Download als pdf - Commissariaat voor de Media

Besluit
Kenmerk: 611377/624009
Betreft: Aanwijzing van Stichting Omroeporganisatie Leeuwarden en Omstreken als lokale
publieke media-instelling voor de gemeente Leeuwarden en afwijzing aanwijzingsaanvraag
van Stichting Omroep Mercurius
Het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat)
gezien de aanvraag tot aanwijzing van Stichting Omroep Mercurius als lokale publieke mediainstelling voor de gemeente Leeuwarden bij brief van 25 april 2013;
gezien de aanvraag tot aanwijzing van Stichting Omroeporganisatie Leeuwarden en
omstreken als lokale publieke media-instelling voor de gemeente Leeuwarden bij brief van
29 mei 2013;
gelet op de artikelen 2.61 tot en met 2.69 van de Mediawet 2008;
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;
gezien het advies van de gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden van
16 december 2013;
overweegt als volgt:
___________________________________________________________________________
A. Gevolgde procedure
1. Bij brieven van 25 april 2013 (ontvangen op 26 april 2013) en 29 mei 2013 (ontvangen op
30 mei 2013) hebben respectievelijk Stichting Omroep Mercurius (hierna: Mercurius) en
Stichting Omroeporganisatie Leeuwarden en omstreken (hierna: LEO) een aanvraag tot
aanwijzing als lokale publieke media-instelling ingediend voor de gemeente Leeuwarden.
2. Op grond van het bepaalde in artikel 2.61, derde lid, van de Mediawet 2008 heeft het
Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) de aanwijzingsaanvragen van
Mercurius en LEO bij brief van 12 juni 2013 toegezonden aan burgemeester en
wethouders van Leeuwarden met het verzoek de gemeenteraad een advies uit te doen
brengen over de vraag of de instellingen voldoen aan de eisen die de Mediawet 2008
stelt.
3. Nadere gegevens met betrekking tot de aanvraag van Mercurius heeft het Commissariaat
ontvangen op 15 juli 2013. Deze aanvullende gegevens zijn doorgestuurd aan
burgemeester en wethouders van Leeuwarden.
4. In de brochure Toelichting advies gemeenteraad bij aanvraag aanwijzing als lokale
publieke media-instelling van het Commissariaat die bij brief van 12 juni 2013 aan
burgemeester en wethouders van Leeuwarden is toegezonden, is opgenomen dat de
gemeenteraad, in het geval dat burgemeester en wethouders er niet in slagen de
betrokken aanvragers die aan de eisen van de Mediawet 2008 voldoen, tot samengaan te
bewegen en er derhalve sprake is van meer dan een aanwijzingsaanvraag, ook
gemotiveerd dient aan te geven welke instelling zijn voorkeur heeft.
5. Burgemeester en wethouders hebben, in de raadsvergadering van 30 september 2013
besloten om een onafhankelijk kwartiermaker aan te stellen die de opdracht krijgt partijen
bij elkaar te krijgen om te komen tot een gemeenschappelijke aanvraag, en daarbij
nadrukkelijk de vrijwilligers te betrekken. Deze kwartiermaker heeft zijn Rapport
Kwartiermaker Lokale Omroep Gemeente Leeuwarden, uitgebracht aan burgemeester en
wethouders.
6. Burgemeester en wethouders hebben het Commissariaat bij brief van 20 december 2013
(ontvangen op 23 december 2013) het besluit van 16 december 2013 van de
gemeenteraad doen toekomen. De gemeenteraad besluit het Commissariaat te adviseren
overeenkomstig het advies van de kwartiermaker.
7. Op grond van artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het
Commissariaat Mercurius, LEO en de gemeente Leeuwarden op 21 februari 2014
gehoord. Het verslag van de hoorzitting is bijgesloten.
B. Advies gemeente Leeuwarden
8. In het raadsvoorstel van 3 december 2013 wordt geconstateerd dat:
- de samenstelling van het programmabeleidbepalende orgaan (hierna: pbo) van Mercurius
representatief is voor Leeuwarden;
- de samenstelling van het pbo van LEO representatief is voor Leeuwarden;
- de conclusie van de kwartiermaker is dat het verschil in visie te groot is en de bereidheid
tot samenwerking te gering om tot een gezamenlijke aanvraag te komen;
- de kwartiermaker zijn onderzoek heeft geconcentreerd op de voorwaarden die volgens
hem belangrijk zijn voor een goed functionerende lokale omroep in de gemeente
Leeuwarden;
- de kwartiermaker op grond van alle onderzochte aspecten adviseert om een voorkeur uit
te spreken voor LEO;
9. Met betrekking tot de samenstelling van het pbo van de aanvragende instellingen heeft de
gemeenteraad van Leeuwarden in zijn vergadering van 16 december 2013 besloten het
Commissariaat, op voorstel van burgemeester en wethouders, als volgt te adviseren:
- de samenstelling van het pbo van Mercurius is representatief voor Leeuwarden;
- de samenstelling van het pbo van LEO is representatief voor Leeuwarden,
10. Voorts besluit de gemeenteraad, overeenkomstig het advies van de kwartiermaker het
Commissariaat te adviseren LEO als voorkeurspartij aan te merken;
C. Zienswijze aanvragers
11. De zienswijze, zoals verwoord in de aanvragen van Mercurius en LEO, de brief van
Mercurius van 11 februari 2014 en de hoorzitting van 21 februari 2014 komen samengevat
op het volgende neer.
Zienswijzen Mercurius:
12. Mercurius geeft aan al heel lang de lokale omroep van Leeuwarden te zijn. Zij doet dat
met een groot team van enthousiaste vrijwilligers en met een grote inbreng uit de
bevolking. Niet te ontkennen valt dat zij in de afgelopen paar jaar te vaak negatief in de
publiciteit is geweest.
13. De opdracht van de gemeenteraad was om te onderzoeken welk initiatief het meest lokale
initiatief is. Dit heeft de gemeenteraad niet onderzocht en ook niet laten onderzoeken.
Hierover is dan ook geen advies uitgebracht.
14. De conclusies van de kwartiermaker zijn als motivering in het advies van de
gemeenteraad overgenomen. Deze conclusies zijn deels onjuist, dit blijkt ook uit het
rapport van de kwartiermaker.
15. Mercurius is eveneens van mening dat de kwartiermaker zijn opdracht overschrijdt door
een voorkeur uit te spreken voor één partij, te weten LEO.
16. Mercurius stelt dat Mercurius, gelet op de ingediende beleidsplannen van LEO en
Mercurius, het meest lokale initiatief is.
17. Mercurius stelt dat bij het tot stand komen van het advies van de gemeenteraad het feit
dat Mercurius regelmatig negatief in de publiciteit is geweest en grote problemen heeft
gehad een grote rol heeft gespeeld.
18. De gemeente heeft bijgedragen aan de problemen bij Mercurius. De subsidiering van
Mercurius was onvoldoende en werd desondanks nog verder beperkt.
19. Er is door de kwartiermaker en door de gemeenteraad geen onderzoek ingesteld naar de
representativiteit van de leden van het programmabeleid bepalende orgaan.
20. Mercurius is hard op weg er weer bovenop te komen. Er is een nieuw bestuur en de
financiën zijn weer op orde gebracht. Er wordt gewerkt aan nieuwe programma’s en de
verouderde apparatuur wordt vervangen.
21. Mercurius is van mening dat op basis van weging van alle factoren, zij de partij is om
aangewezen te worden als lokale publieke media-instelling voor de gemeente
Leeuwarden.
Zienswijzen LEO
22. LEO is van mening dat in de gemeente op dit moment duidelijk behoefte is aan een
programmering gericht op alle sociale lagen van de Leeuwarder bevolking. Er zijn
vergevorderde plannen voor de radio en televisie. Daarnaast zal LEO zich inzetten om, op
ieder niveau en op alle beschikbare kanalen, educatie en cultuur aan te bieden.
23. LEO gaat werken volgens een “schillenmodel” met betrekking tot de inzet van vrijwilligers.
Hierbij is er maximale aandacht voor alle medewerkers.
24. LEO is een lokale omroep met een eigen onafhankelijke signatuur maar wil opereren in
een netwerk en zoekt daarom de samenwerking met andere omroepen.
25. LEO is een initiatief voor mensen uit de hele gemeente Leeuwarden, geïnitieerd door
mensen die Leeuwarden een warm hart toedragen en die sporen in Leeuwarden hebben
liggen. Daardoor vertegenwoordigt LEO de Leeuwarder samenleving tot in de haarvaten.
26. Het pbo van LEO bestaat uit vijf leden die woonachtig zijn in de gemeente Leeuwarden
aangevuld met vier leden die niet in Leeuwarden woonachtig zijn, maar qua werk en
expertise een belangrijke aanvulling vormen op de vijf andere leden.
D. Overwegingen Commissariaat
27. Alvorens het Commissariaat een besluit neemt op een aanwijzingsaanvraag voor de
verzorging van een publieke mediadienst op lokaal niveau is hij verplicht de
gemeenteraad om advies te vragen over de vraag of de aanvrager voldoet aan de eisen
bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. De advisering door de
gemeenteraad is in de Mediawet 2008 verplicht gesteld, omdat de gemeenteraad het
beste kan beoordelen of het pbo van een lokale publieke media-instelling representatief is
voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen
in die gemeente. Op grond van artikel 3:50 Awb kan aan een dergelijk advies niet
lichtvaardig worden voorbij gegaan. Het Commissariaat is van oordeel dat de
gemeenteraad daarnaast ook een goed zicht heeft op de beantwoording van de vraag
welke omroep als meest lokale initiatief is aan te merken om vervolgens daarvoor zijn
voorkeur uit te spreken. Indien het gemeenteraadsadvies zorgvuldig tot stand is gekomen
en de raad op goede gronden een gemotiveerde voorkeur heeft uitgesproken, en het
Commissariaat geen zwaarwichtige reden ziet om daarvan af te wijken, is het bestendig
beleid om dit advies te volgen.
28. Het Commissariaat is van oordeel dat hij op goede gronden mag aannemen dat de
gemeenteraad van Leeuwarden op juiste en zorgvuldige wijze een positief advies heeft
uitgebracht over de pbo’s van Mercurius en LEO. Het Commissariaat overweegt daartoe
het volgende.
29. Tijdens de hoorzitting is door de gemeente Leeuwarden aangegeven dat de pbo’s van
beide omroepen op het niveau van stromingen zijn onderzocht. Er is op goede gronden
aangegeven dat de pbo’s van zowel Mercurius als LEO representatief zijn voor de in de
gemeente Leeuwarden voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en
geestelijke stromingen. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen of de leden van het
pbo representatief zijn voor de stromingen die zij binnen de gemeente vertegenwoordigen.
Dat kan ook het geval zijn bij leden die niet woonachtig zijn in de gemeente maar wel een
sterke binding hebben met die gemeente.
30. Uit hetgeen door de betrokken aanvragers is aangevoerd of anderszins valt niet af te
leiden dat het advies van de gemeenteraad van Leeuwarden ondeugdelijk zou zijn of in
redelijkheid niet kan worden gevolgd. Zoals hierboven aangegeven kan het
Commissariaat, op grond van artikel 3:50 Awb, niet lichtvaardig aan een dergelijk advies
voorbijgaan. Conform de beschikkingenpraktijk van het Commissariaat is het uitgangspunt
dat deze adviezen worden opgevolgd en marginaal worden getoetst. De ratio van de
verplichte advisering door de gemeenteraad is dat de gemeenteraad als geen ander op de
hoogte is van de in de gemeente levende maatschappelijke behoeften alsmede inzicht
heeft in de representativiteit van een instelling voor de belangrijkste in de betrokken
gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke
stromingen. Gelet op de legitimatie, die de gemeenteraad kan ontlenen aan zijn wettelijk
geregelde adviestaak, ligt het naar het oordeel van het Commissariaat in de rede dat
terughoudendheid past waar het gaat om in de plaats stellen van zijn oordeel voor dat van
de gemeenteraad.
31. Ingevolge het bepaalde in artikel 2.63, tweede lid, van de Mediawet 2008 kan per
gemeente slechts één lokale publieke media-instelling worden aangewezen. In gevallen
dat er sprake is van meerdere aanwijzingsaanvragen waarvan de gemeenteraad heeft
vastgesteld dat voldaan is aan de eisen opgenomen in artikel 2.61, tweede lid, van de
Mediawet 2008, bevorderen burgemeester en wethouders ingevolge het bepaalde in
artikel 2.63, eerste lid, van de Mediawet 2008, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, het
samengaan van deze instellingen.
32. Uit het Rapport Kwartiermaker Lokale Omroep Gemeente Leeuwarden blijkt dat
burgemeester en wethouders inspanningen hebben gedaan om samenwerking of het
samengaan van de aanvragers te bevorderen. De kwartiermaker heeft geconcludeerd dat
het verschil in visie te groot is en de bereidheid tot samenwerking te gering om tot een
gezamenlijke aanvraag te komen.
33. Gelet op het voorstaande stelt het Commissariaat vast dat burgemeester en wethouders
conform artikel 2.63, eerste lid, van de Mediawet 2008 voldoende inspanning hebben
geleverd om het samengaan van betrokken instellingen te bevorderen.
34. Indien burgemeester en wethouders er niet in slagen de betrokken aanvragers tot
samengaan te bewegen vraagt het Commissariaat de gemeenteraad een voorkeur voor
een van de aanvragers uit te spreken. Evenals bij zijn advisering over de representativiteit
van het pbo van een lokale publieke media-instelling, hecht het Commissariaat – alhoewel
hij daar ingevolge artikel 3:50 van de Awb niet toe gehouden is - grote waarde aan het
voorkeursadvies van de gemeenteraad. Het Commissariaat overweegt daartoe dat de
gemeenteraad goed zicht heeft op de beantwoording van de vraag welke media-instelling
naar verwachting de functie van lokale publieke media-instelling in de desbetreffende
gemeente(n) het beste kan uitoefenen om vervolgens daarvoor zijn voorkeur uit te
spreken. Indien de gemeenteraad op goede gronden zijn voorkeur heeft uitgesproken en
het Commissariaat geen zwaarwichtige reden ziet om daarvan af te wijken, is het
bestendig beleid om dit advies te volgen. Op 26 maart 2014 heeft ook de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State (zaaknummer 201302065) bevestigd dat het
Commissariaat enige terughoudendheid past waar het gaat om het in de plaats stellen
van zijn oordeel voor het voorkeursadvies van de gemeenteraad, aangezien de
gemeenteraad, als representatief orgaan, geacht moet worden een verantwoordelijke
afweging te kunnen maken in het bijzonder bij kwesties waarbij lokale aspecten een rol
spelen. Dit houdt overigens niet in dat het Commissariaat per definitie vaart op het advies.
Ingevolge artikel 3:9 van de Awb, zal het Commissariaat zich er van vergewissen dat het
onderzoek van de gemeente op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.
35. Het Commissariaat volgt in het voorliggende geval genoemde gedragslijn, en overweegt
in dit verband dat ook in dit specifieke geval de gemeenteraad goed zicht heeft op de
beantwoording van de vraag welke media-instelling naar verwachting de functie van lokale
publieke media-instelling in de gemeente Leeuwarden het beste kan uitoefenen.
36. Het Commissariaat stelt vast dat in dit geval de gemeenteraad van Leeuwarden
uitdrukkelijk en gemotiveerd zijn voorkeur heeft uitgesproken voor LEO. Het rapport van
de kwartiermaker maakt namelijk integraal onderdeel uit van het advies van de
gemeenteraad. In de aanhef van het raadsbesluit wordt immers verwezen naar het
rapport van de kwartiermaker. Hiermee wordt het onderdeel van dit raadsbesluit. In zijn
rapport komt de kwartiermaker tot de eindconclusie om de gemeenteraad te adviseren
een voorkeur uit te spreken voor LEO. De kwartiermaker heeft zijn onderzoek
geconcentreerd op de voorwaarden die volgens hem belangrijk zijn bij het functioneren
van een lokale omroep. De belangrijkste aspecten die voor de kwartiermaker hierbij de
doorslag geven zijn het vrijwilligersbeleid en de groei naar een kwalitatief goede lokale
omroep. Het bestuur, het platteland rondom de stad en de meertaligheid spelen ook een,
zij het kleinere, rol. De andere aspecten maken, volgens het rapport van de
kwartiermaker, nauwelijks verschil tussen Mercurius en LEO.
37. Het Commissariaat stelt vast dat in het advies van de gemeenteraad van Leeuwarden
deugdelijk en onderbouwd is aangegeven waarom hij zijn voorkeur heeft uitgesproken
voor LEO. Het Commissariaat ziet uit hetgeen door de andere aanvrager is aangevoerd of
anderszins geen reden om van dit voorkeursadvies af te wijken.
38. Voor wat betreft hetgeen Mercurius naar voren heeft gebracht ten aanzien van het feit dat
de kwartiermaker zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden om te onderzoeken wat het
meest lokale initiatief is, merkt het Commissariaat op dat het feit is dat de gemeenteraad
dit advies integraal heeft overgenomen. Het feit of de kwartiermaker buiten zijn opdracht is
getreden, wat hier ook van zij, doet hier niet aan af. Het Commissariaat ziet hierin dan
ook geen aanleiding om van het voorkeursadvies van de gemeenteraad af te wijken.
39. Ten aanzien van de op 24 februari 2014 overgelegde lijst van nieuwe leden van het pbo
van Mercurius merkt het Commissariaat op dat deze gewijzigde samenstelling van het
pbo geen invloed heeft en kan hebben op het reeds uitgebrachte advies van de
gemeenteraad voor wat betreft de door hem uitgesproken voorkeur voor LEO. Bij de
totstandkoming van zijn advisering kon de gemeenteraad zich enkel en alleen baseren op
de feiten en gegevens die ten tijde van zijn advisering bekend waren. Het Commissariaat
ziet hierin ook geen reden om af te wijken van het voorkeursadvies. De representativiteit
van het pbo van Mercurius heeft geen rol gespeeld in het voorkeursadvies.
40. Gezien het bovenstaande ziet het Commissariaat geen redenen af te wijken van het
advies van de gemeenteraad. Na afweging van alle betrokken belangen is het
Commissariaat van oordeel dat LEO aangewezen moet worden als lokale publieke mediainstelling voor de gemeente Leeuwarden.
41. Het Commissariaat wijst erop dat het media-aanbod van LEO in het bijzonder betrekking
dient te hebben op en bestemd dient te zijn voor (de inwoners van) de gemeente
Leeuwarden.
F. Publicatie
42. Op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid bestuur besluit het Commissariaat de
volledige tekst van dit besluit twee weken na bekendmaking daarvan op zijn website te
publiceren. Het Commissariaat heeft het algemeen belang bij onverkorte openbaarmaking
van het besluit afgewogen tegen de belangen van Mercurius en LEO. Aan het algemeen
belang dat door (onverkorte) openbaarmaking wordt gediend, komt een groot gewicht toe.
Mede gelet hierop is het Commissariaat van oordeel dat de belangen van Mercurius en
LEO door onverkorte openbaarmaking van dit besluit niet onevenredig worden benadeeld.
G. Besluit
Het Commissariaat:
I.
besluit LEO aan te wijzen als lokale publieke media-instelling voor de verzorging van
de publieke mediadiensten in de gemeente Leeuwarden;
II.
besluit de aanwijzingsaanvraag van Mercurius af te wijzen;
III.
bepaalt dat dit besluit geldig is van 8 april 2014 tot 8 april 2019;
IV. publiceert op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur de volledige
tekst van dit besluit over twee weken op zijn website.
Hilversum, 8 april 2014
COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA,
prof. mr. dr. Madeleine de Cock Buning
voorzitter
drs. Eric Eljon
commissaris
Belanghebbenden die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen op grond van de Algemene wet
bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt bezwaar maken bij het
Commissariaat voor de Media, postbus 1426, 1200 BK te Hilversum.