Orde van dienst

Orde van dienst 13 juli 2014 – Overstapviering
Voorganger: ds. D.H.J. Steenks
Organist:
Piet de Vries
Overstappers: Sophie, Tim, Hugo, Tim, Carmen, Jolien, Britt, Lisanne, Martijn, Annelore,
Linde, Jonna en Vera
Binnenkomst kerkenraad, stilte en orgelspel
Welkom door jeugdouderlinge Gerda Holl
Drempelgebed door Hugo Bessembinders
Aanvangslied
De Heer van de dans (lied 839)
Groet en Bemoediging
Voorganger:
Gegroet jij, die gekend bent en geschreven staat
met je eigen naam in de palm van Gods hand.
Allen:
Gegroet!
Voorganger:
Onze hulp is in de naam van de Heer
Allen:
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Voorganger:
Die Heer is onze helper
Allen:
nooit laat Hij ons los. Amen.
Lied
Dit is de dag (Geroepen om te zingen 5)
(hieronder gaan de tieners naar de tienerdienst)
Dit is de dag, dit is de dag
die de Heer ons geeft, die de Heer ons geeft.
Weest daarom blij, wees daarom blij
en zing verheugd en zing verheugd.
Dit is de dag die de Heer ons geeft.
Wees daarom blij en zing verheugd.
Dit is de dag, dit is de dag die de Heer ons geeft.
Inleiding op de dienst
Gebed om ontferming (na het ‘daarom zingen wij’ lied 367-b)
door Linde, Britt en Lisanne
Loflied
Lof zij de Heer! (melodie: Liedboek 865)
Lof zij de Heer! Hij is ons leven,
woord dat naar onze tongen taalt,
veelkleurig kleed, om ons geweven,
fonkelend licht dat ons omstraalt.
Hij die u kent, u toegewend,
bewaart u als zijn oog
en draagt u, hemelhoog.
Lof zij de Heer! Hij is ons leven,
ster als een parel in de nacht,
letter en Geest, in ons geschreven,
Heer van het feestmaal dat ons wacht;
Hij is ons lied - en dreigt verdriet,
Hij reikt ons toon na toon
een ladder naar zijn troon.
Gebed bij de opening van de Bijbel
Gesproken:
Wij zoeken stil uw aangezicht,
door Jolien
uw stem verwachten wij.
Ons hart is op uw woord gericht,
waarmee uw Geest ons pad verlicht
en onze nacht verdrijft.
Allen zingen:
(melodie: gez. 463)
Gesproken:
door Jolien
Ons bidden is een zoekend kind
dat naar de toekomst vraagt.
Uw Geest waait krachtig als de wind,
waardoor uw woord ons leven vindt
en ons naar morgen draagt.
Raak met die goede Geest ons aan
en neem ons bij de hand.
Laat onze ogen opengaan
voor woorden die geschreven staan:
Uw voetspoor in het zand.
Gesprek met de kinderen
Schriftlezing
Genesis 28 : 10 t/m 22
door Jonna en Annelore
Jakobs droom in Betel
10 Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan. 11 Op zijn tocht kwam hij bij een
plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de
stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. 12 Toen
kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte,
en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. 13 Ook zag hij de HEER bij zich
staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het
land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. 14 Je zult zo veel
nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen
en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo
gezegend te worden als jij en je nakomelingen. 15 Ikzelf sta je terzijde, ik zal je overal
beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen
laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’
16 Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat
besefte ik niet.’ 17 Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit
is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’ 18 De volgende
morgen vroeg zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun had gebruikt rechtop, en wijdde hem
door er olie over uit te gieten. 19 Hij gaf die plaats de naam Betel; vroeger heette het daar
Luz. 20 Daarna legde hij een gelofte af: ‘Als God mij terzijde staat en mij op deze reis
beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, 21 en als ik veilig
terugkom bij mijn verwanten, dan zal de HEER mijn God zijn. 22 Deze steen die ik gewijd
heb, zal dan een huis van God worden – en ik beloof dat ik u dan een tiende deel zal afstaan
van alles wat u mij geeft.’
Lied
Lied 249 : 1 en 2
Overdenking
Lied
Lied 822 (3x)
AFSCHEID EN OVERGANG
Lied
In een land (melodie: gezang 459)
In een land van speelgoedbeesten was je klein en werd je groot.
Waterpokken, kinderfeesten, meester, juf en klasgenoot.
In een land van licht en donker opent zich een weg voor jou.
Zal er zon zijn en soms wolken en een ander schoolgebouw.
In een land van zon en regen, op je eigen benen staan.
Eigen keuzes, eigen wegen en wij zullen met je gaan.
De doopkaarsen worden aangestoken
Lied
Er zijn al zo'n twaalf jaar verlopen
Er zijn al zo’n twaalf jaar verlopen
sinds jij hier het levenslicht zag,
de weg lag nog helemaal open,
soms een traan, maar ook heel vaak een lach
Refrein:
Je hoeft niet alleen, maar je gaat met veel and’ren in zee
je vader of moeder, een vriend of een mens
die gewoon zegt: Ik leef met je mee.
Je was nog heel klein op die morgen
dat doopwater viel op je hoofd.
God beloofde om voor jou te zorgen.
Wij hebben Zijn Woord steeds geloofd.
Refrein:
Je hoeft niet alleen, maar je gaat met die Ander in zee,
een vader, een moeder, een vriend, dat is God,
die gewoon zegt: Ik leef met je mee.
Voor onderweg
door jeugdouderlinge Gerda Holl
Lied
De rugzak vol (melodie: Langs beelden van hoop)
Refrein:
De rugzak vol dus we kunnen gaan trekken. Een nieuw begin en de basis is goed.
We reizen verder langs allerlei plekken in het geloof dat je liefde ontmoet.
We zijn gevoed met oude verhalen, die hebben nu en ook morgen nog zin.
Die geven richting en hoop, ze bepalen ons bij ons doel en bij elk nieuw begin.
Refrein
Zegening van de jongeren
Ik wil graag de ouders uitnodigen om letterlijk en figuurlijk achter hun kind te gaan staan en
hen de hand op de schouder te leggen als ze de zegen meekrijgen.
Lied (staande)
Naar een land (melodie: gezang 459)
Naar een land van toekomstdromen
reizen wij, elkaar nabij.
Onderweg in licht en donker
draagt Gods zegen jou en mij.
Ontvangst tienerdienst
door Vera
Gebeden (met het Onze Vader in het Duits door Ulrike Blokhuis)
Inzameling van de gaven
Slotlied
Lied 906 : 6 en 8
Wegzending en Zegen
A: Amen, amen, amen.