Maak VERKIEZINGSPROGRAMMA VOOR BERG EN DAL Een

Maak VERKIEZINGSPROGRAMMA VOOR BERG EN DAL
GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN 19 NOVEMBER 2014.
Een duidelijke stem
Onze keuze voor een nieuwe gemeentenaam staat hierboven. Moeten we het daar nog
over hebben? Dat zegt toch genoeg voor u als kiezer.
Maar ‘Voor Berg en Dal’ staat voor meer dan alleen de naam. Monumenten, natuur en
landschap zijn onze ‘kroonjuwelen’. Monumenten moeten naast Natuur en Landschap
worden opgenomen in het Landschaps Ontwikkelings Plan;
Leefbaarheid en dorpshuizen zijn de spil en ontmoetingsplek voor verenigingen en
inwoners in iedere kern of dorp;
Burgerparticipatie is samen doen. Wij streven naar een gemeente die zijn burgers serieus
neemt en betrekt bij beleidsvoornemens en beslissingen die hen aangaan; Een
transparante en op service gerichte gemeente met serviceloketten in Beek en Millingen,
geen lijken in de kast en salarissen of beloningen boven de ‘Balkenende-norm’;
Ook (verkeers-)veiligheid: ook hiervoor willen wij ons hard maken. Wij willen Veiligheid
op straat; Veiligheid bij huis en hof. En Veiligheid voor onze schoolgaande jeugd. Maar er
is meer waarvoor Voor Berg en Dal zich hard wil maken. Ander belangwekkende zaken
voor Voor Berg en Dal zijn namelijk Toerisme, maar ook zorg en welzijn. Met name op
het gebied van de gezondheidszorg, zowel de jeugdzorg als de ouderenzorg, staat de
nieuwe gemeente voor een grote uitdaging.
Hieronder treft u ons verkiezingsprogram aan voor de komende gemeenteraadsperiode.
Wij zijn ervan overtuigd dat een stem Voor Berg en Dal een duidelijke stem is voor het
welzijn van de gehele gemeente.
SPEERPUNTEN
Par. 1. ZORG EN WELZIJN
Par. 1.0. Algemeen
De komende jaren gaat er veel veranderen in de organisatie van zorg en welzijn. Zorg
moet betaalbaar blijven. Preventie, eigen kracht, betere samenwerking en minder
bureaucratie zijn daarvoor belangrijk. Waar mogelijk gaan mensen, samen met hun
netwerk, hun eigen plan opstellen. Problemen moeten opgelost worden waar ze ontstaan.
In het dagelijks leven op plekken waar mensen en kinderen zijn, op scholen, bij mensen
thuis, in buurten, bij verenigingen. Professionals uit de nulde, eerste en tweede lijn
1
moeten nauw met elkaar samen werken. Er komen (sociale) wijkteams die zorgen voor
"1 gezin 1 plan" van aanpak.
Het beleid is er op gericht om wonen en zorg te scheiden, waardoor ouderen steeds
langer
zelfstandig
kunnen
blijven
wonen.
Daarvoor
dienen
evenwel
de
juiste
woonvoorzieningen te worden geschapen, waarbij de zorg beter dan nu bereikbaar is.
Met ingang van 2015 krijgen de gemeenten de verantwoordelijkheid over alle jeugdhulp
(van 0 tot 18 jaar). Deze decentralisatie van de jeugdhulp vormt een ambitieuze opgave
voor de gemeente, temeer daar deze plaatsvindt met krimpende budgetten. Maar ook
omdat het een geheel nieuw beleidsveld is dat ook nog eens de grootste financiële
kostenpost
gaat
worden
voor
de
gemeente.
Dat
vraagt
erg
veel
van
het
ambtenarenapparaat en om een sterk kostenbewustzijn. Naast continuïteit van zorg
richten de
samenwerkende gemeenten in de regio zich in 2015 en daarna sterk op
transformatie van het bestaande zorgaanbod: van zware naar lichte zorg, zorg wordt niet
langer dan strikt noodzakelijk ingezet en met nadruk op preventie. Residentiële zorg blijft
noodzakelijk voor de meest kwetsbare kinderen uit onze samenleving wanneer lichtere
vormen van zorg niet tot de gewenste resultaten hebben geleid of zullen leiden
Daarom vindt Voor Berg en Dal dat de nieuwe gemeente hiernaar moet streven:
Par. 1.0.1. Algemeen

De ondersteuning van de meest kwetsbare mensen moet geborgd worden.

De privacy van burgers is een groot goed, waar zorgvuldig mee omgegaan moet
worden, juist waar professionals en de gemeente in korte lijnen met elkaar
moeten gaan samenwerken. Een goed uitgewerkt Privacybeleid en afspraken met
samenwerkingspartners op korte termijn te realiseren met inspraak voor de
gemeenteraadsleden.

Bevorderen van keuzevrijheid met betrekking tot hulpverleners.

Cliëntondersteuning lijkt het toverwoord, maar welke expertise is gewenst en hoe
borgen we de onafhankelijkheid van deze persoon?
Par. 1.1. jeugdzorg

De begeleiding en hulpverlening moet zo dicht mogelijk in de buurt van het kind
en gezin worden georganiseerd.

De invoering van de nieuwe Jeugdwet mag niet zorgen voor méér bureaucratie.
Voor Berg en Dal pleit voor afstemming tussen de Gelderse gemeenten,
cliënt(organisaties)
en
aanbieders
m.b.t.
de
verdere
uitwerking
van
de
verantwoording- en kwaliteitseisen van Jeugdhulp.
2

De organisatie achter het loket voor de jeugdhulp moet zo goed mogelijk worden
ingericht.

Goede en tijdige informatie en advies werken preventief: snel informeren leidt
minder snel tot problemen..

Het
waarborgen
van
kwaliteit
in
de
gezondheidszorg
vraagt
om
stevige
professionals, zowel in de wijkteams als bij de uitvoering. Van deze hulpverleners
mag verwacht worden dat zij de behandelresultaten objectief volgen (monitoren),
in kaart brengen en inzichtelijk maken voor de gemeente.

De gemeente staat voor de uitdaging om kwalitatief betere zorg te bieden voor
minder geld. Voor Berg en Dal zal erop toezien dat kwaliteit en kosten van de
transitie inzichtelijk worden gemaakt en de effectiviteit van de sociale wijkteams
regelmatig geëvalueerd wordt.
Par. 1.2. ouderenzorg

Het goed ondersteunen van mantelzorgers en het niet overschatten van de
hoeveelheid beschikbare mantelzorg.

Het sociale wijkteam zet voldoende bestaande expertise in bij de zorg voor
kwetsbare ouderen thuis.

Voldoende voorzieningen voor senioren in kleine kernen zoals Ooij, Berg en dal en
De Horst, Kekerdom en Leuth, zodat de leefbaarheid behouden blijft.

Een WMO-loket ook in de kleinere dorpen van onze gemeente.

De hoogte van de eigen bijdrage op de huishoudelijke hulp bij Wmo beperken,
zodat meer mensen ervoor in aanmerking blijven komen.

Voor Berg en Dal is zich bewust van de groeiende eenzaamheid onder ouderen.
Zij zal er bij de gemeente op aandringen hiervoor aandacht te hebben en een plan
van aanpak te maken.

Aandacht voor armoede onder ouderen, juist wanneer deze op zorg en
ondersteuning zijn aangewezen.
Par. 2. ONDERWIJS
Voor Berg en Dal realiseert zich dat de nieuwe gemeente weinig taken heeft met
betrekking tot het onderwijs. Daar waar de gemeente haar taken op dit gebied heeft,
vinden wij het belangrijk dat de volgende zaken nadrukkelijk aan de orde komen in het
nieuwe beleid.

Goed onderwijs is vanzelfsprekend en noodzakelijk in het belang van een goede
ontwikkeling van het kind.

Ouders daarbij betrekken d.m.v. ouderparticipatie in ouderverenigingen.
3

Het multifunctionele karakter van de nieuwe gebouwen biedt veel kansen tot een
goede samenwerking van scholen en bibliotheek. Dit moet worden behouden.

Goed muziekonderwijs, zoals nu wordt gegeven, moet worden gewaarborgd.

In de komende jaren zal er dan ook geld gereserveerd moeten worden voor de
instandhouding van de onderwijshuisvesting.

Duitse les op de basisscholen vinden wij een must.

Ook zal er een financiële oplossing moeten komen voor de huisvesting van
‘Duitse leerlingen’ op onze basisscholen.
Par. 3. CULTUUR EN VERENIGINGSLEVEN
Ook de lokale identiteit en cultuur acht Voor Berg en Dal van groot belang. Het
verenigingsleven is rijk in de nieuwe gemeente: harmonieën en fanfares, schutterijen,
sportverenigingen,
koren,
ouderenbonden,
carnavalsverenigingen,
etc
zorgen
in
belangrijke mate voor de vitaliteit van de dorpskernen.
Tradities hebben niet alleen cultureel-historische waarde maar vormen tevens een
belangrijk bindend element in onze dorpen. Voor Berg en Dal wil dat aan deze diversiteit
door het nieuwe college de nodige aandacht wordt besteed.

Het verenigingsleven is rijk in de nieuwe gemeente: harmonieën en fanfares,
schutterijen, sportverenigingen, ouderenboden, etc. zorgen in belangrijke mate
voor de vitaliteit van de dorpskernen. Een verstandige exploitatie van de
‘kulturhusen’ en de dorpshuizen is ter ondersteuning van dit verenigingsleven van
essentieel belang.

De carnavalsoptochten in de kernen en met name die in Groesbeek en Beek zijn
bijzonder en moeten gekoesterd worden. Daarom is het van groot dat de
gemeente het bouwen van bouwruimte voor carnavalspraalwagen ondersteunt.

Ook de diverse musea en expositieruimtes zijn belangrijk voor het culturele
aanbod.

Belangrijke trekkers op muzikaal gebied zijn de Concertserie Beek en de
Mozart(k)ring
Gelre-Niederrhein.
Toeristisch
gezien
zijn
de
Groesbeekse
Wijnfeesten en de doortocht van de Vierdaagse op de dag van Groesbeek trekkers
van formaat.

Samenwerking
met
de
cultureel
sterke
buurgemeente
Nijmegen
en
grensoverschrijdende contacten die de band versterken, zijn waardevol en moeten
gekoesterd worden.

De gemeente moet al deze cultuuruitingen positief benaderen en (financieel) de
helpende hand bieden waar dat mogelijk en nodig is.
4

Voor Berg en Dal wil een cultuurparagraaf in het collegeprogramma opnemen en
streven naar een stimulerend gemeentelijk cultuurbeleid, gekoppeld aan een
goede subsidieregeling.

Voor
Berg
en
Dal
wil
graag
tot
een
parkeerproblematiek
die
speelt
tussen
goede
enerzijds
oplossing
de
komen
voor
de
sportverenigingen
en
anderzijds de RVG.
Par. 4. VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN ONTWIKKELING
VB en D staat voor een effectief en samenhangend beleid. Zij geeft er zelf actief inhoud
aan. Hieronder treft u onze opvattingen en ideeën voor de ruimtelijke ordening,
woningbouw
en
infrastructuur,
milieu
en
duurzaamheid,
landschaps-
en
water(veiligheids-)beleid.
VB en D heeft realiteitszin en is zich bewust van de relevante maatschappelijke
veranderingen en de noodzaak voor de lokale overheid daarin een krachtige regierol te
ontwikkelen. Want de markt kan (en wil) niet alles. Met name de kleinere kernen in onze
gemeente zijn voor marktpartijen commercieel vaak niet interessant, waardoor ze van
bepaalde voorzieningen verstoken kunnen blijven. Sommige taken mogen ook niet aan
de markt worden overgelaten of moeten zelfs weer worden “terug genomen”. VB en D
heeft twee kerndoelen: goed en verstandig omgaan met de demografische krimp en
versterken van de regierol van de lokale overheid. Waarom, hoe, met wie en wanneer?
Par. 4.1. Inleiding
Er is sprake van een demografische krimp: De bevolking gaat afnemen, de groei is er (al
lang) uit. De lokale overheid daarom moet een doordachte regietaak op zich nemen in
het omgaan met de effecten van demografische krimp. Daarom is meer regie door de
gemeente gewenst. Maar wel in samenwerking en samenspraak met de bewoners, en
door maatwerk. Kritisch zijn op marktwerking; heeft de marktwerking structurele
oplossingen gebracht; en leren van missers uit het verleden.
Toelichting:
De inwoneraantallen dalen al in heel wat woonkernen. Heel binnenkort geldt dat ook
onze nieuwe gemeente als geheel. Kansen op groei zijn in Nederland nog slechts
weggelegd voor die gebieden waar de belangstelling van werk- en woningzoekenden zich
op concentreert. De gemeente Berg en Dal hoort daar niet bij en dat zal vrijwel zeker de
komende tientallen jaren ook niet meer gebeuren. Tot 2009, bij het uitbreken van de
crisis negeerden vooral kleinere gemeenten, óók de huidige drie fusiegemeenten, de
“harde” werkelijkheid. Eigenlijk waren we al generaties lang gewend geweest aan
5
groeien, aan meer en groter, aan bouwen, desnoods tegen de vraag in. Niet alleen
woningen, maar ook plaatselijke bedrijfsterreinen.
De gemeenten konden maar al te vaak de verleiding niet weerstaan om met actieve
grondpolitiek de gemeentekas te spekken. Heel wat kleinere maar ook (middel-)grote
gemeenten zullen nog tientallen jaren de eigen burger moeten belasten met de
rentelasten en waardedalingen van terreinen waar geen vraag meer voor bestaat.
Krimpen in plaats van groeien is een trendbreuk. Het is niet te keren, lastig om te
accepteren maar mag niet langer ontkend en genegeerd worden. Ook in onze nieuwe
gemeente is hiervan sprake. De nieuwe gemeente moet de trendbreuk onderkennen en
ze heeft daarbij een regierol. Leefbaarheid van dorpskernen, de maatschappelijke
voorzieningen ervan en de kwaliteit van wonen hoeven niet bij voorbaat door krimp
geschaad te worden, mits de gemeente hier actief op inspeelt. Bij niets doen of bij
ontkennend beleid verlies je veel. Bij het benutten van de kansen onder gemeentelijke
regie kun je ook winnen. Zo vermindert krimp de vraagdruk op de steeds schaarser
geworden ruimte met kansen voor meer woonkwaliteit, landschap en milieudiversiteit.
Aan privatisering en “vermarkting” zijn we gewend geraakt, maar lang niet altijd blij van
geworden. We hebben ons steeds minder afgevraagd óf dit oplossingen en verbeteringen
kon opleveren. We hielden ons alleen bezig met het realiseren daarvan omdat het
(dogmatisch) “moest” en als het financieel maar genoeg kon opleveren. De vraag naar
nut en noodzaak werd soms niet eens meer gesteld. Met het soms duurbetaalde leergeld
biedt de huidige gemeentelijke herindeling een mooie kans om “wijzer te worden”, om
het op belangrijke onderwerpen anders te gaan doen. Hoe dan? In elk geval met een
versterkte regierol voor de gemeente. In het sociale domein krijgen gemeenten de rol
van uitvoeringsorganisaties. In het domein van ruimtelijke ordening en ontwikkeling,
milieu en landschap is de regierol van de gemeente echter gebleven of zelfs groter
geworden. Hoe moet na de herindeling regierol versterkt worden en wie zijn de
samenwerkingspartners? Er moet ook meer ruimte komen voor inbreng door en bereiken
van draagvlak voor de burger. Daardoor kan zijn/haar vertrouwen in de lokale overheid
weer groeien. In een actievere rol kan de gemeente ook daar aan werken in plaats van
achteraf te moeten uitleggen hoe het allemaal zo gekomen is en door wiens schuld.
Daarom vindt Voor Berg en Dal dat de nieuwe gemeente de regierol op zich neemt.
Over deze kwesties moet beleid worden ontwikkeld en wel in deze richting.
Par. 4.2. Volkshuisvesting.
6
Ontwikkelen en bouwen op maat; daarom moet eerst het nut en de noodzaak worden
vastgesteld en in
samenwerking met partners en participatie door de burger.
Voorzieningen in kleine kernen ondersteunen, het ouderen mogelijk te maken zelfstandig
in de eigen kern te kunnen blijven wonen
-bouwen/verbouwen (herbestemming) voor
ouderen bij concrete vraag
-soepel en klantvriendelijk omgaan met aanvragen voor
herbestemming van (al dan niet agrarische) panden en zorgwoningen op eigen terrein
infrastructuur aanpassen en veiliger maken. Daartoe horen bijv. ook zaken als
glasvezelverbindingen, ook als daarbij “de markt aarzelt”.

Inbreiding is geen dogma meer. De overgang van dorpsrand naar omliggend
buitengebied is door het beleid steeds harder en scherper geworden. Groene en
open ruimtes in dorpen verstenen, wat afbreuk doet aan het landelijk karakter.
Juist dankzij de krimp kan open ruimte worden behouden en kan een kleine
uitbreiding van de bebouwing soms bij voorkeur op een aangrenzend agrarisch
perceel, mits binnen de rode contourlijn, en ingebed in het omliggend landschap.
Par. 4.3. Duurzaamheid/Milieu/Energiebeleid

Berg en Dal is geen zoekgebied voor schaliegas

opwekking van biogas uit organisch maai- en snoeiafval van alle lokale
terreinbeherende organisaties: onderzoek naar nut en noodzaak, mogelijkheden
en effecten.

windmolens: in overeenstemming met Gelders zonerings- en locatieplan kiest VBD
voor concentratie aan de A15, maar keert zich tegen het park in het Reichswald. 
toepassing van aardwarmte: wat zijn de mogelijkheden in Berg en Dal?

zonnepanelen: wel op daken, niet op landbouwpercelen, zoals bijv. in Duitsland .

De toekomstige, beperkte toegankelijkheid van de Millingerwaard door de nieuwe
diepe geul is dan ook onwenselijk; een voetgangersbrug kan een oplossing
bieden.

Biodiversiteit in en rond de kernen moet worden versterkt en wordt mede dankzij
de krimp kansrijker.

Ook is een onderzoek gewenst naar het plaatsen van elektrische oplaadpalen voor
elektrisch aangedreven auto’s.
Par. 4.4. Waterproblematiek:

Geen dijkteruglegging; De bevindingen van de Deltacommissie zullen in de
toekomst voor onze polders hoe dan ook gevolgen hebben: dijkversterking,
7
discussie
over
dijkteruglegging
bij
Groenlanden.
Wat
willen
we?
Die
dijkteruglegging ziet VBD niet zitten.

Een actieve rol van de gemeente is sterk gewenst bij de veiligheid tegen
hoogwater. De noodoverloopgebieden zijn afgewezen. Maar hoogwaterveiligheid –
nu vooral van belang voor inrichting van buitendijks gebied – zal vermoedelijk
ook een functie gaan worden in het binnendijks gebied. Die integratie van binnenen buitendijks beleid vraagt ook hier een actieve gemeentelijke rol in overleg met
o.a.
Provincie,
Staatsbosbeheer,
Rijkswaterstaat,
Waterschap,
belangenorganisaties en bewoners (Hoogwaterplatform).

In het ruimtelijk beleid zal daar, indien nodig, op geanticipeerd moeten worden
(Dit kan door bijvoorbeeld inrichting voor opvang kwel- en dijkoverslagwater,
opgehoogde wegen als vluchtroutes bij rampen).
Par. 5. NATUUR EN LANDSCHAP, ERFGOED EN CULTUUR-HISTORIE
Ook op gebied van Landschap, Natuur en Cultuurhistorie moet de gemeente gaan werken
als een regiegemeente. Dit betekent dat de gemeente meer op afstand werkt, meer
uitbesteed maar wel regie houdt. Daarbij is het uitgangspunt dat burgers, ondernemers,
initiatiefnemers met hun initiatief/idee bij de gemeente komen
en dat er een goede
begeleiding volgt van het initiatief tot realisatie.
Par. 5.1. Landschapsbehoud en –beheer

In het nieuwe LandschapsOntwikkelingsplan (LOP) staat de ruimtelijke kwaliteit
van het hele buitengebied centraal en is er een grote rol weggelegd voor
inwoners, ondernemers, initiatiefnemers als Ploegdriever, Stichting Landschap
Ooijpolder Groesbeek,
Vereniging Nederlands Cultuurlandschap en Stichting
Behoud Monument en Landschap.

De gemeente moet oog hebben voor de initiatieven van onderaf
monument en landschap die
rond natuur,
geworteld zijn de eigen gemeenschap. Een
organisatie als Via Natura is nodig om al deze inwoners bij het landschap in brede
zin te betrekken en initiatieven te stroomlijnen. De drie fusiegemeenten kennen
drie onderling verschillende bestemmingsplannen voor het buitengebied. Deze
zitten nu nog niet op één lijn wat betreft de omgang met de agrarische
bouwblokken. VBD wenst een maximale grootte van 1,5 ha onder strenge
voorwaarden. Ten slotte vindt VBeD megastallen ongewenst.

Natuurbeleving
kan
draagvlak
voor
natuur
vergroten:
bij
inrichting
van
natuurgebieden moet waar de natuur het aan kan, uitgenodigd worden tot
verkenning en ontdekking. De toekomstige, beperkte toegankelijkheid van de
8
Millingerwaard
door de nieuwe diepe geul
is dan
ook
onwenselijk;
een
voetgangersbrug kan een oplossing bieden.

Groene tuinen zijn tegenwoordig rijker aan vogels en vlinders dan agrarisch land.
Par. 5.2. Erfgoed en Cultuurhistorie

In het nieuwe LOP moet ook ruim aandacht zijn voor het gemeentelijk erfgoed: de
gebouwen met bijzondere cultuur-historische waarde.

Ook is in de nieuwe gemeente een actief beleid t.a.v. ons erfgoed nodig. Daartoe
moet een “erfgoedcommissie” worden ingesteld, zoals die in de voormalige
gemeente Ubbergen al bestond.

De ambtelijke ondersteuning om dit beleid te realiseren moet minstens even sterk
zijn als in de gemeente Ubbergen vòòr de herindeling.

De gemeente zal de initiatieven moeten ondersteunen voor het in stand houden
van kerken in bijvoorbeeld Beek, De Horst en Ooij.
Par.6. OPENBAAR BESTUUR EN VEILIGHEID
Het nieuwe gemeentebestuur zal haar zetel hebben in Groesbeek. Zo zal ook het
merendeel van het ambtenarenapparaat daar zetelen. Echter Voor Berg en Dal vindt het
niet wenselijk dat met name ouderen vanuit Millingen naar Groesbeek moeten reizen
voor een paspoort. Daarom pleit Voor Berg en Dal voor een gemeenteloket in elk van de
fuserende gemeenten.
De veiligheid en leefbaarheid in de kernen staat voorop bij Voor Berg en Dal. Dit moet
samen worden bereikt. Burgerparticipatie is daarom belangrijk voor een leefbare
omgeving. Klachten van burgers moeten serieus worden genomen en handhaving door
de gemeenteambtenaar hiermee belast, is van groot belang en moet serieus worden
uitgevoerd
Par. 7. VERKEER EN VERVOER
Ook in de nieuwe gemeente moet elke kern goed bereikbaar blijven, zowel met de auto
als met het openbaar vervoer.
Voor Berg en Dal pleit daarom goede regiobusverbindingen tussen de kernen, om te
voorkomen dat iedereen die met de bus wil, eerst naar Nijmegen moet om daar
vervolgens over te stappen.
9
Verkeersveiligheid: Breng onveilige verkeerssituaties in kaart en los deze op. Leg
(verlichte) fietspaden aan langs de wegen (o.m. in Erlecom, maar ook bij de Havo Notre
dame) zodat schoolgaande jeugd veilig kan fietsen, zowel overdag als in de avond.
Par. 8. OPENBARE FINANCIËN
Par. 8.1. Inleiding
Vanaf 1 januari 2015 wonen wij allemaal in een nieuwe gemeente. Dan worden de drie
gemeenten Millingen, Groesbeek en Ubbergen samengevoegd. Nog is niet bekend hoe
deze gemeente zal gaan heten. Hoe dit ook zal gaan uitpakken; we staan voor
spannende tijden, onzekere tijden. Niet alleen vindt er een fusie plaats tussen de
gemeenten Millingen, Groesbeek en Ubbergen, met verschillende belastingobjecten en tarieven; de nieuwe gemeente krijgt er ook nieuwe taken bij. Taken die veel zullen eisen
van het nieuwe gemeentelijke overheidsapparaat. De uitvoering van de Ouderen- en
jeugdzorg wordt een gemeentelijke taak.
Dit kost geld. Tegelijkertijd krijgt de gemeente minder rijksinkomsten en moet de
gemeente mogelijk bezuinigen. De begroting moet ook nog eens in evenwicht zijn. Om
dit te bekostigen zal er een degelijk, transparant financieel beleid moeten worden
gevoerd. De gemeente moet haar ondersteunende software ook daarom zo snel mogelijk
op orde brengen. Dit kan anders financiële chaos veroorzaken.
Par. 8.2. Financiële speerpunten Voor Berg en Dal
Daarom zijn de volgende uitgangspunten van belang om een gezond financieel klimaat
te
scheppen
in
de
nieuwe
gemeentelijke
financiën
waarbij
begrotingsevenwicht
vanzelfsprekend dient te zijn.

Transparantie in de openbare financiën; maak de gevolgen voor de financiën van
de samenvoeging tot één gemeente transparant. Houdt de openbare financiën
openbaar. geen transparantie zal de integratie van de drie huidige gemeenten belemmeren.

Wees eerlijk in de financiële consequenties van de samenvoeging van de drie
gemeenten.

Bezuinigen waar nodig en investeren waar mogelijk; Bezuinigen zullen, ondanks
het feit dat er nieuwe taken op de nieuwe gemeente afkomen, noodzakelijk zijn.
Temeer omdat de gemeentelijke overheden meer moet doen met minder geld.
Wel vindt Voor Berg en Dal het essentieel dat niet de botte bijl wordt gehanteerd,
maar gericht gekeken moet worden op welke zaken bezuinigd kan worden en dat
voldoende wordt geïnvesteerd om een goed voorzieningenniveau te kunnen
handhaven.
10

Een reëel OZB-tarief hanteren; Voor Berg en Dal vindt het belangrijk dat het OZBtarief op een peil wordt gebracht dat voor de burgers van de nieuwe gemeente
dragelijk en reëel is en dat voor de nieuwe gemeente een goede bron van
belastinginkomsten vormt.

Voldoende (overige) belastingmiddelen die voldoende opbrengen. In de diverse
betrokken gemeenten zijn er verschillende belastingobjecten en – tarieven. Zo is
er in de gemeente Groesbeek geen hondenbelasting, in de gemeente Ubbergen is
er wel een hondenbelasting. Ook hierin moet de nieuwe gemeente duidelijkheid
en eenvormigheid geven en wel zo, dat er een goed evenwicht ontstaat tussen
enerzijds geen onnodige lastenverzwaring enerzijds en anderzijds een goede
inkomstenbron
voor
de
nieuwe
gemeente
die
in
staat
is
om
het
voorzieningenniveau op een aanvaardbaar peil te houden.

Begrotingsevenwicht. Voor Berg en Dal vindt het niet aanvaardbaar dat de nieuwe
fusiegemeente start met tekorten. Gestreefd moet daarom worden naar een
begrotingsevenwicht, waarbij de nieuwe gemeente voldoende belastingmiddelen
heeft om haar uitgaven op verantwoorde wijze te kunnen financieren.
REAGEREN?
Wilt u reageren? Dat kan. U stuurt dan een bericht naar dit e-mailadres:
[email protected]
Raadpleeg
ook
onze
nieuwe
website
voor
onze
kandidaten;
ook
het
verkiezingsprogramma vindt u op deze site:
www.voorbergendal.eu
11