4 en 5 VWO Duits periode 2 1415

4 en 5 VWO Duits periode 2
Basisvaardigheden ( toetsduur 120 minuten)
Wat leer je uit het hoofd voor de toets? Wat moet je kennen?
Wat ken je dus en wat moet je vervolgens daarmee kunnen?
Onderdeel A :werkwoorden ( uit het hoofd, zonder Essenz)
Onderdeel B: naamvallen ( regels kennen en kunnen toepassen met
behulp van Essenz , maar zonder stencils!) De stencils die in omloop zijn
moet je dus kennen. Die zijn al getoetst. De inhoud ervan en uitbreiding
ervan staan in Essenz. Volg dus stap voor stap de les en maak het
huiswerk en opdrachten in de les . Onderschat de toets niet! Je moet
kunnen ontleden en woordsoorten herkennen. Dit zijn belangrijke zaken
om goede zinnen te kunnen maken ( schrijven en spreken).
Vink af wat je hebt moeten leren en wat je uit het hoofd kent!
Noteer op een apart blad ( in portfolio tabblad “eigen inbreng” wat je
hebt geleerd maar nog niet goed kan toepassen ( blijkt uit oefeningen).
Afvinken
Ik ken de o.t.t. ( =de tegenwoordige tijd ) van:
machen, arbeiten, grüβen, sich freuen, beginnen,finden, sitzen, helfen,
sehen ,fahren, nehmen,treten, halten, einladen, haben, sein, werden,
dürfen,können,mögen, müssen, sollen, wollen,wissen, kennen, nennen,
rennen, bringen, denken. ( De rijtjes staan in Essenz. Schrijf die
herhaaldelijk op , controleer en leer die dus goed!)
Afvinken
Ik ken de o.v.t. ( = de verledentijd) van:
machen, arbeiten, gehen, finden, lesen, haben, sein , werden, dürfen,
können, mögen, müssen, sollen, wollen, wissen. ( De rijtjes staan in
Essenz. Schrijf die herhaaldelijk op, controleer en leer die dus goed!)
Afvinken
Ik ken het voltooid deelwoord van:
machen, arbeiten, gehen, finden, lesen, haben, sein, werden , dürfen,
können, mögen, müssen, sollen, wollen, wissen, kennen, nennen,
rennen, bringen, denken. ( De rijtjes staan in Essenz. Schrijf die
herhaaldelijk op, controleer en leer die dus goed.
De bovengenoemde stof wordt letterlijk overhoord, maar je moet ook
begrijpen wat je doet en waarom. Als je weet hoe je “arbeiten” moet
vervoegen, dan moet je ook werkwoorden kunnen vervoegen waarmee
je “hetzelfde” moet doen. Daarmee wordt dus ook geoefend. Je krijgt
portfolio-opdrachten die worden ingenomen en nagekeken. Je krijgt
een beoordeling voor je portfolio in periode 4. Stencils, opdrachten ,
nagekeken werk, eigen inbreng …….alles telt mee. Je portfolio moet
compleet zijn. Dus als je het een en ander hebt gemist, dan haal je dat in.
Zonodig krijg je een vervangende opdracht.
Onderdeel naamvallen
Je hebt een stencil geleerd, nu moet je dat stencil kunnen toepassen in
zinnen. Welke hoofdstukken in Essenz zijn dan belangrijk om te
bestuderen en om te leren toepassen? Wat moet je uit die hoofdstukken
voor de toets in periode 2 kennen en kunnen toepassen?
Hoofdstuk 4: 4.1; 4.2
Hoofdstuk 5: 5.1; 52; 5.3; 5.4; 5.5; 5.6
Hoofdstuk 6: 6.1; 6.2
Hoofdstuk 7: 7.1; 7.2; 7.3; 7.7
Je krijgt aantekeningen, overzichten en portfolio-opdrachten daarbij.
Herkennen van woordsoorten en kunnen ontleden is een vereiste.
Als je bijvoorbeeld niet weet wat een lidwoord of een bijvoegelijk
naamwoord is , heb je een probleem. Dan heeft Essenz ook weinig zin
om die bij de toets te gebruiken. Als je de stof beheerst, dan vind je in
Essenz gauw de bladzijde die je nodig hebt, maar……… het gaat om de
toepassing van wat daar staat. Vaardigheid is gekoppeld aan tijd!