Verzet en dood tijdens de Tweede Wereldoorlog

De lotsbestemming van (oud-)RSC-ers
‘Wij hebben deze ondergrondse oorlog gevoerd, niet alleen om
de vijand afbreuk te doen, doch ook om onze nationale eer hoog te
houden, om de smaad van 1940 uit te wissen, ja, om wat al niet’.
Deze tekst is uit 1946. Degenen die als student de bezetting
hadden meegemaakt moeten volkomen achter deze woorden hebben
gestaan. Het was een tijd geweest waarin de willekeur regeerde.
Als jongeman wist je zeker vanaf begin 1943 niet meer of je de volgende
Verzet en dood tijdens
de Tweede Wereldoorlog
dag, de volgende maand, nog vrij rond kon lopen of ongeschonden
door je onderduik zou komen. Na de feitelijke teloorgang van het
nationale studentenverzet in de maanden april en mei 1943, kwamen
op vele plaatsen georganiseerde of spontane ploegen van de grond.
Ook in Rotterdam en Den Haag waar RSC-leden en Oud-Leden een
vooraanstaande rol in de diverse organisaties speelden.
Volgens de inleiding van het boek ‘Studentenverzet onder de
bezetting’ had de Duitse bezetter ‘de studenten wakker geschud,
hen partij doen kiezen, tenslotte in zijn eigen nadeel. In zijn niets
ontziende politiek achtte hij dit echter niet van belang, en verbrijzelde
met zijn ijzeren laarzen bruut, wat in de weg stond. En zoals dit het
Nederlandse volk tot verzet riep, zo riep het de studenten, die, uit
hun isolement gesleurd, eerst aarzelend, doch tenslotte eensgezind
op veelvoudige wijze in het nationale verzet deelden, en er belangrijk
toe hebben bijgedragen’. (p. 1)
275
RSC Geschiedboek DEF.indd 275
28-04-14 09:13
Vervolgens: ‘Stapje voor stapje drong de bezetter verder binnen
in de Nederlandse huishouding’.
Want hij ging ervan uit dat men het risico voor het gezin, de
familie, het bedrijf, de collega’s en zichzelf wilde verkleinen.
Strafmaatregelen waren bekend: verbeurdverklaring van bezit,
gevangenis, tuchthuis, concentratiekamp of standrechtelijke executie.
Waar was de grens? Volgens de laatstgenoemde publicatie: ‘De
grens is daar, waar men ophoudt zich te laten intimideren. Niet dat
de vijand dan zijn dreigementen niet zal uitvoeren. Daar schrikt hij
niet voor terug. Maar als men zich laat intimideren, nadat er enige
slachtoffers gevallen zijn, is men net zo ver als eerst, met het verlies
van enige persoonlijkheden’.
Bij de studenten bereikte men in 1943 andermaal zo’n grens bij
de afkondiging van de ‘arbeidsdienst’ en de ‘loyaliteitsverklaring’,
Rotterdam in 1941. Het puin is opgeruimd.
toen in algemene zin, de academische wereld voor de tweede keer
werd ‘aangetast’. Het eerst was dit geschied in november 1940 bij
Onze voorgangers dwaalden als verdwaasden rond en zagen
de gedwongen schorsing van Joodse hoogleraren en docenten, in
tussen de puinhopen slechts de resten van de Hoogstraat, de
Rotterdam N.J. Polak en C.A. Blazer, gevolgd door de ‘numerus
Passage, de Schiedamsedijk – denk hierbij aan Polzers Dijklied, en
clausus’ toegepast op Joodse studenten en het definitieve ontslag
de Noordblaak. Maar dat niet alleen, al gauw werd het verboden te
van deze hoogleraren in februari 1942.
roeien, want ‘je zou wel eens kunnen trainen om de Noordzee over
Het, soms schoksgewijs, doordringen in de samenleving heeft ook
te steken’. Met de sluiting van de Sociëteit en de opheffing van het
in Rotterdam plaatsgevonden. Maar de omstandigheden waren hier
Corps in april/mei 1941 werden de onderlinge contacten van de leden
anders. Na mei 1940 was het centrum van de aardbodem verdwenen,
verder drastisch beperkt. En voor Oud-Leden werd het praktisch
het was een schokgolf met enorme gevolgen voor de bevolking, het
onmogelijk zich met het Corps te bemoeien.
bedrijfsleven en het sociale verkeer.
276
RSC Geschiedboek DEF.indd 276
28-04-14 09:13
Reeds in augustus 1940 werd de
Prof. R.P. Cleveringa op 26 november startte een studentenstaking
Nederlandse Studenten Federatie
in vele steden.
(NSF) in het leven geroepen. Onderling
Na de zelfopheffing van de NSF in 1941 was er behoefte aan een
contact tussen de studentensteden werd
‘niet in het openbaar optredend orgaan’. Volgende het advies
daardoor versterkt.
Daarnaast speelde de Utrechtse
van Brouwer kreeg dit gestalte in de Raad van Negen, waarin
hispanoloog Johan Brouwer – volgens
vertegenwoordigers van de tien bestaande academische instellingen
Wellenstein, Goudswaard en Nolen
zitting hadden, versterkt met de gebroeders Drion en een
een ‘charismatisch overkomende man’
vertegenwoordiger van Unitates en Bonden.
– een grote rol in het stimuleren van
de studenten om de bezetting en onder-
Dr. Johan Brouwer
Nadat Rotterdam een korte periode door senator F.J. Roelofs
drukking niet lijdzaam te aanvaarden. Hij kwam ook naar Rotterdam
Heyrmans en voormalig Sociëteitspresident E. Koppius was
om op studentenkamers voordrachten te houden. Hij werd beschouwd
vertegenwoordigd, werden de NEH-studenten vanaf begin 1942 door
als de geestelijke vader van het studentenverzet.
J.M. Goudswaard (1940), per november 1942 vicepresident senaat
en lid van de jaarclub ‘De Keien’, van het werk van de Raad op de
Het is logisch dat de georganiseerde studenten voor hem
hoogte gehouden. Goudswaard, die de illegale krant ‘Het Parool’
gemakkelijker te bereiken waren. Op kamers van RSC-leden, in
distribueerde, reisde dan naar Leiden, Delft en, meestal, Utrecht om
het bijzonder op de Claes de Vrieselaan 21a – de verblijfplaats van
eens in de vier à zes weken de vergaderingen bij te wonen.
de jaarclub ‘De Keien’ (1940) – werd intens naar hem geluisterd.
Maar het is dan juist opvallend, dat ook degenen, die geen lid van
Zoals reeds gesteld vormde de aankondiging van de ‘arbeidsdienst’
een studentengezelligheidsvereniging waren, een voortrekkersrol
in het studiejaar 1942 - 1943 de tweede duidelijke grens voor de
hebben ingenomen. Een groot voorbeeld hiervan zijn de gebroeders
academische wereld, in het bijzonder voor de studenten.
Jan en Huib Drion, beiden rechtenstudenten te Leiden, die op 4
Intussen was de existentiële grens voor de Joodse medeburgers
oktober 1940 het blad ‘De Geus onder Studenten’ heimelijk typten,
reeds in het begin van 1942 ruim overschreden. Zij die niet konden
drukten, lieten verschijnen en verspreidden. In de daaropvolgende
of wilden onderduiken, werden vanaf juli 1942 gedeporteerd, eerst
maand na het schorsen van de Joodse docenten, en de protestrede van
naar Westerbork en later naar Auschwitz, Sobibor of Treblinka.
277
RSC Geschiedboek DEF.indd 277
28-04-14 09:13
Op weg naar de gaskamer
De Raad van Negen
De lotsbestemming van de uit Roermond afkomstige RSC-er
A. Sternfeld (1936) was gelijk aan die van onnoemelijk vele joodse
De Raad van Negen riep op 14 december 1942 op tot een algemene
medeburgers. Op 4 augustus 1942 werd hij opgeroepen voor kamp
studentenstaking. Dit naar aanleiding van het besluit van de bezetter
Westerbork in Drenthe. Ofschoon hij de nadrukkelijke mogelijkheid
om tussen de vijf en zeven duizend studenten voor de ‘arbeidsinzet’
kreeg bij zijn niet-joodse vriendin in Rotterdam onder te duiken
in Duitsland op te roepen. Aangezien dit weinig gehoor had gevonden
wees hij dit voorstel resoluut van de hand. Hij wilde, evenals broer
‘was het dus nodig de organisatie te verbeteren en vooral in de
Leo, vader Alex niet alleen naar Westerbork laten reizen. Albert
diepte betere wortels te krijgen’.
is daarna, evenals oud-RSC-er J. Kann (1917), met een van de
Niet lang daarna werd de Raad geconfronteerd met de gevolgen
eerste transporten in de nacht van 8 op 9 augustus naar Auschwitz
van de aanslag op 5 februari op H.A. Seyffardt de commandant van
afgevoerd. Reeds op 13 augustus 1942 is hij, de honorair-almanak
het SS-vrijwilligerslegioen Nederland. Op 6 februari werden op
redacteur, oud-Skadipresident en waarnemend voorzitter van het
vijf instellingen van academisch onderwijs 600 studenten uit de
Literair Genootschap ‘De Daktuin’, die vaak in de Varia werd
collegebanken opgepakt – vooral in Delft – en naar Vught overgebracht.
genoemd, in de kracht van zijn leven in de gaskamer omgebracht.
Het illegale studentenblad ‘De Geus’ van 7 april 1943 spoorde via
Hetzelfde lot trof de alleenstaande Frederik Emile Deen, de
de plaatselijke Contactgroepen van de Raad van Negen iedereen aan
initiatiefnemer tot de oprichting van ons Corps in 1913. Nadat
de ‘loyaliteitsverklaring onder geen voorwaarde’ te ondertekenen.
zijn huis in Heemstede vermoedelijk onteigend werd, is hij
De desbetreffende verordening was op 13 maart in werking getreden.
in een psychiatrische kliniek te Amersfoort opgenomen. Van
Deze ‘loyaliteitsverklaring’ – waarin de ondertekenaars beloofden
daaruit werd hij naar Auschwitz op transport gesteld, alwaar
zich te onthouden van ieder tegen het Duitse Rijk en de Duitse troepen
hij op 25 januari 1943 in vernietigingskamp Birkenau overleed.
(enz.) gerichte handeling – vormde de grootste uitdaging voor de
Raad van Negen, die zich ‘heftig’ verzette tegen het tekenen ervan.
Van de 14.600 studenten heeft uiteindelijk slechts 15 procent getekend.
Er was geen directe dwang, of dreiging, maar niet tekenen
betekende geen college lopen, geen tentamens af leggen.
Met andere woorden, het opgeven van de studie. Geen gering besluit.
278
RSC Geschiedboek DEF.indd 278
28-04-14 09:13
Bovendien ‘op 30 April en 1 Mei werd het politiestandrecht in
wezensvreemde ideologie teweer wilden stellen. En dat geschiedde
alle provincies afgekondigd’. Hierbij werd tevens bepaald dat op
op verschillende wijzen: het drukken en verspreiden van kranten en
samenscholingen van meer dan vijf personen zou worden geschoten,
bladen, hulp aan onderduikers en piloten, informatieverzameling
en dat stakingen en het verspreiden van vlugschriften tot zware
van troepenbewegingen, overval op distributiekantoren, sabotage,
strafmaatregelen zouden leiden; tot aan standrechtelijke executie
bevrijdingsacties en liquidaties.
toe. Daarenboven volgde op 5 mei de beschikking van H. Rauter,
Rijkscommissaris voor het Veiligheidswezen en S.S.-leider, waarin
de studenten die de loyaliteitsverklaring niet hadden ondertekend
zich de volgende dag voor de ‘arbeidsinzet’ moesten melden.
De grote meerderheid weigerde echter in de Duitse oorlogsindustrie
te werk te worden gesteld, en dook onder. Anderen waren bevreesd
of geïntimideerd – want men zou anders ‘wel even bij de ouders
langsgaan’ – meldden zich en werden naar een doorgangskamp bij
Ommen getransporteerd.
Deze ontwikkelingen gaven aanleiding tot een versplintering, maar
tevens intensivering van het studentenverzet. De Raad van Negen kon
haar werk als overkoepelende behoeder en verdediger van de mentale
veerkracht van de studentenpopulatie grotendeels niet meer uitvoeren.
De eind 1940 en 1941 spontaan ontstane verzetsorganisaties gingen
vrijwel uitsluitend ondergronds werken. Natuurlijk was er sprake van
regionale of nationale verbanden, doch, wegens gevaar van doorslaan
of verraad, werden de activiteiten en werkrelaties anoniemer.
En dat gevaar nam in 1942 en 1943 snel toe. Daardoor ontstonden
overal in het land ploegjes of iets grotere verbanden van studenten
en andere jongeren die zich tegen de groeiende infiltratie van een
279
RSC Geschiedboek DEF.indd 279
28-04-14 09:13
Activiteiten van RSC-ers in deelorganisaties
van het verzet.
Wat geschiedde er met de RSC-ers bij de
OD? Reeds in mei 1942 liet drs. H.J. Offerhaus
het leven. Een vooraanstaand oud- Corpslid
was niet meer. Rector van de senaat in
De Ordedienst
1929 - 1930, en op grond van zijn verdienste als
Vrij snel na de demobilisatie half juni 1940 begonnen vooral
almanakredacteur in de jaren 1930 - 1932 lid
(reserve-)officieren te werken aan de oprichting van de Ordedienst
van het HAR-genootschap, had hij besloten zich
(OD) die ten doel had na het vertrek van de bezetter de orde te
niet meer te laten ‘intimideren’. Hij leidde een
handhaven. Door velen werd het gezien als een verzameling
verzetsgroep en voerde spionagewerk uit totdat
van conservatieve krachten ‘om na de bevrijding een door hen
hij eveneens in april 1941 in zijn woonplaats
verwachte linkse, antimonarchistisch coup te voorkomen’. Ondanks
Wassenaar werd gearresteerd. Als lid van het Een vermomde Boellaard
de omstandigheid, dat de OD ‘binnen het Nederlands verzet, ter
gewest 13 van de Ordedienst (OD) kwam hij voor
uiterste rechterzijde stond’, werd deze door de bezetter als ‘de
het gerecht in het eerste OD-proces van Groep Westerveld. Na opsluiting
gevaarlijkste verzetsorganisatie’ gekenmerkt, daar zij door officieren
in Scheveningen werd hij naar kamp Sachsenhausen bij Oranienburg
was opgericht en bemand.
afgevoerd waar hij op 3 mei 1942 met 71 anderen is gefusilleerd.
1942
Hij zou niet de laatste zijn.
Want de OD bleef niet wachten tot de dag van de bevrijding.
Al spoedig hield de organisatie zich bezig met sabotage, smokkel van
De lotsbestemming kan raadselachtig zijn. Op diezelfde 3e mei
wapens, vervalsen van documenten, overvallen tot en met liquidaties.
1942 in hetzelfde kamp werd ook Oud-Lid E.C. Katan geëxecuteerd.
Onder de Oud-Leden waren, naast W.A.H.C. (Pim) Boellaard, in elk
Als Joodse jongeman had hij zich niet passief bij de rassenpolitiek
geval H.J. Offerhaus en E.C. Katan bij de OD betrokken.
en onderdrukkingsverordeningen van de bezetter neergelegd.
Als ex-wachtmeester van de artillerie was ook hij tot de Ordedienst
De bezetter had de OD, die als gevaarlijk was bestempeld , redelijk
toegetreden – eveneens Gewest 13/ Den Haag. Hij verrichtte
snel in kaart gebracht. Op 4 april 1941 werd Westerveld, voorman
spionagetaken tot zijn arrestatie op 11 juli 1941. Hij stond in
en instigator van het landelijk netwerk, al gearresteerd. Een groot
de beklaagdenbank van het 1e OD-proces van de groep Mekel.
deel van zijn groep werd daarna opgerold.
Na verblijven in Scheveningen en Utrecht werd Katan, evenals
280
RSC Geschiedboek DEF.indd 280
28-04-14 09:13
Offerhaus naar Sachsenhausen getransporteerd. Daar heeft hij niet
Toch reisde hij naar Duinkerken om de vluchtroute naar Engeland
meer uit mogen terugkeren.
te verkennen. Teruggekeerd in Nederland werd Boellaard uiteindelijk
op 5 mei 1942 op de Zwanenburgwal te Amsterdam gearresteerd.
W.A.H.C. Boellaard (RSC 1922) ontsnapte eind augustus 1941
(door twee beruchte Hollandse S.D.-ers). Via het SD-bureau in de
ternauwernood aan arrestatie. Hij dook onmiddellijk onder. Indien hij
Euterpestraat ging zijn gang naar de strafgevangenis in Scheveningen,
was opgepakt, had ook hij tijdens dit eerste OD proces terechtgestaan
van daar naar Haaren en Kamp Amersfoort om als Nacht-und-Nebel
om op 3 mei 1942 te worden geëxecuteerd.
gevangene in Natzweiler te arriveren.
Tenslotte werd hij op 6 september 1944 in Dachau afgeleverd.
Het concentratiekamp werd op 29 april 1945 door Amerikaanse
troepen bevrijd.
In 1941 - 1942 was eerstejaars Walter
Frech van de jaarclub ‘De Horst’, die
volgens tijdgenoten met zijn schelle
stem en zonder remmingen zijn mening
over de bezetters en hun trawanten uitte,
een gevaar voor zichzelf en zijn directe
omgeving. Met zijn jeugdige overmoed en
overduidelijke haat tegen de Nieuwe Orde
kon het niet uitblijven dat hij eens zou worden
Herinneringsplaquette in Clingendael (zie voetnoot 25)
opgepakt, al was het maar als gevolg van het
beschimpen van politiefunctionarissen en het
Gedurende acht maanden verplaatste Boellaard zich van
uiten van systeemkritische opmerkingen.
Pim Boellaard op 6 mei 1945,
interview met Newsreel
adres naar adres. Ondertussen hield hij zich bezig met diverse
Maar de onbevreesde ‘einzelgänger’ Walter ging verder. Hij nam
illegale activiteiten waarbij hij wel afhankelijk was van koeriers
deel aan verzetswerk van diverse aard en moet in de periode oktober
en koeriersters daar hij zich absoluut niet op straat kon vertonen.
1942 tot april 1943 zijn gearresteerd. Na verhoren in Nederland werd
281
RSC Geschiedboek DEF.indd 281
28-04-14 09:13
hij naar het ‘Arbeitserziehungslager’ Lahde getransporteerd waar
op 7 augustus 1942 acht dagen later ‘op Maria Hemelvaart’ werden
hij als gevolg van marteling – hij onderging ‘heropvoeding’ maar
geëxecuteerd. De overige gegijzelden wisten nu zeker dat zij aan het
‘verbeterde’ allerminst – op 24 november 1943 overleed, slechts 21
toeval waren overgeleverd.
Voor de rest was het, zoals RSC-er De Waal het later verwoordde,
jaar oud.
‘een gedwongen Rotary’ maar dan wel met een hangend zwaard van
Gegijzeld
Damocles boven het hoofd.
Honorair-senator Leo de Waal (1937) werd op 13 juli 1942 in zijn
kamer op de Weteringsschans te Amsterdam gearresteerd en naar
Doch verder was het er redelijk aangenaam, men had lange tijd
het bureau van de SD gebracht. De aanleiding tot
redelijk te eten en er heerste een geordende en intellectuele sfeer die
zijn arrestatie is hem nooit duidelijk geworden. Hij
immens verschilde van de echte concentratiekampen, waar men geen
had het geluk naar Sint Michielsgestel te worden
enkele medegevangene, dus niemand, kon vertrouwen.
overgebracht, alwaar hij deel uitmaakte van het
gezelschap van vooraanstaande landgenoten die
Uit ooggetuigenverslagen van RSC-ers die in zulke kampen
daar als gijzelaars zaten. Met vele privileges zijn
hebben vastgezeten: ‘Dit was een van de zwaarste aspecten van
de meesten de oorlog doorgekomen, maar je was
het leven in die kampen. De gevangenen hadden honger en de
een gevangene en je wist nooit wat er met je zou
bewaking zou hun brood of andere gunsten kunnen geven voor
gebeuren. Uit wraak voor aanslagen en overvallen
gegevens’ over ondergrondse activiteiten die anderen hadden
kon je ineens voor het vuurpeloton eindigen.
gepleegd en doorverteld. In feite kon je niemand iets zeggen;
Senator L. de Waal eind 1941
en wee degene die naar das Revier werd afgevoerd; het lazaret
En dat geschiedde in dit geval met Willem Ruys (48 jaar)
waar de geselecteerden aan allerlei en vaak dodelijke medische
en de advocaat Robert Baelde (35), tezamen met A. baron
proeven werden blootgesteld. Daar was je niet alleen aan de Duitse
Schimmelpenninck van der Oye (28), Otto graaf van Limburg
artsen overgeleverd: ‘Dan werd er wel eens wat georganiseerd...’
Stirum (49), substituut-officier van justitie te Arnhem – met
Baelde verblijvend in ‘Gestel’ – en Chr. Bennekers (48), allen
Rotterdammers of in Rotterdam woonachtigen, die als represaille
voor een mislukte aanslag op een militaire trein in Rotterdam
282
RSC Geschiedboek DEF.indd 282
28-04-14 09:13
Arrestaties wegens documentenvervalsing
en hulp aan onderduikers
In Kamp Vught kwam Houwink bij het
Philips Kommando terecht waar hij tot mei
1944 werkte. Na het vertrek van de eerste
Op 8 oktober 1942, de dag van het groenentoneel, werden
S.S.-kampcommandant, werd er drastisch
W. Houwink (1937), H.W. Hendriksz (1938) en G.J.C. Roohé (1938)
ingegrepen. Zodanig, dat het met de productie
wegens illegale activiteiten op de kamers in de Statenweg door
was afgelopen. De tocht naar Dachau over
de Gestapo gearresteerd. De twee eerstgenoemde heren hadden
het spoor in veewagons duurde drie dagen en
persoonsbewijzen vervalst, een ernstig vergrijp. Roohé, toevallig
nachten waar zij op 26 mei 1944 te arriveerden.
aanwezig, moest ook mee. Na een verblijf van zes weken op het
Haagse Veer werden Houwink en Hendriksz op een zolder van de
Houwink: ‘Daar stond je voortdurend
Rivierpolitie opgesloten. Houwink onderging daarna een drie uur
onder zeer grote druk. Altijd de vrees om
durend verhoor in de strafgevangenis te Scheveningen. Daar sloeg
het bestaan met de constante vraag: hoe lang overleef ik dit nog?
hij niet door. Vervolgens bracht men hem naar Amersfoort waar
Toen ik aankwam werd mij het in een slag duidelijk dat wil je overleven,
Hendriksz en Roohé ook verbleven.
dan moet je de strijd aangaan. Alleen dan heb je een kans’. Om te
overleven waren volgens hem de volgende kenmerken essentieel: ‘het
Na een maand aldaar werden zij even voor Kerstmis 1942 naar
bezit van een eenduidige /unieke doelstelling: overleven!; een zuiver
Amersfoort overgebracht. Vandaar zijn zij op verschillende tijden
geweten, je zat daar omdat je iets goeds had gedaan; het opbouwen
als werkkracht in Kamp Vught geplaatst, waar zij elkaar niet meer
van een netwerk, je moet je bij anderen aansluiten – alleen red je
zijn tegengekomen. Na drie maanden zware arbeid werd Hendriksz
het niet; en, tenslotte, puur geluk’.
naar de Moerdijk gestuurd om daar te helpen bij het opbouwen van
kanonplatforms in het kader van de Organisation Todt. Dit werk
De opgedane ervaringen waren bitter: ‘Iedereen is onbetrouwbaar,
werd tot maart 1944 verricht. Daarna terug naar Vught waar hij na
niemand is te vertrouwen; ze bestelen je, ze verraden je aan de
een week werd vrijgelaten.
Duitsers als daarvoor een beloning ontvangen. Je moest een baantje
zien te krijgen waaraan je invloed c.q. macht kon ontlenen’.
Werkloos zijn was erg gevaarlijk. Houwink had het geluk
bij de Arbeidsdienst te worden ingezet. Dat gaf hem bepaalde
283
RSC Geschiedboek DEF.indd 283
28-04-14 09:13
voorrechten met betrekking tot het dagelijks aantal calorieën e.d.
hij nooit opgepakt, terwijl hij voortdurende in de weer was om
Ziekteverschijnselen brachten je evenzeer in de gevarenhoek.
instructies over documentvervalsing in Utrecht uit te voeren.
Na de keuring werd men dan naar een andere barak gestuurd, waar het
veelal slecht afliep. Houwink heeft dat bij een aantal medegevangenen
Eind november 1942 was het de beurt aan de recente oud-senator
zien gebeuren. Hij heeft deze gebeurtenissen heel zijn leven in zijn
F.R. Ruys (1940) om te worden opgepakt. Reeds in het najaar van 1940
gedachten meegedragen.
was hij gelden aan het inzamelen voor achtergebleven gezinnen van
Op 29 april 1945 kwam de bevrijding. Houwink: ‘een aantal
hen die al zo vroeg in de bezetting waren opgepakt en gefusilleerd.
Joodse jongens was het kamp uit gevlucht om de Amerikanen te
Vaak ging hij zelf bij de huizen langs. Het werkterrein breidde zich
vragen onmiddellijk te komen om een ramp te voorkomen. Men was
uit en zijn lokale organisatie ging op in de Landelijke Organisatie
bevreesd op het laatste moment nog te worden weggevoerd. Voor
voor hulp aan Onderduikers (L.O.). Na een verblijf van honderd
veel Russen was dat al een feit geworden. Gelukkig arriveerde een
dagen in het kamp Vught en de gevangenis van Scheveningen
kleine groep Amerikanen net op tijd’.
Houwink, die in Dachau Pim Boellaard goed heeft leren
werd hij vrijgelaten om direct weer aan de slag te gaan. Maar dan
op een andere wijze.
kennen, vertelde in 2004 dat deze ‘een zeer positieve rol’ had
gespeeld. Voordat hij uit Dachau vertrok heeft hij in de burelen
In begin 1943 hadden de reeds vermelde aanslag op generaal
allerlei documenten verzameld en naar Nederland meegenomen.
Seyffardt en de aankondiging van de ‘loyaliteitsverklaring’
consequenties voor de situatie, de perspectieven en keuzehandelingen
Honorair-senator J.W. Jansen (1934) was ook actief in het verzet.
van RSC-leden.
In en rond Utrecht, waar Boellaard hem goed kende, heeft hij
Op 8 februari 1943 werden E.G.M. Driebeek (1937), Z.W. van
onder een schuilnaam zijn werkzaamheden in het vervalsen van
Wulfften Palthe (1939) en W. Westra (1940) door de Gestapo van
documenten verricht. Ter bescherming, heeft hij zijn almanakken
hun bed gelicht en naar Vught afgevoerd. Vandaar werden de drie
moeten verbranden, daar hij bevreesd was dat de bezetter – die de
naar Duitsland getransporteerd.
twee belendende panden had gevorderd en bewoonde – ineens bij
hem binnen zou staan om te ontdekken, dat zijn identiteitspapieren
Voor velen waren de willekeur en het dagelijks gevaar van
waren vervalst. Om niet op te vallen, moest hij zijn buren beleefd
arrestatie dermate onverteerbaar dat zij uit Nederland wegvluchtten.
groeten. Vanwege een strikt opgevolgde code van zijn groep is
Dit was het geval met J.M. Fehmers (1933), J.G. Wackwitz (1939) en
284
RSC Geschiedboek DEF.indd 284
28-04-14 09:13
E. le Grand (1939). Zij vertrokken medio juli 1943 uit Nederland
RSC-ers in het Landelijke Knokploegverband (LKP)
om na maanden oponthoud in Spanje op Britse bodem te arriveren.
De twee laatstgenoemden meldden zich bij de Irene-brigade.
Rotterdammer – en lid van de jaarclub ‘De Bloem’ –
In december 1943 werden zij gevolgd door K.G. Idema (1940).
Hans van Koetsveld (1937) moet woedend zijn geweest over het
Hem gelukte het via België, Frankrijk, Spanje en Gibraltar Engeland
bombardement van zijn stad. In 1941 sloot hij zich aan bij de
te bereiken.
Oranje Vrijbuiters opgericht door de Fries Klaas Postma. Naast
spionage- en inlichtingenwerk, en hulp aan Joodse onderduikers
ging een meerderheid van het twintigtal leden over tot overvallen
op distributiekantoren en gemeentehuizen voor het verkrijgen van
bonkaarten en persoonsbewijzen ten behoeve van onderduikers.
Daarnaast werden aanslagen gepleegd op (land) verraders en
NSB-ers. Samen met Thomas Spoelstra leidde Van Koetsveld een
knokploeg belast met zulke activiteiten.
In de periode augustus-november 1943 werd de hele groep
opgerold. Zowel Klaas Postma als Hans van Koetsveld werden op
8 augustus gearresteerd; de laatstgenoemde in Utrecht toen hij de
moeder van Spoelstra geld wilde brengen. De volgende dag werd
hij naar Scheveningen overgebracht. Tot 11 november zat daar hij in
‘Einzelhaft’. Op 28 februari 1944 werden achttien Oranjevrijbuiters
door het Polizeistandricht te De Haag wegens overvallen en
wapenbezit ter dood veroordeeld. De volgende dag werden zij op de
Waalsdorpervlakte gefusilleerd.
Zodra Frits Ruys weer aan het vrije leven gewend was geraakt,
en dat was al snel, dook hij opnieuw in het illegale werk. Eerst in
het kader van het Nationaal Steun Fonds (NSF) waarmee hij en
285
RSC Geschiedboek DEF.indd 285
28-04-14 09:13
zijn metgezellen steun in allerlei vorm brachten. Maar hij ging veel
Keien van kerels
verder. Hij werd districtsleider van de Landelijke Organisatie voor
De jaarclub ‘De Keien’ (1940) was samengesteld uit een wel
Steun aan Onderduikers (L.O.) afdeling Den Haag, dat gericht was
zeer bijzondere groep jaargenoten. Leden waren F.R. Ruys,
op hulp aan Joden en aan neergeschoten piloten. Zijn groep werkte
W.P.J. van Dissel, J.M. Goudswaard, J. Vis, J.A. van der Stok,
samen met het Belgische verzet waarin o.a. J. Dalemans, docent
E. Roosegaarde Bisschop, H.E. Mees en Ch.P.J. van der Sluis.
aan de universiteit van Leuven, in het ‘Geheime Leger’ actief was.
Dit was beslist noodzakelijk daar de gestrande piloten via België
Met uitzondering van de twee laatstgenoemden woonden zij op
naar het zuiden moesten worden weggewerkt. Koeriersters verkenden
Claes de Vrieselaan 21a, bij hospita C. Riedé-Schröder en haar man
daarbij de route.
Pieter, gepensioneerd van de koopvaardij. Eens per maand kregen
zij geld en bonnen, eerst van de ‘Zeemanspot’, opgericht door de
Holland-Amerikalijn, later van het Nationaal Steunfonds.
De studenten werden ingelicht over de werkzaamheden van deze
fondsen, waarvoor zij gestaag meer interesse kregen. Men wilde
meehelpen. Intussen was Ruys al hard bezig met het op poten zetten
en organiseren van verzetsgroepen en inlichtingendiensten. Geheime
documenten werden in het huis bewaard. Het echtpaar Riedé werkte
mee en zorgde goed voor de ‘jongetjes’. Met de telkens grotere
verharding van het optreden van de bezetter, worden de activiteiten
in het huis en van haar bewoners steeds fundamenteler van aard en
gevaarlijker. Men verspreidde de acties naar twee andere adressen.
De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (NSF)
gebruikte deze studenten en hun adres voor de distributie van
contanten en bonnenkaarten. Het echtpaar en de inwonende jonge
Pas na de oorlog voor het eerst in de almanak
mannen werden er steeds meer bij betrokken. Het komt zelfs
286
RSC Geschiedboek DEF.indd 286
28-04-14 09:13
zover dat een plaatselijk leider van het NSF, Th. Elsinga (‘José’),
commandant strijdend gedeelte van de Orde Dienst (O.D.). Van
dagelijks langskomt voor het uitdelen van de geldmiddelen en de
der Stok bekleedt een officiersfunctie in deze organisatie, terwijl
distributiekaarten, evenals een radioverbindingsman, koeriersters en
Roosegaarde Bisschop de taak van distribuant van ‘Ons Volk’ en
koeriers. Daarnaast werden neergeschoten Amerikaanse en Engelse
van de ontwikkeling van de gezamenlijke Vrije Pers van Van der
piloten regelmatig enige dagen ondergebracht, alvorens naar België
Sluis heeft overgenomen. H.E. Mees is medewerker geworden van
en Frankrijk te worden doorgezonden, in het bezit van de ‘benodigde
het N.S.F., nu onder leiding van Jan van Tilburg en H. Hollaar.
documenten’. Het NSF moest dan voor extra bonkaarten zorgen.
J. Vis is inmiddels vertrokken naar zijn haardstede, waar hij zijn
verzetsactiviteiten in georganiseerd verband voortzet’.
Na de executie van voorbeeldfiguur Brouwer dook Van der Sluis
enkele maanden in Zeeland onder. Dat het huis langzamerhand in
Na de oorlog kon het heldhaftige echtpaar Riedé (‘Pa’ stierf in
de gaten werd gehouden bleek uit de belangstelling getoond door de
1951, ‘Ma’ in 1975) in 1945 onder aantrekkelijke voorwaarden een
Duitse ‘meesterspion’ A. van der Waals, die trachtte te infiltreren.
huis in Kralingen betrekken. Vijf ‘Keien’ trokken bij hen in: Van
Men was echter van zijn bedoelingen op de hoogte en hij ‘werd
Dissel, Goudswaard, Roosegaarde Bisschop, Van der Stok en Van
met een kluitje in het riet gestuurd’. In april 1944 was de mate van
der Sluis.
opstandigheid bij Ruys en Van der Sluis zover toegenomen, dat zij
zich op het werk van de KPs (Knokploegen) wierpen. Opnieuw
De Landelijke Organisatie voor Steun aan onderduikers (L.O.)
werden de leden hiervan door ‘Pa en Ma’ Riedé steeds ‘welwillend’
kreeg te maken met een enorm tekort aan distributiekaarten, als
opgevangen. Met al deze tijdelijke gasten voelden de vaste bewoners
gevolg van de ongekende groei van het aantal onderduikers. Meer
het gevaar naderbij komen en vonden elders in de stad onderdak om
drastische middelen moesten worden gebruikt: het opzetten van
hun eigen activiteiten vandaar uit voort te zetten. Het is logisch dat
Landelijke Knokploegen (LKPs) die distributiekantoren zouden
na diverse invallen van de SD (Sicherheitsdienst) op zoek naar Ruys,
overvallen.
het huis van de vele bewijzen van illegale handelingen werd ontdaan.
Voor deze nieuwe doeleinden formeerde Frits Ruys in april 1944
In 1944 waren alle ‘Keien’ op de een of ander wijze bij het verzet
met jaarclub- en huisgenoot Charles van der Sluis en Marinus van der
ingeschakeld. Regelmatig zien zij elkaar op 21a. Van der Sluis:
Stoep (alias ‘Rob’ of ‘Rien’) een tweede Rotterdamse K.P. (knokploeg),
‘Goudswaard en Van Dissel zijn adjudanten van Willem van Wijlen,
verantwoordelijk voor overvallen alsmede sabotageaanslagen op
287
RSC Geschiedboek DEF.indd 287
28-04-14 09:13
schepen en spoorwegen. Een maand later voegden RSC-er Max Pino
keer binnen en de heer des huizes, Pieter Riedé, werd ondervraagd.
(1939) en H. de Iongh zich erbij; de ‘Oude Vijf’ was nu gevormd. Zij
Het is een wonder dat er (nog) geen arrestaties plaatsvonden.
kregen instructies van Samuel Esmeijer (‘Paul’), de eerste L.K.P-chef
van Rotterdam.
In de avond van 24 oktober – de dag van een mislukte overval
op de S.D. – vond een spectaculaire bevrijdingsactie op het Haagse
‘Na wat licht sabotagewerk’ namen de leden van deze ploeg
Veer plaats waarbij 46 gevangenen werden bevrijd, waaronder
onder leiding van ‘Paul’ deel aan liquidaties en overvallen op
15 mensen van de ‘Vrije Pers’ die net waren gearresteerd. Men was
distributiekantoren.
echter Frits Ruys op het spoor gekomen, op 2 november werd hij bij
Reeds in de zomer van 1944 had men het arbeidsveld uitgebreid
tot het elimineren van informanten, provocateurs, S.D.-ers en
Overschie na verraad gearresteerd. Twee dagen later werd hij zonder
proces gefusilleerd.
Gestapoleden, en het bevrijden van politieke gevangenen. Het werd
nu echt gevaarlijk. Desalniettemin werd de ploeg uitgebreid met
De anderen gingen tot mei 1945 door met het ‘werk’. Maar met
nieuwe leden en koeriersters. Na de ‘Dolle Dinsdag’ – 5 september
de uitbreiding van de hoedanigheid van de acties werd het risico
1944 – lukte het om het Waterleidingbedrijf voor vernietiging te
groter. ‘Paul’ liet het leven tijdens een gevecht in Apeldoorn in eind
behoeden. Maar men kon niet verhinderen dat de havenwerken van
november 1944. ‘Rob’ werd zijn opvolger als leider van de 2e KP te
Rotterdam en Amsterdam werden vernietigd. Hitler had dat besluit
Rotterdam. Dit bleef hij tot zijn dood op 9 april 1945.
zelf genomen en doorgedrukt.
Kralinger Charles van der Sluis (1940)
Na onderricht van gedropte agenten – de eersten die, na het
behoorde tot de onverschrokken leden van het
Englandspiel, erin slaagden niet in gevangenschap te geraken – te
Corps. Na de oorlog werd hij in de presentaties van
hebben ontvangen in sabotage, zelfverdediging en guerrillagevechten
zijn jaarclub ‘De Keien’ in de almanak aangeduid
begon het ‘grotere werk’ gericht op spoorlijnen, bruggen en
als ‘7.65 mm’ verantwoordelijk voor ‘Oorlog en
blokkadeschepen. Frits Ruys was nu districtscommandant van de
Anarchie, tevens leider van de Oppositie’.
B.S. Gewest 14 District 1/Rotterdam.
Bij de mobilisatie in augustus 1939 was ook hij
Het is dan ook niet bevreemdend dat vooral Ruys gezocht werd.
opgeroepen. In mei 1940 vocht hij in de Betuwe
Het ‘studentenpension’ van de jaarclub ‘De Keien op de Claes de
en de Grebbelinie. Tijdens de terugtocht hoorde
Vrieselaan 21 werd scherp in de gaten gehouden. De S.D. viel twee
hij van de capitulatie en het bombardement van C.P.J. van der Sluis
288
RSC Geschiedboek DEF.indd 288
28-04-14 09:13
zijn stad. Een machteloze woede maakte zich van hem meester.
Reeds werd gewezen op de oprichting door Frits Ruys en Charles
Daar hij weigerde de karabijn in te leveren werd hij opgesloten. In
van der Sluis met Rien van der Stoep (‘Rob’) en Huib de Iongh van
september van dat jaar schreef hij zich – bij gebrek aan iets beters,
de tweede Rotterdamse knokploeg. In 1944 verveelvoudigden de
hij zou naar Londen zijn gegaan – maar op de NEH in en meldde
overvallen op distributiekantoren en begon het ‘zwaardere werk’
zich bij het Corps.
zoals bevrijdingsacties, het zinken van schepen en afrekeningen in
Echter daarvoor had hij in juli al pistolen uit Gilze Rijen naar
de vorm van ‘definitieve bestraffingen’.
Rotterdam gesmokkeld. Bij de jaarclub ‘De Keien’ maakte Frits Ruys
een zeer grote indruk op hem.
Charles was betrokken bij overvallen in Rotterdam, Schoonhoven,
Utrecht en Nijkerk. In de twee laatstgenoemde plaatsen mislukte de
Met Ruys e.a. kwam hij in contact met de reeds genoemde
overval, wat vaker geschiedde. In Nijkerk werd van beide kanten zwaar
letterkundige Johan Brouwer, die hen opriep tot ‘absoluut verzet’
geschoten. Toch maakte iedereen zich ongedeerd uit de voeten. Hij
tegen de bezetter en zijn handlangers. In 1941 was hij onder leiding
was ook bij de gelukte overval op het Haagse Veer van 24 oktober 1944
van Ruys betrokken bij het ondersteuningsfonds en de vervalsing
betrokken. Daarna wierp Charles zich meer op het inlichtingenwerk
van documenten. Met E. Koppius (1937) organiseerde hij lezingen
in de zogenaamde ID-LKP. Hij en de anderen wilden er achter
omtrent een daadkrachtige verzetshouding: ‘Voor mijzelf heb ik toen
komen door wie en op welke wijze boezemvriend Ruys was verraden.
uitgemaakt, dat tegenover de mensonterende wereldorde der Sieg
Toch was hij weer present bij de verklikte overval op de Abwehr
Heil soldaten, een grotere inzet van de niet accoord gaande burger
op 5 april 1945. K.P.-leider ‘Rob’ van der Stoep raakte hierbij
verlangd werd’.
dodelijk gewond en Kees Goudswaard, de broer van jaarclubgenoot
Han Goudswaard, liep een schotwond op, terwijl Charles met twee
In 1943 werd Charles actief in de L.O., de Landelijke Organisatie
anderen ongedeerd wegkwam.
voor Onderduikers, alsmede regiovertegenwoordiger van het illegale
Geheel ongeschonden kwam Charles niet uit de oorlog. Net
blad ‘Ons Volk’. Eind 1943 begon de begeleiding van neergeschoten
voor de bevrijding werd hij in een vuurgevecht met de S.S. in zijn
Amerikaans vliegers, die zo snel mogelijk via België moesten
scheenbeen getroffen. Voor al zijn activiteiten tijdens de bezetting
wegkomen. Wapentransporten per trein – uiterst riskant – was een
ontving Van der Sluis in 1980 het Verzetsherdenkingskruis.
additionele activiteit die door Frits Ruys aan hem werd opgedragen.
289
RSC Geschiedboek DEF.indd 289
28-04-14 09:13
Max Pino van de jaarclub ‘De Octopus’ (1939) was een ‘scholier’
Uiteindelijk werd hij door zijn makkers bij het Sint Franciscus
zonder vrees. Afkomstig uit Nederlands-Indië, waar zijn vader een
Gasthuis aan de Schiekade afgeleverd. In het complex bevond zich
hoge functie in het Binnenlands Bestuur bekleedde, liet hij zich
een ‘onverdacht’ nonnenklooster waarin hij, tot zijn verbazing,
maar door weinig zaken of situaties afschrikken. Klein en fijn van
liefdevol werd opgenomen. Hij onderging een spoedoperatie door
stuk zag hij er jongensachtig uit, vooral als hij zich in korte broek
een van de collega’s van geneesheer-directeur Fehmers, de vader
verplaatste. Geen enkele politieagent, of het nu een Landwachter
van honorair-bestuurder en lustrumrector in 1938, J.M. Fehmers,
of een lid van de Grüne Polizei was, zou hem voor een potentiële
en verbleef enige tijd bij de kloosterzusters om te herstellen.
verzetsman hebben kunnen aanzien.
Uit een interview met H. de Iongh over het ontstaan van de K.P.
Rotterdam 2: ‘Via ‘Ons Volk’ kwam men in contact met Charles, die
op zijn beurt weer andere relaties had. Zo kwam het dat Max Pino ook
al spoedig tot de ploeg toetrad. Het vijftal werd compleet toen Frits
Ruys zijn intrede deed. De overval op de Wehrmachtopslagplaats
is niet doorgegaan. Wel werd al spoedig een ambtenaar van het
Gewestelijk Arbeidsbureau die het wat te bont had gemaakt, afgerost.
Behalve als strafmaatregel voor de betrokken persoon was deze actie
ook van belang als oefening voor de K.P.-ers (...) Via Max Pino kwam
Rien in contact met ‘Paul’ (Samuel Esmeijer)’.
Bij een van de overvallen is Pino in zijn long geraakt, doch al
liggend op de grond schoot hij terug en raak. Met de twee anderen
trachtte hij weg te fietsen, maar het ging echt niet. Dankzij een
onverschrokken vrachtwagenchauffeur zijn zij in Rotterdam
teruggekeerd. Pino moest een chirurgische ingreep ondergaan.
Maar waar? Bij een reguliere eerste hulp kon hij niet aankloppen.
290
RSC Geschiedboek DEF.indd 290
28-04-14 09:13
Tenslotte, de Geheime Dienst Nederland
De GDN was de spionageorganisatie welke zoveel mogelijk
gedetailleerde informatie over troepenverplaatsingen verzamelde en
Verscheidene Corpsleden zwegen vele jaren of decennia lang over
doorgaf aan het nationale centrum gevestigd in Amsterdam. Vandaar
hun ervaringen tijdens de bezetting. Een voorbeeld was J.C. (Hans)
werden de berichten over de landroutes via Spanje en Portugal naar
van Senden, zwager van jaargenoot Frits Visser (1941). Hij sprak
Engeland vervoerd. Hierbij was de inzet van koeriersters essentieel.
nooit over zijn activiteiten voor verzetsgroep ‘Tromp’, die onder
leiding van Van Den Bosch, werkzaam was binnen het Nationaal
Steun Fonds opgericht door Walraven van Hall.
De Rotterdamse ‘Groep Reinaert’ startte met de leden
F.M. Beukers, Arie W. Overwater (Eduard II), de Wageninger
Jan Rijsdijk, D.P. Rietkerk en koerierster ‘Mary’ Hendrikse. In de
D.P. (Daan) Rietkerk, lid van de jaarclub ‘De Horst’ (1941), wilde
communicatie werden uitsluitend schuilnamen gebruikt. Het eerste
in april 2012 voor het eerst over zijn ervaringen bij de ‘Geheime
‘kantoor’ was op kamers bij een tante van Jan Rijsdijk op de Claes
Dienst Nederland’ (GDN) praten. Zijn Corpspa was Jan de Nes (1938)
de Vrieselaan, niet ver van het hoofdkwartier van Charles van der
en een van zijn ‘broers’ J.M. Goudswaard (1940).
Sluis c.s. Maar dat heeft men nooit van elkander geweten. Na deze
eerste periode verplaatste men het ‘bureau’ halverwege 1943 naar
Al snel na de inauguratie in oktober 1941 zou er een lezing
door een ingewijde in het ondergrondse werk worden gehouden.
de 1e verdieping van het Beursgebouw waar in een lege ruimte onder
een tafel de gegevens werden verwerkt en opgetekend.
Maar gelukkig werd deze op het laatste moment afgelast.
‘In het laatste oorlogsjaar kwam op het bureau Rotterdam sterk
Men vertrouwde de aangekondigde inleider niet helemaal en met
de nadruk te liggen. Het groeide onder Eduard II uit tot het grootste
recht. Hoogstwaarschijnlijk was dit de oerverrader A. van der Waals.
G.D.N.-bureau, met circa 100 medewerkers’.
Vanaf het begin moest je volgens Rietkerk uiterst voorzichtig en
waakzaam zijn. Jaargenoot Hans Muller was een van de eersten
die zich bereid toonde ‘iets’ te gaan doen. Op zijn kamer op
RSC-lid Rietkerk (Eduard III) werd bureauhouder in december
1944 toen zijn voorganger Overwater chef-Westroute werd.
Heemraadsplein 5 werden de eerste plannen gesmeed. Dit RSC-lid,
die later Luitenant-Kolonel der Marechaussee zou worden, ontving
voor zijn verdere activiteiten het Verzetsherdenkingskruis.
In april 2012 meldde Rietkerk dat van al deze medewerkers
niemand ooit is opgepakt. Geheimhouding en voorzichtigheid
stonden op de eerste plaats. Daar iedereen een schuilnaam had, en
291
RSC Geschiedboek DEF.indd 291
28-04-14 09:13
alleen de bureauhouder met organisatieleden – ook van schuilnamen
Epiloog
voorzien – van andere niveaus in aanraking kwam, was er vrijwel
geen mogelijkheid achter de identiteit van de mensen buiten je directe
werkkring te komen.
Het bovenstaande is slechts een uiterst beknopt overzicht van
de activiteiten van een flink aantal van onze voorgangers in het
RSC tijdens de bezetting. In ‘De Volkskrant’ van 4 mei 2010
Aan sabotage en bevrijdingsacties deed de GDN niet mee, dat
stond een interview met vier schrijvers van vier persoonlijke
was haar taak niet. Wel is er een ‘bezoek’ aan een fietsenstalling
oorlogsgeschiedenissen met de titel ‘Doodgewone mensen in extreme
geweest. De nood was erg hoog geworden; koeriersters moesten
omstandigheden’. Jolande Withuis met haar boek over Pim Boellaard
zich op rijwielen kunnen verplaatsen en de fietsen waren verdwenen.
was een van deze vier auteurs.
In politie-uniform heeft men een aantal van deze onmisbare
vervoermiddelen gevorderd.
Waren de RSC-ers hierboven genoemd zulke ‘doodgewone’
lieden? Uit de documenten en gesprekken zou je kunnen concluderen
dat zij zichzelf doodnormaal vonden. Men kon toch niet tolereren
dat bevolkingsgroepen, de samenleving, het studentenleven op een
brute wijze door een bezettende macht met een uitheemse ideologie
werden aangetast, verkruimeld of vernietigd. Je moest wel optreden,
er iets tegen doen, hoe hopeloos de situatie ook was.
De gebroeders Drion met hun studentenblad ‘De Geus’ behoorden
tot de groep van studenten, die aantoonden dat men zich niet geheel
de mond moest laten snoeren. De Raad van Negen zorgde er voor
dat in 1942 en 1943 de onderlinge contacten in de studentenwereld
bleven voortbestaan. Toen dat vanaf halverwege 1943 onmogelijk
werd, wierpen vele studenten zich op illegale activiteiten in eigen
territoir. Vele RSC-ers hebben meegedaan. Elf van hen hebben hun
werk met de dood moeten bekopen.
292
RSC Geschiedboek DEF.indd 292
28-04-14 09:13
Wij kunnen slechts gissen of zij in de dagen of uren voor
hun vergassing, executie of dodelijke marteling ook nog aan
Lijst van omgekomen (oud-)leden
van het RSC gedurende 1940 - 1945
hun belevenissen op Sociëteit ‘Hermes’, bij ‘Skadi’ en in de
Almanakredactie of het blad ‘Hermes’, alsmede de kameraden in
het Corps hebben kunnen of willen denken. Hebben zij zich nog aan
F.E. Deen (1892 - 1943) 1913
het Corpsdevies kunnen vastklampen? Daar zullen wij nooit achter
De initiatiefnemer tot de oprichting van het RSC en lid van de
komen. Wel weten wij dat ‘Dispereert niet’, ‘laat je niet intimideren’
eerste senaat, overleed op 25 januari 1943 in het concentratiekamp
en standvastigheid, voor iedereen onder alle omstandigheden als
Birkenau. Dit geschiedde nadat hij zijn woning in Heemstede had
essentiële levensregels zouden moeten gelden.
moeten verlaten en in een psychiatrische inrichting in Amersfoort
was opgenomen.
De handtekening van Deen (no. 4) op de presentielijst bij de oprichting
van het RSC op 11 december 1913
293
RSC Geschiedboek DEF.indd 293
28-04-14 09:13
J. Kann (1899 - 1942) 1917
ondervraagd, mishandeld en gemarteld. Een van hen verklaarde na
Zijn Amerikaanse vrouw en hun drie kinderen konden in 1941
de oorlog dat hij ‘Dr.Hidajat en de regent van Pamekasan vol blauwe
nog naar de V.S. reizen. Hem werd dat op het laatste moment niet
striemen en plekken, ook aan de polsen, kreupel lopend (van het
toegestaan. Daarna wilde hij vanuit Scheveningen naar Engeland
verhoor) heeft zien terugkomen’. De gevangenen werden beschuldigd
varen, doch verraad verhinderde dit plan in juli 1942. Hij werd
van een ondergrondse actie tegen de Japanners, die ‘uit de duim
naar Westerbork afgevoerd en zeer waarschijnlijk op 15 juli met het
was gezogen’. Onder dwang en marteling werd schuld bekend.
eerste transport naar Auschwitz vervoerd. Op 2 augustus vermoord
De afgedwongen bekentenissen leidden tot de doodstraf of langdurige
in de gaskamer.
gevangenisstraffen.
Een groep van 64 verdachten, waaronder Hidajat, die nog niet
Dr. Raden Mas Ario Hidajat (1900 - 1944) 1919
waren veroordeeld, werden naar Soerabaja overgebracht en eind
(bestuurder 1921 tot 1922 en senator, maart 1922 tot mei 1923).
februari 1944 in drie groepen naar de bossen van Bodjonegoro
Na zijn studie aan de NHH keerde hij terug naar Indië. Eind jaren
gereden. Zonder verder proces werden zij geëxecuteerd.
dertig was Hidajat directeur van de Zoutwinning Madoera en sinds
Volgens de reünist die in de almanak voor 1949 op de lustrumviering
17 oktober 1941 tevens adjunct-inspecteur van het hoofdkantoor
van 1948 terugkeek, zou Hidajat ‘een pagina in onze Almanak dubbel
van de Opium- en Zoutregie. Van augustus 1942 tot augustus 1943
en dwars waard zijn geweest. (...) Een beter (lid) als hij was niet
werden tientallen functionarissen van de Zoutwinning Madoera,
denkbaar’.
van de Madoerese Stoomtram Maatschappij en van het Madoerese
Dr. Raden Mas Ario Hidajat geboren op 4 oktober 1900 te
Binnenlandse Bestuur door de Japanners
Sitoebondo ligt begraven op het Nederlandse ereveld Ancol te Jakarta
opgepakt. Aanleiding was de vermeende sabotage
(vak IV, nummer 110: 111)
bij de stoomtrammaatschappij. Hidajat wed met
acht anderen op 6 januari 1943 gearresteerd
Senator Hidajat eind 1922
K.F.C. Hopster (1903 - 1944) 1921
en in de gevangenis te Pamekasan opgesloten.
Na zijn studie naar Indië gegaan. In begin 1942 als KNIL-militair
Dan op 6 augustus 1943 werden vijfentwintig
door Japanners krijgsgevangen gemaakt. Omgekomen toen het
werknemers van het Zoutbedrijf naar de ‘Kleine
krijgsgevangenenschip ‘Hofuku Maru’ in de Baai van Manilla (Subic
Boei’ overgebracht. In totaal zaten daar nu 70
Bay), Filippijnen, door geallieerde bommenwerpers tot zinken werd
man gevangen. Vrijwel alle arrestanten werden
gebracht.
294
RSC Geschiedboek DEF.indd 294
28-04-14 09:13
F. de Grave (1900 - 1945) 1921
F. Hoogewerff (1906 - 1940) 1927
In 1924 is hij naar Indië teruggekeerd. Hij was lid van de beruchte
Als res. 1e Lt. gesneuveld bij de Grebbeberg1 op 13 mei 1940.
jaarclub ‘Cape’ die merendeels uit Indië afkomstige leden bestond.
Hij was sectiecommandant van de rechtervoorcompagnie van
Na zijn vertrek schreef men in het jaarverslag:
1-4 Regiment Infanterie belast met een tegenstoot. In de vroege
‘Wij memoreeren slechts het vertrek van Ferry de Grave naar
ochtend van de vierde oorlogsdag was hij omsingeld en poogde met
Indië en hopen van harte, dat het hem daar steeds naar wensch
zijn onderdeel een uitval te doen. In deze poging werd hij dodelijk
moge gaan’.
getroffen. Op 17 mei werd hij gevonden en begraven op het Militair
Hem werd ‘Slamat Djalan’ toegewenst. Evenals met vele anderen
Ereveld Grebbeberg.
is het met hem echter niet goed afgelopen. In een terugblik van
een tijdgenoot op het Zevende Lustrum van 1948 werd bekend dat
deze wethouder van Semarang en voorman van het Indo-Europees
Verbond op 9 juli 1945 in een Jappenkamp in Thailand was gestorven.
K.E.N. von Buday de Csikmo (1900 - 1944) 1922
Deze Hongaarse edelman was een actief lid van de jaarclub ‘De
Halve Maen’, waarvan onder andere Pim Boellaard deel uitmaakte.
In oktober 1944 werd hij door de S.S. te Boedapest gefusilleerd.
J. van Dijk (1905 - 1945) 1925
Van Dijk – inspecteur bij Unilever – werd op 3 maart 1942
gearresteerd en in Scheveningen ondergebracht. Tijdens de bezetting:
Pilotenhulp, wapensmokkel, sabotage, weghelpen van gezochte
geheime agenten via ‘Zwitserse weg’. Bij de arrestatie verdedigde hij
F. Hoogewerff (geheel rechts) in stafbespreking
zich met een vuurwapen. Via Vught naar Natzweiler getransporteerd.
Stierf aldaar als gevolg van marteling op 30 maart 1945. Het
Verzetsherdenkingskruis werd hem postuum verleend.
1
De foto is afkomstig van ‘De Slag om de Grebbeberg’.
295
RSC Geschiedboek DEF.indd 295
28-04-14 09:13
H.J. Offerhaus (1907 - 1942) 1927
A.M. Borren (1911 - 1944) 1930
(rector van de senaat 1929 - 1930 en president van de Commissie van
Als KNIL-militair in begin 1942 krijgs-
het Vierde Lustrum) Adviseur-secretaris van de Verenigde Margarine-
gevangen gemaakt. In interneringskamp van
fabrieken in Nederland. Spionage, leider van verzetsgroep. Arrestatie op
Batavia op 22 november 1944 overleden.
28 april 1941 in Wassenaar. Stond terecht in het eerste Orde Dienst (O.D.)
-proces van groep Westerveld op 8 april 1942. Ter dood veroordeeld op
11 april. Na veroordeling opgesloten in Scheveningen, vandaar naar
Sachsenhausen getransporteerd. Aldaar op 3 mei 1942 gefusilleerd.
Chr. Biermann (1916 - 1943) 1935
Geboren in Kertosono, Java, keerde hij na de
studie naar Indië terug. Werd als artillerist bij het KNIL begin 1942
gevangen genomen. Daarna naar Japan getransporteerd, waar hij in
C.A. Hartog (1910 - 1944) 1930
het Fokuoka-kamp 6 te Mizumaki, Japan, op 8 april aan bacillaire
Directeur van een importfirma. ‘Werkte als koerier
dysenterie is gestorven.
2
voor Dr.J.B. van der Weijden (‘Secret Service’)’ . Tevens
betrokken bij de PCB (Persoonsbewijzen Centrale)
A. Sternfeld (1916 - 1942) 1936
– opgezet door Gerrit van der Veen – die vervalste
Zijn vader Alex had kunnen onderduiken, maar
persoonsbewijzen produceerde. Werd opgepakt op 30 juli
ter bescherming van zijn vrouw Rosalie Egger, die
1944 te Amsterdam. Na een verblijf in het huis van bewaring
thuis kon blijven, heeft hij zich aangemeld. Dit gaf
aan de Weteringschans naar Kamp Vught afgevoerd waar
aanleiding tot het besluit van Albert en broer Leo
3
hij op 5 september in het kader van de Deppner-executies
om met hem mee te gaan. Albert werd al snel van
werd gefusilleerd.
Westerbork naar Auschwitz getransporteerd waar
hij op 13 augustus 1942 in de gaskamer omkwam.
2
Bron: NIOD
3
Genoemd naar Erich Deppner, het hoofd van de contraspionage met als hoofdtaak
hard op te treden tegen het verzet. In juli 1944 werd hij gesommeerde naar Vught
te gaan om daar een lijst samen te stellen van verzetsmensen die terechtgesteld
moesten worden. In augustus en begin september zijn 450 personen gefusilleerd.
Deppner moest begin 1945 naar het imploderende Oostfront, waar hij in Russische
gevangenschap geraakte. Vrijgekomen in 1950 werkte hij eerst bij een door
Amerikanen geleide spionageorganisatie en later voor de Duitse inlichtingendienst.
In 2005 overleden. Vele pogingen zijn ondernomen om hem wegens de executies in
Nederland voor het gerecht te krijgen. Tevergeefs. .
Na verloop van tijd moest ook moeder Rosalie
onderduiken, maar werd verraden en weggevoerd.
Vader Alex is op 28 mei 1943 in Sobibor van het leven beroofd,
broer Leo op 1 maart 1944 in het Extern Kommando Auschwitz
III-Monowitz en moeder Rosalie op 6 maart 1944 in Auschwitz.
296
RSC Geschiedboek DEF.indd 296
28-04-14 09:13
E.L. Katan (1919 - 1942) 1936
van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) geworden. Gearresteerd bij
In mei 1940 Dpl.Wachtm.Art. Voerde spionagewerkzaamheden
een inval op 19 december 1944. Na de Weteringsschans, via Kamp
uit. Voor zijn arrestatie op 11 juli 1941 betrokken bij O.D./Gewest 13/
Amersfoort naar Neuengamme en Ludwigslust. Tenslotte op 1 april 1945
Den Haag. Kwam voor in het eerste O.D.proces (groep Mekel). Na
te Neuengamme/Wöbbelin aan honger, uitputting en ziekte overleden.
hechtenis in Scheveningen en Utrecht naar Sachsenhausen afgevoerd.
A.J.J. van der Hoek (1920 - 1945) 1940
Daar werd hij evenals Offerhaus op 3 mei 1942 gefusilleerd.
Liaison met het Belgische verzet. Dit Skadilid werkte samen
H. van Koetsveld (1918 - 1944) 1937
met Frits Ruys. Kocht een auto om als lid van KNIAC4, de illegale
KNAC welke niets met de officiële KNAC te maken had, voor
(Voormalig president van de Commissie tot Redactie
van het blad ‘Hermes’)
het verzet met bonkaarten, het blad ‘Vrij Nederland’, wapens en
Assistent-Accountant. Al snel prominent lid van
munitie rond te gaan. Hield zich tevens bezig
de Oranje Vrijbuiter. Heeft zich na de hulp aan Joden
met het vervoer van onderduikers. Bovendien
en andere onderduikers met kameraden op overvallen
Pilotenhulp. Gearresteerd bij het bezoek aan de
en aanslagen geconcentreerd. Door verraad op 29
leider van de KNIAC op 29 augustus 1944 te
augustus 1943 in Utrecht gearresteerd. In de gevangenis
Rotterdam. Na Kamp Vught naar Sachsenhausen
van Scheveningen tot november in ‘Einzelhaft’. Op 29
en Mauthausen getransporteerd. In het laatste
februari 1944 op de Waalsdorpervlakte te Den Haag
kamp op 10 mei 1945 (!) aan uitputting en/of
gefusilleerd. In ‘De Geus’, nummer 27, van 11 juli 1944
ziekte bezweken.
wordt dit vermeld.
J.H. Pické (1919 - 1944) 1940
M.H. Woutman (1921 - 1945) 1937
In mei 1940 vocht hij als Res.Wmr.Artill. bij Dordrecht. Koerier,
Als 16-jarige te Bandoeng geboren knaap schreef hij
spionagewerk, pilotenhulp. Zette na arrestatie van Gelderman diens
zich in aan de toenmalige NHH Als Engelandvaarder
werk in Rotterdam voort. Was lid van de inlichtingen dienst van de
trok hij over land tot de Pyreneeën. Door hevige
Orde Dienst.
sneeuwval mislukte de tocht. Na zijn arrestatie bij O.T.
(Organisation Todt) tewerkgesteld. Aldaar bevrijd en lid
4
De KNIAC speelt een hoofdrol in ‘Guerilla in Rotterdam’ (pp.9-28).
297
RSC Geschiedboek DEF.indd 297
28-04-14 09:13
Werd bij een bevrijdingsactie op 1 juli 1944 bij Vught gearresteerd.
Geplaatst in isolatiebunker van het Kamp Vught. Op 29 juli werd
hij gefusilleerd, eveneens in het kader van de Deppner-executies.
F.R. Ruys (1917 - 1944) 1940
(senator 25 maart – 5 november 1942 en 6 oktober 1943 –
4 november 1944) Postuum tot honorair-senator benoemd. In mei
1940 vocht hij als vaandrig bij de brug van Alblasserdam. Voor zijn
optreden ontving hij postuum de Bronzen Leeuw. Na arrestatie op
11 november 1942 volgde zijn eerste gevangenschap in Scheveningen.
Vrijgelaten halverwege februari 1943 werd hij districtsleider L.O.
Den Haag (Jodenhulp, Pilotenhulp) en leider van de
door hem opgezette K.P./Rotterdam II (De Oude Vijf).
Maakte contact met het Belgische verzet. Aangesloten bij
de B.S. Hij nam deel aan de overval op het politiebureau
Haagse Veer op 24 oktober 1944. Daarna werd hij
op 2 november bij Overschie gearresteerd. Na twee
dagen in een cel op het Haagse Veer werd hij op
4 november zonder vorm van proces op de schietbaan
te Kralingen gefusilleerd. Het Verzetskruis is hem
postuum verleend.
298
RSC Geschiedboek DEF.indd 298
28-04-14 09:13
E. van Tricht (1919)
(senator 1942 tot 1943 en 1943 tot 1945) Postuum
benoemd tot honorair -senator in oktober 1945. Van
Tricht was op diverse fronten actief in het illegale werk.
Op 15 juni 1944 werd hij in Rotterdam bij toeval
gearresteerd. Na verblijf op het Haagsche Veer naar
Vught getransporteerd. Daarna na Heinkelwerke en
Kamp Neuengamme. Aldaar op 7 januari 1945 aan
een hartverlamming door uitputting bezweken. In
RSC-kring noemde hij zich ‘De evangelist in de zwarte regenjas’.
W. Frech (1922 - 1943) 1941
Lid van de jaarclub ‘De Horst’ met motto: ‘verruim uw blik’.
Was betrokken bij verzetswerk in Rotterdam en
omgeving.
Op 24 november 1943 werd hij in concentratiekamp
‘Westfalen’ te Lahde doodgemarteld.
In de almanak voor 1945-46 stond onder meer het
volgende: ‘... met daden heeft hij ons bewezen, aan de
goede kant te staan en wij eren hem daarom ter dezer
plaatse als een van de velen, die gevallen zijn voor
hun Vaderland’.
299
RSC Geschiedboek DEF.indd 299
28-04-14 09:13
300
RSC Geschiedboek DEF.indd 300
28-04-14 09:13
Bijlage I:
Boellaards verslag van zijn ontmoeting
met Heinrich Himmler5
5
Bron: ‘Onderdrukking en Verzet, Nederland in Oorlogstijd’. Dit standaardwerk
in vier banden werd in de beginjaren vijftig geschreven door Mr. J.J. van Bolhuis,
Dr. C.D.J. Brandt ( later hoogleraar NEH), H.M. van Randwijk en
Prof.Mr. B.C. Slotemaker. (uitgegeven in Arnhem en Amsterdam)
301
RSC Geschiedboek DEF.indd 301
28-04-14 09:13
302
RSC Geschiedboek DEF.indd 302
28-04-14 09:13
303
RSC Geschiedboek DEF.indd 303
28-04-14 09:13
Bijlage II:
Het tiende lustrum van de jaarclub “De Keien’.
‘De Keien’ (1940) vierde het tiende lustrum in ‘De Pijp’, het toevluchtsoord
tijdens debezetting. Met uitzondering van de in 1944 gefusilleerde
F.R. Ruys, waren alle leden aanwezig. Vanaf links: J.M. Goudswaard,
J. Vis Albzn, J.A. van der Stok, H.E. Mees Jr., W.P.J. van Dissel,
E. Roosegaarde Bisschop en C.P.J. van der Sluis.
304
RSC Geschiedboek DEF.indd 304
28-04-14 09:13
Bijlage III:
Brief van RSC-er voorgelezen door Radio Oranje6
6
Bron: ‘Rotterdamsche studenten almanak 1945 - 1946’. ‘Spreker G.S.’ was (C.J.)
G. S (poelstra), de familienaam van de schrijver A. den Doolaard, die tijdens de
oorlog bij Radio Oranje, vanuit Londen trachtte de regering tot de Nederlandse
huiskamers door te dringen, en de collega van Dr. Lou de Jong.
305
RSC Geschiedboek DEF.indd 305
28-04-14 09:13
306
RSC Geschiedboek DEF.indd 306
28-04-14 09:13
Interview fragmenten
In de afgelopen jaren is een grote groep van onze (zeer)
Oud(e)-Leden geinterviewd. Deze interviews worden op een later
moment separaat gepubliceerd. Hier volgen een aantal fragmenten
uit deze interviews en gespreknotities met de mannen die de oorlog
vaak heftig beleefden.
307
RSC Geschiedboek DEF.indd 307
28-04-14 09:13
Ton Lohr (1936)
Uit het gesprek dat Govert Trouwborst (1964) en Ted van der
Pluijm (1957) hadden met drs. A.J. (Ton) Lohr (1936) op 14 mei 2010,
citeren wij het volgende:
De studie loopt aanvankelijk voorspoedig, in 1938 haalt hij zijn
kandidaats, maar dan komt de mobilisatie er tussendoor waaraan
de dan 21-jarige Ton zich niet kan onttrekken. In 1941 kan hij de
studie hervatten, maar dat zal niet lang duren. De sfeer is al dreigend
en van Sociëteit ‘Hermes’ wordt de voorzaal in gebruik genomen
door het Duitse officierencasino. Er volgt een verhuizing naar
De Bult en weer later naar de Gaffelstraat. In 1943 vindt de Algemene
Studentenstaking plaats en wordt het Corps verboden.
Ook de Nederlandsche Handels Hoogeschool (NHH) stopt in
dat jaar en Ton Lohr gaat terug naar Alblasserdam, van waaruit hij
contact houdt met andere ondergedoken vrienden.
Hij gaat in de Almanakredactie en hij is dan al een fervent
hobbyfotograaf. De senaatsfoto van 1942 is van zijn hand, maar
gezichten en namen zijn dan al te gevaarlijk. “Ik heb toen de
gezichten uit de foto geknipt en daar een nieuwe foto van gemaakt”,
zo omschrijft hij zijn fotoshop aanpak. De redactie weet in dat jaar
de Almanak te stencilen in een reproductiebedrijf in de Willem
Buytenwechstraat en op tijd (!) te presenteren op de Corpsdiës in
het restaurant van de Beurs.
308
RSC Geschiedboek DEF.indd 308
28-04-14 09:13
In de latere oorlogsjaren worden de contacten steeds lastiger
en wordt ook het contact met studiegenoten minder. Het lukt Ton
Lohr echter om toch nog illegaal een aantal tentamens af te leggen.
Tot in de loop van 1944. Dan wordt ook de Alblasserwaard te
gevaarlijk en moet hij onderduiken in de Betuwe. Eind 1945 studeert
Ton af.
Dan volgt een intensieve periode waarin hij carriere al econoom
probeert te ontwikkelen. Hij werkt onder meer bij de Nederlandse
Spoorwegen, een installatie bureau en wordt directeur van een
reisbureau.
Dan in 1954, 35 jaar oud, besluit hij het bloed kruipt waar het niet
gaan kan: ik ga in de fotografie.
Hij vestigt zich als zelfstandig fotograaf en wordt later tevens
docent aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam.
In 1970 is hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging van
Beroepsfotografen en directeur van de School voor de Fotografie.
Als Ted en Govert het verzorgingshuis verlaten ontdekken ze een
opvallend schilderij van Ton Lohr in zijn jonge jaren. Over toegepast
talent gesproken.
309
RSC Geschiedboek DEF.indd 309
28-04-14 09:13
Wim Houwink (1937)
Uit het interview dat Bertil Schuil (1961) had met prof.dr.
W. (Wim) Houwink (1937) op 27 augustus 2014, citeren wij het
volgende:
Hij vertelde dat de oorlogsperiode en in het bijzonder zijn verblijf
in Dachau zijn leven grondig had veranderd. Na terugkeer in 1945
heeft hij daar eigenlijk niet of nauwelijks over kunnen praten. Nu,
op 84 jarige leeftijd, leek hem de tijd wel gekomen om hier openlijk
over te spreken.
Het bombardement op Rotterdam kwam volledig onverwacht.
Wim woonde toen op de Mathenesserlaan. Omdat die locatie
te gevaarlijk leek, vluchtte hij met enkele huisgenoten naar een
appartementengebouw in aanbouw aan de Heemraadssingel.
Dat bleek geen verbetering te zijn. Kort daarop raasde een Stuka
(Duitse duikbommenwerper), naar binnen. Wim had geluk en kwam
met de schrik vrij.
Het bombardement duurde twee uur . Daarna liet hij zich door
een arts nakijken. Deze kon niets verkeerds ontdekken, maar gaf
voor alle zekerheid toch een medicijn: een dubbele borrel. Die was
zeer welkom.
Op uitnodiging van Prof. Polak trad Wim toe tot een verzetsgroep,
die zich richtte op het verschaffen van valse identiteitspapieren
310
RSC Geschiedboek DEF.indd 310
28-04-14 09:13
aan Joodse burgers. Wim werd specialist in het vervalsen van
kreeg en telkens weer terugkwam. Wim had grote bewondering
persoonsbewijzen, paspoorten, voedselbonnen en dergelijke.
voor hem.
Dit ging goed tot zijn groep verraden werd (door mevrouw
W., de vrouw van een oogarts).
Gé Roohé werd na drie maanden vrijgelaten omdat hij niets
te maken had met Wim’s verzetsgroep. Dit lag anders voor
Hans Hendriksz. Hij was, zoals hij het zelf uitdrukte “assistent”
Samen met de twee mede-Corpsleden H.W. [Hans] Hendriksz
(1938) en G.J.C. [Gé] Roohé (1938), werd Wim in september 1942
van Wim. Dit behelsde vooral het afleveren van de vervalste
persoonsbewijzen.
door de Duitsers gearresteerd op hun gezamenlijk adres Statenweg
Dit gebeurde vaak vlak vóór spertijd ergens op straat. Ook hij
92b. Zij werden overgebracht naar het politiebureau Haagsche Veer,
zat eerst vast in Haagsche Veer, gevolgd door een verblijf in Kamp
dat door de SD als gevangenis voor politieke gevangenen werd
Amersfoort en daarna in Kamp Vught. Hans werd in februari 1944
gebruikt.
vrijgelaten. Zijn ervaringen zijn in een separaat verslag vastgelegd.
Er hangt sinds enige jaren een plaquette aan dit gebouw met
vermelding dat gedurende WO II hier 17.582 gevangenen vastzaten.
Wim Houwink werd rond Kerstmis afgevoerd naar kamp
Amersfoort. Dit was een bijzonder ruw kamp met zeer slechte
Wim werd gedurende drie uur verhoord. Hij had geluk. Op tafel
behandeling. Daarna werd Wim overgeplaatst naar het kamp
lag een langwerpige kaart met daarop namen, waarvan een aantal
Vught als Schutzhäftling (= in preventieve hechtenis). Hij lag in het
was doorgestreept. Dankzij zijn vervalsingwerk kon Wim met gemak
kamphospitaal, toen in Utrecht het proces tegen zijn verzetsgroep
namen op de kop lezen. Ervan uitgaande dat de doorgestreepte namen
voor een Duitse rechtbank plaatsvond. Wim werd veroordeeld tot
verzetsmensen betroffen, die al geliquideerd of afgevoerd waren,
nader order.
gebruikte hij die namen wanneer gevraagd werd naar personen
met wie hij contact had gehad. Zo kon hij de indruk wekken zich
coöperatief op te stellen, zonder daar schade mee aan te richten.
Tot december 1942 bleef hij als gevangene op het Haagsche Veer;
had daar als “cell mate” een Jehova getuige, die in het weekend vrij
Hij werd eerst te werk gesteld bij de Poststelle, onderdeel van de
Kommandatur (administratief centrum van de kampcommandant).
Waar ook Hans Hendriksz heeft gewerkt.
Vervolgens werd Wim overgeplaatst naar de Philips-werkplaats en
311
RSC Geschiedboek DEF.indd 311
28-04-14 09:13
daarmee behoorde hij tot het ‘Philips-Kommando’. In de zogenaamde
Bij aankomst in Dachau begreep Wim Houwink onmiddellijk
Schrijfkamer kreeg hij tot taak verbrande, niet meer goed leesbare,
dat hij nu een essentieel besluit moest nemen: wil ik overleven, dan
documenten van Philips (gevolg van bombardement in december
moet ik de strijd hier keihard aangaan. Alleen dan heb ik een kans.
1942) te kopiëren. Dit was puur een stuk werkverschaffing voor de
Echter dat zal altijd ten koste van anderen gaan!
meer intellectuele gevangenen.
Houwink koos voor overleven!
Wanneer er geen documenten meer waren, werd eenvoudig
opnieuw met de oude documenten aan de slag gegaan. Langzaam
schrijven werd aanbevolen, want dan was er meer werk voor anderen.
Je stond voortdurend onder zeer grote druk. Altijd de vrees om
het bestaan; hoe lang overleef ik dit nog?
Om te overleven in een dodelijk Konzentrationslager als Dachau
Wim heeft ook gewerkt aan de draaibank in de bankwerkerij, die
onder leiding stond van de communist Johnny van Doorn. Schijnt
een fantastische man geweest te zijn! Tevens heeft Wim enige tijd
deel uitgemaakt van de zogenaamde Nachtwacht, met als taak des
nachts door het kamp te lopen om de werkplaatsen van Philips
(zogenaamd) te bewaken, vooral met het oog op de gevolgen van
mogelijke bombardementen.
(één op de vijf gevangenen kwam om) was een absolute focus op de
volgende aspecten vereist :
a. Een single-mindedness of purpose: een éénduidige doelstelling:
overleven!
b. Het opbouwen van connecties, netwerken; alleen red je het niet,
je moet je bij anderen aansluiten
c. Bewust blijven van je zuiver geweten; je zit in dit kamp omdat
je iets goeds hebt gedaan
Op 28 mei 1944 vond het zogenaamde Dachautransport uit
d. Je hebt een grote portie geluk nodig
Vught plaats. Van de rond 800 personen, die toen afgevoerd werden,
behoorden ca. 250 tot het Philips-Kommando. Wim Houwink was
één van hen. De treinreis in beestenwagens naar Dachau duurde
drie dagen.
Waarschijnlijke aanleiding voor dit transport was de wens van
Kampkommandant Hüttig een einde te maken aan de grote mate
van zelfstandigheid van het Philips-Kommando binnen het kamp.
Wim wijst er op dat in Dachau van de 60.000 gevangenen slechts
10.000 joods waren.
Dit in tegenstelling tot Auschwitz en Bergen-Belsen, waar de
meerderheid van de gevangenen joods was.
Wim kreeg dysenterie, hetgeen zeer bedreigend is en zonder
medische hulp spoedig fataal kan zijn. Hij werd gered door een
312
RSC Geschiedboek DEF.indd 312
28-04-14 09:13
Duits communist. Deze gaf hem koffiebonen, welke het gewenste
waaraan je invloed of macht kunt ontlenen. Wim werd uiteindelijk
effect hadden. Wim: zoiets moet je maar weten en hoe kon deze man
bij de Arbeitsdienst ingezet. Dit gaf bepaalde voorrechten die van
die bonen verkrijgen? Een duidelijk voorbeeld van netwerk en geluk.
grote waarde waren. Werkloos zijn was erg gevaarlijk.
Een overplaatsing naar een nieuwe functie binnen het kamp was
De voeding was miserabel: 800 cal per dag.
altijd gevaarlijk .
Vóór de overplaatsing werd je medisch gekeurd (Wim: idioot!).
De bevrijding van Dachau vond plaats op 29 april 1945 door de
Door het simuleren van TBC lukte het Nederlanders soms om
Amerikanen. Een aantal joodse jongens was het kamp ontvlucht
afgekeurd te worden.
om de Amerikanen te vragen onmiddellijk te komen om een ramp
Het was hem tijdens de keuring bijna gelukt onopvallend weg
te voorkomen.
te sluipen. Hij werd echter door een militair teruggestuurd omdat
hij geen bewijsje had. Een hem bekende, welgestelde Italiaan wilde
Gevreesd werd dat de Duitsers hen op transport zouden zetten
hem wel helpen. Deze ging praten met de militair. De militair wilde
en doden. Voor vele Russen was dat al feit geworden. Een kleine
niet wachten: hij had nog twee man nodig. Toen is de Italiaan naar
groep Amerikaanse soldaten kwam inderdaad naar Dachau om de
een andere barak gegaan en heeft daar drie Russen tegen betaling
‘inmates’ te bevrijden.
zover gekregen de plaats van Wim in te nemen. Hierdoor kon Wim
blijven. Hij vernam enige tijd later dat het voor de Russen slecht was
In juni 1945 werden Nederlanders uit Dachau opgehaald door
afgelopen. Hij heeft deze gebeurtenis als zeer bedrukkend ondergaan
leden van de Ondergrondse met vrachtwagens uit Nederland. Wim en
en deze last zijn leven lang meegedragen.
zijn vriend Frans de Bordes (Delftenaar) gingen gezamenlijk terug.
Toen één van de wagens kapot ging, bleven de ongetrouwden achter,
Het was verschrikkelijk om te leven in een volledig amorele
waaronder Frans en hijzelf. Samen maakten zij een wandeling kris
wereld. Niemand is te vertrouwen. Medegevangenen stelen van
kras door het bos. Nu zij dit eindelijk konden, voelden zij zich voor
je, ze verraden je aan de Duitsers als daarvoor een beloning op ze
het eerst echt bevrijd.
wacht enz.
De kunst is ergens een baantje binnen het kamp te krijgen,
Frans de Bordes (citaat) beschrijft dit in Natzweiler Berichten
van juli 2002 als volgt: Ik beleefde het als het eerste moment van
313
RSC Geschiedboek DEF.indd 313
28-04-14 09:13
werkelijke vrijheid, toen ik met Wim Houwink, zonder aan iemand
te vragen, door de kersenboomgaarden wandelde en ongeremd
kersen mocht eten.
Wim bevestigde mij in 2010 per mail dat hij Pim Boellaard in
Dachau had meegemaakt:
Ik heb Pim in Dachau goed leren kennen – hij heeft daar een zeer
positieve rol gespeeld.
Wim kwam ernstig emotioneel belast uit het kamp.
Wim Houwink: Na het kamp ben ik nooit meer gelukkig geweest.
Het kamp heeft een levenslang negatief stempel op mijn leven gezet.
Ik ben een loner geworden, een nauwe relatie met anderen is heel
moeilijk, samenleven met een ander als partner eigenlijk onmogelijk.
Het deed te veel pijn om met anderen over zijn verleden te spreken.
Na terugkeer werd met vrienden hierover niet gesproken, laat staan
met derden. De film werd teruggezet naar 1939.
Pas in de laatste jaren kan Wim meer over zijn verleden spreken
en ziet dit ook bij lotgenoten. Vandaar ook nu dit gesprek.
314
RSC Geschiedboek DEF.indd 314
28-04-14 09:13
Leo de Waal
Uit het interview dat Gert van de Sande had met drs. L. (Leo) de
Waal (1937) op 17 augustus 2011, citeren wij het volgende:
Heb je het bombardement en de daarop volgende branden in
Rotterdam op 14 mei 1940 ook meegemaakt? Wat kun je daarover
vertellen?
Ik ben dus in 1937 aangekomen. Ik zat in Rotterdam toen de oorlog
uitbrak. Ik woonde op de Heemraadssingel, bij de Diergaarde. Drie
dagen na het uitbreken van de oorlog stapten we op de fiets en gingen
naar het ouderlijk huis van de familie van Vollenhoven in de Hoflaan.
Van Vollenhoven was toen president senaat en had twee leuke zusters.
Maar toen wisten we nog niet dat er een bombardement zou komen.
Dat kwam op 14 mei rond één uur 's middags; we hebben onder de
trap gezeten toen het bombardement losbarstte. Nee, niet in de kelder.
En waar viel een bom die niet ontplofte!? In de tuin van de buren,
bij burgemeester Oud. Wij hoorden de bommen vallen en zagen het
later in Kralingen en in het centrum branden en zagen overal veel
rook. We zijn gevlucht naar Capelle aan de IJssel en hebben de nacht
doorgebracht in een tuinderij.
Je had dus niet direct de totale omvang door, maar pas de
volgende dagen?
Ja, pas de volgende dag, toen stond de hele stad in brand. Ik ben
toen gaan puinruimen, ergens op het Haringvliet waarschijnlijk, ik
weet niet meer precies waar; puingeruimd in de stank. De werklozen
waren verplicht om te ruimen: doe wat voor je uitkering. De heren
315
RSC Geschiedboek DEF.indd 315
28-04-14 09:13
gingen staken om een toeslag te eisen. Toen dacht ik, laat ik er maar
heeft het overleefd (fotograaf, later had hij een theeschenkerij op
mee uitscheiden en ben toen naar de Sociëteit gegaan waar kleding
Voorne-Putten); ik geloof dat hij een corpsjaar ouder was. Tenslotte
werd ingezameld.
herinner ik mij Sternfelt, maar die heeft het helaas niet overleefd.
Ik moet ook nog noemen het concert rond 6 mei, dus vóór het
bombardement, door het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. van
Wat was de houding van het Corps toen hun lidmaatschap werd
verboden? Zijn er nog specifieke maatregelen genomen?
Eduard Flipse, onder auspiciën van onze M & T. Uitgevoerd werd een
Weet ik niet, want ik was in Amsterdam. De publicatie van dat
compositie van mijn jaargenoot, pianist en amateur-componist Frits
mooie lied Dolf en Bennie (resp. Hitler en Mussolini) van drs. P (ons
J. de Jong, de latere bekende econoom en hoogleraar in Groningen.
Oud-Lid Heinz Polzer) in ons blad Hermes betekende de sluiting van
Na het concert en feest gingen we in Scheveningen ontbijten.
de Sociëteit door de Duitsers. Ik denk dat het in april 1941 is geweest.
De autoweg van Rotterdam naar Den Haag was toen al geblokkeerd
En toen zijn de leden uitgeweken naar De Pijp?
door vrachtwagens, om vijandelijke vliegtuiglandingen te voorkomen.
Ja, als een bijzondere Sociëteit; ik had daar geen contact mee,
Toen ik later van Den Haag naar Rotterdam fietste, heb ik genoten
ik zat in Amsterdam. Van die tijd in Rotterdam weet ik vrijwel niets.
van alle wrakken van Duitse vliegtuigen die langs de weg lagen.
Ja, bij de slag om Den Haag hebben de Duitsers veel verliezen
geleden. Hoe lang heeft de brand in Rotterdam geduurd?
Een paar dagen, maar het heeft nog lang nagesmeuld. Als je toen
door de stad liep, kreeg je tranen in de ogen, van de rook, de stank
Er zullen ongetwijfeld ook een aantal leden geweest zijn die
NSB’er waren? Waren dat er veel? Zijn er nog namen bekend?
Hebben zij nog een specifieke rol gespeeld? Kon het RSC indertijd
tegen hen optreden?
en van het zien van alle ellende. Daarna is er toch vrij snel orde
Ja, ik herinner mij er twee.
geschapen, moet ik zeggen.
Heb je nog herinneringen aan die mensen?
Met de een heb ik nauwelijks contact gehad. De ander was geen
Waren er ook joden lid? Kun je nog namen noemen?
vervelende vent, hij was een sterke jongen. Ik herinner mij niet dat
Ja, ik weet nog namen: Sal Lobstein, een jaargenoot uit Meppel,
hij die krachten ooit misbruikt heeft op de Sociëteit.
hij heeft de oorlog overleefd, evenals mijn clubgenoot Hollander,
Als je meer wilde dan met de vlakke hand slaan, dan ging je tuinen.
die overigens wel in de steengroeve van Jersey heeft moeten werken.
Ja, dat gebruik was er bij ons ook. Wat er van de NSB-ers
Op doorreis naar Spanje werd hij gepakt in Frankrijk. Ook Lohr
terechtgekomen is, weet ik niet. Ik weet ook niet of zij ooit activiteiten
316
RSC Geschiedboek DEF.indd 316
28-04-14 09:13
hebben ontplooid als NSB-ers; veel mensen bij de NSB hadden
aarzelingen. Zolang Duitsland ons land niet binnenviel kon de NSB
Ik weet het niet precies, maar zie de almanak 1941 pag. 82 (88?)
en 83.
zich handhaven, ze waren een politieke partij. Ze zeggen dat onder
Ze kregen er onderdak, zegt Polzer, en op de andere verdieping
de officieren sympathie bestond voor de NSB, mede vanwege hun
had je dan de Nationale Jeugdstorm. Ik herinner mij een foto waar
beider wens voor een sterk leger; maar die hadden zich allang voor
op de groene panelen onder de ramen van de voorzaal Nationale
de oorlog uitbrak van de NSB gedistantieerd.
Jeugdstorm staat in plaats van Sociëteit ‘Hermes’. Ik meen ook dat
Wim van Dissel van jaarclub De Keien is direct na de oorlog nog
de WA een etage ter beschikking had. Dus de leden van het RSC
commandant geweest van een kamp voor gevangen NSB’ers in Hoek
waren toen ook nog in het Sociëteitsgebouw en hadden dus een eigen
van Holland. Waren de genoemde corpsleden al NSB’er voordat de
verdieping of waren jullie inmiddels al naar De Pijp uitgeweken?
oorlog begon?
Polzer zegt: daar kan ik u helaas niet nauwkeurig over inlichten, ik
Ja, beiden waren al NSB-er.
geloof dat aanvankelijk het Corps nog even een stukje van het gebouw
mocht gebruiken, maar dat zal niet lang hebben geduurd. Ook Han
Ik neem aan dat die leden na de oorlog zijn geschorst van
Goudswaard, aangekomen in 1940, kon zich niet herinneren dat het
het lidmaatschap? Maar hoe is dat vastgelegd? Hebben zij ooit
RSC gelijktijdig met anderen op de Eendrachtsweg was gehuisvest.
geprobeerd nog weer toegang tot de Sociëteit te krijgen?
Hij dacht dat Leo de Waal of Fred Ruoff hierop het antwoord wel
Geen idee, ik geloof niet dat ze een poging hebben gedaan.
zouden weten.
Men vraagt om een opheldering over een passage uit het interview
Dat weet ik ook niet, want ik zat er niet, ik was in januari 1941
met Heinz Polzer (drs. P). Dat gaat over de sluiting van de Sociëteit
naar Amsterdam vertrokken. Fred Ruoff, aangekomen in 1939, weet
in de Tweede Wereldoorlog. Was het niet naar aanleiding van het
daar waarschijnlijk meer van, ook van het verzet.
versje over Dolf en Bennie dat de Duitsers de Sociëteit sloten, want
Fred Ruoff is inmiddels op 11 januari 2013 overleden en Han
er zou eerst nog een korte periode zijn geweest dat het Corps in
Goudswaard daarna op 26 januari, resp. in Rotterdam en Wassenaar.
het gebruik beperkt werd tot de tweede of derde verdieping van de
Ik weet iets van de oorlog door mijn oude buurman in Eindhoven
Sociëteit? Gelijkvloers huisde er toen een herenSociëteit die absoluut
Wim van Dissel, al enkele jaren geleden overleden (PM zoon Jan van
niet verkeerd was, al bestond en blijkbaar uit Kralingen weg moest.
Dissel in Eindhoven, evenals zijn vader oud president van Hermes,
Zegt jou dit iets?
en zoon Steven van Dissel in Den Haag die Wim zijn archief heeft)
317
RSC Geschiedboek DEF.indd 317
28-04-14 09:13
ook aangekomen in 1940 en, evenals Goudswaard lid van Jaarclub
De Keien. Ze hebben met een aantal clubgenoten in de oorlog in een
huis in de Claes de Vrieselaan 21 gewoond bij een bekende hospita en
hospes. Ook Mans Mees, die in het Termaathuis heeft gewoond, waar
Leo nu ook woont, was lid van De Keien, evenals de overleden Van
der sluis, die in de oorlog voor de ondergrondse de liquidaties deed.
Ook behoorde tot die jaarclub de door de Duitsers doodgeschoten
Frits Ruys. Zie het uitstekende verhaal over de Claes de Vrieselaan
21a door Ch. P.J. van der sluis in het Rotterdams Jaarboekje van
1976; in mijn bezit.
Ik ben anderhalve jaar gijzelaar geweest, eerst in Haaren, daarna
in het nabij gelegen Sint Michielsgestel, de beide plaatsen liggen in
Noord-Brabant.
Op 5 mei 1995 heb ik op de Sociëteit een bijeenkomst en expositie
bijgewoond over studenten in de Tweede Wereldoorlog. Sprekers
waren daar E. Roosegaarde Bisschop en de eerder genoemde
Charles P.J. van der Sluis, beiden lid van de jaarclub De Keien uit
1940; het oranje programmaboekje heb ik nog. Daar zag ik ook de
indrukwekkende foto van de senaat van rector Wilton, allen zonder
hoofd op de foto in verband met onherkenbaarheid voor de Duitsers.
Ik kan Koppius in Den Haag nog wel eens bellen over de oorlog.
Ja graag.
318
RSC Geschiedboek DEF.indd 318
28-04-14 09:13
Hans Hendriksz (1938)
Uit het telefonisch interview dat Bertil Schuil (1961) met
H.W. (Hans) Hendriksz (1938) had op 16 februari 2014, citeren wij
het volgende:
Hans Hendriksz woonde in 1942 samen met Wim Houwink (1937)
en Gé Roohé (1938) in het pand Statenweg 92b.
Voordien had Allard van Vollenhoven (1938) daar gewoond.
Houwink had hem intussen vervangen.
Allen waren lid van het RSC.
In september 1942 werd hun (studenten) huis overvallen door
vijf man van de Duitse Sicherheitdienst (SD). Hun arrestatie volgde
op verraad door de vrouw van een oogarts (in Hilversum): mevrouw
W. Op het internet vond ik een verhaal (55 pagina’s lang) van dominee
dr.F.J. Krop, destijds o.a. redacteur van Vrij Nederland. Hij was ook
in Rotterdam, in oktober 1942, opgepakt met een aantal anderen,
na verraad door deze zelfde mevr. W. (door Bernard Jochems aan
mij bevestigd). Ook dr. Krop werd op het Haagsche Veer opgesloten.
De arrestatie was allereerst gericht op Wim Houwink. Deze onderhield het contact met zijn verzetsgroep.
Zijn belangrijkste activiteit was het vervalsen van persoonsbewijzen.
Omdat zij in het zelfde huis woonden, had Wim aan Hans gevraagd
om hem te helpen. Hans omschrijft zich zelf dan ook als assistent
319
RSC Geschiedboek DEF.indd 319
28-04-14 09:13
van Wim Houwink. Gé Roohee had geen enkele betrokkenheid bij
vermeldt dat 17.582 gevangenen gedurende de oorlog hier hebben
de verzetsgroep. Hij is na drie maanden vrijgelaten.
vastgezeten.
Wim Houwink legde zich toe op het maken van vervalste
persoonsbewijzen. De belangrijkste handeling hierbij was om de
foto op een bestaand document te vervangen door een foto van de
nieuwe eigenaar zonder dat de duimafdruk op de oorspronkelijke
foto zou verdwijnen.
Het drietal heeft daar circa acht weken in een cel gezeten.
Hoofdzakelijk alleen.
Voor verhoor werd Hans van het Haagsche Veer gebracht naar
het gebouw van de SD aan de Heemraadssingel.
Het transport ging per tram, begeleid door een Nederlandse agent
Om die reden moest de oude foto in twee lagen worden gesneden.
van ca. 60 jaar. Deze vroeg hem te zweren dat hij niet zou vluchten,
Het oude bovenste deel werd vervangen door het bovenste deel van
omdat dit de man zijn pensioen zou kosten. Hans heeft dat maar
de nieuwe foto, zodat de oorspronkelijke duimafdruk kon worden
gedaan. Hij wilde de agent zijn oude dag niet verzuren.
gehandhaafd. Hans assisteerde soms bij het vervalsen en had verder
als belangrijkste taak de aangepaste persoonsbewijzen af te leveren.
Meestal vond dat plaats vlak voor spertijd. Dan werd ergens op
Hendriksz en Houwink konden soms wel een paar woorden
wisselen via de luikjes van hun cellen.
straat afgesproken om het document te overhandigen.
Later werden Hans en Wim een keer twee weken lang opgesloten
Dr. Krop beschreef bovenstaande activiteit als volgt (letterlijke
tekst):
Persoonsbewijzen moesten worden ‘georganiseerd’, vervalst,
en op deskundige wijze worden uitgedeeld. Aldus werd aan alle
op de detentiezaal/zolder van de Rotterdamse Rivierpolitie.
Dit was waarschijnlijk wegens ruimtegebrek op het Haagsche Veer.
De communicatie was toen iets makkelijker. Men verbleef op de
zolder van het gebouw en niet in separate cellen.
bedreigden een behoorlijke gelegenheid tot ‘onderduiken’ verschaft.
Er was geen officiële rechtsgang. Beschuldiging en veroordeling
Na de arrestatie werden de drie studenten overgebracht naar het
zijn nooit aan Hans bekend gemaakt.
politiebureau Haagsche Veer, dat in die tijd allereerst diende als
gevangenis voor politieke gevangenen. Er hangt nu een plaquette die
320
RSC Geschiedboek DEF.indd 320
28-04-14 09:13
Van de rivierpolitie, zijn zij samen, omstreeks 15 december 1942
Naast de honger was een ander groot probleem: nooit rust.
overgebracht naar Kamp Amersfoort. Wim Houwink was toen ziek.
Een dagprogramma was ongeveer: 's morgens vroeg gedurende
Hans moest daar zwaar werk uitvoeren. Zij zaten in dezelfde barak.
één uur appel; werken hele dag; bij goed weer ging je 's avonds buiten
zitten. Dan had je fantasieën, onder meer over hoe het leven ooit weer
Hans is op 15 januari 1943 naar Kamp Vught overgebracht, samen
eens zou kunnen zijn. Niet later dan om 20.00 uur terug in de barak.
met 250 anderen. In dit kamp werden de gevangenen kaalgeschoren.
Om 22.00 uur ging het licht uit. Je sliep in stapelbedden: drie
Dit Kamp moest nog opgebouwd worden. Weer zware arbeid.
boven elkaar. Indien erg vol, drie man overdwars op twee bedden.
Onder meer schepen ontladen in Den Bosch.
Het rantsoen per dag was 400 gr brood voor het avondeten en
Wat je erg miste was je vrijheid; geen privacy.
het ontbijt.
Kamp Vught was opgedeeld in vier delen: Vrouwen, Mannen,
Des middags waren er aardappelsoep en wat pelkartoffeln.
Joden Durchgangslager, Philips Kommando.
De omstandigheden waren zeer zwaar en de voeding slecht en
weinig. Velen leden aan dysenterie en andere ziekten. Van luis had
In Vught waren er in elke barak Kapo’s1. Dit waren Duitse
men ook veel last. Kleren moesten worden uitgerookt met het gas
gevangenen die vaak ruw optraden. De Duitse bewakers waren
zyclon B. Alleen op klompen zonder kleren naar de douche (erg
meestal nog erger. Het kwam voor dat gevangenen werden
koud in februari). Daarna als tijdelijke kleding oude Nederlandse
uniformen zonder ondergoed. Zeker 80 van de eerste 250 gevangenen
zijn overleden.
In het kamp werd veel onderling gestolen. Vooral voedsel.
Men had voortdurend honger. Het gewicht van Hans was toen
45 kg. Nu 85 kg.
1
Een Kapo was een gevangene in een nazi-kamp in de Tweede Wereldoorlog,
die als taak had op de andere gevangenen toe te zien. Een Kapo moest voor
de SS het werk van de gevangenen begeleiden en hij was verantwoordelijk
voor hun resultaten. Kapo’s, die in de terminologie van de nationaalsocialisten
Funktionshäftlinge werden genoemd, kregen voor hun verdiensten verschillende
privileges, bijvoorbeeld alcohol. In grotere kampen was ook sprake van
Oberkapo’s, de bazen van de ‘gewone’ kapo’s. Kapo’s waren vaak misdadigers
die deze functie aangeboden kregen om een zwaardere straf te ontlopen. De term
Kapo is afkomstig van het Franse woord caporal of van het Italiaanse woord
capo, dat betekent: chef, opzichter, hoofd, bestuurder. Het schijnt dat de term
Kapo het eerst gebruikt is in het concentratiekamp Dachau. Bron: Wikipedia
321
RSC Geschiedboek DEF.indd 321
28-04-14 09:13
doodgeslagen. Het kamp had een eigen crematorium om zijn doden
Ondanks de Japanse en Duitse bezetting liep gedurende de oorlog
te verbranden. Om te overleven was het belangrijk dat je niet opviel,
de betaling van zijn maandgeld van 125 gulden per maand keurig
dat je je zoveel mogelijk drukte.
door. Dit werd verzorgd door het Amsterdamse Kantoor van de
Hans is ook een periode werkzaam geweest op de Poststelle. Dat
Javasche Bank.
geldt overigens ook voor Wim Houwink, maar in een andere periode.
Toen Hans gevangen werd genomen, hielden de betalingen op.
Hans moest daar onder meer de binnenkomende pakketten van
En na zijn vrijlating werden ze weer hervat. Wie dat regelde was
familie en vrienden inspecteren op eventuele clandestiene briefjes.
hem onbekend. Zijn broer? In ieder geval erg prettig, deze financiële
Deze mochten niet doorgegeven worden aan de geadresseerden. Hij
zekerheid!
en andere gevangenen leerden de inhoud van briefjes uit hun hoofd en
gaven de teksten mondeling door aan de geadresseerden. De briefjes
werden in opdracht van de bewakers vernietigd.
Tot de bevrijding heeft Hans zich daarna op diverse plekken
buiten Rotterdam schuilgehouden. Na zijn ontslag uit Vught, was hij
Enige maanden later werd een aantal (nog) stevige gevangenen
verplicht zich elke veertien dagen te melden bij de S.D. in Rotterdam.
overgebracht naar de Moerdijk om daar zwaar werk te verrichten.
Dit heeft hij niet gedaan. Tot de bevrijding was er de voortdurende
Hans was één van hen. Gevangenen moesten o.a. platformen voor
angst om op transport naar Duitsland te worden gezet.
geschut aanleggen. In feite was dit een onderdeel van de Atlantikwall.
Gevangenen werden ook ingezet om anti-tankconstructies te
bouwen. Verantwoordelijk was een Nederlands aannemingsbedrijf.
Deze gaf de gevangenen gelukkig goed te eten.
In februari 1944 ging Hans weer terug naar Vught.
In februari 1944 moest hij zich, na het appel, bij de Schreibstube
melden.
Waarvoor? Je bent vrij!
322
RSC Geschiedboek DEF.indd 322
28-04-14 09:13
Fred Ruoff (1939)
Uit het interview dat Peter Schaad (1969) met drs. A.M. (Fred)
Ruoff (1939) had op 20 februari 2012 citeren wij het volgende:
Ondanks het feit dat Duitsland net Polen was binnengevallen, en
Frankrijk en Groot Brittannië Duitsland de oorlog verklaard hadden,
werd er slechts sporadisch over politieke onderwerpen gesproken
in de Schone Zalen. Fred's verklaring daarvoor is dat politiek in die
dagen veel minder publieke belangstelling had dan vandaag de dag.
Fred heeft onmiddellijk na het bombardement smeulende stukken
hout uit de Prinses Julianalaan, waar hij woonde, verwijderd.
Na de sluiting van de Sociëteit aan de Eendrachtsweg, hebben Piet
Stoon en hij op een avond ingebroken in de Sociëteit. Op de bovenste
verdieping van het gebouw was het archief en daar hebben ze zo veel
als ze konden dragen van meegenomen om het vooral uit handen van
de bezetter te houden. Uit die moeilijke dagen heeft Fred de beste
herinneringen aan A. Sternfeld, die volgens het Lustrumboek van
1963 vermoedelijk in Auschwitz is omgekomen.
323
RSC Geschiedboek DEF.indd 323
28-04-14 09:13
Frits Visser (1941)
Uit het interview dat Bertil Schuil (1961) met F. (Frits) Visser
(1941) had op 31 augustus 2010 citeren wij het volgende:
Na behalen eindexamen in juli 1939 begonnen als trainee
in de melkfabriek bij vader (directeur). Wegens mobilisatie van
vier medewerkers in september, krijgt Frits wit pak en werkt mee
in de fabriek.
Op 5 februari 1940 treedt Frits in militaire dienst. Heeft daar
veel plezier. Wordt geplaatst bij het 4e Depotbataljon, 19e Regiment
Infanterie in Hoorn.
Op 10 mei 1940: geen vijandelijkheden in de buurt van Hoorn.
Wel krijgt Frits promotie wanneer hij als enige over rijbewijs beschikt.
Hij krijgt pistool en karabijn uitgereikt en wordt opgedragen in
Hoorn een auto te vorderen. Zonder probleem de Plymouth uit 1936
opgehaald.
Op 14 mei wordt Frits op transport richting Grebbeberg gesteld
ter versterking van de Nederlandse strijdkrachten. Echter op 15 mei
wordt gecapituleerd en keert het transport terug naar Hoorn.
Zijn geweer uit 1896 (Steyr) heeft hij gelukkig niet hoeven te
gebruiken.
Op Duits bevel worden de wapens ingeleverd. Half juni wordt er
gedemobiliseerd.
324
RSC Geschiedboek DEF.indd 324
28-04-14 09:13
Frits keert terug in Dalfsen en begint als volontair te werken in
de fabriek.
studenten. Oproep om in Duitsland te werk gesteld te worden
bedreigde hem.
In april 1941 krijgt hij baantje in kaasfabriek en leert daar kaas
maken. Vader Visser had intussen zijn Chevrolet 1939 verborgen
Overigens vond merkwaardig incident plaats. In mei 1943 stuurde
om in beslagname te voorkomen. Na de oorlog weer beschikbaar.
(jaargenoot en later zwager) Hans van Senden een brief aan Frits,
waarin hij hem adviseerde om de loyaliteitsverklaring wel te tekenen.
In september 1941 verbleef Frits in Rotterdam om zich in te
schrijven aan de Nederlandse Economische Hoogeschool. Tijdens
Vader Van Senden (ook Oud-Lid ca. 1915) belde Frits een week
dat bezoek ontploften plotseling enige bommen vlak bij, die waren
later om tekenen vooral af te raden. Frits heeft deze brief nog steeds
afgeworpen door een geallieerd vliegtuig. Dit was op hoek Graaf
in bezit. Dit advies valt moeilijk te verklaren. Door Frits geopperde
Florisstraat / Heemraadsingel.
mogelijkheid: Hans van Senden was in die tijd actief in verzet
(doorgeven informatie aan Londen) en deze brief zou bij eventuele
Enige tijd later werden meerdere luchtaanvallen uitgevoerd.
arrestatie ter verdediging kunnen worden aangevoerd’.
Dit was aanleiding voor Frits om naar Den Haag (Daendelsstraat) te
verhuizen. Echter bleek het ook daar niet veilig en daarom verhuisd
naar Gouda waar zuster Meiny woonde.
Vanuit Gouda reisde hij regelmatig naar Rotterdam om colleges te
volgen en vrinden te ontmoeten. Een paar keer per week bezocht hij
De Pijp, waar de borrel begon om ca. 17.00 uur.
Na de spoorwegstaking in 1943 werd het steeds moeilijker c.q.
gevaarlijker. Alle gedemobiliseerde militairen moesten zich melden.
Het zelfde gold voor de studenten die de loyaliteitsverklaring niet
hadden ondertekend. Frits had dit geweigerd en met hem vele andere
325
RSC Geschiedboek DEF.indd 325
28-04-14 09:13
Piet Stoon (1939)
Uit het interview dat drs Ted van der Pluijm (1957) met P.A. (Piet)
Stoon (1939) had op 17 mei 2011, citeren wij het volgende:
In de vroege ochtend van 10 mei 1940 hoorde ik van een studievriend
dat Duitse watervliegtuigen bij de Maasbruggen een precisielanding
hadden uitgevoerd en een deel van de bruggen hadden bezet. Je kon
het nauwelijks geloven, zelfs de stadscommandant Scharroo was
moeilijk van dit dramatisch feit te overtuigen.” Maar niets bleek
minder waar. Terwijl de Nieuwe Maas de frontlijn was, ging het leven
op het grootste deel van de Rechter Maasoever nog even gewoon door.
Wij maakten zelfs nog een roeiafspraak voor 14 mei. Doch in de
ochtend zei de coach dat het verstandiger leek even af te wachten.
Het was een goed besluit, want om een uur in de middag begon het
bombardement en de dramatisch stadsbrand.
In september 1940 startte het ‘normale’ studentenleven met
groentijd, het afroeien en de colleges. Begin december 1940 was
Stoon samen met Heinz Polzer Zwarte Piet op de Lange Pijpenavond.
De volgende dag, bij het tentamen statistiek in het gebouw van de
CBS te Den Haag, merkte prof.J.Tinbergen ‘op beminnelijke wijze’
op dat hij nog zwart achter zijn oren was. Ondanks de gebeurtenissen
van voorgaande avond slaagde Stoon met een hoog cijfer.
In april 1941, net voor de sluiting van de Sociëteit door de bezetter,
326
RSC Geschiedboek DEF.indd 326
28-04-14 09:13
werden door Piet Stoon, Jan de Nes, J.G.Wackwitz en anderen de
voorschijn toveren dat hij al vier jaar in de agrarische sector werkte
almanakken en een deel van de archieven per bakfiets naar het
en als melker van grote waarde was voor de voedselvoorziening.
ouderlijk huis in de Voorschoterlaan gebracht. Dat vervoer ging niet
in een keer. Om door het verwoeste gedeelte van de stad te komen
Toen na 5 mei 1945 ‘Hermes’ - dat volgens Stoon ‘door de
had je een speciale Ausweis nodig. Daar beschikte Stoon over; net
nationale Jeugdstorm in desolate conditie was achtergelaten’ - weer
als over drie persoonsbewijzen, waarvan twee valse.
ter beschikking stond, zijn de almanakken en de weggehaalde
Voordat hij en anderen waren ondergedoken of een andere
delen van het archief teruggebracht. De piano was door Canadese
persoonlijkheid hadden aangenomen – met alle risico van dien –
militairen naar hun onderkomen in het politiebureau op de hoek van
was het studentenleven nog een tijdje doorgegaan. In ‘De Pijp’ kwam
de Westersingel meegenomen. Echter na uitleg van zijn historie werd
men nog bijeen, vooral toen de Sociëteit werd gesloten. Daar er geen
het instrument al snel in triomf naar ‘Hermes’ vervoerd.
vrouwen kwamen, was de bierhandel niet aantrekkelijk voor Duitse
militairen. Maar goed ook, Cor van der Valk haatte de bezetters.
Piet Stoon werd lid van de Overgangscommissie 1945 - 1946 van
De voormalige ‘Pijp’ van vader Jan op de Geldersekade nabij de
het RSC en vervolgens commissaris van consumabel en inventaris.
Koopmansbeurs en ‘Het Witte Huis’ verkenden hij en zijn tijdgenoten
Volgens hem “een uitstekende positie om de rol van de medeleden
voor die 14e mei: ‘Destijds was het een echte bierhandel, waar je
te observeren.” Zoals zo vaak, op slechts een deel van de leden, nog
alleen iets rudimentairs kon eten’.
geen 30 man, ‘kon je bouwen en vertrouwen; die moesten het meeste
werk doen. De overigen dreven mee. Zelfs in de eigen jaarclub had
Drie maal zijn politieagenten bij zijn ouderlijk huis langs
je doordouwers en passieve lui. Dat was teleurstellend’.
gekomen om hem als zo velen in de oorlog te arresteren. Het
waren ‘Schalkhaaragenten’, leden van de NSB. Hij was intussen
Dan vertelt hij over lieden die nog even voor hun doctoraal
ondergedoken op een boerderij in Nieuwkoop, een geschikt gebied
graag Corpslid wilden worden, dat stond zo netjes en voornaam.
om je in de omgeving van de plassen met veel riet te verstoppen.
Vanzelfsprekend werden zij geweigerd.
Op verschillende momenten – onregelmatig reed hij op de fiets naar
Kralingen met in zijn jas verstopte boter of kaas – kwam hij toch in
Een geweldige indruk heeft pachter van de Sociëteit, Frits
aanraking met de ‘Grüne Polizei’, daarbij kon Stoon een bewijs te
Köhler, op hem gemaakt. Deze man – die zich bij de overval van
327
RSC Geschiedboek DEF.indd 327
28-04-14 09:13
de Sicherheitsdienst (S.D.) in april 1941 niets over de gezochte
leden losliet – had een enorme mensenkennis. Na een week de
groenen te hebben geobserveerd kon hij je vertellen wie er uit
een koopmansfamilie kwam en wie een ambtenarenachtergrond
had. Ook voelde hij aan wie wel en wie niet ooit voor een specifieke
functie geschikt zou zijn.
Dezelfde Köhler is zich in begin 1946 doodgeschrokken, toen
hij, zittend in de burelen van het souterrain, een schouderklop
kreeg van Jo Drenth, een jaargenoot van Stoon en jaarclubgenoot
van H.J.Witteveen. Deze Drenth was doodgewaand en daar stond
hij dan plotseling! Alhoewel Köhler zich kon herinneren dat
Drenth een geheelonthouder was, bood hij hem van schrik en
opwinding toch een sherry aan. ‘Geef maar een droge’, had Drenth
geantwoord.
328
RSC Geschiedboek DEF.indd 328
28-04-14 09:13
Heinz Polzer (1939)
Uit het interview dat Philip van Dok (1958) en Norman Schreiner
(1962) met Heinz Polzer (1939) op 26 april 2010 hadden, citeren wij
het volgende fragment:
Het ‘Dijklied’ heb ik bedacht toen ik logeerde in Scheveningen
onder supervisie van de Duitse Wehrmacht.
Na de productie van ‘het gedichtje’?
Ja, maar het was geen gedichtje. U doelt nu op ‘Dolf en Ben’?
Ja.
Het vreemde is dat de rechter ook zei ein törichtes Gedicht, maar
het rijmde nergens. Het waren van die regeltjes boven elkaar, zoals
je in kinderlectuur ziet. Voor de klei-ne-ren
Dolf en Ben
Dolf en Ben wa-ren dik-ke vriend-jes
Zij haal-den sa-men heel wat kat-te-kwaad uit.
De an-de-re kin-de-ren wil-den niet met hen spe-len,
want zij maak-ten al-tijd ru-zie en wa-ren heel stout.
De ben-gels gin-gen zoo maar in de tui-nen van
ie-der-een en a-ten al-les op.
Maar toen werd Oom Sam, de veld-wach-ter, heel boos.
Hij nam een dik-ken knup-pel en ging daar-mee naar het dorp.
En wie kre-gen toen een pak voor de broek?
Dat kun-nen jullie wel ra-den!
Den vol-gen-den keer een an-der ver-haal-tje.
Da-a-ag!
Tan-te Pol-lie
329
RSC Geschiedboek DEF.indd 329
28-04-14 09:13
Ik streefde niet echt naar functies. Wat ik nog wilde vertellen is
bereikt. Maar bestond wel.
dat het leven in het Corps – in de Sociëteit dus – een tijdlang gewoon
Er waren er gelukkig betrekkelijk weinig dus, die NSB-sympathie
doorging en mij dunkt dat dit nog wel bijna een jaar geduurd zou
hadden. Die twee ouderejaars die afgestudeerd waren, dus al weg
hebben. Dat je inderdaad wist hoe de situatie van Nederland was
waren en terugkwamen?
en dat je je daar natuurlijk zeer aan ergerde, maar dat je er lijfelijk
Ja. U zegt ‘gelukkig’, ja inderdaad. ‘Gelukkig’ is van toepassing,
eigenlijk nauwelijks mee in aanraking kwam. Behalve dat je op
maar het is ook volkomen logisch. Dat je als corpslid of oud-corpslid
straat Duitse militairen zag lopen. Ik moet nu even een voetnoot
hiervan lid zou worden druiste tegen je hele gemoed in.
inschakelen: want, het opmerkelijke en – in zekere zin – schokkende
verschijnsel van die begintijd was dat sommige leden – sommige
Is deze later het lidmaatschap ontzegd?
oudere leden – bleken de verkeerde gedachte toegedaan te zijn.
Nou nee, ze waren geen lid meer.
Wij kregen bijvoorbeeld eens bezoek van een voormalig bestuurslid
die in zeer goede roep verkeerde totdat bleek dat hij NSB-er was.
Maar als Oud-Lid kun je toch ook geschrapt worden?
Hij arriveerde – als ik mij goed herinner – zelfs in bijbehorend
Ik neem aan dat ze niet vermeld werden in gedenkboeken en
kostuum. In de Sociëteit zelfs, wat mij verwonderde. Hij zat tegenover
dergelijke. En - als gezegd - als in een normale tijd, je merkte er niets
verwezen en wat onbehaaglijke jongerejaars – eerstejaars – te
verkeerds aan. Het was een plezierige jongeman. Hij had het nooit
betogen. Hij maakte geen propaganda, hij sprak over vroeger en
over politiek of over ‘de nieuwe orde’. Aldus leefden wij de eerste
corpsaangelegenheden enzovoort. Maar hij was duidelijk van de
tijd in een vrij evenwichtige en absoluut niet vertekende sfeer. In de
foute kant en verdween ook zonder door ons vrolijk nagewuifd
Sociëteit was de bediening er nog. De bediening kon wel eens aan
te worden. Er was nog een andere ouderejaars die zich ook één
sigaretten komen en andere zeldzaamheden. Het Corpslied werd
keer vertoonde en kortstondig bleef. En daar bleef het bij. Het was
van tijd tot tijd – enigszins binnensmonds – gezongen, want we
werkelijk schokkend, want als nu iets niet paste bij het Corps dan was
mochten natuurlijk niet luidkeels kenbaar maken dat wij nog altijd
het NSB’er zijn. En dan de NSNAP, ik weet niet of je die toen al had,
functioneerden als Corps.
de NSNAP, de Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij.
Die was nog extremer dan de NSB en die liepen in SA-kostuum.
Die heeft ook niet erg lang geleefd, en heeft ook nooit enige betekenis
Was dat toen de Sociëteit nog geopend was, of toen het Corps
uitweek naar De Pijp als Sociëteit?
330
RSC Geschiedboek DEF.indd 330
28-04-14 09:13
Ik weet – tot mijn schande – niet meer een jaartal, maar de Sociëteit
Daar kan ik u helaas niet nauwkeurig over inlichten. Ik geloof dat
werd verboden. Toen weken wij uit naar De Pijp. Ik veronderstel dat
aanvankelijk het Corps nog even een stukje van het gebouw mocht
het Corps al eerder was verboden door de Behörden.
gebruiken, maar dat zal niet lang geduurd hebben.
Was het niet naar aanleiding van het versje dat u geschreven had
over Dolf en Bennie? Dat las ik ergens in gedenkboeken.
Het lijkt me eigenlijk logisch, ja. Er was overigens eerst nog
Daar hadden ze natuurlijk ook geen bewegingsvrijheid.
Nee.
een korte periode geweest dat wij beperkt werden tot de tweede of
derde verdieping van de Sociëteit. Gelijkvloers huisde er toen een
herenSociëteit die absoluut niet verkeerd was, die al bestond en die
blijkbaar uit Kralingen weg moest.
En die episode met het verhaal over ‘Dolf en Ben’. Was dat in
uw tweede jaar?
Ja, als eerstejaars geloof ik niet dat ik toegang had tot de redactie
van het blad Hermes.
Oh, en daar onderdak kregen?
Ja. En op een andere verdieping had je dan de Nationale
Jeugdstorm. Ik meen ook dat de WA een etage ter beschikking had.
Hoe kwamen die Duitsers aan het blad Hermes?
Dat is mij onbekend. Maar er zal ongetwijfeld een censuurdienst
hebben gewerkt. Dat spreekt toch eigenlijk vanzelf. De Duitse
Noot redactie: Ruoff en Goudswaard konden zich niet herinneren
dat er van samenwoning sprake is geweest. Wel is het zo dat van 2
bezetter moest natuurlijk weten wat er gaande was onder al dat
‘anti-Duitse tuig’!
oktober tot 23 oktober 1940 de benedenzalen door de Duitsers als
Offizieren-Casino werden gebruikt.Zie voor de juiste gang van zaken
hoofdstuk RSS ‘hermes’ in de periode 1931 - 1948.
Werd de hele redactie van het blad Hermes toen opgepakt?
Nee, slechts twee man. De hoofdredacteur, Sam graaf Van Limburg
Stirum, en ik. Ik ontmoette hem nog wel eens tijdens het luchten in
Dus de leden van het Rotterdamsch Studenten Corps waren
Scheveningen. Hij had natuurlijk een andere cel en wandelde dus
toen ook nog in het Sociëteitsgebouw en hadden toen dus een eigen
ook met andere mensen in een rijtje. Ik had mijn eigen rijtje en wij
verdieping?Of waren jullie inmiddels al naar De Pijp uitgeweken?
groetten dan elkaar. Maar elkaar spreken, dat ging niet meer.
331
RSC Geschiedboek DEF.indd 331
28-04-14 09:13
Heeft hij daar net zolang gezeten als u?
ongetwijfeld getransporteerd naar Auschwitz of een ander Duits
Korter. Ja, want dat kwam omdat wij wekelijks papier kregen, nee,
oord. Toen ging het nog enigszins gemoedelijk. Ik herinner me dat ik
sterker nog: we kregen briefpapier en inkt te leen. Dan mochten we
als gevangene eens bij de directeur van de gevangenis werd geroepen.
brieven schrijven naar familie. Wat het papier aangaat, wij beschikten
Die was Duitser, uiteraard. Het was een tamelijk joviaal gesprek.
over een schier onbeperkte voorraad, want wij moesten ook arbeid
We hadden het over mijn misdrijf en de veroordelingen enzovoort,
verrichten. Die arbeid bestond uit het vervaardigen van gomranden
en hij vroeg terloops: ‘Sind Sie Kommunist?’ En ik herinner me nu
aan giro-enveloppen. Die waren roze, en die flappen hadden dan
nog hoe ik opsprong bij het idee dat iemand mij voor een communist
een rand. Als je een aantal van die papieren rangschikte zodat de
kon aanzien. ‘Ich bin Student! Ik habe ein Gehirn!’ Ja, het was nog
randen allemaal vrijkwamen, dan hoefde je maar met een kwast en
een tamelijk gemoedelijk onderhoud.
een scherp ruikende vloeistof er overheen te gaan, en dat werden
dan gomranden. Op die wijze konden wij dus vrijelijk profiteren
U bent toen vrijgekomen? En hebt u toen uw studie hervat?
van die giro-enveloppen. Ik gebruikte giro-enveloppen eens om een
In die tijd was - dunkt mij - de Hoogeschool al gesloten. Ik kon dus
kaartspel te maken. Meer dan een enveloppe ging daaraan ten prooi.
weinig uitvoeren. Tja, ik kon in mijn boeken kijken, maar niet van
Ik tekende keurig ‘klaveren-vijf’, ‘schoppen-aas’ enzovoort. En twee
harte. Ik geloof zelfs dat het toen mogelijk was om bij een hoogleraar
jokers. Die horen nu eenmaal in een kaartspel. Het vereist geen
aan huis een tentamen af te leggen, maar dat weet ik niet strikt zeker.
denkwerk om te raden wie deze twee jokers werden. Dat kaartspel
Het is mogelijk dat ik die gerieflijke toestand moet zoeken in het
werd ontdekt door een Duitse bewaker en kwam aldus terecht bij de
eind van de bezetting.
Behörden. Dat leidde tot rechtspraak waarbij ik veroordeeld werd tot
nog wat extra gevangenis. Daar kwam ik dus nog vrij goed van af.
Hoelang hebt u dan totaal gezeten?
Totaal zal het zes maanden geweest zijn. Nee, nu word ik onzeker...
Ik geloof inderdaad: vier maanden plus twee. Het was nogal in het
begin van de bezetting, dus de vonnissen waren niet zo ongenadig
als ze later werden. Was dit gebeurd in 1943 of 1944, dan was ik
332
RSC Geschiedboek DEF.indd 332
28-04-14 09:13