo en het beperken van intramurale
zorg onder de Wlz. De huidige uitgaven aan huishoudelijke
hulp – die gemeenten al langere tijd uitvoeren – worden met
40% ingeperkt. Per saldo wordt verwacht dat de begrote
uitgaven na alle maatregelen en correctie voor loon- en
prijsbijstellingen in 2017 op een vergelijkbaar niveau komt te
liggen als in 2013, circa € 28,5 miljard. Dat de bezuinigingen
niet tot structureel lagere uitgaven leiden, komt door de onderliggende groei van de zorgbehoefte.
32 regionaal werkende
zorgkantoren die voor alle
inwoners zorg organiseren.
Cliënten kunnen niet kiezen uit
concurrerende verzekeraars.
Intramurale AWBZ
in 2012:
263.000 indicaties
5% kiest voor PGB
791 zorgaanbieders
(excl. GGZ)
Bandbreedtetarieven
per ZZP
AWBZ
►Wlz
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 5
Extramurale AWBZ
in 2012:
590.000 indicaties
19% kiest voor PGB
1.461 zorgaanbieders
Integrale
Maximumtarieven per
uur of dagdeel
3. Zorginstellingen hebben succes in eigen hand
Extramuralisering schudt sector op
Het beleid van extramuralisering en financieel scheiden van
de woon- en zorgcomponent zorgt ervoor dat cliënten hun
“woon/zorg-consumptie” gaan voelen in de portemonnee en
daardoor bewustere keuzes maken. Zij stellen hogere eisen
aan de kwaliteit van woonvoorzieningen en zijn lang niet altijd
bereid om een standaard woonzorgpakket inclusief woonvoorzieningen en extra dienstverlening af te nemen. Zeker
niet wanneer zij in hoge mate zelfredzaam zijn of de middelen bezitten om meer luxe woon-zorgvormen in te schakelen.
Volgens Berenschot dreigt voor 600 van de ongeveer 2.000
verpleeg- en verzorgingstehuizen sluiting, omdat het scheiden van wonen en zorg in deze instellingen financieel niet
rendabel is. De staatssecretaris houdt het op 200 sluitingen.
Locaties zijn vaak niet meer rendabel te krijgen, doordat deze enerzijds te grootschalig zijn opgezet gegeven de vraagontwikkeling en anderzijds een toenemend deel van de leegstand voor rekening van de zorgaanbieder komt.
Nieuw stelsel leidt tot veel onrust bij aanbieders
In anticipatie op de nieuwe vormgeving van langdurige zorg
en de grote bezuinigingen die ermee gepaard gaan, is onder
aanbieders van langdurige zorg ook onzekerheid ontstaan
over de continuïteit van zorgverlening. Zolang niet duidelijk is
hoe gemeenten en zorgverzekeraars de zorg willen inrichten
en aanbesteden of inkopen dreigen zorgaanbieders buiten
de boot te vallen en blijven zij met verhoogde exploitatierisico’s zitten. Voor hun medewerkers dreigt ontslag, wanneer
zij niet bij een vervangende aanbieder in dienst kunnen treden.
Administratieve lasten Care-instellingen stijgen
Door de opsplitsing van de AWBZ in verschillende wetten
krijgen zorginstellingen die een brede productmix aanbieden met een groter aantal bekostigingsmethodieken en inkopende partijen te maken dan voorheen. Zo zal het aantal gemeenten waarmee contracten moet worden afgesloten voor
levering van Wmo-diensten over het algemeen veel groter
zijn dan het aantal zorgverzekeraars of zorgkantoren. De
overeengekomen leveringsvoorwaarden verschillen vaak
sterk van contract tot contract. De administratieve last zal
daardoor sterk toenemen. Ook doordat steeds hogere eisen
worden gesteld aan financiële sturing en aan de verantwoording van geleverde zorg(kwaliteit).
 GGZ-instellingen zullen vanaf 2015 afhankelijk van hun
product-mix vanuit de Zvw, Wmo, Wlz en Jeugdwet worden bekostigd. De Zvw regelt de eerste drie jaar op behandeling gerichte intramurale ggz aan volwassenen.
Beschermd wonen (RIBW’s) wordt gepositioneerd in de
Wmo. De zorg voor psychiatrische patiënten die langer
dan drie jaar in een instelling verblijven wordt geregeld


in de nieuwe Wlz. De jeugd-ggz valt onder de Jeugdwet.
Gehandicaptenzorg zal uiteenvallen in een deel dat gefinancierd wordt vanuit de Wmo en een deel dat naar de
Wlz gaat (zwaardere doelgroepen, sterk gericht op gedrag). Licht verstandelijke gehandicapten jonger dan 18
jaar oud vallen onder de Jeugdwet.
Ouderenzorg: hier geldt dat verpleeghuizen (ZZP 5 en
hoger) naar de Wlz overgaan. Voor de zwaardere doelgroepen in het verzorgingshuis (ZZP 4) kan de helft naar
de Wlz over. Met de nieuwe aanspraak wijkverpleging
(Zvw) kunnen zorgaanbieders vanuit de thuiszorgorganisatie een gelijkwaardig aanbod ontwikkelen.
Strategische heroriëntatie noodzaak
Steeds meer instellingen zien zich al genoodzaakt deels
leegstaande locaties te sluiten. Massaontslagen vinden regelmatig plaats bij instellingen die zich voorbereiden op het
nieuwe stelsel met beperktere budgetten. Dit betreft niet alleen de intramurale zorg, maar bijvoorbeeld ook de thuiszorg en jeugdzorg. Aan de andere kant ontstaan er ook
marktkansen, zoals nieuwe woon-zorgvormen voor kwetsbare ouderen met een behoorlijke zelfredzaamheid. Om op de
ontwikkelingen in te kunnen spelen is een strategische heroriëntatie voor veel instellingen noodzakelijk. Met name voor
instellingen die lichtere zorgvormen leveren.
Vanuit strategische visie vastgoed reorganiseren
Instellingen die langdurige zorg leveren zullen veel minder
vanuit de traditionele scheiding tussen intra- of extramuraal
moeten denken en meer vanuit de regionale klantvraag. Het
bestaande vastgoed is een factor van belang, maar mag niet
leidend zijn voor de strategie die de aanbieder kiest. De reorganisatie van de vastgoedportefeuille zal uit een strategische herpositionering moeten voortvloeien. Instellingen in de
ouderenzorg hebben op hoofdlijnen vier strategische vastgoedopties (zie voor meer achtergronden de ING-themavisie
Scheiden wonen en zorg in de AWBZ uit juni 2013).
1. Het vergroten van de verpleeghuiszorgcapaciteit
(ZZP 5-10).
2. Het verhuren van zorgappartementen en (mogelijk)
extramurale zorg verlenen.
3. Het reorganiseren van het vastgoed en de thuiszorg
capaciteit uitbreiden.
4. Het alternatief inzetten van het vastgoed met als
einddoel het vastgoed afstoten.
Zorgvilla steeds grotere concurrent voor instelling
Ondertussen zal de concurrentie voor traditionele ouderenzorgaanbieders blijven toenemen. Een groeiend aantal ondernemers speelt in op de veranderende behoeften van welvarende en beter opgeleide ouderen. Nieuwe aanbieders
ontwikkelen in rap tempo kleinschalige, luxe woonvormen.
Het aantal particuliere zorgvilla's voor ouderen groeit snel: in
2013 met 13% tot een totaal van 169. De groeiende vraag
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 6
naar kleinschalige woonvormen wordt, behalve door regel‘Kritische wethouders zien tal van mogelijkheden om
geld te besparen’
‘De overheidsfinanciering is doorgeschoten’, zegt Lenie Scholten,
wethouder zorg, welzijn en jeugd in Eindhoven. ‘Voor iedere hulpvraag komt een aparte hulpverlener over de vloer. Mensen wordt
niet meer gevraagd of ze de problemen ook zelf op kunnen lossen.
Dus als je mij vraagt of gemeenten kunnen bezuinigen op de nieuwe zorgtaken, is het antwoord ja.’
Wat volgens Scholten wel moet gebeuren, is dat er een einde komt
aan het circus van hulpverleners waarmee sommige gezinnen te
maken krijgen. ‘Neem het gezin Jansen’, zegt ze. Ze kampen met
schulden, dus komt er iemand van de schuldhulpverlening. Van de
stress raakt vader Jansen aan de drank, dus komt iemand van de
verslavingszorg langs. Het drankprobleem van vader doet de relatie met moeder geen goed, daarvoor wordt algemeen maatschappelijk werk ingeschakeld. Een hulpverlener van Bureau Jeugdzorg
geeft vervolgens opvoedingsondersteuning. Met een beetje pech
spijbelt een van de kinderen en komt er ook nog een leerplichtambtenaar langs. Het is geen uitzondering. Van de 118.000 gezinnen in
Eindhoven komen bij 17% meerdere hulpverleners over de vloer.
‘Iedere hulpverlener werkt vanuit zijn eigen koker met een eigen
geldstroom en vaak weten ze niet van elkaar wat ze doen’ zegt
Scholten. Doordat al die budgetten nu naar gemeenten komen,
krijgen ze zicht op waar de overlap zit.
Bron: FD, 19-03-‘14
geving en meer zelfredzaamheid ook veroorzaakt door de
hogere eigen bijdrage – sinds 2012 vermogens- in plaats van
inkomensafhankelijk – die ouderen betalen voor collectieve
zorg. Met name voor traditionele verzorgingshuizen die zich
op lichtere zorg richten is het daarom van cruciaal belang
een kwalitatief beter onderscheidend zorgconcept aan te
bieden om de concurrentie aan te kunnen.
Traditionele aanbieders ouderenzorg krimpen…
Terwijl de particuliere zorg groeit, staat de omzet van traditionele instellingen sterk onder druk. Uit een analyse van de
instellingskoepel Actiz blijkt dat de impact van de stelselwijziging op aanbieders van ouderenzorg sterk uiteen loopt. Dit
komt voort uit verschillen in samenstelling van het aanbod en
hangt samen met de mate waarin organisaties kans zien om
bijvoorbeeld leegstaande ruimtes te verhuren of nieuwe
diensten aan te bieden.
…kansen voor integrale zorgconcepten groeien
Hoewel het totale budget kleiner wordt, ontstaan door de
nieuwe wetgeving ook nieuwe mogelijkheden voor crossovers tussen de domeinen zorg en welzijn. Dit zijn nu vaak
nog twee gescheiden werelden. Verschillende marktpartijen
spelen hierop in met integrale concepten gericht op efficiënte
combinaties van zorg en welzijn. een grote dienstverlener als
Facilicom verwacht bijvoorbeeld via overnames een efficien-
cyslag te kunnen maken door zorg en ondersteuning over de
traditionele domeinen heen dicht bij de burger te organiseren. Door lokale huisartsenposten, plaatselijke thuiszorg en
welzijnswerk onder één dak te brengen, denkt zij efficiënter
en klantgerichter te kunnen werken.
Liquiditeitsposities structureel onder druk
In de Wlz zal op termijn (na 2016) van bevoorschotting op
basis van productieafspraken naar betalingen op basis van
declaraties van geleverde zorg worden overgegaan. Door
afschaffing van de bevoorschotting zullen instellingen meer
werkkapitaal nodig hebben om de periode tussen levering
en uitbetaling van zorg te overbruggen. Tegelijkertijd komen
de vermogens- en liquiditeitspositie van veel instellingen
door teruglopende resultaten steeds verder onder druk te
staan. De financieringsbehoefte – gemiddeld 3 maanden per
instelling, in totaal circa € 6 miljard – zal als gevolg daarvan
moeilijker zijn in te vullen. Daar komt bij dat de marktomstandigheden een stuk risicovoller zijn geworden en financiers minder diepe zakken hebben dan voorheen. Extra druk
op de liquiditeit ontstaat door eenmalige kosten van reorganisaties en incidentele verliezen, de vraag neemt namelijk
sneller af dan instellingen kunnen reorganiseren. Doordat
sprake is van nieuwe zorgproducten, nieuwe zorginkopers
en benodigde aanpassingen in ICT-omgevingen zullen vertragingen in de financiële afwikkeling van zorg plaatsvinden.
Exploitatierisico’s kunnen zich opstapelen
Zorginstellingen kunnen met een stapeling van exploitatierisico’s geconfronteerd worden. Zeker wanneer onvoldoende
vooruit is gedacht en de bedrijfsvoering niet flexibel genoeg
is om snel bij te kunnen sturen. Bovendien kan sprake zijn
van regionale overcapaciteit en een ongunstige ZZP-mix
waarin cliënten met lichtere zorgzwaarte de overhand hebben. Niettemin hebben zorginstellingen die tijdig in actie komen hun lot in eigen hand.
Bestuurders die succesvol op de huidige ontwikkelingen inspelen focussen op de volgende zaken:
1. Heldere positionering: waar vraagt de klant om en wat is
het onderscheidend vermogen?
2. Keuzes maken: afslanken en terug naar de kern.
3. Ontwikkeling van klantgerichte dienstverlening.
4. Flexibiliseren van bedrijfsvoering (vastgoed, personeel)
5. Financieel in control blijven:
•
Sturen op kritische ratio’s.
•
Ramingen op basis van scenario’s, waardoor tussentijds tijdig is bij te sturen.
•
Professionaliseren treasury functie, balansmanagement.
•
Cash is king: liquiditeit verdient prioriteit. Voorspelbaarheid van kasstromen is van levensbelang.
Overcapaciteit in
grootstedelijke
gebieden
Effect van dubbele
transitie: scheiden
wonen-zorg +
hervorming AWBZ
incl. bezuiniging
Te trage aanpassing
bedrijfsvoering
Stapeling van
risico’s bij
zorginstellingen
Ongunstige ZZP-mix
(omzetkrimp > 10%)
Onvoldoende schaal
Onvoldoende
flexibiliteit in
vastgoed en
workforce
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 7
Bijlage I – Overzicht huidige AWBZ-aanspraken en uitgaven
AWBZ: aanspraken en uitgaven
Verplichte volksverzekering gericht op het verzorgen, verplegen,
begeleiden en behandelen bij het ontbreken van perspectief op genezing
Persoonlijke
verzorging
Verpleging
Extramurale
zorg
•persoonlijke verzorging,
•verpleging,
•begeleiding en behandeling in
de thuissituatie,
•voor: ouderen, gehandicapten
en mensen met een
psychiatrische aandoening of
beperking
Mensen met somatische
en/of psychogeriatrische
problematiek (ouderenzorg)
Mensen met een
lichamelijke, zintuiglijke of
verstandelijke handicap
(gehandicaptenzorg)
Begeleiding
Behandeling
Intramurale
zorg
Verblijf
•persoonlijke verzorging,
•verpleging,
•begeleiding en behandeling in
combinatie met verblijf in een
instelling,
•voor: ouderen, gehandicapten
en mensen met een
psychiatrische aandoening of
beperking
Mensen met een
psychiatrische aandoening
of beperking (geestelijke
gezondsheidszorg)
PGB's
Overig 12%
16%
Extramuraal
15%
Bron: NZa
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 8
Intramuraal
57%
*€ 1 mrd.
AWBZ-uitgaven 2012 en meerjarig:
10
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0
Verpleeg- en
verzorgingshuiszorg
Gehandicaptenzorg
met verblijf
Thuiszorg
Langdurige GGZ
2009
2010
2011
2012
Bijlage II - Verantwoordelijke partijen en hun taken
binnen de Wet langdurige zorg
Bron: VWS
Sectorvisie Langdurige Zorg Juni 2014 9
Meer weten?
Kijk op ING.nl
Of bel met
Erwin Winkel,
Sectormanager
Gezondheidszorg
068 36 42 427
Edse Dantuma,
Sectoreconoom
Gezondheidszorg
068 36 48 306
Wilt u nieuwe publicaties per mail ontvangen?
Ga naar ING.nl/kennis
vf
Disclaimer
De informatie in dit rapport geeft de persoonlijke mening weer van de analist(en) en geen enkel deel van de beloning van de
analist(en) was, is, of zal direct of indirect gerelateerd zijn aan het opnemen van specifieke aanbevelingen of meningen in dit
rapport. De analisten die aan deze publicatie hebben bijgedragen voldoen allen aan de vereisten zoals gesteld door hun nationale toezichthouders aan de uitoefening van hun vak. Deze publicatie is opgesteld namens ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam
en slechts bedoeld ter informatie van haar cliënten. ING Bank N.V. is onderdeel van ING Groep N.V. Deze publicatie is geen beleggingsaanbeveling noch een aanbieding of uitnodiging tot koop of verkoop van enig financieel instrument. ING Bank N.V. betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijk zorg betracht om er voor te zorgen dat ten tijde
van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in dit rapport heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING Bank N.V.
geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. De informatie in dit rapport kan gewijzigd
worden zonder enige vorm van aankondiging. ING Bank N.V. noch één of meer van haar directeuren of werknemers aanvaardt
enige aansprakelijkheid voor enig direct of indirect verlies of schade voortkomend uit het gebruik van (de inhoud van) deze publicatie alsmede voor druk- en zetfouten in deze publicatie. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden
zijn van toepassing op deze publicatie. Overneming van gegevens uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron wordt vermeld.
In Nederland is ING Bank N.V. geregistreerd bij en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële
Markten.
De tekst is afgesloten op 25 juni 2014.