De Stadstuin aan Dampoort is er voor alle Gentenaars

14.04.2014
dienst communicatie
GENT
De Stadstuin aan Dampoort is er voor alle Gentenaars
Drie maanden nadat de eerste
kerstboom er werd neergepoot,
bloeit de nieuwe stadstuin aan
Dok Zuid in volle glorie. De pas
opgerichte vzw De Stadstuin
heeft tal van ideeën en plannen
voor het braakliggende stuk
grond aan de Dampoort. Aanstaande zaterdag opent de tuin
met een grote picknick.
Bert Ostyn in de stadstuin aan Gent Dampoort. Foto Didier Verbaere
Initiatiefnemer Bert Ostyn wil
het braakliggend terrein aan de
Dampoort omvormen tot een
tuin voor alle Gentenaars en
kreeg het terrein de komende
drie jaar onder zijn hoede van de
stad Gent. Met zijn eigen bedrijfje Kangroen geeft hij workshops
over verticaal en ecologisch tuinieren. Die kennis wil hij nu
doorgeven in De Stadstuin. «Ondertussen hebben we met een
tiental mensen de vzw De Stadstuin opgericht. Ons plan is om
overal in de stad soortgelijke terreinen om te vormen tot sociaal,
ecologische, duurzame en zelfs
economische projecten. Een
soort van groene stippen gordel
doorheen de stad,» weet Bert Ostyn. Het terrein aan de Dampoort,
tussen Dok-Zuid en het water van
het Handelsdok is het pilootproject van de vzw. «Heel wat buurtbewoners vonden ondertussen
de weg naar hier om te wandelen.
En we hebben ondertussen een
lijst met 90 vrijwilligers die willen
meewerken in de tuin. Mensen
van de sociale tewerkstelling De
Sleutel bouwden ondertussen
vier kippenrennen. Wie wil, kan
een kip adopteren om te verzorgen in ruil voor dagverse eieren,»
legt Bert uit. «Binnenkort komt er
ook een grote yurt (Mongoolse
nomadentent, nvdr.) op het terrein waar we workshops kunnen
organiseren bij slecht weer of
waar kinderen in het droge kunnen spelen. Momenteel zijn we
ook gestart met een cursus verticaal aardappelen telen. En half
mei opent het Tuin Café. Daar zullen we elk weekend picknickmanden verkopen met producten uit de onmiddellijke omgeving van Gent. Mensen kunnen
dan op zonnige dagen komen genieten van dit stukje groen. Het
Tuin Café zal mee gebouwd worden door mensen van de vzw Mirabello, een psycho-sociaal revalidatiecentrum», weet Bert. De
Stadstuin opent officieel met een
grote picknick op zaterdag 19
april van 10 tot 14 uur. Alle info op
www.de-stadstuin.be. (DVL)
SINT-ODA WORDT 50
Mia Seresia tussen haar bewoners. “Ik kom nog minstens vier dagen per week langs.” Foto Raymond LEMMENS
OPRICHTSTER MIA SERESIA (89) KOMT NOG ELKE WEEK
NAAR GEHANDICAPTENCENTRUM
“Ik leef voor onze bewoners”
OVERPELT - In september wordt ze 90. Maar er gaat
haast geen dag voorbij, zonder dat Mia een bezoekje
brengt aan Sint-Oda. Samen met haar man zaliger
Gilbert Seresia, richtte ze vijftig jaar geleden het
dienstencentrum in Overpelt op, voor kinderen en
volwassen met een ernstige tot diep mentale beperking. “Toen we in de jaren zeventig onze afdeling
voor volwassenen openden, hebben we veel gehandicapten uit de psychiatrie gehaald”, vertelt Mia.
“Verschillende van die gasten wonen hier nog altijd.”
❞
Mia Seresia-Oversteyns is bijna
90. Maar dat geef je haar niet.
Ze is kranig en weet heel goed
waar ze mee bezig is. “Ik kom
hier nog minstens vier dagen
per week langs”, vertelt Mia, die
een legertje van 600 vrijwilligers
aanvoert. “Twee dagen kom ik
de bewoners eten geven. Verder
volg ik de unitvergaderingen en
de directievergaderingen.”
Wanneer ze met haar wandelstok
door de gangen en woonzones
van Sint-Oda kuiert, knikt
‘mama Mia’ iedereen goeiendag. Haar Sint-Oda, dat ze 50
jaar geleden oprichtte met haar
echtgenoot Gilbert, die in 2007
overleed. “Wij hadden zelf een
zwaar mentaal gehandicapte
zoon, Stijn”, vertelt Mia. “Hij
is gestorven in 1953, toen hij een
jaar was. Nadien namen verschillende ouders van kinderen met
een zware handicap contact
met ons op. Als zij een instelling
voor hun kind zochten, kregen
ze altijd hetzelfde antwoord: er
is geen plaats, er zijn geen roepingen van broeders en zusters meer.
In Limburg was maar één
instelling: Sint-Elisabeth in
“In 1977 is het nieuwe complex
voor volwassenen en adolescenten
geopend”, gaat Mia verder. “Indertijd zaten ook veel gehandicapten
in de psychiatrie. Ze konden maar
tot hun 21 jaar in een instelling
blijven en meestal was het voor de
ouders te moeilijk om voor hen te
zorgen. Dus moesten ze maar naar
de psychiatrie, waar ze vol medicatie werden gestopt. Wij hebben
toen veel mensen uit de psychiatrie
gehaald. Ze wisten niet echt wat er
aan de hand was. Maar hier voelen
ze wel dat ze op een warme manier
behandeld worden. Hen gelukkig
maken is ons doel. Verschillende van
die gasten wonen hier nu nog.”
Even later gaan we met Mia langs
in de leefgroep, met de bewoners die
in de jaren ‘70 vanuit de psychiatrie
naar Sint-Oda zijn gehaald. Ze kent
ze allemaal even goed. “Hier is ons
Martha (76)”, zegt Mia, terwijl
ze een van de bewoners een hand
geeft. “Wie gaat er mee op de foto?
Wie gaat er mooi lachen?” Even
later geeft ze Camy (73) een knuffel.
“Jij blijft nog even bij ons hé”, zegt
Mia. “Camy was een paar weken
geleden nog terminaal, maar ze is er
weer helemaal bovenop.” Dan komt
Wijchmaal. Mijn man was in die
tijd burgemeester, ik zat in de provincieraad. Mijn man heeft contact
gelegd met de broeders van liefde,
de zusters van liefde, andere zusters.
Tot een zusteroverste uit Heerlen
een schepen van Neerpelt contacteerde, omdat ze een terrein aan het
zoeken waren. In Neerpelt was er
geen plaats. En wij waren op zoek
naar een orde die de instelling mee
wilde stichten. Daarop hebben we
contact opgenomen en zo is SintOda gegroeid.”
Psychiatrie
Via een onderzoek van de sociale commissie wisten Mia en haar
man Gilbert wat de noden in onze
provincie waren. “Er waren tussen
de 700 en 900 kinderen en volwassenen die een plaats zochten”,
vertelt ze. “Daarom zagen we het
meteen tamelijk groot. Tijdens de
eerste bouwfase hebben we 120
plaatsen voor kinderen gecreëerd,
in een tweede bouwfase voor 110
adolescenten en volwassenen. In
1968 hebben we de eerste schop
in dit terrein gestoken. Twee jaar
later zijn onze eerste kinderen hier
komen wonen.”
WIJ HEBBEN VEEL
GEHANDICAPTEN
UIT DE PSYCHIATRIE
GEHAALD. ZE
VOELEN DAT
ZE HIER OP EEN
WARME MANIER
BEHANDELD
WORDEN
Oprichtster Mia SERESIA
Jeanneke (79) erbij. “Zij is de tweede
oudste van Sint-Oda”, weet Mia.
Sint-Oda werkte van bij de start met
kleine leefgroepen. “De opvatting
van mijn man was nieuw”, zegt ze.
“De kleinste leefgroepen die er tot
dan toe waren, waren groepen met
24 bewoners. Bij ons kozen we voor
maximum 10 gasten per leefgroep.
Onze leefgroepen waren gemengd:
jongens en meisjes samen. Ook dat
was nieuw. En we wilden een open
leefgroep: de ouders konden de
kinderen komen bezoeken wanneer
ze wilden. Geen bezoekerszalen of
bezoekkamers, maar gewoon in de
leefgroep. Het persoonlijke contact
tussen de inwoners en de opvoeders
was voor ons heel belangrijk. Zo’n
leefgroep moest een kleine familie
zijn. Die opvatting is al die tijd
hetzelfde gebleven.”
Snoezelen
Maar op andere vlakken is SintOda wel veranderd in de loop der
jaren. “Bij elke ontwikkeling zoeken we naar nieuwigheden”, zegt
Mia. “Binnenkort start een nieuwe
bouwfase. In het extra gebouw
krijgt elke gast zijn eigen studio.
We hebben ook een zwembad dat
niet gesubsidieerd is”, benadrukt
ze. “En we hebben onze nieuwbouw
met Sens City, speciaal uitgerust om
de zintuigen te stimuleren. Daar is
een trilvloer, bewegingstherapie,
muziektherapie, een snoezelruimte... Wij waren in de jaren ‘80 bij
de eersten die zo’n snoezelruimte
hadden.”
Ook de dagindeling is vandaag
helemaal anders. “De eerste jaren
gingen de opvoeders wandelen met
de bewoners, ze speelden spelletjes
en aten samen. Nu hebben we
opvoeders, logopedisten, bewegingstherapeuten, kinesisten...
Onze manier van werken en veel
van onze technieken zijn door
anderen overgenomen.”
Levenswerk
Sint-Oda is het levenswerk van
Gilbert en Mia. “Dit is waar ik
voor leef”, knikt ze. “En intussen hebben we een hele bekwame
directeur”, lacht ze, wanneer directeur Gi Lagrain binnenkomt.
Uiteraard mag de vijftigste
verjaardag van Sint-Oda niet
ongemerkt voorbij gaan. Momenteel heeft het internationale
Circus Herman Renz zijn tenten
opgeslagen op de terreinen van
het dienstencentrum. Op 14 mei
is er een groot dorpsfeest met alle
zorginstellingen van Overpelt.
En in september is het dubbel
feest: dan wordt Mia 90. “Alle
vijf jaar geef ik in de tuin een
groot feest voor iedereen van
Sint-Oda”, zegt ze. “Dit keer
combineren we mijn verjaardagsfeest met een musical waarin
de gasten van Sint-Oda optreden.” Ook koningin Mathilde
is uitgenodigd om in november
langs te komen. Voorlopig heeft
ze nog niet toegezegd.
L
Hanne DE BELIE
Paul THEEUWEN
Circus Herman Renz heeft
zijn tenten opgeslagen aan
Sint-Oda. Er zijn nog tickets
voor de voorstelling van
zaterdagavond
12 april. Telefonisch
reserveren (011/64.28.60)
of aan de kassa.
EXPO
BINNENLAND
ZURBARAN
Schilderijen vol extase en intensiteit
van de Spaanse
barokkunstenaar.
Bozar, Brussel,
tot 25/5.
MICHAEL
BORREMANS
Aantrekkelijke
selectie uit de
schilderijen,
tekeningen en
video’s van een
kunstenaar in de
kijker.
Bozar, Brussel,
tot 3/8.
SAX 200
Een weelde van won- De universiteitsbibliotheek van Leuven na de verwoestende brand
derlijke toeters komt in 1914. Museum M toont de ravage die een oorlog veroorzaakt.
© Alphonse en Pierre Emile Arnou, 1914
uit de kast voor de
tweehonderdste getot 25/5.
boortedag van Adolphe Sax.
Muziekinstrumentenmuseum, Brussel, tot
11/1/2015.
NASS BELGICA
Of hoe een installatie een schilderij wordt.
Het verhaal van de Marokkaanse gastarbeiders in België aan de hand van kunstwerken, video-beelden, foto’s en pakkende documenten.
Sterke foto’s op de grens van normaliteit en
abnormaliteit.
Botanique, Brussel, tot 27/4.
FRANZ ERHARD WALTHER
Groot overzicht van de Duitse
kunstenaar die op zoek ging
naar de grenzen van de
beeldhouwkunst.
Wiels, Brussel, tot 11/5.
’14-’18: DIT IS ONZE GESCHIEDENIS!
Niet alleen de soldaten in de loopgraven,
maar ook de harde bezetting daarbuiten
tijdens de Eerste Wereldoorlog.
RICHARD JACKSON
Smak, Gent, tot 1/6.
ROGER BALLEN
Museum Dr. Guislain, Gent, tot 31/8.
DE ROZE SPION
Narcisse Tordoir brengt schilderijen tot leven
in monumentale tableaux-vivants.
Muhka, Antwerpen, tot 25/5.
BROOMBERG & CHANARIN
Conceptuele fotografie op het scherp van de
snede.
Fotomuseum, Antwerpen, tot 8/6.
BIRDS OF PARADISE
De verenpracht van exotische vogels is niet
weg te denken uit modieuze kleding.
Legermuseum, Brussel, tot 26/4/2015.
TO THE POINT
Modemuseum, Antwerpen, tot 24/8.
RAVAGE
De schoonheid van het pointillistische portret.
Oorlog spaart niets of niemand, ook kunst en
cultuur niet.
ING Cultuurcentrum, Brussel, tot 18/5.
DE VERDWENEN MAGRITTES
M, Leuven, tot 1/9.
EROS C’EST LA VIE
Merkwaardige reconstructies van Magritteschilderijen die verloren gingen.
Erotiek in de moderne kunst.
René Magritte Museum, Jette, tot 14/9.
GERICAULT
Galerie Ronny Van de Velde, Knokke,
tot 29/6.
CINEMA JOOSTENS
De bizarre beeldenwereld van de romantische Fransman.
Bevreemdende schilderijen van een avantgardist van het eerste uur.
Museum voor Schone Kunsten, Gent,
Muzee, Oostende, tot 15/6.
E4 ECONOMIE
DE STANDAARD
ZATERDAG 12, ZONDAG 13 APRIL 2014
SODEXO IS VEEL MEER DAN CATERING EN CHEQUES
Iedereen is
klant, ook
de gevangenen
Elke Belg kent Sodexo als uitgever van
dienstencheques en maaltijdcheques. Of als
uitbater van bedrijfsrestaurants. Maar de
Sodexo-groep levert ook diensten aan de
gezondheidszorg en het onderwijs. En denk
voortaan bij Sodexo ook maar aan de exploitatie
van gevangenissen.
IN CIJFERS
SODEXO WERELDWIJD
b Jaaromzet: 18 miljard euro
b Personeel: 428.000
b Sites: 33.300
SODEXO BELGIE
Jaaromzet: 380 miljoen euro
b Personeel: 4.000
b Sites: 1.200
b
JOHAN RASKING
BRUSSEL | De federale regering-Di Rupo heeft de uitbating
van het gloednieuwe forensisch
psychiatrisch centrum in Gent,
goed voor 272 geïnterneerden, toegewezen aan het consortium van
de Nederlandse zorggroep Parnassia en de Franse dienstenmultinational Sodexo. Aan een commercieel bedrijf dus.
Dat is een primeur voor ons land
en de aanleiding voor heel wat
controverse. Vooral omdat Sodexo
en Parnassia het bij de aanbesteding in Gent hebben gehaald van
een klassieke vzw uit de non-profit: de Broeders van Liefde.
Rode draad in de verontwaardigde
reacties op de privatisering van de
psychiatrische zorgverlening: is de
geïnterneerde patiënt nu een
klant? En gaat Sodexo, een bedrijf
dat winst wil maken en liefst zoveel mogelijk, de kostprijs niet belangrijker vinden dan de kwaliteit
van de dienstverlening?
Voor de meeste Belgen is het de
eerste keer dat ze de naam van Sodexo horen opduiken in dit soort
dossiers. Maar in werkelijkheid is
de Sodexo-groep al jaren actief in
het beheer van en de dienstverlening binnen gezondheidsinstellingen en gevangenissen.
‘Sinds 1980 al’, verduidelijkt Geneviève Jamin, directeur strategie bij
Sodexo België. ‘Dat is amper negen
jaar na de start van onze bedrijfsactiviteiten in dit land. Sindsdien
zijn de facilitaire diensten in de
healthcare uitgegroeid tot bijna 40
procent van onze jaaromzet.’
Het nieuwe forensisch psychiatrisch centrum in Gent valt onder
de bevoegdheid van het ministerie
van Justitie, maar de hulpverlening aan de geïnterneerden sluit
nauw aan bij de ‘gewone’ zorgsector. Er is een taakverdeling tussen
de twee partners, luidt het. Parnassia staat in voor de geestelijke
zorg en Sodexo doet al de rest:
eten, schoonmaak, wasserij...
In ons land is de afdeling Justice
Services maar een klein onderdeeltje van de Sodexo-activiteiten.
Totnogtoe goed voor één enkel
contract, voor de dienstverlening
(niet de uitbating) in de gevangenis van Marche-en-Famenne. Gent
wordt contract nummer twee.
In het buitenland is dat anders.
Sinds een tiental jaar is Sodexo actief als hoofdbeheerder van vijf gevangenissen in Groot-Brittannië,
onder meer in Manchester.
Wereldwijd levert Sodexo diensten - catering, logistiek, onderhoud - aan 120 gevangenissen, onder meer in de buurlanden Frankrijk en Nederland. Sodexo is er
aanwezig in zijn klassieke rol van
Sodexo is een
duizendpoot.
Overal aanwezig,
en met heel veel
volk. De Franse
groep is met
428.000 werknemers de
18de werkgever
in de wereld
leverancier van maaltijden, maar
ook van veiligheidsexpertise en
zelfs van maatschappelijke hulpverlening.
Zo werkt Sodexo in Engeland mee
in de zoektocht naar huisvesting
voor gevangenen na hun vrijlating. En een dochteronderneming
is er actief in de verkoop van kunst
gemaakt door gedetineerden, als
socialiseringsprogramma.
Doodstraf
Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Zo heeft Sodexo zich in
2001 na de dreiging van boycotacties door Europese klanten teruggetrokken uit een alliantie met
Corrections Corporation of America, een privé-exploitant van bijna
zeventig gevangenissen in de Verenigde Staten. Rapporten en getuigenissen hadden te veel bewijzen geleverd van bedenkelijke opsluitingspraktijken.
Nu volgt het bedrijf een strikte
ethische code, zegt Jamin. ‘We
werken alleen nog in gevangenissen in democratische landen die
de doodstraf niet toepassen. Ons
personeel is altijd ongewapend.
En het gevangenisbeheer moet als
doel hebben de leefomstandigheden te verbeteren, de herintegratie van de gevangenen te bevorderen en de kans op recidive te voorkomen.’
Uitschuivers zijn nooit uitgesloten, zo blijkt. Vorig jaar laakte een
overheidsrapport dat een gedetineerde in de vrouwengevangenis
van het Britse Bronzefield (in Surrey) - een Sodexo-gevangenis - vijf
jaar in afgesloten opsluiting had
doorgebracht.
‘Wereldleider in de zorg voor levenskwaliteit’: Sodexo doet ook in crèches,
Volgens Geneviève Jamin hoopt
Sodexo ook in België de gevangenissen als ‘nieuwe markt’ uit te
bouwen. Niet alleen als dienstverlener. Het bedrijf werpt zich ook
op als mede-ontwerper bij de
bouw en inrichting van gevangenissen. Zo streed het vorig jaar samen met de aannemingsroep Strabag tevergeefs naar de bouw van
de nieuwe gevangenis in Haren,
bij Brussel.
Wereldwijd is Justice goed voor 2
procent van de groepsomzet. Lees:
voor 360 miljoen euro, op een totaal van ruim 18 miljard euro.
De klassieke bedrijfsrestaurants
en andere bedrijfsdiensten zoals
receptiepersoneel, logistieke ondersteuning en schoonmaak zijn
goed voor een derde van die
groepsomzet.
Sodexo is een duizendpoot. Overal
aanwezig, en met heel veel volk.
De Franse bedrijvengroep is met
liefst 428.000 werknemers de 18de
grootste werkgever in de hele wereld. Al dat personeel levert diensten op 33.300 sites, verspreid
over 80 landen. Vooral in bedrijven, scholen en gezondheidsinstellingen, maar ook met een speciale afdeling thuisdiensten of met
kinderopvang (in Frankrijk, maar
DE STANDAARD
ZATERDAG 12, ZONDAG 13 APRIL 2014
biologische schoonmaak en wellness voor bejaarden. © Sodexo
nog niet in België).
Het bedrijf verlaat daarbij wel
eens de begane paden. Zo meet het
zichzelf een opvoedende taak aan
in de scholen. Het levert educatieve pakketten over slechte voedingsgewoontes, zowel aan leerkrachten als aan kinderen.
Denk bij Sodexo ook aan de uitbating van winkels in ziekenhuizen,
drank- en snoepautomaten, wasserijen, tuinonderhoud, afvalbeheer, postbedeling, zelfs aan het
onderhoud van hoogtechnologische apparatuur als MRI-scanners
in ziekenhuizen.
Maar de Belgen kennen Sodexo
vooral als uitgever van de dienstencheques, en als een van de
twee belangrijkste uitgevers van
maaltijdcheques (naast Accor Services). Ook de geschenkbonnen
Vivabox zijn van Sodexo.
Soldaten
Hier stopt het verhaal niet. Sodexo
is volop bezig aan de uitbouw van
een nieuw groeisegment: defence
services. Volgens het bedrijf schakelen de grote beroepslegers
steeds vaker privépartners in voor
logistieke ondersteuning en zelfs
voor het management van trainingsprogramma’s van soldaten.
Wat is er nog op komst? De Belgische ceo, Michel Croisé, zei in Het
Laatste Nieuws te dromen van het
overnemen van overheidsdiensten. ‘Neem nu de NMBS. Die doen
alles zelf. Daar zit nog veel potentieel.’
Directeur Geneviève Jamin kleeft
er een duidelijk streefcijfer op:
‘Sodexo België wil elk jaar met 7
procent omzet groeien. Op eigen
kracht, niet door overnames.’
Moet het gezegd: al die diensten
leveren Sodexo veel geld op. Over
het boekjaar 2013 werd een nettowinst van 439 miljoen euro geboekt.
8 • ZENO
ZATERDAG 12 APRIL 2014 • DE MORGEN
‘Onze vriendschap
Erwin Mortier staat dezer dagen in de
schijnwerpers met zijn alom geprezen roman
‘De spiegelingen’. Bijna twintig jaar geleden brak
Connie Palmen door met ‘De vriendschap’. Palmen:
‘Of wij voor uw krant onze vriendschap willen
spiegelen? Dat moet je aan Erwin vragen.
Zijn wil is mijn wet.’ Margot Vanderstraeten
E
Het begin van een vriendschap is vaak op intuïtie gebaseerd. Bij jullie ook?
Erwin Mortier: “We waren in Parijs, waar we, met een groep
Nederlandstalige auteurs, het Salon du Livre bijwoonden. Het
was het jaar dat Tom Lanoye met Boze tongen de Gouden
Boekenuil won, lente 2003.
“Tom organiseerde een diner in restaurant Le Dôme, in
Montparnasse. En daar verscheen Connie, samen met Hans
(Hans van Mierlo, de Nederlandse sociaalliberale politicus die de
partij D66 oprichtte en met wie Palmen sinds 1998 een intense liefdesrelatie had. Van Mierlo overleed vier jaar geleden, MVDS).
“We, mijn man Lieven en ik, kenden Connie en Hans uitsluitend vanop een afstand. Maar Lieven was die avond meteen
gecharmeerd van de innemende persoonlijkheid van Hans. Om
niet te zeggen: Lieven, die nooit echt een vaderfiguur heeft
gekend, viel als een blok voor Hans. Aan tafel zei hij me: ‘Ik wil dat
die man mijn papa wordt.’ En enkele gerechten verder stelde hij
de vraag aan Hans zelf: ‘Wil je mijn papa worden?’ Waarop Hans:
‘Ben je katholiek?’ ‘Ja’, antwoordde Lieven. Waarna Hans: ‘En heb
je vast werk?’ ‘Zeker’, lachte Lieven. ‘Nou, dan valt erover te negotiëren’, vond Hans.”
Connie Palmen: “Die avond hebben we Lieven en Erwin, zonder enige aarzeling, in ons hart gesloten. Als we sindsdien met
elkaar afspraken, was onze running gag: ‘Jongens, we hebben de
adoptiepapieren bij.’
“Intussen kennen Erwin en ik elkaar meer dan tien jaar. Hoe
langer ik hem ken, hoe beter ik doorheb dat het allemaal klopt.”
Dat wát allemaal klopt?
Connie Palmen: “Alles.”
Erwin Mortier: “Eind volgend jaar word ik vijftig. Er blijkt dat
er minimaal één voordeel aan deze middelbare leeftijd is verbonden: je leert jezelf beter kennen, je ontdekt patronen in je intuïtie,
in de vergissingen die je maakt, en in de mensen die je vergezellen. Ik vergis me nog zelden in de ander omdat mijn alarmsysteem met de jaren fijner is afgesteld. Het omgekeerde geldt net zo
goed: aan mensen van wie mijn alarmsysteem zegt dat ons soortelijk gewicht van de ziel hetzelfde is, zal ik nu sneller mijn waardering laten blijken.
“In de mensen van wie ik hou, keren bepaalde kwaliteiten
terug. Ik kan niet bevriend zijn met iemand die geen moed heeft;
zich niet ‘manifesteert’. Daarnaast valt het me op dat de mensen
om me heen blijk geven van een grote fragiliteit. Hun kwetsbaarheid is essentieel. Net zoals hun talent om heftig te kunnen vloeken, en hun vermogen tot zelfrelativering.
“Geef mij dus mensen die, zoals Lieven dat uitdrukt, een beetje
punk zijn. Connie is dat zeker. Komt daarbij haar clowneske zelfspot die verlichtend werkt. Bovendien kan ze niet huichelen. Nog
zo’n essentiële eigenschap.”
Connie Palmen: “Ik ben een provocatief en oordelend persoon.
Niet omdat ik zo graag wil provoceren. Wel omdat ik het met
zoveel dingen niet eens ben. Ik vind altijd overal iets van. Soms
kan ik bekaf zijn van mezelf. Daarom dat ik zeg: ik heb een zwaar
mooi leven. Als iets of iemand me irriteert, houd ik me niet in.
Ook niet als ik met mijn oordeel de andere persoon kwets. Ook
niet als ik weet dat mijn mening felle weerstand oproept.
“Je kunt niet bij de groep horen en tegelijk uitroepen: ‘De keizer is naakt, hij draagt geen kleren.’ Vanaf het moment dat je zo’n
onthulling doet, lig je eruit.
“Gelukkig houdt volwassen worden ook in dat je met je eigen
eenzaamheid leert omgaan, sterker nog, je ervaart dat die eenzaamheid je een groter geluk bezorgt dan het horen bij een
groep.”
Had een innige vriendschap ook met een heteroseksuele
© DIMITRI VAN ZEEBROECK
rgens halverwege het gesprek
vertelt Erwin Mortier over de
voordrachten die hij geeft. En dat
hij altijd, vlak voor elk optreden,
van achter de coulissen even de
sfeer in de zaal opsnuift. “Ik ruik
onmiddellijk welk publiek op me
wacht en detecteer dan al of het
een stroeve of vlotte voorstelling
zal worden.”
Een soortgelijke vibe gaat ook
van hem en Connie Palmen uit. Je
hoeft de twee maar vanaf enige
afstand in de gaten te houden of je wordt tussen hen een warme,
uitzonderlijke en haast benijdenswaardige energie gewaar.
Connie Palmen: “Erwin en ik zijn ook graag fysiek in elkaars
nabijheid. We zijn kameraden. Vele mensen weten dat niet meer,
maar het woord kameraad komt van het Spaanse camarada, wat
metgezel betekent en destijds op de soldaten sloeg die samen aten
en sliepen. Die bijna animale vertrouwdheid met elkaar kenmerkt ons zeker.”
Erwin kunnen bestaan?
Connie Palmen: “Ik ben als enig meisje tussen drie broers opgegroeid. Mannen zijn mijn natuurlijke biotoop. Bovendien word ik
niet snel verliefd; het moet al iets bijzonders zijn, wil het mijn
aandacht lokken, de visvijver is erg klein. Sinds de dood van Hans
moet ik trouwens aan geen andere man denken. Alles wat ook
maar in die richting komt, zou als ontrouw aanvoelen.
“Voor mij is het belangrijk dat Lieven en Erwin mijn man Hans
hebben gekend, en dat ze ons zeven jaar lang als een vervlochten
stel hebben beleefd. Zonder Hans waren we waarschijnlijk nooit
zo naderbij gekomen. Hij speelt in onze vriendschap een grote
rol.”
Erwin Mortier: “In de dichte vriendschappen die ik met mannen heb, staat hun lichaam, zelfs als dat aanbiddelijk is, een
nauwe vriendschappelijke band niet in de weg. Ik ben verliefdheid ook almaar meer gaan beschouwen als een verkoudheid van
de ziel. Je snift een paar dagen, en daarna is het over. Vriendschap
en liefde situeren zich op een andere hoogte.”
De wederzijdse liefde voor twee liberale politici valt op.
Niet alleen is er de liefde voor Hans van Mierlo, maar ook
die voor Guy Verhofstadt, die tot beider intieme vriendenkring behoort.
Erwin Mortier: “Zowel Hans als Guy zijn punkers. Mannen die
door omstandigheden in de politiek zijn beland. Misschien onthul ik een staatsgeheim, maar van Guy weet ik dat hij acteur had
willen worden.”
Connie Palmen: “Hans ook. Had altijd acteur willen worden.”
Erwin Mortier: “Ze hebben alle twee een artistieke inborst. En
kijk naar Guy. Hij moest zo nodig in Kiev op het podium gaan
staan om het Oekraïense volk te gaan bedanken voor zijn verdediging van de Europese waarden en rechten. Dat is een daad vol
punk. Politiek en diplomatiek zijn er duizenden redenen te
bedenken waarom hij dat vooral niet moest doen. Maar iemand
Geef mij maar
mensen die een
beetje punk zijn,
zoals Connie.
Bovendien kan
ze niet
huichelen
Erwin Mortier
ZENO • 9
DE MORGEN • ZATERDAG 12 APRIL 2014
is bijna dierlijk’
ik in besloten gezelschap zouden zijn, zouden we zeggen dat
schrijvers meer mens zijn dan andere mensen, maar hier voor de
krant gaan we dat niet doen, nietwaar?
“Schrijvers hebben speciale voelhoorns. Ze registreren alles.
Tegelijk zijn het uitermate introverte personen. Al die registraties
blijven dus in hun binnenste borrelen. Er wordt op gesabbeld. Er
wordt over nagedacht. Soms blijven indrukken of gedachten
jaren aan een stuk in hen leven, zonder dat ze worden geuit. Dat
zorgt voor onrust. En die heeft, binnen de ommuurde personen
die schrijvers zijn, ventilatie nodig.”
Erwin Mortier: “Mededogen vind ik niet het juiste woord.
Compassie evenmin. Deernis, zoals Connie zegt, moet het zijn.
Begrippen als mededogen en compassie halen een ander naar
beneden.
“Ik waak over mijn eigen poreusheid, ja. Ik zie mijn werk ook
als een schild om me tegen die poreusheid te beschermen. Dat
lukt natuurlijk niet. Het lyrische bewustzijn is per definitie ontvankelijk. Maar wat er bij me naar binnen valt, kan ik tijdens het
schrijven uitzweten en transformeren.
“Hoe ver kan deernis reiken? Ik bedoel: in hoeverre kun je als
vriend mee-voelen met een vrouw die de man wie van ze zielsveel
houdt, verliest? Of met een zoon wiens moeder door alzheimer
wordt gegijzeld?”
Connie Palmen: “Het lijden kun je, zelfs als beste vriend, niet
delen. Als de ander lijdt, begrijp je hooguit wat hij doorstaat, wat
lijden is. Maar vele mensen durven niet te lijden. Weten niet wat
lijden is. Ze stoppen het weg. Verdrukken het. Soms zijn ze
gewoon nog te jong om te weten wat echt lijden is, omdat ze er
nog niet mee werden geconfronteerd.
“Het vermogen tot lijden heeft met iemands persoonlijkheid te
maken. Ik ben huiverig voor hechting, dus het duurt heel lang
voor ik die stap naar de ander zet. Als er dan hechting plaatsvindt,
is de binding zo groot en symbiotisch dat loslaten verwoestend
is.”
Erwin Mortier: “De existentiële band van een kind met een
moeder is natuurlijk niet dezelfde als die tussen partners. Connie
begrijpt de pijn die de ziekte van mijn moeder veroorzaakt. Ze
begrijpt ook het schuldgevoel dat me krom doet lopen sinds de
dag dat we, mijn familie, hebben besloten om mijn moeder naar
een verzorgingstehuis te brengen. Je weet allemaal dat deze stap
de beste en enige oplossing is. Toch blijft die oplossing wringen.
“De uitvaart van Hans is een van de treurigste en heftigste
dagen uit mijn leven. Ik zag Connie. Haar verdriet knalde tegen
me aan. Ik moest gaan zitten. De vloer zakte onder me weg. Ik
weet nog dat ik toen dacht: dit staat een van ons ook te wachten.
Een van ons beiden krijgt op een dag een zware factuur. Na de uitvaart hebben we met ons drieën in een hoekje staan huilen.
Gelukkig is het katholicisme de religie van de zakdoek. We
mogen huilen.”
Connie Palmen: “En drinken. Maar daar gaan we het niet
opnieuw over hebben. Rouw is rauw. Overleven kan een dagtaak
worden.”
Hans en ik hebben
Lieven en Erwin in ons
hart gesloten. Als we
met elkaar afspraken,
was onze running gag:
‘Jongens, we hebben de
adoptiepapieren bij’
Connie Palmen
moest die mensen een hart onder de riem steken. En dat kon
alleen Guy zijn.”
Connie Palmen: “Hans en Guy zijn idealisten. Ze hebben het
verlangen iets te veranderen aan een toestand die niet deugt.
Hans streefde al heel vroeg naar een sterk Europa, en naar veranderingen in het politieke bestel. Hij geloofde in die maatschappelijke veranderingen. Daarin verschillen deze twee van ons, schrijvers. Wij geloven nergens in. En idealisten zijn we al zeker niet.”
Erwin Mortier: “Als kunstenaar ben ik een fatalist. De wereld is
de wereld. Maar het is een bescheiden zaligheid om aan boord
van onze planeet toch enkele medepassagiers te treffen bij wie
het goed toeven is. Vriendschap maakt me minder zeeziek.”
Is het begrijpen van elkaars humor een voorwaarde voor
een hechte vriendschap?
Connie Palmen: “Natuurlijk. Humor is het selectiecriterium bij
uitstek. Ze zijn zeldzaam, de mensen die om hetzelfde kunnen
lachen als ik. Hans was zo iemand. Met Erwin deel ik dat genot.
Humor verdraagt geen uitleg. Je vat het of je vat het niet. De
humor van Erwin en mij ligt in het ondeugende, al hellen we
graag over naar het vileine. We kunnen zo zalig vernietigend zijn.
“Wezens die aan hun eigen deernis ten onder gaan, ontwikkelen vaak een vileine humor. Ze hebben de behoefte om bepaalde
mensen niet te mogen en om die afkeer ongefilterd uit te drukken. Die kwaadaardige humor, die bij ons verbaal is, is een noodzakelijk antidotum. Anders gaan we aan onze deernis ten onder.”
Erwin Mortier: “Ja, als de roddels die wij aan elkaar toevertrouwen, ook per mail, publiek zouden worden gemaakt, wordt er een
bloedbad aangericht.”
Bedoelt u dat mededogen een destructief kantje heeft? Dat
u de hardheid nodig hebt om de mildheid aan te kunnen?
Connie Palmen: “Deernis is een voorwaarde om mens te zijn. Het
is ook een voorwaarde om een goed schrijver te zijn. Als Erwin en
Gisteren hebben jullie, voor een besloten gezelschap, gezamenlijk opgetreden. Geeft ook dat lucht aan het schrijverschap: twee kameraden samen op een podium?
Erwin Mortier: “Niets gaat boven de daad van het schrijven. Dat is
de ultieme ventilatie, die werkkamer die lokt, die ruimte die het
schrijven biedt. Maar nu, de weken na de verschijning van een
nieuwe roman, dompel ik me al te graag onder in dat bad van
mensen en lezers. Die warmte biedt een aangename afwisseling
die ik niet zou willen missen, en die ik ook tijdens lange schrijfperiodes nodig heb. Maar het publieke optreden is de essentie niet.
Al houd ik ervan om het publiek te bespelen.
“Toen ik nog in het museum Dr. Guislain werkte, heb ik honderden mensen rondgeleid. Liefst van alles speelde ik gids voor de
moeilijkste groepen; jonge gasten metaalbewerking bijvoorbeeld,
die steevast naar het museum waren gekomen om zich er stierlijk
te vervelen. Het werd een zaak van eer: ik gaf niet af tot ik ook hen
helemaal mee had. Zo is het vandaag nog. Ik herken diezelfde
drang en aanleg bij Connie.”
Connie Palmen: “Ik begrijp goed dat bepaalde schrijvers het
publieke forum negeren, omdat ze er niet de geringste behoefte
aan hebben. Maar schrijvers die ervoor kiezen om op te treden en
er niet in slagen om hun publiek te verleiden, hebben me altijd
verbaasd. Alle goede schrijvers horen meteen hoe hun werk
klinkt. De taal is onze ademhaling. De inkt is ons bloed. Het ritme,
de pauzes, de timing, de blik die door de ruimte zweeft, het hoort
allemaal bij de muzische persoonlijkheden die wij schrijvers zijn.
Die we horen te zijn. Want er zijn natuurlijk veel slechte schrijvers.
“Maar alles draait om het schrijven. Schrijven is de eenzaamheid omarmen, leven in de totale vrijheid, en met de onzekerheid
van het witte blad. En het vertoeven in die eenzaamheid is voor
mij, na het getrouwd zijn met de man van wie je houdt, nog altijd
de hoogste staat van zijn.”
Zijn lezers ook vrienden?
Connie Palmen: “Ja, in die relatie tussen lezers en schrijvers is er
sprake van een vorm van vriendschap. Het is een houden van.
Samen met het verlangen om bij elkaar te zijn.”
Erwin Mortier: “In een goed boek ontmoet je altijd een persoonlijkheid, een stem die alle regels en stiltes met haar aanwezigheid beademt. Dat maakt voor mij de troost van het lezen uit.
Je geest mag samenvloeien met die van die andere die in alle
opzichten ver van je af kan staan, maar die er toch ‘is’.
“Zowel Connie als ik hebben lezers die ons beminnen of ons
haten. Dat vind ik positief. Het wil zeggen dat we iets gecreëerd
hebben dat een verschil maakt. Je kunt immers, juist omdat je
ziel in je werk ligt, ook als schrijver onmogelijk met iedereen
bevriend zijn.”