Trouw, energiek, mensenmens, betrokken, soldaat, geloof

de
RIEN
Een feestelijke uitgave van SVRZ
3 juli 2014
Trouw, energiek, mensenmens, betrokken, soldaat,
geloof & gezin, opa, scherp, volhardend, tot ziens
Inhoud
4Zorgmeester
8 Heilig vuur
10 Doodsangsten uitstaan
12Als een broer
17 Stille kracht
20 Geen zwakke schakels
22 Geloof en Gezin
Dag en nacht voor leefbaar Zeeland
Bij een vertrek
Strijdbare zorgdirecteur en Heilsoldaat
Doe mij maar een Kinley of twee
Een trouwer bezoeker bestaat niet
Edith, de vrouw achter Rien
Betere zorg door verbindend vermogen
Blij met elkaar
Uitgave SVRZ
postbus 100
4330 AC Middelb
urg
T 088 887 1000
F 088 887 1099
E communicatie@
svrz.nl
Concept, teksten
en redactie:
Het Kantoor
Ontwerp: subsod
a
Fotografie: Chris
Pennarts,
familie Heijboer,
Het Kantoor
Druk: AltijdDrukwe
rk
2 - deRIEN
over Rien & SVRZ
Het lied klinkt voort
ts
e Davi
ll
Gabrie
Mijn complimenten! Voor Rien Heijboer en de wijze waarop hij
zich voor SVRZ, haar cliënten en medewerkers heeft ingezet.
Een compliment voor de manier waarop uiteenlopende betrok­
kenen een beeld van hem schetsen: dé Rien, een open boek.
Maar zeker ook voor de mensen die hem zestien jaar geleden
gespot en binnengehaald hebben. SVRZ had een visie, een
droom dachten sommigen. Kleinschaligheid. Zorg op maat.
Een hoofdrol voor welzijn. Altijd in de buurt. Regie bij de
­cliënt. Dát waren de begrippen die de droom bevolkten. Om
dat ideaal waar te maken, was stiekem een revolutie nodig.
Weg met de zorgfabrieken. Eten, koken, verzorgen, schoon­
maken, begeleiden – dat moest allemaal naar de kleinscha­
lige eenheden toe. Want alleen dan kon je de middelen zo
inzetten dat mensen hun eigen keuzes konden maken. En
in die tijd liep er in de Zeeuwse zorg een man rond met een
goed gevoel voor cliënten. Verbindend en ondernemend.
Regelkenner en regelneef. Vasthoudend als geen ander. Die
man moeten we hebben, dacht SVRZ. En zo werden droom
en daad verenigd. Ik heb in mijn tijd bij SVRZ gezien dat het
fantastisch heeft uitgepakt, dat het ook een belofte voor de
toekomst is. Ik heb met Rien een tijd gehad die ik niet zou
willen missen. Door zijn humor, zijn kennis, zijn hartelijkheid...
Eén ding kan ik hem verzekeren: hij kan met een gerust hart
gaan. De zanger vertrekt, maar het SVRZ-lied blijft!
Gabrielle F.P.M. Davits, bestuurder SVRZ
deRIEN - 3
Passie
voor zorg en welzijn
‘Rien is er altijd. Reageert onmiddellijk;
op mailtjes, telefoontjes, ideeën, rapporten,
knelpunten. Hij pakt alles snel op.’
Wonen, zorg, welzijn. Die combinatie ligt Rien Heijboer in de mond
bestorven. Het is bijna een mantra. Wonen, zorg, welzijn; zeker voor
senioren de fundamenten voor een goed leven. Vaak en veel heeft hij
daarover overlegd met projectontwikkelaars en woningcorporaties.
Maarten Sas, directeur van corporatie RWS in Goes, kijkt tevreden terug.
‘Ik ben trots op wat we met SVRZ
voor elkaar hebben gekregen. In
ons hele werkgebied hebben we
wonen en zorg goed geregeld. En
altijd keken we daarbij door de
bril van kwaliteit en welzijn. Daar
zorgde Rien wel voor. Hij bezit
bovendien veel kennis. Hij kent
de regels en de mogelijkheden.
Bovendien is hij - op een nette
manier! - superhandig.’
Niet bang
Maarten Sas heeft samen met
SVRZ en Rien Heijboer een
reeks projecten gerealiseerd,
met het Erasmuspark in Goes
als omvangrijkste. ‘SVRZ is niet
bang. Ze hebben uitgesproken
ideeën en gaan daarvoor. Ze
schuwen een doordacht risico
niet. Doorzetters, ook als ande­
ren aarzelen of afhaken. Samen
hebben we op tal van plekken
een totaalaanbod neergezet.
Zorg, mogelijkheden voor activi­
4 - deRIEN
teiten, voorzieningen als een
kapsalon of een pedicure, een
huisartsenpraktijk en fysiothera­
pie. Op een natuurlijke manier
kunnen mensen elkaar daar
tegenkomen en hebben ze het
meest noodzakelijke bij de
hand. Op deze manier werken
SVRZ en RWS samen aan de
leefbaarheid van wijken en dor­
pen. En Rien Heijboer heeft
daarop z’n stempel gedrukt.’
Trends kennen
Een woningcorporatie is méér
dan een verhuurder van huizen.
Maarten Sas laat niet na dat te
benadrukken. De gezonde ont­
wikkeling van buurten heeft
voortdurend aandacht. Dat kan
over de voedselbank gaan, de
ruilwinkel, activiteiten van en
voor jongeren, veiligheid, noem
maar op... ‘Op het gebied van
ouderen en zorg levert SVRZ
denkbeelden en deskundigheid.
Wat zijn de ontwikkelingen, de
trends, de mogelijkheden? Bere­
kenen met hoeveel ouderen we
te maken krijgen, is niet zo moei­
lijk. Maar wat willen die straks?
Wat doet de politiek? Wat is
technisch mogelijk, en worden
ouderen daar ook blij van?’
n Sas
Maarte
Heijboer
over Rien
‘Rien is zorg. Daar staat hij meteen voor
op de bres. Gedreven drukt hij zijn denkbeelden door, krijgt zo ook veel voor
mekaar.’
‘Rien kent geen problemen. Hij denkt in
oplossingen. Lukt iets niet, dan schuift hij
zolang tot het toch gerealiseerd is.’
‘Rien heeft grijze haren gekregen van
de alarmering. Toen tot nieuwe systemen
besloten werd, heb ik hem wel horen
zuchten en steunen. Stiekem wilde hij
wel twintig jaar terug in de tijd.’
‘Rien kun je voor een boodschap sturen.
Schroom kent hij niet. Hij stapt overal
onbevangen op af. Even makkelijk naar
het zorgkantoor als naar het ministerie.’
Meegroeien
Zowel de korte als de lange ter­
mijn komen aan bod. Maarten
Sas: ‘Hoe kun je woningen vijftig
jaar of langer laten meegroeien
met al die veranderingen? En
hoe pas je bestaande woningen
aan? Soms betreft het ingewik­
kelde ICT-oplossingen en alarme­
ringssystemen. Maar het kan
ook simpelweg gaan om een wat
langere stok aan een klapraam.
Dan hoeven ouderen niet op een
stoel te klimmen en voorkom je
gebroken benen en botten. SVRZ
en Rien hebben steeds over de
volle breedte meegedacht.‘
deRIEN - 5
MENSENMENS
Jan de Graaf
over Rien & SVRZ
‘Vriendelijk. Duidelijk. Een mensenmens. Geduchte
tegenspeler. Prettige collega.’ Jan de Graaf schudt snel een
aantal kenmerken van Rien Heijboer uit z’n mouw. Hij heeft
hem dan ook een reeks van jaren meegemaakt. Allebei als
bestuurder in de Zeeuwse zorg.
Jan de Graaf is directeur van WVO Zorg. Deze zorg- en dienstverlener op Walcheren ging
tot voor kort als Werkt voor Ouderen door het leven. ‘Het zijn nog steeds spannende tijden
in de zorg. En we waren ook concurrenten. Maar met Rien werd dat nooit vervelend. Een
harde onderhandelaar die zijn zaak prettig wist te brengen. Hij nam wel scherp stelling,
maar dat was niet persoonlijk. Ik heb hem ook nog nooit iemand zien neersabelen. Wel
heb ik hem – na afloop van een vergadering – geregeld mensen zien karakteriseren. Dat
was wel lachen, die droge humor.’
Volgens Jan de Graaf gaat SVRZ Rien Heijboer missen. ‘Dat hoor je bij een afscheid te
zeggen, maar ik meen het echt. Zelfs de meest saaie dossiers las hij goed door. En dan
gaf hij commentaar tot kommaniveau. Ook kende hij iedereen. Hij is voor zijn organisatie
een samenbindende factor. En dat hij in vergaderingen af en toe zat te knikkebollen, nam
niemand hem kwalijk. Iedereen kent hem als een harde werker. Hij zit nooit stil. Die man
maakt meer uren dan er in een dag zitten.’
6 - deRIEN
Retteketet...
Rien en zijn
trompet
Trappelend van ongeduld staan de kleintjes te wachten. Sinterklaas komt
eraan. Opa Rien en oma Edith gaan mee naar de optocht. Opa pakt zijn
trompet en zet het alvast op een blazen. Hij loopt rood aan. Er komt geen
geluid uit het glanzende koper. Verstopt. Maar dan...ineens...vliegen de
pepernoten in het rond. Joelend van plezier kruipen de kinderen over de
grond. Domme opa, is hij weer eens bij de neus genomen!
Zo gaat dat al een jaar of vijf. Trompet spelen doet Rien Heijboer al veel
langer. Tijdens de diensten van het Leger des Heils. En tijdens muziekop­
tredens, bijvoorbeeld rond feestdagen als Pasen en Kerst. Ook thuis tet­
tert hij erop los. Hij maakt eerst de kleinkinderen hyper met zijn muzikale
uithalen en vlucht dan naar zijn kantoortje: er is werk aan de winkel.
deRIEN - 7
opgave is strijden tegen alles wat het leven kapot
maakt: armoede, onrecht, verslaving, eenzaam­
heid, uitsluiting en zinloosheid.
Met de paplepel
‘Bij Rien en zijn vrouw Edith moet de liefde
voor het Leger er wel met de paplepel in
zijn gegoten. Al een heel leven zijn ze
actief, méér dan gemiddeld actief. Iedereen
kent Rien en Rien kent iedereen. Normaal
Daan van Vuuren
komen de mensen naar de officier toe,
maar in Goes en omstreken gaan ze eerst
naar hem.’
Het heilige
Daan van Vuuren legt een kleine bandrecorder op
tafel. Hij heeft een paar leden van zijn gemeente
om een oordeel over Rien gevraagd. Zelf is hij
immers nog niet zo lang in Goes.
vuur
Een dienaar van mensen, een soldaat in het leger van de Heer. Zo staat Rien
Heijboer te boek. Hij en het Leger des Heils zijn twee handen op één buik.
Gevoed door een sterk, bijna dwingend geloof, wil hij goed doen voor de men­
sen. Dat is zo’n beetje uitgegroeid tot een volledige baan, naast het directeur­
schap van SVRZ.
-Zijn kerkelijke baas, majoor Daan van Vuuren, is
daar blij mee: ‘Een hardere werker ben ik nog niet
tegengekomen. In het anderhalf jaar dat ik hier
voor de troepen sta, heeft hij zich ontpopt tot mijn
naaste medewerker. Ik kan op hem bouwen. Hij is
nauwgezet en altijd ter zake doende. Soms dreigt
hij echter het slachtoffer te worden van zijn perfec­
tionisme. Maar nooit laat hij iets of iemand in de
steek. Versagen is er bij hem niet bij.’
8 - deRIEN
Zachtmoedige strijd
Officieren in het Leger des Heils moeten om de
paar jaar verkassen. Op naar een nieuwe kerkge­
meente om daar aanvoerder en voorganger te zijn.
Salaris is er niet bij. Daan van Vuuren en zijn
vrouw Reina – ook majoor – krijgen leefgeld. Voor
hun werk vallen ze terug op een heel leger kerk­
gaande vrijwilligers. Onder hen Rien Heijboer,
plaatselijk officier te Goes. En hun gezamenlijke
Voor de zwaksten
Krakend klinkt het: ‘Een eerlijk antwoord? Nou, ik
ken hem al vanaf mijn vierde jaar. En ik weet nie­
mand die betrouwbaarder is. Nog attent ook. Als
ik hem bel omdat ik iets nodig heb, ligt het ‘s
avonds in mijn bus. Hij benadrukt de hele tijd dat
we ook omgang moeten zoeken met mensen die
het minder hebben, die in de marge leven, die er
in de samenleving niet toe doen. En dan geeft hij
zelf het voorbeeld.’
Lat ligt hoog
Opgewekt gaat het bandje verder: ‘Natuurlijk zijn
er ook mindere kanten. Hij legt de lat voor zichzelf
hoog en is niet zo vriendelijk naar mensen die dat
niet doen. Hij kan bijvoorbeeld niet snappen dat je
het bezoeken van mensen een maandje overslaat.
Rien is een verbinder, maar niet echt soepel. En
wat hij ook niet kan, is zingen. Net zomin als mijn
man. Ze moesten eens samen optreden. Vrese­
lijk, het klonk zo vals als een mislukte kanarie.’
Ergernis
Daan van Vuuren heeft Rien Heijboer leren kennen
als een Pietje Precies: ‘Maar op een knappe
manier. Hij is sikkeneurig als iets misloopt, maar
die ergernis is hij ook meteen weer kwijt. Hij zoekt
je op en wil vooral het goede in je zien. En hij is
inderdaad attent. Als je een berichtje stuurt, komt
er meteen een dankjewel retour. Mijn mailbox puilt
soms uit: dankje, ter info, goed dat je eraan
denkt... Daar moest ik even aan wennen.’
Vreemde combinatie
Daan van Vuuren snapt dat buitenstaanders de
combinatie van zorgdirecteur en Heilsoldaat niet
snappen: ‘We zijn van de daklozen, de oude kle­
ren en op straat zingen in de kou. Velen weten
niet dat we ook een kerk zijn. Zelf kom ik uit een
gezin met dertien kinderen, waar geloof niet
bestond. Toen mijn ernstig zieke zus alle aandacht
vroeg, zocht ik een goed heenkomen bij de hobby­
club van het Leger. Ik zag de mensen wel vreemd
naar me kijken, met m’n stropdasje, mijn rode
overhemdje en S’jes op de kraag. Maar het gevoel
er thuis te horen, is nooit weggegaan. Rien en
Edith hebben vast een andere geschiedenis, maar
herkennen dat gevoel.’
Schouderklopje
Rien Heijboer praat niet graag over zichzelf. Daan
van Vuuren denkt dat sommige mensen daarom
denken dat hij niet goed kan speechen. ‘Maar als
hij een begrafenis leidt, gaat dat bevlogen en met
gevoel. En in een preek getuigen over het geloof
lukt ook prima. Zichzelf centraal stellen of op de
borst kloppen, is hem echter vreemd. Toch kan hij
genieten van successen. En stiekem is hij ook wel
blij met schouderklopjes. Nou, die gun ik hem. Hij
kan er niet genoeg krijgen...’
deRIEN - 9
ier
uiden
Peet Kr
over Rien & SVRZ
Hij drinkt geen alcohol. Maar
hij is wel verslaafd: aan werken, goede daden namens
het Leger des Heils en bitter
lemon. Wie Rien Heijboer wat
beter kent, weet ook de naam
van zijn voorkeursmerk van het
bitterzoete drankje. Ze hebben
het vaak genoeg gehoord:
‘Geef mij maar een Kinley’.
En dan nog eentje...
‘Ik heb doodsangsten
uitgestaan’
Locatiemanager Peet Kruidenier
kent Rien Heijboer goed. Het
contact dateert van de eerste
dag dat deze bij SVRZ neer­
strijkt. De nieuwe directeur krijgt
in Ter Valcke te Goes een kamer
recht tegenover hem. Veel pra­
ten, veel sparren, veel lachen.
Peet Kruidenier: ‘Ik vond het
helemaal prima zo’n directeur
die nooit vanuit de hoogte deed.
Hij had een dienstauto en dronk
niet. Dus de vele keren dat we
op pad gingen, reed hij. Op de
bijeenkomst was hij voorzitter
en als het even meezat, maakte
hij ook nog het verslag. Hoe goed
kun je het treffen? Leve Kinley!’
10 - deRIEN
Gevaarlijk
Wonen en ontmoeten
Niet gedronken, maar niet zon­
der gevaar. Peet Kruidenier: ‘Die
auto was ook zijn kantoor. Om
de haverklap ging het mobieltje
of sloeg hij zelf aan het bellen.
Schakelen was er dan niet bij.
Honderdtwintig kilometer in de
derde versnelling was heel
gewoon. En de motor maar gie­
ren! Maar wat erger was: Rien
maakte ook nog aantekeningen
of raadpleegde zijn agenda. Met
de handen door het stuur gesto­
ken, zat hij van alles te note­
ren. Ik heb doodsangsten
uitgestaan. Man, houd in vre­
desnaam dat stuur toch vast wat heb ik dat vaak gedacht.
Heel wat schietgebedjes heb ik
gepreveld.’
Rien Heijboer is geen man van
het grote gelijk. Hij is
vasthoudend, maar staat open
voor commentaar, kritiek,
andermans inzichten. Zo heeft
althans Peet Kruidenier hem
meegemaakt: ‘Bij het bouwen
van Ter Valcke hebben we
eindeloos gespard. Dan hadden
we het bijvoorbeeld over de
ruimte waar cliënten samen
konden eten. Van Rien mocht
dat niet de huiskamer heten.
De huiskamer was hun eigen
optrekje binnen het complex.
Daar konden ze mensen
ontvangen en hun eigen ding
doen. Eten deed je in de
ontmoetingsruimte. Voor
mensen met dementie ligt dat
anders. Die moesten hun eigen
slaapkamer krijgen, maar voor
eten en bezig zijn kwam er de
huiskamer. Zo zijn die
benamingen al pratend en
sparrend op de
ontwerptekeningen gekomen.
Groepswoningen voor mensen
met een hersenaandoening,
woongroepen voor mensen met
een lichamelijke beperking. Een
goed en nuchter concept.’
Probleem retour
De werkdrift van Rien Heijboer
is legendarisch. Peet Kruide­
nier: ‘Hij was altijd online.
Maakte ik ‘s avond een notitie
en stuurde dat aan het begin
van de nacht naar hem. Ping...
daar kwam een antwoord terug.
Dacht ik stilletjes een probleem
over de heg te gooien, lag het
meteen weer op mijn bordje.’
GEEF MIJ
MAAR een
KINLEY
of twee
deRIEN - 11
Mevrouw Dootjes
Een broer
die altijd
thuis geeft
‘Hij belt vanuit de auto
als hij in de buurt is
en even tijd heeft.’
Jannie ligt in een tent buiten het huis. Maandenlang. Ze heeft tuberculose. Frisse lucht zal haar
goed doen. Wat haar ook goed doet, zijn de
bezoekjes van een meisje uit de buurt.
Jannie is nog geen twintig en krijgt jaren later een
zoon, Rien. Het contact met buurmeisje Dootjes
houdt lang stand, maar verwatert aan het eind van
haar leven. Toch ligt in dat tentje de kiem van vele
ontmoetingen van Rien Heijboer met SVRZ-bewoonster mevrouw Dootjes.
Ze heet mevrouw Dootjes. Punt uit. Ze laat zich
niet bij de voornaam noemen. Ze woont in kamer
1 in Ter Valcke in Goes. Nooit had ze gedacht daar
ooit terecht te komen. Maar twee jaar geleden –
ze is dan 91 – gaat het mis. Precies weet ze het
niet meer, maar het moet bij het dichttrekken van
de gordijnen gebeurd zijn.
Bijna been eraf
Ze maakt een lelijke val, met het hoofd op een
bureautje. Als trombosepatiënt heeft ze een
alarmknop en er is snel hulp. Ze knippen haar
mooie broek open en zien de voet er vreemd bij­
hangen. Verbrijzeld. Dus de ziekenauto in en naar
de operatiekamer. De oudste van de drie chirur­
gen wil het been er af halen. Mevrouw Dootjes
hoort dat gelukkig pas achteraf.
‘Ik ben blij dat die twee jonge dokters met allerlei
pinnen aan de gang zijn gegaan. En later met
gips. Mijn been zit er nog steeds aan, al kan ik er
niet echt wat mee. Ze hebben hier in Ter Valcke
wel geprobeerd me aan het lopen te krijgen, maar
momenteel ligt deze therapie weer stil. Mijn leven
bestaat nu uit zitten, hier op mijn kamer.’
12 - deRIEN
Vijf jaar lang
De kamer heeft ze een beetje aan directeur Rien
Heijboer te danken, denkt ze. Anders had ze wel
weggemoeten, want in Ter Valcke houden ze geen
kostgangers, weet ze. En een rusthuis is een
regelrechte ramp, vreest ze. Dus is ze blij dat ze in
dit centrum voor zorg en reactivering mag blijven.
Maar goed dat Rien Heijboer een paar jaar eerder
in haar leven binnenkomt. De aanleiding is ver­
drietig. Bij toeval hoort ze dat haar oude buur­
meisje, Jannie uit dat tentje, niet meer leeft.
Mevrouw ­Dootjes besluit zoon Rien Heijboer een
verlate condoleancebrief te sturen. En voordat ze
het weet, komt hij wekelijks een of twee keer bij
haar op bezoek. En dat nu al vijf jaar lang. Ook
zijn vrouw Edith weet de weg naar haar kamer te
vinden.
Veel steun
‘Zo is het gegaan. Ik heb er veel steun aan. We
praten wat. Hij helpt me. Met de computer als ik
het slecht kan lezen. Of met het halen van mijn
nieuwe teevee. Jasses, wat een groot apparaat
had hij uitgekozen! Maar nu ben ik er reuzeblij
mee. Meestal komt hij op de zaterdagavond. Of
hij belt vanuit de auto als hij in de buurt is en
even tijd heeft.’
Zorg voor moeder
De laatste jaren heeft mevrouw Dootjes niet
zoveel contacten. Dat is wel anders geweest.
Getrouwd is ze nooit, maar aanspraak had ze zat.
Meer dan 25 jaar werkt ze bij het ministerie van
Landbouw. Eerst in Middelburg en later vanuit het
Landbouwcentrum in Goes. Dat is in 1961
gebouwd, ze weet het nog goed: alle ministerie­
deRIEN - 13
Ineke Dekker
over Rien & SVRZ
Vanuit dezelfde wortels
mensen samen onder één dak. Lang heeft ze daar
niet meer gewerkt. Want na de dood van vader,
gaat haar moeder wat sukkelen. Ze valt af en toe
gewoon om. Dus neemt mevrouw Dootjes ontslag
en gaat voor haar zorgen.
De kost verdienen
‘Maar er moest brood op de plank komen. Ik
heb een grote schrijfmachine gekocht, zo eentje
met een dubbele wagen, en ben voor twee kinder­
artsen gaan werken. Eentje leeft nog, dokter
Croughs. Af en toe bezoekt hij me. Toen de
dokters naar elders vertrokken, heb ik zeventien
jaar voor belastingadviseur mr. Van Schaik
gewerkt. Toen hij 75 werd, is hij gestopt. Voor
mij hield het toen ook op. Ook ik was 75.’
Met de vrouw van mr. Van Schaik heeft ze nog af
en toe contact. Ze ervaart nu hoe plezierig bezoek­
jes zijn. Vanuit de Hervormde Kerk heeft ze zelf
vroeger altijd mensen bezocht die daar behoefte
aan hadden. Een stuk of acht, elke maand. Maar
Rien Heijboer spant de kroon. Er gaat geen week
voorbij of hij stapt opgewekt haar kamer binnen.
Alsof ze een broer erbij heeft gekregen. De bitter
lemon staat altijd klaar in de koelkast.
14 - deRIEN
‘Het is prettig om met Rien samen te
werken.’ Ineke Dekker bewaart als
Raad van Bestuur van zorgorganisatie
Allévo vooral goede herinneringen aan
Rien Heijboer.
‘We komen allebei uit de praktijk van de
zorg. Dat geldt trouwens voor meer
directies hier in Zeeland. Dat maakt het
makkelijk om elkaar te begrijpen. We
spreken dezelfde taal, delen dezelfde
doelen. Altijd begint het met de best
mogelijke zorg voor de cliënt. Cliënten,
bewoners, burgers... hen moet het goed
gaan. Zo zat Rien er nadrukkelijk in. En
daarna was er pas iets van onderlinge
concurrentie; als een soort schaduw op de
achtergrond.’
Ineke Dekker roemt de dossierkennis
van Rien Heijboer. Hij had altijd alles
gelezen en wist van de hoed en de rand:
feiten, achtergronden, regels en historie.
Ze hield van zijn manier van zaken doen:
afspraak is afspraak. ‘Maar hij was ook
een stevige onderhandelaar. Doortastend
en vasthoudend.’
Vakantie. Rien Heijboer weet
altijd precies hoeveel dagen
nog. Hij leeft ernaar toe. De
kinderen herinneren zich nog
precies hoe dat ging.
Dag één staat in het teken van de vakantiekaar­
ten. Rien weet heel precies wat ze kosten en
zoekt ze uit. Het stapeltje gaat naar Edith die de
portemonnee mag trekken. Niet voor tien of twin­
tig kaarten. Niet voor 100 of 150. Zo’n 175 har­
telijke vakantiegroeten moeten straks de deur
uit. Met een handgeschreven en persoonlijke
groet. En de drie kinderen hebben tot taak de
postzegels te plakken. Dat moet in die dagen
nog gebeuren door eraan te likken.
Na ieder dertig stuks plakte de tong en was
de weeë smaak niet te harden. De groeten....!
– dat dachten ze dan.
deRIEN - 15
‘Wat je ziet, is wat je krijgt.’ Volgens Rosita de Bruijn kent Rien
Heijboer geen geheime agenda’s, dubbele bodems of rookgordijnen.
En vooral geen blabla. Ze kan het weten. Al 32 jaar komt ze hem in
werksituaties tegen, waarvan de helft als zijn directiesecretaresse.
De stille kracht
Rosita de Bruijn
over Rien Heijboer
‘Ik vond hem een stuk. Stoer ook, met die lange haren.’ Na zo’n
veertig jaar kan Edith Heijboer dat gevoel nog steeds oproepen.
Ze schatert bij de gedachte dat mensen dit nu lezen.
Dier? ‘Dan is Rien een Sint Bernardshond. Betrouwbaar, rustig,
behulpzaam, gewoon, aaibaar.’
Bijna haar hele leven heeft ze
met Rien gedeeld. Een bijzon­
dere man, vindt ze. Een tech­
nisch tekenaar die de zorg in
gaat. Omdat mensen toch inte­
ressanter zijn dan potloden en
papier. Psychiatrisch verpleeg­
kundige, verpleegkundige, zorg­
manager, directeur. En daarbij
– als een rode draad in beider
leven – het Leger des Heils.
Opvallend? ‘Zijn zin krijgen heeft hij tot kunst verheven. Maar hij walst
niet over mensen heen. Achteraf is er ook nooit gezeur. Knap!’
Het contact? ‘Zakelijk, maar met een persoonlijk accent. Toen mijn
pasgeboren zoontje erg ziek was, kwam hij op bezoek in het ziekenhuis in
Rotterdam.’
Daar hebben ze elkaar ontmoet.
Zij, een giechelende puber die
al verkering met een ander
heeft. Hij, een rustige jongeman
die netjes wacht tot ze voor
hem kiest.
Wens? ‘Niet alleen dat hij meer tijd krijgt, maar dat hij die ook neemt. Tijd
voor zijn gezin, maar ook voor zichzelf. Ik weet dat hij ervan kan genieten.’
‘Wat je ziet,
is wat je krijgt.’
16 - deRIEN
‘En al die jaren zeggen
de kinderen: Vader kan
veel aan, omdat moeder
achter hem staat.’
Edith weet dat het werk en de
kerk zijn leven zijn. Daarin
steunt ze hem. Ze houdt van
zijn trouw, bewondert zijn eerlijk­
heid, kan leven met z’n onge­
duld, puft af en toe bij zijn
regelzucht, deelt z’n inzet voor
medemensen. Ze vindt het
prima dat hij geregeld een zwer­
ver binnenlaat en een eitje voor
hem bakt, het toppunt van zijn
kookkunst. Dat hij zo’n zwerver
een lift geeft en lak heeft aan
de verbaasde gezichten van
buurtgenoten, maakt hem hele­
maal háár man. Edith weet wat
ze voor Rien betekent, als
vrouw, moeder van hun drie kin­
deren, zorgzame oma, kompas,
klankbord en onbetaalde secre­
taresse. Ze vindt het jammer
voor hem dat haar geheugen af
en toe hapert. Dat is de schuld
van een hersenbloeding, twee
jaar geleden.
‘Rien was meteen heel zorgzaam. Rustig alles regelen.
Paniek is hem vreemd. Voortdurend was hij bezig om heel lief
iedereen in te lichten. Persoonlijk en met mailtjes. Omdat hij
niet echt handig is, zorgden de
kinderen voor het eten en zijn
kleren. Het werk voor SVRZ en
het Leger ging door. Maar dat
stelde hij uit tot in de nacht of
de vroege ochtend. Ik kwam
even op de eerste plaats.’
deRIEN - 17
Trouw
5
Steun. ‘Ooit overleed
een cliënt op
dramatische wijze. Rien kwam
er, al vragend, achter dat een
bekend ziektebeeld een
achterliggend probleem
overschaduwd had. Dat maakte
het voorval niet minder
verschrikkelijk, maar
verklaarbaar. Dan stond hij ook
volledig achter je. Met
protocollen, kwaliteitsdingen en
bijzaken was dat anders. Dan
kon hij doorpakken: dat moest
kloppen, elke dag.’
10 x Joost Zielstra
Trouw. Als een dolfijn duikt dat woord steeds op in
het verhaal van Joost Zielstra. Trouw aan mensen,
trouw aan tradities, trouw aan beloften. Neem de
jaarlijkse briefkaart naar alle locaties vanaf z’n
fietsvakantie op de hei: groeten van Edith en Rien.
Of terugkerende bezoeken en telefoontjes, geregeld
naar uur en dag. Jarenlang is Rien Heijboer z’n
directeur geweest. Nu is de oud-locatiemanager van
SVRZ zelf directeur bij een woon- en zorginstelling.
1
Drammen. ‘Een grotere dwingeland ken ik niet. Ik zeg het lachend en
met warmte, maar het is wél waar. Rien vraagt elke dag heel veel van
zichzelf en bijna automatisch dus ook van anderen. Als er weer iets bedacht is, kan
dat deze week wel klaar. Rien kent geen rust, gunt eigenlijk ook geen rust’.
2
Trouw. ‘Neem het verhaal
van Rien Heijboer en
mevrouw Dekker. Deze mevrouw kwam
uit het Leger des Heils en werd
verpleegd op De Vliedberg. Rien kwam
elke maand een bos bloemen
brengen. Zes jaar lang. Stipt. Een
bijzondere verhouding, zou je zeggen.
Maar ik verdenk zijn echtgenote Edith
ervan, dat ze dit bijhield en regelde.’
3
Steevast. ‘Trouwer bestaat niet. Zolang ik Rien
ken, organiseert hij elk jaar een bloesemtocht,
speelt hij elk jaar trompet met Pasen en Kerst. Daar kan
iedereen de klok op gelijk zetten. Misschien heeft hij dat
wel geërfd van zijn moeder. Die ging meer dan een halve
eeuw enkel midweekjes op vakantie, omdat ze de
zondagsschool moest draaien.’
4
Hulp. ‘Als locatiemanager heb je wel eens een echt
probleem. Rien pelde dat dan af als een ui. Gewoon door
vragen te stellen, maakte hij de problemen kleiner. Relativerend drong
hij door tot de kern en deed je een oplossing aan de hand. Hij hielp je
in elk geval op weg.’
18 - deRIEN
7
6
Afspraak. ‘Als hij bij een locatie
zei dat hij twee keer per jaar bij
de cliëntenraad zou zijn, dan was hij er ook.
Niet om handjes te geven, maar om goed
voorbereid over de inhoud, over zorgen en
wensen te praten.’
Doei en doen. ‘Wie Rien kent, weet dat hij elk telefoongesprek afsluit met doei, doei, doei... Maar als er
targets gesteld waren, of knopen doorgehakt, dan was het doen, doen, doen... Tot vermoeiends toe.’
8
Vasthoudend. ‘Het draait
voor hem altijd om
mensen. Hij heeft zich vreselijk
hard gemaakt voor
kleinschaligheid, voor kamers met
privacy, voor meer ruimten voor
ontmoetingen, voor goede
dagbesteding, voor welzijn. Hij was
de man achter de woonzorgcentra.
Het maakte niet uit of dat uit zijn
eigen koker kwam of die van
iemand anders: hij beet er zich in
vast, het werd van hem.’
9
Te erg. ‘Op 2 januari gingen Rien, de
burgemeester van Tholen en ik steeds
alle locaties af om nieuwjaar te wensen. Eigenlijk
zat daar niemand op te wachten, maar toch... En
dan was er aan het eind van de middag ook nog
een receptie bij de gemeente. Nou, dan bedacht
Rien dat hij en ik om half vier nog wel even een
periodiek overleg konden hebben. Map op schoot
en serieus zaken doen. Pfff...’
10
Slot. ‘Vrijdag 20 juni opende ik
mijn nieuwe locatie in Capelle aan
den IJssel. En…Rien loopt binnen met een boek over
Zeeland voor de cliënten. Dit bezoek geeft onze
relatie weer. Hier ben ik trots op!’
deRIEN - 19
Mark Felius
Locatiemanager
e
k
k
a
w
z
een
G
s
l
e
k
a
h
sc
ven
Marieke van Werkho
over Rien & SVRZ
‘Niemand mag tussen de wal
en het schip vallen. Zeker niet
in de zorg. In Midden en Noord
Zeeland zijn we dat goed aan
het regelen. Samenwerking is
nu het uitgangspunt. Dat
gebeurt op het gebied van
dementie, hersenbloedingen,
infarcten en zorg bij het levenseinde. SVRZ is daarin een partner. Rien Heijboer een van de
stuwende krachten.’
Marieke van Werkhoven is direc­
teur van Ketenzorg Midden en
Noord Zeeland. Ze kent Rien
Heijboer een jaar of twaalf, uit
verschillende functies. Om te
beginnen als coördinator pallia­
tieve zorg in de Oosterschelde­
regio.
20 - deRIEN
'Rien houdt van opschieten
en doorpakken. Hij brengt dat vaak
roept
bijvoorbeeld: We kunnen niet in de
met humor, nooit kwetsend. Hij
geboorte blijven steken. En achteraf over
Hij kan
dan misschien wel vliegen, maar dat
maakt hem nog geen straaljager.'
iemand die niet zo snel van begrip is:
Zachtmoedig en scherp
Warm bad
In die tijd werkt zij vanuit SVRZlocatie Ter Valcke in Goes. Daar
zit ook haar inhoudelijke aan­
stuurder, Rien Heijboer. Ze her­
innert zich die periode als een
warm bad. Vervolgens houdt ze
zich bezig met het managen van
transmurale zorg: verpleegkundi­
gen die over de muren van het
ziekenhuis heen gespecialiseerd
werk doen. En weer is daar Rien
Heijboer, als lid van haar stuur­
groep. En de laatste anderhalf
jaar zit hij elke zes weken met
haar aan tafel als bestuurslid
van Ketenzorg Zeeland.
‘Hij kan misschien wat stug
ogen, maar Rien is een verbin­
der. In hart en nieren. Hij weet
wat goed is voor de zorg van
ouderen en werkt daar naartoe.
Praktisch en pragmatisch.
Afspraken maken, regelen, sig­
nalen serieus nemen en deze
oppakken – zo heb ik hem leren
kennen. Concurrentie mag, als
het maar niet ten koste van
mensen en hun behoeften gaat.
En samenwerking vindt hij
eigenlijk altijd beter. Als toch
spanningen de kop opsteken,
lukt het hem geregeld om de
kou uit de lucht te halen. Bij­
voorbeeld met een onschuldig
lijkende vraag, die toch heel
scherp is. Of met een neutraal
voorstel dat niemand met goed
fatsoen kan omzeilen.’
Jacqueline van den Hil
Toegevoegde waarde
Met een glimlach
Marieke van Werkhoven glim­
lacht bij de naam Rien Heijboer.
Ze denkt dan aan z’n onder­
koelde opmerkingen. Aan het
altijd keurige kostuum, met
soms een roze hemd als disso­
nant. Aan de wat haperende
manier waarop hij zich toch
onverstoorbaar naar zijn doel
toe praat. Aan zijn stille genie­
ten, als zijn tactiek succesvol
blijkt. Aan de mailtjes in de
nacht of de vroege morgen,
waarin hij nog wat puntjes op
de i zet.
‘Details zijn waardevol als je
de grote lijn maar in de gaten
houdt. En Rien doet dat.
Hij pleit overtuigend voor sterke
schakels in de zorg, maar legt
haarfijn de vinger op kleine,
zwakke plekjes. Dat SVRZ Zee­
land-breed werkt, is daarbij van
toegevoegde waarde. Zo berei­
ken ons geluiden, successen,
risico’s en kansen vanuit andere
werkgebieden. Daar kunnen we
met alle zorgaanbieders, huis­
artsen en het ziekenhuis ons
voordeel mee doen. De cliënt
wordt er beter van. En dat is
wat Rien wil.’
Locatiemanager
‘Rien ziet altijd de mens.
Je kunt zakelijk een hard verschil van
mening hebben, maar dan blijft hij je
als persoon waarderen. Laatst had ik
hem bijna uitgescholden, zo boos was ik.
Heel ongewoon voor ons doen.
En dan vraagt Rien of het
wel goed met me gaat.
Zonder een spoor van sarcasme.’
deRIEN - 21
GELOOF & GEZIN
Blij met elkaar
Het geloof en het gezin. Daar put Rien Heijboer inspiratie uit.
Hij en Edith hebben drie kinderen: Martine (34), Marianne (32)
en Robbert (29). In de huiskamer hangt een enorm bord met
de namen van alle kleinkinderen. Niet als een geheugen­
steuntje, maar als een getuigenis. De kleinkinderen hopen
dat opa nu meer tijd krijgt. En de kinderen? Die weten beter
en vertellen met plezier over hun vader.
‘Hij is meer serieus dan grappig. Maar
met de kleinkinderen is hij stikleuk. Op
vakantie en uitjes bijvoorbeeld.’
‘Vroeger schilderde hij nog wel eens in
huis. Nou zijn er de schoonzoons. Ze
worden als vrijwilliger aangewezen.’
‘Pap kan niet zingen, maar op de bruiloft
van Marianne zet hij André Hazes in de
schaduw met een emotioneel: Wees
zuinig op mijn meisje!’
‘Onze kleine caravan had bij andere
campinggasten een naam: de Doos
van Pandora. Er kwam van alles uit: 4
fietsen, 1 tuintafel, 5 stoelen, 2 tentjes,
voor 5 personen kleding voor 3 weken.
En 1 kist gereedschap, waarmee papa
toch niet kon omgaan. Maar het was
voor alle zekerheid.’
22 - deRIEN
‘Hij is heel precies. Check en dubbelcheck! Maar met z’n kleding...oei...
hahaha...
Met de hersenbloeding van ma moesten
wij z’n kleren klaarleggen. Misschien zou
hij zelf wel de juiste combinaties kunnen
leren, maar daar heeft pa geen tijd voor.’
‘Op de camping struinde papa de
afvalcontainers af. Hij vond altijd wel
twee afgedankte stoeltjes. Voor als
mensen eens wilden komen praten...’
‘Handig? Hahaha... Het enige dat hij
ooit geknutseld heeft, is een slaapka­
merkastje. Het viel al snel uit elkaar.’
‘Hobby’s? Op vakantie leest hij. Boeken
voor z’n werk en theologie. Hij tikt niet
lekker een romannetje weg.’
deRIEN - 23
“D o e i
alle goeds!”
e
j
n
e
s
n
Rien! Dank. En we we