3.2.1. oefenCAT 1314 - Studentenraad VUmc

VUmc-compas toetsing
toetsing
Toets
CAT 3.1 / Cursusafhankelijke toets
Collegejaar
Cursus
2013-2014
Horen, zien en voelen
Cursuscoördinator
Mw.dr. M.Wintzen / drs. K-J. Nauta
Gelegenheid
Toetsdatum
Tijd
Plaats
Aantal en type vragen
50 meerkeuzevragen: 3 driekeuzevragen, 46 vierkeuzevragen,
2 vijfkeuzevraag
Aantal versies
1
Druk
Toegestane hulpmiddelen
Geen
Studentinstructie
MC-toets: kies het beste (volledig juiste en meest complete) antwoord
•
•
•
•
•
•
•
mobiele telefoons uit en in de tas onder de stoel
alléén toetsbenodigdheden op tafel
vul je studentnummer duidelijk in op het formulier en kleur de hokjes juist in
vragen over de inhoud van de toets worden NIET beantwoord
commentaren na afloop naar de JVC van je cursus
toiletbezoek NIET toegestaan
fraude wordt bestraft
•
kras NIET op het antwoordformulier! Ook geen doorhalingen!
•
foutieve hokjes corrigeren door zeer goed te gummen!
Succes
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 1 van 12
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 2 van 12
1
Welke diagnose dient -met het welk argument- overwogen te worden bij een patiënt met
eczeem aan handpalmen en voetzolen?
a. Tylotisch eczeem als er veel hyperkeratose is
b. Allergisch contact eczeem als patiënt een “nat” beroep heeft, zoals schoonmaker
c.
Nummulair eczeem als het kaliloog-preparaat (KOH) negatief is voor schimmeldraden
d. Hypostatisch eczeem als de patiënt in het verleden een diepe veneuze trombose heeft
doorgemaakt
2
U bent huisarts. Een man van 55 jaar komt op het spreekuur met diffuse roodheid en
schilfering van bijna de gehele huid. Hij voelt zich niet lekker en heeft het koud. Zijn
voorgeschiedenis vermeldt psoriasis, maar hij is daar al lange tijd niet voor op het spreekuur
geweest. Daarnaast gebruikt hij sinds enkele maanden medicatie voor hypercholesterolemie.
U denkt allereerst aan de diagnose erytrodermie.
Wat is het meest aangewezen beleid?
a. Poliklinische behandeling met lokale corticosteroïden en calcipotriolzalf
b. Uitgebreid screenend bloedonderzoek; een huidbiopt is niet zinvol
c.
Staken van de medicatie, omdat deze de huidafwijkingen kunnen verklaren
d. Terbinafine per os, als het kaliloog preparaat van de voeten positief is voor hyfen
3
Een 82-jarige man heeft sedert 6 maanden een niet-genezende, weinig pijnlijke wond aan de
mediale zijde van zijn linker onderbeen, na stoten aan een winkelwagentje in de supermarkt.
Hij zit thuis veel TV te kijken en komt nauwelijks buiten. In het verleden heeft hij een operatie
ondergaan vanwege een heupfractuur links. Verder is hij bekend met gemetastaseerd
blaascarcinoom.
U ziet een 2 bij 3 cm groot ulcus met gelig beslag in een iets oedemateus, ten dele bruinig
verkleurd been.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Ulcus cruris
b. Venosum
c.
Arteriosum
d. Carcinomatosa
e. Traumaticum
4
De schedelbeenderen van de hersenschedel zijn bij de geboorte nog van elkaar gescheiden
door membraneuze gebieden, de fontanellen.
Hoeveel tijd na de geboorte vindt normaal gesproken sluiting van de voorste fontanel
plaats?
a. In het eerste half jaar
b. In het tweede half jaar
c.
In het tweede jaar
d. Na vijf jaar
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 3 van 12
5
Uit welke kieuwboog (pharyngeal arch) ontstaan de mimische spieren (gelaatsspieren)?
a. Eerste kieuwboog
b. Tweede kieuwboog
c.
Derde kieuwboog
d. Vierde kieuwboog
6
Volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) kunnen de
volgende personen als vertegenwoordiger optreden van een wilsonbekwame meerderjarige:
1. levenspartner
2. mentor of curator
3. ouder, kind, broer, zus
4. schriftelijk gemachtigde
Wat is de hiërarchische volgorde van de vertegenwoordigers van hoogst naar laagst?
a. 1, 4, 2, 3
b. 2, 1, 3, 4
c.
2, 4, 1, 3
d. 2, 4, 3, 1
7
De heer X is dementerend; hij wil blijven autorijden, en ziet niet in dat hij de vereiste
cognitieve vermogens hiertoe niet meer heeft. Zijn vrouw zegt dat hij wilsonbekwaam is
omdat wat hij wil niet goed voor hem is. De arts zegt dat hij wilsonbekwaam is omdat hij een
gevaar vormt voor andere weggebruikers. De verpleegkundige zegt dat hij wilsonbekwaam is
omdat hij informatie niet op waarde weet te schatten.
Wie hanteert een adequate opvatting van wilsbekwaamheid?
a. De arts
b. De verpleegkundige
c.
8
De vrouw
Welke lymfoepitheliale structuur/structuren van de hals horen NIET bij de Ring van
Waldeyer?
a. Neusamandel
b. Cervicale lymfklieren
c.
Tonsilla palatina
d. Lymfatisch weefsel aan de tongbasis
9
Welk aanvullend onderzoek is het MEEST aangewezen bij een patiënt met heesheid?
a. X-hals a/p
b. Stroboscopie
c.
CT hals
d. Panendoscopie
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 4 van 12
10
Welke uitspraak met betrekking tot geneesmiddelen-erupties is JUIST?
a. Geneesmiddelen-erupties zijn doorgaans IgE-gemedieerd
b. Een provocatietest met het verdachte middel is de meest betrouwbare testmethode
c.
Histopathologisch onderzoek (huidbiopt en immunofluorescentie) is in de meeste
gevallen bewijzend voor de diagnose
d. Systemische corticosteroïden zijn de eerste keus therapie
11
U bent huisarts. Een 35-jarige vrouw bezoekt uw spreekuur met jeukende plekken aan de
handen. Op de handen en polsen ziet u miliair tot lenticulair grote rode, wat hoekige vlakke
papels met wat wittige schilfering; u ziet geen excoriaties.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Acrovesiculeus eczeem
b. Erythema palmare
c.
Prurigo nodularis
d. Lichen planus
12
Hoe ontstaat de lens van het oog in de embryonale periode?
a. Als een uitstulping van het diencephalon
b. Als een uitstulping van het telencephalon
c.
Uit het mesoderm van de oogbeker (optic cup)
d. Uit het ectoderm door inductie van het oogblaasje.
13
Traumatische loslating van de retina (ablatio retinae) op latere leeftijd is terug te voeren op de
vroege ontwikkeling van het oog.
De lagen die bij een ablatio retinae van elkaar worden gescheiden zijn de neurale retina en
a. het gepigmenteerde epitheel
b. de sclera
c.
14
de cornea.
Met welk hulpmiddel kan metamorfopsie onderzocht worden?
a. Gezichtsveldonderzoek volgens Donders
b. Gezichtsveldonderzoek met behulp van statische perimetrie
c.
Amslergrid kaartje
d. Visusbepaling met behulp van Landoltse ringen
15
Na een klap op het oog kan er een irisbloeding ontstaan met bloed in de voorste oogkamer.
Dit heet een:
a. hyposfagma
b. hypopyon
c.
hyphaem
d. contusio bulbi
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 5 van 12
16
U bent huisarts. Een patiënt kreeg tijdens het bewerken van metaal het gevoel alsof er iets in
zijn oog zit. Hij heeft een pijnlijk, wat rood oog. Bij het onderzoek ziet u het volgende beeld.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose en het aangewezen beleid?
a. Traumatische uveïtis, u stuurt de patiënt naar huis met steroïd oogdruppels
b. Erosie, u geeft de patiënt een zalfverband en stuurt hem naar huis
c.
Perforatie, u belt de oogarts om advies
d. Intra-oculair corpus alienum, u vraagt een MRI-orbitae aan om het te lokaliseren.
17
Een patiënt heeft een klap op het oog gekregen. Hij heeft een brilhematoom rechteroog (OD).
Dit wijst op een
a. septum nasi-fractuur
b. corpus alienum
c.
ooglidbeschadiging
d. orbitafractuur
18
Een collega vertelt een kind te hebben gezien met een "adenoid facies". De meest
waarschijnlijke diagnose waar deze collega op doelt is: Een kind met
a. een facialis parese
b. een syndromale craniofaciale afwijking
c.
een vergrote neusamandel
d. een hypertelorisme
19
Wat is GEEN klinisch teken van een maligne speekselkliertumor?
a. Snelle tumorgroei
b. Verminderde functie of uitval van de nervus facialis
c.
Fixatie aan omliggende structuren
d. Een recidiverende zwelling tijdens of na maaltijden
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 6 van 12
20
Een tromboflebitis van de v. jugularis interna kan optreden als complicatie van een
halsabces. Dit heet ook wel het syndroom van:
a. Lemierre
b. Meniere
c.
Costen
d. Eagle
21
Welke uitspraak over het klinisch beeld van erythematosquameuze aandoeningen is JUIST?
a. Psoriasis inversa wordt gekenmerkt door méér schilfering dan psoriasis vulgaris
b. Eczema seborroicum wordt gekenmerkt door vettige schilfering ten gevolge van
verhoogde sebumexcretie
c.
Pityriasis rosea wordt gekenmerkt door huidafwijkingen op het distale deel van de
extremiteiten
d. Nagel psoriasis wordt gekenmerkt door geelbruine verkleuring en subunguale keratose
22
U bent huisarts. Een 28-jarige vrouw bezoekt uw spreekuur vanwege 3 weken bestaande
geëxcorieerde papels aan onderbenen.
Wat is het aangewezen primaire beleid?
a. Vragen of de patiënte huisdieren heeft
b. Uitgebreid bloedonderzoek ter uitsluiting van onderliggend lijden
c.
Huidbiopt van een papel voor histologisch onderzoek
d. Behandeling met lokale antihistaminica
23
Welke uitspraak met betrekking tot de etiologie van erythema nodosum is JUIST?
Erythema nodosum
a. wordt in de meeste gevallen uitgelokt door medicatie
b. is het gevolg van een IgE-gemedieerde reactie
c.
is in de meeste gevallen geassocieerd met ontstekingsprocessen
d. is een uiting van een infectie met Leishmania cutanea
24
Wanneer moet een patiënt met een pas geconstateerde diabetes mellitus type 1 naar de
oogarts worden verwezen?
a. Alleen bij klachten
b. Binnen 3 maanden
c.
e
Het 2 half jaar
e
d. Het 5 jaar
25
Een patiënt met diabetes mellitus klaagt over dubbelbeelden bij kijken naar links; bij afdekken
van het linkeroog zijn de klachten verdwenen.
Waardoor worden zijn klachten het meest waarschijnlijk veroorzaakt?
a. Neuropathie
b. Refractieschommelingen
c.
Retinopathie
d. Cataract
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 7 van 12
26
Een patiënt met vage visusklachten blijkt bij oogheelkundig onderzoek bleke papillen te
hebben. Het gezichtsveldonderzoek laat een bitemporale hemianopsie zien.
Door wie zal de behandeling het meest waarschijnlijk geschieden?
a. Interventieradioloog
b. Neurochirurg
c.
Reumatoloog
d. Optometrist
27
Een patiënt klaagt over plotseling ontstane “draadjes en vliegjes” voor het linkeroog (OS). Hij
heeft ook lichtflitsen in OS bemerkt.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Migraine-aanval
b. Ablatio retinae
c.
Acute glaucoom-aanval
d. Keratitis
28
Een patiënt wordt door de huisarts telefonisch verwezen met toenemende moeite bij het
slikken, koorts en slikpijn hoogcervicaal rechts.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose met alleen deze informatie?
a. Ernstige otitis media met pijnklachten uitstralend in de hals
b. Geïnfecteerde laterale halscyste
c.
Peritonsillair abces
d. Halsabces
29
Verschillende speekselklieren maken verschillend secreet aan: sereus, muceus of
mucosereus.
Welke speekselklier produceert sereus secreet?
a. Gl. sublingualis
b. Gl. submandibularis
c.
Gl. palatinalis
d. Gl. parotis
30
De eerste keus behandeling van otitis media acuta bij een kind met het syndroom van Down
is:
a. gentamycine
b. doxycycline
c.
erytromycine
d. amoxicilline
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 8 van 12
31
Via de reumatoloog komt een 63-jarige patiënt bij de oogarts. Hij heeft sinds enkele dagen
een rood en pijnlijk oog bij bewegen. De pijn is in de ochtend het hevigst. Bij onderzoek valt
een diepe roodheid op, die na phenylefrine druppelen slechts oppervlakkig verdwijnt.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Scleritis
b. Uveitis posterior
c.
Keratitis
d. Episcleritis
32
U bent oogarts en doet de volgende bevinding:
Op 3 meter afstand ziet een patiënt 3 vingers.
Hoe dient u dit te noteren in de status?
a. 3/300
b. 3/60
c.
3/30
d. 3/10
33
Wat is de meest passende beschrijving van de term "iceberg-tumor" van de speekselkieren ?
a. Slecht doorbloed weefsel, daarom bij palpatie kouder dan het omliggend weefsel
b. Pas laat zichtbare zwelling uitwendig doordat uitbreiding eerst in de diepte plaatsvindt
c.
Macroscopisch wit aspect tijdens operatie bij fibreuze tumormassa
d. Microscopisch kristalline insluitingen
34
Bij een nekdissectie worden cervicale lymfklieren verwijderd. Bij een radicale nekdissectie
moeten ook andere anatomische structuren worden verwijderd.
Welke anatomische structuur hoort NIET verwijderd te worden bij een radicale nekdissectie?
a. M. sternocleidomastoideus
b. V. jugularis
c.
N. hypoglossus
d. N. accessorius
35
Een vrouw van 68 jaar heeft sinds twee weken toenemende hoofdpijn rechts temporaal.
Ze voelt zich ziek en heeft koorts. Er is geen rhinorroe. Ze had voordien zelden hoofdpijn.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Spanningshoofdpijn
b. Arteriitis temporalis
c.
Migraine
d. Acute sinusitis maxillaris
36
Niet zelden is een patiënt met hoofdpijn bang voor een ernstige aandoening.
Welke van de volgende tekenen is een alarmsignaal voor een ernstige oorzaak van
hoofdpijn?
a. Hoofdpijn langer durend dan 3 maanden
b. Hoofdpijn die persisteert ondanks toenemende medicatie
c.
Aanvalsgewijze hoofdpijn die gepaard gaat met flikkeringen en scotomen
d. Nieuwe hoofdpijn boven de 50 jaar
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 9 van 12
37
Welk symptomen passen het best bij de ziekte schizofrenie?
a. Wanen, hallucinaties en een verlaagd bewustzijn
b. Sociaal terugtrekgedrag en ernstig katatoon gedrag
c.
Depressieve en/of manische symptomen
d. Niet-bizarre wanen
38
Welk symptomen passen het best bij de ziekte waanstoornis?
a. Wanen, hallucinaties en een verlaagd bewustzijn
b. Sociaal terugtrekgedrag en ernstig katatoon gedrag
c.
Depressieve en/of manische symptomen
d. Niet bizarre wanen
39
Welk symptomen passen het best bij de ziekte waanstoornis?
a. Wanen, hallucinaties en een verlaagd bewustzijn
b. Sociaal terugtrekgedrag en ernstig katatoon gedrag
c.
Depressieve en/of manische symptomen
d. Niet bizarre wanen
40
In welke huidlaesie komen frequent BRAF mutaties voor?
a. Basaalcelcarcinoom
b. Melanocytaire naevus
c.
Verruca seborrhoïca
d. Talgklieradenoom
41
Welke uitspraak over het klinisch beeld van erythema chronicum migrans is juist?
Erythema chronicum migrans
a. wordt veroorzaakt door infectie met een teek
e
b. is het 2 stadium van de ziekte van Lyme is een besmettelijke huidaandoening
veroorzaakt door Borrelia burgdorferi
c.
42
moet behandeld worden met doxycyline
U bent huisarts. Een man van 43 jaar komt op uw spreekuur vanwege een solitaire,
gelichenificeerde plaque (van circa 6cm) met excoriaties lateraal op het rechter onderbeen.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
a. Lichen simplex (neurodermitis circumscripta)
b. Lichen planus
c.
Psoriasis vulgaris
d. Prurigo nodularis
43
Welk lokaal corticosteroid is een klasse 3 corticosteroid?
a. Clobetasol proprionaat
b. Hydrocortison butyraat
c.
Betamethason valeraat
d. Triamcinolon acetonide
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 10 van 12
44
Hoe wordt onderstaande afwijking genoemd?
a. Chalazion
b. Basaalcelcarcinoom
c.
Hordeolum externum
d. Xanthelasmata
45
Voor de behandeling van glaucoom zijn vele oogdrukverlagende druppels beschikbaar.
Welke is gecontra-indiceerd bij een CARA patiënt?
a. Prostaglandine antagonist
b. Carboanhydraseremmer
c.
Bèta-blokker
d. Parasympathicomimeticum
46
Een 19-jarige jongen heeft zijn huisarts de afgelopen twee jaar vijf maal geconsulteerd in
grote paniek. Meestal is de aanleiding keelpijn. De gedachte aan keelkanker dringt zich dan
aan hem op. Hij kan maar niet stoppen met roken. Ook drinkt hij op sommige weekeinddagen
wel 20 biertjes. Meestal weet de huisarts hem na grondig onderzoek en uitleg (‘kanker heeft
vele jaren nodig om zich te ontwikkelen’) gerust te stellen. Maar bij keelpijn of hoesten slaat
de angst weer toe.
Welke samenhang tussen lichamelijke, psychische en sociale factoren is hier aan de orde?
a. Somatoforme stoornis
b. Psychische gevolgen van lichamelijke klachten
c.
Zelfverwaarlozing in het kader van een psychische stoornis
d. Middelenmisbruik
e. Ziekte als stressor
47
Wat is een onderdeel van een biografische anamnese?
a. Een zelfbeschrijving van de patiënt
b. Het uitvragen van het eerste, tweede en derde milieu
c.
Het uitvragen van de aard van de klachten
d. Het afnemen van een gestructureerde vragenlijst over psychiatrische symptomen.
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 11 van 12
48
Wat is een somnolent bewustzijn?
Een toestand waarin een patiënt
a. wegdoezelt maar wel reageert op (krachtig) aanspreken
b. geconcentreerd is op een bepaalde ervaring, maar afgesloten is van prikkels van buitenaf
c.
niet antwoordt, maar wel eenvoudige opdrachten uitvoert
d. moeite heeft met concentreren, zoals bij krant lezen of een gesprek voeren
49
Bij de oogarts komt een jonge man van 28 jaar, bekend met een atopische constitutie. Hij
heeft geleidelijke, progressieve visusdaling van beide ogen, ondanks al jaren contactlenzen
te dragen. Hij heeft een verwijzing gekregen van de huisarts omdat de opticien zijn visus niet
kan verbeteren.
Wat is het meest aangewezen beleid?
a. Een hoornvliestransplantatie
b. Een refractie chirurgische laserbehandeling (LASIK/LASEC)
c.
Een glaucoomoperatie
d. Kunsttranen
50
Welk type hallucinaties komt het meeste voor bij schizofrenie?
a. Akoestische hallucinaties
b. Visuele hallucinaties
c.
Tactiele hallucinaties
d. Reuk- en smaakhallucinaties
Oefentoets CAT 3.1 Horen, zien en voelen / januari 2014
Pagina 12 van 12