Studiehandleiding KCO Drama 1

 Universitaire Pabo van Amsterdam Nieuwe prinsengracht 130 1018 GV Amsterdam www.student.uva.nl/upva Studiehandleiding Drama 1 Studiejaar 2013-­‐2014 Docent: Pauli Fleer [email protected] 1
Inleiding Deze studiehandleiding geeft je een leidraad voor de lessen Drama 1. Dit vak maakt onderdeel uit van de Module KCO, 2 EC. De eerste EC heb je al gevolgd. In het vak KCO oriëntatie. Je hebt gekozen om als tweede onderdeel Drama te doen. De omvang van dit onderdeel is 1 EC. Bij het vak KCO oriëntatie zijn de volgende leerdoelen gehaald: Je kent het begrip cultuureducatie en kan het leerdomein in kunsten, erfgoed en media te omschrijven Je kent samenhang herkennen tussen cultuureducatie en de verschillende kunstvakgebieden: drama, dans, muziek en beeldende vorming en je kan deze samenhang in de lessen verbeelden, verwoorden, inzetten, voorleven. Je kent de inhoudelijke en didactische kennis van mediawijsheid en kunt dat in de stage dit in onderwijsactiviteiten verbinden met cultuureducatie. Je kunt vanuit jouw kennis over de kunst en het erfgoed van Amsterdam receptieve, actieve en reflectieve werkvormen aanbieden in je stageklas Didactische vaardigheden: vanuit de kunstvakgebieden leerprocessen kunnen initiëren, bewaken en vervolgactiviteiten kiezen De student kan het domein cultuureducatie, met als onderdelen kunsteducatie, erfgoededucatie en mediawijsheid omschrijven en de relevantie daarvan onder woorden brengen. De student kan zowel nieuwe media kunst als kunst die de werking van nieuwe media als onderwerp heeft beschouwen en naar aanleiding daarvan beschouwelijke vragen stellen aan het kind. De student kan actuele discussies op het gebied van media-­‐educatie zoals; populaire media als educatief materiaal, van protectie naar participatie en contoverse mediabeelden onder woorden brengen en aangeven waar hij/zij zelf staat voor en na de lessenserie. De student kan leerdoelen van media educatie benoemen en uitleggen waarom deze verbonden zijn met de leefwereld van het kind. Voor deze module Drama 1 worden de volgende leerdoelen onderwezen en getoetst: • De student heeft kennis van en vaardigheden in het kunstvak Drama, nodig voor uitvoeren van lessen drama. • De student heeft kennis van het klassenmanagement van het schoolvak drama: het plannen, organiseren, uitvoeren, evalueren van dramalessen • Student heeft blijk gegeven van het reflecterend vermogen: op ontwikkeling van eigen vaardigheden m.b.t. het uitvoeren van de spelopdrachten en het geven van het vak Drama • De student heeft kennis van het kunstvak drama, het vak drama op de basisschool en de vakdidactische kennisbasis. • De student weet welke voorwaarden en vaardigheden leerlingen nodig hebben voor het uitvoeren van een dramales Aan het einde van de lessen drama kun je: • Een aantal (8) verschillende korte dramaspelletjes (energizers) voorbereiden, de 2
•
•
•
•
•
doelstellingen formuleren en de les voorbereiden om deze in te zetten binnen de verschillende klassen van de basisschool. Non verbale drama werkvormen als: tableau, pantomime-­‐ en vertelpantomime, bewegingsspelen onderscheiden en in een lesvoorbereiding inzetten. Rolopbouw uitdenken vanuit de systematiek: wie, wat, waar Vanuit de geleerde werkvormen en dramaspelletjes een onderbouwde les drama ontwerpen voor onderbouw, middenbouw of bovenbouw van de basisschool Functies en doelen benoemen van drama voor de basisschool Aangeven welke competenties je hebt voor het geven van het vak drama en welke je verder hebt te ontwikkelen. Verplichte literatuur: Kijk op spel: Drama voor de Pabo Uitgevrij Wolters – Noordhof (ISBN978-­‐90-­‐01-­‐70237 3) inclusief cd-­‐rom Aanbevolen: ‘Spelen vanuit de verbeelding’ Lidwine Janssens ISBN 978 90 069 5519 4 Toetsvorm 1. 80 % presentieplicht 2. inzet bij het uitvoeren van de spelopdrachten 3. eindproduct: het ontwerpen van een dramales binnen een bepaald thema volgens onderstaand beoordelingsschema. Neem als voorbeeld je stageklas Inleveren van het eindproduct: Het eindproduct wordt twee weken na de laatste les per e-­‐mail ingeleverd. Dus voor 28 mei 2014 INDIEN EEN LES IS GEMIST MOET DEZE WORDEN INGEHAALD OP EEN NADER TE COMMUNICEREN MOMENT Opbouw van de module Les 1 Met behulp van dramawerkvormen Info en lessen uit de uitwisselen van eigen ervaringen met methode: drama/ theater/ spel Drama Aangenaam-­‐ Pauli Werken vanuit de basisvaardigheden: Fleer (ontvangen na de Waarnemen, verbeelden, vormgeven. les)_ Uitvoeren van dramaspelletjes gericht op doelen van drama Kijk op Spel – Holger de Behandelen van werkvorm Tableau – Nooy opbouw voor groep 1 t/m 8 van de basisschool Voorafgaande aan de les lezen: Inleiding en hoofdstuk 1 van Kijk op Spel-­‐ Holger de Nooy 3
Les 2 Les 3 Les 4 Functies en doelen van drama Theorie over de behandelde werkvormen Behandelen van de werkvormen pantomime-­‐ vertelpantomime en bewegingsspelen – opbouw voor groep 1 t/m 8 basisschool Kijkvragen voor publiek Voorafgaande aan de les lezen: Hoofdstuk 2 van Kijk op Spel-­‐ Holger de Nooy Hoofdstuk 3: 3.10: Pantomime, 3.13 Tableaus, 3.15Vertelpantomime Theorie over de behandelde werkvormen Poppenspel en Vertellen Hoofdstuk 3 Van Kijk op Spel Holger de Nooy 3.11 Poppenspel’ Hoofdstuk 6: 6.4 Vertellen Theorie over de opzet van een les Theorie over Rolopbouw Behandelen van de werkvorm Rolopbouw (ingang wie, wat, waar). Uitleg eindproduct. Info en lessen uit de methode: Drama Aangenaam-­‐ Pauli Fleer (ontvangen na de les)_ Kijk op Spel – Holger de Nooy Info en lessen uit de methode: Drama Aangenaam-­‐ Pauli Fleer (ontvangen na de les)_ Kijk op Spel – Holger de Nooy Info en lessen uit de methode: Drama Aangenaam-­‐ Pauli Fleer (ontvangen na de les)_ Kijk op Spel – Holger de Nooy Beoordeling van het eindproduct: Ontwerp van een dramales die aan de volgende eisen voldoet . Drama les gericht op het creatief proces Het thema: Doelen: Benodigdheden Tijd: Reflectie: Eigen reflectie op het geven van de les en de verwachtingen Theatrale inleiding Warming up die Exploratie fase aansluit bij het hoofddoel of nodig voor geven van de les 4
Optimaal proces Creatieve afsluiting-­‐ afronding-­‐ cooling down Analyse leerlingen stageklas Met betrekking tot Ervaring Spelvaardigheden Mogelijkheid met drama tot durven verbeelden Gemiddelde van de groep Enkelen kunnen minder nl Enkele leerlingen kunnen meer, nl Mogelijkheid tot inleven/ aandacht richten op zichzelf Samenspelen en presenteren Beoordelingscriteria van ingeleverde werk: O V RV G E O V RV G E Ja/nee Ja/nee Te gemakkelijk/ goed/ te moeilijk De les is duidelijk beschreven in een lesvoorbereiding Inhoud, gebruikte werkvormen, didactische aanwijzingen en doelen zijn duidelijk De lesvoorbereiding is compleet De leeftijdsgroep is duidelijk Doelen en functies van drama zijn duidelijk Het niveau past bij de groep O V RV G E kennis van de begrippen drama en deze toe te passen in de lessen O V RV G E Organisatie van de les O V RV G E Opbouw en structuur van de les De lesvoorbereiding bevat een nauwkeurige concrete beschrijving van O V RV G E De tijdsindeling van de les O V RV G E De organisatie van de klas Afsluiting O V RV G E Eigen reflectie op het geven van de les en de verwachtingen Mocht de eindopdracht als onvoldoende worden beoordeeld, dan dient aan de hand van de feedback een verbeterde versie te worden ingeleverd, die dan weer volgens de gebruikelijke criteria wordt beoordeeld Belangrijk Evaluatie van het onderwijs Docenten en de Universitaire Pabo hebben behoefte aan feedback van de studenten op 5
de kwaliteit van het gegeven onderwijs. Waar nodig kan een betreffende module verbeterd worden voor de volgende groep studenten. Maar evalueren kan ook een goed leermoment zijn de student zelf, omdat je zo extra nadenkt over je eigen leerproces en nagaat hoe je achteraf kijkt naar de inhoud van een module. Bij het laatste college of na afloop van het tentamen zal gevraagd worden een vragenlijst in te vullen. Vul deze vragenlijst zo eerlijk mogelijk in: de resultaten ervan hebben geen consequenties voor de uitslag van het tentamen. Bovendien blijf je bij het invullen van de vragenlijst anoniem. Indien uit de resultaten van de vragenlijst blijkt dat toelichting nodig is op de evaluatie van de betreffende module, organiseert de UPvA een panelgesprek. Hiertoe worden een aantal studenten uitgenodigd en wordt samen met de docent en de opleidingsmanager gesproken over het verloop en de inhoud van de betreffende module. Studenten kunnen indien gewenst ook zelf een panelgesprek aanvragen. Fraude Onder fraude wordt verstaan het handelen of nalaten van de student dat erop gericht is het vormen van een juist oordeel door de examinator omtrent kennis, inzicht en vaardigheden van de student geheel of gedeeltelijk onmogelijk te maken. Een voor iedereen duidelijk herkenbare vorm van fraude is bijv. het op enigerlei wijze ‘spieken’ tijdens het tentamen. Een helaas vaak voorkomende vorm van fraude, die in de wetenschappelijke wereld zeer zwaar wordt aangerekend, is het plegen van plagiaat. Plagiaat In de wetenschap moet een geproduceerde tekst altijd controleerbaar zijn en daarom moet je in een door jou ingeleverd artikel of paper altijd gebruikte (internet)bronnen vermelden in een zgn. bronvermelding. Doe je dat niet dan wordt dat plagiaat genoemd en betekent dat uitsluiting van de betreffende tentamen-­‐ of scriptiegelegenheid en mogelijk nog zwaardere straffen. Zorg dus dat je altijd goed je bronnen vermeldt en niet zomaar stukken tekst of gegevens van anderen overneemt. Zie voor meer informatie over Fraude en Plagiaat: www.student.uva.nl/serviceplein en de en de UvA OER, artikel 5.14 op www.student.uva.nl/upva Beroepsmogelijkheden Als je het niet eens bent met een beslissing van een examinator, is het verstandig om je eerst te wenden tot de Examencommissie UPvA met het verzoek om een uitspraak te doen over je eventuele klacht. Na die uitspraak kun je besluiten om binnen 6 weken beroep aan te tekenen bij de COBEX. Raadpleeg de studieadviseurs van de UPvA voor advies en de procedure. De werkcolleges worden gegeven door Pauli Fleer docent drama. De module bestaat uit 4 bijeenkomsten met 1 werkcollege van 3 uur = 12 uur. Over Drama, de werkwijze en aanpak Bij drama in het basisonderwijs ben je bezig me procesgerichte en dus overwegend 6
subjectieve aspecten van onze ontwikkeling. Drama is een vak uit de kunstzinnige oriëntatie en heeft net als andere kunstvakken de volgende kenmerken: verbeelden, vormgeven en beschouwen (oftewel: het kijken naar ter bevordering van het inzicht). Wat is drama in het basisonderwijs? Drama heeft een aantal aspecten die bevorderend werken voor de persoonsontwikkeling van het kind. Dan praten we over vaardigheden als: naar een ander kunnen luisteren, concessies kunnen doen, eigen standpunten kunnen relativeren, zelfvertrouwen hebben, zich kunnen verplaatsten in een ander, waardering tonen voor de ander enz. (uit: Kijk op spel – drama voor de Pabo – Holger de Nooij) Waarom drama op de Pabo? Enerzijds is dat om inzicht te krijgen in wat het vak inhoudt en wat de begeleidingsaspecten ervan zijn. Drama leer je niet uit een boekje, je leert het door zelf de werkvormen actief te ervaren en ondergaan. Anderzijds is het vak om te ervaren wat je eigen (non-­‐ verbale) communicatiekwaliteiten zijn. Dat de gebieden waarop je je richt ongeveer dezelfde zijn als die van de kinderen-­‐ met dit verschil dat de accenten binnen de doelgebieden anders liggen. Uitgaande van jouw niveau. Het beroep van leerkracht houdt in dat je leerlingen uitdaagt, dingen aan ze duidelijk maakt, instructies geeft, orde houdt, een band met ze krijgt en de leerlingen bovenal weet te motiveren om plezier in het leren te krijgen. Het is een beroep waarin je de hele dag intensief bezig bent met leerlingen te communiceren. Daarbij is de persoon van de leerkracht voor een groot deel bepalend voor het ‘leerrendement’ van leerlingen. Het is daarom belangrijk dat de leerkracht met meerdere aspecten van zichzelf in aanraking komt., zichzelf beter leert kennen. In drama komt jezelf tegen, je laat jezelf aan anderen zien. Bij drama zet je niet zozeer een masker op, je zet eerder een masker af. Dat afzetten van het masker confronteert je met jezelf, met jezelf met je competenties en die waaraan je nog moet werken. Door op verschillende manieren met jezelf geconfronteerd te worden, zal je zelfbewustzijn toenemen (afhankelijk van je leerhouding, de sociale veiligheid binnen de groep en het vertrouwen in de docent). (Delen uit: Kijk op spel – drama voor de Pabo – Holger de Nooij) Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de volgende leerdoelen geformuleerd voor de vakken die vallen onder Kunstzinnige oriëntatie 54 De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren. 55 De leerlingen leren op eigen werk en dan van anderen te reflecteren 56 De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed. Drama is een vak met veel verschillende werkvormen. Het kunnen hanteren van deze werkvormen zijn zowel voor de leerkracht en leerlingen als de hamer, spijkers en het hout van de timmerman. Door de techniek ervan te kunnen hanteren, kan de timmerman maken wat hij in zijn verbeelding voor zich ziet. Door de verschillende werkvormen te kunnen hanteren, kan je voor jezelf en aan anderen uitbeelden wat je ziet in je verbeelding. 7
Bij Drama gaat het erom dat de leerlingen de expressieve en communicatieve mogelijkheden van houding, beweging, mimiek, stem en taal leren kennen en toepassen. In spel verbeelden ze gevoelens, ideeën, gebeurtenissen en personages en verwerven ze vaardigheden als het spelen van rollen. Daarbij leren ze te reflecteren op hun eigen spel en dat van anderen. Karakter van drama in de verschillende bouwgroepen Onderbouw Alle leerlingen spelen voortdurend mee. Dit schept een hoge mate van veiligheid en de leerlingen hoeven bovendien niet op elkaar te wachten. Er is steeds een gemeenschappelijke spelsituatie, waarbinnen iedere leerling in eerste instantie individueel optreedt. De belangrijkste spelvorm is geleid spel. De leerlingen spelen in op wat de leerkracht aangeeft. Maar geleid spel geeft ook ruimte aan de leerkracht om aan te sluiten bij het spontane spel van de leerlingen. Hij zorgt voor een gemeenschappelijke spelsituatie en heeft bovendien de taak om te zorgen voor de ‘dramatische spanning’ en de spelstructuur. De leerkracht is verantwoordelijk voor het creëren en bewaken van een veilige sfeer. De meespelende leerkracht heeft in deze fase de meeste kans op de gewenste effecten. Middenbouw Er wordt voortgebouwd op het spelen in de onderbouw. De leerlingen kunnen soms al in groepjes samenspelen. In het begin wordt er bij het spel nog niet gesproken. De leerkracht zorgt zelf steeds minder voor de benodigde dramatische spanning. Hij wordt meer een instructeur. Het is belangrijk om u als leerkracht te richten op de interactie tussen leerlingen, zonder dat competitie een struikelblok wordt. Bovenbouw De techniek van het spelen wordt een belangrijk onderdeel. Gerichte speloefeningen met het accent op spelvaardigheden verdienen belangstelling. De inhoud krijgt meer aandacht omdat leerlingen in staat zijn diverse spelmogelijkheden te hanteren. Leerlingen leren in spel conflicten op te lossen, verantwoordelijkheid te delen, leiding te geven en te volgen. Het presenteren van spel voor publiek neemt een grotere plek in (uit Drama Aangenaam: Pauli Fleer -­‐ Schoolsupport) 8