CVN-brief, als afronding van de betrokkenheid van CVN bij de

De Minister van Buitenlandse Zaken
De heer F.C.G.M. Timmermans
Postbus 20061
NL-2500 EB DEN HAAG
Brussel, 5 februari 2014
Zeer geachte heer Timmermans,
De Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen – Nederland (CVN) dankt u hartelijk voor uw reactie op
Voorbij de mythen. De Groote Oorlog toen en nu. Beleidsadvies over 100 jaar Eerste Wereldoorlog in
Vlaanderen en Nederland.
CVN is verheugd om te lezen dat verschillende van de in het advies neergelegde aanbevelingen im- dan
wel expliciet opvolging vinden. De Commissie hecht eraan op enkele punten nadere toelichting te
verschaffen, wat tevens de afronding inluidt van de directe betrokkenheid van CVN bij dit voor de VlaamsNederlandse betrekkingen zo gevoelige onderwerp.
Inrichting van centrale coördinatie
U spreekt uw waardering uit voor het advies als “goede aanzet tot inventarisatie van actoren in Nederland
en Vlaanderen die activiteiten ontplooien in het kader van de herdenking”.
In de uitvoering van de geïnventariseerde herdenkingsevenementen speelt CVN geen rol. Wel is CVN de
laatste maanden beschikbaar gebleven om op basis van de inventarisatie een makelende en verbindende
functie te vervullen. Zo organiseerde CVN op 18 december 2013 in samenwerking met het Nederlands
Openluchtmuseum (NOM) een expertmeeting met Vlaamse en Nederlandse actoren. Tijdens deze
bijeenkomst kwam onder meer de behoefte aan Nederlandse coördinatie van de herdenkingsinitiatieven
naar voren.
Onderwerp van gesprek tijdens de expertmeeting was de vraag of uitrol van de Maand van de
Geschiedenis, een jaarlijks initiatief van het NOM, in 2014 in Vlaanderen tot de mogelijkheden behoort.
Vlaamse actoren gaven aan weliswaar geïnteresseerd te zijn in samenwerking met Nederlandse collega’s
maar, door afwezigheid van een centraal aanspreekpunt, moeite te hebben de weg richting potentiële
partners te vinden. De expertmeeting kon voor een deel in deze behoefte voorzien. Een resultaat dat CVN
en het NOM hebben mogen noteren was dan ook dat er uit de bijeenkomst verschillende waardevolle
grensoverschrijdende contacten zijn voortgekomen. Een integraal verslag van de bijeenkomst stuurt CVN
u desgewenst toe.
Het grensontkennend verbinden van individuele activiteiten leidt hopelijk tot duurzame partnerschappen
tussen, in dit geval, de Maand van de Geschiedenis (het NOM) en Vlaamse partijen, gericht op het jaar
2014 en de verdere toekomst. Het bieden van stimulans aan dit soort nieuwe samenwerkingsverbanden is
een rol die CVN vanaf dit moment graag overlaat aan de toekomstige coördinator. Eventuele nieuwe
verzoeken van derden zal CVN actief naar de coördinator doorverwijzen.
Digitaal platform
In uw brief formuleert u de bereidheid om onder bepaalde voorwaarden een startsubsidie te verlenen
aan een Vlaams-Nederlands digitaal platform, conform het advies van CVN. Dit digitaal platform is een
belangrijk middel om de resultaten van bovenbeschreven bilaterale culturele samenwerkingsverbanden
duurzaam zichtbaar en vindbaar te maken en te ontsluiten voor een bilateraal publiek.
Pagina 1 van 2
De toezegging in verband met een startsubsidie zal niet gepaard gaan met een
oproep aan de sector(en) via de communicatiekanalen van de overheid. CVN
heeft haar netwerk ingelicht en gevraagd om organisaties op de besluitvorming te
attenderen.
Uit de besprekingen van CVN met Europeana is gebleken dat deze organisatie, naast beheerder van een
collectie die voor de herdenking van grote relevantie is, ook vragende partij is om het publieksbereik en
de vindbaarheid van de collectie en het project Europeana 1914-1918 te vergroten. Samenwerken met
Vlaamse en Nederlandse partijen tijdens de herdenking en bij de totstandkoming van het digitaal platform
biedt hiertoe de mogelijkheid.
Samenwerking met Europeana zou betekenen dat Vlaanderen en Nederland gebruik kunnen maken van
bestaande, kwalitatief hoogstaande inhoud voor het te bouwen digitaal platform. In één beweging plaatst
deze samenwerking de Vlaams-Nederlandse herdenking in Europese context: een uitgesproken wens van
zowel de Vlaamse als Nederlandse overheid. Er hoeven slechts kleine aanvullingen te worden gemaakt om
specifieke aspecten van de Vlaams-Nederlandse herdenking in de inhoud van het digitaal platform
weerspiegeld te zien.
CVN heeft Huis Doorn, als de beoogde Nederlandse coördinator van de herdenking, op deze opportuniteit
geattendeerd. Daarnaast heeft CVN ter ondersteuning aangeboden haar bijbehorende VlaamsNederlandse netwerk in de creatieve industrie voor zowel Europeana als Huis Doorn open te stellen. Dit
om de bij Europeana en Huis Doorn beschikbare expertise over collectievorming en –ontsluiting te
complementeren met expertise ten aanzien van de andere functies van het digitaal platform; in het
bijzonder de online ontsluiting van een evenementenkalender (of: herdenkingskalender).
Doel van het maken van deze verbindingen is de genoemde organisaties te faciliteren in het opstellen van
een actieplan voor de totstandkoming van het digitaal platform, in onderlinge samenwerking en in
overleg met de culturele en wetenschappelijke stakeholders. Dit actieplan zal zo de door u gevraagde
meerwaarde, draagvlak en duurzaamheid kunnen borgen.
CVN beveelt uit pragmatische overwegingen aan het platform in 2015 te lanceren. Dit biedt nog
voldoende tijd om het platform op te bouwen. In 2015 kunnen de vruchten worden geplukt van het
maatschappelijk bewustzijn dat in 2014 wordt opgebouwd door middel van de veelheid aan verschillende
informatieve uitzendingen, publicaties en activiteiten; tegelijkertijd wordt concurrentie met deze
activiteiten dan vermeden.
Daarnaast beveelt CVN aan dat de Vlaamse en Nederlandse overheden inzetten op een vooraankondiging
van het digitaal platform. Dit om zo optimaal mogelijk gebruik te maken van het momentum en het
publieksbereik dat de herdenkingsmomenten in 2014 al genereren om de Vlaams-Nederlandse dimensie
van 100 jaar Groote Oorlog onder de aandacht te brengen.
Plechtige aspecten van de herdenking
In verband met een eventuele plechtige herdenking geeft u aan het initiatief in eerste instantie in de
samenleving te laten ontstaan.
CVN onderhoudt op dit punt graag het contact met de wederzijdse overheden. Wellicht is het moment
van lancering van bovenvermeld digitaal platform een maatschappelijk-culturele aanleiding voor een
plechtig Vlaams-Nederlands herdenkingsmoment. Ook kan er in de loop van de herdenkingsperiode een
andere of bijkomende opportuniteit ontstaan. CVN houdt hiervoor de ogen open en stelt u op de hoogte
wanneer deze permanente verkenning tot signalering van een concrete opportuniteit leidt.
Hoogachtend,
Onno Hoes
Voorzitter
Marijn ten Harmsen van der Beek
Algemeen secretaris
Pagina 2 van 2