3 De Erfgoedkrant Erfgoednieuws uit Aalst, Baardegem, Erembodegem, Gijzegem, Herdersem, Hofstade, Meldert, Moorsel en Nieuwerkerken De erfgoedkrant verschijnt 3 keer per jaar en is een gratis uitgave van de Erfgoedcel Aalst 5de jaargang nummer 3 september 2014 Eerste Wereldoorlog Tentoonstelling van 27 septe mber 2014 tot en met 29 maart 2015 ’t Gasthuys Stedelijk Museum Aalst Oude Vismarkt 1 www.erfgoedcelaalst.be www.madeinaalst.be Je kan er niet omheen: 2014 staat in het teken van de Eerste Wereldoorlog. Overal wordt de Groote Oorlog herdacht met passende activiteiten. En uiteraard blijft Aalst daarin niet achter. Naast een digitalisatiepro ject over tekstaffiches, een toeristische wandeling en fietstocht, een openluchtcinema en vele andere projecten is het hoogtepunt zonder twijfel de tentoonstelling onder begeleiding van prof. Sophie De Schaepdrijver. Hierin zal het dagelijkse leven in Aalst tijdens de oorlog belicht worden. TUSS EN GE M EE NS CH AP EN GE W EL D Aalst in 1914 - 1918 de Groote Oorlog Tussen gemeenschap en geweld Aalst in de Groote Oorlog 1914-1918 De Eerste Wereldoorlog of de Groote Oorlog was het eerste internationale conflict op wereldschaal. Het vond plaats van 28 juli 1914 tot 11 november 1918. In Aalst ging de oorlog gepaard met een explosie van geweld: op 27 september 1914 vielen de Duitsers de stad binnen. Daardoor is het Aalsterse verhaal van de Eerste Wereldoorlog méér dan het bij iedereen gekende beeld van de frontsoldaten aan de IJzer en de loopgraven in de Westhoek. Aalst was van 27 september 1914 tot 11 november 1918 een stad onder Duitse bezetting, wat een fundamenteel andere situatie was dan die aan het front. Om dat te belichten wordt een grootse tentoonstelling georganiseerd met een kijk op het alledaagse leven van de Aalstenaar tijdens de oorlogsjaren. Van de Duitse inval en de uitbarsting van geweld in september 1914, het dagelijkse leven, de deportatie van tal van Aalstenaars tot de herdenking en herbegraving van de slachtoffers aan de Zwarte Hoekbrug. Al deze onderwerpen komen aan bod, alsook het verhaal van de vluchtelingen en de verhalen van aan het front. >2 Beeld: Duitse soldaten op de Grote Markt. De Groote Oorlog is een feit in Aalst. Verz. J. Ghysens. — Grafisch ontwerp: V.U.: Christoph D’Haese, burgemeester, p.a. stadhuis, Grote Markt 3, 9300 Aalst, tel. 053 73 23 23 www.liesbethbonner. be Foto’s door een Duitse oorlogsfotograaf tijdens de eerste maanden van de oorlog. colofon | Concept: Erfgoedcel Aalst | Redactie: Erfgoedcel Aalst, ‘t Gasthuys - Stedelijk Museum Aalst, Stadsarchief, D.A.D.D.vzw en dienst Stadsmarketing en sectie Communicatie | Eindredactie: Erfgoedcel Aalst | Foto’s: Bram Goots, Bar t Backaer t, Jeroen Meer t, Michel Igual | Layout: www.impressantplus.eu | Druk: Roular ta Media Group nv | Verantwoordelijke uitgever : Christoph D’Haese, burgemeester, p.a. stadhuis, Grote Markt 3, 9300 Aalst, tel. 053 77 93 00. 2 3 de erfgoedkrant september 2014 Represailles van de Duitsers De zwaarste beproeving moest echter nog volgen. De Duitse eenheden van de Landwehr die Aalst op 25 september bezet hielden, vertrokken alweer een dag later. Het Belgische offensief dat vanuit Antwerpen en Gent werd ingezet deed ook Aalst aan en de Dender werd als verdedigingslinie ingericht. Lansiers en karabiniers-cyclisten bewaakten onder andere de drie Denderbruggen. Ver hadden de Duitsers zich echter niet teruggetrokken: hun voorposten zaten in Mijlbeek wat een aantal Belgische verkenners snel merkten aan de kogels die hen om de oren floten… Tijdens hun terugtocht hadden de Duitsers hun woede gekoeld op de burgerbevolking in de Binnenstraat, waar een aantal huizen in brand werden gestoken. Twee mannen die hun brandende woning trachtten te ontvluchten werden koelbloedig neergeschoten. Op zondag 27 september gingen de Duitse troepen over tot een nieuw offensief dat om 9 uur van start ging met een anderhalf uur durende artilleriebeschieting. De Sint-Martinuskerk, het van een grote Rode Kruisvlag voorziene hospitaal en tal van andere niet-militaire doelen werden getroffen. 100 jaar geleden Over een bloedige zondag in september… Op 27 september 2014 is het precies honderd jaar geleden dat Duitse troepen Aalst veroverden om er meer dan vier jaar lang de plak te zwaaien. Aalst was vóór die noodlottige septemberdag echter al meegesleurd in het oorlogsgeweld: op 21 augustus waren Duitse soldaten voor het eerst in Aalst aanwezig, maar in de maand die daarop volgde was Aalst afwisselend in handen van Belgische en Duitse militairen. We maakten deel uit van het zogenaamde ‘niemandsland’, met alle gevolgen van dien. Fietsproblemen in de Pontstraat Op verschillende plaatsen in het stadscentrum botsten Belgische en Duitse patrouilles op elkaar. De omgeving van de Houtmarkt bijvoorbeeld werd op 1 september opgeschrikt door zo’n voorval. De Duitse troepen die Aalst die dag bezet hielden kregen het bevel de stad te verlaten. Een viertal soldaten-wielrijders kreeg echter problemen met hun fiets en zochten in de Pontstraat hulp bij fietsenmaker Philemon Hoevelinck-Tas. Ondertussen gingen ze een pintje drinken in het café van Felix De Groot op de Houtmarkt. Wat ze niet wisten was dat er ondertussen een Belgische patrouille van soldaten en rijkswachters was gearriveerd. In De Volksstem van de dag nadien werd het voorval als volgt beschreven: “De Belgen verborgen zich achter de boomen op de Houtmarkt, doch de Duitschers waren ongetwijfeld verwittigd, want weldra verscheen er een in den gang van het huis en schoot [naar de Belgen]. Deze schoten terug, en van beide kanten werden Duitsers op de Grote M arkt van Aa Aalsterse vluchtelingen eind september 1914. Verz. Liberaal Archief vzw. The Battle of Alost een twintigtal schoten gelost. De Belgen hadden echter geen voldoende schietvoorraad en moesten zich terugtrekken en de Duitschers… vroegen niet beters. Zoo snel zij loopen konden, vluchtten zij langs de St. Janstraat den Osbroeck in!!!!! Een der Duitschers moet ongetwijfeld gekwetst zijn, want een bloedplas lag in het huis van De Groot. Onnoodig te zeggen, dat er op de Houtmarkt en in den omtrek, bijzonderlijk bij De Groot, eenige ruiten uitgeschoten zijn en dat het voorvalletje heel de wijk in rep en roer zette. Daar de Duitschers zonder hunne rijwielen gevlucht waren werden deze natuurlijk door de Belgen buit gemaakt.” De tentoonstelling loopt van 27 september 2014 tot en met 29 maart 2015 in ’t Gasthuys – Stedelijk Museum (Oude Vismarkt 13, Aalst). De toegang is gratis. De tentoonstelling is een samenwerkingsproject van de verschillende erfgoeddiensten van de stad Aalst: ’t Gasthuys - Stedelijk Museum, Stadsarchief Aalst, D.A.D.D. vzw (Documentatiecentrum en Archief voor Daensisme en Hedendaagse Geschiedenis van de Denderstreek) en Erfgoedcel Aalst. Curator: prof. Sophie De Schaepdrijver. Tijdens die beschieting was de omgeving van de Sinte-Annabrug en de Molenstraat de achtergrond van een schouwspel dat sindsdien gekend staat als de ‘Battle of Alost’. Aan de brug waren barricades opgeworpen waarachter de lansiers zich gereed hielden om de Duitse aanval af te weren. Ze werden bijgestaan door de pantserwagen van onderluitenant Thiery. Een Amerikaanse cameraploeg die de inslaande artilleriegranaten blijkbaar niet spectaculair genoeg vond, stelde voor om een gevecht in scène te zetten. In ‘het gat van de markt’ stond eveneens een barricade opgesteld en de daar aanwezige lansiers hadden de eer om samen met de pantserwagen in de hoofdrol te mogen acteren alsof ze een Duitse aanval afsloegen. De beelden gingen de wereld rond en werden onder andere in Londen en de Verenigde Staten veelvuldig getoond. In allerhande kranten werden beelden uit de film verspreid, hier en daar zelfs met extra bijgetekende schade aan de omliggende gebouwen in de Molenstraat. We kennen vandaag de beelden van die film dankzij postkaarten. De eigenlijke film is onvindbaar. Postkaart van ‘The Battle of Alost’. Verz. D. Meert Bloedbad in de Drie Sleutelsstraat Aan de Zwarte Hoekbrug werd er op dat moment jammer genoeg geen toneel gespeeld. Daar gebruikten de Duitse troepen een weerzinwekkende tactiek om hun aanval meer kans op slagen te geven: uit de Drie Sleutelsstraat en omgeving werden willekeurige burgers uit hun woning gehaald en verplicht om vóór de oprukkende troepen te lopen, als levend schild. Ook deze aanval mislukte, maar het vuurgevecht eiste wel verschillende burgerslachtoffers. Het over en weer geschiet eindigde rond half vijf ’s namiddags. Wanneer iets later een aantal Belgen op verkenning gingen op rechteroever werden ze geconfronteerd met de meest gruwelijke taferelen. Als represaille voor de mislukte aanvallen was de Drie Sleutelsstraat nagenoeg volledig platgebrand. In de buurt werden de lijken gevonden van een dertigtal buurtbewoners… onschuldige mannen, vrouwen en kinderen afgemaakt met geweerschoten en bajonetsteken. Sommigen waren de polsen of de keel overgesneden. Toen de Belgen de dag nadien het bevel kregen Aalst te verlaten, werd de stad opnieuw ingenomen door de troepen van de Landwehr. Gelukkig waren de meeste burgers de stad ontvlucht want dronken soldaten plunderden de leegstaande woningen. Het bloedige startschot van een meer dan vier jaar durende bezetting was gegeven. Duitse soldaten-wielrijders in de buurt van Aalst. Broodbedeling werd deel van het dagelijkse leven. Verz. Stadsarchief Gent. “Laat den Duitsch maar komen”. Positivisme in 1914. Verz. Ghysens lst. Verz. Gh ysens Nocturnes Groote Oorlog In het kader van de tentoonstelling organiseert ’t Gasthuys – Stedelijk Museum ook enkele nocturnes. Lezing – Ivan Adriaenssens Dinsdag 14 oktober, 20 uur. Stripauteur Ivan Adriaenssens tekende mee aan diverse strips, animatiefilms en theaterproducties. De Eerste Wereldoorlog, de eerste gefotografeerde en gefilmde oorlog, is zijn grote passie. Lezing – Diane De Keyzer Vrijdag 21 november, 20 uur. Diane De Keyzer, auteur van onder andere ‘De Keuken van Meesters en Meiden’ vertelt over haar nieuwe boek ‘Nieuwe meesters, magere tijden’. Over het voedsel dat tijdens de Eerste Wereldoorlog al dan niet ter beschikking was, over verhalen en foto’s van vluchtelingen, gesloten grenzen, eten aan het front en de massale voedselhulp. Woordkunst Datum nog niet bepaald. Naar goede gewoonte zal ook de Academie voor Podiumkunsten een nocturne rond Woord verzorgen. Alle nocturnes zijn gratis en vinden plaats in ’t Gasthuys - Stedelijk Museum, Oude Vismarkt 13, Aalst. Alle info: tel. 053 72 36 02, [email protected], www.aalst.be/museum Via Dolorosa Zaterdag 27 september, Grote Markt, 10 - 18 uur, gratis. De ‘Via Dolorosa’ of ‘Weg van het Lijden’ volgt de eerste oorlogsmaanden in België, vanaf het oversteken van de Duitse grens bij Gemmenich tot het vastlopen van het front in de Westhoek. De route wordt opnieuw aangedaan met een bus, uitgerust met een tentoonstelling. Die bus zal ook halt houden in Aalst. Precies 100 jaar na de Duitse inval stopt de bus op de Grote Markt van Aalst. De bus is ingericht als een tentoonstellings- en ervaringsplaats. Aan de hand van kaarten en foto’s wordt het lokale verhaal verankerd in het grotere oorlogsgeheel. Alle info: tel. 053 72 32 27, [email protected], www.erfgoedcelaalst.be, www.madeinaalst.be Lezing prof. Sophie De Schaepdrijver Zaterdag 20 december, stadhuis Aalst, 20 uur, gratis maar inschrijven is wel verplicht. Na een succesvolle lezing in 2012, een zeer interessante studiedag in 2013 komt ook in 2014 professor De Schaepdrijver naar Aalst om ons meer te vertellen over de Groote Oorlog in Aalst. De tentoonstelling, waarvan zij curator is, loopt vanaf 27 september in ’t Gasthuys - Stedelijk Museum. Haar lezing zal dieper ingaan op het thema van de tentoonstelling: het dagelijkse leven in Aalst tijdens de oorlogsjaren. Door de agressieve inval van de Duitsers in Aalst kent de stad een heel apart oorlogsverhaal. Alle info: tel. 053 72 32 27, [email protected], www.erfgoedcelaalst.be, www.madeinaalst.be 4 5 de erfgoedkrant september 2014 De geelgroene ’t Groen Kotje bloemen lijken erg op tulpen. ere groene e bomen en and In deze rubriek lees je meer over oud erfgoedelementen. Het stadspark van Aalst en haar tulpenbomen De aanleg van het stadspark Het stadspark werd aangelegd tijdens de Eerste Wereldoorlog op initiatief van het toenmalige stadsbestuur. Dat had namelijk een erg goede reden voor dit initiatief. Door de oorlog was de industrie stilgevallen: enerzijds door de mobilisatie en anderzijds door gebrek aan grondstoffen. Dit bracht een enorme werkloosheid teweeg in Aalst die men trachtte tegen te gaan door grote openbare werken uit te voeren. De plannen van het Stadspark dateerden al van het einde van de 19de eeuw. Het enige dat al voor de oorlog verwezenlijkt was, was het verwerven van de nodige gronden. Als locatie voor een stadspark viel de keuze op een deel van het Osbroek, op nauwelijks 800 meter van de Grote Markt. Niet minder dan 15 hectaren werden aangekocht. populaire Engelse landschapsstijl Het stadspark moest uiteraard ontworpen worden en daarvoor deed men beroep op de gerenommeerde landschapsarchitect Louis J. Breydel. Hij ontwierp het park in de voor die tijd populaire ‘Engelse landschapsstijl’. Kenmerken daarvan zijn slingerde paden, grote watervlakken, grasvelden, boomgroepen, bosjes, zichtassen, enz. Alles werd opgesmukt met romantisch ogende brugjes, pergola’s en andere sierbouwwerken. Typisch voor die periode is het gebruik van veel cultivars (verschillende boomrassen) en exoten (uitheemse planten en boomsoorten). Vlaanderen was arm aan inheemse boom- en struikensoorten, een aanvulling van het assortiment met exoten en cultivars was dan ook vanzelfsprekend. Dat verklaart waarom we vandaag meer dan 150 verschillende boomsoorten terugvinden in het stadspark. Echter, die behoren niet met het ark: we zien het ronde bloemperk Oude prentkaart van het Stadsplf. Links zie je de twee erg jonge tulpenbomen. monument van schepen De Wo allemaal tot de oorspronkelijke aanplanting. Vele originele planten en bomen stierven door ouderdom, kregen concurrentie van snelgroeiende soorten, hadden in het verleden sterk te lijden onder overmatig gebruik van pesticiden, werden geplant op een ongeschikte groeiplaats of een plek met een veel te hoge grondwaterstand. Zo werden o.a. de lindebomen in de dreef aan de hoofdingang van het park in de jaren ’90 gekapt en vervangen door een nieuwe dubbele rij Hongaarse zilverlindes. De oude bomen waren het slachtoffer geworden van slecht beheer: bodemverdichting, gebruik van pesticiden en een gebrek aan snoeibegeleiding waren de belangrijkste redenen. De tulpenbomen Soms brengen ongelukken ook meevallers naar boven. Toen de lindebomen aan de inkomdreef werden gekapt, kwamen twee bijzondere bomen letterlijk aan het licht. Links en rechts van het ronde bloemenperk bleken twee prachtige tulpenbomen te staan. De tulpenboom (Liriodendron tulipifera) is afkomstig uit het zuidoosten en middenwesten van de Verenigde Staten. De boom is al sinds de tweede helft van de 17de eeuw bij ons in cultuur en werd veel aangeplant in grote tuinen en parken. Vooral het merkwaardige blad met zijn afgeplatte top en de geelgroene - op tulpen lijkende - bloemen geven deze boomsoort een grote sierwaarde. Maar ook zijn prachtige herfstkleur is bijzonder. Op een oude prentkaart van het stadspark zien we het ronde bloemperk met op de achtergrond het monument van schepen Désiré De Wolf. Links op de foto merk je de twee erg jonge tulpenbomen op. Het monument werd ondertussen verplaatst, het bloemperk werd vergroot en de twee tulpenbomen groeiden uit tot volwassen exemplaren. Dus ook de twee tulpenbomen vieren hun 100ste verjaardag. Een tulpenboom kan zelfs makkelijk tweemaal zo oud worden. De linkse boom werd een aantal jaar geleden door een blikseminslag getroffen, de schade is nog goed te zien aan de beschadigde schors. De boomverzorgers houden de boom nauwlettend in ’t oog. Het bloemperk aan de hoofdin De twee tulpenbomen zijn 100gang van het Stadspark. jaar oud. 6 7 de erfgoedkrant september 2014 in de kijk er Mijn erfgoed en ik Wist je dit? d is uiterst gevarieerd. Ons immaterieel en onroerend erfgoe object in de kijker. Wij zetten in elke erfgoedkrant een verhalen achter een op Vreemde gebruiksvoorwerpen, leuke merkwaardige geschiedenis het eerste zicht simpel object of een riek meer over. van een object. Je leest er in deze rub rlogsslachtoffers W.O. I Deze editie: herdenkingspanelen oo Sophie De Schaepdrijver Carlos Moens Twee mensen, twee erfgoedstukken. Over hun persoonlijk verhaal en het groter erfgoedgeheel erachter. Herdenkingsplaten alom Meteen na het einde van de Groote Oorlog werd alom gepleit om deze wereldtragedie niet te vergeten. De gedachtenis van hen die zich ingezet hadden voor de verdediging van het vaderland en dit met hun leven bekocht hadden, moest geëerd worden. Daardoor verschenen her en der monumenten en herdenkingsplaten. Niet alleen steden en gemeenten namen daarin het initiatief, ook allerlei verenigingen, bedrijven en zelfs scholen droegen bij. Zo werd door de toneelvereniging ‘Het Land van Riem’ een kader aangemaakt ter herdenking van hun leden aan het front. Het Sint-Jozefscollege plaatste in de inkomhal van de school een bronzen herdenkingsplaat voor hun gesneuvelde (ex-)leerlingen. Ook aan het station werd een bronzen plaat aangebracht met de namen van de omgekomen werknemers van de Belgische spoorwegen. Op de Graanmarkt werd in 1922 een fraai monument opgericht ter nagedachtenis van de gesneuvelde oud-leerlingen van de Legerpupillenschool. Aan het stadhuis Tijdens de Aalsterse gemeenteraadszitting van 21 december 1918 bracht raadslid De Windt hulde aan de opofferingsgeest van de gesneuvelden. Hij pleitte om deze heldhaftige soldaten niet te vergeten, en ook de droeve afgemartelden, opgeëischten en de omvergeschotenen te gedenken. Daarom stelde hij voor om in het stadhuis een plaat aan te brengen waarin in gouden letters hun namen zouden gebeiteld worden. Waarnemend burgemeester De Hert antwoordde dat het schepencollege hiertoe al een ontwerp ter studie had. Toch duurde het nog enkele jaren vooraleer dit voorstel werd uitgevoerd. Eind 1920 werd in de feestzaal van het stadhuis een ontwerp tentoongesteld voor dit ‘monument’. De Windt vroeg in de gemeenteraadszitting van 11 december 1920 waarom hiertoe geen openbare ontwerperswedstrijd was ingericht. Burgemeester De Hert antwoordde dat Aalst over een uitmuntend stadsbouwkundige beschikte, die zelfs de prijs van Rome had gewonnen. Waarom zou men dan nog een oproep doen aan ‘vreemde artiesten’? Net als het ontwerp liet ook de uitvoering nog enige tijd op zich wachten. Zo zien we dat in juli 1923 nog een supplementaire uitgave voor de plaatsing werd goedgekeurd door de gemeenteraad. Marmeren platen Uiteindelijk werden 8 grote marmeren platen in een decoratieve omlijsting geplaatst aan weerszijden van de inkom van het stadhuis. Daarin werden alle namen van de gesneuvelden, de overleden opgeëisten en de burgerslachtoffers opgesomd. In de loop der jaren werden deze monumentale platen verdoezeld door de uitbreiding van de stedelijke administratie. Kantoorruimtes zorgen ervoor dat je de marmeren platen vandaag niet zo goed meer kan zien. Wie ze toch nog wil (her) ontdekken, moet even binnenstappen in het portaalgebouw aan de Grote Markt of bij de dienst bevolking. De gedenkplaten herinneren ons aan de gruwelijke oorlog en aan alle stadsgenoten die de gruwelijke periode van 1914-1918 niet overleefd hebben. Marmeren panelen aan het Stadhuis van Aalst. Object: oude postkaart van de vernielde Drie Sleutelsstraat Object: originele kar van het Belgische leger. in Aalst. Herdenkingsmonum in Moorsel (foto boveenten Erembodegem (foto n) en links). “Geschiedenis en erfgoed wisten mij al van jongs af aan te boeien. In geschiedenis is als het ware nooit echt iemand dood. Je brengt ze altijd weer tot leven. Mijn interesse in de Eerste Wereldoorlog werd aangewakkerd door het tragische van die oorlog: zoveel talent en levenslust geconfronteerd met zoveel noodlot. De foto van de uitgebrande Drie Sleutelsstraat raakt mij elke keer opnieuw. Het herinnert ons eraan dat Syrië ooit aan de Dender lag. Om het preciezer uit te drukken: dat ook bij ons de gewone mensen, hun levens en hun hebben en houden kwetsbaar waren voor oorlogsgeweld. Ondanks mijn enorme interesse verzamel ik zelf geen objecten uit de Eerste Wereldoorlog. Al heb ik wél een koffiekopje waarop staat: ‘Herinnering aan de oorlog 1914-1915’. Over optimisme gesproken! In Amerika doceer ik Europese geschiedenis en daarin schenk ik veel aandacht aan W.O.I. De studenten luisteren met bijzonder veel belangstelling. Zo kreeg ik nog in juli een mail van een student. Hij had zes jaar geleden een cursus ‘literatuur van W.O.I’ gevolgd bij mij. Nu is hij advocaat in stage, maar, zo schrijft hij mij, de boeken die we toen lazen zijn hem al die tijd bijgebleven. Ook mijn cursus W.O.I is altijd na een week volgeboekt, ik moet studenten op de wachtlijst zetten. Mijn indruk is dat scholen hier meer mikken op het lokale aspect van de oorlog. Dat is geen slecht idee, maar men moet er voor oppassen dat het niet te beperkt wordt. Scholieren en ook studenten zouden ook de grote literatuur over W.O.I moeten kennen, zoals Erich Maria Remarques prachtige roman ‘Uit het Westen niets Nieuws’. Toch kent een stad als Aalst ook haar plaats in het grote verhaal. Aalst is een perfect voorbeeld van een stad die in 1914 zwaar werd mishandeld in de context van de ‘bewegende oorlog’ (m.a.w. nog vóór de loopgraven). Daarna heeft de stad moeten leven onder een hard bezettingsregime. Die plotsklapse kwetsbaarheid van een volkswijk heeft mij altijd ten diepste getroffen. Dat en ook de foto van de Drie Sleutelsstraat leren ons dat we met onze welvaart en veiligheid niet uit het oog mogen verliezen dat het ooit ánders is geweest. En dat vele mensen elders in de wereld dit soort zaken dagelijks meemaken.” “Verschillende generaties van mijn voorouders verdienden hun boterham met wat we nu transport noemen. Alleen was dat toen niet met trucks maar met paard en kar. Mijn vader was in 1932 instructeur bij het 2de regiment gidsen of de Belgische cavalerie. Zo kwamen twee van mijn passies samen: paarden en het Belgische leger. Ze zeggen altijd: “Bloed kruipt waar het niet gaan kan”, dus ondanks een opleiding in de rechten vond ik toch een manier om mijn boterham te verdienen in de paardenstiel. Tegen de jaren ‘50 was er uiteraard geen sprake meer van transport met paarden. Bedrijven zoals Bruyland, De Bruyn en De Strooper verhuurden paarden en koetsen, zogenaamde huurhouderijen. Gaandeweg deden deze bedrijven de boeken dicht. Zo zag ik een gat in de markt: ik specialiseerde mij in historische koetsen. Geen replica’s maar originelen die ik volledig restaureer(de). Steeds vaker kwamen tv-studio’s bij mij aankloppen, op zoek naar paarden of karren voor één of andere feuilleton. Vanaf het moment dat de naam Moens in de generiek zat van een aantal producties ging de bal goed aan het rollen. Mijn koetsen en paarden zijn te zien in nationale producties van de BRT/VRT (o.a. het Rubensfeuilleton). Maar ook de BBC deed een beroep op mij (o.a. voor Hercule Poirot) en zelfs Amerikaanse producties klopten bij mij aan, zoals de filmproductie van ‘Total Eclipse’ met Leonardo DiCaprio. Mijn handelsmerk, en waar ik echt een punt van maak, is de historische correctheid van mijn materiaal. Of het nu koetsen, uniformen, zadels of bespanningen van de paarden zijn, het moet juist zijn. Als het niet klopt, hoeft het niet voor mij. Hét pronkstuk uit mijn collectie is de kar van het Belgisch leger volgens model 1874, met nummer 253. Het model werd zo genoemd omdat de kar in 1874 gebouwd werd. De vier letters ACCH op de kar staan voor het atelier waar ze gebouwd werd: Atelier Central du Charroi in Brussel. De kar diende als foerage, voor het vervoeren van vrachten. Naargelang het gewicht van de vracht werd de kar getrokken door 2, 4 of 6 paarden. De kar overleefde W.O. I en werd ook in W.O. II terug ingeschakeld. In 1940 werd ze achtergelaten aan de Zeebergbrug. Maalderij Gheeraerdts haalde ze op en gebruikte ze voor transport binnen de maalderij. In 1972 kocht ik de kar over van de maalderij. Tijdens de voorstelling van het Aalsterse herdenkingsprogramma in mei reed de kar rond in Aalst, net als weleer. Stilaan bouw ik wel mijn activiteiten af. Toch kon ik onlangs nog een andere kar uit de Eerste Wereldoorlog op de kop tikken. Die ben ik nu met veel liefde en geduld aan het herstellen. Uit liefde voor de cavalerie en het militaire.” De zwaar vernielde Drie Sleutelsstraat in Aalst, 27 september 1914. Verz. Van den Bossche. 8 de erfgoedkrant september 2014 Met steun van: Najaar 2014 En wist je dit? Tekstaffiches W.O. I uit Aalstonline Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog was de zogenaamde tekstaffiche het communicatiemiddel bij uitstek van zowel de Belgische als Duitse overheden. In het geval van de Duitse affiches kan je spreken van gebods- en verbodsbepalingen waarlangs de Duitse bezettende overheid haar wil kenbaar maakte aan de lokale bevolking. Het Stadsarchief van Aalst bewaart circa 1800 tekstaffiches. Daarvan zijn er iets meer dan 600 die uitgingen van het Aalsterse stadsbestuur, van de Kommandantur Aalst of die gedrukt werden in Aalst. Deze omvangrijke reeks werd in eerste instantie geïnventariseerd en beschreven. Vervolgens werd ze gerestaureerd en gedigitaliseerd. Je kunt de Aalsterse tekstaffiches raadplegen op www.madeinaalst.be. Alle affiches zijn op woord doorzoekbaar en dat is zeker en vast een primeur. Wil jij wel eens weten wat er in Aalst zoal gecommuniceerd werd met deze zogenaamde muurkranten? Surf dan snel naar www.madeinaalst.be Opgelet x x x x GPS-spel ‘AalstSlag’ Interactief theater ‘ik was 19 in ‘14’ Dit spannend GPS-stadsspel in de binnenstad van Aalst laat je nog tot 14 november meestappen in de voetsporen van het verzet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Jij en je team voeren verzetsopdrachten uit op verschillende locaties die van belang waren tijdens de oorlog. Verzamel zoveel mogelijk medailles en bevrijd Aalst van de Duitsers! Het spel is geschikt voor individuen, scholen en groepen vanaf 12 jaar. Een spelpakket huren kost 20,- EUR. Info en reservaties: www.aalstslag.be Vanaf november 2014 tot april 2015 wordt de foyer van het SMI2 in de Vrijheidsstraat omgetoverd tot tentoonstellingsruimte en decor van een interactief theaterstuk rond de Groote Oorlog. Groepen van 10 tot 20 personen kunnen via deze originele werkvorm kennismaken met de Aalsterse familie Rabier tijdens de Eerste Wereldoorlog. Geschikt voor jongeren van 11 tot 14. Alle info: [email protected] Publicatie ‘Pieter Daens, grondlegger van de daensistische beweging’ Het Priester Daensfonds viert 175 jaar Daens en daarom schreef Hendrik Strijpens een boek over de bijdrage van de stad Aalst en haar arrondissement tot de Vlaamse en Belgische geschiedenis van 1773 tot 1893. Pieter Daens, grondlegger van de daensistische beweging wordt op 4 oktober feestelijk voorgesteld in het stadhuis van Aalst. Het boek telt ca. 320 bladzijden en kost 25,- EUR. Voorintekenaars betalen slechts 23,- EUR. Alle info: www.daens175.be, [email protected] Publicatie 50 jaar KSA Herdersem KSA Herdersem blaast dit jaar 50 kaarsjes uit en die verjaardag gaat niet onopgemerkt voorbij. Naast de organisatie van een heus feestweekend pakken de leden ook uit met een jubileumboek dat een geschiedenis van 50 jaar KSA Herdersem vertelt. Traditie en vernieuwing vormen daarbij de kernwoorden. Welke waarden, ideeën en activiteiten zijn uitgegroeid tot vast(geroest)e tradities binnen de jeugdbeweging? En wat waren de breukmomenten waarbij werd ingespeeld op veranderingen in de leefwereld van de KSA-leden? Dit boek geeft buitenstaanders een zicht op wat KSA nu eigenlijk is en was. Aan hen, die gedurende 50 jaar meegeschreven hebben aan dit verhaal, vertelt het wat er gebeurd is vóór of na hun tijd. Maar meer nog wil het hen onderdompelen in een nostalgisch gevoel naar hun eigen KSA-tijd, want dat was voor elk van hen ‘de tijd van hun leven’. Info en verkoop: www.ksaherdersem.be Vanaf 2015 zal de Erfgoedkrant niet meer verschijnen in Denderend Aalst. Wil je zeker nog je exemplaar ontvangen, geef ons dan je adresgegevens door. Wil jij op de hoogte blijven van het erfgoedgebeuren in Aalst? Wil je de Erfgoedkrant zeker blijven ontvangen? Vul dan hier je gegevens in en bezorg ze ons (post fax of mail). Voornaam en naam : Straat en nummer : Postcode en gemeente : E-mail : Ik ben geïnteresseerd in activiteiten en nieuws van: Erfgoedcel Aalst ’t Gasthuys – Stedelijk Museum Aalst Stadsarchief D.A.D.D. vzw (Documentatiecentrum en Archief voor Daensisme en Hedendaagse Geschiedenis van de Denderstreek) Wet 8.12.’92. Gegevens komen in gegevensbestand van de Erfgoedcel Aalst; kunnen meegedeeld worden aan sectoren van de Erfgoedcel en derden. Betrokken kunnen publiek register raadplegen; hebben toegangs- en correctierecht. tel. 053 72 32 26 [email protected] fax. 053 73 23 19 www.erfgoedcelaalst.be
© Copyright 2024 ExpyDoc