Ondersteuningsplan Visie, uitgangspunten en

Ondersteuningsplan
Visie, uitgangspunten en werkwijze van
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Dronten en Lelystad
(Primair Onderwijs - 24-03 PO)
Inhoud
1
Voorwoord
5
2
Inleiding
6
3
4.
2.1
Ondersteuningsplan
2.2
Samenhang met andere documenten
2.3
Planperiode
2.4
organisatiestructuur
Missie en Visie ...................................................................................................................... 8
3.1
Missie van het Samenwerkingsverband
3.2
Visie van het Samenwerkingsverband
3.3
Relevante denkkaders en ontwikkelingen
Beoogde resultaten passend onderwijs ............................................................................... 13
4.1
Startsituatie
4.2
Kwalitatieve resultaten
4.2.1 Samenhangend netwerk van ondersteuningsvoorzieningen
4.2.2. Alle kinderen naar school
4.3
5
Kwantitatieve resultaten
Inrichting passend onderwijs ............................................................................................... 22
5.1
Vormgeving zorgplicht
5.2
Ondersteuningsstructuur
5.3
Basisondersteuning
5.4
Extra ondersteuning voor leerlingen van wie de ontwikkeling binnen het regulier
onderwijs stagneert
5.4.1. Extra ondersteuning binnen de basisondersteuning van de school
5.4.2. Extra ondersteuning voor een leerling onder verantwoordelijk van school en bestuur
5.5
De toewijzing SBO en SO uitgewerkt
5.5.1. Het voortraject centraal
5.5.2 Beleidsafstemming met voorschoolse voorzieningen
5.5.3 Overdracht vanuit voorschoolse voorzieningen
2
5.6
Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs: uitstroom
5.6.1. Beleidsafstemming met voortgezet onderwijs
5.6.2. Overdracht PO-VO
5.7
6
7
8
9
Samenwerking met cluster 1 en 2
Samenwerking met ouders .................................................................................................. 41
6.1
Ouders als educatief partner
6.2
Afstemming rondom individuele kinderen
6.3
Ouders en medezeggenschap
6.4
Rechten en plichten van ouders
Organisatie van het Samenwerkingsverband ....................................................................... 43
7.1
Bestuurlijke uitgangspunten
7.2
Inrichting organisatie
7.3
Medezeggenschap
7.4
Personeel
7.5
Geschillenregeling
7.6
Gemeenten en ketenpartners
Passend onderwijs in relatie tot gemeentelijk beleid............................................................ 47
8.1
Beleidsontwikkelingen bij gemeenten
8.2
Uitgangspunten voor samenwerking
8.3
Samenwerking met jeugdhulp
8.4
Leerlingenvervoer in relatie tot passend onderwijs
8.5
Onderwijshuisvesting in relatie tot passend onderwijs
8.6
Leerplicht in relatie tot passend onderwijs
Kwaliteitsontwikkeling ........................................................................................................ 58
9.1
Monitoring en evaluatie
9.2
Planning- & controlcyclus
9.3
Verantwoording6
10 Personeel ........................................................................................................................... 65
3
11 Financiën ............................................................................................................................ 69
11.1
Overzicht kengetallen
11.2. Inleiding
11.3
De systematiek
11.4
Hoe worden de middelen verdeeld
BIJLAGE 1 Overzicht deelnemende scholen en schoolbesturen ................................................. 80
BIJLAGE 2 Verklarende woordenlijst en afkortingenlijst ........................................................... 82
BIJLAGE 3 Schoolondersteuningsprofielen ............................................................................... 85
BIJLAGE 4 Contactgegevens Samenwerkingsverband ............................................................... 93
BIJLAGE 5A Jaarlijks activiteitenplan Dronten .......................................................................... 94
BIJLAGE 5B Jaarlijks activiteitenplan Lelystad ........................................................................ 106
BIJLAGE 6 Communicatieplan2013-2014 ................................................................................ 116
BIJLAGE 7 Basisondersteuning ............................................................................................... 132
BIJLAGE 8 Begroting SWV ...................................................................................................... 146
BIJLAGE 9 Bijlagen mbt Ondersteuningsvoorzieningen (Hoofdstuk 4) ..................................... 150
Bijlage 9a Schema basis en extra ondersteuning PO Lelystad/Dronten ................................... 150
Bijlage 9b (Al voorbeeld toegevoegd) Groeidocument ........................................................... 151
Bijlage 9c Stappenplan Handelingsgericht werken ................................................................. 157
Bilage 10 Kwantitatief overzicht……………………………………………………………………………………….……158
4
1.
Voorwoord
Dit is het eerste ondersteuningsplan (in het vervolg OP) van het nieuwe samenwerkingsverband
24-03 Lelystad-Dronten. Het is een OP voor 1 jaar, omdat alle betrokkenen (bestuur, ouders in de
ondersteuningsplanraad en medewerkers) van opvatting zijn dat er nog zaken verder doorontwikkeld
moeten worden. In het OP zijn dan ook 2 actieplannen opgenomen van de ‘oude’
samenwerkingsverbanden Weer samen Naar School van Lelystad en van Dronten. We noemen dit in
het vervolg de werkeenheden.
In het traject om tot dit OP te komen is gebleken dat er veel gezocht is naar draagvlak en
betrokkenheid. Dit heeft geleid tot een langere periode om tot het OP te komen. De wettelijke
datum van 1 mei is daarom niet gehaald.
Dit ondersteuningsplan is het eerste plan, het bestuur onderkent dat het een groeidocument betreft
waarin jaarlijks bijstellingen zullen plaatsvinden. Wij willen dat graag in goed overleg met de
ondersteuningsplanraad en natuurlijk met betrokkenen in de beide werkeenheden Lelystad en
Dronten doen. Dit is mede de reden om dit ondersteuningsplan voor 1 schooljaar vast te stellen. Per
februari 2015 zal het plan verder worden gecompleteerd.
De eerste jaren (d.w.z. de periode tot 1 augustus 2016) beschouwt het bestuur als invoeringsjaren. In
het jaar dat betrekking heeft op dit OP zullen de middelen van de ‘oude’ samenwerkingsverbanden
WSNS worden gecontinueerd en zullen ook de middelen van de Leerlinggebonden Financiering (de
Rugzak) één op één worden verrekend met de betrokken schoolbesturen.
Namens het dagelijks bestuur van het SWV 24-03 PO,
Lelystad, 11 juni 2014
Wim van Selling, voorzitter Dagelijks Bestuur
Vastgesteld als voorgenomen besluit door het dagelijks bestuur van het SWV en goedgekeurd door
het algemeen bestuur
Definitief vastgesteld op 24 juni 2014.
In het OOGO besproken en overeenstemming bereikt.
Voorgelegd aan de ondersteuningsplanraad met het verzoek tot instemming met dit plan op
19 juni 2014. De OPR heeft ingestemd en dit schriftelijk bevestigd.
Afgestemd met het SWV VO en met cluster 1 en 2 gedurende het traject vanaf februari 2014.
5
2.
Inleiding
Het doel van Passend Onderwijs is kort gezegd: ‘Alle kinderen van 4 tot 23 jaar volgen het onderwijs,
de begeleiding en ondersteuning die bij hen passen, dicht bij huis, op een gewenst niveau en met
een maximaal eindresultaat.’ De invoering van deze wet is gepland op 1 augustus 2014. Op dat
moment wordt dit ondersteuningsplan van kracht.
Passend onderwijs in samenwerkingsverband Lelystad Dronten 24-03 betekent optimale
ontwikkelingskansen voor ieder kind creëren. Dat houdt in dat we kinderen onderwijs en
ondersteuning geven die bij hen past. Hierbij staan de onderwijsbehoeften en
ondersteuningsbehoeften van het kind centraal. Dat betekent dat we ons inzetten voor kinderen die
meer of minder begaafd zijn of specifieke ondersteuning behoeven op gedrag. Dat doen we samen
met alle betrokkenen uit het Primair Onderwijs, uit het Speciaal Basis Onderwijs en het Speciaal
Onderwijs in onze regio. Samen met ouders, leerkrachten, schoolleiders, besturen, CJG-partners,
professionals uit de jeugdhulp en met de gemeente willen we kinderen alle kansen geven om naar de
school te gaan die passend is. Het gedachtegoed achter weer samen naar school gaat door in
passend onderwijs. We zijn allang op weg in dit proces. Dit nieuwe samenwerkingsverband ziet de
opdracht als een kans om het samen beter en effectiever te doen en veel van elkaars expertise te
leren. Waardoor kinderen in Dronten en Lelystad zich optimaal kunnen ontwikkelen.
2.1
Ondersteuningsplan
Dit ondersteuningsplan is één van de wettelijke eisen waaraan het Samenwerkingsverband moet
voldoen. Dit plan wordt gezien als het beleidsdocument, waarin onze koers en de doelstellingen
staan beschreven.
De organisatie van ons Samenwerkingsverband, zoals ook wordt beschreven in dit document, is
daaraan ondersteunend. Daarnaast staan in dit plan de financiële aspecten en onze samenwerking
met externe partners.
2.2
Samenhang met andere documenten
Dit ondersteuningsplan geeft de grote lijn van onze koers aan. Het hangt samen met verschillende
andere documenten die zijn opgesteld binnen ons Samenwerkingsverband:
•
Het jaarlijkse activiteitenplan van de beide werkeenheden, dat per schooljaar zal worden
opgesteld;
•
de individuele schoolondersteuningsprofielen van de scholen binnen het
Samenwerkingsverband, die de basis vormen voor het dekkend netwerk van ondersteuning,
dat in dit ondersteuningsplan beschreven staat;
•
de beleidsplannen van de gemeenten in het kader van hulp aan jeugd en gezinnen. Over
deze plannen wordt door het Samenwerkingsverband en de gemeenten op
overeenstemming gericht overleg (OOGO) gevoerd;
•
de schoolplannen en schoolgidsen van de aangesloten scholen, waarin naar de werkwijze
van het Samenwerkingsverband wordt verwezen.
2.3
Planperiode
Dit document heeft een looptijd van 1 jaar, te weten van 1 augustus 2014 tot een met 31 juli 2015.
Dit 1e ondersteuningsplan wil echter wel ook af en toe een doorkijkje geven naar de toekomst.
In principe is dit het basisdocument dat jaarlijks kan worden bijgesteld en dan uiteraard voor
instemming voorgelegd wordt aan de ondersteuningsplanraad.
6
2.4
Organisatiestructuur
In twee organogrammen wordt duidelijk hoe het SWV is georganiseerd:
Situatie tot 1 augustus 2016
Formeel is er, volgende de statuten in de periode tot 1augustus 2016, alleen een dagelijks bestuur
(bestaande uit alle 12 besturen) – zie artikel 17 van de statuten.
Dit dagelijks bestuur heeft 3 organen ingesteld: een algemeen bestuur met een toezichthoudende
rol, een dagelijks bestuur met een beleidsbepalende rol en een MT met een beleidsvoorbereidende
en uitvoerende rol.
Situatie na 1 augustus 2016
Na 1 augustus 2016 kennen de statuten 3 organen:
De 3 organen zijn het bestuur en een Raad van Toezicht met maximaal 3 (externe) leden, één van de
leden zit er op bindende voordracht van de OPR.
Verder is er een bestuurlijk netwerk van de aangesloten 12 besturen.
In het OP is opgenomen dat het bestuur een directeur benoemt die uitvoerend opereert.
7
Missie en Visie
3.
In dit hoofdstuk worden de missie, visie en andere relevante denkkaders van het
Samenwerkingsverband beschreven.
3.1
Missie van het Samenwerkingsverband
De gezamenlijke missie van de samenwerkende onderwijsorganisaties in de regio
Samenwerkingsverband passend onderwijs Dronten en Lelystad PO in het kader van Passend
Onderwijs, is het realiseren van onderwijs en ondersteuning voor - in principe - elke leerling, opdat
deze leerling dát onderwijs en díe ondersteuning krijgt, die hij/zij nodig heeft om een ononderbroken
ontwikkeling te kunnen doormaken binnen het ontwikkelingsperspectief van die leerling.
3.2
Visie van het Samenwerkingsverband
Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs draagt zorg voor de inrichting en instandhouding van
een dekkend netwerk van onderwijsondersteuning voor alle kinderen. Het stelt vast wat het niveau
van de basisondersteuning is waar alle scholen in het SWV aan moeten voldoen. De gezamenlijke
schoolbesturen in de gemeentes Lelystad en Dronten hebben zich uitgesproken voor het realiseren
van kwalitatief goed thuisnabij onderwijs en een flexibele inrichting van de extra
onderwijsondersteuning. Daarbij wordt uitgegaan van bestaande structuren. Op basis van
geformuleerde onderwijsbehoeften en een handelingsgericht proces wordt passende
onderwijsondersteuning (één kind, één gezin, één plan, één regie) geboden. Er vindt een goede
aansluiting plaats tussen voorschools, PO en VO en in de samenwerking met de ketenpartners uit de
jeugdzorg. Hierbij wordt voortgeborduurd op bestaande afspraken binnen de gemeentes. Zoals in
gemeente Dronten met de afspraken rondom casusregie.
Het bestuur van het nieuwe Samenwerkingsverband Passend Onderwijs 24-03 heeft naast de visie
onderstaande centrale uitgangspunten geformuleerd. Er is:
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Een heldere en transparante lijn rond toelating, hulp en toekenning van
ondersteuningsmiddelen, die verantwoord, zorgvuldig en snel tot (extra) ondersteuning
leidt.
Integrale toeleiding voor onderwijs en jeugdhulp.
Organisatie van de ondersteuning zoveel mogelijk thuis- en kind nabij waarbij geldt: regulier
waar kan, speciaal waar moet.
Invoering van het principe “geld volgt kind” op basis van een verdeelmodel dat gedurende
de komende 2 jaar een mengvorm is van het school- en expertisemodel.
Meer flexibele inzet van ondersteuning op basis van arrangementen (van indiceren naar
arrangeren).
Ontkokering van de zorgverlening(instanties) en het koppelen van onderwijs-expertise en
expertise zorg (jeugdzorg, jeugdbescherming, gezondheidszorg).
Begeleiding van ouders gedurende het traject van toeleiding, schoolplaatsing en
hulpverlening, o.b.v. één kind – één plan.
Een dekkend en flexibel onderwijs ondersteuningscontinuüm.
Professionele ontwikkeling en ondersteuning van de leraar.
Handelingsgericht werken op alle niveaus.
De inrichting en uitwerking van een laagdrempelig onderwijs ondersteuningsvoorziening
(sbao en SO)
8
•
•
Verbeterde en sluitende registratie.
Bij het SWV bestuur geen personeel in dienst, met eventueel een uitzondering voor een aan
te stellen directeur.
Bestuurlijk-organisatorisch streeft 24-03 naar:
• Een goede afstemming van verantwoordelijkheden tussen school(bestuur),
Samenwerkingsverband en externe partners.
• Het faciliteren van schoolbesturen in hun verantwoordelijkheid voor de realisatie van
Passend onderwijs (zorgplicht).
• Het beperken van de regeldruk en administratieve belasting op alle niveaus.
• De besturen en scholen binnen 24-03 voelen zich collectief verantwoordelijk voor de binnen
hun werkgebied aanwezige kinderen en bieden een onderwijsaanbod aan gericht op een
passend ontwikkelingsperspectief voor kinderen met een specifieke ondersteuningsvraag.
Het SWV 24-03 streeft naar een onderwijs-ondersteuningscontinuüm dat weergegeven is in
basisondersteuning en extra ondersteuning. Zie voor een nadere invulling in hoofdstuk 4 het schema
met de 5 niveaus.
3.3
Relevante denkkaders en ontwikkelingen
Zowel landelijke-, regionale- als interne ontwikkelingen hebben invloed op de koers die het
Samenwerkingsverband voor de toekomst kiest. Hier onder staan de meest relevante ontwikkelingen
die daarop invloed hebben, beschreven.
Passend Onderwijs
Onderstaande landelijke ontwikkelingen in overheid/wetgeving en maatschappij geven richting aan
het door ons opgestelde beleid in het kader van Passend Onderwijs.
In december 2007 heeft het Kabinet zich uitgesproken over het in gang zetten van Passend
Onderwijs. De uitgangspunten van Passend Onderwijs zijn het bieden van kansen aan kinderen op de
beste ontwikkeling. Daartoe wil de overheid bestaande structuren met elkaar verbinden. Passend
Onderwijs streeft een adequate zorgtoewijzing en een flexibel onderwijscontinuüm na. De
Wetgeving Passend Onderwijs wordt van kracht op 1 augustus 2014.
Met de invoering van Passend onderwijs wordt de zorgplicht ingevoerd voor de schoolbesturen.
Uitgangspunt is dat alle kinderen ondersteuning en aandacht nodig hebben en dat onderwijs en
onderwijszorg onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Vanuit dit perspectief moet lokaal
specialistische zorg en ondersteuning toegankelijk en nabij op ene vernieuwende manier worden
vormgegeven. (referentiekader Passend Onderwijs). Vernieuwend wordt de beweging van curatieve
naar preventieve onderwijszorg. Van indicatiestelling naar handelingsgericht arrangeren. Van
sectoraal naar integraal en intersectoraal.
Wet Goed onderwijs, Goed bestuur
In augustus 2010 is de regeling ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ in werking getreden. Hiermee
worden onderwijsorganisaties verplicht de toezichthoudende en de besturende rol te scheiden. In
ons SWV is de scheiding aangebracht tussen een dagelijks bestuur en een algemeen bestuur. Het
Dadelijks bestuur stelt vast en het algemeen bestuur houdt toezicht en keurt wel of niet goed.
In het komende jaar wordt dit verder uitgewerkt.
9
Financiële situatie
De huidige realiteit binnen de bekostiging maakt, dat er negatieve effecten zijn. Door de zgn.
verevening1 ontvangt ons SWV gedurende de komende jaren steeds minder compensatie voor het
hoge deelnamepercentage aan speciale voorzieningen in ons SWV. Het besteedbaar budget zal
hiermee onder druk komen te staan. Dit wordt veroorzaakt door de bekostiging van:
 de onderwijsvoorzieningen van de zware ondersteuning (Speciaal onderwijs)
 de beschikbare middelen van de jeugdhulp.
Zoals aangegeven zal voor ons SWV de invoering van Passend onderwijs zorgen voor een grote
financiële opdracht namelijk de verevening. Met ingang van het schooljaar 2015-2016 worden de
zorgmiddelen verevend.
ontwikkeling ondersteuningsbudget bij gelijkblijvende leerlingen aantallen
schooljaar
correctiepercentage normatieve ondersteuningsbudget correctie bedrag ondersteuningskosten so
2015-2016
100%
€ 3.834.264
-€ 1.922.323
€ 3.425.998
2016-2017
90%
€ 3.834.264
-€ 1.730.091
€ 3.425.998
2017-2018
75%
€ 3.834.264
-€ 1.441.743
€ 3.425.998
2018-2019
60%
€ 3.834.264
-€ 1.153.394
€ 3.425.998
2019-2020
30%
€ 3.834.264
-€ 576.697
€ 3.425.998
2020-2021
0%
€ 3.834.264
€0
€ 3.425.998
resterend ondersteuningsbudget
€ 2.330.589
€ 2.138.357
€ 1.850.008
€ 1.561.660
€ 984.963
€ 408.266
NB
In de meerjarenbegroting is de laatste wijziging van OCW (er zullen zeker nog kleine aanpassingen
volgen) in de budget vaststelling meegenomen.
Dus als er bedragen worden genoemd is het de meer jaren begroting die de meest betrouwbare
cijfers hanteert (zie bijlage 8)!
De verevening betekent dus dat het samenwerkingsverband per 1 augustus 2020 net zoveel
middelen (per leerling) krijgt voor ondersteuning als andere Samenwerkingsverbanden in het land.
Daarmee moeten plaatsen in speciale voorzieningen worden bekostigd. Ons samenwerkingsverband
wijkt in negatieve zin af van het landelijke beeld. Er ligt een forse taakstelling. De (recente)
kengetallen laten geen groei zien maar op basis van landelijke gegevens blijft het
samenwerkingsverband flink boven het landelijk gemiddelde zitten. Financieel is inmiddels een
doorberekening gemaakt. Het normbudget voor lichte ondersteuning is € 157,- per leerling en voor
zware ondersteuning € 333,- per leerling. Dat is bijna 2 miljoen euro minder dan nu wordt
uitgegeven. Hiervoor zijn na 1 augustus 2014 de gezamenlijke schoolbesturen in het
samenwerkingsverband Passend Onderwijs 24-03 verantwoordelijk.
Samenwerking met Jeugdzorg in Lelystad en Dronten
Vanuit de oude WSNS verbanden wordt er intensief samengewerkt met de partners van het Centrum
voor Jeugd en Gezin (CJG). Alle relevante partijen in Lelystad en Dronten die betrokken zijn bij
kinderen werken samen.
De kerndoelstelling vanuit het CJG-principe (zoals dit vanuit WSNS wordt gecommuniceerd naar
scholen) is dat scholen vroegtijdig signaleren. Zij formuleren de hulpvraag scherp om vervolgens snel
zelf hulp te bieden of deze in te roepen.
Uitgangspunten van CJG is: “Een kind, een gezin, een plan”, waarbij de volgende richtlijnen worden
gehanteerd:
1
Verevening houdt in dat op termijn alle SWV’en in Nederland dezelfde bedragen voor lichte en voor zware
ondersteuning gaan ontvangen.
10
1.
We gaan uit van slagvaardigheid. De routes die de scholen moeten gaan lopen zijn
laagdrempelig, transparant, eenduidig en snel te doorlopen;
We pleiten voor eenvoudige procedures en afspraken die volstrekt helder zijn: ‘keep it simple’;
De ondersteuning van de scholen moet op maat zijn;
Verbindingen tussen netwerken/overleggen moeten logisch en efficiënt zijn;
Als instelling en school heb je een gezamenlijk belang: het kind. Dit komt ook tot uitdrukking in
de ondersteuning aan elkaar.
2.
3.
4.
5.
Daarnaast zijn er resultaatafspraken gemaakt met gemeenten. Deze zijn te vinden in paragraaf 4.2.1
van dit document.
Toelichting: jb en jr betreft de jeugdbescherming en de jeugdreclassering
Handelingsgericht werken
De uitgangspunten van handelingsgericht werken worden gehanteerd binnen alle scholen die zijn
aangesloten bij het Samenwerkingsverband. HGW is een systematische manier van werken, waarbij
het aanbod afgestemd is op de onderwijsbehoeften en de basisbehoeften van de leerlingen. Binnen
de scholen voor regulier onderwijs (en het SBO) wordt gewerkt volgens de 1 zorgroute waarin de
onderstaande principes verwerkt zijn. Aan de hand van de kindkenmerken wordt gekeken welke
onderwijsbehoeften het betreffende kind heeft. Het onderwijs wordt daarop aangepast. HGW gaat
uit van zeven principes:
1.
2.
3.
4.
Onderwijsbehoeften van de leerlingen centraal stellen. Denk aan de instructie, de leertijd en
uitdaging.
Afstemming en wisselwerking tussen kind en zijn omgeving: de groep, de leerkracht, de
school en de ouders. De omgeving moet goed afgestemd zijn op wat het kind nodig heeft.
De leerkracht doet ertoe. Hij kan afstemmen op de verschillen tussen de leerlingen en zo het
onderwijs passend maken.
Positieve aspecten zijn van groot belang. Dit gaat niet alleen om de positieve aspecten van
het kind, maar ook van de leerkracht, de groep, de school en de ouders. Als een leerkracht
een negatief beeld heeft van de leerling, dan zie hij vaak alleen nog maar het negatieve
11
5.
6.
7.
gedrag. Het is belangrijk dat de leerkracht dan zoekt naar positief gedrag, dan zijn er meer
mogelijkheden om het probleem op te lossen.
Constructieve samenwerking tussen school en ouders. De verantwoordelijkheid voor
initiatief ligt bij de school. Maar de school geeft wel de verwachtingen over de
verantwoordelijkheid van ouders duidelijk aan.
Doelgericht werken. Het team formuleert doelen met betrekking tot leren, werkhouding en
sociaal emotioneel functioneren. Het gaat hierbij zowel om korte als lange termijndoelen.
De doelen worden geëvalueerd volgens de HGW-cyclus en SMARTI geformuleerd.
De werkwijze van school is systematisch en transparant. Er zijn duidelijke afspraken over wie
wat doet en wanneer.
Concluderend
Voor ons samenwerkingsverband ligt er werk op het terrein van de verdere ontwikkeling met
handelingsgericht werken en borging 1zorgroute, aansluiting jeugdhulp/onderwijs en het
terugdringen van het deelname percentage in de speciale voorzieningen.
Dit laatste is door de verevening een belangrijke opdracht in dit samenwerkingsverband.
12
4.
Beoogde resultaten passend onderwijs
In dit hoofdstuk worden (operationele) doelstellingen beschreven, in termen van kwalitatief en
kwantitatief te behalen resultaten. Deze doelstellingen komen voort uit de missie en visie zoals
verwoord in Hoofdstuk 2.
4.1
Startsituatie
Op 1 augustus 2014 vormen de scholen voor Primair onderwijs, de scholen voor Speciaal Basis
Onderwijs en de scholen voor Speciaal Onderwijs van cluster 3 en 4 in de regio Dronten en Lelystad
een Samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Samen hebben zij de opdracht van het ministerie
om Passend Onderwijs te bieden aan alle kinderen in de betreffende gemeenten in de leeftijd van 4
tot 12 (maximaal 14 jaar) jaar.
Hieronder wordt kort de historie van de betreffende deelnemende partijen geschetst.
Historie Samenwerkingsverband WSNS Dronten (505).
In Dronten hebben in 1992 drie schoolbesturen met het bestuur van de SBO De Driemaster een
interconfessioneel Samenwerkingsverband opgericht. Vooraf was een intensieve bestuurlijke periode
waarin de schoolbesturen ook een regionale verkenning aan de orde stelde. Na deze verkenning is
gekozen om op lokaal niveau samen te werken. Vanuit de scholen en gemeente is samen met de
IJsselgroep vorm gegeven aan de ontwikkeling. In het kader van de regio-indeling Passend onderwijs
is Dronten in eerste instantie ingedeeld in de regio Zwolle e.o. Op verzoek van WSNSDronten is
verkend of bij de regio Lelystad kon worden aangesloten. Na overleg met regio Lelystad en Ministerie
is bij de finale vaststelling Dronten samen met Lelystad een regio Passend Onderwijs.
Historie Samenwerkingsverband WSNSLelystad (501&503=1004)
In Lelystad zijn in 1992 twee Samenwerkingsverbanden ontstaan. Een Samenwerkingsverband met
het openbaar onderwijs en in eerste instantie twee kleine schoolbesturen, later is de islamitische
school (2007) aangesloten. Het openbaar onderwijs heeft een SBO De Watergeus. Naast dit
Samenwerkingsverband (501) openbaar-neutraal bijzonder is een interconfessioneel
Samenwerkingsverband (503) opgericht met twee schoolbesturen, nl. het rooms-katholieke en
protestantchristelijke schoolbestuur. Het laatste schoolbestuur heeft een SBO De Vogelveste. In 2006
is gestart met een inhoudelijk proces voor een besturenfusie. Van het gluren naar de buren en het
bouwen van vertrouwen is in 2010 het fusieproces afgerond en het nieuwe Samenwerkingsverband is
formeel 1 juli 2011 opgericht.
In Dronten en Lelystad staan twee scholen van Accretio, deze scholen participeren in het
Samenwerkingsverband van Florion. Zij participeren in het nieuwe Samenwerkingsverband 24-03.
In Lelystad is een school genaamd Timotheüs, die participeert in een landelijk reformatorisch
samenwerkingsverband, Berseba, op grond van hun identiteit. Deze school blijft in het kader van
Passend Onderwijs binnen een eigen Samenwerkingsverband participeren.
Historie Speciaal onderwijs Cluster 3 en 4
Het regionale expertisecentrum cluster 3 is een samenwerking van de scholen voor zeer moeilijk
lerende kinderen, scholen voor kinderen met lichamelijke én/of verstandelijke beperkingen,
langdurig zieke kinderen en scholen voor kinderen met epilepsie. De naam van de REC’s cluster-3
waarmee de regio’s Lelystad en Dronten verbonden zijn: REaCtys en REC 4 Provinciën. De scholen
betreffen de Zevenster, De Kleine Prins, De Zonnebloemschool, De Schakel(Kampen) en de Twijn.
13
Het regionale expertisecentrum cluster 4 is een samenwerking van de scholen voor zeer moeilijk
opvoedbare kinderen, kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen,
langdurig zieke kinderen zonder een lichamelijke beperking en scholen die verbonden zijn aan
pedologische instituten. Dit betreft de Dokter Herman Bekiusschool van Stichting Eduvier
Onderwijsgroep.
Cijfermatige beginsituatie
Ons Samenwerkingsverband wacht vanwege de verevening een grote opdracht in het terugbrengen
van de ondersteuningskosten. Het totale vereveningsbedrag is ca. 2 miljoen euro (zie ook de
rekenregels en de meerjarenbegroting).
Het bestuur kiest voor toepassing van deelnamepercentages die zijn conform de landelijke
gemiddelden, maar wil zich richten op percentages die liggen onder de landelijke gemiddelden.
Zie voor de ontwikkeling en de percentages de onderstaande tabel.
Tabel: overzicht leerling ontwikkeling
3. deelname %
PO2403
1-10-2010
1-10-2011
1-10-2012
1-10-2013
Landelijk
1-10-2010
1-10-2011
1-10-2012
1-10-2013
sbao
3,36%
3,33%
3,10%
2,80%
sbao
2,72%
2,68%
2,60%
2,52%
so cat 1
2,73%
2,74%
2,82%
2,67%
so cat 1
1,33%
1,35%
1,33%
1,34%
so cat 2
0,04%
0,05%
0,05%
0,07%
so cat 2
0,09%
0,09%
0,09%
0,09%
so cat 3
0,27%
0,24%
0,25%
0,24%
so cat 3
0,21%
0,21%
0,21%
0,20%
so totaal
3,04%
3,03%
3,12%
2,97%
so totaal
1,63%
1,65%
1,63%
1,63%
rugzakken
1,30%
1,31%
1,10%
0,97%
rugzakken
1,05%
1,01%
0,96%
0,95%
Categorie 1: , kinderen met gedragsproblematiek, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke
kinderen,
Categorie 2: lichamelijk beperkte kinderen,
categorie 3: meervoudig beperkte kinderen.
Uit de tabel blijkt dat het SWV als het om de Rugzakken gaat vrijwel op het landelijk gemiddelde zit
en dat de deelname aan het speciaal basisonderwijs stevig is gedaald. Echter voor het speciaal
onderwijs is het deelnamepercentage fors hoger dan het landelijk gemiddelde.
4.2
Kwalitatieve resultaten
In deze paragraaf worden de kwalitatieve doelstellingen van ons Samenwerkingsverband benoemd.
De geformuleerde kwalitatieve resultaten van ons Samenwerkingsverband zijn:
-
-
“ Samen wat moet, regionaal/lokaal wat kan “ waarbij recht wordt gedaan aan de
regionale/lokale invulling en ervaringen. Van belang daarbij is wel dat de resultaten,
opbrengsten expliciet geduid worden zodat er telkens een relatie gelegd kan worden met de
visie en ambitie van 24-03
Het personeel van alle scholen beschikt over gemiddelde of meer dan gemiddelde
competenties passend bij het onderwijsaanbod
De aangesloten besturen en scholen zijn tevreden over de activiteiten van het
Samenwerkingsverband (blijkt uit tevredenheidsonderzoeken);
De (kwalitatieve) inspectieoordelen over de werkwijze en resultaten van het
Samenwerkingsverband zijn voldoende;
15
-
De SBO school de Driemaster heeft de ambitie een breder onderwijsaanbod te bieden om
thuisnabij onderwijs in te richten. Dit is beschreven in het ondersteuningsprofiel.
4.2.1.
Samenhangend netwerk van ondersteuningsvoorzieningen
Het Samenwerkingsverband is wettelijk verplicht om een samenhangend geheel van
ondersteuningsvoorzieningen te realiseren, zodat voor alle kinderen binnen de grenzen van het
Samenwerkingsverband een passende onderwijsplek voorhanden is.
Op dit moment ziet het dekkend onderwijs continuüm in de regio er als volgt uit.
In onderstaande afbeeldingen is in grote lijnen het onderwijscontinuüm voor deze regio aangegeven.
Exacte leerlingenaantallen zijn te vinden in de bijlage van dit document.
Werkeenheid Dronten, beschrijving huidige situatie en ambitie kwalitatieve resultaten
Dronten heeft, naast regulier onderwijs, een SBO +: de Driemaster. De plus staat voor verbreding van
het onderwijsaanbod van cluster 3 en 4 kinderen. Dit houdt in dat een bepaalde groep leerlingen een
toelaatbaarheidsverklaring voor het SBO i.p.v. het SO zal kunnen krijgen. Leerlingen met een TLV
voor het SO kunnen uiteraard gewoon naar het SO.
Er is binnen het gebouw van de Driemaster ook een SO-lesplaats, cluster 4 van Eduvier.
Uitgangspunten, in het kader van de verevening. De besturen van Dronten beogen:


thuis nabij onderwijs, zoveel mogelijk in reguliere scholen
het onderwijs zo effectief mogelijk te organiseren
16

Integrale samenwerking met CJG en Jeugdhulp
In een eerder stadium hebben de besturen van Dronten vanuit het oude samenwerkingsverband
WSNS belsloten de SBO Driemaster verder te ontwikkelen als
1. SBO+ met een verbreed onderwijsaanbod voor een deel van de huidige cluster 3 en 4
kinderen.
2. expertise centrum.
In de komende jaren zal dit verder vormgegeven worden.
De ontwikkeling van de Driemaster als expertisecentrum heeft er toe geleid dat de regie van het
onderwijsloket ligt bij de Driemaster en de coördinator van het SWV. Hier worden ook de
arrangementen gemonitord en de arrangementen toegewezen. Hierin werken we samen met de
ambulante begeleiding van Eduvier en hierover zijn afspraken gemaakt. Deze worden ook in een
kwartaalrapportage gemonitord.
De reguliere scholen in Dronten worden op deze manier ondersteund, met als doel kinderen te
ondersteunen en leerkrachten handelingsbekwaam te maken. We versterken daardoor de
basisondersteuning zodat er meer kinderen in de reguliere scholen blijven.
Ook is er extra aandacht voor hoogbegaafdheid.
Zijstap is een bijzonder arrangement waarbij er ondersteuning is voor kind, ouder en leerkracht ter
voorkoming van thuiszitters en verwijzing naar het SO cluster 4. Hiervoor is momenteel 1 fte
beschikbaar. Dit wordt nu voor een groot deel bekostigd door Op de rails gelden van OCW, maar is
financieel geborgd binnen het SWV, omdat juist dit arrangement de scholen het mogelijk maakt
kinderen binnen de reguliere school te houden.
De voortgang van alle arrangementen wordt geëvalueerd binnen de besturen van Dronten, er wordt
bekeken of dit blijvend via het SWV georganiseerd zal worden.
Verder is er al eerder een nauwe samenwerking ontstaan tussen CJGpartners en het PO onderwijs
door het zogenaamde snijvlakexperiment. Hierbij zijn ook preventief en curatief afspraken gemaakt
voor intensieve integrale samenwerking. Er liggen al duidelijke afspraken rondom casusregie en
opschalen en afschalen. De komende jaren zullen we dit verder uitwerken en vorm geven bij de
kanteling in de jeugdhulp. Het doel van de integrale samenwerking is ook om kinderen, ouders en
scholen eerder en preventief te ondersteunen, waardoor dit ook een positief effect heeft op de
verevening. Zie verder de beschrijvingen in hoofdstuk 8.
Er is binnen de gemeente Dronten ook een school bij het Asielzoekerscentrum: De Vlieger. Deze valt
onder het bestuur van Spilbasisscholen.
Hier fluctueren de leerlingenaantallen. Dit kan tijdelijk dan thuiszitters veroorzaken. Hierover zullen
met de gemeente afspraken gemaakt moeten worden. Tot op heden werden die overigens naar
tevredenheid in de gegeven omstandigheden opgelost.
Al deze ingezette ontwikkelingen zullen zich de komende jaren verder door ontwikkelen in Dronten
in samenspraak met de besturen in Dronten en het SWV 24-03.
17
Werkeenheid Lelystad, beschrijving huidige situatie en ambitie kwalitatieve resultaten
Lelystad kent naast regulier onderwijs twee SBO scholen en een school voor Zeer Moeilijk Lerende
kinderen. Verder is er een school voor leerlingen met psychiatrische problematieken en / of
gedragsproblemen. Op schoolbestuurlijk niveau wordt samen met de directies van deze scholen
verdergaande samenwerking verkend om op deze wijze de expertise te bundelen en te behouden
voor passend onderwijs aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften.
Hiervoor is een pilot gestart in mei 2014.
Vanuit de Watergeus, Zevenster, Vogelveste en de Herman Bekius is hiervoor formatie beschikbaar
gesteld.
De kinderen met extra ondersteuning in niveau 5 zijn aangewezen op een lesplaats op een van deze
scholen, dan wel ondersteuning vanuit deze scholen. Dit proces is al in gang gezet en zal verder
worden uitgewerkt.
In Lelystad is een medisch kinderdagverblijf. Daarnaast zijn er in Lelystad leerlingen met een
(gedeeltelijke) onderwijsontheffing.
In Lelystad is de laatste vier jaar gewerkt aan een heterogene onderwijsvoorziening voor meer en
hoog begaafde kinderen. Dit is uitgewerkt op twee sporen, namelijk de invoering van een digitaal
handelingsprotocol op alle scholen in Lelystad en de ontwikkeling van een onderwijsaanpak in de
bovenbouw op basis van ontwerpend en ontdekkend leren.
Leerlingen die gebaat zijn bij een onderwijsplek binnen cluster 1, cluster 2 of op een school voor
leerlingen met een lichamelijke en verstandelijke beperking worden buiten de regio opgevangen.
In de periode 1 augustus 2014 tot en met 1 augustus 2016 ondernemen wij concrete stappen met
onze samenwerkingspartners om meer leerlingen passend onderwijs binnen de regio te kunnen
bieden. Zie voor doelstellingen op dit gebied de activiteitenplanning voor 2014-2015.
4.2.2
Alle kinderen naar school
Een van de belangrijkste beleidsdoelstellingen van passend onderwijs is het terugdringen van het
aantal thuiszitters. Dit is de voornaamste reden dat met passend onderwijs de zorgplicht voor
schoolbesturen wordt ingevoerd: ouders kunnen op die manier niet meer van het kastje naar de
muur gestuurd worden bij het zoeken naar een geschikte onderwijsplek voor hun kind. Thuiszitters
worden op die manier voorkomen. Het schoolbestuur is immers verantwoordelijk voor een passend
plek, hetzij op één van de eigen scholen hetzij op een andere school of voorziening.
Idealiter is het aantal thuiszitters gelijk aan nul. In Lelystad is in september 2013 een
verkenning/analyse door leerplicht gemaakt in overleg met het Samenwerkingsverband /
Onderwijsloket. Op dat moment was het aantal thuiszitters dat door de scholen werd aangeven vier.
Op grond van de analyse van de gemeente Lelystad waren dat 17 kinderen.
Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat er voor meer kinderen een vrijstelling wordt
aangevraagd en dat in overleg met het samenwerkingsverband en de betrokken besturen een
belangrijk aandachtspunt is dat er voor wordt gezorgd dat (bijna) alle kinderen in Lelystad ook
daadwerkelijk naar school gaan.
In de gemeente Dronten zijn geen thuiszitters. Een bijzondere situatie is de AZC school, daar kan
door de onverwachte hoge toestroom kinderen tijdelijk thuis komen te zitten. De scholen monitoren
de kinderen die wel zijn ingeschreven, maar niet naar school gaan (anders dan door ziekte).
De gemeente baseert zijn analyse op kinderen ingeschreven in het GBA die niet zijn ingeschreven bij
DUO en geen ontheffing van leerplicht hebben.
Acties die worden ingezet om het aantal thuiszitters te monitoren zijn: de scholen in het
Samenwerkingsverband worden per kwartaal om data gevraagd. In Lelystad is er een werkafspraak
18
met leerplicht om tweejaarlijkse de lijst met het Samenwerkingsverband te screenen en gerichte
acties te koppelen naar de scholen en/of ouders.
4.3
Kwantitatieve resultaten
In deze paragraaf presenteert het Samenwerkingsverband haar cijfermatige doelstellingen.
Deze zijn als volgt:
-
-
4.3
Verwijzing en deelname percentage SO gaan in eerste instantie terug naar – tenminste - het
landelijk gemiddelde. Ditzelfde geldt voor de percentages voor het aantal kinderen met een
“rugzak” (of, onder de nieuwe wetgeving, extra ondersteuning door middel van
arrangementen). Op basis van de gekozen aanpak en de opbrengsten van deze aanpak,
besluit het bestuur van 24- 03 of de ambities bijgesteld kunnen worden, zodat er sprake is
een gezamenlijke aanpak die er voor zorgt dat het percentage onder het landelijk
gemiddelde uitkomt.
Verwijzing naar en deelname aan het SBO gaan tenminste terug naar het landelijk
percentage van 2,6 %. de ambitie is echter om op 2% uit te komen.
Deelnamepercentages Speciaal basisonderwijs (SBO) en Speciaal onderwijs (SO)

De komende jaren streven we naar een deelnamepercentage speciaal basisonderwijs van
maximaal 2 %. ( de doelstelling in Lelystad is om dit deelnamepercentage al in 2015 te
bereiken, conform bestuur afspraak werkeenheid Lelystad)

Deze ambitie betekent een vermindering van 142 kinderen in het SBO op basis van lichte
daling van het totaal aantal leerlingen
Schooljaar en totaal
Aantal leerlingen
aantal leerlingen PO24SBO
03
1 oktober 2019
228 (2%)
11.475
1 oktober 2013
370 (2,52%)
11.938

We streven naar een deelnamepercentage speciaal onderwijs van maximaal 1,63 % per 1-102020, vanzelfsprekend met een afbouw tussen 2013 en 2019. Dit betekent een vermindering van
171 leerlingen2.
22
De ambitie is afhankelijk van het verloop van het totaal aantal kinderen, en de ontwikkelingen
van het leerlingaantal in Dronten en Lelystad
19
Schooljaar en totaal
Aantal leerlingen
aantal leerlingen PO24SO
03
1 oktober 2019
187 (1,63%)
11.475
1 oktober 2013
358 (2,97%)
11.938
In de bijlage 10 vindt u een nadere uitwerking op basis van het aantal kinderen per gemeente.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de gemeente een andere leerling prognose hanteert dat de
overzichten van het Ministerie, cq. DUO.
In onderstaand tabel is de ambitie van het Samenwerkingsverband weergegeven in een grafisch
model met betrekking tot de omvang van het speciaal (basis) onderwijs. Hierbij is uitgegaan van de
landelijke deelnamepercentages.
NB
Verwijzing is wat anders dan deelname. Bij een verwijspercentage gaat het om een percentage van
het aantal verwezen leerlingen t.o.v. de gehele populatie van bijvoorbeeld een school.
Bij een deelnamepercentage gaat het om het percentage leerlingen dat gebruik maakt van het
speciaal onderwijs t.o.v. het totale leerling bestand in een SWV.
4.4 resultaten
De kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen worden bereikt door de volgende acties in
24-03. In het activiteitenplan vindt per jaar een uitwerking plaats.
20
1.
Beperken van instroom en versterken ondersteuning:
A. Terugbrengen van verwijzingen naar SBO en SO gekoppeld aan de kwantitatieve richtlijn:
B. Terugplaatsing van leerlingen naar het reguliere onderwijs of speciaal basisonderwijs
C. Handelingsgericht werken en borging 1zorgroute ter versterking van de
basisondersteuning
D. Handelingsgerichte diagnostiek in regulier-, speciaal basis onderwijs en speciaal
onderwijs
E. Professionalisering en versterken handelingsbekwaamheid van alle leerkrachten in
samenwerking met de (school)besturen
F. Arrangementen w.o. ook lesplaatsen worden binnen vastgestelde kaders geëvalueerd en
gemonitord. Het samenwerkingsverband monitort deze inzet en de effectiviteit van de
geboden ondersteuning (Zie ook Hoofdstuk 4).
G. Inrichten van ondersteuning dichtbij scholen op basis van een ondersteuningsvraag
(beschikbare expertise SBO en SO van cluster 1, 2, 3 en 4)
H. Versterken van de (integrale) samenwerking CJG en jeugdhulp.
2.
Monitoren van gegevens door het samenwerkingsverband en het aanspreken van bestuur
en directie op:
A. Hun aanvragentoelaatbaarheidsverklaring en –percentages volgens de kwantitatieve
richtlijn
B. De kwaliteit van hun onderwijs (op basis van inspectie-oordelen en door middel van
audits op het niveau ten aanzien van de basisondersteuning);
C. De professionaliteit van hun leerkrachten.
D. Afspraken die zijn gemaakt m.b.t. termijnen rondom procedures, en het aantal
klachten/bezwaar.
Hiertoe wordt door het samenwerkingsverband een monitor en een audit ontwikkeld die met
regelmaat worden uitgevoerd (zie ook het hoofdstuk kwaliteitszorg).
21
5.
Inrichting passend onderwijs
In dit hoofdstuk beschrijven we de gewenste situatie voor de inrichting van een samenhangend en
dekkend geheel van ondersteuningsvoorzieningen. Het proces en de stappen die worden gezet zijn al
ingezet door de oude samenwerkingsverbanden WSNS en worden zoveel mogelijk op elkaar
afgestemd en doorontwikkeld tijdens de planduur. Daarbij wordt het proces beschreven van
preventie, signalering en eerste aanpak tot aan een arrangement (de route) (zie uitwerking in de
bijlage). Daarnaast worden de voorzieningen omschreven, die het Samenwerkingsverband heeft
ingericht om de betreffende arrangementen uit te voeren (het aanbod) (zie uitwerking in de bijlage).
Jeugdhulp en extra onderwijsondersteuning maken beiden deel uit van een samenhangend netwerk
van ondersteuningsvoorzieningen voor alle jeugdigen binnen het Samenwerkingsverband. Deze
staan verder beschreven in hoofdstuk 7 (zowel de aansluitende preventieve voorzieningen vanuit
gemeenten, als de meer aansluitende curatieve interventies).
5.1
Vormgeving zorgplicht
Zorgplicht is een wettelijke verplichting van de besturen die deel uitmaken van het
Samenwerkingsverband. Deze zorgplicht staat als volgt binnen de wet beschreven:
Artikel 40 lid 4 Wpo
“Indien de toelating van een kind die extra ondersteuning behoeft, wordt geweigerd, vindt de
weigering niet plaats dan nadat het bevoegd gezag er, na overleg met de ouders en met
inachtneming van de ondersteuningsbehoefte van het kind en de schoolondersteuningsprofielen van
de betrokken scholen, voor heeft zorg gedragen dat een andere school bereid is het kind toe te laten.
Onder andere school kan ook worden verstaan een school voor speciaal onderwijs, een school voor
speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal
onderwijs”
Binnen ons Samenwerkingsverband zien we de rol van het Samenwerkingsverband ten opzichte van
de zorgplicht als volgt:
Het Samenwerkingsverband monitort de zorgplicht en vraagt per kwartaal bij de besturen de
gegevens op van de kinderen die niet op de school van aanmelding zijn geplaatst. Daarbij wordt
zowel de reden van het doorplaatsen als de uiteindelijke school van plaatsing vermeld.
De ondersteuningsstructuur binnen ons samenwerkingsverband wordt als volgt weergegeven:
22
5.2
Ondersteuningsstructuur
Het samenwerkingsverband hanteert het volgende uitgangspunt bij het inrichten van de
ondersteuningsstructuur.
Handelingsgericht werken in een doorlopende ondersteuningslijn
Handelingsgericht werken en handelingsgericht arrangeren3 vormen in onderlinge samenhang de
kern voor passend onderwijs. Goede ondersteuning is afgestemd op de onderwijsbehoeften van
kinderen, werkt preventief en proactief, vindt binnen de groep plaats en betrekt leerling, ouders en
leraar bij alle stappen. Dit is de kern van handelingsgericht werken.
Handelingsgericht werken en handelingsgericht arrangeren dragen bij aan hetzelfde doel: kinderen
zo goed mogelijk en zo snel mogelijk op de juiste plek krijgen met een zo optimaal mogelijke
ondersteuning4 in het onderwijs. Onderwijs en ondersteuning moeten daarbij zoveel mogelijk in
basisscholen worden gerealiseerd.
Naarmate dat scholen beter in staat zijn om preventief, proactief, handelingsgericht te werken,
zullen minder leerlingen zijn aangewezen op extra ondersteuning. Die situatie is nog niet bereikt en
vraagt nog veel inspanningen van scholen, besturen en het SWV. Een omslag in de beoogde richting
is niet alleen gewenst vanuit onze principiële keus voor beter en meer passend onderwijs, maar
wordt ook ingegeven van overwegingen van financiële aard. De terugloop van de budgetten voor
extra ondersteuning dwingen daartoe.
Verschillende niveaus
De ambitie van het samenwerkingsverband is erop gericht dat er zoveel mogelijk binnen de school
met het beschikbare ondersteuningsteam wordt gewerkt aan passend onderwijs voor elk kind.
In dit kader worden de ondersteuningsniveaus onderscheiden die schematisch in figuur 1 zijn
weergegeven.
NB
Bij al deze niveaus zijn ouders – conform de principes van handelingsgericht werken – volop
betrokken.
Niveaus
Niveau 1
Ondersteuning in de
groep/school
BASISONDERSTEUNING
Niveau 2
3
4
Omschrijving
Handelingsgericht / oplossingsgericht werken door leraar in de
groep.
 Directe instructiemodel.
 Leraar in de groep observeert, signaleert, benoemt
 onderwijsbehoeften, stelt groepsplan op, clustert kinderen in
het groepsplan, voert uit, evalueert.
 Cyclus HGW = waarnemen, begrijpen, plannen en realiseren.
Overleg met collega’s
Met het begrip arrangeren geven wij uiting aan de omslag van het kijken naar belemmeringen naar
het kiezen van geschikte handelingsarrangementen.
In navolging van de wetsvoorstellen gebruiken wij waar zinvol de term ondersteuning in
plaats van de tot nu toe gebruikelijk term ‘zorg’.
23
Onderwijsbehoeften verder in kaart brengen/scherp formuleren;
Consequente denkrichting:
 Wat is nodig voor dit kind in deze
 klas?
 Kan het met deze leraar?
 Wat heeft de leraar nodig?
Afwegen wie of wat verder nodig is binnen of buiten de school.
Niveau 3
Overleg met IB-er (via groeps- /en kindbesprekingen)
Inzet om onderwijsbehoeften te verhelderen, te reflecteren op
eigen gedrag, ervaringen uit wisselen en aanpak afstemmen.
Niveau 4
Schoolnabije (preventieve ) ondersteuning (school/bestuur) incl. de
interventies voor kind en leerkracht.
Het in kaart brengen van ondersteuningsbehoeften:
belemmerende en bevorderende factoren (OPP).
•Vroegtijdig signaleren van ondersteuning.
•Het geven van handelingsgerichte
adviezen.
•Handelingsgerichte begeleiding.
Niveau 5
Bovenschoolse ondersteuning en het voorbereiden van aanvraag
van toelaatbaarheidsverklaring SBO of SO waarbij instemming van
het Samenwerkingsverband noodzakelijk is.
Bovenschoolse en
EXTRA ONDERSTEUNING
TLV
Toelaatbaarheid voor speciale onderwijsvoorzieningen en
arrangementen.
1. SBO (TLV) en 2. SO (TLV):
•
Categorie 1: SO-school voor ZMLK, LZ of Gedrag
•
Categorie 2: SO-school voor LG.
•
Categorie 3: SO-school voor MG (ZMLK-LG).
Figuur 1: Ondersteuningsstructuur.
In de ondersteuningsstructuur onderscheiden wij de volgende organisatorische eenheden:


Ondersteuningsteam: deze organisatorische eenheid op schoolniveau coördineert de
zorgstructuur in de school en schakelt met externe partners (mede vanuit het CJG en de
jeugdhulp). Het ondersteuningsteam is de kern van de ondersteuningsstructuur vanuit de
visie op passend onderwijs (zo thuisnabij mogelijk in het regulier onderwijs) en vanuit de
zorgplicht van schoolbesturen en scholen. Daarbij is er veel ruimte voor scholen en
schoolbesturen hun eigen invulling te geven. Als basis functioneert een consultatieve
begeleider (orthopedagoog/psycholoog) en de CJG-consulent samen met de IB-er in dit
belangrijke team. Een kwalitatief goed functionerend ondersteuningsteam maakt onderdeel
uit van de standaarden voor basisondersteuning. Hierbij sluiten ook cjgpartners en jeugdhulp
professionals aan.
Onderwijsloket Lelystad en Dronten: deze organisatorische eenheden geven advies aan
scholen en ondersteunt op afroep in de vorm van verschillende arrangementen. Het
onderwijsloket ondersteunt bij de aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring. Het
onderwijsloket is de kern van de bovenschoolse ondersteuningsstructuur als aanvulling op
het ondersteuningsteam in de scholen.
24
Bij de beoordeling van het dossier worden de volgende criteria meegenomen:



Is voldoende aantoonbaar gemaakt dat de school voldoet aan de basisondersteuning en de
vraag van de leerling niet beantwoord kan worden binnen deze basisondersteuning?
Is de extra ondersteuning op school / bestuursniveau aangevraagd, ingezet en geëvalueerd?
Is voldoende aangetoond dat de mogelijkheden die de school /het bestuur had voor het
bieden van extra ondersteuning onvoldoende is om de vraag van de leerling te
beantwoorden?
Inhoudelijk wordt beoordeeld of voor de leerling een toelaatbaarheidsverklaring SBO, SO categorie 1,
2 of 3 moet worden afgegeven. Het advies voor een TLV (toelaatbaarheidsverklaring) komt tot stand
aan de hand van gegevens op basis van handelingsgerichte werken en een beslisschema (zie 5.5)
5.3
Basisondersteuning
Binnen het Samenwerkingsverband is de basisondersteuning gedefinieerd. Deze basisondersteuning
is feitelijk het aanbod (onderwijs en ondersteuning), dat van alle basisscholen in het
Samenwerkingsverband verwacht mag worden. De criteria voor deze basisondersteuning zijn te
vinden in bijlage 7.
Van alle scholen wordt verwacht dat zij voldoen aan de basisondersteuning en dat besturen hier op
toe zien. Het bestuur van het SWV 24-03 monitort jaarlijks de ontwikkelingen van de
basisondersteuning o.b.v. de indicatoren zorg en begeleiding van inspectie. Het niveau van de
basisondersteuning van elke school wordt beschreven in het schoolondersteuningsprofiel van de
school. In bijlage 3 is te vinden waar deze schoolondersteuningsprofielen te raadplegen zijn. In het
schoolondersteuningsprofiel wordt ook beschreven wat de school boven op de basisondersteuning
kan bieden.
5.4.
Extra ondersteuning voor leerlingen van wie de ontwikkeling binnen het (speciaal)
basisonderwijs stagneert
Als de ontwikkeling van een leerling op een school stagneert, wordt zo dicht mogelijk bij de leerling
ondersteuning ingezet. In eerste instantie gebeurt dit vanuit de basisondersteuning van de school.
Als deze basisondersteuning niet voldoende is om de ontwikkeling van de leerling weer op gang te
brengen, wordt extra ondersteuning ingezet. De extra onderwijsondersteuning wordt georganiseerd
in arrangementen op maat, die aansluiten bij de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de
leerling. De extra ondersteuning kan variëren van licht curatief en tijdelijk van aard – niveau 4 (korte
leestraining) tot intensief en langdurend of structureel van aard - niveau 5 (lesplaats op het speciaal
onderwijs of in het SBO). Als uitgangspunt geldt dat – daar waar mogelijk en verantwoord - de
leerling weer terugkeert op de reguliere school met de ondersteuningsstructuur van de reguliere
school.
5.4.1. Extra ondersteuning binnen de basisondersteuning van de school (het ontwikkelingsperspectief)
Voor sommige leerlingen geldt dat zij op een of meerdere punten een afwijkend
onderwijsprogramma volgen. Voor deze leerlingen wordt een ontwikkelingsperspectief (OPP)5
opgesteld, waarin wordt beschreven welke onderwijsdoelen kunnen worden gerealiseerd. Het
ontwikkelingsperspectief biedt de school handvatten om het onderwijs af te stemmen op de
5
Er worden nadere afspraken gemaakt over wanneer er sprake moet zijn van een OPP.
25
onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van de leerling. De school en de leerling hebben met het
opstellen van een ontwikkelingsperspectief scherper in beeld waar naar toegewerkt moet worden en
aan welke instroomeisen de leerling te zijner tijd moet voldoen om succesvol te zijn in het
vervolgonderwijs.
Voordat extra ondersteuning voor een kind kan worden aangevraagd is de school
verplicht tot het opstellen van een ontwikkelingsperspectief en moet dit voorgelegd en besproken
worden met de ouders. In het ontwikkelingsperspectiefplan zijn in ieder geval opgenomen (voor
Lelystad is dit al opgenomen in het protocol ontwikkelingsperspectief december 2013):




de te verwachten uitstroombestemming van de leerling, het soort vervolgonderwijs en de
onderbouwing daarvan;
deze onderbouwing bevat tenminste een weergave van de belemmerende en bevorderende
factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling;
jaarlijkse evaluatie: tenminste jaarlijks evalueert het bevoegd gezag met de ouders het
ontwikkelingsperspectief en stelt het ontwikkelingsperspectief zo nodig bij;
de scholen moeten bij het hanteren van het ontwikkelingsperspectief de Wet bescherming
persoonsgegevens (WBP) naleven: in het ontwikkelingsperspectief mogen niet meer
gegevens worden opgenomen dan nodig. Verder betekent het «correctierecht» dat de
leerling of de ouder om correctie van gegevens kan verzoeken indien deze gegevens feitelijk
onjuist zijn, voor het doel van de verwerking, onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel
anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt.
5.4.2. Extra ondersteuning voor een leerling onder verantwoordelijkheid van school en
bestuur
De begeleiding wordt daar geboden waar die nodig is: in het primaire proces op school, waarbij het
ondersteuningsteam van de school een centrale rol heeft. Bij aanmelding voor bespreking in het
ondersteuningsteam kunnen leerkracht, IB ’er en ouders samen hun vragen formuleren. De
ondersteuning is laagdrempelig en op maat beschikbaar. Bij aanvragen voor extra ondersteuning kan
het ondersteuningsteam worden aangevuld door deskundigen vanuit SBO, SO of Jeugdhulp, met als
doel te komen tot een eenduidige en passende aanpak/arrangement voor de
leerling/leerkracht/groep/ouder. Voorbeelden van (preventieve) arrangementen/interventies zijn
onder andere:
•
inzet van een ambulant begeleider vanuit SO of SBO, bijvoorbeeld in de vorm van coteaching of pre-teaching;
• advies voor vragen rondom hoogbegaafdheid;
• advies over nieuwkomers;
• Preventieve consultaties door gedragsdeskundigen;
• Inzet van logopedisten en Dyslexiebehandelaars;
• Inzet van fysiotherapeuten en kinderoefentherapeuten;
• Ondersteuning langdurig zieken.
Uitwerking en voortzetting vinden plaats in overleg met de schoolbesturen.
5.5
De toewijzing SBO en SO uitgewerkt
HOOFDLIJN:
De hoofdlijn die het SWV (samenwerkingsverband) hanteert is dat het voortraject centraal staat.
Het SWV verstaat onder het voortraject alle handelingen, adviezen en/of interventies voorafgaand
aan het – door een schoolbestuur - aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal
26
onderwijs of het speciaal basisonderwijs. Het voortraject dient dus gezien te worden als een
procesgang in de ondersteuningsstructuur. Er is gekozen voor het woord voortraject, omdat het de
procesgang betreft voordat een aanvraag wordt gedaan voor een toelaatbaarheidsverklaring.
De procesgang in de ondersteuningsstructuur houdt in dat handelingsgerichte antwoorden gegeven
worden op de ondersteuningsbehoefte van het kind. Er zal uiteraard een diversiteit aan antwoorden
mogelijk zijn, elk kind is immers uniek en elke onderwijsleersituatie evenzo.
Soms heeft de school daarbij hulp nodig van buiten, waarbij een ondersteuningsteam of een rondde- tafel gesprek betrokken kunnen zijn, ook het CJG, orthopedagogen of schoolbegeleiding kan in
dat proces dienstig zijn (afhankelijk van de vraagstelling van kind en school).
Indien er sprake is van een dermate handelingsverlegenheid dat de leerling eventueel op een
speciale school of een speciale school voor basisonderwijs zou moeten worden geplaatst, is er in
Dronten en in Lelystad een voortraject waarin de school en de ouders uiteraard volop betrokken zijn.
In het voortraject (in het vervolg van dit advies afgekort met VT) zal dan wellicht de beslissing
genomen worden dat het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor SO of SBO de
best passende oplossing is. Er wordt dan in het VT (door het schoolbestuur) een aanvraag voor een
toelaatbaarheidsverklaring6 opgesteld aan de hand van een standaard systematiek.
De aanvraag gaat vervolgens naar de directeur van het SWV, die namens het bestuur van het SWV –
na een marginale toetsing - een TLV zal afgeven en voor verzending zorg draagt.
NB
de regelingen voor wat betreft de privacy en de afhandeling van de toelaatbaarheidsverklaringen die
afgegeven worden door de directeur van het SWV zijn gelijk aan die van het voortraject.
5.5.1
toelichting
Inleiding
Vanaf 1 augustus 2014 gaat de toelaatbaarheid tot het SBO (speciaal basisonderwijs) en het SO
(speciaal onderwijs cluster 3 en 4)7 geheel anders verlopen.
Twee ingrijpende wijzigingen daarbij zijn dat
a. niet meer de ouders een plek op het SBO of SO aanvragen, maar het schoolbestuur een
toelaatbaarheidsverklaring voor SBO of SO aanvraagt,
b. voor zowel het SO als het SBO het SWV de toelaatbaarheidsverklaring afgeeft.
Het gaat hierbij om de volgende groep leerlingen:
1. De instroom vanuit voorschoolse instellingen, met een advies voor het SO of SBO;
2. De instroom vanuit het SO cluster 1 en 2;
3. Verhuisgevallen die niet al een verklaring van een ander SWV8 hebben en toelating tot het SO
wensen of verhuisgevallen die een TLV voor het SBO wensen;
4. Herindicatie van alle zittende leerlingen in Cl. 3 en 4 in de jaren 2014/15 en 2015/16;
6
Om toegelaten te kunnen worden tot het SO of het SBO is – vanaf 1 augustus 2014 –
een toelaatbaarheidsverklaring van het SWV nodig
7
Voor de clusters 1 en 2 is er een eigen regeling, waarbij de commissies van begeleiding een centrale rol
vervullen. Cluster 3 en 4 scholen zijn scholen voor kinderen met een somatische of psychische beperking (LZ=
langdurig ziek), voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK), voor meervoudig beperkte kinderen (MG),
lichamelijk beperkte kinderen (LG) en kinderen met ernstige gedragsproblematiek (cluster 4).
8
SWV staat voor een nieuw SWV passend onderwijs.
27
5. Leerlingen die een SBO TLV nodig hebben vanuit het basisonderwijs of speciaal onderwijs
6. Leerlingen die een SO TLV nodig hebben vanuit het speciaal basisonderwijs of het
basisonderwijs.
Voor deze leerlingstromen is vanaf 1-8-14 een verklaring van het SWV nodig, immers om toegelaten
te kunnen worden tot het SO cluster 3 en 4 en het SBO heeft de leerling een verklaring nodig van het
SWV (WEC artikel 40 lid 12 en 13 en WPO artikel 40 lid 8).
NB
Indien er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs dient een TLV bij het SWV VO te worden
aangevraagd. Het SWV moet de manier waarop de verklaring tot stand komt uiteenzetten in het
ondersteuningsplan. Hierbij gaat het om:
 De procedure en criteria voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor SO en SBO
 Het aangeven van de geldigheidsduur9 en de bekostigingscategorie10.
Tevens is van belang dat de wet verplicht dat er deskundigen zijn die adviseren over de
toelaatbaarheid tot het SBO en SO (artikel 18a lid 11).
In een Algemene Maatregel van Bestuur (artikel 34.8 Staatsblad 2014 nr. 95) is aangegeven dat het
gaat om in ieder geval 2 deskundigen: een deskundige zijnde een psycholoog of orthopedagoog en
een 2e deskundige (afhankelijk van de vraagstelling) een pedagoog, een kinder- of jeugdpsycholoog,
een kinderpsychiater, een arts of een maatschappelijk werker.
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn er 3 commissies die betrokken zijn bij de toelaatbaarheid tot het SBO en
SO.
1. De PCL (permanente commissie leerlingenzorg) van een samenwerkingsverband WSNS (weer
samen naar school): deze geeft een beschikking af voor de toelaatbaarheid tot het SBO en de
PCL moet betrokken zijn bij het aangeven van het criterium ontoereikende zorg. Deze PCL is
ingericht door een SWV WSNS en kent eigen criteria. De ouders vragen de beschikking aan.
2. De CvI (commissie voor de indicatiestelling) van cluster 3, en
3. De CvI van cluster 4.
Landelijk zijn er voor de laatste 2 commissies criteria vastgesteld.
De CvI’s zijn gekoppeld aan de REC’s (regionale expertisecentra).
De beschikking van de CvI dient (tot 31 juli 2014) aangevraagd te worden door de ouders en het REC
heeft een ondersteuningsplicht. De beschikking kent 2 mogelijkheden:
a. Toelaatbaarheid tot cluster 3 of 4 (afhankelijk van welke CvI), en
b. De mogelijkheid tot het aanvragen van LGF (leerling gebonden financiering of een Rugzak).
9
De geldigheidsduur is minimaal 1 schooljaar en het SWV moet beleid formuleren over
terugplaatsing.
10
Er zijn drie categorieën: huidige ZMLK, LZ en cl.4 (cat. 1), LG (cat. 2) en MG (cat.3)
(globale bedragen € 9.000,- € 16.000,- en € 20.000,- - deze bedragen betreffen de
meerkosten van het speciaal onderwijs).
28
Toekomstige situatie (vanaf 1 augustus 2014)
Vanaf 1-8-2014 zijn de CvI’s en PCL’en opgeheven en moet het SWV passend onderwijs een
verklaring afgeven. Deze verklaring geldt alleen voor de toelaatbaarheid tot cluster 3 en 4 en SBO en
wel voor de leerlingstromen zoals genoemd in de inleiding.
De verklaring geldt niet voor extra middelen op een basisschool.
Niet meer de ouders, maar het bevoegd gezag (lees de school) moet een verklaring aanvragen.
Werkwijze SWV
Zoals uit de vorige paragrafen in dit ondersteuningsplan is gebleken, is de ondersteuningsstructuur
zo dicht mogelijk bij de school georganiseerd. Kinderen zitten op scholen en indien daar extra
ondersteuning nodig is zal die zo dicht mogelijk bij leerkracht en kind georganiseerd worden.
Indien een aanvraag voor een TLV wordt voorbereid zijn in ieder geval 2 deskundigen (zie de
opmerking eerder over de deskundigen uit de Algemene Maatregel van Bestuur) betrokken.
Voorwaarden en richtlijn voor Toelaatbaarheidsverklaring
Het samenwerkingsverband 24-03 bepaalt vanaf 1 augustus 2014 of een leerling in aanmerking komt
voor intensieve ondersteuning, bijvoorbeeld een andere lesplek en organiseert het afgeven van
toelaatbaarheids-verklaring (TLV). Er zijn vier verschillende soorten toelaatbaarheidsverklaringen:
voor speciaal basisonderwijs, voor categorie 1 (zeer moeilijk lerende kinderen, langdurig zieke
kinderen, epilepsie en kinderen met gedragsproblematiek), categorie 2 (kinderen met een
lichamelijke beperking) en categorie 3 (kinderen met een meervoudige beperking).
Het samenwerkingsverband 24-03 hanteert geen absolute criteria bij de afgifte van een TLV. Er
kunnen immers allerlei factoren van invloed zijn op de onderwijsbehoefte van het kind: het kind zelf,
de gezinssituatie, de sociale omgeving, de leerkracht, groep en school. Zo kunnen ogenschijnlijk
vergelijkbare onderwijsbehoeften van kinderen gebaat zijn bij verschillende vormen van
ondersteuning. Er moet een ontwikkelingsperspectief zijn beschreven en er wordt gekeken naar: de
hoeveel aandacht en tijd, het onderwijsmateriaal, de ruimtelijke omgeving, de expertise op de school
en vormen van samenwerking met andere instanties. Dit is verwoord in de voorwaarden
toelaatbaarheidsverklaring.
Op de reguliere school vinden interne HGW-besprekingen plaats waarbij de intern begeleider en de
directeur, de leerkracht en ouders met elkaar in gesprek gaan over de onderwijsbehoefte van het
kind. Ook wordt het kind zelf gevraagd wat hij of zij graag zou willen leren en wil bespreken. Vanuit
dit overleg kan er een beroep gedaan worden op de eigen expertise binnen een bestuur voor de
basisondersteuning en eventueel binnen het onderwijsloket Dronten en Lelystad. Binnen het
speciaal (basis)onderwijs vindt het overleg plaats met de Commissie van Begeleiding van de school.
Mocht dit onvoldoende resultaat opleveren dan kan de leerling in het ondersteuningsteam/rond- detafel gesprek op de school verder besproken worden. Dit team bestaat uit betrokkenen van school,
ouders, adviseur leerlingbegeleiding en zorg coördinator ( CJG/jeugdhulp) en afhankelijk van de
29
hulpvraag met specialisten uit SO en SBO. Ook kunnen eventueel andere betrokkenen aanschuiven of
iemand vanuit het onderwijsloket. Hiermee wordt het deskundigenadvies ingericht zodat er bij een
toelaatbaarheidsverklaring voldaan wordt aan de wettelijke verplichting. ( De deskundigen, zoals
bedoeld in artikel 18a, lid 11, betreft een orthopedagoog of een psycholoog en ten minste een
tweede deskundige te weten een kinder- en/of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een
kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts afhankelijk van de hulpvraag.)
Als in dit overleg advies wordt gegeven over te gaan tot plaatsing in het speciaal (basis) onderwijs
vraagt het bevoegd gezag een verklaring aan bij het Samenwerkingsverband. Dit is het zogenaamde
Voortraject.
Om tot een goede afweging te komen voor een verklaring van toelaatbaarheid en hierbij zorgvuldig
te werken, worden enkele voorwaarden gesteld:





Het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring geschiedt op basis van een grondig
voortraject.
Alle betrokkenen beschikken over kwalitatief goede informatie, bijvoorbeeld een actueel
Ontwikkelperspectief (OPP) van de leerling.
Wanneer een andere lesplek een optie wordt, geldt nog steeds het uitgangspunt dat we
kijken naar de match tussen de ondersteuningsmogelijkheden van de school en de
ondersteuningsbehoefte van de leerling.
Dit betekent dat er geen vaste criteria meer zijn die bij voorbaat bepalen of een leerling
verwezen wordt en zo ja naar welke vorm van onderwijs.
We kijken naar wat scholen kunnen bieden voor een specifieke leerling en baseren ons
hierbij onder andere op het ondersteuningsprofiel van de school.
In het schooljaar 2014/2015 wordt duidelijk welke rol de school van herkomst houdt na de afgifte
van een toelaatbaarheid naar een andere lesplek.
Toelaatbaarheidsverklaringen nader toegelicht
Kinderen die vallen binnen onderstaande kenmerken hoeven niet automatisch in aanmerking te
komen voor één van de toelaatbaarheidsverklaringen daarbij gelden bovenstaande voorwaarden.
Het is mogelijk dat de basisschool met basisondersteuning, extra ondersteuning of een arrangement
voldoende te bieden heeft voor het kind.
Naarmate er sprake is van een combinatie van factoren is de onderwijsbehoefte ernstiger en
intensiever. Voorafgaand aan de toekenning van een verklaring van één van de categorieën vindt
altijd een afweging plaats of speciaal basisonderwijs (eventueel met een arrangement) passend
onderwijs kan bieden voor een kind.
We hanteren de volgende richtlijnen, (en gekeken naar de ondersteuningsbehoefte van de leerling
op de hoeveel aandacht/tijd, onderwijsmateriaal, de omgeving, de expertise en de vormen van
samenwerking met andere instanties):
SBO

Kinderen met een duidelijke cognitieve ondersteuningsbehoefte. Er moet sprake zijn van
compensatie op andere gebieden, zoals sociaal-emotionele ontwikkeling en sociale
redzaamheid. Een bovengrens of ondergrens is er niet (als richtlijn hanteren wij voor
30



plaatsing in het SBO een IQ niet lager dan 55). Ook kan er sprake zijn van een disharmonisch
profiel.
Kinderen met een sociaal-emotionele problematiek die dit uiten in gedragsproblemen.
Kinderen met gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek.
Kinderen met epilepsie, langdurig zieke kinderen en kinderen met een motorische beperking.
Categorie 1
Onder categorie 1 vallen de volgende speciaal onderwijs typeringen: ZMLK (zeer moeilijk lerende
kinderen) en LZK (langdurig zieken), cluster 4 en epilepsie.
 Voor ZML leerlingen geldt een IQ lager dan 60 (matig verstandelijke beperking) of een IQ
tussen de 60 en 70 met daarbij een zeer geringe sociale redzaamheid.
 Bij LZK is er sprake van een zeer geringe zelfredzaamheid en/of leerachterstand. Daarnaast is
sprake van structureel verzuim (meer dan 25 % van de effectieve leertijd).
 Bij (voorheen) cluster 4 leerlingen is er sprake van zeer ernstige gedragsproblemen,
ontwikkelingsproblemen en/of psychiatrische problemen.
 Kinderen met epilepsieproblematiek die meer ondersteuning nodig hebben dan het
basisonderwijs of SBO kan bieden (bijvoorbeeld extra ondersteuning plannen en organiseren,
vergelijkbaar met de problematiek van kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel)
Categorie 2
Er is sprake van één of meer stoornissen die motorische beperkingen veroorzaken en die leiden tot
een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen. Daarnaast is er sprake van een
onderwijs-beperking door een zeer geringe zelfredzaamheid (afhankelijkheid van derden voor
algemene dagelijkse levensverrichtingen of voor de onderwijs voorwaardelijke fijn- motorische
activiteiten en handelingen), leerachterstand (op de gebieden technisch lezen of spelen, begrijpend
lezen en rekenen) of structureel verzuim (meer dan 25 % van de effectieve leertijd).
Categorie 3
Er is sprake van één of meerdere stoornissen die motorische en/of verstandelijke beperkingen
veroorzaken, die leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen.
Er is sprake van een zeer geringe zelfredzaamheid en/of sociale redzaamheid, of een ernstige
gedragsproblematiek bij een IQ lager dan 35.
Kinderen met een ernstige vorm van epilepsie die meer ondersteuning nodig hebben dan regulier
geboden kan worden (denk hier bij aan de kinderen die door de ernstige vorm van epilepsie steeds
meer achteruitgaan in hun ontwikkeling).
Specifieke groep kinderen
Het VT geldt eveneens voor de bepaalde groep kinderen die – vanwege hun zeer ernstige
beperkingen – een plek in het SO behoeven. Een inschatting van de omvang van deze doelgroep kan
worden gegeven a.d.h.v. de kengetallen van OCW.
Kijkend naar de huidige aantallen SO leerlingen zou de omvang van deze groep op ca. 160 kunnen
worden gesteld. Het aantal van 160 is ingeschat door 50 ZMLK, 5 LZ, 25 MG en 75 Cl. 4 leerlingen tot
deze groep te rekenen. De komende jaren kan dit aantal op grond van ervaringen worden bijgesteld.
Indien we uitgaan van een verblijfsduur voor deze groep kinderen van 8 jaar dan gaat het jaarlijks om
20 kinderen (dus 20 dossiers).
31
Verhuizingen
Het VT (voortraject) gaat zich niet bezig houden met tussentijdse instroom als gevolg van verhuizing
van het SO van de ene stad naar een SO school in een andere plaats. Voor het speciaal onderwijs is in
deze situatie wettelijk voorzien: het SWV van herkomst die een beschikking heeft afgegeven voor SO
blijft geldig.
De zij-instroom vanuit cluster 1 en 2 zal door het VT kunnen worden behandeld. Het gaat dan
bijvoorbeeld om leerlingen die vanuit de instellingen van cluster 1 of 2 een TLV wensen voor een SBO
of SO en de ouders geadviseerd hebben om bijvoorbeeld bij een SBO school aan te melden.
Informatievoorziening
Uiteraard is over de gang van zaken bij de scholen informatie nodig voor de toekomstige gebruikers.
Het MT zal een aantal informatiesessies beleggen voor betrokkenen uit het PO en SO en uiteraard
met betrokkenen uit voorschoolse instellingen.
Maar zeker ook met instanties als jeugdzorg, consultatiebureaus, huisartsen, revalidatiecentrum e.d.
Werkwijze
Indien een schoolbestuur een toelaatbaarheidsverklaring wenst, levert het schoolbestuur (indien
gewenst met behulp van het voortraject) het aanmeldformulier in.
De directeur van het SWV checkt de aanvraag en neemt bij onvolledigheid contact op met het
schoolbestuur. Het bestuur van het SWV (gemandateerd aan de directeur van het SWV) neemt
vervolgens een besluit.
De directeur zendt de beslissing aan het betreffende schoolbestuur en een kopie aan de ouders. De
registratie van de beslissing vindt plaats door de secretaris. Het dossier dient tot 3 jaar na afloop van
de advisering of de beslissing over de toelaatbaarheid te worden bewaard (WPO artikel 18a lid 13 en
14).
Per kwartaal wordt een rapportage aan het bestuur van het SWV verzonden.
Indien er voor nieuwe aanvragen geen TLV wordt gegeven zal de directeur het aanmeldende bestuur
hiervan z.s.m. verwittigen.
Bij aanmeldingen die direct door een schoolbestuur worden gedaan:
De directeur van het SWV zal het dossier marginaal toetsen; dat wil zeggen hij/zij checkt of de
procedure correct is gehanteerd en of er voldoende is beargumenteerd om tot een bepaalde keus te
komen. De directeur van het SWV hanteert daarbij de volgende criteria:




Kenmerken van de leerling
Denk aan: cognitieve, didactische en pedagogische ontwikkeling, schoolbeleving, interactie
met de leerkracht(en) en gezondheid.
Kenmerken van het onderwijs
Wat was de extra ondersteuning van de school, zowel op groeps- als individueel niveau. Hoe
was de sociale context?
Kenmerken van ouders/opvoeders
Is er vertrouwen in de aanpak en de oplossingen. Zijn de ouders betrokken en bieden ze
ondersteuning thuis?
Kenmerken van het 3e milieu. Is dit milieu ondersteunend?
32

Welke beschermende en belemmerende factoren hebben een rol gespeeld

Waarom SBO of SO

Welke bekostigingscategorie

Welke tijdsduur kent het advies en waarom die duur?
Verklaring opsturen naar bevoegd gezag en school en ouders
Verantwoording
Zoals aangegeven in het huishoudelijk reglement zal het VT werken met – in ieder geval in de 1e twee
jaar – kwartaalrapportages. In deze rapportages moet in ieder geval zijn opgenomen:
Logistieke gegevens
 aantal en type aanvragen
 besturen die aanvragen hebben ingediend
 aantal TLV’s
 aantal negatieve TLV’s en korte duiding van het oordeel
 aantal klachten
 aantal bezwaren
 aantal vergaderingen
 de tijdsduur van het traject
 gesprekken met besturen over TLV of over een negatieve TLV.
Inhoudelijke gegevens
 aanbevelingen aan het SWV inzake de ondersteuningsstructuur in het algemeen en per
bestuur in het bijzonder.
 overwegingen bij het afgeven van negatieve TLV’s
 idem bij positieve TLV’s
 het VT rapporteert rechtstreeks aan de directeur van het SWV. Deze informeert het
onderwijsloket van het SWV.
 het VT werkt onder verantwoordelijkheid van het bestuur van het SWV, die het toezicht op
het VT heeft gemandateerd aan de directeur van het SWV.
Vervolgstappen
Formeel blijven de CvI’s tot en met 31 juli 2014 verantwoordelijk voor het afgeven van
beschikkingen cluster 3 en 4 (de beschikking geeft of recht op LGF of recht op plaatsing in het SO) en
de PCL voor het SBO. Zoals reeds eerder aangegeven loopt de beschikking voor de zittende leerlingen
op het SO nog maximaal 2 jaar door, LGF is per 1 augustus 2014 volledig afgeschaft.
Mocht het zo zijn dat late aanmeldingen in dit schooljaar niet meer door de CvI kunnen worden
behandeld zal het VT zorgen voor duidelijkheid naar ouders, zodat er per 1 augustus een TLV kan
worden afgegeven en kinderen niet op wachtlijsten geplaatst behoeven te worden.
Voor kinderen van ODC de Kokkel – voor deze laatsten kan het ook gaan om kinderen die al een CvI
verklaring hebben - geldt dat ze per 1 augustus 2014 of de 1e schooldag ingeschreven worden in het
SO.
33
Adviescommissie
De wetgever geeft in artikel 17a lid 13 aan dat ieder SWV een adviescommissie in moet stellen voor
die gevallen waarin belanghebbenden bezwaar maken tegen de toelaatbaarheidsverklaring van de
CT.
Het bestuur van het SWV heeft aansluiting gezocht bij de landelijke advies/bezwaar commissie die in
stand wordt gehouden door de Stichting landelijke onderwijsgeschillen te Utrecht.
Vastgelegde afspraken m.b.t. Privacy:
1.
-
-
-
-
-
-
2.
-
-
Afspraken m.b.t. de dossiers:
Daar in het onderwijskundig rapport vertrouwelijke gegevens zijn opgenomen, is de Wet
Bescherming Persoonsgegevens (WBP) van toepassing.
De ouders/verzorgers ontvangen een afschrift van het rapport. Ook in de Wet op het Primair
Onderwijs (artikel 42) staat dat de ouders een afschrift moeten krijgen van het
onderwijskundig rapport dat ten behoeve van de ontvangende school is opgesteld.
Gegevens over IQ en SEP (sociaal emotionele problematiek) zijn aan te merken als gegevens
over iemands gezondheid. Art. 16 van de WBP verbiedt de verwerking van deze gegevens.
Scholen zijn van dit verbod ontheven, mits ze de gegevens binnen de school gebruiken om
iets voor het kind te betekenen in de zin van speciale begeleiding voor de leerlingen, het
treffen van bijzondere voorzieningen i.v.m. gezondheidstoestand noodzakelijk.
Voor bestuursorganen die persoonsgegevens verwerken over iemands gezondheid zoals
hierboven genoemd is het verbod zoals genoemd in art 16 Wbp niet van toepassing (art. 21,
1e lid, onder f, van de Wbp) Derhalve is het VT wat betreft de indicatiestellingsprocedure
ontheven van het verbod op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens.
Er is geen uitdrukkelijke toestemming nodig van de betrokkenen voor de verwerking van de
gezondheidsgegevens bij indienen aanvraag indicatiestelling SO/SBO. Wel heeft de school de
verplichting om de aanvraag vooraf te overleggen met de ouders van de leerling, een kopie
aanvraag en een kopie van de beschikking aan de ouders ter beschikking te stellen.
De VT regeling voorziet in een voorwaarde dat de gezagsdrager tekent voor gezien voor een
aanvraag SO of SBO.
In het Aanmeldingsformulier is de volgende tekst opgenomen:
“Het VT gaat ervan uit dat het aanmeldende bestuur voldoet aan de bepalingen met
betrekking tot het verstrekken van persoonsgegevens van de leerling zoals verwoord in de
Wet bescherming persoonsgegevens.”
Het bestuur is verantwoordelijk voor de toestemming van ouders om vertrouwelijke
gegevens aan derden te mogen verstrekken.
Dossiers worden na het verstrijken van de beroepstermijn geretourneerd aan de school van
herkomst.
Het VT houdt minimaal 3 jaar een afschrift van de afgegeven beschikking.
Het VT:
Houdt zich aan de afspraken m.b.t. de wet elektronisch bestuurlijk verkeer
(Staatsblad 214 ) zoals die in werking is getreden op 1 juli 2004. Deze wet heeft een relatie
met de AWB.
Het VT voorziet in een eigen huishoudelijk reglement waarin de onderlinge afspraken over de
toegankelijkheid van documentatie en de opslag van dossiers en archieven is vastgelegd.
34
Van voorschoolse voorziening naar school: onder-instroom
In de wetgeving Passend Onderwijs is opgenomen dat ouders hun kind schriftelijk bij de school van
voorkeur aanmelden11. Dit doen zij minimaal tien weken voordat zij plaatsing op een basisschool
willen. Ouders kunnen aangeven dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft. Bij de eerste
aanmelding in het primair onderwijs is die informatie zo mogelijk aangevuld met informatie van een
kinderdagverblijf of peuterspeelzaal, de belangrijkste basis voor de school van voorkeur om vast te
stellen of een kind extra ondersteuning nodig heeft.
De school moet binnen zes weken beslissen of de leerling kan worden toegelaten. Deze periode kan
eenmaal met maximaal vier weken worden verlengd.
• Als een school de leerling niet kan toelaten, moet de school (of het schoolbestuur) een
passende onderwijsplek op een andere school zoeken. Belangrijk daarbij is dat een goede
balans wordt gevonden tussen de wensen van ouders en de mogelijkheden van scholen.
• Voor leerlingen van wie bekend is vanuit de zorg dat ze extra ondersteuning nodig hebben
door middel van een plek in een speciale setting (SBO of SO), zoekt de school contact met het
samenwerkingsverband met als doel een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring SBO
of SO voor te bereiden. Bij deze aanvraag zullen in principe de bovenstaande criteria worden
gehanteerd.
5.5.2 Beleidsafstemming met voorschoolse voorzieningen
Om een goede instroom van leerlingen uit de voorschoolse voorzieningen te bevorderen en zo
soepel mogelijk te laten verlopen, zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt.
Beleid in de regio Dronten
Vanuit het jeugdbeleid van de gemeente Dronten is de huidige overlegstructuur verbreed naar alle
kinderopvangorganisaties en is tevens de doelgroep uit gebreid naar alle kinderen 0-4 jaar (niet
uitsluitend de VVE doelgroep). Er ligt een document waarin een voorstel wordt gedaan voor een
nieuwe werkwijze ten aanzien van een structureel overleg (genoemd ‘preventieoverleg’) tussen de
bovengenoemde organisaties en Icare JGZ. Hierdoor kunnen we sneller en effectiever ondersteuning
bieden als dat nodig is en zal de instroom in de zwaardere, geïndiceerde jeugdzorg en duurdere
vormen van passend onderwijs uiteindelijk verminderen.
Jeugdgezondheidszorg/Centrum voor Jeugd en Gezin
Kinderopvang Dronten is partner in het Centrum voor Jeugd en Gezin. Vanuit dit partnerschap
worden activiteiten gericht op preventie, vroeg signalering, en opvoedingsondersteuning
georganiseerd. In het belang van een kind wordt waar nodig samengewerkt met de zorgcoördinator,
het consultatiebureau, Trajectbegeleiding Jonge Risico-kinderen en Integrale Vroeghulp. Specifiek
voor kinderen met een dreigende of al aanwezige ontwikkelingsachterstand, is er nauwe
samenwerking met het consultatiebureau gericht op toeleiding naar een voorschoolse voorziening
met VVE-programma. Hiervoor is een Beleidsdocument VVE en een jaarlijks activiteitenplan door de
gemeente Dronten en haar VVE partners opgesteld. Er zijn in Dronten 67 voorschoolse VVE plaatsen.
Kinderopvang Dronten verzorgt de VVE voorschoolse plaatsen. Daarnaast bieden 5 scholen van Spil
en één van Skofv een vroegschools VVE programma aan. Icare JGZ geeft (samen met Kinderopvang
Dronten) indicaties af voor het voorschoolse programma.
Trajectbegeleiding jonge risico kinderen
11
Ouders mogen bij meerder e scholen aanmelden, maar dienen de school van 1e aanmelding te vermelden.
35
Bij de trajectbemiddeling gaat het vooral om de schoolkeuze voor kinderen die
ontwikkelingsachterstanden vertonen. Het gaat dan meestal om kinderen van 3 jaar. De vraagstelling
is of het kind op een SBO-school, een clusterschool of op een reguliere school geplaatst kan worden.
Meestal wordt het kind op een reguliere school geplaatst en zijn de ondersteuningsbehoeften dan al
bij aanvang in groep 1 bekend. Ouders kunnen via de intern begeleider van de peuterspeelzaal in
contact worden gebracht met de trajectbegeleider. De trajectbegeleider is een orthopedagoog /
psycholoog van de Driemaster. Deze doet zelf observaties en handelingsgerichte diagnostiek en
brengt advies uit naar de ouders. Zij werkt 8 uur per week. Daarnaast bestaat er Flevoland breed,
Integrale vroeghulp.
Beleid in de regio Lelystad
Ultiem doel in Lelystad samenwerken met voorschoolse periode zodat 97% zonder achterstand
doorstroomt naar groep 3. Op vierjarige leeftijd gaat een kind naar de basisschool. De ouders hebben
hun kind aangemeld bij de school van hun keus. Bij de aanmelding van het kind verstrekken de
ouders de gegevens die nodig zijn.
Bij de uiteindelijke inschrijving en plaatsing probeert de school een zo goed mogelijk beeld van het
kind te krijgen. De informatie van de ouders en informatie van de voorschoolse periode (via het
overdrachtsformulier van peuters naar basisschool) maken de informatie compleet.
Het gebeurt met enige regelmaat dat er bij het vierjarige kind (wanneer het al op de school zit)
bepaalde ontwikkelingsachterstanden geconstateerd worden, die bij de inschrijving niet bekend
waren. Om dit te voorkomen is het van belang dat er afstemming en overdracht is van relevante
kind-informatie bij de vroeg- en voorschoolse partijen (GGD: Icare JGZ, Peuterspeelzaal) en de
basisschool. De werkafspraken staan opgenomen in onderstaande paragraaf: Overdracht vanuit
voorschoolse voorzieningen
Ook over de manier waarop de overdracht van de voorschoolse voorziening naar de school wordt
uitgevoerd zijn afspraken gemaakt.
Afspraken in de regio Dronten
Vanuit Kinderopvang Dronten wordt er een overdrachtsformulier meegegeven aan de kinderen die
naar het PO gaan. Er vindt een warme overdracht plaats bij kinderen bij wie zorg is. De
zorgcoördinator van 0 tot 4 jarigen kan signalen doorgeven aan de IB er van de school waar het kind
heen gaat.
De IB ‘ers van kinderopvang Dronten nemen contact op met IB er van betreffende school mits er
toestemming is van ouders. Afspraken met andere organisaties zijn er nog niet meegemaakt. Hier
moet nog beleid op worden gemaakt. Er zijn nog geen afspraken nog met MKD, de Schelp. Er worden
in najaar 2014 afspraken gemaakt voor de voorschoolse ondersteuningsstructuur, zoals dit ook is
vorm gegeven in het PO en VO, vanuit jeugdhulp en passend onderwijs. Dit wordt door de gemeente
gefaciliteerd. De PO coördinator is ook de projectleider voor de afstemming van de
jeugdhulporganisaties in het voorschoolse en zal zorg dragen voor een goede aansluiting met
Passend onderwijs. Een en ander zal vastgelegd worden in een document, waarbij de casusregie
afspraken ook toegepast zullen worden.
Afspraken in de regio Lelystad
In Lelystad zijn twee sporen; overdracht vanuit jeugdgezondheidszorg:
1.
Afstemming en overdracht van vroeg- en voorschool naar basisschool
De procedure voor de overdracht is als volgt: alle kinderen van een peuterspeelzaal hebben
een overdrachtsdocument, zoveel mogelijk kinderdagverblijven hanteren dezelfde
documentatie, maar is nog geen vastgesteld beleid. In de overdracht wordt een beeld
36
geschetst van de ontwikkeling van het kind op basis van KOR. Wanneer gezagdragers/ouders
geen toestemming geven voor deze overdrachtsdocumentatie wordt alleen het voorblad
naar de school toegestuurd.
2.
Overdracht van consultatie bureau (Icare) naar de GGD. De procedure voor het tweede
spoor verloopt als volgt:
- Na het laatste consult op het Consultatie Bureau wordt een samenvatting geschreven van de
-
-
-
-
afgelopen vier jaar.
Kinderen die warm moeten worden overgedragen krijgen een aparte code. Deze code zorgt
ervoor dat de applicatiebeheerder deze kinderen eruit kan filteren, zodat zij niet meegaan
met de grote groep dossiers. Na de ‘warme overdracht’ aan de GGD zal de betreffende
verpleegkundige aangeven of het dossier kan worden overgedragen. Dit gebeurt decentraal.
De grote groep ‘koude overdracht’ wordt regelmatig overgezet naar de GGD, dit wordt
groepsgewijs centraal gedaan.
Van het digitale dossier wordt een PDF bestand gemaakt en dit wordt via een beveiligde lijn
doorgestuurd naar de GGD. Bij hen wordt dit document aan het dossier gehangen.
Alle over te dragen kinderen worden op een lijst van over te dragen 4-jarigen gezet. Hierbij
wordt tevens (indien aan de orde) de aparte code voor warme overdracht gezet, zodat
duidelijk is om welke kinderen het gaat.
Een paar keer per jaar (ongeveer 1x per 3 maanden )wordt een afspraak gemaakt met de
GGD om de kinderen over te dragen. Er zijn vaste koppels van jeugdverpleegkundigen van de
GGD en jeugdverpleegkundigen van Icare (per stadsdeel). Tijdens deze overdracht wordt de
lijst van over te dragen kinderen doorgenomen en zo nodig nog aangevuld met
bijzonderheden/acties
In het kader van de integrale zorg voor 0-19 worden bij de overdracht afspraken gemaakt wie
er actie onderneemt op bijzonderheden. Houdt de JGZ verpleegkundige nog even contact
omdat ze het gezin goed kent of kan de GGD verpleegkundige dit beter doen.
Voor wat betreft de overlegstructuur en de overdracht tussen Icare JGZ en peuterspeelzaal verwijzen
wij u naar een hiertoe opgesteld document, de notitie ‘Overlegstructuur Icare JGZ en
peuterspeelzalen in Lelystad’ (opgesteld door Simone den Hollander, beleidsmanager
SKL/peuterspeelzalen en VVE SKL en Willy Brink, beleidsadviseur Icare JGZ).
5.6
Van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs: uitstroom
On continuïteit in onderwijs en ondersteuning te bevorderen, zijn afspraken op transitiemomenten
van cruciaal belang. Daarom hebben wij ook concrete afspraken met het voortgezet onderwijs in de
regio gemaakt.
5.6.1
Beleidsafstemming met voortgezet onderwijs
Beleid in de regio Dronten
Passend onderwijs heeft als uitgangspunten: ‘ dichtbij, thuis nabij onderwijs’. De transformatie van
de jeugdzorg in Dronten heeft het uitgangspunt: ondersteuning in de handelingsomgeving van
kinderen/ouders/opvoeders. De gezamenlijke opdracht voor het onderwijs en de gemeente kan dan
ook als volgt worden geformuleerd:
‘de ontwikkeling van kinderen naar volwassenheid door didactische en pedagogische begeleiding
willen we daar waar mogelijk en nodig in samenhang vormgeven voor kinderen in Dronten’.
Het uitgangspunt daarbij is uit te gaan van de krachten en mogelijkheden van kinderen en
opvoeders. Dit geldt ook voor het VO. In het visiedocument jeugdhulp staat als één van de
37
uitgangspunten dat de jeugdhulp vanuit het onderwijs zal worden vorm gegeven. De werkwijze van
de integrale samenwerking in het PO zal dan ook worden voortgezet naar het VO. In 2013-2014 is
hier met de 2 VO scholen een plan voor gemaakt. Hiervoor wordt subsidie aangevraagd bij de
provincie. De ondersteuningsteams in het PO en VO worden zo ingericht dat ze direct of via een
hulpteam kunnen leiden naar onderwijs-arrangementen en jeugdhulparrangementen. Dit alles zal in
gezamenlijkheid met het PO vorm gegeven worden. Er zullen in de komende jaren hier integrale
plannen voor worden gemaakt, waarbij de afspraken rondom casusregie verder zullen worden
uitgewerkt. Hiervoor is ook de notitie Jeugdhulp opgesteld. Er is een werkgroep PO VO ingericht voor
de jeugdhulp. Hiervoor is een plan gemaakt: CJG op school en de inzet van maatschappelijk werk.
Daarnaast is er een beleidsgroep 10-14 opgericht met Almere college en Ichthus college samen met
de beleidsgroep PO. Zij zullen in 2014-2015 de doorgaande lijn verder vorm geven volgens de notitie
10-14 van 23-05 en 24-03. Hierin zullen de werkgroep jeugdhulp en 10-14 integraal ook afspraken
maken.
Beleid in de regio Lelystad
Het beleid in Lelystad richt zich al enkele jaren op de overdracht van kinderen vanuit het primair
onderwijs naar het voortgezet onderwijs zodat zij een doorgaande ontwikkeling hebben. Hiervoor
zijn bestuurlijke afspraken gemaakt op het niveau van de overdracht, communicatie,
professionalisering en digidoor. De Lelystadse schoolbesturen onderschrijven de volgende
omschrijving: “Doel van het onderwijs is iedere leerling de beste mogelijkheid (kans) te bieden op
een succesvolle schoolloopbaan. De overstap van PO naar VO is daarbij een belangrijk moment.
Hierbij gaat het niet om de hoogste bestaande opleiding, maar wel om de hoogst mogelijke en
realistisch haalbare, dus de hoogste kans voor de betreffende leerling”
Doel van de overdracht tussen PO en VO is dat:
- iedere leerling is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van PO en VO;
- iedere leerling op de gezamenlijk vastgestelde manier wordt overgedragen;
- er voldoende tools zijn om bovenstaande te kunnen realiseren;
- iedere betrokken leerkracht op de hoogte is van de procedure;
- er voor alle betrokken partijen voldoende informatie beschikbaar is;
- er volgens een vaste methode evaluatie plaatsvindt.
Naast de uitwerking van bovenstaande aandachtspunten is het project School is Cool waar kinderen
uit de bovenbouw met een maatje(vrijwilliger) ondersteund worden in de eerste jaren van het VO
om vroegtijdig schooluitval te voorkomen.
Vanuit het CJG wordt de doorgaande ontwikkeling en de overlegstructuur op elkaar aangepast in de
sociale wijkteams en in de kernteams op het niveau van de stadsdelen. Er is een apart speerpunt
geformuleerd om de overlegvorm tussen 12- / 12+ en 17-/17+ verder uit te werken, omdat de
aansluiting met het VO binnen de CJG structuur nog ontbreekt
5.6.2
Overdracht PO-VO
De overdracht tussen primair en voortgezet onderwijs is als volgt afgestemd.
Afspraken in de regio Dronten
In Dronten gaan we voor warme overdracht: beide onderwijszorgcoördinatoren van de twee VO
scholen bezoeken de PO scholen voor de overdracht na de CITO- uitslagen of drempelonderzoek.
Zorgleerlingen worden besproken met het PO door Intern begeleiders en zorgcoördinatoren van het
VO. De CJG zorgcoördinator van het Centrum voor Jeugd en Gezin is verantwoordelijk voor de
doorgaande lijn van zorgkinderen bij de overgang van PO naar VO. Na 7 weken is er een
38
terugkoppeling vanuit het VO met betrekking tot voortgang. Rapportcijfers worden uitgewisseld van
het eerste en tweede rapport. Er wordt gewerkt aan een digitale overdracht. De PO besturen hebben
al eerder besloten over te gaan op Parnassys zodat de doorgaande lijn gemakkelijk webbased
doorgegeven kan worden
Afspraken in de regio Lelystad
De Lelystadse schoolbesturen sluiten zich aan bij de volgende omschrijving: “Doel van het onderwijs
is iedere leerling de beste mogelijkheid (kans) te bieden op een succesvolle schoolloopbaan. De
overstap van PO naar VO is daarbij een belangrijk moment. Hierbij gaat het niet om de hoogste
bestaande opleiding, maar wel om de hoogst mogelijke en realistisch haalbare, dus de hoogste kans
voor de betreffende leerling”
Als instrument voor communicatie- en kennisoverdracht op het niveau van de leerling, wordt
‘Digidoor’ ingezet. In verband met een juiste invulling van ‘Digidoor’ is er nauw overleg met de
Permanente Commissie Leerlingenzorg VO(PCL). Er is een stappenplan voor overdracht opgesteld en
er is kijkwijzer voor ouders ontwikkeld. Daarnaast er is een overzicht van de profielen voor kinderen
LWOO, VMBO, HAVO en VWO en is er een training voor het voeren van adviesgesprekken. Jaarlijks
vindt er een tafeltjesmiddag in november plaats waar leerkrachten en mentoren onderbouw de
vragen over kinderen met elkaar afstemmen.
Er is een aparte opzet voor het overdragen van kinderen met een specifieke
ondersteuningsbehoefte.
De definitie die hierbij wordt gehanteerd is:
‘Zorgleerlingen zijn leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in het voortgezet onderwijs in
Lelystad. Dit advies gaat over leerlingen die (mogelijk) in aanmerking komen voor een indicatietraject
voor LWOO, PRO en SO’.
Het advies geldt voor alle leerlingen die onder deze definitie vallen. Ook hiervoor is een stappenplan
/ stroomschema ontwikkeld en wordt een apart adviestraject gevolgd (zie ook het Handboek PO VO
Lelystad, ontwikkeld 2009-2010).
5.7
Samenwerking met cluster 1 en 2
Voor leerlingen met een visuele beperking (cluster 1) wordt in onze regio door de scholen van het
samenwerkingsverband samengewerkt met Bartimeus.
Voor leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking (doof, slechthorend en/of
ernstige spraaktaalmoeilijkheden – cluster 2), waarbij de onderwijsbehoefte de
zorgplichtmogelijkheden overstijgt werkt het samenwerkingsverband samen met Stichting Kentalis
Onderwijs.
De gemaakte afspraken van deze samenwerking zijn als volgt ten aanzien van:
1.
De Basisondersteuning
Wanneer de schoolinterne zorg ontoereikend is en vragen rondom een vermoede cluster 1 of 2
problematiek niet beantwoord kunnen worden, kan een aanvraag voor een Consultatie en Advies
traject worden aangevraagd. Het traject is kosteloos. Het invullen van een signaleringsinstrument
t.a.v. vermoede cluster-problematiek gaat hieraan vooraf.
39
2.
Extra onderwijsondersteuning
Wanneer schoolinterne zorg en indien van toepassing schoolnabije zorg vanuit het
samenwerkingsverband concludeert dat de school en/of het samenwerkingsverband niet volledig
aan haar zorgplicht kan voldoen wordt een toeleidingstraject naar extra onderwijsondersteuning
aangevraagd bij cluster 1 / 2, deze aanvraag wordt ook gemeld bij het samenwerkingsverband. De
informatie/onderzoeksgegevens van schoolinterne en schoolnabije zorg zijn hiervoor beschikbaar.
De kosten van de extra onderwijsondersteuning komen ten laste van het cluster 1 / 2 budget.
3.
Verwijzing/plaatsing cluster 1 of 2 SO-school
Wanneer schoolinterne zorg en indien van toepassing schoolnabije zorg vanuit het
samenwerkingsverband concludeert dat de school en/of het samenwerkingsverband niet
volledig aan haar zorgplicht kan voldoen, wordt een toeleidingstraject naar plaatsing op een
cluster 1 of 2 SO-school aangevraagd bij cluster 1 / 2. Deze aanvraag wordt ook gemeld bij het
samenwerkingsverband. De informatie/onderzoeksgegevens van schoolinterne en schoolnabije zorg
zijn hiervoor beschikbaar.
Verder willen cluster 1 en 2 de scholen binnen het samenwerkingsverband van dienst bij het
vergroten van de cluster expertise en kan daarbij gebruik gemaakt worden van het scholingsaanbod.
De kosten van deze dienstverlening worden in overleg op basis van offerte vastgesteld.
Voor beide regio’s geldt dat de afstemming met het Voortgezet Onderwijs in de periode tussen 1
augustus 2014 en 1 augustus 2016 zal worden verbeterd. Zie hiervoor ook de doelstellingen in het
activiteitenplan 2014-2015.
40
Samenwerking met ouders
6.
Ouderbetrokkenheid en een goede samenwerking tussen ouders en school komen de ontwikkeling
van kinderen ten goede. Ouders continu betrekken bij het proces en hen in de juiste positie brengen
is dan ook een van de kerndoelstellingen van passend onderwijs. In dit hoofdstuk geven wij aan hoe
deze ouderbetrokkenheid in de praktijk, op verschillende niveaus, ingericht heeft.
6.1
Ouders als educatief partner
Binnen handelingsgericht werken is de ouder een gelijkwaardige partner. Bij uitstek is de ouder
ervaringsdeskundige. Bij de gesprekken met betrekking tot extra ondersteuning binnen de school
zit de ouder erbij als ervaringsdeskundige en wordt er gezamenlijk een plan gemaakt.
Ouders dienen beschouwd te worden als partners die bij alle fasen van het traject van de aanvraag
van extra ondersteuning betrokken horen te worden. Hierbij dient de school in overleg te treden met
de ouders. Het is onvoldoende om de ouders alleen te informeren. In de schoolgids moeten heldere
afspraken staan over hoe de ouders betrokken worden bij de aanvraag van extra ondersteuning.
De taak van de school is een gesprek met de ouders te hebben zodra er een specifieke
onderwijsbehoefte is en wordt overgegaan tot het opstellen van een Ontwikkelingsperspectief. De
school moet met de ouders in overleg treden. In de schoolgids moet beschreven zijn op wat voor
manier de school de ouders van kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte met elkaar
afstemmen over de begeleiding van hun kind. Binnen de school moeten heldere afspraken gemaakt
worden over zaken als:
-
wanneer wordt met ouders in gesprek getreden
wie voert het gesprek (de leerkracht / leerkracht en intern begeleider)
wie zorgt voor de verslaglegging
hoe worden ouders betrokken bij langer lopende trajecten / hoe vaak worden de ouders
uitgenodigd voor een gesprek.
Ouders tekenen ook het opgestelde ontwikkelingsperspectief voor gezien.
Daarnaast participeren ouders op beleids- / medezeggenschapsniveau in de ondersteuningsplanraad.
Verder zet het Samenwerkingsverband de onderstaande middelen in om ouders in algemene zin te
informeren en te betrekken:
•
•
•
•
een nieuwsbrief van het Samenwerkingsverband voor ouders (twee keer per jaar / digitaal)
informatieavonden voor ouders rondom een thema, op verzoek van de aangesloten besturen
communicatie met ouders via de website
een paragraaf met informatie over het Samenwerkingsverband in de individuele schoolgidsen
6.2
Afstemming rondom individuele kinderen
Indien door de school voor een kind extra ondersteuning wordt aangevraagd, zijn ouders hierbij altijd
betrokken. Ouders hebben instemmingsrecht op het handelingsdeel van het
ontwikkelingsperspectief.
Dit is voor Lelystad opgenomen in het protocol ontwikkelingsperspectief.
41
6.3
Ouders en medezeggenschap
Ouders hebben op twee manieren inspraak hebben op de wijze waarop het Samenwerkingsverband
is vormgegeven:
 via het adviesrecht dat de Medezeggenschapsraad van een individuele school heeft op het
schoolondersteuningsprofiel;
• via deelname in de ondersteuningsplanraad van het Samenwerkingsverband.
Voor de medezeggenschapsorganen geldt bespreekrecht, informatierecht enzovoort. Voor meer
informatie wat dat betreft verwijzen we naar het Steunpunt Medezeggenschap Passend Onderwijs
(http://www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl).
6.4
Rechten en plichten van ouders
De rechten en plichten van ouders kunnen samenvattend als volgt worden geformuleerd:
Ouders hebben het recht om hun kind aan te melden op de school van hun voorkeur. Dit is
vervolgens de school waarvan het schoolbestuur de zorgplicht heeft om te zorgen dat de leerling een
passende onderwijsplek krijgt. Ouders mogen hun kind aanmelden bij meerdere scholen. Ze moeten
dit dan aangeven op het aanmeldformulier en aangeven welke school hun eerste voorkeur heeft.
Voor de school van eerste voorkeur geldt de zorgplicht. Ook mogen ouders hun kind aanmelden op
een school buiten het gebied van het samenwerkingsverband waar ze wonen. Van ouders wordt
verwacht dat ze, indien bekend, bij de aanmelding aangeven dat hun kind extra ondersteuning nodig
heeft.
Zonder die informatie kan de school immers ook niet nagaan of en hoe ze die ondersteuning gaat
bieden. Ouders hebben het recht om door de school geïnformeerd te worden over de voortgang van
hun kind en het recht om toestemming te geven voor onderzoeken die de school doet.
De school is verplicht om met de ouders te overleggen over het ontwikkelingsperspectief en de door
de school te bieden ondersteuning en begeleiding.
In Dronten betrekken we ouders in de rond de tafel gesprekken als gelijkwaardige partner. Er wordt
samen met de aanwezige specialisten in het rond de tafelgesprek één plan gemaakt, waarbij duidelijk
is voor de ouders en de professionals wie de casusregisseur is.
42
7.
Organisatie van het Samenwerkingsverband
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het Samenwerkingsverband organisatorisch is ingericht.
7.1
Bestuurlijke uitgangspunten bestuurlijk
Het Samenwerkingsverband heeft gekozen voor de stichting als rechtspersoon. De keuze voor deze
rechtspersoon heeft als motivatie dat hiermee de betrokkenheid van alle (12) aangesloten besturen
optimaal geregeld is. Het bestuurlijk model binnen de stichting voorziet ook in die optimale
betrokkenheid.
Het bestuur heeft de opdracht een benoemingsadvies commissie samen te stellen die een
projectcoördinator/directeur werft voor het Samenwerkingsverband 24-03. Deze functionaris treedt
na 1 augustus 2014 in dienst en richt zich expliciet op het nader uitwerken en implementeren van het
ondersteuningsplan, samen met de 2 werkeenheden. Alle uit te voeren werkzaamheden vinden
plaats onder verantwoordelijkheid van het bestuur en op basis van een heldere en concrete
taakomschrijving en opdrachtformulering, weergegeven in een managementreglement. De
projectcoördinator/directeur krijgt een benoeming voor bepaalde tijd, maar maximaal voor vier jaar,
met mogelijkheid van herbenoeming.
7.2
Inrichting organisatie
Periode 1 augustus 2014 – 1 augustus 2016
Er is binnen het samenwerkingsverband een dagelijks bestuur bestaande uit 5 bestuurlijk
vertegenwoordigers vanuit de aangesloten schoolbesturen. De overige aangesloten schoolbesturen
vormen – via een gemandateerd bestuurlijke vertegenwoordiger - het algemeen bestuur, met een
toezichthoudende functie. Het samenwerkingsverband heeft een managementteam en een
Ondersteuningsplanraad. Er wordt inhoudelijk samengewerkt vanuit de twee werkeenheden Lelystad
en Dronten. Jaarlijks vindt er een monitoring en evaluatie plaats o.b.v. een kwantitatieve en
kwalitatieve analyse van de leerlingstromen, de basisondersteuning en de financiën.
Het Dagelijks Bestuur bestaat uit:
 Wim van Selling
 Els van Doorn
 Annelies Verbeek
 Andre van der Velde
 Marcel van As
voorzitter
secretaris
penningmeester
lid
lid
De periode 1 augustus 2014 tot 1 augustus 2016 is de implementatiefase in het geschetste
bestuurlijk model. Binnen deze implementatiefase is er sprake van een groeimodel. Uiterlijk 1
augustus 2016 is er sprake van een afgeronde implementatie van het bestuurlijk model zoals
aangegeven in de statuten
Op basis van de bestuurlijke en inhoudelijke ontwikkelingen besluit het dagelijks bestuur - te allen
tijde na goedkeuring door het algemeen bestuur - over te gaan tot een voordracht voor een externe
Raad van Toezicht. Deze RvT bestaat maximaal uit drie (3) onafhankelijke personen, die geworven
zijn o.b.v. een heldere en zorgvuldige werving en selectie o.b.v. competenties en profielen. Er wordt
een nadere afweging gemaakt over de procedure van benoeming van de RvT.
43
7.3
Medezeggenschap
De Ondersteuningsplanraad (OPR) is het formele medezeggenschapsorgaan van het
samenwerkingsverband. De OPR bestaat uit een evenredige verdeling van personeelsleden van de
scholen en ouders van leerlingen in die scholen. Zonder instemming van de OPR kan het
Ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband niet naar de inspectie van het onderwijs.
Dat maakt dat de OPR een prima sparringpartner en critical friend is van het bestuur van het
samenwerkingsverband en dat er uiteindelijk een OP ligt waarin personeel en ouders zich ook
kunnen vinden.
Ook wordt de OPR gevraagd actief deel te nemen aan het tot stand komen van en de uitvoering van
het jaarplan dat als activiteitenplan uit het Ondersteuningsplan wordt gehaald.
De samenstelling van de OPR geschiedt door middel van een afvaardiging vanuit de (G)MR’en van de
volgende 11 organisaties12:
30882
40077
40950
41226
41335
41632
41813
42552
42600
60985
61778
Sticht. Eduvier Onderwijsgroep
Stichting Noor
Stg. Kath. Onderw. Flevoland
Stichting Monton
Stg. Maharishi Onderwijs Ned.
Ver. Ger. Pr. Onderw. Accretio
Stg. Op. Basis Onderw. Dronten
Stg SchOOL
Stg Codenz
SCPO Lelystad
St. Sch. Spec. Onderw. Dronten
Postbus 2344
Kingsfordweg 151
Postbus 608
1e Heezerlaantje 56
Postbus 20008
Postbus 393
De Drieslag 30
Postbus 2451
Postbus 31
Postbus 223
Postbus 129
8203 AH
1043 GR
8200 AP
3766 LW
8202 AA
8000 AJ
8251 JZ
8203 AL
8250 AA
8200 AE
8250 AC
Lelystad
Amsterdam
Lelystad
Soest
Lelystad
Zwolle
Dronten
Lelystad
Dronten
Lelystad
Dronten
Zie verder het reglement, het statuut en het huishoudelijk reglement van de OPR.
Vanuit de OPR zijn 11 leden stemgerechtigd, zie de onderstaande tabel uit artikel 7.3 van het
OPR reglement.
1.
bestuur
ouderlid
St. Eduvier
X
Stichting Codenz
X
Stichting School
X
St. Maharishi
X
Lid vanuit het onderwijzend of
onderwijsondersteunend
personeel
X
12
Het bestuur van het speciaal onderwijs uit Emmeloord is geen aangeslotene, maar een
deelnemer en om die reden kan men niet participeren in de OPR (artikel 4a Wet
Medezeggenschap Scholen)
44
St. Noor
X
St. Monton
X
Stichting Spil (Op. Bao.
Dronten)
X
St. Kath. Onw. Flevoland
X
SCPO Lelystad
X
SSSO Dronten
X
St. Accretio
X
7.4
Personeel
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Dronten en Lelystad PO heeft geen personeel in dienst
en zal ook in de toekomst geen personeel in eigen dienst nemen, wellicht met uitzondering van de
directeur. Uitwerking van de tripartiete overeenkomst is opgenomen in het hoofdstuk Personeel.
7.5
Geschillenregeling
Bij geschillen tussen of in de organen van het Samenwerkingsverband (zoals het
Samenwerkingsverband en één of meer aangesloten schoolbesturen), is de interne geschillenregeling
van toepassing, welke door het algemeen bestuur is vastgesteld.
Wanneer, na toepassing van de geschillenregeling, een of meer partijen zich niet neerlegt bij de
uitkomst, bestaat voor deze partij de mogelijkheid zich te wenden tot de landelijke
arbitragevoorziening die de Minister in stand houdt en waarbij het samenwerkingsverband is
aangesloten.
Een aangeslotene van het Samenwerkingsverband kan zich, binnen zes weken na de uitspraak op
basis van de interne geschillenregeling, wenden tot de landelijke arbitragevoorziening wanneer hij
van oordeel is dat hij door het besluit en/of de handeling ernstig in zijn belangen wordt aangetast. De
arbitragevoorziening hoort de partijen en doet een voor alle partijen bindende uitspraak.
Het Samenwerkingsverband is aangesloten bij de landelijke bezwaaradviescommissie die adviseert
over bezwaarschriften betreffende beslissingen van het samenwerkingsverband over de
toelaatbaarheid van leerlingen tot onderwijs aan een speciale school voor basisonderwijs in het
Samenwerkingsverband of tot het speciaal onderwijs.
7.6
Gemeenten en ketenpartners
Ons samenwerkingsverband werkt structureel samen met de onderstaande ketenpartners:
-
Gemeente Dronten
Gemeente Lelystad
Cluster 1, Bartimeus
Cluster 2, Kentalis
45
-
-
CJG partners: GGD, ICARE, MEE, St. Welzijn Lelystad, De Meerpaal Dronten, Triade, GGZ
Centraal en Fornheze, BJZ, ROC, VITREE, MDF, bibliotheek, CMO Flevoland, SKL Lelystad en
Kinderopvang Dronten, RENTRay en de SWV VO Dronten e.o. en Lelystad.
Provincie Flevoland
Het Samenwerkingsverbanden en gemeente(n) zijn wettelijk verplicht om op overeenstemming
gericht overleg met elkaar te voeren over zowel het ondersteuningsplan van het
Samenwerkingsverband als over het beleidsplan met betrekking tot de zorg voor jeugd van de
gemeente(n). Voor de concrete afspraken tussen Samenwerkingsverband,
Samenwerkingsverband(en) VO, gemeenten en ketenpartners verwijzen wij naar hoofdstuk 7, dat
uitgebreid ingaat op de inhoudelijke kant van de samenwerking.
46
8.
Passend onderwijs in relatie tot gemeentelijk beleid
In dit hoofdstuk wordt de verbinding gelegd tussen de taken van het Samenwerkingsverband en de
taken van de gemeente(n). Dat gaat in het kader van passend onderwijs om jeugdhulp (deze term
omvat de huidige gemeentelijke voorzieningen als schoolmaatschappelijk werk en
jeugdgezondheidszorg, maar ook voorzieningen die nu jeugdzorg worden genoemd, zoals de jeugdGGZ). Het gaat ook om de gemeentelijke taken leerplicht, leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting,
alle drie in relatie tot passend onderwijs.
Dit hoofdstuk gaat inhoudelijk in op de verschillende terreinen waarop gemeente en
Samenwerkingsverband samenwerken en de gezamenlijke visie die zij daarbij hanteren. Met de
transitie van de jeugdzorg en de invoering van Passend onderwijs worden gemeenten en
schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk voor de afstemming tussen hulp voor kinderen en
jongeren en onderwijsondersteuning. Naast duidelijk onderscheiden eigen verantwoordelijkheden
hebben de partners een gezamenlijk belang en een gezamenlijke verantwoordelijkheid: het zorgen
voor samenhang tussen onderwijsondersteuning in de school en jeugd- en welzijnsvoorzieningen,
opvoedings- en opgroeiondersteuning en jeugdhulp buiten de school. En in bredere zin ook voor
samenhang ten aanzien van voor- en vroegschoolse educatie, voortijdig schoolverlaten en de
overgang onderwijs-arbeidsmarkt.
Het bovenstaande schema laat zien welke thema’s op het snijvlak van de onderscheiden
verantwoordelijkheden liggen. Het laat zien dat ook wanneer de wetgeving de primaire
uitvoeringstaak bij één partij legt, een thema op het snijvlak kan liggen. Het schema is een
hulpmiddel om met behoud van de onderscheiden verantwoordelijkheden te komen tot afstemming.
47
8.1
Beleidsontwikkelingen bij gemeenten
In het sociale domein voltrekt zich in hoog tempo een aantal fundamentele veranderingen.
Gemeenten gaan de komende jaren de verantwoordelijkheid dragen voor de Jeugdzorg, voor nieuwe
WMO-taken vanuit de AWBZ en voor de Participatiewet. Hiermee worden gemeenten in belangrijke
mate verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding, verzorging
en re-integratie. De decentralisatie van bevoegdheden, verantwoordelijkheden en middelen van het
rijk naar lokaal niveau dwingt gemeenten, maatschappelijke instellingen, bedrijven en burgers om
zich te bezinnen op hun rol en positie in het lokale sociale domein. Dit geldt ook voor de vierde
decentralisatie, die van passend onderwijs, waarbij de regie niet zo zeer bij de gemeente, maar bij
het onderwijs ligt. De noodzaak om samen te werken aan vernieuwing en nieuwe verhoudingen is
groter dan voorheen. De ruimte daarvoor ook. Om de kansen die de decentralisaties bieden optimaal
te benutten, is het zaak om te komen tot meer samenhang op het terrein van de participatie,
ondersteuning, begeleiding en jeugdhulp1. Hiermee ontstaat een unieke kans om het complexe
sociale domein flink te vereenvoudigen. Gemeenten krijgen meer taken en meer ruimte om zelf het
beleid te bepalen.
Een stelselwijziging waarbij met name de structuur centraal staat (nieuwe regels, wetten, financiële
verhoudingen) is niet voldoende om een nieuwe manier van werken in het lokale sociale domein te
bereiken. Dit vergt een transformatie naar een nieuw lokaal samenspel, een nieuwe cultuur, nieuwe
verhoudingen en nieuwe werkwijzen. Gemeenten zijn – als lokale overheid, dicht bij de burger – als
geen ander in staat die verandering respectievelijk transformatie gestalte te geven. Gemeenten
hebben bij de bijstand en maatschappelijke ondersteuning in het kader van de WMO laten zien dat
zij de transformatie van ‘verzorgingsstaat’ naar ‘participatiemaatschappij’ succesvol kunnen
vormgeven.
Regio Dronten
De gemeente Dronten heeft de eerste stappen naar het toekomstbeeld Dronten 2030 gezet en kiest
voor een basis met een stevig vangnet waarin ondersteuning en zorg beschikbaar zijn voor diegenen
die dit daadwerkelijk nodig hebben. Uitgangspunt hierbij is dat Dronten participeert. De inwoners
van Dronten nemen deel én dragen bij aan de samenleving. Ze voeren de regie over hun eigen leven
en nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen toekomst. In 2030 is het overgrote deel van de
inwoners niet afhankelijk van de gemeente en maatschappelijke organisaties. De inwoners vinden
waar nodig ondersteuning in het eigen sociale netwerk.
Voor het organiseren van de jeugdhulp realiseren we vanuit het onderwijs een sterk netwerk met en
rondom het gezin, waarbij kind en gezin in de eigen leefomgeving worden versterkt door inzet van
handelingsgericht werken en een samenhangend aanbod (één kind, één gezin, één plan). We
onderschrijven eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en regie als de situatie daarom vraagt.
Uitgangspunt hierbij is “goed is goed genoeg”. Zodra kinderen en gezinnen zelfstandig verder
kunnen, stopt de begeleiding.
48
Regio Lelystad
De gemeente kiest er voor in nauw overleg met alle betrokkenen partners, vanuit de jeugdhulp en
onderwijssector om de jeugdhulp in te richten in de jeugd en gezinsteams. Het CJG blijft samen met
de scholen een basisvoorziening. Welke relatie scholen hebben met het Jeugd en Gezinsteam wordt
eind 2014 helder. De gemeente heeft een duidelijk standpunt m.b.t. de verschillende niveaus, de
pedagogische omgeving van het kind en gezin staan centraal en ook de eigen kracht daarin. De
basisvoorzieningen zoals de basisscholen hebben met de toerusting vanuit het CJG een sterk
ondersteuningsteam voor een onderwijs -en zorgvraag en vormen met fundament voor de verdere
transitie jeugdhulp.
De CJG-partners hanteren binnen het CJG de stelregel één kind, één gezin, één plan (één
aanspreekpunt). Daarbij geldt:




Het belang van het kind in de context van het gezin/de omgeving is een gemeenschappelijk
belang van de partners, die daartoe optimaal willen samenwerken.
Ondersteuning is gericht op het zo zelfstandig en zo maximaal mogelijk laten participeren van
ouders en jongeren in de maatschappij.
Investeren in de professional, die daadkrachtig is en afspraken nakomt, afstemming zoekt en
tijdig en adequaat overdraagt.
Samenhangend aanbod en een integrale aanpak gebaseerd op de ondersteuningsbehoefte
van het kind/gezin.
49
In de huidige praktijk uit zich dit door een werkwijze waarbij op de scholen voor het primair
onderwijs een vaste CJG-consulent beschikbaar is voor vragen van ouders, leerlingen en
leerkrachten. Er is een nauwe samenwerking tussen de CJG-consulent, intern begeleider en
schoolmaatschappelijk werker. Bij complexere problematiek wordt in het kernteam 12- (dat
gebiedsgericht per stadsdeel is georganiseerd) met elkaar een integrale aanpak afgesproken vanuit 1
gezin, 1 plan, 1 regisseur. Voor het voortgezet onderwijs zijn de Zorgadviesteams op school de plek
waar de integrale aanpak wordt afgesproken.
Het CJG heeft contact gelegd met de sociale wijkteams. Via de weg van het sociale wijkteam, die
fungeert als ogen en oren in de wijk, kunnen ook signalen van (beginnende) problemen in gezinnen
worden opgepakt. Met elkaar zoeken de betrokken professionals afstemming over de aanpak.
Daarmee is samenwerking op het snijvlak van preventie en jeugdzorg in de leefomgeving van kind en
gezin vormgegeven. Dit is waardevol en draagt bij aan het krachtig functioneren van de
basisvoorzieningen.
Het jeugd- en gezinsteam wordt als een zelfsturend team van medewerkers ingericht om slagvaardig
kind en gezinnen te ondersteunen. Hoe de werkrelaties verder worden ontwikkeld is volop is
ontwikkeling.
De gemeente heeft dit verwoord in een kadernota Jeugd, die in maart 2014 reeds is vastgesteld.
Als illustratie werken we in Lelystad met onderstaand schema:
8.2
Uitgangspunten voor samenwerking
Regio Dronten
In Dronten wordt al een aantal jaren integraal gewerkt naar aanleiding van het snijvlakexperiment
van de provincie Flevoland. In deze samenwerking werken alle CJG - partners samen met het
onderwijsveld, hierbij zijn ook in deze pilot regieafspraken gemaakt. Er is een folder en een
document ontwikkeld waarin deze samenwerking en de werkwijze en afspraken staan beschreven.
Alle leerkrachten hebben ook een training gevolgd in het voeren van gesprekken met ouders met als
doel dat leerkrachten ook direct kunnen toeleiden naar het CJG: Het “CJG loket” op school.
De ondersteuningsteams op scholen zijn al integraal vorm gegeven. De adviseur leerling begeleiden
voor didactische en pedagogische vragen en de zorgcoördinator van JGZ voor opvoedingsvragen.
Daarnaast neemt schoolmaatschappelijk werk ook vast deel aan de zorgteams.
50
Het handelingsgericht werken is hierbij de gezamenlijke taal die gesproken wordt. Op deze werkwijze
kunnen we de invoering van passend onderwijs en de transitie jeugdzorg naadloos aan laten sluiten.
“Sterk netwerk rondom gezin vanuit onderwijs”, is één van de richting gevende uitspraken naar
aanleiding van panelsessies zomer 2013 met alle instellingen die met jeugd in Dronten werken. Een
notitie jeugdhulp 2014-2017: Handen uit de mouwen is het resultaat van de panelsessies. Daarnaast
worden er diverse memo’s en notities geschreven over de samenwerking met het onderwijs en alle
jeugdinstellingen. Er zijn zowel voorschools als naschools ( VO) werkgroepen in gericht. Er ligt een
notitie overlegstructuur kinderopvangorganisatie en een notitie VVE. In de school zullen
begeleidingsteams ingericht worden, gebaseerd op de interne zorgteams, bovenschools zullen er
hulpteams ingericht worden daar waar voorheen bureau jeugdzorg werkte. Dit wordt integraal
uitgewerkt.
De invoering van passend onderwijs en de transitie jeugdzorg worden zoveel mogelijk samen vorm
gegeven en zal in de komende jaren verder uitgewerkt worden. In het startdocument: Jeugd in beeld,
opvoeding gedeeld en de panelsessies van zomer 2013 hebben geleid tot een tiental principes,
waaronder Handelingsgericht werken, begeleiding en hulp nabij, samenhangend aanbod. Hierbij is
een stroomschema ontwikkeld van eigen kracht, naar begeleiding, naar hulp vrijwillig en hulp
gedwongen. Vooral in de begeleidingssfeer zal er preventief en laagdrempelig integraal gearrangeerd
worden. Het jaar 2014 zal een overgangsjaar zijn, waar één en ander in pilots zal worden vorm
gegeven. Het jaar 2015 wordt beschouwd als een inregeljaar. Voor meer informatie verwijzen we ook
naar de onderliggende notitie.
Regio Lelystad
Zowel in het onderwijs als in het preventieve jeugdbeleid gaat het om kinderen, jongeren en hun
ouders, en we zijn erop gericht dat onze kinderen gezond en veilig opgroeien, hun talenten
ontwikkelen en naar vermogen meedoen. De stelselwijziging in het jeugddomein en de invoering van
passend onderwijs zijn parallelle ontwikkelingen.
Ook de Wet passend onderwijs heeft als ambitie om de verantwoordelijkheid voor goede
ondersteuning eenduidiger bij één partij neer te leggen (in dit geval de schoolbesturen verenigd in
een samenwerkingsverband) en meer kinderen ondersteuning te kunnen bieden in reguliere in plaats
van in speciale onderwijsvoorzieningen. Ook is bij beide ontwikkelingen daarbij een omslag nodig
naar het meer benutten van de pedagogische civil society (samenwerken aan de ontwikkeling van
het kind en uitgaan van de eigen kracht), en een andere inzet van specialistische ondersteuning
(ontschotting tussen preventieve, lichte en zware zorg en ondersteuning). Het is daarom van belang
om tijdig de samenhang tussen deze twee ontwikkelingen te benoemen, en uitgangspunten vast te
stellen waarlangs beide trajecten verder uitgewerkt worden. Het college van B & W in Lelystad heeft
hierover in september 2013 al een notitie vastgesteld die als startnotitie laat zien welke samenhang
is te zien en welke uitgangspunten bij de aanpak ter hand worden genomen.
De uitgangspunten zoals die worden gedeeld door PO-raad, VO-raad en VNG, en door de gemeente
Lelystad bij de verdere uitwerking zullen worden gehanteerd, zijn:
1.
2.
3.
Vroegtijdig ondersteunen van de eigen kracht van jeugdigen en ouders (in plaats van
overnemen)
Kijken naar mogelijkheden, kansen en oplossingen (in plaats van problemen en beperkingen)
Importeren van ondersteuning (in plaats van verwijzen en exporteren van het kind/gezin
met een probleem)
51
4.
5.
6.
7.
8.
Integraal beoordelen van meervoudige ondersteuningsbehoeften, dicht bij de
signaleringsplaats (in plaats van in aparte, verre indicatiecommissie)
Vaststellen van ondersteuningsbehoeften samen met jongeren, ouders en
opvoedprofessionals (in plaats van over hun hoofden heen)
Snel en nabij bieden van passende ondersteuning (in plaats van slagboomdiagnostiek en
indicatiestelling)
Integrale ondersteuning in/door (speciaal) onderwijs en hulpverlening in één arrangement
(in plaats van specialistische hulp voor geïsoleerde problemen)
Ondersteuningsbehoefte van kind/ouders zijn leidend (in plaats van hulpaanbod en
instellingsbelangen)
Deze overeenkomsten en benadering passen naadloos in de algemene Lelystadse uitgangspunten en
ontwikkelopgaven van de reeds vastgestelde ‘Visie op hoofdlijnen decentralisaties AWBZ en
Jeugdzorg’. Daarom zullen bovengenoemde acht overeenkomsten worden gehanteerd als criteria bij
de verdere uitwerking van de samenhang tussen passend onderwijs en jeugdzorg.
8.3
Samenwerking met jeugdhulp
Regio Dronten
De komende jaren zal er veel veranderen en zullen we ons opstellen als een lerende organisatie.
Gemeente en onderwijs hebben de afspraak gemaakt hierin samen op te trekken. Er wordt gebruik
gemaakt van bestaande overlegstructuren zoals studiedagen voor Intern Begeleiders en directeuren
en de beleidsgroep van directeuren.
De samenwerking met jeugdhulp en onderwijs zal in de komende jaren verder uitgewerkt worden,
zowel in het voorschoolse, PO en VO. Dit is zichtbaar gemaakt in een stroomschema( bijlage). Om
samen op te trekken in het vormgeven van passende ondersteuning voor ieder kind is de term
“begeleidingsteam” inmiddels vervangen door “ondersteuningsteam”. Het ondersteuningsteam op
de school bestaat uit professionals uit het onderwijs en de jeugdhulpverlening. In aansluiting op het
stroomschema zal ook het HGW werken en de 1 zorgroute ingevoegd worden.
In het PO en VO zullen de zorgteams / ZAT’s omgebogen worden naar begeleidingsteams die direct
toe kunnen leiden naar laagdrempelige arrangementen zonder en met tussenkomst van een
(onderwijs)loket. In de begeleidingsteams worden scholen geholpen om de basisondersteuning vorm
te geven met behulp van eenvoudige kortdurende didactische en pedagogische arrangementen en
arrangementen voor thuis. In de begeleidingsteams zullen school en thuis optimaal samen werken,
daarbij wordt de ouder als gelijkwaardige ervaringsdeskundige gezien.
In rond de tafels zullen de multi-complexe kinderen en gezinnen besproken worden en zal er een
beroep gedaan kunnen worden van een hulpteam van de jeugdhulp voor de vrijwillige en gedwongen
hulp. In 2014 zullen er op de scholeneilanden pilots uitgewerkt worden. In 2013-2014 is er een pilot
Biddinghuizen variant: Sterk in de klas gestart voor de PO scholen en kinderopvang Dronten. Er is
gekozen voor een gecombineerd aanbod voorschools, basisonderwijs, BSO en het gezin. Dit alles in
samenwerking met het reeds aanwezige aanbod en ondersteuning vanuit het
Samenwerkingsverband en de hulpverlening. Gekozen is voor Biddinghuizen, omdat uit de
schoolonderwijsprofielen bleek dat daar veel moeilijke thuissituaties zijn.
52
Deze pilot loopt een jaar, 2x20 uur per week en zal dan geëvalueerd worden. Het gaat hier om een
lichte vorm van ondersteuning. Voor verder informatie verwijzen we naar de notitie jeugdhulp,
“Handen uit de mouwen”.
Regio Lelystad
In Lelystad worden de Jeugd- & Gezinsteams gezien als spil voor het bieden en arrangeren van
passende ondersteuning.
Soms verloopt de ontwikkeling van een kind niet als verwacht en kan de omgeving van het kind
(familie, buurt, school en andere basisvoorzieningen) niet voldoende steun bieden of bijdragen aan
een oplossing. Met het nieuwe jeugdstelsel willen we dat waar hulp nodig is, deze integraal wordt
geboden (één gezin, één plan, één regisseur), dicht bij het gezin georganiseerd.
Waar de eerdere schotten tussen verantwoordelijkheden c.q. financieringsstromen een onnatuurlijke
scheiding brachten tussen de vormen van ondersteuning met een verschillende intensiteit of
zwaarte, is het nu zaak deze op elkaar te laten aansluiten. Zoals eerder benoemd is daarvoor een
andere denk- en handelwijze gevraagd van organisaties en professionals (die de regie bij het gezin
laat, geen problemen overneemt maar begeleidt bij het zoeken naar een oplossing en de eigen
kracht). In deze benadering staat het versterken van de zelfredzaamheid centraal, daarbij wordt
gewerkt op basis van het ‘Wraparound care’ model.
De eigen kracht van het gezin is het uitgangspunt en de ondersteuning is afgestemd op de behoefte
van de jeugdige en het gezin. Een plan wordt niet voor, maar samen met het gezin en het persoonlijk
netwerk opgesteld en met elkaar wordt gewerkt aan het behalen van concrete doelen. Wanneer
verschillende professionals betrokken zijn, werken zij vanuit dezelfde geïntegreerde aanpak. De
langgerekte ketenbenadering wordt omgevormd tot een cirkel rond kinderen, jongeren en
opvoeders, met een cruciale rol voor Jeugd-& Gezinsteams. De Jeugd-& Gezinsteams vormen het
schakelpunt waar signalen van complexere problematiek leiden tot een deskundige analyse van de
ondersteuningsbehoefte en het bieden van passende zorg dicht bij het gezin. Tevens moet het op- en
afschalen van zorg hier geregeld worden. Professionals uit diverse organisaties, met verschillende
deskundigheden, vormen met elkaar een multidisciplinair team dat bovenstaande taken uitvoert.
Met deze Jeugd-& Gezinsteams wordt het mogelijk om de ondersteuning op maat te arrangeren,
licht of zwaar, kort of lang. De Jeugd-& Gezinsteams zijn de spil van het nieuwe Lelystadse
jeugdstelsel. Het is een geheel nieuwe vorm van het organiseren van de ondersteuning. De Jeugd-&
Gezinsteams vervullen een cruciale rol bij het verhogen van de kwaliteit van de ondersteuning én de
vermindering van het gebruik van (dure) specialistische voorzieningen. Met de jeugdzorginstellingen
en de partners van het CJG hebben wij de gedachte rondom de vorming van Jeugd-& Gezinsteams
verkend en draagvlak gevonden voor een verdere uitwerking. Hierbij wordt een gebiedsgerichte inzet
van de Jeugd-& Gezinsteams als meest gewenste gezien. Een verdeling analoog aan de sociale
wijkteams lijkt hierin logisch, daarbij wordt ook de werkrelatie aangehaald met de professionals op
de basisscholen. Maar ook een team rond de scholen voor voortgezet onderwijs is een optie.
Voor het SBO en SO is er de mogelijkheid – afhankelijk van het adres van de leerling – in een Jeugd- &
Gezinsteam te participeren.
53
Met het oog op een evenwichtige verdeling van de expertise en capaciteit en een optimale omvang
van de Jeugd-& Gezinsteams worden de varianten één of meerdere teams nader uitgewerkt. Vanuit
het onderwijs (de basisvoorziening, de CJG-consulent de spin in het web en wordt in de lijn van de
niveaus van ondersteuning op maat afgestemd met het jeugd- en gezinsteam wanneer nodig.
Het toepassen van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur is een plan van aanpak en de basis voor het gezinsvolgsysteem. Het moet, bij adequate toepassing, het mogelijk maken de ontwikkelingen van de
gezinssituatie en bereikte resultaten of veranderende ondersteuningsbehoefte te volgen om
maatwerk te kunnen leveren: de zorg die daadwerkelijk past bij de situatie van kind en gezin. Het
Jeugd-&Gezinsteam vormt het schakelpunt met het preventief domein en met de (zeer)
specialistische zorg. Signalen uit het preventief domein (basisvoorzieningen) worden opgepakt en de
ondersteuningsbehoefte van het gezin wordt vastgesteld.
8.4
leerlingenvervoer in relatie tot passend onderwijs
Regio Dronten
De afgelopen jaren is er met betrekking tot het leerlingenvervoer een praktijk ontstaan waarbij de
verantwoordelijkheid voor de schoolgang van kinderen steeds meer bij de gemeente is komen te
liggen. Leerlingenvervoer wordt door ouders en scholen geassocieerd met het door de gemeente
georganiseerde en bekostigde vervoer in taxi’s en busjes. De komende periode wil de gemeente deze
praktijk doorbreken en de visie uitdragen dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de
schoolgang van kinderen. De taak van de gemeente is ouders onder bepaalde voorwaarden hierbij
(financieel) te ondersteunen in het geval ouders het echt niet zelf kunnen organiseren. Dit is ook
zoals het in de wet oorspronkelijk bedoeld is.
Van belang is dat eigen kracht, zelfredzaamheid en individuele ontwikkeling van kinderen voorop
staan. Belangrijk motto hierbij is: “Openbaar vervoer waar het kan, aangepast vervoer waar het
moet”. Om dit te ondersteunen heeft MEE IJsseloevers in opdracht van de gemeente het project
“MEE op Weg” gestart. Met dit project worden kinderen begeleid om de overstap te maken van het
aangepast vervoer naar het openbaar vervoer.
Ouders zullen een strakkere hantering van de verordening, waarbij ouders wordt gewezen op hun
verantwoordelijkheid, snel zien als het afnemen van bestaande rechten. Zoals iedere verandering zal
ook deze wijziging in de uitvoering van het beleid op de nodige weerstand stuiten. Een goede
communicatie over deze visie met ouders en leerlingen is hierbij van essentieel belang. Dit kan
worden versterkt als ouders en leerlingen van zowel de gemeente als de scholen hetzelfde verhaal
horen. Daarom verwacht de gemeente van het onderwijs dat zij de gemeentelijke visie
onderschrijven en uitdragen naar ouders en leerlingen.
De gemeente en het onderwijs zullen de komende periode nauw contact over het leerlingenvervoer
met elkaar onderhouden en waar nodig specifieke afspraken maken. Afspraken over
leerlingenvervoer worden verder uitgewerkt. Er is geen sprake meer van recht maar meer van
ondersteuning opmaat. Er wordt in alle gevallen op zoeken naar thuisnabij onderwijs. Hierbij ook
wordt eigen kracht optimaal benut. De gemeente is een vangnet, wanneer het echt niet meer anders
kan.
54
Regio Lelystad
In juli 2013 heeft het college van de gemeente Lelystad de volgende beleidsregels vast gesteld voor
het leerlingenvervoer:


Als de afstand van huis naar de dichtstbijzijnde school tussen de 6 en 9 kilometer ligt zal er
een fietsvergoeding worden toegekend. Kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 9 jaar krijgen
een fietsvergoeding met begeleiding. Kinderen ouder dan 9 jaar worden geacht zelfstandig te
kunnen fietsen en krijgen alleen voor zichzelf een fietsvergoeding.
Als de afstand meer dan 9 kilometer is, bestaat er recht op een openbaar vervoervergoeding.
Kinderen tussen de 4 en 9 krijgen een openbaar vervoervergoeding met begeleiding.
Kinderen vanaf 9 jaar worden geacht zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. Hierbij
geldt dat de dichtstbijzijnde bushalte op maximaal 2 kilometer van het huis moet liggen. De
school moet zich binnen maximaal 500 meter bevinden van de aankomst- en vertrekhalte
van het openbaar vervoer. Een enkele reis met het openbaar vervoer mag maximaal
anderhalf uur duren. Als de reistijd langer is en deze met aangepast vervoer minstens kan
worden gehalveerd, dan bestaat er in de regel recht op aangepast vervoer.
Aanvullend zijn met WSNSLelystad/onderwijsloket afspraken gemaakt over aanvragen voor
leerlingvervoer hoogbegaafden.
Het effect van het vaststellen van de beleidsregels is dat er een groot beroep is gedaan op de
eigenkracht en verantwoordelijkheid omdat veel kinderen nu buiten de verordening vallen.
8.5
Onderwijshuisvesting in relatie tot passend onderwijs
Regio Dronten
De gemeente heeft middelen gereserveerd om waar nodig aanpassingen te realiseren in de
huisvesting voor het passend onderwijs. Leegstand in de scholen op de scholeneilanden kan benut
worden bij specifieke ondersteuning voor kinderen en hun ouders, waarbij het ook mogelijk zal zijn
dit integraal vorm te geven. De middelen kunnen ingezet worden voor bijvoorbeeld aanpassingen
aan klaslokalen of schoolgebouwen. Scholen kunnen nog tot en met 2014 aanspraak maken op deze
middelen. Plannen moeten op korte termijn uitgewerkt worden.
Regio Lelystad
In de prognose is een daling van het aantal kinderen waarneembaar met het effect van Passend
onderwijs en de verevening maakt een herbezinning voor de huisvesting van het primair onderwijs.
De vragen die daarbij kunnen worden meegenomen zijn: welke ruimte hebben reguliere scholen
nodig om kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften onderwijs te geven en welke ruimte kan
worden herschikt in de huisvesting van het speciaal (basis) onderwijs.
55
8.6
Leerplicht in relatie tot passend onderwijs
Het recht op onderwijs is in ons land opgenomen in een speciale wet; de Leerplichtwet.
Deze wet is er op gericht te waarborgen dat alle jongeren aan onderwijs deelnemen; het recht op
onderwijs wordt gewaarborgd door de verplichting aan de ouders om hun kinderen bij een school in
te schrijven en geregeld de school te bezoeken.
De school schrijft de leerlingen in en ziet er op toe dat zij het onderwijs volgen. Naast de kerntaak,
het verzorgen van onderwijs, heeft de school als taken het signaleren van (mogelijke) problemen van
leerlingen, het registreren van verzuim, het opvangen en begeleiden van leerlingen bij (dreigende )
verstoring van een normale schoolloopbaan en het beoordelen van aanvragen voor vrijstelling in
overleg met leerplicht. . Alle leerling mutaties worden binnen zeven dagen gemeld aan de
leerplichtambtenaar. De gemeente ziet er op toe dat alle kinderen, die in de bevolkingsadministratie
zijn opgenomen, ook daadwerkelijk en voortdurend ingeschreven staan bij een school of instelling of
hiervan zijn vrijgesteld.
Regio Dronten
Schoolverzuim leidt, vooral op oudere leeftijd, veelal tot voortijdig schoolverlaten.
Schoolverzuim is een voorbode voor het vroegtijdig schoolverlaten. De gemeente zet daarom in op
een lik op stuk beleid en is daarbij afhankelijk van de zestien uurs meldingen van scholen. Op een
groot aantal scholen is inmiddels een preventief spreekuur ingericht om de ouders van kinderen
tussen de 10 en 16 uurs verzuim een eerste waarschuwing te geven. Blijft verzuim aanhouden dan
volgt een waarschuwingsgesprek op het stadhuis.
Hierbij wordt niet ingezet op alleen het ongeoorloofde verzuim maar samen met de CJG consulent
wordt ingezet op het geoorloofde verzuim.
Verder melden scholen het schoolverzuim jaarlijks aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen en aan de leerplichtambtenaar. In Dronten is bij een aantal scholen in hun
ondersteuningsteams de leerplichtambtenaar standaard aanwezig. Dit is een eigen keuze van de
school.
Voor de monitoring van thuiszitters gebruiken we in de rapportages en in het overleg drie definities
van:
1. Absoluut verzuim = niet ingeschreven op een school
2. Thuiszitters= wel ingeschreven op een school maar langer dan vier weken niet op school geweest
3. Vrijstellingen = wel leerplichtig maar vrij gesteld van schoolplicht
Er worden binnenkort afspraken gemaakt voor een verzuimprotocol.
56
Regio Lelystad
Schoolverzuim is een voorbode voor het vroegtijdig schoolverlaten. De gemeente zet daarom in op
een lik op stuk beleid en is daarbij afhankelijk van de zestien uurs meldingen van scholen. Op een
groot aantal scholen is inmiddels een preventief spreekuur ingericht om de ouders van kinderen
tussen de 10 en 16 uurs verzuim een eerste waarschuwing te geven
Hierbij wordt niet ingezet op alleen het ongeoorloofde verzuim maar samen met de CJG consulent
wordt ingezet op het geoorloofde verzuim.
Inmiddels is in een protocol met het primair onderwijs (Protocol leerplicht gepland ter vaststelling
gepland op 6 maart) de wettelijke en de lokale afspraken vastgelegd om ervoor zorg te dragen dat de
administratieve handelingen en de actie duidelijk zijn voor alle betrokkenen.
Voor de monitoring van thuiszitters gebruiken we in de rapportages en in het overleg drie definities
voor:
Absoluut verzuim = niet ingeschreven op een school
Thuiszitters= wel ingeschreven op een school maar langer dan vier weken niet op school geweest
Vrijstelling = wel leerplichtig maar vrij gesteld van schoolplicht
Lelystad heeft forse stappen gezet de afgelopen jaren in het terugdringen van het aantal
schoolverlaters in het voorgezet en middelbaar beroepsonderwijs (schoolverlaters 12+) door de
samenwerking te versterken met het primair onderwijs wordt preventief gewerkt, de doelgroep 4
jarigen is daarbij nog een aandachtspunt. Gezien de ambitie in het VSV convenant moeten nog
behoorlijke slagen gemaakt worden richting landelijke gemiddelde.
57
9.
Kwaliteitsontwikkeling
In dit hoofdstuk wordt verwoord op welke wijze het Samenwerkingsverband de ontwikkeling van de
kwaliteitszorg vorm zal geven en welke resultaten worden gezien als succesfactoren. Resultaten of
prestatie-indicatoren hangen gedeeltelijk samen met de intenties van de wet (zoals bijvoorbeeld
afname van aantal thuiszitters en afname van bureaucratische processen) en gedeeltelijk met de
speerpunten van het eigen beleid (bijvoorbeeld de middelen die beschikbaar zijn voor primaire
processen in de basisondersteuning of de afname van verwijzingen).
9.1
Monitoring en evaluatie
Kwaliteitsaspect 1 – Resultaten
Het Samenwerkingsverband voert de aan hem opgedragen taken uit en
realiseert een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen
binnen en tussen de scholen, zodanig dat alle kinderen die extra
ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het
onderwijs krijgen.
Bewijsgegevens
Frequentie
van
verzamelen
1.1 Het Samenwerkingsverband realiseert passende
ondersteuningsvoorzieningen voor alle kinderen die extra
ondersteuning nodig hebben. Het Samenwerkingsverband doet
aantoonbaar al het mogelijke om voor kinderen die extra ondersteuning
nodig hebben passende ondersteuningsvoorzieningen te organiseren. Dit
leidt er toe dat geen kinderen van passende ondersteuning verstoken
blijven, verwijtbaar aan het Samenwerkingsverband. Het
Samenwerkingsverband kan verantwoorden dat het zijn bevoegdheden
en invloed heeft aangewend om deze ondersteuningsvoorzieningen in
en/of tussen de scholen te realiseren.
Leerlinggevens
in het
Samenwerkingsverband,
inclusief
toegewezen
arrangementen
en de effecten
Per
kwartaal en
jaarlijks
1.2 Het Samenwerkingsverband realiseert de toewijzing van de extra
ondersteuning en de plaatsing van het kind tijdig en effectief.
Toewijzing en plaatsing zijn aan termijnen gebonden. Het
Samenwerkingsverband kan voor ieder kind voor wie extra ondersteuning
is aangevraagd, desgevraagd aantonen dat -wanneer van toepassing -ten
minste de wettelijk voorgeschreven termijnen gehaald zijn en dat het
kind geplaatst is in een bij zijn ondersteuningsbehoefte passend
arrangement in of buiten het regulier onderwijs.
In de periode augustus 2014 t/m juli 2016 her indiceert het
Samenwerkingsverband de zittende SO-/vso-kinderen.
Termijnen van
het toewijzen
van extra
ondersteuning /
TLV
Per
kwartaal en
jaarlijks
Monitor van de
resultaten van
de extra
ondersteuning
en plaatsing in
het SBO / SO.
58
1.3 Het Samenwerkingsverband zet zijn middelen doelmatig in.
Het Samenwerkingsverband werkt met een meerjarenbegroting waarin
het beleid uit het ondersteuningsplan duidelijk herkenbaar is vertaald in
gekwantificeerde doelstellingen. De meerjarenbegroting op zijn beurt is
vertaald in een gedetailleerde begroting op jaarbasis. Minstens een keer
per jaar toetst het Samenwerkingsverband de realisatiecijfers aan de
begroting, analyseert de verschillen en past zo nodig de
meerjarenbegroting en/of de jaarbegroting aan.
Meerjaren
begroting
Jaarverslag
Jaarbegroting
jaarlijks
1.4 Het Samenwerkingsverband realiseert de beoogde kwalitatieve en
kwantitatieve resultaten die het voor kinderen met extra
ondersteuningsbehoeften heeft opgesteld. Het Samenwerkingsverband
toont aan dat het de geplande kwalitatieve en kwantitatieve resultaten
(incl. bekostigingsaspecten) behaalt.
Evaluaties van
geboden
ondersteuning
Per
kwartaal en
jaarlijks
1.5 Binnen het Samenwerkingsverband is geen schoolverzuim door
kinderen die (mogelijk) extra ondersteuning nodig hebben. Het
Samenwerkingsverband bevordert in voldoende mate dat alle
leerplichtige of kwalificatie plichtige kinderen die mogelijk extra
ondersteuning nodig hebben, ingeschreven staan bij een school en
daadwerkelijk onderwijs volgen. Het Samenwerkingsverband toont aan
dat het alsnog bestaande schoolverzuim door deze kinderen buiten zijn
invloedsfeer ligt en niet voorzienbaar was. Dit kan aan de hand van
kengetallen, analyses en planningen van activiteiten om schoolverzuim te
voorkomen. Het Samenwerkingsverband kan bovendien aantonen dat
het ten behoeve van het bereiken van dit doel functionele contacten
onderhoudt met relevante ketenpartners (leerplicht, jeugdzorg, politie,
PCL, RMC, et cetera).
Schoolverzuim
van kinderen
met extra
ondersteuning
Thuiszitters
Per
kwartaal en
jaarlijks
1.6 Het Samenwerkingsverband stemt goed af met jeugdzorg en WMOzorg.
Het Samenwerkingsverband toont aan dat mede door zijn inspanningen
de afstemming met zorgaanbieders in de regio leidt tot een
geïntegreerde aanpak van zorg en onderwijs, met als doel de verbetering
van het onderwijsaanbod. Het Samenwerkingsverband heeft een actueel
beeld van de zorgvoorzieningen/aanbieders in de regio en heeft zicht op
het zorgaanbod en de tekortkomingen in het zorgaanbod in de regio. Het
Samenwerkingsverband maakt hiertoe – onder meer in het op
overeenstemming gericht overleg - werkbare afspraken met de
gemeenten7 over de afstemming met jeugdzorgaanbieders,
jeugdgezondheidszorg en WMO-zorg gericht op jeugdigen
Overzicht van de Per
gevoerde
kwartaal en
overlegjaarlijks
momenten en de
behaalde
doelstellingen in
dit overleg
59
Kwaliteitsaspect 2 - Management en organisatie
Het Samenwerkingsverband weet zijn missie en doelstellingen binnen
het kader van de Wet passend onderwijs te realiseren door een
slagvaardige aansturing en effectieve interne communicatie en een
doelmatige, inzichtelijke organisatie.
Bewijsgegevens
Frequentie
van
verzamelen
2.1 Het Samenwerkingsverband heeft een missie bepaald, waaruit
consequenties zijn getrokken voor de inrichting van de organisatie en
de te bereiken doelstellingen (visie). Het Samenwerkingsverband heeft
zijn missie en visie geformuleerd. De missie is uitgewerkt in een
strategisch beleid en bevat een karakteristiek van het
Samenwerkingsverband, een visie op de toekomst en daarop
aansluitende strategische doelen. Missie en visie zijn gekoppeld aan de
wetgeving; doelen en beoogde resultaten zijn eenduidig vastgelegd. Het
besturingsmodel van het Samenwerkingsverband past bij de missie en de
beleidsvoornemens. Er is een kader vastgesteld waarbinnen de
organisatie haar taken uitvoert en waarmee zij aangeeft hoe de
activiteiten die daarbij horen, passen binnen het grotere geheel.
Ondersteunings- Per
plan met
kwartaal en
Jaarplan en
jaarlijks
Jaarverslag,
Evaluatie
inhoudelijk
activiteitenplan
2.2 Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de deelnemers
aan het Samenwerkingsverband en van degenen die voor het
Samenwerkingsverband taken (al dan niet in mandaat) uitvoeren, zijn
helder vastgelegd. Het Samenwerkingsverband heeft een
organisatieschema waaruit eenduidig blijkt waarop elk orgaan formeel
aanspreekbaar is. De taken en de operationele bevoegdheden van de
verschillende organen binnen het Samenwerkingsverband zijn eenduidig
belegd, vastgesteld en bekendgemaakt.
Ondersteunings- Per
plan met
kwartaal en
Jaarplan en
jaarlijks
Jaarverslag,
Evaluatie
inhoudelijk
activiteitenplan
2.3 Het Samenwerkingsverband heeft een doelmatige overlegstructuur.
Het Samenwerkingsverband kan aantonen dat het georganiseerd overleg
binnen de organen van het Samenwerkingsverband voldoende gericht is
op realisatie van het beleid en op de samenhang tussen de taken van het
Samenwerkingsverband. Het functioneel overleg richt zich zowel op de
inhoud als op de planning, uitvoering en evaluatie van taken. Het
Samenwerkingsverband heeft een procedure vastgesteld met de
gemeente(n) die in het Samenwerkingsverband liggen om te komen tot
een op overeenstemming gericht overleg.
Uitgevoerd
overleg met
doelstellingen
(intern en
extern)
Per
kwartaal en
jaarlijks
2.4 Het Samenwerkingsverband heeft eenduidige procedures en
termijnen voor het plaatsen van kinderen die extra ondersteuning nodig
hebben en het toewijzen van extra ondersteuning. Er is een
toewijzingsprotocol vastgesteld. Dit protocol bevat tenminste de criteria
voor toewijzing van middelen voor extra ondersteuning, de inhoudelijke
plaatsingscriteria voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben,
de termijnen voor de toelaatbaarheidsbepaling en termijnen voor de
stappen in de plaatsingsprocedure. Voor de periode augustus 2014 t/m
juli 2016 heeft het Samenwerkingsverband een procedure vastgesteld
voor de herindicatie van zittende SO-/vso-kinderen.
Protocol
toewijzing en
naleving van de
termijnen
Per
kwartaal en
jaarlijks
60
2.5 Het Samenwerkingsverband voert een actief voorlichtingsbeleid
over taken en functies van het Samenwerkingsverband. Het
Samenwerkingsverband profileert zich in de regio actief als
dienstverlener voor passend onderwijs. Daartoe beschikt het in elk geval
over adequate informatievoorzieningen ten behoeve van
belanghebbenden bij het Samenwerkingsverband en overige
voorzieningen zoals cluster 1 en cluster 2, over voorzieningen in de sfeer
van de jeugdhulpverlening en over de overstapmogelijkheden naar
vervolgvoorzieningen. Waar dit waarderingskader spreekt over
belanghebbenden behoren daartoe tenminste: ouders, deelnemende
schoolbesturen, medezeggenschapsorganen, leraren, gemeente(n),
jeugdzorg-instellingen.
Uitgevoerde
voorlichting
volgens
vastgesteld
beleid
Per
kwartaal en
jaarlijks
2.6 Het Samenwerkingsverband heeft het interne toezicht op het
Jaarverslag en
Jaarlijks
bestuur georganiseerd, vastgesteld waarop dit toezicht betrekking heeft evaluatie van het
en zorggedragen voor middelen om dit toezicht te kunnen uitoefenen.
bestuur
Het interne toezicht is onafhankelijk van het bestuur van het
Samenwerkingsverband en wordt op systematische en planmatige wijze
uitgevoerd. Het interne toezichtsorgaan beschikt over voldoende
middelen om taken, bevoegdheden te kunnen uitvoeren en zijn
verantwoordelijkheid te nemen en beschikt over een toezichtkader. Het
interne toezicht rapporteert jaarlijks schriftelijk over zijn bevindingen,
conclusies en beleidsaanbevelingen.
61
Kwaliteitsaspect 3 - Kwaliteitszorg
Bewijsgegevens
Het Samenwerkingsverband heeft zorg voor kwaliteit door
systematische zelfevaluatie, planmatige kwaliteitsverbetering, jaarlijkse
verantwoording van gerealiseerde kwaliteit en borging van
gerealiseerde verbeteringen.
3.1 Het Samenwerkingsverband plant en normeert zijn resultaten in een
vierjarencyclus.
Het Samenwerkingsverband vertaalt tenminste eens per vier jaar de
beleidsdoelstellingen naar kwalitatieve en kwantitatieve resultaten (incl.
bekostigingsaspecten). Onderdeel daarvan is het in overleg met
belanghebbenden vaststellen van acceptabele normen voor die
resultaten.
Ondersteunings- Jaarlijks
plan, Jaarverslag,
Jaarplan,
Evaluatie
inhoudelijk
activiteitenplan
3.2 Het Samenwerkingsverband voert zelfevaluaties uit.
Zelfevaluatie en
Intern:
tevredenheidsTen behoeve van de evaluatie van het gevoerde beleid verzamelt het
onderzoeken
Samenwerkingsverband jaarlijks, aan de hand van vastgestelde
procedures en instrumenten, tenminste gegevens over de toewijzing van
de extra ondersteuning die kinderen nodig hebben en de plaatsing van
deze kinderen. De ondersteuningsprofielen van de deelnemende scholen
aan het Samenwerkingsverband zijn beschikbaar. Het
Samenwerkingsverband toetst de verzamelde informatie aan de
vastgestelde doelen en normen en trekt daaruit conclusies voor de
kwaliteitsverbetering op korte en langere termijn.
Extern:
Het Samenwerkingsverband stelt zich jaarlijks op systematische wijze op
de hoogte van de ervaringen van de belanghebbenden met de
gerealiseerde dienstverlening, toetst deze aan de vastgestelde doelen en
trekt daaruit conclusies voor de kwaliteitsverbetering op korte en langere
termijn.
3.3 Het Samenwerkingsverband werkt planmatig aan
kwaliteitsverbetering.
Op basis van de conclusies uit de zelfevaluatie werkt het
Samenwerkingsverband jaarlijks beargumenteerd, doelgericht en aan de
hand van een plan aan verbeteractiviteiten.
Frequentie
van
verzamelen
1 keer per
twee jaar
Ondersteunings- Jaarlijks
plan, Jaarverslag,
Jaarplan,
Evaluatie
inhoudelijk
activiteitenplan
Nadere uitwerking en inrichting van de monitoring en evaluatie vindt plaats in het activiteitenplan
2014-2015.
9.2
Planning- & control cyclus
Per kwartaal zal de directie een rapportage over bovenstaande punten overleggen aan het bestuur.
Daarnaast zal jaarlijks een jaarverslag op bovenstaande punten en op de doelstellingen uit het
jaarplan worden opgesteld.
Bij het aflopen van het Ondersteuningsplan zal een evaluatie worden opgesteld.
62
9.3
Verantwoording
Verantwoording van beleid, resultaten en de verantwoording van middelen wordt uitgevoerd in een
jaarverslag en jaarrekening. Daarnaast zal een uitgebreidere interne verantwoording naar de
deelnemende schoolbesturen en verantwoording naar een lijst van stakeholders (waaronder de
gemeenten) plaatsvinden op basis van de bovengenoemde documenten.
In de verantwoording worden de volgende vragen meegenomen:
Eigenlijk zijn er 3 belangrijke vragen die met name de 1e twee jaar voorop dienen te staan
1. Zit de leerling op de juiste plek
2. Komt de euro op de juiste plek
3. Is de routing op orde
Uitwerking van de 3 vragen:
Ad 1.
Het ontwikkelingsperspectief kan beschouwd worden als een contract tussen ouders en school. Dat
impliceert dat als er een OPP is je mag veronderstellen dat de leerling dan op de juiste plek zit. Indien
er met het OPP wordt gestopt is extra ondersteuning klaarblijkelijk niet meer nodig. De 3e
mogelijkheid is dat de leerling naar een andere school gaat en daar een betere plek heeft.
Monitor: Op 1 november wordt aan alle besturen gevraagd een overzicht per school op te leveren
van het aantal OPP’s.
In het tweede jaar kan dezelfde inventarisatie worden gepleegd met achter de gegevens van
november 2014 de aanduiding OPP loopt nog, OPP gestopt, leerling op ander school.
Daarnaast kan er jaarlijks bij de leerplichtambtenaren het aantal thuiszitters en absoluut verzuim
worden opgevraagd.
Tot slot is er de input van de inspectie vanuit het toetsingskader.
Ad 2.
Ieder bestuur wordt gevraagd een korte notitie op te stellen waarin wordt aangegeven hoe de
middelen worden besteed. Deze notitie wordt voorgelegd aan de (G)MR. De (G)MR geeft aan op een
format van het SWV of men kan instemmen met dat plan.
Aan het eind van het jaar ontvangt het SWV de tekst uit het jaarverslag dat betrekking heeft op de
gepleegde inzet van de middelen.
63
Ad 3.
Het gaat hierbij om 2 belangrijke gegevens:
I.
Als er leerlingen worden aangemeld of vastlopen gedurende de schoolloopbaan kan
een school dan snel een oplossing aanbieden.
Middel 1: inventarisatie per school met simpele vraag aan het eind van het schooljaar – Zijn er
leerlingen geweest waarvoor u zorgplicht bent die u niet passend en tijdig hebt kunnen plaatsen?
Middel 2: rapportage van het MT (kwartaalrapportage)
II.
Wordt de oplossing gevonden binnen de 6 weken termijn van de zorgplicht.
Het SWV hanteert verder 2 instrumenten voor de inhoudelijke verantwoording:
1. Een jaarlijks ZEK (Zelf Evaluatie Kader).
Bij de rapportage aan het bestuur wordt er tevens een advies gegeven of er bijstellingen
nodig zijn in het basisprofiel van het samenwerkingsverband.
2. Verder zal het MT verslag doen van de inspectierapportages over de zorg en begeleiding op
de scholen van de aangesloten besturen en dit rapporteren aan het bestuur.
64
Personeel
10.
Voor wat betreft de personeelskosten van het Samenwerkingsverband vallen, tenminste in de
periode 2014 t/m juli 2016, alle personeelsleden die worden bekostigd uit de WSNS middelen en de
REC cluster 3 en 4 middelen onder het centrale budget van het SWV (centraal expertise knooppunt;
bundeling, borging en versterking van de reeds aanwezige en nog te ontwikkelen expertise binnen de
kaders van het OP). Er is in de genoemde periode een werkgelegenheidsgarantie voor het
betreffende personeel. Het Tripartiete akkoord wordt verder uitgewerkt in deze periode. Vanaf 1
augustus 2016 is er verantwoord personeelsbeleid binnen het SWV waarin de benodigde en
gewenste expertise wordt verbonden aan professionals.
Inleiding
In het ondersteuningsplan (OP) is opgenomen dat de komende 2 jaar een traject wordt gelopen
waarin de AB’ers (ambulant begeleiders)aan de beide werkeenheden Dronten en Lelystad worden
gekoppeld, zodat er helderheid komt over de match tussen de nodige en gewenste expertise,
uitbreiding en borging én de kwaliteiten van de AB’er.
Naast deze inhoudelijke aanpak is er ook een rechtspositionele kwestie.
Dit betreft allereerst het onderzoek of en hoe de werkgelegenheid van het huidige REC en AB
personeel in stand kan blijven: van werk naar (ander) werk.
Bij dit alles speelt het zgn. tripartiete akkoord tussen brancheorganisaties, centrales en OCW
(inmiddels ook bekrachtig in een Algemene Maatregel van Bestuur - februari 2014 – nr. 95).
Tripartiete akkoord.
De tripartiete overeenkomst is een principeakkoord van het ministerie van OCW, vakcentrales en
sectorraden. Het doel van de overeenkomst is zoveel mogelijk expertise te behouden voor het
onderwijs. Uitgangspunten zijn:













huidige samenwerkingsverbanden (SWV’en) worden opgeheven;
er vindt een verschuiving plaats van de middelen van het (V)SO naar de nieuwe
samenwerkingsverbanden;
hierdoor dreigt verlies van werkgelegenheid voor aantal groepen personeel:
ambulant begeleiders in dienst van (V)SO cluster 3 en 4
personeel in dienst van regionale expertisecentra (REC’s)
personeel in dienst van de huidige samenwerkingsverbanden of centrale diensten
personeel dat wordt gefinancieerd uit lgf-middelen in het reguliere onderwijs
personeel dat mogelijk zijn baan verliest a.g.v. de verevening
betrokken schoolbesturen in het SWV krijgen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om
verlies van expertise en werkgelegenheid te voorkomen, zij dienen in het ondersteuningsplan
vast te leggen hoe ze dit gaan realiseren
betrokken werknemers dienen zich actief in te zetten om aan het werk te blijven,
werkgevers dienen hiervoor de mogelijkheid te bieden
verplicht bijscholen
verplicht passend werk accepteren
65
Oplossingen:
• personeel blijft in dienst van schoolbesturen (V)SO onder voorwaarde dat het reguliere onderwijs
een meerjarige herbestedingsverplichting aangaat met het (V)SO;
• personeel komt/blijft in dienst van het regulier onderwijs;
• een combinatie van bovenstaande drie mogelijkheden.
Stappen in de tripartite overeenkomst
2012-2014
• nulmeting Participatiefonds om omvang te bepalen van personele frictie a.g.v. Passend
Onderwijs;
• welk deel van betrokken personeel kan worden toegedeeld aan verschillende SWV’en;
• elk half jaar verloop betrokken personeel in beeld.
2014-2015
• SWV’en kunnen met (V)SO afspraken maken over directe overname van toegedeelde ambulant
begeleiders (opting out) of over meerjarige herbesteding;
• Opting out is niet verplicht;
• Als SWV kiest voor opting out, moet dat voor 1 mei 2014 gemeld worden bij DUO
o bekostiging van deze medewerkers gaat over naar SWV
o kiest SWV niet voor opting out, dan blijft het geld in principe tot schooljaar 20152016 bij het schoolbestuur.
2015-2016
• De middelen voor ambulante begeleiding gaan naar de SWV’en;
• SWV’en krijgen een éénjarige herbestedingsverplichting voor de omvang van die middelen naar
het (V)SO waar men op 1-10-2013 AB van afnam. Deze verplichting wordt verminderd bij
overname van AB’ers en natuurlijk verloop.
2016-2017
• wanneer er in de twee voorgaande jaren geen volledige afspraken zijn gemaakt over opting out
of de vermindering van de verplichte herbesteding, dan dient ontslag van het resterende
personeel zoveel mogelijk te worden voorkomen en het betrokken personeel van werk naar werk
te worden begeleid (in lijn met het principe ‘mens volgt werk’).
• SWV’en dienen op overeenstemming gericht overleg te voeren met de werkgever van de
betrokken personeelsleden en de vakorganisaties over het resterende betrokken personeel; er
dient DGO gevoerd te worden. Leidt dit niet tot een bevredigende uitkomst, dan kunnen partijen
naar de rechter.
• huidige werkgever is en blijft voor deze mensen personeelsverantwoordelijk
Fasering
Als eerste dienen samenwerkingsverbanden voor 1 juni 2014 te beslissen of zij gebruik willen maken
van de opting out-regeling.
Dit besluit is reeds genomen: het SWV maakt geen gebruik van de opting out regeling.
66
Onze situatie
Door de inhoudelijke aanpak die we kiezen, zoals geformuleerd in het OP, krijgen we goed zicht op
de match tussen gewenste expertise in het PO en de expertise van de AB’ers.
Een 1e aandachtspunt is het REC personeel. Door Eduvier is voor ons SWV uitgerekend voor het PO
om hoeveel formatie het gaat en welke functies die mensen hebben. Deze opgave wordt regelmatig
bijgesteld.
NB
Van de andere REC’s is geen opgave gedaan, wel zijn er uitnodigingen voor gesprekken.
Daarnaast het SO in Lelystad is er ook nog ander AB personeel. In de volgende tabel een overzicht
van OCW op basis van 10-10-13
Naam
Plaats
Gemeente
Dr A Verschoor School
Nunspeet
Nunspeet
NR_BG Naam bevoegd gezag
62129 St. Dokter A. Verschoor-School
CLUSTER 4 LG
5
De Ambelt School V LZK
Deventer
Deventer
96240 Stichting De Ambelt
1
Mytylsch De Trappenberg
Huizen
Huizen
41388 De Kleine Prins, Sticht. S.O.
Utrechtse Buitenschool
Utrecht
Utrecht
41388 De Kleine Prins, Sticht. S.O.
School voor ZMLK De Schakel Kampen
Kampen
86971 Stg. v. PCSO/VSO v. Kampen eo
1
1
De Zevenster
Lelystad
Lelystad
42552 Stg SchOOL
3
3
De Tw ijn/De Driemaster
Zw olle
Zw olle
42623 Stichting OOZ
Eduvierschool De Anger
Almere
Almere
30882 Sticht. Eduvier Onderw ijsgroep
4
114
Cruquius
Haarlemmermeer
LZ
ZMLK
Eindtotaal
5
1
5
3
1
9
1
4
1
2
9
4
4
1
7
87
93
De Waterlelie
LG/ZMLK
87
85775 Stg. Epilepsie Instell. Ned.
1
1
1
93
9
4
5
1
4
115
Met de Kleine Prins is afgesproken dat zij participeren in de aanpak Lelystad en Dronten. Met de
Verschoorschool zal dit ook worden opgenomen. Aangezien het bij de Ambelt en de Schakel om 1
leerling gaat zal met hen worden bezien hoe men zelf tegen de consequenties van het tripartiete
akkoord aankijken.
Per voorjaar 2015 zal vervolgens bij Lelystad en Dronten worden geïnventariseerd welke bijdrage de
AB heeft geleverd dan wel of een vorm van continuering aan de orde kan zijn.
In deze periode zal door ieder bestuur actief worden bezien of er sprake kan zijn van een werk naar
werk situatie. Indien schoolbesturen bijvoorbeeld AB’ers in dienst nemen wordt dit gemeld bij het
SWV, zodat er een overzicht blijft van de tripartiete verplichtingen. Daarnaast zullen de
schoolbesturen van het speciaal onderwijs er zorg voor dragen dat personeel van werk naar ander
werk kan worden geleid.
Vervolgens wordt uiterlijk 1 mei 2015 besloten of en hoe continuering aan de orde is.
Overig personeel
Bij de beide SWV’en in Dronten en Lelystad is personeel gedetacheerd. Formeel valt gedetacheerd
personeel niet onder de werking van het tripartiete akkoord, maar er is afgesproken dat er materieel
wordt gehandeld alsof het betrokken personeel wel onder het tripartiete akkoord valt. De besturen
in beide SWV’en zullen zich inspannen de werkgelegenheid te behouden.
In het kader van de begroting en het ondersteuningsplan is afgesproken dat de komende 2
schooljaren de werkzaamheden van het personeel gehandhaafd kunnen blijven, uiteraard met
inachtneming van de gewijzigde wetgeving: zo is een PCL niet meer aan de orde, maar is er wel een
voortraject in beide SWV’en (zie de notitie over de toelaatbaarheidsverklaring).
67
Voor mei 2015 moet er een personeelsplan komen van de besturen in Lelystad en Dronten waaruit
duidelijk blijkt welk personeel nog werkzaamheden verricht en wat het perspectief is voor het
schooljaar 2015-16. Het activiteitenplan 2015-2016 moet daarom voorzien zijn van een personele
paragraaf.
Indien er sprake is van krimp bij het SBO en SO door het beleid van het SWV zal er een vergelijkbaar
“van werk naar werk” traject worden gehanteerd als bij het tripartiete beleid.
Door het bestuur zal er per kwartaal een overzicht worden opgesteld met de WSNS, SO en SBO
verplichtingen.
68
11.
Financiën
In dit hoofdstuk geeft het Samenwerkingsverband aan hoe zij haar financiën heeft georganiseerd.
NB
Doordat de overheid de afgelopen tijd regelmatig de kengetallen wijzigt zijn de bedragen gehanteerd
zoals opgenomen in de overzichten van OCW van februari 2014. In de meer jaren begroting zijn de
meest actuele gegevens gehanteerd.
Allereerst de kengetallen die relevant zijn voor dit hoofdstuk
11.1
Overzicht kengetallen
1e kolom:
naam schoolbestuur
2e kolom:
Telgegevens gebaseerd op de teldatum 1-10-2013 (overzicht van OCW van februari 2014)
3e kolom:
Achter ieder schoolbestuur is aangegeven welke loonkosten er voor gedetacheerd personeel naar
WSNS Dronten en/of naar WSNS Lelystad worden gemaakt in het komende schooljaar 2014-2015.
Het gaat dus niet om alle bijdragen die naar schoolbesturen gaan, maar om daadwerkelijke uitleenof inhuur situaties.
4e en 5e kolom: Bij de verwezen leerlingen gaat het om het gemiddelde in de periode schooljaar
2009/10 t/m huidige situatie. Bij het SO gaat het alleen om de cluster 3 en 4 leerlingen.
School
bestuur
St. Eduvier
St. Noor
St. KOF-V
St. Monton
St. Maharishi
Accretio
St. Spil
St. School
St. CPO (Codenz)
St. CPO L
St. SSSOD
St. Chr. (V)SO
IJsselgroep
Aantal
Lln.
223
190
2213
105
107
346
1173
4308
1692
1581
90
56
Loonkosten 2014/15
Verwezen
naar SBO
Verwezen
naar SO
0
5
1
0
1
5
13
3
5
0
6
1
0
1
2
22
6
8
1
nvt
nvt
182.240
131.886
31.376
13.024
109.782
148.074
86.628
96.000
In de onderstaande tabel zijn de gegevens opgenomen van de 3 SBO scholen.
In de 1e kolom de naam van de SBO school
In de 2e kolom de naam van het schoolbestuur
In de 3e kolom het aantal leerlingen van het schoolbestuur (bij SKOF en ACCRETIO
onderverdeeld naar Dronten en Lelystad.
69
In de 4e kolom is 2% van het aantal leerlingen genomen. In Lelystad is de 2% berekening
gedeeld door twee, omdat er 2 SBO scholen in Lelystad zijn.
In de 5e kolom is per SBO school het daadwerkelijk aantal leerlingen van het betreffende
bestuur op de SBO school aangegeven.
In de laatste kolom vindt men in positieve of negatieve zin hoeveel leerlingen dat boven of
onder de 2% berekening is.
DRIEMASTER
bestuur
23
34
18
2
Werkelijk op
het SBO
30
25
22
2
Aantal
min/plus
+7
- 9
+4
0
SCHOOL
4308
SCPOLelystad 1581
SKOF
1319
86:2= 43
32:2= 16
26:2=13
20
22
17
+6
+4
SCHOOL
4308
SCPOLelystad 1581
SKOF
1319
NOOR
190
MONTON
105
ACCRETIO
211
86:2= 43
32:2= 16
26:2=13
4
2
4
83
11
11
4
4
1
+ 40
0
+2
-
SPIL
CODENZ
SKOF
ACCRETIO
Aantal
leerlingen
1173
1692
894
135
2%
VOGELVESTE
-
23
WATERGEUS
5
2
3
11.2 Inleiding
Conform de wetgeving passend onderwijs dient het ondersteuningsplan (OP) een
meerjarenbegroting te bevatten (artikel 18a lid 8 onder b.: “de verdeling van de middelen……….mede
bezien in het perspectief van een meerjarenbegroting”).
In dit hoofdstuk van het OP worden de rekenregels die zijn gebruikt om de MJB (= Meer Jaren
Begroting) op te stellen uitgewerkt.
NB
De getallen die worden gebruikt zijn inmiddels achterhaald, het gaat echter om de systematiek.
Voor de meest recente begroting : zie bijlage 8.
Met het administratiekantoor Onderwijs Bureau Meppel is gewerkt aan een MJB die tevens past in
een planning en control cyclus (zie bijlage 8).
11.3 De systematiek
Het SWV ontvangt vanaf 1 augustus 2014 2 soorten budgetten van de Dienst Uitvoering Onderwijs
(DUO). Hoe gaat dat in zijn werk:
70
1.
2.
DUO berekent het aantal leerlingen in het SWV op basis van T-1 (de teldatum (T) is 1
oktober en op grond daarvan volgt de bekostiging een schooljaar later)
Op basis van dit leerlingaantal wordt een normatief ondersteuningsbudget
berekend.13 Dit budget bestaat uit 2 onderdelen:


3.
4.
5.
6.
7.
het eerste deel betreft het huidige WSNS budget (de lichte ondersteuning) en
een 2e deel bestaande uit de meerkosten Speciaal Onderwijs ( SO)14 en het
budget van de Rugzakken regulier onderwijs + (per 1-8-2015) het AB (=
ambulante begeleiding) budget, dit heet de zware ondersteuning (formeel heet
dit het normatieve ondersteuningsbudget). Het budget voor de zware
ondersteuning is vastgesteld op basis van het landelijke ondersteuningsbudget,
gebaseerd op de teldatum 1-10-2011.
Alvorens het ondersteuningsbudget uit te keren aan de rechtspersoon van het
nieuwe SWV Passend onderwijs wordt aan de hand van de BRON gegevens van de
SO scholen (cluster 3 en 4) bekeken welke leerlingen bij welk SWV horen (dit gebeurt
òf aan de hand van de postcode van de ouders òf aan de hand van het BRINnummer
van de verwijzende school). Tevens beziet DUO of een leerling in
bekostigingscategorie 1, 2 of 3 is geplaatst (NB het SWV geeft een verklaring15 waarin
is aangegeven òf een leerling toelaatbaar is voor het SO èn voor welk bedrag: laag,
middel of hoog16 (bekostigingscategorie 1, 2 of 3 ) èn voor welke tijd17 ).
Nadat DUO de kosten van de SO leerlingen die bij het SWV behoren heeft
afgetrokken van het deel zware ondersteuning van het ondersteuningsbudget en
overgedragen aan de SO school/scholen cluster 3 en 4, keert DUO het budget lichte
ondersteuning en het restant van het budget zware ondersteuning uit aan het
bestuur van het SWV.
Indien er onvoldoende budget in het zware ondersteuningsdeel aanwezig is om het
bij het SWV behorende aantal leerlingen in het SO te bekostigen, wordt er gekort op
de lumpsum van de aangesloten schoolbesturen. Het 1e deel (het lichte
ondersteuningsbudget) blijft intact en dient in ieder geval benut te worden om het
aantal SBO leerlingen boven de 2% en eventueel grensverkeer te bekostigen18. De
WSNS systematiek verandert immers niet.
Het SWV dient in het ondersteuningsplan o.a. vast te stellen hoe de besteding van de
middelen plaatsvindt en de wijze waarop daarover verantwoording wordt afgelegd.
het budget zware ondersteuning, het zgn. normatieve ondersteuningsbudget, wordt
in de loop van 5 jaar verevend. Per 1-8-2020 ontvangen alle SWV’en dan hetzelfde
normatieve ondersteuningsbudget van € 325,-. In de periode naar 2020 ontvangt 24-
13
Zie het laatste overzicht van OCW van februari 2014.
Het budget voor het SO bestaat uit 2 onderdelen: het basisbudget (vergelijkbaar met
het bao) en het budget meerkosten (het ondersteuningsbudget), het
ondersteuningsbudget bestaat uit 3 categorieën – zie voetnoot 4.
15
Ook voor het SBO moet het SWV een toelaatbaarheidsverklaring afgeven.
16
Er zijn 3 categorieën: categorie 1 zijn de huidige cluster 4 en zmlk leerlingen (ca. €
8.000,-); categorie 2 de lichamelijk beperkte kinderen (ca. € 14.000,-) en categorie 3 de
meervoudig gehandicapte kinderen. (ca. € 20.000,-)
17
Een verklaring heeft een minimale tijdsduur van 1 schooljaar gerekend vanaf de start
van het schooljaar.
18
Voor het SBO geldt dat DUO de basisbekostiging baseert op het werkelijk aantal
leerlingen en de 2% bekostiging verdeelt over de SBO scholen naar rato van het aantal
leerlingen op de SBO’s.
14
71
03 jaarlijks (bij gelijkblijvende percentages voor SO) een vereveningscorrectie, in het
begin (2015/2016) van ca. 1,9 miljoen, aflopend in 5 schooljaren naar nul.
ontwikkeling ondersteuningsbudget bij gelijkblijvende leerlingen aantallen
schooljaar
correctiepercentage normatieve ondersteuningsbudget correctie bedrag ondersteuningskosten so
2015-2016
100%
€ 3.834.264
-€ 1.922.323
€ 3.425.998
2016-2017
90%
€ 3.834.264
-€ 1.730.091
€ 3.425.998
2017-2018
75%
€ 3.834.264
-€ 1.441.743
€ 3.425.998
2018-2019
60%
€ 3.834.264
-€ 1.153.394
€ 3.425.998
2019-2020
30%
€ 3.834.264
-€ 576.697
€ 3.425.998
2020-2021
0%
€ 3.834.264
€0
€ 3.425.998
resterend ondersteuningsbudget
€ 2.330.589
€ 2.138.357
€ 1.850.008
€ 1.561.660
€ 984.963
€ 408.266
Onze Kengetallen
Op het overzicht van OCW (februari 2014 staan voor de jaren 2014/15 en 2015/16 de volgende
kengetallen:
1. ondersteuningsmiddelen bao (lichte ondersteuning)
ondersteuningsformatie bao plus bedrag mi
€ 157
bekostiging lichte ondersteuning
€ 1.798.936
bedrag per bao leerling
2. bekostiging zware ondersteuning 2014-2015
normbekostiging
€ 196.553
rechtstreeks aan SWV
Overgangsbekostiging
€ 830.321
Totaal
€ 1.026.874
€ 551.451
Naar (V)SO school indien geen opting_out
3. bekostiging zware ondersteuning vanaf 2015-2016
normbekostiging totaal
verevening
€ 325
(bedrag per leerling bao en sbao)
normatieve ondersteuningsbudget
€ 3.834.264
-€ 1.922.323
op basis van 1-10-2011
ondersteuningskosten
(Prijzen op basis van personeel 2014-2015 en materieel 2014)
so cat 1 (CLUSTER 4, ZMLK,. LZ)
so cat 2 (LG)
so cat 3 (MG)
so jonger dan 8
€ 9.148
€ 13.652
€ 20.651
so 8 jaar en ouder
€ 8.426
€ 14.782
€ 21.693
Resterend ondersteuningsbudget per 2015-206 voor leerlingen in het regulier onderwijs
ondersteuningskosten so
€ 3.425.998
€ 2.330.589
72
11.4
Hoe worden de middelen verdeeld?
Het SWV start de 1e 2 schooljaren (dus 2014-2015 en 2015-2016) met een zachte landing.
In het 1e schooljaar worden alle middelen die zijn gemoeid met WSNS en met de oude Regionale
Expertise Centra en met het reguliere deel van de Leerling gebonden Financiering (het Rugzakje) op
basis van de teldatum 1-10-2013 aan het SWV uitgekeerd.
De middelen ambulante begeleiding blijven – conform de wetgeving passend onderwijs - het 1e jaar
nog bij het speciaal onderwijs en het 2e schooljaar (2015/16) bij het SWV met een
herbestedingsverplichting bij de SO besturen die op 1-10-2013 ambulante begeleiding verzorgden.
Dit zijn de volgende SO besturen:
Naam
Plaats
Gemeente
Dr A Verschoor School
Nunspeet
Nunspeet
NR_BG Naam bevoegd gezag
62129 St. Dokter A. Verschoor-School
CLUSTER 4 LG
5
LG/ZMLK
LZ
ZMLK
Eindtotaal
De Ambelt School V LZK
Deventer
Deventer
96240 Stichting De Ambelt
1
Mytylsch De Trappenberg
Huizen
Huizen
41388 De Kleine Prins, Sticht. S.O.
Utrechtse Buitenschool
Utrecht
Utrecht
41388 De Kleine Prins, Sticht. S.O.
School voor ZMLK De Schakel Kampen
Kampen
86971 Stg. v. PCSO/VSO v. Kampen eo
1
1
De Zevenster
Lelystad
Lelystad
42552 Stg SchOOL
3
3
De Tw ijn/De Driemaster
Zw olle
Zw olle
42623 Stichting OOZ
Eduvierschool De Anger
Almere
Almere
30882 Sticht. Eduvier Onderw ijsgroep
De Waterlelie
Cruquius
Haarlemmermeer
85775 Stg. Epilepsie Instell. Ned.
5
1
5
3
1
9
1
4
1
1
2
7
87
93
87
9
4
4
4
114
4
115
1
1
1
93
9
4
5
1
Alvorens de bedragen uit te keren wordt een deel op centraal niveau ingezet:
Rekenregel 1
De centrale kosten bestaan uit
a. een lichte vorm van coördinatie (dit betreft het leiding geven aan het managementteam, het
overleg met het dagelijks en algemeen bestuur, het afstemmen met externen (anders dan de
lokale partijen), de communicatie en het verzorgen van de check op de financiën en de
verantwoording. (voorlopige aanname € 50.000,b. Kosten voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring (secretariaat) –
€ 15.000,c. Een eenmalige dotatie t.b.v. een risicofonds van € 100.000,-19
d. Kosten voor communicatie (website) - € 2000,TOTAAL 2014-2015 = € 167.000,NB
De managementkosten zijn laag omdat in de beide werkeenheden de monitoring en aansturing van
de werkeenheden door de coördinatoren gebeurt.
19
Voor de omvang van het risicofonds is op grond van de kengetallen dit bedrag
opgenomen omdat hiermee een fluctuatie van 10 leerlingen in het SO kan worden
bekostigd.
73
2014-2015 (het stelsel werkt voor een deel)
Baten
Lichte ondersteuning 1.798.936
Zware ondersteuning 1.026.874
Bij SO voor AB
€ 551.451
Totaal licht + zwaar = € 2.825.810,-
Lasten
Centrale kosten € 167.000,-
Totaal lasten € 167.000,-
Rekenregel 2
De totale kosten WSNS en REC personeel (op basis van 1-10-2013) worden uitgekeerd aan de
besturen die de betrokken mensen in dienst hebben.
Baten 2014-2015
Lichte ondersteuning
Zware ondersteuning
Lasten
Centrale kosten € 167.000,Uitkering aan de schoolbesturen van de
loonkosten van de betrokken WSNS/REC
personeelsleden = € 802.157,-
€ 1.798.936
€ 1.026.874
Bij SO voor AB
€ 551.451
Totaal licht + zwaar = € 2.825.810,-
Totaal lasten € 969.157,-
Deze posten oud WSNS en oud REC bedragen: € 802.157,NB
Voor 1 mei 2015 heeft het bestuur van het SWV beleid geformuleerd voor eventuele aanpassingen in
het beleid van Dronten en Lelystad. Dit kan inhouden dat er minder loonkosten berekend hoeven te
worden.
Dit beleid zal in het DB (dagelijks bestuur) een vast agendapunt zijn.
Rekenregel 3
Het reguliere deel van LGF wordt per bestuur vertaald naar de stand 1 oktober 2013 en uitgekeerd
aan de besturen. Na 1 augustus 2015 worden deze middelen verdeeld naar rato van het aantal
leerlingen. Indien er grote verschillen ontstaan wordt er – wellicht - voor een ‘zachte landing’
gekozen.
Zoals uit deze tabel blijkt is een zachte landing niet nodig:
School
bestuur
Aantal
Lln.
LGF
bedrag
St. Eduvier
St. Noor
223
190
nvt
St. KOF-V
St. Monton
St.
Maharishi
2213
105
107
122.662,36
geen
20.750,49
Bedrag
15/16
X 197
nvt
37.430
Bedrag
16/17
X 371
nvt
70.490
Loonkosten
2014/15
435.961
20.685
21.079
821.023
38.955
39.697
131.886
114.700
74
Accretio
346
50.019,66
68.162
128.366
31.376
St. Spil
1173
135.076,57
231.081
435.183
13.024
St. School
St. CPO
(Codenz)
St. CPO L
St. SSOOG
St. Chr.
(V)SO
4308
1692
402.220,96
142.466,17
848.676
333.324
1.598.268
627.732
228.912
92.356
1581
90
56
162.299,91
geen
nvt
311.457
17.730
nvt
586.551
33.390
nvt
137.076
52.827
nvt
De ambulante begeleiding van Zevenster en Eduvier ( en de overige SO besturen die AB verzorgen)
blijft – conform de wetgeving passend onderwijs – in stand en wordt gekoppeld aan de inhoudelijke
ontwikkelingen in Dronten en Lelystad.
Voor 1 mei 2015 wordt een personeelsplan opgesteld op basis van de match tussen gewenste en
aanwezige expertise. In het personeelsplan zal rekening gehouden worden met ontwikkelingen in het
kader van een mogelijk expertiseaanpak bij samenwerkende schoolbesturen.
Baten 2014-2015
Lichte ondersteuning € 1.798.936
Zware ondersteuning € 1.026.874
Bij SO voor AB
€ 551.451
Totaal licht + zwaar = € 2.825.810,-
Lasten
Centrale kosten € 167.000,Uitkering aan de schoolbesturen van de
loonkosten van de betrokken WSNS/REC
personeelsleden=€ 802.157,Uitkering aan de besturen van de Rugzak
gelden= € 1.035.496,12
Totaal lasten € 2.004.653,12
Rekenregel 4
SBO en SO leerlingen die na 1 augustus 2014 worden verwezen worden geteld per 1
oktober en per 1 februari en verrekend per volgend schooljaar (de normale T-1
systematiek). Leerlingen die na 1 februari worden verwezen worden verrekend in het 2e
schooljaar volgend op die verwijzingen. Het bedrag is inclusief de MI (materiële
instandhouding).
Voorbeeld:
Bestuur A verwijst tot en met 1 februari 4 leerlingen naar het SO categorie 1, de leerlingen
zijn jonger dan 8 jaar en van het budget van bestuur A wordt 4 x € 9.148,- afgetrokken. Dit
blijft zo gedurende de verblijfsduur van die leerlingen op het SO.
Bestuur A verwijst in die periode 2 leerlingen meer dan 2% (van het aantal leerlingen van
dat bestuur) naar het SBO: dit betekent een aftrek van 2 x ca. € 4300,- (zie rekenregel 5)
75
Twee procent vergoeding van het SBO.
Voor het bepalen van 2% vergoeding hanteert het SWV een andere werkwijze dan de systematiek
van DUO.
Wat doet DUO?
DUO neemt 2% van het aantal bao lln. In 24-03 is dat 236 leerlingen. Vervolgens wordt het aantal
SBO leerlingen getotaliseerd = 330 ll. Dat neemt DUO per SBO school het aantal lln. en deelt dat
aantal door het totaal aantal lln. Dat wordt vermenigvuldigd met 236 lln. Bijvoorbeeld Driemaster 90
lln. gedeeld door 336 x 230 = 64 lln. Als de Driemaster wordt bekostigd voor 2% van de lln. in
Dronten zou men 79 leerlingen vergoed krijgen.
De eigen SWV werkwijze houdt in dat de 3 SBO besturen de middelen die men te veel ontvangt door
de DUO berekening verrekent met de andere SBO besturen.
Rekenregel 5 (precisering van regel 4)
In de komende schooljaren worden ALLE zittende SBO leerlingen gezamenlijk bekostigd, dus alle
leerlingen boven de 2% ongeacht op welke SBO school.
Vanaf 1 augustus dient elk bestuur een verwijzing naar het SBO te bekostigen. Natuurlijk is die
bekostiging pas aan de orde als er meer leerlingen dan 2% in de 3 SBO’s zitten (dus meer dan ca. 230
leerlingen).
Per 1 februari van ieder jaar wordt dan de stand opgemaakt.
Per bestuur wordt 2% berekend, zit men daar boven dan wordt er verrekend.
Zie hier nogmaals de tabel met de zittende leerlingen op het SBO en vervolgens de vertaling van deze
rekenregel per bestuur (dit dus op grond van de huidige aantallen).
76
DRIEMASTER
bestuur
23
34
18
2
Werkelijk op
het SBO
30
25
22
2
SCHOOL
4308
SCPOLelystad 1581
SKOF
1319
86:2= 43
32:2= 16
26:2=13
20
22
17
+6
+4
SCHOOL
4308
SCPOLelystad 1581
SKOF
1319
NOOR
190
MONTON
105
ACCRETIO
211
86:2= 43
32:2= 16
26:2=13
4
2
4
83
11
11
4
4
1
+ 40
0
+2
-
SPIL
CODENZ
SKOF
ACCRETIO
Aantal
leerlingen
1173
1692
894
135
2%
Aantal
min/plus
+7
- 9
+4
0
VOGELVESTE
-
23
WATERGEUS
5
2
3
Aftrek deelname SBO van het ondersteuningsbudget op bestuursniveau (gesteld dat dit het
resultaat is van verwijzingen per 1-02-2015)
SPIL: 7 x 4300,CODENZ: 0
SKOF: 6 x 4300,SCHOOL: 17 x 4300,SCPO Lelystad: 1 x 4300,NOOR: 0
MONTON 2 x 4300,ACCRETIO 0
Dus in het 1e jaar alle leerlingen uit de centrale kas.
In het 2e jaar wordt de instroom boven de 2% (behalve de onderinstroom, die behoort tot de 2%)
vergoed door de verwijzende schoolbesturen (uiteraard niet de zittende leerlingen)
Baten 2014-2015
Lasten
Lichte ondersteuning € 1.798.936
Centrale kosten € 167.000,-
Zware ondersteuning € 1.026.874
Uitkering aan de schoolbesturen van de
WSNS/REC loonkosten van de betrokken
personeelsleden=€ 802.157,-
Bij SO voor AB
Uitkering aan de besturen van de Rugzak
gelden= € 1.035.496,12
€ 551.451
77
SBO bekostiging boven de 2% € 420.000,Totaal licht + zwaar = € 2.825.810,-
Totaal lasten € 2.424.653,12
Indien er middelen resteren, dan gaan die naar rato van het aantal leerlingen naar de schoolbesturen
= € 401.156,88 = € 34,- per bao en sbo leerling.
Indien het aantal SBO leerlingen onder de 2% komt, wordt er tussen één of meerdere SBO en het
SWV verrekend, rekening houdend met de rechtspositionele verplichtingen van de SBO
school/scholen.
Tot slot nog een precisiering:
Hoofdregel:
Van bao naar SBO: verwijzer betaalt (boven de 2% per schoolbestuur)
Van bao naar SO: de verwijzer betaalt
Van SBO naar SO: de verwijzer betaalt
De verwijzer betaalt voor de gehele periode waarop een leerling op de schoolsoort SBO staat
ingeschreven. Indien er op grond van profiel een verhuizing van SBO naar SBO plaatsvindt, blijft de
verwijzende basisschool betalen.
Dit geldt m.m. voor het SO binnen de bekostigingscategorie.
Uitzondering 1:
Van SBO naar SO
Indien de verwijzing plaatsvindt op het SBO blijft de verwijzende basisschool financieel
verantwoordelijk.
Uitzondering 2:
Van Bao naar SO en van SBO naar SO
Indien op grond van de TLV (toelaatbaarheidsverklaring) kan worden geconcludeerd dat er sprake is
van een leerling in bekostigingscategorie 3 zijn de kosten voor het SWV.
NB
Alle betalingen die plaatsvinden gelden voor de duur van de TLV.
Rekenregel 6
Vanaf 1 augustus 2014 worden alle verwijzingen (aan de hand van de afgegeven TLV’s) per bestuur
door het SWV geadministreerd. Hierover wordt per kwartaal gerapporteerd.
Aan het eind van ieder schooljaar worden de verwijzingen tussen 1 augustus en 1 februari
getotaliseerd en de meerkosten van het aantal verwezen SO en SBO leerlingen per bestuur in
mindering gebracht op het bestuursbudget. Indien het bestuursbudget niet toereikend is wordt een
factuur verzonden.
De middelen die op deze wijze worden verkregen worden opgenomen in de begroting van het SWV.
Uitzondering op deze hoofdregel vormen de leerlingen uit het zgn. granieten bestand. Indien een
reguliere school een traject is gestart met een ernstig verstandelijk en/of lichamelijk beperkte
78
leerling of een kind met een zeer complexe gedragsproblematiek (het SWV beoordeelt dit) is
verrekening niet aan de orde.
NB.
Kijkend naar de huidige aantallen SO leerlingen zou deze granieten bestand groep op ca. 160 kunnen
worden gesteld.
Het aantal van 160 is genomen door 50 ZMLK, 5 LZ, 25 MG en 75 Cl. 4 leerlingen tot het granieten
bestand te rekenen. De komende jaren kan dit aantal op grond van ervaringen van het SWV worden
bijgesteld.
Rekenregel 7
In 2015-2016 gaat het budget van de Rugzakken verdeeld worden over de schoolbesturen naar rato
van het aantal leerlingen.
Indien de verschillen te groot zijn tussen 14/15 en 15/16 wordt er – wellicht - gecompenseerd.
2015-2016 (stelsel werkt volledig op ambulante begeleiding (AB) na)
Baten 2015-2016
Lichte ondersteuning
€ 1.798.936
Uitkering van schoolbesturen voor SO en SBO
leerlingen die verwezen zijn na 1-8-14.
Normatief
Ondersteuningsbudget
€ 3.834.264,(incl. AB met herbestedingsverplichting)
Lasten 2015-2016
Centrale kosten € 67.000,Bekostiging van de nog zittende leerlingen boven
de 2% in het SBO ca. € 380.000,-
Verevening
€ 1.922.323,-
Totaal
€ 7.555.523,-
Uitkeringen aan de besturen van WSNS Lelystad
en WSNS Dronten en voor het vastgestelde deel
SO personeel= € 802.157,Totaal lasten = € 5.226.596,Restant van de middelen gaat naar rato van het
aantal leerlingen naar de schoolbesturen= €
2.328.927,- = € 197,-/ll.
Aftrek SO
€ 3.425.998,Herbesteding AB € 551.451,-
NB vereveningsbijdrage = € 163,- per leerling20
Uit de kengetallen van OCW
3. bekostiging zware ondersteuning vanaf 2015-2016
normbekostiging totaal
verevening
€ 325
(bedrag per leerling bao en sbao)
normatieve ondersteuningsbudget
€ 3.834.264
-€ 1.922.323
op basis van 1-10-2011
ondersteuningskosten
(Prijzen op basis van personeel 2014-2015 en materieel 2014)
so cat 1 (CLUSTER 4, ZMLK,. LZ)
so cat 2 (LG)
so cat 3 (MG)
so jonger dan 8
€ 9.148
€ 13.652
€ 20.651
so 8 jaar en ouder
€ 8.426
€ 14.782
€ 21.693
Resterend ondersteuningsbudget per 2015-206 voor leerlingen in het regulier onderwijs
ondersteuningskosten so
€ 3.425.998
€ 2.330.589
20
Het bedrag van de verevening moet nog worden aangepast i.v.m. de ophoging van 90
naar 95% en van 75 naar 80%.
79
Vanaf 1-8-2016 treedt de situatie in waarin de overgangsperiode voor WSNS voor 2 jaar afloopt.
Zoals gesteld hebben de schoolbesturen daar voor 1 mei 2015 beleid voor geformuleerd over de
activiteiten die men wel of niet wil continueren. Evenals voor de ambulante begeleiding. Indien er
dan nog personeel AB in dienst is van SO besturen zal – aan de hand van het tripartiete akkoord –
bezien moeten worden of er nog personele lasten voor AB personeel moeten worden ingecalculeerd.
(zie ook de Algemene Maatregel van Bestuur - Staatsblad nr. 95).
In de jaren die volgen tot en met 1 augustus 2020 wordt er steeds minder vereveningsbijdrage
ontvangen: uit de kengetallen van OCW:
ontwikkeling ondersteuningsbudget bij gelijkblijvende leerlingen aantallen
schooljaar
correctiepercentage normatieve ondersteuningsbudget correctie bedrag ondersteuningskosten so
2015-2016
100%
€ 3.834.264
-€ 1.922.323
€ 3.425.998
2016-2017
90%
€ 3.834.264
-€ 1.730.091
€ 3.425.998
2017-2018
75%
€ 3.834.264
-€ 1.441.743
€ 3.425.998
2018-2019
60%
€ 3.834.264
-€ 1.153.394
€ 3.425.998
2019-2020
30%
€ 3.834.264
-€ 576.697
€ 3.425.998
2020-2021
0%
€ 3.834.264
€0
€ 3.425.998
resterend ondersteuningsbudget
€ 2.330.589
€ 2.138.357
€ 1.850.008
€ 1.561.660
€ 984.963
€ 408.266
De meerjarenbegroting wordt dan veel simpeler doordat de baten worden opgeteld, de centrale
kosten en de meerkosten van het SO afgetrokken en het restant (telkens minder vanwege de
afnemende vereveningsbijdrage, of meer omdat er minder wordt verwezen) uitgekeerd aan de
besturen als een bedrage per leerling. Vanuit deze bijdrage kunnen samenwerkende besturen
diverse activiteiten opstarten dan wel continueren.
Baten 2016-2017
Lichte ondersteuning
€ 1.798.936
Uitkering van schoolbesturen voor SO en SBO
leerlingen die verwezen zijn na 1-8-14.
Normatief
Ondersteuningsbudget
€ 3.834.264,-
Lasten 2016-2017
Centrale kosten € 67.000,Bekostiging van de nog zittende leerlingen boven
de 2% in het SBO € 340.000,Aftrek SO
€ 3.425.998,- (of minder door
daling van het SO conform het OP)
Herbesteding AB € 551.451,Verevening
€ 1.730.091,Totaal lasten € 4.384.449,Totaal
€ 7.363.291,Uitkeringen aan de besturen (het zgn.
bestuursbudget). naar rato van het aantal
leerlingen = € 371,- /ll.
NB vereveningsbijdrage = € 147,- per leerling (zie voetnoot 8)
NB
Het geheel van de financiële regels zal scherp worden gemonitord.
80
BIJLAGE 1 Overzicht deelnemende scholen en schoolbesturen
Deelnemende schoolbesturen
Stichting Eduvier Onderwijsgroep
Stichting Noor
Scholengroep Kath. Onderw. FlevolandVeluwe
Stichting Monton
Stichting Maharishi Onderwijs
Nederland
Ver. voor Ger. Prim. Onderwijs Accretio
Stichting Spilbasisscholen aanvullen
Stichting scholengroep openbaar
onderwijs Lelystad
Stichting voor Protestants Christelijk
Onderwijs Dronten-Zeewolde
Stichting voor Christelijk Primair
Onderwijs Lelystad
St. Scholen v. Spec. Onderw. Oec.
Grondslag id Gem. Dronten
St. Chr. SO en VSO voor de NOP e.o.
Postbus 2344
Kingsfordweg 151
Postbus 608
8203 AH
1043 GR
8200 AP
Lelystad
Amsterdam
Lelystad
1e Heezerlaantje
56
Postbus 20008
3766 LW
Soest
8202 AA
Lelystad
Postbus 393
8000 AJ
Zwolle
De Drieslag 30
Postbus 2451
8251 JZ
8203 AL
Dronten
Lelystad
Postbus 31
8250 AA
Dronten
Postbus 223
8200 AE
Lelystad
Postbus 129
8250 AC
Dronten
Europalaan 148
8303 GM
Emmeloord
Deelnemende scholen:
Deze gegevens treft de lezer aan op de website
81
BIJLAGE 2 Verklarende woordenlijst en afkortingenlijst
Basisondersteuning
Het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve
interventies die binnen de ondersteuningsstructuur van de school – eventueel samen met
ketenpartners – planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd.
Basiskwaliteit
Inspectienorm: leerprestaties (primair onderwijs) zijn tenminste voldoende en het
onderwijsleerproces of de ondersteuning en begeleiding voldoet op kernindicatoren.
Extra ondersteuning
Alle vormen van onderwijsondersteuning die de basisondersteuning overstijgen. Binnen ‘extra
ondersteuning’ kunnen verschillende typeringen voor het aanbod worden gebruikt, zoals breedte- en
diepteondersteuning, lichte en zware ondersteuning of een indeling in zwaartecategorieën.
Ketenpartners
Lokale / regionale instanties die een bijdrage (kunnen) leveren aan een sluitende keten jeugd en
onderwijs, zoals bijvoorbeeld: scholen, (bureau) jeugdzorg, peuterspeelzalen / kinderdagverblijven,
Jeugdhulpverlening, (school)maatschappelijk werk, politie, justitie, jeugdgezondheidszorg / GGD,
Jeugd- ggz, AMK, (sport) verenigingen, leerplicht, RMC-functie, verslavingszorg, buitenschoolse
opvang, welzijnswerk en zorgaanbieders in het kader van de AWBZ.
Schoolondersteuningsprofiel
SOP: De door het samenwerkingsverband vastgestelde omschrijving van de basisondersteuning en de
eventueel extra ondersteuning die een individuele school – eventueel met ketenpartners – biedt.
Referentiekader
Het geheel aan werkwijzen en afspraken waarnaar schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zich
richten bij de vormgeving van Passend Onderwijs.
AFKORTINGENLIJST
AB
AB
AOB
AVS
BAC
BAG
BJZ
BG
BM
BMOL
BMR
BOS
Brinnummer
BSO
Ambulante Begeleiding
Algemeen Bestuur
Algemene Onderwijs (vak)Bond
Algemene Vereniging Schoolleiders
Benoemings Advies Commissie (sollicitaties)
BeleidsAviesGroep; bij WSNS
Bureau Jeugdzorg
beleidsgroep (directeuren, interne begeleiders vanuit BAO, SBO en SO met
medewerkers Werkeenheid Lelystad)
Bestuursmanager
Bestuur en Management Overleg Lelystad (met SKOFV en PCPO)
Bovenbestuurlijke Medezeggenschapsraad t.b.v. WSNS
Buurt Onderwijs Sport
Basisregistratie instellingsnummer
Buitenschoolse Kinderopvang
82
Bureau VKM
CAAR
CAO PO
CJG
JCGi
DTC
DHH
CvB
DB
DHH
DUO
ELO
ESAR
ESIS
GMR
HGPD
HGW
IB
IHP
IPB
J&G
Kaleidoscoop
LA/LB/LC
LEA
LIO
LOB
LZK
MEE
MFA
MARAP
MAT
MOP
MPV
NJI
NT2
OLP
OOP
OP
OPP
PAB
PABO
PCL
PCPO
PGNPO
PO
POP
PSA
PSZ
REC
RI&E
Bureau Voorkoming Kindermishandeling
administratieprogramma
Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Primair Onderwijs
Centrum voor Jeugd en Gezin
idem met indicatoren als instrument
Dag trainingscentrum
Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafden
College van Bestuur
Dagelijks Bestuur
Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafden
Dienst Uitvoering Onderwijs (Ministerie van OC&W)
Elektronische Leeromgeving
Elektronisch Signaleringssysteem Alle Risico Jongeren (zorgleerlingen)
Digitaal Leerling administratiepakket
Gemeenschappelijk Medezeggenschapsraad
HandelingsGerichte Proces Diagnostiek
HandelingsGericht Werken
Interne Begeleiding
Integraal Huisvestingsplan
Integraal Personeelsbeleid
Jeugd en Gezinsteam
Ontwikkelingsprogramma voor jonge kinderen
Salarisschalen Leraren
Lokaal Educatieve Agenda
Leraar in Opleiding
Lokaal Onderwijs Beraad
school voor Langdurig Zieke Kinderen
instelling jeugdzorg
Multifunctionele Accommodatie
Management Rapportage
Management Advies Team
Meer jaren Onderhoudsplan
Meervoudige Publieke Verantwoording
Nederlands Jeugd Instituut
Nederlands als tweede taal
Onderwijs Leer Pakket
Onderwijs Ondersteunend Personeel
ondersteuningsplan
Ontwikkelingsperspectief
Preventieve Ambulante Begeleiding
Pedagogische Academie voor Basis Onderwijs
Permanente Commissie Leerlingenzorg
Prot. Chr. Primair Onderwijs
PersoonsGebonden Nummer Primair Onderwijs (leerlingen)
Primair Onderwijs
Persoonlijk Ontwikkelplan
Personeels- en Salarisadministratie
Peuterspeelzaal
Regionaal Expertise centrum; REC 1, 2, 3 en 4.
Risico-inventarisatie & Evaluatie
83
ROC
Regionaal Opleidingscentrum
RvT
Raad van Toezicht
Save
samen werken aan veiligheid (team van BJZ)
SBaO
School voor Basisonderwijs
SBO
Sector Bestuur Onderwijsarbeidsmarkt
SBO-school
Speciale School voor Basisonderwijs
SBOL
Stichting Bewegingsonderwijs Lelystad
SchOOL Scholengroep Openbaar Onderwijs Lelystad
SHP
School specifiek huisvestingsplan
SLA
Service Level Agreement
SKL
Stichting Kindercentra Lelystad
SKOFV
Stichting Katholiek Onderwijs Flevoland-Veluwe
SVO
Speciaal Voortgezet Onderwijs (bijv. de Zevenster)
SVOL
Stichting Voortgezet Onderwijs Lelystad
SMT
Sociaal Medisch Team
SO
Speciaal Onderwijs
SOP
School Ondersteunings Plan
SPW
Sociaal Pedagogisch Werk
SWV
Samenwerkingsverband
TLV
Toelaatbaarheidsverklaring
TSO
TussenSchoolse Opvang
VVE
Voor- en Vroegschoolse Educatie
Vf/Pf
Vervangingsfonds/Participatiefonds
VO
Voortgezet Onderwijs
VOG
Verklaring Omtrent Gedrag
VOS/ABB
Vereniging van Openbare en Algemeen Toegankelijke Scholen
(V)SO-ZMLK
(Voortgezet) Speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen
VT
Voortraject, als aanduiding bij het traject voorafgaand aan het aanvragen van een
TLV
VVP
Vervangingspool
WAZO
Wet Arbeid en Zorg
WE L
Werkeenheid Lelystad
Wet BIO
Wet op de Beroepen in het Onderwijs
WiO
Werk in Onderwijs (een samenwerkingsverband op werkgelegenheidsgebied tussen
Dronten en Lelystad.
WMS
Wet Medezeggenschap Scholen
WPO
Wet Primair Onderwijs
WPO
Werk Plek Opleiding
WSNS
Weer Samen naar School
ZEK
Zelfevaluatiekader
84
BIJLAGE 3 Schoolondersteuningsprofielen
De schoolondersteuningsprofielen kunnen worden bezien via een link naar de website van het
Samenwerkingsverband, waar de profielen digitaal inzichtelijk zijn gemaakt. Dit geldt voor de scholen
in Lelystad en Dronten.
Op basis van de notitie basisondersteuning (zie bijlage 8) is in Lelystad een analyse gemaakt op
schoolniveau.
Het resultaat van de meting is een inschatting van de mate van Passend Onderwijs in de school en de
klas op de volgende pijlers.
1. Acceptatie.
2. Beleid.
3. Professionalisering.
4. Ouderbetrokkenheid.
5. Leerlingbegeleiding.
6. Gedifferentieerd leren.
7. Adaptief onderwijzen.
8. Gedragsmanagement.
9. Samenwerken.
10. Planmatig werken.
11. Flexibel curriculum.
12. Afgestemde materialen.
13. Toegankelijke ruimten.
Hiervoor zijn de inspectierapportages en het dashboard schoolondersteuningsprofiel voor gebruikt.
Op een vierpunt schaal die in het profiel wordt gebruikt hebben wij als WSNSLelystad alles meer dan
2,5 als voldoende beoordeeld. Er zijn nog enkele scholen zwak volgens de inspectie,
Alle scholen hebben hun eigen rapportage en dragen er zorg voor dat hun schoolrapportage voor 1
augustus 2014 dat de medezeggenschapsraad heeft ingestemd met hun rapportage en analyse.
Scholen die niet het instrument hebben gebruikt, maken een rapportage op basis van de vragenlijst.
Binnen 24-03 moeten er nog afspraken worden gemaakt hoe om te gaan met scholen die niet
voldoen aan de basisondersteuning.
85
Deelnemende scholen voor Basisonderwijs en S(Ba)O Lelystad.
Overzicht n.a.v. dashboard Schoolondersteuningsprofiel april 2014
Bestuur
School
BasisOndersteuning
Kwaliteit van de
Basisondersteuning
(toezichtkader
inspectie)
Stichting SchOOL
Stichting Noor
Stichting Monton
Stichting Maharishi
Stichting Accretio
SKOFV
1.De Vuurtoren
2. De Optimist
3. De Regenboog
4. De Windroos
5. De Lepelaar
6. De Boeier
7. De Albatros
8. De Meander
9.De Grundel
10.De Driemaster
11.De Tjotter
12.De Warande
13.De Finnjol
14.Het Spectrum
15.De Tjalk
16.De Triangel
17.De Brink
18.De Poolster
19.De Sluis
39.Zevenster (SO)
36.De Watergeus
(SBO)
20. Al Ihsaan
21.De Wildzang
22.De Fontein
23. Helmstok
24.3Sprong
25.Het Ichthus
26.De Wingerd
27.Het Mozaïek
28.De Horizon
29.De Schakel
30.Driestromenland
37.De Vogelveste
(SBO)
31.Laetare
32.De Kring
(o.b.v. 4
puntsschaal)
3,4
3,1
3,1
3
3,9
3,2
3
3,1
3,1
3
3,1
3,1
3,2
3,1
3,3
3,6
2,8
3,2
X
3,8
3,9
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Zwak
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Zwak
Basis
Basis
Basis
X
3
3,8
3,3
3,5
3,3
2,9
3,3
3,3
3,1
X
3,8
Basis
Zwak
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
Basis
3
X
Basis
Basis
86
Eduvier
33.De Toermalijn
34.T’Schrijverke
35.De Lispeltuut
38.Herman Bekius
(SO)
3,4
3,5
3,3
3,6
Basis
Basis
Basis
Basis
X=deze scholen hebben de vragenlijst t.b.v. het schoolondersteuningsprofiel niet ingevuld
Hieronder volgt een samenvatting van het dashboard met een uitwerking op de domeinen:
Onderwijs
Ondersteuning
Deskundigheid intern en extern
Beleid
Organisatie
Resultaten
87
Samenwerkingsverband 24-03 werkeenheid Lelystad
Overzicht Dashboard Schoolondersteuningsprofiel: onderdeel Basisondersteuning
Op basis van de notitie basisondersteuning (zie bijlage
8) is in Dronten najaar 2013 een analyse gemaakt op
schoolniveau met behulp van Framework. Daarnaast is
de inspectierapportage gebruikt. De Schakel Dronten
heeft een eigen instrument gebruikt.
Alle scholen hebben hun eigen SOP(
schoolondersteuningsprofiel) en dragen er zorg voor dat de medezeggenschapsraad voor 1 augustus
2014 heeft ingestemd. Het SOP is te vinden op de website van de school. Een link is te vinden op de
website van 24-03.
Inspectie en scores op de basisondersteuning. Schaal 1 tot 100.Voor verdere beschrijving van de
pijlers en de indicatoren zie de totale beschrijving van de SOP’s en het SOP van de individuele school
en de al gehele beschrijving van de schoolondersteuningsprofielen.
Het resultaat van de meting is een inschatting van de mate van Passend Onderwijs in de school en de
klas op de volgende pijlers.
88
1. Acceptatie.
3. Professionalisering.
5. Leerlingbegeleiding.
7. Adaptief onderwijzen.
9. Samenwerken.
11. Flexibel curriculum.
13. Toegankelijke ruimten.
Scholen
2. Beleid.
4. Ouderbetrokkenheid.
6. Gedifferentieerd leren.
8. Gedragsmanagement.
10. Planmatig werken.
12. Afgestemde materialen.
inspectie
BOst
De Dukdalf
De Uiterton
basis
basis
80,8
90,8
De Brandaris
basis
84,4
De Schatkamer
basis
66,6
De Duykeldam
zwak
68
Het Wilgerijs
basis
71
Flevosprong
basis
90,2
De Vlieger
basis
88,2
De Tamarisk
basis
87,8
Het Zuiderlicht
basis
68,8
Het Kompas
basis
71,4
Het Kompas Leonardo
basis
95,8
Aan Boord
basis
84,2
De Branding
basis
69,2
De Zevensprong
basis
74,8
St. Gregorius
basis
92
De Wingerd
basis
65
De Golfslag
basis
76
De Zonnewijzer
basis
81,6
De Klimboom
basis
84,2
SBO De Driemaster
basis
98,25
Schakel (op basis ander profiel)
basis
3.4
89
1. Overzicht scores op de indicatoren Kwaliteit van Ondersteuning per school
De volgende onderdelen zijn in beeld gebracht middels vragenlijsten
1.1 Afstemming onderwijsaanbod
1.2 Planmatig werken
1.3 Preventieve - en licht curatieve interventies
1.4 Samenwerking met ouders
1.5 Verantwoording onderwijskwaliteit
2. Extra ondersteuning
2.1 Aanwezige deskundigheid
2.2 Aandacht voor de individuele leerling
2.3 Gebruik van programma’s en methodieken
2.4 Mogelijkheden van het schoolgebouw
3. Externe ondersteuning
3.1 Samenwerking met externe partners
3.2 Gebruik van programma’s en methodieken
KWALITEIT
ONDERSTEUNING
Scholen
1.1
1.2
1.3
1.4
1.5
BOst
2.1 2.2
2.3 2.4 EOst
3.1
3.2 ExOst TOst
De Dukdalf
67
92
78
100 67
80,8
85
100 62
42
72,25 100 29
64,5
73
De Uiterton
100 92
94
87
81
90,8
74
100 71
50
73,75 72
48
60
75
De Brandaris
85
81
94
73
89
84,4
63
40
76
67
61,5
94
43
68,5
71
De Schatkamer
70
72
72
60
59
66,6
44
67
57
17
46,25 67
29
48
54
De Duykeldam
74
64
61
67
74
68
59
73
52
58
60,5
83
72
77,5
69
Het Wilgerijs
78
64
72
67
74
71
52
33
95
42
55,5
94
57
75,5
67
Flevosprong
93
97
83
100 78
90,2
78
93
81
0
63
100 62
81
78
De Vlieger
81
92
83
100 85
88,2
70
73
81
17
60,25 94
90
92
80
De Tamarisk
96
89
78
87
89
87,8
52
73
71
75
67,75 89
24
56,5
71
Het Zuiderlicht
74
75
56
80
59
68,8
67
60
43
42
53
61
62
61,5
61
Het Kompas
67
69
67
87
67
71,4
56
60
57
58
57,75 78
52
65
65
Het Kompas Leonardo 96
100 83
100 100 95,8
81
93
95
42
77,75 100 38
69
81
Aan Boord
89
69
89
93
81
84,2
70
40
81
33
56
89
38
63,5
68
De Branding
74
75
67
60
70
69,2
59
60
67
17
50,75 67
48
57,5
59
De Zevensprong
74
67
83
80
70
74,8
67
87
67
50
67,75 94
86
90
78
St. Gregorius
78
100 100 93
89
92
81
87
76
75
79,75 89
86
87,5
86
De Wingerd
70
72
56
60
67
65
52
60
67
75
63,5
43
68,5
66
De Golfslag
70
81
61
87
81
76
67
93
86
83
82,25 100 57
78,5
79
De Zonnewijzer
81
69
72
93
93
81,6
78
67
71
75
72,75 100 71
85,5
80
De Klimboom
78
89
78
80
96
84,2
78
93
71
67
77,25 94
85
82
SBO De Driemaster
93
100 nvt 100 100 98,25 81
87
90
50
77
100 81
90,5
89
Gemiddelden
80
81
73
72
49
66
89
73
73
76
84
79
80
67
94
76
57
90
(Uitgebreide beschrijving van de pijlers vindt u in de totale beschrijving van de SOP’s Dronten op de
website 24-03)
Overzicht scores op de pijlers Passend Onderwijs: professionaliteit van leerkrachten per school, cijfer
achter de school: aantal leerkrachten die de vragenlijst hebben ingevuld
HOUDING
P A S S E N D
O N D E R W IJ S
Scholen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
Pro
De Dukdalf (13)
81
50
61
46
66
60
62
73
53
66
64
63
56
66
De Uiterton (6)
77
66
72
36
61
57
70
78
47
71
72
66
60
66
De Brandaris (13)
77
72
66
49
64
53
67
79
44
68
67
68
56
64
De Schatkamer (4)
95
68
86
57
78
87
86
93
60
90
90
82
78
84
De Duykeldam (14)
80
47
60
73
67
53
67
60
40
60
67
53
67
76
Het Wilgerys (14)
80
74
74
48
65
55
66
81
48
78
77
75
57
68
Flevosprong (11)
89
81
72
59
75
70
74
85
54
85
79
73
62
76
De Vlieger (5)
91
80
82
33
84
57
79
81
50
84
88
83
45
75
De Tamarisk (12)
78
46
67
53
58
66
70
75
54
64
66
69
63
67
Het Zuiderlicht (11)
77
81
85
81
84
54
73
94
64
89
76
83
69
76
Het Kompas (20)
81
57
67
47
71
61
69
73
50
82
71
74
50
70
Het Kompas Leonardo (7)
85
73
77
58
89
77
83
89
67
94
85
80
52
84
Aan Boord (5)
90
78
91
66
89
68
77
92
70
83
83
84
67
81
De Branding (19)
79
70
71
59
69
53
71
82
52
82
74
64
59
70
De Zevensprong (38)
80
61
72
55
71
58
70
79
53
79
71
64
56
70
St. Gregorius (8)
88
92
84
45
69
54
72
91
63
77
80
87
86
73
De Wingerd (8)
65
64
67
52
62
46
62
70
53
78
70
61
55
62
De Golfslag (20)
82
72
73
55
70
53
69
82
54
84
73
74
65
71
De Zonnewijzer (5)
88
88
88
77
82
67
81
84
65
91
85
79
72
80
De Klimboom (24)
87
75
72
53
82
79
75
79
66
87
80
75
66
79
SBO De Driemaster (19)
86
74
85
56
86
65
73
86
63
86
83
79
68
78
PRO is professionaliteit
Hier wordt een overzicht gepresenteerd van enkele essentiële gegevens van de scholen op
basis van het schoolondersteuningsprofiel (SOP) van de scholen.
In de algehele beschrijving en individuele SOP’s kunt u alle arrangementen lezen die de
scholen bieden.
1. Aantal leerlingen.
2. Percentage onderwijs-ondersteuningsvragen.
3. Diversiteit quotiënt. ( de zwaarte van de groep met kinderen met specifieke
ondersteuningsvragen)
4. Aantal leerlingen met LGF (Rugzak).
5. Aantal onderwijsarrangementen.
6. Gemiddelde score Kwaliteit van Ondersteuning.
7. Gemiddelde score Passend Onderwijs.
8. Gemiddelde score Professionaliteit.
91
Scholen / kengetallen
De Dukdalf
De Uiterton
De Brandaris
De Schatkamer
*De Duykeldam
Het Wilgerijs
Flevosprong
De Vlieger
De Tamarisk
Het Zuiderlicht
Het Kompas
Het Kompas Leonardo
Aan Boord
De Branding
De Zevensprong
St. Gregorius
De Wingerd
De Golfslag
De Zonnewijzer
De Klimboom
SBO De Driemaster
1
191
73
200
70
199
216
142
100
264
130
240
118
137
256
539
86
208
246
102
257
90
2
14,1
98,6
7
78,6
57,3
16,9
16,9
100
17,4
22,3
28,3
100
34,3
31,3
28,2
44,2
25
41,5
41,2
35
100
3
1,13
1,35
1,03
1,05
1,43
1,12
0,95
1,45
1,11
1,29
1,18
1,35
1,18
1,19
1,17
1,16
1,14
1,30
1,15
1,25
1,31
4
3
6
4
0
3
1
1
1
0
2
1
6
2
4
6
1
2
3
4
6
0
5
3
4
3
2
3
3
1
3
7
4
5
4
5
7
12
1
9
6
4
5
2
6
73
75
71
54
69
67
78
80
63
61
65
81
68
59
78
86
66
79
80
82
89
7
62
64
64
81
61
68
74
72
64
78
66
78
80
68
67
76
62
70
81
75
76
8
66
66
64
84
76
68
76
75
67
76
70
84
81
70
70
73
62
71
80
79
78
De Schakel
De Schakel hanteert een eigen document. Resultaten eigen evaluatie basiszorg, gemiddeld 3.4
Veiligheid
Afstemming
Begeleiding
Onderwijszorg
Ontwikkelingsperspectieven
Beleid van onderwijszorg
Evaluatie van onderwijszorg
Deskundigheid
Ouders
Organisatie onderwijszorg
Zorgteam
Warme overdracht
3.53
3.27
3.44
3.64
3.33
3.52
3.38
3.69
3.12
3.44
3.48
2.95
92
BIJLAGE 4 Contactgegevens Samenwerkingsverband
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Dronten en Lelystad (SWV PO24-03)
Per Adres
Eduvier onderwijsgroep
Postadres:
Postbus 2344
8203 AH Lelystad
93
BIJLAGE 5 Jaarlijks activiteitenplan Dronten
Activiteitenplan 2014-2015
Door Helen Koot; coördinator Dronten
Versie 13 mei 2014
94
Inleiding
Activiteitenplan Dronten, door Helen Koot, coördinator.
Regio Dronten, activiteiten in 2014-2015. Deze activiteiten zijn gebaseerd op reeds bestaande
plannen en good practise.
De activiteiten zullen ook overlegd worden met basisschool de Schakel en de betreffende SO
partners.
Gedurende het schooljaar ( per 1 januari 2015) bestaat de mogelijkheid, dat bepaalde
activiteiten worden gewijzigd of in de toekomst anders zullen worden georganiseerd. Daarbij
zal het uitgangspunt zijn dat wat onder de beschreven basisondersteuning valt de
verantwoording is van de besturen. In de praktijk zal blijken of de besturen gebruik willen
blijven maken van de arrangementen die via het Samenwerkingsverband worden aangeboden
of dat men zelf binnen het eigen bestuur de hulpvragen van scholen wil beantwoorden. Er kan
wellicht in de toekomst ook gekozen worden voor het inkopen van arrangementen of
expertise bij elkaar.
In de klankbordgroep zal de ondersteuningsstructuur geëvalueerd worden.
De klankbordgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de besturen die werkzaam zijn in de
gemeente Dronten. (ook van de Schakel en SO cluster 3 en 4).
De arrangementen Hoogbegaafdheid en Nieuwkomers zullen tot 1 januari 2015 worden
voortgezet.
De omvang van het arrangement Zijstap zal 5 dagen zijn.
Het arrangement PAB van cluster 3 en 4 komt te vervallen.
De ambulante begeleiding van de rugzakgelden vindt doorgang in schooljaar 2014-2015. En zal
voor mei 2015 geëvalueerd worden. Dit geldt ook voor de ambulante begeleiding van de
Driemaster. Hiermee wordt de expertise behouden.
Voor cluster 1 en 2 is wel preventieve ambulante begeleiding mogelijk. Deze arrangementen
zijn niet in dit activiteitenplan opgenomen. In de toekomst zal SWV 24-03 dit wel gaan
afstemmen.
Het onderwijsloket van het SWV, regio Dronten zal de hulpvragen via het onderwijsloket
monitoren en zal daarin een adviserende en ondersteunende rol hebben, ook voor cluster 1
en 2.
De taak van het onderwijsloket wordt verder uitgebreid naar ondersteuning bij het toeleiden
naar het SO en SBO. In een rond- de- tafelgesprek waarin er sprake is van toeleiding naar het
SO of SBO wordt het onderwijsloket uitgenodigd.
Hiervoor is een orthopedagoog of directeur met brede onderwijservaring beschikbaar in het
kader van de TLV: Toelaatbaarheidsverklaring. Dit wordt in samenspraak met onderwijsloket
Lelystad verder vorm gegeven.
95
Scholen zijn zelf verantwoordelijk om de ondersteuning op handelingsgerichte wijze vast te
leggen in Parnassys. In het IB netwerk zullen IB - ers hierin worden begeleid middels
intervisiebijeenkomsten.
Er is een werkgroep IB - ers die het groeidocument in Parnassys hebben ondergebracht.
We zullen ook het komende schooljaar de rond- de- tafelgesprekken door ontwikkelen met het
CJG en de ondersteuning vanuit de jeugdhulp. De ondersteuningsteams en de rond de
tafelgesprekken zullen zowel voor de onderwijsondersteuning en de jeugdhulpondersteuning
dienen als loket op de school.
Om die reden zijn er in het komende schooljaar ook weer net als voorheen diverse
werkbijeenkomsten vastgelegd met IB ers en directeuren, als ook klankbordgroep
bijeenkomsten en bijeenkomsten met de besturen van Dronten.
In het ondersteuningsplan kan er nagelezen worden hoe de basisondersteuning er uitziet, en
hoe de verdere ondersteuning en toeleiding naar een Toelaatbaarheidsverklaring is
beschreven. NB de bedragen die genoemd worden bij kosten zijn overgenomen uit de
begroting van SWV Dronten. Bij activiteiten van de Driemaster zijn de werkelijke loonkosten
vermeld.
Passend onderwijs maken we samen.
De beleidsmakers/besturen zijn zich ervan bewust, dat alles moet plaats vinden op de
werkvloer. We vragen dan ook van het management van de scholen: directeur en IB er zich
medeverantwoordelijk te voelen voor het uitgezette beleid en feedback te geven. Met elkaar
zijn we een enorme kracht. Dit zullen we ervaren tijdens de diverse bijeenkomsten.
Laten we er ons van bewustzijn dat Onderwijs en jeugdhulp in een mega transitie zitten en dat
we de tering naar de nering moeten zetten. Laten we dit met al onze know how gezamenlijk
doen. We zullen ons enthousiasme voor een goede ontwikkeling van kinderen mobiliseren en
de omwenteling benutten tot een fantastische onderwijs en jeugdhulpvoorziening in de
gemeente Dronten.
We zijn er klaar voor.
1. In de school activiteiten
Bovenschoolse activiteiten in de school
Onderwijsloket
Intake
2. Buiten de school activiteiten
A. Activiteiten op het scholeneiland
SchoolOndersteuningsProfiel
Schoolontwikkeling
B. Activiteiten met CJG
Integraal leernetwerk
Logopedie
3. Activiteiten doelgroepen buiten de school:
Voorschoolse voorzieningen
VO
4. Doorontwikkeling thuisnabij onderwijs voor bijna alle kinderen in de gemeente
Dronten: Driemaster
5. Activiteiten ouderbetrokkenheid
96
Al deze activiteiten worden gecoördineerd door de coördinator Dronten, gedurende drie
dagen per week.
Kosten tot 1 januari 2015 € 40.000,00 op jaar basis € 96.000.
Onderwerpen
/producten
1.
In de school
activiteiten
Activiteiten
Expertise voor activiteiten
in de eigen besturen
rondom de
basisondersteuning wordt
eerst benut.
Planning
Kosten
Scholen
Eigen
organiseren zelf
verantwoording
hun eigen
expertise om
hulpvragen binnen
de eigen besturen
te beantwoorden
Enkele IB ers vanuit de
In het IB netwerk € 440,00 3x
verschillende besturen
zullen de IB ers
ontwikkelen op basis van
hierover voorjaar
Parnassys de aanvragen
2014
voor arrangementen en de geïnformeerd
TLV. Dit laatste wordt het worden en zal er
(Handelingsgerichte)
intervisie hierover
Voortraject genoemd. Het plaats vinden in
groeidocument
2014 en 2015.
opgenomen in Parnassys
Hiervoor zijn IB
zal de huidige
bijeenkomsten
aanvraagformulieren gaan gepland, zie het
vervangen voor een
planningsoverzicht
toelaatbaarheidsverklaring
voor SBO of SO
Evaluatie hoe
en wanneer
Focus /
borging
Evaluatie binnen
de eigen scholen
Besturen
Evaluatie en
intervisie binnen
IB netwerk
evaluatie mei
2015
Besturen
97
NB binnen het IB netwerk wordt
de ondersteuningsstructuur
geëvalueerd. In de huidige
situatie is er een voorzitter voor
het IB netwerk. Zij neemt ook
deel aan verschillende
werkgroepen namens alle IB ers:
CJG gerelateerd en andere
overlegsituaties ten behoeve
van de basisondersteuning of
overdracht VO en voorschools.
Tot 1 januari
Evaluatie in
2015, 4,5 uur per klankbordgroep
week € 2933,33 en bestuur
najaar 2014
Borging besturen
Dit geldt ook voor de
klankbordgroep voorheen
beleidsgroep, 4 directeuren en
voorzitter IB netwerk. Zij zijn de
vertegenwoordigers van de
diverse besturen in Dronten. Zij
nemen ook deel aan
werkbijeenkomsten CJG
gerelateerd en diverse andere
werkgroepen en zorgen voor de
terugkoppeling naar de eigen
besturen
€ 2200,00 5 x tot
1 januari 2015
3 uur per week
Evaluatie in
klankbordgroep
en bestuur
najaar 2014
Borging besturen
4 dagen Eduvier
tot schooljaar
2015- 2016,
1 dag driemaster
tot schooljaar
2014-2015i
Borging besturen
24-03
Bovenschools
e activiteiten
in de school/
coördinatie
onderwijs
loket
Zijstap
Deze wordt tot mei Kosten SWV 242016 voortgezet
03
4 dagen Eduvier:
1 dag
Driemaster:
Periodieke
evaluatie in
onderwijsloket
en in bestuur
Voorjaar 2015
AB Cluster 3 en 4
Er wordt nog verder
doorontwikkeld door de
besturen hoe dit vorm te geven.
Tot mei 2015,
voortgezet
rugzakgelden
Hoogbegaafdheid
Expertise groep
hoogbegaafdheid
De commissie
hoogbegaafdheid
wordt bemenst
door SKOFV, Spil
en Codenz,
coördinator komt
van Codenz
€ 2933,33 tot 1
jan 2015
Evalueren
voorjaar 2015
In SWV 24-03
Evalueren
binnen de eigen
scholen en
besturen en
klankbordgroep
Evalueren najaar
2014 in
onderwijsloket,
klankbordgroep
en besturen
Nieuwkomers
Totaal kunnen 16
€ 4909,78 tot 1
kinderen hiervan
jan 2015
profiteren. Het
gaat om
nieuwkomers op
de reguliere school
en AB voor nazorg
Borging besturen
Evalueren najaar
2014 in
onderwijsloket,
klankbordgroep
en besturen
98
AB Driemaster
Onderwijslok
et
Het gaat om
moeilijke groep
begeleiding,
didactisch en
pedagogische en
logopedische (
taal) hulpvragen en
videointeractiebegeleiding, daar
waar scholen zelf
de hulpvragen niet
kunnen
beantwoorden
Trajectbegeleiding
Orthopedagoog
Driemaster, 8 uur.
Voorschoolse
ondersteuning met
als doel kinderen
passend onderwijs
te laten volgen in
regulier onderwijs
met reeds in kaart
gebrachte
ondersteuningsbeh
oefte
Taken : coördineren van
1.Voorzitter:
arrangementen, monitoren,
verzorgt de zaken
adviseren, toeleiden naar
rondom plannen
Toelaatbaarheidsverklaring door van
Voorzitter, orthopedagoog en
arrangementen en
directeur met brede onderwijs
TLV, monitoren en
ervaring en ervaring in het
adviseren bij
afgeven van beschikkingen,
bovenschoolse
hulpvragen in
De werkzaamheden van het
rond-deonderwijsloket na 1 jan 2015
tafelgesprekken
zullen afhangen van hoe het
2.Orthopedagoog
Voortraject verloopt naar de
ter ondersteuning
toelaatbaarheid verklaring en
ondersteunt bij
welke arrangementen er nog
Toelaatbaarheidsonder het
verklaringen
samenwerkingsverband vallen
3. breed
georiënteerde
directeur ter
ondersteuning bij
TLV
Administratieve ondersteuning
TLV, onderwijsloket en
coördinatie
€ 11.783,48 op
jaarbasis
Evalueren mei
2015
Borgen van
behoud
expertise
Driemaster, door
besturen. Tot
schooljaar 20142015 geborgd
€ 17.675,21
Evalueren
voorjaar 2015
Behoud van
expertise
Driemaster in
schooljaar 20142015 door
besturen
1.2 dagen
voorzitter
€ 33. 703,66 x
5/12
Evalueren in
Borging besturen
onderwijsloket,
en 24-03
klankbordgroep
en IB netwerk en
besturen
Najaar 2014
2.
orthopedagoog,
2,5 uur
€ 6828, 87 x5/12
3. directeur, 2,5
uur
€ 4224,TLV De
afgesproken
werkwijze is te
lezen in het
ondersteuningspl
an van 24-03
Deze samenstelling
is gegarandeerd
tot 1 jan 2015
Behouden tot 1 jan € 13.187,79
2015, i.v.m.
continuïteit
Onderwijsloket en
TLV
Evalueren najaar
2014
Borging besturen
100
Ondersteuningsteams,
(IJsselgroep)orthopedagogen
Zij worden in gezet preventief,
maar ook voor de TLV.
4 x per jaar
worden er
ondersteuningsteams
georganiseerd en
op aanvraag ronddetafelgesprekken.
Wordt bekostigd
van subsidie
gemeente
€ 31.000 tot
2017
Periodieke
evaluatie met
coördinator in
klankbordgroep,
IB netwerk en
besturen
Evaluatie
voorjaar 2015
voorzetting
IJsselgroep
orthopedagogen
Monitoring
Monitoring onderwijsloket rond
de tafels en kwartaalrapportage
van toeleiding naar SO en aantal
rugzakken
Monitoring
wordt op niveau
van 24-03
aangestuurd
Evaluatie
klankbordgroep,
besturen 24-03
Intake
Scholen doen zorgvuldig de
intake vgl. de zorgplicht
afspraken en het protocol
intake. Deze zal aangepast
worden op de nieuwe situatie
Scholen moeten
per kwartaal cijfers
aanleveren over de
leerlingen stromen
naar de
arrangementen
Het formulier
wordt aangepast
door de
klankbordgroep
Er vindt periodiek overleg plaats Scholen maken zelf
2a.
afspraken
Scholeneiland op de scholeneilanden. Men is
op de hoogte van elkaars
onderling en met
SchoolOndersteuningsProfiel
CJG .
Directeur en IB er zijn op de
hoogte van de ontwikkelingen
rondom de afgesproken interne
en externe ondersteuningsroute
volgens de casusregie
afspraken. CJG ondersteuning is
in ontwikkeling en wordt op
scholeneilanden georganiseerd
SchoolOnders
teunings
Profielen:
SOP
Zijn vastgesteld
Het benutten van SOP wordt
besproken in IB netwerk. Er
wordt onderzocht welke variant
van vast stelling van categorie 2
kinderen wordt gebruikt. De
mogelijke arrangementen
worden vastgesteld
Het samenwerkingsverband
Het
ondersteuningst
eam is de spil in
de ondersteunings-route.
Via het
ondersteuningst
eams worden er
ook rond de
tafels
georganiseerd. In
deze teams
samengesteld
met de nodige
expertise kan
men toe leiden
naar arrangementen en
TLV. Besturen
borgen de afspraken met
IJsselgroep orthopedagogen in
2014-2015
Borging besturen
24-03
Borging besturen
Evaluatie in IB
netwerk en
directeuren
overleg.
Evalueren van
arrangementen
op locatie:
dyslexie en
logopedie en
eventuele
nieuwe
arrangementen
schooljaar 2014Evaluatie in
2015 wordt het
klankbordgroep
profiel geüpdate in
oktober op de
diversiteit en de
Studiedag CJG
aanwezige
wordt bekostigd
arrangementen.
door de
gemeente en
mede voorbereid
door de
coördinator
Borging besturen
101
Schoolontwik
keling
organiseert geen specifieke
onderwijsscholing meer. die
verantwoordelijkheid ligt nu bij
de besturen. Zij zijn
verantwoordelijk voor de
basisondersteuning. Het SWV
organiseert wel een werkgroep
Hoogbegaafdheid en
overlegmomenten met
directeuren en IB ers. En
organiseert in samenwerking
met het CJG jaarlijks een
verplichte studiedag rondom
een gezamenlijk thema. In 2015
zal dit thema
ouderbetrokkenheid zijn.
Ondersteuningsteams / rond de
tafelgesprekken
Borging besturen
Op basis van de
schoolmeter en
kwaliteit van de
arrangementen in
het SOP kan het
SWV zien hoe
scholen er voor
staan wat betreft
de kwaliteit van de
arrangementen en
de pijlers van
passend onderwijs
in de schoolmeter
van het SOP.
Evaluatie in
klankbordgroep
2b.
Samenwerkin
g buiten de
CJG op school en als schil rond
school
Loopt op afroep, er
zullen hiermee op
locatie
experimenten
gestart worden in
2014-2015
Gemeente zorgt
voor de juiste
jeugdhulp
instelling aan
tafel, via de
transitie
jeugdzorg
Volgens
casusregie
afspraken op
HGW werkwijzen
en de HGW
cyclus volgens de
1 zorgroute
Samenwerking
met CJG,
ontwikkelen van
CJG op school,
vgl de visie van
de gemeente en
de notitie
Handen uit de
mouwen Het
ondersteuningst
eam wordt de
integrale rond de
tafel, voor arrangeren en indicatiestelling ,
zowel voor
onderwijs als
jeugdhulp
Borging in
casusregieafspraken
CJG op school CJG wordt uitgenodigd bij
Scholen maken zelf
afspraken
Door gemeente
Evaluatie in
klankbordgroep
Borging door
gemeente en
besturen
Biddinghuizen
loopt al.
Swifterbant start 1
aug. 2014
Door Gemeente
Evaluatie Sterk in
de klas door
betrokken
scholen, door
projectleider
Marga Klein
Swormink in
opdracht van de
gemeente en
Harriet Donker
vanuit de
gemeente.
Evaluatie in
klankbordgroep
met
betrokkenen.
Afhankelijk van
evaluaties wordt
dit voortgezet
en/of uitgezet
naar andere
scholeneilanden.
Borging in
afspraken met
gemeente. De
locatie van sterk
in de klas kan
verplaatst
worden naar
andere delen van
de gemeente. Afhankelijk van
ondersteunings
behoeften van
scholen.
het ondersteuningsteam, een
pool van deskundigen kunnen
op maat gevraagd worden
activiteiten met ouders in de
school
Sterk in de Klas Biddinghuizen,
Swifterbant door Triade
102
Driemaster zal ook worden
ondersteund met CJG op school.
Dit wordt ontwikkeld voorjaar
2014
Dit wordt verder
uitgewerkt door
Harriet Donker en
de Driemaster
Ib netwerk en
directeurennetwerk als
expertise plek samen met CJG
Partners
In stand houding
van het IB netwerk
en directeuren
studiedag.
Versterken van de functie van
het IB-netwerk en directeuren
netwerk naar leernetwerk
samen met CJG partners
3 febr. 2015
Logopedie
Logopedie screening. Deze loopt
nog door tot 1 januari 2015.
Scholen zijn gevraagd zelf ook
kinderen te signaleren. De
screening is dan totaal weg. Er
wordt een nieuw plan
ontwikkeld om met de
logopedist van de Driemaster
zelf de screening te organiseren
Er wordt een plan
ontwikkeld in
2014.
Ambitie hier mee
te kunnen starten
op 1 januari 2015
Gemeente en
onderwijs zullen
samen dit plan
bekostigen
Geschat totaal €
20.000
3.
Doelgroepen
Aansluiting integrale
vroeghulp/Kinderopvang
Dronten/Kidsworld/ Landstede,
MKD Schavuiten en andere
voorschoolse instellingen,
ondersteuningsteams +
trajectbegeleiding
Schooljaar 20142015, Er is een
commissie in het
leven geroepen,
Casusregie
afspraken worden
voorschools
uitgewerkt en
afgestemd op PO.
Er worden
afspraken gemaakt
over de toeleiding
naar Passend
onderwijs via het
onderwijsloket.
Er is een
commissie PO VO
10-14 genaamd,
voorjaar 2014
gestart Samen met
de klankbordgroep
zal dit verder
uitgewerkt worden
en zullen er
afspraken gemaakt
worden.
Afstemming met
de projectgroep
CJG op school in
De gemeente
Evaluatie in
Dronten heeft
klankbordgroep
Helen Koot de
en bestuur
opdracht
gegeven dit
project te leiden
voor de
afstemming
jeugdhulp en de
intern
ondersteuningsst
ructuur vgl. de
casusregie
afspraken
Borging besturen
Evaluatie
beleidsgroep PO
VO, met
klankbordgroep
Borging besturen
Integraal
leernetwerk
Aansluiting VO
versterken
Warme en koude overdracht zal
geregeld worden.
Alle scholen zijn inmiddels over
op Parnassys.
CJG Partners
Borging besturen
worden
regelmatig
uitgenodigd voor
uitwisseling
expertise
Arrangementen
worden
regelmatig
besproken, als
ook de routing
van de interne
en externe
ondersteunings
structuur. En er
wordt een
studiedag
georganiseerd
Ontwikkeling
Borging besturen
door logopedist en gemeente
Driemaster en
klankbordgroep
en gemeente
Evaluatie plan
najaar 2014
103
het VO
4.
Driemaster:
thuis nabij
onderwijs
Lesplaats
Eduvier
Catamaran
Doorontwikkeling thuisnabij
onderwijs voor bijna alle
kinderen in de gemeente
Dronten in samenwerking met
Cluster 3 en 4. De Driemaster
heeft de ambitie een breder
onderwijsaanbod te organiseren
en zijn expertise te verhogen
richting cluster 3 en 4 kinderen.
Met als doel zoveel mogelijk
kinderen in de gemeente
Dronten naar school te laten
gaan. Met ondersteuning van de
expertise van cluster 3 en 4
wordt deze vorm gegeven.
In samenwerking
met cluster 3 en 4
en jeugdhulp van
CJG op school wil
de Driemaster dit
verder
ontwikkelen.
Samenwerking Driemaster en
Catamaran
In 2014 -2015
wordt er verder
gewerkt aan een
integratie
Ontwikkeling en Borging besturen
evaluatie in SEN besluit
werkgroep. In
klankbordgroep
en
besturenoverleg.
De ondersteunings
behoeften van de
Driemaster zal in
kaart worden
gebracht.
De werkgroep SEN
zal dit in 20142015 verder
uitwerken
Concretiseren van ambitie bij dit Scholen geven
5.
vorm aan deze
Ouderbetrokk thema: alle ouders worden
direct betrokken bij de
ouderbetrokkenhei
enheid
ondersteuning van leerlingen
met een hulpvraag. Dit wordt
integraal bekeken en
handelingsgericht wordt er
gewerkt. Ouders worden
educatief partner in rond de
tafelgesprekken bij het in kaart
brengen van
ondersteuningsbehoeften.
d in de niveaus 1
t/m 5 en in de
ondersteunings
teams
Er wordt een studiedag
georganiseerd met het
CJG/gemeente Dronten voor
directeuren en intern
begeleiders.
De studiedag
ouderbetrokkenhei
d wordt in februari
2015
georganiseerd
samen met CJG.
Evaluatieklankbo
rdgroep en
besturen
Evaluatie vindt
plaats binnen de
eigen besturen,
evaluatie via de
monitoring
Borging besturen
Evaluatie
klankbordgroep
en directeuren
en IB netwerk
104







De ouderbetrokkenheidactiviteiten zijn de
verantwoordelijkheid van de
besturen. Hiervoor zijn de
ambities voor de
basisondersteuning
geformuleerd. Zie onder
document X.
Schoolbesturen
maken een eigen
planning
Evaluatie
zichtbaar in
schoolmeter van
SOP, evaluatie
binnen eigen
besturen
Er vindt een onderzoek
ouderbetrokkenheid plaats en
er worden adviezen gegeven
middels dit onderzoeksproject
5 scholen doen
mee uit het SWV
PO 24-03. Deze
scholen
vertegenwoordige
n de besturen
binnen het SWV
Dronten. Het
onderzoek wordt
uitgevoerd in het
kader van de
Masteropleiding
Pedagogiek. Het
onderzoek is
opgedeeld in 3
fases over een
periode van 2 jaar.
De onderzoeksfase
vindt plaats in
voorjaar 2014 en
de andere fases
lopen door in 2014
en 2015.
Evaluatie met
coördinator en
betrokken
scholen en
klankbordgroep
De school bevraagt ouders regelmatig over de wensen en verwachtingen bij de begeleiding
van hun kind.
Het personeel bevraagt ouders regelmatig over hun ervaringen met hun kind thuis en hun
kennis van de ontwikkeling van hun kind op school en thuis.
De school voert met ouders een intakegesprek bij aanmelding.
De school informeert ouders tijdig en regelmatig over de voortgang in de ontwikkeling van
hun kind.
De school betrekt ouders bij het opstellen en evalueren van het onderwijs
ondersteuningsarrangement.
De school maakt samen met het kind en de ouders afspraken over de begeleiding en wie
waarvoor verantwoordelijk is.
De school ondersteunt ouders en kind bij de overgang naar een andere school.
105
BIJLAGE 5B Activiteitenplan Lelystad
ACTIVITEITENPLAN PLAN SWV 24-03/WERKEENHEID LELYSTAD.
Het ondersteuningsplan SWV24-03 geeft de richting aan het beleid van het Samenwerkingsverband
Passend Onderwijs Dronten/Lelystad voor het komende schooljaar 2014-2015 met een doorkijkje
naar 2015-2016. De concrete invulling en uitwerking is door middel van dit operationele plan voor de
Lelystadse scholen (inclusief SBO en scholen van cluster 3 en 4) uitgewerkt. Daarmee is dit plan de
basis van en het vertrekpunt voor beleidsvorming, uitwerking en bovenal doelrealisatie.
In dit plan wordt beschreven welke doelstellingen (de doelstellingen zijn afgeleid uit het
ondersteuningsplan SWV24-03) van werkeenheid Lelystad zijn. Deze zijn uitgewerkt in activiteiten
voor 2014-2016 incl. een begroting 2014/2015. De werkeenheid Lelystad is samen met de
werkeenheid Dronten onderdeel van SWV24-03. Op lokaal niveau werken de scholen en hun 6
besturen samen van het regulier basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs De Vogelveste en De
Watergeus met de scholen voor speciaal onderwijs De Zevenster en met het 7e bestuur van de Dr.
Herman Bekius.
Onderliggend aan dit plan zijn een planning en een intern kwaliteitskader opgesteld, waarin
beschreven wordt op basis van welke gegevens werkeenheid Lelystad de kwaliteit van haar werk
beoordeeld en welke norm daarbij wordt gehanteerd (conform de reeds bekende systematiek WSNS
Lelystad).
EEN VERNIEUWD WENKEND PERSPECTIEF, ANNO 2016!
Bekend is dat de wet Passend Onderwijs wordt ingevoerd per 1 augustus 2014. Wettelijk kader is
opgenomen in artikel 40, lid 8 te weten;
Het samenwerkingsverband heeft in elk geval tot taak:
a) het vaststellen van een ondersteuningsplan
b) het verdelen en toewijzen van ondersteuningsmiddelen en ondersteuningsvoorzieningen aan de scholen, bedoeld in het tweede
lid
c) het beoordelen of leerlingen toelaatbaar zijn tot het onderwijs aan een speciale school voor basisonderwijs in het
samenwerkingsverband of tot het speciaal onderwijs, op verzoek van het bevoegd gezag van een school als bedoeld in het
tweede lid waar de leerling is aangemeld of ingeschreven
d) het adviseren over de ondersteuningsbehoefte van een leerling op verzoek van het bevoegd gezag van een school als bedoeld in
het tweede lid waar de leerling is aangemeld of ingeschreven.
Anders dan voorheen met Weer Samen naar School hebben de schoolbesturen gekozen voor de
inrichting van 24-03 op basis van het schoolverdeelmodel. Door de keuze voor dit verdeelmodel
komen alle middelen m.b.t. de lichte als de zware ondersteuningsmiddelen passend onderwijs direct
ten goede aan de schoolbesturen van alle deelnemende scholen voor primair onderwijs en speciaal
(basis)onderwijs.
Om naar deze situatie toe te groeien is vastgelegd in het ondersteuningsplan (OP) dat de 1e 2
schooljaren (2014-15 en 2015-16) de middelen WSNS gecontinueerd worden d.m.v. het bekostigen
van de loonkosten (zie de begroting en rekenregel 2 in het OP).
In de praktijk betekent dit dat de preventieve en licht curatieve interventies onder de regie en
verantwoordelijkheid van het schoolbestuur vallen. Te denken valt aan aanbod voor kinderen met
dyslexie en dyscalculie, meer of minder gemiddelde intelligentie, fysieke toegankelijkheid van
gebouwen, (orthopedagogische )programma’s gericht op veiligheid en aanpak gedragsproblemen,
protocol medisch handelingen en de curatieve zorg en ondersteuning.
Voor SWV24-03/werkeenheid Lelystad betekent dit dat binnen twee jaar alle activiteiten binnen de
basisondersteuning in meer of mindere mate afgebouwd worden om de schoolbestuurlijke ambitie
daarmee uit te voeren. Deze ontwikkeling is reeds ingezet in 2013/2014.
Wanneer de school (c.q. bevoegd gezag ) een ondersteuningsbehoefte heeft die deze
basisondersteuning overstijgt (niveau 5) dan is lokaal het Onderwijsloket ingericht dat kan adviseren
106
of een leerling toelaatbaar is tot het SBO of SO en kan adviseren over de ondersteuningsbehoefte
op verzoek van het school/bevoegd gezag. Op dit niveau zijn ook de arrangementen beschikbaar
voor een ondersteuningsbehoefte van kind c.q. school die de basisondersteuning overstijgt.
Het vertrekpunt voor het wenkend perspectief.
Handelingsgericht werken en een sluitende ondersteuningsstructuur vormen in onderlinge
samenhang de kern tot 1 augustus 2016, waarbij vanuit SWV24-03/werkeenheid Lelystad een focus
komt op de ondersteuning van scholen op verzoek van het bevoegd gezag vanaf niveau 5. Dat geldt
voor het realiseren van een passend aanbod, begeleiding en verwijzing van leerlingen die hiervoor in
aanmerking komen. Het gaat dan om kinderen waarvan de ondersteuningsbehoefte niet door de
school alleen kan worden opgelost (ondersteuningsbehoefte op het niveau van de lichte en zware
ondersteuning).
Daarbij staat dat met de inzet op de kwaliteit van de school en de inzet op het handelen van de
leerkracht door het schoolbestuur en door de toegankelijkheid van voorzieningen het haalbaar moet
zijn dat er vanaf 1 augustus 2014 geen kinderen onder de 13 jaar thuis zitten (anders dan de
wettelijke termijn i.v.m. zorgplicht).
SWV2403/werkeenheid Lelystad verwacht dat schoolbesturen standvastig meewerken aan de
uitvoering van de activiteiten en koers. Omgekeerd mag vanuit scholen (schoolbesturen) verwacht
worden dat vanuit SWV24-03 /werkeenheid Lelystad leerkrachten en ouders worden ondersteund en
zo thuis nabij gebruik kunnen maken van voorzieningen en zorg.
Het bereiken van de doelstellingen vraagt een standvastige houding van de medewerkers SWV2403/werkeenheid Lelystad en de schoolbesturen en een eenduidige communicatie naar de scholen.
Hiervoor is het noodzakelijk dat er oog en aandacht is om tijdig ontwikkelingen vanuit de
verschillende niveaus af te stemmen maar vraagt ook vertrouwen om samen te werken aan het
behalen van de doelstellingen.
Op basis van bovenstaande heeft het bestuur van Samenwerkingsverband 24-03 de werkeenheid
Lelystad de volgende opdracht (deze opdracht geldt tot 1 augustus 2016) geformuleerd:
Het uitvoeren van taken en verantwoordelijkheden op een kwalitatief hoog niveau en met focus op
het terugdringen van het deelnamepercentage kinderen in de speciale voorzieningen ( doelstelling per
2019-2020 maximaal: 2% SBO en 1,63% SO).
Daarnaast is de opdracht om het voorzieningen niveau van de scholen door de inrichting van de
ondersteuningsstructuur minimaal op het niveau te houden van 2014/2015 en voor te bereiden op
een afbouw van de extra ondersteuning binnen de basisondersteuning per 1 augustus 2016. (basis
notitie op weg naar een sluitende ondersteuningsstructuur,…) door de volgende zaken uit te werken:
het ontplooien van activiteiten ter bevordering van een samenhangend geheel van
zorgvoorzieningen binnen en tussen basisscholen zodat kinderen in een ononderbroken ontwikkeling
zich ontwikkelen.
het versterken van de ondersteuningsteams van de scholen (niveau 4 van de
basisondersteuning) en het borgen van het handelingsgericht werken.
verder vorm geven aan de inrichting van de (bovenschoolse) onderwijszorg in nauwe
samenwerking met het CJG en de Jeugd & Gezinsteams.
Verantwoordelijkheid m.b.t. de financiële kaders en oog voor de medewerkers die
werkzaam/gedetacheerd zijn? (moet nog worden ingevuld/wie heeft die verantwoordelijkheid?)
Voortvloeiend uit deze opdracht zijn de onderstaande activiteiten/maatregelen geformuleerd, te
weten:
A. Maatregelen ter verbetering van ondersteuning en preventie (vroegsignalering) in het primair
onderwijs
B. Maatregelen ter beperking van de instroom in speciale voorzieningen
C. Maatregelen ter verbetering van het dekkende en samenhangend netwerk van onderwijs en
jeugdhulpvoorzieningen.
NAV A. Maatregelen ter verbetering van ondersteuning en preventie(vroegsignalering) in het
primair onderwijs. Om zo snel mogelijk de afbouw van de inzet vanuit het SWV te realiseren, ofwel
107
Basis op orde. Vanaf augustus 2014 zijn er geen activiteiten meer onder de verantwoordelijkheid van
werkeenheid Lelystad ingericht die functioneren op niveau 2 en 3 van de basisondersteuning (bv.
Helpdesk digidoor PO/VO, ambulante begeleiding SBO/SO).
 Inrichting ondersteuningsteam (niveau 4) met een consultatieve begeleider (80 of 100 uur);
coachende en sturende rol m.b.t. inrichting besprekingen en coaching IBer en team.
Aansluiting CJG door ontwikkelen.
 Implementatie Handelingsgericht werken (borging uitgangspunten en 1-zorgroute); inzet
consultatieve begeleider m.b.t. schoolontwikkeling (zie hierboven) en inzet op
schooloverstijgende begeleiding door modules op maat focus op planmatig handelen en
pedagogisch klimaat.( modules effectieve groeps -en kind besprekingen, efficiënt
administreren/documenteren, effectieve inrichting Ondersteuningsteam, HGW gesprekken
met ouders en kinderen voeren, pedagogisch klimaat w.o. management en observaties.
 Handelingsgericht psychodiagnostisch onderzoek: vanuit efficiency centraal bij
Onderwijsloket inrichten tot uiterlijk 1 augustus 2016 of zoveel eerder afbouwen als kan.
 Versterken Expertise IB; drie netwerk bijeenkomsten met afstemming schoolbestuurlijke
netwerken, onderwerpen: routing toelaatbaarheid (TLV), groepsplannen gedrag en
versterken van de competenties zoals opgenomen in Lelyprofiel, juni 2014
 Versterken stadsdeelbijeenkomsten directie/interne begeleiding; twee
dagdeelbijeenkomsten samen met partners CJG en J&G, Voor en buitenschoolse, voortgezet
onderwijs, onderwerpen o.a. zorgplicht en J&Gteams
 Themabijeenkomst m.b.t. zorgplicht en routing Onderwijsloket: inzet door VOSABB en
intern
 Uitbreiden beschikbare disciplines vanuit jeugdzorg schoolnabij (doorontwikkeling CJG en
J&G), inzet op ondersteuning als sterk in de klas en meedoen op school, lobby en participatie
lokaal beleid (gesprek gepland GGD 20 mei) (op basis van onze lokale
opvoed/onderwijsvragen)
 Pilot MEEDOEN op school (aanvraag gemeentelijke subsidie tlv transitie fonds voor aanpak 2
tot 9 jarigen) planning juni 2014 (partners SKL, MEE en WSNS)
 Verdere implementatie/borging Digitaal Handelings Protocol (DHH) en inrichten netwerk,
(in relatie met uitkomst effectiviteitsonderzoek najaar 2014) inrichting op basis van
inventarisatie 14 en 21 mei en implementatiebijeenkomsten DHH
 Borging implementatie protocol Ontwikkelingsperspectief (OPP), afhankelijk
tevredenheidsonderzoek, format door ontwikkelen en afstemmen op behoefte S(B)O,
kwaliteit meten en evaluatie protocol
 Versterken van samenwerking voorschoolse en buitenschoolse voorzieningen gericht op de
overdracht, pilot CJG stadsdeel Noordwest en Zuidwest, borgen protocol
overdrachtsdocument en afstemming ICARE/GGD
 Versterken van samenwerking voortgezet onderwijs, pilot zorgleerlingen, borging
werkafspraken digidoor m.b.t. groep 7, borging activiteiten communicatie en
professionalisering en monitoring/analyse data digidoor PO/VO
 Adviesrol Onderwijsloket bij uitvoering zorgplicht (voor uitwerking zie verzoek/opzet BAG)
opstellen protocol tussen rol Onderwijsloket, school en schoolbestuur.
108
NAV B. Maatregelen ter beperking van de instroom in speciale voorzieningen
Aan deze doelstelling wordt gewerkt door middel van de onderstaande activiteiten gekoppeld aan de
ambitie en de kwantitatieve richtlijn die is opgesteld (blz.16 OPR en bijlage kwantitatieve resultaten
OPR):
 Adviseren bij en ondersteunen van een aanvraag toelaatbaarheidsverklaring lesplaats SBO
of SO (paragraaf 4.5. OP), inzet personeel Onderwijsloket op basis van 100 aanvragen,
invulling en inrichting op het niveau van 24-03. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de
toelaatbaarheidsverklaringen voor zittende leerlingen in het SO in overleg met de directies
van de SO scholen een apart aandachtspunt zijn.
 Proactief bevorderen van beleid en uitvoering terugplaatsingen uit S(B)O naar regulier
onderwijs (incl. monitoring) voorstel/beleid ontwikkelen in overeenstemming Commissie
van begeleiding S(B)O. positie verwijzende school verder uitwerken ( bv warme overdracht).
 Monitoren van de werkeenheid van de aantallen verwijzingen door scholen en steekproef
kwaliteit dossiers/aanvragen  doorontwikkeling bestaande systematiek en steekproef
indicatoren benoemen.
 Ontwikkelen en toeleiding van onderwijszorgarrangementen in samenhang CJG en J&G. ,
beleid en pilot opzetten tlv transitiefonds. Ontwikkelen van beleid voor een dekkend
netwerk vanuit basisondersteuning zorg en onderwijs naar intensieve vormen van
ondersteuning binnen zorg en onderwijs (1 kind, 1 gezin, 1 plan).
 Zijstap, Inzet vanuit het Onderwijsloket WSNS ter voorkoming van mogelijke verwijzing en/of
schorsing/verwijdering. (zwaar en intensief arrangement).
 Beleid formuleren t.a.v. voorkomen van thuiszitters en onnodig veranderen van school
(speerpunt benoemd in ondersteuningsplan paragraaf 3) beleid ontwikkelen in nauwe
samenhang met schoolbesturen en gemeente (bespreking 5 juni tijdens lokaal
beraad/OOGO).
 Versterken van samenwerking met integrale vroeghulp m.b.t. onderinstroom (uitvoering
Onderwijsloket) voortzetting van bestaande afspraken met de werkgroep integrale
vroeghulp en de inrichting van de routing toelaatbaarheid m.b.t. onderinstroom via
Onderwijsloket.
NAV C. Maatregelen ter verbetering van het dekkende en samenhangend netwerk van onderwijsen jeugdhulpvoorzieningen.
 Ontwikkelen van thuisnabije voorzieningen van cluster 2 (light -en medium variant
Kentalis noord), incl. afstemming gemeente m.b.t. inzet leerlingenvervoer.
Inrichten van varianten van ondersteuning vanuit cluster 2 binnen Lelystad op basis van
dashboard schoolondersteuningsprofiel. Doel thuisnabij onderwijs voor ongeveer 26
kinderen.

Doorontwikkeling invulling vraag gestuurd werken op basis van 20 lokale opvoed- ,
opgroei- en onderwijsvragen.
Invulling samen met partners CJG en Jeugdhulp. Op basis van inventarisatie is een dekkend
netwerk geconstateerd. Ontwikkeling gericht op vraaggestuurd werken door alle
professionals, attitude en scholing.(ontwikkeling scholing in modules op maat samen met
GGD en Icare)
109

Realisatie en ontwikkeling van een dekkend palet van voorzieningen en ondersteuning op
niveau stadsdeel.
Pilot CJG m.b.t. school, vrijetijd in stadsdelen noordwest en zuidwest, inrichting op basis van
de behoefte van scholen m.b.t. voorzieningen op niveau stadsdeel bv sterk in de klas,
Meedoen op school en andere vragen bv inrichting ondersteuningsvoorzieningen.

Versterken van specifieke ondersteuning voor begeleiding en ondersteuning
hoogbegaafden
Inrichting van de ondersteuning bij heel specifieke begeleidingsvraagstukken hoogbegaafden
(leerlijn 1 DHH) en de uitwerking BE COOL! Incl. terugkoppeling resultaat
effectiviteitsonderzoek, disseminatie, organiseren workshops (zie project Onderwijsbewijs)


Versterken van samenwerking CJG in het ondersteuningsteam van de school. (zie A)
Ontwikkelen van samenwerking m.b.t. inrichting J&G en samenwerking jeugdhulp en
onderwijs (speerpunt focus op basisvoorzieningen) Afhankelijk van de inrichting op
gemeentelijk niveau (planning september 2014) aansluiting Ondersteuningsteams, CJG en
J&G logisch en slagvaardig organiseren.
ALGEMENE ORGANISATIESTRUCTUUR/ PERSONEEL.
De werkeenheid Lelystad is werkzaam in opdracht van de aangesloten schoolbesturen 24-03, zij zijn
gezamenlijk de juridische en morele eigenaren. De werkeenheid Lelystad is in dat kader ook
verantwoording schuldig aan de deelnemende schoolbesturen en zal dat doen in verantwoordingsen voortgangsrapportages. Dit sluit aan bij de algemene managementrapportage systematiek die we
afspreken voor 24/03.
De medewerkers zijn in dienst bij een schoolbestuur en werken op basis van een detachering bij
SWV24-03/werkeenheid Lelystad. Voor de medewerkers is een kantoor ingericht waar uitvoering
wordt gegeven aan de opdracht c.q. activiteiten. Het kantoor is gevestigd aan de Kempenaar 03-23
te Lelystad.
Beleidsgroep: Voor de afstemming van het schoolbestuurlijk beleid met de ontwikkelingen van
SWV2403/werkeenheid Lelystad is de beleidsgroep (BG) ingericht. De beleidsgroep bestaat uit
directeuren en interne begeleiders van de bij SWV24-03/ werkeenheid Lelystad aangesloten scholen.
Deze groep komt minimaal vijf keer bijeen. De beleidsgroep heeft een adviserende rol naar de
activiteiten van werkeenheid Lelystad. De beleidsgroep heeft bovendien een belangrijke rol om zorg
te dragen voor afstemming van de ontwikkelingen binnen de schoolbesturen in relatie (niveau 1 t/m
4) en de activiteiten van het samenwerkingsverband (niveau 5). Voor 1 januari 2015 wordt duidelijk
welke positie en functie de beleidsgroep inneemt binnen de structuur van SWV24-03/werkeenheid
Lelystad t.o.v. bestuur 24-03 , IB netwerk en overige. De uitwerking van de functie en rol van de
beleidsgroep ligt voor bij het bestuur 24-03 om hierover een besluit te nemen.
Vanuit de werkeenheid Lelystad vinden met de schoolbesturen gesprekken plaats over de kwaliteit
van hun onderwijs op basis van de afspraken in het ondersteuningsplan t.a.v. niveau,
basisondersteuning en de afspraken die gemaakt zijn m.b.t. termijnen rondom procedures en het
aantal klachten/bezwaar, ter verbetering van de kwaliteit van de processen en het onderwijs.
Nog ter bespreking is het volgende aandachtspunt:
Met betrekking tot bedrijfsvoering (inclusief personeel & organisatie, financiën en huisvesting) of
nadere activiteiten moeten worden opgenomen.
KWALITEITSBEWAKING
In het interne kwaliteitskader van werkeenheid Lelystad staat voor elk van de genoemde punten
beschreven welke kwaliteitsnormen worden gehanteerd en op welke manier de kwaliteit wordt
110
gemeten. Ook wordt beschreven wanneer verbeterpunten naar aanleiding van de meting worden
vastgesteld (conform bestaande systematiek). Minimaal drie keer per schooljaar wordt dit per
schoolbestuur in een overleg teruggekoppeld.
Bij de kwaliteitsbewaking wordt het inspectiekader Passend Onderwijs meegenomen.
BEGROTING 2014/2015,
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de personele verplichtingen opgenomen zijn in hoofdstuk 11
Financiën, van het ondersteuningsplan onder paragraaf 11.1.
In deze begroting zijn dan ook niet de loonkosten voor het personeel dat actief is op de activiteiten,
meegenomen. Deze loonkosten worden vanuit 24-03 rechtstreeks aan de betrokken schoolbesturen
overgemaakt.
A. Maatregelen ter verbetering van ondersteuning en preventie (vroegsignalering) in het reguliere
onderwijs
Activiteit
Inzet personeel21
Lasten
Baten
Inrichting
Inkoop 3000 uur
265.000,00
178.000,00
Ondersteuningsteam
Per school 80 of 100
uur
Implementatie HGW, inkoop 3
6.000,00
a 4 modules en locatie
Nb richtlijn per module max
€75,00 per persoon
Handelingsgerichte
diagnostiek
Lasten betreffen
onderzoeksmateriaal
Ib netwerk, drie
bijeenkomsten
Beschikbaar 32 uur
per week
750,00
-
2.775,00
-
Nb richtlijn per bijeenkomst
max €25,00 per persoon
stadsdeelbijeenkomsten
4.500,00
-
Nb richtlijn per bijeenkomst
max €20,00 per school
Themabijeenkomst
Inkoop en locatie
Doorontwikkeling CJG en J&G
Pilot MEEDoen
1.500,00
-
-
Borging DHH, lerend netwerk,
inkoop en locatie
Borging OPP
3.000,00
Pm
Aanvraag
20.000,00
-
Versterken van samenwerking
voorschoolse vz en VO
Adviesrol OL m.b.t. zorgplicht
-
Pm (zijn nog baten
beschikbaar bij
Watergeus)
-
-
-
21
-
Op basis van 10
dossiers inzet 80 uur
Personele inzet moet nog worden ingevuld
111
subtotaal
283.525,00
B. Maatregelen ter beperking van de instroom in speciale voorzieningen
Activiteit
Inzet personeel22
Lasten
Toetsen/beoordelen TLV
Op basis van 100
Pm
aanvragen
250 uur
Kosten bij
administratie
CAAR(administratie)
325 uur
en post onvoorzien
Onderwijsloket
Terugplaatsingen S(B)O
Monitor en steekproef
Inzet per kwartaal 72 uur
Steekproef 16 uur
Ontwikkelen
onderwijszorgarrangementen
Zijstap
32 uur
250,00
Lasten betreffen aanschaf
materiaal
Beleid/ondersteuning en
advies thuiszitters met een
actieve rol van Eduvier.
Versterken samenwerking
onderinstroom
subtotaal
250,00
198.000,00
Baten
-
-
-
-
0,00
C. Maatregelen ter verbetering van het dekkende en samenhangend netwerk van onderwijs en
jeugdhulpvoorzieningen. B. Maatregelen ter beperking van de instroom in speciale voorzieningen
Activiteit
Inzet personeel
Lasten
Baten
Cluster 2
Tlv Kentalis
Doorontwikkeling
Tlv CJG
vraaggestuurd werken
Top 20
Beleid dekkend palet
Uitwerking BE COOL! En
Pm
30.000,0023
ondersteuning
hoogbegaafden
Ontwikkeling/samenwerking
Tlv gemeente
inrichting J&G
subtotaal
D. Overige kosten
Activiteit
huur en verbruikslasten
Materiele activa
22
23
Inzet personeel
0,00
30.000,00
Lasten
28.000,00
20.000,00
Baten
-
Personele inzet moet nog worden ingevuld
Verplichtingen vanuit Onderwijsbewijs m.b.t. financiering 80%/20% regeling
112
boekwaarde
CAAR en digidoor Zorg
ICT
Investering laptops,server en
tablets
website
accountant
Overige kosten en post
onvoorzien
W.o. telefoon, porto, scholing
etc.
subtotaal
Totaal overzicht Lasten/Baten 2014-2015
Maatregel
Lasten
Ter ondersteuning en
vroegsignalering regulier
onderwijs
Ter beperking van de instroom
Ter verbetering dekkend en
samenhangend netwerk
overige
Totaal
6.000,00
3.500,00
-
Pm rekenregel 1
Pm rekenregel 1
Subsidie
verantwoording
1.000,00
10.000,00
48.500,0024
-
-
0,00
Baten
283.525,00
198.000,00
250,00
0,00
0,00
30.000,00
48.500,00
332.275,00
0,00
228.000,00
Dekking van dit verschil wordt naar rato van het aantal leerlingen over de zes schoolbesturen regulier
onderwijs (incl. SBO) verdeeld.
Lasten op basis van 7571 leerlingen regulier en SBO, naar rato €43,88 per leerling
Baten op basis van 7571 leerlingen regulier en SBO, naar rato €30,11 per leerling
Ten laste van het resterende budget vanuit 24-03 , naar rato regulier en SBO € 13,77 per leerling25
Zie voor de uitwerking van dit activiteitenplan op de website van het samenwerkingsverband :
www.swv24-03.nl
24
Excl. boekwaarde materiele activa
Hierbij dient te worden opgemerkt dat eventuele inrichting van zware arrangementen
bij Onderwijsloket/werkeenheid Lelystad nog niet is meegenomen maar afhankelijk van
de inrichting van de personele paragraaf en ontwikkeling beleid
25
113
Bijlage m.b.t. 20 opvoed, opgroei en onderwijsvragen
Uitwerking speerpunt:
beschrijving van zorg- en basis arrangementen incl.
inventarisatie
Lijst van opvoed- en opgroei (incl. onderwijs) problemen Lelystad
Voor de uitwerking van de basis en extra zorg/arrangementen en passende ondersteuning is vanuit
het CJG en het overleg met de directies S(B)O/WSNS nagedacht over ene inrichting op basis van de
ondersteuningsvragen bij opvoeden/opgroeien en onderwijs. Hierbij is de NJI lijst als uitgangspunt
gebruikt en Lelystad proof gemaakt. Deze vragen/problemen kennen drie niveaus van
ondersteuning, NL. basis, licht en zwaar( specifiek) waar alle betrokken instellingen, vanuit
onderwijs, eerste en tweede lijn op acteren.
De lijst is aan de tijdsgeest en dynamiek onderhevig, dat betekent dat er ruimte moet worden
gehouden voor aanpassingen.
Inmiddels heeft de stuurgroep CJG de onderstaande lijst vastgesteld op 9 december 2013.
Stap 2: Inventarisatie op lijst, de lijst aanbieden als een groslijst om de bestaande expertise en
ondersteuning te verzamelen. Tot april 2014
Stap 3. Inventarisatie levert input voor discussie/definitie; preventief/basis, licht, zwaar
ondersteuning.
Top 21 vragen en problemen bij jeugdigen in onderwijs en bij het opgroeien in Lelystad.
1.
Van dwars gedrag tot gedragsproblemen
2.
Van grensoverschrijdend gedrag tot delinquentie
3.
Van drukke kinderen tot ADHD
5.
Van gewone dip tot depressie
6.
Van plagen tot pesten
7.
Van enkelvoudige opvoedingsprobleem tot multi-probleemsituaties
8..
Van geen zin hebben in school /schooluitval tot geen dagbesteding hebben
9.
Van relatieproblemen tot echtscheiding
10.
Van experimenteren/ misbruik van middelen(verslaving van sociale media, drugs alcohol etc.)
tot afhankelijkheid van middelen
11.
Van seksuele interesses tot seksuele grenzeloosheid en seksueel misbruik
12.
Van ongezonde levensstijl tot overgewicht
13.
Van opgroeien tussen twee culturen tot radicalisering
14.
Van opvoedproblemen tot onveilige opvoed en opgroeisituatie (incl. kindermishandeling)
15.
Van geen inkomen naar dakloos zijn
16.
Van beginnende geletterdheid tot dyslexie
17.
Van beginnende gecijferdheid tot dyscalculie
18.
Van gericht op jezelf tot gericht op de omgeving
19.
Van volledig leerkrachtafhankelijk tot zelfstandige taakuitvoering
114
20.
21.
Van taalachterstand tot ESM
Van een geringe complexiteit tot grote complexiteit in de groep
(lijst is op basis van een NJIoverzicht en behoeftepeiling regulier onderwijs Lelystad opgesteld in
overleg met directies SBO en SO, Onderwijsloket en directeur WSNSLelystad vandaar dat je er ook
heel specifieke onderwijsvraagstukken terugvindt)
Lijst kent een basis in werkdocumenten CJG en speerpunt om in samen hang met de ontwikkelingen
van passend onderwijs en transitie jeugdzorg in een model te werken.
Op de basis lijst hebben de CJG partners gereageerd. Een speerpunt m.b.t. armoede/daklozen is
aangevuld. Twee speerpunten m.b.t. verslaving en mishandeling zijn aangescherpt.
Voor opzet, Margreet Hellemons en Marga van Amerongen-Romeijn.
Bijlage m.b.t. tevredenheidsonderzoek
Toevoegen is eind mei 2014 klaar
115
BIJLAGE 6 communicatieplan 2013-2014
Groeidocument
Communicatieplan
Met betrekking tot de oprichting en inhoud van
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs PO Lelystad
Dronten
(24-03 PO)
Opgesteld op 6 maart 2014 (versie 2.1)
Door Henk Keesenberg, Marga van Amerongen en Wieke de Jager
Ten behoeve van bestuur en inhoudelijke werkgroepen van het samenwerkingsverband 24-03
.
116
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord ..................................................................................................................................................... 118
1. Situatiebeschrijving: In de regio Dronten en Lelystad op weg naar Passend Onderwijs. .......................... 119
2. De boodschap en de strategie: Wat communiceren we, met wie en waarom? ........................................ 123
3. De uitvoering: Hoe communiceren we? ..................................................................................................... 128
4. Plan van aanpak.......................................................................................................................................... 129
1.
117
Voorwoord
Zoals bekend wordt op 1 augustus 2014 de Wet Passend Onderwijs ingevoerd en daarmee vindt een
landelijke verevening van zorggelden plaats. Passend Onderwijs heeft als intentie om leerlingen
passend en thuisnabij onderwijs te geven. Alle scholen in een door de overheid vastgestelde regio
worden verplicht om zich met elkaar te verbinden in een samenwerkingsverband Passend Onderwijs.
Daarmee heeft deze wet gevolgen voor zowel het (speciaal) basisonderwijs als het speciaal
onderwijs.
Dit communicatieplan plan beschrijft de opzet voor de communicatie tijdens de inrichting van het
samenwerkingsverband Primair Onderwijs in de regio Lelystad en Dronten. Het betreft het
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs 24-03 PO. Door middel van dit communicatieplan wordt
het mogelijk om de manier waarop het samenwerkingsverband wordt ingericht, zowel
organisatorisch als inhoudelijk, eenduidig te communiceren met alle betrokkenen in dit proces.
Daartoe wordt in eerste instantie kort de aanleiding tot Passend Onderwijs en de geschiedenis van
verschillende samenwerkingspartners van PO24-03 beschreven en wordt voor elk van de betrokken
partijen verkend wat voor hen mogelijke gevolgen zijn van de overgang van de huidige naar de
toekomstige situatie. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoofdboodschap is die het
samenwerkingsverband door middel van dit communicatieplan wil uiten, worden de doelstellingen
van het plan geformuleerd en wordt geïnventariseerd welke interne en externe partijen deze
boodschap zouden moeten horen. Vervolgens wordt een voorstel gedaan voor de
communicatiemiddelen die ingezet zullen worden. Tot slot volgt een uitgewerkt plan van aanpak bij
de doelstellingen.
Dit plan wordt gezien als een groeidocument, omdat communicatie zich altijd aanpast aan de
omgeving en die in deze niet altijd te voorspellen is. We hebben met dit communicatieplan de
intentie om niet alleen te zenden, maar ook te ontvangen van de betrokkenen in dit proces: de
ouders, de leerkrachten, de schooldirecteuren en waar mogelijk de leerlingen. Daarvoor worden
moderne communicatiemiddelen ingezet. Het communicatieplan bevat uitdrukkelijk geen inhoudelijk
beleid van het samenwerkingsverband en beschrijft ook niet de aanpak en werkagenda bij het
oprichten van het samenwerkingsverband. Hiervoor is het ondersteuningsplan opgesteld.
Dit document is tot stand gekomen in de Inhoudelijke werkgroep Communicatie en beleid van het
Samenwerkingsverband. De eerste versie is opgesteld in het voorjaar van 2013. Een bijgestelde
versie in februari 2014.
118
1. Situatiebeschrijving: In de regio Dronten en Lelystad op weg naar
Passend Onderwijs.
In dit hoofdstuk wordt een korte situatiebeschrijving gegeven van de situatie die aanleiding geeft tot
het opstellen van dit communicatieplan.
1a.
Aanleiding: Passend Onderwijs
Alle scholen voor Voortgezet Onderwijs, Primair onderwijs en (voortgezet) Speciaal Onderwijs krijgen
te maken met de aanpassingen in de huidige wetten WPO en WVO en WEC, waarin de consequenties
van de invoering van passend onderwijs zijn opgenomen. Het doel van Passend Onderwijs is kort
gezegd: ‘Alle kinderen van 4 tot 23 jaar volgen het onderwijs, de begeleiding en ondersteuning dat
bij hen past, dicht bij huis, op een gewenst niveau en met een maximaal eindresultaat.’ De invoering
van deze wet is gepland op 1 augustus 2014.
Dit betekent concreet voor Samenwerkingsverband WSNS Lelystad en Samenwerkingsverband WSNS
Dronten dat:
1
De huidige samenwerkingsverbanden WSNS worden ontbonden;
2
De huidige regionale expertise centra voor cluster 3 en 4 worden ontbonden
3
De deelnemende besturen aan de huidige samenwerkingsverbanden WSNS met het Speciaal
Onderwijs Cluster 3 en 4 een nieuw samenwerkingsverband gaan vormen, dat uitvoering
gaat geven aan nieuwe wettelijke taken.
Tot de invoering van Passend Onderwijs zullen de huidige samenwerkingsverbanden WSNS hun
taken continueren. Deze wijzigingen in het stelsel zijn belangrijke ontwikkelingen voor de
verschillende partijen die betrokken zijn bij het primair onderwijs in de regio. Daarom is dit
communicatieplan opgesteld duidelijk te maken op welke manier er naar de betrokken partijen
tijdens de inhoudelijke ontwikkeling richting de nieuwe situatie
1b.
De geschiedenis van beide samenwerkingsverbanden
Historie Samenwerkingsverband WSNS Dronten (505).
In Dronten hebben in 1992 drie schoolbesturen met het bestuur van de sbo De Driemaster een
interconfessioneel samenwerkingsverband opgericht. Vooraf was een intensieve bestuurlijk periode
waarin de schoolbesturen ook regionale verkenning aan de orde was, is gekozen om op lokaal niveau
te samenwerken. Vanuit de scholen en gemeente is samen met de IJsselgroep vorm gegeven aan de
ontwikkeling. In het kader van de regio-indeling Passend onderwijs is Dronten in eerste instantie
ingedeeld in de regio Zwolle e.o. Op verzoek van WSNSDronten is verkend of aansluiting bij de regio
Lelystad kan worden aangesloten. Na overleg met regio Lelystad en Ministerie is bij de finale
vaststelling Dronten samen met Lelystad een regio Passend Onderwijs.
Historie Samenwerkingsverband WSNSLelystad (501+503=1004)
In Lelystad zijn in 1992 twee samenwerkingsverbanden ontstaan. Een samenwerkingsverband met
het openbaar onderwijs en in eerste instantie twee kleine schoolbesturen, later is de islamitische
school (2007) aangesloten. Het openbaar onderwijs heeft een sbo De Watergeus. Naast dit
samenwerkingsverband (501) openbaar-neutraal bijzonder is een interconfessioneel
samenwerkingsverband (503) opgericht met twee schoolbesturen, nl. het roomskatholieke en
protestantchristelijke schoolbestuur. Het laatste schoolbestuur heeft een sbo De Vogelveste. In 2006
119
is gestart met een inhoudelijk proces voor een besturenfusie. Van het gluren naar de buren en het
bouwen van vertrouwen is in 2010 het fusieproces afgerond en het nieuwe samenwerkingsverband is
formeel per 1 juli 2011 opgericht.
In Dronten en Lelystad staan twee scholen van Accretio, deze scholen participeren in het
samenwerkingsverband van Florion. Zij participeren in het nieuwe samenwerkingsverband 24-03.
In Lelystad is een school Timoteus welke participeert in een landelijk samenwerkingsverband op
grond van hun identiteit. Deze school blijft in het kader van Passend Onderwijs binnen een eigen
samenwerkingsverband participeren.
Regionale Expertisecentra Cluster 3 en 4
De regionale expertisecentra zijn in 2003 opgericht. Scholen voor (voorgezet) speciaal Onderwijs zijn
verplicht aangesloten bij een Regionaal Expertisecentrum. Het REC ondersteunt ouders bij het
indienen van een verzoek om een indicatie. Het REC kan ouders ook vertellen welke gegevens ze
over hun zoon of dochter moeten aanleveren bij een CvI. Het REC helpt ouders bij het invullen van
een aanmeldingsformulier. Het REC verzorgt tevens bepaalde vormen van diagnostiek en verlengde
diagnostiek (bv. observatie). Bovendien organiseren en bieden de REC’s ambulante begeleiding aan
reguliere scholen waar kinderen met een beperking les krijgen. Daarnaast coördineert een REC de
onderzoeksactiviteiten die door speciale scholen worden uitgevoerd ten behoeve van de
indicatiestelling. Tenslotte maakt een REC afspraken met reguliere scholen over de begeleiding van
kinderen met een rugzak.
Het regionale expertisecentrum cluster 3 is een samenwerking van de scholen voor zeer moeilijk
lerende kinderen, scholen voor leerlingen met lichamelijke én/of verstandelijke beperkingen,
langdurig zieke kinderen en scholen voor leerlingen met epilepsie.
Het regionale expertisecentrum cluster 4 is een samenwerking van de scholen voor zeer moeilijk
opvoedbare kinderen, kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen,
langdurig zieke kinderen zonder een lichamelijke beperking en scholen die verbonden zijn aan
pedologische instituten.
1c.
De huidige en toekomstige situatie
Huidige situatie
Op dit moment zijn de twee huidige samenwerkingsverbanden en de voorzieningen voor Speciaal
Onderwijs cluster 3 en 4 met elkaar in gesprek op verschillende niveaus, zowel bestuurlijk als
inhoudelijk.
Door het bestuur is een visie geformuleerd, inclusief inhoudelijke beslispunten. Deze staan verderop
in dit document beschreven.
Op inhoudelijk niveau zijn verschillende werkgroepen ingericht om het samenwerkingsverband
inhoudelijk vorm te geven, te weten:
Op dit moment zijn met name de bestuursleden van alle aangesloten besturen en de betrokken
werkgroepleden op de hoogte van de activiteiten van het samenwerkingsverband. Teamleden van
scholen zijn door middel van een nieuwsbrief en een Kick-off voor leerkrachten zijn nog niet op de
hoogte gesteld.
Beide bestaande samenwerkingsverbanden hun wettelijke taken afzonderlijk van elkaar uit en zijn
verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering daarvan. Voor het Speciaal Onderwijs wordt een
indicatie afgegeven door de landelijke commissies voor indicatiestelling cluster-3 en 4. Een aanvraag
verloopt via de regionale expertisecentra (REC’s). En hoewel er op verschillende fronten sprake is van
120
een samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs, zal er in het komende halfjaar fors moeten
worden geïnvesteerd op het formaliseren en optimaliseren van die samenwerking.
Toekomstige situatie
Zodra de nieuwe wet in werking treedt, bestaan de huidige samenwerkingsverbanden Lelystad en
Dronten niet meer. Ook de REC’s custer 3 en cluster 4 bestaan niet meer. Het nieuwe
samenwerkingsverband gaat van start en heeft als primaire verantwoordelijkheid te zorgen voor een
passende onderwijs- en ondersteuningsplek voor elke leerling in de leeftijd van 4 tot en met 12 in de
regio. Daarnaast is het samenwerkingsverband verantwoordelijk voor de verdeling van de extra
middelen voor de lichte en zware ondersteuning in het onderwijs en besluit het
samenwerkingsverband of een leerling kan worden toegelaten tot Speciaal (Basis)onderwijs o.b.v.
een toelaatbaarheidsverklaring afgegeven door een plaatsingscommissie (ook wel adviescommissie
genoemd).
In de toekomstige situatie zal het gewenst zijn dat een situatie ontstaat waarin de huidige
samenwerkingsverbanden WSNS, cluster 3 en cluster 4 met elkaar een geheel vormen: een nieuw
samenwerkingsverband dat de nieuwe wettelijke taken en verantwoordelijkheden doelmatig en
doeltreffend uitvoert. Alle betrokkenen van het nieuwe samenwerkingsverband zijn op de hoogte
van deze taken en verantwoordelijkheden en weten het samenwerkingsverband daarvoor te vinden.
Zij zijn tevreden over de kwaliteit waarmee het samenwerkingsverband deze taken uitvoert.
Daardoor ontvangen alle leerlingen die vallen onder de verantwoordelijkheid van het
samenwerkingsverband goed onderwijs en goede, passende extra ondersteuning.
Invloed van de verevening op de ontwikkeling van het samenwerkingsverband
Zoals in veel regio's passend onderwijs, zal ook de regio 2403 te maken krijgen met de zgn.
verevening. De landelijke verevening is een gevolg van de - in veel regio's - toename van het aantal
leerlingen in de cluster 3 en 4 scholen en toch ook de leerlingen met een rugzakje. De verevening
heeft als doel dat er landelijk gemiddeld evenveel geld aan ondersteuning in het onderwijs kan
worden ingezet. In verhouding met de landelijke gemiddelden hebben in onze regio op dit moment
nog te veel leerlingen “extra ondersteuning”, zoals een plaats in het SBaO of een rugzak. Dit betekent
dat de aangesloten besturen en scholen beleid moeten maken om het aantal leerlingen dat nu nog "
verwezen " wordt naar het speciaal onderwijs in cluster 3 en 4 terug te dringen. En dat dan in de
periode van 2015 tot 2020. Dit beleid moet er voor zorgen dat elke leerling zo dicht mogelijk bij huis
kwalitatief goed onderwijs vindt en moet voorkomen dat besturen van reguliere scholen met
onoverkomenlijke financiële risico's worden geconfronteerd in de zin van veel leerlingen die worden
verwezen naar het SO en door het bestuur zelf moeten worden bekostigd.
De aangesloten besturen in 24-03 hebben inmiddels met elkaar besloten dat zij de verwijzing van het
aantal leerlingen naar het SO in cluster 3 en 4 tenminste terug willen brengen naar het landelijk
niveau en daar ook gezamenlijk verantwoordelijk voor te willen zijn. In de komende maanden zal de
inhoudelijke werkgroep met voorstellen en aanzetten komen om dit zorgvuldig, verantwoord en
gefaseerd te doen.
121
1d.
Gevolgen voor de verschillende betrokkenen
Bovenstaande veranderingen hebben (mogelijk onderstaande) consequenties voor verschillende
partijen.
Betekenis voor de besturen, directeuren en personeelsleden van de scholen die zijn aangesloten bij de
huidige samenwerkingsverbanden
Voor alle scholen voor regulier onderwijs en Speciaal (Basis)onderwijs die zijn aangesloten bij de
huidige samenwerkingsverbanden en REC’s cluster 3 en 4, betekent de nieuwe wet concreet dat het
oude samenwerkingsverband waar zij deel van uitmaakten, met de daaraan gekoppelde wettelijke
taken en verantwoordelijkheden, niet meer bestaat. Zij zijn onderdeel van het nieuwe
samenwerkingsverband, die de taakstelling vanuit de Wetswijzigingen Passend Onderwijs uitvoert.
De regionale expertisecentra cluster 3 en 4 bestaan niet meer. Het nieuwe samenwerkingsverband
bepaalt de toekenning van ondersteuningsgelden en bepaalt ook of een leerling recht heeft op:
a. Een arrangement in de vorm van lichte dan wel zware onderwijs ondersteuning binnen het
regulier onderwijs, dan wel in een setting zo thuisnabij mogelijk;
b. Een onderwijsplaats binnen een cluster 3 of een cluster 4 voorziening. Daarbij gelden criteria
die niet landelijk zijn vastgesteld (zoals onder de huidige wetgeving), maar criteria die door
het samenwerkingsverband zijn bepaald, in overleg met de deelnemende partners.
De wens en verwachting is dat in Lelystad en Dronten meer leerlingen in een thuisnabije setting
opgevangen kunnen worden.
Betekenis voor ouders en leerlingen
Het is nog lastig in te schatten welke consequenties de invoering Passend Onderwijs exact heeft voor
ouders en leerlingen. Meer hier over is te lezen in verschillende documenten van de overheid en de
PO en VO raad. Ons uitgangspunt in de ontwikkeling is in elk geval dat we in de toekomst de ouders
van een leerling met een bijzondere ondersteuningsvraag willen begeleiden in hun vragen en samen
op zoek willen gaan naar een passend antwoord in de regio. Daarbij werken we vanuit de “Eén loket
gedachte”, zodat ouders en leerling met weinig verschillende instanties te maken krijgen.
Ouders en leerlingen die als eerste in contact zullen komen met het nieuwe samenwerkingsverband
zijn met name de ouders / leerlingen die op dit moment gebruik maken van Speciaal Onderwijs of
Ambulante Begeleiding (rugzak leerlingen) en die woonachtig zijn in de regio van het nieuwe
samenwerkingsverband. Formeel zal het nieuwe samenwerkingsverband voor de invoeringsdatum
van 1 augustus 2014 deze dossiers opnieuw moeten bekijken om te bepalen of de leerlingen
toelaatbaar zijn en op welke extra ondersteuning zij recht hebben. Daarnaast zullen ouders die voor
een tweede keer een plaatsingsbeschikking voor het SBO en SO zullen aanvragen mogelijk worden
geconfronteerd met veranderingen. Het kan zijn dat door de nieuwe wetgeving ook de
toelatingscriteria voor het Speciaal Basisonderwijs worden aangepast.
Betekenis voor personeelsleden van de huidige WSNS samenwerkingsverbanden
Voor de personeelsleden van de huidige samenwerkingsverbanden heeft de invoering van Passend
Onderwijs grote consequenties. Zij zijn nu in een groot deel van de gevallen door hun werkgever
gedetacheerd naar het samenwerkingsverband. Met het ontbinden van dit samenwerkingsverband
komt deze detacheringsovereenkomst te vervallen. Het nieuwe samenwerkingsverband zal na
122
moeten gaan op welke manier zij hun wettelijke taken en verantwoordelijkheden willen uitvoeren en
welke werknemers (of: expertise) zij daarvoor nodig hebben. De medewerkers van de
samenwerkingsverbanden WSNS worden conform de tripartiete overeenkomst overgenomen door
het nieuwe samenwerkingsverband, of blijven in dienst van hun huidige werkgever als het nieuwe
samenwerkingsverband tot overeenkomst komt met deze werkgever over afname van diensten.
Betekenis voor cluster 3 en 4
De scholen voor Speciaal Onderwijs cluster 3 en 4 in de regio blijven bestaan. De regionale
expertisecentra, die nu bepalen of een leerling een indicatie voor Speciaal Onderwijs krijgt op basis
van landelijk geldende criteria, komen te vervallen. Ook de ambulante begeleiding vanuit cluster 3 of
4 komt als vaststaand gegeven te vervallen. Het nieuwe samenwerkingsverband bepaalt of een
leerling toelaatbaar is tot een voorziening voor cluster 3 of 4 onderwijs, net zoals tot het SBO. Ook
bepaalt het samenwerkingsverband of er recht is op andere extra ondersteuning, zoals bijvoorbeeld
ambulante begeleiding. De werknemers van het Regionale expertisecentrum en de ambulante
begeleiders worden conform de tripartiete overeenkomst overgenomen door het nieuwe
samenwerkingsverband, of blijven in dienst van hun huidige werkgever als het nieuwe
samenwerkingsverband tot overeenkomst komt met deze werkgever over afname van diensten. De
organisaties voor cluster 3 en cluster 4 die participeren in het nieuwe samenwerkingsverband PO 2403 hebben ook samenwerking met andere Samenwerkingsverbanden in oprichting. Zij bestrijken een
grotere regio dan alleen het gebied van SWV PO 24-03.
Betekenis voor externe partners, zoals zorginstellingen en gemeenten
De huidige samenwerkingsverbanden werken samen met verschillende externe partners, zoals
scholen verenigd in het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs voor Voortgezet Onderwijs,
cluster 1 en cluster 2, instellingen voor gezondheidszorg en jeugdzorg en de gemeente. Deze partijen
hebben straks in plaats van met verschillende partners (Samenwerkingsverband WSNS Lelystad,
Samenwerkingsverband WSNS Dronten, Cluster 3 en Cluster 4) in principe te maken met 1
gesprekspartner: het nieuwe samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Het is van belang dat zij op
de hoogte zijn van deze verandering en dat zij weten wat de wettelijke taken en
verantwoordelijkheden van dit samenwerkingsverband zijn.
2. De boodschap en de strategie: Wat communiceren we, met wie
en waarom?
In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste communicatieboodschap beschreven, evenals de
doelstellingen van het communicatieplan en de belangrijkste actoren in de communicatie.
2a.
Hoofdboodschap
In het licht van de situatie en de ontwikkelingen is het zaak om voortvarend en helder te
communiceren met een eenduidige boodschap aan de juiste doelgroepen. Het gaat erom succesvol
de betrokkenen mee te nemen in het proces van de oprichting van het nieuwe
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.
De onderstaande boodschap staat daarbij centraal:
123
“De huidige samenwerkingsverbanden WSNS in Lelystad en Dronten en cluster 3 en 4 in de regio zijn
actief bezig met de oprichting en inrichting van een nieuw samenwerkingsverband Passend
Onderwijs, met als doel om per 1 augustus 2014 uitvoering te kunnen geven aan alle wettelijke taken
en verantwoordlijkheden die dit nieuwe samenwerkingsverband heeft.
Dit samenwerkingsverband heeft de volgende visie:
De hoofdambitie is dat er in de regio geen enkele leerling meer tussen de wal en het schip zal vallen. Op basis
van kwalitatief goed onderwijs dat zo thuisnabij als mogelijk wordt aangeboden, krijgen alle leerlingen een
passend onderwijsarrangement aangeboden, waar nodig samen met jeugdzorg, jeugdhulpverlening en
jeugdbescherming.
Om dit te realiseren streeft 24-03 naar:

Een heldere en transparante lijn rond indicatie, hulp en toekenning van ondersteuningsmiddelen, die
verantwoord, zorgvuldig en snel tot indicatie en hulp leidt.

Integrale indicering voor onderwijs en jeugdzorg.

Organisatie van de ondersteuning zoveel mogelijk thuis- en leerling nabij waarbij geldt: regulier waar
kan, speciaal waar moet.

Invoering van het principe “geld volgt leerling” op basis van een verdeelmodel dat een mengvorm is
van het school- en expertisemodel.

Meer flexibele inzet van ondersteuning op basis van arrangementen (van indiceren naar arrangeren).

Ontkokering van de zorgverlening(instanties) en het koppelen van onderwijs-expertise en expertise
zorg (jeugdzorg, jeugdbescherming, gezondheidszorg).

Begeleiding van ouders gedurende het traject van indicatie, schoolplaatsing en hulpverlening, bij
voorkeur o.b.v. één kin – één plan.

Een dekkend en flexibel onderwijs ondersteuningscontinuüm.

Professionele ontwikkeling en ondersteuning van de leraar.

Handelingsgericht werken op alle niveaus (leraar, zorg(advies)teams, indicatie-organen).

De inrichting en uitwerking van een laagdrempelige onderwijs ondersteuningsvoorziening (sbao en so)

Verbeterde en sluitende registratie.
Bestuurlijk-organisatorisch streeft 24-03 naar:

Het voorkomen van overlap tussen school(bestuur), samenwerkingsverband en externe partners.

Het faciliteren van schoolbesturen in hun verantwoordelijkheid voor de realisatie van Passend
onderwijs (zorgplicht).

Het beperken van de regeldruk en administratieve belasting op alle niveaus.

De besturen en scholen binnen 24-03 voelen zich collectief verantwoordelijk voor de binnen hun
werkgebied aanwezige leerlingen en bieden een onderwijsaanbod aan gericht op een passend
ontwikkelingsperspectief voor leerlingen met een specifieke ondersteuningsvraag.
Het swv 24-03 streeft naar een onderwijs ondersteuningscontinuüm dat weergegeven is in vier niveaus of
fasen:
124

Niveau 1: basisondersteuning in de groepen. Dit is de zorg voor alle leerlingen. Instrumenten als
gedifferentieerde instructie, coöperatief leren, groeperingsvarianten van leerlingen etc. worden
hierbij ingezet.

Niveau 2: extra onderwijsondersteuning in de school. Dit betreft kleine interventies in de school voor
specifiekere vragen. Te denken is aan inzet van co teacher, collegiaal consulent, remedial teacher,
logopedist, ergotherapeut etc., waar mogelijk in de klas.

Niveau 3: speciale onderwijsondersteuning in de school. Hierbij kan gedacht worden aan een
(speciale) groep in de school. De inzet van begeleiding van buiten kan dit ondersteunen.

Niveau 4: zeer gespecialiseerde ondersteuning buiten de ‘reguliere’ school. Hieronder vallen de (V)SOscholen, SBO, ondersteuningsarrangementen etcetera
Deze visie is verder uitgewerkt in het concept ondersteuningsplan.
Gedurende de periode tussen nu en 1 augustus 2014:
2a.

Blijven de huidige WSNS samenwerkingsverbanden en de REC’s nog verantwoordelijk voor de
uitvoering van hun eigen wettelijke taken en verantwoordelijkheden. Mogelijk zullen in de
uitvoering van verschillende taken richting de invoering van Passend Onderwijs al wat
verschuivingen optreden. Daarnaast wordt gewerkt aan een zorgvuldige afronding van de
bestaande samenwerkingsverbanden.

Wordt het nieuwe samenwerkingsverband zowel rechtspositioneel ingericht als inhoudelijk
voorbereid op uitvoering van de wettelijke taken en verantwoordelijkheden door de inbreng
en inzet van het bestuur van het samenwerkingsverband i24-03 en de verschillende
inhoudelijke werkgroepen.

Alle opbrengsten, uitkomsten, ontwikkelingen, voorgenomen besluiten worden ter
vaststelling en besluitvorming, voorgelegd aan vertegenwoordigers van alle aangesloten
besturen, scholen, instellingen en voorzieningen (inclusief de MR en GMR) om daarmee
zowel de informatie overdracht als het draagvlak te maximaliseren

Zowel de voorgenomen als de genomen besluiten worden vervolgens voorgelegd aan alle
externe partners zoals de gemeenten, de partners in de (jeugd)zorg, het VO en de clusters 1
en 2. Dit om zorg te dragen voor een optimale informatie overdracht en afstemming en
verbinding met deze partners.
Strategie
De strategie voor een succesvolle start van het nieuwe samenwerkingsverband is het creëren van
vertrouwen en betrokkenheid bij de verschillende actoren die een rol hebben binnen het nieuwe
samenwerkingsverband en ook bij externe partijen die te maken krijgen met het nieuwe
samenwerkingsverband. Daarom wordt met name ingezet op twee pijlers:
-
Het informeren van betrokken partijen op een heldere en duidelijke manier over de
inhoud en voortgang;
-
Het actief betrekken van interne partijen bij het vormgeven van de inhoud en de
bestuurlijke vormgeving.
Alle onderstaande aandachtspunten dragen bij aan het succes van de beïnvloedingsstrategie.
125
-
Voor de scholen die zijn aangesloten bij Passend Onderwijs gaat het over de leerling (en
de ouders) op de school en de professionaliteit van de leerkracht in klas. Zorg er voor dat
deze leerkracht op de hoogte is en zich betrokken voelt, aangesproken op de eigen
professionaliteit
-
Aandachtspunt voor het bestuur en de directeur/ het management van de huidige
samenwerkingsverbanden en de REC’s is om voldoende zorg in de communicatie uit te
stralen voor de collega's die hun huidige werkomgeving (mogelijk) kwijtraken, dan wel
ingrijpend zien veranderen.
-
Voor het personeel dat het gezicht vormt van de huidige samenwerkingsverbanden en de
REC’s is het van belang dat ze zich bewust zijn van hun beeldbepalende rol naar buiten.
En dat zij eenduidig zijn over welke activiteiten ze ontplooien vanuit hun huidige taken
als samenwerkingsverband WSNS of als REC en wat ze eventueel doen als voorloper op
het nieuwe samenwerkingsverband
-
Benoem binnen elk van de deelnemende organisaties (SWV WSNS Lelystad, SWV WSNS
Dronten en de deelnemende organisatie cluster 3 en 4) een vraagbaak rondom het
nieuwe samenwerkingsverband Passend Onderwijs om verwarring en ruis te voorkomen.
Zorg verder voor een eensluidend verhaal (als dan redenering, 'we gaan ervan uit dat als
... dan...') en een heldere fasering over de weg die het samenwerkingsverband zal gaan
tot het moment dat de nieuwe wet ingaat.
-
Stimuleer de (G)MR / BMR zo, dat zij hun rol en verantwoordelijkheid zo goed mogelijk
oppakken in deze transitie.
-
Reik de communicatietools aan voor de bestuursleden en directeuren met betrekking tot
hoe zij met hun werknemers kunnen communiceren over de op handen zijnde
ontwikkelingen.
Gedragsregels bij de communicatie zijn:
- Benoem wie een actieve rol heeft t.a.v. communicatie;
2b.
-
Communiceer doelgericht en duidelijk;
-
Communiceer proactief en open;
-
Bepaal wie woordvoerder is namens het Samenwerkingsverband in oprichting;
-
Spreek met 1 mond, wees alert op het voorkomen van misverstanden en
miscommunicatie
-
Discussie en casuïstiek worden eerst intern besproken, waarna wordt bepaald hoe dit
extern wordt gecommuniceerd.
Doelstellingen communicatieplan
Communicatie is één van de instrumenten waarmee de doelstellingen van het nieuwe
samenwerkingsverband (op 1 augustus 2014 te kunnen starten met de uitvoering van de wettelijke
taken en verantwoordelijkheden) bereikt kunnen worden. Communicatie kan vooral een verandering
126
teweeg brengen in kennis en houding van mensen. Voor een verandering in gedrag zijn naast
communicatie ook andere middelen nodig.
Communicatiedoelstellingen intern:
De interne doelgroepen zijn op de hoogte van:
- Het feit dat de huidige Samenwerkingsverbanden en de RECs ontbonden worden met de
invoering van Passend Onderwijs
-
Met de invoering van Passend Onderwijs een nieuw samenwerkingsverband wordt
opgericht bestaande uit de deelnemers van de huidige samenwerkingsverbanden WSNS
Lelystad en Dronten en cluster 3 en 4 in de regio.
-
De wettelijke taken en verantwoordelijkheden die dit nieuwe samenwerkingsverband
gaat uitvoeren, de manier waarop dit gebeurt en de wijze waarop zij contact kunnen
leggen met de mensen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze taken.
Verder zijn zij actief betrokken geweest bij:
- Het geven van input op de inhoud en vorm van de uitvoering van de wettelijke taken van
het nieuwe samenwerkingsverband.
2c.
Verschillende actoren: intern en extern
Er zijn een aantal belangrijke doelgroepen te noemen in dit proces.
Belangrijkste doelgroepen intern:
- De beslissers: bestuursleden van alle aangesloten besturen in het prima onderwijs
(waaronder ook het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs cluster 3 en 4.
-
De inhoudelijk vormgevers: Coördinatoren van de huidige samenwerkingsverbanden en
REC’s cluster 3 en 4 en de leden van de inhoudelijke werkgroepen
-
De meedenkers / inhoudelijk betrokkenen: directeuren van de scholen voor PO, SBO en
SO, IB-er en overig personeel van de scholen voor PO, SBO en SO, medewerkers van de
huidige samenwerkingsverbanden en REC’s, Gemeenschappelijke
medezeggenschapsraden
-
Overige: Leerlingen en ouders van de scholen voor PO, SBO en SO in de regio.
Belangrijkste doelgroepen extern:
- Cluster 1
-
Cluster 2
-
Gemeenten Dronten en Lelystad
-
Samenwerkingsverband VO 24-03 en VO 23-05
127
-
Ketenpartners CJG (in Dronten en Lelystad zijn nagenoeg dezelfde instellingen voor
jeugdzorg en jeugdgezondheid actief); GGDFlevoland, MEE IJsseloevers, ICARE, MDF,
VITREE, TRIADE, GGZ, Welzijninstellingen, kinderopvang
-
Inspectie voor het onderwijs
-
Werkgevers en werknemersorganisaties
3. De uitvoering: Hoe communiceren we?
Bij de uitvoering is van belang dat interne communicatie voor externe communicatie gaat. Daarmee
worden onplezierige verrassingen voor medewerkers voorkomen en dat gaat ruis tegen. Hier onder
worden de middelen voor de interne en externe communicatie in beeld gebracht.
3a.
Interne communicatiestructuren:
De volgende communicatiestructuren zijn op dit moment beschikbaar of worden ontwikkeld:
Overlegmomenten / bijeenkomsten:
- Bestuursvergaderingen
-
Vergaderingen inhoudelijke werkgroepen
-
Informatiebijeenkomsten voor meedenkers (medewerkers van de deelnemende scholen)
-
Interne vergaderingen bij de huidige samenwerkingsverbanden, cluster 3 / 4 en REC’s
-
Informatieavonden voor ouders (Minimaal 2 keer)
Schriftelijke middelen
- Beleidsstukken van het nieuwe samenwerkingsverband
-
Nieuwsbrief (2 a 3 keer per jaar)
-
Interne schriftelijke middelen bij de huidige samenwerkingsverbanden, cluster 3 / 4 en
REC’s
Nieuwe media:
- Website
3b.
-
Een basis presentatie voor gebruik op de scholen (op de website te vinden)
-
Ook het aanpassen van de website van de huidige Samenwerkingsverbanden en
voorzieningen cluster 3 en 4 met een link naar de website van het
samenwerkingsverband en een korte toelichting.
Externe communicatiestructuren:
De volgende communicatiestructuren zijn op dit moment beschikbaar of worden ontwikkeld:
Overlegmomenten / bijeenkomsten:
128
-
Externe overlegmomenten van de huidige samenwerkingsverbanden, cluster 3 / 4 en
REC’s
Schriftelijke middelen
- Externe schriftelijke middelen bij de huidige samenwerkingsverbanden, cluster 3 / 4 en
REC’s
Nieuwe media:
- Ontwikkeling van een website
-
Een persbericht
-
Een basis presentatie voor gebruik op de scholen (op de website)
-
Ook het aanpassen van de website van de huidige Samenwerkingsverbanden en
voorzieningen cluster 3 en 4 met een link naar de website van het
samenwerkingsverband en een korte toelichting.
4. Plan van aanpak / Financiën
Onderstaande planning is gebaseerd op communicatie gericht op de bovenstaande doelstellingen
vanaf dit moment tot 1 augustus 2014.
4.a
Planning
Onderstaande planning wordt in principe aangehouden:
Datum / maand
Activiteit
Februari / Maart 2014
Februari / Maart 2014
Update website
Aankondiging Week van Passend
Onderwijs
Week van Passend Onderwijs :
Vierde nieuwsbrief
Korte samenvatting van het
ondersteuningsplan
Vijfde nieuwsbrief
Informatiemiddag voor
leerkrachtenen ouders (MR)
Korte samenvatting van het
ondersteuningsplan (hernieuwde
versie)
Zesde nieuwsbrief
Maart 2014
Juni 2014
Augustus 2014
September 2014
Aftrap Passend Onderwijs met de
aangesloten scholen
Strategie / verantwoordelijk
persoon
Henk Keesenberg / Wieke de Jager
Wieke de Jager
Wieke de Jager
Voorbereiding door werkgroep
Communicatie en Beleid
Wieke de Jager
MT PO 24-03
129
4.b
Financiën
Ten behoeve van de uitwerking zijn de volgende uitgaven begroot:
Inzet van
Opdracht
Middelen
Lokatiehuur
Rutger Scholten
Wieke de Jager
Overige materialen
Bijhouden website
Lay out nieuwsbrieven en
communicatiemiddelen
Overleg werkgroep 5 keer 2 uur
3 nieuwsbrieven a 3 uur per
nieuwsbrief
Kosten van januari tot en met juli
2014
pm
pm
Totaal 43 uur x €125, = (exclusief
BTW)
Deze inzet is al opgenomen in de
opdracht die in september 2013 is
verstrekt en ondertekend
Samenvatting ondersteuningsplan
(eerste en tweede versie) 6 uur
Voorbereiding en uitvoering
voorlichtingsmiddag juni 2014 (8
uur uitvoering, 8 uur
voorbereiding)
NB
Na de instemming van de ondersteuningsplanraad en de formele vaststelling van het
ondersteuningsplan zal het communicatieplan woren bijgesteld.
130
BIJLAGE 7 Basisondersteuning
Aspecten van de basisondersteuning
Kwalitatief goed onderwijs impliceert een goede basisondersteuning. In het SWV 24-03 hebben we
de ambitie dat de basisondersteuning van alle deelnemende scholen van een gelijkwaardige hoge
kwaliteit is. Met als minimum de inspectie basiskwaliteit.
We willen in onze regio ambitieus zijn. Concreet betekent dat dat een school in onze regio
A. Een voldoende beoordeling heeft van de inspectie voor het onderwijs. Een school met het
predicaat zwak of zeer zwak voldoet in onze regio per definitie niet aan de
basisondersteuning
B. Een voldoende beoordeling heeft op de ijkpunten van basisondersteuning van het
Samenwerkingsverband PO 24-03, zoals beschreven in dit document.
Hoewel ieder schoolbestuur zelf verantwoordelijk voor en aanspreekbaar is op het realiseren van de
basiskwaliteit en daar ook een eigen beslisbevoegdheid in heeft, ligt het in de rede dat binnen het
SWV afspraken worden gemaakt over specifieke ondersteuningsbehoeften van scholen. Immers de
scholen zijn als schakels in een ketting met elkaar verbonden en maken via het SWV bestuur ook
afspraken over de extra ondersteuning. Een gemeenschappelijke monitor is daarbij noodzakelijk.
1.1
Het begrip Basisondersteuning nader uitgewerkt
In het referentiekader worden vier aspecten van basisondersteuning benoemd,
a. Basiskwaliteit
b. Preventieve en lichte curatie
c. Onderwijsondersteuningsstructuur
d. Handelings- en planmatig gericht werken.
a.
Basiskwaliteit (of Kwaliteit van de basisondersteuning)
Basiskwaliteit verwijst op de eerste plaats naar de minimale onderwijskwaliteit die gemeten wordt
door het toezichtkader van de inspectie van het onderwijs. Scholen die het basisarrangement van de
inspectie hebben gekregen, hebben hun basiskwaliteit op orde.
Naast de basiskwaliteit die genoemd wordt in het toezichtkader van de inspectie, voegt het SWV als
ambitie ijkpunten voor de kwaliteit van de basisondersteuning toe die geformuleerd zijn vanuit het
referentiekader Passend Onderwijs en ijkpunten vanuit de eigen ambitie van het SWV.
b.
Preventieve en lichte curatieve interventies
Onder preventie verstaan we in dit verband de basisondersteuning voor alle kinderen die er op is
gericht om vroegtijdige te signaleren op het gebied van leren, opgroeien en opvoeden. Als we
spreken over ‘licht curatieve interventies’ bedoelen wij interventies die structureel beschikbaar zijn
voor en/of binnen de school en die de continuïteit in de schoolloopbaan moeten ondersteunen.
Factoren voor begrenzing zijn o.a. het aantal kinderen en de ingewikkeldheid van de
onderwijsbehoeften.
131
Het Samenwerkingsverband gaat uit van de volgende acties en interventies van onderwijsaanbod dat
aansluit bij de onderwijsbehoefte van het kind
a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i.
j.
het werken met groepsplannen (1-zorgroute).
Analyseren van de onderwijsbehoefte, zowel voor de meer- als de minderbegaafde kinderen.
De school maakt daarbij gebruik van de ondersteuningsniveaus;
Beschikbaarheid van (ortho)pedagogische en/of (ortho)didactische expertise, programma’s en
methodieken, gericht op (sociale) veiligheid en het voorkomen van en adequaat handelen bij
gedragsproblemen;
Beschikbaarheid van (ortho)pedagogische en/of (ortho)didactische expertise, programma’s en
methodieken bij taal/lees- en rekenproblemen, met inzet van recente protocollen, dyslexie en
dyscalculie;
Kennis van onderwijsprogramma’s, ontwikkelingslijnen en leerlijnen en het toepassen daarvan
in het opstellen van ontwikkelingsperspectieven;
De begrenzing van onderwijsondersteuning alleen op basis van het IQ wordt vermeden;
Differentiëren van onderwijs naar leerstijlen en leerstrategieën;
Weten waar kennis en extra ondersteuning beschikbaar is;
Formulieren afstemmen en beknopt houden;
Een protocol voor medische handelingen is aanwezig en wordt toegepast.
We willen daarbij expliciet noemen dat deze interventies ook meer- en hoogbegaafde kinderen
betreffen.
c.
Onderwijsondersteuningsstructuur
Bij dit aspect van de basisondersteuning gaat het om de expertise die in de school aanwezig is om
interventies te plegen, de manier waarop dat in de school georganiseerd is, en met welke onderwijsen ketenpartners wordt samengewerkt.
De school maakt dit zichtbaar in het schoolondersteuningsprofiel.
d.
Handelingsgericht/planmatig werken
In het hele proces is het belangrijk dat school en hulpverlening vanuit dezelfde taal spreken. Deze
taal is het handelingsgericht werken. Handelingsgericht werken heeft zeven uitgangspunten:
a.
De onderwijs- en pedagogische ondersteuningsbehoeften van het kind staan centraal.
b.
Afstemming en wisselwerking tussen kind en zijn omgeving: de groep, de leerkracht, de school
en de ouders. De omgeving moet goed afgestemd zijn op wat het kind nodig heeft.
c.
De leerkracht doet ertoe. Hij kan afstemmen op de verschillen tussen de kinderen en zo het
onderwijs passend maken.
d.
Positieve aspecten van kind, leerkracht, groep, school en ouders zijn van groot belang. Richt je
niet alleen op problemen.
e.
Samenwerking tussen leerkrachten, kinderen, ouders, interne en externe begeleiders is van
belang om een goede aanpak te realiseren. Dit vergt een goede communicatie tussen alle
betrokkenen, waarbij één regievoerder wordt aangewezen.
f.
Werk doelgericht: verzamel alleen die informatie die echt nodig is voor het vaststellen van de
onderwijs-en pedagogische ondersteuningsbehoeften van het kind.
g.
De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant. Er zijn goede afspraken over wie wat
doet, waarom, hoe en wanneer.
132
1.2
Domeinen Basisondersteuning Samenwerkingsverband 24-03
De vier thema’s uit de vorige paragraaf keren terug in zogenaamde domeinen voor de
basisondersteuning. Binnen deze domeinen zijn ijkpunten opgenomen, deze zijn te vinden in bijlage
1 van dit document. Deze beschrijven de gewenste activiteit, bevatten uitspraken waaraan voldaan
moet worden om kinderen met specifieke onderwijsbehoeften op te vangen en vormen ook een
instrument om signalen of risico’s in beeld te brengen. De ijkpunten zullen in de toekomst ook terug
te vinden zijn in de instrumenten die het niveau van basisondersteuning meten, zoals de formats
schoolondersteuningsprofielen en eventuele audits.
De vier gescheiden, maar samenhangende domeinen, zijn:
A.
B.
C.
D.
Beleid: school beleid, ondersteuningsprofiel, effectiviteit
Onderwijs: omgeving, continue ontwikkeling, opbrengsten, handelingsgericht werken,
onderwijs op maat, handelingsbekwaamheid
Begeleiding: ondersteuningsarrangement, overdracht, betrokkenheid ouders
Organisatie: interne ondersteuningsstructuur en ondersteuningsteam
Iedere uitspraak is tot stand gekomen op basis van de inspectie eisen en het Referentiekader
(standaard voor de ondersteuningsplicht).
A.
Beleid
Voor het beleid van de scholen zijn drie ijkpunten geformuleerd voor de basisondersteuning:
1.
Beleid
Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor hun beleid, hun kwaliteit en voor hen
Kwaliteitsondersteuning. De school is bovendien wettelijk verplicht om de beleidsdoelen vast te
leggen in het schoolplan, ook op het terrein van de kindondersteuning.
2.
Ondersteuningsprofiel
Het ondersteuningsprofiel beschrijft welk aanbod aan onderwijs en ondersteuning een school haar
kinderen kan bieden. Het profiel moet aanknopingspunt bieden voor de bepaling van de
ondersteuningszwaarte en voor de verbetering van de ondersteuning in de school. In SWV24-03
worden verschillende instrumenten gebruikt: het school ondersteuningsprofiel, ontwikkeld door Q3,
Framework en een eigen instrument SKOFV breed. Ook De Schakel in Dronten gebruikt een eigen
instrument, Het speciaal onderwijs heeft nog geen instrument.
3.
Effectiviteit
De kinderenondersteuning maakt deel uit van het kwaliteitsbeleid van de scholen. Van de scholen
mag worden verwacht dat zij het beleid jaarlijks evalueren. Datzelfde geldt voor de effectiviteit van
de ingezette middelen. Vervolgens stellen scholen een ontwikkelagenda op voor het komende jaar
en passen zij zo nodig de inzet van middelen aan.
133
B.
Onderwijs
Voor het domein onderwijs zijn vijf ijkpunten geformuleerd:
4
Omgeving
De omgeving, de ruimte, de leerbronnen, de medekinderen, de leerkrachten, moet zo zijn ingericht
dat tegemoet gekomen wordt aan drie basale psychologische behoeften van kinderen: de behoefte
aan relatie, aan competentie en aan autonomie. Een leeromgeving die ondersteunend en
stimulerend is en die een beroep doet op de betrokkenheid van kinderen, is een voorwaarde voor
leren. Een ander aspect van de leeromgeving is de veiligheid. Het gaat hier om het beleid betreffende
de fysieke en sociale veiligheid. De school is daarbij actief en alert in het bestrijden en voorkomen
van incidenten.
5
Continue ontwikkeling/opbrengsten ondersteuning
Op schoolniveau zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop systematisch signalering van
problemen en toetsing van de voortgang van kinderen plaatsvinden. Op basis hiervan is vervolgens
de vraag wat deze informatie betekent voor het handelen van de leerkracht. De school hanteert
normen om de resultaten van de kinderen en de opbrengsten van de school zelf te kunnen wegen en
beoordelen.
6
Handelingsgericht werken en opbrengst gericht werken
Passend Onderwijs is een combinatie van handelingsgericht werken en opbrengstgericht werken. Dat
betekent dat de ontwikkelingsbrede resultaten van kinderen steeds leidend zijn voor de inrichting
van het onderwijs.
7
Onderwijs op maat
De school gaat na of haar aanbod, aanpak en materialen voldoende tegemoet komen aan de
onderwijsbehoeften van kinderen. Bij een aantal kinderen hangen deze behoeften samen met
problemen bij het verwerven van basisvaardigheden Nederlandse taal, rekenen en wiskunde en
algemene vaardigheden. Deze kinderen hebben aan de gemiddelde leerstof al hun handen vol.
Begaafde kinderen echter moeten extra worden uitgedaagd. Vormen van aanpassingen van de
leerstof betreffen niet alleen de inhoud ervan. Het gaat ook om het gebruik van passende leer- en
hulpmiddelen, variatie in onderwijstijd, instructie en verwerking.
8.
Handelingsbekwaamheid
Van leerkrachten mag worden verwacht dat zij over een handelingsrepertoire beschikken of gaan
beschikken om hulp te bieden aan kinderen. Dat betekent dat zij, binnen afgesproken grenzen van de
school om kunnen gaan met kinderen met leer- of gedragsproblemen. Zij staan open voor reflectie
op en ondersteuning bij hun handelen en werken continu en gezamenlijk aan de eigen
professionalisering
C Begeleiding
Voor de begeleiding van de scholen zijn drie ijkpunten geformuleerd voor de basisondersteuning:
9 Ondersteuningsarrangement van de school
Het ondersteuningsarrangement van een kind beschrijft elementen van het ondersteuningsprofiel
van de school, waarvan het kind gebruik maakt. Hierbij valt te denken aan: beschikbare expertise
binnen de school, de beschikbare tijd en aandacht voor dit kind, de aanpassingen en voorzieningen
binnen de school, de beschikbare materialen en de samenwerking met externen.
Naast de beschrijving van het arrangement voor dit kind, geeft het zicht op de mogelijke
ontwikkeling van het kind: het ontwikkelingsperspectief, de tussen- en einddoelen en de wijze
waarop het kind wordt begeleid.
134
10 Overdracht
Effectief onderwijs betekent ook dat kinderen goed worden gevolgd en systematisch
worden begeleid. Het is belangrijk dat kinderen met extra onderwijsbehoeften goed worden begeleid
bij de overgangen.
11 Betrokkenheid ouders
Scholen die werk maken van onderwijs zien ouders/verzorgers vooral als partners bij
De ontwikkeling van hun kinderen. Dat geldt des te meer voor kinderen die zich in een kwetsbare
positie bevinden. Een goede afstemming van de begeleiding op school en daarbuiten heeft een
versterkende werking op de ontwikkeling van het kind. Vanuit de visie op het handelingsgericht
werken, gaan scholen uit van een voortdurende samenwerking tussen leerkracht, kind, ouders en
begeleiders. Door het systeemdenken gaan we er vanuit dat het één van invloed is op het ander.
Daarom worden de ouders en de kinderen zelf betrokken in het benoemen van de
onderwijsbehoeften. Wat heeft dit kind, met deze ouders, in deze klas met deze leerkracht, op deze
school nodig?
D Organisatie van de ondersteuningsstructuur
Voor de organisatie van de zorg zijn twee ijkpunten geformuleerd voor de basisondersteuning.
12 Interne ondersteuningsstructuur op schoolniveau
Voor het goed laten verlopen van de ondersteuning en de begeleiding van kinderen is het belangrijk
dat hulpbronnen aanwezig zijn rond de groepen en de leerkrachten: de interne
ondersteuningsstructuur.
13 Externe Ondersteuningsstructuur op Samenwerkingsverband niveau
Voor de organisatie van de hulp en advies op het niveau van het Samenwerkingsverband maken
scholen gebruik van de externe ondersteuningsstructuur.
135
1.3
Uitwerking ijkpunten en indicatoren
We onderscheiden in de indicatoren twee niveaus:
1. Het niveau van basisondersteuning zoals wordt gehanteerd per 1 augustus 2014, gebaseerd
op het toezichtskader Primair onderwijs van de Onderwijsinspectie;
2. Het ambitieniveau voor de basisondersteuning in de toekomst (gebaseerd op onder andere
het Referentiekader Passend Onderwijs van de PO raad).
IJkpunt 1
De school voert een helder beleid op het terrein van kinderenondersteuning dat is gebaseerd op de
zeven uitgangspunten van Handelingsgericht Werken.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
•
De school biedt gedocumenteerde onderwijszorg.
De school weet wat de onderwijsbehoeften van haar kinderen zijn.
(Toezichtkader PO
Onderwijsinspectie,
2012:
8.1 en 8.3)
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
•
•
De school heeft een expliciete visie op kinderenondersteuning.
Deze visie wordt gedragen door het hele team.
De school heeft vastgelegd wat een kind met extra onderwijsbehoeften is
De procedures en afspraken over kinderenondersteuning zijn duidelijk.
De inzet van ondersteuningsmiddelen is duidelijk.
afspraken De school werkt volgens de zeven uitgangspunten van HGW.
SWV 24HGW beoogt de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding voor alle kinderen te
03
verbeteren. Het concretiseert adaptief onderwijs en doeltreffende kindbegeleiding, zodat een
schoolteam effectief kan omgaan met verschillen tussen kinderen. HGW is een planmatige en
cyclische werkwijze waarbij onderwijsprofessionals (leerkracht, interne begeleider en
leidinggevende) de volgende zeven uitgangspunten toepassen.
1. De onderwijsbehoeften van kinderen staan centraal. Wat heeft een kind nodig om een
bepaald doel te behalen? Denk aan instructie op een andere manier, extra leertijd of
uitdaging. Hoe kan de leerkracht het kind hierbij zo goed mogelijk ondersteunen?
2. Afstemming en wisselwerking: het gaat niet alleen om het kind, maar om het kind in
wisselwerking met zijn omgeving. Het gaat om dit kind in deze groep, bij deze leerkracht,
op deze school en van deze ouders. Hoe goed is de omgeving afgestemd op wat dit kind
nodig heeft?
3. Leerkrachten realiseren passend onderwijs en leveren daarmee een cruciale bijdrage aan
een positieve ontwikkeling van kinderen op het gebied van leren, werkhouding en sociaalemotioneel functioneren. Met andere woorden: het is de leerkracht die het doet. Maar
wat heeft zij hiervoor nodig, wat zijn haar ondersteuningsbehoeften?
136
4. Positieve aspecten van het kind, de leerkracht, de groep, de school en ouders zijn van
groot belang. Naast problematische aspecten zijn deze positieve aspecten nodig om de
situatie te begrijpen, ambitieuze doelen te stellen en om een succesvol plan van aanpak te
maken en uit te voeren.
5. Samenwerking tussen leerkrachten, kinderen, ouders, interne en externe begeleiders is
noodzakelijk om een effectieve aanpak te realiseren. Dit vergt constructieve
communicatie tussen betrokkenen. Samen analyseren zij de situatie en zoeken ze naar
oplossingen.
6. Doelgericht werken: het team formuleert korte en lange termijn doelen voor het leren, de
werkhouding en het sociaal-emotioneel functioneren van alle kinderen en evalueert deze
in een cyclus van planmatig handelen.
7. De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant. het is betrokkenen duidelijk doe
de school wil werken en waarom. Er zijn heldere afspraken over wie wat doet, waarom,
hoe en wanneer. Formulieren en checklists ondersteunen dit streven. Teamleden zijn
open over hun manier van werken en over hun plannen en motieven.
De school heeft de kinderenondersteuning ingericht volgens de cyclus van
Handelingsgericht Werken (HGW). Schematisch is deze als volgt weer te geven.
Er wordt bovendien nauw samengewerkt met CJGpartners
IJkpunt 2
De school heeft haar schoolondersteuningsprofiel vastgesteld.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
(Wetgeving
Passend
Onderwijs)
•
•
•
•
•
Het schoolondersteuningsprofiel is na overleg met het team vastgesteld.
De (G)MR stemt in met het schoolondersteuningsprofiel.
Het schoolondersteuningsprofiel is actueel (vier jaar).
Het schoolondersteuningsprofiel is onderdeel van het schoolplan en de schoolgids.
Het schoolondersteuningsprofiel bevat een oordeel over de kwaliteit van de
basisondersteuning.
• Het schoolondersteuningsprofiel bevat een beschrijving van het aanbod van de
school aan onderwijs, begeleiding, expertise en voorzieningen.
• Het schoolondersteuningsprofiel biedt aanknopingspunten voor verdere
ontwikkeling van de kinderenondersteuning.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
De school heeft in haar ondersteuningsprofiel vastgesteld hoe zij tegemoet komt aan de
onderwijsbehoeften van kinderen met:
• een meer of gemiddeld IQ en/of een disharmonisch
intelligentieprofiel
• (beperkte) leerproblemen
• een ontwikkelingsperspectief, dat het uitstroomniveau gaat
realiseren
• een vertraagde lees-taalontwikkeling
137
•
dyslexie, die conform het dyslexieprotocol begeleidt kunnen
worden
• een vertraagde rekenontwikkeling
• dyscalculie, die conform het dyscalculie protocol begeleidt
kunnen worden
• (beperkte) problemen in hun sociaal-emotioneel functioneren
zoals faalangst, werkhoudingproblemen, gedrag, zwak
ontwikkelde sociale vaardigheden
• een combinatie van bovengenoemde onderwijsbehoeften,
waarbij de school handelingsbekwaam is
• de school maakt duidelijk hoe bovenstaande punten meetbaar zijn, de school kan
zodoende beargumenteren waarom voor het ene kind meer- of andere
ondersteuning wordt verleend dan voor de andere
IJkpunt 3
De school bepaalt jaarlijks de effectiviteit van de kinderenondersteuning en past het beeld zo nodig
aan.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
•
•
(Toezichtkader PO •
Onderwijsinspecti •
e, 2012:
9.2, 9.3, 9.4, 9.5
en 9.6)
De school evalueert jaarlijks de resultaten van de kinderen.
De school evalueert jaarlijks het onderwijsleerproces.
De school werkt planmatig aan verbeteractiviteiten.
De school borgt de kwaliteit van het onderwijsleerproces.
De school verantwoordt zich aan belanghebbenden over de gerealiseerde
onderwijskwaliteit.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
De school evalueert jaarlijks de kinderenondersteuning.
De school bepaalt jaarlijks de effectiviteit van de ingezette
ondersteuningsmiddelen.
IJkpunt 4
De school is fysiek en sociaal gezien veilig en heeft een goed pedagogisch klimaat.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
•
De kinderen voelen zich aantoonbaar veilig op school
138
eisen
•
De school heeft inzicht in de veiligheidsbeleving van kinderen en personeel en
in de incidenten die zich voordoen.
De school heeft een veiligheidsbeleid gericht op het voorkomen en afhandelen
van incidenten.
De school zorgt ervoor dat de kinderen op een respectvolle manier met elkaar
en anderen omgaan.
(Toezichtkader PO •
Onderwijsinspecti
e, 2012:
•
4.2, 4.4, 4.5 en
4.6)
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
De school hanteert regels voor veiligheid en omgangsvormen.
De school gaat vertrouwelijk om met informatie over kinderen.
IJkpunt 5
De school heeft zicht op de ontwikkeling en vorderingen van de kinderen.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
(Toezichtkader PO •
Onderwijsinspectie,
2012:
•
7, 1, 7.2, 8.1)
De school gebruikt een samenhangend systeem van genormeerde
instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en de
ontwikkeling van de kinderen.
De school volgt en analyseert systematisch de voortgang in de ontwikkeling
van de kinderen.
De school signaleert vroegtijdig welke kinderen ondersteuning nodig hebben.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
De school heeft normen vastgesteld voor de resultaten die zij met de
kinderen nastreeft.
De normen bevatten in elk geval de referentieniveaus taal en rekenen.
Tenminste 2x per jaar worden de resultaten van de kinderen geanalyseerd op
school-, groeps- en individueel niveau.
IJkpunt 6
De school werkt opbrengstgericht en handelingsgericht aan het realiseren van goed kwalitatief
onderwijs, waarbij de resultaten van de kinderen steeds leidend zijn voor de inrichting van het
onderwijs.
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
•
Op basis van een analyse van de verzamelde gegevens bepaalt de school de
aard van de ondersteuning voor het zorgkind.
De school voert de ondersteuning planmatig uit.
139
(Toezichtkader PO •
Onderwijsinspecti
e, 2012:
8.2, 8.3 en 8.4)
De school evalueert regelmatig de effecten van de ondersteuning.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
De school past op grond van verzamelde toets gegevens tenminste twee maal
per jaar de groepsplannen aan.
De school past op grond van verzamelde toets gegevens tenminste twee maal
per jaar de plannen voor individuele kinderen (zo nodig) aan.
IJkpunt 7
De school biedt een uitdagende leeromgeving en hanteert effectieve instructiemethoden.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
(Toezichtkader PO •
Onderwijsinspecti
e, 2012: 1.1 en
•
1.2,
6.1, 6.2, 6.3, 6.4) •
•
De school met een substantieel aantal kinderen met een kind-gewicht biedt bij
Nederlandse taal leerinhouden aan die passen bij de onderwijsbehoeften van
kinderen met een taalachterstand.
De school stemt de aangeboden leerinhouden af op verschillen in ontwikkeling
tussen de kinderen.
De school stemt de instructie af op verschillen in ontwikkeling tussen de
kinderen.
De school stemt de verwerking af op verschillen in ontwikkeling tussen de
kinderen.
De school stemt de onderwijstijd af op verschillen in ontwikkeling tussen de
kinderen.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
•
De school heeft extra (orthodidactische) materialen voor kinderen met extra
ondersteuningsbehoeften.
De school stemt de werkvormen af op verschillen tussen de kinderen.
De school geeft kinderen met extra onderwijsbehoeften extra en directe
feedback.
De school gebruikt materialen en methoden die differentiatie mogelijk maakt.
IJkpunt 8
Het team werkt gericht aan haar handelingsbekwaamheid en competenties.
Indicatoren
140
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
Inspectie
eisen
Geen
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
Het personeel beschikt over didactische competenties voor de begeleiding van
kinderen met extra onderwijsbehoeften.
Het personeel beschikt over organisatorische competenties voor de begeleiding
van kinderen met extra onderwijsbehoeften.
Het personeel beschikt over pedagogische competenties voor de begeleiding
van kinderen met extra onderwijsbehoeften.
Het personeel staat open voor reflectie en voor ondersteuning bij hun handelen
Het personeel werkt continu aan hun handelingsgerichte vaardigheden.
Het personeel krijgt de mogelijkheid in teamverband te leren en te werken.
Het personeel wordt gestimuleerd en gefaciliteerd voor deelname aan lerende
netwerken over de kinderenondersteuning.
•
•
•
•
•
•
Een goed toegeruste docent beschikt naast vakkennis en
vaardigklassenmanagement en algemene pedagogische en didactische
vaardigheden ook over vaardigheden waarmee
• Ondersteuningsbehoeften van ouders bij opvoeding en in het gezin
vroegtijdig worden gesignaleerd.
• Ouders vroegtijdig bij de ondersteuningsvraag worden betrokken
• Effectieve interventies worden gehanteerd bij beginnende
(gedrags)problematiek
• Gebruik wordt gemaakt van de ondersteuningsstructuur in en om de
school
• Planmatig wordt gewerkt aan verbetering van de ontwikkelingskansen
van het kind
• Wordt gestreefd naar zo hoog mogelijke opbrengsten
• Wordt geëvalueerd welke opbrengsten behaald zijn.
IJkpunt 9
Voor elke kind met speciale onderwijsbehoeften is een gedocumenteerd
ondersteuningsarrangement vastgesteld.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
(Toezichtkader PO
Onderwijsinspecti
e, 2012:
•
De school stelt bij plaatsing voor iedere kind met specifieke
onderwijsbehoeften een ontwikkelingsperspectief vast. De school volgt of de
kinderen zich ontwikkeling conform het ontwikkelings- perspectief en maakt
naar aanleiding hiervan beredeneerde keuzes.
141
7b: 7.3)
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
• De school signaleert leer, opgroei- en opvoedproblemen tijdig in samenwerking
met het CJG.
• De school heeft een passend aanbod voor kinderen met dyslexie en/of
dyscalculie.
• De school heeft leerlijnen die afgestemd zijn op kinderen met een meer of
minder dan gemiddelde intelligentie;
• De school heeft programma’s en methodieken die gericht zijn op sociale
veiligheid en het voorkomen van gedragsproblemen;
• de school geeft haar mogelijkheden (en grenzen) aan als het gaat om de fysieke
toegankelijkheid en de beschikbaarheid van hulpmiddelen voor kinderen met
een (meervoudige) lichamelijke beperking;
• de school heeft een protocol voor handelingen met een medisch karakter
(omgaan met medicijnen e.d.);
• de school heeft samenwerkingsovereenkomsten met ketenpartners in de zorg.
IJkpunt 10
De school neemt kinderen zorgvuldig aan en draagt kinderen zorgvuldig over volgens vastgesteld
beleid op school-, bestuurs- en Samenwerkingsverband niveau.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
•
(Toezichtkader PO
Onderwijsinspecti
e, 2012:
Wettelijke
voorschriften)
De school hanteert de wettelijke voorschriften rondom toelating en
verwijdering van kinderen.
Toelating van kinderen afkomstig van het SBO of SO evenals overgang van een
dergelijk kind naar het SBO of SO vindt slechts plaats in overeenstemming met
de ouders.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
Bij kinderen met extra ondersteuningsbehoeften vindt warme overdracht plaats
met de vroegschoolse voorziening, de vorige school of de vervolgschool
Het onderwijsondersteuningsarrangement van een kind sluit aan bij het
onderwijsondersteuningsarrangement van de vroegschoolse voorziening of de
vorige school van het kind.
Het onderwijsondersteuningsarrangement van kinderen wordt binnen de school
warm overgedragen bij de overgang naar een volgende groep of een volgende
leerkracht.
142
•
•
De school koppelt in het eerste jaar de ontwikkeling van kinderen met een extra
ondersteuningsbehoefte terug aan de vroegschoolse voorziening of de vorige
school.
De school volgt de kinderen die de school hebben verlaten tenminste gedurende
één jaar.
IJkpunt 11
Ouders, kinderen en school hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de
ontwikkeling van het individuele kind. Ouders worden daarom conform de visie “afstemming en
handelingsgericht werken” betrokken bij de ontwikkeling van het individuele kind.
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
De school verantwoordt zich bij ouders/verzorgers over de gerealiseerde
onderwijskwaliteit.
(Toezichtkader PO
Onderwijsinspectie,
2012:
9.6)
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
•
•
•
•
De school bevraagt ouders regelmatig over de wensen en verwachtingen bij
de begeleiding van hun kind.
Het personeel bevraagt ouders regelmatig over hun ervaringen met hun kind
thuis en hun kennis van de ontwikkeling van hun kind op school en thuis.
De school voert met ouders een intakegesprek bij aanmelding.
De school informeert ouders tijdig en regelmatig over de voortgang in de
ontwikkeling van hun kind.
De school betrekt ouders bij het opstellen en evalueren van het
onderwijsondersteuningsarrangement.
De school maakt samen met het kind en de ouders afspraken over de
begeleiding en wie waarvoor verantwoordelijk is.
De school ondersteunt ouders en kind bij de overgang naar een andere
school.
IJkpunt 12
De school heeft een effectieve interne ondersteuningsstructuur
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
•
De school signaleert vroegtijdig welke kinderen ondersteuning nodig hebben.
Op basis van een analyse van de verzamelde gegevens bepaalt de school de
aard van de ondersteuning voor het zorgkind.
143
(Toezichtkader PO •
Onderwijsinspectie, •
2012:
8.1, 8.2, 8.3 en 8.4)
De school voert de ondersteuning planmatig uit.
De school evalueert regelmatig de effecten van de ondersteuning.
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
De school heeft interne begeleiding met een duidelijke taakomschrijving.
Coaching en begeleiding van leerkrachten is onderdeel van de taak van de
interne begeleiding.
Taken en verantwoordelijkheden van leerkrachten en directie op het terrein
van het kind ondersteuning zijn duidelijk en transparant.
Leerkrachten worden ondersteund bij het opstellen en uitvoeren van de
onderwijsondersteuningsarrangementen.
De interne begeleiding beschikt over voldoende tijd en middelen.
De interne begeleiding is voldoende gekwalificeerd.
De school kan snel voldoende deskundigheid inschakelen voor hulp.
De school grijpt bij ernstige problemen snel in.
Leerkrachten weten waar zij terecht kunnen in de regio voor kinderen met
extra onderwijsbehoeften.
De interne ondersteuning is afgestemd op de ondersteuningsstructuur van
het Samenwerkingsverband.
IJkpunt 13
De school heeft een effectieve externe ondersteuningsstructuur op Samenwerkingsverband niveau
Indicatoren
Niveau Basisondersteuning 1 augustus 2014
inspectie
eisen
•
De school zoekt structurele samenwerking met ketenpartners waar
noodzakelijke interventies op kindniveau haar eigen kerntaak overschrijden.
(Toezichtkader PO
Onderwijsinspectie,
2012:
8.5)
Ambitieniveau Basisondersteuning
referentie
kader
•
•
•
•
•
De interne begeleiding leidt het ondersteuningsteam in de school.
Taken van het ondersteuningsteam zijn vastgelegd.
Het ondersteuningsteam bereidt in elk geval verwijzing naar en bespreking
van kinderen in het MZT voor.
Het ondersteuningsteam draagt zorg voor het organiseren van de hulp om de
school.
Het ondersteuningsteam onderhoudt de loketfunctie voor ouders.
144
BIJLAGE 8 – de meer jaren begroting
Onder baten bij de post “2% opbrengst SBO wordt inzichtelijk gemaakt welke vergoeding er naar de
gezamenlijke sbo’s binnen 24-03 wordt vergoed door het ministerie (DUO).
Bij de lasten vinden we deze post weer terug onder 2% naar SBO’s (rechtstreekse bekostiging DUO).
Deze bedragen zijn opgenomen om het totaal voor de SBO’s inzichtelijk te maken, maar komen dus
niet binnen op 24-03 niveau. Dit bedrag wordt door de SBO’s rechtstreeks ontvangen van DUO.
De SBO’s ontvangen vanuit 24-03 de bekostiging van alle leerlingen op de SB. Pas na 1 augustus kan
er mogelijk grensverkeer ontstaan vanuit nabijgelegen samenwerkingsverbanden op basis van nieuw
afgegeven TLV’s. Geld volgt dan de leerling. Huidig grensverkeer wordt niet bekostigd en moet door
24-03 zelf bekostigd worden.
Uit de solidariteit van 24-03 wordt het eerste jaar het verschil tussen het aantal leerlingen op de
SBO’s en de 2% bekostigd. Na het eerste jaar betalen de besturen die meer dan 2% verwijzen, het
meerder aan 24-03 (zie post overige baten “Vergoeding >2% leerlingen van besturen uit 24-03.
De sbo’s ontvangen naast de rechtstreekse bekostiging van de 2%, van 24-03 de rechtstreekse
instroom en het resterende verschil tussen werkelijk leerlingaantal – 2% - rechtstreekse instroom.
Hierdoor worden alle leerlingen op de sbo’s bekostigd.
Daarnaast wordt de LGF vergoeding die door 24-03 wordt ontvangen, doorgeboekt naar de besturen
met de LGF leerlingen. Wat ontvangen wordt gaat er ook weer uit.
Het saldo (begroot resultaat) wordt verdeeld over de besturen op basis van een bedrag per leerling.
NB
Op grond van de meest recente cijfers van OCW/DUO (juni 2014) en enkele verbeterpunten zal de
begroting in de komende 2 weken worden bijgesteld.
Hiernaast vinden we de kengetallen van 24-03 en een compact overzicht van baten en lasten van 2403. Het saldo betreft het te verdelen budget wat vervolgens op basis van een bedrag per leerling
naar de besturen binnen 24-03 wordt verdeeld.
In de volgende tabel vinden we de te ontvangen bedragen voor de besturen. Daar waar besturen
vanaf 1-8-2015 meer dan 2% verwijzen, wordt dit bedrag gekort en blijft bij 24-03 om de sbo’s uit te
bekostigen. (zie eerdere opmerking bij specificatie baten/lasten)
De lgf vergoeding wordt door de besturen ontvangen die de lgf leerlingen hebben.
Het bedrag in de grijs-blauwe balk is het bedrag wat vanuit 24-03 aan de besturen
145
PO2403
Samenwerkingsverband passend onderwijs 24-03
Staat van baten en lasten
Begroting 2014 Begroting 2015 Begroting 2016 Begroting 2017 Begroting 2018
3.1 Rijksbijdrage OCW
1.628.899
6.143.849
8.441.676
8.112.292
7.746.574
3.1.1.3 Personeel
Lichte ondersteuning
1.628.899
6.143.849
8.441.676
8.112.292
7.746.574
749.557
1.792.455
1.773.485
1.750.772
1.731.210
Zware ondersteuning
80.618
1.876.779
3.775.719
3.720.247
3.673.605
-
913.103
1.831.013
1.593.125
1.304.777
2% opbrengst SBO
Schoolmaatschappelijk werk
422.428
1.004.295
988.493
975.181
964.016
30.403
72.966
72.966
72.966
72.966
LGF leerlingen
345.894
484.251
-
-
-
Verevening totaal
3.2 Overige Overheidsbijdragen
-
-
-
-
-
3.2.1 Bijdrage gemeente
Vergoeding Gemeente Lelystad
-
-
-
-
-
-
41.151
81.587
60.117
47.235
4.1 Personele lasten
27.083
41.151
65.000
81.587
65.000
60.117
65.000
47.235
65.000
Managementteam
20.833
50.000
50.000
50.000
50.000
6.250
15.000
15.000
15.000
15.000
1.321.016
4.341.677
5.305.595
4.315.054
4.177.056
10.168
20.667
19.500
19.500
19.500
2.917
6.167
5.000
5.000
5.000
833
2.000
2.000
2.000
2.000
5.585
833
10.500
2.000
10.500
2.000
10.500
2.000
10.500
2.000
332.921
799.010
466.089
-
-
75.933
182.240
106.307
-
-
- 40950 Stg. Kath. Onderw. Flevoland
54.953
131.886
76.934
- 41632 Ver. Ger. Pr. Onderw. Accretio
13.073
31.376
18.303
5.427
13.024
7.597
- 42552 Stg SchOOL
45.743
109.782
64.040
- 60985 SCPO Lelystad
61.698
148.074
86.377
36.095
40.000
86.628
96.000
50.533
56.000
-
-
977.927
3.522.001
4.820.006
4.295.554
4.157.556
1.409.803
3.278.793
3.179.099
3.096.923
-
-
Vergoeding Gemeente Dronten
3.5 Overige Baten
Vergoeding >2% leerlingen van besturen uit 24-03
Administratieve ondersteuning verstrekken TLV
4.4 Overige lasten
4.4.1 Administratie en beheer
Kosten OPR
Vergaderkosten
Administratiekosten
Website
4.4.2.2 Loonkosten WSNS/REC cf rekenregel 2
- Eduvier
- 41813 Stg. Op. Basis Onderw. Dronten/Spil
- Stg. SSSOD
- IJsselgroep
4.4.4 Overige
SO deelnamekorting via DUO
LGF leerlingen naar besturen
Verplichte winkelnering AB
345.894
484.251
-
-
229.800
321.700
Rechtstreekse instroom SBO's
139.557
326.349
253.350
193.233
167.468
2% naar SBO's (rechtstreekse bekostiging DUO)
422.428
1.004.295
988.493
975.181
964.016
Resterende bekostiging SBO's
28.448
Solidariteitsfonds
41.600
9.103 58.400
22.329 -
51.958 -
70.852
-
-
-
-
Verdeling subsidie Lelystad
-
-
-
-
Verdeling subsidie Dronten
-
-
-
-
-
Totaal baten
1.628.899
6.185.001
8.523.263
8.172.409
7.793.809
Totaal lasten
Saldo Baten en Lasten
1.348.099
280.800
4.406.677
1.778.324
5.370.595
3.152.667
4.380.054
3.792.354
4.242.056
3.551.753
0
280.800
0
1.778.324
0
3.152.667
0
3.792.354
0
3.551.753
Financiële baten en lasten
Begroot resultaat
146
PO2403
Samenwerkingsverband passend onderwijs 24-03
Telgegevens leerlingen met prognose
Totaal aantal leerlingen BAO
Totaal aantal leerlingen SBO
Totaal aantal leerlingen
Totaal aantal leerlingen SBO vanuit 24-03
Rechtstreekse instroom SBO
% Deelname SBO door besturen van 24-03
% Rechtstreekse instroom binnen SWV
% Deelname SBO binnen SWV
2% leerlingen SWV op 1-10
Aantal leerlingen >2% van besturen binnen 24-03
Budget lichte zorg/ondersteuningsbudget
Budget SO leerling (gem. cat 1,2,3)
Baten
3.1 Rijksbijdrage OCW
3.5 Overige Baten
Totaal baten
Per leerling BAO
Overige lasten van het SWV
4.1 Personele lasten
4.4 Overige lasten
Totaal lasten
1-10-2013
11.475
330
11.805
252
78
2,13%
0,66%
2,80%
236
33
4.294
14.484
1-10-2014
11.382
312
11.694
236
76
2,02%
0,65%
2,67%
234
23
4.294
14.484
1-10-2015
11.226
284
11.510
225
59
1,95%
0,51%
2,47%
230
19
4.294
14.484
1-10-2016
11.095
260
11.355
215
45
1,89%
0,40%
2,29%
227
14
4.294
14.484
1-10-2017
10.978
247
11.225
208
39
1,85%
0,35%
2,20%
225
11
4.294
14.484
Begroting
2014
1.628.899
-
Begroting
2015
6.143.849
41.151
Begroting
2016
8.441.676
81.587
Begroting
2017
8.112.292
60.117
Begroting
2018
7.746.574
47.235
1.628.899
142
Begroting
2014
6.185.001
543
Begroting
2015
8.523.263
759
Begroting
2016
8.172.409
737
Begroting
2017
7.793.809
710
Begroting
2018
27.083
1.321.016
65.000
4.341.677
65.000
5.305.595
65.000
4.315.054
65.000
4.177.056
1.348.099
4.406.677
5.370.595
4.380.054
4.242.056
Totaal baten
Totaal lasten
Saldo baten en lasten (= te verdelen budget)
Per leerling BAO
Begroting
2014
1.628.899
1.348.099
280.800
24
Begroting
2015
6.185.001
4.406.677
1.778.324
156
Begroting
2016
8.523.263
5.370.595
3.152.667
281
Begroting
2017
8.172.409
4.380.054
3.792.354
342
Begroting
2018
7.793.809
4.242.056
3.551.753
324
Vergoeding SBO scholen
Begroting
2014
Begroting
2015
Begroting
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
1- 10 - 2 0 13
1- 10 - 2 0 14
1- 10 - 2 0 15
1- 10 - 2 0 16
1- 10 - 2 0 17
Saldo baten en lasten
( t e lda t um )
42552 SSBO De Watergeus
Aantal leerlingen sbo
2% ll bekostiging door DUO aan sbo
Bekostiging door 24-03
2% bekostiging door DUO
Aanvullende bekostiging 24-03
Budget sbo
60985 Chr SSBO De Vogelveste
163
117
46
153
115
38
138
112
26
125
109
16
120
109
11
209.335
82.303
291.638
493.817
163.174
656.991
480.935
111.646
592.580
468.053
68.705
536.758
468.053
47.235
515.287
77
55
22
72
54
18
65
53
12
60
52
8
55
50
5
98.406
39.362
137.768
231.879
77.293
309.172
227.585
51.529
279.114
223.291
34.352
257.644
214.703
21.470
236.173
90
64
26
87
65
22
81
66
15
75
66
9
72
65
7
114.508
46.519
161.027
279.114
94.469
373.583
283.408
64.411
347.819
283.408
38.647
322.055
279.114
30.058
309.172
Aantal leerlingen sbo
2% ll bekostiging door DUO aan sbo
Bekostiging door 24-03
2% bekostiging door DUO
Aanvullende bekostiging 24-03
Budget sbo
61788 SSBO De Driemaster
Aantal leerlingen sbo
2% ll bekostiging door DUO aan sbo
Bekostiging door 24-03
2% bekostiging door DUO
Aanvullende bekostiging 24-03
Budget sbo
Werkeenheid
( t e lda t um )
Dronten
Subsidie Gemeente Dronten
Overige
Totaal werkeenheid Dronten
Lelystad
Bijdrage besturen aan werkeenheid Lelystad
Subsidie Gemeente Lelystad
Overige
Totaal werkeenheid Lelystad
Begroting
2014
Begroting
2015
Begroting
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
1- 10 - 2 0 13
1- 10 - 2 0 14
1- 10 - 2 0 15
1- 10 - 2 0 16
1- 10 - 2 0 17
-
43.496
43.496
-
103.482
103.482
-
101.691
101.691
-
100.108
100.108
-
98.896
98.896
147
Per Bestuur
( t e lda t um )
40077 Stichting Noor
40950 Stg. Kath. Onderw. Flevoland
Begroting
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
1- 10 - 2 0 14
1- 10 - 2 0 15
1- 10 - 2 0 16
1- 10 - 2 0 17
6,00
188
3
4
-
7,00
183
3
4
-
8,00
178
2
4
-
9,00
178
2
4
-
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
4.649
-
29.373
-
51.393
-
60.842
-
57.589
-
1.0903.559
2.58926.784
2.52048.873
58.391
55.138
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
2.213
50
44
6
6
16
2.188
47
44
3
5
-
2.164
45
43
2
5
-
2.140
44
43
1
4
-
2.144
43
43
3
-
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
41335 Stg. Maharishi Onderwijs Ned.
Begroting
2015
1- 10 - 2 0 13
5,00
190
4
4
-
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
41226 Stichting Monton
Begroting
2014
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
54.153
54.953
7.56847.849
149.388
105
4
2
2
1
2.569
6021.967
107
2
2
2.618
6148.656
10.660
341.853
131.886
5.36830.17417.95666.989
487.230
105
3
2
1
1
16.405
1.7896.0351.4467.135
107
2
16.718
1.47312.118
27.363
607.730
76.934
8.58872.41817.763585.893
105
3
2
1
1
29.488
4.29414.4841.4469.264
107
2
30.049
1.47328.576
2.451-
2.451-
731.468
4.29457.93517.557-
693.656
43.45117.598-
651.683
632.607
105
2
2
-
105
2
2
-
35.890
1.446-
33.971
1.446-
34.444
32.525
105
2
-
105
2
-
35.890
1.446-
33.971
1.446-
34.444
32.525
148
Per Bestuur
( t e lda t um )
41632 Ver. Ger. Pr. Onderw. Accretio
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
41813 Stg. Op. Basis Onderw. Dronten/Spil
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
42552 Stg SchOOL
Aantal leerlingen BAO
Aantal leerlingen SBO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
42600 Stg Codenz
Aantal leerlingen BAO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
60985 SCPO Lelystad
Aantal leerlingen BAO
Aantal leerlingen SBO
Deelname sbo
2% leerlingen
Verwijzingen boven 2%
Aantal ll verwezen naar SO
Aantal LGF leerlingen
Budget
Bijdrage WSNS/REC cf rekenregel 2
Kosten deelname SBO
Kosten deelname SO
Bijdrage werkeenheid Lelystad
LGF leerlingen
Te ontvangen
Begroting
2014
Begroting
2015
Begroting
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
1- 10 - 2 0 13
1- 10 - 2 0 14
1- 10 - 2 0 15
1- 10 - 2 0 16
1- 10 - 2 0 17
346
3
7
1
7
8.467
13.073
1.21120.935
41.265
1.173
30
23
7
18
28.704
5.427
56.506
90.637
4.145
163
103
86
17
22
37
101.431
45.743
23.782108.952
232.344
349
3
7
1
54.528
31.376
6.0352.93329.309
106.245
1.155
29
23
6
180.457
13.024
10.73579.108
261.854
4.082
153
98
85
13
20
637.772
109.782
23.259120.69756.209152.533
699.921
330
2
7
1
92.676
18.303
14.4842.75493.741
1.138
28
23
5
319.592
7.597
21.470305.719
4.021
138
94
83
11
18
1.129.242
64.040
47.235260.70755.369829.972
327
2
7
-
320
2
6
-
111.771
2.726-
103.531
2.671-
109.045
100.859
1.121
27
22
5
-
1.104
26
22
4
-
383.166
21.470-
357.181
17.176-
361.696
340.005
3.961
125
90
82
8
16
-
3.902
120
87
80
7
14
-
1.353.900
34.352231.73954.543-
1.262.428
30.058202.77253.731-
1.033.265
975.868
1.692
25
34
19
1.692
23
34
-
1.699
22
34
-
1.710
21
34
-
1.700
20
34
-
41.404
59.624
101.028
264.358
83.474
347.832
477.141
477.141
584.491
-
550.007
-
584.491
550.007
1.504
77
33
32
1
8
16
1.516
72
30
32
7
-
1.479
65
28
31
6
-
1.448
60
27
30
5
-
1.420
55
26
30
4
-
36.804
61.698
8.62943.371
133.243
236.860
148.074
42.24420.87560.719
382.533
415.357
86.377
86.90220.366394.465
494.937
72.41819.939-
459.418
57.93519.553-
402.580
381.930
149
Ondersteuningsvoorzieningen (Hoofdstuk 4)
BIJLAGE 9A schema basis en extra ondersteuning PO Lelystad/Dronten
150
BIJLAGE 9B – (Als voorbeeld toegevoegd )Groeidocument
Dit wordt opgenomen in Parnassys.
Handelingsgericht Groeidocument integraal ondersteuningsteam op school
Voorbeeld groeidocument
(In Dronten wordt dit ingepast in Parnassys)
Casusregiseur:
Aanmelding leerling voor bespreking in het ondersteuningsteam
School en ouders: u wordt verzocht de vragen 1 t/m 5 te beantwoorden.
Vul ook samen - voor zover mogelijk - de kolommen A t/m H (eventueel) met trefwoorden in.
We weten dat dit tijd kost, maar uw informatie is heel belangrijk voor ons: u kent uw leerling en uw
kind het beste. Daarnaast werken we vraaggericht en daarom willen we graag weten welke vragen u
heeft en wat u van ons verwacht.
Tijdens het ondersteuningsteam overleg geldt dit document als leidraad: we lopen het na en vullen
het samen aan.
Daarna fungeert dit document als verslag van het ondersteuningsteamoverleg.
Na akkoord van ouders ontvangen school en betrokken deskundigen een kopie ervan.
Gegevens leerling, school en ouders
Naam leerling en
geboortedatum
BSN
Adres leerling (straat,
postcode, plaats)
School, groep en
schoolverloop
Telefoonnummer school
Leerkracht(en)
Intern Begeleider en
mailadres
Namen, telefoonnummers en Moeder:
mailadressen ouders/
verzorgers
Vader:
Toestemming van ouders/verzorgers voor het opvragen van informatie (vraag 4 en 5) en de
bespreking van hun kind in het ondersteuningsteam op school
Handtekening moeder/verzorger
Handtekening vader/verzorger
1. Reden van aanmelding. Wat zijn de vragen van school? Wat verwacht de school van het
ondersteuningsteam?
151
2. Wat zijn de vragen van ouders? Wat verwachten zij van het ondersteuningsteam?
3. Welke deskundige(n) zijn nodig om deze vragen te beantwoorden?
4. Welke maatregelen zijn genomen en wat waren de effecten?
Voeg als bijlagen toe:
- verslagen leerlingbespreking(en) voorafgaand aan deze aanmelding
- recente groepsoverzichten en groepsplannen
- handelingsplannen en log/dagboeken
5. Zijn er andere hulpverleners betrokken bij school of gezin? Zo ja, welke? Graag telefoonnummer
en mailadres.
A. LEREN, didactische ontwikkeling (methodegebonden toetsen en CITO toetsen)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het kind
+
-/ ?
B. COGNITIEVE ONTWIKKELING (resultaten intelligentieonderzoek indien beschikbaar)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het kind
+
-/ ?
C. WERKHOUDING (motivatie, doorzettingsvermogen, werktempo, concentratie, taakaanpak,
zelfstandig werken e.d.)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het kind
+
-/ ?
D. Sociaal-emotioneel en gedrag (zoals stil, passief, angstig, druk, impulsief, ongehoorzaam,
opstandig, brutaal, agressief gedrag (verbaal of fysiek), contact maken, interactie met leerkracht en
medeleerlingen e.d.)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het kind op school
152
+
-/ ?
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het kind thuis
+
-/ ?
E. Lichamelijk: motoriek (grof, fijn, schrijf), waarneming (zien en horen), gezondheid (ziekte of
medicatie)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het kind
+
-/ ?
F. Relevante factoren in het onderwijs (in hoeverre lukt het om het onderwijs af te stemmen op
wat het kind nodig heeft?)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van het onderwijs: school, groep en
leerkracht(en)
+
-/ ?
G. Relevante factoren in de opvoeding (in hoeverre lukt het om de opvoeding af te stemmen op
wat het kind nodig heeft?)
Stimulerende (+) en belemmerende factoren (-/?) van de opvoeding: gezin, ouders en vrije tijd
+
-/ ?
Voor tijdens de bespreking: Nu is duidelijk wat er aan de hand is (overzicht). We gaan door naar de
volgende stap: wat zou er aan de hand kunnen zijn (analyse/inzicht)? Hoe is de wisselwerking tussen
kind, onderwijs en opvoeding? Lukt het school en ouders bijvoorbeeld om af te stemmen op wat het
kind nodig heeft? Waar liggen kansen? Zet jullie conclusies op een flapover/digibord met drie lege
cirkels (kind, onderwijs en opvoeding) en vul per cirkel heel beknopt in: wat gaat goed en wat kan
beter? Bespreek met elkaar hoe het een het ander kan beïnvloeden (met elkaar samenhangt) en wat
dat betekent voor de doelen en de aanpak (uitzicht).
H. Doelen (SMARTI), onderwijs- en opvoedingsbehoeften van kind en ondersteuningsbehoeften
van school en ouders: wat hebben zij nodig om de gestelde doelen te behalen?
H1. Voor het kind
Doelen voor leren, werkhouding, gedrag
Onderwijsbehoeften met hulpzinnen als:
instructie, opdrachten, leeractiviteiten,
leeromgeving, feedback, groepsgenoten,
leerkracht, ouders ….
H2. Voor het onderwijs: school, groep en/of leerkracht(en)
Doelen voor de begeleiding op school
Ondersteuningsbehoeften leerkracht met
hulpzinnen als: kennis van, vaardigheden in,
153
materiaal voor, meer handen in de klas in de
vorm van, begeleiding of ondersteuning bij/door
...
H3. Voor de opvoeding: gezin, ouders en/of de vrije tijd
Doelen voor de begeleiding van ouders of gezin
Ondersteuningsbehoeften gezin of ouders met
hulpzinnen als: kennis van, vaardigheden in,
begeleiding of ondersteuning bij/door …
I. ONDERSTEUNINGSTEAM (+)– OVERLEG 1
Datum:
Aanwezig:
Doelen van het ondersteuningsteam – overleg, ronde tafelgesprek
Beknopte samenvatting van het overleg
Analyse: wat is er aan de hand en wat moet er gedaan worden?
Wanneer wordt er geëvalueerd of de doelen behaald zijn?
Afspraken (wie doet wat, wanneer, hoe en waarom?)
J. CONCLUSIES: VOORSTEL ONDERWIJSONDERSTEUNINGSARRANGEMENT (OZA). DENK AAN
DIAGNOSTIEK (HGD: ONDERZOEKSVRAGEN?), OBSERVATIE (OBSERVATIEVRAGEN?),
DYSLEXIEVERKLARING N.A.V. DOSSIER, DYSLEXIE- OF DYSCALCULIE-ONDERZOEK, BEGELEIDING OF
COACHING VAN LEERLING, LEERKRACHT, IB EN/OF OUDERS (INHOUD EN DUUR?). GEEF - INDIEN
MOGELIJK - OOK AAN WELKE DISCIPLINE OF INSTELLING DIT KAN BIEDEN EN HOEVEEL UREN OF
BIJEENKOMSTEN NODIG ZIJN OM HET BEGELEIDINGSDOEL TE BEHALEN.
J1. Voor het kind
154
J2. Voor het onderwijs (school, groep en/of leerkrachten)
J3. Voor de opvoeding (gezin, ouders en/of vrije tijd)
Ter afronding van de bespreking: zien alle betrokkenen de afspraken zitten? Willen en kunnen ze
deze uitvoeren? Gaat het lukken?
Zo ja: veel succes! En tot het volgende ondersteuningsteam of ronde tafelgesprek.
Zo nee, wat hebben ze nog nodig om het wel te willen of te kunnen?
155
K. ONDERSTEUNINGSTEAM ( +) OF RONDE TAFELGESPREK– OVERLEG 2
Datum:
Aanwezig:
Doelen van het ondersteuningsteam – overleg
Beknopte samenvatting van het overleg
Analyse: wat is er aan de hand en wat moet er gedaan worden?
Wanneer wordt er geëvalueerd of de doelen behaald zijn?
Afspraken (wie doet wat, wanneer, hoe en waarom?)
L. ONDERSTEUNINGSTEAM (+) OF RONDE TAFELGESPREK – OVERLEG 3
Datum:
Aanwezig:
Doelen van het ondersteuningsteam – overleg
Beknopte samenvatting van het overleg
Analyse: wat is er aan de hand en wat moet er gedaan worden?
Wanneer wordt er geëvalueerd of de doelen behaald zijn?
Afspraken (wie doet wat, wanneer, hoe en waarom?)
156
BIJLAGE 9C – Stappenplan Handelingsgericht werken
157
BIJLAGE 10
De gegevens in onderstaand overzicht zijn bedoeld als richtsnoer voor de vereveningsopdracht.
Duidelijk wordt hoeveel kinderen vanuit de bekostiging lichte en zware ondersteuning een speciale
onderwijsplek of arrangement kunnen krijgen. Het verschil in kinderaantallen wordt veroorzaakt
door het verschil tussen de gegevens van beide gemeente en de ministeriele prognose. Deze tabel
dient daarom jaarlijks te worden bijgesteld met de meeste recent beschikbare cijfers.
In leerlingaantallen zijn onze doelen (deze cijfers zijn uitgewerkt in deelnamepercentage):
In onderstaand schema is dit uitgewerkt voor het SBO:
PO 24-03
SBAO
SBAO
Dront
en
Ontwikkeling naar ambitie
26
27
28
PO
26
24-03
Lelysta
d27
Dronte
n28
Lelyst
ad
20152016
11.529
7571
3814
156
114
20162017
11.506
7547
3789
150
106
20172018
11.544
7479
3796
149
95
20182019
11.267
7285
3819
145
85
20192020
11.425
7196
3819
144
80
20202021
11.475
7052
3839
141
77
Cijfers gebaseerd op factsheet Passend onderwijs 24-03 Ministerie O.C.&W 2013
Cijfers gebaseerd op gemeentelijke prognose januari 2014 excl Timotheüs
Cijfers gebaseerd op gemeentelijke prognose
158
De ambitie uitgewerkt voor SO Categorie 1 en SO Categorie 2
PO 24-03
SO categorie 1
Ontwikkeling naar ambitie
PO
24-03
PO 2403
SO Categorie 2
Dronten Lelystad PO
2403
Lelystad Dronten
Dronten Lelystad
-155
0
20152016
11.529 7571
3814
310
108
215
6
4
20162017
11.506 7547
3789
295
98
196
6
4
20172018
11.544 7479
3796
272
91
179
7
4
20182019
11.267 7285
3819
248
80
153
8
4
20192020
11.425 7196
3819
202
65
122
9
4
20202021
11.475 7052
3839
155
51
95
10
4
De ambitie uitgewerkt voor SO Categorie 3 en Arrangementen Zware Ondersteuning
PO 24-03
Arrangementen zware
ondersteuning
SO categorie 3
Ontwikkeling naar ambitie
PO 24-03
Dront
en
Lelyst
ad
PO
2403
Dronten
PO 2403
Lelysta
d
Dront
en
20152016
11.529
7571
3814
27
18
147
50
98
20162017
11.506
7547
3789
27
15
144
48
95
-5
Lelysta
d
-52
159
20172018
11.544
7479
3796
26
15
139
47
93
20182019
11.267
7285
3819
26
15
134
45
87
20192020
11.425
7196
3819
25
14
125
42
79
20202021
11.475
7052
3839
25
14
115
38
70
160