Voor de lessen over het christendom heb je het

Voor de lessen over het christendom heb je het lesboek ‘Wegen van navolging’ nodig.
Daarnaast neem je elke les het bronnenboek, een schrift en een ‘bewaarmapje’ mee.
Schema van de lessen:
1) Aanwezigheid
2) Vragen n.a.v. huiswerk en opdrachten.
3) Lesinhoud.
4) Zelf werken: huiswerk / LVB
10 minuten
20 minuten
15 minuten
Standaard: wat in de les niet af is, is huiswerk voor de volgende les.
Les 1: Introductie.
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Levensvisieboek
 Je kunt diverse voorbeelden geven van uitingen in de Nederlandse cultuur, die te
maken hebben met het christendom
 Je kunt uitleggen wat het verband is tussen de westerse jaartelling en het
christendom (jaartal, zondag en datum paasfeest)
lesboek blz. 5 t/m 8
Maak uit het lesboek:
Opdracht 1 en 2
1) Wat merk jij in je dagelijks leven van het christelijk geloof?
2) Wat merk je ervan dat onze school christelijk is? Leg uit.
3) Is Nederland een christelijk land? Waarom wel/niet?
4) Leg uit hoe de datum van het paasfeest wordt berekend.
A. Ben jij christelijk? Zo ja, wat houdt dat in? Zo nee, wat denk je dat christelijk
zijn inhoudt?
Les 2: Over het Nieuwe Testament.
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Levensvisieboek
 Je kunt het verband uitleggen tussen de hoop van Israël en het ontstaan van het
christendom rond de persoon van Jezus Christus
 Je kunt weergeven hoe het Nieuwe Testament is ontstaan en welke argumenten
er zijn voor de betrouwbaarheid ervan
Bronnenboek: tekst 1
Maak uit het lesboek:
Opdracht 3 (zie bij levensvisieboek)
Vragen over tekst 1 uit het bronnenboek:
5) Wat verwachtte het joodse volk van de Messias?
6) Wat overtuigde de volgelingen van Jezus dat hij echt de Messias was?
7) Waarom werden de verhalen over Jezus op schrift gezet?
8) Leg in eigen woorden uit waarom het NT volgens deze tekst betrouwbaar is.
9) Vind je de argumenten over de betrouwbaarheid van het NT redelijk? Waarom
wel/niet?
10) Waarom staan de opvattingen van de gnosis niet in het NT?
11) Leg de slotzin van deze tekst uit.
B. Opdracht 3 uit het lesboek geeft een aantal woorden en gedachten over Jezus
Christus. Kies er vijf uit en leg uit waarom je juist die woorden hebt gekozen.
Les 3: Over wat christenen geloven.
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Je kunt een aantal christelijke symbolen noemen en de kernwoorden die erbij
horen uitleggen
 Je kunt de christelijke geloofbelijdenis op hoofdpunten omschrijven.
 Je kunt de drie hoofdstromingen van het christendom met een aantal kenmerken
omschrijven
Lesboek: blz. 9,10, 20 en 21
Bronnenboek: tekst 2
Maak uit het lesboek:
Opdracht 4 en 9.
Vragen over het lesboek:
12) Leg de symbolen ‘ICHTUS’ en ‘alpha en omega’ uit.
13) Wat betekent ‘Agnus Dei’?
14) Wat heeft ‘Agnus Dei’ met het christendom te maken?
15) Waarom zijn ‘geloof, hoop en liefde’ samen symbool voor het christendom?

Levensvisieboek
Vragen over tekst 2 uit het bronnenboek:
16) Wat geloven christenen over God?
17) Het christendom is een ‘openbaringsgodsdienst’. Leg uit.
18) Wat geloven christenen over Jezus?
19) Waar hopen christenen op?
20) Waarom zijn de liederen kenmerkend voor de diverse geloofsrichtingen?
21) Waarom zijn de plaatjes kenmerkend voor de diverse geloofsrichtingen?
Opdracht kerkbezoek – zie bijlage 1
C. Noteer wanneer je met wie naar welke kerk gaat.
D. Vertel kort wat je van dit kerkbezoek verwacht.
Les 4: Over christelijke rituelen en feesten
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Levensvisieboek
 Je kunt uitleggen wat een ritueel is en de zeven sacramenten van het
christendom op hoofdlijnen omschrijven
 Je kunt de symbolische betekenis van doop en avondmaal uitleggen.
 Je kunt de christelijke feestdagen kernachtig omschrijven en plaatsen in hun
volgorde in het jaar
Lesboek blz. 11 t/m 17 + 31 (Het ontstaan van het kerstfeest)
Maak uit het lesboek:
Opdracht 5 en 6
22) Welke twee hoofdbetekenissen heeft het avondmaal volgens christenen?
23) Waarom zijn er in de protestantse kerken minder sacramenten dan in de
katholieke kerk?
24) Zie jij de biecht als een zinvol sacrament? Leg uit.
25) Wat is het belangrijkste christelijke feest? Waarom?
26) Wat herdenkt/viert men met Hemelvaart en Pinksteren?
27) (blz. 31) Wat is de geboortedatum van Jezus Christus?
E. Heb jij wel eens sacrament ondergaan? Zo ja, waarom? (bij de doop als kind:
vraag aan je ouders waarom ze daar voor gekozen hebben)
F. Belangrijke gebeurtenissen in het leven worden onderstreept met een ritueel.
Wat is daar volgens jou de waarde van? Leg uit met behulp van (minstens twee)
voorbeelden waaruit jouw mening hierover blijkt.
Les 5: Over de navolging van de gekruisigde
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Levensvisieboek
 Je kunt de ontstaansgeschiedenis van het christendom in de wereld van het
antieke Rome op hoofdlijnen weergeven
 Je kunt de oorzaken benoemen die voor de Romeinse overheid aanleiding waren
om christenen te vervolgen
 Je kunt hedendaagse voorbeelden noemen van onderdrukking op grond van
geloofsovertuigingen.
Lesboek blz. 22 t/m 27
Bronnenboek: tekst 3
Maak uit het lesboek:
Opdracht 1
Vragen over het lesboek:
28) Mochten vreemdelingen in het Romeinse Rijk hun eigen goden vereren?
29) Waarom was de christelijke manier van leven voor Rome zo’n probleem?
30) Noem twee criteria die de kerk hanteerde om vast te stellen of een geschrift al
dan niet tot de heilige schrift gerekend moest worden.
Vragen over tekst 3 uit het bronnenboek:
31) Waarom werd Justinus christen?
32) Welke verplichting had iedere Romeinse burger volgens de staatsgodsdienst?
33) Waarom doen Justinus en zijn medechristenen niet wat de prefect eist?
34) Is de uitspraak van de prefect rechtvaardig of niet?
35) Leg uit wat jij vindt van de houding van Justinus en zijn vrienden.
Ga naar www.opendoors.nl en bekijk deze site eens.
G. In welke 5 landen is het voor een christen in onze tijd het meest gevaarlijk?
H. Door wie worden christenen vervolgd?
I. Wat is het Nasrani-teken en waar wordt het voor gebruikt?
J. Wat is volgens jou een afgedwongen bekering waard?
K. Wat zegt artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens?
L. Hoe zou men het onderdrukken van gelovigen in de wereld kunnen stoppen? Leg
je antwoord uit.
Les 6: Van onderdrukte minderheid naar pauselijke macht
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Levensvisieboek
 Je kunt de voor- en nadelen noemen van de ontwikkeling van onderdrukking naar
staatsgodsdienst voor het christelijk geloof
 Je kunt de geschiedenis van enkele pausen beschrijven, die verantwoordelijk
waren voor de centralisatie van van de macht van de kerk.
 Je kent de belangrijkste feiten van het levensverhaal van Franciscus van Assisi en
je kunt aangeven welke kritiek hij op de kerk leverde.
Lesboek blz. 30 t/m 43
Bronnenboek tekst 4
Maak uit het boek:
Opdracht 5 en 6
Vragen over het lesboek:
36) Wat veranderde er voor christenen na de bekering van Constantijn de Grote?
37) Wanneer en onder welke keizer werd het christendom staatsgodsdienst?
38) Welke drie basisregels stelde Benedictus van Nursia op voor kloosterlingen?
39) Paus Gregorius VII omschreef de macht van de paus in drie punten. Welke?
40) Welk conflict had Gregorius VII met koning Hendrik IV van Duitsland?
41) Hendrik IV ging naar Canossa. Waarom deed hij dat?
42) Wanneer heerste Innocentius III en hoe zag hij de positie van de paus?
43) Wat was de taak van de 'Inquisitie'?
44) Waarom zou Innocentius III aan Franciscus van Asissi toestemming hebben
gegeven om als rondtrekkende boeteprediker te mogen werken?
45) Wat was de aanleiding voor de splitsing van de kerk in 1054?
Vragen over tekst 4 uit het bronnenboek:
46) Welke vrijheid geeft het edict van Milaan aan burgers in het Romeinse Rijk?
47) Wat betekent het edict van Constantijn voor het christendom?
48) Wie is een christen volgens het edict 'cunctos populos'?
49) Wat mogen mensen verwachten die iets anders geloven?
50) Wat betekent het edict van Theodosius voor het christendom?
Lees uit de Bijbel Mattheus 20: 25-28
M. Wat bedoelt Jezus in dit stukje te zeggen volgens jou?
N. Wat betekent ‘dienen’ volgens jou?
O. Wat zou de kerk in de Middeleeuwen van dit stukje tekst kunnen leren?
P. Vind je het handelen van de kerk in de middeleeuwen passen bij het christelijk
geloof? Waarom wel/niet? Geef minimaal twee argumenten.
Les 7: Over de kerk in crisis
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
 Je kunt een belangrijk verschil in levens- en geloofshouding tussen de
middeleeuwse mens en de mens in de renaissance beschrijven.
 Je kunt de belangrijkste kenmerken geven van het streven naar een bijbelse kerk
van Erasmus.
 Je kunt de kritiek van Erasmus op de kerk weergeven.
Stof: Lesboek blz. 44 t/m 47
Bronnenboek tekst 5
Maak uit het lesboek:
Opdracht 1
Vragen over het lesboek:
51) Wat betekenen de woorden ‘reformatie’ en ‘renovatie’ volgens jou?
52) Hoe zag het kerkelijke leven er tot de zestiende eeuw globaal uit?
53) Noem drie oorzaken voor het veranderingsproces in de 14e en 15e eeuw.
54) Wat stond er centraal in de oude wereldorde en wat kwam daarvoor in de
renaissance in de plaats?
55) Welke vier kerkelijke rituelen konden de Bijbelgeleerden bij het bestuderen van
de oude teksten niet terugvinden?
56) Wat was volgens Erasmus de kern van het geloof?
57) Verklaar de handel in aflaten aan het eind van de Middeleeuwen.
Vragen over tekst 5 uit het bronnenboek:
58) Wat zou er volgens Erasmus gebeuren, wanneer pausen het voorbeeld van
Christus zouden gaan navolgen?
59) Waar zijn bisschoppen volgens Erasmus goed in en wat verwaarlozen zij?
60) Welke indruk heb je door deze tekst overgehouden aan de kerk in de 15e eeuw?
Levensvisieboek
Q. In onze tijd wordt er veel over crises gesproken. Leg uit wat men met dit begrip
bedoelt.
R. Wat zou je doen als jij een crisis ervaart in je eigen leven?
S. Crisis in de Bijbel: lees Psalm 32
T. Welke crisis ervaart de schrijver van deze Psalm (dat is een lied)?
U. Hoe wordt de crisis in het leven van de schrijver van deze Psalm opgelost?
Les 8: Over Luther en Calvijn
Doel
Stof
Opdrachten
Verdieping
Levensvisieboek
Je kunt het levensverhaal van Luther weergeven
Je kunt de boodschap van Luther op hoofdpunten omschrijven
Je kunt de belangrijkste punten van Luthers kritiek op de kerk weergeven
Je kunt de belangrijkste redenen noemen, waarom het calvinisme in Nederland
een grotere invloed heeft gekregen dan het lutheranisme.
Lesboek blz. 48 t/m 53
Maak uit het lesboek:
Opdracht 3 en 4
61) Wat ontdekte Luther in de bijbel?
62) De boodschap van Luther leverde kritiek op de aflatenhandel. Leg dit uit.
63) Leg uit waarom de paus in Luther een ketter zag.
64) Noem drie redenen waarom Calvijn zoveel invloed in Nederland kreeg.
65) Wie besloten waar en wanneer dat er een Nederlandse bijbel moest komen?
66) Hoe reageerde de paus uiteindelijk op de Reformatie?
67) Na de Reformatie zijn er nog talloze kleinere kerkscheuringen geweest. Kun je
volgens jou nog wel spreken van hét christendom? Leg uit.
V. Voeg de opdracht over het kerkbezoek aan je LVB toe.




De inleverdatum van je LVB deel 1 is 13 november 2014