operatie aan de slokdarm (d) (PDF bestand - 912. kilobytes)

Operatie aan de slokdarm
foto Digidaan
In deze folder willen wij u graag meer informatie geven over
de operatie aan de slokdarm, wat u kunt verwachten en het
herstel na de operatie tijdens de ziekenhuisopname.
De behandeling van slokdarmkanker verloopt in twee fasen. In de eerste
fase krijgt u chemotherapie en/of radiotherapie, ook wel bestraling
genoemd. Daarna krijgt u een aantal weken rust om te herstellen.
In de tweede fase vindt de operatie plaats. Deze operatie wordt
oesofagusresectie met buismaagreconstructie genoemd. Hieronder
volgen beschrijvingen van verschillende manieren om de operatie aan
de slokdarm uit te voeren. De operatie kan open (klassieke manier) of
scopisch (via kijkbuisgaatjes) uitgevoerd worden. De operatie kan in
twee delen uitgevoerd worden; het borstgedeelte en het buikgedeelte
(zie beschrijving thoracolaparoscopisch) of via de buik (zie transhiatale
beschrijving) gedaan worden. De nieuwe verbinding (anastomose) die
gemaakt wordt kan in de hals of in de borstkas gelegd worden. Bij deze
operatie worden verschillende handelingen uitgevoerd. De slokdarm
wordt verwijderd en van de maag wordt een buis gemaakt. Deze buis
wordt aangesloten op het gedeelte van de slokdarm dat intact blijft.
De chirurg zal samen met u bespreken welke operatie voor u het meest
geschikt is.
• Open (klassieke) operatie
Bij een open operatie (de klassieke manier) wordt u eerst op uw rug
neergelegd op de operatietafel. U merkt hier vanwege de narcose niets
van. Bij deze operatie wordt er een snee in de buik en een snee in de
rechterkant van de rug ter hoogte van de long gemaakt. Via de snee in
de buik worden alle structuren rondom de maag vrijgemaakt. Alle klieren
rondom de maag worden weggehaald. Daarna wordt van de maag een
buis gemaakt.
Als de buik klaar is, wordt u op de linkerzij gelegd voor het borstgedeelte.
Er wordt een snee gemaakt ter hoogte van de achtste rib. Dan wordt de
slokdarm vrijgemaakt van de omringende weefsels zodat deze goed te
verwijderen is. Via een snee in de hals wordt de buismaag vastgemaakt
aan het kleine reststukje slokdarm. Dit is de naad (anastomose) die de
slokdarm met de buismaag verbindt. Een open operatie duurt gemiddeld
vier uur.
• Thoracolaparoscopische (kijkbuis) operatie
Bij een thoracolaparoscopische operatie (via kijkbuisgaatjes) wordt
begonnen in de borstkas, waarbij u op de buik op de operatietafel ligt.
U merkt hier vanwege de narcose niets van. Bij een scopische operatie
worden kleine gaatjes gemaakt in de borstkas en buik. Dan wordt gas
2
in de borstkas en buik geblazen, zodat de chirurg goed zicht heeft op
het te opereren gebied. Via de kijkbuisgaatjes kunnen de benodigde
instrumenten en videocamera de borstkas en buik ingebracht worden.
Om goed bij de slokdarm en de tumor te kunnen komen, wordt de long
gedeeltelijk ingeklapt. Na de operatie wordt hier een thoraxdrain
achtergelaten om dit weer te herstellen. Als het borstgedeelte klaar is,
wordt u voor het buikgedeelte op de rug gedraaid. Ook hier merkt u
vanwege de narcose niets van.
Voordelen van een scopische operatie zijn; minder bloedverlies, sneller
herstel na de operatie, minder longproblemen en een betere kwaliteit van
leven. Een scopische operatie duurt vijf à zes uur.
• Transhiatale operatie
Bij een transhiatale operatie wordt de operatie uitgevoerd vanuit de buik
waarbij u op uw rug op de operatietafel ligt. U merkt hier vanwege de
narcose niets van. Bij deze operatie wordt via een opening in het middenrif
de slokdarm verwijderd. Hierbij kan een anastomose in de hals of in de
borstkas gemaakt worden. De transhiatale operatie kan via een snee in
de buik of via kijkbuisgaatjes gedaan worden. Bij een laparoscopische
(kijkbuis) operatie wordt gas in de buik geblazen zodat de chirurg goed
zicht heeft op het te opereren gebied.
De transhiatale operatie kan alleen uitgevoerd worden als de tumor zich
in het onderste deel van de slokdarm bevindt en op de PET-CT-scan
duidelijk is dat eventueel vergrote lymfklieren verwijderd kunnen worden.
De transhiatale operatie duurt vier à vijf uur. Het voordeel van deze
operatie is dat de longen ongemoeid blijven.
3
Na de operatie
Het genezingsproces is afhankelijk van verschillende factoren en kan voor
iedereen anders verlopen.
De eerste nacht na de operatie verblijft u op de intensive care, dit is bij
alle drie de manieren van operatie hetzelfde. Wanneer alle omstandigheden
goed zijn, mag u de volgende dag weer terug naar uw verpleegafdeling.
Ademen
U krijgt de eerste dagen hulp om zo snel mogelijk het bed uit te kunnen
komen zodat de longen de ruimte krijgen om goed te ontplooien.
Belangrijk is dat de pijn goed onder controle is, zodat goed doorademen
geen belemmering oplevert. Als u door de pijn niet diep kunt inademen,
zult u oppervlakkig gaan ademen, waardoor de kans toeneemt op een
ontsteking van de longen.
Eten en drinken
U mag de eerste paar dagen nog niet eten of drinken. U wordt gevoed
via de sonde in de buik. Hier wordt zo snel mogelijk mee gestart, vaak de
eerste dag na de operatie. De eerste paar dagen heeft u een slang
(maaghevel) in uw neus. De arts kijkt dagelijks of het al mogelijk is om
deze slang te verwijderen.
Weefselonderzoek
Tijdens de operatie wordt de tumor en omliggend weefsel verwijderd.
De patholoog onderzoekt daarna in hoeverre er nog tumoractiviteit
is in het verwijderde weefsel en of al het tumorweefsel radicaal (zonder
resttumor achter te laten) is weggenomen. Ook worden alle klieren
onderzocht op tumorweefsel. Dit onderzoek duurt ongeveer zeven
werkdagen. De arts zal u de uitslag van het onderzoek vertellen.
Complicaties
Elke ingreep, onderzoek of operatie kan complicaties of bijkomende
problemen veroorzaken. De meest voorkomende complicaties na een
oesofagusresectie met buismaagreconstructie operatie zijn:
Longproblemen: ontsteking van de longen.
Naadlekkage: dit treedt op als de nieuwe verbinding van de slokdarm
(de buismaag) niet voldoende geneest. Door de lekkage kunt u zich dan
ziek voelen en ontstaat er koorts. Een eventuele lekkage kan aangetoond
worden door een CT scan te maken of een endoscopie.
4
Wondinfectie: ontsteking van het wondgebied.
Stembandparese (stilstand): dit merkt u doordat u een hese stem heeft.
De zenuw die de stembanden aanstuurt loopt vlak langs de slokdarm.
Het is niet altijd te voorkomen dat deze tijdens de operatie geraakt wordt.
Vaak is dit van tijdelijke aard en voor het herstel zijn een aantal maanden
nodig.
Chyluslekkage: dit is lekkage van lymfe uit een lymfevat. Als dit
geconstateerd wordt krijgt u een speciaal dieet (MCT) om de productie
van lymfe te verminderen. In sommige gevallen is het nodig om dit
lymfevat door middel van een operatie te sluiten.
Herstelschema na de operatie
Op de volgende pagina’s vindt u het schema van het herstel na de operatie.
De eerste dagen na de operatie zijn hierin weergegeven en dan met
name de belangrijkste items. Het kan zijn dat er in uw situatie afgeweken
wordt van het herstelschema zoals beschreven wordt. Mocht dit het
geval zijn, dan krijgt u hier uitleg over. Over de gevolgen van de operatie
wordt uitvoerig geschreven in de folder Herstel na een operatie aan de
slokdarm.
Legenda:
Epiduraal katheter: pijnbestrijding via een slangetje in het ruggenmerg.
Pijnpomp: pomp die aangesloten wordt op de epiduraal
katheter en die u zelf kunt bedienen.
Pijnscore: de intensiteit van de pijn, gemeten aan de hand
van een cijfer.
Maaghevel: slang via uw neus in de buismaag om maagsap af
te voeren.
Thoraxdrain: een slang om bloed, lucht en wondvocht af te voeren uit de longen.
Jejunumsonde: een slangetje tijdens de operatie ingebracht direct
in de dunne darm om te voeden.
Verneveling: vloeistof wordt omgezet in nevel dat ingeademd
kan worden.
5
Pijn
Dag van de operatie (nadat u geopereerd bent) Dag 1 na de operatie
-U
heeft een epiduraal kathether
en urinekatheter.
- U bedient de pijnpomp zelf.
- Waarschuw als u pijn heeft.
- U krijgt vier keer per dag twee
tabletten paracetamol door de
sonde.
- Geef uw pijnscore aan met een
cijfer.
-U
heeft een epiduraal kathether
en urinekatheter.
- U bedient de pijnpomp zelf.
- Het pijnteam meet uw pijn.
- Waarschuw als u pijn heeft.
- U krijgt vier keer per dag twee
tabletten paracetamol door
de sonde.
- Geef uw pijnscore aan met
een cijfer.
Beweging - P
laats uw hoofdsteun in een
hoek van ongeveer 45 graden.
- Probeer drie keer per uur zo
diep mogelijk door uw neus in
te ademen.
- Probeer regelmatig te hoesten.
-U
wordt op de rand van het
bed of in een stoel geholpen.
- Doe hoest en ademhalingsoefeningen (zie ‘Dag van de
operatie’).
- Fysiotherapeut komt langs.
Wond
- E ventueel. verwijderen van
thoraxdrain als de productie
van vocht vermindert.
- De verpleegkundige controleert
de drain en operatiewond.
- - U
heeft een thoraxdrain
waarmee vocht en lucht uit het
operatiegebied naar buiten kan.
- De verpleegkundige controleert
de drain en operatiewond.
Zuurstof & - U heeft een infuus in uw arm
Infuus
voor toediening van vocht.
- U krijgt zuurstof ter
ondersteuning.
- U krijgt vier keer per dag
verneveling om slijm op te
kunnen hoesten.
-U
heeft een infuus in uw arm
voor toediening van vocht.
- Afhankelijk van het zuurstof in
uw bloed wordt extra zuurstof
afgebouwd of gestopt.
- U krijgt vier keer per dag
verneveling.
Voeding
- U mag niet eten en drinken.
- Poets uw tanden twee keer
per dag.
- u krijgt sondevoeding.
- Waarschuw als u misselijk bent.
-U
heeft een maagsonde(hevel),
die er twee à drie dagen in blijft.
- U mag pas eten of drinken als
de maaghevel verwijderd is.
- U krijgt sondevoeding.
- Waarschuw als u misselijk bent.
6
Pijn
Dag 2 na de operatie
- U heeft een epiduraal
kathether en urinekatheter.
- U bedient de
pijnpomp zelf.
- Waarschuw als u
pijn heeft.
- U krijgt vier keer
per dag 2 tabletten
paracetamol door
de sonde.
- Geef uw pijnscore
aan met een cijfer.
Beweging - U
wordt in een stoel
geholpen.
- Doe hoest en ademhalingsoefeningen
(zie dag van de
operatie).
Wond
Dag 3 na de operatie Volgende dagen na de operatie
-V
erwijdering van
- Waarschuw als u
epiduraal kathether
pijn heeft.
en urinekatheter.
- U krijgt vier keer
- Waarschuw als u pijn per dag 2 tabletten
heeft.
paracetamol.
- U krijgt vier keer per - Geef uw pijnscore
dag 2 tabletten
aan met een cijfer.
paracetamol door
de sonde.
- Geef uw pijnscore
aan met een cijfer.
-P
robeer drie keer per - Probeer zo veel mogedag een uur uit bed
lijk uit bed te blijven.
te gaan.
- Wandel regelmatig
- Doe hoest en ademover de gang.
halingsoefeningen
- Probeer uzelf zo veel
(zie dag van de
mogelijk te verzorgen
operatie).
(wassen, aankleden,
tanden poetsen).
- E ventueel verwijderen - Eventueel verwijderen - Het vaselineverband
van thoraxdrain als
van thoraxdrain als
wordt verwijderd.
productie van vocht
productie van vocht
vermindert.
vermindert.
- De verpleegkundige - U krijgt voor twee
controleert de drain
dagen vaselineen operatiewond.
verband op de plaats
van de drain.
Zuurstof & - U heeft een infuus
- Het infuus gaat er af; - De naald wordt uit
Infuus
in uw arm voor
de naald blijft in uw
uw lichaam gehaald.
toediening van vocht. lichaam.
- Afhankelijk van
het zuurstof in uw
bloed wordt extra
zuurstof afgebouwd
of gestopt.
- U krijgt vier keer per
dag verneveling.
Voeding
-U
mag niet eten en
drinken zolang de
maaghevel niet
verwijderd is.
- Poets uw tanden
twee keer per dag.
- Waarschuw als u
misselijk bent.
-D
e maaghevel wordt
verwijderd en u mag
dik vloeibaar eten
(vla, yoghurt etc.).
- Poets uw tanden
twee keer per dag.
- Waarschuw als u
misselijk bent.
7
-A
ls het eten goed
gaat, mag u rustig
aan uitbreiden.
- Eet ongeveer zes
keer per dag kleine
porties.
406068
VUmc©
april 2014
www.VUmc.nl
8