Factsheet deelgebied 10 Kruising ZWV

Factsheet 10. Kruising Zuid-Willemsvaart
Tracéalternatieven
Doelbereik/Verkeerseffecten
Milieueffecten en kosten
NOC als geheel
In onderstaande tabel zijn de effecten van de gehele NOC op doelbereik/verkeer
samengevat. Onder de tabel volgt een toelichting op de effecten.
In onderstaande tabel zijn de milieueffecten (inclusief mitigatie) en kosten van de alternatieven samengevat. Op
de volgende pagina volgt een toelichting op effecten en kosten.
Aspect
Bereikbaarheid
bedrijventerreinen
Brainport
Verkeerseffecten in
bebouw d gebied
Verkeerseffecten in Rijk
van Dommel en Aa
Robuustheid
hoofdw egennet
Verkeersaantrekkende
w erking en alternatieve
functie Rijksw egennet
Verkeersveiligheid
Referentie Noordoost
situatie
corridor
Toetsingscriteria
Reistijden naar clusters van bedrijvigheid Brainport
0
Betrouw baarheid van reistijden
0
++
Verkeersafw ikkeling in regio (ochtend / avondspits)
0
+++
0
+
Intensiteiten bebouw d gebied
0
+++
0
Aspect
Toetsingscriteria
Referentie
10A
10B
Bodem
Bodemkw aliteit
Beïnvloeding milieuhygiënische bodemkw aliteit
0
+
+
Grondw ater
Grondw aterstand
Beïnvloeding grondw aterstand
0
-
-
Grondw aterstroming
Beïnvloeding grondw aterstroming
0
0
0
Grondw aterkw aliteit
Beïnvloeding grondw aterkw aliteit
0
0
0
Beschermingsgebieden
Beïnvloeding van w aterw in- en grondw aterbeschermingsgebieden en natte natuurparels
0
0
0
Oppervlaktew aterstelsel
Beïnvloeding oppervlaktew aterstelsel
0
+++
Voertuigkilometers
Intensiteiten Rijk van Dommel en Aa
Onderw erp
Oppervlaktew ater
0
0
Oppervlaktew aterkw aliteit Beïnvloeding oppervlaktew aterkw aliteit
0
-
-
Waterberging
Beïnvloeding w aterbergingsgebied
0
0
0
Beschermde soorten
Ruimtebeslag
0
0
0
Versnippering/barrièrew erking
0
0
0
Ruimtebeslag
0
0
0
Verstoring
0
-
-
Versnippering/barrièrew erking
0
0
0
Verdroging
0
0
-
Stikstofdepositie
0
0
0
Karakteristiek
0
--
0
Landschapselementen, patronen en/of -eenheden
0
-
0
Visueel ruimtelijke kenmerken
0
--
0
Geomorfologie
Geomorfologische w aarden
0
-
--
Cultuurhistorie
Cultuurhistorisch w aardevolle structuren en patronen
0
-
0
Cultuurhistorische elementen
0
0
0
Beïnvloeding bekende archeologische w aarden
0
0
0
Beïnvloeding verw achte archeologische w aarden
0
---
---
Totaal aantal ernstig geluidgehinderden
0
+
+
Aantal ernstig geluidgehinderden
0
+
+
Verschuiving in blootstelling
0
+
+
Trillingen
Trillinghinder
0
0
0
NO2
Verschuivingen in blootstelling per µg/m3 NO2
0
+
+
Fijn stof
Verschuivingen in blootstelling per µg/m3 (extra) Fijn stof
0
+
+
Plaatsgebonden risico
(PR)
Aanw ezigheid PR10-6 contour
0
0
0
Groepsrisico (GR)
Verandering groepsrisico t.o.v. oriëntatiew aarde
0
-
-
Gezondheid
Gezondheid
Beïnvloeding van de gezondheid (GES methodiek)
0
0
0
Sociale aspecten
Visueel
Visuele hinder
0
--
0
Gedw ongen vertrek
Aantal malen gedw ongen vertrek uit w oningen en/of
bedrijven
0
0
0
+++
Omleiden bij incidenten/calamiteiten
0
+++
Toekomstbestendig / restcapaciteit
0
+++
Aandeel doorgaand autoverkeer
0
+++
Aandeel doorgaand vrachtverkeer
0
---
Afname autoverkeer op autosnelw egen
0
-
Afname vrachtverkeer op autosnelw egen
0
---
Verkeersveiligheid
0
++
Natuur
Beschermde gebieden
Landschap
Uit de beoordeling blijkt dat de NOC het wegennet robuuster maakt, zeer
toekomstbestendig is en daarmee op veel verkeersaspecten zeer positief scoort. De NOC
verbetert de verkeersafwikkeling in de regio en vermindert (in geringe mate) de
voertuigkilometers gereden op het onderliggend wegennet. Hierdoor neemt het verkeer
door het bebouwd gebied en het rijk van Dommel en Aa af. Daarnaast zorgt de NOC voor
een betrouwbare reistijd op verschillende trajecten en een betere bereikbaarheid van
clusters bedrijvigheid. De verkeersveiligheid gaat door een verschuiving van verkeer van
het onderliggend wegennet naar het hoofdwegennet vooruit en met name het aanleggen
van de oostwestverbinding zorgt voor nieuwe mogelijkheden voor omleidingsroutes bij
calamiteiten op het rijkswegennet. Als nadeel van de verbeterde wegsituatie neemt het
aandeel van doorgaand vrachtverkeer op de route toe. Verkeer dat op de Rijkswegen zou
kunnen rijden kiest nu deels voor een route via de NOC.
Deelgebied Kruising Zuid-Willemsvaart
In onderstaande tabel zijn de relevante verkeerseffecten in dit deelgebied samengevat.
Onder de tabel wordt kort ingegaan op de verschillen tussen de alternatieven in dit
deelgebied.
Toetsingscriteria
Toelichting alternatieven
In de onderstaande tabel worden de tracés van de verschillende alternatieven kort toegelicht.
Ref.
10A
10B
Bereikbaarheid van bedrijventerreinen
0
+++
+++
Verkeersafw ikkeling in regio (ochtend / avondspits)
0
0
0
Verkeersintensiteiten
0
+++
+++
Cultuurhistorie
en archeologie
Archeologie
Geluid en
10B
Toelichting
Kruising Zuid-Willemsvaart met brug. De Kanaaldijk kruist daarbij onder de brug door. De
brug heeft een overspanning van ongeveer 250 meter. Voor de veiligheid van het
scheepvaartverkeer is het niet wenselijk om een pijler in het kruispunt van kanalen te
hebben. Daarom is in het ontwerp uitgegaan van een overspanning zonder steunpunt in
het kanaal. Bij de brug is uitgegaan van een (eventuele) opwaardering van het kanaal naar
vaarwegklasse IV. Hierbij hoort een doorvaarthoogte van 7,40m.
Kruising Zuid-Willemsvaart met korte tunnel (aquaduct). De kanaaldijk wordt daarbij over
de open bak van de tunnel heen geleid. Het gesloten deel van de tunnel heeft een lengte
van circa 230m.
Bij beide alternatieven is een (beperkte) verlegging van de Aa (deels in deelgebied 3) nodig om de
N279 (in deelgebied 3) op het bestaande tracé te kunnen handhaven. Bij alternatief 10A (brug)
verschuift de loop van de Aa in oostelijke richting, terwijl de verschuiving bij alternatief 10B (korte
tunnel) in westelijke richting plaatsvindt (richting de korte tunnel).
25 september 2014, versie 3.0
Geluid
trillingen
Luchtkw aliteit
Externe veiligheid
Bereikbaarheid omgeving Barrièrew erking
Doorsnijding stedelijk
gebied
Ontw ikkelingsmogelijkheden omgeving
Verkeerskundig is er geen onderscheid tussen beide alternatieven omdat hetzelfde tracé
wordt gevolgd. Beide alternatieven leiden tot een duidelijke verbeterde bereikbaarheid
van de aanwezige bedrijventerreinen Bavaria en Ekkersrijt-Oost. De verkeersbelasting op
de oostwestverbinding alsook het verminderen van verkeer in het Rijk van Dommel en Aa
is gelijk aan elkaar. Door het wegtrekken van verkeer uit het Rijk van Dommel en Aa,
scoren beide alternatieven zeer positief.
Sociale integratie
Recreatie
Nr.
10A
Landschap
Landbouw
Kosten
0
0
0
Doorsnijding op stedelijk afw egingsniveau
0
0
0
Beïnvloeding ontw ikkelingsmogelijkheden in de omgeving
0
0
0
Beïnvloeding van sociale relaties
0
0
0
Beïnvloeding sociale contacten door sloop w oningen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Beïnvloeding sociale veiligheid, met name relevant bij fietsSociale veiligheid
en voetgangerstunnels
Recreatieve ontw ikkelings- Toe- of afname van recreatieve
mogelijkheden
ontw ikkelingsmogelijkheden
Recreatieve
Doorsnijding recreatieve routes, voorzieningen en
voorzieningen
gebieden
0
0
0
Landbouw grond
Ruimtebeslag oppervlakte landbouw grond
0
0
0
Doorsnijding
Doorsnijding en bereikbaarheid van landbouw percelen
0
0
0
Landbouw bedrijven
Beïnvloeding landbouw bedrijven
0
0
0
Investeringskosten, excl. BTW (mln. euro), in combinatie met alternatief 3A
€ 87,3
€ 97,1
Investeringskosten, excl. BTW (mln. euro), in combinatie met alternatief 3B
€ 73,7
€ 76,5
Factsheet 10. Kruising Zuid-Willemsvaart
Toelichting milieueffecten en kosten
Hieronder worden kort de effecten van de alternatieven toegelicht.
Bodem
Alternatief 10A en alternatief 10B raken dezelfde 2 LDB-locaties,
waaronder 1 ernstig verontreinigde locatie. Als gevolg van de realisatie
van de Noordoostcorridor worden deze locaties (indien nodig) gesaneerd,
wat een positieve invloed heeft op de bodemkwaliteit. Vanwege het feit
dat beide alternatieven dezelfde (saneringsplichtige) locaties raken,
worden de effecten van beide alternatieven licht positief beoordeeld.
Grond- en oppervlaktewater
De effecten op het grondwatersysteem zijn berekend met een
grondwatermodel. Hieruit blijkt dat er zeer lokaal effecten optreden,
voornamelijk als gevolg van de verlegging van de Aa in beide
alternatieven. Het grondwatersysteem wordt in dit deelgebied echter
sterk beïnvloed door de kanalen en de (gekanaliseerde) ligging van de Aa.
De beperkte veranderingen in de lokale grondwaterstromen veranderen
het grondwatersysteem niet wezenlijk. De effecten op grondwater zijn
daarom voor beide alternatieven licht negatief beoordeeld. Bij beide
alternatieven treden licht negatieve effecten op de
oppervlaktewaterkwaliteit op vanwege de emissie van verontreinigende
stoffen door het verkeer. (Lokale) effecten op grondwaterstanden door
verlegging van de Aa kunnen gemitigeerd worden door het treffen van
maatregelen als het aanleggen van sloten of drainage. Al met al zijn de
effecten van beide alternatieven op grond- en oppervlaktewater
vergelijkbaar.
Natuur
Natura2000 gebieden liggen op dusdanige afstand van de NOC dat
effecten door ruimtebeslag, verstoring en verdroging/vernatting kunnen
worden uitgesloten. Wel zorgt de NOC voor een toename van
stikstofdepositie. De alternatieven zijn hierin echter niet onderscheidend.
In navolgende tabel is per alternatief het ruimtebeslag op EHS gebieden
en de toename van verstoord EHS gebied weergegeven.
Aspect
Beoordelingscriterium
Natuur
Beschermde gebieden:
10A
10B
Ruimtebeslag EHS (ha)
0,3
0,31
Toename verstoord oppervlak EHS (ha)
3,82
0,78
De effecten van beide alternatieven op natuur zijn vergelijkbaar.
Leefgebieden van beschermde soorten worden niet fysiek aangetast,
versnipperd of verstoord. Wel hebben beide alternatieven een kleine
toename van verstoring van EHS gebieden tot gevolg. Daarnaast heeft
alternatief 10B (korte tunnel/aquaduct) een klein negatief effect doordat
er kans is op lokale verdroging van rivier- en beekbegeleidend bos tussen
het kanaal en de Aa, als gevolg van de verlegging van de Aa in combinatie
met de aanleg van een korte tunnel). Bij de uitwerking van de verlegging
van de Aa kan zorg gedragen worden voor minimaliseren van de effecten
in de eindsituatie.
Landschap en cultuurhistorie
Over het algemeen zijn de effecten van een tunnel (10B) op landschap en
cultuurhistorie kleiner dan van een brug (10A). Een brug over de zuidWillemsvaart (alternatief 10A) vormt een beeldbepalend element in het
landschap en tast de lokale karakteristiek van het landschap aan,
waaronder de Zuid-Willemsvaart en het Wilhelminakanaal met de
bijbehorende begeleidende boombeplanting. Bovendien sluit het tracé
niet aan bij bestaande lijnen en richtingen. Bij een tunnel (alternatief 10B)
blijven de effecten beperkt tot de tunnelmondingen. Hier worden met
name geomorfologische waarden aangetast (dalvormige laagte van de
Aa).
Bij alternatief 10A is de beeldkwaliteit van de brug een belangrijk aspect.
Zeker door de prominente positie in de lijn van de Zuid-Willemsvaart en
als einde van het Wilhelminakanaal. Van landschappelijke versterking kan
er, door de beperkte omvang van het deelgebied, nauwelijks sprake zijn.
25 september 2014, versie 3.0
Archeologie
Beide alternatieven doorsnijden geen AMK-terreinen of archeologische
waarnemingen. De effecten op bekende archeologische waarden zijn voor beide
alternatieven daarom neutraal beoordeeld.
In alternatief 10A (brug) vindt 1,5 ha meer ruimtebeslag plaats op zones met een
(middel)hoge archeologische verwachting dan in alternatief 10B (korte
tunnel/aquaduct), 2,7 ha versus 1,2 ha. De oriëntatie van de beide alternatieven
verschilt nauwelijks. Vanwege het kleinere ruimtebeslag is alternatief 10B in principe
minder negatief voor archeologie dan alternatief 10A. Echter voor beide alternatieven
geldt dat ze voor het overgrote deel aangelegd worden in een gebied met
(middel)hoge archeologische verwachtingswaarden. Om deze reden worden de
effecten van beide alternatieven op het criterium ‘beïnvloeding verwachte
archeologische waarden’ zeer negatief beoordeeld. De aanleg van een brug of tunnel
is niet van invloed op de aantasting van verwachte archeologische waarden aangezien
deze zich aan beide oevers bevinden en niet in de Zuid-Willemsvaart zelf.
Toponiemen deelgebied Kruising Zuid-Willemsvaart
Geluid
In navolgende tabel is per alternatief het aantal ernstig geluidgehinderden
opgenomen. Na de tabel worden de effecten op geluid nader toegelicht.
Aspect
Beoordelingscriterium
Geluid
Ernstig geluidgehinderden:
Totaal aantal ernstig geluidgehinderden
Ref.
10A
10B
38
34
32
Voor beide alternatieven geldt dat ze leiden tot een beperkte afname van het aantal
ernstig geluidgehinderden. De afname is het grootst voor alternatief 10B (korte
tunnel), maar het verschil met alternatief 10A (brug) is niet onderscheidend. Voor
beide alternatieven geldt dat door de aanleg van de NOC de effecten langs bestaande
wegen (Kanaaldijk, Albers Pistoriusstraat) afnemen, waardoor er minder ernstig
geluidgehinderden in met name de hogere geluidsbelastingsklassen aanwezig zijn.
Daarnaast is er voor het brugalternatief (alternatief 10A) sprake van een zeer geringe
toename van het aantal ernstig gehinderden, juist in de lagere
geluidsbelastingsklassen (verschaling). Ook bij de verschuiving van blootgestelden is
te zien dat er in alle geluidbelastingsklassen meer mensen te maken krijgen met een
lagere geluidbelasting dan een hogere. De effecten van beide alternatieven worden
licht positief beoordeeld.
Op de NOC wordt standaard een stil wegdektype toegepast. Uit de afweging van
mogelijke geluidmaatregelen is gebleken dat er in dit deelgebied verder geen
doelmatige maatregelen getroffen kunnen worden.
Trillingen
De effectscores zijn gebaseerd op het aantal adressen dat binnen 50 meter van de
weg aanwezig is en waarvoor mogelijk sprake kan zijn van trillinghinder voor
personen. In beide alternatieven zijn geen bestemmingen aanwezig binnen 50 meter
van de weg. Beide alternatieven scoren dan ook neutraal.
Lucht
Voor luchtkwaliteit geldt dat de grenswaarden vanuit de Wet milieubeheer nergens
worden overschreden. Wel kan er sprake zijn van toe- en afnames van de
concentraties van verontreinigende stoffen als gevolg van toe- of afnames van
verkeer.
Onderling zijn de alternatieven 10A (brug) en 10B (korte tunnel) niet onderscheidend
voor het aspect luchtkwaliteit. Voor NO2 en PM10 geldt dat beide alternatieven licht
positieve effecten hebben op de luchtkwaliteit doordat verkeer weg wordt getrokken
uit de kern van Aarle-Rixtel (met name de Dorpsstraat). Hierdoor worden mensen in
beide alternatieven blootgesteld aan lagere concentraties NO2 en PM10 dan in de
referentiesituatie, waarbij de verschillen tussen beide alternatieven te verwaarlozen
zijn. Beide alternatieven worden licht positief beoordeeld.
Externe veiligheid
-6
Aan het plaatsgebonden risico (PR) is een wettelijke grenswaarde van 10 verbonden,
-6
een jaarlijkse kans van één op de miljoen. Binnen de PR10 contour bestaat een kans
van ≥ 1 op de miljoen om als individuele burger te overlijden als gevolg van een
ongeval met gevaarlijke stoffen op de weg. In de referentiesituatie is de NOC nog niet
aanwezig waardoor hier nog geen transport van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt.
Op basis van de rekenresultaten is er voor beide alternatieven (10A: brug en 10B:
-6
korte tunnel) geen PR10 contour aangetroffen in de berekeningen. De effecten op
het PR worden voor beide alternatieven dan ook neutraal beoordeeld.
Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar per
kilometer transportroute dat een groep van 10
of meer personen in de omgeving van de
transportroute in één keer slachtoffer wordt van
een ongeval. Voor het GR geldt geen norm, maar
een verantwoordingsplicht als de zogeheten
“oriëntatiewaarde (OW)” wordt overschreden
(GR > 1,0), of als het GR toeneemt door het
besluit ten opzichte van de autonome situatie. In
de referentiesituatie is er nog geen GR aanwezig
als gevolg van de NOC, aangezien deze dan nog
niet is aangelegd. Uit de berekeningen blijkt dat
er in beide alternatieven weliswaar een GR
ontstaat als gevolg van de realisatie van de NOC,
maar dat dit GR ver onder de oriëntatiewaarde
blijft (<0,1*OW). Beide alternatieven worden
daarom licht negatief beoordeeld.
Gezondheid
Gezondheidseffecten als gevolg van de Noordoostcorridor worden vooral bepaald door de
veranderingen in geluidhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Deze effecten zijn deels
in beeld gebracht in de reguliere onderzoeken voor deze aspecten, waarbij voor geluid en
lucht ook is gekeken naar de (gezondheids)effecten (ver) onder de grenswaarden en
(verschuivingen in) blootstelling (advies Cie m.e.r.). Aanvullend daarop zijn, via de GESmethodiek, effecten op de genoemde aspecten vertaald naar een effectscore voor
gezondheid. Op basis van de GES-methodiek zijn allereerst effectscores bepaald voor de
afzonderlijke aspecten. Vervolgens zijn deze scores vertaald naar een overkoepelende
effectscore voor gezondheid, waarbij steeds de meest negatieve effectscore op geluid,
lucht (NO2 en fijn stof) of externe veiligheid als maatgevende score is overgenomen. Dit
omdat een negatief gezondheidseffect van bijvoorbeeld geluid niet kan worden
verminderd door een positief gezondheidseffect van bijvoorbeeld luchtkwaliteit.
In dit deelgebied hebben beide alternatieven een neutraal effect op gezondheid. Dit wordt
veroorzaakt door een neutrale beoordeling voor externe veiligheid. Voor luchtkwaliteit
(NO2 en fijn stof) en geluid is er sprake van een lichte verbetering doordat het aantal
mensen met een lichte verbetering van de luchtkwaliteit en een lagere geluidbelasting
door wegverkeer licht toeneemt.
Factsheet 10. Kruising Zuid-Willemsvaart
Sociale aspecten en recreatie
De effecten van beide alternatieven zijn beperkt omdat in dit deelgebied vrijwel geen
woningen voorkomen. Het enige relevante effect treedt op bij alternatief 10A (brug)
doordat hier een relatief grote brug nodig is, die van ver gezien kan worden. Dit
alternatief leidt daardoor tot visuele hinder voor met name woningen aan de
noordoostzijde van Aarle-Rixtel.
Landbouw
De effecten op landbouw zijn voor alle criteria dermate gering dat ze neutraal zijn
beoordeeld. Er is dus geen onderscheid tussen de alternatieven.
Kosten
Uit de kostenraming blijkt dat alternatief 10A (brug) minder kost dan alternatief 10B
(aquaduct). Het verschil tussen beide alternatieven is relatief beperkt (15-25%). Dit
komt doordat er bij alternatief 10A een brug moet worden aangelegd met een grote
overspanning. Dit vanwege de locatie van de kruising op het punt waar de ZuidWillemsvaart en het Wilhelminakanaal samenkomen. Om deze reden zijn de kosten van
een brug hier relatief hoog ten opzichte van een aquaduct.
In de kostenraming zijn de kosten van de brug of aquaduct in deelgebied 10
samengenomen met de kosten voor een aansluiting of knoop Laarbeek in deelgebied 3
Knoop/Aansluiting Laarbeek. Dit omdat deze twee deelgebieden qua ontwerp en
uitvoering niet los van elkaar te koppelen zijn. In de tabel zijn daarom de kosten
weergegeven van de mogelijke combinaties tussen de deelgebieden 3 en 10.
25 september 2014, versie 3.0
Vergelijking alternatieven deelgebied Kruising Zuid-Willemsvaart
Onderstaand is een vergelijking opgenomen van de alternatieven in deelgebied Kruising Zuid-Willemsvaart. Daarbij
wordt ingegaan op het doelbereik/verkeerseffecten, de milieueffecten en de kostenramingen van de
alternatieven.
Doelbereik/verkeer: Alternatieven zijn niet onderscheidend
Voor doelbereik/verkeerseffecten zijn de alternatieven niet onderscheidend.
Milieueffecten: Alternatief 10B heeft de minste milieueffecten
Met uitzondering van de beïnvloeding van geomorfologische waarden, scoort alternatief 10B (korte tunnel) op alle
toetsingscriteria gelijkwaardig of positiever dan alternatief 10A (brug). De kruising van de Zuid-Willemsvaart met
een brug leidt op deze locatie met name tot een negatieve beïnvloeding van het landschap en de
cultuurhistorische waarde van de kanalen. Daarnaast leidt de brug (10A) tot visuele hinder voor met name
woningen aan de noordoostzijde van Aarle-Rixtel, doordat er een relatief grote brug nodig is om de ZuidWillemsvaart op deze locatie (het punt waar de Zuid-Willemsvaart en het Wilhelminakanaal samenkomen) te
kruisen. De korte tunnel voorkomt of beperkt de hiervoor beschreven effecten. Daar staat wel een grotere
beïnvloeding van geomorfologische waarden (dalvormige laagte van de Aa) tegenover.
Kosten: Kostenverschil brug en aquaduct is beperkt
Uitgaande van een verknoping van de Oostwestverbinding met de N279 in deelgebied 3 (Aansluiting/knoop
Laarbeek), bedragen de investeringskosten van de kruising van de Zuid-Willemsvaart met een brug (10A) € 74
miljoen. Het verschil met een korte tunnel in alternatief 10B (€ 77 miljoen) is beperkt.
Vergelijking alternatieven
Voor doelbereik/verkeerseffecten zijn de alternatieven niet onderscheidend. Voor wat betreft de milieueffecten,
heeft een kruising van de Zuid-Willemsvaart met een aquaduct (alternatief 10B) de minste negatieve effecten. Dit
komt doordat met name effecten op landschap, cultuurhistorie en visuele hinder beperkt worden. Dit alternatief is
echter wel duurder dan de kruising van de Zuid-Willemsvaart met een brug (alternatief 10A). Het kostenverschil is
echter beperkt.
Factsheet 10. Kruising Zuid-Willemsvaart
Uitsnede Maatgevende kenmerkenkaart met tracéalternatieven
Natuur
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
① Aandachtspunten voor de betreffende thema’s*
*Als bijlage bij de factsheets is een overzicht
opgenomen van de aandachtspunten die door de
ambtelijke deelprojectgroepen en klankbordgroepen
zijn ingebracht en die zijn overgenomen op de MKK’s.
De nummers die op de MKK’s zijn opgenomen zijn
hierin terug te vinden.
25 september 2014, versie 3.0
Factsheet 10. Kruising Zuid-Willemsvaart
Uitsnede Maatgevende kenmerkenkaart met tracéalternatieven
Bodem en water
25 september 2014, versie 3.0
Ruimtelijke ordening