Rekenkamercommissie (plus) Apeldoorn ONDERZOEK JAARSTUKKEN 2013 13 mei 2014 Rekenkamercommissie (plus) ONDERZOEK JAARSTUKKEN 2013 Inhoudsopgave 0. Samenvatting en aanbevelingen 3 1. Inleiding 5 2. Kwaliteit verantwoording jaarstukken 5 3. Prestaties in 2013 7 4. Financiële positie en thema’s toekomst 12 5. Financieel beheer en bedrijfsvoering 16 Bijlagen : 1 2 3 Onderzoeksverantwoording Checklist uitvoering aanbevelingen rekenkamerrapport jaarstukken 2012 Ambtelijke beantwoording schriftelijke vragen commissie en overlegverslag met ambtelijke organisatie (exclusief bijgevoegd voor de gemeenteraad) Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 2 0. Samenvatting en aanbevelingen In financieel opzicht is Apeldoorn in 2013 te vergelijken met een auto die langs de rand van de afgrond rijdt. De gemeente bevindt zich in de gevarenzone en het zal enige jaren duren voordat we van de gevaren verlost zijn. Van de gemeenteraad vraag dat: twee handen stevig aan het stuur, de blik voortdurend gericht op herstel en uithoudingsvermogen tonen. Los van de beeldspraak: de jaarstukken geven zowel financieel positief als zorgwekkend nieuws: het financiële tekort over 2013 is minder dan begroot, maar daar staat tegenover dat de reserves en vermogenspositie een lichte verslechtering tonen. Kijkend naar prestaties en ontwikkelingen maken de jaarstukken in vergelijkbare zin positieve en zorgwekkende feiten zichtbaar. Dat levert een gemengd beeld. Voorbeelden van positieve signalen zijn de toegenomen veiligheid in de stad (minder misdrijven), het succes van afvalscheiding (minder restafval), de verbeterde bereikbaarheid van de Binnenstad en de beloftevolle aanpak van het jeugdbeleid (CJG4kracht). De meeste zorgpunten hangen samen met de lange doorwerking van de kredietcrisis. Zo telt Apeldoorn in 2013 minder arbeidsplaatsen, het beroep op de bijstand en het minimabeleid nam toe, er was meer leegstand van winkelpanden, de woningbouw bleef achter bij de verwachting en de parkeeropbrengsten van de gemeente namen af. In het onderzoek van de jaarstukken, dit jaar uitgevoerd door een commissie van de raad met ondersteuning van de rekenkamercommissie, is extra aandacht besteed aan enkele belangrijke thema’s voor de toekomst. Meest in het oog springend is de opgave om de nieuwe taken op het gebied van zorg (Wmo-begeleiding), jeugdzorg, en werk en inkomen (Participatiewet) binnen de gemeente goed te laten landen. De decentralisaties gaan gepaard met forse bezuinigingen. De onrust die dit veroorzaakt in de samenleving vult doorlopend zendtijd en pagina’s in alle media. In Apeldoorn is in 2013 hard gewerkt om in dialoog met belanghebbenden en instellingen de decentralisaties voor te bereiden. Die aanzet is positief. Vanuit het perspectief van de gemeenteraad is het zaak zodanige afspraken te maken dat de maatschappelijke en financiële gevolgen van de taakuitvoering straks goed te volgen zijn en de raad zijn politieke verantwoordelijkheid kan waar maken. Veel taken worden geheel of gedeeltelijk in de vorm van regionale samenwerking uitgevoerd. Ook op dat punt moet de gemeenteraad alert zijn wil hij straks niet buitenspel staan. Daarnaast is de commissie nagegaan op welke wijze eerder onderzochte politieke thema’s in 2013 zijn aangepakt: het op orde brengen van het grondbedrijf, het beleid ten aanzien van de vastgoedportefeuille en - in belang zeker niet in de laatste plaats - de gemeentelijke reorganisatie. Als lichtpunten in de bedrijfsvoering noemt de commissie dat de ingrijpende reorganisatie relatief soepel is verlopen en het feit dat het denken over risico’s en risicobeheersing in 2013 een stevige impuls heeft gekregen. Ook is de commissie verheugd over het feit dat er voor het eerst een ‘Jaarstukken in Vogelvlucht’ is opgesteld. Dat document maakt de verantwoording van de gemeentelijke prestaties voor iedereen in de stad die daar interesse in heeft een stukje toegankelijker. De commissie reikt de gemeenteraad in dit rapport een achttal aanbevelingen aan. Aanbeveling 1 aan het college Evalueer of het document Jaarstukken in Vogelvlucht als informatievoorziening bij de burgers aanspreekt en vraag (een panel van) burgers zelf om tips en verbeterpunten. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 3 Aanbeveling 2 aan het college Maak in de jaarstukken analyses en geef trendbeschouwingen die bruikbaar zijn voor het opstellen van de Voorjaarsnota - het formuleren van het beleid in de volgende begrotingscyclus. Aanbeveling 3 aan het college Neem in de vaste documenten in de jaarcyclus (begroting/MPB, Turap en Jaarstukken) de komende jaren een ‘barometer’ op waarop de gemeenteraad kan aflezen waar de gemeente staat op de weg naar financieel herstel. Aanbeveling 4 aan de gemeenteraad Geef het college duidelijk aan welke wensen er leven over de inrichting van de meerjarenprogrammabegroting 2015-2018 specifiek met het oog op een goede sturing en verantwoording van de drie decentralisaties. Aanbeveling 5 aan de gemeenteraad Overweeg tijdelijk een raadsbegeleidingscommissie in te stellen die de agendering van informatievoorziening en besluiten over de drie decentralisaties in de politieke markt en de gemeenteraad voorbereidt. Aanbeveling 6 aan het college en de organisatie Overweeg om tijdelijk een aparte functionaris vrij te maken als controller voor het risicodossier van de drie grote decentralisaties – 3D. Aanbeveling 7 aan het college Leg de gemeenteraad zo snel mogelijk – liefst voor de zomer – een kwalitatieve herijking van het woningbouwprogramma voor en leg - bij noodzaak van kaderwijzigingen – deze kaderwijzigingen al in 2014 aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor. Aanbeveling 8 aan het college en de organisatie Zorg ervoor dat de volgende jaarstukken een adequate verantwoording bevat van de organisatieontwikkeling, de formatie en de personeelskosten. Tot slot melden wij dat de rekenkamercommissie de intentie heeft om de gemeenteraad voor de zomer in een aparte brief van advies dienen over de relatie van de gemeente met verbonden partijen en de rol van de gemeenteraad bij de kaderstelling en het toezicht op verbonden partijen. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 4 1. Inleiding De rekenkamercommissie heeft tot opdracht om onderzoek te doen naar de jaarstukken en daarover advies uit te brengen aan de gemeenteraad. Het onderzoek naar de jaarstukken 2013 is in eerste instantie uitgevoerd door een commissie van de Raad en afgerond door een verbrede rekenkamercommissie. In bijlage 1 is een onderzoeksverantwoording opgenomen. Conclusies en aanbevelingen in dit rapport worden door alle leden van de verbrede commissie gedeeld. 2. Kwaliteit verantwoording jaarstukken Met de jaarstukken legt het college aan de gemeenteraad integraal verantwoording af over het gevoerde beleid. De jaarstukken hebben ook een functie in de verantwoording van het gemeentebestuur aan de Apeldoornse bevolking. De commissie bekijkt elk jaar hoe de kwaliteit van de jaarstukken zich ontwikkelt. De commissie constateert ten aanzien van de kwaliteit van de verantwoording de volgende punten. 2.1 Jaarstukken in Vogelvlucht Voor het eerst heeft het college een apart document ‘Jaarstukken in Vogelvlucht’. Dit document vervangt de vroegere nota van aanbieding. Wij zien de Jaarstukken in Vogelvlucht als een geslaagde eerste poging om kort en krachtig verantwoording af te leggen aan de raad maar ook aan de geïnteresseerde burger. Het stuk is vlot leesbaar, geeft financieel inzicht in de positie van de gemeente en neemt de lezer per beleidsprogramma mee in de belangrijkste verrichtingen. Als verbeterpunten voor een volgende editie noteren wij: o het opnemen van een korte analyse en beschouwing over de structurele ontwikkeling van de stad en de dorpen en hoe het college de trends duidt; o het meer overall verantwoorden op effecten van beleid (in plaats van de krenten uit de pap belichten van wat er is verricht); o naast de dashboardverantwoording ook in de beleidsprogramma’s eerlijk melden wat er minder goed gaat en welke ontwikkelingen zorgen baren (nu overheersen de succesverhalen – zie voorbeelden van zorgelijke ontwikkeling in hoofdstuk 2 van dit rapport); o de lasten-baten cirkels per programma beter begrijpbaar maken; de veelheid van kleine posten en kleuren is niet goed onderscheidend – misschien is het beter het aantal posten te beperken; voor een beter begrip is het ook wenselijk om de omvang van de cirkels in verhouding te brengen met het de onderstaande bedragen; o in de Jaarstukken in Vogelvlucht in de verantwoording per programma de belangrijkste meldpunten van jaar op jaar vasthouden, bijv. het algemene beeld van de kwaliteit van de openbare ruimte in programma 3. De commissie vindt het van belang dat het document Jaarstukken in Vogelvlucht actief met de inwoners van Apeldoorn wordt gecommuniceerd. Aanbeveling 1 aan het college Evalueer of het document Jaarstukken in Vogelvlucht als informatievoorziening bij de burgers aanspreekt en vraag (een panel van) burgers zelf om tips en verbeterpunten. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 5 2.2 Wat is gedaan en wat is bereikt In het algemeen ligt het zwaartepunt van de verantwoording ook in de jaarstukken 2013 nog bij wat college en organisatie hebben gedaan en niet bij wat er is bereikt. De commissie pleit er al vele jaren voor om daar verandering in te brengen. De concerncontroller ondersteunt die gedacht in zijn bericht aan het college. De jaarstukken zouden analyses en trendbeschouwingen moeten bevatten die bruikbaar zijn bij het opstellen van de Voorjaarsnota en de nieuwe begroting. De commissie neemt er kennis van dat op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe moderne begrotingsopzet die gerichter inzet op effectsturing en –meting. De rekenkamercommissie omarmt het idee om het verbeterproces allereerst vanaf de begroting aan te pakken. De doorwerking naar de jaarstukken moet dan volgen. Een extra uitdaging voor de lokale politiek is dat de gemeente steeds meer beroep doet op de samenleving om zelf zaken te verwezenlijken. Van de burgers als klant naar de burger als medeproducent. Dat vraag een andere manier van denken en ook van meten van resultaten, bijvoorbeeld over de inzet van gesubsidieerde instellingen. De rekenkamercommissie verwacht voor de zomer een rapport af te ronden over de sturing in het domein van zorg en welzijn die nieuw licht werpt op dit vraagstuk. De gemeentesecretaris heeft in het overleg met de commissie gemeld dat binnen de organisatie wordt ingezet op kwalitatieve resultaatsturing tussen leidinggevenden en medewerkers. Zij verwacht dat die aanpak zal doorwerken in een meer optimale sturing raad-college-organisatie. Aanbeveling 2 aan het college Maak in de jaarstukken analyses en geef trendbeschouwingen die bruikbaar zijn voor het opstellen van de Voorjaarsnota - het formuleren van het beleid in de volgende begrotingscyclus. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 6 3. Prestaties in 2013 O 1 O 2 3 Toelichting financiën Financieel herstel verloopt volgens plan leefbaarheid Leefbaarheid centrum, wijken en dorpen op peil-positief o.a.Caterplein, Brinkpark Afname aantal misdrijven veiligheid + + bereikbaarheid parkeren --4 Onderwerp openbare ruimte afval + ?? ?? 5 energie onderwijs jeugd + bijstand -- 6 werk O participatie O schuldhulp O minima --- 7 ?? + -- 8 ?? -- 9 welzijnsaccomodaties huishoudelijke hulp vervoersvoorzieningen culturele voorzieningen sporten woningbouw bedrijvigheid O -- werkgelegenheid Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 Pagina jaarstukken Niet eenduidig Zorgelijke ontwikkeling Stabiel Positieve ontwikkeling PROGRAMMA De Jaarstukken in Vogelvlucht geven een globaal beeld van de in 2013 bereikte resultaten en de stand van de dashboardonderwerpen. De rekenkamercommissie heeft ten behoeve van de raad op hoofdzaken een eigen analyse gemaakt van ontwikkelingen en prestaties in 2013. Markante punten zijn in één overzicht samengevat. JIV 7/8 54 72 Bereikbaarheid Binnenstad per auto (sinds 2008) is sterk verbeterd. Parkeeropbrengsten onder druk 79 Kwaliteit openbare ruimte achter bij gewenst niveau. Reductie restafval loopt voor op planning. Geen meetgegevens over resultaten aanpak Apeldoorn Energieneutraal. Aantal schoolverlaters lager dan in 2012 maar hoger dan geraamd. CJG4kracht is in toenemende mate succesvol Toename bijstandsgerechtigden met 5,1% (2012: 10 %) Doelstelling uitstroom (wwb-ers) uit bijstand behaald Project Talent doelstelling mensen op participatieplaatsen gehaald doelstelling geslaagde schuldhulpverleningstrajecten bijna behaald Gebruik RegelRecht gestegen met 6% ; 91 Duidelijkheid wijkvoorzieningen n.a.v. scan vertraagd Besparingen efficiencymaatregelen Wmo 14%; effect onzeker. Besparingen vervoersvoorzieningen Wmo zonder nadelig effect Gebruik voorzieningen neemt af (minder aanbod /belangstelling) Afname sporten door inwoners vgl. norm Sportdeelname Onderzoek Uitgifte grond woningbouw lager dan prognose. Uitgifte bedrijfsterrein licht boven raming Aantal arbeidsplaatsen in absolute zin in 2013 gedaald. 84 95 98 105/ 114 113 118 120 120/ 127 127 124 131 137 138 146/ 151 155 167 167 174 7 3.1 Enkele aandachtspunten uit de beleidsverantwoording per programma Algemeen In algemene zin laat het overzicht zien dat 2013 geen jaar zonder zorgen was. Werkgelegenheid en inkomens van huishoudens stonden sterk onder druk. Meer mensen raakten afhankelijk van bijstand of moesten een beroep doen op het minimabeleid. Bedrijven en ondernemers hadden het zwaar, getuige bijvoorbeeld de leegstand van winkels in de binnenstad. Culturele instellingen kregen in hun bedrijfsvoering ook klappen, èn door minder bezoekers èn door de opgelegde bezuinigingen. De gemeente kon minder grond voor woningbouw uitgeven, zelfs als we dit vergelijken met de toch al laag gestelde prognose. Voor een herstel van de wegen viel wel het startschot maar er konden in 2013 nog weinig meters worden gemaakt. De kwaliteit van openbare ruimte ligt nog achter op het gewenste niveau. Programma 2 Veiligheid Landelijk deed zich in 2013 een dalende tendens in het aantal geregistreerde misdrijven voor. De gemeente Apeldoorn scoort daarin iets beter dan gemiddeld. Een verheugende ontwikkeling. Programma 3 Openbare ruimte De bereikbaarheid van de binnenstad voor auto’s krijgt van de Apeldoornse burger een beter rapportcijfer dan 5 jaar geleden. Een verklaring hiervoor is de realisatie van projecten als de tunnel Zutphensestraat. Door de crisis nemen de opbrengsten van de parkeergarages af. Een exploitatieonderzoek moet de raad in 2014 zicht geven op een oplossing (jaarstukken p.83). Programma 4 Energieneutraliteit, milieubescherming, etc. Het beleid gericht op beperking van het restafval verloopt iets beter dan verwacht. Knelpunt is het hoge aantal storingen van ondergrondse containers. Uit beantwoording van de vragen (bijlage 3, vraag 14) blijkt dat een sterke daling van de storingen pas eind 2015 verwacht wordt. Programma 6 Werk, inkomen en arbeidsmarkt Het volume uitkeringsgerechtigden in Apeldoorn is in 2013 gestegen met 5,1% (van 3.127 naar 3.287 personen). Dat is minder dan de stijging in 2012 (10%). Minstens zo belangrijk is te kijken naar wat er gedurende het jaar gebeurde. Een korte analyse leert het volgende. De totale instroom (personen die in 2013 een uitkering hebben aangevraagd) bedroeg 1.893 personen. Aan 1.490 instromers werd een uitkering toegekend (85%). De aanleiding om een uitkering aan te vragen is in een aantal grove categorieën in te delen. Reden aanvraag uitkering Verlies betrekking, bedrijf, of ander inkomen Beëindiging WW-uitkering Beëindiging huwelijk, relatie etc. Opname instelling of kliniek Beëindiging studie Overige redenen percentage 22 15 20 10 3 30 100 De WW-uitkering zorgt met enige vertraging voor aanvragen van een gemeentelijke bijstandsuitkering. Het is goed er nota van te nemen dat het aantal WW-uitkeringen in 2013 in Apeldoorn is gestegen met 39% (van 2.961 personen naar 4.118 personen1). Die ‘golf’ krijgt de gemeente nog op een later tijdstip te verwerken. 1 Cijfers UWV, zie vierde kwartaalbericht 2013 BenW aan de gemeenteraad. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 8 Naar reden van uitstroom is vergelijkbaar een grove uitsplitsing te maken. Reden uitstroom uit gemeentelijke uitkering Naar Werk Verhuizing Relatie, partner etc. Detentie AOW Start studie (studiefinanciering) Overige redenen percentage 32 16 6 5 4 3 34 100 Met uitzondering van de groep boven 55 jaar is het aandeel uitstroom naar werk voor verschillende leeftijden redelijk gelijkmatig (tot 27 jaar effectief 36%, van 27-55 jaar effectief 33 %, na 55 jaar 19%). Mensen boven de 45 jaar zijn zwaar vertegenwoordigd in het uitkeringsbestand. Actieve uitkeringen Apeldoorn naar leeftijdscategorie 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 0-22 23-26 27-34 35-44 45-54 55-65 De commissie heeft kennis genomen van de eerste evaluatie Direct Actief en deze evaluatie betrokken in het overleg met de gemeentesecretaris een de eenheidsmanager Werkplein Activerium. De eerste ervaringen met de training en werkervaring Direct Actief zijn positief. De aanpak gaat uit van investeren in mensen. Getracht wordt mensen over de drempel te helpen, ook met eenvoudig werk zodat zij meer kans hebben op een baan. Het aantal mensen dat een beroep deed op RegelRecht steeg van 10.540 naar 11.124, een stijging met 5,5%. Programma 7 Zorg en welzijn Het uitvoeringsprogramma van de wijkvoorzieningenscan is vertraagd, omdat de totale opgave rond het maatschappelijk vastgoed omvangrijker en ingewikkelder is dan vooraf voorzien. Op vragen van de commissie is meegedeeld dat het voornemen is om de gemeenteraad voor de zomer van 2014 inzicht te geven in het verloop en de haalbaarheid van de krimp in het maatschappelijk vastgoed (bijlage 3 vraag 25). Op de zorgverlening in natura van huishoudelijke hulp is in 2013 een voordeel van € 2 miljoen behaald (14% van het totale budget van € 18,4 miljoen). Oorzaak ligt in lagere uurtarieven na de nieuwe aanbesteding in 2012 en in minder uren per cliënt. Ook bij cliënten met een persoonsgebonden budget (PGB) daalde het aantal uren mede dankzij een kritische toets en intensievere verantwoordingsplicht van het PGB. Door de Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 9 bezuinigingen nam het aantal bezwaarzaken in 2013 toe. In antwoord op vragen van de commissie is verzekerd dat bezuinigingen niet hebben geleid tot nadelige effecten voor cliënten als bijvoorbeeld vervuiling van de woning (bijlage 3, vraag 28). Het college stelt in de jaarstukken (p.138) dat nog ingrijpendere maatregelen nodig zijn om met ingang van 2015 de rijksbezuiniging van 40% op te vangen. Programma 9 Ruimtelijke ontwikkeling, economie en wonen Weliswaar lag de start bouw van nieuwe woningen in 2013 iets hoger dan de prognose (290 tegen 230 geraamd), maar dat vertaalde zich niet in een hogere uitgifte van gemeentegrond. Integendeel, ten behoeve van woningbouw verkocht het grondbedrijf € 3,1 miljoen minder grond dan in de begroting was geraamd. Een deel van de verklaring hiervoor ligt in het feit dat de verwachtingen over grondverkopen aan ontwikkelaars in de particuliere huursector niet zijn uitgekomen. Een aantal ontwikkelaars wacht op toestemming van de belegger om een project te starten (bijlage 3, vraag 48). De uitgifte van bedrijventerreinen gaf in 2013 een licht voordeel te zien: 2,1 ha uitgegeven tegen 1,5 ha geraamd. In 2012 werd nog 6,5 ha bedrijfsterrein uitgegeven. Het areaal reserveringen voor bedrijfsterrein daalde aanzienlijk (van 13 ha eind 2012 naar 2,7 ha eind 2013). Na jaren van groei is het aantal arbeidsplaatsen in Apeldoorn in 2013 met 1,5 % afgenomen. Het aantal arbeidsplaatsen in de groot- en detailhandel daalde iets sterker: met 3,9% (van 13.109 naar 12.598). De jaarstukken geven nog geen cijfermatig zicht op resultaten van het programmaplan Hergebruik en Leegstand dat op 13 december 2012 in de politieke markt Apeldoorn is besproken. Naast de analyse van de beleidsprestaties belicht de rekenkamercommissie de investeringen vanuit de BROA en de ontwikkeling van de legesinkomsten. 3.2 BROA De uitgaven ten laste van de Bestemmingsreserve Ontwikkeling Apeldoorn (BROA) zijn een graadmeter voor het ambitieniveau van de gemeente. In 2012 is een intensieve projectenscan uitgevoerd en is door veel geplande projecten een streep is gehaald. Dat was nodig om de grote tekorten van het grondbedrijf voor een deel af te dekken. In dat licht is het opmerkelijk dat het investeringsniveau ten laste van de BROA in 2013 toch hoog is gebleven: € 11,9 miljoen. Gedeeltelijk wordt dit veroorzaakt doordat het college eenmalig versneld een bedrag van € 3,4 miljoen aan de BROA onttrekt als bijdrage aan het plantekort Anklaar. Verder zijn grote uitgaven gedaan ten behoeve van de herinrichting Caterplein: bruto € 1,7 miljoen en voor investeringen in de Kanaalzone: € 4,9 miljoen. Uit ervaring is bekend dat de investeringsuitgaven in het kader van de BROA meestal substantieel achterblijven bij de ramingen. In 2013 is het verschil tussen begroot na wijziging en realisatie beperkt tot € 2,1 miljoen. Zie de jaarstukken p. 267 e.v. Overzicht investeringen BROA 2009-2013 (mln. euro) Begroot primair Begroot na wijziging Realisatie 2009 2010 2011 2012 2013 25,9 17,0 24,4 17,9 15,6 8,5 17,8 17,7 19,4 14,0 9,9 6,7 5,8 16,2 11,9 Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 10 3.3 Legesinkomsten gemeente De inkomsten van verschillende leges zijn in 2013 zijn opnieuw achtergebleven bij de ramingen. Overzicht afname enkele legesinkomsten 2011-2013 (x 1.000 euro) realisatie 2011 Afvalstoffen heffing Parkeerbelasting Precario2 Bouwleges 2011/ Omgevingsvergunning v.a. 2012 Vergunningen Publiek domein (horeca, evenementen, etc.) Marktgelden realisatie 2012 raming 2013 realisatie 2013 verschil met de raming 14.925 15.740 16.692 16.308 - 2,3 % 3.927 492 3.693 3.531 478 5.193 4.246 649 4.864 3.409 532 2.609 - 19,7 % - 18,0 % - 46,4 % 196 225 216 178 - 17,6 % 326 317 355 333 - 6,2 % Zie jaarverslag, paragraaf Lokale heffingen p. 233 e.v. De cijfers illustreren de terughoudendheid van ondernemers en consumenten in hun bestedingspatroon. Parkeerbelasting Overzicht kosten en opbrengsten parkeren 2013 (x € 1.000) Locatie / soort Kortparkeren Garage Marktplein Kortparkeren Garage Koningshaven Kortparkeren Garage Brinklaan Maaiveld totaal Vergunningen maaiveld plus garages Totaal Kosten 616 210 200 280 133 1.439 Opbrengsten 1.698 195 359 1.351 531 4.134 Rendement 1.082 -15 159 1.071 398 2.695 De opbrengsten van parkeerbelastingen blijven ver achter bij de ramingen. Op een vraag van de commissie is gemeld dat het college voor de zomer de resultaten van het exploitatieonderzoek parkeren bekend kan maken. Leges omgevingsvergunning Opmerkelijk is de dramatische daling van de legesinkomsten voor de afgifte van omgevingsvergunningen (ver- en nieuwbouw) in 2013. De oorzaak ligt volgens ambtelijke analyse niet in de terugloop van het aantal vergunningaanvragen: in 2013 waren er 726 vergunningaanvragen tegen in 2012 735 aanvragen. De reden is vooral de terugloop van het aandeel grote plannen in het totaal van de legesopbrengsten (leges naar rato van de bouwsom). In 2013 waren er slechts 8 aanvragen voor projecten met een bouwsom > € 1,5 miljoen (opbrengst € 1,0 miljoen), terwijl in 2012 dit aantal op 24 aanvragen lag (opbrengst € 3,3 miljoen). 2 Cijfers 2010, 2011 en 2012 omdat precario 1 jaar na gebruik worden opgelegd. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 11 Opmerkelijk is ook dat de gemeente volgens de ontvangen gegevens € 1,2 miljoen aan kosten maakt voor handhaving en controle op bouwbeschikkingen, maar daarvan € 0,9 miljoen niet aan de bouwleges kan toerekenen! 4 Financiële positie en thema’s toekomst 4.1 Financiële positie De commissie beziet de financiële situatie van de gemeente met gemengde gevoelens. Relatief positief is dat Apeldoorn het boekjaar 2013 afsluit met een kleiner nadelig saldo dan begroot. Voor bestemming is het resultaat nu € 2,8 miljoen negatief terwijl in de begroting nog met een tekort van € 12 miljoen was gerekend. Door het relatieve voordeel kan de eerdere onttrekking uit de algemene reserve voor een deel weer worden teruggedraaid. Zorgelijk is de stand van de Algemene Reserve (AR). Het niveau van de AR is gedaald van € 13,1 miljoen negatief (1 januari 2013) naar € 25,0 miljoen negatief (31 december 2013). De gewenste risicobuffer in de Algemene Reserve is in de weerstandparagraaf berekend op € 12,4 miljoen. Feitelijk is er dus sprake van een tekort in de Algemene Reserve van € 37,4 miljoen. Daar staat, exclusief de Algemene Reserve Grondbedrijf, een positief saldo van € 46,1 aan bestemmingsreserves tegenover. Echter, een deel van die reserves is in geval van nood niet direct inzetbaar om tegenvallers te compenseren. De algemene reserve van het grondbedrijf (ARG) komt na verwerking van het tekort over 2013 uit op € 15,2 miljoen. De minimaal benodigde hoogte van de ARG is in het MGP berekend op € 20,5 miljoen. Zorgelijk is ook dat het eigen vermogen gedaald is van € 51 miljoen eind 2012 naar € 42 miljoen eind 2013. Met een totale balanswaarde eind 2013 van € 768,7 miljoen daalt de solvabiliteitsratio3 van ruim 6% in 2012 naar 5,5% in 2013. Voor een gezonde gemeente is een solvabiliteitsratio van 20 – 25 % normaal. Daar blijft Apeldoorn ver van verwijderd. De commissie steunt het advies van de concerncontroller om in de begroting en de jaarstukken in het vervolg een meerjarige doorkijk van de vermogenspositie (en de belangrijkste reserves) op te nemen, zodat beter zicht ontstaat op het pad van financieel herstel. Daarop aansluitend: De financiële bijlage bij het nieuwe bestuursakkoord geeft een heldere definitie van financieel herstel. Het zou goed zijn als in de belangrijke documenten in de jaarcyclus steevast getoetst wordt in hoeverre de gemeente voortgang maakt op de weg naar financieel herstel. Aanbeveling 3 aan het college Neem in de vaste documenten in de jaarcyclus (begroting/MPB, Turap en Jaarstukken) de komende jaren een ‘barometer’ op waarop de gemeenteraad kan aflezen waar de gemeente staat op de weg naar financieel herstel. 4.2 Belangrijke thema’s voor de toekomst Kijkend in de toekomst zijn enkele thema’s in beleidsmatig en financieel opzicht bepalend voor de sturing door de gemeenteraad. Bij deze thema’s wil de commissie in het bijzonder stil staan. Aan elk van deze thema’s is onvermijdelijk een aanzienlijk risico verbonden. 3 Onder solvabiliteitsratio verstaan wij het eigen vermogen in verhouding tot de totale balanswaarde (totaal vermogen). Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 12 Risicomanagement algemeen Vooraf merken wij op dat de commissie in haar onderzoek vorig jaar een uitvoerige en kritische beschouwing ten aanzien van het risicomanagement heeft gegeven. De commissie constateert verheugd dat de alertheid ten aanzien van risico’s en risicobeheersing in het afgelopen jaar een flinke impuls heeft gekregen. Dit mede dankzij een actieve inzet van de concerncontroller. De gemeenteraad heeft januari 2014 in een werkbijeenkomst met de accountant van het risicomanagement nieuwe stijl kennis genomen en vervolgens in de politieke markt ingestemd met de nota risicomanagement. De organisatie is hiermee op de goede weg, al zijn er - zo geeft de concerncontroller aan – nog stappen te zetten. Zo moet ondermeer de verplichte paragraaf risico’s in de raadsvoorstellen daadwerkelijk inhoud krijgen en geen ‘verplicht nummer’ blijven. Verder constateren wij dat de kwaliteit van de paragraaf weerstandsvermogen is verbeterd. Dat toont aan dat het denken over risico’s en risicobuffers vooruit gaat. De gemeenteraad zal zelf het toezicht op en het denken over risico’s en risicobeheersing actief moeten blijven steunen. Drie decentralisaties in het sociaal domein De drie grote decentralisaties in het sociale domein stellen de gemeente voor en megaopgave. Er resten nog zeven maanden (bij de Participatiewet 13 maanden) om de inrichting, uitvoering en bekostiging van de nieuwe taken goed te regelen. Apeldoorn heeft is vergelijking met veel andere gemeenten al ver gevorderd met de kaderstelling en de aanzetten tot uitvoering op de Wmo-begeleiding en de Jeugdzorg. De gemeenteraad is in de vorige bestuursperiode zeer actief bij de voorbereiding betrokken. Het is van groot belang dat de nieuwe gemeenteraad deze dossiers op de voet blijft volgen en zich ook uitspreekt over de inrichting van de begroting 2015 zodat de decentralisaties herkenbaar zijn in de vaste sturings- en verantwoordingsdocumenten. Er moeten verordeningen worden vastgesteld, zodat er naast de beleidsmatige kadernota’s ook kaders zijn voor de uitvoering. De gemeenteraad moet aandringen op een goede monitoring van de maatschappelijke effecten en de financiële gevolgen van de transities. Landelijk zijn veel aannames gedaan over bijvoorbeeld de efficiencywinst die gemeenten kunnen bereiken en het tempo waarmee gemeenten en instellingen meer een beroep kunnen doen op eigen kracht van de burgers en hun netwerk. Of de uitvoering van de plannen en kostenbesparing in het gedachte tempo acceptabel en haalbaar zijn, is hoogst onzeker. De rekenkamercommissie hoopt voor de zomer een bijdrage te leveren aan het denken over de meetbaarheid van de effecten van het beleid en de rol van burgers in het sociale domein. Dit met het rekenkameronderzoek onder de werktitel “Sturing op zorg en welzijn”. Binnen de gemeentelijke organisatie is een aparte stuurgroep ingesteld die de processen van de drie decentralisaties aanstuurt. De omvang en complexiteit van de operatie brengt de commissie op de vraag op welke wijze de control op de decentralisaties is georganiseerd. In de nieuwe cultuur van Apeldoorn is het meer en meer gebruik de kritische blik en tegenspraak expliciet te organiseren. Zo is er een zelfstandige concerncontroller en heeft de organisatie goede ervaringen met de aanwijzing van een aparte controller voor het risicodossier Grondbedrijf. Wellicht verdient het overweging voor het risicodossier van de drie grote decentralisaties - 3D (tijdelijk) ook een aparte functionaris als controller vrij te maken. Aan de kant van de raad is een soortgelijke afweging te maken. De gemeenteraad heeft met het rapport Dualisme en Controle 2.04 de optie open gelaten om aparte kennisgroepen in te stellen bijvoorbeeld voor zware dossiers als in dit geval de grote decentralisaties. 4 Rapport Dualisme en Controle 2.0, vastgesteld in de gemeenteraad van 25 april 2013. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 13 Aanbeveling 4 aan de gemeenteraad Geef het college duidelijk aan welke wensen er leven over de inrichting van de meerjarenprogrammabegroting 2015-2018 specifiek met het oog op een goede sturing en verantwoording van de drie decentralisaties. Aanbeveling 5 aan de gemeenteraad Overweeg tijdelijk een raadsbegeleidingscommissie in te stellen die de agendering van informatievoorziening en besluiten over de drie decentralisaties in de politieke markt en de gemeenteraad voorbereidt. Aanbeveling 6 aan het college en de organisatie Overweeg om tijdelijk een aparte functionaris vrij te maken als controller voor het risicodossier van de drie grote decentralisaties – 3D. Verbonden partijen De commissie heeft in de vorige bestuursperiode al aandacht van de gemeenteraad gevraagd voor de sturing op verbonden partijen. Als gevolg daarvan heeft de raad in zijn laatste vergadering voor de verkiezingen een initiatiefvoorstel ‘Toezicht op regionale samenwerking’ aangenomen dat de bevoegdheden van de rekenkamercommissie versterkt bij onderzoek op regionaal uitgevoerde taken. Tijdens het onderzoek heeft de commissie kennis genomen van het recente rapport ‘Collegeonderzoek Verbonden partijen’. Conclusie in dit onderzoek is dat de rol(neming) en aansturing op verbonden partijen vanuit de organisatie onvoldoende scherp is. Diverse verbonden partijen vragen om verscheidenheid in de wijze van aansturing (maatwerk per verbonden partij). Het college is van mening dat het verstandig is een gedeeld kader over samenwerkingsrelaties te ontwikkelen. Welke taken wil de gemeente op afstand en welke niet, op welke wijze wegen we het aangaan, onderhouden en beëindigen van samenwerkingsrelaties af, wat is het publieke belang van regionale samenwerking, op welke wijze wil de gemeente invloed (blijven) uitoefenen bij regionale samenwerking en wat betekent dat voor de rol van collegeleden, directieraad, eenheidsmanagers en accounthouders. Wat de commissie in hoge mate verbaast, is het gegeven dat de rol en positie van de gemeenteraad in het onderzoek en collegebesluit buiten beeld blijft. Het rapport laat zien dat, peiljaar 2012, al 16 % van het gemeentelijke budget via verbonden partijen tot besteding komt. Dat aandeel zal de komende jaren ongetwijfeld groeien, gezien de wettelijke verplichting om nieuwe gedecentraliseerde taken deels in regionaal verband uit te voeren. Het voert de commissie in het bestek van de jaarstukken te ver om nieuwe uitspraken of aanbevelingen te doen over de manier waarop de gemeente zich ten aanzien van verbonden partijen beter kan positioneren en wat de rol van de gemeenteraad daarin dient te zijn. De rekenkamercommissie zet het onderwerp met prioriteit op de eigen agenda en wil de gemeenteraad hierover voor de zomer in een aparte brief nader van advies dienen. Grondbedrijf Uit eigen bevinding en signalen van de accountant en de controller Grondbedrijf leidt de commissie af dat het grondbedrijf de grondexploitaties goed ‘in control’ heeft. Er is een intensieve sturing en bewaking op de in exploitatie genomen gronden en de risico’s zijn merendeels scherp in beeld. De algemene reserve grondbedrijf is weliswaar nog niet op het gewenste niveau, maar ligt dichter dan vorig jaar bij de minimum-streefwaarde. Als aandachtpunten noemen wij, mede op grond van gesprekken met de accountant en de controller Grondbedrijf: • De niet in exploitatie genomen gronden – afgekort NIEGG: De controller Grondbedrijf adviseert om aansturing op de NIEGG te versterken. Het is wenselijk naar analogie van het vastgoedbedrijf een duidelijke visie te formuleren op aan te houden en af te stoten gronden, een strategie te ontwikkelen voor het Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 14 • • verlagen van de boekwaarde, resp. het verlagen van de rentelasten en voor een optimalisering van de (tijdelijke) exploitatieopbrengsten. De controller adviseert de verantwoordelijkheid hiervoor intern in één hand te leggen (nu nog over een aantal medewerkers verdeeld). De rekenkamercommissie schaart zich achter dat advies. De uitvoering van taxaties: In de wijze van totstandkoming van de taxaties zijn verbeterslagen te maken. Niet alle aangeleverde taxaties zijn adequaat onderbouwd. Bij de afgifte van zijn verklaring rekent de accountant deze onduidelijkheid met betrekking tot de waardering nog tot de categorie ‘onzekerheden’, dit echter voor het laatst. Indien de taxaties volgend jaar niet op orde zijn zal de accountant in de controleverklaring het gebrek aan inzicht in de waardering van gronden als ‘fout’ in de jaarrekening aanmerken. Ook op dit punt steunt de commissie van harte het advies van de controller grondbedrijf (zorg dat de onzekerheden in 2015 niet meer van toepassing zijn ondermeer door het eenmalig verhogen van externe taxaties). Het risico ‘kwalitatieve bijstelling woningbouwprogramma’: In 2012 heeft de gemeenteraad op grond van het onderzoek van RIGO en richtlijnen van de provincie de programmering van woningbouw in Apeldoorn fors neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling is later vertaald naar het niveau van de verschillende grondexploitaties, zodat bij het vorige MPG (2013) een scherper beeld ontstond van de vereiste verliesvoorzieningen. De twijfel ten aanzien van de vraag of het programma in kwalitatieve zin nog steeds aansluit bij de markt wordt steeds groter. Dit risico is in de MPG 2014 nog niet in geld uitgedrukt (zit nog niet in de risicobeschouwing). Wel is in de MPG en in de jaarstukken rekening gehouden met een risicobandbreedte van 0-4 miljoen euro voor eventueel noodzakelijke bijstelling van de grondprijzen. De commissie steunt het voorstel van de controller grondbedrijf om zo snel mogelijk zicht te geven op de aansluiting van het bestaande woningbouwprogramma en de kwalitatieve woningbehoefte. In het geval dat duurdere kavels in de bestaande programmering niet afzetbaar zijn, is herprogrammering noodzakelijk en heeft dit waarschijnlijk substantiële financiële gevolgen. Aanbeveling 7 aan het college Leg de gemeenteraad zo snel mogelijk – liefst voor de zomer – een kwalitatieve herijking van het woningbouwprogramma voor en leg - bij noodzaak van kaderwijzigingen – deze kaderwijzigingen al in 2014 aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor. • Beheersing plankosten; In 2012 is een eerste plankostenscan uitgevoerd, die aantoont dat de apparaatskosten van het grondbedrijf in veel gevallen hoger zijn dan redelijk. In 2013 is gewerkt met een plankostenscan op maat (POM). Ook is een benchmark uitgevoerd waarbij Apeldoorn is vergeleken met Deventer, Enschede en Dordrecht. Daaruit komen interessante bevindingen, o.a. dat Apeldoorn kritischer kan kijken naar de omvang van projectorganisaties en dat het zinvol is de bestuurlijke opdrachtgever meer bewust te maken van de plankosten. (Zie verder bijlage 3, de beantwoording op vraag 55). De gemeenteraad doet er verstandig aan het punt van de plankosten kritisch te blijven volgen. Vastgoed In het rapport naar aanleiding van de jaarstukken 2012 heeft de rekenkamercommissie de waardering van het gemeentelijke vastgoed en de haalbaarheid van de bezuinigingstaakstelling op vastgoed uitgebreid belicht. De commissie constateert nu, mede op grond van gesprekken met de accountant, dat het vastgoed (getoetst aan het Besluit Begroting en Verantwoording) correct in de jaarstukken 2013 is gewaardeerd en het risico van afwaardering in de paragraaf weerstandsvermogen juist is geschat (Vastgoedbedrijf: risicobandbreedte € 0 - € 20 Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 15 miljoen, risicoprofiel midden en vastgoed onderwijs: risicobandbreedte € 0 - € 1,5 miljoen, risicoprofiel hoog). In haar rapport van vorig jaar heeft de commissie de haalbaarheid van de bezuinigingstaakstelling op gemeentelijk vastgoed in twijfel getrokken. Nu ziet de commissie deze twijfel door de nieuwe coalitie bevestigd. In de financiële onderbouwing bij het bestuursakkoord wordt de taakstelling met € 0,6 miljoen structureel verlaagd en is ook een post gereserveerd voor tegemoetkoming aan huisvesting van maatschappelijke doeleinden. 5 Financieel beheer en organisatie De controle op rechtmatigheid en getrouwheid van het financiële beeld is primair de opdracht van de accountant. De voorwaarden voor de controle zijn opgenomen in het controleprotocol 2013 dat de gemeenteraad op 14 november 2013 heeft vastgesteld. In dat protocol heeft de raad de accountant specifiek gevraagd te toetsen, 1. of de verbeterpunten zijn uitgevoerd die de controller grondbedrijf bij de MPG 2013 heeft geadviseerd ten aanzien van de financiële beheersing van het grondbedrijf; en 2. in hoeverre de financiële beheersing is verbeterd op grond van de reorganisatiewijziging die per 1 januari 2013 is doorgevoerd. Een specifieke vraag van de raad hierbij is of aantoonbaar de samenhang en efficiency (in de financiële beheersing) door de organisatieverandering zijn verbeterd, resp. welke verbeterpunten er op dit punt zijn. De rekenkamercommissie heeft kennis genomen van de verantwoording over de financiën en van de bevindingen van de accountant en heeft onduidelijkheden met de accountant besproken. De commissie heeft daarnaast apart overlegd met de concerncontroller en de controller Grondbedrijf over hun bevindingen bij de jaarstukken 2013, resp. het meerjarenperspectief grondexploitaties (MPG) 2014. Bevindingen uit deze gesprekken zijn grotendeels in hoofdstuk 4 van dit rapport vermeld. 5.1 Financieel beheer Totstandkoming van de jaarstukken Uit het verslag van de accountant blijkt dat de reorganisatie negatieve invloed heeft gehad op het verloop van het rekeningproces. Verwacht werd dat de concentratie van financiële functies tot efficiëntie en een sterke centrale sturing zou leiden. In de praktijk geeft de accountant aan dat bij zijn controlewerkzaamheden meer fouten in de consolidatie naar boven zijn gekomen en er meer overleg met eenheden nodig was (met 13 eenheden waar voorheen 5 diensten gesprekspartner waren). De sturing op inhoud van de consolidatie was onvoldoende en er bestond onduidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden. Een interne werkgroep werkt aan voorstellen en afspraken om herhaling te voorkomen. 5.2 Organisatie en bedrijfsvoering Reorganisatie in algemene zin Mede ingegeven door bezuinigingen is per 1 januari 2013 een ingrijpende reorganisatie doorgevoerd. De organisatie kreeg een ander model: van 5 grote diensten naar een netwerkorganisatie van 13 eenheden, aangestuurd door een directieraad. De formatie kromp op nieuwjaarsdag met 231 plaatsen naar een niveau van 1.140 fte (- 17%). Voor een deel kon de teruggang via vacatureruimte worden opgelost. Financieel-technisch zijn de formatiekosten op 1 januari 2013 teruggebracht van € 76 naar € 68 miljoen. De voorbereiding en invoering deze reorganisatie in zeer kort tijdsbestek is een prestatie van Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 16 formaat, zeker gezien het feit dat de productiviteit in 2013 er niet zichtbaar onder geleden heeft. Ook het tempo en succes van mobiliteitsbevordering voor de herplaatsingkandidaten (HPK’ers) mag bewondering wekken. Van de 103 fte HPK’ers (124 medewerkers5) zijn er in 2013 43 fte’s uitgestroomd (-42%). In de jaarstukken is van dit proces nauwelijks enige verantwoording terug te vinden. Een cijfermatige verantwoording van de formatie ontbreekt, terwijl de Turap wel inzicht bood in de ontwikkelingen. Hierbij de kerncijfers over 2013 die de commissie ontvangen heeft. Formatie en bezetting totaal (afgerond in fte) December Januari 2013 2012 Formatie 1.307 1.136 Bezetting 1.244 1.080 Vacatureruimte 63 57 Inhuur 74 54 Juli 2013 1.140 1.108 32 60 December 2013 1.140 1.103 36 60 De transparantie met betrekking tot de kosten van de reorganisatie schiet tekort. De accountant merkt in zijn verslag op dat van de Voorziening Frictiekosten, eind 2013 € 5,1 miljoen groot, een bedrag van € 3,2 miljoen niet is onderbouwd. Ook vorig jaar had de accountant al kritiek op de gebrekkige onderbouwing. In 2013 is € 5,7 miljoen in de voorziening gestort en € 5,9 miljoen aan de voorziening onttrokken zodat het niveau van de voorziening ongeveer op hetzelfde peil is gebleven. De totale frictiekosten voor de periode 2013-2016 raamde het college bij de start van de operatie op € 15 miljoen (doorbetaling van salariskosten van herplaatsingskandidaten tot 1 januari 2017 conform het sociaal plan). Ook op dat punt ontbreekt een stand van zaken in de jaarstukken. De rekenkamercommissie is van mening dat een betere verantwoording van de organisatieontwikkeling, de formatie en de personeelskosten in de jaarstukken thuis hoort. Zicht op kosten van bedrijfsvoering Aansluitend op deze constatering van de commissie merkt de concerncontroller op dat er betere afspraken nodig zijn over het boeken van kosten en baten in relatie tot de loonsom. Er is behoefte aan meer en in een hogere frequentie informatie over de kosten van de bedrijfsvoering. De concept maandrapportage is een basis, uniforme verantwoordingsregels moeten volgen. Deze blijken nu niet uniform gebruikt te worden; binnen de controle teams zijn de afspraken verschillend. De gemeentesecretaris heeft de commissie gemeld een systeem van kwartaalrapportages in te voeren waarmee de directieraad (en de concerncontroller) zicht en sturing krijgt op de kosten van de bedrijfsvoering. Aanbeveling 8 aan het college en de organisatie Zorg ervoor dat de volgende jaarstukken een adequate verantwoording bevat van de organisatieontwikkeling, de formatie en de personeelskosten. 5 Zie Turap 2013 p. 37. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 17 Bijlage 1 Onderzoeksverantwoording Bijzonder dit jaar was dat het onderzoek begin april startte met een nieuwe - in samenstelling sterk gewijzigde - gemeenteraad, waarbij de leden van de rekenkamercommissie nog niet waren voorgedragen. Pas op 17 april 2014 vond de installatie van de nieuwe rekenkamercommissie plaats. Het onderzoek is in eerste instantie uitgevoegd door een onderzoekscommissie van de Raad en na installatie van de rekenkamercommissie door de commissie, aangevuld met raadsleden, afgerond. De rekenkamercommissie onderzoekt in opdracht van de gemeenteraad de jaarstukken. De commissie doet dit aanvullend aan het onderzoek van de accountant en sinds de reorganisatie in 2013 ook aanvullend aan het interne onderzoek van de concerncontroller. Elk heeft daarbij zijn eigen invalshoek. De accountant onderzoekt of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële situatie en of het college een rechtmatig financieel beheer heeft gevoerd. De concerncontroller kijkt of de strategische doelen recht wordt gedaan, de processen van bedrijfsvoering en risico’s goed beheerst worden en of de kaders, richtlijnen en regelgeving worden nageleefd. Het jaarverslag is zuiver gesproken geen onderwerp van accountantscontrole. Wel kijkt de accountant of de financiële gegevens in het jaarverslag verenigbaar zijn met die in de jaarrekening. De rekenkamercommissie kijkt primair naar het jaarverslag, beoordeelt de kwaliteit van de verantwoordingsinformatie, de beleidsprestaties in relatie tot de besteding van middelen en de algehele financiële situatie van de gemeente. De commissie heeft in het kader van het onderzoek gesproken met - de gemeentesecretaris en de eenheid financiën en control; - de concerncontroller en de controller grondbedrijf; - de vertegenwoordigers van de accountant PricewaterhouseCoopers. Referentiekader Referentiekader voor het onderzoek van de jaarstukken zijn: - de begroting (MPB 2013-2016), - de tussentijdse informatie aan de raad, vooral de Tussentijdse rapportage; - het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); en - het door de raad vastgestelde controleprotocol 2013; en de daarin benoemde aandachtspunten. Daarnaast is bekeken welke voortgang is gemaakt ten aanzien van de aanbevelingen van de commissie in het onderzoek naar de jaarstukken 2012. Wijze van uitvoering De commissie heeft op 1 april 2014 de conceptjaarstukken en de jaarstukken in vogelvlucht ontvangen. Een voorlopig concept accountantsverslag was op 10 april 2014 beschikbaar voor de commissie. Later heeft de commissie ook kennis genomen van de aandachtspunten die de concerncontroller m.b.t. de jaarstukken en het bericht van de controller grondbedrijf t.a.v. de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG). De commissie heeft schriftelijke vragen gesteld aan de organisatie en aan de accountant. De beantwoording van de schriftelijke vragen aan de organisatie is exclusief ter informatie van de raadsleden bij dit rapport gevoegd (bijlage 3). Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 18 Bijlage 2 Checklist uitvoering aanbevelingen rekenkamerrapport jaarstukken 2012 De rekenkamercommissie heeft getoetst of en in hoeverre raad, college en organisatie en de commissie zelf uitvoering hebben gegeven aan de aanbevelingen, vorig jaar, naar aanleiding van het onderzoek van de jaarstukken 2012. Aanbeveling 1 2 3 4 5 6 7 Uit gevoerd Toelichting De commissie adviseert bij het college aan te dringen op JA Deels In de jaarstukken is beknopt per programma en meer en betere informatie - in de jaarstukken of in aparte beleidsonderdeel aangegeven wat de rapportages – over de gevolgen van ingrijpende (maatschappelijke) effecten van doorgevoerde bezuinigingen en de beoogde taakverschuiving van de bezuinigingen zijn. De verantwoording geeft naar het gemeente naar de samenleving (zowel individuele burgers inzicht van de commissie nog onvoldoende als doelgroepen). informatie over de gevolgen voor de burgers. Zorg dat u als raad een beter inzicht krijgt in het spel van Op dit punt is weinig informatie in de jaarstukken te Niet vraag en aanbod op de lokale en regionale arbeidsmarkt; beoordeeld vinden. Wordt waarschijnlijk pas echt een maak met het college bespreekbaar op welke wijze het gespreksthema zodra het regionale werkbedrijf van gemeentelijke beleid ten aanzien van economische start gaat. ontwikkeling, onderwijs en participatie daarop aansluit. Onderzoek welke verbeteringen er mogelijk zijn in de In ontwik- De opzet van de paragraaf weerstandvermogen is in huidige systematiek van risicoweging en -buffering in de enige mate verbeterd. Een echte verbetering wordt keling weerstandsparagraaf (van de begroting, de tussentijdse zichtbaar in de eerstkomende begroting (MPB 2015) rapportage en de jaarstukken); formuleer heldere criteria en de volgende jaarstukken (2014). voor risicotoedeling en risicoweging en leg een norm vast voor het treffen van een voorziening bij risico’s met een hoge graad van waarschijnlijkheid. Commissie adviseert om naast de instrumentele benadering Zowel aan de kant van college en organisatie JA van de risicoaanpak scherp oog te houden voor (ontwikkeling risicomanagement) als aan de kant Deels gedragsfactoren en daarbij aandacht te schenken aan de van de raad (middag risicomanagement met volgende punten: accountant en voostel modernisering begroting) zijn - het stimuleren van zelfreflectie (risicobewustzijn van stappen gezet om het bewustzijn van risico’s te bestuur en medewerkers); vergroten. - kritiek waarderen en benutten (van binnen, o.a. de wijze van omgaan met klokkenluiders en zeker van buiten – elke kritiek is een gratis advies); - tegenspraak organiseren – oog voor checks and balances (binnen de organisatie een taak voor de controller(s) - op bestuurlijk niveau heeft de raadswerkgroep Controle aanbevelingen gedaan zoals verruiming van eigen onderzoek door de raad); - een zorgvuldige besluitvorming waarborgen (tijd nemen); dit sluit aan bij de voorstellen van de raadswerkgroep Controle en de raadswerkgroep Optimalisering PMA; voor zowel college als raad dient besluitvorming goed te worden gepland en voorbereid. Verzoek het college om een actualisering van de nota BenW hebben voor de raadsverkiezingen een JA reserves en voorzieningen en weeg daarbij de voor- en geactualiseerde notitie Reserves en Voorzieningen nadelen af van een voorzetting van de rentesystematiek. aan de raad gezonden. Deze wacht op behandeling door de nieuwe gemeenteraad. Neem het voorstel van het college over om de algemene De algemene reserve van het grondbedrijf is JA reserve van het grondbedrijf met € 7,4 miljoen te verhogen conform voorstel opgehoogd. om het grondbedrijf een meer solide basis voor bedrijfsmatig functioneren te verschaffen. Verzoek het college om voor het eind van 2013 een volledig Afgaande op het accountantsverslag voldoet de JA inzicht te geven in de vraag of het gemeentelijk vastgoed waardering van het gemeentelijk vastgoed eind Deels op een juiste wijze op de balans is gewaardeerd. 2013 aan de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoorden (BBV). Het beeld en vooral het tempo van af te stoten vastgoed is nog niet uitgekristalliseerd. Dat kan in de toekomst alsnog tot afwaardering dwingen. Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 19 Bijlage 3 Ambtelijke beantwoording schriftelijke vragen rekenkamercommissie en verslag overleg met de organisatie – exclusief voor raadsleden bijgevoegd bij de raadsstukken Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 20 Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 21 Uitvoering onderzoek Rekenkamercommissie Plus gemeente Apeldoorn Samenstelling mei 2014 Voorzitter: J.M. (Joop) Roebroek Overige leden: J. (Jasper) van Alten R. (Rudy) Blom M. (Menno) van Erkelens S. (Sander) Kok M (Myrthe) Kuiper M. (Maaike) Moulijn D. (Dennis) Russchen A. (Arjen) Tamsma G.J. (Gert-Jan) Walgemoed Voor het onderzoek toegevoegde leden: D. (David) van As E. (Esref) Öcal H. (Hans) Weevers Secretaris: H. (Herman) van den Broek Postadres: Telefoon: E-mail: Website: Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn (055) 580 1563 [email protected] www.apeldoorn.nl Rekenkamercommissie Apeldoorn Onderzoeksrapport Jaarstukken 2013 – 13 mei 2014 22
© Copyright 2024 ExpyDoc