3. Vliegen - De Uitvinders

lesbrieven
leerkrachtenbestand Lesbrief 3:
Vliegen
(uitgaande van een groep met 30 leerlingen)
Print ook het leerlingen werkblad
Verhaal:
De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 3)
Vliegen
Extra: ‘wist je dat’ info: de regenmachine.
Opdracht 1: Ontwerp een vliegmachine
Opdracht 2: Proefvliegen: drijven op lucht, vliegtuigvleugel, papieren vliegtuig, stuwkracht.
Opdracht 3: Wat heb je geleerd?
avonturenpakket
de uitvinders
en de verdronken rivier
Copyright De Uitvinders
Uitgave 2014 | Versie 2.0
VERHAAL DE UITVINDERS EN DE VERDRONKEN RIVIER (±10 MIN.)
Deel 3
Vliegen
Fabian en Joost volgen de drooggevallen rivierbedding om uit te
vinden waar het water gebleven is. Hun stad lijdt erg onder de
droogte. Hetzelfde geldt voor de stad van Laura die ze op hun reis
ontmoetten. Laura heeft zich daarom bij hen aangesloten. Haar zusje
Eva is thuis achtergebleven.
‘Wat bent u aan het maken?’ vroeg Eva nieuwsgierig.
De Magiër mompelde iets maar Eva kon het niet verstaan omdat de
hij spijkers in zijn mond had.
Hij timmerde een grote houten constructie naast de werkplaats.
‘Dit is een raket-lanceer-installatie,’ antwoordde de Magiër toen zijn
mond leeg was. ‘Deze kan een raket tot boven de wolken schieten.’
Eva keek bedenkelijk.
‘Mijn zus en haar vrienden zijn op zoek naar de bron van de rivier.
We hebben al weken niets van ze gehoord. De hele stad is op zoek
naar water en u speelt hier met raketten?’
‘Eigenlijk is het een regenmachine’ legde de Magiër uit.
‘De Magiër wees naar een grote raket en draaide de bovenkant er
vanaf. ‘Kijk deze is gevuld met een speciaal soort zout. Zilverjodide
om precies te zijn. Boven de wolken laat de raket het zout vallen.
Het water plakt vast aan het zout en valt naar beneden.’
‘Wauw, riep Eva. ‘En dan vangen wij de regen op! Mag ik de raket
afsteken?’ ‘Even geduld jongedame. Er moeten natuurlijk wel
wolken zijn. Wil je me helpen?’
2
Lesbrief 3: Vliegen
3
Lesbrief 3: Vliegen
Eva knikte gretig.
‘Kun jij boven in die boom klimmen om dit apparaat aan een tak te
binden?’ vroeg de Magiër. ‘Het is een vochtmeter. Zo kan ik meten of
er genoeg wolken zijn om de regenmachine te lanceren.'
Eva stak het kleine apparaatje onder haar riem en trok zich op aan
een laaghangende tak. Behendig als een aap, klom ze in de hoge
esdoorn. Binnen een minuut was ze halverwege. Beneden stond de
Magiër angstig toe te kijken.
‘Maak je niet druk, ik ben de beste klimmer van de klas’ riep Eva.
Eva reikte haar hand uit naar een tak die ze net niet kon aanraken.
Ze nam een klein sprongetje om indruk te maken op de Magiër.
Maar dat had ze beter niet kunnen doen. De tak brak af onder haar
gewicht. Eva zwaaide wild met haar handen.
‘Nu ga ik dood!’ dacht ze terwijl ze haar ogen van angst dicht kneep.
Maar plotseling bleef ze hangen. Het was net alsof een reus haar
opving. Heel voorzichtig opende ze haar ogen.
Beneden hupte de Magiër zenuwachtig op zijn benen.
‘Eva gaat het? Wacht, ik zal je helpen.’
De Magiër rende naar de werkplaats om een ladder te halen. Heel
voorzichtig voelde Eva met haar rechterhand aan haar rug. Een tak
was achter haar riem blijven steken. De tak had haar gered. Maar
waar was de vochtmeter van de Magiër? Toen ze naar beneden
keek zag ze het apparaat in stukken op de grond liggen. Naast het
apparaat landden kleine zaadjes uit de boom.
‘Vreemd...’
Het viel Eva op dat deze zaadjes heel langzaam naar beneden
dwarrelden. Eva klom van de ladder die de Magiër tegen de
boomstam had gezet. ‘Het spijt me van uw vochtmeter,’ zei Eva
tegen de Magiër.
4
Lesbrief 3: Vliegen
‘Ach die repareer ik wel. Ik ben al lang blij dat je deze vliegles hebt
overleefd’ grapte hij.
Bij het woord vliegles werden Eva’s ogen groter.
‘Dat is het, ik ga vliegen!’ riep Eva.
De Magiër keek haar met grote ogen aan.
‘Wat bedoel je?’
‘We bouwen een machine waarmee ik kan vliegen, net als de zaadjes
uit deze boom. Met de vliegmachine ga ik op zoek naar Lieve en de
rest. Ik moet weten waarom ze zo lang wegblijven. Misschien is er
iets ergs gebeurd en wachten ze op hulp.’
De Magiër knikte begripvol. Ook hij maakte zich grote zorgen over
de avonturiers. ‘Als ik vlieg kan ik ze inhalen,’ zei Eva.
Ze pakte een zaadje van de grond en gaf het aan de Magiër. Die
bestudeerde het en blies zachtjes tegen het gevleugelde zaadje.
Toen hij het liet vallen dwarrelde het naar beneden.
‘Mmm.’ bromde hij.
‘Als we een machine maken zoals dit zaadje kun je inderdaad
zachtjes uit een boom vallen. Maar dat is nog iets anders dan
vliegen.’
‘Vogels kunnen vliegen,’ antwoordde Eva eigenwijs.
Eva drong verder aan. ‘Als vogels en insecten vliegen, dan moeten
wij dat toch ook kunnen?’
De Magiër gebaarde Eva om mee te komen naar de werkplaats.
Binnen nam hij een stapel papier en begon te schetsen. Hij tekende
een vogel en knipte deze uit. Daarna vouwde hij het papier op een
paar plaatsen waardoor het dunne velletje veel steviger werd. Toen
klom hij op de tafel en gooide de papieren vogel naar beneden.
‘Het werkt!’ riep Eva enthousiast.
5
Lesbrief 3: Vliegen
De vogel cirkelde een paar keer door de werkplaats en gleed
zachtjes op de houten vloer.
Eva pakte het op en zei: ‘Dit wordt mijn vliegmachine.’
De Magiër krabde zich achter zijn oren. ‘Misschien kan het toch wel.’
Einde deel 3.
6
Lesbrief 3: Vliegen
De regenmachine
Extra info die je kunt bespreken met de klas.
De Magiër bouwt een regenmachine maar wist je dat deze echt
bestaan? Voor de opening van de Olympische spelen in Beijing
werden er buiten de stad meer dan duizend raketten met zilverjodide
in de lucht geschoten. Daardoor viel de regen niet in, maar buiten de
Olympische stad. De anti-regenmethode heeft geholpen want er viel
geen spatje regen tijdens de opening. Alle nepregen was buiten de
stad gevallen.
7
Lesbrief 3: Vliegen
OPDRACHT 1: ontwerp een vliegmachine
Laat de kinderen brainstormen over manieren om te vliegen. Als je
wilt kun je weer een woordweb gebruiken. Deze keer ligt het accent
echter op het ontwerpen. Veel kunstenaars hebben hun inspiratie
gehaald uit het thema vliegen. De kunstenaar Leonardo Da Vinci is
daarvan een voorbeeld.
De eerste vliegmachine
Extra info die je kunt bespreken met de klas.
Er wordt beweerd dat Leonardo Da Vinci al in de 15e eeuw een
vliegmachine heeft gemaakt waarmee de mens voor het eerst vloog.
Maar niemand kan bewijzen dat het echt waar is. In 1891 vloog Otto
Lilienthal voor het eerst met een zweefvliegtuig. In 1903 vlogen
de Amerikaanse gebroeders Wright als eerste mensen met een
gemotoriseerd vliegtuig.
Bij veel kinderen spreekt vliegen erg tot de verbeelding. We gaan
proberen of ze zelf een mooi ontwerp kunnen maken van een
vliegmachine.
Benodigdheden (per leerling)
Vellen papier (bij voorkeur groter dan A4)
Potloden of pennen
8
Lesbrief 3: Vliegen
Opdracht
Bedenk een manier voor Eva om te vliegen: Ontwerp jouw
zelfbedachte vliegmachine. Maak een mooie tekening van je ontwerp.
Met welke hulpmiddelen kan jouw vliegmachine vliegen? Maakt deze
gebruik van vleugels? Propellers? Gebruikt jouw ontwerp nog andere
middelen zoals een motor of misschien een elastiek? Of misschien
de armen of benen van Eva? Of zouden dieren of de wind kunnen
helpen? Kan Eva met jouw vliegmachine vanuit stilstand opstijgen of
heeft ze een aanloop nodig? Of lukt het alleen als ze bovenaan een
berg start?
Teken jouw vliegmachine voor Eva. Als je wilt uitleggen hoe je
machine werkt mag je dat bij je tekening schrijven, maar dat hoeft
niet per se.
Resultaat
Probeer te stimuleren dat er zoveel mogelijk verschillende ontwerpen
zijn. Hang deze in de klas. Dat werkt inspirerend voor de volgende
les van De Uitvinders en De Verdronken Rivier.
9
Lesbrief 3: Vliegen
OPDRACHT 2: Proefvliegen
Drijven op lucht
Eva wil vliegen om haar zus en haar vrienden in te halen. Ze haalt
de Magiër over om een vliegmachine te bouwen. ‘Als vogels en
insecten vliegen, dan moeten wij dat toch ook kunnen?’.
Er zijn veel manieren om te vliegen waaruit Eva kan kiezen. Kijk
maar naar voorbeelden uit de natuur: vogels, insecten… Ken jij
nog meer planten of dieren die kunnen zweven of vliegen? Ook de
mens kan vliegen. Bijvoorbeeld met luchtballonnen, vliegtuigen,
helikopters, zeppelins, of zweefvliegtuigen. Welke manier heb jij
bedacht voor het ontwerp van jouw vliegmachine?
De meeste manieren om te vliegen maken gebruik van lucht. Ze
drijven als het ware op lucht zoals een boot op het water drijft. Maar
hoe werkt dat eigenlijk?
Het eerste gedeelte van deze opdracht (met de Föhn) doen we met
de hele groep. Vervolgens gaat de klas in groepjes uiteen.
Benodigdheden
1 Föhn (per klas)
1 Tempexballetje of Pingpongbal (per klas)
Benodigdheden (per 4 leerlingen)
Rietje (per 4 leerlingen)
Tempexballetje (per 4 leerlingen)
Opdracht
1. Doe de föhn aan op de laagste stand.
Houd de föhn onder het balletje en blaas omhoog.
(Wanneer de föhn een koude stand heeft,
kun je deze het beste gebruiken)
2. Laat het balletje los in de luchtstroom. Wat gebeurt er?
10
Lesbrief 3: Vliegen
3. Beweeg een beetje op en weer met de föhn.
Valt het balletje naar beneden?
4. Houd de föhn een beetje schuin en dus niet meer recht onder het balletje. Valt het balletje nu?
5. P robeer het balletje door de lucht door te geven naar een vriend(in) zonder dat het valt.
6. Neem nu, in plaats van een föhn, een rietje en houd het
balletje in de lucht door te blazen. (in groepjes)
Wie kan het balletje het langst in de lucht houden?
En wie kan het hoogst?
Uitleg
Je hebt nu bewezen dat lucht echt 'materiaal' is waarop iets
kan blijven drijven! Zelfs als je schuin onder het balletje blaast
blijft het balletje zweven! Eigenlijk werkt een vliegtuigvleugel op
dezelfde manier als het pingpongballetje. Het heeft te maken met
een verschil in luchtsnelheid.
11
Lesbrief 3: Vliegen
Wet van Bernoulli Extra Uitleg
Bovenstaande uitleg gaat niet
diep in op de vraag waarom
het balletje niet valt als de
luchtstroom schuin van onderen
komt. Dit werkt als volgt: de
lucht in de luchtstroom beweegt.
De lucht om de luchtstroom
heen staat stil. Daniel Bernoulli
ontdekte in de 18e eeuw dat de
luchtdruk van stilstaande lucht
hoger is dan de luchtdruk van
bewegende lucht. De lucht
buiten de luchtstroom van de
föhn drukt dus harder dan de
lucht in de luchtstroom.
Hierdoor wordt het balletje in
de luchtstroom geduwd door
de stilstaande lucht.
12
Lesbrief 3: Vliegen
Hoge druk
Vliegtuigvleugel
Een vliegtuig drijft met zijn vleugels ook op de lucht.
Maar hij kan nog meer: een vliegtuig kan ook stijgen en dalen.
Dit gaan we uitproberen.
Deze opdracht doe je in groepjes.
Benodigdheden (per 4 leerlingen)
Föhn
Stroken papier van 30x7cm (120 gram)
Plaatjes piepschuim
Satéprikker
Rietje
Liniaal
Plakband
Schaar
Opdracht
1 Knip een strook papier van 30x7 centimeter. (Dit is precies 1/3 deel van een pagina A4 papier)
2 Vouw de strook doormidden. Vouw de strook weer open en prik 3 centimeter links van de vouw een gaatje met een schaar.
Prik nog een gaatje 4,5 centimeter rechts van de vouw.
3cm
4,5cm
3 Vouw de strook weer dubbel en plak met plakband de rechter
zijde op de linker. Zorg dat de linker zijde 2 centimeter uitsteekt.
2 cm
4 Je hebt nu de doorsnede van
13
een vliegtuigvleugel gemaakt.
De onderkant moet recht zijn en
de bovenkant loopt bol.
Lesbrief 3: Vliegen
5 Knip een stukje van 9 centimeter af van een rietje. Steek deze door de gaatjes in de vleugel en zet hem vast met een stukje
plakband.
6 Prik een satéprikker, een beetje schuin naar achter, vooraan in een plaatje piepschuim.
7 Schuif de vleugel met het rietje over de prikker.
8 Blaas nu hard, en recht van voren, tegen de vleugel.
(je kunt hiervoor ook een föhn gebruiken)
De vleugel gaat omhoog, dit heet liftkracht.
Maar hoe kan het eigenlijk dat de vleugel omhoog gaat?
14
Lesbrief 3: Vliegen
Uitleg
De vleugel is bol aan de bovenkant en vlak aan de onderkant. Als we
tegen de voorkant van de vleugel blazen dan stroomt er lucht onder
en boven langs de vleugel. (Dit zelfde gebeurt als een vliegtuig
vooruit gaat) Maar de weg die de lucht aan de bovenkant (de bolle
kant) aflegt is langer dan de weg van de lucht aan de onderkant van
de vleugel (de platte kant).
Lucht bestaat uit heel veel kleine deeltjes. Deze luchtdeeltjes worden
altijd gelijkmatig verdeeld over de ruimte.
Omdat de lucht aan de bovenkant van de vleugel een langere weg
(dus een grotere ruimte) heeft komen de luchtdeeltjes verder van
elkaar af. De lucht aan de bolle bovenkant van de vleugel wordt als
het ware lichter. Dit heet een lage luchtdruk.
De lucht aan de bolle bovenkant van de vleugel is lichter dan de
lucht aan de platte onderkant van de vleugel. De luchtdruk aan
de onderkant is dus hoger dan de luchtdruk aan de bovenkant.
Daardoor duwt de lucht aan de onderkant de vleugel omhoog.
Dit heet liftkracht.
15
Lesbrief 3: Vliegen
Papieren vliegtuigen
Nu je weet dat lucht echt iets kan dragen wordt het tijd om te
gaan vliegen. Meestal mag het niet op school, maar nu mag je wel
vliegtuigjes vouwen!
Benodigdheden
30 ­v elletjes A4 papier (zo dun mogelijk)
Opdracht
1. Iedereen kiest één vliegtuigje uit de volgende twee pagina's. Vouw nu je eigen vliegtuigje. Zorg dat alle vijf vliegtuigjes gemaakt worden. Aan de plaatjes kun je zien hoe je elk vliegtuigje moet vouwen.
2. Als de vliegtuigjes klaar zijn, gooi dan elk vliegtuigje zo ver mogelijk weg vanaf dezelfde hoogte. Welke komt het verst?
3. Misschien helpt het als je nog iets verandert aan de vleugels? Kun je ze groter maken? Of kun je de uiteinden met behulp van een potlood omkrullen naar boven of naar beneden? Probeer het eens.
4. Gooi elk vliegtuigje nog een keer zo ver mogelijk weg vanaf dezelfde hoogte. Welke komt nu het verst? Heb je een verklaring waarom deze het beste is?
Uitleg door leerkracht
Grotere vleugeloppervlakte en hogere snelheid zorgen voor
meer draagkracht. De vorm van de vleugel bepaalt vooral of de
luchtstroom het vliegtuigje naar beneden of naar boven duwt.
Naarmate een vliegtuigje (doordat het bijvoorbeeld goed opstijgt)
meer verticaal in de lucht hangt wordt het vleugeloppervlak
waarmee het vliegtuigje op de lucht zweeft kleiner.
16
Lesbrief 3: Vliegen
1.
1.
17
Lesbrief 3: Vliegen
2.
2.
3.
3.
18
4.
5.
4.
5.
Lesbrief 3: Vliegen
Stuwkracht
Je hebt ervaren dat op lucht iets kan drijven. Beter gezegd: zweven.
Vliegmachines worden door lucht gedragen. Maar hoe komt een
vliegmachine eigenlijk vooruit?
Je papieren vliegtuigje moest je zelf met je arm weggooien. In
de natuur en bij vliegmachines werkt het anders. Vogels hebben
bewegende vleugels die de lucht naar achteren duwen waardoor ze
zelf als het ware naar voren geduwd worden. Dit heet stuwkracht.
De meeste vliegtuigen hebben vleugels die niet bewegen. Hebben
ze dan geen stuwkracht nodig om vooruit te komen? Jawel hoor!
Vliegtuigen gebruiken motoren om de lucht heel hard naar achteren
te duwen. Daardoor duwen ze zichzelf als het ware vooruit. Je kunt
het vergelijken met een opgeblazen ballon waarvan je het open
uiteinde loslaat. Ga dat eens testen!
Deze opdracht doe je met de hele groep.
Benodigdheden
Langwerpige ballon
Plakband
Dik rietje Schaar
3 meter glad touw
1. Knip een stukje van 5 centimeter van een rietje af.
2. Doe het touw door het afgeknipte stuk rietje.
3. Blaas de ballon op en houd hem dicht. Plak het rietje op de zijkant van de ballon met stukjes plakband.
4. Hang het touw strak op tussen 2 punten of houd het touw met twee kinderen strak vast.
5. Houd de ballon vast in het midden van het touw.
6. Laat de ballon los. Welke kant gaat deze in?
19
Lesbrief 3: Vliegen
Uitleg
In een opgeblazen ballon zitten heel veel luchtdeeltjes opgesloten
in een kleine ruimte. De luchtdruk in de ballon is hoger dan de
luchtdruk buiten de ballon. Luchtdeeltjes willen altijd gelijkmatig
verdeeld worden over de ruimte. Daarom stroomt de lucht altijd van
een plaats met een hoge luchtdruk naar een plaats met een lage
luchtdruk.
De lucht wil dus graag de ballon uit. Als je de ballon loslaat, kan de
lucht maar in één richting de ballon uitstromen. Doordat de lucht
aan deze kant eruit stroomt duwt de lucht de ballon precies de
andere kant op.
Propellers of straalmotoren duwen ook de lucht één bepaalde kant
op waardoor een vliegmachine vooruit geduwd wordt. Dit heet
stuwkracht.
De stuwkracht duwt een vliegtuig vooruit. De lucht stroomt daardoor
onder en boven de vleugel door. Onder de vleugel is de luchtdruk
hoger dan boven de vleugel. Daardoor gaat het vliegtuig niet alleen
vooruit maar gaat het ook omhoog!
20
Lesbrief 3: Vliegen
OPDRACHT 3: Wat heb je geleerd?
Je hebt balletjes hoog gehouden, een vliegtuigvleugel gemaakt,
vliegtuigjes gevouwen en een ballon weg laten schieten.
Kijk eens terug hoe dat ging. Wat heb je eigenlijk geleerd?
Benodigdheden
Vel papier
Potlood of pen
Vragen
1. Het balletje bleef zweven boven de föhn of het rietje.
Waarop bleef het balletje zweven?
Antwoord: Het balletje werd gedragen op de lucht. Lucht is
onzichtbaar, maar het bestaat uit deeltjes die iets kunnen dragen.
2. Toen het balletje omhoog ging. Waar was de luchtdruk hoger?
Aan de onderkant of aan de bovenkant?
En toen het balletje stil hing in de lucht?
Antwoord: Toen het balletje omhoog ging was de luchtdruk aan de
onderkant van het balletje het hoogst. Toen het balletje stil hing was
de luchtdruk aan de onderkant nog steeds hoger dan de luchtdruk
aan de bovenkant. Maar het balletje ging niet verder omhoog. De
luchtdruk aan de bovenkant wordt geholpen door de zwaartekracht
(de aantrekkingskracht van de aarde). De zwaartekracht is samen
met de luchtdruk aan de bovenkant even sterk als de luchtdruk aan
de onderkant.
21
Lesbrief 3: Vliegen
3. Toen je vliegtuigjes vouwde merkte je dat het ene vliegtuigje verder kwam en langer in de lucht bleef dan het andere vliegtuigje. Kun je opschrijven waarom dat was?
Antwoord: Grotere vleugeloppervlakte en hogere snelheid zorgen
voor meer liftkracht. De vorm van de vleugel bepaalt vooral of de
luchtstroom het vliegtuigje naar beneden of naar boven duwt.
Naarmate een vliegtuigje (doordat het bijvoorbeeld goed opstijgt)
meer verticaal in de lucht hangt wordt het vleugeloppervlak
waarmee het vliegtuigje op de lucht zweeft kleiner.
4. Weet jij met welke middelen de piloot de luchtdruk boven en onder de vleugel kan regelen?
Antwoord: als de piloot gas geeft gaat het vliegtuig sneller vooruit.
Hoe het sneller het vooruit gaat, hoe groter het verschil tussen de
luchtdruk boven en onder de vleugel. Daarnaast kan de piloot met
flappen aan de vleugel de vorm van de vleugel veranderen.
5. Stuwkracht wordt gebruikt om een vliegmachine vooruit
tebewegen. Maar een helicopter dan? Gebruikt deze ook stuwkracht? In welke richting? Teken een helicopter en de stuwkracht.
Antwoord: een helicopter gebruikt stuwkracht in 2 richtingen. Naar
onderen (dit heet dan weer liftkracht) om zich omhoog te duwen (de
helicopter heeft immers geen vleugels die op de lucht zweven). Maar
ook naar achteren. De stuwkracht naar achteren wordt geleverd door
de rotorbladen een beetje schuin te zetten. Daardoor blazen ze ook
naar achteren. Somige helicopters hebben een extra straalmotor die
lucht naar achteren blaast om nog sneller te kunnen vliegen.
22
Lesbrief 3: Vliegen
6. Kun je stuwkracht ook gebruiken op het land of in het water? Schrijf op welke voertuigen je kent die stuwkracht gebruiken op het land of water. Hoe heet het onderdeel dat zorgt voor de stuwkracht?
Mogelijke antwoorden:
Land voorbeelden: een hovercraft gebruikt ventilatoren om vooruit
te komen en om een stukje boven het water te zweven. Als een
vliegtuigje over de startbaan rijdt gebruikt deze propellers of
straalmotoren om vooruit te rijden.
23
Lesbrief 3: Vliegen
Water voorbeelden: een motorboot gebruikt een schroef die water
naar achteren stuwt; een moerasboot gebruikt ventilatoren die lucht
naar achteren stuwen; een jetski (waterscooter) pompt water onder
de jetski naar binnen en spuit het achter aan de jetski weer naar
buiten; een hovercraft gebruikt ventilatoren om vooruit te komen en
om een stukje boven het water te zweven.
Extra leuk:
Op de opdrachtpagina van de website van De Uitvinders staan enkele
links naar filmpjes waarop mensen wel heel bijzondere voertuigen
gebruiken om te vliegen! Je kunt de filmpjes afspelen op je Digibord.
7. Vind jij vliegen interessant? Wist je dat in Nederland lang vliegtuigen zijn gebouwd van het merk Fokker? Nog steeds worden heel veel vliegtuigonderdelen gebouwd in Nederland. Kun je op internet vinden welke bedrijven dat doen en wat ze maken?
Mogelijke antwoorden:
-Fokker Landing Gear: landingsgestellen
-TU Delft ontwikkelde samen met het bedrijf Stork een nieuw
materiaal genaamd ‘Glare’. Dit materiaal is veel lichter dan
aluminium dat nu vaak voor vliegtuigen gebruikt wordt. Het is
anderhalf keer zo sterk als staal! Het wordt onder andere gebruikt in
de Airbus A380
-De luchtvaartgigant Boeing vestigt zich in Midden-Brabant met zijn
wereldwijde opleiding voor helikopter-mecaniciens.
-En vele andere toeleveranciers van onderdelen voor vliegtuigen en
helicopters zijn in Nederland gevestigd! Stoelen, vliegsimulators,
navigatie instrumenten, enzovoort enzovoort!
24
Lesbrief 3: Vliegen
colofon
Colofon
Uitgave 2014 Stichting de Uitvinders | www.deuitvinders.com
Concept en realisatie
Atelier Vrijdag
Dit project wordt gefinancierd door bijdragen van Brabant voor Techniek!,
de Europese Commissie en sponsoren uit het bedrijfsleven.
Programma
Een leven
lang leren
Uit deze publicatie mag niets worden gekopieerd of gereproduceerd zonder schriftelijke
toestemming van De Uitvinders
Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese Commissie.
De verantwoordelijkheid voor deze publicatie ligt uitsluitend bij de auteur; de Commissie
kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van de informatie die erin is vervat.
25