lees meer

Sinaasappels en zand
Een rabbijn stond voor een groot aarden vat. Hij legde er zoveel sinaasappels in als hij maar
kon. Hij vroeg zijn leerlingen of het vat vol was. Zij zeiden: ‘Ja, nu is het vat vol.’
Toen nam de rabbijn een kistje gevuld met kiezelsteentjes en strooide ze voorzichtig uit over
de sinaasappels. Hij schudde aan het vat, waardoor de kiezels in de open plekjes tussen de
sinaasappels rolden. Opnieuw vroeg de rabbijn of het vat vol was. En ook nu zeiden de
leerlingen: ‘Ja, nu is het vol.’
Daarna tilde de rabbijn een zak vol woestijnzand van de grond en liet het witte zand over de
sinaasappels en de kiezelsteentjes stromen. Natuurlijk kroop het fijne zand overal
tussendoor, van de bodem van het vat tot aan de rand toe. Weer vroeg de rabbijn aan zijn
leerlingen: ‘Is het aarden vat nu echt vol?’ De leerlingen zeiden: ‘Nu is het vat echt helemaal
vol.’
Ten slotte nam de rabbijn in elke hand een glas rode wijn en goot die over alles wat al in het
grote vat zat. De wijn kleurde alles rood. De rabbijn deed een stap achteruit en vroeg:
‘Weten jullie wat dit voor een vat is?’ De leerlingen zeiden: ‘Dit is een heel vol vat.’
‘Nee,’ zei de rabbijn. ‘Dit vat is niet zomaar een vol vat. Dit vat is veel meer. Dit vat staat
voor jullie leven. De sinaasappels zijn de belangrijke dingen in je bestaan, het zijn je vader
en je moeder, je vrouw, je man, je vriend, je vriendin, je kinderen, je gezondheid, de liefde,
de Thora en de sjabbat. De kiezelsteentjes zijn de andere dingen die ertoe doen. Zoals je
werk en je huis, de mensen om je heen. Het zand is wat erbij komt, al het andere, de talloze
kleine dingen van de talloze kleine dagen.
Stel, je doet het woestijnzand het eerst van alles in het vat, dan is er geen ruimte meer voor
kiezelsteentjes en de sinaasappels. Dat geldt ook voor je leven. Wanneer je de hele dag
bezig bent met de kleinste dingen, zul je nooit ruimte of tijd hebben voor dat wat écht van
betekenis is.’
Veel mensen – en zeker jongeren – zijn in deze tijd voornamelijk bezig hun vat te vullen met
zand. Of eigenlijk: ze laten het vollopen. Het gebeurt gewoon. Jongeren kunnen of durven
niet zelf de regie te nemen; veel van hen worden geleid door de omstandigheden van
hun leven en de dingetjes die hun dagen vullen en/of die via sociale media aan hen worden
opgedrongen. Wat moeten we denken van het feit dat per minuut er 72 uur aan
videomateriaal naar Youtube wordt geüpload? Elke maand kijken miljoenen bezoekers ruim 4
miljard uur film. Hoe zouden al die uren ook gevuld kunnen zijn?
Steeds meer mensen hebben een continue honger naar informatie, met de onderliggende
angst om dingen te missen. FOMO (Fear Of Missing Out) is een aandoening die zichtbaar
toeneemt in de samenleving. Met name bij jongeren is er sprake van een forse toename;
kinderartsen behandelen steeds vaker pubers met slaaptekort door hun FOMO en deelname
aan whatsapp-groepen die vaak ’s nachts doorgaan.
Maar uithoudingsvermogen in dit leven leren we van verhalen. Verhalen als een huis voor
het geïndividualiseerde ‘ik’ om in te wonen. Het ‘ik’ lijkt echter in deze tijd dat huis kwijt te
zijn. Mensen lijken in onze plurale samenleving ontworteld geraakt, losgeslagen, en
ontketend; zij kunnen niet meer schuilen onder ‘een hemels baldakijn’. En dan gebeuren
er gekke dingen. Je hoeft alleen maar het dagelijkse nieuws te volgen om daar van overtuigd
te raken.
Mensen hebben perspectieven en vergezichten nodig om op weg te durven gaan. Mensen
zonder hoop investeren namelijk niet meer in de toekomst.
Daarom vinden we het geweldig dat we onze studenten anders mogen leren kijken dan zij in
deze wereld gewend zijn. We houden ons op de EH voornamelijk bezig met de sinaasappels.
We mogen studenten laten zien dat een ziel zonder hoger doel als een schip is zonder roer.
Dat er een Bron is waaruit zij en wij mogen en kunnen leven, maar dat we om bij die bron te
komen, altijd wel tegen de stroom in moeten zwemmen. Dat lijkt dan wel weer heel zwaar
en moeilijk, maar dat is het niet als we bedenken dat de kracht onder ons altijd groter is dan
de moeite die voor ons ligt. De vraag is namelijk niet, hoe wij God moeten vinden in
deze barre tijden, maar hoe wij ons door Hém laten vinden. Niet: hoe moeten we God leren
kennen, maar hoe moeten wij ons door Hém laten kennen. Niet: hebben wij Hem wel
voldoende lief, maar hoe moeten wij ons door God laten liefhebben. Dat is het verhaal.
En dat zijn de sinaasappels waar wij en onze studenten de handen vol aan hebben.
U misschien ook wel.
Drs. Els J. van Dijk is directeur
van de EH. Volg haar op
twitter via @ElsJvanDijk.
EH MAGAZINE 2014 | 38.02 4 5