"Kamerbrief over stand van zaken toezeggingen

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Bezoekadres:
Rijnstraat 50
2551 XP Den Haag
T 070 340 79 11
F 070 340 78 34
www.rijksoverheid.nl
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
Uw kenmerk
-
Datum 11 november 2014
Betreft Stand van zaken toezeggingen VWS
Geachte voorzitter,
Bijlagen
1
Correspondentie uitsluitend
richten aan het retouradres
met vermelding van de datum
en het kenmerk van deze
brief.
Mede namens de staatssecretaris van VWS stuur ik u de stand van zaken van de
toezeggingen die door ons zijn gedaan aan de Tweede Kamer. Aan veel verzoeken
van uw Kamer is inmiddels voldaan.
In deze brief wordt aan een aantal toezeggingen voldaan en wordt u geïnformeerd
over de toezeggingen die om verschillende redenen (ondanks de intentie daartoe)
niet meer voor de begrotingsbehandeling zijn afgehandeld.
Komende week zullen de staatssecretaris en ik in principe geen brieven meer aan
uw Kamer sturen die een relatie hebben tot de begrotingsbehandeling.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
mw. drs. E.I. Schippers
Pagina 1 van 7
Tijdens het AO Pakketadvies van 22 juni 2012 heb ik de Kamer toegezegd (29
689, nr. 410) dat ik de prijsontwikkeling van hoortoestellen naar aanleiding
van mijn wijziging in de vergoeding van hoortoestellen zou monitoren en dat ik u
daarover eind 2013 zou informeren. Eind 2013 heb ik u geïnformeerd (33750-XVI
nr. 14) dat ik deze toezegging helaas niet binnen de termijn gestand kon doen
omdat ik nog geen rapportage van ZINL kon presenteren. Ik verwacht u eind 2014
te kunnen informeren over de resultaten van een eerste meting. Medio 2015 zal ik
u de definitieve resultaten van het ZINL onderzoek kunnen aanbieden.
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
Tijdens het notaoverleg over de langdurige zorg op 10 juni 2013 is aan uw Kamer
toegezegd dat uw Kamer zal worden bericht over de uitkomsten van het
binnenkort te houden overleg met de huisartsen over hun rol in het
proces van langdurige zorg. Met ActiZ, Branchebelang Thuiszorg Nederland
(BTN), InEen, de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), het Nederlands
Huisartsen Genootschap (NHG), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter
bevordering der Pharmacie (KNMP), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
(V&VN), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars
Nederland (ZN) is op 10 juli 2014 informerend gesproken over de hervorming van
de langdurige zorg en de mogelijke effecten die de hervorming heeft op de
dagelijkse praktijk van de zorgaanbieders in de eerste lijn. Met partijen is
afgesproken dat zij deze informatie gebruiken om hun achterban te informeren en
signalen die zij van zorgaanbieders ontvangen terugleggen bij VWS. Verder is met
de LHV op een later moment gesproken over het monitoren of er sprake is van
een toename van het aantal kwetsbare ouderen in de huisartsenpraktijk als gevolg
van de hervormingen in de langdurige zorg. Over de precieze uitwerking van een
dergelijke monitoring wordt nog overlegd.
In het AO Volksgezondheid van 18 juni 2013 zijn enkele vragen gesteld door de
leden van Gerven (SP) en Rutte (VVD) over het Voorstel voor een
ontwerpverordening betreffende de veiligheid van
consumentenproducten die betrekking hadden over de voortgang van de
verordening en de administratieve lasten.
In antwoord daarop laat ik u weten dat rekening houdend met de belangen van
consumenten en het bedrijfsleven over bijna alle onderwerpen overeenstemming
is bereikt. Geen overeenstemming kon worden bereikt over het artikel over
oorsprongetikettering. Het bezwaar van Nederland tegen dit artikel, daarin
gesteund door een aantal andere lidstaten, was en is dat geen effectbeoordeling is
uitgevoerd waardoor mogelijk onnodige administratieve lasten niet kunnen
worden overzien. Nederland heeft zich dan ook sterk gemaakt tijdens de
onderhandelingen om alsnog de Commissie te bewegen een effectbeoordeling uit
te voeren. In oktober 2014 heeft de EC in een Raadswerkgroep onder Italiaans
voorzitterschap toegezegd een technische studie uit te zullen laten voeren naar de
effecten van het artikel over oorsprongetikettering.
Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel Vergroten
Investeringsmogelijkheden op 26 juni jl. heb ik u toegezegd om in oktober 2014,
de beantwoording van het VSO Goed Bestuur aan uw Kamer te zenden. Tijdens
het AO IGZ van 30 oktober jl. is afgesproken het VSO Goed Bestuur later te
sturen en daarin een aantal vragen mee te nemen dat nog leefde in de Tweede
Kamer. Ik zal u dit VSO voor het einde van het jaar doen toekomen.
Pagina 2 van 7
Op 23 oktober 2014 is u het onderzoeksrapport toegezonden van Panteia naar de
toelatingsprocedure van artsen van buiten de EER (TK vergaderjaar 2014-2015;
29282 nr. 208). Daarbij is aangegeven dat de intentie is hierop een beleidsreactie
te geven voor de begrotingsbehandeling. Vanwege afstemming met andere
organisaties zal een beleidsreactie uiterlijk eind dit jaar aan de Kamer worden
toegestuurd.
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
Eind 2013 heb ik het rapport van de tweede evaluatie van de Wet op de beroepen
in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) aan uw Kamer aangeboden
(Kamerstukken II, 2013-2014, 29 282, nr. 182). Deze brief met mijn
beleidsreactie op de evaluatie Wet BIG zal u zo spoedig mogelijk, in ieder geval
voor het eind van het jaar, toegezonden worden.
In het AO Ziekenhuiszorg van 26 maart 2014 is gesproken over het stroomlijnen
van declaratieregels en de verantwoordingsnormen en heb ik toegezegd uw
Kamer hierover na de zomer een brief te sturen. Op 22 mei 2014 heb ik een brief
gestuurd over het plan van aanpak jaarrekeningen, waarbij naast de maatregelen
voor de jaren tot en met 2013, ook expliciet aandacht is gegeven aan de
gewenste verbeteringen voor de jaren daarna ten aanzien van de keten van
declaratieregelgeving. In mijn kamerbrief over de uitkomsten van het plan van
aanpak jaarrekeningen, die ik verwacht uiterlijk begin 2015 naar uw Kamer te
sturen, zal ik hier nader op ingaan.
In het AO Ambulancezorg d.d. 9 april 2014 heb ik toegezegd uw Kamer na de
zomer per brief te informeren over de stand van zaken rond vijf acute
zorgonderwerpen. Dit betreft een analyse van de groei van het aantal
spoedritten (5339), de knelpunten en mogelijke oplossingen rond het
grensoverschrijdende ambulancevervoer met Duitsland (5336),
privacyvraagstukken bij openbare informatie over meldingen van ambulanceritten
(5337), de informatie-uitwisseling tussen ziekenhuizen en Regionale
Ambulancevoorzieningen in relatie tot het medisch beroepsgeheim (5244) en het
overleg met zorgverzekeraars over mogelijke bijdragen aan installatie en
onderhoud van Automatische Externe Defibrillatoren (5338). Doordat het overleg
met betrokken partijen over deze onderwerpen meer tijd vraagt dan verwacht,
lukt het niet deze brief nog voor de begrotingsbehandeling van VWS aan uw
Kamer te verzenden. Ik streef er naar u de brief in het eerste kwartaal van
volgend jaar toe te sturen.
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Verticale Integratie heb ik toegezegd
te bezien hoe op een handige, administratief niet-belastende manier voorkomen
kan worden dat verzekerden voor verrassingen komen te staan voor wat
betreft hun zorgnota’s (TZ_VWS_2014_189). Ik zou hier voor de
begrotingsbehandeling over rapporteren. Op deze toezegging kom ik terug in de
beleidsreactie op de evaluatie van de Zorgverzekeringswet die ik voor het einde
van dit jaar aan de TK zal toesturen.
De staatssecretaris heeft toegezegd voor de begrotingsbehandeling te komen met
een voorstel over hoe goede zorgaanbieders in het zonnetje te zetten. De
cliënten in de langdurige zorg kunnen het beste beoordelen wat goede aanbieders
op het terrein van cliëntgerichte zorg zijn. De staatssecretaris is momenteel met
Pagina 3 van 7
cliëntenorganisaties in overleg over de manier waarop deze goede aanbieders het
beste in het zonnetje kunnen worden gezet. Over de uitkomst van dit overleg zal
de staatssecretaris uw Kamer nader informeren.
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
De staatssecretaris heeft u toegezegd voor de begrotingsbehandeling te komen
met een inventarisatie van wat er allemaal loopt op het terrein van
zorgvernieuwing. Momenteel worden verschillende projecten geïnventariseerd
zodat duidelijk wordt wat we al hebben gedaan en kan worden geleerd van wat er
wel en niet is gelukt. De staatssecretaris zal dit overzicht voegen bij zijn
vernieuwingsagenda waarover hij uw Kamer komend voorjaar zal informeren.
In het AO Wijkverpleging van 30 oktober jl. heeft de staatssecretaris toegezegd
om het signaal dat het lid Van der Staaij (SGP)heeft ontvangen met
betrekking tot het scheiden van wonen en zorg, te bespreken met de
zorgverzekeraars.
Wettelijk gezien is een cliënt die zonder Wlz-indicatie woonruimte in een
verzorgings- of verpleeghuis huurt, dezelfde als een cliënt die gewoon thuis
woont. Dat betekent dat wanneer iemand geen wlz-indicatie heeft en er voor kiest
om te gaan wonen in een verzorgings- of verpleeghuis en daar een kamer huurt,
deze woning het zelfverkozen huis van de cliënt wordt. Wanneer er recht op
wijkverpleegkundige zorg is vanuit de zorgverzekeringswet wordt dit door de
zorgverzekeraars ingekocht. Dit betekent niet automatisch dat het betreffende
verzorgings- of verpleeghuis deze extramurale verpleging gaat leveren, maar dat
kan natuurlijk wel. Dit kunnen echter ook andere (thuis)zorg organisaties zijn.
Belangrijk daarbij is dat de cliënt natuurlijk zelf een keuze heeft in welke
organisatie hij of zij wenst voor de levering van zorg.
Navraag bij Zorgverzekeraars Nederland (ZN) leert dat zorgverzekeraars uiteraard
bereid zijn de wijkverpleging in te zetten bij mensen die een kamer huren in een
verzorgingshuis. Afhankelijk van de zorginkoop en de keuze van de cliënt wordt de
wijkverpleging geleverd door het betreffende verzorgings- of verpleeghuis, of door
een andere (thuis)zorgorganisatie. ZN geeft aan dat wanneer extramurale
wijkverpleging wordt ingezet in een verzorgings- of verpleeghuis hier goede
afspraken over gemaakt moeten worden tussen de cliënten, zorgaanbieders en
zorgverzekeraars.
Tijdens de begrotingsbehandeling 2014 heeft de Kamer een motie aangenomen
(nr. 36, Kamerstuk 33.70 XVI) waarin de regering is verzocht om in het kader van
de economische topsector, Life Sciences & Health, samen met bedrijfsleven,
zorgaanbieders, kennisinstellingen en verzekeraars de mogelijkheden te
verkennen voor het organiseren van een top in 2014 over de Export van
Nederlandse zorg. In mijn reactie op het IBO-rapport grensoverschrijdende zorg
(kenmerk 639647-123166-Z) heb ik u reeds laten weten deze Top eind dit jaar te
organiseren. Ik kan u inmiddels informeren dat de gevraagde Top op 16 december
2014 zal plaatsvinden, in Den Haag. De Top staat niet op zichzelf, maar maakt
onderdeel uit van een breder traject waarin we de sector strategischer willen
positioneren in het internationale domein.
De staatssecretaris heeft u bij verschillende gelegenheden toegezegd dit najaar
met een brief over dementiezorg te zullen komen. Recentelijk heeft de
staatssecretaris bij de behandeling van de Wet langdurige zorg in uw Kamer
Pagina 4 van 7
(Tweede Kamer, plenair verslag 4e vergadering, dinsdag 23 september 2014)
aangegeven dat goed op elkaar afgestemde zorg en ondersteuning uit
verschillende systemen en ketenzorg een belangrijk thema is voor de behoefte
van mensen met dementie. De nauwe samenhang van deze onderwerpen met de
hervorming van de langdurige zorg vraagt om een zorgvuldige afstemming. De
staatssecretaris zal u de brief voor het einde van het jaar toezenden.
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
Tijdens het AO Sportbeleid dd 2 juli 2014 heeft uw Kamer gevraagd om de
financiële positie van de sport te beschouwen in het licht van de
vermindering afdrachten van De Lotto aan NOC*NSF.
Om de afdrachten o.a. aan de sport voor de toekomst veilig te stellen dan wel te
vergroten zijn De Lotto en de Staatsloterij een onderzoek gestart naar
mogelijkheden voor samenwerking. Over deze mogelijke samenwerking wordt u
binnenkort geïnformeerd door de staatssecretaris van Financiën. Vooruitlopend op
uitkomsten hiervan heb ik besloten een overbruggingssubsidie voor het jaar 2015
te verlenen aan NOC*NSF van 4 mln. om een acuut financieringsprobleem voor
dat jaar op te vangen.
Met deze subsidie maak ik de uitvoering van de meerjarige topsportagenda 20122016 (“Road to Rio”) verder mogelijk door tijdelijk afnemende afdrachten te
compenseren. Tevens faciliteer ik hiermee de noodzakelijke transitie van de
sport(organisaties). Daarnaast biedt dit basis voor investeringen in
topsportontwikkeling voor sporten die momenteel buiten de huidige topsport-focus
van NOC*NSF (Top 10 Ambitie) vallen. De financiële effecten hiervan voor de
begroting 2015 zullen worden verwerkt in de eerste suppletoire wet van het
komende jaar.
In het ordedebat van 14 januari (2014Z00403), heeft uw Kamer verzocht om een
reactie op het bericht dat duizenden Oost-Europeanen in ons land naar de
dokter of het ziekenhuis gaan, maar de rekening niet betalen. Over
dezelfde kwestie zijn tevens Kamervragen gesteld door de leden Bouwmeester
(PvdA) en Bruins Slot (CDA) (2013Z25463) en door de leden Leijten en Van
Gerven (beiden SP)(2014Z00062).
Bij de beantwoording van deze vragen heb ik aangegeven dat aan de Nederlandse
Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair
Medische Centra (NFU) gevraagd is of zij in kaart willen brengen welke
opbrengsten ziekenhuizen missen door onverzekerden en om welke aantallen
onverzekerden het gaat die zich melden voor medische hulp. Ook moet zo
zichtbaar worden of het fenomeen zich concentreert in bepaalde ziekenhuizen of
dat het min of meer gelijk verdeeld is over het land. Tevens is hen gevraagd of en
in welke mate het mogelijk is deze verder uit te splitsen naar nationaliteit.
De NVZ en NFU hebben hiertoe een uitvraag gedaan bij ziekenhuizen. Gezien het
beperkte aantal reacties van ziekenhuizen kan op basis van deze uitvraag geen
eenduidige uitspraak worden gedaan over de omvang van de problematiek en
over de uitsplitsing naar nationaliteit. Wel zijn een aantal ‘best practices’ benoemd
dat de ondervraagde ziekenhuizen gebruiken om deze problematiek aan te
pakken:
Markering in het ziekenhuisinformatiesysteem. Indien de betreffende
persoon niet verzekerd is of nog openstaande rekeningen heeft dan
dienen eerst oude nota’s te worden betaald voordat weer verder wordt
Pagina 5 van 7
-
-
geholpen. Uiteraard geldt dit enkel bij planbare zorg. Spoedeisende
zorg wordt altijd geleverd.
Vragen van een voorschot, afhankelijk van het type zorgvraag.
Goede registratie en controle vooraf. Snelle aanmaning,
herinneringsprocedure en incassobureau, deurwaarder binnen- en
buitenland. Wel geven deze ziekenhuizen aan dat de kosten hiervan
niet of nauwelijks opwegen tegen de opbrengsten.
Betalingsregelingen met betreffende persoon en met familie.
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
In het AO Eerstelijnszorg van 3 juli 2014 heb ik toegezegd om in gesprek te
gaan met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en de Nederlandse
Patiënten Federatie (NPCF) over de problemen die patiënten ondervinden
wanneer zij willen overstappen naar een andere huisarts en heb ik tevens
toegezegd uw Kamer op de hoogte te stellen van de uitkomsten van dit overleg
(TZ_VWS_2014_208). Graag stel ik u op de hoogte van de uitkomsten van dit
overleg en doe ik hiermee de toezegging af.
Met de LHV en de NPCF is gesproken hoe we het overstappen naar een andere
huisarts beter kunnen laten verlopen. Daarbij is de afspraak gemaakt dat de LHV
en de NPCF samen met de Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten
(NVDA) de reeds bestaande brochure ‘Een andere huisarts kiezen: informatie voor
patiënt en huisarts’ uit 2009 actualiseren en deze brochure actief onder de
aandacht brengen van huisartsen. Daarnaast zullen deze partijen een instructie
maken voor de doktersassistente over ‘hoe om te gaan met verzoeken om te
wisselen van huisarts’. Deze instructie zal in ieder geval in gaan op het criterium
‘reisafstand naar de huisartsenpraktijk’ omdat hier onduidelijkheid over lijkt te
bestaan.
Tijdens het Algemeen Overleg over het PGB gehouden op 21 november 2013 heeft
de staatssecretaris op verzoek van het Kamerlid Leijten (SP) toegezegd de Kamer
te rapporteren over de stand van zaken in de kwestie Aquilae
Zorgmakelaar BV. Het ging hier om de vraag of de directeur en haar
medewerkers, nadat Aquilae was geboden de zorgverlening te staken, nog steeds
zorg verlenen die onder de reikwijdte van de Kwaliteitswet zorginstellingen valt.
Op 20 juni 2012 had Aquilae een aanwijzing gekregen (op grond van artikel 8,
eerste lid van de Kwaliteitswet zorginstellingen) de zorgverlening binnen veertien
dagen te staken tot het moment dat, naar het oordeel van de inspectie, aan de
voorwaarden voor verantwoorde zorgverlening is voldaan. Naar het oordeel van
de inspectie schoten de zorgverlening en de bejegening door Aquilae namelijk
ernstig en structureel tekort. Bij het niet naleven van de aanwijzing zou een
dwangsom worden opgelegd.
Op 25 juli 2012 heeft de aangewezen curator gemeld dat Aquilae failliet is
verklaard. Daarom is ervan afgezien een last onder dwangsom op te leggen. De
aanwijzing blijft echter wel van kracht en de last onder dwangsom kan alsnog
worden opgelegd als blijkt dat Aquilae, zonder voorafgaande toestemming van de
inspectie, haar activiteiten hervat.
In dit verband is ook het volgende van belang. Als de directeur van het failliete
Aquilae een nieuwe organisatie start en zorg gaat verlenen aan cliënten met een
AWBZ-indicatie (of binnenkort een Wlz-indicatie) en wel in een georganiseerd
verband, dan valt deze nieuwe organisatie onder de reikwijdte van de
Pagina 6 van 7
Kwaliteitswet zorginstellingen en daarmee onder het toezicht van de inspectie. De
inspectie zal in dat geval direct gaan kijken.
De inspectie heeft na het faillissement van Aquilae overigens geen signalen c.q.
meldingen of klachten meer ontvangen over Aquilae en/of activiteiten van de
directeur. Ook is de website van Aquilae van het internet verwijderd.
Ons kenmerk
687951-129279-BPZ
Op 20 december 2013 heeft de staatssecretaris uw Kamer geïnformeerd over de
intensiveringsmiddelen voor de langdurige zorg (Tweede Kamer,
vergaderjaar 2013–2014, 33 750 XVI, nr. 82). Toen is aangegeven hoeveel
middelen er over het jaar 2012 zijn teruggevorderd. Ook in dit jaar is er door ZN
een inventarisatie gemaakt over hoeveel middelen zijn teruggevorderd over het
jaar 2013. Het betreft hier een bedrag van €245.235,- .
Pagina 7 van 7