miele_wasser_g7783 (292.9 kB)

Miele
Gebruiksaanwijzing voor de
laboratorium-spoelmachine
G 7783 STANDAARD
Dit papier is van stroweefsel vervaardigd.
Stro is een natuurlijk afvalprodukt
uit de agrarische sektor.
Door dit papier te gebruiken, wordt het milieu minder belast
aangezien het houtverbruik hierdoor verminderd wordt.
T.-Nr. 3882960
Beschrijving van de automaat
1 Kontrolelampje "Storing watertoevoer/waterafvoer"
2 Kontrolelampje "Waterontharder regenereren"
3 Kontrolelampje "Reinigingsmiddel (vloeibaar) bijvullen"
(uitsluitend bij extern aangesloten DOS-module -speciale uitvoering-)
4 Kontrolelampje "Neutralisatiemiddel bijvullen"
5 Programmaverloop
6 Display
7 Deuropener
8 Aan/Uit-toets (I-O)
9 Programmatoetsen
10 Aansluiting voor DOS-module (achterkant)
11 Zeefkombinatie
12 Doseerapparaat voor poedervormige reinigingsmiddelen
13 Aansluiting voor zoutreservoir (waterontharder)
14 Voorraadreservoir voor vloeibare naspoelmiddelen met doseerinstelling
15 Niveau-indicator
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Het verpakkingsmateriaal
Het afdanken van het apparaat
De verpakking die voor het transport
en ter bescherming van het apparaat
dient, bestaat overwegend uit de volgende stoffen die voor hergebruik (recycling) geschikt zijn:
Apparaten die u afdankt, bevatten nog
waardevolle stoffen/materialen. Zet uw
apparaat daarom niet zomaar bij het
grofvuil, maar informeer ook hiervoor
bij de gemeente naar mogelijkheden
voor hergebruik van het materiaal (bijv.
schrootverwerking).
•
•
•
•
golfkarton / karton
piepschuim - zonder CFK's
polyethyleen-folie (doorzichtig)
hout-onbehandeld.
Deponeer de verpakking daarom niet
bij het afval, maar informeer bij de reinigingsdienst van uw gemeente waar u
deze kunt afgeven.
Beschrijving van het apparaat
•
Miele
I— m
#
L.A |
A
•
il —•
B
•
l-nESir>
MIEUBOR G 7783
-MULTITRONIC-
1234
10
5
11
6
7 8
12
13
14
15
Inhoudsopgave
Bladzijde
Beschrijving van het apparaat
Veiligheidsinstrukties en waarschuwingen
Algemene beschrijving
Ontharder instellen
Deur openen en sluiten
Toepassingsmogelijkheden
Naspoelmiddel doseren
- Naspoelmiddeldosering instellen
Neutralisatiemiddel doseren
Doseersysteem (vloeibaar) ontluchten
Reinigingsmiddel doseren
Programma kiezen
Programma-overzicht
In- en uitschakelen
- Programma kiezen
- Extra programma's kiezen
- Programmaverloop
- Programma onderbreken
Extra f unkties programmeren
Waterontharder regenereren
Reiniging en onderhoud
Kleine storingen opheffen
Plaatsen
Elektrische aansluiting
Wateraansluiting
3
5
7
8
10
11
15
15
16
17
18
19
20
22
22
22
23
23
24
26
28
30
31
33
34
Veiligheidsinstrukties en waarschuwingen
;
1
•
I
Lees eerst de gebruiksaanwijzing
zorgvuldig door voordat u uw automaat in gebruik neemt. Dat is veili- ;'
ger voor uzelf en u voorkomt onnodi- ;
ge schade aan uw apparaat.
. • Deze speciale reinigingsautomaat
en desinfektor is uitsluitend bestemd voor het gebruik dat is aangegeven in de gebruiksaanwijzing. Voor andere doeleinden mag de automaat niet
gebruikt worden! Ander gebruik is niet
toegestaan en kan mogelijk gevaar met
zich meebrengen. De fabrikant kan niet
aansprakelijk gesteld worden als u de
automaat voor andere doeleinden gebruikt.
Laat de desinfektor nooit bedienen
door kinderen of niet geïnstrueerd
personeel.
Als u hoge eisen stelt aan het reinigings- en naspoelresultaat (bijv. klinische en chemische analyse, speciale
industriële produkten etc.) dient u regelmatig een kwaliteitskontrole uit te voeren om te kunnen garanderen dat het
spoelgoed optimaal gereinigd wordt.
, „ ; De gebruiker dient zijn werkwijze
zodanig aan te passen dat het thermische proces overeenkomstig BGA
(93°C/10 min.) -met 10 minuten desinfektiestop - veilig gesteld is. Het proces
moet regelmatig documenteerbaar gekontroleerd worden.
.; , - De desinfektieprogramma's mogen
'- ' niet onderbroken worden omdat
het desinfektieresultaat dan nadelig
beïnvloed kan worden. Mocht dit toch
noodzakelijk zijn, dan dient u het programma in zijn geheel te herhalen.
De automaat mag niet in brand- of
explosiegevaarlijke ruimten geplaatst worden.
Het apparaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsnormen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door vakmensen.
Gebeurt dit niet, dan kan de gebruiker
grote risico's lopen.
De elektrische veiligheid van het
- apparaat is alleen dan gegarandeerd als deze aan een volgens de geldende veiligheidsbepalingen geïnstalleerd aardingssysteem aangesloten is.
Het is belangrijk dat u dit kontroleert of
in geval van twijfel de huisinstallatie
door een vakman laat inspekteren. De
fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld
worden voor schade die ontstaan is
door een ontbrekende of onderbroken
aarddraad.
. Bij onderhoudswerkzaamheden
dient u te allen tijde de spanning
van het apparaat te halen (stekker uit
de wandkontaktdoos halen of de
stroom uitschakelen d.m.v. de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie).
Veiligheidsinstrukties en waarschuwingen
-.,.:• Het water in de spoelruimte is
geen drinkwater!
- • Gebruik alleen reinigingsmiddelen
• "' die getest en goedgekeurd zijn
voor reinigingsautomaten: gebruik
nooit oplosmiddelen, er bestaat explosiegevaar.
Pas op met vloeibare middelen, zoals reinigings-, desinfektie-, naspoel- of neutralisatiemiddelen. Het
gaat daarbij deels om zuren of logen!
Neem de bijbehorende veiligheidsvoorschriften in acht! Draag een veiligheidsbril en handschoenen!
. Bij poedervormige middelen dient
- ~ • u het inhaleren van stofdeeltjes te
vermijden.
Alle schalen, bakjes e.d. moeten
leeg zijn als u ze in de automaat
plaatst. Er mogen geen resten van zuren of oplosmiddelen, vooral zoutzuren
en chloriden in de spoelruimte komen!
Als u scherpe, puntige voorwerpen
' rechtop in de automaat plaatst, let
dan op eventueel gevaar voor verwondingen en plaats de voorwerpen zodanig in de automaat dat u geen verwondingen kunt oplopen (plaats eventueel
de grepen naar boven).
.; De speciale inzetten dienen uitsluitend gebruikt te worden waarvoor
ze bestemd zijn.
••• Als u de automaat op een hoge
• temperatuur (70°C - 95°C) instelt,
let dan goed op: de kans op verbranding is groot! Laat de korven en inzetten eerst afkoelen. Er kunnen ook nog
resten heet water in de bakjes e.d. zijn
achtergebleven: giet deze daarom
eerst leeg in de spoelruimte.
6
• Raak de verwarmingselementen
niet direct aan nadat u de deur
geopend heeft, u kunt zich er aan branden.
Het apparaat mag niet met water
;
schoongespoten worden.
Ga nooit op de geopende deur
staan of zitten. De automaat kan
kantelen en beschadigen.
• Mocht u uw oude automaat buiten
bedrijf stellen (bij het grofvuil zetten) dan moet u vooraf het slot van de
deur onbruikbaar maken, zodat kinderen zich niet in kunnen sluiten.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing
zorgvuldig.
Algemene beschrijving
De G 7783 is een speciale spoelmachine voor laboratoriumglas, van voren te
bedienen. De automaat is geschikt om
een vlekkeloze reinigings-, neutralisatieen naspoeling met leidingwater of APwater uit te kunnen voeren (AP = Aqua
Purificata). Aan het einde van het programma kan het laboratoriumglas analyse-zuiver uit de automaat genomen
worden.
De elektronika maakt verschillende temperaturen mogelijk voor de reinigingsen naspoelfase. Als optimale temperatuur geldt voor de reiniging T1 80°C en
voor de naspoeling T2 70°C.
Met het programma "B" SPECIAAL kan
de automaat thermisch desinfekteren
bij 93°C en bijbehorende inwerktijden.
De Geneeskundige Dienst van de
Bondsrepubliek Duitsland (BGA) heeft
de "Desinfektie in reinigingsautomaten"
geregistreerd onder rubriek 3.2.4,
§ 10cBSeuchC.
De desinfektieparameters 93°C, 10
' min. inwerktijd komen overeen met werkingsgebied A.
Aangaande het werkingsgebied wordt
bij deze automaat het volgende onderscheid gemaakt:
A = geschikt voor het doden van vegetatieve bacteriële kiemen inclusief mycobacteriëen, alsmede schimmels inclusief sporen daarvan.
B = geschikt voor de inactivering van
virussen (inclusief H.B.V. en H.I.V.).
Het programma "B" SPECIAAL werkt
met de parameter 93°C en 10' desinfektietijd.
Waterontharder instellen
Om kalkafzetting op de utensiliën en in
de automaat te vermijden, dient het
spoelwater onthard te worden, als het
harder is dan 6° d.H. De ingebouwde
waterontharder kan alleen dan optimaal
funktioneren, als deze:
1. op de juiste wijze is ingesteld en
2. direkt met zout geregenereerd wordt
als het kontrolelampje 3 9 a a t branden.
Wanneer de automaat voor de eerste
keer in bedrijf wordt gesteld, moet de
waterontharder - al naar gelang de
waterhardheid - ingesteld worden.
Het plaatselijke waterleidingbedrijf kan
u informeren over de hardheid van het
water in uw omgeving.
Waterontharder instellen
De hardheid is in 18 tijdeenheden en
een "O-stand" ingedeeld. Vanuit de fabriek is de ontharder op tijdeenheid "8"
ingesteld. Dat komt overeen met 19°
d.H.
Is uw leidingwater harder of zachter
dan 19° d.H.:
• Verander de tijdeenheid (zie tabel)
via de verschillende knoppen op
het bedieningspaneel.
Tijd
tijd-
in
een
min.
heid
180
170
160
150
140
130
120
110
100
90
80
70
60
50
40
30
20
10
18
17
16
15
14
13
12
11
10
9
8
7
6
5
4
3
2
1
0
°dH
mmol/1 °fH
°eH
ppm
CaCO3
6
7
8
9
10
11
12
13
15
17
19
22
24
28
32
38
48
71
1,07
10,7
1,25
12,5
1,42
14,3
1,60
16,0
1,78
17,9
1,96
19,6
2,14 21,4
2,31
23,2
2,67
26,8
3,03 30,4
3,38 33,9
3,92 39,3
4,27 42,8
4,98 50,0
5,70
57,1
6,76
67,8
8,54 85,7
12,64 126,7
7,5
8,8
10,0
11,3
12,5
13,8
15,0
16,3
18,8
21,3
23,8
27,5
30,0
35,0
40,0
47,6
60,1
88,9
107
125
143
160
179
196
214
232
268
304
339
393
428
500
571
678
857
1267
Druk de programmatoetsen Ti en
v i ^ tegelijkertijd in, houd deze ingedrukt en schakel daarbij de automaat via de Aan/Uit-toets "I-0" in.
In het display verschijnt "PO".
Druk op de toets ^ , de "P" verdwijnt, in het display verschijnt de
tijdeenheid "0". De tijdeenheid "0"
kan nu aangepast worden. Dit dient
als volgt te geschieden:
Druk zo vaak op de toets ^, totdat de gewenste waarde in het display verschijnt.
Druk op de toets •
"SP".
Er verschijnt
Druk nogmaals op de toets <|>. Zo
wordt de tijdeenheid in het geheugen opgeslagen. Het display geeft
niets meer aan.
De desinfektor is gereed voor gebruik.
Waterontharder instellen
Als de hardheidswaarde van uw leidingwater constant onder de 6° d.H. ligt:
• Stel dan de tijdeenheid "0" in. Het
kontrolelampje G^ gaat dan niet
branden en de waterontharder hoeft
niet geregenereerd te worden.
Waterontharder regenereren zie bladzijde 26.
Deur openen en sluiten
Deur openen O T I
• Druk op de deuropener totdat u
weerstand voelt en pak tegelijkertijd
de greep vast om de deur te openen.
Tijdens een programma mag de deur
alleen in noodgevallen, bijv. wanneer
de inhoud staat te rammelen, geopend
worden.
Deur sluiten
• Klap de deur omhoog en druk deze
dicht totdat deze vastklikt. Druk
daarbij niet op de deuropener.
10
Toepassingsmogelijkheden
De laboratorium-spoelmachine kan
voorzien worden van twee rekken (bovenrek en onderrek). Al naar gelang
het soort en de vorm van het te reinigen laboratorium glaswerk kunnen
deze voorzien worden van verschillende inzetstukken of worden vervangen
door andere speciale rekken. Er zijn zoveel verschillende mogelijkheden dat
deze hier niet allemaal afgebeeld kunnen worden en slechts op enkele toepassingen ingegaan kan worden.
Er zijn bijvoorbeeld rekken waarbij
maatkolven met een nauwe hals, butyrometers, pipetten en dergelijke direkt
ingespoten kunnen worden. Het gewone laboratoriumglaswerk zoals bekerglazen, Erlenmeyers, petrischalen, reageerbuizen en dergelijke worden in
overeenkomstige volledige, halve of
kwart inzetstukken in het boven- of onderrek gezet.
Hieronder worden uitsluitend de aanwijzingen gegeven die bij het
voorbereiden en het plaatsen van het
glaswerk nauwkeurig in acht moeten
worden genomen.
Van te voren:
• Al het glaswerk leegmaken voordat
u het in de reinigingsautomaat
plaatst.
• Er mogen geen zuurresten of oplosmiddelen, vooral zoutzuur en
chloride, in de spoelruimte terechtkomen.
• Bij petri-schalen (aangekoekte)
bloedresten verwijderen.
• Stoppen, kurken, etiketten, zegellakresten e.d. verwijderen.
Let op
• Zet het spoelgoed in principe zo in
de rekken, dat het aan alle kanten
door het water wordt bereikt, alleen
dan kan het echt schoon worden.
• De te reinigen voorwerpen moeten
zo geplaatst worden dat de delen elkaar niet afdekken.
• Zet holle voorwerpen zoals bekerglazen, maatcylinders, kolven en
dergelijke met de openingen naar
beneden in het bijbehorende inzetrëk, dek deze eventueel af met een
net om glasbreuk te vermijden.
• Petri-schalen met de bevuilde zijde
naar het midden gekeerd in het bijbehorende inzetstuk plaatsen.
• Pipetten met het mondstuk naar boven plaatsen.
• Spoelgoed met diepe bodem zoveel mogelijk schuin in het rek zetten, zodat het water eraf kan lopen.
• Plaats hoog smal spoelgoed zoveel
mogelijk binnen het bereik van de
spoelarmen. Daar wordt het beter
door de waterstralen bereikt.
• Let erop dat de toevoerbuis voor de
sproeiarm in het midden van de bovenkorf niet afgedekt wordt. Wagens of korven met adapters moeten goed aansluiten (zie volgende
bladzijde).
• De sproeiarmen mogen niet door te
hoog of door rechtopstaand spoelgoed geblokkeerd worden. Kontroleer dit door de sproeiarmen met de
hand een keer rond te draaien.
11
Toepassingsmogelijkheden
Belangrijk:
De verende watertoevoer-adapter van
de rekken, resp. de injectorwagen
moet bij het inschuiven in de reinigingsautomaat goed aansluiten: deze moet
4-5 mm hoger ingesteld zijn dan de watertoevoer in de machine. Is dat niet
het geval, dan kunt u dit met de verstelbare adapter als volgt corrigeren:
spuiters 6x1 mm/220 mm lang met glashouder "MIELAVA".
• klemring losdraaien,
• adapter tot aan de watertoevoer omhoogschuiven (4-5 mm hoger dan
de watertoevoer in de machine).
Rekken en inzetstukken moeten overeenkomstig de doelstelling uitgezocht worden.
Voorbeelden van de indeling:
E 350
Injektorwagen "Intermiei" voor glaswerk met nauwe hals, kompleet met 15
inspuiters 4x1 mm/160 mm lang, 18 in-
12
0187
Injektorwagen(Bovenrek) voor het direkt inspuiten van laboratorium-glaswerk met een nauwe hals, 34 inspuiters
4x1 mm/160 mm met glashouder "MIELAVA".
Toepassingsmogelijkheden
Bovenrek O 165
E 109
(zonder inzetstukken)
Half inzetstuk uit roestvriistaal voor 21
bekerglazen tot 250 cm , Erlenmeyers,
ronde kolven en dergelijke.
U165
(zonder inzetstukken)
E 106
Half inzetstuk uit roestvrijstaal met 28
veerhaken in 2 verschillende hoogten
voor divers laboratorium-glaswerk zoals kolven met nauwe hals, meetcylinders, medicijnflessen en dergelijke.
13
Toepassingsmogelijkheden
Bovenrek verstellen
Het bovenrek kan op 3 hoogten met elk
2 cm verschil worden versteld. Standaard is het bovenrek op de middelste
stand ingesteld.
In het bovenrek passen dan bijv.:
• Kolven en glazen tot circa 19 cm
hoogte,
en in het onderrek:
• Kolven en glazen tot circa 25 cm
hoogte.
Voor andere standen kunt u onderstaande tabel raadplegen.
bovenrek in
stand
bovenrek
cm
onderrek
cm
Boven
17
27
Midden
19
25
Onder
21
23
Om het bovenrek te verstellen:
• Bovenrek tot de aanslag naar voren
trekken en van de glijrails tillen.
• Rolhouders, aan beide zijden van
het rek met schroefsleutel no. 7 afschroeven en naar wens verplaatsen.
14
Naspoelmiddel doseren
In de deur is een "doseerautomaat voor
vloeibare middelen" met een inhoud
van ca. 200 ml ingebouwd. Via deze
doseerautomaat wordt het juiste vloeibare naspoelmiddel (bijv. Miel-clear)
automatisch gedoseerd.
Naspoelmiddel vullen
ker is. Eventueel een trechter gebruiken.
• Afsluitdop dichtschroeven, eventueel gemorst middel goed verwijderen.
Naspoelmiddel bijvullen
De niveau-indicator voor het naspoelmiddel toont de vuistand van het reservoir.
Wanneer de niveau-indicator niet meer
donker gekleurd is, moet het betreffende reservoir opnieuw gevuld worden.
Dosering voor het naspoelmiddel instellen
Afsluitdop losschroeven.
Het doseerschuifje in de vulopeningen
is van 1-6 (1-6 ml) instelbaar. Deze is
standaard op "3" (3 ml) ingesteld.
• Doseerschuifje hoger instellen, als
zich vlekken op het glaswerk vertonen.
Naspoelmiddel zolang toevoegen,
tot de niveau-indicator (zie pijl) don-
• Doseerschuifje lager instellen, als
zich sluiers en strepen vertonen.
15
Neutralisatiemiddel doseren
Neutralisatiemiddel doseren
Doseersysteem (vloeib.) ontluchten
Om na de alkalische reiniging zeker te
zijn dat de alkaliteit op het glaswerk
snel verdwijnt, kan met speciale zuren
in programmadeel 4 geneutraliseerd
worden.
Belangrijk: via de "extra-funktie" moet
het programma op de dosering van
neutralisatiemiddel (programmadeel 4)
in plaats van naspoelmiddel geprogrammeerd worden.
Voor het eerste gebruik of wanneer een
reservoir een keer niet op tijd gevuld
en dit doseersysteem leeg gezogen
werd, moet het doseersysteem voor
vloeibare middelen ontlucht worden.
U moet daarvoor:
• Reservoir met neutralisatiemiddel
naast de desinfektor op de grond
zetten.
• Als op het bedieningspaneel het
kontrolelampje T=.r gaat branden:
Reservoir met neutralisatiemiddel vullen, respektievelijk reservoir vervangen,
aansluitend:
• druktoets 1-0 indrukken,
• schakelaar "A" en/of "B", in de linker
zijkant van het bedieningspaneel,
31/2 min. met een puntig voorwerp
indrukken.
Schakelaar "A": NeutralisatiemiddelDoseersysteem.
Schakelaar "B":
Reinigingsmiddel-Doseersysteem
(speciale uitvoering).
Na elke ontluchting moeten eerst de
evt. in de spoelruimte aanwezige middelen uitgespoeld worden. Daarvoor:
De sonde stevig in de opening van
het reservoir steken (let op het gekleurde merkteken). Het reservoir
op tijd navullen, het mag niet helemaal leeg gezogen worden.
16
• Programma "A" (koud) kiezen. Hierna is het doseersysteem met juiste
middel gevuld en klaar voor het gewenste programma.
Reinigingsmiddel doseren
Poedervormige reinigingsmiddelen worden voor ieder programma in de deur
gedoseerd worden. (Uitzonderingen:
zie volgende bladzijde.)
• Bakje vullen met reinigingsmiddel
met het bijgeleverde maatschepje
(inhoud 15 gram afgestreken).
Dosering: ca. 3 g/l, dat komt overeen
met ca. 30 g per charge, dat is twee
maatschepjes vol
Let op de voorschriften van de fabrikant!
• Klepje sluiten.
Bij het kiezen van een reinigingsmiddel, dient u de keuzekriteria in acht te
nemen, ook op grond van ecologische
redenen:
• Welke mate van alkaliteit is nodig
voor de reiniging?
• Is aktief chloor nodig als hulpstof
voor desinfektie en/of oxidatie (pigmentverwijdering)?
Afsluitknop van het reservoirklepje
(pijl) naar voren drukken. Het klepje
springt dan open. (Na een voorgaand programma is het klepje al
open).
• Zijn speciaal tensiden nodig voor
het dispergeren en emulgeren?
Speciale vervuilingen kunnen soms andere samenstellingen van reinigingsen aanvullende middelen vereisen. U
kunt in dit geval de Technische Dienst
van Miele Nederland B.V. raadplegen.
17
Reinigingsmiddel doseren
Programma B en bij het gebruik van de
pipetten-schijf:
gingsmiddel); deze is van buitenaf aan
te brengen.
Bij de DOS-Module is een aparte gebruiksaanwijzing en een installatie-instruktie toegevoegd.
• Het poedervormige reinigingsmiddel wordt rechtstreeks op de binnenkant van de deur gestrooid.
Opmerking
Indien nodig kan bij de programma's E
en F een aanvullende dosering op de
binnenkant van de deur gedaan worden (zie "Programmaoverzicht").
Wees voorzichtig wanneer u vloeibare middelen gebruikt! Het gaat hierbij vooral om zuren, logen of desinfektie-middelen.
Houdt u aan de veiligheidsinstrukties en waarschuwingen!
Draag een veiligheidsbril en handschoenen!
Opmerking
De spoelmachine kan naar wens ook
voorzien worden van een "DOS-Module
C 60" (Doseerpomp voor vloeibaar reini18
Programma kiezen
Laat de keuze van het programma
steeds afhangen van de soort en de
mate van vervuiling van de te reinigen
utensiliën.
In het programma-overzicht op de volgende pagina zijn de programma's en
hun toepassingsmogelijkheden beschreven.
19
Programma-overzicht
Programma
Toepassing
Reinigingsmiddel
(als u geen vloeibaar middel
doseert)
Let op de aanwijzingen van
de fabrikant!
A = KOUD
Voor het snel verwijderen van problematisch te
reinigen of agressieve chemicaliën.
B = SPECIAAL
Thermische desinfektie volgens de BGA en om
bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen.
30 gram (2 maatschepjes)
op de binnenkant van de
deur.
C= MINI
Voor lichte vervuilingen zonder AP-naspoeling.
30 gram (2 maatschepjes) in
de poederdoseerautomaat.
D = STANDAARD
Voor lichte vervuilingen en 2-voudige APnaspoeling voor analytische en preparatieve
toepassingen.
30 gram (2 maatschepjes) in
de poederdoseerautomaat.
E = UNIVERSEEL
Voor lichte vervuilingen en 2-voudige APnaspoeling voor analytische en preparatieve
toepassingen evenals voor achtergebleven olie
en vet (koudwater-aansluiting aan warm water
aangesloten wanneer overwegend organische,
olie-achtige of vettige overblijfsels gespoelt
worden).
30 gram (2 maatschepjes) in
de poederdoseerautomaat
event. aanvullend 30 gram
(2 maatschepjes) rechts op
de binnenkant van de deur.
F= INTENSIEF
PLUS
Voor bijzonder sterk geïncrustreerde
vervuilingen (Agar etc.)
30 gram (2 maatschepjes) in
de poederdoseerautomaat
event. aanvullend 30 gram
(2 maatschepjes) rechts op
de binnenkant van de deur.
***) AP (Aqua purificata) = gezuiverd water zoals volledig onzout water (VE), H2O
puur, gedemineraliseerd water, Aqua destillata of gedestilleerd water. Voor een omschakeling van koud- naar AP-water zie: "Extra funkties programmeren".
20
Opmerking
Programmaverloop
1.
2.
3.
4.
6.
7.
5.
8.
Voor- Reinigen
NaVoorChem.
Tussen- TussenDrogen
*) zie "Extra
en
spoelen spoelen
(extra
tussen- spoelen spoelen spoelen
funkties
II
event
II
III
programma) programspoelen I
therm.
meren"
en event.
desinfektie neutralisatie
*)
#
93°C
#
#
#
#
60°C
X
60°C
#
#
80°C
AP
70°C
AP
80°C
AP
70°C
AP
AP
70°C
AP
80°C
**) Voor
temperatuurtijdver
lenging
zie
"extra
funkties"
70°C
AP
AP
21
In- en uitschakelen
I
l
3#
•
9
•
DOS- -
•
;*
*
•
•
«
- •
c
minlMI'ltïJI
-
DESIN*
O-»
OOi
1. Inschakelen
•
Toets I-O indrukken.
2. Kies een programma
Na het inschakelen van de laboratorium-spoelmachine branden de kontrolelampjes naast de programmatoetsen,
deze geven aan dat de machine gereed is een programmakeuze te verwerken
• Druk de programmatoets van het gewenste reinigings-programma in. In
het display wordt de reinigingstemperatuur van het gekozen programma weergegeven.
• Eventueel aanvullend programma
drogen" ^W, kiezen en/of T1/T2 "temperatuur" kiezen (zie "aanvullend
programma kiezen").
• Druk de "start"-knop<^> in, in het
display wordt de duur van het gekozen programma in (oplopende) minuten weergegeven.
Tijdens de opwarmings-fase in het
programmadeel "reiniging / desinfectie" en "naspoelen" verschijnt in
het display de vereiste temperatuur.
Alle andere programma's worden
automatisch afgebroken/onderbroken, de kontrolelampjes van de programma's die niet gekozen werden,
gaan uit.
22
D
E
F
1-0
T2*<
Het programma veranderen
Een per ongeluk gekozen programma
kan, als de "Starf-toets nog niet ingedrukt werd, als volgt veranderd worden:
• Programmatoets van het gewenste
reinigingsprogramma indrukken.
"Starf-toets
indrukken.
• (Kies anders "programma onderbreken" zie volgende pagina.)
3. Aanvullend programma kiezen.
U kunt de volgende aanvullende programma's kiezen:
•
^"drogen"
Onmiddellijk na het kiezen van een
reinigingsprogramma (behalve A
"koud") kan dit aanvullende programma ingeschakeld worden. Het
droogproces duurt 10 minuten. De
totale programmaduur van het programma wordt overeenkomstig verlengd.
• T1 Temperatuur reiniging"
T2 'Temperatuur naspoelen"
Onmiddellijk na het kiezen van een reinigingsprogramma kan door het aanvullende programma "temperatuur" de reinigings- en naspoeltemperatuur in
verschillende stappen
(60°C/65oC/70oC/80oC/90oC/93°C) veranderd worden door toets T1
In- en uitschakelen
en/of T2 in te drukken en kan de laatst
gekozen temperatuur automatisch vastgelegd worden voor het volgende programmaverloop van het gekozen reinigingsprogramma. In het display
verschijnt de gekozen temperatuur.
•
$3 "regenereer"-programma (zie
"waterontharder instellen").
• ^5^'Afpompen", als het programma
bijvoorbeeld afgebroken wordt.
Daarvoor:
-1-0 Druktoets indrukken.
- Programmatoets^p' indrukken.
- "Starf-toets <J> indrukken.
Weergave programmaverloop
Na het kiezen van een reinigingsprogramma geven de kontrolelampjes op
het bedieningspaneel het programmaverloop aan.
/lp
Voorspoelen
/m\
Reinigen en eventueel desinfekteren
/;!'{'.
Tussenspoelen
-$-
Naspoelen
^
Drogen (aanvullend programma)
DESIN Desinfektie (alleen bij het programma "B" SPECIAAL)
Wanneer een bepaalde programmafase beëindigd is, gaat het bijbehorende
kontrolelampje uit.
Wanneer er geen kontrolelampjes in
het display meer branden (behalve "DESIN" bij het programma "B"SPECIAAL
en het "Starf'-kontrolelampje
dooft, is het programma beëindigd. In
het display staat dan de totale programmaduur.
Uitschakelen
• Druktoets 1-0 indrukken en terug laten springen.
U kunt nu de reinigingsautomaat openen en de utensiliën eruit nemen.
Programma onderbreken
Een eenmaal gestart programma mag
uitsluitend onderbroken worden, indien
het echt noodzakelijk is, bijvoorbeeld
wanneer de voorwerpen erg rammelen.
De automaat moet dan uitgeschakeld
worden, het water moet af gepompt worden en het programma opnieuw worden gestart.
• Reinigingsautomaat uit- en weer inschakelen (druktoets I-O).
• Programma "afpompen" kiezen
(aanvullend programma).
• Open de deur, plaats de voorwerpen stabiel in de automaat,
(eventueel beschermingsmaatregelen tegen infektie nemen:
-handschoenen dragen-).
• Eventueel het poeder opnieuw doseren.
• De deur sluiten.
• Kies opnieuw het programma.
23
Extra funkties programmeren
U kunt de volgende extra funkties kiezen:
1. Koud-watertoevoer van: tijdgestuurd (60 sec.) tot "niveaugeregeld
met tijdkontrole"
Wanneer de waterdruk (bij het aftappunt) lager is dan 2,5 bar, loopt er te
weinig water in de spoelruimte. Bij een
waterdruk van 1 bar tot 2,5 bar kunt u
de watertoevoer op "niveaugeregeld
met tijdbesturing" programmeren.
Het instellen voor koud-, warm-, en APwater vindt gescheiden plaats.
Daarvoor gaat u als volgt te werk:
• Schakel de automaat uit.
1a. Koud-watertoevoer
• Druk tegelijkertijd op de programmatoetsen Ti en \\\ , houd deze ingedrukt en schakel de automaat in via
de hoofdschakelaar "I-O".
In het display verschijnt "PO".
• Toets F indrukken, in het display verschijnt of "10" of "11".
"10"= tijdgestuurde koudwater-toevoer (60 sec).
"11"= niveaugeregelde koudwatertoevoer met tijdcontrole.
Druk op de toets ^
"11" of omgekeerd.
"10" wordt dan
Druk op de toets <$
"SP" in het display.
Er verschijnt
Druk nog een keer op de toets <^>
De verlengde tijd wordt in het geheugen opgeslagen. Het display
geeft niets meer aan.
24
1 b. Warm-watertoevoer
• Druk tegelijkertijd op de programmatoetsen Ti en \\\ houd deze ingedrukt en schakel de automaat in via
de hoofdschakelaar "I-0".
In het display verschijnt "PO".
• Toets E indrukken, in het display verschijnt of "20" of "21".
"20"= tijdgestuurde warmwater-toevoer (60 sec).
"21"= niveaugeregelde warmwatertoevoer met tijdcontrole.
• Druk op de toets M,, "20" wordt
dan "21" of omgekeerd.
• Druk op de toets <£>. Er verschijnt
"SP" in het display.
• Druk nog een keer op de toets <^>.
De verlengde tijd wordt in het geheugen opgeslagen. Het display
geeft niets meer aan.
1c. AP-watertoevoer
• Druk tegelijkertijd op de programmatoetsen Ti en \\\ houd deze ingedrukt en schakel de automaat in via
de hoofdschakelaar "I-0".
In het display verschijnt "PO".
• Toets D indrukken, in het display verschijnt of "30" of "31".
"30"= tijdgestuurde AP-water-toevoer (60 sec).
"31"= niveaugeregelde AP-water-toevoer met tijdcontrole.
Druk op de t o e t s ^ "30" wordt dan
"31" of omgekeerd.
h
Druk op de toets <$ . Er verschijnt
"SP" in het display.
Extra funkties programmeren
• Druk nog een keer op de toets \ j / .
De verlengde tijd wordt in het geheugen opgeslagen. Het display
geeft niets meer aan.
2. Temperatuurstop-verlenging van
10' tot 25' in programmadeel "reinigen" (alleen bij het programma
"B-SPECIAAL)
• Druk tegelijkertijd op de programmatoetsen Ti en \\\ , houd deze ingedrukt en schakel de automaat in via
de hoofdschakelaar "I-O".
In het display verschijnt "PO".
• Toets C indrukken, in het display verschijnt of "40" of "41".
"40"= temperatuurstoptijd 10'.
"41"= temperatuurstoptijd 25'.
• Druk op de toets ^M,, "40" wordt dan
"41" of omgekeerd.
• Druk op de toets <3>. Er verschijnt
"SP" in het display.
• Druk nog een keer op de toets <J> .
De verlengde tijd wordt in het geheugen opgeslagen. Het display
geeft niets meer aan.
3. Tussenspoelen I met neutralisatiemiddel-dosering
Standaard is de automaat ingesteld op
de dosering van het naspoelmiddel in
programmadeel "naspoelen". Wordt de
dosering van het neutralisatiemiddel
gewenst:
• Schakel de automaat uit.
• Druk tegelijkertijd Ti en v ffl, in, houd
deze ingedrukt en schakel de automaat in via de Aan/Uit-toets "1-0".
In het display verschijnt "PO".
• Druk op de toets B, in het display
verschijnt of "50" of "51".
"50"= naspoelmiddel-dosering.
"51"= neutralisatiemiddel-dosering.
• Druk de toets ^ in, "50" wordt "51"
of omgekeerd.
• Druk de toets <£> in. Er verschijnt
"SP" in het display.
• Druk de toets <fo nog een keer in.
De verandering wordt in het geheugen opgeslagen. Het display geeft
niets meer aan.
Belangrijk:
De temperatuur Ti mag ten hoogste
90°C zijn (zie "aanvullend programma
kiezen")
25
Waterontharder regenereren
Waterontharder regenereren
Zoutreservoir vullen
Wanneer na een bepaald aantal
reinigingsbeurten het kontrolelampje
met het symbool ^ links in het bedieningspaneel gaat branden, is de ingebouwde waterontharder verzadigd en
kan geen onthard, kalkvrij water meer
leveren; deze moet dan direkt na de
beëindiging van het programma met
zout geregenereerd worden.
Als dit wegens omstandigheden niet
mogelijk is en er al meerdere keren gespoeld is, moet er twee keer achter elkaar geregenereerd worden.
Per regenereerprogramma is nodig:
• 2 kg regenereerzout met een korrelgrootte van ca. 1-4 mm, zoals Broxomatic of Sunzout,
• het kunststof zoutreservoir dat standaard bij de automaat geleverd
wordt.
• Schroef de zeefsluiting los.
• Vul het zoutreservoir met regenereerzout en sluit deze met de zeefsluiting af.
Zoutreservoir monteren
• Verwijder het onderrek.
Let op!
Indien alleen regenereerzout verkrijgbaar is met een fijnere korrel dan hierboven vermeld, neem dan kontakt op
met deTechnische Dienst van Miele
Nederland BV.
Regenereerzout met een korrelgrootte
> 4 mm kan niet gebruikt worden.
Draai het kunststof deksel los van
de bodem van de spoelruimte.
26
Waterontharder regenereren
• Het zoutreservoir en de zeefsluiting
onder de kraan zorgvuldig schoon
spoelen.
• Sluit de waterkranen.
Zeer belangrijk
De waterdruk (bij het aansluitpunt)
moet minstens 2,5 bar zijn. Ligt de onderdruk onder de 2,5 bar, zie "extra
funktie programmeren".
• Zet het zoutreservoir op het aansluitstuk en draai het vast.
Automaat inschakelen.
• Draai de waterkraan open.
• Sluit de deur.
• Druk de Aan/Uit-toets "1-0" in.
•
De waterontharder kan niet goed regenereren, als de onderdruk onder de 2,5
bar ligt of sterk wisselend is. Er kunnen
dan na het beëindigen van het regeneratieprogramma nog zoutresten in het
zoutreservoir achterblijven.
Om het zout helemaal te gebruiken
en om de ontharder uit te spoelen
moet dan het programma "waterontharder regenereren" opnieuw gekozen worden.
Druk de programmatoets 2 ' n '
• Druk de "starf'-toets <$> in.
Het regenereerprogramma verloopt
automatisch en is beëindigd, wanneer
het kontrolelampje ^, links op het
schakelpaneel en het "starf'-kontrolelampje<^> uitgaan.
Vervolgens:
• De automaat uitschakelen.
• Schroef het reservoir los.
• Het deksel van de ontharder weer
plaatsen en dichtdraaien.
• Zet het onderrek weer in de automaat.
27
Reiniging en onderhoud
De zeven in de spoelruimte reinigen
Zonder zeefcombinatie mag de desinfektor niet gebruikt worden.
De zeefkombinatie op de bodem van
de spoelruimte dient regelmatig gekontroleerd en eventueel gereinigd te worden.
il»
De micro-fijnfilter aan de beide lipjes vastpakken en losdraaien, door
deze twee maal linksom te draaien.
De grove zeef reinigen
• Druk de opstaande lipjes iets samen, de zeef uit de uitsparing nemen en reinigen.
• De gereinigde zeef weer in de uitsparing plaatsen en aandrukken tot
deze vastklikt.
Fijne zeef en micro-fijnfilter reinigen
Tezamen met plaatzeef eruit nemen.
• Verwijder de grove zeef.
Reinig alle zeven.
• De fijne zeef, tussen de grove zeef
en het micro-fijnfilter, ook verwijderen (voor zover aanwezig).
Daarna dient de zeefkombinatie in
de omgekeerde volgorde weer in elkaar gezet te worden.
28
Reiniging en onderhoud
Zeefjes in de watertoevoerslang reinigen
In de watertoevoersiang zijn ter bescherming van het magneetventiel zeefjes ingebouwd tegen verontreinigingen
in het water. Indien de zeven vuil zijn,
moeten deze gereinigd worden, omdat
er anders te weinig water in de machine stroomt.
• Draai de waterkraan dicht.
• De toevoerslangen eraf draaien.
• De pilaarzeef (1) en de fijne zeef (2)
reinigen.
• Nadat de slang weer gekoppeld is,
de waterkraan een beetje open
draaien om te kontroleren of de verbinding waterdicht is.
Verder bevindt zich nog een zeefje direkt voor het waterventiel van de waterkraan dat uitsluitend door een vakman
gereinigd of vervangen mag worden.
29
Kleine storingen opheffen
Mocht er een storing optreden, dan
kunt u deze vaak zelf verhelpen.
Laat werkzaamheden aan elektrische
onderdelen echter altijd door een vakman verrichten!
Storingen / mogelijke oorzaken
De spoelmachine start niet
• De deur is niet goed gesloten.
• De stekker is niet in het stopkontakt
gestoken.
• De zekering is doorgeslagen.
Enkele minuten nadat het programma gestart is, knippert het kontrolelampje ^ fcqpf
Het water in de spoelruimte wordt
niet verwarmd; het programma duurt
te lang.
Deze spoelmachine is voorzien van
een thermische beveiliging, die bij oververhitting de verwarming uitschakelt.
Oververhitting kan ontstaan, wanneer
grote voorwerpen de verwarmingselementen afdekken of wanneer de zeven
in de spoelruimte verstopt zijn.
• Neem de oorzaak van de storing
weg.
• Het inspektiepaneel verwijderen (zie
"Elektrische-aansluiting").
• a) De watertoevoerkranen zijn gesloten.
b) De zeefjes in de watertoevoerslang zijn vervuild.
Oplossing:
Spoelmachine uitschakelen.
• Waterkraan opendraaien resp. zeefjes reinigen (zie "Reiniging en onderhoud").
• Desinfoktor weer inschakelen en het
programma opnieuw starten.
Het programma is vroegtijdig beëindigd, het kontrolelampje^ fcqp/
brandt
• Er zit een knik in de afvoerslang.
• De oorzaak van de storing wegnemen.
• Het water moet afgepompt worden
en het programma opnieuw gestart
worden, zie voor het verdere verloop Programma onderbreken.
30
• Druk het blauwe knopje op de thermische beveiliging weer in.
Wanneer de thermoschakelaar herhaaldelijk in werking treedt, dient u de Technische Dienst in te schakelen.
Wanneer ondanks deze aanwijzingen
een opgetreden storing niet zelf verholpen kan worden, waarschuw dan
de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
Plaatsen
U dient hiervoor de bijgeleverde installatie-instruktie te raadplegen!
De deur openen.
De spoelmachine moet stabiel en loodrecht opgesteld worden.
Oneffenheden in de vloer kunnen met
de vier stelvoeten gecorrigeerd worden.
Het apparaat is geschikt voor de volgende installatiemogelijkheden:
• vrijstaand installeren;
•
inbouwen:
Als de reinigingsautomaat naast andere apparaten of meubels, resp. in een
nis geplaatst wordt, moet de nis minstens 60 cm breed en 60 cm diep zijn.
•
onderbouwen:
Als de automaat onder een doorlopend
werkblad of het afloopvlak van een aanrecht geplaatst wordt, moet de inbouwruimte minstens 60 cm breed, 60 cm
diep en 82 cm hoog zijn.
Hiervoor dient u het machinedeksel te
verwijderen:
• Draai de linker en rechter
bevestigingsschroef met behulp van
een kruiskop-schroevedraaier los.
• Trek het machinedeksel ca. 5 mm
naar voren en til het naar boven toe
eraf.
Zonder machinedeksel kan de automaat in een 82 cm hoge nis ingebouwd
worden.
Bij een nishoogte van 87 cm is een ombouwset noodzakelijk.
Automaat stellen en vastschoeven
Om de stabiliteit te waarborgen, moet
de desinfektor, nadat deze gesteld is,
aan het werkblad vastgeschroefd worden.
• De deur openen en de reinigingsautomaat links en rechts door de gaten van de voorste lijsten aan het
doorlopende werkblad vastschroeven.
31
Plaatsen
• Om de beluchting van de circulatiepomp ongehinderd te laten plaatsvinden, mogen de voegen bij kasten of apparaten die ernaast staan
niet met siliconekit volgespoten worden.
Afhankelijk van de inbouwsituatie kunnen de volgende onderdelen-sets besteld worden bij afdeling
Onderdelenservice van Miele Nederland B.V.:
Bij 87 cm nishoogte
De ombouwset bestaat uit hogere machinevoeten en een sokkel-paneel.
Afdekplaat
De onderkant van het werkblad wordt
door een niroafdekplaat tegen beschadigingen door waterdamp beschermd.
32
Elektrische aansluiting
Alle werkzaamheden die de elektrische
aansluiting betreffen, mogen uitsluitend
verricht worden door een bevoegde
electricien.
Verwijder het inspektie- en het sokkelpaneel:
• De elektrische huisinstallatie dient
volgens NEN 1010 geïnstalleerd te
zijn!
• Om extra veiligheid te kunnen garanderen, wordt er in de EG-voorschriften en richtlijnen voor Nederland geadviseerd om bij de
machine een aardlekschakelaarte
installeren. Deze schakelt uit als er
een lekstroom van 30 mA wegvloeit.
• De automaat moet geaard worden.
Dit moet, zoals in VDE 0190 wordt
aangegeven, getest worden.
De desinfektor is standaard ingesteld
voor een aansluiting aan wisselstroom
400 V 3N~ .
Aansluitwaarde: 9,7 kW
Beveiliging: 3x16 A
Een omschakeling is niet mogelijk.
Het schakelschema is achter het sokkelpaneel, links aan de onderkant van
de machine bevestigd.
Het typeplaatje met het overeenkomstige kenteken (DVGW etc.) bevindt zich
aan de achterkant van de machine en
aan de sokkelpaneel (achter het inspektiepaneel).
• Draai de bevestigingsschroeven "a"
los.
• Pak het inspektiepaneel aan beide
zijkanten vast en haak het naar voren toe uit de houders.
• Schroef het sokkelpaneel los
(schroeven "b").
• Verwijder eventueel de veiligheidsaarddraad.
• Verwijder het kunststof beschermkapje.
Vervolgens:
• Monteer het kunststof beschermkapje, het sokkelpaneel en het inspektiepaneel weer in omgekeerde
volgorde.
Let daarbij op de aarddraadaansluiting!
33
Wateraansluiting
Watertoevoer aansluiten
• De spoelmachine dient overeenkomstig de voorschriften van het waterleidingbedrijf aangesloten te worden.
• Een terugstroomklep in de leiding is
niet nodig vanwege de DVGW voorziening in de machine.
• De waterdruk (druk) moet tussen de
2,5 en 10 bar overdruk liggen. Ligt
de waterdruk buiten dit bereik, dan
kan de Technische Dienst van Miele
Nederland B.V. u informeren over de
maatregelen die getroffen moeten
worden (zie ook "Extra funkties programmeren").
• De automaat is op grond van toepassingstechnische redenen voorzien van een aansluiting aan koud
(blauwe markering) en warm water
(rode markering) tot maximaal 70°C
(Voor aansluiting aan AP-water, zie
volgende bladzijde).
De toevoerslangen kunt u aansluiten aan de afsluitkranen. De toevoerslang met de rode markering voor
de warmwateraansluiting kan ook
aan koud water aangesloten worden
als er geen warmwaterleiding aanwezig is. In dat geval kunnen beide
toevoerslangen aan koud water aangesloten worden. Om ervoor te zorgen dat de met 90°C gemerkte waterslang nog een groot aantal jaren
drukbestendig blijft, deze alleen
aan een warmwaterleiding van max.
70°C aansluiten.
• Voor de aansluiting zijn kranen met
3/4" schroefkoppeling vereist. U
34
moet gemakkelijk bij de kranen kunnen, aangezien de watertoevoer afgesloten moet kunnen worden als
de machine niet gebruikt wordt.
Twee circa 1,7 m lange slangen DN
10 met 3/4" schroefkoppeling brengen de verbinding tussen machine
en kraan tot stand. De zeefjes in de
schroefkoppeling mogen niet verwijderd worden.
De pilaarzeven (deze bevinden zich
in de verpakking) tussen de afsluitkraan en de toevoerslang installeren
(voor afbeelding zie "Reiniging en
onderhoud 'Watertoevoer").De pilaarzeef voor AP-water bestaat uit
chroom-nikkelstaal, dit is te herkennen aan de matte oppervlakte.
Zie ook bijgeleverde installatie-instruktie!
Het water in de reinigingsautomaat
is geen drinkwater!
Wateraansluiting
AP-wateraansluiting met druk 1,5 10 bar
Het apparaat wordt standaard afgeleverd met een aansluiting aan een drukvast systeem van 1,5 - 10 bar.
• De AP-watertoevoerslang (gekeurd
op waterdruk en voorzien van het
kenmerk "zuiver H2O") met een 3/4
schroefkoppeling aansluiten aan de
waterkraan ter plaatse voor AP-water.
• AP-watertoevoerslang (drukloos)
aan het AP-waterreservoir aansluiten.
Als de AP-wateraansluiting niet gebruikt kan of mag worden; moet de
machine omgeschakeld worden,
deze moet door de Technische
Dienst van Miele Nederland uitgevoerd worden.
AP-wateraansluiting met 0 -1,5 bar
Voor een aansluiting aan 0,1 - 0,3 bar
of 0,3 -1,5 bar moet de automaat aangepast worden (alleen mogelijk zonder
ingebouwde dampcondensator). Dit
vereist vakkennis en moet daarom door
de Technische Dienst van Miele uitgevoerd worden.
Bij een AP-water-reservoir (zonder
druk) moet het afvoerpunt minstens 30
cm hoger zijn dan het toevoerpunt van
de machine (zie afbeelding).
belüftet!
Et
ü
V/A
35
Wateraansluiting
Waterafvoer aansluiten
• De afvoer van de machine is voorzien van een afvoerbeluchting en
heeft tevens een terugslagklep, zodat geen vuil water via de afvoerslangen in de machine kan teruglopen.
• De machine wordt standaard geleverd met een flexibele afvoerslang
van circa 1,5 m lang. Deze heeft
een diameter van 22 mm binnenwerks.
De afvoerslang mag niet ingekort
worden!
• Langere afvoerslangen (tot 4 m) zijn
eveneens leverbaar.
• Een slangklem voor de aansluiting
ter plaatse is eveneens bijgevoegd.
• De afvoerleiding mag ten hoogste 4
meter lang zijn, de afpomphoogte
mag niet hoger zijn dan 1 meter!
36
Miele
Bij storingen kunt u zich wenden tot Miele Nederland B.V.
-afdelingTechnische Dienst\ •[
'
telefoon 0 34 73 - 7 88 8 * ^ ft L*' ^\i> ^ <A oh Wi^>
Voor onderdelenleveranties:
-afdeling Onderdelenservicetelefoon 0 34 73 - 7 88 80*
Voor overige informatie:
-afdeling Consumentenbelangentelefoon 0 34 73 - 7 88 87*
MIELE NEDERLAND B.V.
Postbus 166 (postadres)
4130 EDVianen Z.H.
Kantoor en toonzaal voor professionele apparatuur
De Limiet 2
(industrieterrein Hagestein-Vianen)
* meerdere lijnen
Wijzigingen voorbehouden /n