HW/Conf. 2014 nr. 18 - Confessionele Vereniging

Th
18
mer 150 jaar
m
u
Con
n
a
fes
m
e
sionele Vereniging
VOORTZETTING VAN HET HERVORMD WEEKBLAD / DE GEREFORMEERDE KERK
126e jaargang nr. 18 -9 oktober 2014
2 hoofdartikel
8 kerk
Themanummer:
Tom Wright in Nederland
U hebt op dit moment het allereerste themanummer van HW Confessioneel in handen. De bedoeling is dat er in de loop van de tijd met enige regelmaat nieuwe themanummers verschijnen, uiteraard met relevante en
boeiende onderwerpen.
Dit eerste themanummer is gewijd aan
de persoon en de theologie van N.T.
(Tom) Wright, naar aanleiding van de
predikantenconferentie van de Confessionele Vereniging die op 28 en 29 oktober in Groningen gehouden zal worden.
Prof. dr. N.T. Wright is de hoofdspreker
van de conferentie, terwijl ook prof. dr.
Geurt Henk van Kooten (hoogleraar
Nieuwe Testament) en prof. dr. Edward
van ’t Slot (leerstoel van de Confessionele Vereniging) hun bijdrage zullen leveren. Nicholas Thomas Wright werd op
1 december 1948 geboren in Morpeth,
een stadje in het noordoosten van Engeland. Na een studie klassieke talen en
theologie in Oxford bekleedde hij diverse functies in de Anglicaanse kerk. In
2003 werd hij bisschop van de NoordEngelse stad Durham. In 2010 legde hij
die functie neer om hoogleraar Nieuwe
Testament te worden in St. Andrews
(Schotland). Sinds die tijd wijdt hij zich
full time aan onderzoek en onderwijs.
Vanaf de jaren-90 verwierf Wright in
toenemende mate bekendheid als
schrijver. Hij schrijft zowel theologische
vakliteratuur als ook voor gemeenteleden toegankelijke boeken. In de eerste
categorie zijn vooral de boeken uit de
serie Christian Origins and the Question of
God bekend geworden: The New Testament and the People of God (1992), Jesus
and the Victory of God (1996), The Resurrection of the Son of God (2003) en Paul
and the Faithfulness of God (2013). Boeken uit de tweede categorie zijn veelal
ook vertaald in het Nederlands, bijvoorbeeld Eenvoudig Christelijk (2007), Verrast door hoop (2010), Goed leven (2012),
en de lopende serie De Bijbel voor iedereen, waarin Bijbelstudiemateriaal per
Bijbelboek te vinden is. Inmiddels worden de boeken van Wright wereldwijd
veel gelezen. Ook in Nederland is dat
het geval. Predikanten laten zich erdoor
inspireren, en in een groeiend aantal gemeenten worden Wrights boeken gebruikt in gesprekskringen. Overigens
betekent dit niet dat alles wat Wright
zegt ook zomaar kritiekloos voor waar
wordt aangenomen. En dat is terecht:
bij ieders werk, ook bij dat van Wright,
mogen kritische vragen gesteld worden. In dit themanummer vindt u dan
ook bijdragen van twee predikanten die
iets vertellen over hoe zij zich laten inspireren door Wrights wijze van theologiseren, en daarnaast twee bijdragen
waarin zijn theologie in een breder kader wordt geplaatst. Uiteraard mag in
dit themanummer een interview met
Tom Wright zelf niet ontbreken. In het
interview dat wij met hem hielden blikt
hij vast vooruit naar de komende conferentie in Groningen. Ook hebben we
10 samenleving
Ds. Wilbert Dekker, Kampen
een preek van zijn
hand opgenomen,
waardoor
misschien ook u warm
gemaakt
wordt
om nog iets meer
van Wright te gaan
lezen. We hopen
dat dit themanummer bij u in goede Nicholas Thomas
Wright
aarde valt en wensen u veel leesplezier toe. Enjoy!
Reacties op dit themanummer zijn te allen
tijde welkom bij de redactie. De redactie
bedankt drs. Esther Dekker-Schenk voor
het vertalen van het interview en de preek.
Zondag 12 oktober is het precies de
dag waarop de Confessionele
Vereniging 150 jaar bestaat.
We zijn dankbaar voor wat we voor
de kerk hebben mogen betekenen en
we hopen dat God onze activiteiten
zal blijven zegenen.
We zien uit naar de werkelijke
eenheid van de kerk, die in volmaaktheid zal komen als straks de Bruidegom zich met Zijn bruid verenigt.
Tot die tijd roepen we met de Geest:
‘Kom Here Jezus, kom spoedig’, en
vervolgen we onze pelgrimsreis vol
hoop, in geloof en met liefde voor de
Heer en Zijn kerk.
Bert van Veluw, voorzitter
hoofdartikel
Je mag niet eens meer
naar de wc
ds. Dick Schinkelshoek
Er komt glasvezel bij ons in de straat. Deze kabels moeten een nog snellere verbinding met het internet mogelijk maken. Waarmee we nóg sneller kunnen surfen, en nog meer films kunnen kijken en muziek kunnen
luisteren. En dat van een nóg hogere kwaliteit. Het leidt geen twijfel, aldus de aanbiedingsfolder, of dat is geweldig nieuws voor iedereen in de
straat. De eerste glasvezelevangelisten zijn al op pad gestuurd. Ze komen
langs de deuren om de mogelijkheden te bespreken en op het naburige
winkelpleintje is een ‘informatiestand’ ingericht. Binnenkort ligt de straat
een tijdje open. Maar dat kunnen alle inwoners onmogelijk een probleem
vinden. Want sneller, dat willen we toch allemaal?
Nu overweeg ik straks inderdaad op
glasvezel over te stappen, want ik ben
een intensieve internetgebruiker.
Maar iets in de redenering erachter –
in dat ‘sneller is beter’ - roept ook vragen bij mij op. Niet omdat ik iemand
ben van ‘vroeger was het beter’, en
omdat ik nieuwigheden bij voorbaat
argwanend bekijk. Nee, meer omdat
er in die drang naar snelheid, naar
meer doen in minder tijd, ook gevaren schuilen. Een fysiek gevaar én een
geestelijk gevaar, op z’n minst.
Om bij dat fysieke gevaar te beginnen
(en het belangrijkste voor het laatst te
bewaren): we lijden in onze samenleving, heb ik het idee, aan een vreemd
soort dubbelheid. Enerzijds willen we
steeds sneller, steeds meer kunnen
doen in steeds minder tijd – niet alleen internetten, maar ook werken,
rijden, reizen, genieten. Anderzijds
breekt ons dat ook steeds meer op.
Nog nooit had in het afgelopen jaar
zo veel ziekteverzuim op het werk
met stress te maken, en met werkdruk, meldde ArboNed vorige maand.
En dagblad Trouw had een paar weken geleden (op 20 juli) een onthutsend interview met de Duitse socioloog Hartmut Rosa. Rosa maakt zich
serieus zorgen om de grote tijdsdruk
waaronder (jonge) mensen tegenwoordig leven en werken. Europese
vrachtwagenchauffeurs, vertelt Rosa,
moeten jakkeren over de snelwegen,
met veel te weinig rust, om hun planning te halen. En de snelheidsboetes
die dat oplevert, moeten ze ook nog
2
eens zelf betalen. Op kantoren zijn
veel banen wegbezuinigd. De achterblijvers moeten met elkaar dezelfde
hoeveelheid werk verzetten, liefst
nog meer. ‘Werknemers in zorgende
beroepen hebben geen tijd meer om
de juiste zorg te verlenen: niet alle
medische handelingen kunnen ze
goed verrichten en voor een gesprek
is al helemaal geen tijd meer. Iets dergelijks zie je bij docenten. Geen wonder dat juist in de zorg en het onderwijs zo veel burn-outs voorkomen.’
Rosa: ‘Tegenwoordig is het uitgangspunt dat we moeten versnellen om
de status-quo te behouden. Dat is
uniek in de geschiedenis. In de achttiende eeuw ging je harder werken
voor een betere toekomst, zodat je
kinderen het beter zouden hebben
dan hun houders. En nu? Nu wacht
ons geen betere toekomst, maar de
afgrond. Als je niet hard genoeg
werkt, val je erin.’ Rosa noemt dat
‘een pervers systeem’, dat niet alleen
jonge mensen totaal uitput, maar ook
deze wereld, het milieu.
Helemaal ernstig wordt het als je bedenkt dat niet alleen de baas, de
werkgever, dit gedrag van ‘sneller,
sneller, sneller’ oplegt. Veel mensen
leggen het zichzélf op. Het zit ook in
onszelf. En we gaan met dat drukke
gedrag na ons werk ook door in onze
vrije tijd. Want we moeten sporten,
sociale contacten onderhouden, een
goede vader of moeder zijn, een aantrekkelijke echtgenoot/echtgenote.
Misschien geldt dat sterker voor jonge mensen dan voor ouderen, maar
die trek zit in onze cultuur.
Terwijl we helemaal niet zo hoeven te
leven. Rosa: ‘Eeuwenlang kampten
we met schaarste, nu leven we in een
wereld van overvloed. Veel arbeid is
geautomatiseerd, dat hoeven we zelf
niet meer te doen. Doorjakkeren is
niet meer nodig, al houdt het neoliberalisme ons voor dat we met
schaarste kampen en voor de broodnodige economische groei hard door
moeten werken.’
In de Amerikaanse stad Chicago,
meldde een paar dagen geleden
‘mijn’ Nederlands Dagblad, spoort een
fabrikant van kranen zijn medewerkers tegenwoordig aan niet te vaak
meer naar de wc te gaan. De productie zou er maar onder lijden. We moeten immers steeds sneller. Want de
concurrent … De werknemers krijgen
pasjes zodat de baas precies kan bijhouden wie vaak een plas moet doen.
En hoe lang dat duurt.
Het geestelijke gevaar kun je vervol-
Zoek op:
www.beschikbaarheidskalender.nl
Kunt u elders voorgaan?
Schrijf u in op:
www.beschikbaarheidskalender.nl
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Column van de voorzitter
gens wel raden: mensen die niet meer
toekomen aan zichzelf, aan elkaar,
aan God. Met vervreemding als gevolg, burn-out, echtscheiding, een
tanend geloof en een afnemende
kerkelijke betrokkenheid.
Het is geen wonder dat dominees en
kerkenraadsleden jonge mensen in
de gemeente vaak horen zeggen dat
ze best iets betrokkener zouden willen zijn, maar dat het niet lukt. Dat die
dienst op zondagmorgen er snel bij
inschiet, omdat ze uitgeput de week
zijn uitgevlogen. Om over kerkenraadswerk nog maar te zwijgen. Er is
alle reden om over dat soort signalen
niet schamper te doen, maar ze uiterst serieus te nemen. Misschien is
het inderdaad niet overdreven te zeggen dat onze tijd, onze cultuur, ons
economische systeem zijn kinderen
langzaam over de kling jaagt.
Aardig detail: Rosa is zelf een gelovig
mens. Hij bespeelt op zondag het orgel in zijn Zwitserse gereformeerde
kerk. Hij komt er tot rust. In de kerk
mág je namelijk even niet in de hoogste versnelling, móet je even met andere dingen bezig zijn. En zo kom je
opeens in contact met jezelf, met de
wereld om je heen, met God.
Naar de kerk gaan zou dus juist heel
erg goed moeten zijn voor al die gestreste westerse mensen (al moet er
ook doordeweeks vermoedelijk wel
echt iets anderen). Natuurlijk, in de
kerk moet het om God draaien, en om
Zijn Woord dat opengaat, om geestelijk voedsel. Daar zijn protestanten –
terecht – heel precies in. Maar misschien kunnen kerken en christenen
ook de rust die je krijgt onder dat
Woord wat meer uitdragen. Dat je in
de kerk op letterlijk adem komt. En
laat de Adem van de Geest vervolgens zijn werk maar doen.
Over een paar weken ligt er bij mij in
huis glasvezel. Razendsnel internet,
goedkoop bellen, tig zenders op de
televisie. Misschien moet ik af en toe
maar eens de stekker uit de modem
trekken.
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
‘Wat is tijd?’
Als alles stil zou staan, is er geen
tijd. Als de zon stil zou staan, de
maan, de aarde en de andere
planeten, de sterrenstelsels, de
mensen, de bomen, als alles stil
zou staan is er geen tijd. Maar
dan ook werkelijk álles. Als alles
stil zou staan, valt er ook geen
stofje op een stilstaande klok.
Als er niets beweegt, gebeurt er
ook niets. En als er niets gebeurt
staat de tijd stil.
Tijd is namelijk een ordeningsbegrip. Het ordent gebeurtenissen in
‘voor’ en ‘na’. Ik stap uit bed, was
mijn gezicht en poets mijn tanden.
Dat doe ik na elkaar. Ik trek mijn jas
aan, open de deur en stap op mijn
fiets in die volgorde. Tijd is in wezen niets meer dan dat ik het ene
na het andere doe. Ook bij een
stofje dat op een stilstaande tafel
valt, is er een vóór dat het valt en
een ná dat het gevallen is.
God handelt. Daarom is God niet
tijdloos. Want God staat niet stil. Hij
is niet dood, maar de Levende. Hij
beweegt en zet in beweging. Alleen God wordt niet bepérkt door
de tijd. Hij is de Eeuwige, dus Hij
heeft alle tijd. Het vóór en ná van
zijn handelen is daarom ook relatief. De tijd tussen de ene handeling en de andere kan bij Hem oneindig groot zijn of oneindig klein.
Oneindig groot zodat het lijkt of Hij
afwezig is en niet handelt. Oneindig klein zodat het lijkt alsof alle
handelen bij Hem op één tijdstip
plaatsvindt. Omdat God de tijd
heeft, kan bij Hem alle tijd samenvallen in een ondeelbare punt des
tijds. De tijd kan bij Hem echter ook
zo lang zijn als de eeuwigheid.
Dr. Bert van Veluw
‘God heeft de tijd’ betekent ook dat
als we tijdelijk in God zijn het gevoel
hebben dat dit wel altijd zo mag duren. Het beleven van de tijd met
God is duur. Duur-zaamheid overstijgt de beperkingen van onze beleving van de tijd. Daarom is God, en
het bij God zijn, het meest duurzame dat bestaat.
Tijd en eeuwigheid zijn dan ook
geen tegengestelden. Want wie de
tijd heeft, heeft de eeuwigheid.
Daarom hoeft een gelovige zich niet
te haasten, van nu aan tot in eeuwigheid niet.
Dat er in de eeuwigheid ook tijd is,
zal duidelijk zijn. We zullen er zingen. En zingen is het na elkaar
voortbrengen van muzieknoten.
Noot C, komt na noot A. En we zingen hele, halve en kwart noten.
Zelfs al zouden we alleen hele noten
zingen, dan nog is er tijd. Of beter
gezegd: duur. Want leven is duur. En
eeuwig leven nog duurder.
3
Interview
Interview met Tom Wright
Het thema van de conferentie in Groningen waar u zult spreken is ‘Paulus, de kerk en wij: kerk-zijn in de 21e eeuw’. Wat betekent het voor u persoonlijk om lid te zijn van de kerk? Is de kerk altijd een groot deel van uw
leven geweest? En zijn er tijden geweest waarin u teleurgesteld was in de
kerk?
Ds. Wilbert Dekker,
Kampen
Ik ben als baby gedoopt en mijn familie aan weerszijden bestond uit heel
gewone Anglicaanse kerkgangers,
soms geestelijken. Ik zong in het
plaatselijke kerkkoor vanaf mijn zevende, en toen ik ouder werd in andere koren. Ik kan me geen leven
voorstellen zonder regelmatig bezoek aan de eredienst, hoewel het
kerkelijk leven in de rest van de week
door de jaren heen sterk varieerde. Er
zijn veel manieren waarop ik teleurgesteld ben geweest in de kerk, maar
lang niet zoveel als de dingen waarin
ik God heb teleurgesteld!
landse kerk (of Nederlandse christenen) denkt?
Ik ben veel verschuldigd aan de Nederlandse traditie, vertegenwoordigd
door bijvoorbeeld Dooyeweerd (Herman Dooyeweerd, van 1926-1965
hoogleraar rechtsfilosofie aan de VU,
red.), wiens werk ik ontdekte in Canada op het Institute of Christian Studies.
Daar vind je een holistische visie die
veel beter klopt met de bijbelse visie
dan sommige dingen die ik leerde
toen ik jong was. Maar ik weet dat er
heel veel soorten Nederlandse christenen zijn… dingen blijven niet altijd
hetzelfde. In het Verenigd Koninkrijk
weten we dat de Nederlanders cricket
spelen (tot onze grote verrassing) en
dat ze erg goed zijn in voetbal (beter
dan wij, denk ik). Zoals de naam doet
vermoeden, is Nederland geografisch
een vlak land, terwijl ik uit het noorden van Engeland kom, en nu uit
Schotland, bekend vanwege heuvels
en bergen.
Wat zijn volgens u de belangrijkste
uitdagingen voor de kerk in de 21e
eeuw?
De belangrijkste uitdagingen waren
altijd, en zijn nog steeds, de eenheid
en de heiligheid van de kerk. Die waren al een probleem in de eerste
eeuw en dat zijn ze nog steeds. Tegenwoordig spreekt de kerk veel
over eenheid maar berust men in grote verdeeldheid. De grote hedendaagse protestantse kerken zijn zelfs
gestopt met praten over heiligheid.
Eenheid en heiligheid zijn zowel in
zichzelf als met elkaar ingewikkeld
genoeg, maar zonder die beide worden we gewoon een religieuze club.
Hoe kan zorgvuldige, nauwkeurige studie van Paulus de kerk helpen om de uitdaging aan te kunnen? Sommigen zouden zeggen:
waarom zouden we ons überhaupt
druk maken over wat Paulus zegt
over de kerk in deze tijd? Als u in
uw laatste boek al meer dan 1600
pagina’s nodig hebt om uit te leggen wat Paulus werkelijk dacht, is
het duidelijk dat Paulus in een heel
andere tijd leefde. Kan Paulus een
betrouwbare gids zijn voor de kerk
vandaag?
Alle studie van de antieke wereld is
4
moeilijk, want wij hebben de neiging
om aan te nemen dat ‘de mensen van
toen net zo waren als wij’, maar in
werkelijkheid waren ze dat wel én
niet. Paulus is verdraaid en in stukken
geknipt in de christelijke traditie en
het is hard werken om weer bij zijn
oorspronkelijke visie uit te komen.
Maar het is de moeite waard! We zijn
geneigd om zijn gedachtegoed te beperken tot het beantwoorden van
een paar van onze vragen, hier en
daar, maar als we zijn veel grotere vragen begrijpen – en zijn antwoorden
op deze vragen – realiseren we ons
dat hij veel grotere problemen behandelt dan wij ons gewoonlijk voorstellen, en daarin kunnen we aanwijzingen vinden die ons helpen om te
gaan met veel grotere problemen
dan die waar de kerk het normaal gesproken over heeft – problemen in de
maatschappij, filosofie, wijsheid, politiek, cultuur en ga zo maar door.
De meeste mensen die vanuit het
buitenland Nederland bezoeken
verwachten hier tulpen, kaas en
windmolens te vinden, of juist
harddrugs en de Wallen. Wat komt
er bij u boven als u aan Nederland
denkt? En wat als u aan de Neder-
Uiteraard zijn we erg blij dat u bereid bent om de Noordzee over te
steken en voor ons te spreken. Hoe
hoopt u dat de conferentie zal zijn?
Wat brengt u mee en wat hoopt u
te vinden?
Ik geniet altijd van dit soort conferenties, omdat ik er verschillende mensen ontmoet en hun vragen en opmerkingen hoor. Ik breng mee mijn
levenslange enthousiasme voor het
Nieuwe Testament, en Paulus in het
bijzonder, en zijn dringende betekenis voor de wereld en de kerk op dit
moment. En ik hoop een soortgelijk
enthousiasme te vinden – niet onkritisch, maar met vragen die ons zullen
helpen van elkaar te leren!
Dank u wel , en we kijken ernaar uit
u in Groningen te verwelkomen!
Bedankt! Ik kijk er ook naar uit bij jullie te komen.
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
ACHTERGROND
Tom Wright als de nieuwe Karl Barth?
Nu, in onze dagen, is te merken dat velen
bezig zijn met de theologie van N.T. (Tom)
Wright. Predikanten zijn gefascineerd en
laten zich inspireren door het heldere geluid dat hij laat horen. Zijn boeken worden
breed gelezen en ook besproken in de gemeente in gespreksgroepen of op bijbelkringen. Zou het zo kunnen zijn dat Wright
een nieuwe impuls kan geven aan de Nederlandse theologie en het kerkelijke leven? Zou het kunnen dat hij in de komende jaren op de achtergrond alleen nog
maar sterker de discussies gaat bepalen?
Verschillen
Er zijn uiteraard veel verschillen tussen
Barth en Wright. Barth was stevig geworteld in het Zwitserse gereformeerde protestantisme, Wright is een Anglicaanse
theoloog uit het Verenigd Koninkrijk. In
de tijd van Barth waren we in Nederland
afhankelijk van zijn geschriften. Wie zich
vandaag de dag door Wright wil laten inspireren kan direct een multimediale ervaring ondergaan: op het internet staan
tal van filmpjes en audiofragmenten van
zijn lezingen. Toch zie ik naast de verschillen vooral ook veel overeenkomsten.
Wright en Barth weten beiden zowel het
academische publiek te bereiken, als de
taal van de ‘gewone gelovige’ te spreken.
Bij beiden doet de kerk en het ambt er
voluit toe. Barth bleef als systematisch
theoloog dicht bij de exegese en Bijbelse
theologie, Wright schuwt als exegeet en
Bijbels theoloog het doen van systematisch theologische uitspraken niet. Door
deze kruisbestuiving is hun theologie uitermate vruchtbaar.
Liberaal en orthodox
De belangrijkste overeenkomst is misschien nog wel deze: dat zowel Barth als
Wright een positie innemen waarin zij de
liberale (‘vrijzinnige’) theologie te denken
Karl Barth
Het is heel verfrissend als een theoloog van buiten Nederland ons kerkelijke wereldje eens flink wakker schudt – ook al is hij zich daar zelf misschien niet eens van
bewust. In 1919 publiceerde de toen nog jonge Zwitserse dorpsdominee Karl Barth
(1886-1968) het boek Der Römerbrief, zijn bekende commentaar op de brief aan de
Romeinen. Het bracht een schokgolf teweeg in de Duitse theologie, die tot in Nederland te voelen was. Later werd Barth hoogleraar en schreef hij de bekende veertien witte banden van de Kirchliche Dogmatik die in de studeerkamer van menig
predikant te vinden was en is. De Nederlandse theologie van na de Tweede Wereldoorlog, en in het bijzonder ook die van ‘de grote drie’ Miskotte, Noordmans en Van
Ruler, is alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de theologie van Barth.
geven, en tegelijkertijd de orthodoxie
wakker schudden. Destijds nam Barth zeer
duidelijk stelling tegen de liberale (Duitse)
theologie in de lijn van Schleiermacher en
Bultmann. Wright pakt de lijn op bij Bultmann, en daagt de liberale theologie van
vandaag uit door te stellen dat de opstanding van Jezus Christus niet een ‘theologische interpretatie achteraf’ is, maar een
historisch gebeuren waar we niet omheen
kunnen. Zo heeft Wright bijvoorbeeld de
degens gekruist met John Dominic Crossan, een hedendaagse Amerikaanse theoloog die op dit punt in de lijn van Bultmann denkt. Toch maakt hun duidelijke
stellingname tegen de liberale theologie
hen nog niet automatisch tot kampvechters van de orthodoxe theologie. Daarvoor is er te veel wat onrust veroorzaakt in
het orthodoxe kamp. Bij Barth was het o.a.
zijn pleidooi tegen de kinderdoop dat orthodoxe theologen tegen het zere been
was. Ook Wright is niet onomstreden. In
Amerika heeft al een fel debat gewoed
over de plaats van ‘de rechtvaardiging van
de goddeloze’ in zijn theologie. Wright
plaatst die in het kader van de verbondstheologie, maar anderen, zoals de bekende Amerikaanse voorgangers D.A. Carson
en John Piper, vinden dat een ongeoorloofde relativering van het leerstuk dat
volgens hen een centrale plaats in zou
moeten nemen. Ook de opvatting van
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Ds. Wilbert Dekker, Kampen
Wright over wat en waar nu eigenlijk ‘de
hemel’ is, is niet onomstreden. Wie overigens vertrouwd is met de geschriften van
C.S. Lewis zal veel van Lewis in Wrights opvattingen herkennen, maar dat terzijde.
Agenda
Het is dus duidelijk dat Tom Wright, net als
destijds Karl Barth, de gave heeft om de
theologie flink wakker te schudden. Kennelijk spreken zij daarvoor de juiste taal.
Het is niet verbazend dat daardoor controverse ontstaat. Ik zou zeggen: dat
maakt het nu juist ook zo interessant. Het
gáát weer ergens over in de theologie.
Waarschijnlijk zal Wright de komende jaren het theologische en kerkelijke debat
nog verder bepalen. Ik zie dat vooral op
drie aandachtsgebieden gebeuren.
Wright denkt sterk vanuit de historiciteit
van de opstanding. Door de opstanding
blijkt Jezus Christus Heer te zijn. Ongetwijfeld zal het gesprek verder gaan over
de historiciteit van de opstanding, maar
ook over de verhouding tot de kruistheologie: leidt de nadruk op de opstanding
niet teveel tot triomfalisme? Het tweede
punt is dat van de eschatologie (de ‘laatste dingen’) en de plaats van de hemel.
Wright benadrukt dat de aarde onze
plaats is. We gaan niet naar de hemel,
maar door het geloof zijn wij bestemd
voor de nieuwe aarde, wanneer God alle
dingen nieuw maakt. Het probleem is
echter dat we er zo aan gewend zijn te
zeggen “dat we na de dood naar de hemel
gaan” dat het even duurt voordat we dit
weer aan het Bijbelse taalgebruik hebben
herijkt. Het laatste punt is de vraag wat
we doen in de tussentijd: Jezus is opgestaan, God maakt alle dingen nieuw, maar
wat doen we nú? Wright werkt dat prachtig uit met nadruk op de transformatie die
zich in een mens voltrekt door de Geest
en het geloof in Jezus Christus. Dit is past
goed in een calvinistische denklijn, maar
staat op gespannen voet met het Lutherse simul iustus ac peccator, tegelijk rechtvaardige en zondaar. De vraag naar de
verhouding tussen rechtvaardiging en
heiliging, de achilleshiel van het protestantisme, staat daarmee opnieuw op de
agenda.
Reageren? Het mailadres van de scribent is
[email protected]
5
GEINSPIREERD DOOR TOM WRIGHT (1)
Theologie midden in het leven
Afgelopen voorjaar heb ik met een leeskring voor gemeenteleden het
boek ‘Gewoon Jezus’ van Tom Wright behandeld. De reacties waren erg
positief. Gemeenteleden waren goed te spreken over de historische achtergronden, de theologische inzichten en de humoristische schrijfstijl
van Wright. Het boek gaf voldoende stof tot discussie en menigeen vroeg
zich af of hier een vervolg aan gegeven kon worden. Dit najaar hoop ik
samen met een collega een tweede leeskring te starten, waarbij we het
boek ‘Goed leven’ van Tom Wright bespreken.
Voor veel gemeenteleden was de
leeskring de eerste kennismaking
met de theologie van Tom Wright.
Zelf was ik zijn boeken enkele jaren
eerder min of meer per ongeluk op
het spoor gekomen.
Na het eerste jaar in de pastorie leek
het mij goed om nog weer eens wat
literatuur over het Nieuwe Testament
te lezen. Gewoon om bij te blijven. Op
goed geluk heb ik zijn grote boek
over Jezus (Jesus and the Victory of
God) aangeschaft. Toen ik eenmaal
begonnen was met lezen, kon ik het
eigenlijk niet meer wegleggen.
Wright boeit. Niet alleen vanwege
zijn vlotte en bij vlagen humoristische
schrijfstijl, maar vooral ook inhoudelijk. Ik weet nog hoe ik bij het lezen
van zijn boek over Jezus plotseling
een heel concreet en levend beeld
kreeg van hoe Jezus als een profeet
rondgetrokken had in Palestina. Ik
had het mij onbewust altijd zo voorgesteld dat Jezus rondtrok met een
heel aantal leerlingen in zijn gevolg,
als een - oneerbiedig gezegd - soort
circus dat trekt van plaats naar plaats.
Eenmaal verder getrokken blijft er
weinig meer van over. Wright liet zien
dat de werkelijkheid totaal anders
was.
Hij opende mijn ogen voor het feit
dat het zonder twijfel Jezus’ bedoeling was om in de dorpen waar hij
doortrok ‘cellen’ van leerlingen te
vestigen, die door het aannemen van
de levensstijl van het evangelie van
het koninkrijk opvielen. Jezus was uit
op het herstel van Israël en stichtte
daarom verspreid over de verschillende dorpen en steden van Palestina
een gemeenschap van het nieuwe
verbond.
6
Het volk van God
Eigenlijk is hiermee al aangegeven
waar het in het Nieuwe Testament om
gaat in de ogen van Wright, namelijk
het volk van God. Wright wordt niet
moe te benadrukken dat de kerken in
het Westen zich in de afgelopen eeuwen te ver verwijderd hebben van
waar het in het Nieuwe Testament om
draait.
Er is een semichristelijke populaire
traditie ontstaan vanuit allerlei culturele invloeden.
Ofwel de God van de Bijbel is een horlogemaker geworden die alles op z’n
beloop laat, ofwel het geloof beperkt
zich tot de individuele hoop op leven
na de dood. In plaats van een tegengesteld geluid te laten horen, zijn de
kerken meegegaan in de maatschappelijke ontwikkelingen en daardoor is
het evangelie op z’n minst overschaduwd geraakt.
Het is hoog tijd dat we deze semichristelijke traditie tegen het heldere
licht van de Bijbel houden. Het Nieuwe Testament laat namelijk een heel
ander geluid horen, aldus Wright.
Zoals Jezus tijdens zijn omwandeling
op aarde bezig was Israël te verzamelen en te herstellen, zo is Paulus later
ook bezig.
In zijn recente studie over de apostel
van de heidenen (Paul and the Faithfulness of God) laat Wright zien dat het
bij Paulus ook allemaal draait om het
volk van God.
God wil rond de dood en opstanding
van Jezus een volk verzamelen dat
midden in de wereld staat als een teken en een voorproefje van wat God
voor de hele kosmos wil doen.
Wright gaat nog verder: het volk van
God is niet alleen een teken en voor-
Ds. Rein den Hertog, Groningen
Rein den Hertog
proefje, maar maakt ook deel uit van
het middel waardoor God dit zowel in
het heden als in de toekomst tot
stand brengt.
Populariteit
Het is volgens mij goed te verklaren
waarom Wright op zoveel belangstelling kan rekenen vandaag de dag. In
een tijd waarin we met de kerk en alles wat er mee samen hangt ‘in onze
maag zitten’, is het nodig om juist
vanuit de Bijbel te horen wat het eigenlijk betekent om Gods volk in de
wereld te zijn.
Veel gelovigen vandaag zijn op zoek
naar houvast en oriëntatie als het
gaat om ‘hun’ kerk en gemeente, en
Wright wijst in heldere en verstaanbare taal een originele weg die ook
nog eens helemaal vanuit het Nieuwe
Testament opkomt.
De kracht van Wright is bovendien
dat hij zich niet beperkt tot stevige
wetenschappelijke literatuur, maar
zich ook toelegt op eenvoudiger uitgaven.
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Geloven
bijzonder jaar
Boeken als Verrast door hoop, Eenvoudig christelijk, Gewoon Jezus en Goed
leven gaan als warme broodjes over
de toonbank, juist omdat er binnen
de kerken zoveel behoefte is aan leesbare maar toch stevige bezinning op
de rol van christenen en de kerk in
een post-christelijke samenleving.
Concreet
Daar komt bij dat Wright zijn verhalen
op meerdere manier concreet weet te
maken. Allereerst gebruikt hij in zijn
betoog vaak aansprekende voorbeelden.
Om er een noemen: in zijn boek over
christelijke karaktervorming gebruikt
hij het voorbeeld van een vliegtuig
dat op de Hudson rivier landde, midden in New York.
De piloten wisten een ramp te voorkomen en menig New Yorker sprak
van een wonder. Wright ontkent niet
het wonderlijke van dit voorval, maar
wil het toch vooral gebruiken om te
laten zien hoe belangrijk het is voor
mensen om geoefend te worden in
handelingen en in het benaderen van
bepaalde situaties. Zoals de piloten
jarenlang getraind waren om in dergelijke situaties de juiste beslissingen
te nemen, zo moeten gelovigen geoefend worden om in hun leven als
gelovige de juiste beslissingen te nemen.
Wright wordt nog op een andere manier concreet. Hij vertaalt zijn inzichten regelmatig naar de concrete wereld van vandaag. Als hij in Verrast
door hoop komt te spreken over gerechtigheid, dan weet hij dit op een
prikkelende en ontmaskerende manier in verband te brengen met het
gebrek aan economisch evenwicht in
de wereld, waarvan het belangrijkste
symptoom de belachelijke schuldenlast van de Derde Wereld is. Op die
manier is gerechtigheid niet alleen
een principe dat in de lucht blijft zweven, maar krijgt het heel concreet
(politieke) handen en voeten. Juist
dat maakt Wright zo boeiend: theologie die midden in het leven staat.
Ds. R.G. den Hertog is predikant van de
Christelijke Gereformeerde Kerk in Groningen. Reageren? Het mailadres van
de scribent is [email protected]
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Tom Wright in
Groningen
2014 is een bijzonder jaar voor
de Confessionele Vereniging. We
vieren ons 150-jarig bestaan, en
het is ook geweldig dat we op
een constructieve manier meedoen aan de universiteit. De
komst van Tom Wright vormt
daarbij een mijlpaal.
We staan voor een theologie die
wortelt in de traditie, en tegelijkertijd oog heeft voor de vragen van
de huidige tijd. Het gaat daarbij
niet alleen om vasthouden wat we
ooit hadden. Het kan zomaar wezen dat de huidige maatschappij
ons helpt te begrijpen waar het in
kerk en theologie eigenlijk over
moet gaan. Als we met al die nieuwe vragen voortdurend teruggaan
naar onze bronnen, zullen we er
steeds nieuwe schatten ontdekken.
N.T. Wright past helemaal in dat
Edward van ’t Slot
plaatje. Met een grote liefde voor
de kerk en voor de Heer van de
kerk, en tegelijkertijd met een
‘open mind’, gaat hij terug naar in
het bijzonder Paulus. Begrijp ik wel
echt wat Paulus allemaal zegt? Of
ben ik geneigd hem in schema’s te
persen waar hij eigenlijk helemaal
niet in past?
Wright is één van de vertegenwoordigers geworden van het
‘nieuwe perspectief op Paulus’. Het
gaat er bij Paulus niet alleen om dat
we door de genade – en niet door
werken – in de hemel komen; gered worden door de genade betekent ook dat je anders in de wereld
komt te staan. Als Jood, en als heiden.
Wright zal er in Groningen nog veel
meer over vertellen. We zien uit
naar een boeiende conferentie!
7
PREEK VAN TOM WRIGHT
Welk verhaal? Welke Koning?
Een preek op Palmzondag in
St Salvator’s Chapel, University of
St Andrews op 13 April 2014
Door Professor N.T. Wright,
St Mary’s College
Schriftlezingen: Jesaja 59:15b-21;
Psalm 72; Lukas 19:28-44
Een manier waarop mensen in de
middeleeuwen het christelijke verhaal hoorden was door middel van
de mysteriespelen. Wij woonden
vroeger in Lichfield, waar eens in de
drie jaar de hele dag voorstellingen
waren op verschillende plaatsen in
de stad. De Lichfield cyclus bestaat
uit zevenentwintig toneelstukken
die elk tien tot vijftien minuten duren, en ze worden op drie verschillende plaatsen opgevoerd. De eerste start halverwege de morgen op
de Markt en wordt vervolgens verplaatst naar de twee andere locaties, en de laatste eindigt vlak voor
zonsondergang bij de kathedraal. Ik
herinner me hoe ik in de menigte
liep in de nauwe straatjes van de
stad en zag hoe opgewonden
groepjes mensen hun weg zochten
tussen de locaties, zodat je kon zien
hoe Noach langskwam, of dat Jozef
en Maria zich ergens klaarmaakten,
of hoe de podiumbouwers de kruisiging voorbereidden.
De hele stad wordt meegesleept in
een wervelend bijbels verhaal, met
honderden mensen die op de een of
andere manier deelnemen en duizenden mensen die komen kijken.
Het hele gebeuren geeft je het idee
dat we alleen maar af en toe een
klein beetje van Gods grote verhaal
zien maar dat het hoe dan ook doorgaat en we erin betrokken worden,
zoals de stad zelf, of we het nu helemaal begrijpen, of dat we alleen de
nuances opvangen of hier en daar
kleine stukjes meekrijgen.
En terwijl het verhaal voorbijtrekt
voel je dat het inderdaad groter is
dan ieder van ons, een verhaal over
8
God en Jezus en de wereld en leven
en dood en verschrikking en vreugde en schepping en verlossing en
tranen en lachen… Een verhaal
waarin ieder van ons zichzelf terugvindt, en misschien een glimp opvangt van hoe het zou zijn om deel
uit te maken van Gods eigen verhaal. En als je dan een of ander
groepje voorbij zag komen, op weg
naar een andere locatie, was het
leuk om te raden of te vragen: “In
welk verhaal zit die vrouw? Welk
deel van het grote verhaal voeren
die kinderen op? Was dat Mozes die
ik voorbij zag komen? Is dat niet
Pontius Pilatus daar? Was dat Jezus
zelf?” Misschien kan ik eraan toevoegen, voor wie het wil weten, dat
de Lichfield Mysteries in 2015 weer
worden opgevoerd. En er zijn in andere steden ook Spelen.
Theater vertelt de oude verhalen op
nieuwe manieren, en het helpt ons
om onszelf te vinden, of om dingen
van de wereld te herkennen die we
anders niet opgemerkt hadden. Ik
zag onlangs een opvoering van
Macbeth waarin de vreselijke heksen uit het begin van het verhaal
ook in de menigte voorkwamen,
waardoor een gevoel van broedend
kwaad sluimerde aan de randen van
de actie. In Een Midzomernachtsdroom worden Theseus en Hippolyta, de hoofdkoning en -koningin,
vaak gespeeld door dezelfde acteurs die ook Oberon en Titania, de
feeënkoning en -koningin uitbeelden.
Shakespeare nodigt ons uit om in de
droomwereld de donkere kant van
hun karakter te zien – een kant die
meestal verborgen is. En, zoals altijd
bij Shakespeare, om de donkere
kant van onze eigen karakters te
zien, en de rampen die in de halfdenkbeeldige wereld op de loer liggen onder schijnbaar normale omstandigheden. En weer komt de
vraag op: in welk verhaal zit je? Het
serene verhaal aan de oppervlakte,
of de donkere onderlaag waar jaloezie en achterdocht en gevaar fluisteren en lonken uit iedere hoek? Welke koning is de echte, de hoogdravende Theseus, of de gekwelde
Oberon?
Straattheater is het beste woord om
te beschrijven wat Jezus deed op de
eerste Palmzondag. Het was geen
entertainment, hoewel mensen een
geweldig dagje uit hadden. Jezus
zei iets dat niet op een andere manier gezegd had kunnen worden.
Deel van de vraag van Palmzondag,
de vraag die ik jullie vanmorgen stel,
is wat het allemaal betekende, wat
het vandaag allemaal betekent.
Welk verhaal beeldde Hij uit? Wat
voor soort koning werd Hij?
Jezus deed niet veel van zulke dingen. Het was duidelijk zijn bedoeling dat deze daden zouden rondzingen, echo’s zouden laten terugkaatsen, niet alleen van de muren
van Jeruzalem maar ook van de
Schrift-doordrongen verbeeldingskracht van de omstanders, in het bijzonder van zijn leerlingen, die wellicht dachten dat ze een Theseus
volgden maar er nu achter kwamen
dat hun koning veranderd was in
een vreemdere, donkerdere monarch voor wie ze bang werden. In
welk verhaal leefden zij? Welke koning dachten zij te volgen?
Jezus ging er vanuit dat mensen
wisten van de andere spelen die op
hetzelfde moment werden opgevoerd. Pesach kwam eraan, en de
stad was gevuld met pelgrims. Zij
zouden het verhaal van Mozes en de
Uittocht vertellen, de plagen in
Egypte, het paaslam, de doortocht
door de Rode Zee, de belofte van
eindelijk vrijheid. Het meest zou het
verhaal opnieuw verteld worden in
huizen en herbergen, niet op straat,
maar het grote verhaal zou een bijzondere sfeer scheppen in de hele
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
PREEK VAN TOM WRIGHT
stad. Dit was Gods verhaal en iedereen speelde er een rol in. Niemand
zag het als alleen oude geschiedenis. Dit was hun verhaal, het vrijheids-verhaal waarvan ze hoopten
dat het weer zou uitkomen in hun
eigen tijd. En Jezus had een nieuw
mini-toneelstuk uitgevonden om
dat verhaal te ontwrichten, te herinterpreteren en om te vormen.
eerder door Judas Maccabeus was
gewonnen? Iedereen kende dat verhaal ook, en omdat de volgelingen
van Judas Maccabeus met palmtakken hadden gezwaaid toen hij de
stad in kwam hoopten ze misschien
op een herhaling, een vervolg. Het
straattheater wordt opeens complex. In welk verhaal leven we? Wat
voor koning volgen wij?
Sommigen veronderstellen dat er
op hetzelfde moment een ander
stuk straattheater plaatsvond aan
de andere kant van de stad. Pontius
Pilatus, de Romeinse gouverneur,
woonde normaal gesproken in
Caesarea aan de kust, met de tempel gewijd aan de vergoddelijkte
Keizer Augustus. Maar tijdens de
grote feesten was Pilatus in Jeruzalem om problemen te voorkomen.
Hij arriveerde dan vanuit het westen
op een legerpaard met een gewapende escorte. We weten niet of Jezus, komend uit het oosten, zijn mini-toneelstuk liet samenvallen met
Pilatus’ zegevierende aankomst,
maar mensen zouden de verhalen
aan elkaar kunnen verbinden en
dan zouden ze zich afvragen: bij
welk verhaal horen wij? Bij welke koning horen wij? Wat is het echte verhaal en wat is de parodie?
Wij weten, maar zij niet, hoe het zou
eindigen. We verwonderen ons over
de wispelturigheid van de massa –
hoewel een ieder die in de spiegel
kijkt zich niet zo lang zou verwonderen. De westerse christelijke traditie
heeft zich makkelijk voorgesteld dat
de menigten het bij het verkeerde
eind hadden, omdat ze een vrijheid
in deze wereld wilden, maar – zoals
we veronderstelden – Jezus een spirituele vrijheid bood, een koninkrijk
na de dood, ver voorbij het blauw.
Pasen wordt dan een metafoor;
Pontius Pilatus wordt onbelangrijk
en in plaats daarvan hebben we Plato. Maar het straattheater van Palmzondag trekt aan onze ellenboog
om een ander punt te maken, en dat
wordt aangeduid door de twee andere lezingen van vandaag.
Sommige dingen zouden duidelijk
zijn. In een wereld van weinig boeken maar veel schriftlezingen, zou
de menigte Jezus’ verwijzing naar
de profetie van Zacharia oppikken,
over de koning die op een ezel rijdt.
Maar als dat hen aan het denken
zette over koninklijke profetieën,
zouden ze wel eens in de war kunnen raken. De Psalmen spreken van
Gods zoon, de koning die komt, die
de volken breekt met een ijzeren
staf en hen stukslaat als een ijzeren
pot.
Was dat het verhaal waar ze in leefden? Was Jezus zo’n soort koning –
die nu een schijnbaar vredige demonstratie hield, maar zich klaarmaakte voor een plotseling signaal,
een legioen van engelen, een verrassingsaanval, en een meedogenloze vrijheid zoals die twee eeuwen
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Psalm 72 spreekt van de koning die
gerechtigheid en vrede brengt, van
zee tot zee en verder tot aan de einden van de aarde. Hij maakt de armen tot zijn prioriteit; hij brengt het
recht van God zelf in de praktijk, en
zo brengt hij zelf de vrede van God.
Maar terwijl we dat plaatje in ons
hoofd vasthouden en terugkijken
naar Lukas’ vertelling van Palmzondag, realiseren we ons waarom Jezus zo hard huilde terwijl de menigte Hosanna schreeuwt. De zon
schijnt, de menigte juicht, de gouden stad Jeruzalem ligt voor hem in
al haar glorie, maar met zijn profetenoog kan Hij de ramp zien aankomen. Hij krijgt het bijna niet gezegd:
Als jij eens had geweten – ja jij, zelfs
nu – wat vrede kan brengen – maar
je hebt je ogen gesloten. En het is te
laat. Ze komen eraan – Pilatus komt
eraan, de monsters komen eraan, de
beulen en de beesten nemen de
tuin over en ze zullen alles vertrap-
pen wat op hun weg komt, omdat je
de tijd van Gods ontferming niet hebt
herkend. Je herkende het moment
niet. Je snapte het toneelstuk niet.
Je leefde in het verkeerde verhaal.
Je zocht de verkeerde koning. Je
wilde een Judas, en je kreeg een Jezus. Je wilde oorlog en Ik leidde je
naar de vrede. In ons geval, je wilde
een koninkrijk in de hemel en Ik
bood je er een op aarde; en door te
kiezen voor een uitsluitend hemels
koninkrijk heb je de aarde overgelaten aan de alleenheersers en de
monsters die nog steeds het zwaard
opnemen en door het zwaard zullen
omkomen.
En te midden van dit alles zouden
we Jesaja 59 moeten horen. Je hebt
de tijd van ontferming niet herkend
– of, zoals onze vertaling zegt, de
tijd van Gods ontferming. Jezus had
net een verhaal verteld over een
edelman die terugkeerde om te zien
hoe het met zijn dienaren ging. Zijn
publiek moet dit gehoord hebben
als een verhaal over God en Israël:
Israëls God, die lang geleden al beloofd had terug in glorie te zullen
terugkomen, vervulde eindelijk die
belofte. Dit was de climax van het
toneelstuk waar zij deel van wilden
uitmaken. Maar niemand had zich
voorgesteld dat als God terug zou
komen, Hij de gedaante zou hebben
van een jonge profeet die reed op
een ezel en zijn tranen liet stromen.
Nu leidt dit alles natuurlijk tot preken die misschien later deze week
gehouden worden. De verbazingwekkende twist in dit verhaal is dat
Jezus, nadat hij het oordeel over Jeruzalem vanwege het afwijzen van
Gods liefde, verderging en tegelijk
de liefde en het oordeel van God
belichaamde terwijl hij de Romeinse
verschrikkingen onderging die Hij
voor zijn volk had voorspeld. Dat
donkere koninklijke verhaal ligt in
het hart van elke latere christelijke
opvatting van het kruis, hoewel het
zo’n vreemde waarheid is dat maar
weinig liederen of liturgieën de
diepte ervan peilen. Theseus en
Oberon zijn één en dezelfde. Goede
Vrijdag, in zichzelf een vorm van Ro-
9
GEINSPIREERD DOOR TOM WRIGHT (2)
Leven dankzij de opstanding
“Heb je al eens iets van Tom Wright gelezen? Nee? Dan moet je echt Verrast door hoop lezen. Een echt geweldig boek!” Een paar jaar terug maakte een vriend en collega mij op deze manier enthousiast om me met
Wright bezig te houden. En ik moet eerlijk zeggen: het was prachtig om te
lezen en het smaakte naar meer!
Kruis en opstanding
Tot dan toe werd ik vooral geprikkeld
door bijvoorbeeld een theoloog als
dr. A. van de Beek, die consequent
vanuit het kruis van Christus dacht.
Waar leer je God kennen? Aan het
kruis! Van schepping tot eschaton ziet
hij het kruis van Christus als leidraad
voor Gods handelen in en met deze
wereld. Het is misschien een beetje
eenzijdig en op een gegeven moment voorspelbaar, maar het blijft
prikkelen. Misschien juist wel vanwege die eenzijdigheid. Je moet je op de
een of andere manier wel verhouden
tot zijn denken. En ik moet eerlijk zeggen dat een focus op het kruis van
Christus ook past binnen mijn theologisch denken.
Wat dat betreft was de kennismaking
met Wright een kennismaking met
een theoloog die juist een hele andere kant belicht. Die eerder denkt vanuit de opstanding dan vanuit het
kruis.
Dat komt heel sterk naar voren in zijn
hierboven genoemde boek. Daarin
gaat hij na wat het betekent om in de
opstanding van het lichaam te geloven. Schitterend geeft hij weer hoe
de opstanding van Christus ons verzekert van onze opstanding.
Én – en dat maakt zijn denken bijzonder relevant – hoe het geloof in de
opstanding het handelen van de kerk
bepaalt in het heden. Voor mij was
Wright dan ook een waardevolle aanvulling, als een tweede tegenpool,
om mijn theologisch denken in evenwicht te houden.
Bijbels en kerkelijk
theoloog
Er zijn twee punten waarop ik Wright
het meest waardeer. Het eerste is dat
hij een Bijbels theoloog is. Ik kies er
voor om hem zo te noemen, ondanks
het feit dat hij vooral nieuwtestamenticus is, omdat hij bij de bestudering
10
Ds Dick Wolters
van het Nieuwe Testament de hele
Bijbel laat resoneren. Zo klinkt in het
hierboven genoemde boek de waardering door voor de lichamelijkheid,
voor het stof als goede schepping
van God. God schrijft de aarde en
onze lichamen niet af.
Het is niet de bedoeling dat we als
zieltjes naar de hemel gaan. We zijn
bedoeld om lichamelijk Gods goede
aarde te bewonen. Dat zijn prachtige
oudtestamentische noties.
Ds Dick Wolters, Vollenhove
Op dezelfde manier kom ik Wright tegen in zijn nieuwste boek Paul and the
Faithfulness of God, waarin hij Paulus
neerzet als volop Joods theoloog. Hij
laat zien hoe Paulus de ijkpunten van
de Joodse theologie – monotheïsme,
verkiezing en eschatologie – herdefinieert vanuit de persoon van Messias
Jezus en vanuit het werk van de heilige Geest. Daarbij stelt hij keer op keer
de notie van het verbond centraal.
God is trouw aan zijn belofte aan
Abraham. Die belofte verwezenlijkt
Hij in de persoon van de Messias. En
in de vertegenwoordiger van het
Joodse volk heeft Hij de hele wereld
op het oog. Het hele Oude Testament
klinkt hier in door!
In de tweede plaats waardeer ik
Wright als kerkelijk theoloog. Uit zijn
hele werk blijkt dat hij een man is van
de praktijk, die niet alleen vanuit zijn
studeerkamer schrijft, maar in nauwe
verbondenheid met de kerk waaraan
hij dienstbaar is en wil zijn. Zo kom je
regelmatig voorbeelden tegen vanuit
de praktijk van geestelijk leven en liturgie. Hij verhoudt zich tot de klassieke theologie die, tot zijn waardering, de kerk der eeuwen heeft gevormd. En hij geeft aanwijzingen voor
kerkelijk leven. Hij laat zien wat zijn
theologisch kader concreet voor de
praktijk betekent.
confessionele vereniging
www.confessionelevereniging.nl
voorzitter: dr. A.H. van Veluw
Tureluur 9 , 8271 HD IJsselmuiden
tel. 038-337 57 95
e-mail: [email protected]
secretaris: ds. N. de Boo
Montessorilaan 33, 3706 TC Zeist
tel. 030-693 07 50,
e-mail: [email protected]
Ledenadministratie:
Dhr. J. Roele, Julianalaan 79,
3871 VH Hoevelaken, 033-2537107
[email protected]
Vertrouwenspersoon namens
de Confessionele Vereniging:
ds. T. Sijtsema, Derkingehof 21, 9403 PF Assen
tel. 0592-40 46 10, e-mail: [email protected]
Conf. Stichting Schrift en Belijden:
www.confessionelevereniging.nl; e-mail: [email protected]
bankrek.nr. 14 66 54 978, t.n.v. Stichting Schrift en Belijden
voorzitter: dr. H.E. Wevers, van Soutelandelaan 113, 2597 EX
Den Haag, tel. 070-32 64 114; 06-115 376 71,
e-mail: [email protected],
secretaris: mw. ds. E. van der Meulen, Plantsoenstraat 8, 7887
AZ Erica, tel. 0591-51 44 21,
e-mail: [email protected]
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
TOM WRIGHT (2)
PREEK VAN TOM WRIGHT (vervolg)
meins straattheater, was op een
paradoxale manier opgenomen
in Gods straattheater, het toneelstuk in het toneelstuk dat al het
andere verklaart.
Afscheidsdienst
Om een voorbeeld te noemen: het lezen van Verrast door hoop (Surprised
by hope) heeft mij een spiegel voorgehouden hoe ik spreek bij een afscheidsdienst voorafgaand aan een
uitvaart. Hoewel de notie van de opstanding van het lichaam voor mij
niet verrassend nieuw was, bleek dat
ik in mijn preken vooral naar woorden
van troost zocht in het gegeven dat
“onze ziel naar de hemel gaat”. Meer
dan daarvoor besefte ik na het lezen
van Wrights boek dat dit niet de uiteindelijke troost is waar de Schrift
over spreekt. Het doet geen recht aan
God als Schepper van ons goede lichaam. Het doet geen recht aan
Christus’ lichamelijke opstanding. Het
doet geen recht aan de heilige Geest
die ons volkomen wil vernieuwen, die
ons wil bewonen en die onze lichamen wil inzetten als een offer voor
God.
Het doet daarom ook geen recht aan
de overledene die geen geïsoleerde
ziel was, maar die lichamelijk genot
en pijn heeft gekend, die geknuffeld
en gekoesterd werd, die zich ingezet
heeft om iets op aarde tot stand te
brengen, etc. Het goede leven, zoals
God het heeft bedoeld, heeft een lichamelijke component.
Tijdens afscheidsdiensten kies ik er
daarom vaker voor om woorden van
troost aan te reiken vanuit onze laatste hoop: de wederkomst van Christus en de opstanding van het lichaam.
Het beeld van het zaad is daarbij heel
krachtig (1 Korintiërs 15), of het visioen van het hemelse Jeruzalem
(Openbaring 21). De dood is het einde
niet. Niet omdat onze ziel bij God is,
maar omdat de graven eens open zullen breken. Wij zullen leven met Christus!
Reageren? Het emailadres van de
scribent is [email protected]
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Maar, zelfs zonder dat vervolg,
dringen de vragen van Palmzondag zich aan ons op.
Allereerst: de vraag in welk verhaal wij leven, en welke koning
wij volgen, blijft dringend in onze
cultuur. Terwijl onze maatschappelijke structuren minder betrouwbaar lijken dan ooit, en ons
gedrag thuis en in het buitenland
verwarder is dan ooit, hebben de
verhalen die ons leven zin gaven
ons teleurgesteld. We dachten
dat we wisten hoe het toneelstuk
werkte: ruim tirannen uit de weg
en mensen zullen de democratie,
vrede, liefde en flower power omarmen. Hoe snel zijn de dingen
veranderd van Palmzondag naar
Goede Vrijdag. De zogenoemde
Arabische Lente is weer winter
geworden, zodat we geen idee
hebben wat we met Syrië aan
moeten, met Israël/Palestina natuurlijk, en nu met de Oekraïne.
We hebben geen verhalen meer
over, we hebben geen koning van
welke soort dan ook over, alles
wat we denken te kunnen doen is
vertrouwen op de grote god
Mammon, alsof ons kwetsbare
economische half-herstel zou
neerdruppelen naar de bergen
van Syrië of de woestijnen van
Zuid-Soedan. Geef mij dan maar
Psalm 72.
Maar dat is waar de tweede vraag
opkomt, een persoonlijke vraag.
Als het Palmzondag-straattheater
betekent wat Jezus bedoelde,
dan daagt het al zijn volgelingen
uit – toen en nu. De menigte was
misschien wispelturig, maar ze
hadden het bij het rechte eind.
De Emmaüsgangers hadden gehoopt dat Hij Israël zou verlossen,
en ze hoopten op het juiste –
Gods koninkrijk op de aarde en in
de hemel, een koninkrijk van gerechtigheid en vrede in deze wereld – maar ze hadden niet opgevangen op welke manier Jezus
het tot stand zou brengen. Het
goede verhaal, de foute koning.
Vroeger of later overkomt dit ons
allemaal. We beginnen Jezus te
volgen omdat we denken dat we
het verhaal kennen, we weten
wat voor koning Jezus moet zijn
– en dan gaan de dingen fout: Hij
geeft ons niet wat we wilden, en
het is verleidelijk om je af te vragen of we aan de verkeerde kant
van de stad stonden, of we naar
de verkeerde processie keken. Jezus waarschuwde dat dit zou gebeuren: we moeten allemaal een
Stille Week doorleven, een Getsemane, een Goede Vrijdag van de
een of andere soort. Dat gebeurt
in je persoonlijke leven, in het beroepsleven en ook in het publieke
leven.
Maar we hadden het bij het goede eind; en de wereld van nu, en
helemaal de kerk van nu, heeft
dringend mensen nodig, jong en
oud, die Jezus zullen volgen door
de Stille Week en in het nieuwe
Mysteriespel dat onze middeleeuwse voorouders zich nooit
voorstelden, het verhaal van zijn
koninkrijk van liefde en vrede en
gerechtigheid dat komt op aarde
en in de hemel. Dat is het Verhaal;
Hij is de Koning; en Hij zoekt nog
rekruten, oud en jong, voor een
nieuw stuk theater, in een straat
vlak bij jou.
11
achtergrond
Tom Wright,
een tweede Van Ruler?
dr W.M. de Bruin, Stolwijk
Met een groep deels wat oudere predikanten spraken we over de komende conferentie met Tom Wright. Een van hen merkte op: “Hebben we wat
Wright zegt niet al geleerd op de colleges van Van Ruler in de jaren ‘60?”.
In een themanummer van het blad van de Confessionele Vereniging verdient die vraag een nadere verkenning. Want hoewel hij zelf geen lid was
(zijn vrouw was wel zeer actief in de Confessionele Vereniging), werd
prof. A.A. van Ruler (1908-1970) door velen als een confessioneel voorman in de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk beschouwd. Net als
Tom Wright hamerde hij voortdurend op het aanbreken van Gods Rijk op
deze aarde en de verlossing van de schepping als Gods grote doel. We formuleren het even scherp: “Brengt Tom Wright ons iets nieuws of hadden
we zijn boodschap al lang ‘in huis’?”
HEEL VERSCHILLEND, MET DEZELFDE ‘DRIVE’
Wanneer we een Bijbelwetenschapper
uit het heden (Tom Wright) willen vergelijken met een systematisch theoloog uit het latere midden van de vorige eeuw (Arnold van Ruler), vragen we
uiteraard om moeilijkheden. Terwijl
Tom Wright zijn wetenschappelijke en
kerkelijke arbeid verricht in de huidige
context van een geseculariseerd Europa met een gemarginaliseerde kerk,
werkte Van Ruler in de opbouwjaren
na de Tweede Wereldoorlog, die – zeker in aanvang – werden gekenmerkt
door een zeker optimisme. Het (brede)
theologische front van Tom Wright
kenschets ik met de woorden ‘relativering’, ‘spiritualisering’ en ‘individualisering’ van geloof en theologie. Van
Ruler kwam tot zijn inzichten vanuit de
confrontatie met de in zijn tijd dominante openbaringstheologie van Karl
Barth.
Heel verschillend dus… En toch, we
wagen het er op. Omdat we bij beide
theologen een zelfde ‘drive’ herkennen: God onze Schepper werkt aan de
verlossing van zijn schepping. Onze
concrete wereld en werkelijkheid zijn
in het geding. Dat motieven en uitwerkingen uiteenlopen, zal hieronder nog
duidelijker worden. Dat neemt de gemeenschappelijke gerichtheid niet
weg, die in het hierboven genoemde
dominees-onderonsje dan ook terecht
werd herkend.
12
VAN RULER EN WRIGHT IN VOGELVLUCHT
In de beperkte ruimte van dit artikel zal
het kort moeten. Onvolledig dus ook.
Een korte beschrijving van een Van
Ruler-thema wordt steeds gevolgd
door een al even bondige reflectie ten
aanzien van N.T. Wright:
1.Het gaat God om deze wereld
Vanaf zijn vroegste werk (bijvoorbeeld
het artikel ‘Natuur en Genade’, 1938)
vroeg Van Ruler naar de ‘uitbreiding
van het heil in de wereld’. De jaren
rond de Tweede Wereldoorlog hadden
Van Ruler geleerd: een ‘neutrale’ cultuur bestaat niet. Je dient altijd de een
of andere god. Van Ruler’s ideeën over
theocratie moeten mede tegen die
achtergrond worden gelezen. Maar
van Ruler heeft ook een uiterst positieve motivatie voor zijn concentratie
op deze werkelijkheid: het gaat om
‘Gods oorspronkelijke en uiteindelijke
bedoelingen’. De hele werkelijkheid
van mens en wereld wil door Gods
openbaring worden geordend tot
dienst aan God. Het gaat daarbij om
het herstel van het recht van God, niet
alleen met betrekking tot het sociale,
maatschappelijke, maar ook met betrekking tot het zedelijke, het culturele,
het liturgische, anders gezegd: de
deugd, het spel, de lofprijzing.
En bij Wright?De gemeenschappelijke
gerichtheid is duidelijk: concentratie van
het evangelie op de deze wereld en haar
redding. Het herstel van Gods recht is een
kernthema bij Wright. De achtergrond is
minder de theologie van Karl Barth (hoewel geregeld in opponerende zin genoemd), maar een platonisch-spiritualistische en individualistische geloofsopvatting, die volgens Wright haaks staat
op het evangelie.
2.Het Rijk, nu en nog niet
Bekend werd Van Ruler’s one-liner: ‘het
draait om Christus, maar het gaat om
het rijk’. Dat rijk is Gods uiteindelijke en
heilrijke handelen van God in de wereld. Wij verwachten de voleinding van
dit rijk als een laatste nieuwe daad van
God. Maar vanuit het einde breekt het
rijk nu al in onze werkelijkheid in: reëel
en overvloedig, maar ook verborgen
en voorlopig omdat onze vormen het
heil van God niet kunnen bevatten. De
voleinding die het geloof verwacht, zal
daarom de ‘onthulling’ van de ‘vervulling’ zijn.
En bij Wright? Ook bij Wright staan Gods
koninkrijk en koningschap centraal, als
iets dat ‘van God’ komt maar ‘in deze wereld’ plaatsvindt. Ook bij hem is er voortdurend de spanning tussen het ‘nu’ en
‘nog niet’. In derde deel van ‘Surprised by
Hope’ (2007) roept Wrigt nadrukkelijk op
concreet te ‘bouwen voor het koninkrijk’.
Hij heeft dan echter meer de kerk dan de
hele samenleving in het vizier, terwijl de
discontinuïteit ten op zichte van de voleinding van het koninkrijk groot blijft.
3.Vader, Zoon en Geest
In nauwe samenhang met zijn inzichten over Gods rijk benadrukte Van
Ruler de ‘trinitarische geleding’ van
geloof en theologie. Alleen zo komen
volgens hem zowel de volheid van van
Gods wezen en werken, als de mens in
zijn lichamelijke werkelijkheid ten volle
aan bod. Ik noem hier met name het
onderscheid tussen het werk van
Christus en het werk van de Geest. In
Christus is Gods rijk ten volle verschenen, met zijn hemelvaart echter ook
weer verborgen. Daartoe is nu de
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
achtergrond
Arnold van Ruler
Tom Wright
Geest uitgestort als derde grote werk
van God (na schepping en vleeswording) om in alle facetten van de verloren werkelijkheid in te gaan en alle dingen tot tekenen van het rijk te maken.
En bij Wright?Aansluitend bij het hierboven gezegde, lijkt (het werk van) de Geest
bij Tom Wright meer verbonden met de
kerk als de plek (tempel) waar de Geest
woont en de gelovigen helpt een Messias-gemeenschap vormen die teken en
voorbode van Gods rijk is.
troonsbestijging Gods’. Hoezeer ook in
de vorm van het kruis, vol strijd en verzet, als een barende vrouw baart deze
door de Geest geleide geschiedenis
het eschaton.
En bij Wright? Interessant is de zin over
‘the flow of history’ waarin de transformatie van de schepping plaatsvindt (PFG, p.
1372). Verder spreekt Wright weinig of niet
over geschiedenis in algemene en procesmatige zin. Wel over de voortgaande ‘verbondsnarratief’ waarin het nieuwe volk
van God centraal staat en wordt getransformeerd naar Gods bedoelingen. Voor
heel de kosmos is dit het grote doel. Maar
het bereiken van dat doel staat verder van
ons af en verloopt veel minder procesmatig dan bij Van Ruler.
4.Intermezzo
Het werk van Christus gaat het om incarnatie, verzoening en plaatsvervanging. Deze concentratie bracht Van
Ruler tot de gedachte van het ‘intermezzo’. Christus’ menswording en
messiasschap zijn tijdelijk. Het hoogste
dat de messias kan doen is eens ophouden messias te zijn. Want het gaat
uiteindelijk niet om de genade, maar
om Gods heerlijkheid.
En bij Wright? Lezend in Wright’s Paulusboek (Paul and the Faithfulness of God,
2013) lijkt het me onmogelijk dat Wright
hiermee zou instemmen. De Messias Jezus deed wat God zelf zou doen. En dat is
niet enkel verzoening, maar ook herstel
en einde van de ballingschap. Ook de gedachte van de (blijvende) participatie
van hen die geloven ‘in Christus’ is een essentieel element in Wright’s visie op het
nieuwe volk van God.
5.Geschiedenis
Het werk van de Geest verbindt Van
Ruler nadrukkelijk met de huidige geschiedenis van mens en wereld. Hij
noemt de geschiedenis zelfs ‘de
6.De vervulling van de wet
Voor wie Tom Wright’s uitgebreide beschouwingen over ‘de wet’ in zijn recente Paulus-boek doorworstelde, kan
dit punt niet achterblijven. Van Ruler
wijdde er zijn dissertatie aan (1947). Bovengenoemde grondlijnen zijn ook
hier beslissend. Vervulling van de wet
is enerzijds het verzoenende werk van
Christus als ‘grondlegging van het heil’.
Maar er is ook ‘uitbreiding van het heil’,
waarbij de Heilige Geest in deze werkelijkheid de wet vervult. Het gaat hier
om realisering van het evangelie in
concrete ‘orde en vorm’.
En bij Wright? Paulus ziet – behalve Christus - de leden van het nieuwe verbondsvolk in Christus en de Geest als de werkelijke vervullers van de wet. Namelijk door
het geloof en de inwoning van de Geest.
Ook hier: bij Wright meer kerk, minder
(nu al) wereld.
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
7.Humaniteit
“De eindbedoeling is niet dat wij zuiver
Christus overhouden, maar dat wij ons
zelf in de zuivere humaniteit overhouden”. Deze zin uit W.H. Velema’s ‘Confrontatie met Van Ruler’ (1962) typeert
Van Ruler’s visie op de mens en zijn bezigheid (de ‘cultuur’ in al zijn stoffelijkheid) als de eigenlijke tegenpool van
God. Dit stempelt ook de toekomstverwachting. Of, met nog zo’n prachtzin:
“Als het schepsel ook nog God wordt,
dan is alle muziek uit de zaak weg” (In
gesprek met Van Ruler, 1969).
En bij Wright? Ook hij noemt de humaniteit, overeenkomstig het beeld van God
waarin we zijn geschapen, als belangrijk
doel. Tegelijk voert hij een merkwaardig
pleidooi voor ‘vergoddelijking’ (PFG, p.
1021), dat daarmee op gespannen voet
lijkt te staan
8.De apostolaire kerk
Vele zijn Van Ruler’s publicaties over de
kerk, steeds met een breed oog voor
de hele wereld. Want de kerk is in de
wereld gesteld om ‘in agressie en synthese’ tot allen en alles in te gaan. Ze
pretendeert Gods bedoelingen met
mens en cultuur door te hebben. Door
dat te belijden en verkondigen heeft
ze in de visie van Van Ruler meer een
‘functie’ dan een ‘plaats’.
En bij Wright? Het is al min of meer gebleken: de kerkvisies lopen zeer uiteen. Zijn
de tijdsbeelden hier beslissend? Tegenover de ‘optimistische’ apostolaire kerk
van Van Ruler staat bij Wright de op het
Godsrijk anticiperende ‘contrastgemeenschap’.
EEN TWEEDE VAN RULER?
Ik concludeer: De verschillen in tijd,
motivatie en uitwerking zijn te groot
om Tom Wright een tweede Van Ruler
te noemen. Maar er is wezenlijke overeenkomst die de kern van het denken
van beiden raakt. Dit betreft de heilzame correctie op een geloofsbeleving
die miskent dat het evangelie over
deze concrete werkelijkheid en over
Gods hele schepping gaat. Het christelijk geloof is geen vlucht uit deze wereld, maar beoogt de redding en het
herstel van deze wereld. In elke generatie hebben we kennelijk een kerkleider/theoloog nodig om ons daaraan te
blijven herinneren.
13
beroepingsberichten
Beroepbaar
Kandidaten en predikanten, die in
een confessionele gemeente beroepen willen worden, kunnen zich voor
plaatsing in deze rubriek per mail opgeven bij de eindredacteur: [email protected]
beroepen te:
Pernis (herv.), W. Geerlof, Zwartsluis
(herv.)
Nieuwerkerk aan den IJssel
(herv., wijk 1), C. Boele,
Oud-Beijerland (herv.)
Bodegraven (herv., wijk 1),
M. J. van Oordt, Middelburg (prot.)
Aangenomen naar:
Katwijk aan Zee (herv., wijk de
Morgenster), C.H. Hoogendoorn,
Oud-Beijerland (herv.)
IJsselmuiden-Grafhorst (herv.),
H.J.T. Lubbers, Nieuwe-Tonge/
Herkingen (herv.)
VAN DE REDACTIE
We nemen in de redactie afscheid
van Ds. Matthijs Schuurman uit
Oldebroek. Hij heeft veel bovenplaatselijke taken en dat wordt
hem wat teveel. Veel heeft hij
geleverd aan ons blad, niet alleen
voor zijn rubriek jongeren, maar
ook in het geheel van de thematiek.
We verwelkomen Ds. Hanneke
Ouwerkerk, uit Rijnsaterswoude.
Na de geboorte van hun tweede
kindje is zij weer op krachten en
zij is enthousiast over de deelredactie Jongeren, die zij samen met
Johan Timmer gaat beheren.
Ondertussen maakt u kennis met
ons eerste thema-nummer over
Tom Wright, in het kader van zijn
jubileumconferentie aan de
universiteit van Groningen, bij
1150 jaar CV.
We staan open voor uw reacties en
uw feed back bij dit eerste geheel
anders opgezette nummer.
Hervormde kerk de Ark, op Urk
14
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
meditatie
colofon
Heer, uw bloed dat reinigt mij
Lezen: 1 Joh 1:5 – 2:2
“Maar als wij in het licht wandelen,
zoals Hij in het licht is, hebben wij
gemeenschap met elkaar, en het
bloed van Jezus Christus, Zijn
Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1
Joh. 1:7 HSV)
Ds Jelte Alma, Nieuwegein
Kent u het TV programma De Wandeling? In dat programma is er een wandeling tussen twee mensen. Door te
wandelen komen ze tot een open en
eerlijk gesprek. Het werkwoord wandelen is in de Bijbel een metafoor
voor onze relatie met God. We lezen
over een wandel met God in het licht.
Jezus die als het Licht van de wereld
met ons wandelt. Noem het een Emmauswandel waarin Jezus open vragen aan ons stelt. Om zo verslagen
discipelen uit het duister van hun
wanhoop in het licht te zetten. Maar
is een wandel met God in het licht nu
wel zo aangenaam? Reken erop als
God de schijnwerper op ons leven
zet, dan komt echt alles aan het licht.
Gods licht zou geen mens overleven.
Om die reden heeft God zelf een
voorziening getroffen. Dat is het
bloed van Jezus. In ons tekstwoord
lezen we: “En het bloed van Jezus
Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van
alle zonde”. Bij ons als westerse mensen roept dit bloed enige weerstand
op. Van nature hebben we niets met
het beeld van “gestort bloed”. De
apostel Johannes heeft de tempeldienst in Jeruzalem voor ogen. Volgens het evangelie was Johannes een
goede bekende van de Hogepriester.
Het kenmerk van de tempel van Jeruzalem was dat er geen raam of venster in was. God zelf was haar licht. De
heerlijkheid van God (Sjechina) verlichtte de tempel van binnen. De
apostel schrijft: God is licht! Vanwege
dat licht werden alle voorwerpen in
de tempel besprenkeld met bloed.
Deze besprenkeling was een reiniging waardoor de voorwerpen geschikt werden gemaakt om bruikbaar
te zijn voor de dienst aan God. Op gelijke wijze werden ook de priesters
gereinigd door bloed. In de grondtekst is er sprake van een zogenaamde duratieve vorm. Letterlijk vertaalt:
“En het bloed van Jezus reinigt ons
voortdurend van elke zonde apart”.
Hierdoor is een permanente wandel
met God mogelijk. Dit is één van de
zegeningen van het leven in het
Nieuwe Verbond. Op Golgotha heeft
Jezus als vlekkeloos Lam een volmaakt offer van Zijn leven aan de Vader aangeboden. Hierdoor is er een
fontein geopend die als een genadestroom ons leven voortdurend reinigt. Door het bloed van de Zoon zijn
we geschikt voor een permanente
wandel met Hem.
Het bestuur van de Stichting Confessioneel
voert de redactie van het gelijknamige blad.
Het algemene e-mail adres voor het
aanleveren van kopij is:
E-mail: [email protected]
HOOFDREDACTEUR:
Ds. Dirk van Duijvenbode
Choorstraat 6F
2681AS Monster
telefoon: 0174 237 520
E-mail: [email protected]
DEELREDACTIES:
Door Uw genade Vader,
mogen wij hier binnengaan.
Niet door rechtvaardigde daden,
maar door het bloed van het Lam
U roept ons in Uw nabijheid.
Dankzij het bloed dat ons vrijpleit,
komen wij voor Uw troon.
Leerstoelenfonds
Confessionele Vereniging
Rekeningnummer:
NL23INGB0006597934
Contact:
P. Wijnen penningmeester
REDACTIE:
Kievitsbloem 10
3621TV Breukelen
Tel: 0346-261837
E: [email protected]
Confessioneel - 126e jaargang 18 • 9 oktober 2014
Gemeentewerk:
ds A.A. van den Berg, dr. H.C. van der Meulen
Wereldwijd:
ds J. van Dalen
Theologie:
dr W.M. De Bruijn
Kerk:
dr J.D.Th. Wassenaar
Jongeren:
Ds H. Ouwerkerk en Johan Timmer
Cultuur:
dr J.D.Th. Wassenaar
Samenleving:
dr J.G. Schenderling
Varia, persberichten en eindredactie:
Vaste medewerkers:
dr W.M. de Bruin, drs F. Cupido,
B.W.J. de Ruyter, dr A.H. van Veluw
en Dr P.A. Verbaan
Bestuur van de (redactionele)
St. Confessioneel:
ds D. van Duijvenbode
Aanspreekpunt voor alle redactionele zaken
(tijdelijk de hoofdredacteur)
UITGEVER, ABONNEMENTEN EN
BEZORGING
Koninklijke BDUmedia BV
BDUmedia, afd. abonnementen.
Postbus 67, 3770 AB Barneveld
Tel. 0342-49 48 44 - fax 0432 49 42 99
[email protected]
Opgave advertenties:
Wilfred van den Brand, Tel. 0342-494843,
email: [email protected]
Kosten abonnement bij vooruitbetaling:
Jaarabonnement € 54,10
Halfjaarabonnement incasso € 29,65
Kwartaalabonnement incasso € 17,40
Buitenland, jaara4bonnement € 87,80
Jaarabonnement student
€ 28,40
Opzeggingen:
Het abonnement wordt na de overeengekomen periode automatisch verlengd. Na deze
abonnementsperiode is het abonnement per
maand opzegbaar.
Deze uitgave is beschikbaar in gesproken
vorm op daisy cd-rom voor mensen met
een leesbeperking:
CBB, Ermelo: tel. 0341 56 54 99
15