De rol van de Nederlandse Internisten Vereniging bij mogelijk

De rol van de
Nederlandse Internisten Vereniging
bij mogelijk disfunctioneren
pagina 1 van 11
Inhoud
1.
Inleiding .................................................................................................................. 3
2.
Afbakening, reikwijdte en rol NIV..........................................................................3
3.
Verantwoordelijkheid ............................................................................................ 4
4.
Commissie Professionaliteit ................................................................................. 4
5.
Verzoek aan de NIV ................................................................................................5
6.
Opdracht ................................................................................................................ 5
7.
Beoordelingsmaatstaven ...................................................................................... 5
8.
Eindrapport ............................................................................................................ 6
9.
Kosten ....................................................................................................................6
Bijlage A. Werkwijze....................................................................................................... 7
Bijlage B. Nadere toelichting en aandachtspunten..................................................... 10
pagina 2 van 11
1.
Inleiding
In dit document heeft de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) vastgelegd welke rol de NIV kan vervullen
ingeval van mogelijk disfunctioneren van een internist. Als gevolg van dit document wordt een Commissie
Professionaliteit (CP) ingesteld die voor de uitvoering van het beleid in dit kader zorgdraagt (zie hoofdstuk 4).
Dit document wordt vastgesteld door de leden van de NIV op de ALV van 1 december 2014. In de bijlage is
de werkwijze nader uitgewerkt en toegelicht.
2.
Afbakening, reikwijdte en rol NIV
De NIV kan als wetenschappelijke vereniging (WV) benaderd worden om een rol te vervullen in een traject
van onderzoek naar mogelijk disfunctioneren van een internist. Deze rol kan inhouden dat de NIV gevraagd
wordt te participeren in een externe commissie (bijvoorbeeld een commissie vanuit het ziekenhuis) die
onderzoek doet naar mogelijk disfunctioneren. Een andere optie is dat een externe partij de NIV vraagt zelf
onderzoek in te stellen naar mogelijk vakinhoudelijk disfunctioneren van een internist.
De NIV vindt het haar verantwoordelijkheid om in voorkomende gevallen constructief in te gaan op dergelijke
verzoeken. De NIV hanteert daarbij uitdrukkelijk als uitgangspunt dat het moet gaan om onderzoek dat
gericht is op kwaliteitsverbetering van de internistische zorg. Bedoeld wordt dat het beoogde onderzoek
nadrukkelijk niet is gericht op de vaststelling van professionele aansprakelijkheid van de betreffende
internist. Hieruit volgt dat de rol van de NIV beperkt is tot (retrospectief) onderzoek naar het functioneren van
een internist die als zodanig werkzaam is.
Het document gaat uit van de omschrijving van disfunctioneren zoals gehanteerd door de Orde van Medisch
Specialisten (OMS) die wordt gebruikt in het ‘Modelreglement mogelijk disfunctionerend medisch specialist’
(april 2008) en door de KNMG gehanteerd in het document ‘Staan voor Kwaliteit’ (april 2012):
‘een structurele situatie van onverantwoorde zorg, waarin de patiënt wordt geschaad of het risico loopt te
worden geschaad, en waarbij de betrokken medisch specialist niet (meer) in staat of bereid is zelf de
problemen op te lossen. Van belang in deze omschrijving zijn vier elementen:
- het gaat om structurele problemen en niet om een enkel incident;
- het gaat om onverantwoorde zorg, d.w.z. zorg die in negatieve zin afwijkt van hetgeen binnen de
beroepsgroep gebruikelijk is;
- door de problemen loopt een patiënt schade op of bestaat het risico daarop, en
- de medisch specialist is niet bereid tot discussie, vertoont geen zelfreflectie en/of is niet (meer) bij
machte zelf de situatie ten goede te keren).’
In 2013 hebben de WV-en en de OMS een visiedocument geschreven inzake optimaal functioneren van de
medisch specialist met als ondertitel: ‘een boom die valt maakt meer lawaai dan een bos dat groeit’. Hierin
wordt aangegeven dat het streven van medisch specialisten is om het eigen en het collectieve functioneren
continu te verbeteren en dus ook te helpen om disfunctioneren te voorkomen. Het streven is dus optimaal te
functioneren zowel als individueel medisch specialist en als groep. De definitie die voor optimaal
functioneren wordt gebruikt luidt als volgt:
‘De optimaal functionerende medisch specialist kenmerkt zich doordat het voortdurend aandacht heeft
aan zijn tijdens de opleiding verkregen competenties zoals gedefinieerd in het CanMeds model en het
inzetten daarvan ten behoeve van de patiënt en de maatschappij. Daarbij volgt de arts uiteraard de
door hem afgelegde eed/belofte’.
pagina 3 van 11
Een melding over mogelijk disfunctioneren moet eerst door het stafbestuur op ontvankelijkheid wordt
onderzocht. Is dat het geval dan wordt een commissie van onderzoek ingesteld. Het uitgangspunt is dat de
onderzoekscommissie wordt samengesteld uit leden van de medische staf en dus primair een interne
commissie binnen het ziekenhuis is. Er kunnen redenen zijn om externe leden in de commissie te betrekken
of zelfs een volledig externe commissie samen te stellen. In dat geval kan een Stafbestuur of een Raad van
Bestuur de wetenschappelijke benaderen.
Behalve in situaties van mogelijk disfunctioneren van een internist, kan de NIV ook in andere situaties
gevraagd worden een rol te spelen, bijvoorbeeld het voordragen van een deskundige ten behoeve van het
uitbrengen van een deskundigenbericht in een civiele procedure, of onderzoek in het kader van ontzetting uit
het lidmaatschap van de NIV. Voor die situaties geldt dit document niet.
Resumerend richt dit document zich uitsluitend op de rol die de NIV voor zichzelf ziet bij een onderzoek naar
mogelijk disfunctioneren op internistische competenties. Het gaat dan om de volgende twee mogelijkheden:
A.
De NIV voorziet in een voordracht voor een lid van een commissie onderzoek disfunctioneren binnen
een organisatie (bijvoorbeeld een ziekenhuis) indien een daartoe strekkend verzoek wordt ontvangen.
B.
De NIV stelt op verzoek van een derde partij een eigen commissie in, die belast wordt met onderzoek
naar mogelijk professioneel disfunctioneren van een internist.
3.
Verantwoordelijkheid
Indien het een verzoek betreft zoals vermeld onder 2.A (het aanleveren van een deskundig lid aan een
commissie van een externe partij, bijvoorbeeld het ziekenhuis), vindt het onderzoek niet plaats onder
verantwoordelijkheid van de NIV. Het zwaartepunt van een dergelijke commissie ligt immers binnen het
ziekenhuis. De verantwoordelijkheid van de NIV beperkt zich tot het aanleveren van een ter zake deskundige
die vervolgens een bijdrage levert aan het werk van de commissie van onderzoek.
Indien het gaat om het instellen van een onderzoekscommissie (2.B) van de NIV, functioneert de commissie
onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de NIV.
4.
Commissie Professionaliteit
De NIV kent een Commissie Professionaliteit (CP), ingesteld door het bestuur van de NIV. De CP bestaat uit
3 á 4 personen. De CP stelt een commissie ad hoc samen en vast ten behoeve van de onder 2.A en 2.B
genoemde situaties en draagt dan zorg voor een evenwichtige en zorgvuldige samenstelling.
Ingeval van een onderzoek zoals beschreven onder 2.B, wordt uit de CP een commissie ad hoc
samengesteld met als doel onderzoek naar en rapporteren over mogelijk internistisch disfunctioneren (zie
2.B). Deze commissie ad hoc bestaat in de regel uit ten minste twee, bij voorkeur drie internisten, van wie
één als voorzitter fungeert. Deze commissie ad hoc kan zich ook laten bijstaan door een extern deskundige
zoals bijvoorbeeld een jurist, mediator, communicatiedeskundige of psycholoog. De commissie ad hoc laat
zich bijstaan door een ambtelijk secretaris vanuit de NIV.
De commissie ad hoc richt zich bij haar onderzoek op het internistisch professioneel handelen (internistische
competenties) van de desbetreffende internist..
pagina 4 van 11
5.
Verzoek aan de NIV
De NIV neemt over het algemeen niet zelf het initiatief tot (het leveren van een bijdrage aan) onderzoek van
mogelijk disfunctioneren.
Er zal een daartoe strekkend verzoek aan de NIV aan voorafgaan. Dit verzoek dient gericht te zijn aan het
bestuur van de NIV en dient een duidelijke vraagstelling te bevatten. Het bestuur beoordeelt het verzoek en
leidt dit al dan niet door naar de CP. Voor de werkwijze van de CP wordt verwezen naar de bijlage.
Wie kunnen zich tot de NIV richten met een dergelijk verzoek?
•
raad van bestuur (RvB)
•
stafbestuur (SB)
•
vakgroep/maatschap interne geneeskunde
•
individuele internist
•
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
•
Openbaar Ministerie
Deze opsomming is niet limitatief. Indien een andere dan een van de expliciet genoemde partijen zich tot de
NIV richt met een verzoek om beoordeling van internistisch professioneel handelen, dan zal het bestuur van
de NIV per verzoek besluiten of hieraan tegemoet kan worden gekomen.
6.
Opdracht
Indien de NIV ingeval van 2.B besluit dat het verzoek past binnen de kaders van dit document, doet de NIV
een voorstel over de werkwijze en de daaraan verbonden kosten. Opdrachtgever wordt om een schriftelijke
bevestiging van het in te stellen onderzoek gevraagd die in ieder geval de volgende aspecten bevat:
•
de vraagstelling
•
het akkoord van de opdrachtgever op het voorstel van de NIV
•
het akkoord van de opdrachtgever ter zake van de kosten
•
de mededeling dat de desbetreffende mogelijk disfunctionerende internist geïnformeerd is over het
verzoek aan de NIV
•
De betreffende vakgroep wordt door of opdrachtgever of door NIV inzake het onderzoek ingelicht
•
de aanwijzing aan wie het eindrapport wordt aangeboden
•
globaal tijdspad met verwachte datum eindrapport
7.
Beoordelingsmaatstaven
Om vast te stellen of sprake is van functioneren dat niet aan de internistisch-professionele maatstaven
voldoet, is het noodzakelijk te beschikken over een beoordelingsmaatstaf.
Hulpmiddelen hierbij zijn de algemeen aanvaarde en gangbare toetsingsinstrumenten geldend voor medisch
specialisten. Voor de beoordeling van het specifieke functioneren als internist, zullen minimaal de door de
NIV ontwikkelde toetsingskaders (‘Kwaliteitsnormen praktijkvoering Interne Geneeskunde’) dienen.
pagina 5 van 11
8.
Eindrapport
De bevindingen van de commissie ad hoc worden vastgelegd in een eindrapport. In geval van onderzoek
(2.B) zal de CP haar eindrapport aanbieden aan de door de opdrachtgever aangewezen persoon of
personen zoals vastgelegd in de onderzoekbevestiging, alsmede aan de internist op wie het eindrapport
betrekking heeft. Nadat het eindrapport is aangeboden is hetgeen er vervolgens met het rapport gebeurt, in
beginsel uit de macht van de CP respectievelijk de NIV.
9.
Kosten
Indien de NIV gevraagd wordt om een onderzoekscommissie (2.B) in te stellen, dan zijn aan de inzet van
een dergelijke commissie kosten verbonden.
Deze kosten komen voor rekening van de opdrachtgever. Dat moet vooraf bekend zijn. Omdat het
tijdsbeslag per opdracht aanzienlijk kan verschillen, worden de kosten per individueel traject op voorhand
bepaald op basis van een globale schatting van de benodigde inzet. De kostenraming wordt meegenomen in
het voorstel aan de opdrachtgever (zie punt 6).
pagina 6 van 11
Bijlage A. Werkwijze
Vooraf
•
Bepaal wie de opdrachtgever is en verifieer bij de opdrachtgever of de betrokken internist op de
hoogte is van het onderzoek en het toepasselijke ziekenhuisreglement bij mogelijk disfunctioneren, de
vraagstelling en de samenstelling van de commissie. Maak opdrachtgever duidelijk dat de bijdrage
van de NIV zich beperkt tot het onderzoeken van het internistisch-professioneel functioneren. Het
toepasselijke ziekenhuisreglement bij mogelijk disfunctioneren wordt opgevraagd.
•
Het verzoek wordt besproken door de CP en het bestuur van de NIV. Indien men van oordeel is dat in
beginsel aan het verzoek tegemoet kan worden gekomen (zie de punten 5, 6 en 7 van het Document),
bericht het bestuur opdrachtgever daarover en worden de volgende stappen genomen.
•
Verifieer of sprake is van één schriftelijke, getekende opdracht en dat er een duidelijke vraagstelling
ligt. Is een van deze punten niet in orde dan moet dit eerst geregeld zijn voordat de volgende stap
genomen wordt.
•
Informeer de opdrachtgever over de voorgenomen werkwijze (alleen dossieronderzoek of ook
gesprekken) en over de samenstelling van de onderzoekscommissie. Overeenkomstig artikel 3 lid 6
van het reglement Commissie Professionaliteit kan het bestuur besluiten externe expertise toe te
voegen. Vraag de opdrachtgever om schriftelijk akkoord met de voorgestelde werkwijze en met de
kostenraming.
•
Maak van te voren een globaal tijdspad. Wanneer kan de opdrachtgever een eindrapport verwachten?
•
Maak vooraf duidelijk hoe wordt omgegaan met vertrouwelijkheid van informatie en stukken. Indien
redelijkerwijs mogelijk worden de te onderzoeken patiëntendossiers geanonimiseerd door de
opdrachtgever.
•
De opdrachtgever is verantwoordelijk voor een representatieve selectie van te onderzoeken dossiers
en voor het beschikbaar maken van de gevraagde gegevens.
•
Spreek tevoren af aan wie het eindrapport wordt aangeboden. Uitgangspunt is dat deze alleen aan de
opdrachtgever en betrokken internist wordt verstrekt.
•
De betrokken internist moet voor aanvang van het onderzoek over het onderzoek en de samenstelling
van de commissie geïnformeerd zijn (en hiermee akkoord zijn), dan wel door opdrachtgever dan wel
door de CP.
In geval het onderzoek wordt gedaan aan de hand van gesprekken, naast dossieronderzoek (ter bepaling
van de commissie ad hoc):
•
•
Bepaal de structuur van de gesprekken met de vraagstelling als leidraad. Streef ernaar ieder gesprek
volgens dezelfde structuur te voeren.
Bepaal de wijze van selecteren van de gesprekspartners:
Of: alle gesprekspartners door de commissie te selecteren
Of: selecteren in overleg met RvB/SB en de betrokken internist.
-
pagina 7 van 11
N.B.1 Verifieer of de keuze van de gesprekspartners evenwichtig is en niet een te beperkt of een
eenzijdig beeld zal opleveren.
N.B.2 Besteed aandacht aan de vraag of en in hoeverre gesprekspartners bezwaar hebben tegen
herkenbaarheid. Informeer de gesprekspartners op welke wijze de door hen verstrekte informatie in
het onderzoeksrapport wordt verwerkt.
•
Plan en voer de gesprekken met de gesprekspartners. Zorg voor een goede verslaglegging.
N.B. Goede verslaglegging komt tot stand door inzet van een goede notulist of transcripten van
geluidsopname van de gesprekken.
•
Leg per gesprek het concept-gespreksverslag voor aan degene met wie gesproken is ter correctie van
feitelijke onjuistheden. Stel vervolgens het definitieve verslag vast.
N.B. Gebruikelijk is dat de gespreksverslagen niet ter inzage zijn van de opdrachtgever en de
betrokken specialist, maar alleen dienen als basis voor het eindrapport.
Afronding
•
Ga na afronding van het dossieronderzoek en/of de gesprekken na wat de feitelijke bevindingen zijn.
Weeg vervolgens de bevindingen en kom tot een conclusie.
•
Schrijf een onderzoeksrapport dat in elk geval de volgende informatie bevat:
-
Opdrachtgever, vraagstelling, datum en samenstelling commissie ad hoc
Beschrijving werkwijze/brondocumenten
Beschrijving verzoek
Eventueel zienswijzegesprek
Feitelijke bevindingen/beoordeling
Conclusies
indien van toepassing: Advies/aanbevelingen
Bijlagen (bijvoorbeeld specifiek commentaar op onderzochte casussen, overzicht van
gesprekspartners)
N.B. Wees alert op de noodzaak van het scheiden van feiten, bevindingen en conclusies.
•
Leg het conceptrapport voor aan de betrokken internist en/ of opdrachtgever. Bied de internist
gelegenheid schriftelijk en/of mondeling te reageren op feitelijke onjuistheden in het conceptrapport en
stel daarbij een termijn van twee weken. In bijzondere omstandigheden kan de termijn eenmaal
verlengd worden, maar verlenging mag er niet toe leiden dat afronding van het onderzoek
onaanvaardbaar wordt vertraagd.
•
Indien het onderzoek is verricht op basis van dossiers of andere documenten wordt de betrokken
internist desgevraagd in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van dezelfde stukken als die welke
de commissie ad hoc heeft ontvangen om het professioneel internistisch handelen van betrokkene te
onderzoeken.
N.B. Het verkrijgen van zienswijze dient ter informatie en niet ter discussie met betrokkene. Hij/Zij
pagina 8 van 11
heeft wel gelegenheid om zijn visie op het standpunt van de commissie te geven en het is aan de
commissie te bepalen in hoeverre dit meegenomen wordt in het eindrapport.
N.B. Of het rapport voorzien wordt van advies en aanbevelingen, is afhankelijk van de opdracht en de
vraagstelling. Geef geen advies/aanbevelingen als dat niet gevraagd is.
N.B. Houd er rekening mee dat het eindrapport op enig moment een rol kan gaan spelen in een
juridische procedure of openbaar kan worden. Inhoud (feitelijke juistheid, beoordeling en conclusies),
tekst (zorgvuldige formulering) en stijl (objectief, geen onnodige, of ongegronde diskwalificaties)
moeten zo zijn dat het rapport de ‘openbaarheidstoets’ kan doorstaan. Tevens verdient het
aanbeveling geen privacygevoelige gegevens op te nemen.
N.B. De NIV draagt zorg voor de verzekering van de (ad hoc) commissie mocht deze in een juridische
strijd betrokken raken door het onderzoek, rapport of alles wat daaruit voortvloeit.
N.B. Of de gesprekspartners met naam en toenaam worden genoemd in de bijlage is afhankelijk van
de situatie. Uit oogpunt van transparantie verdient vermelding met namen de voorkeur. Uit oogpunt
van zorgvuldigheid is het raadzaam om dit duidelijk te maken aan de personen met wie gesproken is.
Zijn er zwaarwegende redenen om de namen niet te vermelden, dan wordt in elk geval vermeld met
hoeveel personen de commissie gesproken heeft en globaal welke functies de gesprekspartners
hebben.
•
Het eindrapport wordt in elk geval aangeboden aan de opdrachtgever en degene op wie het rapport
betrekking heeft. Het eindrapport wordt slechts aan derden ter beschikking gesteld indien daarover
expliciete afspraken zijn gemaakt dan wel daartoe een wettelijke verplichting bestaat.
pagina 9 van 11
Bijlage B. Nadere toelichting en aandachtspunten
Nadere toelichting op hoofdstuk 2. Afbakening, reikwijdte en rol NIV
Het NIV bestuur waarborgt dat een aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten voor de leden van de CP.
Eventuele externe experts dienen te zorgen voor een eigen aansprakelijkheidsverzekering.
In geval van onderzoek naar mogelijk disfunctioneren bepaalt het NIV bestuur dat de commissie werkt
overeenkomstig de eisen van zorgvuldig onderzoek en rapportage.
1.
2.
3.
4.
5.
in het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies
van het rapport gebaseerd zijn;
de gronden vinden aantoonbaar steun in de feiten en omstandigheden en bevindingen vermeld in het
rapport;
die gronden kunnen de daaruit getrokken conclusies rechtvaardigen;
de rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid;
de methode van onderzoek ten einde tot de beantwoording van de voorgelegde vraagstelling te
komen kon tot het beoogde doel leiden, dan wel de rapporteur heeft daarbij de grenzen van
redelijkheid en billijkheid niet overschreden.
Nadere toelichting op hoofdstuk 4. Commissie Professionaliteit
Leden van een onderzoekscommissie moeten in alle gevallen vrij staan ten opzichte van de betrokken
medisch specialist en diens maatschap of vakgroep. Iedere schijn van partijdigheid of mogelijke
vooringenomenheid dient vermeden te worden. Dit wordt bij elk verzoek gecheckt en vastgelegd in de
stukken van de CP.
Nadere toelichting op hoofdstuk 5. Verzoek aan de NIV
Indien een verzoek tot onderzoek naar mogelijk disfunctioneren afkomstig is van een RvB of SB is
aannemelijk dat het verzoek past binnen de procedure zoals voorzien in het Modelreglement (of daarop
gebaseerd ziekenhuisreglement). Het bestuur van de NIV gaat na ontvangst van het verzoek na of dit
inderdaad het geval is en zo niet, wat de reden van afwijking van het reglement is. Is er geen overtuigende
reden voor afwijking dan kan het verzoek niet gehonoreerd worden. Alvorens daarover een definitief besluit
te nemen, overlegt het bestuur met de voorzitter van de Commissie Professionaliteit.
Indien het verzoek afkomstig is van een vakgroep/maatschap, gaat het bestuur na in welke context en met
welk doel het verzoek wordt gedaan, wie opdrachtgever is en aan wie het rapport wordt uitgebracht en ter
beschikking wordt gesteld. Nadat over deze vragen helderheid is verkregen, bespreekt het bestuur het
verzoek met de voorzitter van de Commissie Professionaliteit alvorens een besluit te nemen.
Nadere toelichting op hoofdstuk 6. Opdracht
Indien overleg over de vraagstelling heeft plaatsgevonden, is het van belang te checken of de opdracht de
aangepaste vraagstelling bevat. De vraagstelling in de opdracht vormt de basis voor het onderzoek.
pagina 10 van 11
Nadere toelichting op hoofdstuk 8. Eindrapport
Het eindrapport wordt in beginsel aangeboden aan de opdrachtgever en de betrokken specialist. Het
eindrapport wordt niet aan het bestuur van de NIV of aan derden ter beschikking gesteld, tenzij daarover
andersluidende afspraken zijn gemaakt of indien de wet daartoe noopt.
Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat het rapport door één van betrokken partijen wordt ingebracht in
een juridische procedure. Het is zaak dat de opstellers van het rapport zich ervan bewust zijn dat hun rapport
op enig moment ‘naar buiten’ kan komen en een rol gaat spelen in een procedure tussen bijvoorbeeld de
desbetreffende internist en het ziekenhuis of tussen ziekenhuis en Inspectie. De inhoud van het rapport moet
zodanig zijn dat het de openbaarheidstoets kan doorstaan (feitelijk juist, zorgvuldige formulering, geen
onnodige diskwalificaties, geen privacygevoelige gegevens).
De NIV draagt zorg voor de verzekering van de (ad hoc) commissie mocht deze in een juridische strijd
betrokken raken door het onderzoek, rapport of alles wat daaruit voortvloeit.
pagina 11 van 11