Juni 2014 (nr. 2) - Helderse Vereniging voor Sociale Geschiedenis

1
HELDERSE VERENIGING VOOR SOCIALE GESCHIEDENIS
Opgericht op 30 december 1991 en ingeschreven bij de Kamer Voor Koophandel voor Hollands
Noorderkwartier d.d. 22 september 1993, onder dossiernummer V 637339.
Bestuurssamenstelling:
Voorzitter;
W.F.H. v.d. Paard
0223-614023
Secretaris
J.G. Kikkert
0223-612426
Noordzeestraat 3
Den Helder
Penningmeester;
H. v.d. Blom
0223-615541
e
2 Penningmeester;
C. Dalenberg
0223-641945
Bestuursleden;
H. Boerekamps
0223-669499
R. Schenk
Redactie “de Morgen”;
G. Hoekmeijer
0223-628033
H. Boerekamps.
0223-669499
Webeditor;
H. Boerekamps
Leden van verdienste: Mies Campfens, Daaf Fiege,
Cees Rondèl en Jan Kikkert.
Internet: Natuurlijk is de HVSG ook via internet
bereikbaar. Onze website www.hvsg.net.
Contributie: het lidmaatschap van de HVSG
bedraagt minimaal € 12,50 per jaar. Voor elk
volgend lid, woonachtig op het adres van een al
ingeschreven lid, geldt een minimum contributie
van € 2,50.
Verenigingsorgaan “De Morgen” verschijnt eens
per 3 maanden en is bij de Koninklijke Bibliotheek
geregistreerd onder Internationaal Standard Serial
Number (ISSN) 1572-7378.
Het logo van de Morgen: Voor gebruikmaking van
het logo, zoals dat sinds medio 1993 wordt
gevoerd, is toestemming verkregen van de
Brusselse hoofdredactie van het Vlaamse dagblad
“De Morgen”.
Losse nummers à € 3,50. Eerder verschenen
nummers kunnen worden besteld door
overmaking van € 3,50. per gewenst exemplaar op
postrekening 700681 t.n.v. HVSG, te Den Helder
o.v.v. het/ de betreffende nummer(s).
Aanmoedigingen, op- aanmerkingen en/of
klachten over De Morgen gaarne naar
[email protected] Inleveren kopij voor
“De Morgen”. Uw bijdrage dient samen met
ingescande foto’s/ tekeningen op schijf, USB-stick
of via de E-mail aangeleverd te worden bij de
redacteur.
e
e,
e,
e,
e
Inleverdata: Voor de 15 van de 2 5 8 11
maand. Publicatie hoeft niet te betekenen dat de
daarin vermelde meningen het inzicht van de
redactie of van de vereniging weergeven. Auteurs
dragen de verantwoording voor de inhoud van hun
bijdragen. De redactie behoudt zich het recht voor
om ingezonden artikelen in te korten of niet te
plaatsen.
Inhoud
Pag. 02: Morgenstond
Pag. 04: De jacht op de Lammie
Pag. 14: De Synagoge in Den Helder
Pag. 16: Zeven Provinien.
Pag. 10: Oude tijden herleven
1
2
DE MORGENSTOND
HEEFT…………………..NR 11
De Beatrixstraat ligt alweer
een paar weken overhoop;
elke zaterdag is het weer de
vraag waar jouw viskraam of
kaasboer nou weer staat. Maar
het leed zal snel geleden zijn
en dan kunnen we weer voor
jaren vooruit met deze
hoofdwinkelstraat van ons
steeds
meer
krimpende
stadshart. Nou ja, vooruit
zeker, maar voor hoe lang?
Want hoe lang deze klinkers nu
zullen blijven liggen is hier ter
stede ongewis, omdat onze
lokale neringdoenden in het
verleden nogal kortzichtig en visieloos in de
markt stonden. De rode klinkers, die nu
worden vervangen lagen er vanaf midden
jaren negentig – een kleine twintig jaar
slechts. Deze destijds miljoenen gulden
kostende ‘stadsloper’ was het paradepaardje
van de VVD en de H.O.B., de organisatie van
Helderse Ondernemers Binnenstad. Deze
stadsloper – zo heette hij echt hoor – was een
prominent onderdeel van de ‘uplifting’ van de
binnenstad en mocht ook wat kosten. Voor de
toenmalige oppositie was deze stadsloper het
toppunt van een prestigeproject: ‘…. geld over
de balk smijterij..’; ’….. het met goud plaveien
van winkelstraten…’ in een gemeente, die nog
recent (1990-1994) onder de curatele van de
beruchte artikel 12 status had gezucht. Nu ja,
oppositiepartijtjes hebben altijd wat te
zeuren!
Financieel zou een deel van de kosten voor
deze luxe aankleding van de binnenstad door
de winkeliers worden opgebracht door een
baatbelasting,
daarover
was
overeenstemming bereikt. Per strekkende
Foto 1: ‘oud goud’
(foto: René Smit)
meter winkelpui zouden de dames en heren
een percentage van de kosten bijdragen. Op
deze wijze is het voorstel dan ook door de
gemeenteraad goedgekeurd. Helaas! Door
een ambtelijk en daardoor juridisch
‘vormfoutje’ konden een aantal landelijke
grootwinkelbedrijven – u mag zelf de namen
verzinnen – onder deze baatbelasting
uitkomen en voelden onze geachte lokale
ondernemers zich ook niet meer verplicht om
hun duit in het zakje te doen. Wij, trouwe
belastingbetalers hebben dus alles moeten
ophoesten voor dit consumentenparadijs,
waar we volgens de H.O.B. dan ook heerlijk
zouden kunnen ‘funshoppen’ .
We ‘kregen’ aldus een prachtige rode
stadsloper en het was werkelijk de moeite
waard geweest. Gelukkig zagen onze
binnenstadwinkeliers wellicht mede door dit
koopje opeens het licht! Want de door hen zo
gekoesterde beluifeling van de Spoorstraat,
Koningstraat en Keizerstraat , door voormalig
wethouder Jan van Eeden ooit geduid als
‘armoedearchitectuur’, mochten later ook
zomaar weg. Dat daarmee de verpaupering
2
3
van de opstallen boven de etalages
genadeloos aan het licht kwam, was
uiteindelijk een goede zaak. Want wat vloekte
dat toch met die nieuwe sjieke stadsloper.
Langzamerhand werd er een begin gemaakt
met het opknappen van gevels, met hier en
daar fraaie resultaten, zoals bij het pand van
Ziengs en de panden van Broeke. Het is een
zegen voor de stad dat vooral de
Woningstichting dit proces met kracht
voortzet en dat er lokale ondernemers zijn, die
Foto 3: de nieuwe Bruna met de oude
‘stadsloper’
(foto: René Smit)
We krijgen dus na twintig jaar weer een
nieuwe sjieke stadloper. Ik heb de huidige
oppositie trouwens niet gehoord deze keer.
Wel is het jammer dat sommige winkeliers
zich nog steeds angstig vastklampen aan een
achterhaald detailhandelsdogma, dat
er
alleen handel is als het blik tot voor de deur
kan rijden………… Misschien, dat het over nog
eens twintig jaar, als deze prachtkeien
Foto 2: ‘nieuw goud’
(foto: René Smit)
hierin willen investeren, zoals bij de nieuwe
fraaie Bruna in de Keizerstraat en Diverzo in
de Beatrixstraat.
Ondanks deze al deze gestage pogingen om de
teloorgang van ons stadshart tegen te gaan,
blijft de leegstand als een kankergezwel
doorgroeien. Los van de economische crisis, is
het internet (winkelen en bankieren) hier
debet aan. Dat doen we allemaal zelf en pas
nu beginnen we te zien welke grote gevolgen
deze culturele revolutie kan hebben:
spook(binnen)steden! Detroit! Voordeel van
deze grote crisis in winkelland is misschien,
dat men meer bereid is om ‘out of the box’ te
denken. Er wordt nu zelfs een wonderdokter
ingeschakeld, die elders met zijn bezweringen
succes schijnt te hebben geboekt. Baat het
niet, dan schaadt het niet!
Foto 4: de nieuwe
Beatrixstraat
‘stadsloper’ in de
(foto: René Smit)
afgeschreven worden aan de waan van de
dag, eindelijk lukt om de Beatrixstraat voor
auto’s af te sluiten………..of misschien is de
auto dan helemaal passé en rijden we
allemaal in en op flitsende
e-mobielen!
Gerard Hoekmeijer
3
4
DE JACHT OP DE LAMMIE
Een viskotter, volgestouwd met hasj, na een
spectaculaire achtervolging op de Noordzee
onderschept, en door de kapitein zelf tot
zinken gebracht. De Lammie - het
legendarische begin van de grootschalige
politie-acties tegen de drugshandel. In Andere
Tijden een reconstructie, met de beelden en
de verhalen van de betrokkenen.
Voorgeschiedenis en eerdere transporten
Foto 1: de Helderse kotter HD 160 “Lammie”
Het is precies veertig jaar geleden dat een
Helders kottertje met de registratie HD 160
met de ‘onschuldige’ naam “Lammie” groot
nationaal nieuws werd. Hier ter stede gonsde
het van de geruchten over de actie waar ook
‘onze’ marine bij was betrokken, over de
bemanning uiteraard en over de lading. Alleen
al dat er door een marineschip met scherp
geschoten is in vredestijd, maakt deze affaire
al bijzonder. Niet onvermeld mag ook niet
blijven dat er nog al wat jutters – niet alleen
de ‘rokers’ – sympathie hadden voor de
Lammie en hoopten dat zij zou kunnen
ontsnappen aan de(hrMs) Wolf of dat zij de
begeerde lading op tijd in zee zou kunnen
lozen. Misschien was het de wens van de
gedachte, want enkele jaren later nog werden
er in plastic verpakte brokken ‘zeehasj van de
Lammie’ aangeboden aan het lokale
rokersgilde. Dit laatste strookt niet geheel met
de slotconclusie van het volgende spannende
verhaal, een reconstructie van de betreffende
gebeurtenissen ten behoeve van het
NTR/VPRO programma “Andere Tijden”, dat
op 26 juli 2013 is uitgezonden.
De georganiseerde drugscriminaliteit staat
ruim dertig jaar geleden nog in de
kinderschoenen. Op de afdeling ‘verdovende
middelen’ aan het hoofdbureau van
Amsterdamse
politie
komen
diverse
geruchten binnen. De Amsterdamse crimineel
Simon Frederik Adriaanse, alias Frits van de
Wereld, wordt gezien als de leider van een
organisatie die zich bezig houdt met handel in
verdovende middelen, voornamelijk hasj.
Deze hasj wordt door middel van kotters in
Libanon opgehaald en overgebracht naar
Nederland en verhandeld.
De Criminele Inlichtingen Dienst van de
Centrale Recherche van de gemeentepolitie
Amsterdam, heeft informatie verzameld en in
kaart gebracht wat er speelt in de
onderwereld. In januari 1973 wordt nabij
Lissabon door de kustvaarder ‘Spurt’ 1300 kilo
hasj overgenomen van het jacht ‘Tahina’. Het
jacht is daar gestrand en de opvarenden van
de ‘Spurt’ schieten te hulp. Maar op de
terugweg naar Nederland krijgt de Spurt voor
de kust van Frankrijk ook averij. Het schip
vaart naar de haven van Benodet, in Bretagne.
Als de ‘Spurt’ in de haven ligt, vertrekken de
Nederlandse opvarenden naar huis. De Franse
douane wordt gealarmeerd en stelt een
onderzoek in. De douane treft de hasj aan en
neemt die in beslag.
de redactie
4
5
Maar ondanks deze mislukking, wordt niet
lang daarna een volgende reis voorbereid, zo
blijkt uit het proces-verbaal. Tussen april en
mei 1973 reist het schip de ‘IJmuiden I’ naar
Libanon. Er wordt drieduizend kilo hasj
opgehaald. Deze partij wordt bij Oudeschild
op Texel gelost en met busjes afgevoerd naar
een onbekende bestemming. De opvarenden
van de ‘IJmuiden I’ krijgen van Frits van de
Wereld ieder tienduizend gulden.
Het blijkt dus een lucratieve smokkelroute te
zijn. Een volgend transport wordt al weer
gepland. Maar het blijft ook een bezigheid
waar risico’s aan kleven. Tijdens dit transport
in augustus 1973 laadt de bemanning van
‘IJmuiden I’ in Libanon zesduizend kilo hasj in.
Maar op de terugweg krijgen de opvarenden
moeilijkheden met de kustwacht van Algiers.
Ze worden beschoten en in paniek zetten ze
de zesduizend kilo hasj over boord. De
financiers (behalve Frits van de Wereld, zijn
dit ‘Mooie Willem’ en de Volendammers C.M.
en J.S.) besluiten het na dit debacle anders
aan te pakken. Ze gaan opzoek naar en
nieuwe boot.
inspecteren hoe de voorbereidingen met de
HD 160 verlopen.
Arie Dekker werkt bij de marechaussee in Den
Helder en krijgt een tip dat er iets aan de hand
is met een viskotter in de haven. Eerder heeft
Dekker al informatie ontvangen van de politie
uit Amsterdam over een op handen zijnd
transport. Dekker gaat samen met een andere
rechercheur de Lammie observeren. Vlak voor
dat de Lammie vertrekt zijn ze goed op de
hoogte. “We wisten wie de bemanning
vormden, hoeveel motorolie er aan boord
was, welke zeekaarten hij had en hoeveel
proviand er mee ging. En ook heel belangrijk:
er waren rubberboten aan boord. Daar
moesten ze wat mee gaan doen.” Dekker gaat
op de dag dat de Lammie vertrekt nog even
kijken of hij de boot kan zien uitvaren. “Ik
dacht: daar gaat hij. En wij weten alles.”
De Lammie vaart via het Kanaal, de Golf van
Biskaje, langs Gibraltar dwars de Middellandse
Zee over naar Libanon. Ze varen eerst de
haven van Rhodos nog binnen want daar
komen Adriaanse en zijn vrouw ook naar toe.
De Lammie
Een woelige overtocht
De keus voor de volgende reis valt op een
kotter, de HD 160 van de schipper Dorus
Pompert. De financiers van het transport
kopen het schip van Pompert en beloven dat
hij het terug mag kopen na het slagen van de
expeditie. Op 6 januari 1974 reizen C.M. en
Frits Adriaanse, alias Frits van de Wereld, per
vliegtuig naar Beiroet om met een zekere
Yoessoef voorbereidingen te treffen voor de
aankoop van hasj en het vervoer per schip
naar Nederland. Twee dagen later komen de
twee mannen weer op Schiphol aan. Voor de
expeditie met de HD 160 gaan C.M. en J.S.
samen een aantal keer naar Den Helder om te
Foto 2: de HD 160 maakt water…..
5
6
Vanuit Rhodos vaart de Lammie naar Libanon.
Dekker: ”Op de grens van Libanon en Syrië
heb je een olieraffinaderij en een lichtpunt.
Daar moest hij op varen, en daar zou hij de
hasj aan boord krijgen. Maar het lukte niet. De
hasj was niet op de bestemde plaats.”
Er blijken wat problemen met de leverancier.
De bemanning stuurt de boot in zwaar weer
de haven van Rhodos binnen. In het tapverslag
van de Amsterdamse politie staat: Adriaanse
belt met J.S.. “Het ging op Rhodos en in
Libanon verschrikkelijk slecht. Ze hebben vijf
dagen doelloos rond gehangen. Verschrikkelijk
slecht weer gehad. Met windkracht 11
binnengevaren”
De boot is beschadigd en moet worden
opgelapt. Als dat gebeurd is, wacht de
bemanning op wat nog komen gaat. Maar
vooralsnog is niet duidelijk wanneer de hasj
geleverd
gaat
worden.
Uiteindelijk mogen de drie opvarenden van de
Lammie ‘even’ terug naar Nederland. Na
ongeveer een week lijken de problemen
opgelost en vertrekt het drietal weer per
vliegtuig. Dekker: “Ze zijn naar Rhodos
gevlogen en ze zijn aan boord van de Lammie
gestapt. Ze kregen toen bericht dat ze naar de
Libanon moesten gaan. Ze hebben de hasj
aanboord gekregen en zijn meteen
teruggevaren. Vanaf dat moment moeten ze
nog ongeveer 20, 21 dagen varen, voordat ze
bij de Nederlandse kust zijn.” Het
opsporingsteam wordt in gereedheid gebracht
en de grote vraag is: waar zal de hasj aan land
worden gebracht?
“Paardrijden”
De spanning stijgt
Inmiddels lijkt in Nederland de vraag naar hasj
te groeien. Uit de tapverslagen van de
gesprekken die met de huistelefoon van Frits
Adriaanse zijn gevoerd blijkt dat verschillende
betrokkenen die een financieel aandeel
hebben in dit transport, contact hebben met
Frits. Een handelaar in verdovende middelen
uit Heusden belt en krijgt zijn vrouw aan de
lijn. “Wanneer is ‘t zomer,” vraagt hij. De
vrouw van Frits zegt dat het voorlopig nog niet
het geval is. De man uit Heusden vraagt: “Gaat
het nog lang duren?” Mevrouw Adriaanse zegt
dat ze er niets over kan zeggen en sluit het
gesprek af. Ook een zekere Truus meldt zich
en vraagt aan Frits of hij nog hasj heeft. “De
eerste week of tien dagen heb ik niks. Het is
allemaal zo link.”
Inmiddels zijn een paar weken verstreken en is
de Lammie op de terugtocht. Uit de
tapverslagen blijkt dat de boot in aantocht
moet zijn. Frits belt met mevrouw C.M. en
zegt dat hij niet kan slapen. Hij vraagt haar of
zij al iets gehoord heeft maar dat blijkt niet zo
te zijn. Frits zegt raadselachtig: “De volgende
keer ga ik zelf paardrijden.” Mevrouw C.M.
begrijpt hem en lacht er om. Frits beëindigt
het gesprek met een aantal vloeken. Dan gaat
de telefoon weer, het is C.M.. “Alles goed?”
vraagt Frits. “Nee,” zegt C.M.. “Godkolere nog
an toe. Hoe ken dat nou. Hoe laat moest ze er
zijn,” vraagt Frits. C.M. zwijgt en zegt dan dat
hij morgen wel even langskomt. Op 24 april
om tien voor twee ’s nachts belt naar Frits: “Ik
ben vannacht in de papierloods geweest,
enne…niks.” Frits reageert met: “Godtyphus.
Morgen dan maar weer. Welterusten.”
De opsporing
De Lammie in het vizier
Ondertussen wachten ook diverse mensen van
politie, justitie, marine en douane in spanning
op de kotter. Op donderdag 18 april is er in
het douanegebouw van de douanerecherche
in Haarlem een briefing voor alle betrokken
partijen. Naar schatting zijn rond de honderd
man betrokken bij de geheime operatie die tot
doel
heeft
het
hasjtransport
te
6
7
onderscheppen en de grote mannen die
erachter zitten, te pakken.
Op zondagochtend 21 april vaart het
marineschip, het korvet HrMs Wolf zuidwaarts
om de Lammie ergens op te pikken. Luitenant
Ben Schmidt van de rijkspolitie te water in
Amsterdam vaart mee als liaisonofficier. De
marinemensen zien de kotter spoedig op de
radar en volgen het schip op gepaste afstand.
Even raken ze hem kwijt maar al snel hebben
ze het vissersbootje weer in het vizier.
Schmidt: “We dachten dat hij naar Zeeland
zou gaan, dus hebben we de politie daar
gewaarschuwd. Alarmfase 1. Schepen
bemannen, vuurtorens bemannen; het hele
circus begon daar dus te werken. Hij voer
inderdaad een aantal mijlen naar het Oosten,
maar ging toen weer op de Noord.
Waarschijnlijk wilde hij wat dichterbij de kust
zitten omdat hij dan wat makkelijker kon
navigeren. Vandaar uit is hij dus naar het
Noorden gegaan. Tot zeg maar Callantsoog.”
Officier van Justitie Josephus Jitta van het
parket Alkmaar is een van de betrokkenen en
hoort een aantal dagen na de briefing dat het
schip richting Noord-Holland vaart. “Er kwam
een telefoontje en toen hoorde ik: de hasjboot
in kwestie is gesignaleerd en hij komt eraan,
hij komt naar het Arrondissement Alkmaar. En
vermoedelijk in de buurt van Den Helder.”
Josephus Jitta hoort dat op het Hoofdbureau
van Politie in Den Helder. Hij weet ook dat er
een groep mensen in de duinen zit en dat de
douaneboot ‘De Zeearend’ zee gekozen heeft.
“Op een gegeven moment kwamen er
berichten dat de radar iets op zee zag dat in
de richting van het land bleek te gaan. Het
bleek een rubberboot te zijn en het ging naar
het strand. Het stopte op het strand van
Callantsoog. En vervolgens ging er weer iets
terug.”
Foto 3: met ‘groot materieel’ werd de Lammie
belaagd: een Lockheed Neptune en een Agusta
Bell helikopter van de marine in actie.
Er is iets aan land gebracht en er blijken
bestelwagens in de buurt te staan wachten.
De spullen van het strand worden naar de
auto’s gebracht. Josephus Jitta krijgt op een
gegeven moment van de politieleiding de
vraag of er nu genoeg reden is om tot
aanhouding over te gaan. “Nou daar moest ik
wel over nadenken,” vertelt Josephus Jitta. “Ik
begreep wel dat als er te vroeg zou worden
aangehouden het een probleem zou kunnen
zijn. En als er te laat werd aangehouden, dat
het ook een probleem kon zijn. Het moest wel
het goede tijdstip zijn.”
“Het paard staat op stal”
De politie komt in actie
In de nacht van 25 april belt Frits Adriaanse
om kwart voor vijf met mevrouw C.M.. Ze
kunnen allebei niet slapen en zitten te
wachten op een bericht. Frits besluit even
naar mevrouw C.M. toe te gaan. Frits besluit
even naar mevrouw C.M. toe te gaan.
Eenmaal bij mevrouw C.M. aangekomen belt
hij naar zijn eigen vrouw en hij zegt:
“Goeiemorgen Moos, het paard staat op stal.”
Maar dat blijkt even later niet helemaal te
kloppen. ‘Mooie Willem’ belt naar het huis
van Adriaanse en zegt: “Het halve paard is er.”
7
8
De Helderse marechaussee Arie Dekker weet
nog goed dat er over paardrijden gesproken
werd maar dat niet duidelijk was wat werd
bedoeld: “Ze hadden het gehad over
paardrijden, en wij konden het woord
‘paardrijden’ geen plaats geven. We
ontdekten toen dat het paard de lading was,
en het paardrijden de landing op de kust. Dat
werd toen duidelijk. Het halve paard was aan
land gebracht, en het andere halve paard was
nog aan boord van de Lammie.” De politie
houdt de bestuurders van de bestelwagens
aan. Dat het niet goed is gegaan met het
lossen van de eerste helft van de lading dringt
dan ook bij de opdrachtgevers door.
Om iets over acht uur ’s ochtends belt
mevrouw C.M. met mevrouw Adriaanse. Ze
vraagt of Frits al thuis is. Dat is niet het geval.
Mevrouw C.M. zegt dat haar man en J.S. zijn
opgepakt. Onmiddellijk na dit telefoongesprek
belt mevrouw Adriaanse naar de handelaar in
Heusden en meldt dat C.M. en J.S. zijn
opgepakt. De handelaar vraagt: “Met of
zonder iets?”. Mevrouw Adriaanse weet het
niet en vraagt of hij het kan doorgeven als
Frits daar aankomt.
Als Frits is aangekomen in Heusden belt hij
naar zijn vrouw en vraagt wat er aan de hand
is. Hij reageert laconiek op haar verhaal en
zegt dat er niets aan de hand is. Hij blijkt
ongelijk te hebben, want niet lang daarna belt
de handelaar uit Heusden naar mevrouw
Adriaanse en hij vertelt dat Frits gepakt is. De
handelaar zegt: ”In de wagen van Frits zat een
partij achterin. Twee zakken, ik denk vijftig.”
De Lammie zinkt
“Het eerste schot sinds het conflict om
Indonesië”
Ondertussen vaart de Lammie verder. De
eindbestemming is onduidelijk maar de
betrokken
opsporingsambtenaren
zijn
vastbesloten ook de opvarenden in de kraag
te vatten. Via de mobilofoon wordt de
Lammie vlak voor de kust bij Den Helder,
verzocht te stoppen, maar er volgt geen
enkele reactie. De HrMs Wolf geeft een schot
voor de boeg; een ernstige waarschuwing. Het
schot komt wat ruim voor de Lammie terecht
maar duidelijk is het wel. Josephus Jitta: “De
eerste keer dat onze marine een schot
afvuurde sinds het conflict met Indonesië om
Nieuw Guinea.” Ook dit maakt geen indruk en
dan tikt de marineboot de Lammie aan en
schiet een traangasgranaat in het stuurhuis.
De bemanning duikt weg.
Foto 4: de kostbare lading wordt geschouwd.
Ondertussen heeft luitenant ter zee J.W.
Kelder zich voorbereid op een entering, maar
zo ver komt het niet. Kelder: “Wij namen met
ons schip afstand en de drie opvarenden
kwamen weer naar boven en lieten blijken
zich niet over te willen we geven. Toen
hebben ze waarschijnlijk het roer vastgezet en
zijn ze naar het vooronder gegaan.” Vanaf de
marineboot worden nog meer schoten gelost.
“De voorsturing van de motor is eraf
geschoten en daardoor is de diesel tot
stilstand gekomen. De bemanning heeft
gekeken of ze de diesel weer aan de praat
konden krijgen. Dat is niet gelukt en toen
hebben ze dus de buitenboord kranen
opengezet.”
8
9
De Lammie maakt water en begint te zinken.
De drie mannen stappen in een rubberboot.
Het duurt niet lang voordat de Lammie, zo’n
zestig kilometer uit de kust van Den Helder, in
de golven verdwijnt. De opvarenden roeien
naar de douaneboot de Zeearend en worden
aangehouden.
Liaisonofficier Ben Schmidt stapt over van de
Wolf op de Zeearend. “We hebben ze aan
boord genomen, we hebben met elkaar koffie
gedronken en een praatje gehouden. Ze
zeiden dat ze daar aan het zeevissen waren.”
Maar als Schmidt laat blijken dat ze goed op
de hoogte zijn vertellen de drie aangehouden
bemanningslieden dat er ongeveer nog twee
duizend kilo hasj aan boord moet zitten.
Jitta: “Achteraf is het een hele mooie zaak om
op terug te zien. Juist omdat alles goed
afgelopen is, juridisch gezien. En dat er niets
aan de aandacht is ontsnapt. Dat alle
verdachten ook inderdaad door de Rechtbank
veroordeeld zijn. Dat we alle hasjiesj in
handen hebben gekregen, dat niks aan de
aandacht ontsnapt is. In die zin was het een
mooie zaak En natuurlijk die grote
samenwerking was op zichzelf al mooi. Ik zie
het ook als een soort jongensboek. Een grote
operatie, iedereen tevreden. Dat mag je je
toch weer wel met een glimlach herinneren.”
Tekst
en
research:
Yfke
Nijland
Samenstelling en regie: Dirk Jan Roeleven Bron
Andere Tijden NTR/VPRO
De laatste loodjes
Het lichten van de ‘Lammie’
De kotter ligt op een diepte van zo’n
veertig meter. De vrees dat geoefende
duikers naar de boot toe gaan is groot en
officier van Justitie Josephus Jitta besluit
de Lammie spoedig te laten lichten. Een
aantal dagen later is het zover en wordt
de Lammie in de takels naar de haven van
Den Helder gesleept. De lading wordt uit
het ruim gehaald en bestaat uit 1600 kilo
hasj en 27 warmwaterkruiken met totaal
40 liter hasjolie. Een liter olie levert 1000
joints op.
Foto 4: de Lammie wordt gelicht.
Totale straatwaarde van dit transport was in
1974 25 miljoen gulden.
Frits van de Wereld en ‘Mooie Willem’ krijgen
uiteindelijk ieder een jaar en negen maanden
cel en Dorus Pompert en zijn bemanning
moeten twaalf maanden de cel in. Schipper en
C.M. worden veroordeeld tot achttien
maanden gevangenisstraf.
De actie leidt tot nieuwe ontwikkelingen in de
opsporing. Mede naar aanleiding van deze
actie wordt de Kustwacht opgericht. Josephus
9
10
OUDE TIJDEN HERLEVEN
In de jaren na de tweede wereldoorlog
hebben opeenvolgende regeringen een sociaal
stelsel opgebouwd, dat als één van de beste
van de wereld kan worden beschouwd. Onder
leiding van de sociaaldemocratische leider dr.
Willem Drees, die de belangrijkste architect
was van dit stelsel werd er ‘een vangnet’
gemaakt voor een ieder, die door welke
omstandigheden dan ook, niet meer
zelfstandig kon ‘overleven’. De moderne
‘verzorgingstaat’ was het resultaat van een
strijd, die in de negentiende eeuw was
begonnen,
een
emancipatiestrijd
ter
verheffing van de arbeidersklasse, een strijd
tegen de bittere armoede waarin een groot
deel der bevolking leefde. Nu, aan het begin
van de eenentwintigste eeuw zijn we getuige
van
forse
versoberingen
van
de
verzorgingstaat. Dit om het sociale stelsel in
de toekomst ‘betaalbaar’ te houden, volgens
een meerderheid van de huidige politici.
Anderen noemen het ‘de afbraak’ of ‘een kille
sanering’ van de sociale verworvenheden. Hoe
het ook zij, het valt niet te ontkennen dat de
armoede terug is in ons land. Relatieve
armoede wellicht, maar feit is dat de
koopkracht van bijvoorbeeld mensen in de
bijstand ten opzichte van eind jaren zeventig
fors is afgenomen. Bovendien probeert men
de drempel voor zo’n uitkering stelselmatig te
verhogen, zodat een groeiende groep mensen
helemaal uit de boot valt en meer en meer
wordt aangewezen op.………. liefdadigheid.
Particuliere initiatieven lijken weer gewoon te
zijn geworden. Daklozenopvang laten we
vooral over aan het Leger des Heils en bijna
elke stad heeft nu een voedselbank. De
volksgaarkeuken is niet meer ver weg!
Oude tijden herleven…….. helaas.
Daarom aandacht in dit artikel voor het begin
van de emancipatiestrijd, het begin van de
ontwikkelingen naar een sociaal stelsel, zoals
we dat hebben gekend. Van oudsher waren er
in steden allerlei initiatieven gericht op
armenzorg en de opvang van wezen. Veelal in
gang gezet door bezorgde notabelen en
meestal
op
basis
van
christelijke
naastenliefde. In de negentiende eeuw
bestonden er duizenden landelijke en lokale
organisaties van allerlei denominaties, die zich
bezig hielden met de zorg voor armen en de
preventie van armoede. Een groeiend aantal
hiervan was neutraal van levensbeschouwing.
In een speciale uitgave van de Morgen uit
2013 is er aandacht besteed aan Pieter
d’Armandville, één van de oprichters van de
Helderse afdeling (Departement Helder) van
de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen,
opgericht in 1822. Interessant is dat er hier
ook een afdeling heeft bestaan van de
Maatschappij van Weldadigheid, eveneens
een organisatie met het doel tot het
bestrijden van de ergste uitwassen van de
armoede en de verheffing van de ‘bedeelden’.
Volgens de analen heeft deze lokale afdeling
bestaan van 1826 tot 1856, dan wel 1859.
Hopelijk kunnen we daar gegevens over
vinden in de archieven om hierop uitgebreider
verslag te doen in dit orgaan.
Afb. 1: luitenant- generaal Johannes van den
Bosch (Maatschappij van Weldadigheid)
10
11
Maar deze Maatschappij van Weldadigheid is
verder interessant genoeg om u alvast
hierover te informeren)
levensbeschouwing een ‘neutrale’ – dus niet
aan een geloof verbonden – vereniging. In de
statuten lezen we:
De Maatschappij van Weldadigheid
‘het doel van de Maatschappij van
Weldadigheid is hoofdzakelijk om den
toestand der armen en lagere volksklassen te
verbeteren, door zoodanig ontwerpen, die
voor dezelve dienstig geoordeeld worden, ter
uitvoering te brengen, inzonderheid door
dezelve arbeid, onderhoud en onderwijs te
verschaffen hen uit dien toestand van
verbastering, waartoe deze menschen, in het
algemeen, vervallen zijn op te beuren, en tot
eener hoogere beschaving, verlichting en
weldadigheid op te leiden’.
De Maatschappij van Weldadigheid is
opgericht in 1818. Het initiatief hiertoe kwam
van de sociaal bewogen luitenant-generaal
Johannes (graaf) van den Bosch. Na de
definitieve val van Napoleon in 1815, legde hij
zijn plannen voor aan de kersverse koning
Willem I. Zijn doel was de verstikkende
armoede waar een groot deel van de
bevolking onder leed, te bestrijden. Van de
koning krijgt hij carte blanche om zijn plannen
te verwezenlijken. Door middel van het
aanbieden van werk, onderdak, scholing en
zorg in nieuw op te richten landbouwkoloniën
wil hij proberen de vooral stedelijke paupers
een perspectief op een beter bestaan te
bieden. Bovendien konden zo de zogenaamde
´woeste gronden´ in de noordoostelijke
provincies tot ontwikkeling worden gebracht.
Afb. 3: bouw van een kolonistenwoning
(Maatschappij van Weldadigheid)
Afb.2: aanleg van een kolonie (Maatschappij
van Weldadigheid)
Kort na de Napoleontische oorlogen en de
Franse overheersing van ons land leefde zo´n
10% van de bevolking in bittere armoede; in
de steden liep dit op tot 50%. De mislukte
oogsten van 1816 en 1817 maakten het leed
nog groter. Overigens leefden nog eens ruim
70% van de bevolking in omstandigheden, die
maar weinig beter waren. De Maatschappij
van
Weldadigheid
was
qua
Van den Bosch vond onder welgestelde
landgenoten bijna 15.000 contribuanten, die
jaarlijks goed waren voor ruim 40.000 gulden .
Ook wist hij forse giften binnen te halen en
kreeg hij ‘verkapte’ staatssteun via Willem I.
Verkapt omdat Willem I regeerde als
autocratisch vorst, die zelf op schimmige wijze
fondsen beheerde. Een van die fondsen was
het “Amortisatie-Syndicaat”, waaruit onder
andere de aanleg van het Noord Hollands
kanaal is gefinancierd. Deze fondsen werden
gevoed uit de opbrengsten van de koloniën in
de Indische archipel. Curieus is de rol van
Johannes van de Bosch hierin. Als almachtig
alleenheerser in de functie van GouverneurGeneraal(1830-1834) voerde hij het door
11
12
hemzelf bedachte en later door Multatuli aan
de kaak gestelde ‘cultuurstelsel’ in, waarbij de
(‘inlandse’)Indonesische boeren 20% van hun
opbrengsten moesten afstaan aan de
koloniale overheerser. Als minister van
Koloniën(1834-1839) wist hij zo de opbrengst
fors te verhogen. Hoe sociaal bewogen hij dus
ook moge zijn geweest, die betrof blijkbaar
niet de arme inlandse bevolking. Je kunt zelfs
enigszins wrang vaststellen, dat zijn
‘weldadigheid’ hier over de ruggen van de
paupers daar werd mogelijk gemaakt.
Johannes van den Bosch en tijdgenoten als
Willem van Hoogendorp(een zoon van
Gijsbert) en Thorbecke zagen het kapitalisme
en
‘het
voortgaande
proces
van
kapitaalconcentratie’ als de oorzaak van de
enorme armoede in de lage landen. In die zin
kunnen zij worden beschouwd als ‘pré
marxistische denkers ’ (E.H. Kossmann: De
Lage Landen 1780-1980 deel 1, blz. 120). ‘Toch
kwam bij deze mensen de gedachte niet op
om de hele maatschappij doelbewust te
hervormen en bleef hun werk beperkt tot de
bestrijding
van
het
eigenlijke
pauperisme’(idem: blz. 120).
Vrije Kolonies
Om de bovenbeschreven doelen te bereiken
stichtte de Maatschappij zogenaamde ‘vrije
kolonies’ in de onontgonnen ‘woeste gronden’
in noordoost Nederland. Zo werd er al in 1818
een landbouwkolonie aangelegd nabij Vledder
in Drente, welke Frederiksoord werd
genoemd(het latere dorp) en niet veel later in
1820 ontstond Wilhelminaoord. In noordwest
Overijssel werd in 1820 de kolonie
Willemsoord gesticht. Deze koloniën werden
volgens een vast concept uitgevoerd met
strakke lijnen tussen akkers, paden en
gebouwen aangelegd in een hiërarchisch
verband. In deze landbouwkoloniën zouden
de ‘bedeelden’, veelal gezinnen, zich vrijwillig
kunnen aanmelden om te worden opgeleid
voor het boerenbedrijf. Dat bleek al spoedig
veeleer theorie. In de praktijk werden
contracten met derden afgesloten, gebaseerd
op de opvoeding van de kinderen in de vrije
gestichten; ‘subcommissies’ bemiddelden
hierbij, maar ‘weesvoogden’, ‘diakoniën’ en
‘armenbesturen’ kregen ‘het eeuwigdurend
plaatsingsrecht’. Ook voor gevangenen,
landlopers, bedelaars, boefjes, vondelingen,
‘verlate’ kinderen en wezen werden er
koloniën gesticht, de bekendste is natuurlijk,
die van Veenhuizen, maar deze waren
uiteraard niet vrij. Na 1859 behoorde deze
doelgroep niet meer tot de competentie van
de
Maatschappij
nadat
de
verantwoordelijkheid
voor
de
‘dwanginrichtingen’ door de rijksoverheid was
overgenomen.
Afb.4: plattegrond van landbouwkolonie
Frederiksoord
(Maatschappij
van
Weldadigheid)
Hoewel de landbouwkoloniën best succesvol
waren, lukte het zeker niet om van iedereen
een goede boer te maken. Veel stedelijke
paupers bleken niet geschikt voor het
landleven. Een grote sprong voorwaarts werd
er gemaakt bij de oprichting van de eerste
Nederlandse tuinbouwschool in 1884 in
Frederiksoord,
genoemd naar de jong
overleden zoon van geldschieter majoor der
cavalerie F.H.L. van Swieten, de “Gerard
Adriaan van Swietenschool”, deze school is in
2005 verhuisd naar Meppel. Gelijk met de
tuinbouwschool werd er in Willemsoord een
landbouwschool opgericht en later in 1888
12
13
een
bosbouwschool.
Zo
stond
de
Maatschappij van Weldadigheid ook aan de
wieg van het beroepsonderwijs in ons land.
Desperado Kolonies
Kolonisten kregen als beloning voor ‘vlijtigen
arbeid en goed gedrag’ een koperen, zilveren
of gouden medaille, waaraan een jaarlijks
geldbedrag was verbonden van respectievelijk
2,5, 5 en 10 gulden. Wie kon aantonen dat hij
van landbouw of veeteelt voldoende kon
bestaan, kreeg de zilveren of gouden medaille
en kon worden bevorderd tot pachter of
vrijboer. Er werden ook kolonisten
weggestuurd, vanwege wangedrag of totale
ongeschiktheid. Dezen vestigden zich in de
nabije omgeving (o.a. Nijensleek, Vledderveen
en Noordwolde-zuid) op de woeste gronden in
zogenoemde ‘desperado-kolonies’, waar ze
woonden in zelfgebouwde plaggenhutten.
haar oprichting heeft de Maatschappij veel
belangstelling opgewekt in binnen en buiten
land en werden de ideeën vaak overgenomen.
De Maatschappij wordt ook beschouwd als
ijkpunt van de overheid voor sociaal beleid en
in feite de aanzet tot de realisatie van de door
velen
van
ons
zo
gewaardeerde
verzorgingsstaat.
Henk Boerekamps en Gerard Hoekmeijer
Geraadpleegde bronnen:
Website Maatschappij van Weldadigheid;
De Lage Landen 1780-1980. Twee eeuwen
Nederland en België, Deel I, E.H. Kossmann
(uitgeverij Olympus);
Een Nieuwe Staat , Het begin van het
Koninkrijk der Nederlanden, Ido de Haan
e.a.(uitgeverij PrometheusBertBakker).
Afb.5: lagere school Veenhuizen(nu museum)
(maatschappij van Weldadigheid)
In de loop der jaren namen de gemeentelijke
en landelijke overheden steeds meer taken in
de sociale zorg op zich. Na 1934 werden er
dan ook geen nieuwe gezinnen meer in de
koloniën opgenomen. De Maatschappij van
Weldadigheid bestaat echter nog steeds en is
voorgedragen bij de Unesco om opgenomen
te worden op de Wereld Erfgoedlijst. Vanaf
13
14
DE SYNAGOGE IN DEN HELDER
In de Franse periode(1795-1813) nam de
plaatselijke bevolking door de militaire
inkwartiering in aantal toe. Vooral NoordHollanders en eilandbewoners van Texel en
Wieringen wilden zich hier vestigen om hun
boterham te verdienen. Onder hen waren ook
joodse handelaren. Volgens een akte in het
gemeentearchief hielden zij hun eerste
kerkdiensten in een eigen onderkomen in de
Ouwe Helder, genaamd als Wijk E (omgeving
Smidstraat/Breedstraat) nummer 300. Rabbijn
in die periode was de vijfentwintig jarige
Simon
de
Jong.
Hij
moest
de
godsdienstoefeningen en ceremoniën leiden
en de kinderen in de Israëlieten (joodse) leer
onderwijzen. De in 1943 gesloopte wijk Ouwe
Helder bestond voor een groot deel uit
onlogisch lopende kronkelige straten en
stegen. Tussen de Middenstraat en
Smidsstraat liep een aantal smalle straatjes
zoals
de
Schoolstraat,
Schapensteeg,
Krommesteeg en Jodensteeg. De naam
Jodensteeg is vernoemd naar de synagoge die
daar van 1815 tot 1837 heeft gestaan. Daar, in
dat nauwe steegje, kwam men samen voor de
sabbat en om de feestdagen te vieren. Op die
plek, op 8 september 1837, verzamelden de
Israëlieten zich met hun voorgangers, om het
oude kerkgebouw voorgoed te verlaten. Bij
alle woningen van de Israëlieten en bij de
nieuwe synagoge wapperde de vlag. Nadat in
de oude synagoge een middagdienst werd
gehouden, trok een grote groep Israëlieten
met genodigden naar het nieuwe gebouw aan
de Kanaalweg. De vier Heilige wetsrollen
werden uit de oude synagoge gehaald en
onder een speciaal daarvoor vervaardigde
baldakijn meegedragen. Dit gebeurde in een
grote optocht die vooraf werd gegaan door
het muziekkorps van Zr. Ms. Wachtschip
Kenau Hasselaar. Daarachter bestrooiden
meisjes in het wit de straat met witte
bloemen. Daarna volgde de rest van de
optocht met diverse uitbeeldingen en een
detachement van het landmacht garnizoen.
In het nieuwe kerkgebouw (synagoge) zong
het koor terwijl de plechtige omgangen
plaatsvonden en de wetsrollen in de Heilige
ark werden geplaatst. De Heilige ark* is een
kast of nis in de synagoge die zich tegen of in
de muur bevindt. Deze geeft de richting van
de tempel in Jeruzalem aan. In de voorgevel
stond in het Hebreeuws de woorden: De
Eeuwige is in zijnen heiligen Tempel, zwijgt
voor Hem, gij gansche aarde, en het jaartal
5597. Na bijna honderd jaar dienst te hebben
gedaan besloot men een nieuwe synagoge te
bouwen naar een ontwerp van de joodse
architect Hary Elte (1880-1944). Aanvankelijk
had Harry Elte, als architect de opdracht de
bestaande synagoge uit 1837 te verbouwen,
maar wegens de bouwvallige toestand werd
die toch afgebroken en kwam er nieuwbouw
op dezelfde plaats. Uitgangspunt was dat,
ondanks de bescheiden financiële middelen,
de verheven sfeer, die in een synagoge moest
heersen. Op 9 december 1925 werd een
concert gegeven, ten bate van het bouwfonds
voor de nieuwe synagoge. Op 2 mei 1928
werd de eerste steen gelegd. Het gebouw had
een streng symmetrische voorgevel, met de
hoofdentree in een diepe halfronde nis op de
middenas.
Afb. 1: de nieuwe synagoge(1928).
14
15
Zware bakstenen vormen, het middendeel iets
naar voren, bekroond door drie vensters op de
verdieping waarboven een luifel. De
architectuur heeft duidelijk verwantschap met
de synagoge aan het J. Obrechtplein en de
metaheirhuizen in Amsterdam, Diemen en
Muiderberg, doch versieringen in de vorm van
beeldhouwwerk ontbreken hier geheel. De
synagoge werd ingewijd op 24 augustus 1928.
De met zwart marmer omlijste aron was
uitgebouwd in een zijmuur. De vrouwengalerij
langs drie zijden rustte op vier kleine, met
hout beklede kolommen. De betimmeringen
waren vervaardigd door de Helderse
timmerfabriek C. Quak. De aron*, de bima**
en de banken waren van groen, paars en
zwart geschilderd hout. De vloer was gemaakt
van diep paars purperhardhout. Een
roodkoperen lichtkroon met twaalf lampen
werd geleverd door de firma Wiener & Amp
Co. te Amsterdam.
Afb.2: het
synagoge.
lampheld
(lichtkroon)
in
de
Een ceremoniënbord was vervaardigd door
fam. Mulders te Den Helder naar ontwerp van
Leo Pinkhof (1898-1943). Gebrandschilderd
glas-in-lood werd geleverd door de fa. W.
Bogtman te Haarlem. Elte ontwierp een
voorhangsel voor de aron. In 1944 werd het
direct aan het Marsdiep gelegen deel van Den
Helder, waaronder de synagoge, in opdracht
van de bezetter afgebroken ten behoeve van
de 'Atlantikwall'. Van het interieur zijn geen
foto's bekend. De lichtkroon is bewaard
gebleven en hangt thans in het Joods
Historisch Museum te Amsterdam. Tijdens de
bouw werden de diensten en lessen in het
oude raadhuis aan de Dijkstraat gehouden. Op
2 mei 1928 werd de eerste steen gelegd en op
24 augustus 1928 werd de synagoge ingewijd.
Aantal joden in Den Helder:
1809 72
1840 256
1869 470
1899 322
1930 196
1951 24
Na de oorlog is door het geringe aantal joodse
inwoners geen nieuwe synagoge gebouwd. De
Israëlitische gemeente van Den Helder heeft
zich bij de gemeente van Alkmaar
aangesloten. In april 2005 is ter herinnering
aan de omgekomen Helderse joden in de
Tweede Wereld oorlog een gedenksteen
onthuld aan het stenen dienstgebouw op de
joodse begraafplaats
Afb. 3: het dienstgebouw bij de joodse
begraafplaats
Tekst: Henk Boerekamps
Bron Joods Historisch Museum en diverse
documenten op het internet.
*) aron: of aron kodesh, de heilige ark, een
kast of nis in de wand die naar Jeruzalem wijst
en waarin de wetsrollen(Torahrollen) worden
bewaard. **) bima: ook wel bimah, een soort
platform waarop de Torahrollen ter lezing
liggen tijdens een eredienst.
15
16
HR.MS ZEVEN PROVINCIËN (1909-1943)
een groot onderhoudsbeurt in Den Helder,
vertrok het schip weer naar de oost, waarna
het vooral nationale( en internationale)
bekendheid verkreeg door genoemde muiterij,
die spontaan werd uitgevoerd door ‘inlands’
(Indisch) marinepersoneel, uit frustratie en
woede na de zoveelste forse loonsverlaging,
opgelegd door de regering onder leiding van
premier Hendrik Colijn(ARP). Deze ‘bedwinger
van Atjeh’ had al een bloedig spoor in Indië
achter
zich
gelaten
en
was
nu
verantwoordelijkheid
voor
de
brute
beëindiging van deze muiterij door het laten
werpen van een bom uit een Dornier
vliegboot van de marine.
Tijdens de laatste ledenvergadering van de
HVSG bij de bespreking van dit blad, kwam de
voorpagina ter sprake, waarop sinds jaar en
dag een foto van een marineschip staat
afgebeeld, die volgens uw redactie Hr.Ms.
Zeven Provinciën betreft. Dit zou een
blijvende herinnering zijn aan de beruchte
muiterij, die op dit schip plaats vond op 5
februari 1933 in de wateren van de Oost
Indische archipel. Volgens een der aanwezige
leden was het echter geen afbeelding van dit
tragische schip, maar een andere. De redactie
heeft
dit
uiteraard
uitgezocht
en
complimenteert bij deze ons deskundige en
oplettende lid, want hij heeft gelijk! Hierboven
ziet u een goede foto van Hr. Ms. Zeven
Provinciën.
Na te zijn gerepareerd in de marinehaven van
Soerabaja, werd het schip in 1936 herdoopt
tot Hr.Ms. Soerabaja en functioneerde het als
artillerie-instructieschip. Op 18 februari 1942
werd zij door Japanse bommenwerpers tot
zinken gebracht in de haven van Soerabaja.
Omdat ze was gezonken in ondiepe wateren
kon zij door de Jappen worden gelicht, waarna
zij dienst deed als kanonneerboot. In 1943
werd zij voor de derde maal vanuit de lucht
aangevallen. Ditmaal was het een fatale
aanval,
uitgevoerd
door
geallieerden
vliegtuigen, die haar naar de bodem van de
zee bombardeerden. Toch wel een marine
schip met een wel zeer opmerkelijke carrière!
Dit pantserschip is gebouwd op de Rijkswerf te
Amsterdam en in 1909 te water gelaten. Hij
was ontworpen als lichte kruiser ten behoeve
van
de
kustverdediging.
Haar
waterverplaatsing was 6.530 brt. en had een
lengte van 101 meter. De maximum snelheid
was 16 knopen en de bewapening bestond uit
2 kanons van 28 cm, vier kanons van 15 cm, 10
van 7,5 cm en 4 mitrailleurs van 37 mm. Zij
diende van 1911 tot 1918 in Oost Indië. De
latere schout bij nacht Karel Doorman,
behoorde in die jaren tot de bemanning. Na
Uiteraard zouden we nu graag willen weten
welk marineschip wel op onze voorplaat staat
afgebeeld. Wij vernemen het graag van onze
deskundige leden.
De redactie
16