Het Spierenalfabet: Peter Verhelst

Het Spierenalfabet:
Peter Verhelst
Leven: Peter Verhelst werd geboren op 28 januari 1962 in Brugge. Hij raakte al op
jonge leeftijd sterk geïnteresseerd in boeken en las even vaak 'onbegrijpelijke' zaken als
atlassen en encyclopedieën als gewone leesboeken. Later volgde hij de lerarenopleiding
in de vakken Nederlands, Engels en geschiedenis waarna hij les gaf in algemene vakken
aan het Instituut voor Voeding in Brugge. In 1999 stapte hij uit het onderwijs om zich
voltijds op het schrijven te storten. Sinds kort is hij ook als vaste werkkracht verbonden
aan het theaterhuis NTGent.
Peter Verhelsts poëzie en proza wordt over het algemeen gerekend tot het
postmodernisme, meer bepaald de esthetische variant hiervan. De afwezigheid van een
duidelijke verhaallijn, het overdadig gebruik van symbolen die uiteindelijk niks meer
betekenen en een grote nadruk op het artificiële van de wereld waarin de romans zich
afspelen dragen hieraan bij. In alle romans van Verhelst is er tevens een grote mate aan
intertekstualiteit, wat betekent dat zijn boeken verwijzingen bevatten naar andere
literatuur, kunst in het algemeen en de 'echte' (of extraliteraire) werkelijkheid. Opvallend
is dat voornamelijk beeldende kunst een grote rol speelt in zijn werk. Verhelst zelf is een
absoluut tegenstander om zijn proza of poëzie postmodern te noemen.
Debuut: Verhelst debuteerde in 1987 met de dichtbundel "Obsidiaan". Zijn eerste
roman, "Vloeibaar harnas" volgde in 1993. Hoewel hij binnen de literatuurwereld bij zijn
debuut erkenning kreeg, bleef hij nog geruime tijd leraar Nederlands en Engels in de
Brugse hotelschool Ter Groene Poorte. Pas in 2000 kwam zijn grote doorbraak er toen
zijn roman "Tongkat" de Gouden Uil en de jonge Gouden uil won.
Over “Het Spierenalfabet”: Deze roman, bevattende een A, een B en een C-deel,
beschrijft de verwarrende ervaringen van een jonge bibliothecaris die inventariserende
werkzaamheden verricht in een 'crypte' van een oude bibliotheek, onder leiding van een
fatale-vrouw-achtig type. Zijn leven wordt nog raadselachtiger sinds de intrede van een
verwarrend meisje dat zich bezighoudt met mysterieuze handelingen van fysieke aard die
naar de titel verwijzen. Het boek eindigt in zelfmoordsferen. Deze curieus
gecomponeerde roman vertelt zo ongeveer een verhaal, maar vooral van belang zijn de
vele associaties en uitweidingen van filosofische en technologische aard. Tevens staan
vele organen van het menselijk lichaam op ouderwets biologische wijze afgebeeld.
Conclusie: een wonderlijk, intrigerend boek van een bedreven stilist, dat echter vanuit
zijn aard slechts gericht is op een beperkt publiek. Paperback, kleine druk. Het
Spierenalfabet is een teer liefdesverhaal en een mysteriespel met een ingenieuze plot.
Een werveling van beelden die een lyrische ode brengen aan onze zintuigen.
Tekstvragen
1. Veel postmoderne schrijvers mengen graag literatuur met andere
teksten. We noemen dit genrevermenging. Peter Verhelst houdt
ervan literatuur en wetenschap met elkaar te vermengen. Hoe merk
je dit hier? Hoe wetenschappelijk zijn de teksten?
2. Waaruit blijkt dat Inez een femme fatale is?
3. Welke woordspeling wordt er gemaakt bij “golden brown”? (het is
ook een liedje)
4. Welk ‘wetenschappelijk’ onderscheid maakt Inez tussen verliefdheid
en het huwelijk?
5. Waar zie je in dit fragment intertekstualiteit?
6. Wat is alchimie en wat is transmutatie? Zoek op via google.
7. Welke man is de beste man om te hebben en waarom? Welke
eigenschappen heeft deze man?
8. Wat wordt er bedoelt met een man die ‘zingt en laat zingen’?
9. Voor welke vrouwen heeft Inez minachting?
10.
Welk soort vrouw is Inez zelf?
Welke maaltijd past zowel bij een begrafenis als bij een verjaardag? Kookboeken brengen
nauwelijks raad, omdat de gerechten meestal werden opgesteld door boekhouders.
Koken, zo verzekerde Inez mij vandaag, is niet alleen chemie, een kwestie van
maatbekers, maar ook en vooral van alchimie, van transmutatie, omzetting van onedel
materiaal in goud.
‘Golden brown?’ knipoogde ik.
‘Jezus, jij met je anale fixatie,’ zei ze,’ misschien kun je voor vanavond een extra
voorraad chocola inslaan. En trouwens, transmutatie behelst veel meer dan alleen maar
het eindstadium van je spijsvertering.’
Inez is hoofdbibliothecaris en dus mijn chef. Haar hobby’s zijn ikebana en mannen
versieren, maar in werkelijkheid combineert ze beide door een heel regiment mannen op
een zo esthetisch mogelijke manier om zich heen te schikken. Ze gelooft rotsvast dat het
menselijk lichaam geregeerd wordt door zuren en zouten die op zenuwstelsel en
hersenen inwerken. In die volgorde.
‘Zeg nu zelf, nadat zovele geleerden elke bekende materie al honderden jaren lang
hadden gescheiden door verbranding, door haar op te lossen in zuren en basen, haar
kapot te slaan of te laten exploderen, kwamen ze tot de slotsom dat alle lichamen in het
heelal bestaan uit een of meer van de 92 fundamentele grondstoffen, de chemische
elementen? Op elkaar inwerken. Voilà.’
We happen naar adem.
‘Verliefdheid is een kwestie van amfetaminen, vooral van phenylethylamine dat ook wel
eens PEA wordt genoemd.’
Ik zie haar op een reusachtig bed liggen, in een witte, openvallende verpleegstersschort,
omringd door hijgende mannen, druk in de weer met proefbuizen en zuurmeters.
‘En het huwelijk is een kwestie van endorfine,’ voegt ze er met een gestrekt vingertje
aan toe,’ niet toevallig downers.’
Inez gedraagt zich meestal als een oudere zus en houdt ervan mij van haar ervaring te
laten profiteren.
(…)
De liefde van de vrouw gaat door het oor (axioma van Inez). ‘Je weet dat ik niet van
zwart hou, Albert.’ Inez zwaait naar me met de linkerhand terwijl ze met de rechter post
op haar werktafel sorteert. De hoorn tussen oor en schouders geklemd. ‘Zalmkleurig, dat
zegt me wel wat. Mmm. Ja. Mmm. Mmmmm. Albert! Niet te groot. De grootte van je
handen (giechel) Daag, Albert.’
Ze draait zich naar me toe, leunt stralend achterover tegen de rand van de tafel en
terwijl ze giechelt en koert in de hoorn, tekent ze twee letters in de lucht: MC.
Ik fluit bewonderend. Ze sluit verzaligd de ogen: ‘Albert, nee! Mmmm.’
Inez heeft een feilloos catalogiseersysteem uitgedokterd voor mannen.
Een MA (uitspraak: Amée) is een man die van zijn vrouw houdt en ook door haar wordt
bemind. Is desgevolg nutteloos voor Inez, al weet je maar nooit of hij van categorie
verandert. Op een afstand in het oog te houden.
Een MB (uitspraak: Embie) is een man die van zijn vrouw houdt maar niet door haar
wordt bemind. Kortom, een minderbegaafde. Nutteloos, want meestal opgezadeld met
een onsmakelijk minderwaardigheidscomplex.
Een MC (uitspraak: Embiesie) is iemand die niet van zijn vrouw houdt en ook niet door
haar wordt bemind en toch niet in staat is zich van haar los te maken. Nutteloos want
gefrustreerd. Een imbeciel.
Een MC (uitspraak emsie) is ‘a master of ceremony’, een man die zingt en laat zingen en
zeker nooit de kerk verlaat voor er gezongen wordt. Attent, atletisch, erudiet, vrij,
vrijgevig en stevig in de slappe was.
Met wat geluk en ervaring op de kop te tikken.
Het toppunt is een MC kwadraat (uitspraak Emsietotdetweede). Een ceremoniemeester in
het kwadraat. Albert(!) Einstein verklapte het al: E=MC kwadraat. E is symbool voor
extase. Per definitie een uiterst zeldzaam exemplaar.
Een MF (uitspraak Emmef) ten slotte is de afkorting van motherfucker en dus totaal niet
ter zake doend.
Ook voor vrouwen heeft Inez een onderverdeling.
Een VI is een sloofje, een zich wegcijferende vrouw die derhalve nooit volop tot
ontwikkeling, laat staan tot lancering is gekomen, of hoogstens met een sisser. Haar
symbolen zijn haardoek, stoffer en blik. Overvloedig aanwezig.
Een V2 is een intelligente vrouw die op eigen benen staat en weet wat het leven te
bieden heeft. Zonder illusies maar vol zelfvertrouwen. Blakend. Herhaaldelijk
lanceerbaar. Doeltreffend. Bijwijlen dodelijk. Haar symbool is een paar rijlaarzen. Een
aangroeiende groep.
Een VM is een vrouw met tien ringvingers (aan elke vinger een man), of indien nodig tien
middenvingers. Haar symbool is de volle maan. Er wordt heel wat om haar gehuild, maar
zelf is ze hoog boven dit alles verheven dat ze daar niet om maalt.
Een VE betekent letterlijk vervuilingseenheid. De vrouwelijke versie van een MF.
Ik lachte toen ze me de categorieën de eerste keer opsomde.
‘Zoveel VM’s zullen er wel niet zijn.’
‘Er zullen nog wel enkele andere te vinden zijn,’ troostte ze me.