werkplan en activiteiten 2014

Activiteiten werkplan VFO 2014
1. Belangenbehartiging
a) Ontwikkelingen van een strategische visie voor de branche
In 2013 zullen de contouren van het nieuwe strategisch beleidsplan met de leden worden besproken.
De discussie met de leden zullen in de eerste maanden van 2014 plaatsvinden, waarna het nieuwe
strategisch beleidsplan in de voorjaars ALV van 2014 kan worden voorgelegd. Uitgangspunt zijn de
visiestukken die er al zijn: Opvang 2020, visie op Meedoen en de uitkomsten discussie
identiteitsgroep vrouwenopvang. Hierop zal worden voortgebouwd om te komen tot een scherpe visie,
die de richting van de Vereniging de komende jaren zal bepalen. De Vereniging kent meerdere
stromingen en het is belangrijk dat deze stromingen onderkend worden en bevraagd op specifieke
behoeften.
Voorwerk: visieontwikkeling vrouwenopvang
De instellingen voor vrouwenopvang hebben in 2013 al geïnvesteerd in de herdefiniëring van haar
identiteit en visie op de toekomst. Eind 2012 is hiertoe een Initiatiefgroep Identiteit opgezet, bestaande
uit vijf lid-instellingen vrouwenopvang. Het bureau heeft in samenspraak met de Identiteitsgroep een
plan van aanpak geformuleerd dat is gefinancierd via een pluspakket. De doelstelling van het
Identiteitstraject was te komen tot een nieuwe visie, missie, kernwaarden, naamgeving en
implementatiestrategie. De Identiteitsgroep heeft hiertoe de voorbereidende besprekingen gevoerd en
de resultaten teruggekoppeld aan het Directeurenoverleg Vrouwenopvang.
Een gezamenlijke visie op de maatschappelijke context is in maart 2013 aangenomen. De missie
geeft de ambitie van de sector voor de komende jaren weer en omvat de volgende elementen:
1. We bieden directe opvang, bescherming en hulpverlening voor volwassenen en kinderen in geval
van huiselijk geweld (in crisissituaties).
2. We pakken huiselijk geweld aan (dit omvat aanbieden expertise aan partners en wijkteams, het
bieden van een vluchtweg als nodig en systeemgericht werken met erkenning van de
kwetsbaarheid van vrouwen en kinderen).
3. We voorkomen duurzaam de herhaling van huiselijk geweld, waaronder intergenerationele
overdracht.
4. We zorgen voor samenhang in de aanpak en voeren een risicotaxatie uit.
Op basis van deze missie heeft de Identiteitsgroep gewerkt aan een voorstel tot een strategie voor de
periode 2014 - 2018. Deze zal ingezet worden als bouwsteen voor het meerjaren strategisch
beleidsplan van de Vereniging. Succesbepalende factoren om deze missie waar te maken zijn: vanuit
perspectief van (1) opdrachtgevers, (2) cliënten en ketenpartners, (3) bedrijfsvoering en interne
processen van de leden en (4) leren, innoveren en groei. In de komende maanden werkt de
Identiteitsgroep samen met het bureau deze strategie verder uit met doelstellingen, prestatie
indicatoren, activiteiten en verantwoordelijken. Ten aanzien van de rol van de Federatie Opvang zijn
een aantal kerntaken geïdentificeerd die in de discussies over het meerjaren strategisch beleidsplan
van de Vereniging ook zullen worden ingebracht.
b) Beïnvloeding van de wet- en regelgeving
Cliënten hebben meervoudige problemen. Voor de oplossing hiervan moet vaak gebruik gemaakt
worden van voorzieningen waarvoor specifieke wetgeving van toepassing is. De beïnvloeding van
wet- en regelgeving bestrijkt de volgende hoofdthema’s:
1. wonen;
2. zorg;
3. inkomen;
4. welzijn;
5. veiligheid (waaronder geweld in afhankelijkheidsrelaties, het nationaal Actieprogramma Huiselijk
Geweld);
6. meedoen (participatie, re-integratie);
7. kwaliteit.
De leden verwachten dat zij over de ontwikkelingen op deze thema’s snel en actueel worden
geïnformeerd, zodat zij zich daarmee in hun lokale omgeving positief en proactief kunnen positioneren
en profileren.
Door de decentralisaties verwachten gemeenten dat aanbieders erin slagen om een hulpaanbod te
leveren dat de essentiële levensdomeinen van een cliënt bestrijkt. Dit betekent een integraal
hulpaanbod van preventie tot nazorg, met als nieuwe speerpunten participatie en re-integratie. Het is
voor de leden essentieel dat zij weten welke ontwikkelingen zich in de markt voordoen, wat zij zelf aan
kunnen bieden en met welke expertisen vanuit de keten samengewerkt moet worden.
Een toenemend deel van het werk van het landelijk bureau zal worden besteed aan het volgen en
anticiperen op de aan de hierboven genoemde thema’s verbonden wet- en regelgeving. Het is niet
alleen van belang om op de uiteindelijke wetteksten te letten. Het proces dat daaraan voorafgaat
waaronder het beïnvloeden van beleidsnota’s maakt hiervan een substantieel deel uit. Vaak draait het
er in de verschillende fasen om, dat we voor de cliënten van de maatschappelijke opvang en
vrouwenopvang een uitzonderingspositie bepleiten.
Vanwege de complexiteit van de problematiek van de cliënten van de opvang en de daarop ingerichte
dienstverlening van onze leden, beslaat het werkterrein van de Federatie Opvang een zeer breed
scala aan wetgeving. Voorbeelden van voor onze leden relevante wetgeving zijn de AWBZ, de Wmo,
de Zorgverzekeringswet, de Sociale Zekerheid waaronder de Wet Wajong, de WsW, de WwB, de
Participatiewet, de kwaliteitswetgeving, de huisvestingswet, de wet op de Jeugdzorg, de
schuldhulpverlening en de Forensische zorg. Daarnaast nog de Wet cliëntenrechten zorg, de
kwaliteitswet, het strafrecht, het civielrecht, het bestuursrecht, de wet Meldcode en de
huisvestingswet.
Ook is Europese regelgeving relevant, waaronder het Raad van Europa verdrag inzake geweld tegen
vrouwen en huiselijk geweld, het herziene Europees Sociaal Handvest en het Europees Verdrag van
de Rechten van de Mens.
Het is duidelijk dat, gezien deze brede scope, er door de werkorganisatie steeds zicht moet worden
gehouden op alle op de sector van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Daarbij moeten ook keer op
keer keuzes worden gemaakt ten aanzien van welke ontwikkelingen in de wetgeving voor de leden
van het grootste belang zijn. In 2014 zal nog meer dan nu met andere branches samenwerking
worden gezocht, om na te gaan of het mogelijk is gemeenschappelijk op te trekken en of zij eventueel
de belangen van de branche in hun lobby mee kunnen nemen.
Speciale aandacht gaat er vanuit de werkorganisatie in ieder geval uit naar de volgende
aandachtsgebieden:
- transities decentralisatie begeleiding AWBZ, inloop GGZ, dagactiviteiten en Jeugdzorg;
2
- overheveling langdurige GGZ naar de Wmo
- bestuurlijk akkoord Rijk – GGZ;
- beïnvloeding van de zorginkoop AWBZ;
- beïnvloeding zorginkoop Forensische zorg;
- huisvesting;
- Participatiewet;
- meedoen / participatie;
- geweld in afhankelijkheidsrelaties;
- veiligheid;
- verdeelmodel vrouwenopvang;
- bestrijding mensenhandel en daaraan gerelateerde prostitutie en economische uitbuiting.
Toelichting
Transities
De invoering van de decentralisaties AWBZ is voorzien voor 2015. De belangenbehartiging op dit punt
zal worden voortgezet. Het nieuwe regeerakkoord kan leiden tot wijzigingen in de plannen van de
overheid. Dit kan betekenen dat in de loop van 2014 de prioriteiten bijgesteld moeten worden.
De decentralisatie van de Jeugdzorg is in gang gezet. De wet is door de Tweede Kamer aangenomen.
De invoering is voorzien voor 2015. Het betreft een nieuw speelveld en er liggen grote kansen voor de
leden om zich als nieuwe aanbieder te profileren. Door de transitie Jeugdzorg ligt er een kans om de
positie van dakloze jongeren en kinderen die meekomen met een ouder naar de MO en VO, kinderen
die zelfstandig worden opgenomen in de MO en VO waaronder meisjes die slachtoffer zijn van
eerwraakdreiging, loverboys of mensenhandel en tienermoeders, te versterken en een soepele
overgang vanuit de jeugdzorg te bewerkstelligen. De Federatie Opvang gaat zwaar op deze
doelgroepen inzetten, is zeer proactief in de positionering van de belangen van genoemde
cliëntgroepen en lidinstellingen op landelijk niveau en ondersteunt desgewenst de instellingen in de
positionering op lokaal niveau.
Bestuurlijk akkoord Rijk - GGZ
Het Bestuurlijk akkoord Rijk – GGZ voorziet in afbouw van bedden. Dit akkoord is door ambtelijke
fouten zonder betrokkenheid van de Federatie Opvang gesloten. De leden geven aan niet gedwongen
te willen worden tot afbouw van bedden zonder dat de randvoorwaarden goed zijn ingevuld
(voldoende woningen – een gegarandeerd inkomen).
Beïnvloeding zorginkoop AWBZ/WMO
De beïnvloeding van de zorginkoop is voor de toekomstige financiering van de activiteiten van de
leden van cruciaal belang. Er vindt volgens de plannen van het rijk een verschuiving plaats van de
AWBZ naar de WMO en de LIZ. De Federatie Opvang zal haar invloed aanwenden om waar mogelijk
de leden te ondersteunen in de voorbereidingen van de zorginkoop voor 2015.
Beïnvloeding zorginkoop Forensische zorg
Ruim 20 leden hebben een contract met het Ministerie van Justitie voor het bieden van forensische
zorg. De Federatie Opvang zal zich ook in 2014 inzetten voor het gunstig beïnvloeden van de
inkoopvoorwaarden voor deze leden. Ook zullen bijeenkomsten voor deze groep leden georganiseerd
worden.
Vrouwenopvang en aanpak huiselijk geweld
Ten aanzien van de belangenbehartiging voor de vrouwenopvang ligt het accent op thema´s zoals
veiligheid en intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Deze omvat ook samenwerking met
ketenpartners, waaronder de justitiële partners als politie en OM, op landelijk niveau. De doelen van
de belangenbehartiging zullen worden afgestemd met de leden en op basis van de gezamenlijk
3
bepaalde strategie. De belangenbehartiging zal ook worden gericht op kennis- en
onderzoeksinstituten voor het opstellen van een kennisagenda. Het gaat hier om benutten van
bestaande kennisinstituten en netwerken en het actief halen, ontsluiten en benutten van kennis die
relevant is voor de sector t.b.v. belangenbehartiging en als onderbouwing van de aanpak door de
sector. Het gaat ook om interne en externe kennisdeling (zie ook paragraaf 8 over kennismanagement
en innovatie).
Internationale samenwerking en ontwikkeling, waaronder deelname aan GNWS, Wave, kennis delen
met internationale partners (dit is onderdeel van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en
maatschappelijke betrokkenheid van de sector) zijn onderdeel van de belangenbehartiging.
Preventie, participatie en re-integratie
Gemeenten geven aan prioriteit te willen geven aan preventie, participatie en re-integratie. Met de
Participatiewet wil het kabinet bereiken dat zoveel mogelijk mensen deelnemen (participeren) in de
samenleving. De Participatiewet voegt de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en
een deel van de Wajong samen. Er is straks dus één regeling voor iedereen die in staat is om te
werken.
De sector heeft duidelijke vorderingen gemaakt t.a.v. het bevorderen van meedoen aan de
samenleving. Deze ervaringen zullen actief meegenomen worden in de discussies. Een belangrijk
toetssteen zal zijn of er in de decentralisaties en t.a.v. de participatiewet voldoende aandacht is en
ruimte om onze cliënten volop te laten profiteren van de hoge ambities. Er is een risico dat cliënten
tussen wal en schip dreigen te vallen, omdat wetsartikelen op dit moment onvoldoende op elkaar aan
lijken te sluiten.
In de nieuwe benadering van VWS is ook preventief gezondheidsbeleid aan de orde. Sport en
bewegen en andere vormen van participatie zijn belangrijk in dit kader. We zullen hier onze invloed
aanwenden. We zijn bijv. rondom sport en bewegen in gesprek met NOC*NSF, daar liggen kansen
om sport en bewegen voor kwetsbare groepen en de link naar gezondheid te leggen. De
projectmatige aanpak kan hier zeker ook als vliegwiel fungeren om beleidsmatige discussies verder
aan te zwengelen.
c) Werkgeversfunctie
Het is de bedoeling dat er vanaf 2014 gewerkt wordt met een nieuwe CAO Welzijn. Daarnaast zijn er
mogelijkheden om vooruitlopend op de invoering van de nieuwe Wmo de beroepsontwikkeling van de
sector te profileren in het verlengde van de methodieken Herstelwerk en Krachtwerk. De kansen
hiertoe zullen worden verkend.
De Vereniging vult in 2013 in samenwerking met de MOgroep de werkgeversfunctie uit. Hiervoor zijn
een aantal leden actief in de Werkgevers Afvaardiging Federatie Opvang (WAFO) Uit het onderzoek
van Van Spaendonck BrancheAdvies blijkt dat de leden nog niet eensgezind zijn over deze nieuwe
taak voor de Vereniging. De overeenkomst met de MOgroep zal worden geëvalueerd. De activiteiten
zullen in 2014 in ieder geval worden voortgezet. Dit betekent ondersteuning van de WAFO en het
deelnemen aan het overleg met de MOgroep bij de CAO-tafels.
4
d) Activiteiten voor de Vereniging met behulp van externe financiering
De leden hebben aangegeven dat de projecten die het bureau uitvoert in directe relatie moeten staan
tot het werk van de leden op geleide van de behoefte van de leden. Dit betekent dat er een uitvraag
zal plaatsvinden onder de leden welke ondersteuning in de vorm van projecten zij wensen die door het
bureau uitgevoerd kunnen worden. Op basis van een met de leden te ontwikkelen afwegingskader zal
n.a.v. deze uitvraag een projecten portefeuille worden opgesteld. Daarna zullen de prioriteiten worden
voorgesteld, begrotingen gemaakt en een voorstel worden voorgelegd tot financiering.
Daarnaast zijn er projecten die al in uitvoering zijn. Deze projecten zullen natuurlijk volgens de
afspraken met de opdrachtgever(s) worden afgemaakt. Het is goed mogelijk dat een deel van deze
projecten valt binnen de door de Vereniging vastgestelde kaders en mogelijk ook na afloop
gecontinueerd kunnen worden. Een belangrijk aspect bij de beoordeling van de projecten is of zij
overeenstemmen met de behoeften van de leden.
De projecten die in 2014 worden voortgezet zijn:
A. Ondersteuning Decentralisatie
B. Programma Meedoen
C. Participatie en Werk
D. Van de Straat
E. Spelenderwijs bewegen
F. Regio Aanpak Veilig Thuis
G. Verbeterplan Vrouwenopvang
H. Veerkracht
I. Digitale initiatieven
J. Implementatie en borging Wet Meldcode bij steunpunten huiselijk geweld
K. Wereldconferentie Vrouwenopvang
A-
Project Ondersteuning Decentralisatie
Financier: VWS
Algemeen
Het totaal van de decentralisaties en transities zal een grote impact hebben op zowel de organisaties
binnen onze branche, als op haar kwetsbare doelgroepen. Dit maakt de noodzaak tot gerichte
ondersteuning van de aangesloten leden belangrijk.
Doelstelling en beoogde resultaten
 Het verspreiden van kennis, inzicht en handreikingen op het gebied van de decentralisatie van
begeleiding vanuit de verschillende nieuwe wetten (Wmo 2015, LIZ, ZVW, Jeugdwet en
Participatiewet).
 Ondersteuning bieden zodat zorgaanbieders in de MO/VO in 2014 afspraken met gemeenten,
cliëntenorganisaties en ketenpartners kunnen maken over de organisatie, invulling en
verantwoording van de te leveren begeleiding, binnen de Wmo 2015 en de nieuwe Jeugdwet.
Specifieke aandacht hierbij gaat naar de invulling van integrale arrangementen voor de doelgroep
van de MO/VO. Bij dit laatste zullen ook de raakvlakken met de Participatiewet in ogenschouw
worden genomen.
 Het bevorderen dat een doelmatige en vernieuwende uitvoering van begeleiding door MO/VO
mogelijk is vanaf 2015, met een goede aansluiting bij de doelstellingen van de regionale
beleidskaders vanuit de gemeenten.
5



Het monitoren van de voortgang van het transitieproces op het gebied van ketensamenwerking
(inclusief transfermomenten), gemeenten-verzekeraars, administratieve lasten en
verantwoording, innovatie, informatieoverdracht en voorlichting van cliënten. Tevens het
monitoren van de praktijk op knelpunten en successen bij de instellingen voor MO/VO (‘oren en
ogen’). Zorgen dat de resultaten van deze monitor gedeeld worden en vergeleken met de monitor
vanuit de gemeenten en de andere branches.
Het in kaart brengen van personele en bedrijfsmatige gevolgen van de decentralisatie van
middelen naar de gemeenten. Het ontwikkelen van scenario’s om deze gevolgen hanteerbaar te
maken.
Het, in samenwerking met cliëntenorganisaties, bevorderen dat de representatie van cliënten bij
de gemeenten beter geregeld gaat worden.
B - Programma Meedoen in beweging
Financier: VWS
Algemeen
In vervolg op het project Meedoen! Sport en Bewegen en Meedoen! Participatie en Werk is door VWS
het project ‘Meedoen in beweging’ toegekend voor een periode van 3 jaar (2013-2016). In dit project
worden resultaten uit voorgaande deelprojecten gebundeld en ingezet om verdere borging van het
thema Meedoen binnen de branche te realiseren. Er wordt vanuit twee hoofdthema’s gewerkt:
gezondheid en participatie.
Doelstelling
Het structureel inbedden en borgen van het thema meedoen in de begeleiding van cliënten, waardoor
participatie van cliënten in de samenleving wordt vergroot.
Beoogde resultaten
 Het opleveren van een infrastructuur rondom het methodisch werken en begeleiden vanuit de
kracht van de cliënt.
 Het realiseren en uitbreiden van (lokale) netwerken ten behoeve van participatie van cliënten. Het
realiseren van nieuwe combinaties en aanpak in diverse meedoen-aspecten (bijvoorbeeld werk,
alfabetisering en sport etc.).
 Het verder concretiseren van de visie op meedoen en het landelijk netwerk om participatie
duurzaam mogelijk te maken.
 Het realiseren van een breed landelijk meedoen evenement dat dient als vliegwiel in het gehele
programma.
 Samenwerking en stevig draagvlak intern en extern.
C-
Project Participatie en Werk
Financier: VWS
Doelstelling
Het (weer) meedoen van cliënten uit de opvang en beschermd & begeleid wonen door activering en
toeleiding naar betaald werk. Dit project zou eind 2013 zijn afgerond, maar loopt door tot medio 2014.
Beoogde resultaten
 Met metingen is zicht verkregen op het aantal cliënten die in activerings- en werktrajecten zitten.
 Medewerkers hebben algemene kennis en kunde om cliënten te begeleiden naar activering en
werk. Zij zijn op de hoogte van de infrastructuur en hebben toegang tot het netwerk van activering
en werk.
 Er zijn 5 pilots opgestart. De pilots leiden tot voorbeelden van hoe een netwerk kan worden
opgebouwd en geven aan welke relevante partners moeten worden betrokken in dit netwerk. De
6

D-
pilots zullen informatie verschaffen over welke soorten werk en activering geschikt zijn voor de
verschillende doelgroepen.
Een effectief netwerk (landelijk en lokaal) binnen de wereld van participatie en werk.
Sport en Opvang interactief
Financiers SKAN fonds en Oranjefonds (2012 met uitloop naar 2014)
Doelstelling
Een samenwerking met verenigingen realiseren en een netwerk opzetten ten behoeve van het
organiseren van sportactiviteiten op lokaal niveau. Daarnaast een integratie van cliënten in de
reguliere sportwereld waardoor duurzaam sporten voor hen mogelijk wordt.
Beoogde resultaten
 Handreiking Verenigingen.
 Samenwerkingsafspraken met sportbonden, landelijk en lokaal.
 Het leveren van bijdragen aan de organisatie van lokale evenementen.
 Meer bewustwording bij leden t.a.v. het belang van sport en bewegen.
E-
Spelenderwijs bewegen
Financier St. Kinderpostzegels en Slachtofferhulp Nederland
Doelstelling
Een speciaal project voor kinderen in de opvang rondom de methodiek ‘Guppiesport’ en het
speeltoestel Multibox dat binnen de instellingen geplaatst kan worden. Kinderen komen spelenderwijs
in aanraking met sport en spel. Het project legt zo een basis voor kinderen om verder te gaan met
sporten en bewegen.
Beoogde resultaten
 Multiboxen voor een aantal opvanginstellingen.
 Een aparte training voor begeleiders.
 Lespakket t.b.v. de trainingen.
 Instructiemateriaal.
F-
Project Van de Straat
Financier Skanfonds
Algemeen
De focus van dit project richt zich op jongeren, die het risico lopen op straat terecht te komen door een
onveilige, niet stabiele thuissituatie, op jongeren die al feitelijk dakloos zijn of zonder een eigen thuis
en jongeren die in de opvang terecht zijn gekomen.
Stichting Zwerfjongeren Nederland, Kamers met Kansen en de Federatie Opvang hebben een coalitie
gesmeed en willen deze coalitie uitbreiden met partners om samen met de jongeren zelf de complexe
problemen van thuisloze jongeren op te lossen. Elke thuisloze jongere krijgt een eigen plan, waarmee
hij of zij passend onderdak (een eigen thuis) krijgt, zicht heeft op een zelfstandig economisch bestaan
en de ondersteuning die nodig is om dit te realiseren. Om dit te realiseren, worden zowel de krachten
van de jongeren zelf als die van publieke en private partijen gemobiliseerd.
Doelstelling
Het zoveel mogelijk voorkomen van dakloosheid van jongeren door het realiseren van een gerichte en
individuele aanpak.
7
Beoogde resultaten
 Er is een proefregio ingericht en een ‘vakwerkplaats’ is operationeel.
 Iedere jongere in de proefregio heeft een eigen plan, dan wel uitzicht op een plan.
 Er is een plan van aanpak versterking jongereninitiatieven die samen met de jongeren is
uitgevoerd.
 Er is binnen de proefregio een participatiescan (nulmeting) uitgevoerd.
 Er is een plan van aanpak voor een trainingsmodule m.b.t. jongerenparticipatie voor stakeholders
ontwikkeld.
 Er is ingezet op kennisdeling en kennisspreiding, o.a. met adequaat voorlichtingsmateriaal om
partijen regionaal en landelijk te mobiliseren.
 Er is in voorjaar 2014 een landelijke bijeenkomst georganiseerd, waarbij de voorlopige resultaten
gepresenteerd worden t.b.v. kennisdeling.
 Er is een breed netwerk van relaties rondom Van de Straat waaronder de belangrijkste ministeries
en de VNG.
 Er is een beeld van relevante buitenlandse voorbeelden die zijn meegenomen waar
mogelijk/nodig.
G-
Programma RegioAanpak Veilig Thuis
Financier: VWS
Algemeen
Het Programma RegioAanpak Veilig Thuis werkt aan een verbeterd stelsel voor het aanpakken van
huiselijk geweld: preventie, opvang, herstel en nazorg. De aanleiding staat in de zogenoemde GIAbrief van de staatssecretaris van VWS (december 2011). Zij stelt daarin dat op basis van de Wmo niet
alleen centrumgemeenten, maar alle gemeenten verantwoordelijk zijn voor de ketenaanpak van
geweld in huiselijke kring. Het gaat daarbij niet alleen om opvang en herstel, maar (vooral) ook om
preventie, vroegsignalering en nazorg. De VNG en de Federatie Opvang spannen zich in 2013 en
2014 in om samen met partijen in het veld de knelpunten op te lossen. Op 1 januari 2015 hevelt het
ministerie van VWS ook de middelen voor de specifieke doelgroepen over naar de 35
centrumgemeenten.
Doelstelling
Het project beoogt een flexibel, decentraal en toekomstbestendig stelsel van opvang van slachtoffers
van geweld in huiselijke kring. Het uiteindelijke doel is het voorkomen van geweld in huiselijke kring en
betere hulp aan slachtoffers, plegers en kinderen.
Beoogde resultaten:
 Een praktisch format voor een regiovisie.
 Ondersteuning van gemeenten bij het opstellen van regiovisies.
 Een werkende monitor in- door- en uitstroom vrouwenopvang.
 Een bekostigingsmodel voor de opvang van specifieke groepen.
 Een kwaliteitsdocument vrouwenopvang.
H-
Verbeterplan vrouwenopvang
Financier: VWS
Algemeen
De aanleiding van het Verbeterplan Vrouwenopvang is het onderzoeksrapport ‘Maat en baat in de
vrouwenopvang’ van prof. dr. J. Wolf e.a. In het rapport worden verbeterpunten genoemd en
aanbevelingen gegeven. Het ministerie van VWS heeft op basis hiervan de Federatie Opvang
gevraagd om in 2008 een meerjarig projectplan in te dienen dat in nauwe samenwerking met de VO
8
instellingen, de VNG en de gemeenten is opgesteld.
Het Verbeterplan Vrouwenopvang richt zich op cliënten in de vrouwenopvang; vrouwen en kinderen.
Doelstelling
Het realiseren van hulpverlening die aansluit bij de hulpbehoefte van de cliënten, van goede kwaliteit
is en snel leidt tot een zelfstandig bestaan (veilig en weerbaar). Kort gezegd: passende, goede en
snelle hulpverlening.
Beoogde resultaten
Het project loopt nog door tot begin 2014.
 Evalueren, borgen en afronden van het Verbeterplan Vrouwenopvang m.b.t. de projecten
deskundigheidsbevordering en ontwikkeling beroepsprofiel, de methodieken Krachtwerk,
Veerkracht, de Screeningsinstrumenten en Life (P)review.
 Implementatie borging Krachtwerk.
 Implementatie van de methodiek Veerkracht in MO en VO.
 Opstellen evaluatie m.b.t. het Verbeterplan Vrouwenopvang (proces en resultaten).
 Organisatie van een afsluitend evenement ten behoeve van het Verbeterplan Vrouwenopvang.
I-
Veerkracht
Financier VWS
Algemeen
In het kader van het Verbeterplan Vrouwenopvang heeft de Federatie Opvang de methodiek
Veerkracht ontwikkeld. Veerkracht is een begeleidingsmethodiek voor de kinderen die slachtoffer zijn
van huiselijk geweld en die met de moeder meekomen naar de vrouwenopvang. Veerkracht is erop
gericht om de veiligheid, welzijn en ontwikkelding van het kind te bevorderen en geeft hiervoor
handvatten en werkprincipes aan.
Constateringen:
 Kinderen in de maatschappelijke opvang ontvangen onvoldoende begeleiding en hulpverlening.
Een begeleidingsmethodiek voor kinderen in de maatschappelijke opvang ontbreekt.
 De verschuiving naar begeleid wonen en ambulant werken zet zich door. Daarbij is specifieke
begeleiding en hulpverlening aan kinderen nodig om te voorkomen dat zij ongezien blijven.
Doelstelling
Het breed toepasbaar maken van de methodiek Veerkracht voor alle onderdelen van de
maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang: de crisisopvang, vervolgopvang, begeleid
wonen/ambulante hulpverlening.
Beoogde resultaten
 Het ontwikkelen en implementeren van een variant van Veerkracht voor de maatschappelijke
opvang.
 Het ontwikkelen en implementeren van een ambulante module van Veerkracht (voor zowel de
vrouwenopvang als de maatschappelijke opvang).
J-
Digitale initiatieven
Financier: Fonds Kinderpostzegels, Fonds Slachtofferhulp en VWS
Algemeen
Vanuit de Vrouwenopvang zijn een drietal initiatieven opgestart, namelijk:
 Het ontwikkelen van een mobiele applicatie, waarin informatie wordt gegeven wat te doen bij
situaties rondom huiselijk geweld.
9


Het ontwikkelen van een serious game, waarbij realistische situaties van vrouwen (en mannen)
met huiselijk geweld kunnen worden geoefend (A Room of my Own).
Het ontwikkelen van een digitale instrument dat ondersteuning biedt aan jongeren die huiselijk
geweld ervaringen hebben (Life (P)review / 10Power). Dit kunnen jongeren zijn die zelf slachtoffer
zijn van kindermishandeling, maar ook jongeren die getuige zijn geweest van huiselijk geweld.
Naast financiering van VWS is voor deze initiatieven ook elders externe financiering gerealiseerd.
Het betreft hierbij eerste praktijkproef, waaraan ook wetenschappelijke evaluatie wordt gekoppeld.
De uitvoering van de drie hierboven genoemde initiatieven zal een impuls geven om te komen tot een
verdere stimulering van activiteiten die tot doel hebben de ontwikkeling van producten en diensten in
Nederland op het gebied van on line diensten.
Doelstelling
Naast de traditionele manier van hulpverlening krijgen we in deze huidige tijd steeds meer te maken
met digitale middelen, zoals sociale media. De uitdaging daarbij is hoe ‘face tot face’ contacten en
digitale hulpverlening elkaar daarbij kunnen aanvullen en versterken.
Beoogde resultaten
 Een mobiele applicatie inzake huiselijk geweld.
 Een serious game, waarbij realistische situaties van vrouwen (en mannen) met huiselijk geweld
kunnen worden geoefend (A Room of my Own), alsmede een handleiding en ondersteunend
materiaal voor behandelaars.
 Een digitaal instrument c.q. serious game dat gericht is op de begeleiding van jongeren die
slachtoffer zijn van huiselijk geweld en die in de vrouwenopvang en of maatschappelijke opvang
verblijven.
 Een plan van aanpak (en exploitatiemodel) m.b.t. het stimuleren en coördineren van verschillende
activiteiten t.b.v. de ontwikkeling van een aantal producten en diensten in Nederland op het
gebied van on line diensten voor mensen bij geweld in afhankelijkheidssituaties en voor andere
kwetsbare mensen.
K-
Implementatie en borging Wet Meldcode bij steunpunten huiselijk geweld
Financier: VWS
Algemeen
Het project, een samenwerkingsverband tussen de Federatie Opvang, MOgroep W&MD en GGD
Nederland, is via GGD Nederland ingediend.
De Wet Meldcode is per 1 juli 2013 in werking getreden. De Wet Meldcode verplicht verschillende
beroepsgroepen tot het implementeren van een stappenplan om vermoedens van huiselijk geweld en
kindermishandling in een vroeg stadium bespreekbaar te maken en hulp te organiseren of om over te
gaan tot een melding bij het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) of Advies-en meldpunt
Kindermishandeling (AMK).
Doelstelling
Het voorbereiden van SHG’s op hun positie als wettelijk meldpunt huiselijk geweld in het kader van de
implementatie van de Wet Meldcode. In dit project ligt de focus op ondersteuning bij implementatie en
voor de borging daarvan door deskundigheidsbevordering.
Resultaten
 Algemene ondersteuning bij de implementatie van het Handelingsprotocol en bij de Wet
Meldcode.
 Deskundigheidsbevordering bij SHG’sop de volgende punten:
Implementatie Wet Meldcode
10


L–
Specifieke vormen van geweld
Samenwerken met gemeenten.
Een landelijke registratie op een aantal belangrijke kengetallen en afstemming met
registratiesysteem AMK in aanloop naar het AMHK.
De organisatie van landelijke SHG bijeenkomsten.
Kwartiermakerstraject wereldconferentie Vrouwenopvang
Financier: VWS/OCW en sponsoren
Algemeen
De Federatie Opvang is door het bestuur van het Global Network of Women’s Shelters (GNWS)
gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken voor de organisatie van de volgende
wereldconferentie Vrouwenopvang.
Het is bedoeling om deze wereldconferentie Vrouwenopvang te laten plaatsvinden in het najaar van
2015 of het voorjaar van 2016.
Ecorys heeft, in opdracht van de Federatie Opvang, een eerste verkenning gedaan van de
haalbaarheid met betrekking tot de organisatie van de wereldconferentie in Nederland. Conclusie van
het rapport is dat het interessant is om de derde Wereldconferentie Vrouwenopvang in Nederland te
organiseren. Hiervoor bestaat bij alle stakeholders een breed draagvlak. Daarnaast biedt het initiatief
veel kansen voor alle betrokken partijen en is het in principe financieel haalbaar.
Doelstelling
Op basis van de eerste verkenning naar de haalbaarheid van de derde wereldconferentie in
Nederland kan nog geen verantwoord definitief besluit genomen worden over de organisatie hiervan in
Nederland. Er is nog aanvullend onderzoek nodig, met name naar de financiering van de conferentie.
Ook zal de (project)organisatie en de inhoud van het programma verder uitgewerkt worden. Wanneer
dit is gebeurd kan de besluitvorming definitief worden (go / no go) over de organisatie van de derde
wereldconferentie in Nederland.
Resultaten
 Toezegging van sponsors (letters of intent) voor een substantieel deel van het begrote
sponsorgeld voor de conferentie voor 1 maart 2014, waarbij overtuigend kan worden onderbouwd
dat er zicht is op uiteindelijk volledige dekking van de kosten en afdichting van de financiële
risico’s.
 Een reële financiële begroting (met verschillende varianten//scenario’s) voor de vervolgfase.
 Notitie met doelen, gewenste resultaten en het voorlopige programma op hoofdlijnen.
 Voorstel voor keuze conferentiedatum, - locatie, congresbureau en gemeente.
 Opzet voor een interne en externe communicatiestrategie (incl. plan van aanpak voor de gehele
periode).
 Een efficiënte en effectieve organisatiestructuur t.b.v. de organisatie van de wereldconferentie.
11
2. Informatiebeleid
Inleiding
Op dit moment loopt er een onderzoek naar de optimale invulling en organisatie van de
informatiefunctie van de Vereniging vanaf 2014, met externe ondersteuning van het bureau
Significant. Een deel van de algemene contributie-inkomsten zal worden aangewend om te komen tot
het definitieve voorstel met betrekking tot de inrichting van de informatiefunctie van de toekomst. De
hiervoor geformuleerde uitgangspunten zijn:
 focus op een beperkte landelijke kengetallen die nodig zijn voor de landelijke belangenbehartiging
en die zo actueel mogelijk inzetbaar zijn;
 efficiënte aanlevering voor de leden en efficiënte verwerking en rapportage van deze gegevens;
 ad hoc uitvragen t.b.v. het genereren van actuele aandacht moet snel en efficiënt te organiseren
zijn;
 kijk naar de mogelijkheid naar samenwerking en kostendeling met andere partijen.
Om te voorkomen dat er continu ad hoc gegevens bij de leden wordt opgevraagd, is het van belang
dat de Vereniging jaarlijks een beperkt aantal speerpunten benoemd waarop dan gericht de gegevens
verzameld worden die voor de onderbouwing noodzakelijk zijn. Deze speerpunten zijn een afgeleide
van de strategische doelen van het meerjaren strategisch beleidsplan van de Vereniging.
Vaste taken
In het kader van Informatiemanagement voert de Federatie Opvang een aantal vaste taken uit:
e

1 lijns gebruikersondersteuning, gebruikersbeheer, advies kantoorautomatisering en telefoon

Datamanagement Landelijke gegevens

Bewerking van de landelijke gegevens t.b.v. informatieproducten

Secretariaat Verenigingscommissie Informatiemanagement

Deelnemen in landelijke overleggen

Beheer Opvangatlas

Beheer Monitor in- door- en uitstroom vrouwenopvang (start in de loop van 2014)
Deze taken blijven ook in 2014 bestaan. Voor Datamanagement en Bewerking landelijke gegevens
geldt dat zij zullen worden herbezien in het kader van het project Herzien Landelijke
Informatievoorziening.
12
3. Kwaliteitsbeleid
De kwaliteit van de branche wordt bepaald door verschillende samenhangende factoren: het
vakmanschap van de professional, kwaliteit en rendement van de dienstverlening, kwaliteit van de
organisatie, bestuur en toezicht. Waar het in de komende jaren om zal gaan is het zoeken naar, en
met de opdrachtgevers overeenkomen van, welke basisnormen echt iets zeggen over de kwaliteit, de
resultaten en ook leiden tot vermindering van bureaucratische systemen. Tegelijkertijd willen
overheden de huidige systemen met duidelijke controlemechanismen niet zomaar loslaten. Dit vraagt
om herijking van het kwaliteitsbeleid van de branche. De branche wil gekend zijn als goed presterende
organisaties. Wat we daaronder verstaan wordt, in termen van hedendaags kwaliteitsbeleid, door de
branche vastgesteld in dialoog met opdrachtgevers, cliënten en partners. Belangrijke elementen van
goed presteren zijn: - vakmanschap (competenties en standaarden voor vakvolwassenheid) vermogen tot reflectie - betrekken van de burger - kunnen samenwerken - zaken integraal aanpakken.
De nieuwe Wmo, als deze wordt aangenomen en voor zover nu bekend, vraagt van de
gemeenteraden om in de gemeenteverordening helderheid te bieden over kwaliteitseisen voor
voorzieningen en beroepskrachten uitsluitend voor zover betrekking hebbend op
maatwerkvoorzieningen. Het zal dan gaan om indicatoren die de kwaliteit meten van de geleverde
maatwerkvoorzieningen.
De nieuwe Jeugdwet kent ook kwaliteitsparagrafen, waarmee een aantal leden rekening te houden
hebben. Dit leidt uiteraard tot de oproep om afstemming en het voorkomen van elkaar overlappende
kwaliteitskaders en/of kwaliteitssystemen.
Aan het bestaande Zorginstituut wordt een Adviescommissie Kwaliteit Maatschappelijke
Ondersteuning gelieerd om voor bepaalde vormen van maatschappelijke ondersteuning professionele
standaarden of meetinstrumenten te ontwikkelen. Kortom, als alles doorgaat, staat er veel te
gebeuren. Uit contacten met gemeenteambtenaren blijkt dat bij hen het bewustzijn groeit dat hun rol in
de toekomst verandert en zij zich zullen moeten buigen over de vraag wat de kwaliteitseisen van
gemeentezijde, wat dit betekent voor hun rol als opdrachtgever en hoe zij kwaliteit getoetst willen zien.
Er ligt in dit verband voor de branche een unieke kans om hierin met de gemeenten samen op te
trekken. Als onderdeel van het landelijk project RegioAanpak Veilig Thuis wordt op dit moment
gewerkt aan een kwaliteitsdocument voor de residentiële vrouwenopvang. Het gaat om een door
gemeenten en aanbieders gedragen landelijk kwaliteitsdocument voor de opvang van slachtoffers van
geweld in huiselijke kring. Het document, dat in het eerste kwartaal van 2014 beschikbaar zal zijn,
geeft invulling aan de kwaliteit en de veiligheid in de keten (voor- en natraject) en afspraken over het
toezicht daarop. Gemeenten hebben al aangegeven dat dit document ook van waarde kan zijn voor
de invulling van de kwaliteitsparagraaf voor de Wmo en in het bijzonder voor de decentralisatie van de
langdurige zorg.
De sector heeft natuurlijk de afgelopen jaren niet stil gezeten. Het afgelopen jaar zijn een vijftal
sectorspecifieke indicatoren ontwikkeld, gebaseerd op het begrip ‘kwaliteit van leven’. Welke vorm van
interventie, hulp-, zorg- of dienstverlening ook wordt geboden, doel is om de kwaliteit van leven te
verbeteren dan wel zo optimaal mogelijk te bewaren. Het betreft daarbij de volgende indicatoren (c.q.
(levens)domeinen):
 Wonen
 Financiën
 Participatie
 Sociaal netwerk
 Veiligheid (alleen voor de Vrouwenopvang).
13
Het begrip ‘kwaliteit van leven’ is vanuit het perspectief van ‘zelfredzaamheid’ geoperationaliseerd. Dit
perspectief is ontleend aan de huidige Wmo en de daarin beschreven maatschappelijke norm waarin
burgers in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor hun eigen welzijn en kwaliteit van leven. Door op
gestandaardiseerde wijze een 0-meting en vervolgmeting(en) te doen met de indicatoren, wordt
inzichtelijk hoe de ontwikkeling van de zelfredzaamheid van de cliënt is.
Eind 2013/begin 2014 start binnen twee instellingen een pilot met als doel het toepassen van de
indicatoren zodat de effecten van de interventies meetbaar en inzichtelijk kunnen worden gemaakt,
zowel bij de cliënten als voor het hulpverleningsproces en bij de hulpverleners.
14
4. Kennismanagement en innovatie
Kennismanagement en innovatie staan niet op zichzelf. Ze zijn ondersteunend aan de
belangenbehartiging, geeft inzicht in de kwaliteit en professionaliteit van het handelen en versterkt de
positie van de leden. Het is daarbij van belang om gebruik te maken van bestaande kennis en dat er
voldoende ruimte is voor het ontwikkelen van nieuwe kennis. Een goede samenwerking tussen de
VFO en de wetenschappelijke wereld en kennis- en onderzoeksinstituten is belangrijk. Ook maakt het
duidelijk welke methoden wel goed werken en welke niet. Wat is hiervan het belang van de sector?
 Versterking eigen positie.
 Mogelijkheden tot zorgvernieuwing.
 Versterking kwaliteit/professionaliteit.
De taken van de kennisfunctie zijn:
 Signaleren: het volgen van politieke, maatschappelijke en internationale ontwikkelingen en
koppelen van deze aan de belangenbehartiging.
 Verbinden: het leggen van verbindingen tussen verschillende thema’s en
onderzoeksprogramma’s.
 Inspireren: de leden van de VFO inspireren onder meer het gericht organiseren van
(kennis)bijeenkomsten.
 Faciliteren: kennis kan alleen gebruikt worden als deze toegankelijk is. Welke kennisbanken zijn
er beschikbaar? Er ligt daarbij een relatie met ‘Informatiemanagement’.
 Strategisch advies: wat zijn de uitdagingen van morgen. Welke kennis is daarvoor nodig? Dit
kan ondersteund worden door verkenningen, zoals kenniskamers, expertbijeenkomsten en
strategisch onderzoek.
De branche heeft de afgelopen jaren al in kennismanagement en innovatie geïnvesteerd. We noemen
hier de volgende voorbeelden:
 Een elftal MO-instellingen heeft met OMZ van UMCN St. Radboud de Academische werkplaats
Sociale Uitsluiting en Dakloosheid opgestart. Na een eerste periode van 5 jaar is de
samenwerking vanaf begin 2013 met 5 jaar verlengd. Doel van deze Academische werkplaats is
het ontwikkelen en verspreiden van kennis en deskundigheid van de betrokken organisaties over
in- en uitsluitingsprocessen van kwetsbare mensen.

De Academische werkplaats Huiselijk geweld is begin 2013 beëindigd. Instellingen voor VO zijn
op basis van de ervaringen van deze Academische werkplaats en de resultaten van het
Verbeterplan VO zich aan het beraden hoe verder te gaan.

Er is draagvlak binnen de branche in het gezamenlijke streven om te komen tot een branchebrede
borging van krachtgericht basismethodieken. Besluitvorming hoe dit organisatorisch te regelen, in
afstemming met UMCN, wordt begin 2014 verwacht.

T.b.v. het Kennisprogramma Maatschappelijke Opvang is, samen met Phrenos en UMCN/Omz,
een project bij ZonMw ingediend. Een vervolgproject voor het uitwerken van een
gemeenschappelijk raamwerk voor herstel en participatie is in voorbereiding.

Een project bij VWS is ingediend om enkele digitale hulpverleningstoepassingen verder te
ontwikkelen. De uitvoering hiervan zal een impuls geven om te komen tot een verdere stimulering
van activiteiten die tot doel hebben de ontwikkeling van producten en diensten in Nederland op
het gebied van on-line diensten. Daar waar mogelijk wordt daarbij gebruik gemaakt van de
gerealiseerde producten in het kader van het Verbeterplan Vrouwenopvang.
15

Daarnaast zijn er veel lidinstellingen die op één of andere manier op lokaal of regionaal niveau
met activiteiten in het kader van kennismanagement actief zijn.
16
5. Communicatie & PR
In deze paragraaf vindt u de hoofdlijnen van het communicatiebeleid van de Vereniging Federatie
Opvang. Het ontwikkelen en uitvoeren van een strategisch communicatiebeleid is het uitgangspunt,
gericht op het versterken van de belangenbehartiging, het verbeteren van de leden- en externe
communicatie, het bewerkstelligen van een voor de branche positief imago en het realiseren van een
krachtige landelijke en lokale positionering. Goede communicatie draagt bij aan een uitstekende
reputatie bij (potentiële) financiers, overheden, relaties, cliënten en het publiek.
Ook voor communicatie & PR geldt dat de concrete invulling zal plaatsvinden tijdens het opstellen van
het strategisch beleidsplan. Juist in dit tijdsgewricht geldt: ’be good and tell it!’.
Vooruitlopend op het strategisch meerjaren beleidsplan zijn er genoeg aanknopingspunten om uit te
werken. De vrouwenopvang is in een proces van herbezinning op haar identiteit. Dit vraagt om een
vertaling in communicatie activiteiten. Ook de drie decentralisaties vragen om een goede profilering
van de cliënten en de inspanningen van de leden. Dit betekent dat er doorlopend aandacht zal zijn
voor communicatie uitingen die de actuele belangenbehartiging ondersteunen. Daarnaast zullen we
de leden zo goed mogelijk informeren langs de gebruikelijke weg via de website, (www.opvang.nl) de
ledennieuwsbrief, Beeld van de Opvang, social media (twitter account) en fact sheets.
Richting politiek, partners en de media vindt vooral sturende communicatie plaats.
De doelgroepen
De vier belangrijkste doelgroepen van communicatie voor de Vereniging Federatie Opvang zijn:
 de leden;
 de politiek;
 de partners/stakeholders;
 de media.
De speerpunten:

communicatie gericht op de strategische ondersteuning en uitvoering bij de belangenbehartiging
ondersteunend aan de nieuwe strategische koers van de Vereniging;

optimale ledencommunicatie: de leden van de vereniging krijgen tijdig en volledig de informatie
waar behoefte aan is;

communicatie ter ondersteuning van de door de Vereniging geaccordeerde projecten

corporate communicatie: zichtbaar maken van data, facts & figures, trends & ontwikkelingen;

crisis communicatie: op basis van een draaiboek inzet van communicatie bij calamiteiten;

Sectorspecifieke communicatie op vraag van (groepen) van leden. Dit valt niet binnen de
reguliere contributie.
17