Gebruikershandleiding 2.1 012-11074D SPARKvue® Gebruikershandleiding SPARKvue Gebruikershandleiding 012-11074D 2.1 Beperkte garantie Voor een beschrijving van de productgarantie verwijzen wij u naar de PASCO-catalogus. Copyright De gebruikershandleiding is auteursrechtelijk beschermd, alle rechten zijn voorbehouden.De toelating wordt gegeven aan onderwijzende instellingen zonder winstoogmerk voor reproductie van een onderdeel van deze handleiding, op voorwaarde dat de reproducties enkel gebruikt worden in hun laboratoria en klaslokalen en niet verkocht worden met winst.Reproductie onder andere omstandigheden, zonder de schriftelijke toelating van PASCO scientific, is verboden. Handelsmerken PASCO, PASCO scientific, DataStudio, PASPORT, SPARK, SPARK Science Learning System, SPARKlab, SPARKbook, SPARKvue, Xplorer en Xplorer GLX zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van PASCO scientific, in de Verenigde Staten van Amerika en/of in andere landen.Alle andere merken, producten of dienstnamen zijn of kunnen handelsmerken of dienstmerken zijn van hun respectievelijke eigenaars, en worden gebruikt om producten of diensten te identificeren.Meer informatie vindt u op www.pasco.com/legal. Softwarelicenties Alle vereiste licenties voor softwarecomponenten van SPARKvueen SPARK Science Learning System zijn beschikbaar op de cd-rom of dvd-rom die geleverd worden met het product of zijn in begrepen in de softwaredownload.Indien u de broncode zou wensen van de GPL/LGPL-gelicentieerde softwarecomponenten, kunt u telefonisch contact opnemen met PASCO op het nummer 1-800-772-8700 (in de VSA), +1 916 786 3800 (de rest van de wereld), of via e-mail op [email protected] 012-11074D i SPARKvue® Gebruikershandleiding Technische ondersteuning en hulp voor leraren Voor hulp bij SPARKvue en andere producten van PASCO kunt u via telefoon, e-mail of de website contact opnemen met het personeel van technische en lerarenondersteuning van PASCO. Telefoon: 1-800-772-8700 (in de VS) +1 916 786 3800 (wereldwijd) E-mail: [email protected] Website: www.pasco.com/support/ Technische nota's: www.pasco.com/support/technical-support/technote/ SPARKvue Hulpmiddelen Meer hulpmiddelen voor moderne labo's beschikbaar online www.pasco.com/SVresources n Videohandleidingen n Gratis labo-activiteiten n Gebruikersondersteuning n Informatie over bijkomende sensoren 012-11074D ii SPARKvue® Gebruikershandleiding Alle helponderwerpen SPARKvue Gebruikershandleiding Technische ondersteuning en hulp voor leraren SPARKvue Hulpmiddelen Alle helponderwerpen 1 Inleiding i ii ii iii 1 Over SPARKvue 1 Aan de slag 1 2 Een experiment starten 3 SPARKvue installeren 3 Lancering SPARKvue 3 Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat 3 SPARK Science Learning System 4 Een SPARK Science Learning System verbinden met uw computer 4 Sensoren aansluiten op de SPARKvue 5 PASPORT-sensoren verbinden 5 Een temperatuursensor aansluiten. 6 Een spanningssensor verbinden 6 Xplorer GLX 6 De Xplorer GLX aansluiten op uw computer 6 Sensoren verbinden met de Xplorer GLX 6 PASPORT-sensoren verbinden 7 Temperatuursensoren verbinden 7 Een spanningssensor verbinden 7 Xplorer datalogger 7 PowerLink 7 USB Link 8 Verbinding maken met een bluetooth-apparaat 8 iPad 8 012-11074D iii SPARKvue® Gebruikershandleiding Android 8 SPARKvue Configuratie 8 Meerdere interfaces verbinden met uw computer 9 Livegegevens controleren 10 Verder gaan vanaf de startpagina 10 Een experiment openen 11 Gegevens tonen in een snel gebouwd SPARKlab 11 Een SPARKlab opbouwen 12 Specifieke procedures op basis van het weergavetype 12 Algemene procedure 12 Extra pagina's toevoegen: 16 3 Een experiment opstellen 17 Gegevensverzameling aanpassen 17 De bemonsteringsfrequentie instellen 17 In periodieke bemonsteringsmodus zetten SPARKvue 17 In handmatige bemonsteringsmodus zetten SPARKvue 18 Een automatische stopvoorwaarde instellen 18 De weergave van nummers aanpassen 19 Het aantal weergegeven decimalen instellen 19 Het aantal weergegeven significante cijfers instellen 19 Getallen weergeven in wetenschappelijke notatie 20 De eenheden van een meting wijzigen 20 De eenheden van een meting wijzigen in een bestaande weergave 20 De standaardeenheden van een meting wijzigen 21 Sensoren kalibreren 21 Een te kalibreren meting en een kalibratietype selecteren 21 Een kalibratie uitvoeren 22 012-11074D iv SPARKvue® Gebruikershandleiding Een 2-puntskalibratie uitvoeren 22 Een compensatiekalibratie op 1 punt uitvoeren 23 Een hellingskalibratie op 1 punt uitvoeren 23 Een druppeltellersensor kalibreren (voorbeeld) 23 Sensoradapters gebruiken 24 Een sensor aansluiten via een digitale adapter of een Photogate-poort 25 Een sensor aansluiten via een analoge adapter 25 4 Opname van gegevens 27 Een verwerking van periodiek bemonsterde gegevens opnemen 27 Een verzameling van handmatig bemonsterde gegevens opnemen 27 Gegevensverwerkingen verwijderen 28 5 Gegevens weergeven 30 Gegevens weergeven in een lijndiagram 30 Een lijndiagram aanmaken 30 Het palet met hulpprogramma's voor lijndiagrammen weergeven en verbergen 32 De schaal van een lijndiagram aanpassen 33 De schaal van een diagram aanpassen om alle gegevens te kunnen weergeven 33 Schaal aanpassen door rechtstreekse bewerking Gegevens selecteren voor weergave in een bestaand lijndiagram 33 34 Gegevensverwerkingen weergeven en verbergen in een diagram 34 Een variabele wijzigen op de x- of y-as 35 Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram 35 Een gegevensverwerking selecteren voor bewerking in een lijndiagram 36 Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram 36 Aantekeningen maken in een lijndiagram 37 012-11074D v SPARKvue® Gebruikershandleiding Een aantekening toevoegen 38 Een aantekening bewerken of verwijderen 38 Gegevens weergeven in een diagram met meerdere y-assen 39 Een lijndiagram met meerdere y-assen maken 39 Werken met meerdere y-assen 42 Gegevens weergeven in een staafdiagram 42 Een nieuw staafdiagram aanmaken 42 Het palet met hulpprogramma's voor staafdiagrammen weergeven en verbergen 44 Gegevens weergeven in staafdiagrammen 45 Staven en staafnamen toevoegen aan staafdiagrammen 45 Staven en staafnamen bewerken in staafdiagrammen 46 Gegevens toevoegen aan staafdiagrammen 46 Handmatig gegevens invoeren in een staafdiagram 47 Gegevens voor een staafdiagram verzamelen met een sensor 47 Aanvullende gegevensverwerkingen toevoegen aan een staafdiagram 47 Aanvullende gegevensverwerkingen toevoegen aan een staafdiagram met behulp van sensormetingen 48 Gegevensverwerkingen weergeven en verbergen in een staafdiagram 48 Gegevens selecteren voor bewerking in een staafdiagram 49 Aantekeningen maken in staafdiagrammen 49 Aantekeningen toevoegen aan staven 50 Aantekeningen bij staven bewerken of verwijderen 50 Numerieke waarden weergeven in staven 51 Staafdiagrammen weergeven 52 Bladeren in een staafdiagram 52 De schaal van een staafdiagram aanpassen om alle gegevens weer te geven 52 012-11074D vi SPARKvue® Gebruikershandleiding De schaal van een staafdiagram aanpassen door de assen groter of kleiner te maken 52 Aslabels en eenheden aanpassen in staafdiagrammen Gegevens weergeven in een tabel 53 53 Een tabel aanmaken 54 Het palet met hulpprogramma's voor tabellen weergeven en verbergen 55 Bladeren in een tabel 56 Gegevens selecteren voor weergave in een bestaande tabel 57 Een verwerking selecteren voor weergave in een bestaande kolom 57 De weergegeven variabele in een bestaande kolom wijzigen 57 Een kolom toevoegen 57 Een kolom verwijderen 58 Cellen selecteren voor bewerking in een tabel Gegevens weergeven in een cijferweergave Een cijferweergave aanmaken 59 60 60 Het palet met hulpprogramma's voor cijferweergave weergeven en verbergen62 De variabele in een cijferweergave wijzigen Gegevens weergeven in een meter 63 63 Een meter aanmaken 63 Het palet met hulpprogramma's voor meters weergeven en verbergen 65 De schaal van een meter aanpassen 66 De schaal van een meter aanpassen om alle gegevens te kunnen weergeven 66 De schaal van een meter instellen 66 De weergegeven variabele in een meter wijzigen 66 De vormgeving van een meter aanpassen 67 6 Afbeeldingen vastleggen 68 Een camera of ander videoapparaat aansluiten 012-11074D 68 vii SPARKvue® Gebruikershandleiding Een camera-element aanmaken 68 Een camera-afbeelding weergeven 70 Vanuit het startscherm 70 Tik vanuit een SPARKlab 70 Het palet met hulpprogramma's voor afbeeldingen weergeven en verbergen 70 Een camera-afbeelding vastleggen 71 Schakelen tussen live en vastgelegde camera-afbeeldingen 72 Een vastgelegde camera-afbeelding selecteren voor weergave 73 De schaal en positie van een camera-afbeelding aanpassen 73 Inzoomen 73 Uitzoomen 74 Schaal aanpassen 74 Een camera-afbeelding pannen 74 Meten in een camera-afbeelding 74 Een meethulpprogramma positioneren 74 Een meethulpprogramma verplaatsen 75 Een meethulpprogramma verwijderen 76 Metingen van camera-afbeeldingen kalibreren 76 Tekenen in een camera-afbeelding 78 Tekenen 78 Wissen 79 Alles wissen 79 Een aantekening toevoegen voor een camerabeeld 80 Een aantekening toevoegen 80 Een aantekening verplaatsen 82 Een aantekening bewerken 82 Een aantekening verwijderen 82 012-11074D viii SPARKvue® Gebruikershandleiding Een afbeelding een naam geven 83 Een afbeelding verwijderen en een nieuwe naam geven 83 Een afbeelding exporteren 84 7 Gegevensanalyse 85 Gegevens analyseren in een grafiek 85 Statistieken weergeven in een lijndiagram 85 Een curve-aanpassing uitvoeren 87 Een curve-aanpassing verwijderen 88 Een voorspelling tekenen 88 De x- en y-waarden zoeken van een punt 89 Het x- en y-verschil vinden tussen twee punten 90 De helling vinden op een punt in een gegevenscurve 91 De correlatiecoëfficiënt (r) vinden 93 De RMSE weergeven 94 Gegevens analyseren in een grafiek met meerdere y-assen 95 Statistieken weergeven in een staafdiagram 96 Statistieken weergeven in een tabel 96 Statistieken weergeven in cijferweergave 98 Statistieken weergeven in een meter 99 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Werken met berekeningen 100 100 Het rekenmachinescherm openen 100 Een berekening maken 100 Een berekening weergeven 102 Handmatig gegevens invoeren 102 De lijst met metingen openen 103 De beschikbare metingen weergeven 012-11074D 103 ix SPARKvue® Gebruikershandleiding Beschikbare door de gebruiker ingevoerde data weergeven Een gegevensverzameling maken voor handmatige invoer 103 103 Een gegevensverzameling maken om handmatig nummers in te voeren 104 Een gegevensverzameling maken voor handmatig ingevoerde tekst 104 Een tabel voorbereiden voor handmatige gegevensinvoer 104 Gegevens invoeren in een handmatige gegevensverzameling 105 Handmatig ingevoerde gegevens weergeven 105 Handmatig ingevoerde gegevens bewerken 106 Door de gebruiker gedefinieerde gegevens invoeren 9 SPARKlab-pagina's opbouwen 106 107 Een nieuwe SPARKlab-pagina starten 107 Specifieke procedures op basis van het weergavetype 107 Algemene procedure 108 Over het toevoegen van elementen aan een SPARKlab-pagina 111 Een afbeelding of mediabestand verwijderen of verplaatsen 111 Een achtergrondafbeelding toevoegen 111 Een SPARKlab-pagina verwijderen 112 10 Opslaan en delen 113 Een SPARKlab opslaan (lokaal en online) 113 Uw werk lokaal opslaan: 113 Uw werk opslaan met Online Storage Services: 113 Een lab afdrukken 114 Gegevens exporteren 114 Een opgeslagen lab openen 115 Online Storage Services gebruiken 115 Aanmelden bij Online Storage Services 115 Een bestand openen vanuit Online Storage Services 116 012-11074D x SPARKvue® Gebruikershandleiding Een bestand opslaan in Online Storage Services 11 Een logboek bijhouden 117 118 Een momentopname nemen 118 Het logboek openen 118 Een bijschrift toevoegen aan een momentopname of een bestaand bijschrift bewerken 119 Navigeren in het logboek 119 Een logboekinvoer of momentopname verwijderen 119 Een geselecteerde momentopname verwijderen 119 De laatste momentopname verwijderen 120 Logboekinvoer herschikken 120 Het logboek sluiten 120 Een logboek opslaan of exporteren 120 Een logboek exporteren 121 Een logboek afdrukken 122 12 Algemene taken 123 Pagina's omslaan 123 Terugkeren naar de Startpagina 123 Symbolen en Griekse letters invoeren 123 Het scherm Over openen.SPARKvue 124 Taal instellen 124 012-11074D xi 1 Inleiding Over SPARKvue SPARKvue® 1 Inleiding n "Over SPARKvue ": 1 n In- en uitloggen op SPARKvue Server n "Aan de slag": 1 n "Technische ondersteuning en hulp voor leraren": ii n "SPARKvue Hulpmiddelen": ii Over SPARKvue SPARKvue software combineert multimedia curricula, realtime gegevensverzameling en krachtige wetenschappelijke analytische hulpmiddelen in een gebruiksvriendelijke, op pictogrammen gebaseerde gebruikersinterface.SPARKvue is compatibel met alle PASCO PASPORT-sensoren en -interfaces. SPARKvue is ontworpen om het centrum te vormen van de op proeven gebaseerde wetenschappelijke leeromgeving van uw school. Het systeem verschaft zowel aan leerkrachten als aan studenten de nodige ondersteuning om hun wetenschappelijke concepten te onderzoeken. SPARKvue omvat zes gratis voorgeïnstalleerde SPARKlabs™ : op standaarden gebaseerde begeleide onderzoekslabs in een uniek elektronisch notebookformaat. Deze SPARKlabs integreren achtergrondinhoud, gegevensverzameling en -analyse en zelfs evaluaties - dit alles in dezelfde omgeving. Alles wat u nodig hebt, vindt u hier in context. Aan de slag Er zijn vier basismethoden om een onderzoek te starten in SPARKvue. Tip: Om snel van start te gaan en te leren werken met SPARKvue, steekt u een sensor in en gebruikt u: Aantonen. n Open een ingebouwd SPARKlab en volg de instructies op het scherm. `Openen n "Een experiment openen": 11. Geef een SPARKlab-pagina weer met een van de beschikbare metingen in een grafiek, tabel, cijferweergave en meter. Tip: Goede methode om snel van start te gaan met een meting. `Aantonen "Gegevens tonen in een snel gebouwd SPARKlab": 11. 012-11074D 1 1 Inleiding Aan de slag SPARKvue® n Bouw een aangepaste SPARKlab op met de gewenste gegevens, weergaven, tekst, afbeeldingen, video's, evaluaties enz. Tip: Eenvoudige of uitgebreide labs met meerdere pagina's kunnen worden opgebouwd. `Bouwen n "SPARKlab-pagina's opbouwen": 107. Maak een verbinding met een gedeelde sessie (of start zelf een gedeelde sessie). Verbinden Connect gebruiken. 012-11074D 2 2 Een experiment starten SPARKvue installeren SPARKvue® 2 Een experiment starten 1. "SPARKvue installeren": 3 2. "Lancering SPARKvue ": 3 3. "Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat": 3 4. "Livegegevens controleren": 10 SPARKvue installeren 1. Download SPARKvue van www.pasco.com/sparkvue/ of steek het SPARKvue USB-station in uw computer. 2. Volg de instructies bij de download of het USB-station om de installatie te voltooien. 3. Download SPARKvue van de Apple, Google of Chrome app store. 4. Volg de inbegrepen instructies. Lancering SPARKvue Tik op het te lanceren pictogram SPARKvue SPARKvue . Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat SPARKvue software die wordt uitgevoerd op uw computer of mobiele apparaten ontvangt gegevens van een of meer verbonden of ingebouwde sensoren. In SPARKvue worden sensoren die zijn ingebouwd in een computer of apparaat geïntegreerde sensoren genoemd, zoals geïntegreerde microfoon, geïntegreerde lichtsensor, enzovoort. SPARKvue is compatibel met de meeste gangbare geïntegreerde sensoren, maar ook met verschillende soorten externe interfaces die toegang bieden tot sensoren, waaronder AirLink 2, SPARKLink, SPARK Science Learning System, USB Link en Xplorer GLX. Om gegevens te verzamelen met SPARKvue , hebt u een computer of mobiel apparaat nodig met minstens één geïntegreerde sensor of moet u verbonden zijn met een externe interface waarop verschillende sensoren aangesloten zijn. U kunt meerdere interfaces verbinden op een computer om een experiment uit te voeren dat meer sensoren vereist dan verbonden kunnen worden op een enkele interface. De interfaces kunnen van hetzelfde of van verschillende types zijn. 012-11074D 3 SPARKvue® 2 Een experiment starten Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat Tik op de volgende koppelingen voor informatie over het verbinden van interfaces en sensoren met uw computer of mobiele apparaat. n "SPARK Science Learning System": 4 n "Xplorer GLX": 6 n "Xplorer datalogger": 7 n "PowerLink": 7 n "USB Link": 8 n "Verbinding maken met een bluetooth-apparaat": 8 n "Meerdere interfaces verbinden met uw computer": 9 SPARK Science Learning System Het SPARK Science Learning System (SPARK) bevat poorten voor twee PASPORTsensoren, een temperatuursonde en een spanningszoeker. Wanneer het niet verbonden is met een computer, registreert het apparaat gegevens en geeft deze weer op het eigen scherm; wanneer het echter verbonden is met een computer worden de gegevens overgedragen voor opname en weergave op de computer. Het apparaat wordt van stroom voorzien via de wisselstroomadapter of via de herlaadbare batterij. "Een SPARK Science Learning System verbinden met uw computer": 4 "Sensoren aansluiten op de SPARKvue ": 5 Een SPARK Science Learning System verbinden met uw computer 1. Gebruik een A-naar-mini-B USB-kabel (zoals PASCO-onderdeel PS-2528) om de kleinere USB-poort van de SPARK aan te sluiten op een USB-poort op uw computer (of een USB-hub verbonden met uw computer). 2. Steek de wisselstroomadapter (geleverd met SPARK) in een stopcontact en in de wisselstroomadapterpoort onderaan op SPARK. U kunt deze stap overslaan als de SPARK-accu opgeladen is en u het systeem op accuvoeding wilt doen werken. 3. Druk op de aan/uit-toets en houd deze ingedrukt. SPARK schakelt in en start op. 012-11074D 4 SPARKvue® 2 Een experiment starten Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat Wisselstroomadapterpoort. Aan/uit-toets. Sensoren aansluiten op de SPARKvue PASPORT-poorten. Temperatuurpoort. Spanningspoort. U kunt maximaal twee PASPORT-sensoren plus een temperatuursensor en een spanningssensor gebruiken. Voer een van de volgende taken uit om sensoren aan te sluiten op SPARK. n "PASPORT-sensoren verbinden": 5 n "Een temperatuursensor aansluiten.": 6 n "Een spanningssensor verbinden": 6 PASPORT-sensoren verbinden 1. Steek een PASPORT-sensor in een van de PASPORT-poorten bovenaan op de GLX.SPARKvue . 2. U kunt eventueel ook een tweede PASPORT-sensor op de andere PASPORTpoort aansluiten. 012-11074D 5 SPARKvue® 2 Een experiment starten Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat Een temperatuursensor aansluiten. Sluit de meegeleverde snelle-reactie temperatuursensor (of een ander type temperatuursensor) aan op de temperatuurpoort bovenaan op SPARK.SPARKvue . Een spanningssensor verbinden Sluit de meegeleverde spanningssensor aan op de spanningspoort bovenaan op [product name].SPARKvue . Xplorer GLX De Xplorer GLX heeft poorten voor vier PASPORT-sensoren, twee temperatuursondes en een spanningszoeker. Wanneer het niet verbonden is met een computer, registreert het apparaat gegevens en geeft deze weer op het eigen scherm; wanneer het echter verbonden is met een computer worden de gegevens overgedragen voor opname en weergave op de computer. Het apparaat wordt van stroom voorzien via de wisselstroomadapter of via de herlaadbare batterij. "De Xplorer GLX aansluiten op uw computer": 6 "Sensoren verbinden met de Xplorer GLX": 6 De Xplorer GLX aansluiten op uw computer 1. Gebruik de USB-kabel (geleverd met de GLX) om de kleinere USB-poort van de GLX te verbinden met een USB-poort op u computer (of een USB-hub verbonden met uw computer). 2. Steek de meegeleverde wisselstroomadapter in een stopcontact en in de wisselstroomadapterpoort rechts op de GLX. U kunt deze stap overslaan als de GLX-accu opgeladen is en u het systeem op accuspanning wilt doen werken. 3. Druk op de aan/uit-knop en houd deze ingedrukt. 4. De GLX schakelt in en start op.Als SPARKvue [product name] ingeschakeld is, verschijnt een bericht op het GLX-scherm om aan te geven dat de verbinding tot stand is gebracht. Sensoren verbinden met de Xplorer GLX U kunt maximaal vier PASPORT-sensoren plus twee temperatuursensoren en een spanningssensor gebruiken. Voer een of meerdere van de volgende taken uit om sensoren te verbinden met de GLX. n "PASPORT-sensoren verbinden": 7 n "Temperatuursensoren verbinden": 7 n "Een spanningssensor verbinden": 7 012-11074D 6 SPARKvue® 2 Een experiment starten Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat PASPORT-sensoren verbinden 1. Steek een PASPORT-sensor in een van de PASPORT-poorten bovenaan op de GLX. 2. U kunt eventueel ook bijkomende PASPORT-sensoren aansluiten op de andere PASPORT-poorten. Temperatuursensoren verbinden 1. Sluit een van de geleverde snelle-reactie temperatuursensoren (of een ander type temperatuursensor) aan op een van de temperatuurpoorten aan de linkerzijde van de GLX. 2. U kunt eventueel ook een tweede temperatuursensor aansluiten op de andere temperatuurpoort. Een spanningssensor verbinden Sluit de meegeleverde spanningssensor aan op de spanningspoort aan de linkerzijde van de GLX. Xplorer datalogger De Xplorer datalogger bevat één poort voor een PASPORT-sensor.Wanneer het niet verbonden is met een computer, registreert het apparaat gegevens en geeft deze weer op het eigen scherm; wanneer het echter verbonden is met een computer worden de gegevens overgedragen voor opname en weergave op de computer.Wanneer het apparaat wordt aangesloten op een computer krijgt het stroom via de USB-poort en heeft het geen batterijen nodig. 1. Gebruik de meegeleverde USB-kabel om de Xplorer aan te sluiten op een USBpoort op uw computer (of een USB-hub aangesloten op uw computer). 2. Sluit een PASPORT-sensor aan op de Xplorer. PowerLink De PowerLink bevat poorten voor maximaal drie PASPORT-sensoren. Hij bevat ook twee USB-poorten waarop andere interfaces aangesloten kunnen worden. Hij wordt van stroom voorzien via de wisselstroomadapter of via de herlaadbare batterijen. 1. Steek de wisselstroomadapter (meegeleverd met de PowerLink) in een stopcontact en in de wisselstroomadapterpoort achteraan op de PowerLink, of plaats twee "C"-batterijen in de PowerLink. 2. Gebruik de meegeleverde USB-kabel om de PowerLink te verbinden met een USB-poort op uw computer (of met een USB-hub die is aangesloten op de com- 012-11074D 7 SPARKvue® 2 Een experiment starten Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat puter). 3. Sluit maximaal drie PASPORT-sensoren aan op de PowerLink. USB Link De USB Link bevat één poort voor een PASPORT-sensor. 1. Sluit de USB Link aan op een USB-poort op uw computer (of op een USB-hub die is aangesloten op de computer). 2. Een PASPORT-sensor aansluiten op de USB Link. Verbinding maken met een bluetooth-apparaat Het bluetooth-apparaat kan slechts verbinding maken met één host tegelijk en moet zich binnen een omtrek van ongeveer tien meter bevinden. (Er verschijnt een foutmelding als het apparaat reeds aangesloten is op een ander systeem.) De AirLink2 en SPARKlink Air kunnen ook worden aangesloten via USB. Opmerking: voer de code "1234" in voor SPARKlink Air-apparaten als deze gevraagd wordt. iPad 1. Gebruik het standaard iPad-proces om het PASCO bluetooth-apparaat te koppelen. 2. Sluit de nodige sensoren aan. Er is geen configuratie in SPARKvue nodig. Android 1. Gebruik het standaard Android-proces om het PASCO bluetooth-apparaat te koppelen. 2. Ga door naar stap 1 van het " SPARKvue Configuratie": 8. SPARKvue Configuratie Een apparaat aansluiten opSPARKvue 1. Schakel de AirLink2, SPARKlink Air of een ander compatibel bluetooth-apparaat in. 2. Tik op de toets Systeeminstellingen om het scherm Systeeminstellingen te openen. 012-11074D 8 SPARKvue® 2 Een experiment starten Een interface en sensoren verbinden met uw computer mobiel apparaat 3. Tik op de toets Sluit Sensoren via Bluetooth. SPARKvuezoekt naar beschikbare bluetooth-sensoren en geeft de ondersteunde apparaten weer binnen het bereik. Opmerking: in een klaslokaal kunnen er veel apparaten beschikbaar zijn voor aansluiting. Om zeker te zijn dat u verbinding maakt met het juiste PASCO-apparaat, kunt u op de achterzijde het identificatienummer controleren. Opmerking: als het apparaat niet in de lijst voorkomt, kunt u het koppelen via het standaard Mac- of Windows-proces voordat u doorgaat. 4. Tik op Aansluiten. Het geselecteerde apparaat zal overgaan van Aansluiten naar Loskoppelen bij een geslaagde aansluiting. 5. Tik tweemaal op OK om het scherm Systeeminstellingen te sluiten. 6. Optioneel: sluit sensoren aan op de bluetooth-interface. Een apparaat loskoppelen 1. Tik op de toets Systeeminstellingen om het scherm Systeeminstellingen te openen. 2. Tik op de toets Sluit Sensoren via Bluetooth. 3. Tik op Loskoppelen. Het geselecteerde apparaat zal overgaan van Loskoppelen naar Aansluiten bij een geslaagde aansluiting. 4. Tik tweemaal op OK om het scherm Systeeminstellingen te sluiten. Meerdere interfaces verbinden met uw computer n Als de computer voldoende USB-poorten heeft, verbindt u iedere interface met een USB op de computer. n Als de computer slechts één beschikbare USB-poort heeft, verbindt u een van stroom voorziene USB-hub met de computer en de interfaces met de hub. n Indien minstens een van de interfaces een PowerLink is, kunt u de PowerLink verbinden met de computer en twee bijkomende interfaces aansluiten op de USB-poorten achteraan op de PowerLink. 012-11074D 9 2 Een experiment starten Livegegevens controleren SPARKvue® Livegegevens controleren Livegegevens van alle verbonden sensoren worden weergegeven als het Startscherm geopend is. Het Startscherm is het eerste scherm dat verschijnt wanneer gestart wordt.SPARKvue Als het Startscherm niet zichtbaar is, Tik op de knop Startpagina om terug te keren naar het scherm Startpagina. Verder gaan vanaf de startpagina Met de startpagina geopend, bent u klaar om over te gaan naar SPARKlab. Een SPARKlab is een omgeving van meerdere pagina's waar uw wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. Voer een van de volgende taken uit om een ingebouwd SPARKlab te openen, een meting weer te geven in een SPARKlab of een aangepast SPARKlab op te bouwen. n Open een ingebouwd SPARKlab en volg de instructies op het scherm. `Openen n Geef een SPARKlab-pagina weer met een van de beschikbare metingen in een grafiek, tabel, cijferweergave en meter. Tip: Goede methode om snel van start te gaan met een meting. `Aantonen n "Gegevens tonen in een snel gebouwd SPARKlab": 11. Bouw een aangepaste SPARKlab op met de gewenste gegevens, weergaven, tekst, afbeeldingen, video's, evaluaties enz. Tip: Eenvoudige of uitgebreide labs met meerdere pagina's kunnen worden opgebouwd. `Bouwen n "Een experiment openen": 11. "SPARKlab-pagina's opbouwen": 107. Maak een verbinding met een gedeelde sessie (of start zelf een gedeelde sessie). 012-11074D 10 2 Een experiment starten Verder gaan vanaf de startpagina SPARKvue® Verbinden Connect gebruiken. Een experiment openen SPARKvue bevat ingebouwde SPARKlab-experimenten. Er zijn extra gratis labs verkrijgbaar bij PASCO. Zie "SPARKvue Hulpmiddelen": ii. Voer deze stappen uit om een SPARKlab-experiment te openen: 1. Sluit de sensoren aan die vereist zijn voor het SPARKlab dat u wilt uitvoeren. 2. Als er onnodige sensoren aangesloten werden, koppelt u deze los. 3. Tik of klik op Experimenten in het paneel SPARKlabs. Experimenten 4. Navigeer naar de map met het SPARKlab dat u wilt openen. 5. Tik of klik op een SPARKlab om een voorbeeld ervan te bekijken. De voorbeeldweergave van het lab wordt geopend in het rechtervenster. 6. Tik of klik op het voorbeeld om te openen of op de knop Openen. `Openen Het SPARKlab wordt geopend. Volg de instructies op het scherm om uw wetenschappelijk onderzoek verder te zetten. 7. Tik of klik op de Paginanavigator om pagina's om te draaien. Gegevens tonen in een snel gebouwd SPARKlab Aantonen is de snelste manier om een SPARKlab aan te maken voor registratie en weergave van een enkele meting op vier pagina's: Grafiek, Cijfers, Tabel en Meter. Voer de volgende stappen uit om een SPARKlab weer te geven: 1. Sluit een sensor aan. 2. In het scherm Start tikt of klikt u op de meting die u wilt tonen. De geselecteerde meting wordt gemarkeerd. 3. Tik of klik op Weergeven. 012-11074D 11 2 Een experiment starten Verder gaan vanaf de startpagina SPARKvue® `Aantonen Opmerking: Indien geen meting geselecteerd wordt, is Weergeven niet beschikbaar. Er wordt een SPARKlab met vier pagina's geopend. 4. Tik of klik op de knop Start om gegevens te registreren. Tik of klik op de Paginanavigator om uw gegevens te bekijken in de verschillende weergaven. Een SPARKlab opbouwen Wanneer u een aangepaste SPARKlab opbouwt, moet u iedere pagina ontwerpen met uw keuze van metingen en weergaven.U kunt ook tekst en afbeeldingen toevoegen. Sluit een of meerdere sensoren aan en voer deze stappen uit om een SPARKlab op te bouwen. Specifieke procedures op basis van het weergavetype Tik het weergavetype hieronder aan om de specifieke procedure te openen: Line Graph Digits Table Bar Graph Meter Camera Media Text Assessment Media Rich Text Assessment Algemene procedure A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. 012-11074D 12 2 Een experiment starten Verder gaan vanaf de startpagina SPARKvue® `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. Als u alleen de achtergrond wilt weergeven op een pagina, sluit u de weergaveselectie. Tip: 3. Tik op een weergavetype voor elke plaatshouder. 012-11074D 13 2 Een experiment starten Verder gaan vanaf de startpagina SPARKvue® 4. Tik of klik op het pictogram Lijndiagram. 5. Tik of klik op het pictogram Staafdiagram. 6. Tik of klik op het pictogram Media. 7. Tik of klik op het pictogram Cijfers. 8. Tik of klik op het pictogram Meter. 9. Tik of klik op het pictogram Tekst. 10. Tik of klik op het pictogram Rich Text. 11. Tik of klik op het pictogram Tabel. 12. Tik of klik op het pictogram Camera. 13. Tik of klik op het pictogram Evaluatie. 012-11074D 14 2 Een experiment starten Verder gaan vanaf de startpagina SPARKvue® Lijndiagram Cijfers Tabel Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Evaluatie Media Rich Text Evaluatie Opmerking: Voor bepaalde paginaconfiguraties zijn tabellen en diagrammen uitgeschakeld. Voorbeelden: 012-11074D 15 2 Een experiment starten Verder gaan vanaf de startpagina SPARKvue® Uitgeschakeld voor tabellen en diagrammen ingeschakeld 14. Voor camera's: Tik of klik op de knop Beeldhulpprogramma's om de camera te starten. Zie Een camera-afbeelding vastleggen. 15. Voor mediavakken: Tik of klik op de knop Een mediabestand selecteren en navigeer naar een ondersteund videobestand. Tip: Gebruik video's om concepten aan te leren in het lab of labprocedures. 16. Voor tekstvakken: Typ de tekst in het tekstvak in. Tip: Probeer de knoppen van symbolen en Griekse letters. 17. Voor Rich Text-vakken: Typ de tekst in het Rich Text-vak in. Tip: Gebruik de formaathulpprogramma's om de tekst te verbeteren met kleur, grootte, vet gedrukt enz. 18. Voor evaluaties: Tik of klik op de knop Een beoordeling toevoegen. Zie Een evaluatie schrijven. 19. Voor andere gegevensweergaven: Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm, bijvoorbeeld: Meting selecteren, X-as Variabele, Y-as Variabele, Een beoordeling toevoegen of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. Extra pagina's toevoegen: Tik herhaaldelijk op de knop Nieuwe pagina om pagina's toe te voegen aan uw SPARKlab. 012-11074D 16 3 Een experiment opstellen Gegevensverzameling aanpassen SPARKvue® 3 Een experiment opstellen "Gegevensverzameling aanpassen": 17 "De weergave van nummers aanpassen": 19 "Sensoren kalibreren": 21 "Sensoradapters gebruiken": 24 Gegevensverzameling aanpassen U kunt gegevens beginnen opnemen met de standaardinstellingen of een of meerdere van de volgende taken uitvoeren om de bemonsteringsfrequentie of -modus te wijzigen. n "De bemonsteringsfrequentie instellen": 17 n "In periodieke bemonsteringsmodus zetten SPARKvue ": 17 n "In handmatige bemonsteringsmodus zetten SPARKvue ": 18 n "Een automatische stopvoorwaarde instellen": 18 De bemonsteringsfrequentie instellen Met in de periodieke bemonsteringsmodus (de standaardmodus) voert u de volgende stappen uit om het aantal gegevenspunten in te stellen die iedere seconde geregistreerd worden of de tijdsduur die verstrijkt tussen gegevenspunten:SPARKvue 1. Tik op de knop Bemonsteringsopties. 2. Het scherm Bemonsteringsopties opent. 3. Tik op het vak Bemonsteringsfrequentie en een waarde. 4. Tik op het vak Bemonsteringsfrequentie en selecteer Hz, seconden, minutenof uren. 5. Tik OK. In periodieke bemonsteringsmodus zetten SPARKvue In de periodieke bemonsteringsmodus (de standaardmodus, ook bekend als de "continue" modus) neemt op regelmatige intervallen gegevenspunten op.SPARKvue Indien in handmatige bemonsteringsmodus, voert u deze stappen uit om het in periodieke bemonsteringsmodus te zetten:SPARKvue 012-11074D 17 3 Een experiment opstellen Gegevensverzameling aanpassen SPARKvue® 1. Tik op de knop Bemonsteringsopties. Het scherm Bemonsteringsopties opent. 2. Tik Tik op Periodiek. 3. Tik OK. In handmatige bemonsteringsmodus zetten SPARKvue In de handmatige bemonsteringsmodus wordt van iedere meting een enkelvoudige waarde opgenomen telkens u SPARKvue handmatig triggert.SPARKvue . Voer deze stappen uit om in handmatige bemonsteringsmodus te zetten:SPARKvue 1. Tik op de knop Bemonsteringsopties. Het scherm Bemonsteringsopties opent. 2. Tik Tik op Handmatig. 3. Tik OK. Een automatische stopvoorwaarde instellen Wanneer een stopvoorwaarde is ingesteld, stopt het opnemen van gegevens automatisch na een ingesteld tijdsinterval.SPARKvue Voer deze stappen uit om een stopvoorwaarde in te stellen: 1. Tik op de knop Bemonsteringsopties. Het scherm Bemonsteringsopties opent. 2. Onder de Automatische stopvoorwaarde:, Tik op het vak Voorwaarde: en selecteer Stoppen na tijdsduur. 3. Tikhet vak Waarde en voer een tijdswaarde in. 4. Tik op het vak Eenheden en tijdseenheden. 5. Tik OK. 012-11074D 18 3 Een experiment opstellen De weergave van nummers aanpassen SPARKvue® De weergave van nummers aanpassen "Het aantal weergegeven decimalen instellen": 19 "Het aantal weergegeven significante cijfers instellen": 19 "Getallen weergeven in wetenschappelijke notatie": 20 "De eenheden van een meting wijzigen": 20 Het aantal weergegeven decimalen instellen 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor experimenten. Het scherm Hulpprogramma's voor experimenten opent. 2. Tik Gegevenseigenschappen. Het scherm Gegevenseigenschappen opent. 3. Tik op het vak Metingen en selecteer een meting of een andere variabele. 4. Tik op het vak Nummerstijl en selecteer Vaste nauwkeurigheid. 5. Tik op het vak Cijfers en selecteer het aantal cijfers dat u wilt weergeven na de komma. 6. Tik OK. Het aantal weergegeven significante cijfers instellen 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor experimenten. Het scherm Hulpprogramma's voor experimenten opent. 2. Tik Gegevenseigenschappen. Het scherm Gegevenseigenschappen opent. 3. Tik op het vak Metingen en selecteer een meting of een andere variabele. 4. Tik op het vak Nummerstijl en selecteer Significante cijfers. 5. Tikhet vak Cijfers en selecteer het aantal significante cijfers dat u wilt weergeven. 6. Tik OK. 012-11074D 19 3 Een experiment opstellen De weergave van nummers aanpassen SPARKvue® Getallen weergeven in wetenschappelijke notatie 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor experimenten. 2. Tik Gegevenseigenschappen. Het scherm Gegevenseigenschappen opent. 3. Tik op het vak Metingen en selecteer een meting of een andere variabele. 4. Tik Nummerformaat. De nummerformaatopties verschijnen. 5. Tik op het vak Nummerstijl:en Wetenschappelijke aantekening. 6. Tik op het vak Cijfers en selecteer het aantal weer te geven cijfers. 7. Tik OK. De eenheden van een meting wijzigen Voer een van de volgende taken uit om verschillende eenheden te selecteren voor een meting. "De eenheden van een meting wijzigen in een bestaande weergave": 20 "De standaardeenheden van een meting wijzigen": 21 De eenheden van een meting wijzigen in een bestaande weergave Voer deze stappen uit om de eenheden van een meting te wijzigen die weergegeven worden in een bestaand diagram, cijferweergave of meter. 1. Tik op de knop Meting om te wijzigen; ga door naar stap 4. 2. of Tik op de knop Hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik op de knop Eigenschappen om het scherm Eigenschappen te openen. 012-11074D 20 3 Een experiment opstellen Sensoren kalibreren SPARKvue® 4. Tik op het vakje Eenheden en selecteer een maateenheid. 5. Tik OK. De weergave geeft de metingen weer met de geselecteerde eenheden. De standaardeenheden van een meting wijzigen Voer deze stappen uit om de eenheden te wijzigen die standaard gebruikt worden wanneer u een meting selecteert in de toekomst. 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor experimenten om het scherm Hulpprogramma's voor experimenten te openen. Opmerking: de knop Hulpprogramma's voor experimenten is zichtbaar in de modus gegevensverzameling. 2. Tik Tik op Gegevenseigenschappen om het scherm Gegevenseigenschappen te openen. 3. Tik op het vak Meting en selecteer een meting. 4. Tik op het vak Eenheden en selecteer maateenheden. 5. Tik OK. De volgende keer dat u die meting wilt weergeven, verschijnt ze met de eenheden die u geselecteerd hebt. Sensoren kalibreren De sensorkalibratie is een optionele stap die u kan helpen metingen nauwkeuriger uit te voeren. Voer de volgende taken uit om een meting en kalibratietype te selecteren en een kalibratie uit te voeren. 1. "Een te kalibreren meting en een kalibratietype selecteren": 21 2. "Een kalibratie uitvoeren": 22 Een te kalibreren meting en een kalibratietype selecteren 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor experimenten. Het scherm Hulpprogramma's voor experimenten opent. 012-11074D 21 3 Een experiment opstellen Sensoren kalibreren SPARKvue® 2. Tik Tik op Kalibratiesensor. De Kalibratiesensor:Het scherm Meting selecteren wordt geopend. 3. Tik op het vak Sensor en selecteer de sensor die u wilt kalibreren. 4. Tikhet vak Meting en selecteer de meting die u wilt kalibreren. 5. Tik op het vak Kalibratietype en selecteer een kalibratietype. Raadpleeg de instructies die geleverd werden met uw sensor voor informatie over het type kalibratie dat geschikt is voor uw sensor. 6. Tik VOLGENDE. Het scherm Waarden invoeren voor kalibratiesensor opent. 7. Doorgaan met de kalibratie"Een kalibratie uitvoeren": 22. Een kalibratie uitvoeren Nadat u een te kalibreren meting en een kalibratietype hebt geselecteerd (zie de vorige taak), bent u klaar om een kalibratie uit te voeren. Afhankelijk van het kalibratietype dat u geselecteerd hebt, voert u een 2-puntskalibratie, een compensatiekalibratie op 1 punt of een hellingskalibratie op 1 punt uit. n "Een 2-puntskalibratie uitvoeren": 22 n "Een compensatiekalibratie op 1 punt uitvoeren": 23 n "Een hellingskalibratie op 1 punt uitvoeren": 23 Een 2-puntskalibratie uitvoeren In de kalibratiesensor: Ga in het scherm Waarden en voer de volgende stappen uit: 1. Breng een gekende hoeveelheid aan op de sensor. Plaats bijvoorbeeld een pHsonde in een bufferoplossing met pH-waarde 4. 2. Tik het vak Standaardwaarde: aan onder Kalibratiepunt 1 en voer de gekende waarde in. Voer bijvoorbeeld de bekende pH-waarde van de bufferoplossing in. 3. Tik Aflezen van sensor aan onder Kalibratiepunt 1. De waarde gemeten door de sensor wordt overgedragen naar het vak Sensorwaarde: 4. Breng een andere gekende hoeveelheid aan op de sensor. Plaats bijvoorbeeld een pH-sensor in een bufferoplossing met pH-waarde 7. 5. Tik het vak Standaardwaarde: aan onder Kalibratiepunt 2 en voer de gekende waarde in. Voer bijvoorbeeld de bekende pH-waarde van de bufferoplossing in. 6. Tik Aflezen van sensor aan onder Kalibratiepunt 2. De waarde gemeten door de sensor wordt overgedragen naar het vak Sensorwaarde: . 012-11074D 22 3 Een experiment opstellen Sensoren kalibreren SPARKvue® 7. Tik op OK. De kalibratie is voltooid. Een compensatiekalibratie op 1 punt uitvoeren In de kalibratiesensor: Ga in het scherm Waarden en voer de volgende stappen uit: 1. Breng een gekende hoeveelheid aan op de sensor. Plaats bijvoorbeeld een temperatuursonde in ijswater met een gekende temperatuur van 0°C. 2. Tik het vak Standaardwaarde: aan onder Kalibratiepunt 1 en voer de gekende waarde in. Voer bijvoorbeeld de gekende temperatuur van het water in. 3. Tik Aflezen van sensor aan onder Kalibratiepunt 1. De waarde gemeten door de sensor wordt overgedragen naar het vak Sensorwaarde: . 4. Tik op OK. De kalibratie is voltooid. Een hellingskalibratie op 1 punt uitvoeren In de kalibratiesensor: Ga in het scherm Waarden en voer de volgende stappen uit: 1. Breng een gekende hoeveelheid aan op de sensor. Plaats bijvoorbeeld een sonde om opgeloste zuurstof te meten in een fles met 9,1 mg/l opgeloste zuurstof. 2. Tik het vak Standaardwaarde: aan onder Kalibratiepunt 2 en voer de gekende waarde in. Voer bijvoorbeeld de gekende concentratie opgeloste zuurstof in. 3. Tik Aflezen van sensor aan onder Kalibratiepunt 2. De waarde gemeten door de sensor wordt overgedragen naar het vak Sensorwaarde: . 4. Tik op OK. De kalibratie is voltooid. Een druppeltellersensor kalibreren (voorbeeld) Tip: de druppelverdeler heeft twee plugkranen. De bovenste plugkraan wordt gebruikt om het stroomdebiet te regelen en de onderste plugkraan wordt gebruikt om de stroom te laten vloeien of te stoppen. De onderste plugkraan moet ofwel helemaal open ofwel helemaal dicht zijn. De druppelteller wordt gekalibreerd met behulp van de SPARKvue Experimenthulpmiddelen om het aantal getelde druppels te laten overeenstemmen met het vloeistofvolume dat werd toegediend via de druppelverdeler. 1. Bevestig de druppelverdeler (spuit, twee plugkranen en druppeltip) op een steunstaaf. 012-11074D 23 3 Een experiment opstellen Sensoradapters gebruiken SPARKvue® 2. Vul de spuit met titreervloeistof. 3. Open beide plugkranen en regel de klep op de bovenste plugkraan zodat de druppels neervallen met een tempo van 1 druppel per seconde. Sluit de onderste klep als dit tempo tot stand is gekomen. 4. Sluit de druppelteller aan en lanceer SPARKvue. 5. Lijn de druppeltip uit met de opening van de druppelteller. Plaats een maatcilinder van 10 ml onder de opening van de druppelteller. 6. Open de onderste plugkraan terwijl u op het Startpagina scherm bent zodat er titreervloeistof vloeit. 7. Sluit de onderste plugkraan zodra er ongeveer 10 ml titreervloeistof is opgevangen in de maatcilinder. 8. Noteer het exacte volume van de maatcilinder. 9. Stel de gewenste weergave samen voor uw experiment. 10. Tik op de toets Experimenthulpmiddelen. Het scherm Experimenthulpmiddelen opent. 11. Tik op SENSOR KALIBREREN. Het scherm Sensor kalibreren: Kies een meting opent. 12. Tik op het vak Sensor: en selecteer Druppelteller. 13. Tik op het vak Meting: en selecteer Vloeistofvolume (ml). 14. Tik op het vak Type kalibratie: en selecteer 1 punt (pas alleen helling aan). 15. Tik op VOLGENDE. Het scherm SENSOR KALIBREREN opent. 16. Tik op het vak Kalibratie punt 2 onder Standaardwaarde: en noteer het gemeten volume (van stap 8). 17. Tik op Kalibratie punt 2 onder Lees van de sensor. 18. Tik op OK om het scherm SENSOR KALIBREREN te verlaten. 19. Tik op OK om het scherm Experimenthulpmiddelen te verlaten. Sensoradapters gebruiken "Een sensor aansluiten via een digitale adapter of een Photogate-poort": 25 "Een sensor aansluiten via een analoge adapter": 25 012-11074D 24 3 Een experiment opstellen Sensoradapters gebruiken SPARKvue® Een sensor aansluiten via een digitale adapter of een Photogate-poort Met de digitale adapter (PASCO-onderdeel PS-2159) kunt u digitale switch-typesensoren zoals photogates en Smart Pulleys aansluiten op een PASPORT-interface en gebruiken met SPARKvue . Dit maakt het gebruik mogelijk van een ScienceWorkshopbewegingssensor (CI-6742A) of draaiende bewegingssensor (CI-6538). De Photogate-poort (PS-2123) is een soort adapter die switch-typesensoren ondersteunt, maar niet de draaiende bewegingssensor of de gewone bewegingssensor. Voer deze stappen uit om een sensor aan te sluiten op een digitale adapter of Photogate-poort en te configureren: 1. Sluit de adapter aan op uw PASPORT-interface. 2. Sluit een digitale sensor aan op de adapter. U kunt een switch-typesensor aansluiten op een van beide poorten van de adapter. Als u een bewegingssensor of draaiende bewegingssensor aansluit, moet de gele stekker in poort 1 en de zwarte stekker in poort 2. Daarna wordt een lijst met digitale sensoren en sensorconfiguraties weergegeven. 3. U kunt eventueel een tweede switch-typesensor aansluiten op de andere poort van de adapter. 4. Tik in de lijst een van de sensoren of configuraties aan om deze te selecteren en tik OK aan. Het kan zijn dat u de pijlen moet aanklikken om door de lijst te bladeren. 5. Als SPARKvue u vraagt om een of meer metingen in te voeren die specifiek zijn voor uw apparatuur, voer dan de waarde of waarden in en tik OK aan. De metingen die u invoert, worden gebruikt om gegevens te berekenen zoals de snelheid van een voorwerp dat door een photogate passeert. Een sensor aansluiten via een analoge adapter Via de analoge adapter (PASCO-onderdeel PS-2158) kunnen analoge ScienceWorkshop-sensoren worden aangesloten op een PASPORT-interface en worden gebruikt met SPARKvue . Voer deze stappen uit om een sensor aan te sluiten op een analoge adapter en te configureren: 1. Sluit de analoge adapter aan op uw PASPORT-interface. 2. Sluit een analoge sensor aan op de adapter. Er verschijnt een lijst met sensoren. 3. Tik een van de sensoren aan om deze te selecteren en tik OK aan. 012-11074D 25 3 Een experiment opstellen Sensoradapters gebruiken SPARKvue® Het kan zijn dat u de pijlen moet aanklikken om door de lijst te bladeren. 4. U kunt ook het vak Versterking: en een versterkingsinstelling aantikken. 5. Tik nogmaals OK aan. 012-11074D 26 SPARKvue® 4 Opname van gegevens Een verwerking van periodiek bemonsterde gegevens opnemen 4 Opname van gegevens De volgende taken beschrijven hoe u een gegevensverwerking kunt SPARKvue opnemen in de periodieke en handmatige bemonsteringsmodus. Opmerking: tijdens het verloop van een wetenschappelijk onderzoek kunt u meerdere gegevensverwerkingen en gegevensverzamelingen opnemen. n "Een verwerking van periodiek bemonsterde gegevens opnemen": 27 n "Een verzameling van handmatig bemonsterde gegevens opnemen": 27 n "Gegevensverwerkingen verwijderen": 28 Een verwerking van periodiek bemonsterde gegevens opnemen Zet eerst in periodieke bemonsteringsmodus om handmatig bemonsterde gegevens op te nemen.SPARKvue Met in de periodieke bemonsteringsmodus (de standaardmodus, soms ook "continue" modus genoemd), voert u deze stappen uit om een gegevensverwerking op te nemen:SPARKvue 1. Tik op de knop Start. SPARKvue creëert een nieuwe gegevensverwerking en begint er gegevenspunten in op te nemen. 2. Om te stoppen met gegevens opnemen,Tik op de knop Stop. SPARKvue stopt met gegevens opnemen. 3. Herhaal deze stappen om een andere gegevensverwerking op te nemen. Een verzameling van handmatig bemonsterde gegevens opnemen Om handmatige bemonsterde gegevens op te nemen, zet u eerst in handmatige bemonsteringsmodus.SPARKvue 012-11074D 27 4 Opname van gegevens Gegevensverwerkingen verwijderen SPARKvue® In de handmatige bemonsteringsmodus wordt van iedere meting een enkelvoudige waarde opgenomen telkens u SPARKvue handmatig triggert.SPARKvue . Een reeks waarden wordt opgenomen in een gegevensverzameling. Voer deze stappen uit om een gegevensverzameling te starten, punten die opgenomen moeten worden te triggeren en de gegevensverzameling te sluiten. 1. U kunt eventueel ook naar een pagina navigeren in uw SPARKlab waar u uw gegevens in een tabel kunt bekijken. U kunt gegevens opnemen in elke zichtbare weergave (of zelfs zonder weergave), maar het is normaal om handmatige voorbeeldgegevens op te nemen terwijl u een tabel bekijkt. 2. Tik op de knop Start. SPARKvue maakt een nieuwe gegevensverzameling aan.Livegegevens verschijnen in de gegevensweergaven. 3. Wanneer u klaar bent om een gegevenspunt op te nemen,Tik op de knop Bewaren. SPARKvue neemt een enkele waarde op van elke meting. 4. Herhaal de vorige stap zo vaak als nodig is om alle gegevens op te nemen die u wilt in de gegevensverzameling. 5. Wanneer de volledige gegevensverzameling opgenomen is, de knop Stop. De gegevensverzameling wordt afgesloten. 6. Herhaal deze stappen om een andere gegevensverzameling op te nemen. Gegevensverwerkingen verwijderen 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor experimenten. Het scherm Hulpprogramma's voor experimenten opent. 2. Tik Gegevens beheren. 3. Tik Verwerkingen beheren. 012-11074D 28 4 Opname van gegevens Gegevensverwerkingen verwijderen SPARKvue® Het scherm Verwerkingen beheren opent. 4. Voer een van de volgende taken uit: l Tik Laatste gegevensverwerking verwijderen. l l Tik Alle gegevensverwerkingen verwijderen. Tik Tik op Gegevensverwerking verwijderen ... en selecteer de gegevensverwerking die u wenst te verwijderen. 5. Tik Voltooid. 6. Tik OK. 012-11074D 29 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® 5 Gegevens weergeven "Gegevens weergeven in een lijndiagram": 30 "Gegevens weergeven in een staafdiagram": 42 "Gegevens weergeven in een diagram met meerdere y-assen": 39 "Gegevens weergeven in een tabel": 53 "Gegevens weergeven in een cijferweergave": 60 "Gegevens weergeven in een meter": 63 Gegevens weergeven in een lijndiagram "Een lijndiagram aanmaken": 30 "Het palet met hulpprogramma's voor lijndiagrammen weergeven en verbergen": 32 "De schaal van een lijndiagram aanpassen": 33 "Gegevens selecteren voor weergave in een bestaand lijndiagram": 34 "Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram": 35 "Aantekeningen maken in een lijndiagram": 37 "Gegevens weergeven in een diagram met meerdere y-assen": 39 Een lijndiagram aanmaken Om een nieuw lijndiagram te creëren, neemt u een van de volgende acties (A of B): A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. 012-11074D 30 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 3. Tik of klik op het pictogram Lijndiagram. Opmerking: Voor bepaalde paginaconfiguraties zijn tabellen en diagrammen uit- 012-11074D 31 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® geschakeld. Voorbeelden: Uitgeschakeld voor tabellen en diagrammen ingeschakeld 4. Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm: Meting selecteren of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. Het palet met hulpprogramma's voor lijndiagrammen weergeven en verbergen Weergeven tik op de toets Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of : onderaan de weergave om het palet hulpprogramma's weer te geven. tik op de toets Hulpprogramma's weergave cijfers om het palet hulpVerbergen: programma's te verbergen. De pictogrammen van het palet hulpprogramma's omvatten: Lijndiagram Cijfers Tabel 012-11074D 32 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Beoordeling De schaal van een lijndiagram aanpassen Voer een of meer van de volgende taken uit (ongeacht de volgorde) om het bereik en domein van een diagram te wijzigen. "De schaal van een diagram aanpassen om alle gegevens te kunnen weergeven": 33 "Schaal aanpassen door rechtstreekse bewerking": 33 De schaal van een diagram aanpassen om alle gegevens te kunnen weergeven 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de knop Aanpassen aan pagina. Het diagram wordt aangepast om alle gegevens (of de geselecteerde gegevens) zichtbaar te maken. Schaal aanpassen door rechtstreekse bewerking Voer een of meerdere van deze stappen uit in willekeurige volgorde: n Tik een van de cijfers op de x-schaal van het diagram aan en sleep ze naar links of rechts. Het diagram breidt horizontaal uit of trekt samen. 012-11074D 33 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® n Tik een van de cijfers op de y-schaal van het diagram aan en sleep ze naar boven of beneden. Het diagram breidt verticaal uit of trekt samen. n Tik het middelpunt van het diagram aan en sleep het in eender welke richting. Het diagram wordt verplaatst. Horizontaal uitvouwen en samentrekken. Verplaatsen. Verticaal uitvouwen en samentrekken. Gegevens selecteren voor weergave in een bestaand lijndiagram "Gegevensverwerkingen weergeven en verbergen in een diagram": 34 "Een variabele wijzigen op de x- of y-as": 35 Gegevensverwerkingen weergeven en verbergen in een diagram 1. Tik op de legende van het diagram. De legende vergroot om de beschikbare gegevensverwerkingen weer te geven. 2. Selecteer of wis ( ) het vakje naast iedere gegevensverwerking die u wilt weergeven of verbergen. 3. OptioneelTikbuiten de legende om de grootte van de legende te verkleinen. 012-11074D 34 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® Legende van het diagram Een variabele wijzigen op de x- of y-as 1. Tikop de knop Meting om te wijzigen; ga door naar stap 4. 2. Of op de knop Hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tikde toets Eigenschappen om het scherm Eigenschappen te openen. 4. Tikop de weergaveparameter die u wilt wijzigen. Opmerking: voor tabellen worden de kolommen van links naar rechts 1, 2, 3, enz. genummerd. 5. Tikin het vak Meting en voer de vervangende meting of andere parameter in. 6. Tik op OK. Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram "Een gegevensverwerking selecteren voor bewerking in een lijndiagram": 36 "Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram": 36 012-11074D 35 SPARKvue® 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram Een gegevensverwerking selecteren voor bewerking in een lijndiagram In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram Als een onderdeel van een gegevensverwerking geselecteerd wordt voor bewerking, worden de geselecteerde gegevenspunten gemarkeerd. Aanpassen aan venster, statistieken, hulpprogramma's voor diagrammen en curve-aanpassingen worden enkel toegepast op de geselecteerde gegevenspunten. Voer deze stappen uit om een deel van een gegevensverwerking te selecteren: 1. Optioneel: u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. 012-11074D 36 SPARKvue® 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik op de toets Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik op de toets Selecteren. De knop verandert van kleur. 4. Tik en sleep om gegevenspunten te selecteren. 5. Als de gewenste gegevenspunten gemarkeerd zijn, tikt u op Selectie gedaan. 6. Om de selectie te wissen, tikt u opnieuw op de toets Selecteren. Aantekeningen maken in een lijndiagram "Een aantekening toevoegen": 38 "Een aantekening bewerken of verwijderen": 38 012-11074D 37 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® Een aantekening toevoegen 1. Als er meer dan een gegevensverwerking op het diagram is, selecteert u eerst de verwerking waar u de aantekening wenst aan toe te voegen: a. Tik op de legende van het diagram. De legende vergroot. b. Tik in de legende op het symbool van de gegevensverwerking die u wenst te selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. 2. Tik op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik op de knop Selecteren. De knop wordt oranje. 4. Tikeen of punten op het diagram. 5. Tik selectie gedaan. 6. Tik op de knop Aantekening. 7. Voer een aantekening in en OK. Er verschijnt een aantekening op het diagram.U kunt vervolgens de aantekening verplaatsen. 8. Tik op de knop Selecteren. Een aantekening bewerken of verwijderen 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de aantekening die u wilt bewerken of verwijderen. De aantekening wordt gemarkeerd. 012-11074D 38 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® 3. Tik] op de knop Aantekening. Het toetsenbord op het scherm verschijnt. 4. Bewerk of verwijder de aantekening enTik op OK. Als u alle tekst wist, wordt de aantekening helemaal verwijderd. Als u de tekst aanpast, wordt de nieuwe tekst weergegeven in de aantekening in het staafdiagram. Gegevens weergeven in een diagram met meerdere y-assen "Een lijndiagram met meerdere y-assen maken": 39 "Werken met meerdere y-assen": 42 Een lijndiagram met meerdere y-assen maken Om een nieuw lijndiagram met meerdere y-assen te maken: I. Een lijndiagram aanmaken (of een bestaand lijndiagram gebruiken). II. "II. Een verticale as toevoegen:": 41 I. Maak een lijndiagram aan (of gebruik een bestaand lijndiagram en spring naar "II. Een verticale as toevoegen:": 41): Om een lijndiagram te creëren, neemt u een van de volgende acties (A of B): A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. Ga verder naar stap 1. 012-11074D 39 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 3. Tik of klik op het pictogram Lijndiagram. 4. Tik of klik op het pictogram Rich Text. Opmerking: Voor bepaalde paginaconfiguraties zijn tabellen en diagrammen uitgeschakeld. 012-11074D 40 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een lijndiagram SPARKvue® Voorbeelden: Uitgeschakeld voor tabellen en diagrammen ingeschakeld 5. Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm: Meting selecteren of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. II. Een verticale as toevoegen: 1. Open de eigenschappen. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 2. Tik of klik opVerticale as toevoegen. 3. Tik of klik opMeting en selecteer de tweede meting. Opmerking: As y1 is de buitenste as en y2 is de binnenste as. 4. Tik of klik opOK. Er wordt een grafiek met meerdere y-assen weergegeven. 012-11074D 41 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® Werken met meerdere y-assen De meeste bewerkingen die mogelijk zijn op een diagram met één y-as worden ook ondersteund voor diagrammen met meerdere y-assen. U hebt de volgende mogelijkheden: "De schaal van een lijndiagram aanpassen": 33 "Gegevens selecteren voor weergave in een bestaand lijndiagram": 34 "Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram": 35 "Aantekeningen maken in een lijndiagram": 37 Gegevens weergeven in een staafdiagram "Een nieuw staafdiagram aanmaken": 42 "Het palet met hulpprogramma's voor staafdiagrammen weergeven en verbergen": 44 "Gegevens weergeven in staafdiagrammen": 45 "Aantekeningen maken in staafdiagrammen": 49 "Staafdiagrammen weergeven": 52 "Aslabels en eenheden aanpassen in staafdiagrammen": 53 Een nieuw staafdiagram aanmaken Voer een van de volgende bewerkingen (A of B) uit om een nieuw staafdiagram te maken: A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. Ga verder naar stap 1. 012-11074D 42 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 3. Tik of klik op het pictogram Staafdiagram. 4. Tik of klik op het pictogram Rich Text. Opmerking: Voor bepaalde paginaconfiguraties zijn tabellen en diagrammen uitgeschakeld. 012-11074D 43 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® Voorbeelden: Uitgeschakeld voor tabellen en diagrammen ingeschakeld 5. Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm: X-as Variabele, Y-as Variabele of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. Het palet met hulpprogramma's voor staafdiagrammen weergeven en verbergen Weergeven tik op de toets Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of : onderaan de weergave om het palet hulpprogramma's weer te geven. tik op de toets Hulpprogramma's weergave cijfers om het palet hulpVerbergen: programma's te verbergen. De pictogrammen van het palet hulpprogramma's omvatten: Lijndiagram Cijfers Tabel 012-11074D 44 SPARKvue® 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Beoordeling Gegevens weergeven in staafdiagrammen Wanneer u een nieuwe staafdiagram maakt, wordt de eerste staaf automatisch voor u aangemaakt. U moet zelf een naam invoeren voor de staaf en desgewenst extra staven toevoegen aan het diagram. Vervolgens kunt u voor elke staaf gegevens opnemen. "Staven en staafnamen toevoegen aan staafdiagrammen": 45 "Staven en staafnamen bewerken in staafdiagrammen": 46 "Gegevens toevoegen aan staafdiagrammen": 46 "Aanvullende gegevensverwerkingen toevoegen aan een staafdiagram": 47 "Aanvullende gegevensverwerkingen toevoegen aan een staafdiagram met behulp van sensormetingen": 48 "Gegevensverwerkingen weergeven en verbergen in een staafdiagram": 48 "Gegevens selecteren voor bewerking in een staafdiagram": 49 Staven en staafnamen toevoegen aan staafdiagrammen 1. Tik op de plaatshouderbalk. U ziet nu een menu voor het bewerken van het staafdiagram. In het staafdiagram verschijnt een plaatshouderbalk. Opmerking: dit hulpprogramma is al actief op het moment dat u een staafdiagram gaat maken. 2. Tik op de grijze staaf. 012-11074D 45 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® 3. Tik boven het numerieke toetsenblok op de standaardnaam voor staven, zoals Staaf 1. 4. Voer een nieuwe naam in en tik tweemaal op OK om terug te gaan naar het staafdiagram. Er wordt automatisch een nieuwe voorbeeldstaaf toegevoegd. 5. Geef de nieuwe staaf een naam door erop te tikken en herhaal stappen 2 t/m 4. 6. Voeg op deze manier de gewenste staven toe aan het diagram. 7. Als u klaar bent met het toevoegen van staven, tikt u op de toets Staaf toevoegen/bewerken om het hulpprogramma te sluiten. De laatste voorbeeldstaaf verdwijnt dan uit het diagram. Staven en staafnamen bewerken in staafdiagrammen 1. Open Eigenschappen: i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 2. Tik op de knop Staaf bewerken. 3. Tik op de staaf die u wilt bewerken. Het menu voor het bewerken van het staafdiagram wordt geopend. 4. Tik in het vak met de naam van de staaf, verwijder de oude naam en typ een nieuwe naam. 5. Tik OK. Gegevens toevoegen aan staafdiagrammen U kunt gegevens handmatig toevoegen aan staven of door deze te verzamelen via een sensor. "Handmatig gegevens invoeren in een staafdiagram": 47 "Gegevens voor een staafdiagram verzamelen met een sensor": 47 012-11074D 46 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® Handmatig gegevens invoeren in een staafdiagram 1. Tik op de toets Hulpprogramma's staafdiagram om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de staaf die u wilt bewerken. 3. Voer een waarde in voor de staaf. 4. Tik op OK. Gegevens voor een staafdiagram verzamelen met een sensor Het is raadzaam de staven voor of tijdens het verzamelen van gegevens een naam te geven. 1. Tik op de opnamepijl om gegevens op te nemen voor de eerste lege staaf in een gegevensverwerking. De eerste staaf wordt geactiveerd en toont de gegevens die worden verzameld. De opnameknop wordt nu weergegeven met een vinkje. 2. Tik op het vinkje om het verzamelen van gegevens te stoppen voor de huidige staaf en naar de volgende staaf te gaan. Opmerking:de staaf wordt grijs weergegeven als u geen naam hebt toegewezen. 3. Tik op de knop Stop om het verzamelen van gegevens te stoppen. Aanvullende gegevensverwerkingen toevoegen aan een staafdiagram U kunt tegelijkertijd meerdere gegevensverzamelingen weergeven in een staafdiagram. 1. Tik indien nodig in de linkerbenedenhoek van het staafdiagram op de knop Hulpprogramma's voor staafdiagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 012-11074D 47 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® 2. In het geval van handmatig ingevoerde gegevens tikt u op de knop Aanvulling uitvoeren. 3. Voer voor elke staaf gegevens in of neem gegevens op. Aanvullende gegevensverwerkingen toevoegen aan een staafdiagram met behulp van sensormetingen U kunt tegelijkertijd meerdere gegevensverzamelingen weergeven in een staafdiagram. 1. Tik voor gegevens die zijn verzameld met een sensor op de opnamepijl. 2. Tik op het vinkje om het verzamelen van gegevens te stoppen voor de huidige staaf en naar de volgende staaf te gaan. Opmerking: de staaf wordt grijs weergegeven als u geen naam hebt toegewezen. 3. Tik op de toets Stop om het verzamelen van gegevens te stoppen. Gegevensverwerkingen weergeven en verbergen in een staafdiagram 1. Tik op de legende van het diagram. De legende vergroot om de beschikbare gegevensverwerkingen weer te geven. 2. Selecteer of wis ( ) het vakje naast iedere gegevensverwerking die u wilt weergeven of verbergen. 3. Tik eventueel buiten de legende om de grootte van de legende te verminderen. 012-11074D 48 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® Legende van staafdiagram Gegevens selecteren voor bewerking in een staafdiagram In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. Aantekeningen maken in staafdiagrammen U kunt aantekeningen toevoegen aan staven en numerieke waarden weergeven. "Aantekeningen toevoegen aan staven": 50 012-11074D 49 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® "Aantekeningen bij staven bewerken of verwijderen": 50 "Numerieke waarden weergeven in staven": 51 Aantekeningen toevoegen aan staven Als er meer dan een gegevensverwerking op het diagram is, selecteert u eerst de verwerking waar u de aantekening wenst aan toe te voegen: 1. Tik op de legende van het diagram. De legende vergroot. 2. Tik in de legende op het symbool van de gegevensverwerking(en) waaraan u een aantekening wilt toevoegen. 3. Tik op de knop Hulpprogramma's voor staafdiagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 4. Tik op de knop Aantekening. 5. Tikeen staaf. Het scherm Notitie invoeren wordt weergegeven. 6. Voer een aantekening in en Tik op OK. Er verschijnt een aantekening op het staafdiagram. Aantekeningen bij staven bewerken of verwijderen 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de aantekening die u wilt bewerken of verwijderen. 012-11074D 50 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram SPARKvue® De aantekening wordt gemarkeerd. 3. Tik] op de knop Aantekening. Het scherm Notitie invoeren wordt weergegeven. 4. Bewerk of verwijder de aantekening enTik op OK. Als u alle tekst wist, wordt de aantekening helemaal verwijderd. Als u de tekst aanpast, wordt de nieuwe tekst weergegeven in de aantekening in het staafdiagram. Numerieke waarden weergeven in staven U kunt als volgt boven aan staven in een staafdiagram numerieke waarden weergeven voor een gegevensverwerking: 1. Tik op de toets Hulpprogramma's staafdiagram om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de toets Numerieke waarden. Boven aan elke staaf worden er numerieke waarden weergegeven. 3. Tik op de toets Numerieke waarden om de numerieke waarden te verwijderen. 012-11074D 51 SPARKvue® 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een staafdiagram Staafdiagrammen weergeven U kunt alle gegevens in een diagram zichtbaar maken door te bladeren in het diagram of de schaal aan te passen: "Bladeren in een staafdiagram": 52 "De schaal van een staafdiagram aanpassen om alle gegevens weer te geven": 52 "De schaal van een staafdiagram aanpassen door de assen groter of kleiner te maken": 52 Bladeren in een staafdiagram Als u wilt bladeren en de weergave van een staafdiagram wilt wijzigen, tikt u in het midden van het diagram en sleept u die omhoog, omlaag, zijwaarts of diagonaal. De schaal van een staafdiagram aanpassen om alle gegevens weer te geven 1. Tik op de knop Hulpprogramma's voor staafdiagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de knop Aanpassen aan pagina. Het diagram wordt aangepast om alle gegevens (of de geselecteerde gegevens) zichtbaar te maken. De schaal van een staafdiagram aanpassen door de assen groter of kleiner te maken U kunt de schaal van een staafdiagram aanpassen door de x-as, de y-as of beide assen groter of kleiner te maken. Voer hiervoor een van de volgende acties of beide acties uit: 012-11074D 52 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® n Tik] op een van de labels op de y-as en sleep horizontaal (naar links of rechts). De grafiek wordt horizontaal breder of smaller gemaakt. Dit geldt ook voor de staven in de grafiek. n Tik] op een van de labels op de y-as en sleep verticaal (naar boven of beneden). De staven in de grafiek worden groter of kleiner weergegeven, afhankelijk van de schaalaanpassing. Aslabels en eenheden aanpassen in staafdiagrammen Een aslabel maken: 1. Open Eigenschappen: i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 2. Tik op het vakje Meting voor de X-asvariabele of de Y-asvariabele. 3. Tik Ingevoerd door de gebruiker. 4. Tik Gegevensverzameling aanmaken. Het scherm Gegevensverzameling definiëren verschijnt. 5. Tik op het vak Naam meting. 6. Voer de labeltekst in enTik OK. 7. Tik op het vak Naam eenheid (indien gewenst). 8. Voer het type eenheid in en tik op OK. 9. Tik OK. Het nieuwe aslabel en de nieuwe eenheid verschijnen in het staafdiagram. Gegevens weergeven in een tabel "Een tabel aanmaken": 54 "Het palet met hulpprogramma's voor tabellen weergeven en verbergen": 55 "Bladeren in een tabel": 56 "Gegevens selecteren voor weergave in een bestaande tabel": 57 "Cellen selecteren voor bewerking in een tabel": 59 012-11074D 53 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® Een tabel aanmaken Om een tabel te creëren, neemt u een van de volgende acties (A of B): A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 012-11074D 54 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® 3. Tik of klik op het pictogram Tabel. Opmerking: Voor bepaalde paginaconfiguraties zijn tabellen en diagrammen uitgeschakeld. Voorbeelden: Uitgeschakeld voor tabellen en diagrammen ingeschakeld 4. Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm: Meting selecteren of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. Het palet met hulpprogramma's voor tabellen weergeven en verbergen Weergeven tik op de toets Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of : onderaan de weergave om het palet hulpprogramma's weer te geven. tik op de toets Hulpprogramma's weergave cijfers om het palet hulpVerbergen: programma's te verbergen. 012-11074D 55 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® De pictogrammen van het palet hulpprogramma's omvatten: Lijndiagram Cijfers Tabel Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Beoordeling Bladeren in een tabel Tik op het middelpunt van de tabel en sleep het op of neer. 012-11074D 56 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® Gegevens selecteren voor weergave in een bestaande tabel "Een verwerking selecteren voor weergave in een bestaande kolom": 57 "De weergegeven variabele in een bestaande kolom wijzigen": 57 "Een kolom toevoegen": 57 "Een kolom verwijderen": 58 Een verwerking selecteren voor weergave in een bestaande kolom 1. Tik het verwerkingsnummer aan bovenaan de kolom. Er verschijnt een lijst met beschikbare verwerkingen. 2. Tik de verwerking aan die u wilt weergeven. De weergegeven variabele in een bestaande kolom wijzigen 1. Tikop de knop Meting om te wijzigen; ga door naar stap 4. 2. Of op de knop Hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tikde toets Eigenschappen om het scherm Eigenschappen te openen. 4. Tikop de weergaveparameter die u wilt wijzigen. Opmerking: voor tabellen worden de kolommen van links naar rechts 1, 2, 3, enz. genummerd. 5. Tikin het vak Meting en voer de vervangende meting of andere parameter in. 6. Tik op OK. Een kolom toevoegen Een tabel kan maximaal zes kolommen bevatten.Voer deze stappen uit om een kolom toe te voegen aan een tabel: 1. Tik op de knop Tabelhulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 012-11074D 57 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® 2. U kunt eventueel een positie selecteren in de tabel waar de nieuwe kolom ingevoegd moet worden:Tik a. Tik op de knop Selecteren. De knop wordt oranje. b. Tik op de kolom rechts van waar u de nieuwe kolom wilt zien verschijnen. Opmerking:als u geen positie selecteert, wordt de nieuwe kolom toegevoegd rechts van de tabel. 3. Tik op de knop Kolom toevoegen. Een nieuwe, lege kolom wordt toegevoegd aan de tabel. 4. Tik op de knop Eigenschappen om een meting of andere variabele te selecteren voor weergave in de nieuwe kolom. Een kolom verwijderen 1. Tik op de knop Tabelhulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de knop Selecteren. De knop wordt oranje. 3. Tikde kolom die u wilt verwijderen 4. Tikde knop Kolom verwijderen. 5. Tik OK. 012-11074D 58 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een tabel SPARKvue® Cellen selecteren voor bewerking in een tabel Als een groep van tabelcellen geselecteerd is voor bewerking, worden de geselecteerde cellen aangeduid.Indien statistieken weergegeven worden, gelden ze enkel voor de gegevens in de geselecteerde cellen. Voer deze stappen uit om cellen te selecteren: In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 1. Tik op de knop Tabelhulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de knop Selecteren. 012-11074D 59 SPARKvue® 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een cijferweergave De knop wordt oranje. 3. In de tabel sleept u een kolom naar beneden, over een rij, of diagonaal over rijen en kolommen om een groep van cellen te selecteren. De geselecteerde groep van cellen wordt aangeduid. Cellen selecteren in één kolom. Cellen selecteren in één rij. teren in meerdere kolommen en rijen. Cellen selec- 4. Om de selectie te wissen, tikt u opnieuw op de knop Selecteren. Gegevens weergeven in een cijferweergave "Een cijferweergave aanmaken": 60 "Het palet met hulpprogramma's voor cijferweergave weergeven en verbergen": 62 "De variabele in een cijferweergave wijzigen": 63 Een cijferweergave aanmaken Om een nieuwe cijferweergave te creëren, neemt u een van de volgende acties (A of B): A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. 012-11074D 60 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een cijferweergave SPARKvue® Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 3. Tik of klik op het pictogram Cijfers. 4. Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm: Meting selecteren of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of 012-11074D 61 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een cijferweergave SPARKvue® onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. Het palet met hulpprogramma's voor cijferweergave weergeven en verbergen Weergeven tik op de toets Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of : onderaan de weergave om het palet hulpprogramma's weer te geven. tik op de toets Hulpprogramma's weergave cijfers om het palet hulpVerbergen: programma's te verbergen. De pictogrammen van het palet hulpprogramma's omvatten: Lijndiagram Cijfers Tabel Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Beoordeling 012-11074D 62 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een meter SPARKvue® De variabele in een cijferweergave wijzigen 1. Tikop de knop Meting om te wijzigen; ga door naar stap 4. 2. Of op de knop Hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tikde toets Eigenschappen om het scherm Eigenschappen te openen. 4. Tikop de weergaveparameter die u wilt wijzigen. Opmerking: voor tabellen worden de kolommen van links naar rechts 1, 2, 3, enz. genummerd. 5. Tikin het vak Meting en voer de vervangende meting of andere parameter in. 6. Tik op OK. Gegevens weergeven in een meter "Een meter aanmaken": 63 "Het palet met hulpprogramma's voor meters weergeven en verbergen": 65 "De schaal van een meter aanpassen": 66 "De weergegeven variabele in een meter wijzigen": 66 "De vormgeving van een meter aanpassen": 67 Een meter aanmaken Om een nieuwe meter te creëren, neemt u een van de volgende acties (A of B): A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen 012-11074D 63 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een meter SPARKvue® Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 3. Tik of klik op het pictogram Meter. 4. Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. 012-11074D 64 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een meter SPARKvue® a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm: Meting selecteren of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. Het palet met hulpprogramma's voor meters weergeven en verbergen Weergeven tik op de toets Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of : onderaan de weergave om het palet hulpprogramma's weer te geven. tik op de toets Hulpprogramma's weergave cijfers om het palet hulpVerbergen: programma's te verbergen. De pictogrammen van het palet hulpprogramma's omvatten: Lijndiagram Cijfers Tabel Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Beoordeling 012-11074D 65 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een meter SPARKvue® De schaal van een meter aanpassen "De schaal van een meter aanpassen om alle gegevens te kunnen weergeven": 66 "De schaal van een meter instellen": 66 De schaal van een meter aanpassen om alle gegevens te kunnen weergeven 1. Tik op de knop Meterhulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de knop Aanpassen aan pagina. De schaal wordt aangepast om alle gegevens van de momenteel weergegeven gegevensverwerking te omvatten. De schaal van een meter instellen 1. Tik op de knop Meterhulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de knop Eigenschappen om het scherm Eigenschappen te openen. 3. Voor Altijd aanpassen:Tik op optie Uit. 4. Tik op het vak Minimum:en voer de laagste waarde van het gewenste bereik in. 5. Tik op het vak Maximum:en voer de hoogste waarde van het gewenste bereik in. 6. Tik OK. De weergegeven variabele in een meter wijzigen 1. Tikop de knop Meting om te wijzigen; ga door naar stap 4. 2. Of op de knop Hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 012-11074D 66 5 Gegevens weergeven Gegevens weergeven in een meter SPARKvue® 3. Tikde toets Eigenschappen om het scherm Eigenschappen te openen. 4. Tikop de weergaveparameter die u wilt wijzigen. Opmerking: voor tabellen worden de kolommen van links naar rechts 1, 2, 3, enz. genummerd. 5. Tikin het vak Meting en voer de vervangende meting of andere parameter in. 6. Tik op OK. De vormgeving van een meter aanpassen 1. Open Eigenschappen: i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 2. Tikhet Veegbereik:Tik op het vak en Halve cirkel, Kleine veeg of Grote veeg. 3. Tik OK. 012-11074D 67 SPARKvue® 6 Afbeeldingen vastleggen Een camera of ander videoapparaat aansluiten 6 Afbeeldingen vastleggen n "Een camera of ander videoapparaat aansluiten": 68 n "Een camera-afbeelding weergeven": 70 n "Het palet met hulpprogramma's voor afbeeldingen weergeven en verbergen": 70 n "Een camera-afbeelding vastleggen": 71 n "Schakelen tussen live en vastgelegde camera-afbeeldingen": 72 n "Een vastgelegde camera-afbeelding selecteren voor weergave": 73 n "De schaal en positie van een camera-afbeelding aanpassen": 73 n "Meten in een camera-afbeelding": 74 n "Tekenen in een camera-afbeelding": 78 n "Een aantekening toevoegen voor een camerabeeld": 80 n "Een afbeelding een naam geven": 83 n "Een afbeelding verwijderen en een nieuwe naam geven": 83 n "Een afbeelding exporteren": 84 Een camera of ander videoapparaat aansluiten Sluit de camera of een ander beeldapparaat aan op uw computer.Als uw computer een ingebouwde camera heeft, wordt dit automatisch vastgesteld. In de lijst Sensoren op het startscherm ziet u de camera of camera's. Een camera-element aanmaken Om een nieuw camerabeeld te creëren, neemt u een van de volgende acties (A of B): A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. 012-11074D 68 6 Afbeeldingen vastleggen Een camera-element aanmaken SPARKvue® Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. 3. Tik of klik op het pictogram Camera. 4. Tik of klik op de knop Beeldhulpprogramma's om de camera te starten. Zie Een camera-afbeelding vastleggen. 012-11074D 69 6 Afbeeldingen vastleggen Een camera-afbeelding weergeven SPARKvue® Een camera-afbeelding weergeven Vanuit het startscherm 1. Tik in de startpagina,Tikop een meting van een Afbeelding. De geselecteerde afbeelding wordt nu gemarkeerd in kleur. 2. Tik Weergeven. De camera-afbeelding wordt weergegeven in een SPARKlab. 3. Tik] in het midden van het scherm op de knop Live afbeelding. Er wordt een live camera-afbeelding weergegeven. Tik vanuit een SPARKlab 1. Tikop de knop Nieuwe pagina. Het scherm Een nieuwe pagina bouwen wordt geopend. 2. Selecteer een sjabloon.Zie"Een nieuwe SPARKlab-pagina starten": 107 3. Tik] in het midden van het scherm op de knop Live afbeelding. De camera-afbeelding wordt weergegeven in een SPARKlab. 4. Tik] in het midden van het scherm op de knop Live afbeelding. Er wordt een live camera-afbeelding weergegeven. Het palet met hulpprogramma's voor afbeeldingen weergeven en verbergen Weergeven tik op de toets Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of : onderaan de weergave om het palet hulpprogramma's weer te geven. 012-11074D 70 6 Afbeeldingen vastleggen Een camera-afbeelding vastleggen SPARKvue® Verbergen: tik op de toets Hulpprogramma's weergave cijfers om het palet hulpprogramma's te verbergen. De pictogrammen van het palet hulpprogramma's omvatten: Lijndiagram Cijfers Tabel Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Beoordeling Een camera-afbeelding vastleggen Zie"Een camera-element aanmaken": 68om een nieuwe pagina toe te voegen met een camera-element. Voer de volgende bewerking uit op een pagina om een afbeelding vast te leggen: 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. TikAls er geen live afbeelding wordt weergegeven en u een live afbeelding wilt zien, Tik u op de blauwe knop Live afbeelding in het palet met hulpprogramma's. 012-11074D 71 SPARKvue® 6 Afbeeldingen vastleggen Schakelen tussen live en vastgelegde camera-afbeeldingen U kunt alleen een stilstaande afbeelding vastleggen als er een live afbeelding wordt weergegeven. Als er een live afbeelding wordt weergegeven, verandert de kleur van de knop. 3. Tik] op de knop Vastleggen om een stilstaande afbeelding vast te leggen. De live afbeelding wordt vervangen door de vastgelegde stilstaande afbeelding. Schakelen tussen live en vastgelegde camera-afbeeldingen Schakelen van een vastgelegde stilstaande afbeelding naar een live afbeelding: 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de knop Live afbeelding. De stilstaande afbeelding wordt vervangen door een live afbeelding. De knop Live afbeelding verandert van kleur. Schakelen van een live afbeelding naar een eerder vastgelegde stilstaande afbeelding: 012-11074D 72 SPARKvue® 6 Afbeeldingen vastleggen Een vastgelegde camera-afbeelding selecteren voor weergave 1. Tik] op de legende van de afbeelding. De legende wordt uitgebreid met een overzicht van alle vastgelegde afbeeldingen. 2. Tik] op de weer te geven afbeelding. Een vastgelegde camera-afbeelding selecteren voor weergave 1. Tik op de legende van de afbeelding. 2. De legende wordt uitgebreid met een overzicht van de vastgelegde afbeeldingen. 3. Tik op een afbeelding om deze weer te geven. De schaal en positie van een camera-afbeelding aanpassen Inzoomen Tik in het palet hulpprogramma'sTikop de knop Inzoomen. De weergave wordt naar het midden ingezoomd. 012-11074D 73 6 Afbeeldingen vastleggen Meten in een camera-afbeelding SPARKvue® Uitzoomen Tik in het palet hulpprogramma'sTikop de knop Uitzoomen. De weergave wordt naar het midden ingezoomd. Schaal aanpassen Om de hele afbeelding weer te gevenTik] u op de knop Aanpassen aan pagina. Een camera-afbeelding pannen U kunt verschillende delen van een afbeelding bekijken door te pannen, ofTikeen bepaald punt van een afbeelding bekijken en het links, rechts, diagonaal, omhoog en omlaag slepen. Meten in een camera-afbeelding U kunt een meethulpprogramma gebruiken in een afbeelding om de afstand tussen twee punten te meten. De afstand wordt standaard aangegeven in pixels (px), maar u kunt instellen dat de gemeten afstand in een andere eenheid wordt gemeld. In de volgende onderwerpen wordt beschreven hoe u meethulpprogramma's kunt positioneren en instellen. n "Een meethulpprogramma positioneren": 74 n "Een meethulpprogramma verplaatsen": 75 n "Een meethulpprogramma verwijderen": 76 n "Metingen van camera-afbeeldingen kalibreren": 76 Een meethulpprogramma positioneren Geef een stilstaande afbeelding weer en voer de volgende stappen uit. 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 012-11074D 74 6 Afbeeldingen vastleggen Meten in een camera-afbeelding SPARKvue® 2. Tik in het palet met hulpprogramma's op de toets Meting. 3. Optioneel: tik op de knop Kleur in het palet om de kleur te veranderen. 4. Tik op een punt in de afbeelding. 5. Sleep het vak naar het andere punt van de afbeelding. Er wordt een geleidelijn met de lengte weergegeven op de afbeelding. 6. Sleep indien nodig de uiteinden van het hulpprogramma Meting naar de gewenste plaats. 7. U kunt desgewenst extra meetpijlen toevoegen. Een meethulpprogramma verplaatsen Metingen die zijn toegevoegd aan afbeeldingen kunnen worden verplaatst. Een meetpijl verplaatsen: 1. Tik op het blokje aan het ene uiteinde van de meting en sleep het blokje naar de gewenste positie. 012-11074D 75 6 Afbeeldingen vastleggen Meten in een camera-afbeelding SPARKvue® 2. Tik indien nodig op het blokje aan het andere uiteinde van het meethulpprogramma en sleep dit blokje naar de gewenste positie. Een meethulpprogramma verwijderen Metingen die zijn toegevoegd aan afbeeldingen kunnen worden verwijderd. Een meetpijl verwijderen: 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik in het palet met hulpprogramma's op de toets Meting. De toets Meting verandert van kleur en de werkbalk Meting verschijnt. 3. Tik op deze werkbalk op de toets Wissen. De knop Wissen verandert van kleur. 4. Tik in het blokje aan het ene uiteinde van de meetpijl. De meetpijl wordt verwijderd. Metingen van camera-afbeeldingen kalibreren U kunt metingen alleen kalibreren als de afbeelding een object bevat waarvan de lengte bekend is. 012-11074D 76 6 Afbeeldingen vastleggen Meten in een camera-afbeelding SPARKvue® 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik in het palet met hulpprogramma's op de toets Meting. 3. Tik op de afbeelding op het uiteinde van het object waarvan de lengte bekend is. 4. Sleep het vak naar het andere uiteinde van het object. Er wordt een geleidelijn met de lengte weergegeven op de afbeelding. 5. Sleep indien nodig de uiteinden van het hulpprogramma Meting, zodat de bekende lengte exact wordt aangegeven. 6. Tik nogmaals op de toets Meting. 7. De toets Meting verandert van kleur en de werkbalk Meting verschijnt. 8. Tik op deze werkbalk op de toets Meting. 9. De toets verandert van kleur. 10. Tik in het blokje aan het ene uiteinde van de meetpijl. 11. Het scherm Eigenschappen afbeeldingsafmetingen wordt geopend. 012-11074D 77 6 Afbeeldingen vastleggen Tekenen in een camera-afbeelding SPARKvue® 12. Tik in het vak Bekende lengte:, typ de lengte in de gewenste eenheid en tik op OK. 13. Optioneel kunt u ook op het vak Cijfers tikken en selecteren hoeveel cijfers er achter de komma worden weergegeven. 14. Tik op het vak Eenheden, wis de bestaande eenheden, voer de naam van de eenheden in en tik op OK. 15. Tik op OK om het scherm Eigenschappen afbeeldingsafmetingen te sluiten. Alle meethulpprogramma's voor de afbeelding maken nu gebruik van de nieuwe kalibratie. Als u een nieuw meethulpprogramma toevoegt, wordt hiervoor ook de nieuwe kalibratie gebruikt. Tekenen in een camera-afbeelding Gebruik een van de volgende hulpprogramma's om te tekenen in een afbeelding en om onderdelen te wissen. n "Tekenen": 78 n "Wissen": 79 n "Alles wissen": 79 Tekenen 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik in het palet met hulpprogramma's op de toets Tekenen. 3. De toets verandert van kleur en de werkbalk Tekenen wordt weergegeven. 4. Als u de penkleur wilt wijzigen, tikt u op de kleurtoets. 012-11074D 78 6 Afbeeldingen vastleggen Tekenen in een camera-afbeelding SPARKvue® 5. Tik op de afbeelding en sleep om lijnen te tekenen. 6. Tik nogmaals op de toets Tekenen in het palet met hulpprogramma's om de pen uit te schakelen en de werkbalk Hulpprogramma's om te tekenen te verbergen. Wissen 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik in het palet met hulpprogramma's op de toets Tekenen. 3. De toets verandert van kleur en het palet Tekenen wordt weergegeven. 4. Tik in het palet op de toets Wissen. De toets verandert van kleur. 5. Als u delen van een tekening wilt wissen, tikt u op de tekening en sleept u over de delen die u wilt wissen. 6. Tik op de toets Tekenen in het palet met hulpprogramma's om het palet Tekenen te sluiten. Alles wissen 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 012-11074D 79 SPARKvue® 6 Afbeeldingen vastleggen Een aantekening toevoegen voor een camerabeeld 2. Tik in het palet met hulpprogramma's op de toets Tekenen. 3. De toets verandert van kleur en het palet Tekenen wordt weergegeven. 4. Tik in het palet op de toets Wissen. De toets verandert van kleur. 5. Als u delen van een tekening wilt wissen, tikt u op de tekening en sleept u over de delen die u wilt wissen. 6. Als u alle tekeningen uit de afbeelding wilt verwijderen, tikt u nogmaals op de toets Wissen. 7. Tik op Ja. 8. Tik op de toets Tekenen in het palet met hulpprogramma's om het palet Tekenen te sluiten. Een aantekening toevoegen voor een camerabeeld Gebruik een van de volgende hulpprogramma's om een aantekening toe te voegen voor een afbeelding: n "Een aantekening toevoegen": 80 n "Een aantekening verplaatsen": 82 n "Een aantekening bewerken": 82 n "Een aantekening verwijderen": 82 Een aantekening toevoegen 1. Optioneel: als er meer dan één afbeelding is, selecteert u eerst de afbeelding voor de aantekening: 012-11074D 80 SPARKvue® 6 Afbeeldingen vastleggen Een aantekening toevoegen voor een camerabeeld a. Tik op de legende van de afbeelding. De legende wordt uitgevouwen. b. Tik in de legende op de afbeelding die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde afbeelding. 2. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik op de toets Aantekening. 4. De toets Aantekening verandert van kleur en de balk voor het toevoegen van aantekeningen aan afbeeldingen verschijnt. De balk bevat de gom en een vak voor het kiezen van tekstkleur. 5. Tik op het vak totdat de gewenste kleur wordt weergegeven. 6. Tik op het scherm op de plaats waar u de aantekening wilt plaatsen. 7. Voer een notitie in en tik op OK. 8. Er wordt een aantekening weergegeven op de afbeelding en de balk voor het toevoegen van aantekeningen sluit af. 9. Optioneel: versleep tekstvak voor toevoeging van een aantekening. 012-11074D 81 SPARKvue® 6 Afbeeldingen vastleggen Een aantekening toevoegen voor een camerabeeld Een aantekening verplaatsen U kunt de tekst en aanwijspijl van een aantekening verplaatsen: l l Als u de tekst van een aantekening wilt verplaatsen, tikt u op de tekst en sleept u deze naar een nieuwe positie. Als u de aanwijspijl van een aantekening wilt verplaatsen, tikt u op de punt van de pijl en sleept u deze naar een nieuwe positie. Een aantekening bewerken 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de toets Aantekening. 3. De toets Aantekening verandert van kleur en de werkbalk voor het toevoegen van aantekeningen aan afbeeldingen verschijnt. 4. Tik op de aantekening die u wilt bewerken. 5. Bewerk de tekst en tik op OK. Een aantekening verwijderen 1. Tik op de toets Hulpprogramma's afbeelding om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de toets Aantekening. 3. De toets Aantekening verandert van kleur en de werkbalk voor het toevoegen van aantekeningen aan afbeeldingen verschijnt. 012-11074D 82 6 Afbeeldingen vastleggen Een afbeelding een naam geven SPARKvue® 4. Tik op de werkbalk op de toets Wissen. 5. De toets Wissen verandert van kleur. 6. Tik op de aantekeningen die u wilt verwijderen. 7. Als u klaar bent, tikt u op de toets Wissen om de functie uit te schakelen. 8. Tik op de toets Aantekening om de werkbalk Aantekeningen te sluiten. Een afbeelding een naam geven 1. Tik op de toets Hulpprogramma's voor experimenten om het palet met Hulpprogramma's voor experimenten te openen. 2. Tik op Gegevens beheren om het scherm Gegevens beheren te openen. 3. Tik op Afbeeldingen beheren om het scherm Afbeeldingen beheren te openen. 4. Tik op Afbeelding hernoemen… om het scherm Afbeelding hernoemen… te openen. 5. Tik op de afbeelding waarvan u de naam wilt wijzigen en tik op OK. 6. Typ een nieuwe naam voor de afbeelding en tik op OK. 7. Tik op OK om het scherm Afbeeldingen beheren te sluiten en tik nogmaals op OK om het scherm Gegevens beheren te sluiten. Een afbeelding verwijderen en een nieuwe naam geven 1. Tik op de toets Hulpprogramma's voor experimenten om het scherm met Hulpprogramma's voor experimenten te openen. 2. Tik op Gegevens beheren om het scherm Gegevens beheren te openen. 3. Tik op Afbeeldingen beheren om het scherm Afbeeldingen beheren te openen. 4. Voer een van de volgende taken uit: l l Tik op en op OK om alle afbeeldingen te verwijderen.Alle afbeeldingen verwijderen Een enkele afbeelding verwijderen: tik op , tik op de te verwijderen afbeelding en op OK.Afbeelding verwijderen… 012-11074D 83 6 Afbeeldingen vastleggen Een afbeelding exporteren SPARKvue® l Een afbeelding een nieuwe naam geven: tik op , tik op de te verwijderen afbeelding en op OK.Afbeelding hernoemen… 5. Tik op OK om het scherm Afbeeldingen beheren te sluiten. Tik nogmaals op OK om het scherm Gegevens beheren te sluiten. Een afbeelding exporteren 1. Tik op de toets Delen om het gelijknamige scherm te openen. 2. Tik op het tabblad Afbeeldingen exporteren. 3. Tik nadat u de afbeeldingen hebt opgeslagen op OK om terug te gaan naar uw SPARKlab. 012-11074D 84 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® 7 Gegevensanalyse U kunt de statistieken van gegevensverwerkingen in alle schermen bekijken, inclusief de minimumwaarde, maximumwaarde, gemiddelde waarde, standaardafwijking en telling (of aantal punten).De zone statistiek is ook beschikbaar in een grafiek. Een grafiekweergave biedt ook de mogelijkheid om curve-aanpassingen uit te voeren, voorspellingen te tekenen en coördinaten, afstanden en hellingen op gegevensgroepen te zoeken. n "Gegevens analyseren in een grafiek": 85 n "Statistieken weergeven in een tabel": 96 n "Statistieken weergeven in cijferweergave": 98 n "Statistieken weergeven in een meter": 99 Gegevens analyseren in een grafiek n "Statistieken weergeven in een lijndiagram": 85 n "Een curve-aanpassing uitvoeren": 87 n "Een curve-aanpassing verwijderen": 88 n "Een voorspelling tekenen": 88 n "De x- en y-waarden zoeken van een punt": 89 n "Het x- en y-verschil vinden tussen twee punten": 90 n "De helling vinden op een punt in een gegevenscurve": 91 n "De correlatiecoëfficiënt (r) vinden": 93 n "De RMSE weergeven": 94 n "Gegevens analyseren in een grafiek met meerdere y-assen": 95 n "Statistieken weergeven in een staafdiagram": 96 Statistieken weergeven in een lijndiagram Om de minimale, maximale, gemiddelde, standaardafwijking, telling en gebied onder de curve van een gegevensverwerking weer te geven: 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: 012-11074D 85 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik] op de knop Statistieken om het scherm Statistieken te openen. 4. Tik] op een of meer van de statistieken. De geselecteerde statistieken worden gemarkeerd. 5. Tik op OK. De statistieken verschijnen in de grafiek. 6. Optioneel:Tik] op een deel van de gegevensgroep waarop de statistieken moeten worden toegepast Zie"Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram": 36. 7. Tik] opnieuw op de knop Statistieken om de statistieken te verwijderen. 012-11074D 86 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® Een curve-aanpassing uitvoeren Voer deze stappen uit om een lineaire, kwadratische, stroom, omgekeerde, omgekeerd vierkant, of sinus-aanpassing uit te voeren op een gegevensverwerking. 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik] op de knop Curve aanpassen om het scherm Curve aanpassen te openen. 012-11074D 87 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® 4. Tik] op een curve-aanpassing om deze te selecteren. 5. Tik op OK. De curve en parameters van de curve verschijnen op de grafiek. 6. U kunt eventueel ook een deel van de gegevensgroep selecteren waar u de curveaanpassing op wenst uit te voeren. Zie"Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram": 36. Een curve-aanpassing verwijderen 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de knop Curve-aanpassing. Een voorspelling tekenen Voer deze stappen uit om een diagram handmatig te schetsen: 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de knop Voorspelling. 3. Voer een van de volgende taken uit: l Een doorlopende curve op het diagram tekenen. l Tik] op verschillende locaties op het diagram om een reeks van verbonden punten te tekenen. 4. Tik om de voorspelling te verwijderenTik] op de knop Voorspelling. 012-11074D 88 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® De x- en y-waarden zoeken van een punt Voer deze stappen uit om een punt te selecteren op een grafiek en de coördinaten weer te geven: 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik] op de knop Selecteren. 012-11074D 89 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® De knop verandert van kleur. 4. Tik] op een punt in de grafiek 5. Tik op Voltooid. 6. Tik op de knop Informatie over de grafiekcoördinaten. 7. De x- en y-waarden van het geselecteerde punt worden weergegeven. 8. Tik] nogmaals op de knop Informatie over de grafiekcoördinaten om de selectie ongedaan te maken. Het x- en y-verschil vinden tussen twee punten Voer deze stappen uit om een bereik van punten te selecteren en de wijziging-in-x en de wijziging-in-y weer te geven tussen het eerste en het laatste punt in het geselecteerde bereik: 1. Optioneel: u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende 012-11074D 90 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik op de toets Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik op de toets Selecteren. De knop verandert van kleur. 4. Tik en sleep om gegevenspunten te selecteren. 5. Als de gewenste gegevenspunten gemarkeerd zijn, tikt u op Selectie gedaan. 6. Tik op de toets Selecteren. 7. Tik op de toets Coördinaten. Een aantekening verschijnt in het diagram met de volgende informatie: l De x- en y-waarden van het eerste punt in het geselecteerde bereik (x1 en y1). l De x- en y-waarden van het laatste punt in het geselecteerde bereik (x2 en y2). l De x- en y-verschillen tussen deze beide punten (dx en dy). 8. Om de aantekening te wissen, tikt u opnieuw op de toets Coördinaten. 9. Om de selectie te wissen, tikt u opnieuw op de toets Selecteren. De helling vinden op een punt in een gegevenscurve Voer deze stappen uit om de helling weer te geven op een geselecteerd punt: 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor 012-11074D 91 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik] op de knop Hellinghulpprogramma. Het Hellinghulpprogramma verschijnt op de grafiek met weergave van de helling op een punt. Het Hellinghulpprogramma verschijnt in het midden van de gegevensverwerking of, indien een deel van de gegevensverwerking geselecteerd werd, in het midden van het geselecteerde deel. Zie"Een deel van een gegevensverwerking selecteren voor een bewerking in een lijndiagram": 36. 012-11074D 92 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® 4. Tik] op de pijlen van de puntselector om het hellinghulpprogramma te verplaatsen naar nabijgelegen punten. 5. Tik om het hellinghulpprogramma te verbergenTikopnieuw op de knop Hellinghulpprogramma. De correlatiecoëfficiënt (r) vinden De correlatiecoëfficiënt (r) bepalen: 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik in de legendeTikop het symbool van de metingverwerking voor analyse ervan. Er verschijnt een rode omtrek rond de geselecteerde verwerking. 3. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 012-11074D 93 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® Het palet met hulpprogramma's voor lijndiagrammen wordt weergegeven. 4. Tik] op de knop Curve-aanpassing. Het scherm De gewenste curve-aanpassing selecteren verschijnt. 5. Tik] op de knop Lijnaanpassing. Tik op OK. De statistieken worden weergegeven in het lijndiagram en de knop Curve-aanpassing verandert van kleur. 6. U kunt het vak met statistieken desgewenst naar een andere positie slepen. 7. Om het vak met statistieken te verwijderenTik] op de knop Curve-aanpassing. De RMSE weergeven De RMSE bepalen: Als meerdere gegevensverwerkingen worden weergegeven, selecteert u eerst de gewenste verwerking: 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. 012-11074D 94 7 Gegevensanalyse Gegevens analyseren in een grafiek SPARKvue® ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik in de legendeTikop het symbool van de metingverwerking voor analyse ervan. Er verschijnt een rode omtrek rond de geselecteerde verwerking. 3. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. Het palet met hulpprogramma's voor lijndiagrammen wordt weergegeven. 4. Tik] op de knop Curve-aanpassing. Het scherm De gewenste curve-aanpassing selecteren verschijnt. 5. Tik] op een optie voor curve-aanpassing enTik op OK. De statistieken worden weergegeven in het lijndiagram en de knop Curve-aanpassing verandert van kleur. 6. U kunt het vak met statistieken desgewenst naar een andere positie slepen. 7. Om het vak met statistieken te verwijderenTik] u op de oranje knop Curve-aanpassing. De statistieken worden verwijderd uit het lijndiagram. Gegevens analyseren in een grafiek met meerdere y-assen Alle bewerkingen die mogelijk zijn op een grafiek met één y-as worden ook ondersteund voor grafieken met meerdere y-assen. Zie"Een lijndiagram met meerdere y-assen maken": 39. 012-11074D 95 7 Gegevensanalyse Statistieken weergeven in een staafdiagram SPARKvue® U kunt het volgende uitvoeren: n "Statistieken weergeven in een lijndiagram": 85 n "Een curve-aanpassing uitvoeren": 87 n "Een curve-aanpassing verwijderen": 88 n "Een voorspelling tekenen": 88 n "De x- en y-waarden zoeken van een punt": 89 n "Het x- en y-verschil vinden tussen twee punten": 90 n "De helling vinden op een punt in een gegevenscurve": 91 Statistieken weergeven in een staafdiagram U kunt als volgt de minimum, maximum en gemiddelde waarden voor staven weergeven, of de standaardafwijking van een gegevensverwerking: 1. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor staafdiagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de knop Statistieken om het scherm Statistieken te openen. 3. Tik] op één of meerdere statistiekopties om de statistiek te selecteren. 4. Tik op OK. De statistieken worden toegevoegd aan de grafiek. 5. Tik] opnieuw op de knop Statistieken om de statistieken te verwijderen. Statistieken weergeven in een tabel Om de minimale, maximale, gemiddelde, standaardafwijking weer te geven of om de telling van een gegevensverwerking weer te geven: 1. Optioneel:u kunt een andere gegevensverwerking selecteren. In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen 012-11074D 96 7 Gegevensanalyse Statistieken weergeven in een tabel SPARKvue® welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 2. Tik] op de knop Hulpprogramma's voor diagrammen om het palet met hulpprogramma's te openen. 3. Tik] op de knop Statistieken om het scherm Statistieken te openen. 4. Tik] op een of meer van de statistieken. De geselecteerde statistieken worden gemarkeerd. 5. Tik op OK. Statistieken verschijnen onderaan in iedere kolom. 6. Optioneel:Tik] op een groep cellen waarop statistieken moeten worden toegepast. Zie"Cellen selecteren voor bewerking in een tabel": 59. 7. Tik] opnieuw op de knop Statistieken om de statistieken te verwijderen. 012-11074D 97 SPARKvue® 7 Gegevensanalyse Statistieken weergeven in cijferweergave Statistieken weergeven in cijferweergave Om de minimale, maximale, gemiddelde, standaardafwijking weer te geven of om de telling van een gegevensverwerking weer te geven: In de legende van het diagram wordt de verwerking die geselecteerd werd voor bewerking omgeven door een rode lijn. Voer deze stappen uit om te wijzigen welke verwerking geselecteerd wordt: i. Tikop de legende. De legende vergroot. ii. in de legende op het symbool (maar niet het selectievakje) van de verwerking die u wilt selecteren. De rode omtrek wordt verplaatst naar de geselecteerde verwerking. Voorbeeldlegende Opmerking: wanneer u statistieken toepast, zoals het gemiddelde of de standaardafwijking, worden deze toegepast op de geselecteerde verwerking. 1. Tik] op de knop Cijferweergave hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de knop Statistieken om het scherm Statistieken te openen. 012-11074D 98 7 Gegevensanalyse Statistieken weergeven in een meter SPARKvue® 3. Tik] op een van de statistieken om deze te selecteren. 4. Tik op OK. De geselecteerde statistiek wordt weergegeven in de cijferweergave (in plaats van de meest recent verzamelde waarde). 5. Tik] op de knop Statistieken om opnieuw de meest recente gegevens weer te geven in de cijferweergave. Statistieken weergeven in een meter Om de minimale, maximale, gemiddelde, standaardafwijking weer te geven of om de telling van een gegevensverwerking weer te geven: 1. Tik] op de knop Cijferweergave hulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik] op de knop Statistieken om het scherm Statistieken te openen. 3. Tik] op een van de statistieken om deze te selecteren. 4. Tik op OK. De geselecteerde statistiek wordt weergegeven in de cijferweergave (in plaats van de meest recent verzamelde waarde). 5. Tik] op de knop Statistieken om opnieuw de meest recente gegevens weer te geven in de cijferweergave. 012-11074D 99 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Werken met berekeningen 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens n "Werken met berekeningen": 100 n "Handmatig gegevens invoeren": 102 Werken met berekeningen 1. "Het rekenmachinescherm openen": 100 2. "Een berekening maken": 100 3. "Een berekening weergeven": 102 Het rekenmachinescherm openen 1. Tik op de toets Hulpprogramma's voor experimenten. Het scherm Hulpprogramma's voor experimenten opent. 2. Tik op BEREKENDE GEGEVENS. Het rekenmachinescherm wordt geopend. Een berekening maken 1. Tik of klik op de knop Experimenthulpmiddelen. Het scherm Hulpprogramma's voor experimenten wordt geopend. 2. Tik of klik op BEREKENDE DATA. Het rekenmachinescherm wordt geopend. 3. Tik of klik op Inv. of voer een naam in voor de berekening, dan "=". Bijvoorbeeld: A= 4. Voer de berekening in met behulp van de procedures in de tabel Berekeningsprocedures. 012-11074D 100 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Werken met berekeningen Berekeningen kunnen een combinatie zijn van meetgegevens, wiskundige functies en tekst. Opmerking: De berekeningen moeten minstens één beschikbare meting of door de gebruiker gedefinieerde gegevens bevatten. Berekeningsprocedures Om... Doet u het volgende... Een bestaande uitdrukking bewerken Tik of klik op de knop 123 of αβγ. Een nieuwe uitdrukking starten Tik of klik op Inv.. U kunt de systeemgekozen naam van de uitdrukking wijzigen. Meetgegevens invoegen Tik of klik op Metingen om meetgegevens eender waar in de uitdrukking in te voegen. Functies selecteren Tik of klik op Wiskunde, Goniometrie, Statistiek, Speciaal 1, Speciaal 2 om functietypes te wijzigen naarmate u de uitdrukking opbouwt. Selecteer DEG of RAD Tik of klik op RAD of DEG om aan te geven hoe hoeken worden gemeten voor de functies Goniometrie. Tekst en cijfers toevoegen Gebruik het toetsenbord voor tekst en cijfers. Cijfers kunnen ook worden ingevoerd met de functie Wiskunde. Griekse letters gebruiken Tik of klik op de knop αβγ. Tik of klik op CAPS of SHIFT om te wisselen tussen Griekse kleine en hoofdletters. Cijfers toevoegen in boven- en onderschrift Tik of klik op de knop αβγ. Tik of klik op CAPS of SHIFT om te wisselen tussen cijfers in boven- en onderschrift. Nadat u de uitdrukking heeft aangemaakt, doet u het volgende: De uitdrukking voltooien Tik of klik op RETURN. SPARKvue kan u vragen om definities van variabelen en constanten in te voeren die gebruikt worden in de uitdrukking. De rekenmachine verlaten Tik of klik op klaar. 012-11074D 101 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Handmatig gegevens invoeren Een berekening weergeven Van zodra u een berekening hebt gemaakt, is ze beschikbaar voor weergave in iedere gegevensweergave. Voer deze stappen uit om de berekening te selecteren die u wilt weergeven. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 1. Tik op het vak Meting en op de berekening. 2. Tik op OK. Handmatig gegevens invoeren Tip: Gebruikersgegevens kunnen aangemaakt worden met behulp van een tabel. Zie Een tabel van handmatig ingevoerde gegevens aanmaken. 1. Open de lijst van metingen in het scherm Pagina-opbouw of het scherm Tabeleigenschappen. Zie "De lijst met metingen openen": 103 2. Maak een lege gegevensverzameling aan voor de invoer van cijfers en tekstgegevens. Zie "Een gegevensverzameling maken voor handmatige invoer": 103 3. Bereid een tabel voor om gegevens in te voeren. Zie "Een tabel voorbereiden voor handmatige gegevensinvoer": 104 4. Voer gegevens in de tabel in. Zie "Gegevens invoeren in een handmatige gegevensverzameling": 105 5. U kunt eventueel ook de ingevoerde gegevens in andere weergaven bekijken. Zie "Handmatig ingevoerde gegevens weergeven": 105 012-11074D 102 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Handmatig gegevens invoeren De lijst met metingen openen De beschikbare metingen weergeven 1. Tik de toets aan Startpagina. De beschikbare sensoren (inclusief camera's) worden weergegeven met hun respectieve metingen. 2. Tik op het pictogram om de metingenlijst voor elke sensor uit of dicht te vouwen. Lijst uitvouwen Lijst dichtvouwen Beschikbare door de gebruiker ingevoerde data weergeven 1. Tik de knop Startpagina. 2. Tik op het tabblad Ingevoerd door gebruiker. De door de gebruiker ingevoerde gegevensverzamelingen worden weergegeven onder: l Cijfergegevens ingevoerd door de gebruiker l Tekstgegevens ingevoerd door de gebruiker Een gegevensverzameling maken voor handmatige invoer Voer een van de volgende taken uit. n "Een gegevensverzameling maken om handmatig nummers in te voeren": 104 n "Een gegevensverzameling maken voor handmatig ingevoerde tekst": 104 n Een tabel van handmatig ingevoerde gegevens aanmaken 012-11074D 103 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Een tabel voorbereiden voor handmatige gegevensinvoer Een gegevensverzameling maken om handmatig nummers in te voeren Tip: Gebruikersgegevens kunnen aangemaakt worden met behulp van een tabel. Zie Een tabel van handmatig ingevoerde gegevens aanmaken. 1. In de lijst van metingen onder Experimentklok tikt of klikt u op Maak een data-set aan. Het scherm Defineer de data-set wordt geopend. 2. Selecteer het vak Naam van de meting: en voer een naam in voor de nieuwe gegevensverzameling. 3. Optioneel tikt of klikt u op het vak en voert u de naam van de eenheden in. 4. Tik of klik op OK. Een gegevensverzameling maken voor handmatig ingevoerde tekst Tip: Gebruikersgegevens kunnen aangemaakt worden met behulp van een tabel. Zie Een tabel van handmatig ingevoerde gegevens aanmaken. 1. In de lijst van metingen binnen Gebruiker-ingevoerde tekst data tikt of klikt u op Maak een data-set aan onder Gebruiker-ingevoerde tekst data. Het scherm Gegevensverzameling definiëren wordt geopend. 2. Tik of klik op het vak Naam van de meting: en voer een naam voor de nieuwe gegevensverzameling in. 3. Tik of klik op OK. Een tabel voorbereiden voor handmatige gegevensinvoer Afhankelijk van het scherm dat u ziet, voert u een van de volgende taken uit: 1. Een pagina opbouwen met een tabel. Zie"Een nieuwe SPARKlab-pagina starten": 107. 2. Tik op Meting selecteren. 3. Tik op de te gebruiken gegevensverzameling. Zie"Een gegevensverzameling maken voor handmatige invoer": 103. 4. Tik op OK. Er verschijnt een nieuwe tabel met de lege gegevensverzameling waar u gegevens kunt invoeren. 5. Voer gegevens in. Zie"Gegevens invoeren in een handmatige gegevensverzameling": 105. 012-11074D 104 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Gegevens invoeren in een handmatige gegevensverzameling Gegevens invoeren in een handmatige gegevensverzameling Nadat u een gegevensverzameling hebt aangemaakt (zie"Een gegevensverzameling maken voor handmatige invoer": 103 1. Tik op de toets Hulpprogramma's tabel om het palet met hulpprogramma's te openen. 2. Tik op de kop van de kolom voor de Door de gebruiker gedefinieerde gegevens. 3. Selecteer de gegevensverzameling. 4. Tik op een cel en voer de gegevens in. 5. Gegevens invoeren in een cel: a. Tik de eerste tabelcel aan waar u gegevens wenst in te voeren. b. Voer een getal of tekst in (naargelang het type gegevensverzameling dat u hebt gemaakt). 6. Herhaal de vorige stappen om gegevens in te voeren in andere cellen. Handmatig ingevoerde gegevens weergeven Van zodra u een gegevensverzameling hebt aangemaakt, is deze beschikbaar voor weergave in iedere gegevensweergave. Voer deze stappen uit om de gegevensverzameling te selecteren voor weergave. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 1. Tik op het vak Meting en op de gegevensverzameling. 2. Tik op OK. 012-11074D 105 SPARKvue® 8 Berekeningen en handmatig ingevoerde gegevens Handmatig ingevoerde gegevens bewerken Handmatig ingevoerde gegevens bewerken Door de gebruiker gedefinieerde gegevens invoeren 1. Optioneel: maak een nieuwe tabel. a. Tik op de toets Nieuwe pagina. Het scherm Een nieuwe pagina bouwen wordt geopend. b. Tik op de toets Nieuwe pagina. c. Tik op de toets Nieuwe pagina. Er wordt een tabel toegevoegd op de pagina. 2. Tik op de toets Meting selecteren. De Tabeleigenschappen openen. 3. Tik op het vak Meting. 4. TikIngevoerd door de gebruiker. 5. TikGegevensverzameling maken. 6. Voer een in Naam van de meting:. 7. Voer een in Naam van de eenheid:. 8. Tik op de van uw nieuwe gegevensverzameling. 9. Tik op OK. 10. Voer uw gegevens in. a. Tik op een cel in de kolom voor uw gegevens. b. Voer een waarde in. c. Tik op een andere cel en voer gegevens in. d. Herhaal dit tot alle gegevens zijn ingevoerd. 012-11074D 106 9 SPARKlab-pagina's opbouwen Een nieuwe SPARKlab-pagina starten SPARKvue® 9 SPARKlab-pagina's opbouwen SPARKlab-pagina's kunnen een enkele weergave of meerdere weergaven bevatten, afhankelijk van het geselecteerde sjabloon. Meerdere SPARKlab-pagina's kunnen worden aangemaakt in een werkboek. Tip: Om een snel SPARKlab te creëren voor weergave van een enkele meting, gebruikt u Aantonen. Zie "Gegevens tonen in een snel gebouwd SPARKlab": 11. Zie hieronder voor gedetailleerde instructies: n "Een nieuwe SPARKlab-pagina starten": 107 n Het sjabloon van de SPARKlab-pagina veranderen n "Over het toevoegen van elementen aan een SPARKlab-pagina": 111 n "Een achtergrondafbeelding toevoegen": 111 n "Een SPARKlab-pagina verwijderen": 112 n "Een lijndiagram aanmaken": 30 n "Een cijferweergave aanmaken": 60 n "Een tabel aanmaken": 54 n "Een nieuw staafdiagram aanmaken": 42 n "Een meter aanmaken": 63 n "Een camera-element aanmaken": 68 n Een media-element aanmaken n Een tekstvak aanmaken n Een Rich Text-vak aanmaken n Een evaluatie aanmaken n "Een afbeelding of mediabestand verwijderen of verplaatsen": 111 Een nieuwe SPARKlab-pagina starten Specifieke procedures op basis van het weergavetype Tik het weergavetype hieronder aan om de specifieke procedure te openen: Line Graph Digits Table Bar Graph Meter Camera 012-11074D 107 9 SPARKlab-pagina's opbouwen Een nieuwe SPARKlab-pagina starten SPARKvue® Media Text Assessment Media Rich Text Assessment Algemene procedure A. Ga naar het startscherm en maak een nieuw SPARKlab aan: Tik of klik op Bouwen. `Bouwen Ga verder naar stap 1. B. Voeg een nieuwe pagina toe binnen een SPARKlab: Tik of klik op de knop Nieuwe pagina. Ga verder naar stap 1. 1. Optioneel: Een achtergrondafbeelding toevoegen a. Tik of klik op de knop Een achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Open verschijnt. b. Tik of klik op een beeldbestand om het te selecteren. c. Tik of klik op Open. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 2. Selecteer een sjabloon in de bibliotheek. 012-11074D 108 9 SPARKlab-pagina's opbouwen Een nieuwe SPARKlab-pagina starten SPARKvue® Scrol omhoog of omlaag om de sjablonen te overlopen De Weergaveselectie wordt geopend voor elke plaatshouder. Als u alleen de achtergrond wilt weergeven op een pagina, sluit u de weergaveselectie. Tip: 3. Tik op een weergavetype voor elke plaatshouder. 012-11074D 109 9 SPARKlab-pagina's opbouwen Een nieuwe SPARKlab-pagina starten SPARKvue® Lijndiagram Cijfers Tabel Staafdiagram Meter Camera Media Tekst Evaluatie Media Rich Text Evaluatie 4. Voor camera's: Tik of klik op de knop Beeldhulpprogramma's om de camera te starten. Zie Een camera-afbeelding vastleggen. 5. Voor mediavakken: Tik of klik op de knop Een mediabestand selecteren en navigeer naar een ondersteund videobestand. Tip: Gebruik video's om concepten aan te leren in het lab of labprocedures. 6. Voor tekstvakken: Typ de tekst in het tekstvak in. Tip: Probeer de knoppen van symbolen en Griekse letters. 7. Voor Rich Text-vakken: Typ de tekst in het Rich Text-vak in. Tip: Gebruik de formaathulpprogramma's om de tekst te verbeteren met kleur, grootte, vet gedrukt enz. 8. Voor evaluaties: Tik of klik op de knop Een beoordeling toevoegen. Zie Een evaluatie schrijven. 9. Voor andere gegevensweergaven: Selecteer de gegevens voor elke weergave op de pagina. a. Tik of klik op het (de) gegevenslabel(s) op het scherm, bijvoorbeeld: Meting selecteren, X-as Variabele, Y-as Variabele, Een beoordeling toevoegen of b. Open de weergave-eigenschappen en selecteer de gegevens. i. Tik op de knop Hulpprogramma's weergave in de linkerhoek boven- of onderaan de weergave. ii. Tik op de toets Eigenschappen. 012-11074D 110 SPARKvue® 9 SPARKlab-pagina's opbouwen Over het toevoegen van elementen aan een SPARKlabpagina Over het toevoegen van elementen aan een SPARKlabpagina Een SPARKlab-pagina wordt opgebouwd door eerst een sjabloon te kiezen en vervolgens elementen stuk per stuk toe te voegen in het scherm Bouwen. Naarmate elementen toegevoegd worden, worden ze weergegeven in de voorbeeldsectie van het scherm Bouwen. Raadpleeg "Een nieuwe SPARKlab-pagina starten": 107 voor gedetailleerde instructies. Een afbeelding of mediabestand verwijderen of verplaatsen Tik] op de knop Camerahulpprogramma's of Mediahulpprogramma's om het palet met hulpprogramma's te openen. Voer een van de volgende taken uit: l Tik] op de knop Verwijderen om de afbeelding te verwijderen. l Tik] op de knop Laden om een nieuw beeldbestand te laden. Een achtergrondafbeelding toevoegen Een achtergrondafbeelding vult de volledige SPARKlab-pagina.Elementen op de pagina (gegevensweergaven, tekstvakken en afbeeldingvakken) worden overlapt voor de achtergrondafbeelding. De achtergrondafbeelding wordt gekopieerd van een opgeslagen afbeeldingbestand.U kunt bestanden van eender welke grootte gebruiken;SPARKvue [product name] zal de afbeelding herschalen volgens de pagina. Voer deze stappen uit in het scherm Pagina-opbouw (zie"Een nieuwe SPARKlabpagina starten": 107): 012-11074D 111 9 SPARKlab-pagina's opbouwen Een SPARKlab-pagina verwijderen SPARKvue® 1. Tik] op de knop Achtergrondafbeelding selecteren. Het venster Openen verschijnt. 2. Tikeen afbeeldingbestand om het te selecteren. 3. Tik op Openen. De achtergrondafbeelding wordt toegevoegd aan het voorbeeld. 4. Selecteer een sjabloon. Tip:als u alleen de achtergrond wilt weergeven op een pagina, sluit u de weergaveselectie. Een SPARKlab-pagina verwijderen Tik tijdens de weergave van de pagina in SPARKlabTikop de knop Pagina verwijderen. 012-11074D 112 10 Opslaan en delen Een SPARKlab opslaan (lokaal en online) SPARKvue® 10 Opslaan en delen n "Een SPARKlab opslaan (lokaal en online)": 113 n "Een lab afdrukken": 114 n "Gegevens exporteren": 114 n "Een opgeslagen lab openen": 115 n "Online Storage Services gebruiken": 115 Een SPARKlab opslaan (lokaal en online) Uw werk lokaal opslaan: 1. tik op de toets Delen om het scherm Delen te openen. 2. Tik op BESTAND OPSLAAN ALS. Het venster Opslaan wordt geopend. 3. Sla het lab op in het huidige bestand of navigeer naar de map waar u het wilt opslaan. 4. Gebruik de huidige bestandsnaam of voer een bestandsnaam in. 5. Tik op OK. Tip: nadat u een bestand met de bovenstaande procedure hebt opgeslagen, kunt u het bestand snel opnieuw gebruiken: tik op BESTAND OPSLAAN in plaats van op BESTAND OPSLAAN ALS in het scherm Delen. Uw werk opslaan met Online Storage Services: 1. Tik of klik op de knop Delen om het scherm Delen te openen. 2. Tik of klik op Online Storage Services. Het dialoogvenster Online Storage Services wordt geopend. 3. Selecteer de gewenste dienst en volg de instructies. Inbegrepen diensten: l Google Drive l Box l Dropbox 012-11074D 113 10 Opslaan en delen Een lab afdrukken SPARKvue® l FTP l WebDAV Opmerking: Naargelang uw veiligheidsinstellingen is het mogelijk dat u moet tikken of klikken op Toestaan tijdens het aanmeldingsproces voor de Online Storage Services. Tip: Er kan meer dan één Online Storage Services openstaan. Tik of klik herhaaldelijk op Online Storage Services om extra diensten te openen. Een lab afdrukken Het SPARKlab kan niet rechtstreeks afgedrukt worden; u kunt echter SPARKlab-pagina's vastleggen in het logboek en het logboek afdrukken. Voer deze stappen uit om momentopnamen te nemen van SPARKlab-pagina's en de momentopnamen af te drukken: 1. Op iedere SPARKlab-pagina die u wilt afdrukken, tikt u op de toets Momentopname. 2. Telkens u op de toets Momentopname tikt, verschijnt Momentopname snelweergave even op het scherm en wordt een kopie van de pagina toegevoegd aan het logboek. 3. Tik op het tabblad Logboek. 4. Tik op Logboek afdrukken om het venster Afdrukken te openen. 5. Tik op een printer en op Afdrukken. 6. Tik op Klaar om terug te keren naar uw SPARKlab. Gegevens exporteren Wanneer u gegevens exporteert, wordt een met tab gescheiden tekstbestand opgeslagen dat geopend kan worden in een ander programma. Merk op dat het exporteren van gegevens niet gelijk is aan het opslaan van het lab. Als u van plan bent om uw werk later in te heropenen, moet u ook het lab opslaan.SPARKvue 012-11074D 114 10 Opslaan en delen Een opgeslagen lab openen SPARKvue® 1. Tik op de toets Delen om het scherm Delen te openen. 2. Tik op GEGEVENS EXPORTEREN om het venster Gegevens exporteren te openen. 3. Navigeer naar de map waar u het bestand wilt opslaan. 4. Voer een bestandsnaam in. 5. Tik op Opslaan. 6. Tik op Klaar. 7. Om de opgeslagen gegevens te bekijken, opent u het bestand in een rekenbladprogramma, mappingprogramma, tekstverwerker of teksteditor. Een opgeslagen lab openen 1. Tik of klik op de knop Startpagina om terug te keren naar het scherm Startpagina. 2. Op het scherm Startpagina tikt of klikt u op Opgeslagen werk. Opgeslagen werk 3. Tik of klik op het bestand. 4. Tik of klik op Open. Het lab wordt geopend. Online Storage Services gebruiken De functie Online Storage Services biedt toegang tot verschillende diensten zoals Google Drive, Box, Dropbox, Evernote, FTP en WebDAV. n "Aanmelden bij Online Storage Services": 115 n "Een bestand openen vanuit Online Storage Services": 116 n "Een bestand opslaan in Online Storage Services": 117 Aanmelden bij Online Storage Services 1. Indien niet op het Startpaginascherm: Tik of klik op de knop Startpagina om terug te keren naar het scherm Startpagina. 012-11074D 115 10 Opslaan en delen Online Storage Services gebruiken SPARKvue® 2. Tik of klik op Online Storage Services in het SPARKlabs-paneel. Online Storage Services Het dialoogvenster Online Storage Services wordt geopend. 3. Selecteer de gewenste dienst en volg de instructies. Inbegrepen diensten: l Google Drive l Box l Dropbox l FTP l WebDAV Opmerking: Naargelang uw veiligheidsinstellingen dient u mogelijk de Online Storage Services toe te staan voor aanmelding. Tip: Er kan meer dan één Online Storage Services openstaan. Tik of klik herhaaldelijk op Online Storage Services om extra diensten te openen. Een bestand openen vanuit Online Storage Services 1. Indien niet op het Startpaginascherm: Tik of klik op de knop Startpagina om terug te keren naar het scherm Startpagina. 2. Tik of klik op Online Storage Services in het SPARKlabs-paneel. Online Storage Services Het dialoogvenster Online Storage Services wordt geopend. 3. Selecteer de gewenste dienst en volg de instructies. Inbegrepen diensten: l Google Drive l Box l Dropbox l FTP l WebDAV Opmerking: Naargelang uw veiligheidsinstellingen dient u mogelijk de Online Storage Services toe te staan voor aanmelding. 012-11074D 116 10 Opslaan en delen Online Storage Services gebruiken SPARKvue® Tip: Er kan meer dan één Online Storage Services openstaan. Tik of klik herhaaldelijk op Online Storage Services om extra diensten te openen. Een bestand opslaan in Online Storage Services 1. Tik of klik op de knop Delen om het scherm Delen te openen. 2. Tik of klik op Online Storage Services. Het dialoogvenster Online Storage Services wordt geopend. 3. Selecteer de gewenste dienst en volg de instructies. Inbegrepen diensten: l Google Drive l Box l Dropbox l FTP l WebDAV Opmerking: Naargelang uw veiligheidsinstellingen is het mogelijk dat u moet tikken of klikken op Toestaan tijdens het aanmeldingsproces voor de Online Storage Services. Tip: Er kan meer dan één Online Storage Services openstaan. Tik of klik herhaaldelijk op Online Storage Services om extra diensten te openen. 012-11074D 117 11 Een logboek bijhouden Een momentopname nemen SPARKvue® 11 Een logboek bijhouden Het logboek biedt u de mogelijkheid om tijdens het verloop van het wetenschappelijk onderzoek uw werk bij te houden in een reeks afbeeldingen en bijschriften. Deze stappen bieden een samenvatting van de procedure voor het bijhouden van een logboek. Raadpleeg de volgende taken voor gedetailleerde instructies. 1. Een momentopname nemen. ("Een momentopname nemen": 118) Een afbeelding van de SPARKlab-pagina wordt opgenomen. 2. U kunt eventueel ook een bijschrift toevoegen aan de momentopname. ("Een bijschrift toevoegen aan een momentopname of een bestaand bijschrift bewerken": 119) 3. Herhaal de vorige stappen op ieder moment tijdens uw wetenschappelijk onderzoek. 4. Het logboek opslaan, exporteren of afdrukken. ("Een logboek opslaan of exporteren": 120) Een momentopname nemen U kunt deze stappen op ieder moment tijdens uw wetenschappelijk onderzoek uitvoeren om een afbeelding van de SPARKlab-pagina op te slaan. 1. Tik of klik op de knop Momentopname. De SPARK maakt een opname van de SPARKlab-pagina en de miniatuur ervan wordt samen met de andere miniaturen weergegeven. 2. Tik of klik op de sluitknop. Het logboek openen Tik of klik op de knop LOGBOEK. 012-11074D 118 SPARKvue® 11 Een logboek bijhouden Een bijschrift toevoegen aan een momentopname of een bestaand bijschrift bewerken Een bijschrift toevoegen aan een momentopname of een bestaand bijschrift bewerken 1. Tik of klik op de knop LOGBOEK bewerken. 2. Klik een van de miniaturen van het logboek. De hulpmiddelen voor bewerking van het logboek worden geopend. 3. Tik of klik op het vak Naam: en voer de naam van het bijschrift in of bewerk hem. 4. Tik of klik op het vak Nota's: en voer de aantekeningen in of bewerk ze. 5. Tik of klik op OK. Navigeren in het logboek 1. In het logboek tikt of klikt u op een miniatuur aan de rechterzijde van het scherm om een logboekinvoer te bekijken. 2. Sleep omhoog of omlaag om doorheen de miniaturen te scrollen. Een logboekinvoer of momentopname verwijderen Een geselecteerde momentopname verwijderen 1. Klik op de knop LOGBOEK bewerken. 2. Tik of klik op de te verwijderen invoer. 3. Tik of klik op de knop Verwijder om de momenteel zichtbare logboekinvoer te verwijderen. 4. Tik of klik op OK. 012-11074D 119 11 Een logboek bijhouden Logboekinvoer herschikken SPARKvue® De laatste momentopname verwijderen 1. Tik of klik op de knop Momentopname. 2. Tik of klik op de knop Verwijder om de momenteel zichtbare logboekinvoer te verwijderen. 3. Tik of klik op OK. Logboekinvoer herschikken 1. Tik of klik op de knop LOGBOEK bewerken. 2. Tik of klik op de invoer om te verplaatsen. 3. Tik of klik op de knop Logboekinvoer omhoog bewegen of op de knop Logboekinvoer omlaag bewegen. Het logboek sluiten Tik of klik op OK om het logboek te sluiten en terug te keren naar SPARKlab. Een logboek opslaan of exporteren Voer een van de volgende taken uit om een logboek op te slaan: l Het volledige lab opslaan. ("Een SPARKlab opslaan (lokaal en online)": 113) Het logboek wordt opgeslagen als onderdeel van het lab. l Het logboek exporteren. ("Een logboek exporteren": 121) Het logboek wordt opgeslagen in een formaat dat weergegeven kan worden in een webbrowser. 012-11074D 120 11 Een logboek bijhouden Een logboek exporteren SPARKvue® Een logboek exporteren Wanneer u een logboek exporteert, wordt het opgeslagen als een groep bestanden die weergegeven kunnen worden in een webbrowser. Opmerking: Het exporteren van het logboek is niet gelijk aan het opslaan van het lab. Als u van plan bent om uw werk later in SPARKvue te heropenen, moet u ook het lab opslaan. Voer deze stappen uit om het logboek te exporteren: 1. Open het venster LOGBOEK EXPORTEREN. Indien u momenteel het logboek aan het bekijken bent: a. Tik of klik op eender welke pagina van het logboek. De hulpmiddelen voor bewerking van het logboek worden geopend. b. Tik of klik op de knop Delen om het scherm Delen te openen. Het venster LOGBOEK wordt geopend. c. Tik of klik op LOGBOEK EXPORTEREN. Indien u het logboek niet aan het bekijken bent: a. Tik of klik op de knop Delen om het scherm Delen te openen. b. Tik of klik op LOGBOEK EXPORTEREN. 2. Navigeer naar de map waar u het logboek wilt opslaan. 3. Voer een bestandsnaam in. 4. Tik of klik op OPSLAAN. Het systeem maakt een nieuwe map aan met de bestandsnaam die u hebt ingevoerd en slaat een groep van tekst- en afbeeldingbestanden plus een HTMLbestand op in deze map. 5. Tik of klik op Gereed om terug te keren naar uw SPARKlab. 6. Om het logboek te bekijken, opent u het HTML-bestand in een webbrowser. 012-11074D 121 11 Een logboek bijhouden Een logboek afdrukken SPARKvue® Een logboek afdrukken 1. Tik of klik op de knop LOGBOEK. 2. Tik of klik op een van de miniaturen van het logboek. De hulpmiddelen voor bewerking van het logboek worden geopend. 3. Tik of klik op de knop Delen om het scherm Delen te openen. 4. Het venster Logboek wordt geopend. 5. Tik of klik op PRINT LOGBOEK om het venster Print te openen. 6. Tik of klik op een printer en tik of klik op Print. 7. Tik of klik op Gereed om terug te keren naar uw SPARKlab. 012-11074D 122 12 Algemene taken Pagina's omslaan SPARKvue® 12 Algemene taken n "Pagina's omslaan": 123 n "Terugkeren naar de Startpagina": 123 n "Symbolen en Griekse letters invoeren": 123 n "Het scherm Over openen.SPARKvue ": 124 n "Taal instellen": 124 Pagina's omslaan l l Tik op de pijlen van de Paginabrowser om naar de vorige of volgende pagina te gaan. Tik het midden van de Paginabrowser om een menu te openen van waaruit u om het even welke pagina in het SPARKlab kunt selecteren. Terugkeren naar de Startpagina Tik op de toets Startpaginaom een SPARKlab te sluiten en terug te keren naar de Startpagina. Symbolen en Griekse letters invoeren Gebruik het toetsenbord op het scherm om symbolen of Griekse letters in te voeren. l Om interpunctie en andere symbolen in te voeren, tikt u op de toets Interpunctie. l Om Griekse letters in te voeren, tikt u op de toets Griekse letters. 012-11074D 123 12 Algemene taken Het scherm Over openen.SPARKvue SPARKvue® l l Tik op CAPS of SHIFT om te wisselen tussen Griekse kleine en hoofdletters. Om bovenschrift- of onderschriftcijfers in te voeren, gebruikt u de cijfertoetsen op het Grieks toetsenbord. l Tik op CAPS of SHIFT om te wisselen tussen onder- en bovenschrift. l Tik op Klaar als u de symbolen of Griekse letters hebt ingevoerd. Het scherm Over openen.SPARKvue 1. Tik op de toets Over om het scherm Over te openen.SPARKvue 2. Tik op Over om informatie weer te geven over de geïnstalleerde versie van .SPARKvue . Taal instellen 1. Tik op de toets Apparaathulpmiddelen om het scherm Apparaathulpmiddelen te openen. 2. Tik op de toets Taal. 3. Tik in het vak Taal en selecteer een taal. 4. Tik op OK om het scherm Taal selecteren te sluiten. 5. Tik op OK om het scherm Apparaathulpmiddelen te sluiten. 6. Verlaat het programma en start het weer op.SPARKvue 012-11074D 124
© Copyright 2025 ExpyDoc