in Oost-Vlaanderen

ondernemers
in Oost-Vlaanderen
Een maandelijkse uitgave van Voka - Kamer van Koophandel Oost-Vlaanderen
“Kwaliteit is commodity”
Frédéric Schaubroeck en Dirk Verstichele, Groep Schaubroeck
Jaargang 15 - nummer 11 - november 2014
FOCUS
een sterk verhaal
Groep Schaubroeck (Nazareth) drukt zijn stempel op de toekomst
via markt- en productinnovatie
“Kwaliteit is een commodity
geworden, daarmee alleen
red je het niet meer”
In 1911 startte Groep Schaubroeck als drukkerij voor lokale besturen.
Ruim honderd jaar later zijn ze van vele markten thuis: ze drukken,
leveren HR-diensten, ontwikkelen software en hardware op maat en
verhuren zalen, zowel voor overheden als de privésector. Die diversificatie was en is de enige manier om te overleven en te floreren.
Eigenaar Frédéric Schaubroeck en algemeen directeur Dirk Verstichele:
“We zijn zoveel meer dan een drukkerij.”
Passie voor print, prijkt er op een groot spandoek aan de gebouwen
van de Groep Schaubroeck, vlakbij het kruispunt Vogelzang (N60),
waar Nazareth, Zingem en Gavere haasje-over spelen.
Niets gelogen, want drukken zit al ruim honderd jaar in de genen van
de familie Schaubroeck. Het familiebedrijf is aan de derde generatie:
na stichter Gabriël Jan-Marie en Johan is nu Frédéric Schaubroeck
afgevaardigd bestuurder en 100% aandeelhouder. Hij wordt geflankeerd door Dirk Verstichele, algemeen directeur sinds april 2011 en
gepokt en gemazeld in het bedrijf sinds 1990. Tijdens het interview
houdt Frédéric zich op de vlakte. Hij laat liever Dirk het woord voeren,
een spraakwaterval, eerlijk, rechtuit en gepassioneerd. “Ik wou een
diplomatieke carrière in het buitenland, maar omdat mijn vrouw dat niet
zag zitten, heb ik me geheroriënteerd en begon ik te werken voor lokale
besturen. (fijntjes) Maar daar moet je ook diplomaat zijn, hé.”
In 1911 kondigde Gabriël Jan-Marie in een voor die tijd luxueuze folder
aan dat hij “voor alle levenden en doden allerlei drukwerk zal maken.”
Gestart als drukker van gelegenheidsdrukwerk – van doodbeeldekens
over hoofdingen tot bureelbehoeften – kreeg hij na enkele jaren van
zijn broer Edmond, toen gemeentesecretaris in Nazareth, de vraag om
administratief drukwerk te leveren. Uittreksels uit het Staatsblad werden
vertaald naar bruikbare, juridisch legitieme formulieren. Dirk: “Zie het als
drukwerk met een redactionele meerwaarde of consultancy avant-lalettre, zo je wil. Tot de jaren zeventig waren we bijna uitsluitend
een bestuursdrukkerij voor OCMW’s en gemeentebesturen,
maar vandaag doen we zoveel meer.”
Wanneer beslisten jullie dat louter drukken voor lokale
besturen geen wissel op de toekomst was?
Dirk Verstichele: “In de jaren zestig en zeventig begonnen gemeenten
volop te fusioneren. In 1911 telden we nog 2.489 Belgische gemeenten,
in 1977 waren dat er nog 596, waarvan 308 Vlaamse. We beseften
dat we aan marktinnovatie moesten doen om te blijven groeien. Toen
besloten we om met drukwerk te starten voor de Vlaamse, federale en
Europese overheden én voor de privésector. 90% van wat we vandaag
drukken, is voor de private markt. We doen steeds minder drukwerk voor
de overheden. Zo besliste de quaestuur van de Kamer om het drukwerk
in eigen huis te houden, en heel veel formulieren zijn vervangen door
online tools en softwareprogramma’s. Kwaliteit was altijd ons motto,
maar nu is dat een commodity geworden in de drukkerijsector.
Daarmee alleen red je het niet meer.”
>>>
ondernemers november 2014
5
Hoe dan wel?
Dirk: “Door snel en flexibel te leveren.
Veel conculega’s besteden hun drukwerk uit
aan het buitenland. Wij proberen zeer snel op
de bal te spelen, we houden onze levertijden
kort. Hoewel we enkel produceren in België,
werken we tegen marktconforme prijzen.
We hebben ook fors ingezet op het uitbouwen van zorgsystemen, zoals ISO en
BRC voor de voedingssector. We hebben
grote klanten in de voedingssector, waarvoor
we kartonnen verpakkingen drukken.
We bouwen daar extra services rond zoals
voorraadbeheer, en we leveren op afroep.
Iedere job die we krijgen, is anders.”
Naast marktinnovatie richting de
privésector besloten jullie ook voor
productinnovatie te gaan?
6
Dirk: “In 1969 zijn we gestart met een loonadministratiebureau voor lokale overheden,
zeg maar sociaal secretariaat. Bijna per abuis,
omdat een gemeentebestuur in de problemen
geraakte door de ziekte van een ambtenaar.
Vandaag hebben we 440 klanten in Vlaanderen
waarvoor we de loonadministratie uitvoeren.
Onze sterkte is dat we in een uiterst competitieve markt steeds voor 100% zijn blijven
focussen op de nichemarkt van de lokale
overheid. Lokale besturen zijn per definitie
loyale klanten, ze storten zich niet zomaar
in een roekeloos avontuur. We verwierven
geleidelijk ook een stem in de debatten,
zelfs naar de RSZ en de fiscus, als spokesman
van onze klanten.”
“Sinds de jaren ‘80 ontwikkelen we toepassingen en softwarepakketten voor de kerntaken (bevolking, leefmilieu, sociale dienst) en
ondersteunende taken (financiën, payroll ...)
van een gemeente en O.C.M.W. Recent ontwikkelden we software voor digitaal vergaderen,
zodat mandatarissen en ambtenaren vanop
In de uiterst competitieve
markt van loonadministratie leggen
wij de focus 100%
op de nichemarkt van
lokale overheden
Dirk Verstichele
hun smartphone de vergadering kunnen
meevolgen enkunnen stemmen en/of
becommentariëren.”
Waarom staat er op jullie
spandoek enkel ‘passie voor print’?
Is dat niet enigszins misleidend
voor de buitenwereld?
Dirk: “Je legt de vinger op de wonde.
We moeten nog te vaak uitleggen wie we zijn
en wat we allemaal doen. Dit heeft vooral
te maken met het feit dat we voor onze
HR- en IT-diensten bijna uitsluitend werken
voor lokale overheden.”
Maar waarom richtten jullie dan
een IT-bedrijf op met een aparte
naam: Setelco?
Dirk: “Vanaf 2005-2006 kregen we steeds
vaker vragen van kmo’s: ‘wat jullie doen
voor gemeenten en steden, kunnen jullie dat
ook voor ons doen?’ Voor lokale overheden
ontwikkelen we al jaren software, maar
daarnaast installeren we ook servers,
bekabelen we … Een deel van onze installatieen systeemingenieurs werken zelfs in-house
bij gemeentebesturen. We creëerden een apart
bedrijf voor de privésector, maar dat heeft
alleen maar meer verwarring gezaaid, want
onze IT’ers werken zowel voor lokale besturen
als kmo’s. We werken al anderhalf jaar aan
een nieuwe structuur met drie business units:
drukkerij, HR & payroll (inclusief juridische
dienst die adviezen geeft aan lokale besturen
over sociale wetgeving, sdk) en IT. Da’s veel
duidelijker. Binnen de business unit IT hebben
we nu een segment business-to-government
en business-to-business. Twee derde van
het zakencijfer van Groep Schaubroeck wordt
gerealiseerd via HR- en IT-diensten.”
Gelukkig maar. Ooit telde België
bijna 1.900 drukkerijen, insiders
voorspellen scenario’s waarbij er
binnen enkele jaren slechts een
tiental grote en 30 tot 40 middelgrote
zullen overblijven. Wat is jullie visie?
Dirk: “Dat is ook onze perceptie. Iedere
maand krijgen we telefoons van drukkerijen
die willen stoppen en vragen of we hen willen
overnemen. Er circuleren trouwens ook
geruchten dat we zelf zullen overgenomen
worden. We willen hierbij van de gelegenheid
gebruik maken om te stellen dat die
geruchten volledig uit de lucht zijn gegrepen.”
Jullie zijn toch groot en matuur
genoeg om zelf jullie boontjes
te doppen?
Dirk: “Ja, maar het is hard werken om
onze cijfers te halen. Er werken hier nu 210
mensen, die lonen moeten betaald worden.
De prijzenslag onder drukkers is bijzonder
groot. De omzet gaat sowieso naar beneden
omdat de volumes inkrimpen door de digitalisering. Daarenboven trappen we wellicht
een open deur in wanneer we zeggen dat
er een overcapaciteit is aan machines voor
de vraag. Daardoor staan de marges zwaar
onder druk. Bepaalde drukwerken worden
aangeboden in de markt aan een prijs
waarvoor wij zelfs ons papier niet kunnen
aankopen, laat staan het bedrukken.”
Dirk Verstichele: “Er circuleren geruchten dat
wij overgenomen zullen worden, maar die zijn
uit de lucht gegrepen.”
Is Schaubroeck nog steeds
een familiebedrijf pur sang,
met een familiale cultuur?
Frédéric: “Omdat we zoveel verschillende
diensten aanbieden, staat die toch wat onder
druk. De HR-cultuur in de drukkerij is anders
dan die in onze IT-afdeling. IT’ers vragen
FOCUS
een sterk verhaal
Wie zijn eigenlijk jullie grootste
concurrenten?
Frédéric Schaubroeck: “We proberen
één HR-beleid te voeren, weliswaar
met verschillende accenten.”
glijdende uren en een breakout room om
zich te ontspannen tijdens het urenlange
programmeren, met zetels en een pingpongtafel zoals bij Google. Maar in een drukkerij
met ploegensysteem kunnen we moeilijk
de persen stilleggen… Onze werknemers
zitten in gescheiden gebouwen, waardoor er
wel een fysieke barrière is, maar we proberen
toch één HR-beleid te voeren, weliswaar met
verschillende accenten.”
Iets helemaal anders, waarom zijn
jullie enkel in Vlaanderen actief, en
niet in Wallonië?
Dirk: “De wetgeving is anders en er is daar
een quasi monopolie aan de aanbodzijde.
Wij kunnen ons evenmin van de indruk
ontdoen dat de politiek er een grotere impact
heeft op het beslissingsproces. Heel wat
kleinere gemeenten in Wallonië hebben vaak
ook niet de middelen om diensten aan
te kopen die we in Vlaanderen aan iets
grotere gemeenten wel kunnen verkopen.”
Intercommunales
mogen volgens mij
geen aankoopcentrales
worden
Dirk Verstichele
Dirk: “Gek genoeg vooral intercommunales,
intergemeentelijke samenwerkingsverbanden
dus. Ze worden steeds groter en gebruiken
het vehikel van een vzw of een dienstverlenende vereniging om zo veel mogelijk
markt in te nemen. Daarnaast richten ze
dan operationele nv’s op. Daar stel ik me
toch vragen bij. Intercommunales mogen
volgens mij geen aankoopcentrales worden.
Daarnaast zien we ook dat de Vlaamse
overheid raamovereenkomsten afsluit voor
netwerk-, werkplek- en datacenterdiensten
waarvan ook de lokale overheden gebruik
kunnen maken.”
Als overheden zelf IT-bedrijven
oprichten, verstoren ze de privémarkt,
bedoelt u?
Dirk: “Ik heb natuurlijk liever dat de privémarkt
voluit speelt. Is het bijvoorbeeld de taak van
een overheid om zelf te drukken? Ik vind dat
een overheid smal moet zijn en met zijn core
business moet bezig zijn, dienstverlening
aan de burger.”
Sinds 1996 beschikken jullie over
een seminarie- en opleidingscentrum
voor eigen klanten en andere
ondernemingen. Vanwaar die keuze?
Dirk: “Onze aula’s zijn organisch gegroeid.
Omdat we HR-oplossingen en IT-producten
verkopen, moeten we er zeer regelmatig over
communiceren met onze klanten, via demo’s
of echte opleidingen. Als je telkens naar een
externe locatie moet gaan, kost dat ook
geld. En de prijzen die de privémarkt rekent,
kunnen lokale besturen niet betalen.
Daarom besloten we te investeren in
een sober opleidingscentrum, zonder dikke
tapijten of pluchen zetels, maar met alle
state-of-the-art technologie. Ondertussen
zijn onze aula’s 4 op vijf werkdagen bezet.”
Brainstormen jullie ook over nieuwe
niches in de nabije toekomst?
Dirk: “Er is nog veel mogelijk rond business
intelligence (BI). Big data zijn nu een grote hype.
Ik wil zeker niet van de daken schreeuwen
dat we een big databedrijf worden, maar we
hebben wel bijzonder veel info over lokale
besturen. Moesten we erin slagen om zinvolle
combinaties te maken, dan kunnen we in de
toekomst eventueel consultancy opdrachten
Wij hebben geïnvesteerd
in een sober
opleidingscentrum,
zonder dikke tapijten
of pluche zetels, en
dat is vier op vijf
werkdagen bezet
Dirk Verstichele
aannemen en remediëringen voorstellen.
Bijvoorbeeld: waarom slaagt gemeente X erin
om hetzelfde te doen met 100 medewerkers
als gemeente Y met 150 werknemers, terwijl
ze allebei even groot zijn?”
En wat is de voornaamste bedreiging,
of beter uitdaging, voor jullie bedrijf?
Dirk: “Er kondigt zich een nieuwe fusiegolf aan
bij de gemeenten. Vlaanderen spiegelt zich aan
Nederland, waar je die schaalvergroting nu al
hebt. Gemeentebesturen willen sowieso meer
met elkaar samenwerken om burgers kostenefficiënt te bedienen. Dat zal ongetwijfeld
een impact hebben op onze business. We
werken ook voor politie- en brandweerzones;
vanaf 1 januari 2015 zullen er minder zones
overblijven. Wij volgen die evolutie dus met
argusogen. En iedereen weet dat gemeenten
het financieel moeilijk hebben. Iedere euro
wordt terecht vier keer omgedraaid voor hij
wordt uitgegeven. Je weet dat ze betalen,
maar niet altijd wanneer, of je weet dat er
een beslissing zal vallen, maar niet wanneer.
Daarmee moeten we altijd rekening houden.”
Slotvraag. Meneer Schaubroeck, u
heeft twee zonen, is de opvolging
verzekerd?
Frédéric: “Ik heb twee zonen van 19 en 21
die momenteel in Engeland studeren. Laat ze
eerst maar internationale ervaring opdoen, en
dan zien we wel. Maar ik zal ze nooit pushen,
dat werkt niet.”
Tekst Sam De Kegel – foto Jan Caudron
ondernemers november 2014
7