d.d. 10 december 2013

Ingekomen stuk D11 (PA 15 januari 2014)
Milieu
Klimaat & Groen & Wonen
Openbare
besluitenlijst
18 december 2007
Aan
de gemeenteraad
van Nijmegen
Collegevergadering
Aanwezig:
Voorzitter
Wethouders
Gemeentesecretaris
Communicatie
10
december 2013
Verslag
Datum
no 47
Korte Nieuwstraat 6
6511 PP Nijmegen
Telefoon 14024
Telefax
(024) 329 95 81
E-mail
[email protected]
Postbus 9105
6500 HG Nijmegen
Th. de Graaf
P. Depla, H. van Hooft sr., L. Scholten, H. Kunst,
P. Lucassen, J. van der Meer
P. Eringa
Ons kenmerk
Contactpersoon
A. Kuil
ML10/13.0014980
Fons Claessen
M. Sofovic
Onderwerp
Duurzaamheid in uitvoering
Datum uw brief
Direct telefoonnummer
9245
Geachte leden van de Raad,
Uw Raad heeft in april 2011Aldus
de Duurzaamheidsagenda
vastgesteld als
beleidskader voor de
vastgesteld in de vergadering
van:
invulling van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. De Duurzaamheidsagenda is de opvolger
van de in 2008 vastgestelde Kadernotitie Klimaat en geeft als beleidskader invulling aan onze
duurzaamheidsambities, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Werken aan een duurzame
toekomst 2010-2014’.
De Duurzaamheidagenda krijgt vorm in vijf ‘duurzame sporen’ waarbinnen we samen met onze
De de
voorzitter,
De secretaris,
partners in de stad werken aan
realisatie van duurzaamheidsdoelen.
1. Energieneutrale stad
2. Klimaatneutrale organisatie
3. Duurzame economie
4. Duurzame mobiliteit
5. Duurzame stedelijke ontwikkeling
In de afgelopen twee jaar zijn daarin flinke stappen gezet: alle sporen hebben inhoudelijk invulling
gekregen, duurzaamheid is verankerd in gemeentelijk beleid, waarbij de verschillende
programma’s nauw samenwerken aan het verder verduurzamen van onze organisatie en stad.
Het “huis” staat, maar is nog zeker niet af.
Bijgevoegde Routekaart Nijmegen Energieneutraal 2045, die is opgesteld in samenwerking met
de deelnemers aan het co-creatie proces Power2Nijmegen, geeft aan hoe wij onze langetermijndoelstelling (Nijmegen energieneutraal in 2045) willen bereiken. Via vierjarige
uitvoeringsprogramma’s kunnen we hieraan, met onze partners, invulling geven.
De nota Duurzaamheid in Uitvoering geeft een overzicht van resultaten en kansen. De nota laat
zien wat er in de afgelopen twee jaar al is gerealiseerd, welke projecten momenteel in uitvoering
zijn en biedt een vooruitblik op nieuwe kansen die zich aandienen. Daarbij spelen onze partners
www.nijmegen.nl
Brief aan de Raad Duurzaamheid in Uitvoering.docx
1
Gemeente Nijmegen
Milieu
Klimaat & Groen & Wonen
Vervolgvel
1
in de stad (de 4 O’s: onderzoek, onderwijs, ondernemers, overheid èn bewoners) de hoofdrol. Zij
zijn het die volop investeren in duurzaamheid, in een context van economische crisis en
bezuinigingen. Het is dus de stad die het doet, wij verbinden daarbij partijen, faciliteren processen
en stimuleren private investeringen in duurzaamheid soms met een aanjaagsubsidie, zodat
nieuwe samenwerkingsverbanden tot stand komen en er economische en maatschappelijke spinoff ontstaat.
Uitdaging voor de komende periode is om bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden
verder te faciliteren, zodat de stad en haar burgers en bedrijven optimaal kunnen profiteren van
de kansen die duurzaamheid biedt.
Samenwerking met bedrijven
De basis voor samenwerking met bedrijven op het vlak van duurzaamheid is gelegd in het
Nijmeegs Energie Convenant (waarin bedrijven samenwerken aan verduurzaming),
Power2Nijmegen (programma om van Nijmegen een energieneutrale stad te maken).en De
Groene Hub (samenbrengen van producenten en afnemers van biobrandstoffen). Deze
partnerships blijken succesvol en bieden nu kansen voor verbreding van energie- naar
grondstoffenbeleid. Biobased economy (biomassa als grondstof) en circulaire economie (afval als
grondstof) zijn daarbij voor bedrijven zeer actuele onderwerpen. De reden dat bedrijven zo
geïnteresseerd zijn in deze thema’s en projecten is, dat bedrijven duurzaamheid tegenwoordig
vooral zien als economische kans. Dat blijkt ook uit het feit dat landelijk Energie- en
Milieutechnologie (EMT) als economische topsector is gepositioneerd met zicht op 15.000 nieuwe
banen in 2020. De provincie Gelderland ziet daarbinnen de biobased economy als specifieke
kans voor deze regio. Een groene, aantrekkelijke stad met een duurzaam imago, waar potentiële
werknemers zich graag vestigen, is daarbij een steeds belangrijkere vestigingsfactor voor
bedrijven.
Concrete resultaten van projecten met bedrijven tot nu toe zijn:
•
Nijmeegs Energie Convenant: samenwerking en kennisuitwisseling tussen 17 grote bedrijven
en instellingen op het gebied van verduurzaming, resulterend in 10% CO2 reductie en de
ontwikkeling van instrumenten voor verduurzaming waarvan straks ook andere Nijmeegse
bedrijven kunnen profiteren.
•
Power2Nijmegen: met 200 deelnemers is in een co-creatie proces de routekaart Nijmegen
Energieneutraal 2045 opgesteld en zijn 35 projecten geformuleerd voor de korte termijn,
waaronder het energieneutraal maken van bedrijventerrein TPN West, een burgerinitiatief
voor windenergie en het plaatsen van zonnepanelen op scholen met geld van de
Zevenheuvelenloop. De Economische Raad Nijmegen (ERN) die de economische
innovatieagenda voor de stad opstelt, heeft Power2Nijmegen als project omarmd en stelt
momenteel een businessplan op voor het programma. De ERN zoekt daarbij speciefiek de
verbinding met de in Nijmegen al sterk aanwezige sectoren Health en Innovation.
•
De Groene Hub: met een rijkssubsidie is ingezet op het verbinden van aanbieders en
afnemers van duurzame brandstoffen, resulterend in de groenste OV-concessie van
Nederland met 216 bussen op groen gas waarvan een deel wordt geproduceerd uit
ingezameld uit GFT afval bij de recent geopende vergister van de ARN.
www.nijmegen.nl
Brief aan de Raad Duurzaamheid in Uitvoering.docx
Gemeente Nijmegen
Milieu
Klimaat & Groen & Wonen
Vervolgvel
2
•
Het warmtenet: samen met de Provincie Gelderland, Liander en NUON wordt hierin de
komende jaren €150 miljoen geïnvesteerd in de aanleg van een warmtenet voor 14.000
woningen in Nijmegen en is een Green Deal gesloten met een rijksbijdrage ter grootte van
€2,5 miljoen. Binnen Power2Nijmegen is de routering van het warmtenet geoptimaliseerd
zodat zoveel mogelijk bedrijven hierop kunnen aansluiten. Samen met de marktpartijen wordt
inmiddels ook de haalbaarheid van een koudenet voor het stationsgebied onderzocht met als
bron de in 2016 te sluiten waterwinning Nieuwe Markstraat.
Participatie door burgers
Naast het bedrijfsleven zijn ook de inwoners van Nijmegen steeds meer met duurzaamheid bezig,
door bewuster om te gaan met voedsel, afval, water, energie en mobiliteit. We zien dit doordat er
steeds meer initiatieven komen voor burgerparticipatie in de vorm van energiecollectieven en
buurtparticipatieprojecten in de openbare ruimte. Burgerparticipatie zal naar verwachting in de
komende jaren een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Dat leidt er ook toe dat inwoners (en
ondernemers) meer belang gaan hechten aan een publieke ruimte met duurzame kwaliteiten.
Groen, water en goede OV en fietsverbindingen zijn onmisbare dragers van die kwaliteit.
Het feit dat inwoners bezig zijn met duurzaamheid blijkt ook uit het succes van onze Nijmeegse
energieaanpak. In de periode 2011-2013 heeft 5% van de particuliere woningbezitters in
Nijmegen energiemaatregelen getroffen met behulp van de Nijmeegse energieaanpak.
Woningcorporaties hebben in diezelfde periode een veelvoud aan woningen energiezuiniger
gemaakt. De hiermee gegeneerde omzet is hoofdzakelijk bij regionale bouw- en
installatiebedrijven geland en leidt tot lagere energierekeningen voor bewoners. Willen we dit
succes voortzetten dan zullen we onze bewoners hierbij moeten blijven faciliteren in de vorm van
laagdrempelige toegang tot premies en het samenbrengen van regionale leveranciers. Deze rol
werd eerder vervuld door ‘Het Groene Hert’. Sinds het faillissement daarvan merken de
aangesloten bouw- en installatiebedrijven een teruggang in opdrachten. Het aantal
subsidieaanvragen blijft echter op peil. Op termijn komt er op dit vlak ondersteuning vanuit het
Rijk, die in samenwerking met de VNG en gemeenten, een landelijk netwerk aan energieloketten
gaat uitrollen waar burgers terecht kunnen voor informatie en begeleiding en waarbij lokale
bouw- en installatiebedrijven hun producten en diensten kunnen aanbieden. Naar verwachting is
deze ondersteuningsstructuur in 2016 operationeel. Tot die tijd willen wij de loketfunctie zelf via
de Stadswinkel vormgeven.
Goede cijfers
Dat ons energie- en klimaatbeleid succesvol is, blijkt ook uit de cijfers. Sinds 2008 (toen wij
startten met ons klimaatbeleid) hebben we als stad ons energieverbruik met 7% verminderd. Dit
ondanks dat de stad sindsdien is gegroeid. Wanneer we de maatregelen bij mobiliteit meewegen,
waaronder het stimuleren van fietsgebruik door o.a. de aanleg van een uitgebreid netwerk aan
snelfietsroutes, hebben wij als stad sinds 2008 ongeveer 11% CO2 reductie gerealiseerd.
Daarnaast maken we onze stad klimaatbestendiger door afkoppelen van regenwater en de
aanleg van de dijkteruglegging. Uitgaande van de resultaten tot nu toe en de in de ‘Routekaart
Nijmegen Energieneutraal 2045’ geschetste prognose, zullen wij in 2020 als stad een CO2
reductie van 28% bereiken. Hierover rapporteren wij ook aan Europa (via deelname aan het EU
Covenant of Mayors).
www.nijmegen.nl
Brief aan de Raad Duurzaamheid in Uitvoering.docx
Gemeente Nijmegen
Milieu
Klimaat & Groen & Wonen
Vervolgvel
3
Nieuwe kansen en uitdagingen
Naast een weergave van de stand van zaken van ons duurzaamheidsbeleid blikt Duurzaamheid
in uitvoering ook vooruit. De nota beschrijft voor de vijf sporen welke externe ontwikkelingen er
zijn en welke nieuwe uitdagingen en kansen deze met zich meebrengen. In het laatste hoofdstuk
zijn tien gouden kansen geformuleerd voor de volgende bestuursperiode. Het is uiteraard aan een
nieuwe coalitie om te beoordelen of en hoe men daaraan invulling wil geven. Wij denken dat er in
deze periode een stevige basis is gelegd om de verduurzaming van Nijmegen verder vorm te
geven. Het energietransitiebeleid staat stevig in de steigers, het bedrijfsleven is nauw betrokken,
Nijmeegse burgers zijn pro-actief en welwillend om hun huishoudens verder te verduurzamen.
Ook in landelijk beleid krijgt duurzaamheid steeds meer een volwaardige positie. Uitdaging voor
de komende periode is volgens ons hetgeen in deze periode gezaaid is verder te laten kiemen
en waar mogelijk te oogsten, zodat de stad en haar burgers en bedrijven optimaal kunnen
profiteren van de economische en maatschappelijke kansen die duurzaamheid biedt. Het
uitdragen van Nijmegen als groene, duurzame, innovatieve en aantrekkelijke stad hoort daar ook
bij. Dat is ook de reden dat wij ons hebben aangemeld voor de ‘EU Green Capital Award 2016’.
Financiële verantwoording
Het aantal duurzaamheidsmaatregelen die wij en onze partners nemen is inmiddels te uitgebreid
om in één programma te vatten. Het uitwerken, borgen en verantwoorden van het
duurzaamheidsbeleid op het niveau van concrete maatregelen en financiën vindt daarom plaats
binnen de reguliere stadsbegroting en binnen door ons aangegane samenwerkingsverbanden
met strategische partners in de stad en de regio.
Wij hopen u met deze nota voldoende te hebben geïnformeerd over onze inspanningen op het
gebied van duurzaamheid in de afgelopen periode, de stand van zaken van het
duurzaamheidsbeleid en de belangrijkste ontwikkelingen hierin. Wij hopen dat hetgeen wij in
deze periode hebben neergezet een solide basis vormt voor een volgende coalitie om op verder
te bouwen.
Hoogachtend,
college van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen,
De Burgemeester,
De Gemeentesecretaris,
drs. H.M.F. Bruls
drs. B. van der Ploeg
Aantal Bijlagen: 2
www.nijmegen.nl
Brief aan de Raad Duurzaamheid in Uitvoering.docx
Duurzaamheid
in uitvoering
2013-2017
2013
i
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking tussen
Gemeente Nijmegen en RoyalHaskoningDHV
Documenttitel
Duurzaamheid in Uitvoering
2013-2017
Status
definitief
Datum
2 december 2013
Auteur(s)
Fons Claessen (Gemeente Nijmegen)
Anne Pronk (RHDHV)
VOORWOORD
De gemeenteraad van Nijmegen heeft in april 2011 de Duurzaamheidsagenda vastgesteld.
De Duurzaamheidsagenda is de opvolger van de in 2008 vastgestelde Kadernotitie Klimaat
en geeft als beleidskader invulling aan de duurzaamheidsambities van dit College zoals
vastgelegd in het coalitieakkoord ‘Werken aan een duurzame toekomst 2010-2014’.
De Duurzaamheidagenda krijgt vorm in vijf ‘duurzame sporen’ waarbinnen we samen met
onze partners in de stad werken aan de realisatie van duurzaamheids-doelen. In de
afgelopen twee jaar zijn daarin flinke stappen gezet: alle sporen hebben inhoudelijk
invulling gekregen, duurzaamheid is verankerd in gemeentelijk beleid, waarbij de
verschillende programma’s nauw samenwerken aan het verder verduurzamen van onze
organisatie en stad. Het “huis” staat, maar is nog zeker niet af. In de “Routekaart
Power2Nijmegen – op weg naar een energieneutrale stad in 2045”, is aangegeven hoe wij
onze lange termijn doelstelling kunnen bereiken. Via vierjarige uitvoeringsprogramma’s
geven we hieraan met onze partners invulling.
Duurzaamheid in Uitvoering geeft een overzicht van resultaten en kansen. De nota laat zien
wat er in de afgelopen twee jaar al is gerealiseerd, welke projecten momenteel in
uitvoering zijn en biedt een vooruitblik op nieuwe kansen die zich aandienen. Daarbij
spelen onze partners in de stad (de 4 O’s: onderzoek, onderwijs, ondernemers, overheid èn
bewoners) de hoofdrol. Zij zijn het die volop investeren in duurzaamheid, in een context
van economische crisis en bezuinigingen. Het is de stad die het doet, wij verbinden daarbij
partijen, faciliteren processen en stimuleren private investeringen in duurzaamheid. Soms
met een aanjaagsubsidie, zodat nieuwe samenwerkingsverbanden tot stand komen en er
economische en maatschappelijke spin-off ontstaat.
Duurzaamheid is voor ons als gemeente van belang omdat bedrijven duurzaamheid
tegenwoordig vooral als een economische kans zien, doordat nieuwe marktkansen
ontstaan op het gebied van Energie-en Milieutechnologie, Cleantech en Circulaire
Economie. Een groene, aantrekkelijke stad met een duurzaam imago, waar potentiële
werknemers zich graag vestigen, is een steeds belangrijkere vestigingsfactor voor bedrijven.
In Nijmegen hebben we de afgelopen jaren al flinke stappen gezet in economische
verduurzaming via samenwerkingsverbanden als het Nijmeegs Energie Convenant,
Power2Nijmegen en De Groene Hub. Deze partnerships bieden nu kansen voor verbreding
naar nieuwe thema’s zoals ‘biobased economy’ en ‘circulaire economie’.
Ook onze inwoners passen duurzaamheid steeds vaker toe in hun huishouden toe
bijvoorbeeld door bewust om te gaan met voedsel, afval, water, energie en mobiliteit. Zij
werken hierbij ook steeds vaker in collectief verband samen, ook in de openbare ruimte.
Burgerparticipatie zal in de komende jaren een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Dat
leidt er ook toe dat inwoners (en ondernemers) meer belang gaan hechten aan een
publieke ruimte met duurzame kwaliteiten. Groen, water en goede OV en fietsverbindingen
zijn onmisbare dragers van die kwaliteit.
Uitdaging voor de komende periode is om bestaande en nieuwe samenwerkingsverbanden
verder te faciliteren, zodat de stad en haar burgers en bedrijven optimaal kunnen
profiteren van de kansen die duurzaamheid biedt.
J.W.M. van der Meer, wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling Waalsprong, Wonen, Klimaat &
Energie en Groen & Water
iii
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 toetst de stand van ons duurzaamheidsbeleid aan de hand van de vier
duurzaamheidsprincipes uit de Natural Step methode
Hoofdstuk 3 benoemt drie gezamenlijke duurzaamheidsdoelen waarop wij als organisatie
en als stad willen focussen.
Hoofdstuk 4 beschrijft een concrete strategie voor de komende jaren om aan deze doelen
invulling te geven.
Hoofdstuk 5 tot en met 9 beschrijven de uitwerking hiervan per ‘duurzaam spoor’.
Hoofdstuk 10 beschrijft concluderend een aantal ‘gouden kansen’ om duurzaamheid in
Nijmegen economisch en maatschappelijk te laten renderen.
iv
Inhoud
1
VIJF SPOREN, VIER PRINCIPES, DRIE DOELEN
6
2
STAND VAN ZAKEN
2
3
ONZE DOELEN
6
4
WAT WIJ DOEN OM ONZE DOELEN TE BEREIKEN
7
5
SPOOR DUURZAME ECONOMIE
5.1
Resultaten tot op heden
5.2
Omgevingsanalyse
5.3
Kansen en uitdagingen
5.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn
9
9
10
11
12
6
SPOOR KLIMAATNEUTRALE ORGANISATIE
6.1
Resultaten tot op heden
6.2
Omgevingsanalyse
6.3
Kansen en uitdagingen
6.4
Wat we doen op korte termijn (2013-2014)
13
13
14
14
15
7
ENERGIENEUTRALE STAD
7.1
Resultaten tot op heden
7.2
Omgevingsanalyse
7.3
Kansen en uitdagingen
7.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn (2013-2014)
16
16
16
17
18
8
DUURZAME MOBILITEIT
8.1
Resultaten
8.2
Omgevingsanalyse
8.3
Kansen en uitdagingen
8.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn (2013-2014)
18
19
19
20
21
9
DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING
9.1
Resultaten
9.2
Omgevingsanalyse
9.3
Kansen en uitdagingen
9.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn (2013-2014)
22
22
23
23
25
10
‘ GOUDEN KANSEN’
26
11
MONITORING EN EVALUATIE
27
BIJLAGE 1: HOOFDPUNTEN NATIONAAL ENERGIEAKKOORD
30
BIJLAGE 2: ENERGIECIJFERS EN BENCHMARK
31
v
1
VIJF SPOREN, VIER PRINCIPES, DRIE DOELEN
In 2011 is de Duurzaamheidsagenda vastgesteld als beleidskader voor de ontwikkeling en
verankering van duurzaamheidsbeleid in onze eigen organisatie en in onze stad.
De Duurzaamheidsagenda formuleert een groeimodel waarbij het Nijmeegse
duurzaamheidsbeleid vorm krijgt via vijf duurzaamheidssporen waarbij gemeentelijke
programma’s samen met de partners in de stad invulling geven aan deze sporen (zie fig. 1).
Figuur 1: de vijf sporen uit de Nijmeegse duurzaamheidsagenda
Deze aanpak heeft in de afgelopen twee jaar geleid tot een vertaling van duurzaamheid in
gemeentelijke beleidsnota’s (Stadsvisie 2020, Nota Mobiliteit, Structuurvisie), in
commitment en verbinding binnen en buiten de organisatie, resulterend in een breed palet
aan concrete maatregelen, variërend van duurzaam inkopen binnen onze eigen organisatie
tot de aanleg van parken, snelfietsroutes en een warmtenet in de stad.
De vragen die zich aandienen zijn: waar staan we nu met ons duurzaamheidsbeleid? Waar
willen we naartoe en wat willen we daarvoor doen?
Om daarop antwoord te kunnen geven, toetsen wij in het volgende hoofdstuk ons
duurzaamheidsbeleid aan de vier principes van de internationaal erkende ‘Natural Step
Methode’: een methode die zowel inhoudelijk als procesmatig een kader biedt om
gezamenlijk met partners invulling te geven aan duurzaamheidsbeleid.
vi
Op basis van deze analyse formuleren wij in hoofdstuk 3, de drie doelen waarop het
Nijmeegse duurzaamheidsbeleid zich focust.
2
STAND VAN ZAKEN
In de Duurzaamheidsagenda (2011) hebben we het containerbegrip “Duurzaamheid”
geoperationaliseerd aan de hand van de vier principes uit de Natural Step Methode.
•
•
•
•
voorkom uitputting van de Aarde
(energie- en grondstoffenvraagstuk)
voorkom uitstoot van schadelijke stoffen
(leefbaarheid, klimaat)
voorkom aantasting van de leefomgeving
/ natuurwaarden (stedelijke
duurzaamheid, adaptatie)
voorkom uitbuiting / deprivatie van
mensen (sociale duurzaamheid, MVO)
Figuur 2: de vier principes van de Natural Step methode
Het door ons gevoerde duurzaamheidsbeleid kunnen we spiegelen aan deze principes.
Wat doen we al? Wat kan beter? Wat missen we nog?
In onderstaande kaders zijn onze prestaties tot op heden getoetst aan de vier
duurzaamheidsprincipes van de Natural Step Methode.
2
3
4
Uit bovenstaande analyse blijkt dat de uitvoering van de duurzaamheidsagenda goed op
koers ligt. We hebben duurzaamheid geïntegreerd binnen onze organisatie en beleid en zijn
op verschillende gebieden zelfs landelijk koploper. Uitdaging voor de komende jaren is de
behaalde successen en de kennis en contacten die zijn gelegd binnen projecten als De
Groene Hub en Power2Nijmegen, vast te houden en uit te breiden naar nieuwe thema’s.
Uit de analyse tekenen ook de uitdagingen voor morgen zich af. Dit zijn:
• ontwikkelen van grondstoffenbeleid (circulaire economie);
• ontwikkelen van een strategie voor een duurzame brandstoffenmix (mobiliteit) als
opmaat naar een biobased economy;
• investeren in nieuwe verdien- en rekenmodellen en aanpassen van financiële
instrumenten en regels om deze duurzame transities mogelijk te maken;
• het verder bevorderen van duurzame stedelijke kwaliteit die zich vertaalt in ruimtelijke
kaders voor energietransitie en klimaatadaptatie, een aantrekkelijke woonomgeving,
een gunstig vestigingsklimaat en participatie en sociale cohesie.
• verder investeren in ‘human capital’ om de aansluiting tussen onderwijs en
arbeidsmarkt te bevorderen;
• inzetten op meer burgerparticipatie bij zowel het uitvoeren als het opstellen het
duurzaamheidsbeleid en een directe relatie leggen met gezondheid en leefomgeving.
De volgende hoofdstukken gaan in op waar we naartoe willen (doelstellingen) en wat er
nodig is om dat te bereiken.
5
3
ONZE DOELEN
Zowel in de nota ‘Stad in zicht, Nijmegen 2020’ (Stadsvisie) als de ‘Structuurvisie 2013-2020’
krijgt duurzaamheid een prominente rol. Samengevat komt uit beide nota’s naar voren dat
duurzame stedelijke ontwikkeling het basisprincipe is in het ruimtelijke domein. Nijmegen
koerst naar een compactere stad met voldoende groen in de stad en aan de randen, met
goed per fiets en openbaar vervoer bereikbare voorzieningen en werklocaties. En met
voldoende plekken in de buurt waar mensen elkaar, dichtbij huis, kunnen ontmoeten, waar
kan worden gewandeld, gespeeld en van de natuur kan worden genoten. Een stad waarin
bedrijven, kennisinstellingen, overheden en bewoners samenwerken om energie zo veel
mogelijk zelf op te wekken. En waarbij duurzame oplossingen ook echt renderen voor
bedrijven en voor huishoudens, en daarom een economische kans. Kruisbestuiving tussen
lokale bedrijven en instellingen leidt tot investeringen in de lokale en regionale economie,
participatie, innovatie en valorisatie.
Het bovenstaande vertalen wij in drie doelen waaraan de vijf duurzaamheidssporen
gezamenlijk werken.
Het volgende hoofdstuk beschrijft hoe we aan bovenstaande doelen invulling kunnen geven
in het speelveld tussen overheid, markt, onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
maatschappelijke instellingen en burgers. Dit alles in een context van een economische
crisis en bezuinigingen bij de overheid.
6
4
WAT WIJ DOEN OM ONZE DOELEN TE
BEREIKEN
Deze uitgangspunten uit de Stadsvisie en de Structuurvisie vertalen wij concreet naar de
volgende inzet om het behalen van onze duurzame doelen te realiseren:
7
De bovengenoemde strategische uitgangspunten krijgen binnen de vijf
duurzaamheidssporen een vertaling in concrete projecten. De volgende hoofdstukken
behandelen de vijf Nijmeegse duurzaamheidssporen, waarbij per spoor is aangegeven:
•
•
•
•
de resultaten tot op heden;
een omgevingsanalyse: verwachte ontwikkelingen om ons heen
welke kansen /uitdagingen er zijn die bij kunnen dragen aan het behalen van onze
doelen
wat onze partners en wij doen op korte termijn (2013-2014)
8
5
SPOOR DUURZAME ECONOMIE
Het spoor duurzame economie focust op het verduurzamen van bedrijven, evenementen
en bedrijventerreinen en op het versterken van de Energie- en Milieutechnologie sector
(EMT) in Nijmegen in relatie tot de sterk aanwezige sectoren Health en Innovation.
5.1
Resultaten tot op heden
Binnen het spoor duurzame economie zijn in de afgelopen twee jaar onderstaande
resultaten behaald:
9
5.2
Omgevingsanalyse
Topsector Energie
Op nationaal niveau is energie(transitie) als economische topsector gedefinieerd. Nederland
wil in 2020 in de top 10 van de internationale CleanTech Ranking staan. Doel is dat de EMT
(Energie- en Milieu Sector) vier maal zo groot is als in 2010 en dat er in deze sector 15.000
nieuwe banen gecreëerd zijn. Om innovatie in deze sector aan te jagen wordt op korte
termijn €40 miljoen extra vrijgemaakt binnen de rijksbegroting.
Green Tech Alliances
De Provincie Gelderland heeft energietransitie geformuleerd als prioritair economisch
programma. De EMT sector omvat in Gelderland 5% van de bestaande werkgelegenheid:
43% hiervan is gesitueerd in de regio Arnhem-Nijmegen.
De Provincie Gelderland heeft recent het programma ‘GreenTechAlliances’ opgestart, met
als doel het bevorderen van innovatie en werkgelegenheid ofwel ‘new business’ op gebied
van energietransitie, milieutechnologie en biobased economy. Dit moet resulteren in
groene innovaties en in 900 nieuwe banen in onze regio, door de provincie ook wel ‘EMT
Valley’ genoemd.
Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland
Oost Nederland wordt een biobased topregio in Europa, met straks 100 miljoen euro aan
projecten, 100 organisaties en focus op bioraffinage (bron: Provincie Gelderland).
Kansrijke corridors
De vervoerscorridor Rijnmond-Dortmund krijgt meer vorm, evenals de Tweede Maasvlakte.
De strategische ligging aan de Waal en de inrichting van de A15 als duurzame snelweg
biedt economische kansen voor Nijmegen, bijvoorbeeld voor duurzame brandstoffen en
logistiek. De aanleg van een regionaal warmtenet biedt kansen voor de door- ontwikkeling
van de biobased economy omdat aan de beoogde ‘backbone’ natuurlijke partners zitten die
op dit gebied actief zijn.
Participatie economie
Er is een maatschappelijke trend gaande richting wat de participatie-economie genoemd
wordt, waarin burgers steeds meer in collectieven samenwerken. In Nijmegen is deze
beweging sterk vertegenwoordigd: bv. bij de aanleg van glasvezel In Hazenkamp, de bouw
van het Huis van Overvloed, oprichting van zonne-coöperaties en stadslandbouwprojecten.
Een trend die hieruit voortvloeit is de opkomst van de deeleconomie. Burgers hechten
minder aan eigen bezit en maken gebruik van gedeelde goederen. In Nijmegen zijn reeds
diverse initiatieven ontstaan waarin burgers spullen of hun auto kunnen delen. Hoewel nu
nog een economische niche voorspellen trendwatchers dat dit de economie van de
toekomst is.
10
5.3
Kansen en uitdagingen
1. Uitbreiding EMT sector en creëren van cross-overs tussen sectoren
De focus van het Nijmeegse economische innovatiebeleid ligt in Nijmegen op de sterk
aanwezige sectoren Health (o.a. UMC St. Radboud, CWZ) en Innovation (o.a. NXP). De
Energie- en Milieutechnologie sector is in onze stad nog niet heel sterk
vertegenwoordigd. In Nijmegen werken er nu ongeveer 6.400 mensen in deze sector
binnen 300 bedrijven. Door regionale samenwerking op het vlak van EMT / Cleantech,
energietransitie en biobased economy en door het leggen van cross-overs met sectoren
Health, Food en Innovation, kan Nijmegen een deel van de beoogde groei in de EMTsector naar zich toe trekken. Dit omdat deze sectoren in de “de Gouden driehoek”
Arnhem-Nijmegen-Wageningen sterk vertegenwoordigd zijn en ook omdat Europese
subsidies zich meer en meer op deze sectoren richten.
2. Verdere ontwikkeling biobased economy (biomassa als grondstof)
Een bijzondere kans ligt er voor een doorontwikkeling van regionale projecten als De
Groene Hub (samenbrengen vraag en aanbod groen gas) en het DELaND project
(ontsluiten regionale biomassa), richting ‘biobased economy’. De ‘gouden driehoek’
Wageningen, Arnhem, Nijmegen heeft twee universiteiten, een Hogeschool, is gelegen
op en langs vervoersaders, met ondernemende entrepeneurs en veel groene ambities.
Door vraag en aanbod van alternatieve brandstoffen bij elkaar te brengen ontstaat een
vliegwiel richting ‘biobased economy’ en bijdrage aan duurzame energie en duurzame
mobiliteit. Een beweging met bedrijven, onderzoek en onderwijs, van waaruit een
groene economie zich verder kan ontwikkelen in de regio.
3.
Met het bedrijfsleven ontwikkelen van een visie en strategie voor circulaire economie
(afval = grondstof)
In navolging van projecten als Power2Nijmegen en De Groene Hub met strategische
partners werken aan een visie om onze lineaire economie op termijn om te vormen tot
een circulaire economie. Partijen als ARN, betonindustrie, papierindustrie, Royal
HaskoningDHV, Vierdaagse, RNCT zijn hiermee al volop bezig.
4. Vermarkting van Nijmegen als duurzame stad
Nijmegen kan zijn imago als duurzame stad nog verder vermarkten via de aanwezige
‘unique selling points’ van de stad. Voorbeelden zijn: de dijkteruglegging als grootste
klimaatadaptatieproject van Nederland, de aanwezigheid van een universiteit die actief
is op het gebied van innovatie van zonnecellen, de aanwezige ‘health sector’ het
toonbeeld laten zijn van duurzaamheid, de Vierdaagse als duurzaam evenement
promoten, de aanwezigheid van de RU en HAN die duurzaamheid in hun DNA hebben,
de aanwezigheid van NXP als innovatief bedrijf, Nijmegen als stad van duurzame
mobiliteit etc.
5. Ondernemersloket inrichten op ondersteuning bedrijven bij duurzaamheid en MVO
Het Ondernemersloket kan beter dan nu ingericht worden op bedrijven die vragen
hebben over verduurzaming, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en subsidieen fiscale regelingen op het gebied van duurzaamheid. Zij kunnen bedrijven met vragen
ook doorverwijzen naar ondernemersplatforms die hiermee al bezig zijn (zoals het
Nijmeegs Energie Convenant).
11
5.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn
12
6
SPOOR KLIMAATNEUTRALE ORGANISATIE
Het spoor klimaatneutrale organisatie richt zich op de verduurzaming van onze eigen
gemeentelijke organisatie. Voor de verduurzaming van onze eigen organisatie zijn in de
Duurzaamheidsagenda (2011) de volgende interne doelen vastgesteld.
6.1
Resultaten tot op heden
De afgelopen twee jaar zijn er binnen onze organisatie grote slagen gemaakt op het gebied
van verduurzaming. Op een aantal fronten zijn we zelfs koploper (bijvoorbeeld bij
duurzaam inkopen en de aanpak van ons vastgoed). We lopen op koers om in 2015 een
klimaatneutrale organisatie te zijn. Voor de vervolgdoelstelling ‘een energieneutrale
organisatie in 2030’ moet nog een plan van aanpak worden opgesteld.
13
6.2
Omgevingsanalyse
Europese wet- en regelgeving
Volgens nieuwe EU regels moeten overheidsgebouwen vanaf eind 2018 bijnaenergieneutraal gebouwd worden. Volgens bestaande afspraken met het Rijk moet het
bestaande maatschappelijke vastgoed in 2020 gemiddeld label B hebben. Wij lijken deze
doelen ruimschoots te halen. In het recente SER Energieakkoord wordt voor 2030 voor alle
gebouwen minimaal gestreefd naar label A. Dat zal dan ook voor gemeentelijke panden
gelden.
Social return
In het Nationaal Energieakkoord (2013) staat beschreven dat Rijk en gemeenten projecten
ontwikkelen in het maatschappelijk vastgoed en deze vervolgens bundelen (naar gebieden/of functieniveau of gebouwtype). De overheidspartijen dienen een repeteerbare
(aanbestedings-)aanpak te ontwikkelen met Social Return on Investments (SROI) als
onderdeel. Dit doen wij feitelijk al binnen ons aanbestedingsbeleid.
Openbare Verlichting
Voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties beoogt het Nationaal
Energieakkoord 20% energiebesparing in 2020 en 50% in 2030. Dit streven moet
geoperationaliseerd worden door duurzaam inkopen in combinatie met
energiebesparingscontracten. Om deze doelstelling te halen, moet minimaal 40% van de
bestaande openbare verlichting in 2020 voorzien zijn van slim energiemanagement en
energiezuinige (LED)verlichting. We moeten nagaan hoe zich dit verhoudt tot de
doelstellingen in ons eigen verlichtingsplan ‘Zicht op Licht’.
6.3
Kansen en uitdagingen
1. Aanbesteding nieuw energiecontract per januari 2016
Per 1 januari 2016 dienen we een nieuw contract af te sluiten voor inkoop van groene
energie voor het gemeentelijk verbruik. Hier liggen kansen om het streven naar een
energieneutrale stad en organisatie een impuls te geven, bijvoorbeeld door levering van
lokaal/regionaal duurzaam opgewekte energie als eis/wens op te nemen in de
aanbesteding.
2. Contract gemeentelijk plantsoenafval
De Gemeente Nijmegen neemt deel aan een contract van gemeentelijk plantsoenafval van
14 gemeenten in de regio met GRAN (ARN, B & K, Den Ouden, Van Iersel). Het contract
loopt af op 1 januari 2015. Het is verstandig om nu al een visie te ontwikkelen voor de inzet
van het gemeentelijk plantsoenafval na deze periode, met het oog op een verdere
ontwikkeling van de ‘biobased economy’ in deze regio.
3. Professionalisering verantwoording Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
Wij doen als organisatie al veel op het gebied van duurzaamheid en MVO, maar onze
verantwoording hierover is nog ad-hoc en niet altijd even transparant. Een integrale
monitoring kan helpen onze MVO-verantwoording richting klanten (burgers, bedrijven en
partners in de inkoopketen) te verbeteren en te zorgen dat MVO een plaats krijgt in al onze
bedrijfsactiviteiten. Een methode die hiertoe ingezet kan worden is de internationaal
14
erkende ISO 26000 . Dit is geen certificering maar een
richtlijn/methode waarmee een organisatie via een zelfverklaring kan aangeven dat zij haar
maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt.
6.4
Wat we doen op korte termijn (2013-2014)
15
7
ENERGIENEUTRALE STAD
Het spoor energieneutrale stad richt zich op het energieneutraal maken van de gebouwde
omgeving in Nijmegen. Dit omvat alle vastgoed en objecten in de openbare ruimte. Voor dit
spoor gelden de volgende doelstellingen.
7.1
Resultaten tot op heden
7.2
Omgevingsanalyse
1. Europees, Nationaal en Provinciaal Energietransitiebeleid
16
Het Nijmeegse streven om energieneutraal te worden als stad
staat niet op zichzelf. De EU, het Rijk en de Provincie Gelderland streven hetzelfde doel na:
een transitie naar volledig decentrale duurzame energie tussen nu en 2050. Dit is
noodzakelijk om gestelde klimaatdoelen te halen en minder afhankelijk te worden van
schaarser wordende fossiele brandstoffen. Zo is de Nederlandse aardgasvoorraad in 2025
grotendeels uitgeput en zullen wij toch onze huizen en bedrijven van energie moeten
blijven voorzien. De energietransitie naar decentrale duurzame energie is daarmee urgent
en onafwendbaar.
2. Nationaal Energieakkoord (2013) -zie ook bijlage 1Volgens het Nationaal Energieakkoord (2013) dienen in de energietransitie gemeenten de
rol van regisseur en facilitator op zich te nemen. Vanaf 1 januari 2014 wordt er daarom
vanuit het Rijk extra ondersteuning geregeld voor gemeenten, waaronder een revolverend
fonds van €600 miljoen. Dat wordt ingesteld om energiebesparing in de gebouwde
omgeving te bereiken, voor verhuurders en particuliere woningbezitters. Voor
energiebesparing bij woningcorporaties is er een apart fonds van €400 miljoen.
Het Nationaal Energieakkoord zet verder in op versnelde sluiting van oude kolencentrales,
minder import van biomassa en realisatie van meer windenergie. Een aanpassing van de
wetgeving voor zonne-energie biedt nieuwe kansen voor huishoudens die in hun wijk of
buurt gezamenlijk energie willen opwekken: zij krijgen in ruil hiervoor 7,5 ct korting op de
energiebelasting.
3. Opgave windenergie
De Provincie Gelderland heeft van rijkswege een harde doelstelling opgelegd gekregen
voor realisatie van 230,5 MW in Gelderland in 2020. Dat zijn ongeveer 100 windmolens van
2-3 MW. Alle gemeenten moeten hiertoe nadenken over geschikte locaties. In de
omgevingsvisie van de provincie, die dit jaar afgerond wordt staan locaties aangegeven
waar windmolens wel en niet geplaatst kunnen worden. Voor Nijmegen is onlangs een
provinciale haalbaarheidsstudie afgerond waarin ruimtelijk geschikte locaties zijn
aangegeven.
7.3
Kansen en uitdagingen
1. Vervolg Nijmeegse Energieaanpak particulier woningbezit
In 2014 gaan wij door met de uitrol van de Nijmeegse Energieaanpak, gericht op
energiebesparing bij Nijmeegse huishoudens. Tot op heden heeft bijna 5% van de
particuliere huishoudens van de aangeboden regelingen gebruik gemaakt. De Provincie
Gelderland draagt financieel bij aan de regeling. In 2014 dient een besluit te worden
genomen over het wel of niet vervolgen van deze PEM regeling. Daarbij zal financiering
vanuit de Provincie Gelderland en de ondersteuningsstructuur die vanuit het Nationaal
Energieakkoord wordt geïnitieerd uiteraard een rol spelen.
2. Masterplan Energieneutraal renoveren
Partijen binnen Power2Nijmegen hebben geopperd dat het opstellen van een ‘masterplan
energieneutraal renoveren’ voor de stad een essentiële voorwaarde is om tot
energieneutraliteit te komen in 2045. Dit sluit ook aan bij de doelen uit het Nationaal
Energieakkoord (zie bijlage 1). De vraag die het masterplan moet beantwoorden is dus
17
voornamelijk: wat doen we na 2020 met het energetisch verbeteren van onze stedelijke
voorraad. Het Masterplan wordt opgesteld op basis van de bevindingen uit de beoogde
pilot ‘Energieneutraal Renoveren Neerbosch Oost’.
3. Herontwikkeling terrein GDF Suez Centrale Gelderland
De kolencentrale van GDF Suez (Centrale Gelderland) in Nijmegen sluit per 1-1-2016
(conform Nationaal Energieakkoord). GDF Suez ziet duurzame energieopwekking en groene
brandstoffen als nieuwe kernactiviteit voor herinrichting van het terrein en wil daarin
samenwerken met de gemeente en andere partijen. De duurzame ambitie van GDF Suez
biedt forse kansen voor de verdere invulling van onze doelstelling Nijmegen
Energieneutraal 2045 en in het bijzonder voor het bedrijventerrein TPN-West dat de
ambitie heeft om energieneutraal te worden.
7.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn (2013-2014)
8
DUURZAME MOBILITEIT
Het spoor duurzame mobiliteit richt zich op schone, duurzame en slimmere kilometers en
doet dat door te investeren in de bereikbaarheid van Nijmegen voor alle
18
vervoersmodaliteiten, door te werken aan een betere spreiding
van het verkeer, door voorbeeldprojecten op het gebied van duurzame logistiek te
stimuleren en door de uitstoot door fossiele brandstoffen te beperken. In de ‘Nota
Nijmegen Duurzaam Bereikbaar’ (2011) is het mobiliteitsbeleid voor Nijmegen vastgelegd.
8.1
Resultaten
8.2
Omgevingsanalyse
1. Schonere brandstoffen en nieuwe vervoersvormen
19
Er komen steeds meer voertuigen die rijden op schone brandstoffen zoals groen gas of
elektriciteit. Ook zijn elektrische lichte voertuigen in opkomst en zullen we in de
toekomst meer voertuigen in het straatbeeld gaan zien die het midden houden tussen
fiets en auto). Ook Intelligente Transport Systemen (ITS) zijn in opkomst. Deze nieuwe
vervoersvormen stellen andere eisen aan de infrastructuur, zoals oplaadpalen, ruimte
op het fietspad en ruimte om te parkeren. Hier dien we rekening mee te houden bij de
uitrol van toekomstige infrastructuur.
2. Groei fietsgebruik
Het gebruik van de fiets in Nijmegen neemt verder toe. Dat is goed want het leidt tot
minder uitstoot, betere luchtkwaliteit en betere gezondheid van bewoners. Dit
betekent wel dat ook de druk op onze fietsvoorzieningen zoals stallingen en fietspaden
toeneemt. Willen we het fietsgebruik verder stimuleren dan zullen we moeten blijven
investeren in goede fietsvoorzieningen en ook kijken naar welke vervoersmiddelen in
de toekomst wel en niet thuishoren op de fietspaden.
3. Duurzame brandstoffenmix (Nationaal Energieakkoord)
Het Nationaal Energieakkoord zet in op 60% minder broeikasgasemmissie door
transport in 2050 (t.o.v. 1990). Om dit te bereiken stellen partijen in het voorjaar van
2014 een gezamenlijke visie op de toekomstige brandstoffenmix op Als Nijmegen zijn
we hier actief bij betrokken.
8.3
Kansen en uitdagingen
1. Nijmegen fietst
De fietsinfrastructuur heeft een ‘boost’ gekregen door de aanleg van vrijliggende
snelfietsroutes tussen woon-en werkgebieden. Het gebruik van deze routes kunnen we
verder stimuleren door samen met onze partners (de vier O’s) aantrekkelijke
arrangementen te creëren voor mensen die bijvoorbeeld met de fiets naar hun werk gaan
en door campagnes op te zetten die het fietsgebruik verder stimuleren. Ook biedt de aanleg
van het snelfietsroutenetwerk kansen om ons als stad mee te promoten. Het verder
stimuleren van fietsen in onze stad en regio kan werkgelegenheid opleveren, uitstoot
verminderen, gezondheid bevorderen en toerisme aantrekken; redenen genoeg dus om
hierop in te zetten.
2. Blijven inzetten op betere doorstroming van verkeer
Met de realisatie van de stadsroute S100 werken we aan een goede doorstroming van het
verkeer door dynamisch Verkeersmanagement. Ook op andere plekken in de stad kan met
dit systeem de doorstroming nog verder verbeterd worden. Door bestaande
bundelingsprojecten voor bevoorrading van de stad verder uit te breiden en door de aanleg
van transferia en goede hoogwaardige OV verbindingen tussen woon-en werklocaties
kunnen we de mobiliteitsdruk verminderen, de luchtkwaliteit in de stad verbeteren en
geluidsoverlast door verkeer verder beperken.
3. Economische kansen van Intelligente Transport Systemen
NXP is wereldwijd koploper in ontwikkeling van chips voor ITS. Door op dit punt nauwer
samen te werken met het bedrijfsleven bijvoorbeeld door als stad een ‘showcase’ te zijn
voor pilots, nieuwe innovaties of toepassingen kunnen we ons onderscheiden.
20
8.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn (20132014)
21
9
DUURZAME STEDELIJKE ONTWIKKELING
Het spoor Duurzame Stedelijke Ontwikkeling (DuSo) richt zich op de duurzame ruimtelijke
ontwikkeling van de stad Nijmegen. Beleid uit de andere sporen krijgt in dit spoor een
ruimtelijke uitwerking.
9.1
Resultaten
22
9.2
Omgevingsanalyse
1. Economische crisis
In de bouw is de economische crisis flink voelbaar. Er wordt nauwelijks gebouwd en
waar het gebeurt is het maatwerk. Dit vraagt om een aanpassing van de traditionele
vorm van bouwen en financieren. De behoefte aan de “menselijke schaal” en maatwerk
neemt toe. Korte-termijn-kosten en lange termijn baten moeten beter in beeld komen
en op elkaar worden afgestemd. Anders dreigt het geheel erg versnipperd te raken.
2. Demografische samenstelling
De demografische samenstelling in Nederland verandert. Er komen minder jongeren,
meer ouderen en meer alleenstaanden. Voor Nijmegen is nog een bevolkingsgroei
verwacht tot 2030, maar sommige delen van Nijmegen zullen voor die tijd al te maken
krijgen met een afnemend aantal inwoners. Het beleid moet niet langer alleen gericht
zijn op het stimuleren en mogelijk maken van groei, maar ook op het accepteren en
begeleiden van krimp. Door de veranderende wensen in de (nabije) toekomst is flexibel
en aanpasbaar bouwen een belangrijk aandachtspunt. Dit werkt ook door in
beheerkeuzes voor onze kapitaalgoederen, zoals riolering.
3. Ruimtelijke implicaties van energietransitie
In 2020 moet nieuwbouw energieneutraal zijn, in 2050 alle bouw. Dit vraagt om
aanpassingen in het bouwproces, maar ook om ruimte voor collectieve duurzame
energievoorzieningen. Decentrale duurzame energievoorzieningen (wind, zon) vergen
ruimtebeslag en vragen daarmee om ruimtelijke afwegingen. Andere ruimtelijke
vraagstukken die op ons afkomen betreffen het distribueren van energie (zoals het
uitbreiden van het warmtenet naar de binnenstad), het ondergronds ordenen van
koude/warmte opslag, ruimtelijke ordening op bedrijventerreinen (hoe kunnen
bedrijven optimaal gebruik maken van elkaars reststromen) en op termijn wellicht een
ruimtelijk voorkeursbeleid voor ontwikkelingen die duurzaam zijn.
3. Omgevingskwaliteit en klimaatverandering
Duurzame stedelijke kwaliteit en omgevingskwaliteit zijn vereist om in een stad prettig
te kunnen leven, wonen en werken. De gevolgen van klimaatverandering worden in de
komende decennia meer merkbaar. Het Nationaal Deltaprogramma levert in 2015 vijf
deltabeslissingen. Twee daarvan (Waterveiligheid en Ruimtelijke Adaptatie) werken op
termijn door in regionaal en lokaal klimaatadaptatiebeleid, waterbeleid en ruimtelijk
beleid. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van Waalfront (waterkering), Waalsprong
(waterkering en buitendijks gebied) en de bestaande stad (hitte en hevige regenval).
Belangrijk is dit te vertalen in een aantrekkelijke ruimtelijke inrichting met een hoge
leefkwaliteit.
9.3
Kansen en uitdagingen
1. Opstellen ruimtelijk kader decentrale energieopwekking
Het opstellen van een ruimtelijk ‘Masterplan Decentrale Duurzame Energie’, als
ruimtelijke uitwerking van de ‘routekaart Nijmegen energieneutraal 2045’ biedt ons
een ruimtelijk sturingsinstrument waarmee wij kunnen aangeven waar de toekomstige
ontwikkeling van duurzame energie (infrastructuur) wel gewenst is en waar niet en
welke businessmodellen daarbij horen.
23
2. Verder benutten groen-blauwe structuren als dragers voor ruimtelijke kwaliteit
Nijmegen werkt aan een compacte stad, rijk aan groen op loopafstand van iedere
woning. Een duurzame stad is een stad die aantrekkelijk is om te wonen, werken en
recreëren. Dat willen we bereiken door zorgvuldig omgaan met de ruimte, met
aandacht voor stevige groenblauwe structuren en een hoge ruimtelijke kwaliteit in de
gebouwde omgeving, waarbij we inspelen op nieuwe opgaven op het gebied van
energietransitie en klimaat. In de Waalsprong is een aantal sterke troeven aanwezig
voor een duurzame stedelijke ontwikkeling: de connectie met de stad, het groen in de
omgeving, de duurzame waterstructuur en het collectieve warmtenet. We nemen de
waterstructuur met de daaraan gekoppelde groene openbare ruimte en wadi’s als
uitgangspunt in de planontwikkeling. Daarmee leggen we de basis voor wijken die met
hun bewoners mee kunnen groeien en waar klimaatveranderingen opgevangen
worden.
2. Duurzame bedrijventerreinen
Vanwege de economische crisis gaat de ontwikkeling van duurzame bedrijventerreinen
langzaam. De uitdaging ligt in goed tijdelijk gebruik van de later te ontwikkelen
gebieden. Bij bedrijventerrein de Grift ligt er de kans voor logistiek met een duurzame
component. Ook is er de uitdaging om de profilering van bestaande bedrijventerreinen
in stand te houden en in het vestigingsbeleid rekening te houden met bedrijven die van
elkaars reststromen gebruik kunnen maken. TPN West neemt hierbij al het voortouw
door het gebied tot energieneutraal bedrijventerrein te gaan ontwikkelen (zie spoor
energieneutrale stad). Hieruit zijn straks lessen te trekken voor nieuwe
exploitatiemodellen voor verduurzaming van andere locaties in de stad.
3. Dijkteruglegging als duurzaam icoon voor de stad
De dijkteruglegging bij Lent is het grootste klimaatadaptatieproject van Nederland.
Deze biedt naast ruimtelijke kansen ook kansen om ons (internationaal) als duurzame
stad te profileren. Door het verder doorvoeren van duurzaamheidsprincipes bij de
uitvoering van de dijkteruglegging en de daaruit voortvloeiende ruimtelijke
ontwikkelingen (bijvoorbeeld Veur-Lent en het ‘evenementeneiland’) kunnen wij dit
beeld verder versterken.
24
9.4
Wat Nijmegen doet op korte termijn (2013-2014)
25
10
‘GOUDEN KANSEN’
Uit de in dit uitvoeringskader per spoor geschetste kansen en uitdagingen is een uitsnede
te maken van een aantal ‘gouden kansen’ die wij nog in deze bestuursperiode aangrijpen
om duurzaamheid en innovatie in Nijmegen verder te versnellen. Met de verkiezingen van
2014 in het vooruitzicht beseffen wij ook dat wij dit alles niet meer zelf kunnen realiseren
en willen wij deze ook meegeven als aanbevelingen aan een volgende coalitie.
26
11
MONITORING EN EVALUATIE
27
Het stellen van doelen is leuk, maar hoe meten we nou of we bereiken wat we willen en
of we op koers liggen? Om te meten of ons duurzaamheidsbeleid op koers ligt, hebben
we verschillende evaluatie- en monitoringsinstrumenten.
28
29
BIJLAGE 1:
HOOFDPUNTEN NATIONAAL ENERGIEAKKOORD
Op 4 september 2013 ondertekenen het kabinet, werkgevers, vakbonden en
milieuorganisaties partijen het Nationaal Energieakkoord. Hoofdpunten uit het akkoord
zijn:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Een vervroegde sluiting (2016 / 2017) van jaren 80 kolencentrales (ook de Centrale
Gelderland).
Realiseren van 1,5% energiebesparing per jaar en 14% duurzame energie in 2020.
De energiebesparing bij bestaande woningen is speerpunt. Het streven is dat in
2030 alle woningen in Nederland label A hebben. De bouw- en installatiebranche
wordt gemobiliseerd om de markt vlot te trekken. Er wordt op Rijksniveau een
revolverend fonds van €600 miljoen ingesteld voor de aanpak van particuliere
woningen. €400 miljoen wordt vrijgemaakt voor de realisatie van de eerder
afgesproken doelstellingen in de corporatiesector.
In 2014 wordt een grote landelijke energiebesparingscampagne gestart.
Sterke inzet op windenergie en decentrale duurzame energie waaronder
warmtenetten.
Er komt per 2014 een belastingkorting voor particulieren die in coöperatief verband
zonne-energie opwekken.
Gemeenten worden gezien als facilitator op lokaal en regionaal niveau om de
energiebesparingsdoelstellingen te bereiken. In 2013 wordt hiertoe een
overeenkomst getekend tussen Rijk en VNG. De VNG is ook aan zet als het gaat om
het realiseren van energielokketten (realisatie per 2016) waar particulieren terecht
kunnen voor duurzame renovatie en waarbinnen een erkend en gebundeld aanbod
van het (regionale) bedrijfsleven beschikbaar is.
Nederland staat in 2030 in de top 10 van de Clean Tech Ranking. Om dat te
bereiken wordt ingezet op verviervoudiging van de EMT-sector ten opzichte van
2010.
Binnen mobiliteit wordt ingezet op een CO2 reductie van 60% in 2050. In 2014
wordt een ‘mixed strategy’ hiertoe opgesteld. Hierin krijgen duurzame
biobrandstoffen en LNG ook een rol.
Dit alles moet leiden tot 15.000 nieuwe voltijdsbanen, waarvan een groot deel al op
korte termijn invulling krijgt in de bouw- en installatiebranche.
30
BIJLAGE 2: ENERGIECIJFERS EN BENCHMARK
Energiecijfers Nijmegen
Wat is er vanaf 2008 tot en met 2012 nu daadwerkelijk aan energie bespaard? Met de
gegevens verkregen van Alliander (website Energie in Beeld) is een aantal figuren gemaakt,
met als doel het gemeentelijke energiebeleid te evalueren. Daarbij is het Nijmeegse
energieverbruik vergeleken met dat van Arnhem. Een benchmark is een extra duw om alert
en gemotiveerd te blijven en zo de route naar energieneutraliteit in het jaar 2045
werkelijkheid te maken.
Figuur 1. Energievraag Nijmegen
In Figuur 1 is de totale energievraag van Nijmegen weergegeven van het jaar 2008 tot en
met 2012. In het jaar 2012 is er 0,8 PJ minder aan energie verbruikt dan in 2008. Vanaf het
jaar 2010 is de vraag duidelijk gaan dalen. De daling in 2012 ten opzichte van 2008 ligt op
6,7%.
Figuur 2. Totale energievraag zakelijk & particulier
31
In Figuur 2 is de totale energievraag uitgesplitst in twee categorieën, namelijk zakelijk en
particulier. Beide categorieën geeft een daling in de energievraag weer. Er valt op te
merken dat zakelijk het grootste aandeel van de energievraag op zich heeft.
Figuur 3. Energie besparing Nijmegen t.o.v. 2008
In Figuur 3 is de besparing ten opzichte van 2008 weergegeven in PJ. Uit deze figuur is
duidelijk te zien dat gas het grootste aandeel heeft in energiebesparing. Verder is er te zien
dat vooral na 2010 significant energie wordt bespaard. De energiebesparing in 2012 ten
opzicht van 2008 van zakelijk is 6,8%, van particulier is het 6,5%.
Benchmark gemeenten
De energiecijfers van Nijmegen geven een beeld van de energievraag en de trend van
Nijmegen. Het is interessant om te weten hoe dit zich verhoud tegenover andere
gemeenten. De gemeente die worden vergeleken zijn: Arnhem en Nijmegen. Deze twee
steden verschillen van elkaar qua grootte, soort bebouwing en industrie. Er wordt
vergeleken op totaal verbruik en op gemiddelde waarden. Er wordt geen uiteindelijke score
gegeven, het is dus meer een vergelijking dan een feitelijke benchmark.
Figuur 4. Totale energievraag benchmark gemeenten
32
In Figuur 4 is de totale energievraag van de gemeenten
weergegeven. Nijmegen heeft het meeste energie verbruikt. Dit zijn totale energie waarden
(gas en elektra), omdat Arnhem en Nijmegen verschillen qua grote en inwoners wordt er
vooral gekeken naar gemiddelde waarden en de trend in de totale waarde.
Figuur 5. Totale energievraag benchmark gemeenten t.o.v. 2008
Figuur 5 is interessant omdat het de energievraag van Arnhem en Nijmegen in een trend
weergeeft. Het is duidelijk op te merken dat beide gemeente in het jaar 2010 een stijging
hebben gehad in hun energievraag. Na 2010 blijken Arnhem en Nijmegen in een zelfde
daling te bevinden. In hoe ver de economische crisis hiervoor verantwoordelijk is moeilijk
vast te stellen. De vraag van Nijmegen is verder gedaald met 6,7%, voor Arnhem is dit 4,8%
in 2012 ten opzichte van 2008.
Figuur 6. Gemiddelde elektriciteitsvraag particulieren
In Figuur 6 is het gemiddelde elektriciteitsvraag van particulieren van Arnhem en Nijmegen
weergegeven. Nijmegen blijkt gemiddeld meer elektriciteit te gebruiken dan Arnhem. In het
jaar 2012 is het elektriciteitsverbruik van Arnhem ten opzichte van 2008 meer gedaald dan
Nijmegen. De daling in Arnhem is 2%, Nijmegen komt op 0,1% in 2012 ten opzichte van
2008.
33
Figuur 7. Gemiddelde gasvraag particulieren
In Figuur 7 is het gemiddelde gasvraag van particulieren van Arnhem en Nijmegen
weergegeven. Nijmegen blijkt hier ook meer te verbruiken dan Arnhem. Gemiddeld is er in
het jaar 2012 ten opzichte van 2008 10% gas bespaard. Voor Arnhem is dit 8,6% voor
Nijmegen is dit 10,6%. Dit is een gemiddelde daling van 2,5 % per jaar.
Conclusie
Er kunnen een aantal zaken uit deze vergelijking worden geconcludeerd en worden
toegelicht. De totale energievraag van Nijmegen is groter dan die van Arnhem, echter
Nijmegen heeft ook meer inwoners. Bij beschouwing van het gemiddelde verbruik per
inwoner heeft Nijmegen echter ook over de hele linie een hoger verbruik dan Arnhem.
Kijken we naar de in 2012 ten opzichte van 2008 gerealiseerde energiebesparing dan scoort
Arnhem qua elektriciteit beter en Nijmegen qua daling van het gasverbruik. De totale
energiebesparing in Arnhem in Nijmegen volgt ruwweg dezelfde trend. Wel heeft
Nijmegen heeft hier een grotere daling dan Arnhem.
34
35
Op weg naar een energieneutrale stad in 2045
Routekaart - 28 juni 2013
Inhoud
Figuren
Samenvatting5
1.
Inleiding7
1.
Van klimaat- naar energiebeleid7
2.
De Duurzaamheidsagenda en de energieneutrale stad
7
3.
Nulmeting 2008 en voorbeeldscenario 2045
9
2.
Power2Nijmegen11
1.
Het co-creatie proces11
2.
Fase I: uitwerking ideeën in werkgroepen
11
3.
Brainstormkaart11
3.
Routekaart 204515
1.
Analyse scenario’s routekaart17
2.
Onderbouwing scenario’s 19
3.
Verder uitdieping scenarios: 24
4.
Praktische uitwerking25
5.
Opbrengst ten opzichte van doelstellingen
25
6.
Bijhouden van CO2 uitstoot25
4.
Conclusie27
1.
Power2Nijmegen is een succes!27
2.
Routekaart27
3.
Restopgave27
4.
Monitoring en evaluatie27
5.
Discussie27
6.
Tot slot29
Bijlage 1: Deelnemers werkgroepen Power2Nijmegen
30
Bijlage 2: Resultaten per werkgroep33
Bijlage 3 - Uitwerking scenario’s in aandeel warmte en aandeel elektriciteit
49
1
2
3
4
5
6
7
Voorbeeldscenario
Brainstormkaart Power2Nijmegen
Routekaart Power2Nijmegen
Resultaat Power2Nijmegen
Te verwachten effecten energiebesparing
Aandeel duurzame energie opwekking per bron
Verhouding aandeel warmte en aandeel elektriciteit
8
12
14
16
17
18
24
Tabellen
1
2
3
4
5
6
Aandeel duurzame energie opwekking per bron
Opbrengst maatregelen in Scenario 2020
Opbrengst maatregelen in Scenario 2045
Opbrengst maatregelen in Scenario 2045max.
Aandeel lokale duurzame energie t.o.v totaalverbruik
Behalen doelstelling CoM
19
19
20
22
25
25
Uitreiking Milieuprijs Westenweurt 2013. Ben Dankbaar (voorzitter van de jury) met de top 3 Nacco, Sappi en HSF - Foto William Moore
Samenvatting
In april 2012 is de gemeente Nijmegen gestart met het cocreatieproces ‘Power2Nijmegen’. De gemeente, bedrijven,
kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en andere
deskundigen zijn samen op zoek gegaan naar manieren om
bij te dragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen: een
energieneutrale stad in 2045. Deze ambitie maakt onderdeel
uit van de Duurzaamheidsagenda (2011-2015), waarin het
Nijmeegse duurzaamheidsbeleid is vastgelegd.
Power2Nijmegen is een succes. Er zijn vele enthousiaste
deelnemers, die in negen werkgroepen input hebben kunnen
leveren en er is een positieve sfeer ontstaan in het cocreatieproces. De eerste contouren van een werkprogramma
voor 2013-2017 krijgen vorm. De doorrekening in deze
routekaart laat zien dat de voorgestelde maatregelen
daadwerkelijk effect hebben en zullen bijdragen aan het
behalen van de doelstelling Nijmegen energieneutraal in
2045. Samenwerking blijft voorop staan om stap voor stap te
bouwen aan een energieneutrale stad!
De bevindingen van de werkgroepen zijn samengebracht op
een zogenaamde “brainstormkaart”. Per werkgroep is hierop
aangegeven welke ideeën, projecten of ideeën voor projecten
er zijn gegenereerd. Tevens is op basis van de uitkomsten van de
werkgroepen een (voorlopig) eindbeeld voor 2045 opgesteld.
De bevindingen van de werkgroepen zijn vertaald in twee
scenario’s voor 2045: ‘Scenario 2045’ en ‘Scenario 2045max’. Het
eerstgenoemde ‘scenario 2045’ is de directe doorvertaling van
de resultaten die uit de werkgroepen van Power2Nijmegen zijn
gekomen. Het ‘Scenario 2045max’ gaat uit van benutting van het
volledige energiebesparings- en duurzame energiepotentieel
op lokaal niveau. Het laat dus zien wat er nog meer mogelijk is,
naast hetgeen de werkgroepen hebben voorgesteld.
Om daadwerkelijk energieneutraal te zijn in 2045, dienen
mogelijke hindernissen en “versnellers” in beeld te worden
gebracht. Tevens is het goed om constant de vinger aan de
pols te houden bij (overheidsbeleid)ontwikkelingen en dienen
alle haalbare en niet-haalbare mogelijkheden periodiek
geëvalueerd te worden. De gemeente Nijmegen wil in dit
co-creatie proces vooral partijen faciliteren om bestaande
en nieuwe initiatieven te verbinden en om gezamenlijk
te werken aan ideeën en projecten die bijdragen aan de
gemeenschappelijke doelstelling: Nijmegen energieneutraal
in 2045.
Er staat een flinke klus om te klaren. Het maximale scenario
gaat uit van 50% energiebesparing en 50% duurzame
energieopwekking in 2045. Alle energiegebruikers en -dragers
spelen een belangrijke rol en zijn nodig om het totaalresultaat
te kunnen behalen. Huishoudens en bedrijven moeten flink
minderen in het energieverbruik. Op korte termijn liggen
er voor duurzame energieopwekking vooral kansen bij
windenergie, zonne-energie en elektriciteit, warmte en biogas
uit afval. Op langere termijn ontwikkelen ook de andere
dragers zich verder. Voor “nieuwe energievormen” (in de
breedste zin van het woord) is vooral in het laatste tijdsbestek
een flink aandeel voorzien.
5
Zonneboom- Foto Andreas Hetfeld
1.Inleiding
In april 2012 is de gemeente Nijmegen gestart met het cocreatieproces ‘Power2Nijmegen’. De gemeente, bedrijven,
kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en andere
deskundigen zijn samen op zoek gegaan naar manieren om
bij te dragen aan de ambitie van de gemeente Nijmegen: een
energieneutrale stad in 2045. Deze ambitie maakt onderdeel
uit van de Duurzaamheidsagenda (2011-2015), waarin het
Nijmeegse duurzaamheidsbeleid is vastgelegd.
•
•
•
•
1.
Van klimaat- naar energiebeleid
In 2008 is de gemeente Nijmegen gestart met Klimaatbeleid
met als doel om op stedelijk niveau 3% energiebesparing per
jaar te realiseren om zo in 2032 een klimaatneutrale stad
te zijn. In 2010 is dit beleid geëvalueerd in de ‘Quick scan
energie en klimaat’ (Royal Haskoning, 2010). Daaruit bleek
dat het gemeentelijke klimaatbeleid weliswaar leidde tot
energiebesparing (met een doorwerkingstijd tot ongeveer
2020), maar dat deze niet voldoende was om de lange
termijndoelstelling (klimaatneutraal in 2032) te behalen.
Bovenop de besparingsdoelstellingen bleek op termijn een
energietransitie naar duurzame energie noodzakelijk om
de gewenste lange termijn doelen te bereiken. Verder werd
in de Quick scan geconcludeerd dat de gemeente dan beter
zou kunnen inzetten op energieneutraliteit als kader dan op
klimaatneutraliteit:
energieneutraliteit is een maat voor wat je lokaal
realiseert en biedt geen mogelijkheid tot afwenteling;
klimaatneutraliteit kan ook bereikt worden d.m.v. CO2compensatie en zegt dus niet altijd iets over lokale
inspanningen;
klimaatneutraliteit meet ook andere zaken dan energie
(bv. footprint van voedsel, vervoer en goederen). Die zijn
op stedelijk niveau niet goed meetbaar.
het energieverbruik is op stedelijk niveau wel goed
meetbaar.
Een andere afweging om de nadruk meer te leggen op energie
i.p.v. klimaat, is het feit dat energie beter aansluit bij thema’s
die leven bij bedrijven en burgers.
2.
De Duurzaamheidsagenda en de energieneutrale stad
In 2011 heeft de Nijmeegse gemeenteraad de
Duurzaamheidsagenda vastgesteld als beleidskader voor
duurzaamheid. Deze krijgt vorm rondom vijf pijlers
1. Een energieneutrale stad
2. Een klimaat- en energieneutrale gemeentelijke
organisatie
3. Een economisch duurzame stad
4. Een stad met duurzame mobiliteit
5. Een stad die zich duurzaam ontwikkelt
In de Duurzaamheidsagenda is als ambitie vastgelegd, dat
Nijmegen in 2045 een energieneutrale stad wil zijn. Het
is hierbij van belang te realiseren dat het doel niet is dat de
gemeente Nijmegen autarkisch (=volledig zelfvoorzienend)
wordt en in feite niet langer op het energienetwerk aangesloten
hoeft te zijn. Het opwekken van duurzame energie kent grote
fluctuaties. Vraag en aanbod komen niet altijd overeen in tijd
en plaats. De uitdaging is om voor elke situatie te bepalen
welke oplossing in de praktijk de meest optimale is.
Energieneutraal betekent dat op jaarbasis in een stad
(en zijn directe omgeving) per saldo evenveel duurzame
energie wordt opgewekt als geconsumeerd.
Dit wil Nijmegen bereiken door het huidige stedelijke
energieverbruik met 50% te verminderen. De resterende
50% wil Nijmegen opwekken met duurzame energiebronnen
opgewekt in de regio, net als in de ‘groene kracht’. (NB:
Het energiegebruik als gevolg van mobiliteit is hierin niet
meegenomen. Het gaat over het energieverbruik van de
bebouwde omgeving (=woningen + bedrijven+ openbare
ruimte)).
7
8
Figuur 1: Voorbeeldscenario
3.
Nulmeting 2008 en voorbeeldscenario 2045
De doelstelling Nijmegen Energieneutraal 2045 is geformuleerd ten opzichte van het jaar 2008 (nulmeting).
Vanaf het jaar 2008 beschikt de gemeente over gedetailleerde
energieverbruikscijfers voor alle aansluitingen in de stad. Deze
cijfers worden verstrekt door netbeheerder Liander en worden
jaarlijks geactualiseerd. Op basis van deze cijfers kan Nijmegen
het stedelijke energieverbruik monitoren. In het jaar 2008 bedroeg het totale Nijmeegse energieverbruik 11 PJ (Pèta-Joule).
Dat is 11.000.000.000.000.000 Joule.
Figuur 1 toont het voorbeeldscenario. De rode lijn geeft
de `autonome ontwikkeling´ weer. Dit is de verwachte
ontwikkeling van het totale Nijmeegse energieverbruik zonder
aanvullend lokaal energiebeleid. De groei van de stad en
de effecten van Europees en nationaal energiebeleid zijn in
het autonoom scenario meegenomen. De blauwe lijn geeft
de potentie voor energiebesparing weer, de groene lijn het
potentieel aan duurzaam op te wekken energie. De blauwe en
groene lijn vormen samen een voorbeeldscenario waarmee de
stad Nijmegen in 2045 energieneutraal zou kunnen zijn.
Om de doelstelling ‘Nijmegen energieneutraal 2045’ te
onderbouwen is in 2010 een voorbeeldscenario opgesteld. Het
voorbeeldscenario beschrijft het huidige energieverbruik van
de stad Nijmegen (nulmeting 2008) en laat de mogelijkheden
voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie
zien die er in Nijmegen zijn. Uit dit voorbeeldscenario blijkt
dat Nijmegen rond 2045 als stad energieneutraal kan zijn,
mits alle genoemde mogelijkheden vrijwel maximaal worden
benut. [Bron: Quick scan Strategische Notitie Energie &
Klimaat, april 2010].
9
Windmast de Grift - Foto’s Sjon Debie
2.Power2Nijmegen
De gemeente Nijmegen heeft in de Duurzaamheidsagenda
aangegeven om in een ‘interactief proces met de stakeholders
in de stad’ invulling te willen geven aan de doelstelling
‘Nijmegen energieneutraal 2045’. Hieraan wordt invulling
gegeven met ‘Power2Nijmegen’. Power2Nijmegen is een cocreatieproces met als doel om samen Nijmeegse bedrijven,
instellingen en burgers van Nijmegen een energieneutrale
stad te maken.
De gemeente wil daarbij vooral partijen faciliteren om
bestaande en nieuwe initiatieven te verbinden en om
gezamenlijk te werken aan ideeën en projecten die bijdragen
aan de gemeenschappelijke doelstelling.
verankerd door deze vast te leggen in besluitvormingstrajecten,
te laten adopteren door bestaande samenwerkingsverbanden
tussen deelnemende partijen en door, waar nodig, financiering
te organiseren.
1.
2.
Het co-creatie proces
Het co-creatie proces Power2Nijmegen bestaat ruwweg uit
drie fasen:
Fase I: (april – oktober 2012): in april 2012 is het cocreatieproces Power2Nijmegen gestart met een bijeenkomst
in het Sanadome te Nijmegen. In de eerste fase hebben
190 professionele stakeholders (bedrijven, onderwijs- en
onderzoeksinstellingen, overheid) in negen werkgroepen
ideeën ontwikkeld voor een energieneutrale stad in 2045
en projecten geformuleerd die hieraan op korte termijn een
bijdrage kunnen leveren.
Fase II: (oktober 2012 - medio 2013): in deze fase worden
(nog vrijblijvende) ideeën uit fase I om gevormd in concrete
projecten, met een projectleider, projectdeelnemers en
financiering. De ideeën uit de eerste fase worden verder
Fase III (2013-2017): in deze fase ligt de focus op de
daadwerkelijke uitvoering van Power2Nijmegen projecten.
Daarbij willen we bij deze Power2Nijmegen projecten
uiteraard ook de inwoners van Nijmegen betrekken. Na deze
fase worden projecten geëvalueerd en wordt een nieuw pakket
aan maatregelen opgesteld die bijdragen aan het behalen van
de lange-termijn doelstelling.
Fase I: uitwerking ideeën in werkgroepen
De deelnemers aan Power2Nijmegen zijn, na een energieke
start, in fase I in negen werkgroepen aan de slag gegaan.
(Bijlage 1 geeft een overzicht van de werkgroepen en
deelnemers.)
Aan deze ‘routekaart’ liggen met name de ideeën die in deze
werkgroepen zijn ontwikkeld ten grondslag. Deze zijn hierin
doorgerekend op hun effecten op middellange (2020) en lange
termijn (2045).
De werkgroepen hebben in fase I zelf bijeenkomsten
georganiseerd om tot gezamenlijke ideeën te komen.
Daarnaast hadden de deelnemers de beschikking over een
online platform (NING) waarop zij online hun bevindingen
konden delen. De werkgroepen hebben ieder hun voorstellen
gepresenteerd tijdens een netwerkmeeting in juni 2012.
Daarna hebben sommige groepen hun bevindingen nog verder
uitgewerkt gedurende de daaropvolgende zomervakantie. De
bevindingen van de werkgroepen zijn door ons doorgerekend
op hun effect en uitgewerkt in een resultaatscenario.
De aannames die hieraan ten grondslag liggen, worden in dit
rapport inzichtelijk gemaakt.
3.Brainstormkaart
De bevindingen van de werkgroepen zijn samengebracht
op een zogenaamde “brainstormkaart”. Per werkgroep is
hierop aangegeven welke ideeën, projecten of ideeën voor
projecten er zijn gegenereerd. De Brainstormkaart geeft een
snel overzicht van de “oogst” van fase I van Power2Nijmegen.
Uiteraard is deze kaart niet statisch. Er komen ideeën en
projecten bij en soms vallen er ook af. Een actueel overzicht
van de Power2Nijmegen projecten is te vinden op: www.
power2nijmegen.com
Haalbaarheid
Het onderzoeken van de haalbaarheid van de
mogelijkheden en projecten die zijn ingebracht, was in
de eerste fase van het co-creatieproces geen opdracht
aan de deelnemers. In dat kader moet nadrukkelijk
vermeld worden dat de haalbaarheid van genoemde
projecten en de daarbij gedane aannames niet of niet
volledig is onderzocht. Dat is een belangrijke noot bij de
interpretatie van de resultaten en het formuleren van het
werkprogramma dat volgt op de routekaart.
11
12
Figuur 2: Brainstormkaart Power2Nijmegen
Organisatie en rollen
Power2Nijmegen is een platform waarin initiatieven
samenkomen die helpen om van Nijmegen een
energieneutrale stad te maken.
Het initiatief voor Power2Nijmegen en de organisatie
van het co-creatieproces lag in fase I in handen van
gemeente Nijmegen. De projectleider van de gemeente
hield korte lijnen met de trekkers / contactpersonen
van de werkgroepen. De werkgroepen konden voor
documentatie en communicatie gebruik maken een
online platform (NING), gefaciliteerd door gemeente
Nijmegen. Bij de organisatie, monitoring en verwerking
van de resultaten van de werkgroepen, werd gemeente
Nijmegen ondersteund door Royal HaskoningDHV.
Daarnaast konden werkgroepen naar behoefte gebruik
maken van technische inhoudelijk advies van Royal
HaskoningDHV.
In de tweede fase ligt het eigenaarschap van
Power2Nijmegen projecten bij de deelnemende partijen.
De gemeente faciliteert door ondersteuning te bieden
bij het opzetten van de projecten, partijen te verbinden
bijvoorbeeld door een website www.power2nijmegen.
com en door projecten te verankeren in bestaande
structuren zoals het Nijmeegs Energie Convenant. Royal
HaskoningDHV heeft in fase II Power2Nijmegen ingebracht
als projectfiche binnen de Economische Raad Nijmegen
(ERN) en werkt deze nu verder uit tot een projectvoorstel.
Parallel daaraan voert RoyalHaskoningDHV een
subsidiescan uit voor Power2Nijmegen als programma en
voor tien Power2Nijmegen projecten. In fase III zal de
aansturing voor Power2Nijmegen bij de ERN liggen,
waarbij Royal HaskoningDHV naar verwachting
het
programmamanagement
voert.
Hoe
de
organisatiestructuur er in fase III precies uit komt te zien
hangt mede af van de vertaling van het projectvoorstel in
een projectplan/businessplan. Deze is in juli 2013 gereed.
13
14
Figuur 3: Routekaart Power2Nijmegen
3. Routekaart 2045
Op basis van de uitkomsten van de werkgroepen is in dit
rapport een (voorlopig) eindbeeld voor 2045 opgesteld.
De bevindingen van de werkgroepen zijn vertaald in twee
scenario’s voor 2045: ‘Scenario 2045’ en ‘Scenario 2045 max’.
Het eerstgenoemde ‘scenario 2045’ is de directe doorvertaling
van de resultaten die uit de werkgroepen van Power2Nijmegen
zijn gekomen. (Details hierover zijn te vinden in bijlage 2.) Het
‘Scenario 2045max’ gaat uit van benutting van het volledige
energiebesparings- en duurzame energiepotentieel op lokaal
niveau. Het laat dus zien wat er nog meer mogelijk is, naast
hetgeen de werkgroepen hebben voorgesteld. Pas vanaf het
jaar 2020 treedt er een wezenlijk verschil op in het scenario
2045 en het scenario 2045max. Om die reden is er maar één
scenario beschreven tot 2020, dat voornamelijk gebaseerd
is op voorgenomen beleid en vanuit Power2Nijmegen
voorgestelde maatregelen.
De routekaart 2045 (zie figuur 3) laat zien dat er tussen
2008 en 2013 al het een en ander bereikt is. Het door de
gemeente en partijen binnen de stad Nijmegen gevoerde
energie- en klimaatbeleid heeft geleid tot een afname van het
stedelijke energieverbruik met 7,4% in deze periode. Zonder
verdergaande maatregelen zal deze lijn (stippellijn) zich naar
verwachting doorzetten tot 2020, waarna zonder verder lokaal
beleid het energieverbruik zal stabiliseren. Willen we richting
energieneutraal in 2045 dan moet er een tandje bij in de vorm
van een versnelling: een transitie naar duurzame energie.
Met de uitrol van het warmtenet in Nijmegen wordt daarvoor
de komende jaren al een stevige basis gelegd. Aangevuld
met verdergaande energiebesparingstrajecten (bijvoorbeeld
Energieaanpak Particulieren of energieneutraal renoveren
Neerbosch-Oost), nieuwe projecten met windenergie en
grootschalige uitrol van zonnenpanelen (PV) gaan we
deze versnelling het komen decennium in gang zetten. Of
daarbij de gele lijn de waarheid wordt (scenario 2045) of
vanaf 2020 de groene lijn (scenario 2045max) hangt af van
een aantal (externe) factoren. Wordt passiefhuisrenovatie
gemeengoed? Worden grote windturbines straks algemeen
geaccepteerd of is er over 20 jaar nog veel weerstand tegen?
Worden fiscale belemmeringen voor grootschalige uitrol van
PV opgegeven? Ontstaat er een volwassen markt van Energy
Service Companies die het energiebeheer van gebouwen en
bedrijven overnemen en verduurzamen? Dat zijn de factoren
die uiteindelijk bepalen in hoeverre de energietransitie in
Nijmegen uiteindelijk doorgevoerd kan worden. Bij een
scenario met een wat meer ‘weerbarstige praktijk’ zoals de
gele lijn aangeeft zullen we een deel van de invulling van onze
lokale opgave in regionaal verband moeten zoeken.
15
16
Figuur 4: Resultaatscenario Power2Nijmegen
1.
Analyse scenario’s routekaart
De gegevens vanuit Power2Nijmegen zijn geanalyseerd en
vergeleken met het eerdere ‘voorbeeldscenario’, opgesteld in
2010 voorafgaand aan Power2Nijmegen. Deze analyse (zie
bijlage 3) levert het ‘Resultaatscenario’ op, zoals hiernaast
is weergegeven in figuur 4. De rode lijn geeft daarbij de
autonome ontwikkeling aan (als Nijmegen niks doet). De
paarse lijn staat voor de te bereiken energiebesparing in het
‘Scenario 2045’ en de donkerblauwe lijn laat de maximaal
mogelijke energiebesparing zien (‘Scenario 2045max). De gele
lijn laat de hoeveelheid duurzaam op te wekken energie zien
in het ‘Scenario 2045’ de donkergroene lijn doet dat voor het
‘Scenario 2045max, wat overeenkomt met het lokale duurzame
energiepotentieel.
Onderstaande paragrafen geven meer gedetailleerde
informatie over de bijdragen van energiebesparing en
duurzame energieopwekking in de verschillende scenario’s.
2020 De bijdragen van de door de werkgroepen voorgestelde
maatregelen leidt tot 15% energie besparing (=1,65 PJ) ten
opzichte van 2008. Hiervan wordt 0,65 PJ gerealiseerd door
particulier gebruik en 1,00 PJ door het zakelijk gebruik.
Energiebesparing
In het voorbeeldscenario, is als doel geformuleerd om in 2045
op stedelijk niveau een energiebesparing van 50% te realiseren.
Die besparing vindt plaats bij bedrijven en in huishoudens.
In figuur 5 is de verwachte energiebesparing weergegeven
behorende bij de scenario’s 2020, 2045 en 2045max. Deze zijn
afgezet tegen het stedelijke energieverbruik van 2008.
2045 Op lange termijn (2045) leiden de voorgestelde
maatregelen naar verwachting tot een energiebesparing
van 34% (3,65 PJ). Hiervan wordt 1,15 PJ gerealiseerd door
huishoudens en 2,50 PJ door het bedrijfsleven.
2045max In het maximale scenario kan de energiebesparing
oplopen tot 50% (5,37 PJ). Het maximale scenario komt dus
overeen met de ambitie uit het eerdere voorbeeldscenario.
Voor energiebesparing lopen beide scenario’s gelijk op tot aan
2020. Voor duurzame energieopwekking lopen de scenario’s
zelfs gelijk op tot aan 2030. Dat betekent dat tot 2020 ook
in ‘scenario 2045’ een maximale inspanning wordt geleverd.
Veel meer dan dat de werkgroepen hebben bedacht is er tot
die tijd niet mogelijk. Verschillen in beide scenario’s treden
dus pas op middellange termijn op en hangen voornamelijk
samen met de mate waarin verdergaande maatregelen zoals
passiefhuisrenovatie, windenergie en nieuwe duurzame
energietechnieken maatschappelijk worden geaccepteerd
en grootschalig kunnen worden ingezet. Het ‘Scenario 2045
max
.’ laat zien wat er dan maximaal mogelijk is. Het ‘Scenario
2045’ is meer pragmatisch en houdt rekening met een meer
“weerbarstige praktijk”. Met dit scenario wordt de doelstelling
energieneutraal 2045 echter niet helemaal gehaald binnen
de gemeentegrenzen van Nijmegen. Er blijft een beperkte
restopgave bestaan.
Figuur 5: Te verwachten effecten energiebesparing
17
Duurzame energieopwekking
In het voorbeeldscenario is als doel geformuleerd om in
2045 de overgebleven 50% van het oorspronkelijke stedelijke
energieverbruik, op een duurzame wijze lokaal op te wekken.
De verwachte opbrengst van deze lokale duurzame bronnen
is aan de hand van kengetallen berekend. In figuur 6 is de
bijdrage van verschillende duurzame energiebronnen aan de
verschillende scenario’s weergegeven.
2020 In 2020 kan Nijmegen volgens het resultaatscenario
1,41 PJ lokaal duurzaam opwekken. Dat is zelfs meer dan de
beoogde 0,85PJ in het voorbeeldscenario. Deze 1,41 PJ komt
overeen met 15% duurzame energieopwekking in 2020
(uitgaande van een totaal energieverbruik van 9,15 PJ in 2020).
2045 In 2045 is het volgens de ideeën uit de werkgroepen
van Power2Nijmegen mogelijk om 4,78 PJ lokale duurzame
energie op te wekken. Dat is 44% van het totale stedelijke
energieverbruik in 2008 en is naar verwachting 67% van het
totale energieverbruik in 2045. In het ‘scenario 2045’ slaagt de
stad er dus in om voor 2/3 zelfvoorzienend te zijn in het eigen
verbruik. Het resterende deel moet elders opgewekt worden.
2045max In het scenario 2045max is het mogelijk om 6,38 PJ aan
lokale duurzame energie te produceren binnen de huidige
gemeentegrenzen van Nijmegen. Dat is 59% van het totale
stedelijke energieverbruik in 2008 en is maar liefst 113% van
het totale stedelijke energieverbruik in 2045 in het maximum
scenario. In het maximale scenario ontstaat er dus zelfs een
beperkt energie-overschot.
18
Figuur 6: Aandeel duurzame energie opwekking per bron
Uit de grafiek blijkt dat alle energiedragers een belangrijke rol
spelen en nodig zijn om het totaalresultaat te kunnen behalen.
Op korte termijn liggen er vooral kansen bij windenergie,
zonne-energie en elektriciteit, warmte en biogas uit afval.
Op langere termijn ontwikkelen ook de andere dragers zich
verder. Voor “nieuwe energievormen” (in de breedste zin van
het woord) is vooral in het laatste tijdsbestek een flink aandeel
voorzien.
Scenario 2020
2020
2045
2045max
Voorbeeldscenario (in PJ)
0,85
4,7
5,5
Resultaatscenario P2N
1,41
4,79
6,38
Duurzame energie
Bijdrage duurzame energiebronnen aan totaal (in PJ)
Wind
0,23
0,6
1
Zonne-energie (PV)
0,24
0,77
0,77
Zonthermisch
0,05
0,25
0,54
0,2
0,2
0,5
0,31
1,3
1,3
WKO / warmtepomp
0,2
0,75
0,77
Biomassa (regionaal)
0,1
0,42
0,5
0,08
0,5
1
Electriciteit uit afval
Restwarmte ARN /
geothermie
Nieuwe energievormen
Tabel 1: Aandeel duurzame energie opwekking per bron
2.
Onderbouwing scenario’s
Deze paragraaf geeft een globale onderbouwing van de
scenario’s. Voor ieder scenario worden benodigde maatregelen
en projecten voorgesteld en de kwantitatieve bijdrage die deze
in PJ leveren aan het scenario. Tevens staan de ontwikkelingen
beschreven die nodig zijn om ieder scenario uit te laten
komen. Deze ontwikkelingen zijn in belangrijke mate afgeleid
uit aannames van de werkgroepen en verwachtingen van het
Power2Nijmegen team over ontwikkelingen in de komende
jaren.
Het scenario voor 2020 laat het vigerende beleid1 zien. De in tabel 1 beschreven maatregelen zijn al in gang gezet. Per maatregel
is uitgewerkt hoeveel PJ dat aan energiebesparing of -opwekking oplevert (zie tabel 2).
Energiebesparing
1,6 PJ
5000 particuliere huishoudens besparen 20 tot 30% energie
0,1 PJ
20.000 huurwoningen besparen 20% energie via acties woningcorporaties
0,35 PJ
EU-apparatenbeleid
0,15 PJ
2% energiebesparing per jaar in de industrie
0,6 PJ
Handhaving MKB-aanpak
0,4 PJ
Energiebesparing overheidsgebouwen
0,05 PJ
Duurzame energieopwekking
1,4 PJ
Wind: 6 windturbines (op De Grift en bij Electrabel)
0,23 PJ
Zonne-energie: 300.000 PV-panelen op huizen
0,24 PJ
Zonthermisch: 7.500 zonneboilers
0,05 PJ
(Groene) Elektriciteit ARN
0,2 PJ
Restwarmte ARN (11.000 woningen)/ geothermie
0,31 PJ
WKO / warmtepomp
0,2 PJ
Biomassa (regionaal)
0,1 PJ
Nieuwe energievormen
0,08 PJ
Tabel 2: Opbrengst maatregelen in Scenario 2020
1
Vigerend beleid bestaat uit: Kadernotitie Klimaat (2008), Actieplan Klimaat 2008-2012, Duurzaamheidsagenda 20112015, Convenant Energiebesparing Corporatiesector Bestaande Woningbouw (2008), Coalitieakkoord ‘Werken aan een duurzame
toekomst’ (2010)
19
Duurzame energieopwekking
Scenario 2045
Het Scenario 2045 komt uit de werkgroepen van Power2Nijmegen. In tabel 3 zijn de maatregelen
genoemd met daarbij de uitdrukking in PJ’s.
Tabel 3: Opbrengst maatregelen in Scenario 2045
Energiebesparing
Energiebesparing in zowel koop- als huurwoningen
1,15 PJ
Hoe? Ofwel bij alle woningen 50% energie besparen, ofwel besparen in een mix (bij sommige
huizen bespaar je 30% bij andere 80%).
Maatregel uit werkgroep Energieneutrale (Bedrijven)terreinen en ICT, EMT, Smart Grids
Benodigde ontwikkelingen:
•
Alle bedrijventerreinen volgen het voorbeeld van TPN West en worden energieneutraal.
-Wet- en regelgeving en brancheafspraken bevorderen energiebesparing.
-Er is draagvlak binnen bedrijven om energie te besparen in het kader van:
ƒƒ
CSR
ƒƒ
Imago
ƒƒ
Bedrijfszekerheid
•
De energieprijzen en – afspraken stijgen, zodat energiebesparing prioriteit krijgt.
•
Er wordt gewerkt met smart grids, wat inzicht geeft in het energieverbruik.
•
Smart Grids krijgen meer bekendheid en maatschappelijk draagvlak.
20
0,6 PJ
Maatregel uit werkgroep Wind
Benodigde ontwikkelingen:
•
Er komen 16 windturbines op Nijmeegs grondgebied.
-Het maatschappelijk draagvlak voor windturbines neemt fors toe.
ƒƒ
Omwonenden en omliggende bedrijven kunnen rechtstreeks energie afnemen
van de dichtstbijzijnde windturbine.
ƒƒ
Kleine windturbines in de stad geven meer draagvlak voor windmolens.
-De procedures voor het plaatsen van windturbines worden vereenvoudigd.
Zonne-energie 750.000 PV-panelen op huizen in 2030, dus 1.000.000 panelen in
2045
Maatregel uit werkgroep Energieneutraal bouwen en renoveren
Benodigde ontwikkelingen:
•
Alle wijken in Nijmegen worden gerenoveerd zoals in Neerbosch-Oost, zowel huur- als
koopwoningen.
•
De energieprijs stijgt dusdanig dat energiebesparing prioriteit krijgt.
30% energiebesparing bij bedrijven
Wind: 16 windturbines
0,77 PJ
Maatregel uit werkgroep Zon
2,5 PJ
Benodigde ontwikkelingen:
•
Alle daken in Nijmegen liggen in 2030 vol met zonnepanelen.
-De prijs van zonnestroom in verhouding tot ‘grijze stroom’ ontwikkelt gunstig, voor
particulieren, kleinverbruikers, scholen en grootverbruikers (bedrijven).
-Er ontstaat een positieve business case voor alle doelgroepen.
Zonthermisch: 40.000 zonneboilers in 2045
0.25 PJ
Maatregel uit werkgroep Zon
•
De werkgroep heeft dit niet als zodanig benoemd, behalve dat zonthermisch naast PV ook
aandacht moet krijgen.
(Groene) Elektriciteit ARN
Dit is (bij grove benadering) het aandeel groene energie dat in en om Nijmegen nu van ARN wordt
afgenomen.
0.2 PJ
Duurzame warmte met de volgende bronnen:
•
•
•
•
1.3 PJ
Restwarmte ARN (11.000 woningen)
Geothermie
Electrabel
Toekomstige biomassacentrale
Benodigde ontwikkelingen:
•
Realisatie van de 3 door de werkgroep ontwikkelde energievormen volgens hun scenario:
•
Benodigde ontwikkelingen
•
Er komt een effectief warmtenet tot stand.
•
Er zijn voldoende warmtebronnen beschikbaar.
•
Het netwerk is slim en fijnmazig, zodat op langere termijn uitwisseling van hoog- en
laagwaardige warmte mogelijk is.
•
Het heeft meerdere vragers en kan regionaal aanbieden. Meer aansluitingen in de bestaande
stad op het warmtenet leveren een hoge bijdrage aan het (beïnvloedbare) aandeel duurzame
energieopwekking;
•
Stoomleiding TPN-West
•
Koudenet bij stationsgebied
•
•
0.75 PJ
Maatregel uit werkgroep Duurzame warmte, koude, biomassa en afval
Biomassa (regionaal)
Maatregel uit werkgroep Duurzame warmte, koude, biomassa en afval
0.5 PJ
Maatregel uit werkgroep Nieuwe energievormen
Maatregel uit werkgroep Duurzame warmte, koude, biomassa en afval
WKO / warmtepomp
Nieuwe energievormen
0.42 PJ
1) High Sky windturbine:
-Een turbine met een opgesteld vermogen van 1MW levert 1.000 MWh elektriciteit per
jaar.
-We gaan ervan uit dat er in Nijmegen ruimte is voor 20 turbines.
-Hiermee kan dus 20 GWh op jaarbasis worden gegenereerd.
2) CSP3:
-1 Hectare kas levert 500 MWh elektriciteit en 2.500 MWh warmte per jaar.
-We gaan ervan uit dat er in Nijmegen ruimte is voor 120 Hectare kassen met CSP
toepassingen.
-Hierdoor kan er dus 36 GWh worden gegenereerd per jaar.
3) Efficiënte brandstofcel:
-1 brandstofcel levert 13.500 KWh elektriciteit en 4.800 KWh warmte per jaar.
-We gaan ervan uit dat op den duur de prijs van de cel dusdanig wordt, dat er zeker
4.800 brandstofcellen geplaatst kunnen worden in Nijmegen.
-Hierdoor kan jaarlijks 88 GWh worden gegenereerd aan elektriciteit (57 GWh) en
warmte (31 GWh).
Totale potentiële bijdrage van de 3 vormen:
-20 GWh + 36 GWh + 88 GWh = 144 GWh/jaar (=0,5 PJ).
Benodigde ontwikkelingen:
•
Er wordt meer gebruik gemaakt van biomassa.
-We sluiten de kringlopen in eigen stad en regio, zodat het potentieel optimaal benut
word bv vergister ARN.
•
Er zijn mooie initiatieven op kleine schaal waar bijv. in grootkeukens een vergistingsinstallatie
zorgt voor eigen energieopwekking. Er liggen kansen ook voor andere kleinschalige
toepassingen.
•
Biomassa optimaal benutten (DELaND2).
•
Wanneer we alleen lokale/regionale biomassa betrekken in het streven naar energieneutraliteit
als stad, is dat echter een “te enge blik”. Dit vraagt een meer macro-benadering.
2
DELaND staat voor “Decentrale Energie Landschappen Nederland – Duitsland”. Het maakt
onderdeel uit van het grotere (majeure) project Groen Gas waarin 36 partners samenwerken om de
groen gas keten verder te ontwikkelen. Het doel van het project DELaND is het beter ontsluiten van
biomassa uit landschapsbeheer (energielandschappen). De inzet is om het noodzakelijke beheer in
o.a. de uiterwaarden in de regio’s Rijn-Waal en IJssel af te stemmen op biomassa-inzameling.
3
CSP: Concentrated Solar Power
21
v.
Duurzame energieopwekking
Scenario 2045 max.
Het Scenario 2045max. is opgesteld door het Power2Nijmegenteam en maakt gebruik van alle
aanwezige potentie die op dit moment verwacht wordt. Dit scenario komt dus bovenop het
scenario dat uit de werkgroepen is gekomen. In tabel 4 is dit scenario uitgewerkt in maatregelen
en PJ’s.
Wind: 27 windturbines
Zonne-energie: 750.000 PV-panelen op huizen in 2030, dus 1.000.000 panelen
in 2045
•
Tabel 4: Opbrengst maatregelen in Scenario 2045max.
Er ontstaan lokale energiecoöperaties waarin burgers en bedrijven gezamenlijk hun eigen
Zonthermisch:
1,87 PJ
opgewekt door zonthermisch.
(Groene) Elektriciteit uit afval
Benodigde ontwikkelingen:
•
Er is maatschappelijk draagvlak voor energieneutraal renoveren en passiefhuisrenovatie4.
•
Passiefhuisrenovatie loont financieel.
•
De bouwsector heeft ervaring met passiefbouw en –renovatie.
•
Woningcorporaties geven massaal invulling aan het nieuwe Aedesconvenant.
Restwarmte / geothermie
3,5 PJ
1,3 PJ
Benodigde ontwikkelingen:
•
Er komt een warmtenet met een vraag van 1,3 PJ in de stad.
•
Er zijn meerdere aanbieders van warmte (bv. via regionaal warmtenet).
•
In de verdere toekomst komt geothermie mogelijk als bron in beeld. Vooralsnog lijken de
kansen voor succesvolle winning van geothermische warmte in deze regio klein. Op termijn
is het mogelijk met nieuwe technieken wel winbaar. RU/UMC voert in samenwerking met
de provincie een onderzoek uit naar de haalbaarheid van geothermische energiewinning in
Nijmegen.
WKO / warmtepomp
22
0,5 PJ
Benodigde ontwikkeling: er vinden nieuwe ontwikkelingen plaats op het vlak van duurzame
energiewinning uit afval.
•
NB werkgroep warmte: Een hoog tarief voor storten van afval heeft geleid tot het opwekken
van energie uit de verbranding van afval. Zonder publieke prikkels komt verdere verduurzaming
niet tot stand.
Maatregel uit werkgroep Energieneutraal bouwen en renoveren
50% energiebesparing bij bedrijven
0,54 PJ
Benodigde ontwikkelingen:
Als alle wijken energieneutraal gerenoveerd zijn, wordt de resterende warmtevraag maximaal
Hoe? 30% energiebesparing bij alle huishoudens in 2020 (alle woningen hebben dan label B in
2021), 80% energiebesparing bij meer dan 70% van de huishoudens in 2045.
Maatregel uit werkgroep Energieneutrale (Bedrijven)terreinen
Benodigde ontwikkelingen:
•
Energy Service Company’s komen op en worden gemeengoed bij verhuurders van (grote)
kantoorpanden.
0,77 PJ
energie produceren.
Energiebesparing
Energiebesparing in zowel koop- als huurwoningen
1 PJ
Benodigde ontwikkeling:
•
Windenergie wordt gemeengoed.
0,77 PJ
Biomassa (regionaal)
0,5 PJ
Benodigde ontwikkeling: het aandeel regionale biomassa neemt fors toe en er komen nieuwe
technieken (zoals bv. energie uit algen). Nijmegen krijgt een of meerder biomassacentrales voor
verwarming of elektriciteitsopwekking.
Benodigde ontwikkeling:
•
5-10% van de benodigde energie wordt met biomassa opgewekt (= meest vooruitstrevende
scenario op nationale schaal).
•
De keten van biomassa staat nog aan het begin van haar ontwikkeling. Een meer biobased
economy biedt kansen voor verregaande verduurzaming.
Nieuwe energievormen
1 PJ
Maatregel uit werkgroep Nieuwe energievormen
Benodigde ontwikkeling:
•
Er zijn systeemdoorbraken waarmee duurzame energie opgewekt kan worden.
•
Per 8 jaar worden 3 van dit soort systeemdoorbraken ontwikkeld.
•
De bijdrage van dergelijke systeemdoorbraken is ieder geval groter dan 10% en kan zelfs (ver)
boven de 25% liggen.
•
Deze systeemdoorbraken hebben maatschappelijk draagvlak.
•
Deze systeemdoorbraken hebben een positief verdienmodel.
4
Passiefhuisrenovatie is renovatie volgens de pasiefhuistechniek waarbij de energievraag
van een bestaande woning met 80-90% wordt teruggebracht.
23
3.
Uitdieping scenario’s
Verhouding aandeel warmte en aandeel elektriciteit
De in de routekaart genoemde scenario’s (2020, 2045
en 2045max) zijn tot nu alleen bekeken op basis de totale
hoeveelheid energie die kan worden bespaard of duurzaam
opgewekt.
Wanneer we verder inzoomen op deze scenario’s zien we dat
deze nog verder kunnen worden uitgesplitst in een aandeel
warmte en een aandeel elektriciteit. Ook is er een “All Electric
scenario” denkbaar, waarbij de totale energievraag in 2045
elektrisch is (inclusief de vervoersbehoefte).
De conclusie op basis van die uitwerking is als volgt:
2020 in 2020 kan 10% van de totale stedelijke warmtevraag
en 27% van de totale stedelijke elektriciteitsvraag gevoed
worden vanuit lokale duurzame bronnen.
2045 in het scenario 2045 kan 56% van de totale stedelijke
warmtevraag en 89% van de totale stedelijke elektriciteitsvraag
gevoed worden vanuit lokale duurzame bronnen.
2045max in het scenario 2045max kan maximaal 92% van de
totale stedelijke warmtevraag en 167% van de totale stedelijke
elektriciteitsvraag gevoed worden vanuit lokale duurzame
bronnen.
Figuur 7: Potentie lokaal duurzaam opgewekte warmte en electriciteit per scenario.
24
4.
Praktische uitwerking scenario’s
Als praktische uitwerking van het hierboven beschreven
scenario 2045max, zijn onderstaande toepassingsscenario’s
voor 2045 denkbaar.
A.
‘All Electric scenario’
Als in 2045 de volledige energievraag (5,43 PJ) elektrisch zou
zijn, dan kunnen we met de beschikbare lokale duurzame
elektriciteitsbronnen niet aan die vraag voldoen. In 2045 kan
maximaal 3,27 PJ aan lokale duurzame elektriciteit opgewekt
worden. Dat is 60% van de totale energievraag die in dit
scenario volledig elektrisch is.
B.
‘Mixed scenario’
Een ‘mixed scenario’ is aantrekkelijker, omdat dan de aanwezige
warmtevraag met het aanwezige warmtepotentieel kan
worden afgedekt. In dit ‘mixed scenario’ blijft er vervolgens in
2045 0,95 PJ aan elektriciteit “over”, die ingezet kan worden
voor bij voorbeeld elektrische auto’s. Dat is naar schatting
ongeveer 1/3 van de huidige energievraag van mobiliteit in de
stad Nijmegen.
Ervan uitgaande dat de energievraag van mobiliteit tot
2045 nog afneemt (omdat vervoer energiezuiniger wordt),
kan een ‘mixed- scenario ‘naast de volledige energievraag
van de bebouwde omgeving ook in een deel van de huidige
energievraag van mobiliteit voorzien. Geen onaantrekkelijk
perspectief dus, gezien er buiten de stad uiteraard ook nog
mogelijkheden zijn voor meer grootschalige duurzame
energieopwekking.
De scenario’s zijn verder uitgewerkt in bijlage 3.
5.
6.
Opbrengst ten opzichte van doelstellingen
Nijmegen heeft in de Duurzaamheidsagenda een aantal
doelstellingen vastgelegd. Energieneutraal in 2045 staat
daarbij centraal. Deze lange termijn doelstelling lijkt haalbaar,
maar is fors en wordt binnen eigen grondgebied alleen
behaald met het 2045max. scenario. Onderstaande tabel geeft
het absolute aandeel lokaal opgewekte energie weer dat in
de verschillende scenario’s bereikt kan worden. Ons scenario
voor 2020 is praktisch gelijk aan de energiedoelstelling van
het Rijk (16% duurzame energie in 2020). Hierbij moet worden
opgemerkt dat in de doelstelling van het Rijk ook vanuit het
buitenland geïmporteerde biomassa wordt meegenomen. Wij
nemen in onze doelstelling alleen duurzame energie mee die
ook daadwerkelijk hier vandaan komt. Dus uit lokale en soms
regionale bronnen (als het gaat om biomassa en afval). Import
uit het buitenland telt dus niet mee in onze doelstelling
‘Energieneutraal 2045’.
Bijhouden van CO2 uitstoot
De gemeente Nijmegen is deelnemer aan het EU Covenant
of Mayors (CoM). Doel van het CoM is kennisuitwisseling
tussen gemeenten die verder gaan dan het bereiken van
tenminste 20% CO2 reductie in 2020 in de deelnemende
gemeenten. Uit onderstaande tabel blijkt dat als de routekaart
van Power2Nijmegen gevolgd wordt, deze doelstelling
ruimschoots wordt gehaal in Nijmegen. We bereiken dan 28%
CO2 reductie in 2020 ten opzichte van 2008, waarvan 15% als
het gevolg van maatregelen op het vlak van energiebesparing
en 13% als gevolg van duurzame energieopwekking. Advies is
om deze lokale CO2 doelstelling voor 2020 ook bestuurlijk vast
te leggen en het eerder door Nijmegen bij het CoM ingediende
‘Actieplan voor Duurzame Energie’ te actualiseren op basis van
de resultaten van deze routekaart.
Resultaatcenario
2011
Aandeel lokale
duurzame energie
tov totaalverbruik
3%
2020
15%
2045 P2N
67%
2045
max.
117%
Tabel 5: Aandeel lokale duurzame energie t.o.v. totaalverbruik
Netto besparing
energieverbruik
tov nulmeting
2008 (10,8PJ)
2011
2045
P2N
2045
max.
15%
34%
50%
13%
44%
59%
28%
78%
109%
4,4 %
Aandeel duurzame opwekking
tov 2008 (10,8PJ)
CO2 reductie tov
2008
2020
4,4%
Tabel 6: Behalen doelstelling EU Cenvenant of Mayors
25
Ton van Lieshout en Jan van der Meer schudden elkaar de hand na ondertekening van het convenant, aanbod 100.000 euro voor zonnepanelen op scholen - Foto Bob Walker
4.Conclusie
1.
Power2Nijmegen is een succes!
Power2Nijmegen is een succes. Er zijn vele enthousiaste
deelnemers, iedere werkgroep heeft input kunnen leveren
en er is een positieve sfeer ontstaan in het co-creatieproces.
De eerste contouren van een werkprogramma voor 20132017 krijgen vorm: de Economische Raad Nijmegen heeft
de projectfiche voor Power2Nijmegen aangenomen, het
Nijmeegs Energie Convenant adopteert projecten en Royal
HaskoningDHV voert een subsidiescan uit. De doorrekening
in deze routekaart laat zien dat de voorgestelde maatregelen
daadwerkelijk effect hebben en zullen bijdragen aan het
behalen van de doelstelling Nijmegen Energieneutraal 2045.
Samenwerking blijft voorop staan om stap voor stap te
bouwen aan een energieneutrale stad!
2.Routekaart
De Routekaart is geen dogma die aangeeft hoe
energieneutraliteit in 2045 bereikt moet worden. Het is een
leidraad waaraan de werkelijke inspanningen die worden
gepleegd afgemeten kunnen worden. Zo kunnen we op elk
moment in het proces tussen nu en 2045 zien of we nog “op
koers liggen” en of de maatregelen die genomen worden ook
daadwerkelijk leiden tot het gewenste effect. Op basis van
tussentijdse evaluaties kan het beleid bijgestuurd worden als
het nodig is en kunnen nieuwe inzichten die in de toekomst
ontstaan worden ingepast in de routekaart.
3.Restopgave
4.
Monitoring en evaluatie
Zoals ook is aangegeven binnen het proces van
Power2Nijmegen, kan het zo zijn dat het maximale scenario
niet gehaald wordt. Of bepaalde maatregelen vrij rigide
kunnen worden doorgevoerd hangt van een groot aantal
factoren af: maatschappelijk draagvlak, economische
haalbaarheid, regelgeving etc. Wanneer niet het scenario
2045max, maar het Scenario 2045 bewaarheid wordt, blijft een
restopgave van 2,36 PJ bestaan waarin lokaal niet voorzien
kan worden. Er zijn dan drie mogelijkheden om te komen tot
verdere verduurzaming van deze restopgave:
1. Oplossingen zoeken in regionaal verband: door regionale
windparken, biomassa of zonnestroomcentrales kan een
veelvoud aan duurzame energie worden opgewekt ten
opzichte van wat lokaal mogelijk is.
2. Accepteren dat het meer tijd kost om het energieverbruik
verder terug te dringen en het opwekkingspotentieel
verder te vergroten
3. Duurzame energie inkopen van elders: import van
biomassa, of inkoop van elders duurzaam opgewekte
energie (bijvoorbeeld wind op zee, waterkracht,
Concentrated Solar Power).
Jaarlijks monitort de gemeente het stedelijke energieverbruik
aan de hand van cijfers van Liander. Tevens wordt de uitstoot
van CO2 bijgehouden in het kader van het Convenant of
Mayors, zie bijlage 4. Aan het einde van de looptijd van het
werkprogramma 2013-2017, wordt het programma grondig
geëvalueerd. Dan blijkt ook in hoeverre de gemeente op koers
ligt om het Scenario 2045 max. te behalen. Hierop worden dan
acties geformuleerd.
5.Discussie
Het resultaat van de inventarisatiefase van Power2Nijmegen
is een breed palet aan mogelijkheden om in de gemeente
Nijmegen energie op te wekken en te besparen. In het cocreatie proces, de eerste stap van de routekaart, was het
van groot belang om alle mogelijke oplossingsrichtingen in
kaart te brengen en ‘out-of-the-box’ te denken. Dit is door de
deelnemers aan Power2Nijmegen met succes gedaan. Het
blijkt mogelijk om met de bevindingen van de werkgroepen
energieneutraliteit in 2045 te realiseren.
Het vervolg van Power2Nijmegen is de concretisering van de
plannen. In deze paragraaf zijn discussiepunten geformuleerd
die in het vervolg van dit proces de aandacht verdienen.
Haalbaarheid
Een tweede stap op weg naar een energieneutrale stad is een
haalbaarheidsanalyse van het mooie resultaat van het cocreatieproces. Hoe zit het met de technische haalbaarheid,
de energetische effectiviteit, de lokale inpasbaarheid en de
financiële haalbaarheid? Als je in 2045 daadwerkelijk het doel
wilt bereiken, is het van groot belang de plannen in dat licht te
27
beoordelen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen
‘harde’ en ‘zachte’ opwekkingsplannen. Hard is met de huidige
techniek mogelijk en is in feite een opschaling van de huidige
situatie. Zacht is afhankelijk van toekomstige technologische
ontwikkelingen. De aanbeveling is om op korte termijn zoveel
mogelijk in te zetten op bewezen technieken en niet langer
te wachten op nieuwe technieken die mogelijk beter zijn (het
betere is de vijand van het goede). Dat wil niet zeggen dat we
niet moeten inzetten op innovatie. We maken nu meters met
bestaande technieken en ontwikkelen intussen de technieken
voor de toekomst.
Inzicht in hindernissen
Daarnaast is het van groot belang een analyse uit te voeren op
mogelijke hindernissen. Te denken valt aan het maatschappelijk
draagvlak voor grootschalige energieopwekking. Draagvlak is
op zijn beurt weer afhankelijk van bijvoorbeeld de ontwikkeling
van energieprijzen. En die prijzen zijn op hun beurt weer mede
afhankelijk van beleid van de rijksoverheid. In welke gevallen
moeten wettelijke beperkingen uit de weg worden geruimd
om zaken mogelijk te maken en hoe realistisch is het dat dat
gaat gebeuren? Met welke instrumenten kan de overheid de
energietransitie versnellen? En welke overheid is waarvoor aan
zet?
Het in beeld brengen van mogelijke hindernissen en
“versnellers” helpt bij de nadere uitwerking van de
voorgestelde plannen. Deze aanvullende stap vergroot de kans
om het gestelde doel in 2045 te bereiken.
Beleidsontwikkelingen
De gemeente is afhankelijk van landelijk en provinciaal
beleid en regelgeving. Eventuele beleidswijzigingen kunnen
28
de scenario’s flink beïnvloeden. Komt er een feed-in tarief of
juist een heffing op duurzame energieopwekking? Mogen
burgers en bedrijven straks salderen voor de meter? Welke
fiscale stimuleringen of heffingen gaan gelden voor duurzame
en/of fossiele energie? Welke beleidswijzigingen volgen op
het gebied van ruimtelijke ordening om duurzame energie
te faciliteren? Welke programma’s starten de provincie en
stadsregio op en scheppen zij ook wijzigingen in het (beleids)
kader voor initiatieven?
Kortom: om het doel in 2045 te realiseren is het goed om
constant de vinger aan de pols te houden en alle haalbare
en niet-haalbare mogelijkheden periodiek te evalueren.
Hieronder volgt een schets van het bredere overheidsbeleid
dat van invloed is op de scenario’s.
Europa
De EU heeft als doelstelling om in 2050 een klimaatneutrale
energievoorziening gerealiseerd te hebben en zet fors in op
energiebesparing en duurzame opwekking van energie. Naast
een vertaling in algemene richtlijnen en wetten faciliteert
de EU gemeenten rechtstreeks via financiële regelingen
en samenwerkingsprojecten. De Europese regelingen zijn
daarbij steeds meer toegesneden op projecten die innovatie
en duurzaamheid nastreven. Daar liggen dus kansen.
Nijmegen is deelnemer aan het Europese Covenant of Mayors.
Samenwerking en kennisuitwisseling tussen Europese steden
kan bijdragen aan een versnelling van de energietransitie.
Het wiel hoeft niet steeds opnieuw uitgevonden te worden.
Een voorbeeld hiervan is het IEE passiefhuis project waaraan
de Stadsregio Arnhem Nijmegen deelneemt. Dat project sluit
goed aan op de doelstellingen van Power2Nijmegen.
Rijk
Het Rijk heeft grote invloed op de fiscalisering van energie.
Hierdoor wordt in belangrijke mate de prijs bepaald van
groene of grijze energie. Wijzigingen hierin werken direct door
in het tempo van de energietransitie. Deze is daarmee deels
afhankelijk van het rijksbeleid.
Het Rijksbeleid is ook van invloed op de ruimtelijke planning.
In de ‘gebiedsagenda Oost-Nederland’ worden gewenste
ontwikkelingen voor deze regio vastgelegd. Het is zaak om daar,
in samenspraak met de provincie Gelderland, onze wensen
(voor zover die ruimtelijke impact hebben) opgenomen te
krijgen.
Provincie Gelderland
De provincie heeft de doelstelling om in 2050 energieneutraal
te zijn. Power2Nijmegen kan daaraan een inhoudelijke
bijdrage leveren, maar is in zijn slagen ook mede afhankelijk
van de provincie. Onlangs heeft de provincie zijn ambitie voor
windenergie fors opgeschroefd (naar 210 MW in 2020). In 2013
stelt de provincie een nieuwe omgevingsvisie op. Duurzame
energieopwekking en energielandschappen kunnen daarin
een belangrijke rol krijgen. Ook werkt de Provincie Gelderland
aan de voorbereiding van financiële regelingen voor duurzame
energieprojecten van zowel burgerinitiatieven als meer
grootschalige initiatieven. Dat kan helpen bij het van de
grond tillen van nieuwe initiatieven binnen Power2Nijmegen.
Dergelijke publieke prikkels dragen bij aan de energietransitie
(langjarig commitment is noodzakelijk om initiatieven ook
financierbaar te krijgen).
Stadsregio Arnhem-Nijmegen
Binnen de Provincie Gelderland werkt ook de stadsregio aan
een routekaart voor energietransitie ‘De Groene Kracht’.
Binnen de stadsregio is de gemeente Arnhem op dit vlak actief
en heeft met het programma ‘Energy made in Arnhem’ een
evenknie voor Power2Nijmegen.
Sommige opgaven zoals biomassa, regionaal warmtenet,
grootschalige windenergie kunnen wellicht beter op regionaal
niveau opgepakt worden dan alleen op de Nijmeegse schaal.
Dat is ook de aanbeveling van diverse werkgroepen binnen
Power2Nijmegen. Kennisuitwisseling met ‘Energy made in
Arnhem’ en samenwerking ligt dan ook voor de hand.
•
•
•
Liander (netbeheer)
Een randvoorwaarde voor grootschalige duurzame
energieopwekking is een elektriciteitsnet dat dat ook aankan.
Daarom is het zaak om in een vroeg stadium de netbeheerder
bij duurzame energieplannen te betrekken zodat deze kan
werken aan proactieve netplanning die continue afname en
levering van duurzame energie kan garanderen. Samen Met
Liander participeert de Gemeente Nijmegen in Indigo. Dat is
het infrabedrijf dat de uitrol van het warmtenet organiseert.
Gemeente Nijmegen
Tot slot dienen ook binnen de gemeente Nijmegen
afwegingen te worden gemaakt die de energietransitie
kunnen bespoedigen.
• Zo kan de gemeente in de toekomst haar vestigingsbeleid
slim inzetten om potentiële energieleveranciers en
afnemers dichter bij elkaar te plaatsen.
• Beleid op het gebied van beeldkwaliteit kan een
significante impact hebben op de mogelijkheden voor
het bereiken van het volledige zonne-energie potentieel,
zoals opgevoerd in het Scenario 2045.
Daar waar mogelijk, kan de overheid zaken economisch
afdwingen. Bijvoorbeeld als ‘launching customer’ met
duurzaam inkoopbeleid en door werk te maken van
het verduurzamen van eigen gebouwen met een ESCOconstructie.
De gemeente kan verder faciliteren door “het organiseren
van kennis”, “het leveren van services” door partijen bij
elkaar brengen en “het slim kopiëren van succes story’s”
van elders die passen bij de schaal van Nijmegen.
Zoeken naar de samenwerking tussen publiek en privaat
(het warmtenet is daar een succesvol voorbeeld van).
6.
Tot slot
Power2Nijmegen wil alle deelnemers heel hartelijk danken
voor de geleverde bijdragen. Gezamenlijk wordt dit co-creatie
proces op een mooie manier ingevuld. In het vervolg proces kan
de beweging die op gang is gekomen van Nijmegen helpen een
nog mooiere en duurzamere stad te maken. Daarbij is iedereen
die hiervoor goede ideeën heeft, van harte uitgenodigd om
deel te nemen aan Power2Nijmegen!
Voornaamste uitgangspunt daarbij is dat de overheid de
juiste randvoorwaarden (spelregels) schept, waarbinnen de
markt optimaal kan functioneren. Daar waar gewenst kan de
overheid daarnaast, vanuit het collectieve belang, optreden als
verbinder van partijen, als regisseur en in sommige gevallen
misschien zelfs als participant (bv. PPS constructie) of als
initiator (bv. lauching customer). Het is echter de markt die
met haar innovatiekracht de energietransitie feitelijk vorm
moet geven.
Naast de rol van de markt is daarbij ook de rol van onderzoek
en onderwijs essentieel. Alleen met de juiste kennis en
vaardigheden kunnen mensen in de toekomst vormgeven
aan de energietransitie vorm geven. Daarvoor kan nu de kiem
worden gelegd.
29
Bijlage 1: Deelnemers werkgroepen Power2Nijmegen
EMT, ICT & Smart Grids
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
30
Stichting kiEMT, de heer R. Bosch
Stichting kiEMT, de heer B. van
Beers
Freek Welling Consultancy, de
heer F. Welling
Het Groene Hert, de heer H.
Pelzer
Conbuquest/Urgenda, de heer B.
Lagerweij
Zelfstandige, de heer M. Barckhof
HAN, de heer M.W.J. Hammink
BAM Infratechniek B.V., de heer
M. van der Waarde
BAM Techniek, mevrouw L.
Pennings
Radboud Universiteit Nijmegen,
de heer B. Dankbaar
Energy-Company, de heer R.
Knegt
Transition Town Nijmegen, de
heer O. Buunen
Energieneutraal
Onderwijs & communicatie
bouwen leden
leden
•
•
•
•
•
•
•
Energieneutraal
bouwen leden
Kropman, de heer
M. Brùssau
BouwQuest, de heer
C.P. Goossen
Heijmans, de heer R.
Rikken
Gemeente
Nijmegen, de heer
M. van Ginkel
Gemeente
Nijmegen, mevrouw
M. Hermans
•
•
•
•
•
•
•
Transition Town Nijmegen,
mevrouw K. Mulder
Zelfstandige, de heer M.
Barckhof
Vivaz Communicatie / St
De Maatschappelijke MeerWaarde, mevrouw C. Verhees
Bureau ZET, mevrouw S.
Martens
Gelderse Energiecoöperatie, de
heer W. Feltz
Numaga Design webontwerp,
de heer H. van Meteren
Milieu Educatie Centrum
Nijmegen, mevrouw A. Rutenfrans
Dominicus College, de heer J.
de Vries
Energieneutraal renoveren leden
Duurzame warmte, koude, biomassa
& afval leden
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
HeRe Projecten B.V., de heer G.
Heesakkers
Azimut Bouwbureau, de heer C.
Rose
Sto Isoned b.v., de heer N. Duijvelshoff
Standvastwonen, mevrouw D.
Jacobs
Van den Broek Advies, de heer R.A.C.
van den Broek
Gelderse Energiecoöperatie, de
heer A. Hadderingh
Het Groene Hert, de heer H. Pelzer
Gemeente Nijmegen, mevrouw K.
Kerckhoffs
Grontmij, mevrouw R. Gaal
SSHN, mevrouw M. Hojing
Neopixels Insulation BV, de heer S.
Nooijens
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Grontmij, de heer F. Schelleman
Enki Energy B.V., de heer S. Blankenborg
Gemeente Nijmegen, de heer K. van
Daalen
Heijmans Vastgoed, de heer R.
Rikken
HeRe Projecten B.V., de heer G.
Heesakkers
Conbuquest/Urgenda, de heer B.
Lagerweij
Zelfstandige, de heer M. Barckhof
Gemeente Nijmegen, mevrouw L.
van Wersch
Energon/Bleucourt, de heer W.
Hermans
SunSolutions, de heer H. Uenk
Stichting kiEMT, de heer B. van Beers
GDF SEUZ Energie Nederland NV, de
heer R.J. Pessers
Duurzame bedrijven(terreinen) leden
Nieuwe energievormen leden
Windenergie (grootschalig) lede
Zonne-energie leden
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Pasklaar, mevrouw Y. Keijzers
Deparkmanager.nl, de heer J. Breurkens
HeRe Projecten B.V., de heer G. Heesakkers
DZEN-duurzame Nederland, de heer N.
Nir Yossi
Bureau Sterrenschans, de heer G.
Frederiks
NXP/DFI, de heer T. Weyn
Het Klimaatverbond en zelfstandige,
mevrouw I. de Haan
Hoogdal BV/Stichting, de heer T. van
Lieshout
Scandic Sanadome Nijmegen, de heer G.
Keurhorst
Gemeente Nijmegen, de heer M. Hustinx
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Conbuquest/Urgenda, de heer B.
Lagerweij
SunSolutions, de heer H. Uenk
Energy-Company, de heer R. Knegt
Enki Energy B.V., de heer S. Blankenborg
Energon/Bleucourt, de heer W. Hermans
Gemeente Nijmegen, de heer J. Hell
Zelfstandige, de heer M. Barckhof
Gemeente Nijmegen, mevrouw L. van
Wersch
Het Groene hert, de heer J. Seveke
HeRe Projecten B.V., de heer G. Heesakkers
HAN, de heer P. Sonneveld
Radboud Universteit, de heer A. Siemerink
Liander, de heer M. Adan
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Vestas Benelux bv, de heer J. van
Hofwegen
REpower Systems, de heer A. te Grotenhuis
Conbuquest/Urgenda, de heer B.
Lagerweij
Gemeente Nijmegen, de heer J. Hell
Zelfstandige, de heer M. Barckhof
Gelderse Natuur en Milieufederatie, de
heer A. de Meijer
Gemeente Nijmegen, de heer S. Debie
Alliander Strategie, de heer P. van der
Ploeg
Gemeente Nijmegen, de heer M. Lenis
O2G Sustainable, de heer F. Ogg
•
•
•
•
•
•
•
•
100% ZONNIG, de heer m. Budding
Provincie Gelderland, mevrouw Y.
Tieleman
HeRe Projecten B.V., de heer G. Heesakkers
Alliander, de heer R. Brandwagt
Milieucentrum de Broeikas, de heer R.
Aalders
Onestone Solar, de heer M. Boogert
Zonnepark Nederland, de heer F.
Sommerdijk
Bureau Sterrenschans, de heer G.
Frederiks
GroenLinks, de heer J. Reinhoudt
Klimaatverbond, de heer R. Winter
31
32
Schouwburg 11-10-12 - Foto Colet Falke
Bijlage 2: Resultaten per werkgroep
Er zijn negen werkgroepen aan de slag gegaan binnen
1.
Werkgroep Energieneutraal bouwen en Power2Nijmegen. Deze bijlage beschrijft de resultaten per
renoveren
werkgroep volgens onderstaande opzet:
1.
Doel: wat wil de werkgroep bereiken binnen het betref-
Doel
fende thema?
De werkgroep ‘Energieneutraal renoveren’ heeft een plan
2.
Toelichting: hoe denkt de werkgroep het doel te bereiken?
gemaakt om binnen de bestaande woningvoorraad in
3.
Aannames: welke aannames liggen hieraan ten grond-
Nijmegen 50% energiereductie te realiseren in 2045. Het
slag?
voorstel is om op wijkniveau een energiebalans te creëren,
Scenario’s: wat is de te verwachten bijdrage aan de
waarbij productie en consumptie in evenwicht zijn. Ener-
scenario’s?
gieoverschotten worden naar gebieden met een energiete-
Projecten: welke projecten worden voorgesteld?
kort geleid.
4.
5.
Opmerking: De werkgroepen ‘Energieneutraal renoveren’ en
‘Energieneutraal bouwen’ hebben gedurende de looptijd van
Power2Nijmegen gefungeerd als twee op zichzelf staande
groepen. Tijdens het overleg op 7 september 2012 met alle
werkgroeptrekkers is besloten om deze werkgroepen onder
een gezamenlijke noemer “Energieneutraal bouwen en renoveren” te vermelden bij de verwerking van de resultaten.
Toelichting
De werkgroep stelt voor om de wijk Neerbosch-Oost als
pilot te nemen en in deze wijk wat betreft warmtevraag
een energiereductie van 50% te realiseren. Dit voorbeeld
kan later gevolgd worden in andere wijken. NeerboschOost telt 1507 grondgebonden- en 1984 gestapelde
woningen. De Energie-index van de woningen daalt na de
ingreep naar 1.05. Nu ligt deze rond de 2. De manier van
renoveren wil de werkgroep nog verder uitwerken aan de
hand van twee scenario’s:
33
Scenario’s
Tevens bereiken we energiebesparing door het volgen van
het Europese apparatenbeleid. Dat geeft 0,15 PJ besparing
in 2020.
Projecten
34
1.
2.
De warmtevraag van alle woningen wordt met 50%
waarbij de gemiddelde energieprestatie van woningen in
gereduceerd.
2021 label B is, corresponderend met 33% energiebespa-
De warmtevraag per woningtype verschilt, maar
ring ten opzichte van 2008. Uitgaande van een scenario
komt gemiddeld op 50% uit (sommige woningen 80%
waarin deze ambitie de komende jaren verder wordt
reductie en andere 30%).
doorgezet, kan een maximale overall energiebesparing op
Indien in 2045 een dergelijk energiepakket als in Neer-
warmte van 60% in 2045 gerealiseerd worden, correspon-
bosch-Oost in heel Nijmegen gerealiseerd kan worden,
derend met 1,6 PJ.
dan bedraagt de totale warmtevraag van alle Nijmeegse
Het laatste scenario is vooral interessant omdat tot 2020
(via het huidige Aedes pakket) bij alle corporatiewo-
en –renovatie.
--
Woningcorporaties geven massaal invulling aan
het nieuwe Aedesconvenant.
woningen in 2045 ongeveer 1,7 PJ. Er is rekening gehouden
ningen ingezet wordt op 30% energiereductie. Wellicht is
Het totale elektriciteitsverbruik van woningen bedroeg 0,6
met een hoger gemiddeld energieverbruik bij woningen
het mogelijk door een ander deel van de voorraad aan te
PJ in 2009. De P2N werkgroep voorziet in een reductie van
in andere wijken dan in Neerbosch-Oost (bijvoorbeeld
pakken via passiefhuisrenovatie (waarbij 80% of meer
de elektriciteitsvraag van woningen door toepassing van
vanwege de woninggrootte). Gemiddeld verbruiken
reductie van de warmtevraag wordt behaald), gemiddeld
PV panelen. Deze reductie is echter niet verder gekwantifi-
woningen in Neerbosch-Oost nu al 12% minder energie
uit te komen op een reductie van de warmtevraag met 50%
ceerd en kan niet als besparing geteld worden, omdat deze
voor warmtevoorziening dan gemiddeld in Nijmegen.
ten opzichte van huidig.
ook valt onder duurzame opwekking.
Het huidige warmteverbruik (2009) van alle woningen
De werkgroep heeft berekend dat de warmtevraag van
Neerbosch-Oost na de ingreep 99,2 miljoen MJ bedraagt.
Dat komt ongeveer overeen met 0,1 PJ. De woningen in
Neerbosch-Oost maken ongeveer 7% uit van het totale
Nijmeegse woningbestand.
Inmiddels is er een nieuw Energieconvenant van kracht
geworden tussen de koepel van woningcorporaties Aedes,
Het Rijk en de Woonbond. Dit behelst een verdergaande
besparing dan in het eerder afgesproken convenant,
Aannames
•
Alle wijken in Nijmegen worden gerenoveerd zoals
Neerbosch-Oost, zowel huur- als koopwoningen.
--
bedroeg 2,7 PJ in 2009. De reductie die met het P2N
scenario ten opzichte van de nulmeting wordt bereikt is
daarmee ongeveer 1 PJ in 2045.
De energieprijs stijgt dusdanig dat energiebesparing prioriteit krijgt.
--
Er is maatschappelijk draagvlak voor energieneutraal renoveren en passiefhuisrenovatie.
--
Passiefhuisrenovatie loont financieel.
--
De bouwsector heeft ervaring met passiefbouw
35
Scenario’s
Voor energiebesparing bij bedrijven(terreinen) zijn er drie
scenario’s:
Projecten
36
2.
Werkgroep Duurzame bedrijven(terreinen)
•
Doel
De werkgroep energieneutrale bedrijventerreinen heeft
een plan gemaakt om te komen tot energieleverende
Het parkmanagement van het bedrijventerrein TPN
door energie-uitwisseling (reststromen) tussen bedrijven
West heeft de ambitie geuit om als bedrijventerrein
en welk deel door duurzame opwekking.
energieneutraal te worden, ook door toepassing van
In totaal verbruikten alle zakelijke aansluitingen in
windenergie op het bedrijventerrein, grootschalige
Nijmegen in 2009 gezamenlijk ongeveer 7,5 PJ (daarbij is
toepassing van zonne-energie en gebruik van stroom
ook het elektriciteitsverbruik van NXP van 0,7 PJ gerekend).
en restwarmte van ARN. Een van de voorstellen is de
bedrijventerreinen.
aanleg van een stoomleiding op het terrein en een
Aannames
andere tracékeuze van het warmtenet waardoor meer
•
Toelichting
bedrijven op TPN West hieraan kunnen aanhaken en
Op korte termijn moet er een soort “marktplaats” komen,
warmte kunnen afnemen en leveren.
zodat bedrijven onderling makkelijk kennis en energie
West en worden energieneutraal.
Voetbalclub NEC neemt het initiatief tot oprichting
vraag- en aanbod kunnen gaan uitwisselen. Daarnaast is
Bedrijventerrein TPN West verbruikt 0,9 PJ aan energie.
van het Nijmeegs Energie Collectief waarbij bedrijven
voorzien in een project met LED verlichting bij bedrijven, te
Wanneer dit bedrijventerrein energieleverend zou zijn in
en burgers uit Nijmegen gezamenlijk groene stroom
beginnen met een pilot.
2045, betekent dit minimaal een reductie van 0,9 PJ ten
gaan inkopen. In de toekomst kan een dergelijk
In hoeverre bedrijventerreinen op langere termijn ener-
opzichte van het startjaar 2009.
inkoopconsortium een belangrijke afnemer worden
gieleverend kunnen worden is in de plannen van de werk-
In het voorbeeldscenario is berekend dat het vigerende
van lokaal opgewekte duurzame energie, waardoor
groep nog niet voorzien. In de “slipstream” van het project
beleid tot 2020 (handhaving MKB en industriebeleid Rijk)
de opwekking hiervan eerder rendabel wordt en
is er wel een aantal concrete initiatieven ontstaan in deze
stadsbreed leidt tot een energie besparing van naar schat-
bedrijventerreinen echte energieleveranciers kunnen
richting:
ting 1 tot 1,5 PJ bij het bedrijfsleven in 2020.
worden.
Ervan uitgaande dat ook andere bedrijventerreinen het
•
•
Alle bedrijventerreinen volgen het voorbeeld van TPN
voorbeeld van TPN West en de Grift zullen volgen, gaan we
Voor het te ontwikkelen bedrijventerrein De Grift in
Uitgaande van de ambitie van de werkgroep betekent dit
de Waalsprong wordt een variant ontwikkeld waarbij
ervan uit dat het totale bedrijfsleven in 2045 tenminste 2-3
dat bedrijventerreinen in 2045 per saldo geen energie meer
dit bedrijventerrein als hoofdfunctie energielevering
PJ aan energiebesparing heeft gerealiseerd.
verbruiken. Het is in dit scenario nog onduidelijk welk deel
heeft. Daarbij wordt gedacht aan een combinatie van
daarvan wordt bereikt door energiebesparing, welk deel
windenergie, zonne-energie en biomassa.
37
Scenario’s
Voor energiebesparing bij zonne-energie zijn er drie
scenario’s:
Projecten
38
3.
Werkgroep Zonne-energie
Doel
De werkgroep zonne-energie heeft als doel gesteld om
al in 2030 het totale potentieel aan daken in Nijmegen
van zonnepanelen te hebben voorzien. Daarbij zijn er
drie doelgroepen: particulieren, bedrijven en scholen.
lijke elektriciteitsbehoefte voorzien.
boilers. Indien echter een koppeling is te maken met
In onderstaande tabel voorzien we toch een doorgroei
verregaande isolatie van gebouwen, dan kunnen deze
naar 0,77 PJ in 2045. Dat zal dan voornamelijk veroor-
gebouwen verwarmd worden met laagwaardige warmte.
zaakt worden door het plaatsen PV op niet-conventionele
Thermische zonne-energie kan daar dan een rol in spelen.
locaties en door innovatie (hogere opbrengst/m2).
In dat scenario gaan we uit van een opbrengst van
ZON (PV)
Voor alle drie de doelgroepen worden business modellen
Aantal
ontwikkeld.
panelen
Toelichting
Naar schatting is het potentieel aan zonne-energie van
Nijmeegse daken 200.000 kWp, wat overeenkomt met
een energieopbrengst van 170.000.000 kWh/jaar. Dit
komt overeen met een energieopbrengst van 0,6 PJ voor
PV panelen. Het totale elektriciteitsverbruik in Nijmegen
bedroeg in 2009 779.000.000 kWh, waarvan 166.000.000
2015
2020
2025
2030
2045
Aantal zonneboilers
75.000
300.000
500.000
750.000 1.000.000
2009 dekken en 100% van het huidige particuliere
verbruik. Bij een realisatie van 50% energiebesparing
op elektriciteitsverbruik in 2045 (t.o.v. 2009) kunnen PV
panelen op daken in ongeveer 40% van de totale stede-
Opbrengst in m
gasverbruik /jr.
Opgesteld
Opbrengst in PJ
vermogen
20.000
80.000
133.333
200.000
in MW/jr.
Opbrengst
in PJ
2020
2025
2030
2045
2.000
7.500
15.000
25.000
40.000
350.000 1.132.500 2.625.000 4.375.000
7.000.000
0,01
0,25
0,05
0,09
0,15
250.000
(KWp)
Opbrengst
2015
3
(+/-)
Aannames
17.000
68.000
113.333
170.000
212.500
0,06
0,24
0,48
0,60
0,77
•
Alle daken in Nijmegen liggen in 2030 vol met zonnepanelen.
•
Als alle wijken energieneutraal gerenoveerd zijn,
wordt de resterende warmtevraag opgewekt door
zon thermisch.
door particulieren. In principe kunnen zonnepanelen
ongeveer 20% van het totale elektriciteitsverbruik in
ZON (Thermisch)
Naast PV is er een potentieel voor zonthermische energie.
Het totale potentieel aan zonne-energie in Nijmegen
Die is moeilijker in beeld te brengen, want afhankelijk
bedraagt naar schatting 0,85 PJ in 2030. In het scenario
van de vraag van het gebruiksprofiel van een gebouw
2045 gaan we uit van een totale opbrengst van 1,02 PJ
en de afnemers daarin. Voor het potentieel houden we
door zonne-energie in 2045. Bij een verdere uitrol van
daarom voorlopig de inschatting uit het voorbeeldsce-
zon-thermisch (gekoppeld aan vergaande isolatie van
nario aan van 0,25 PJ. Dat gaat volledig uit van zonne-
woningen) kan dit potentieel oplopen tot 1,31 PJ in 2045.
39
Scenario’s
Projecten
40
4.
Werkgroep Windenergie
Mogelijke locaties voor windturbines zijn weergegeven in
onderstaande tabel. Tevens is een grove indicatie gegeven
Doel
De werkgroep windenergie ziet veel potentie in windenergie als duurzame bron. Windturbines plaats je echter
niet zomaar, vandaar dat de werkgroep met name heeft
van het aantal windturbines, het vermogen dat het met
zich meebrengt en het mogelijke bouwjaar.
naam locatie
geadviseerd om het proces voor windenergie om te
cipatie van potentiële afnemers en een zelfleveringsmodel.
cumulatief
mogelijk
turbines
vermogen
bouwjaar
Dit zal de acceptatie en snelheid van de realisatie van
stelling A15)
windenergie versnellen en zorgt ervoor dat windenergie
Terrein Electrabel
daadwerkelijk lokaal wordt ingezet en zo dus bijdraagt aan
Westkanaal-
energieneutraliteit.
haven
A73 (Lindenholt,
Toelichting
Weezenhof )
Binnen Power2Nijmegen is een aantal nieuwe potentiële
Stadspark Stad-
locaties voor windmolens naar voren gebracht. Of deze
dijk
3MW
vermogen (MW)
Opbrengst in
Opbrengst in PJ
4
12 MW
2015
2
18 MW
2020
3
27 MW
2025
4
39 MW
2030
2020
4
6
12
18
2025
9
2030
13
27
39
2045
16
48
40.000 60.000
90.000
130.000 160.000
0,15
0,33
0,49
0,23
0,60
Aannames
•
Er komen 27 windturbines op Nijmeegs grondgebied.
--
Het maatschappelijk draagvlak voor windturbines
neemt toe.
--
De procedures voor het plaatsen van windturbines
worden vereenvoudigd.
3
48 MW
2045
In een maximaal scenario 2045 is rekening gehouden met
een opbrengst van 1 PJ, corresponderend met 27 windtur-
haalbaar zijn wordt momenteel nog onderzocht. Daarnaast moet het voorbeeldscenario aangepast worden,
Aantal turbines
MWh/jr
(3MW/stuk)
De Grift (lijnop-
2015
Opgesteld
aantal
draaien. Dus vooral in te zetten op betrokkenheid en parti-
WIND
bines. Vraag is in hoeverre deze gerealiseerd kan worden op
Totaal potentieel
16
48 MW
omdat in deze regio volgens experts molens met een hoger
Nijmeegs grondgebied. Dit scenario gaat ervan uit dat het
maatschappelijk draagvlak voor windenergie in de komende
vermogen dan 3MW geen zin hebben. Het waait eenvou-
Omgerekend naar een potentiële opbrengst leidt dat tot
digweg niet hard genoeg om nog zwaardere turbines te
decennia fors toeneemt en procedures voor plaatsing
onderstaand scenario:
vereenvoudigd worden.
plaatsen. Daarmee zou het feitelijke rendement niet groter
worden.
41
Scenario’s
Projecten
42
5.
Werkgroep Nieuwe energievormen
Doel
De werkgroep Nieuwe Energievormen heeft drie potentiële
nieuwe duurzame energietechnieken ingebracht. Het gaat
daarbij om:
•
Een nieuw type windturbine (de Sky Windturbine) die
als een vlieger in de lucht zweeft.
•
Een nieuw type zonnecel op basis van Fresnell lenzen,
de zogenaamde ‘CSP’.
•
De BlueGen: een apparaat dat op waterstof (brandstofcel) een gebouw van energie kan voorzien. Indien
de waterstof duurzaam wordt opgewekt, is de
BlueGen een duurzaam alternatief voor de CV ketel.
Toelichting
De mate waarin de nieuwe technieken kunnen bijdragen
aan het eindscenario gaat de werkgroep nog uitzoeken.
Alleen voor de Sky windturbine is dit in beeld gebracht:
de ‘Sky windturbine’ zweeft aan kabels in de lucht op 150
meter hoogte. De opbrengst per stuk is ongeveer 850
MWh/jr. Uiteraard gaat het hier om een nieuwe techniek
die eerst getest zal moeten worden en die pas op langere
termijn mogelijk grootschaliger kan worden toegepast. De
werkgroep heeft berekend dat op een gebied van 2,8 km2
plan gemaakt voor waterturbines in de Waal. Zij hebben
twintig van deze turbines geplaatst kunnen worden. Deze
berekend dat in de Waal bij Nijmegen 60 stroomtur-
zouden dan gezamenlijk 0,07 PJ op kunnen wekken.
bines geplaatst kunnen worden, met een opbrengst van
Wanneer in de regio rondom Nijmegen 200 van deze Sky
23.126.400 kWh, wat overeenkomt met 0,08 PJ. Ook dit
turbines geplaatst worden (de utopie van de werkgroep)
getal nemen we op onder Nieuwe Energievormen.
dan zouden deze gezamenlijk een vermogen van 0,63 PJ
kunnen leveren.
Aannames
De CSP kan toegepast worden bij 120 ha. aan kassen en
•
Er zijn systeemdoorbraken waarmee duurzame
levert gezamenlijk 0,13 PJ op.
energie opgewekt kan worden.
De BlueGen, een efficiënte brandstofcel, heeft een
--
rendement van 85%. Als we alle beschikbare biomassa in
Nijmegen hiervoor zouden gebruiken, levert dit 0,32 PJ.
Per 8 jaar worden 3 van dit soort systeemdoorbraken ontwikkeld.
--
De bijdrage van dergelijke systeemdoorbraken
Als we de levering van deze drie bronnen in 2045 bij elkaar
is ieder geval groter dan 10% en kan zelfs (ver)
optellen, kunnen deze 1/3 van de Nijmeegse woningen
boven de 25% liggen.
van energie voorzien. Voor de goede orde, de alternatieve
Natuurlijk kunnen we niet voorspellen welke uitvindingen
vormen van koeling (zoals witte daken, koudenet) zijn nog
er worden gedaan in de komende decennia. Toch is het
niet meegenomen, omdat we deze nog niet goed kunnen
aannemelijk dat er uitvindingen worden gedaan die erg
kwantificeren. Hier zit ook nog potentie in. We kunnen
bruikbaar zijn voor het duurzaam opwekken van energie.
hierover eventueel informatie inwinnen bij de gemeente
Deze nog uit te vinden bron(nen) hebben een belangrijk
Arnhem.
aandeel in het maximale scenario.
Meesterproef
Naast de bijdrage van de werkgroep hebben leerlingen
van het Stedelijk Gymnasium in hun “Meesterproef” een
43
Scenario’s
Bij het maximale scenario gaan we er vanuit dat er een
duurzaam gestookte centrale is die 0,5 PJ opwekt voor de
stad Nijmegen.
Projecten
44
6.
Werkgroep Duurzame warmte, koude, biomassa & afval
Warmte, Koude, Biomassa
2015
2020
2025
2030
2045
Restwarmte ARN / geoth.
0,11
0,31
0,56
0,85
1,30
WKO / warmtepomp
0,10
0,20
0,30
0,45
0,75
De werkgroep Duurzame warmte, koude, biomassa en
Biomassa regionaal
0,10
0,10
0,21
0,25
0,42
afval heeft de mogelijkheden van het warmtenet bestu-
Totaalopbrengst in PJ
0,31
0,61
1,07
1,55
2,47
Doel
deerd. Het warmtenet wordt vanaf medio 2012 uitgerold
in de Waalsprong en het Waalfront (14.000 woningen). De
Centrale Gelderland (GDF Suez)
wordt gesproken met Rijkswaterstaat en waterschappen.
ambitie is om dit net waar mogelijk ook in de bestaande
Voor wat betreft biomassa heeft Centrale Gelderland (GDF
Ook ontstaan er grensoverschrijdende initiatieven, zoals
stad uit te rollen. Daar waar het warmte netwerk lastig
Suez) de wens uitgesproken om 100% over te schakelen op
het DELaND-initiatief.
te realiseren is, is een houtgestookte ketel een alternatief,
biomassa in de toekomst. Het is hen nog niet gelukt om
Uit een provinciale studie blijkt geothermie weinig kansen
zowel gebouwgebonden als in kleine netwerken.
een Green-Deal te sluiten met het Rijk om meer biomassa
te bieden in Nijmegen. Tenzij het ultradiep wordt gedaan
te mogen bijstoken. Dat heeft te maken met de invoering
met behulp van de omstreden methode ‘wreckling’. Deze
Toelichting
van een kolenbelasting. Die is tot op heden niet tot stand
methode wordt ook toegepast bij het winnen van scha-
Daar waar koude van toegevoegde waarde is en lagetem-
gekomen. De kosten voor bijstoken van biomassa blijken
ligas en burgers staan daar doorgaans zeer negatief tegen-
peratuurverwarming toepasbaar is kan ook Warmte Koude
fors. Wanneer het volume in ogenschouw wordt genomen
over. De RU en het UMC laten momenteel nader onderzoek
Opslag (WKO) of een bivalent systeem worden toegepast.
zou 1% toename van het aandeel biomassa in de centrale
uitvoeren naar de mogelijkheden van geothermie op hun
Om de juiste (energetische en economisch verantwoorde)
het totale lokaal aanwezige potentieel aan biomassa
terrein. Wij wachten de resultaten van dit onderzoek af.
keuzes te maken is het zaak een beeld te krijgen van het
vragen (!). In die zin is het verstandig om regionaal te kijken
potentiële tracé van het warmtenet. Vanuit een concept
welke bronnen van biomassa er zijn en hoe die het beste
Aannames
tracé kan gekeken worden welk potentieel hiermee
kunnen worden ingezet. Op dit moment is het zo dat 70%
•
Er komt een effectief warmtenet tot stand.
ontsloten kan worden. Vanuit bedrijfsvereniging TPN West
van de biomassa die in Nederland beschikbaar is, naar het
•
Centrale Gelderland (GDF Suez) stapt over op 100%
wordt er gekeken naar proceswarmte (stoomleiding) die
buitenland verdwijnt. Dit terwijl een centrale als GDF Suez
gelijktijdig met de warmte-infrastructuur van de Waal
biomassa uit Canada importeert. Er zijn ideeën om meer
biomassa.
biomassa te produceren, bv in de uiterwaarden. Daarover
45
Scenario’s
Max scenario 2045:
Voor deze werkgroep is enkel de bijdrage aan het maximale scenario ingeschat. De totale besparing door het
toepassen van domotica en smarts grids bedraagt 0,12 PJ
in 2045.
Projecten
46
7.
Werkgroep EMT, ICT & Smart Grids
vooral faciliterend is bij het gebruik van duurzame energie
en wekt zelf geen energie op of bespaart deze. Daarom
Doel
In beeld brengen welke rol ICT, domotica en smart-grids
in de toekomst kunnen gaan spelen bij energiebesparing,
-opwekking en opslag.
is hieraan in de genoemde scenario’s 2020 en 2045 geen
kwantitatieve opbrengst toegekend. In het scenario
2045max hebben we geprobeerd een inschatting te maken
van het extra rendement tgv toepassing van ‘smart grids’
in de stad.
Toelichting
Een ‘Smart Grid’ is een slim elektriciteitsnet waarmee
Aannames
onderlinge uitwisseling en teruglevering van decentraal
•
opgewekte duurzame elektriciteit mogelijk is. De werk-
Er wordt gewerkt met smart grids, hetgeen een
bijdrage levert aan energiebesparing.
groep ‘smart grids’ heeft de mogelijkheden voor Nijmegen
in beeld gebracht, aansluitend op de uitkomsten vanuit de
andere werkgroepen. Hieruit zijn twee initiatieven naar
voren gekomen: een smart-grid in de wijk Neerbosch-Oost
(in combinatie met energieneutraal renoveren) en een
‘smart’grid’ in het nieuw te realiseren ‘Ecodorp’ dat gebruik
wil maken van diverse nieuwe energievormen. Naast
smart-grids kan ook een toenemend gebruik van ‘domotica’ in de woning bijdragen aan energiebesparing. Dit zijn
geautomatiseerde slimme toepassingen. Denk daarbij aan
een slimme thermostaat die de verwarming laag zet als je
de deur uitgaat, of verlichting die automatisch uitgaat als
er even niemand meer in een ruimte is. Een ‘smart grid’ is
47
8.
Werkgroep Onderwijs en communicatie
waarbij scholieren hun hele schoolcarrière in aanraking
komen met de thema’s duurzaamheid en energietransitie
Doel
en “maatschappelijke stages” waarbij er meer uitwisseling
De rol die onderwijs kan spelen bij het in beeld brengen van
tot stand komt tussen onderwijsinstellingen en bedrijven
de energietransitie in Nijmegen.
daar waar het gaat om stages op het vlak van energietransitie. Omdat onderwijs niet rechtstreeks leidt tot ener-
Toelichting
De energietransitie waar we voor staan is een omwenteling van formaat. Onze complete energievoorziening zal in
de komende decennia veranderen van een centralistisch
aangestuurd systeem, naar een systeem waar burgers
giebesparing of duurzame opwekking en deze, voor zover
die wel op schoolgebouwen plaatsvindt, al onder de andere
sectoren is meegerekend (energiebesparing of zonneenergie), zijn de resultaten uit deze werkgroep niet verder
gekwantificeerd in termen van energieopbrengst.
en bedrijven zelf energieproducenten kunnen worden.
Dat vereist nieuwe technieken, regels, instituties en ook
Aannames
vaardigheden van de werknemers van de toekomst. De
Aannames zijn bij deze werkgroep niet van toepassing,
werkgroep Onderwijs heeft onderzocht welke vaardig-
aangezien er niet ‘gerekend’ kon worden met de uitkom-
heden en kennis de energietransitie vraagt van scholieren
sten van deze werkgroep. De bijdrage is van procesmatige
en studenten en welke kansen dit biedt voor educatieve
aard geweest.
programma’s. Kunnen onderwijsinstellingen een voorbeeldfunctie vervullen bij de energietransitie? De werk-
Scenario’s
groep heeft haar bevindingen verwerkt in een ‘mindmap
Scenario’s zijn bij deze werkgroep niet van toepassing,
’met ideeën voor projecten. Deze is vertaald naar mogelijke
aangezien er niet ‘gerekend’ kon worden met de uitkom-
projecten in de brainstormkaart. Centraal staan hierbij
sten van deze werkgroep. De bijdrage is van procesmatige
de begrippen ”scholen als boegbeeld voor duurzaam-
aard geweest.
heid”, waarbij scholen de centra in de wijk worden waar
duurzaamheid wordt uitgedragen, de “duurzame leerlijn”
48
Projecten
Bijlage 3 - Uitwerking scenario’s in aandeel warmte en aandeel elektriciteit
Scenario 2020
Scenario 2045 (Power2Nijmegen)
Scenario 2045 max.
Warmtevraag: 6,23PJ (waarvan 4,03 PJ bedrijven en 2,2 PJ
huishoudens)
Warmtevraag: 4,80 PJ (waarvan 3,1 PJ bedrijven en 1,7 PJ huishoudens)
Warmtevraag: 3,58 PJ (waarvan 2,48 PJ bedrijven en 1,1 PJ
huishoudens)
Aanbod duurzaam opgewekte warmte:
-
-
-
-
-
zonthermisch
0,05 PJ
restwarmte
0,31 PJ
WKO0,20 PJ
biomassa
0,03 PJ
nieuwe vormen
0,04 PJ
-----------------+
=
0,63 PJ
Elektriciteitsvraag:
2,92 PJ (waarvan 2,47 PJ bedrijven en 0,45 PJ
huishoudens)
Aanbod duurzaam opgewekte elektriciteit:
-
-
-
-
-
windenergie
zon PV
elektriciteit ARN
biomassa
nieuwe vormen
=
0,23 PJ
0,24 PJ
0,20 PJ
0,07 PJ
0,04 PJ
------------------+
0,78 PJ
Aanbod duurzaam opgewekte warmte:
-
-
-
-
-
zonthermisch
0,25 PJ
restwarmte
1,30 PJ
WKO0,75 PJ
biomassa
0,13 PJ
nieuwe vormen
0,25 PJ
-----------------+
=2,68 PJ
Elektriciteitsvraag:
2,35 PJ (waarvan 1,90
PJ bedrijven en 0,45 PJ huishoudens)
Aanbod duurzaam opgewekte elektriciteit:
-
-
-
-
-
windenergie
zon PV
elektriciteit ARN
biomassa
nieuwe vormen
=
0,60 PJ
0,77 PJ
0,20 PJ
0,28 PJ
0,25 PJ
------------------+
2,10 PJ
-
-
-
-
-
zonthermisch
0,54 PJ
restwarmte
1,30 PJ
WKO0,77 PJ
biomassa
0,17 PJ
nieuwe vormen
0,50 PJ
-----------------+
=3,28 PJ
Elektriciteitsvraag:
1,85 PJ (waarvan 1,52
PJ bedrijven en 0,33 PJ huishoudens)
Aanbod duurzaam opgewekte elektriciteit:
-
-
-
-
-
windenergie
1,00 PJ
zon PV
0,77 PJ
elektriciteit duurzaam
gestookte centrale
0,50 PJ
biomassa
0,33 PJ
nieuwe vormen
0,50 PJ
------------------+
=
Conclusie Scenario 2045: in 2045 kan 56% van de totale
Conclusie Scenario 2020: in 2020 kan 10% van de totale
stedelijke warmtevraag en 89% van de totale stedelijke
stedelijke warmtevraag en 27% van de totale stedelijke
elektriciteitsvraag gevoed worden vanuit lokale duurzame
elektriciteitsvraag gevoed worden vanuit lokale duurzame
bronnen.
bronnen.
Aanbod duurzaam opgewekte warmte:
3,10 PJ
Conclusie Scenario 2045 max.: in 2045 kan 92% van de
totale stedelijke warmtevraag en 167% van de totale
stedelijke elektriciteitsvraag gevoed worden vanuit lokale
duurzame bronnen.
49
Bij scenario 245 max moet opgemerkt worden dat dit
een zeer positieve inschatting is, die het maximaal
beschikbare potentieel aangeeft. Het overschot aan
elektriciteit is deels in te zetten voor warmte, waardoor
het warmteaanbod sluitend wordt. Dit betreft 0,3 PJ en
brengt het warmteaanbod op 100% van de vraag en het
elektriciteitsaanbod op 151% van de vraag .
NB: de conclusie van prof. Van den Dobbelsteen dat
warmte geen probleem is, blijkt voor Nijmegen als
stad niet op te gaan. Warmtevraag van bedrijven is
aanzienlijk en laagwaardige warmtebronnen kunnen
alleen grootschalig worden ingezet als er een zeer forse
vraag reductie is bereikt waarbij laagwaardige warmte
toereikend is. Bij elektriciteit lijkt er in principe genoeg
potentieel om de vraag van de gebouwde omgeving te
dekken.
50
Op weg naar een energieneutrale stad in 2045
Communicatie en Representatie
PERSBERICHT
Datum
Nummer persbericht
10 december 2013
131210R
Nijmegenaren verduurzamen de stad
Het Nijmeegse duurzaamheidsbeleid is de afgelopen jaren goed op gang gekomen. Veel
initiatieven zijn opgepakt, het energieverbruik daalt en een aantal doelstellingen is al
bereikt. Dit blijkt uit de nota Duurzaamheid in Uitvoering, die het college van burgemeester
en wethouders vandaag heeft vastgesteld.
In 2011 heeft de Nijmeegse gemeenteraad de Duurzaamheidsagenda vastgesteld als kader voor
het Nijmeegse duurzaamheidsbeleid.
De verduurzaming van de stad krijgt vorm in tal van projecten en initiatieven die zijn weergegeven
in de nota “Duurzaamheid in uitvoering” die een update geeft van het Nijmeegse klimaatbeleid:
wat is er de afgelopen twee jaar gebeurd, waar staan we nu en welke kansen biedt de toekomst?
Dat het onderwerp onder Nijmeegse burgers leeft blijkt uit het feit dat Nijmegenaren goed zijn in
afval scheiden. Zo wordt 62% van alle afval in Nijmegen aan de bron gescheiden. Daarmee
scoort Nijmegen samen met Maastricht het beste ten opzichte van vergelijkbare steden.
Inmiddels heeft ook 5% van de particuliere woningeigenaren in de afgelopen twee jaar
geïnvesteerd in het energiezuinig maken van de eigen woning. Bewoners van Nijmegen
participeren steeds meer in buurtinitiatieven om gezamenlijk de openbare ruimte te vergroenen,
samen gewassen te telen of samen duurzame energie op te wekken. In Nijmegen liggen er
inmiddels tenminste 15.000 zonnepanelen op daken.
Het Nijmeegse bedrijfsleven ontdekt duurzaamheid ook meer en meer als economische kans.
Binnen de projecten Power2Nijmegen (energieneutrale stad) en de Groene Hub (duurzame
mobiliteit) werken enkele honderden vertegenwoordigers van bedrijven, kennisinstellingen en
maatschappelijke organisaties aan plannen en projecten die hieraan bijdragen.
Enkele voorbeelden hiervan zijn: auto’s, vuilniswagens en stadsbussen die rijden op groen gas
dat gewonnen wordt uit GFT-afval, plannen voor vrachtverkeer en scheepvaart op LNG (vloeibaar
aardgas) en de aanleg van een warmtenet met restwarmte van de afvalcentrale. Binnekort gaat
de eerste schop in de grond voor dit warmtenet dat uiteindelijk 14.000 nieuwbouwwoningen gaat
verwarmen.
Al de initiatieven van burgers en bedrijven dragen stevig bij aan het behalen van de door de
gemeenteraad gestelde stedelijke doelen. Nijmegen wil in 2045 energieneutraal zijn (per saldo
evenveel opwekken als de stad verbruikt). Op dit moment verbruikt de stad (ondanks een
toenemend aantal inwoners) al 7% minder energie dan in 2008. De CO2 uitstoot van Nijmegen is
Gemeente Nijmegen
Communicatie en Representatie
Vervolgvel
1
zelfs al 11% gedaald sinds 2008. Daarmee draagt Nijmegen bij aan het behalen van afgesproken
landelijke, Europese en internationale klimaatdoelen.
Wethouder Van der Meer is tevreden met de tussenstand: “Ik zie tot mijn vreugde dat op het
gebied van duurzaamheid steeds meer bereikt wordt. Ik heb dan ook vertrouwen in het bereiken
van onze doelstelling om op termijn een energieneutrale stad te worden”.
Noot voor de pers (niet voor publicatie):
Voor meer informatie kunt u terecht bij de woordvoerder van wethouder Van der Meer, Jack
Broeksteeg: tel. 06-31679262 of e-mail: [email protected].
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.