Nieuwsbrief - Natuurpunt

België – Belgique
P.B. – P.P.
2800 Mechelen 1
BC 7215
Kantoor van afgifte: 2800 Mechelen 1
P 309638
Nieuwsbrief
Mossen en Lichenen - Planten - Paddenstoelen
2014 – 13e jaargang nr. 3 - september
Verschijnt driemaandelijks
Afzendadres:
Coxiestraat 11
2800 Mechelen
[email protected]
www.natuurpunt.be
V.u. Chris Steenwegen. Coxiestraat 11,
2800 Mechelen
Deze nieuwsbrief wordt gratis toegestuurd aan alle geïnteresseerden.
Wens je lid te worden van één van de werkgroepen en/of de nieuwsbrief op
regelmatige basis te ontvangen, stuur dan een mailtje naar
[email protected]
Wens je de nieuwsbrief niet langer te ontvangen, geef dan een seintje.
Veel leesplezier!
De volgende nieuwsbrief zal in december verschijnen.
Artikels en kalenders kun je tot 20 november insturen.
Wil je ons financieel steunen dan kan dat. Giften vanaf 40€ zijn
fiscaal aftrekbaar.
Storten kan op rekening nr.: 230-0524745-92 met vermelding van
de volgende projectnummers:
- Natuurstudie
algemeen ........... 2000
- Plantenwerkgroep ................... 2351
- Paddenstoelenwerkgroep ....... 2301
- Mossenwerkgroep .................. 2201
2
INHOUD
Annelies is de nieuwe werkgroepencoördinator
4
Notaboekjes vol waarnemingen
4
Nieuwsbrief Mossen & Lichenen
Excursieverslagen VWBL
7
Nieuwsbrief Planten
Gorteria 36-4-6
14
Vademecum invasieve uitheemse planten
14
FON op stap in 2014 – verslagen
15
Nationale werkgroep botanie op verlof in de Schwäbische alb
25
Plantenwerkgroep Natuurpunt Antwerpen stad
29
Plantenwerkgroep Vlaamse ardennen plus
31
Plantenwerkgroep Gent op stap in 2014
32
Excursieverslagen C6
35
Semo op excursie
36
Plantenwerkgroep Leucojum – Afdeling Natuurpunt De Wielewaal
39
Nieuwsbrief Zwammen
Paddenstoelwandelingen voor iedereen
43
Paddenstoelenwerkgroep Westhoek
46
Brugse mycologische Werkgroep
47
Programma Mycologia 2014
47
Paddenstoelenwerkgroep Natuurpunt De Bron
47
Paddenstoelenwerkgroep “De Takruitertjes
48
Paddenstoelenwerkgroep Vlaamse ardennen plus
48
Paddenstoelenwerkgroep Zwamvlok
49
Paddenstoelenwerkgroep Schijnvallei
49
Paddenstoelenwerkgroep Mycoflora
49
Zwammenwerkgroep Zuidwest-Brabant
49
3
Annelies is de nieuwe werkgroepencoördinator
Hebben jullie zin in Natuur.Studie? Mijn naam is Annelies Jacobs
en sinds 1 augustus ben ik aan de slag als werkgroepencoördinator bij Natuurpunt Studie. Ik kom uit het Mortselse waar
ik enthousiast vrijwilliger ben bij de lokale Natuurpuntafdeling.
Regelmatig ga ik nabij of veraf op pad voor het beter leren
kennen van verschillende soortgroepen. De natuurstudiewerkgroepen vormen dé plek bij uitstek om elkaar te vinden rond een
bepaald thema, project, soortgroep of regio. Vrijwilligers
verzamelen dagelijks vele honderden waarnemingen over het
voorkomen en de verspreiding van soorten in Vlaanderen. Die
kennis is van onschatbare waarde voor het beheer en behoud
van onze gebieden. Ik wens jullie alvast een fantastische
nazomer op natuurstudievlak.
Voor vragen of ondersteuning rond de werkgroepen kan je bij me
terecht op dit mailadres: [email protected]. Tot
binnenkort!
Notaboekjes vol waarnemingen
Heb jij ook nog een heel archief aan oude waarnemingen liggen?
Wie
oude waarnemingen uit notitieboekjes wil toevoegen, doet dit best via de
normale invoerschermen van www.waarnemingen.be.
Oude waarnemingen die al in Excel-bestanden of databanken ingevoerd werden, kunnen in veel
gevallen automatisch toegevoegd worden aan waarnemingen.be. Je moet wel opletten dat deze
waarnemingen nog niet zijn toegevoegd aan waarnemingen.be of een andere databank of digitaal
invoerportaal van Natuurpunt.
Het toevoegen van een grote hoeveelheid waarnemingen vraagt wel wat programmeerwerk van de
databankbeheerders, dus we doen dit pas vanaf meerdere honderden waarnemingen.
Voor meer info over toevoegen van oude planten- of paddenstoelwaarnemingen kan je terecht bij
[email protected]
4
MOSSEN
&
LICHENEN
5
Werking Mossen en Lichenen
Artikels & info
Roosmarijn Steeman (015/29.72.22) – Natuurpunt Studie
Coxiestraat 11, 2800 Mechelen
Educatie
Hans Vermeulen (014/47.29.50) – Natuurpunt Educatie
Graatakker 11, 2300 Turnhout
Werkgroepen Natuurpunt
Planten-, mossen- en zwammenwerkgroep Schijnvallei.
Wekelijkse excursies met inventarisaties van natuurgebieden in de regio. Meer info bij
[email protected] of naar [email protected]. Je kan ook bellen voor informatie naar het
secretariaat van Natuurpunt Schijnvallei op nummer 03 354 55 06.
Mossen – en lichenenwerkgroep de Haarmutsjes
We zijn geen "specialisten" maar een groep enthousiastelingen die met vallen en opstaan en
onder het motto (zoals een lid van de werkgroep het mooi formuleerde) "al doende leert men"
zich in de materie willen verdiepen.De werkgroep is actief in het Scheldeland en Waasland.
Meer info: Lou Roelandt [email protected]
Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie (VWBL)
De werkgroep heeft tot doel om de studie van de Bryologie en Lichenologie in Vlaanderen te
bevordereren. Als voornaamste activiteit worden excursies in België en in het buitenland
gehouden waarop de flora van de bryofyten (bladmossen, levermossen en hauwmossen) en
van de lichenen (korstmossen) wordt geïnventariseerd en bestudeerd. Er worden ook
determinatiedagen ingericht.
Meer info: http://www.plantenwerkgroep.be/?view=25
6
Vlaamse werkgroep Bryologie & Lichenologie (VWBL)
Verslag van de voorjaarsactiviteiten 2014
Patrik Oosterlynck, Geert Raeymaekers en Herman Stieperaere (red.)
Velaertbos en De Beemden, Wolvertem (Meise, Vlaams-Brabant) – 8 maart
Deze eerste uitstap van de Vlaamse bryologen in 2014 was een bijna exacte herhaling van een VWBLactiviteit in mei 1999 (Stieperaere 2000). Zoals toen bekeken we ’s morgens het gemeentebos De
Velaert, als natuurreservaat beheerd door Natuurpunt. Al direct ontwaarde Dirk op kleine kluiten leem,
rond een ingegraven paal van een raster, enkele pioniers: Klein kortsteeltje (Pleuridium acuminatum)
en Kleipeermos (Pohlia melanodon). Thuis vond Herman ook nog Geelknolpeermos (Pohlia lutescens)
met zijn karakteristieke rhizoidgemmen. Mooie populaties van Klein snavelmos (Oxyrrhynchium
pumillum) werden aangetroffen op de oeverwal van de beek. Vrijwel alle naaldhout is verwijderd en er
waren nauwelijks oude stronken en stobben. Het bos werd nijver afgezocht, maar verschillende soorten
die wij 15 jaar geleden vonden, zagen we niet terug zoals: Gewoon knopjesmos (Aulacomnium
androgynum), Boskronkelsteeltje (Campylopus flexuosus) en Viertandmos (Tetraphis pellucida). Dit zijn
allemaal soorten van zuur, rot hout. Spatelmos (Homalia trichomanoides) was dan weer vrij veel te
vinden op de boomvoeten van soorten met een rijkere schors zoals de essen langs de beek. In het
totaal zijn nu op twee bezoeken 71 soorten in het Velaertbos gevonden, waarvan 8 levermossen.
Blijkbaar waren we nu iets actiever en vonden 61 soorten, 15 meer dan in 1999. Toch zijn 10 soorten
alleen toen gevonden.
Zoals vorige keer aten we de middagboterhammen in café De Lindeboom in Imde. Daarna bekeken we
de bossen in de beemden. Hier kocht Natuurpunt verschillende graslanden, maar die werden niet
bekeken. Deze bossen zijn veel armer dan Velaertbos. Het zijn grotendeels recente populierenbossen
op oud valleigrasland en de zuurdere bodems ontbreken vrijwel. Het was zoeken naar goede bomen
met epifyten: veel jonge bomen zijn (illegaal?) gekapt of door beschaduwing afgestorven. Maar een
grote Wilg aan en boven de vijver maakte veel goed, vooral nadat iemand zich boven het water waagde.
Er werden zes Haarmuts-soorten (Orthotrichum) gevonden, maar Gekroesde haarmuts (O. tenellum)
werd niet teruggezien. Dit werd gecompenseerd door Broedhaarmuts (O. lyellii) die we, ook in het
Velaertsbos, in 1999 niet zagen. Op de hele dag werden 18 epifyten gezien, maar op Broedhaarmuts
na werden dit jaar geen nieuwe epifyten gevonden.
De verveling sloeg vlug toe, ook omdat we door de hoge waterstand de afloop van de vijver
stroomafwaarts niet konden bekijken. Vorige keer vonden we hier nog Kegelmos (Conocephalum
conicum s.l.) en Lippenmos (Chiloscyphus pallescens); staan die hier nog? We vonden dan ook
aanzienlijk minder soorten dan in 1999: nu 35 (met slechts 5 levermossen), toen 49 soorten (met acht
levermossen). Maar we noteerden toch acht soorten bij, wat het totaal voor de Beemden met twee
excursies op 58 soorten brengt.
Doeveren, Ruddervoorde (Oostkamp, West-Vlaanderen) – 5 april 2014
Vier bryologen en twee belangstellenden van de lokale Natuurpuntploeg begonnen s’ morgens aan de
ingang van het Natuurpuntreservaat Doeveren. Het gebied is 57 ha groot en bestaat uit een mozaïek
van loof- en naaldbos, historische dreven, graslanden, voormalige akkers en heide. In de oude, dichte
heidebebossing was Rhododendron massaal opgeslagen en men probeert deze met man en macht
terug te dringen: een hele opgave. Recent zijn grote stukken geplagd en een grote poel gegraven.
Omdat de natuurontwikkeling pas in gang gezet is, waren de verwachtingen niet erg hoog, maar het
mooie lenteweer hield de moraal hoog.
In het bos en langs de dreven werden de gewone soorten gevonden zoals Groot rimpelmos (Atrichum
undulatum), Gesnaveld klauwtjesmos (Hypnum cupresiforme) en Heide-klauwtjesmos (H. jutlandicum).
De grote verrassing was een soort die sinds 1902 niet meer in België gevonden was en die in het veld
7
niet als dusdanig herkend is. Meer hierover in de volgende Muscillanea later dit jaar. Een oude zandput
leverde weinig op, de aangrenzende natte pijpenstrootjesvegetatie was helaas nog niet geplagd. De vrij
droge plagplekken met heel jonge heide werden gedomineerd door Klein rimpelmos (Atrichum tenellum)
gemengd met jong Groot rimpelmos (A. undulatum), erg verwarrend. Van de haarmossen werden alleen
Fraai haarmos (Polytrichastrum formosum) en Zandhaarmos (Polytrichum juniperinum) genoteerd. Een
groot stuk weiland dat enkele jaren geleden verworven is, wordt nu verschraald en extensief beweid.
De dichte vegetatie was erg mossenarm. Maar de randen van een grote, enkele jaren gelden
uitgegraven plas loonden de moeite: Zwart hauwmos (Anthoceros punctatus met de typische grote
antheridia), Aardappelknikmos (Bryum bornholmense), Oranjeknolknikmos (Bryum tenuisetum), Groot
kortsteeltje (Pleuridium subulatum) en Gewoon broedpeermos (Pohlia annotina). Het gebied is relatief
droog en wij zagen weinig wilgen. Er werden dan ook slechts zes epifyten gezien met Bleek boomvorkje
(Metzgeria furcata), Gewoon schijfjesmos (Radula complanata) en Gladde haarmuts (Orthotrichum
striatum) als de belangrijkste soorten.
In het totaal werden een hauwmos, zes levermossen en 49 bladmossen gezien. Niet echt spectaculaire
aantallen, maar de heidevegetaties op de plagplekken zullen zich zeker nog verder ontwikkelen.
‘s Middags moesten twee deelnemers ons verlaten. De vier overblijvers aten hun boterhammen in de
hoeve Pierlapont in Loppem tussen joelende kinderen die de hele morgen verjaardagsfeestjes hadden
gevierd, best gezellig. Toen we vertrokken stonden de volgende groepen al aan te schuiven.
Op vraag van onze natuurpuntgids, beken we daarna het retentiebekken op de Kerkebeek in Loppem
(Zedelgem, West-Vlaanderen). De verwachtingen waren niet erg hoog gespannen: het gebied komt
immers enkele keren per jaar onder het voedselrijke beekwater te zitten. De verrassing was compleet:
enkeldiep, helder water met velden Pilvaren en massaal veel Oermos (Archidium alternifolium).
Daarnaast vonden wij nog Moerassikkelmos (Drepanocladus aduncus; erg variabel, maar het bleef bij
dit ene sikkelmos), Gewoon plakkaatmos (Pellia endiviifolia), Gewoon moerasvorkje (Riccardia
chamaedryfolia) en een enkele pol Beekstaartjesmos (Philonotis fontana).
Bufferbekken Kerkebeek, Dirk en Herman in de weer. (Foto Bram D’hondt).
8
Tegen de beek was een stuk veen blootgelegd. Hier groeiden o.a. Smal watervorkje (Riccia canaliculata,
buiten de Kempen zeer zeldzaam), Grof draadmos (Cephaloziella hampeana), Lichtrandmos
(Jungermannia gracillima) en Grijs kronkelsteeltje (Campylopus introflexus).
Na dit schitterende beekmoeras (24 soorten, waarvan 7 levermossen) was de fut er wat uit en had
niemand echt zin om nog het grote bosgedeelte van Doeveren aan de overzijde van de snelweg te
bekijken.
Abdij Ter Kameren en Ter Kamerenbos, Brussel - 26 april
Er stonden twee gebieden op de agenda, de Abdij van Ter Kameren in de voormiddag en het
Terkamerenbos in de namiddag. De Abdij van Ter Kameren ligt in een vallei (bron van de
Maalbeekvallei) aan de zuidrand van de stad Brussel. Aansluitend bevindt zich het Terkamerenbos, een
bos met parkallures, dat aansluit op het Zoniënwoud. Oorspronkelijk was de excursie voor begin maart
gepland, maar ‘door omstandigheden’ verdaagd. Hierdoor waren de bloemperken van de abdijsite reeds
beplant en was een belangrijk deel van de mosflora (de voorjaarsflora) niet op de afspraakQ Een
opsteker was dan wel dat een aantal nieuwe leden voor deze excursie opdaagden. De beperkte
mosflora bood dan de mogelijkheid om de nieuwkomers de nodige basiskennis bij te brengen; ook een
taak van de werkgroep. Op muurtjes en stenen substraten werden de verwachte soorten
geïnventariseerd: Gewoon muursterretje (Tortula muralis), Broeddubbeltandmos (Didymodon rigidulus),
Kleismaragd-steeltje (Barbula unguiculata), Q.. Tussen de grassen groeide: Gerimpeld
boogsterrenmos (Plagiomnium undulatum), Fijn laddermos (Kindbergia praelonga), Gewoon puntmos
(Calliergonella cuspidata), Q dus geen bijzonderheden. Een aantal knikmossen (Bryum) met knolletjes
moeten nog gedetermineerd – mogelijk levert dat nog wat meer op, zoals ook een extra bezoek later op
het jaar of in het voorjaar.
Terwijl we de groep lichenologen achterlieten (die meldden naderhand wel een aantal interessante
vondsten op de vele alleenstaande bomen van het Abdijpark), staken een vijftal bryologen de Louizalaan
over richting Terkamerenbos. In dit beukenbos groeide op de leemgrond langs de paden opvallend veel
Klein snavelmos (Oxyrrrhynchium pumilum). Op de zure basis van de beuken veel Groot rimpelmos
(Atrichum undulatum), Gewoon pluisjesmos (Dicranella heteromalla) en Fraai haarmos (Polytrichum
formosum). Een wat interessantere vondst was Slankmos (Leptobryum pyriforme). De excursie werd
afgesloten bij een grote kunstmatige rotspartij, de basis van een brug over een dal in het bos met aan
de basis veel Halvemaantjesmos (Lunularia cruciata), maar ook Gewoon viltsterrenmos (Rhizomnium
punctatum) en een klein vedermos (Fissidens dubius?).
Aronsthoek en Warandebos, Geetbets-Rummen (Vlaams-Brabant) – 17 mei
Op deze stralende voorjaarsdag hadden we afspraak in een voor velen onbekende, maar befaamde
uithoek van vochtig Haspengouw: Aronsthoek in de Getevallei. Onbekend onbemind? Slechts drie leden
van de VWBL werden ontvangen door Natuurpunt regioconsulent Kevin Lambeets om voor het eerst op
bryologische verkenning te gaan in het zwarte gat genaamd E6-13-14. We waren hier op uitnodiging
van Natuurpunt die wel eens wou weten of hun percelen met ondermeer Voszegge (Carex vulpina),
Schildereprijs (Veronica scutellata) en Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum) ook een waardevolle
mosflora herbergen. Het is echter een ongeschreven regel dat natte graslanden op voedselrijkere
bodemtypes slechts zelden een bryoloog op de knieën krijgen. Omdat vooroordelen er zijn om
doorbroken te worden en omdat historisch permanent zilverschoongrasland zeker geen alledaagse kost
is, werd er toch nauwkeurig gespeurd naar de aanwezige soorten in de Segeraatweide. Opvallend was
dat het perceel er bijzonder ruig bij lag ondanks een begrazing met Galloway runderen. Dit is uiteraard
9
voor vaatplanten maar ook voor mossen zeker geen optimale situatie. De bedekking van mossen was
bijgevolg zeer laag maar we kunnen toch enkele leuke waarnemingen vermelden: Gewoon sikkelmos
(Drepanocladus aduncus), Gewoon knikkertjesmos (Physcomitrium pyriforme), Moerassnavelmos
(Oxyrrhynchium speciosum), Hartbladig puntmos (Calliergon cordifolium) en Kleipluis-draadmos
(Hygro-amblystegium humile). Gewoon sikkelmos is een algemene soort van moerassige
standplaatsen. Het is relatief indifferent aan basenrijkdom maar wel indicatief voor een goede
hydrologische huishouding ter plaatse met (tijdelijk) zeer hoge waterstanden in de komgronden. De
soort wordt in de Segeraatweide eerder spaarzaam aangetroffen op plekken waar de vegetatie nog niet
te ruig staat. Het is dan ook een lichtminnende soort zoals vele andere Amblystegiaceae zoals Gewoon
puntmos (Calliergonella cuspidata), dat er verrassend weinig werd gezien voor dit type milieu en
mogelijks aangeeft dat de beheerintensiteit te laag is. Kleipluisdraadmos is een soort die in de Belgische
checklist opgenomen is, maar in de Beknopte Mosflora van Nederland en België (Siebel & During 2006)
niet onderscheiden wordt en daar opgenomen is in een breed opgevat Oevermos (A. varium).
Waarschijnlijk mede daardoor wordt de soort in Florabank maar van 26 locaties vermeld
(http://flora.inbo.be geraadpleegd op 27/07/2014). Naar de werkelijke zeldzaamheid en
habitatvoorkeuren van deze soort is het dus raden, maar zou het zoals de naam doet vermoeden wel
eens een soort van zware poldergronden kunnen zijn en in dat opzicht ook een typische begeleider in
zilverschoon- en zilte graslanden?
Rond de middag werden we vergezeld door lokale Natuurpunters Iwan Lewylle en Kurt Boux die ons
eerst vanaf de brug aan de Melsterbeek een mooi groepje riviergrondels toonden.
De focus na de middag lag op epifyten. Het gebied is bijzonder rijk aan natte wilgen-struwelen, extensief
begraasde ruigtes met veel oude populieraanplanten. De beheerkeuze in deze delen van het reservaat
lijkt voor mossen prima! Al snel viel Uiterwaardmos (Leskea polycarpa) op als een van de meest
abundante soorten. Menig boomvoet was volledig gekoloniseerd door grote plukken. Zoals de naam
doet vermoeden heeft de soort zijn zwaartepunt in de uiterwaarden van grote rivieren maar ook
daarbuiten wordt hij regelmatig aangetroffen in natte bosjes, of zoals hier in het overstromingsgebied
van kleinere rivieren. Ook zijn dubbelganger Vliermos (Cryphaea heteromalla) werd gevonden, zij het
eerder sporadisch en op minder voor de hand liggende substraten zoals oud sleedoornhout. Daarnaast
ook enkele andere ondertussen ‘incontournable’ epifyten zoals Bleek boomvorkje (Metzgeria furcata),
Helmroestmos (Frullania dilatata), Gewoon schijfjesmos (Radula complanata), Trompet – en
Knotskroesmos (Ulota crispa en Ulota bruchii), Boomsterretje (Syntrichia laevipila) en Boomsnavelmos
(Rhyngostegium confertum). Dwarrelend door een prachtig landschap van rozen-, sleedoorn- en
wilgenstruwelen werden ondanks de afwezigheid van expert Dirk toch nog 8 soorten Haarmuts
opgetekend waarvan de Stompe en de Ruige haarmuts (Orthotrichum obtusifolium en O. speciosum)
echt mooie vondsten zijn. Ook vermeldenswaard zijn de minder algemene thalleuze levermossen
Blauw- (Metzgeria fructiculosa) en Ruig boomvorkje (Metzgeria temperata). In totaal werden er slechts
46 soorten opgetekend maar het is een gebied dat zeker een tweede bezoek waard is gezien de
uitgestrektheid en enkele veelbelovende epifyten. Dat ruikt naar meer!
Heibos, Kortenaken (Vlaams-Brabant) – 14 juni
Wederom een nobele missie van de werkgroep om hun licht te laten schijnen in één van de bryologisch
duistere regionen des lands. Ditmaal naar Zuid-Hageland, meer bepaald het Heibos in Ransberg
gelegen in het Velpebekken. Lokaal komt hier in volle leemstreek zand en klei aan de oppervlakte
waardoor winternatte, schralere grasland- en heidesituaties voorkomen. Deze zijn in een recent
verleden sterk verbost geraakt maar worden door Natuurpunt nu sinds een tiental jaar beheerd in functie
van meer open vegetatietypes. Daarnaast bestaat het gebied voornamelijk uit Ferrarisbos (dus al
voorkomend op de Kaart van Ferraris ca 1777) met een gradiënt van elzen-essen bos over eikenhaagbeukbos naar armer eikenbos. Regioconsulent Kevin Lambeets was opnieuw van de partij samen
10
met één van de conservators Jaak Geebelen. Er werd gestart aan de zuidzijde van het reservaat, waar
recent een bijkomend gedeelte ontbost en geplagd werd, ter restauratie van heischrale vegetaties. Dit
leverde na enig speurwerk enkele mooie vondsten op. Wij troffen zowel Grof als Gestekeld
goudkorrelmos (Fossombronia foveolata en F. wondrazeckii) op enkele meters afstand van elkaar.
Goudkorrelmossen zijn thalleuze levermossen van open zandig of zandlemige vochtige terreinen en
dus eerder een rariteit voor de ruime regio. Oranjeknolknikmos (Bryum tenuisetum) is er nog zo eentje
die voornamelijk op natuurontwikkelingsterreinen op heel schrale bodems wordt gevonden. Klein
rimpelmos (Atrichum tenellum) kon hier natuurlijk niet ontbreken, alsook het minder gewenste Grijs
kronkelsteeltje (Campylopus introflexus). Enkele frêle planten Gewoon veenmos (Sphagnum palustre)
werden in een veldrusvegetatie aangetroffen samen met Gewoon maanmos (Cephalozia bicuspidata).
De dag werd dus veelbelovend ingezet.
Het nabijgelegen zure bos met een door Tamme kastanje, Zomereik, Haagbeuk en berk gedomineerde
boomlaag, bleek erg pover qua epifyten. Scheef buidelmos (Calypogeia arguta) werd er wel gevonden
op de voor hem schijnbaar erg karakteristieke groeiplaats aan de voet van een grachtwandje. Verderop
nog wat Viertandsmos (Tetraphis pelucida) en Geklauwd pronkmos (Herzogiella seligeri) op halfrotte
boomvoeten. En tenslotte vermelden we nog Groot en Krom platmos (Plagiothecium succulentum en
Plagiothecium laetum).
Afdalend naar de nattere bosdelen werden in een soortenarm grasland op een molshoop enkele
petieterige, op het eerste zicht weinig charmerende mosplantjes gevonden die later als
Knolletjesgreppelmos (Dicranella staphylina) en Scharlakenknolknikmos (Bryum klinggraeffii) werden
gedetermineerd. Het zijn typische soorten voor open leembodems. In het essenrijke valleibosje werden
Helmroestmos (Frullania dilatata), Bleek boomvorkje (Metzgeria furcata), Knots- en trompetkroesmos
(Ulota bruchii en Ulota crispa) en Gewoon pronkmos (Pseudotaxiphyllum elegans) aangetroffen.
’s Middags aten we de boterhammen in ‘De Lustige Schutters’, een jagerscafé (!) bij Fernanda, een
hoogbejaard, doof dametje dat nijver geholpen werd door haar klanten. Gezellig en waar vind je nog
een Duvel voor anderhalve euro? Daarna trokken we naar een schraalland in het noordoosten van het
gebied. Dit terrein bleek veel droger dan wat we op het eerste zicht dachten met lokaal wat Geelgroene
en Blauwe zegge (Carex demissa en C. panicea). Hier, alsook aan de grote kleiput die we tot slot
bekeken, viel bitter weinig boeiends te noteren qua mossen.
Teruggekomen aan de wagens en vertrekklaar viel Hermans blik op een recent geruimde gracht langs
de Pottelbergstraat met Geel hauwmos (Phaeoceros carolinianus), Gewoon landvorkje (Riccia glauca),
Halvemaantjesmos (Lunularia cruciata), Moerasdikkopmos (Brachytecium mildeanum) en Hakig
greppelmos (Dicranella schreberiana). Een mooie afsluiter van de dagQ
Dankwoord
De conservators van de terreinen (Bram Dhondt, Jaak Geebelen, Iwan Lewylle, Q) en regioconsulent
Kevin Lambeets voor de begeleiding in de Natuurpunt terreinen.
Dirk De Beer hield de soortenlijsten zorgvuldig bij in Wolvertem, Doeveren en Heibos: bedankt Dirk!
Geciteerde literatuur
Siebel H. & During H., 2006. Beknopte mosflora van Nederland en België. KNNV Uitgeverij.
Stieperaere H., 2000.- De mossen van twee bossen in Wolvertem, verslag van de excursie op 8 mei
1999. Muscillanea 20: 28-32.
11
PLANTEN
12
Plantenwerking Natuurpunt
In het Vlaamse land zijn tientallen plantenwerkgroepen actief binnen Natuurpunt.
Zij organiseren jaarlijks talrijke excursies voor beginners tot gevorderden.
Veel plantenwerkgroepen gaan op “streeptocht”. “Strepen” is inventariseren op kilometerschaal (via het
‘IFBL-raster’) met behulp van een streeplijst. De gegevens van deze streeptochten kunnen gebruikt worden
in het kader van atlasprojecten.
Daarnaast spitsen de meeste werkgroepen zich toe op de studie en inventarisatie van natuurgebieden. Een
aantal werkgroepen doen zelfs aan vegetatiekunde door vegetatie-opnames te maken van percelen (met de
schaal van Tansley) en/of van permanente proefvlakken (met de schaal van Braun-Blaunquet).
Iedereen kan zich bij een werkgroep aansluiten om deel te nemen en bij te leren.
Plantenwerkgroepen
Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud
http://users.skynet.be/fon/
[email protected]
Fon-o-foon 0474/35.53.69
Nationale Werkgroep Botanie
André Van den Bergh
tel. 052/35.05.18
GSM 0472/68.83.35
http://www.plantenwerkgroep.be/?view=6
[email protected]
NWB
Regionale plantenwerkgroepen
Plantenwerkgroep Duinviooltje
Plantenwerkgroep Zuid-West-Vlaanderen
Plantenwerkgroep Meetjesland
Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen plus
Plantenwerkgroep Allium-Denderstreek
Plantenwerkgroep Zuid-West-Brabant
Plantenwerkgroep Oost-Brabant
Plantenwerkgroep Thalictrum
Plantenwerkgroep Meanderland
Plantenwerkgroep C6
Plantenwerkgroep Noord-Limburg De slobkousjes
Haspengouwse plantenwerkgroep (HPW)
Plantenwerkgroep Voeren
Limburgse plantenwerkgroep
Lokale plantenwerkgroepen
Plantenwerkgroep Brugge
Plantenwerkgroep Zomergem
Plantenwerkgroep Gent
Plantenwerkgroep Bovenschelde – Oenanthe
Plantenwerkgroep Scheldeland
Plantenwerkgroep Naturelaar – ’s Heerenbosch
Plantenwerkgroep Klein-Brabant
Plantenwerkgroep Wielewaal (regio Lier)
Plantenwerkgroep Beneden-Dijle
Plantenwerkgroep Schijnvallei
Plantenwerkgroep Voorkempen
Plantenwerkgroep Landschap De Liereman
Plantenwerkgroep Zuidrand Antwerpen
Plantenwerkgroep Westland
Plantenwerkgroep Markvallei
Plantenwerkgroep Antwerpen Stad
Plantenwerkgroep Velpe - Mene
NP Hasselt – Zonhoven SAP-clubje
Plantenwerkgroep Oude Spoorweg
Plantenwerkgroep Beernem
Plantenwerkgroep Gete - Velpe
Plantenwerkgroep Haacht
Plantenwerkgroep Harelbeke –Deerlijk
Plantenwerkgroep INZICHT (Zedelgem – Torhout)
Plantenwerkgroep Natuurpunt Lanaken
13
Gorteria 36-4-6
Tijdschrift voor onderzoek aan de wilde flora
http://www.nationaalherbarium.nl/gorteriaweb/
Gorteria is een Nederlandstalig tijdschrift voor onderzoek aan de wilde flora van Nederland en is
bedoeld voor floristen, ecologen, vegetatiekundigen en bewerkers van systematische groepen. Gorteria
wordt uitgegeven door het Nationaal Herbarium Nederland (NHN) en de Stichting FLORON.
Belangstellenden kunnen zich op Gorteria abonneren. Een abonnement kost € 27,50 per jaar.
Afleveringen van Gorteria zijn ook los verkrijgbaar.
De redactie van Gorteria verwelkomt met name artikelen met nieuwe determinatiesleutels voor moeilijke
of kritische of gemakkelijk verwisselbare plantentaxa, en sleutels naar vegetatieve kenmerken, evenals
studies over standplaatsfactoren van bepaalde soorten, bijzondere vindplaatsen, vindplaatsen van
zeldzame soorten, of plantengeografisch interessante mededelingen. De artikelen moeten op
Nederlandse planten betrekking hebben, maar kunnen daarnaast ook wel grensoverschrijdend zijn.
In de nieuwe Gorteria wordt de sectie Corylifolii en verwanten van het genus Rubus in Nederland
uitgebreid besproken door B.A. van de Beek. In het kader van het voorbereiden van de checklist van de
Nederlandse bramen was er dringend behoefte aan een herziening van de sectie en nieuwe taxa
worden beschreven. Verder geven B.A. van de Beek, R.J. Bijlsma, R. Haveman, K. Meijer, I. de Ronde,
A.S. Troelstra, & E.J. Weeda de Naamlijst en verspreidingsgegevens van de Nederlandse bramen met
bijhorende foto’s van veld- en herbariummateriaal. De nomenclatorische en taxonomische toelichting
op de naamlijst wordt gegeven door van de Beek, alsook een systematische sleutel voor de
Nederlandse soorten van het genus Rubus.
Vademecum invasieve uitheemse planten
Het nieuwe vademecum invasieve uitheemse planten bundelt de
beschikbare kennis en vertaalt die kennis in praktische richtlijnen voor
beheer.
Met dit vademecum wil het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de
problematiek van invasieve uitheemse planten in Vlaanderen onder de
aandacht brengen en een correct beheer aanmoedigen. Op die
manier kan de overlast door invasieve exoten aangepakt worden om
zo, samen met doelgroepen en sectoren, te komen tot meer inheemse
natuur.
Het Technisch Vademecum invasieve uitheemse planten maakt deel
uit van een reeks vademecums die het Agentschap voor Natuur en
Bos ontwikkelt ter ondersteuning van groenbeheerders.
Je kan deze informatie ook gratis raadplegen op de website van
http://www.ecopedia.be/exoten/uitheemse_invasieve_planten
14
Fon op stap in 2014 - verslagen
Vinger aan de pols in de Demervallei te Betekom
zaterdag 24 mei
Vooraf
Vandaag staat de Demervallei in Betekom op het programma. We bevinden ons in het IFBL-hok D5-4512. Ten noorden van de Demer ligt nog een grote open ruimte met aaneengeslo-ten veldjes die getuigen
van het vroeger landgebruik. Van uit deze Demerbeemden zie je zowel de kerk van Betekom als
Aarschot. Ten zuiden van de Demer ligt Vorsdonk en het kasteelgoed Nieuwland. Op 17/09/94 is het
FON er al met de streeplijst heen geweest, en van 2/10/99 dateren losse nota's. Een echte vinger aan
de pols dus! Intussen heeft Begijnendijk er zijn eigen 15 ha groot natuurgebied 'Demerbeemden', met
hierin ook wildakkertjes van de jagers. Aan de kerk van Betekom ontmoeten Steven Keteleer, Mia
Schrooten, Piet Coninx, Bram Cannaerts, Geert Andries (gids), Nico Wysmantel (streeplijst) en Erik
Molenaar (verslag en foto's) elkaar. Het zijn altijd al een soortenrijke hokken gebleken, met overgangen
van zandige donken, Diestiaan, leem en alluviale klei in de komgrond van de Demer.
Bespreking
Heuvelstraat
In de zandige bermen noteren we alvast Kleine leeuwenklauw, Kleine klaver, Muurpeper en Klein
vogelpootje, samen met een hele reeks gewone soorten. Hierlangs liggen enkele zandige akkertjes, die
zoals we zien nog met de schoffel worden gehakt, waarin o.a. Stinkende kamille, Hoenderbeet, Gewone
spurrie, Witte krodde, Knopherik, Akkerwinde, Vierzadige wikke en Gele ganzenbloem groeien. We
hebben hier een mooi, wijds zicht op de dorpskern en de idyllische torenkranen van bouwwerken in de
straten erachter. De akkerranden zijn rood van de klaprozen. De veldweg is met steenslag aangereden,
en hierop treffen we heel wat Liggende klaver in bloei.
Bos
In een beboste akker, waarin facies van Klimop en Dauwbraam de toon zetten, noteren we toch onder
meer Bosandoorn, Gele lis, Es, Hollandse iep, Zoete kers, Gelderse roos en Brede wespenorchis. Er
groeit ook een discrete viltbraam, met zeer lang gesteelde eindlob. Hoewel hij er zeer typisch uitziet,
komt het weer niet tot een naam.
Demerbeemden
Als we uit het bos komen ontvouwt zich een waar Pallieterlandschap, met in de verte de Hagelandse
heuvels en de roep van Koekoek. De schrale hooilanden zijn in volle bloei, met een overdadig
insectenleven in de stekende zon. Groot streepzaad torent overal bloeiend bovenuit. Timoteegras komt
ook al in bloei. In de smalle perceelscheidingen zien we o.a. Oot, Stinkende kamille, Eekhoorngras en
een keur van wikkesoorten. Er liggen ook een aantal roggeakkertjes in, boordevol akkersoorten, zoals
Dreps – in pas bloeiende habijt haast onherkenbaar – een grote dravik met lang behaarde
bladbovenzijde. De soort wordt elders slechts als adventief gevonden, maar in deze streek is ze nog
authentiek. We vinden ook Voederwikke, de nominaatvorm subspecies sativa, met een indrukwekkend
gegolfde peul en zeer brede bladeren, hier ooit als veevoeder geteeld. We vermelden nog Rode
schijnspurrie, Kleine en Grote ratelaar, Hazenpootje, Rapunzelklokje en Graslathyrus, waarvan we twee
gescheiden populaties vinden. Een buitengewoon spektakel is bovendien de aanwezigheid van
Orpheusspotvogel vlakbij. Wat een virtuoos gezang! Echt knap van Steven Keteleer om dat van de
eerste seconden al door te hebben tussen al die grasmussen en rietzangers.
15
Bastaardsmeerwortel in bloei, bezocht door Boomhommel
Van de vlinders onthouden we zeker een eileggend Bruin blauwtje in de roggeakker vol Slipbladige
ooievaarsbek en een Agaatvlinder die als een verkreukeld blad op Akkerdistel zit.
Enkele merkwaardigheden zijn verder Oranje havikskruid, Inkarnaatklaver en (niet in de lijst) enkele
exemplaren Gevlekte orchis, die volgens Obsmapp net buiten ons hok zijn ingegeven.
Demer noord
Dan bereiken we de rivier, waarvan de dijken na een aantal werken terug gekoloniseerd worden door
soorten als Gevlekte scheerling, Vijfdelig kaasjeskruid, Mottenkruid (vier ex. in 2 populaties),
Bermooievaarsbek, Veldsla, Margriet, Mannetjesvaren, Asperge, Hop, Grote leeuwenklauw en een
populatie Gewone bermzegge die is uitgekozen door Zeggeurntjesgalmug. Op de waterkant vermelden
we Gevlekte scheerling in volle bloei, net als Poelruit, Geoord en Gevleugeld helmkruid, massa’s Gele
waterkers en Reuzenbalsemien. Na de dijk een kilometer te hebben gevolgd gaan we langs een
verboste oude meander door een verlaten akker naar de noordgrens van het hok, waar we o.a. Fijn
schapengras vinden en aan de Grote Laak een massa Okkernootviltmijt, die zich in de bladeren
ophoudt. Als we bijna terug aan de kerk zijn kieken we een Kleine morgenster, die inmiddels al weer
gesloten is. We pauzeren op een zonnig terras in een stevige frisse bries en komen op krachten voor
de rest van het hok.
Demer zuid
Op de dijk heeft zich een grote populatie Bastaardsmeerwortel gevestigd, die o.a. Boom-hommel
aantrekt. Verderop ligt een afgesneden Demermeander, die al jaren de vindplaats is van allerlei
ongewoons, een stille getuigenis van onvervuilde tijden. We vinden er een grote populatie
Naaldwaterbies in de plassen, maar in bloei op de kant. Eén exemplaar Voszegge staat in vrucht. Het
typische brede tongetje en de afgezakte slobkousen zijn onmiskenbaar. Rosse vossenstaart is nog in
bloei. De populatie Heen in de oude meander is volgens Luc Vervoort een relict (net zoals vroeger
Zwanenbloem) van begroeiing in de vroegere Demer toen die nog zuiver was. Na afsnijden van de
16
meander heeft ze in de loop standgehouden, in de schrikkelijk vervuilde rivier achteraf niet meer. In de
nog qua water propere 19de eeuw is Heen langs de volledige Demer gedocumenteerd tot Diest.
Vorsdonk
Ten zuiden van de Demer ligt Vorsdonk, met het kasteel van Nieuwland. Nu komen vooral bossoorten
aan de orde, zoals Maarts viooltje, Bosanemoon, Lijsterbes en meerdere esdoorns waaronder
Vederesdoorn. Verder IJle zegge, Smalle en Brede stekelvaren, Ruwe en Zachte berk, Aalbes,
Amerikaans krentenboompje, Beuk, Hulst, Taxus, Wilde kamperfoelie. In de schaduw langs de weg zien
we in een jong bosje nog Muskuskruid, Zomerlinde en Geel nagelkruid. Langs de Beemdenstraat ligt
een Beukenbosje met in de rand een aantal kleine graslandjes. Hierin vinden we schraallandsoorten als
Veelbloemige veldbies, Pilzegge, Hazenzegge. Gevlekte orchis staat opnieuw buiten het hok. Op
Gewone salomonszegel verschijnt Rietgrasroest.
Slot
Van de ruim 280 soorten vandaag staan er een aantal op de Rode Lijst. In de categorie “Achteruitgaand”
vinden we Groot streepzaad, in “Bedreigd” Voszegge. Grote en Kleine ratelaar zijn kwetsbaar.
Stinkende kamille, Graslathyrus, Vijfdelig kaasjeskruid en Mottenkruid zijn zeldzaam. Momenteel niet
bedreigd, maar op waarnemingen als zeldzaam opgegeven zijn verder Dreps, Voederwikke (subsp.
sativa), Eekhoorngras, Vederesdoorn, Frans hertshooi, Inkarnaatklaver, Bastaardsmeerwortel en
Rosse vossenstaart. Met de lijst uit 1994 (zij het in september) in de hand zijn wel een aantal soorten
niet meer gezien. Dat zijn o.a. Boshavikskruid, Echte koekoeksbloem, Kleine bevernel, Grote egelskop
en Moerasmuur. Vooral de afwezigheid van Schedefonteinkruid in de Demer alhier is vreemd. Waar zijn
Knikkend tandzaad, Zeegroene ganzenvoet en Beemdkroon? Verder mankeren we enkele schijngrassen, zoals Blaaszegge, Scherpe zegge, Tweerijige zegge en Bruin cypergras. Het dichtgroeien en
verbossen van een aantal afgesneden Demerarmen is daar zeker niet vreemd aan. Eén nog heel
interessante Demermeander met Heen, Naaldwaterbies en Voszegge werd voor een paar jaar nog
begraasd door koeien. Sinds de stopzetting van de begrazing zijn de trapgaten verdwenen en krijgen
oprukkende boompjes ook hier vrij spel. Een hele reeks bijzondere soorten lijken sindsdien reeds
verdwenen uit deze poel, en er zullen er ongetwijfeld nog een aantal volgen indien niet tijdig wordt
ingegrepen.
Naar de Oostendse oosteroever
zaterdag 7 juni 2014
Vooraf
Op initiatief van de lokale florist Johan Devos gaan we met het FON naar de haven van Oostende. Er
staat hier een groot stadsvernieuwingsplan op stapel. Het is een hete dag, met drukkend onweer, maar
niets kan ons weerhouden om in de laatste hoekjes te snuffelen voor het gigantisch nieuwbouwproject
van start gaat. Van stadswege is er blijkbaar niet veel belangstelling voor dit bijzonder stuk duin, dat
immers al volop door dokken is aangesneden. IFBL c1-14-44 betreft niet alleen de oosteroever, want
het station en de overzetkade liggen er ook in. Op het menu staat enkel duin en urbaan landschap. De
vismijn wordt bevoorraad langs de kaden (in het verleden zelfs met heuse vistreinen) en grote wegen
zorgen voor de afvoer van de vangst. Er zijn volop verhardingswerken gaande en heel wat havendelen
zijn afgesloten met verse prikkeldraad. Op deze Pinksterzaterdag is het gezelschap beperkt tot Johan
Peelman, Eli Devos, Marc De Tollenaere, Miel Wagemans, Henk Coudenys (streeplijst), Paul Lingier,
Johan Devos (gids) en Erik Molenaar (verslag en foto's).
17
Floristen op de kade van het visserijdok
Bespreking
Oude visserijsluis
We starten de exploratie aan de Kantine Vismijn. Rond de oude gebouwen noteren we o.a. Druif,
Kandelaartje, Scheve hoornbloem, met het leeuwendeel der algemene soorten. Verderop ligt een
verlaten aanlegpunt voor het veer, waarvan de arduinen muren zijn begroeid met soorten van droge
graslanden, zoals Kleine leeuwentand, Echt bitterkruid, Muurpeper en Wilde peen. Tot onze verrassing
staat hier al Blauwe bremraap, tussen een bloeiende overvloed van Kruipend stalkruid, Liggende en
Kleine klaver, Akkerhoornbloem en Bezemkruiskruid. De mooiste graslandjes zijn hier echter onlangs
met zand overdekt, tot vermaak van de toeristen. We kunnen er slechts enkele pioniers noteren, zoals
Stippelganzenvoet, Kleine varkenskers en Behaarde boterbloem, wat verderop een kleine populatie
Oosterse raket in bloei. Er is een hele poespas geweest rond het vrijmaken van bunkers, waarbij de
biodiversiteit niet bij de prioriteiten hoorde. Op een van die bunkers treffen we overigens Tongvaren
aan. Over het sluisje treffen we nog een relict aan van zo’n kalkgras-landje, met o.a. Kuifhyacint,
Walstrobremraap, Kraailook, Stalkruid, Knolboterbloem, Gewone rolklaver en opnieuw Blauwe
bremraap. Op een talud in de Slipway groeit Heen, Goudzuring en Zulte. We belanden op een stuk met
veel bouwwerven, opspuitingen en braaklandjes. Overal bloeit Tengere distel. Tussen de verlaten
industrie groeien o.a. Blauw walstro, Oosterse raket, Kleine zandkool, Kleine leeuwentand en
Kandelaartje, vergezeld van een grote populatie Uitstaande vetmuur.
Duinrelicten
In de richting van het ooststaketsel gaan we door het duin. In een droogvallende duinplas staat een
grote populatie Zilte rus, met op de oevers Zeevetmuur, Greppelrus, Zilte greppelrus en een massa
kiemplanten van wsl. Waterereprijs. Hogerop in het duin noteren we Pijlkruidkers, Fijne kervel,
Boksdoorn en Zandhaver. Als we terugkeren langs de havengeul kunnen we nog Gerande schijnspurrie
in bloei fotograferen. Er vlak naast doen we een intrigerende vondst van een exemplaar Zwarte bes,
onmiskenbaar met zijn gele kliertjes en cassisgeur. De visserijsluis zit echt vol vieze olie en we zien een
18
visdiefje door de troep heen duiken naar vis. Terwijl de regen aanvangt keren we terug naar de Kantine,
waar we nog een aantal zaken determineren tijdens het middageten.
Daarna gaan we op weg naar het oostelijk deel van het hok. Aan het bruggetje over het Vuurtorendok
passeren we een massa teunisbloem, die we eerst afdoen als Middelste, maar met de Nieuwe
Heukels/Stace wijzen de kenmerken naar Duinteunisbloem. (Later wordt dit bevestigd met het artikel
van Filip Verloove “Het genus Oenothera L. (Onagraceae) in België”.) Hier kieken we ook Blauwe
zeedistel in het straatbeeld. Verder afzakkend naar de duinen noteren we o.a. Ruw vergeet-me-nietje,
Bijenorchis, Kegelsilene, Hazenpootje, Gewone veldsla en Duinlangbaardgras. In het duin, bijna bij Fort
Napoleon, groeit bovendien Zeewinde, Strandbiet, Zeeraket, Zeepostelein, Heggenrank en Zeewolfsmelk. We vermelden ook Chinese bruidssluier en Boksdoorn. Aan het Vuurtorendok ligt een
braakterreintje met Veldhondstong, Dubbelkelk en een niet bloeiende, kale zegge met korte uitlopers
en een stomp tongetje. We blijven de naam schuldig.
Kaden visserijdok
Heel wat industrie is hier al afgebroken. De braaklandjes zijn intussen alweer begroeid. Hier treffen we
een zeer indrukwekkende populatie Wondklaver aan van zeker 25 m², die stilaan in bloei komt. Aan de
kade staat de civiele bescherming naast een gezonken schip, waar met drijvers de olie wordt
tegengehouden. Het verklaart natuurlijk wel de viezigheid in de oude sluis. Ongestoord door de drukte
gonzen en fladderen talloze hommels en vlinders over de ruigte. We kieken een Distelvlinder op zijn
waardplant. Daarna lopen we de kaden verder af, waar op de stootrand begroeiing te zien is van o.a.
Steenbreekvaren, Muurvaren, Tongvaren en Gewone eikvaren. Hier liggen de enige vindplaatsen van
Wit vetkruid en Kleverig kruiskruid.
Kaden Tijdok
Ten slotte volgen we een verlaten treinspoor langs het Tijdok. Bijna alle typische flora is op de schop
gegaan, maar we noteren er o.a. Ruige klaproos, Grijskruid, Kleine leeuwenbek, Frans hertshooi,
Kanariezaad, Zwarte mosterd, Wilde reseda en niet te vergeten een bloeiend exemplaar Kleine
honingklaver. Hier nemen we afscheid van de autorijders.
Station
De treingangers steken de Havengeul over met het veerpontje en noteren nog enkele zaken op de
westeroever, zoals Geel nagelkruid op de kademuur, en aan het station Brem, Hollandse iep
(zaailingen) en een fraai exemplaar Vijg op een betonnen muurtje.
Slot
Er is nog heel wat te zien in dit half gesloopt deel van Oostende. Het ziet er naar uit dat dit binnen kort
voorgoed verleden tijd zal zijn. We hebben 240 soorten opgetekend, waarvan er 15 op de Rode Lijst
staan. In de categorie “Achteruitgaand” staan Geel walstro en Knol-boterbloem. Onder zeldzaam staan
de kustsoorten Strandbiet, Tengere distel, Scheve hoornbloem, Zeewinde, Blauwe zeedistel,
Zeewolfsmelk, Zeepostelein, Gerande schijnspurrie en voorts Bijenorchis, Blauwe bremraap en
Kegelsilene. Wondklaver is “Kwetsbaar” en Walstrobremraap is “Bedreigd”. Op waarnemingen staan
voor die dag 30 soorten als zeldzaam (rood) aangegeven. Naast de soorten uit de Rode Lijst zijn dat
Vijgenboom, Kleine honingklaver, Frans hertshooi, Veldhondstong, Chinese bruidssluier,
Duinlangbaardgras, Duinteunisbloem, Oosterse raket, Boksdoorn, Zilte greppelrus, Zilte rus, Blauw
walstro, Tengere distel, Kuifhyacint, Kruipend stalkruid, Scheve hoornbloem en Gekweekte druif. Aan
enkele soorten hebben we een harde noot te kraken gehad. Aan een Leeuwentand waren nog geen
rijpe vruchten. Omdat er gevorkte haren op de blaadjes stonden dachten we meteen aan Ruige
leeuwentand. Dit is echter niet doorslaggevend. Ook Kleine leeuwentand kan behoorlijk grote bloemen
hebben en is soms behaard op de stengel.
19
Midzomerexcursie in de binnenstad van Brugge
zaterdag 21 juni
Vooraf
Deze excursie moet ons onderzoek uit 2007 aanvullen. Op initiatief van Annie Andries komen we naar
Brugge om een aantal speciale vondsten te documenteren in de omgeving van het Begijnhof. In Brugge
hebben enkele cursisten Natuurgids de binnenstad als hun studieterrein gekozen en wij zijn dan ook
bijzonder genegen hen daarin bij te staan. De Groendienst onderhoudt goede contacten met Natuurpunt
Brugge, wat er toe heeft geleid dat enkele bijzondere graslanden slechts deels of op het juiste moment
worden gemaaid. Biocidegebruik is er verboden. Wij zijn dan ook benieuwd of dit tot een groter aantal
soorten heeft geleid. We treffen elkaar op het stationsplein, wat al dadelijk in het hok c2-21-44 ligt. We
zullen het enkel verlaten voor het middagmaal. De onderzoekers zijn vandaag Trees Vandenbussche,
Annie Andries, Johan Devos, Johan Peelman, Marc Willems (foto’s), Henk Coudenys, Pierre Van
Vooren (streeplijst), en Erik Molenaar (foto’s en verslag).
Escape van een Siberische spirea (Filipendula palmata) in bloei.
Bespreking
Katelijnevest
Tussen de stadsflora aan het stationsplein vinden we alvast Straatliefdegras en Deens lepelblad. We
volgen het fietspad en het park tot aan het Stil Einde. Onderwijl strepen we het leeuwendeel van onze
lijst. In de geschoren gazons langs het water is inderdaad een strook overgeslagen, waar we zowel de
bloeiende planten als het tierend insectenleven kunnen zien. Opvallend is het grote aandeel Kleine
leeuwentand dat in een mix met Gewoon biggenkruid voor een waar floristenduel zorgt met de gekende
wapens: flora en loep. Binnen het uur is tweederde van de soortenlijst gevuld. In het water noteren we
enkel een Sterrenkroos, met de ingeschulpte bladtop een mogelijke kandidaat voor Haaksterrenkroos.
Het water zit vol vis, maar veelal gigantische sierkarpers en hun exotisch kroost: een garantie voor
weinig leven. In de vers aangelegde schaamstrook tussen fietspad en ringweg vinden we een overvloed
20
aan fraai bloeiende akkersoorten, zoals Harig vingergras, Bleke en Grote klaproos, Gewone
duivenkervel, Harig knopkruid, Akkerkool, Echte kamille, Getande weegbree, Duinvogelmuur, Tuinwolfsmelk en de akkervorm van Varkensgras. Het stenig biotoop heeft een ideale vindplaats gecreëerd
voor Smal beemdgras, dat met tientallen pollen in de gloeiende hitte staat te pronken, vergezeld van
Steenkruidkers, Kleine zandkool, Muurpeper, Kluwenhoornbloem, Hoge fijnstraal en Europese
hanenpoot. Op de boorden van het sluizencomplex vermelden we nog Ijle zegge, Hoge cyperzegge,
Ierse klimop en Es, die helaas ten prooi lijkt te zijn gevallen aan de Essenziekte (i.c. Vals
essenvlieskelkje). De bovenkant van de boompjes is verdroogd en alleen onderaan zijn nog blaadjes te
vinden. Er is een opmerkelijk aantal exemplaren te vinden van Oosterse kornoelje en een foeragerende
Fuut.
Omgeving Begijnhof en Minnewater
We gaan de stad binnen langs de Begijnenvest en volgen de vest tot aan het Minnewater. Aan de
Poertoren heeft men een soortement insectenvriendelijke inspanning geleverd, met ingezaaid materiaal.
Hoewel het nu nog uitgesloten is te ontdekken wat hier vroeger langs het water groeide, noteren we
enkele soorten die buiten de aanplantingen een eigen leven hebben opgebouwd. De escapes zijn
Pastinaak, Wilde cichorei, Gele ganzenbloem, reuzevormen van Wilde peen, voorts Kamgras en
Bastaardklaver. In dit rijtje – op de waterrand – noteren we nog Gevlekt longkruid, Veelbloemige roos,
Astilbe spec. en een massa Gele dovenetel (de wilde ondersoort). Op de muren aldaar zijn Gewone
veldbies, Steenbreekvaren, Klein glaskruid en Reuzenberenklauw het vermelden waard. De oevers van
het Minnewater zijn door een overvloed aan sedentaire siervogels herschapen tot een graasweide.
Onder de schermen van Iep, Populier, Eik en Es vinden we nog een kleine populatie van een
Bermzegge, die zeker geen Gewone bermzegge kan zijn. Na een poos sleutelen op de ingezamelde
povere restanten van deze kwijnende zeldzaamheid besluiten we dat het om Bleke bermzegge (Carex
divulsa subsp. leersii) gaat, een zegge die we herhaaldelijk vonden in de binnenstad en vesten van o.a.
Leuven, toch wel een heel eind van Die Scone vandaan. De omstandigheden waren er min of meer
identiek. Het korte stompe tongetje, de ijle bloeiwijze en (het) bleke, ronde urntje horen bij C. leersiana.
Verder staat er nog Draadereprijs, Gewone ereprijs, Muursla, Moerasandoorn, Waterzuring en Valse
voszegge.
Nadien gaan we langs het Wijngaardpleintje – met verrassend veel Gewone eikvaren, Klein glaskruid
en bastaardeenden – naar het Begijnhof. Daar noteren we een flink aantal soorten in een ongemaaid
Reukgrasrijk graslandje, met veel bediscuteerde Gevlekte rupsklaver. Het schoentje knelde al
onmiddellijk omdat er vrijwel nergens zwarte vlekjes op te zien waren. Omdat de vruchtjes niet klopten
met de aanvankelijk veronderstelde Ruige rupsklaver, checkten we de gelede haren (spaarzaam
aanwezig!) op de steeltjes van de bloeiwijze en bleek het deze dus niet te zijn. Het oorspronkelijk
grasveld is nu beplant met Canadapopulier, ter vervanging van de aangetaste Iepen (dat was geen zicht
natuurlijk). Nu is het helemaal geen zicht, maar is de schaduw en luchtvochtigheid er abnormaal hoog.
Op Gestreepte witbol zien we Halmverstikker. Ondanks afspraken niet te maaien na Q voor het behoud
van de daar pas vruchtzettende beschermde soorten werd een deel toch in gazon omgezet wegens een
nakend religieus spektakel. De schepping Gods moet natuurlijk wijken voor het uiterlijk vertoon van
devotie. Na dit ware mirakel spoeden wij ons naar een gelegenheid waar we onze schoofzak mogen
aanspreken met een glas gerstenat. Onderweg kieken we een Grote gele kwik die haar takkelingen luid
waarschuwt voor het passerend FON.
Oost- en Westmeers
Na de middag nemen we de draad op in de Noordwestzijde van het hok. In de straten en parkjes aan
Oud Sint-Jan treffen we enkele bijzondere soorten aan, zoals Bonte wikke (volledig kaal zoals het hoort),
Bleek cypergras, zaailingen van Hemelboom, Kleine majer en Muurfijnstraal. In de Oostmeers vinden
we op het voetpad tientallen exemplaren bloeiend Kransgras. Tenslotte belanden we aan het
21
Concertgebouw, waar in recente aanplantingen talloze akkersoorten zijn verschenen, onder meer
Doornappel, Postelein, Stippelganzenvoet, Vreemde ereprijs en Zwarte mosterd. In het Koning
Albertpark volgen we het water. In de plantsoenen zijn enkele sterk woekerende soorten te merken,
zoals Franjekelk, Kruipende smeerwortel en Griekse alant. In de oeverstrook is een klein repeltje
ongemaaid gebleven. Daar bloeit Platte rus en die is een foto waard. Aan de Koning Albert I-laan groeit
ook de hele reeks invasieve escapes, zoals Japanse anemoon, met daartussen alweer Kransgras in
bloei. We vermelden nog Knopherik en een aantal rijke groeiplaatsen Rode schijnspurrie. Als we
eindelijk denken af te sluiten ontdekken we nog een zaailing van Witte esdoorn op een muurtje. Met
veel geklauter wordt een staal bemachtigd en op dat moment zien we een krioelende massa
reuzenhooiwagens in de schaduwkant van de muur. De poten zijn meer dan 15 cm lang en voorzien
van opvallend witte ‘knieën’. Er volgt een ware jacht op de razend snelle giganten en tenslotte wordt er
een Leiobunum spec. in een potje gevangen. Dit is de tweede maal dat onze plantenwerkgroep deze
soort in een urbaan biotoop ontdekt. Bovendien staat hier nog een derde populatie Kransgras. De
exploratie wordt passend besloten met een heildronk aan het Station.
Slot
Ruim 300 soorten zijn opgetekend, waarvan het leeuwendeel op foto prompt wordt goedgekeurd.
Naast de Rode Lijstsoorten hebben we vooral zeldzame soorten te melden. Q
Naar het Molenstedebroek in de schaduw van de Maagdentoren zaterdag 28 juni
Vooraf
Vandaag komen we bijeen aan het station van Zichem, waar we de natuurpercelen ten oosten van de
Maagdentoren zullen prospecteren: ‘Molenstedebroek’ ten noorden van de Demer en ‘Geysweide’ aan
de zuidkant. Deze maken deel uit van het complex De Demerbroeken, een onderdeel van de
Demervallei tussen Diest en Aarschot. Aan de rand staat de middeleeuwse donjon Maagdentoren, deels
ingestort, deels opgeknapt en bereikbaar door een ware overdaad aan vers aangelegde
toegangswegen. De broeken zijn sinds de jaren 1980 van de rivier afgesneden door hoge dijken. In de
toekomst moeten ze echter terug dienen om bij alarmpeil van de Demer de watermassa te bergen. De
vallei tussen Aarschot en Diest is immers betrokken in de Sigmaplannen die overstromingsgebieden wil
voorzien in de rivieren
die afwateren naar de Zeeschelde. Blijkbaar is het besef goed doorgedrongen dat recht trekken,
afvoeren en indijken problemen alleen maar heeft verergerd. Zeker voor de natuur met grote
oppervlakten nat valleigebied die ondertussen zijn verdroogd. Kortom een typisch Vlaamse affaire. Om
precies te weten welke natuurwaarden moeten ontzien worden bij toekomstige werken, maar ook welke
kansen kunnen benut worden bij een nieuwe inrichting, is ons bezoek meer dan nodig. De verzamelde
gegevens moeten de adviezen schragen die Natuurpunt en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)
geven op de Sigmaplannen. Deze excursie past in een reeks van opeenvolgende inventarisaties van
de vallei welke we dit en volgend jaar plannen in de minder bekende gebieden.
Het broek ligt dus aan weerszijden van de Demer en is niet bepaald makkelijk te bereiken. Om hok d631-31 binnen te dringen dienen we verschillende andere hokken te passeren, waar losse nota's
genomen worden. Het mooie weer is omgeslagen en vooral 's namiddags maakt de regen het strepen
erg moeilijk. 's Morgens blijven we in de westelijke helft van het hok en 's namiddags doen we de rest.
Het gebied is allang door de landbouw verlaten, kende een droevig bestaan als populierenaanplant en
wordt thans zo goed als aan zijn lot over gelaten.
22
Voszegge, met over de rand hangend breed tongetje
Enkele percelen worden als hooiland beheerd. Er liggen ook enkele vijvers en verlaten meanders in. De
meeste percelen van het natuurgebied zijn gelukkig in handen van het ANB waardoor er kansen zijn
voor de toekomst. Voorlopig is het ‘niets doen’ beheer het devies. Het gezelschap bestaat uit Geert
Andries, Luc Vervoort (gids), Bram Cannaerts, Bart Mortier (foto's), Paul Van Sanden, Chris Pacquée
en Erik Molenaar (verslag en foto's).
Bespreking
Geysweide
Eerst proberen we over de Demerdijk ons hok in te gaan, maar we stoten op een zeer diepe gracht die
we niet over kunnen. De waterbeheerder heeft blijkbaar zelf al toegegeven dat de dure dijken
ondertussen tot farce zijn verworden want er is nu al een doorsteek gemaakt doorheen de dijken om bij
hoog water de broeken te kunnen vullen, dit ter bescherming van Zichem. De inlaat van slibrijk
rivierwater heeft wel al zijn gevolgen voor de vegetatie merken we onmiddellijk. Overal in de ruigtes valt
van ver de Gevlekte scheerling op, die hier vroeger alleen van de Demeroevers zelf bekend was. Dan
gaan we maar terug naar de oude spoorlijn langs de Maagdentoren en zo naar de Steenweg op Diest.
Aan de Maagdentoren zijn de bermvegetaties nog open, maar er valt niets bijzonders te noteren. Het is
ruim 2 km lopen om in het hok aan te komen. Langs een veldweg noteren we de algemeenste zaken
onder het gezang van Kleine karekiet en het ‘getik’ van Roodborsttapuit die pas met een nest jongen is
uitgevlogen. De verruigde voormalige beemden bevatten nog grote vlekken Scherpe zegge in de
greppels, met kleine plukjes Biezenknoppen, Bosbies, Reukgras, Tweerijige zegge en grote stroken met
riet. De hooilanden zijn recent gemaaid, met een brede ruigtestrook. We vinden er een Wijngaardslak,
een soort die niet bepaald van deze streek bekend is.
Op de diepste komgrond van de Demervallei treffen we spoedig een grote populatie Voszegge aan. Na
de gebruikelijke discussie wordt het aantal op enkele tientallen geraamd. Er groeit ook Moerasbeemdgras. Brandganzen vliegen over. Sprinkhaanrietzanger zingt, Ree schrikt op, Blauwe breed-
23
scheenjuffer is alomtegenwoordig. De ruigte zoals ze er nu bijligt kan niet gemaaid worden, want alles
ligt nog vol populieren kroonhout, onder een grote uitbreiding van Rietgras. Hierin vinden we o.a.
Moeraswalstro, Dotterbloem, Blaaszegge, Holpijp, Waterzuring en Egelboterbloem. Een veldweg (met
Vossenuitwerpselen) loopt naar de vijvers, waar we alleen maar dood (kwel)water aantreffen en een
aantal bossoorten die wedijveren met de tuinvlieders en woekeraars. De oevers zijn dichtgegroeid.
Opvallend zijn de eerste vestigingen van Ierse klimop tussen de Echte klimop. Natuurlijk ontbreekt er
geen Lelietje-van-dalen. Bomen wegdoen, waterbodem reinigen en nabegrazen lijkt een beste
oplossing. Ruigte is er immers al genoeg. Er is nog een klein witbolhooiland niet gemaaid, met op de
randen heel wat Frans hertshooi. Langs een oud erf (met Muurvaren) bereiken we de weg en meteen
ook het volgend hok.
Dorpscentrum
Op weg naar de middagrust, in d5-38-42, passeren we een akkerrand waar een grote populatie
Muizenoor is bewerkt met herbiciden. In de straten komen we op een plekje waar de stoeptegels zijn
uitgebroken warempel nog enkele plukjes Buntgras tegen. Het blijkt ontkiemd in het zand dat als
fundering voor de stoep is gebruikt. Nochtans is al ondervonden dat dit sterk achteruitgaand grasje geen
langlevende zaadvoorraad heeft.
Spoorberm heen
Na de maaltijd in het enig overgebleven stationscafé gaan we via het fietspad langs de spoorweg terug
naar ‘ons hok’, nu voor de oostzijde van de Demer en haar Molenstede-broek. We komen echter snel
een aantal zeer merkwaardige soorten tegen, waaronder een populatie Rood cypergras, in bloei en
verspreid over ruim 200 meter. Eerdere werken hebben de verspreiding zeker een handje geholpen.
Dat zal ook wel voor Boslathyrus gelden, waarvan er grote plakkaten klaar staan om in bloei te gaan.
We passeren opnieuw een hok en bereiken dan terug c6-31-31. We tekenen er op de spoorwegberm
o.a. Zachte wikke, Ruige klaproos, Kleverig kruiskruid en Hazenzegge op. Aan een bruggetje over de
Leigracht is er een grote plek met Mattenbies, vergezeld van Tenger en Gekroesd fonteinkruid. De grote
verrassing is echter niet van floristische aard: een nieuwe populatie Reuzenhooiwagen verscholen tegen
het bruggenhoofd, net als vorige week in Brugge! Deze exotische enorme diertjes zijn werkelijk al overal
doorgedrongen.
Demerboorden en dode meanders
Helaas is de dijk grotendeels gemaaid (zonder afvoer). In de diepte aan de waterlijn en langs de
overkant is echter alles nog goed te zien. Opvallend is het grote aandeel Groot warkruid, dat zowel
Grote brandnetel als Bijvoet parasiteert. Gevlekte scheerling, Geoord helmkruid, Gewone steenraket,
Gele waterkers, Blauwe waterereprijs en Reuzenbalsemien staan in bloei. Jonge Kuifeenden duiken
onder maar Weidebeekjuffers houden zich grotendeels schuil met dit weer. Wat verder passeert er een
vlucht jonge Grauwe ganzen, opgeschrikt door het kanotoerisme. In het gezuiverde Demerwater groeien
reeds Kleine egelskop en Schede-fonteinkruid. Het water staat er relatief hoog door de regenval van
gisteren. In de verboste afgesneden meanders staat nog water, met een grote populatie Gele plomp en
enkele ijsvogels. Op de kanten vermelden we nog Amandelwilg, Schaduwgras, Reuzenzwenkgras,
Veelbloemige roos en Vuilboom. Dan keren we terug door de eindeloze ruigte van een grote
populierenaanplant over de Leigracht naar het spoorpad. De regen is een feit.
Spoorberm weer
We gaan de spoorberm terug af richting bruggetje van de Leigracht en kunnen er nog heel wat soorten
noteren, zoals Witte krodde, Muskuskaasjeskruid, Zwarte toorts, Gele morgenster, Zwarte mosterd,
Zomerfijnstraal, Grijskruid, Rapunzelklokje, Zeegroene rus en opnieuw Moerasbeemdgras. Daarna zijn
we terug in d5-38-24, waar we het Rood cypergras inzamelen. Bijna terug aan het station kieken we
nog een grote populatie Tripmadam.
24
Slot
Van de ruim 250 soorten staat er slechts één op de Rode Lijst: Voszegge is bedreigd. Buiten hok hebben
we er echter twee gezien: Buntgras en Muizenoor zijn “Achteruitgaand”. Enkele zeldzame soorten zijn
voorts Groot warkruid, Wijngaardslak, Boslathyrus en Frans hertshooi, dat onterecht als zeldzaam is
aangegeven. Noch Waterkruiskruid, noch Poelruit is terug gevonden.
Het opnieuw inschakelen van de vallei als overstromingsgebied kan positief uitwerken op de vallei, zeker
nu de waterkwaliteit sterk verbeterd lijkt. Maar dit zal tevens moeten gepaard gaan met het herstel van
een natuurlijke meanderende rivier waardoor grondwaterpeilen minder snel dalen en kwelgebieden –
typisch voor deze heuvelachtige streek- terug tot hun recht kunnen komen. Ten gevolge van verdroging
en het verleden als populierenaanplant van deze rijke alluviale gronden bevat dit hok wellicht één van
de grootse oppervlakte ruigte die in Vlaanderen kan aangetroffen worden. Een beheer waarbij begrazing
en maaien terug meer ingang zou vinden, zou de soortenrijkdom zeker ten goede komen. Nog in de
tweede helft van vorige eeuw zijn van hier goed ontwikkelde alluviale zilverschoon- en dottergraslanden
gedocumenteerd.
Nationale werkgroep botanie op verlof in de Schwäbische alb
Van zondag 8 juni tot zondag 15 juni verbleven we in Hotel Rössle te Frohnstetten op de Schwäbische
Alb in Baden-Württemberg (Duitsland), van waaruit we telkens een bepaald gebied in de omgeving
botanisch onderzochten. Alle wandelingen lagen in een straal van ongeveer een halfuur autorijden.
Tijdens deze autoritten viel ons altijd een bruingroen randje op in de wegbermen, dat we op onze tochten
bij het kruisen van een verkeersweg konden determineren als Puccinellia distans. Wegens de
hoogteligging tussen 600 en 1000m wordt hier in de winter dus fors gestrooid!! Naast het verslag is er
ook per dag een streeplijst van de gevonden soorten. Ikzelf was gids ter plaatse voor 27 deelnemers:
Christiane, Jean, Annie, René Marcelis, René Maes, Eric, Rita, Karel, Alma, Willy, Mady, Hedy, Harry,
Leo, Daniël, Christian, Mia, Walter, Ria, Peter, Kristel, Chris Bruggeman, Luc, Chris De Caluwé, Marc,
Germaine en Nico.
25
Maandag 9 juni: Knopfmacherfelsen – Donautal – voetgangersbrug naar Jägerhaus –
Sperbersloch – Bettelmannsfels - Knopfmacherfelsen
Het was om 9u30 al snikheet en iedereen zocht onmiddellijk schaduw op. Een eerste verken-ning van
de Knopfmacherfelsen met grandioos uitzicht op het klooster van Beuron in de Donauvallei bracht ons
al direct in de stemming met planten als Saxifraga paniculata, Carduus defloratus, Melica ciliata,
Valeriana tripteris, Leontodon incanus, Cardaminopsis arenosa ssp. borbasii, Sesleria albicans,
Teucrium chamaedrys, Seseli libanotis, Dianthus gratianopolitanus, Thesium bavarum en zelfs enkele
rozetten van Gentiana lutea. Om zoveel mogelijk te kunnen genieten van de schaduw, namen we de
brede bosweg naar de Donau. In de wegkanten vonden we heel veel planten die we bij ons echt moeten
gaan zoeken, maar hier gewoon langs de weg groeien, zoals Paris quadrifolia, Sanicula europaea,
Actaea spicata en Listera ovata. Ook vonden we heel wat bijzondere soorten: Platanthera chlorantha,
Prenathes purpurea, Stachys alpina, Aconitum lycoctonum, Digitalis grandiflora, Hepatica nobilis,
Asarum europaeum, Aquilegia atrata met sterk uitstekende meeldraden, Aruncus dioicus, Astrantia
major, Galium boreale met zijn drienervige bladen, Geum rivale, Laserpitium latifolium, Lathyrus niger
en vernus, Lilium martagon, Buphthalmum salicifolium (eerst werd aan Inula salicinum gedacht maar
de stroschubben brachten verder in de week opheldering), Cephalanthera damasonium en rubra, alsook
Chaerophyllum aureum, waarvan de bloemen aromatisch geuren. Aan de Donau troffen we o.m.
Bromus inermis aan en in het water dreven zowel Ranunculus fluitans, die een groot stuk van de Donau
had ingepalmd als Potamogeton perfoliatus, die wat rustiger water verkoos. De picknick werd
aangesproken en enkele konden al niet weerstaan aan het terras van het Jägerhaus, maar na de
picknick kregen ze gretig volgelingen, die ook een koel Weizenbier konden verwerken. Een kleine klim
naar het Sperbersloch bracht ons terug op de Donaurotsen met de Bettelmannsfels, waar we opnieuw
dezelfde rotsflora aantroffen. In het bos noteerden we nog vondsten als Neottia nidus-avis, Poa chaixii,
Lonicera alpigena, Hordelymus europaeus, Ajuga genevensis, Campanula glomerata, C. persicifolia,
trachelium, C. rotundifolium, Carex digitata en C. alba. Iedereen begon zich al een beetje loom te voelen,
zodat we via een kortere bosweg naar de wagens terugkeerden, van waar iedereen zich naar het terras
van het hotel haastte om de dorstige kelen te laven.
Dinsdag 10 juni: Parking Zitterhof – NSG Irrenberg (921m) – NSG Hundsrücken- Parking
Zitterhof
Vandaag verkenden we de noordrand van de Alb, waar de cuësta steil afbreekt en een hoog-teverschil
van zowat 200m maakt. Aan de rand van het landbouwgebied op het plateau begon de streeptocht met
een eerste vaststelling, die ook de volgende dagen zou blijken: Carum carvi en Tragopogon orientalis
groeide algemeen in de halfbemeste graslanden en aan de randen vonden we massaal Rhinanthus
alectorolophus. Langs de bosrand noteerden we o.m. Cephalanthera damasonium, Chaerophyllum
aureum, Lilium martagon, Luzula luzuloides, Neottia nidus-avis, Poa chaixii, Polygonatum odoratum ,
P. verticillatum en Anthericum liliago. Op de kam konden we genieten van een fraai uitzicht op de
Hohenzollernburg. Bovendien was het de ideale picknickplaats met voor elk wat wils. De zonnekloppers
konden genieten in de schommelzetel of de ligstoel met uitzicht op het kasteel. De schaduwminners
konden onder het beukenloof hun schoofzak aanspreken. Daarna ging het richting Irrenberg, waar we
maar niet uitgekeken geraakten in die mooie bergweide. Enkele mooie bloeiende ex. van Gentiana lutea
trokken de aandacht en tussen de vele harige ratelaars ontdekten we toch nog twee andere soorten, nl.
glacialis met zijn lange spits getande schutbladen, alsook minor. Verder groeide Carex montana er
algemeen en met de hulp van twee botanisten van het Museum voor Natuurkunde te Stuttgart was het
vrij gemakkelijk om Veronica teucrium op naam te brengen vermits austriacum er niet voorkomt. In het
Naturschutzgebiet vonden we toch nog enkele nieuwkomers zoals Asperula cynanchica, Bupleurum
falcatum, Dactylorhiza maculata, Genista germanica en sagittalis, Gymnadenia conopsea, Koeleria
pyramidata, Ononis repens, Platanthera bifolia, Sanguisorba officinalis, Filipendula vulgaris, Tanacetum
corymbosum, Trifolium montanum, T. rubens, Anemone narcissiflora, Phyteuma orbiculare,
26
Tetragonolobus maritimus, Pleurospermum austriacum en Potentilla alba. We kwamen aan de
Hundsrücken, waar de groep gesplitst werd. Een deel volgde mij met het traject over de Hundsrücken
(een steile kam met veel oude grenspalen, die het gebied van de toenmalige koninkrijken en
hertogdommen afbakende en zelfs nu nog als gemeentegrenzen fungeren) en de rest volgde Luc, die
de rest van de wandeling ging doen. Achteraf bleek dat die groep dan nog in tweeën uiteenviel met
enkele die Chris Bruggeman op GPS hadden gevolgd. In de verte waren de eerste roffels te horen en
spoedig naderden enkele dreigende onweerswolken, zodat het tempo iets verhoogd werd. Uiteindelijk
trok het onweer zonder veel regen door en kon iedereen droog de auto bereiken. Elk van de drie groepen
had op zijn manier genoten van de tocht.
Zilverdistel (Carlina aucalis), het uithangbord van de Schwäbische alb.
Woensdag 11 juni: Irndorfer Hardt en Bärenthal – Hüttenberg – Felsentor en terug
In de voormiddag trokken we naar de parking, vlakbij het NSG Irndorfer Hardt. Die parking is niet
aangeduid en wel moeilijk te vinden, maar toch heeft iedereen met de hulp van GPS en aanvullende
informatie de juiste plek gevonden. Nico was vandaag streper. De inventarisatie in dit vroegere gemene
weiland, dat vandaag geëvolueerd is naar een deels ontkalkt grasland, leverde opnieuw een aantal
soorten van de voorbije dagen op, maar toch was er aan de rand van een klein bosje een witte ranonkel,
die ons telkens doet twijfelen of het om Ranunculus aconitifolius of platanifolius gaat. Ook nu rees er
weer twijfel, maar de minder diepe insnijding van de bladsegmenten van de onderste bladen verwezen
duidelijk naar platanifolius. Tussen de massa Harige ratelaar vielen toch meerdere ex. Campanula
patula op. Ook Cerastium arvense en Ranunculus bulbosus eisten hun stekje op. Karel wou proeven
van een Polygala, die hij na het uitspuwen direct bevestigde en verder noteerden we weer enkele
nieuwkomers: Geranium sanguineum, Hieracium maculatum, Hypericum montanum, Nardus stricta,
Serratula tinctoria, Trollius europaeus, Centaurea phrygia en Arnica montana (weliswaar nog niet in
bloei maar wel herkenbaar). Cirsium acaule werd op alle streeplijsten vervangen door Carlina acaulis,
het plantenikoon van de Schwäbische Alb. Aan een grote doline werd gepicknickt en daar werd nog
Anemone narcissiflora gestreept. Voor een eigenaardige streepzaadsoort werden de boeken
27
bovengehaald en na enige determinatie kwamen we uit bij Crepis praemorsa, die in het Duits de mooie
naam “abgebissener Pippau” heeft.
Na de middag bezochten we een totaal ander gebied met rotsachtige wegkanten en een heuse weg
door de rotsformatie. We troffen een totaal andere flora aan met Dianthus sylvestris, Asplenium viride,
Campanula cochlearifolia, C. rapunculoides, Cystopteris fragilis, Dianthus carthusianorum, Geranium
purpureum, Stachys recta, Verbascum lychnitis,V. nigrum, V. thapsus, Kernera saxatilis en Cotoneaster
integerrimus. Iedereen snakte naar een koele pint of frisdrank, maar de chauffeurs verkozen het terras
van het hotel, want dan moesten ze niet meer rijden!!
Donderdag 12 juni: VM: Frohnstetten – kerkhof – Smeietal en terug via het bos en NM: uitstap
met gepensioneerde boswachter aan parking Bergsteig te Fridingen an der Donau met
Dechental en Buttental
Aangezien we om 13u moesten klaar staan om met de boswachter te vertrekken, werd een kleine
wandeling voorzien dichtbij het hotel. Voordeel was zeker dat ditmaal geen picknick moest meegesleurd
worden en dat we onze knapzak ook konden aanspreken op het terras van het hotel, want het was
sluitingsdag voor het restaurant. De weilanden op het plateau herbergden eveneens Carum carvi,
Rhinanthus alectorolophus en Tragopogon orientalis. Hier en daar ontdekten we enkele mooie
exemplaren van Campanula patula. Aan een spar-renaanplant troffen we Cephalanthera damasonium
aan, die eveneens in het bos groeide. Arabis glabra groeide op een kapvlakte en Jean ontdekte kleine
witte bloemen in een naaldbos, dat bij nader toekijken Moneses uniflora was. Verder werden langs de
wegkanten van de bosweg nog Ribes alpinum, Viola hirta, Inula conyzae en Asplenium viride
gedetermineerd. Op de terugweg in het dorp vonden we tussen de straatstenen Eragrostis minor en
Herniara glabra.
Na de middag reden we naar Fridingen, waar de wagens op parking Bergsteig geparkeerd werden. De
boswachter loodste ons naar de bosranden en aanpalende kalkgraslanden van het Dechental en
Buttental en normaal zouden we vanaf de betonweg in de verte al het gele tapijt van vrouwenschoentjes
moeten zien. Nu was echter het hoogtepunt van de bloeitijd voorbij en moesten we ons tevreden stellen
met nog enkele prachtexemplaren in bloei en voor de rest planten met afblekende kleuren. Naast
Cypripedium calceolus bloeiden in de graslanden ook veel Campanula glomerata en Buphthalmum
salicifolium. We determineer-den eveneens Carlina acaulis, Cirsium eriophorum, Gymnadenia
conopsea en Orobanche lutea. We trokken verder langs de bosrand met talrijke Ophrys insectifera,
Platanthera bifolia en enkele ex. van Orchis simia en O. militaris. In het bos zelf ontdekten we op
aanwijzen van de boswachter enige ex. van Corallorhiza trifida en op de terugweg naar de auto’s
kwamen we voorbij aan Sorbus torminalis. De boswachter liet ons verder nog een soldatenkerkhof zien
met mooi uitzichtpunt op het klooster van Beuron, de oude houten overdekte brug over de Donau te
Beuron en de ruïne van Burg Hausen met prachtig panorama op de Donauvallei en omgeving.
Vrijdag 13 juni: Lochenstein – Gespaltener Fels en terug naar de parking via de Schafberg
We zaten terug op de noordrand van de Alb met zijn steile afgrond. De Lochenstein met kruis bood niet
alleen een adembenemend panorama, maar ook enkele botanische bijzonderheden, die we de vorige
dagen nog niet gezien hadden. Orchis mascula en Primula veris kwamen op de lijst, alsook Globularia
bisnagarica. Verder zagen we de beginnende bloei van Anthemis tinctoria, maar vooral de kleine
kruisbloemigen Alyssum alyssoides en A. monta-num spraken tot de verbeelding. Ook Allium
lusitanicum en Erysimum cretidifolium waren nog nieuwkomers. Na de Lochenstein volgde er een zeer
steile afdaling met daarna opnieuw een klim naar de Albrand. Dan ging het gemoedelijk bergaf via de
Schafberg. Het bos op de Schafberg herbergde nog Galium rotundifolium, alsook een schermbloemige
met fijn inge-deelde bladslippen, die als Peucedanum officinale gedetermineerd werd. In de vallei
28
groeide Arctium nemorosum en met nog enkele algemene soorten van bij ons kon de streeplijst
afgesloten worden.
Zaterdag 14 juni: VM: Parking Stich te Onstmettingen met NSG Lengenloch en NM: Parking
Zollersteighof met Draufgand tot Zellerhorn en terug via de gewone weg
Vandaag mocht de picknick in de wagen blijven en kregen we een normale inventarisatiedag zoals in
België. Nico was vandaag opnieuw streper en Walter zou hem voor het laatste bosstuk aflossen. Na
een week botaniseren is het normaal dat een groot aantal taxa terug komt, maar toch duiken er telkens
nog enige nieuwkomers op, zoals de al lang verwachte Gentiana verna, die normaal al uitgebloeid was,
maar toch nog herkenbaar was aan de spitse bladen en het bladrozet. Ook vonden we nog een mooi
bloeiend exemplaar. Orobanche caryophyllea stond bij zijn waardplant “Galium”. Dit keer hadden we
zeker Ononis spinosa en Leo zal het geweten hebben. Hij heeft de doornen gevoeld!! Een beetje verder
ging iedereen op de knieën voor een Ophrys apifera. Ook Himantoglossum hircinum en Anacamptis
pyramidalis waren van de partij. Aan de beek vonden we Carex elata, C. acuta en C. panicea en op de
andere kalkhelling noteerden we nog Polygala comosa en Prunella grandiflora. Na de traditionele
picknick met plooizetels trokken we naar parking Zollersteighof, waar we de Traufgang naar de
Zellerhorn namen. De weg liep grotendeels door het bos met nog veel Erigeron annuus, alsook Bunias
orientalis en Cardamine impatiens. Op de Zellerhorn bleef iedereen een beetje met verbaasde blik
staan. Wat een fantastisch uitzicht op Burg Hohenzollern!! De fotografen moesten ditmaal niet
onderdoen voor de Japanners en zelfs de gebruikelijke groepsfoto werd er gemaakt. Ik zou nog vergeten
te vermelden dat er nog een mooi groepje bloeiende gele gentianen (Gentiana lutea) stond op de
noordflank van de Zellerhorn.
Onze botanische week was zoals gewoonlijk veel te vlug voorbij. Ik bedank alle deelnemers voor de
aangename sfeer in de groep, alsook voor het ijverig opzoeken en determineren van de planten.
Bijzondere dank aan Nico voor het strepen, alsook voor het opstellen en verwerken van de plantenlijsten. Ook dank aan Walter voor de tracks en het strepen tijdens de laatste namiddag.
Andre
Plantenwerkgroep van Natuurpunt Antwerpen stad
Contactpersoon: Erik Molenaar, [email protected]
Excursieverslagen
Monitoring Poelen Wolvenberg
10 juni
Deze dinsdagochtend zijn we met zes deelnemers aan de ingang van het natuurgebied. Het zijn vooral
beginnende floristen die een cursus volgen. We zullen nagaan wat de extreme lente op de natuurlijke
flora heeft veroorzaakt. Ondanks recente hevige buien staan poelen volledig droog, behalve één die erg
diep is uitgegraven.
Het Verloren water
Eerst gaan we naar de vijver (het Verloren Water) waar we aan de oosteroever alles rustig bekijken en
noteren. Het is er sterk betreden en de tredflora bestaat uit Gewone smeerwortel, Zomprus, Straatgras,
Grote weegbree, Tengere rus en Moerasvergeet-me-nietje. In de natte ruigte staat o.a. Koninginnekruid,
Wolfspoot, Kruipende boterbloem, Zeegroene rus, Viltig en Harig wilgenroosje. In het water onderschei-
29
den we drijvende soorten als Dwergkroos en Klein kroos van ondergedoken waterplanten, zoals
Puntkroos en Aarvederkruid. Op de onbetreden oevers aan de overkant groeit Moeraszegge
(verlandigsvegetatie). De vijver zit vol dierenleven en overal zie je libellen en juffers patrouilleren.
Poel nr. 8
In de eerste poel heeft bloeiende Watercrassula het zaakje overgenomen. Deze exoot is erg gevaarlijk
en heeft alweer de helft van de bodem overgroeid. Er zijn daar geen andere soorten te bemerken. We
zien hier een deel van de vijversoorten terug. Begroeiing is 35%, waarvan 30% crassula. De konijnen
hebben al wat eetbaar was afgegeten, wat ook al iets over crassula zegt. Ook Penningkruid en Ruige
zegge zijn ongemoeid gebleven. In de rand noteren we Gewone waterbies, Duinriet en één pol Pitrus.
Naast Crassula is Gewoon puntmos dominant.
Poel nr. 9
Deze is ook zo goed als kaal, met een dominantie van Gewoon puntmos (moslaag 50%). Van sommige
soorten staat er maar één exemplaar, zoals Akkerkers, Gewone bermzegge, Wolfspoot en Kruipende
boterbloem. In de rand noteren we Gewone agrimonie, Heelblaadjes, Harig wilgenroosje en Valse
voszegge.
Poel nr. 5
Hier aan de voetgangersbrug is de situatie opnieuw door de konijnen overgenomen, maar bovendien
heeft de nabij gelegen werf op eigen houtje snoeiwerken in de rand van ons natuurgebied uitgevoerd
en het snoeisel in de poel gedumpt. De drooggevallen poel is grotendeels overgroeid met Gewoon
puntmos, waarboven zich een kussen van bloeiend Penningkruid heeft ontwikkeld. Tussen de stammen
en takken ontwaren we toch nog Watercrassula en enkele afgebroken stengels van Grote lisdodde. We
zien hier grotendeels dezelfde soorten terug als in de vorige twee poelen. Opvallend is de kraag met
Grote kaardenbol en Frans hertshooi, beide door de konijnen als oneetbaar afgedaan. Op de oeverrand
steekt een massa bloeiende Dauwbraam zijn stengels naar het midden uit. We vermelden nog Valse
voszegge, Heelblaadjes en Watermunt.
Poel nr. 10a
Deze grotere poel is voor 95% drooggevallen. De meeste vegetatie is door konijnen afgegeten. De
bedekking bedraagt 5%. De kalkrijke, kleiige bodem selecteert een aantal soorten uit. Zo staat hier
Slanke waterweegbree vergezeld van Zeegroene rus. Soorten als Waterpunge zijn al een tijd lang
verdwenen. Opvallend is dat Waterweegbree geen bloei heeft kunnen ontwikkelen en dat dus geen
zaden zijn gemaakt. Voorts groeien hier ongeveer dezelfde soorten als in de andere poelen, maar er
staat een kleine populatie Gele lis in vrucht. Veenwortel, dat zich in de lente hier drijvend ontwikkelde,
staat nu rechtop (landvorm). In deze toestand wordt geen bloei ontwikkeld. We vermelden de
kikkervisjes en de massa poelslakken die zich in het resterende water hebben verzameld.
Monitoring graslanden Wolvenberg –Brilschans
2 september
Wij zijn met zijn vieren om de beheerde graslanden te bekijken op perceel 14, ons grootste grasland op
het natuurgebied, gelegen langs het fietspad door het Ringbos.
We starten aan de tramlus, ook om de verse floristen eens te polsen op hun algemene kennis. Hier is
de invloed van de konijnen niet erg groot en zijn de planten normaal ontwikkeld. We vinden in deze
enkele vierkante meters 62 soorten, terwijl we ons beperken tot de kruidlaag. Deze soorten komen
grotendeels terug in het natuurgebied, maar dan in gehavende toestand. Op het grasland zien we de
knaagdiervandalen in een trieste staat: de enkelen die rond huppen zijn duidelijk blind en dragen
Myxomatose. Bovendien heeft de aanhoudende regen een ware schimmeloorlog op de planten
losgelaten. Terwijl we onze lijst maken, merken we een soort vlekkenziekte op Linde. Zowat alle bomen
zijn overdekt met meeldauwen en gallen: zo hoort het. In de speurtocht tussen miniatuurvormen valt
30
alvast bloeiend Heggendoornzaad op; vooral het aanraken van het ruwe steeltje wekt een zekerheid
op. In de lage bramen staan deze planten er redelijk normaal van postuur in zaad. Ook Rapunzelklokje
staat in bloei en is met zijn 5 cm hoogte en zowat bladerloos, haast niet herkenbaar. Onder de
terrestrische mossen zijn Gewoon dikkopmos, Gewoon haakmos, Fijn en Groot laddermos algemeen.
Er is gemaaid in de braamranden en op die plekken ontdekken we een grote vlek met Bosaardbei. In
deze omgeving, haast verpest door Schijnaardbei, is dit een revelatie. De bleke bladonderzijde is
trouwens een goed differentieel onderscheid. In een volledig gedegradeerd hoekje, gedomineerd door
zo goed als alleen Gewoon dikkopmos, duiken kiemplanten op die we na enig speurwerk toch als
Dauwbraam moeten noteren. Daar konijnen geen paddenstoelen eten, kunnen we er een flink aantal
tellen. Er worden er 6 gebust, waarvan 4 onbekend. De ingezamelde soorten zijn gekiekt en worden
meegenomen voor nader onderzoek. In het terugwandelen zien we nog Gele dovenetel (de echte subsp.
montanum) waarvan we dachten dat ze verdwenen was. We hebben in het hooiland ongeveer evenveel
soorten gezien als erbuiten.
Er zijn 87 soorten genoteerd, maar er zijn er allicht enkele vergeten. De gebuste foto’s kan je volgen op
www.waarnemingen.be.
Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen plus
Nazareth Langedreef, 14 juni 2014
Gids, verslag en streeplijsten: Henk Coudenys Aantal deelnemers: 10
Zowel de weergoden als de maaibrigade waren ons gunstig gezind: het bleef de ganse namiddag droog
en de bermen van de Kortijkse heerweg en de Langedreef hadden hun jaarlijkse maaibeurt nog niet
ondergaan. Er werden twee streeplijsten opgemaakt, daar het gekozen traject door twee aanpalende
ifbl-kwartierhokken liep. Het onderzochte gedeelte van de Langedreef loopt hier pal langs een uitloper
van de Hospicebossen en is langs de andere zijde beplant met een rij Amerikaanse eiken. Dit levert
veel schaduw en nog meer moeilijk afbreekbaar en stikstofrijk bladstrooisel op, die de potentiële
ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie sterk onderdrukt. Desondanks vinden we er vrij veel soorten
van heischrale graslanden en droge heide, onder meer Tormentil, Veelbloemige veldbies, Valse salie,
Pilzegge, Hengel, Pijpenstrootje, Struikheide, Maarts viooltje en Gewone eikvaren. De bosrand en de
grachten vullen het didactische plaatje van algemene inheemse varens verder aan: Adelaarsvaren,
Wijfjesvaren, Mannetjesvaren, Smalle- en Brede stekelvaren en Dubbelloof. De Oostelijke berm van de
Kortrijkse heerweg (met inbegrip van de gracht) bevat een van de meest soortenrijke en interessante
wegbermvegetaties uit de omgeving; De voorbije jaren werd er onder meer Pilzegge, Geelgroene zegge
en Echte koekoeksbloem waargenomen. Deze drie werden tijdens de excursie niet teruggevonden, wel
onder meer Egelboterbloem, Knoopkruid, Wilde margriet, Gewone- en Moerasrolklaver, Akkermunt,
Zilverhaver, Struikheide, Liggend hertshooi, Vogelpootje, Tweerijige zegge, Hazenzegge, Veldrus,
Tandjesgras en Grote ratelaar. Deze laatste is nieuw in Nazareth. We ontdekten ook nog een nieuwe
groeiplaats van Hertshoornweegbree, in het karakteristieke gezelschap van Steenkruidkers. Vroeg in
het voorjaar werd op diezelfde plek ook al Deens lepelblad gevonden. Deze strooizoutadventieven
duiken steeds vaker op in onze regio.
Streeptocht Bosheide Nukerke, 12 juli 2014
Gids, streeplijst en verslag: Henk Coudenys Dertien deelnemers vertrokken aan de Donderij te Nukerke
voor een inventarisatie binnen ifbl-kwartierhok E2 4842. Als eerste verrassing vonden we reeds na 100
meter in de wegberm een uitgebreide populatie Wilde bertram. Als onkruid in een voortuintje groeide
Duist en tussen de straatstenen Grove varkenskers. Langs het wandelpad richting Bosheide noteerden
we onder meer Gekielde dravik, een adventieve grassoort die wellicht via paardenvoeders verspreid
31
wordt. Hoog struisgras en Fioringras groeiden er bij wijze van didactisch plaatje door elkaar. Verderop,
waar het pad door een akker liep, ontmoetten we Akkerkers en Bosandoorn. Het pad slingerde verder
langs een beekje waar onder meer Boswilg groeide en een reeks bastaardwilgen: de kruising tussen
Boswilg en Grauwe wilg, tussen Grauwe en Geoorde wilg en deze tussen Rossige wilg en Grauwe wilg.
Bij de ingang van het bos troffen we Hangende zegge aan, Liggend hertshooi en Muurhavikskruid. De
ondergroei van het bos zelf leverde niets onverwachts op. We noteerden onder meer Boszegge, Ijle
zegge, Valse salie, Ruige veldbies en Schijnhondsroos. Van heiderelicten was nergens meer sprake,
ook niet langs de vijveroevers. In onze soortenlijst namen we wel drie vlotgrassen op: Mannagras,
Geplooid en Getand vlotgras, alsook Blauw glidkruid, Gele plomp en een gekweekte variëteit van de
Witte waterlelie. Aan de rand van de vijver trok een glazenmaker, die pas uitgekomen was onze
aandacht (foto van Brigitte Delmeire) We noteerden in totaal 220 taxa.
Plantenwerkgroep Gent op stap in 2014
Contactpersonen:
Jean De Prez
Wolfputstraat 37
9041 Oostakker
09 251 27 26
[email protected]
Kristel Keppens
Steenovenstraat 16
9031 Drongen
09 226 77 90
0496 59 10 34
[email protected]
[email protected]
27 mei 14, hok D3 23 23 - zuidelijk deel / Gentbrugge
Het is een merkwaardig hok, dit D3-23-23. Het vormt de overgang van het verstedelijkte Gentbrugge
naar een open meersenlandschap via volkstuintjes, ruderale terreintjes, bosjes, woonwijken en
fragmenten van een oud kasteelpark. Het hele hok wordt - net als de groenpool Gentbrugse Meersen
waartoe het behoort - resoluut in twee gekliefd door de E17.
We starten in het bosje onder het viaduct van Gentbrugge. Terwijl de auto’s en de vrachtwagens boven
onze hoofden razen, worden we verrast door een keur aan bosplanten: Gewone salomonszegel,
Bosanemoon, Lelietje-van-dalen, Speenkruid, Ijle zegge, bosveldkers, Schaduwgras, Bosandoorn,
Groot heksenkruid, Knopig helmkruid,Q Aan de zuidkant van het viaduct belanden we echter abrupt in
een andere plantenwereld. De verstoorde terreinen rond de recent aangelegde fietspaden van de
groenpool-in-ontwikkeling bieden ons de kans om in te zoomen op de verschillen en de gelijkenissen
binnen de amarantenfamilie: Melganzevoet, Korrelganzevoet, Stippelganzevoet en Uitstaande melde
passeren de revue.
Vandaar gaat het dwars door de volkstuintjes, langs een verdwaalde boerderij, de woonwijk Ten Bos
(!) in. Echte zeldzaamheden komen we niet tegen, maar de verschillende, versnipperde biotoopjes
bieden ons voldoende variatie aan soorten om het ‘wandel’-tempo laag genoeg te houden. Reken er de
onvermijdelijke discussies over de Japanse, de Sachalinse en de Boheemse duizendknoop bij (ja hoor,
we kwamen ze alledrie tegen) en je zal begrijpen dat we tegen de tijd dat de schemering en de
doorregende streeplijst ons - ondanks het enthousiasme van enkele verwoede strepers - naar huis
stuurden, we nog maar net aan het begin van de Rietgracht geraakt waren. We klokten af op 203
soorten. Kortom, een fascinerend hok om later nog eens te vervolledigen.
Boris Snauwaert
32
17 juni 14, hok D3 13 13 - Oostakker
Het groepje was klein in aantal; lag het aan de voetbalgekte of de plaats van het hok? Enfin, dat
maakte het strepen op zich misschien wel iets minder moeilijk, ik streepte nl. voor de eerste keer de
ganse avond .
Het hok omvatte een plek waar nogal wat bouwactiviteiten in plaatsvonden en een ruderaal strookje
langsheen de Kennedybaan. We konden uiteindelijk maar een klein deel van ons streephok doen, ook
omdat er nogal wat heen en weer gepraat werd over wat wel en niet ingezaaid of verwilderd is. Zo
stond er ook Kanariezaad en andere micmac.
Ikzelf vond het een leuke avond, maar weer eens veel te kort.
Annie Bracke
26 juni 14, hok D3 23 24 - zuidelijk deel / Gentbrugge
Was het omdat de Rode Duivels vanavond pas later op de avond hun voetbalmatch moesten spelen,
lag het aan de aangename zomeravond of was het omdat het hok deel uitmaakt van één van de vier
Gentse groenpolen, dat er een behoorlijke opkomst was, wie zal het zeggen. Persoonlijk deed het mij
bovendien plezier ook enkele veteranen te ontmoeten die we dit seizoen nog niet hadden gezien.
Vandaag stond het zuidelijk deel van de Gentbrugse Meersen, waarin het Vredesmonument staat dat
bij een aantal mensen toch wel wat vragen opriep, op het programma. Doordat we eens niet op een rij
langs afgebakende percelen en paden moesten lopen maar los en dwars door het open veld konden
struinen heerste er vanavond een vrije en blije sfeer in de groep en was de diversiteit aan plantjes die
we vonden behoorlijk. Niet dat we spectaculaire of onverwachte soorten vonden, maar door de losse
sfeer kon iedereen her en der op zoek. In kleinere groepjes werd gedetermineerd en gediscussieerd.
Bovendien hoef je geen diehard te zijn om in deze tijd van het jaar soorten te herkennen en ook dat is
leuk.
Voor enkele wat minder ervaren deelnemers was het interessant om eens duidelijk de drie bij ons
voorkomende melkdistels vlak bij elkaar te kunnen zien en te vergelijken. Ook Windhalm was voor
sommige mensen een niet alledaagse waarneming. Even ontstond er discussie over
Moerasdroogbloem en Bleekgele droogbloem. Volgens mij deed de habitus van een tussen het hoge
gras opgeschoten Moerasdroogbloem heel wat mensen aan Bleekgele droogbloem denken. Doordat
de beschrijving in Heukels verschillende interpretaties toelaat en details zo in het veld niet duidelijk
waarneembaar zijn was een meerderheid overtuigd van Bleekgele droogbloem en heb ik deze, zoals
dat in een democratie hoort, ook gestreept.
Jean De Prez
8 juli 14, hok D3 42 14 - De Putten / Melsen
Voor mammoeten en holenleeuwen moet je in je vakantie een museum doorslenteren of in een boek
kruipen maar bij de plantenwerkgroep kan je zomaar vanzelf een archeofyt tegen het levende lijf(je)
lopen. Zo eentje was vanavond de Kleine majer of Amaranthus blitum; goed herkenbaar met de aan de
top uitgerande, eivormige bladeren. Vandaag kom je het zelden tegen maar het zou in de bronstijd
geteeld zijn als een soort spinazie; blitum = als groente gebruikt onkruid. De naam van het
geslacht Amaranthus = onverwelkbaar waartoe de Kleine majer behoort, is dus niet slecht gekozen voor
een plantje dat tot nog toe weet stand te houden.
Welke andere planten het ook nog volhouden in de Scheldevallei was het uiteindelijke doel van deze
streeptocht. Daarvoor kregen we hulp van de conservator van De Putten, Fernand Daenekynt, om ons
doorheen de afsluitingen te loodsen. Gewone waterbies, Zomprus, Biezenknoppen en Tweerijige zegge
werden vergezeld door de opvallender gekleurde Heelblaadjes, Wilde bertram, Grote ratelaar,
Moerasandoorn en Blauw glidkruid.
Enkelen waren nieuwsgierig naar wat de koeien tijdens hun geploeter en gesukkel over de
modderkluiten nog meer konden waarnemen bij gracht en plas. Dat vulde onze inventarisatietocht aan
met Egelboterbloem, Dwergkroos, Moerasmuur en Witte waterkers tot zo’n 203 planten en ook met een
aantal plots bruin geworden deelnemers ondanks de bewolkte lucht.
Annick Verstraete
33
26 augustus 14, hok D3 22 31 - Overmeers / Gent
En het was zomer... Op de autoradio hoor je dat wegens overstromingen de op- en afritten van UZ en
Sint-Denijs zijn afgesloten. Thuisgekomen toont de buienradar op je pc een groot blauw deken
uitgespreid over de avond. Op je mail 4 berichten van mensen die annuleren. 3 smsjes bereiken je over
hopeloos vast zitten in de file. Je zou voor minder thuis blijven.
Maar toch te nieuwsgierig naar het hok om in de droogte te blijven zitten. En ja zo nog 6 anderen. Zeven
"die-hards" gingen in de gutsende regen toch op zoek. Deze happy few vonden 6,8ha, naar Gentse
normen, vrij behoorlijke natuur terug. Dit dankzij een werkend natuur- en bosdecreet. Het verlies aan
natuurgebied door de aanleg van de verbindingsweg van R4 naar het station moest gecompenseerd
worden. Daardoor werd het overgebleven lapje extra verzorgd en werd er o.a. aan natuurherstel gedaan
van grachten, poelen en meersen. Omdat ook nog wat gecompenseerd diende voor het bosdecreet,
werden aan de randen van dat lapje ook nog bomen en struiken geplant. Daardoor variatie genoeg aan
biotoopjes. Vooral tijdelijk overstroomde en nog in volle ontwikkeling. Een (schaam)lapje om de
komende jaren af en toe eens te gaan bekijken. Wie het kleine niet eert ...
Naast de soorten die we verwachten in Gentse riviervalleien viel op dat er behoorlijk wat Egelboterbloem
stond. Een veldje Tweerijige zegge en enkele toefjes Zomp- en Veldrus bleken wel potentieel te
bevatten. Ondanks de aanhoudende regen namen we toch het een en ander onder de loep. Waardoor
we 3 ondersoorten van Beklierde duizendknoop streepten en 2 van Zwarte nachtschade. Beklierde
duizendknoop is een zeer variabele soort, die vaak wordt gescheiden in 2 tot 4 ondersoorten: Knopige
duizendknoop (Polygonum lapathifolium subsp. lapathifolium), Viltige duizendknoop (Polygonum
lapathifolium subsp. pallidum), Oeverduizendknoop (Polygonum lapathifolium subsp. brittingeri) en
vroeger ook Groenige duizendknoop (Polygonum lapathifolium subsp. mesomorphum). Er komen
allerlei tussen-vormen voor maar soms is het wel duidelijk. Subsp. brittingeri viel ons onmiddellijk op
door zijn brede bijna ronde bladeren met een duidelijke donkere vlek. De stengels waren liggend. De
grootste van de 3 subsp. lapathifolium had de typische dunne slappe schijnaren en de bladeren waren
smal en duidelijk gevlekt. De subsp. pallidum had geen opvallende gevlekte bladeren en stevigere,
dikkere schijnaren die groenig waren.
Opvallend waren ook enkele bomen naast de vijver. Het zijn exoten die uit educatief oogpunt mogen
blijven staan. Enkele parasoldennen, Quercus x hispanica (kruising tussen de winter-harde en
bladverliezende Moseik en de niet helemaal winterharde en bladhoudende kurkeik) en een dikke
Sneeuweucalyptus. Maar daar zullen we bij echt zomerweer eens beter naar gaan kijken want we
hadden stilaan genoeg van Ondergedoken madeliefje, Vlottend kamgras en Kruipertje. Bedankt Joost,
Kristel, Nancy, Ilse, Willy en Filip voor jullie solidariteit bij het regenplezier.
Annick Verstraete
4 september 14, hok D3 21 22 - Blaarmeersen / Gent (tennis)
We werden verwend met een mooie nazomerse avond en we waren dan ook met een grote groep van
20 om nog een voorlaatste keer te genieten van het samen plantjes strepen. Alweer 4 nieuwe
plantenliefhebbers kwamen een kijkje nemen en zegden dat het zeker niet bij deze ene keer zou blijven.
Joost was streper van dienst maar aangezien hij al wat vroeger gekomen was en alleen al heel wat
streepjes gezet had, leek het eerste half uur op een spelletje heeft ie het of heeft ie het niet. Op de werf
vonden we een Datura stramonium var. tatula, een sterk paars aangelopen vorm met licht paarsblauwe
bloemkroon De naam Datura is afkomstig van de Arabische benaming datora of tatorah, afgeleid van
het Turkse tat, dat steken beduidt, een duidelijke verwijzing naar de stekelige vruchten.
In de Blaarmeersen staan honderden kleine kaardenbollen. Ik had onlangs gehoord dat dit niet de
gewone Dipsacus pilosus zou zijn maar de flora’s maken nog geen gewag van een mogelijke exoot. Op
http://alienplantsbelgium.be/ vond ik dat het gaat over Dipsacus strigosus.
Danny leerde ons dat de vuile witte blaadjes van watermuur aangetast zijn door een brandzwammetje.
Ondanks de zachte temperaturen werd het snel duidelijk dat de zomer voorbij is, na amper anderhalf
34
uur strepen werd het moeilijker en moeilijker om nog plantjes te onderscheiden door de invallende
duisternis.
Kristel Keppens
Excursies in C6
https://sites.google.com/site/planteninc6
Via lidmaatschap aan de discussiegroep Planten in C6 met een forum
https://groups.google.com/forum/?hl=nl&fromgroups#!forum/pic6
krijg je de verslagen van de excursies ook via mail binnen.
Donderdag 3 juli
De Hutten C6-41-41
Helaas herinnerde de organisator te laat dat er een excursie op 26 juni was en zo kwam hij op die dag
een half uur te laat op de afgesproken plek. De excursiedeelnemers waren begrijpelijk al vertrokken en
na wat heen-en-weer-gemail en welgemeende excuses werd de excursie een week later ingehaald met
dezelfde deelnemers.
Uit dit km-hok waren tot nu toe maar 21 planten gemeld. Het is nochtans een zeer natuurrijk gebied met
vele beemden, hagen, droge bossen en zelfs natte heide, moerassen en moerasbos. Het meeste
natuurterrein in het hok is van een particuliere grootgrondbezitter en dat heeft waarschijnlijk de brave
natuurliefhebbers uit de natuur hier gehouden. Jef is in deze omgeving opgegroeid en wist de weg nog
goed te vinden. Op zijn aanwijzen liepen we langs vochtige weiden, een poel met Waterpostelein en
zowaar een Purperreiger, een gagel-struweel met aan de rand een paar plantjes Kleine zonnedauw en
een moerasbos met eindeloos veel Slangenwortel. De natuur was hier ernstig aan het verdrogen, overal
drooggevallen grachten, maar volgens Jef was dit al langer aan de gang. In een diepere greppel vonden
we nog Wateraardbei en Zeegroene muur, maar voor het voortbestaan valt te vrezen. Omdat we
voornamelijk de natuurlijke biotopen bezochten kwamen heel wat akker- en ruigtekruiden niet aan bod
en bleef het soortenaantal van de avond rond de 170 hangen. Ongetwijfeld is dit aantal rond de weinige
huizen in het hok nog wel op te krikken. Een derde bezoek is dus zeker nodig.
Donderdag 4 september Mullerbeemden C6-48-41
Deze gezamenlijke excursie met de Limburgse Plantenwerkgroep begon reeds om 17u30, maar de helft
van de excursie kwam gewoontegetrouw om 18u30. Op dat moment had de eerste helft al 160 streepjes
op de lijst, waaronder een nieuwe soort voor C6: Stinkende lis. Nicole was zo pienter om eraan te ruiken
en inderdaad, niet erg aangenaam, om het voorzichtig uit te drukken. We passeerden toevallig langs de
afspraakplek rond 18u30 om de tweede helft op te pikken. Bert trachtte een gaatje te vinden in wat we
al hadden gestreept en zo kwamen er toch redelijk wat soorten bij, al werd hij natuurlijk ook vaak
“teleurgesteld”. Nicole liet ons Grote pimpernel zien die ze vorig jaar langs het fietspad vond. Via een
zandpad bereikten we eindelijk de Mullemerbeemden, waar menig beemdplant op de lijst kwam. Bittere
veldkers was goed herkenbaar.
Het licht werd nu al minder, maar de zucht om nog wat speciaals te vinden niet. In de laatste meters
vonden we nog een Eénjarige hardbloem en Valse kamille. Een dikke 250 soorten was de uiteindelijke
opbrengst.
35
SEMO op excursie
http://semovlaanderen.wordpress.com/semo/
Excursieverslag 15 juni 2014 Torfbroek en Silsombos
Inleiding
Het Torfbroek is geen onbekende voor SEMO. Wie ons tijdschrift leest, weet dat er al heel wat
excursieverslagen zijn verschenen. Het is dan ook één van Vlaanderens rijkste gebieden en het heeft
het best bewaarde blauwgrasland van ons land. Nu er recentelijk, op een boogscheut van dit reservaat,
ook nog heel wat moois groeit in het Silsombos, leek het ons de moeite waard om beide gebieden te
combineren tot een dagexcursie.
Er waren 20 deelnemers: Felix Baeten en Liliane Dedroog, Frans Thijs en Tillie Cerneels, An De Wilde,
Johan Dierckx, Gerard Deneckere, Ingrid Franken en Dirk De Nijs, Yolande Michot en Peter
Hebbinckuys, Christian Erzeel en Sylvia De Pauw, René Meeuwis, Jef Michiels en Philomène Meyts,Luc
Segers, Gerrit Verhellen en Marina Verberckt en tenslotte Walter Van den Bussche die voor de
organisatie in stond.
Het Torfbroek
Dit gebied is al sinds 1981 natuurreservaat en wordt al meer dan 30 jaar beheerd door Natuurpunt. Het
is ongeveer 92 hectare groot en sluit aan op een gelijkaardig gebied dat Terbronnen heet. Wat nu nog
resteert is maar een deel van wat het vroeger was: rond het Torfbroek is een villawijk gebouwd op de
drogere delen. Wat bewaard bleef is het natste deel, waar vroeger een aantal visvijvers waren. Door
aangepast beheer is het gebied nu een aaneenschakeling van open water, trilveen, rietmoeras,
kalkmoeras, hooiland en blauwgrasland. De bodem bestaat uit Brusseliaan zand, waarin ook mineralen
zoals kalk zitten. Het kwelwater, dat afkomstig is van het Brabants leemplateau is basenrijk en dit zorgt
mee voor de grote biodiversiteit. Op sommige plaatsen, waar regenwater stagneert is de bodem licht
zuur tot zuur. Op plaatsen waar het regenwater kan afvoeren is de bodem basisch. Op sommige
plaatsen is er ook moeraskalk aanwezig, ontstaan uit kalktuf. Daardoor is de pH waarde hier hoger dan
bv. in het Silsombos, waar de kalkrijke laag dieper in de bodem ligt.
In de natuurlijke evolutie kunnen er uit een kalkmoeras hooilanden ontstaan die wij kennen als dottergrasland, heischraal grasland en blauwgrasland. Dit wordt vnl. bepaald door de waterstand. Blauwgraslanden zijn vochtige hooilanden die niet worden bemest en jaarlijks worden gemaaid. De watertafel
schommelt en is in de winter het hoogst en in de zomer het laagst. De bodem is vaak zwak zuur tot
zuur, maar er is basenrijke kwel die voor een hoge biodiversiteit zorgt. De naam van dit grasland is niet
afkomstig van het Blauwgras, dat we kennen van kalkgraslanden met veel kalkpuin en kalktuffen. De
karakteristieke blauwe kleur is afkomstig van een aantal kruiden die in deze vegetatie voorkomen zoals
Blauwe zegge, Blonde zegge, Zeegroene zegge, Blauwe knoop, Vleugeltjesbloem en Tandjesgras.
Er is ook een plantengemeenschap die veel gemeen heeft met het hier omschreven blauwgrasland. Dat
is het Cirsio dissecti – Molienetum, wat ook te boek staat als blauwgrasland.
In dit gebied komen er drie soorten orchideeën voor in zeer grote aantallen: de Bosorchis, de Moeraswespenorchis (Epipactis palustris) en de Grote muggenorchis (Gymnadenia conopsea). Daarnaast
zijn/waren er nog andere soorten aanwezig, maar deze zijn zeldzamer, zoals de Bijenorchis (Ophrys
apifera), Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata) (plaatselijk op de verzuurde delen) en de
Bergnachtorchis (vrijwel zeker uitgeplant).
36
Een zeer losbloemig exemplaar van de Grote muggenorchis G. conopsea met een drielobbige lip die niet diep is ingesneden.
Wat ons hier vooral interesseert is het voorkomen van de Grote muggenorchis. Wij kennen deze soort
vooral van kalkgraslanden, maar hier komt ze voor in de blauwgraslanden. De Grote muggenorchis
groeide hier in het verleden ook: in het Belgisch herbarium dat zich bevindt in de Nationale Plantentuin
van België (nu onder de naam Plantentuin.Meise) kan je herbariumbladen vinden uit de omgeving van
Kampenhout. Enkele voorbeelden vind je in onderstaande tabel.
datum
17 06 1889
16 07 1948
23 06 1952
18 07 1943
16 05 1861
Toponiem
Velthem
Dworp
Berg
Steenokkerzeel
Bois Lovenjoul
Vindplaats
Prairies
Laaggelegen, zeer
moerassig beemdje
Moeras
Moerassige weide
Auteur
C. Piquet
E. Michiels
J.E. De Langhe
J.E. De Langhe
H. Piré
ID BR
1.055.491
1.055.567
1.246.984
1.246.985
1.055.528
De Grote muggenorchis is wel erg divers in het Torfbroek. Er zijn minstens 3 verschillende bloeitijden,
er zijn dichtbloemige en losbloemige planten, lichtroze en donkere, verschillende lipvormen,
smalbladige en breedbladige planten. Hoe dit allemaal moet worden geïnterpreteerd is nu nog niet
duidelijk. Via morfologisch en genetisch onderzoek kan men vermoedelijk meer te weten komen over
de taxonomische waarde van deze verscheidenheid.
De meeste muggenorchissen groeien in een vegetatie waarin we ook soorten vinden als Teer
guichelheil, Vlozegge, Blauwe zegge, Blonde zegge, Zeegroene zegge, Schubzegge, Bleke zegge,
Blauwe knoop, Parnassia, Ruw walstro, Bosorchis, Karwijselie, Gewone vleugeltjes-bloem, Riet,
Biezeknoppen, Penningkruid, Grote wederik en Paddenrus.
De Bijenorchis groeit op iets drogere plekken tussen Riet en Kleine ratelaar, Kruipend zenegroen,
Margriet en Echte Koekoeksbloem. Het lijkt mij dat deze soort eerder op de overgang voorkomt tussen
blauwgrasland en dottergrasland.
De Moeraswespenorchis komt dan weer voor op vochtige plekken, voornamelijk in de vegetatie aan de
rand van de wandelpaden en het blauwgrasland, het rietland en het kalkmoeras.
37
De Bijenorchis Ophrys apifera werd zowel in het Torfbroek als in het Silsombos gevonden.
Bemerk de pollinia die gekruist zijn en op de eigen stempelholte kleven. Dit is een
zelfbestuiver.
Op sommige plaatsen is de verzuring duidelijk merkbaar. Zo vonden we een mooie plek met ronde
zonnedauw tussen veenmos en dat was voor ons de eerste keer dat we deze plant vonden in het
Torfbroek.
De Bergnachtorchis (Platanthera chlorantha) kwam hier vroeger ook voor, maar is nu verdwenen. Deze
plant werd vermoedelijk door iemand aangeplant. Er zijn nog dergelijke “trucs” uitgehaald in het
Torfbroek met andere zeldzame planten.
De Moeraswespenorchis E. palustris stond nog niet in bloei.
38
Het Silsombos
Dit gebied bevindt zich net als het Torfbroek op het grondgebied van de gemeente Kampenhout. Het
ligt meer ten zuidoosten, tussen Nederokkerzeel en Erps-Kwerps.
Het werd vroeger gebruikt als hooiland en hakhout omdat het er te vochtig was voor bewoning en
landbouw. Hier liggen de valleien van de Weesbeek en de Molenbeek, waar in de loop der jaren veel
populieren werden aangeplant. Het gebied kon uiteindelijk worden veilig gesteld toen Natuurpunt en het
Agentschap Natuur en Bos (ANB) delen konden aankopen. In totaal is er nu ongeveer 100 hectare
beschermd natuurgebied. Door de vele aanplantingen was de biodiversiteit wel sterk verminderd en
waren er niet zoveel graslanden meer over. Vandaar dat de voornaamste maatregel er in bestond om
populieren te kappen, de stronken te verwijderen of uit te frezen en de vrijgekomen terreinen jaarlijks te
maaien. Ook hier hebben we te maken met een bodem van Brusseliaan zand die gevoed wordt met
basenrijk kwelwater, afkomstig van het Brabants leemplateau. De kalk zit hier wel wat dieper als ter
hoogte van het Torfbroek, zodat hier lagere pH waarden worden gemeten. Desalniettemin is het terrein
sinds 2000 er goed op vooruit gegaan. Nu is er een grote variatie aanwezig tussen Elzen-Essenbos met
mooie voorjaarsflora, relicten van blauwgrasland, kalkmoeras, dottergrasland en op de drogere delen
heischraal grasland. Het gebied is daardoor aangenaam om in te wandelen.
Het aantal soorten orchideeën bedraagt op dit ogenblik zeven. Het meest talrijk is de Bos-orchis
(Dactylorhiza fuchsii), die hier nog talrijker is dan in het Torfbroek. Recent vestigde zich hier ook een
populatie Brede orchis (Dactylorhiza majalis). Deze planten waren op het ogenblik van ons bezoek al
uitgebloeid, maar nog wel goed te herkennen door de vorm en stand van de bladeren, de rood
aangelopen bloeistengel en de holle stengel. Verder hebben we ook Brede wespenorchis (Epipactis
helleborine), Bijenorchis (Ophrys apifera), Grote keverorchis (Neottia ovata), Grote muggenorchis
(Gymnadenia conopsea) en de Bergnachtorchis (Platanthera chlorantha). Deze laatste soort is – net
als die van het Torfbroek – aangeplant en de 2 planten zien er helemaal niet gezond uit. Ze zijn
vermoedelijk geen lang leven beschoren.
We genoten van de hooilanden en noteerden als meest in het oog springende soorten
Reuzenpaardestaart, Eenbes, Kleine ratelaar, Pinksterbloem, Echte koekoeksbloem, Margriet,
Knolsteenbreek en Moerasstreepzaad.
Dankwoord
Bij de voorbereiding van deze excursie contacteerden we Jan Wouters, conservator van het Torfbroek
en Ewoud l’Amiral, conservator van het Silsombos (deel van Natuurpunt). Verder zijn we dank
verschuldigd aan Danny De Laere en Flip Fleurbaey, die ons rondleidden in het Silsombos en ons de
groeiplaatsen van orchideeën toonden. Zonder hen hadden we ongetwijfeld een hoop gemist.
De biotopen die we bezochten zijn uitgelezen stukjes natuur en beslist de moeite om te behouden. We
zullen hier in de toekomst zeker nog terugkomen om de evolutie op te volgen.
Plantenwerkgroep Leucojum – Afdeling Natuurpunt Wielewaal
Met de plantenwerkgroep verkenden we op 12 juli het perceel van Het Veer te Viersel. Waar vorig jaar
nog coniferen, barakken en visvijvers waren, ontdekten we nu al een diversiteit aan planten.
Knikkend tandzaad heeft hier een stek veroverd. Het kan voorkomen in pioniersvegetaties, langs
greppels en slootkanten: ideale omstandigheden dus waar de Molenbeek nu alle ruimte heeft.
Blaartrekkende boterbloem, Waterpeper en Kleine duizendknoop staan er ook en volgens de Ecologische Flora vergezellen ze deze plant dikwijls, samen met de vele Zomprussen, Moeraswalstro en
Moerasvergeet-mij-nietje.
In de greppels staat er opvallend veel Watertorkruid. We vonden deze plant trouwens op nog andere
plaatsen in onze Netevallei. Watertorkruid heeft wisselende waterstanden nodig: hij kiemt op drooggevallen stukken, maar groeit in het water. Begeleiders van Watertorkruid die tevens in dit perceel te
39
Viersel staan zijn onder meer Gele waterkers, Grote Waterweegbree, Grote egelskop en Rode waterereprijs. Een andere bijzonderheid is de Moerasbasterdwederik. Zoals de naam al laat vermoeden, komt
deze plant op natte plaatsen voor. Dikwijls staat hij op de overgang van ruige, hoog opschietende
oeverbegroeiing naar lage moerasvegetatie: het plaatje klopte volledig.
Kluwenzuring, Moeraszuring en Egelboterbloem zijn ook het vermelden waard. We nemen volgend jaar
zeker nog een kijkje in dit prachtige perceel dat nog heel wat potentie heeft.
Hans Vermeulen van Natuurpunt Educatie gaf het voorbije jaar bij ons 2 cursussen. Tijdens de cursus
grassen, zeggen en russen bezochten we begin juli de zogenaamde ‘Zandbijenheide’ nabij de
Steenbeemden te Kessel. Naast de grassen en russen hadden we ook aandacht voor de andere planten
die hier voorkomen. Op het perceel zijn bomen gekapt om de typische heidesoorten opnieuw een kans
te geven en zo meer biodiversiteit te creëren.
Het Buntgras is typisch voor droge heide en zandvlakten. De blaadjes zijn samengerold om in droge
omstandigheden te kunnen overleven. Een vondst op de heidevlakte was Dwergviltkruid. Het staat liefst
op open plekken op zandgrond waar geen verstuiving meer is. Het staat op deze heide samen met Klein
vogelpootje, Zandstruisgras en Zandblauwtje. Een andere interessante plant op dit stukje is het Klein
Tasjeskruid. Dit plantje heeft wat weg van Herderstasje, maar is kleiner. Het is tevens een typische plant
van open, zure zandgronden.
Aan de Steenbeemden groeide er nabij de herstelde vijver trouwens Watertorkruid, Borstelbies, heel
veel Greppelrus en Liggend Hertshooi. Ook hier zijn we benieuwd wat het resultaat zal zijn van de pas
uitgevoerde werken.
We hebben dus met onze plantenwerkgroep al vooruitzichten voor volgend jaar. Vanaf dit najaar krijgt
de plantenwerkgroep van onze afdeling een naam: Plantenwerkgroep Leucojum. Een dubbele
verwijzing: Leucojum is de wetenschappelijke naam van het Zomerklokje dat in onze Kleine Netevallei
nog veel voorkomt. Het breidt zich trouwens nog uit. Bovendien is het een verwijzing naar het
lievelingsplantje van Evie Verboven: de vroegere bezielster van de plantenwerkgroep die we sinds april
2011 moeten missen. Samen met Leo Van Herbruggen bracht zij heel wat groeiplaatsen van het
Zomerklokje in kaart.
Kristine Wuyts
Het plantenjaar afsluiten doen we op 18 oktober in het Soldatenbos.
Samenkomst om 14.00 uur aan ingang van het Soldatenbbos (Salvatorbos) aan de Liersesteenweg te
Kessel, vlak bij kruising met Salvatorbaan te Kessel.
We nemen de tijd om plantjes te speuren in het bos en zijn omgeving.
Deze activiteit kadert tevens in ‘de week van het bos ‘ waarin Natuurpunt en ANB een oproep doen om
De Groote Oorlog te herdenken.
Het soldatenbos is 19 ha groot en is sinds 1 juni van dit jaar opengesteld. We nemen een kijkje in het
bos en de omgeving. Het soldatenbos, of Salvatorbos, ligt tussen de Liersesteenweg, Salvatorbaan,
Marnixdreef en Landstraat.
Leiding: Kristine Wuyts
40
Nieuwsbrief
Paddenstoelen
41
Paddenstoelenwerking Natuurpunt
Momenteel zijn er in Vlaanderen 16 paddenstoelenwerkgroepen van Natuurpunt actief.
Zij organiseren talloze excursies waarbij aandacht besteed wordt aan educatie en inventarisatie van
gebieden. Deze waarnemingen worden systematisch ingevoerd als puntwaarneming of
gebiedswaarneming op www.waarnemingen.be Meer gevorderde werkgroepen geven hun
waarnemingen door aan FUNBEL, de databank van de Koninklijke Vlaamse Mycologen Vereniging
(KVMV), op kwartierhokniveau (1 km x 1 km). Deze verspreidingsgegevens kunnen gebruikt worden
om een beter inzicht te krijgen in de diversiteit, verspreiding en achteruitgang van paddenstoelen in
Vlaanderen. Natuurpunt werkt zoveel mogelijk samen met KVMV voor verschillende projecten:
verpsreidingsonderzoek in Vlaanderen, brandplekpaddenstoelenproject, atlas Vlaams-Brabant,
Prioritaire soorten in Antwerpen en Vlaams-Brabant, Q
Bij Natuurpunt worden beginnende paddenstoelenliefhebbers opgeleidt om daarna verder te
specialiseren onder begeleiding van de specialisten van KVMV. Bij KVMV kan je onder andere
microscopiecursussen volgen en infoavonden bijwonen. Meer info vind je op www.kvmv.be
Coördinatie Natuurpunt Studie – Coxiestraat 11, 2800 Mechelen
Roosmarijn Steeman
015/ 29 72 22
[email protected]
Natuurpunt Educatie – Graatakker 11, 2300 Turnhout
Hans Vermeulen & Wim Veraghtert
tel. 014 47 29 53
[email protected]
[email protected]
Website (algemeen):
http://www.natuurpunt.be/paddenstoelen
Paddenstoel.flits
Dé maandelijkse digitale nieuwsbrief over paddenstoelen. Vol nieuws over nieuwe publicaties,
projecten, excursies en interessante vondsten.
Schrijf je in via www.natuurpunt.be
Ook jij kan iets bijdragen aan de Nieuwsbrief Paddenstoelen
Paddenstoelenwerkgroepen
De Takruitertjes Regio Waas
& Dender
Weetjes
en verhalen over paddenstoelen
Paddenstoelenwerkgroep
Meetjesland
Cursus
> B&B: biodiversiteit,
biotopen, landschappen > Paddenstoelen
Paddenstoelenwerkgroep Vl. Ardennen Plus
Paddenstoelenwerkgroep
Met
"Weetjes en verhalen overZwamvlok
paddenstoelen" organiseert Natuurpunt Educatie een instapcursus over het thema
Paddenstoelenwerkgroep
Oude
Spoorweg
paddenstoelen.
Het accent ligt
helemaal
niet op indeling en determinatie, maar op eetbaarheid en giftigheid,
Paddenstoelenwerkgroep
Mycoflora
geneeskracht
en sporen van paddenstoelen
in onze en andere culturen. Deze invalshoek laat ook toe om de
Afdeling Dubbelloof
Afdeling Land Van Reyen
Planten- & zwammenwerkgroep Natuurpunt Schijnvallei
Paddenstoelenwerkgroep Zuidrand Antwerpen
Paddenstoelenwerkgroep Team Landen
Paddenstoelenwerkgroep Zemst
Zwammenwerkgroep Zuidwest-Brabant
Paddenstoelenwerkgroep Mandelstreke
belangrijkste groepen paddenstoelen te leren kennen. Voorkennis is niet vereist.
Paddenstoelenwerkgroep Westhoek
Paddenstoelenwerkgroep ZW-Vlaanderen Mycologia
Brugse Mycologische Werkgroep (BMW)
Wanneer:
Paddenstoelenwerkgroep Natuurpunt Westland
42
Paddenstoelwandelingen voor iedereen
Woensdag 1 oktober Paddenstoelen zoeken in Stambruges
Dagtocht onder leiding van gids Christine Hanssens.
Afspraak: 09u00 NEC De Steenoven -Schaapsdreef 29, 8500 Kortrijk
Meer info: Christine Hanssens, Tel: 056/21 23 13, Mail: [email protected]
Organisatie: Mycologia Zuid-West-Vlaanderen
Donderdag 2 oktober Herfst langs de Molenmeers en verder ...
We vertrekken aan de kerk van Kalken en gaan naar de Molenmeers op zoek naar de eerste
wintergasten of laatste zomervogels. Ongetwijfeld zien we paddenstoelen, misschien wel enorme
gallen op de bomen en hazen ...
Afspraak: 9u00 kerk van Kalken - 9270 Kalken(Laarne)
Meer info: Lieve Van Bockstael, Tel: 09/367.62.91, Gsm: 0486/460.871,
Mail: [email protected]
Organisatie: Kolena vzw, Natuurpuntafdeling Scheldeland, Van Bockstael
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling in Landschap De Liereman.
Afspraak: 9u00 Bezoekerscentrum Landschap De Liereman -Schuurhovenberg 43, 2360 OudTurnhout
Meer info: BC Landschap De Liereman, Tel: 014/42 99 66, Mail: [email protected]
Organisatie: Bezoekerscentrum Landschap De Liereman, Natuurpuntafdeling De Wulp
Zondag 5 oktober Herfstige gezinswandeling met aandacht voor paddenstoelen
Afspraak: 14u00 VBC De Watersnip -Grauwe Steenstraat 7/2, 3582 Koersel
Meer info: Jan Kenens VBC "De Watersnip", Tel: 011/45 01 91, Mail: [email protected]
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling op het Plateau van Caestert met zelf geperst
appelsap.
Afspraak: 14u00 parking speeltuin -Steenstraat, 3770 Kanne (Riemst)
Meer info: Kristof Odeur, Tel: 012-21 80 32, Gsm: 0495-27 68 75, Mail: [email protected]
Organisatie: Riemst kern van Zuidoost-Limburg i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling in Meren en Kalsterbos
Afspraak: 14u00 Manege Ruitershof -Diepvenstraat, 3201 Langdorp(Aarschot)
Meer info: Walter Weckhuysen, Gsm: 0497 91 01 80, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Aarschot i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling Smeetshof
Afspraak: 14u00 Smeetshof -Smeetshofweg 1, 3950 Bocholt
Organisatie: Natuurpuntafdeling Bocholt i.s.m. Natuurpunt Educatie
Meer info: Rik Bosmans, Tel: 089-46 41 14, Gsm: 0474-98 41 93, Mail: [email protected]
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling in de Bosbeek
Afspraak: 14u00 Manège Castershoeve -Grotstraat, 3668 Niel-bij-As
Meer info: André Vincken, Tel: 089-65 78 71, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling As i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 5 oktober Paddenstoelentocht Kesselse heide
Afspraak: 14u00 Kesselse Heide (parking) -Lindekensbaan, 2560 Kessel(Nijlen)
Meer info: Domeinwachters Kesselse Heide, Tel: 03 360 52 18
Organisatie: Plantenwerkgroep Leucojum, Natuurpuntafdeling De Wielewaal
Inschrijven verplicht - Vanaf 8 september bij de domeinwachters op het nummer 03 360 52 18
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling in de verdronken weide en Zillebeke vijver
Afspraak: 9u30 Vijverhuis -Zillebekevijverdreef 2 A, 8902 Zillebeke (Ieper)
Meer info en gids: Krist Calmeyn, Tel: 057 20 99 70, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Westland i.s.m. Natuurpunt Educatie
Prijs: Leden: 0,00 €, Niet-leden: 1,00 €
43
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling Nieuwenhoven
Afspraak: 14u00 Bezoekerscentrum Nieuwenhoven -Hasseltse steenweg, 3800 Sint-Truiden (Alken)
Meer info: Johan Van Meerbeek, Tel: 011-67 45 60, Gsm: 0479-20 69 57,
Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Aulenteer i.s.m. Toerisme Sint-Truiden, Natuurpunt Educatie
Zondag 5 oktober Paddenstoelen in het Waverwoud
Voormiddag: Gasthuisbossen
Afspraak: 10u00 Ingang bos (bunker) -Berlaarbaan 299, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Meer info: Godelieve Janssens, Tel: 015 20 97 02, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Mechels Rivierengebied
Prijs: Leden: 0,00 €, Niet-leden: 1,00 €
Namiddag: Hondsbossen
Afspraak: 14u00 Markt, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Meer info: Godelieve Janssens, Tel: 015 20 97 02, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Mechels Rivierengebied
Prijs: Leden: 0,00 €, Niet-leden: 1,00 €
Zondag 5 oktober Paddenstoelenwandeling De Kluis – Blommerschot
Afspraak: 9u30 Kruisdreef, 2242 Pulderbos (Zandhoven) aan het kruis - Blommerschot
Meer info: Wim Veraghtert, Gsm: 0496-97 87 79, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Voorkempen
Zaterdag 11 oktober Paddenstoelenwandeling in Galmaarden
Afspraak: 14u00 Sint-Pauluskapel -Paulusstraat, 1570 Galmaarden
Meer info: André Prové, Tel: 054-58 92 17, Mail: [email protected]
Organisatie: VZW De Mark, Natuurpunt Educatie
Zondag 12 oktober Paddenstoelenontdekkingstocht in Bertembos
Afspraak: 14u30 aan de glasbollen, 200 m voor restaurant Bertembos -Bosstraat, 3020 Herent
Meer info: Patrick Luyten, Tel: 016-48 99 96, Gsm: 0495-59 85 33, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Herent i.s.m. Natuurpunt Educatie
Prijs: Leden: 0,00 €, Niet-leden: 1,00 €
Zondag 12 oktober Wandeling Eindhoutberg: Paddenstoelen onder de loep
Afspraak: 14u00 parking Zaal Dennenoord -Smallestraat 4, 2430 Eindhout (Laakdal)
Meer info: Louis Verellen, Tel: 014-54 54 43, Mail: [email protected]
Vic Van Dyck, Tel: 014 84 02 10
Organisatie: Natuurpuntafdeling Grote Nete i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 12 oktober Paddenstoelenwandeling Haachts Broek
Afspraak: 14u00 sporthal De Dijk -Dijkstraat 1, 3150 Wespelaar (Haacht)
Organisatie: Natuurpuntafdeling Haacht i.s.m. Natuurpunt
Zondag 12 oktober Paddenstoelenwandeling in het Stropersbos
Afspraak: 14u00 Stropersbos, aan westelijke toegang tot de Liniedreef bij het voormalig Fort Sint-Jan De Stropersstraat 75, 9190 Kemzeke(Stekene)
Meer info en gids: Hugo De Beuckeleer, Tel: 03-766 41 67, Gsm: 0478-50 96 35,
Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Waasland-Noord i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 12 oktober Op zoek naar paddenstoelen in het stadsbos van Astene
Afspraak: 10u00 hoek Gameplaeredreef en Krekelstraat - 9800 Deinze
Organisatie: Natuurpuntafdeling Deinze Plus
Dinsdag 14 oktober Wandeling Weetjes en verhalen over paddenstoelen Brugge
Afspraak: 18u00 Natuurcentrum Beisbroek Stad Brugge -Zeeweg 96, 8200 Sint-Andries (Brugge)
44
Meer info en inschrijven (verplicht): Yan Verschueren,Tel: 050-32 90 18,
Mail: [email protected]
Gids: Hans Vermeulen
Organisatie: Natuurcentrum Beisbroek Stad Brugge, Agentschap voor Natuur en Bos,
Natuurpuntafdeling Brugge, Natuurpunt Educatie i.s.m. BOS+, Natuurpunt
Prijs: Leden: 5,00 €, Niet-leden: 10,00 €
Woensdag 15 oktober Paddenstoelenexcursie in het Bellegembos
Afspraak: 13u30 Bellegembos - 8510 Bellegem (Kortrijk)
Gids: Wim Veraghtert
Meer info: Christine Hanssens, Tel: 056-21 23 13, Mail: [email protected]
Organisatie: Mycologia Zuid-West-Vlaanderen, Natuurpunt Educatie
Zaterdag 18 oktober Paddenstoeleninventarisatie in de Katteputten
Afspraak: 9u30 Entrepot - kleine parking -Palingbeekstraat, 8902 Zillebeke(Ieper)
Meer info: Ann Top, Tel: 057-48 64 11, Gsm: 0479579930, Mail: [email protected]
Organisatie: Paddenstoelenwerkgroep NP De Bron i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 19 oktober Paddenstoelen in Groendomein Hertberg
Afspraak: 14u00 Herberg Mie Maan -Diestsebaan 28, 2230 Herselt
Meer info: Kaja Debruyne, Tel: 014/54 67 61, Mail: [email protected]
Gids: Wim Veraghtert
Inschrijven verplicht via [email protected] of 014/37 91 74
Zondag 19 oktober Paddenstoelen in het Hageven
Afspraak: 14u00 BC Hageven -Tussenstraat 10, 3910 Neerpelt
Meer info: Theo Janssen, Tel: 0473-80 18 30, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Neerpelt i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 19 oktober Paddenstoelen in alle maten, kleuren en geuren in natuurgebied Nietelbroek
Afspraak: 14u00 Kruispunt Tichelerij- en de Kruisstraat -Kruisstraat, 3590 Diepenbeek
Organisatie: Natuurpuntafdeling Diepenbeek
Meer info: Jos Ramaekers, Tel: 011/351583, Mail: [email protected]
Zondag 19 oktober Paddenstoelenwandeling Opglabbeek
Afspraak: 13u30 parking nieuwe kerkhof Opglabbeek -Oude Kerkstraat, 3660 Opglabbeek
Meer info en gids: Luc Swerts, Gsm: 0478-38 49 80, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Opglabbeek i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 19 oktober Giftige paddenstoelen en paddenstoelenweetjes in park Vordenstein
Afspraak: 13u30 carpooling vanaf Bist te Wilrijk(Antwerpen), 14u00 parking Domein Vordenstein, ter
hoogte van de Graaf Joseph De Pretstraat -Kopstraat, 2900 Schoten
Organisatie: Natuurpuntafdeling Zuidrand Antwerpen i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 19 oktober Paddenstoelen in Wortel-Kolonie
Afspraak: 14u00 BC De Klapekster -Kolonie 41, 2323 Wortel(Hoogstraten)
Meer info: BC De Klapekster, Tel: 03/383 02 08, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Markvallei
Zondag 19 oktober Paddenstoelenwandeling in de Ravelse Bossen
Afspraak: 13u30 parking Ravelse Bossen -Arendonkse steenweg, 2380 Ravels
Meer info: Richard Vergaelen, Tel:014-72 51 42, Gsm:0494-39 36 87, Mail: [email protected]
Gidsen: Francois Bartholomeeusen en Staf Elsermans
Organisatie: Natuurpuntafdeling Turnhoutse Kempen i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 19 oktober Paddenstoelenwandeling in de Gulke putten met gespecialiseerde gidsen
Het natuurgebied Gulke putten is met zijn 120 ha zeer rijk is aan soorten paddenstoelen, en voor
bepaalde groepen zelfs een absolute toplocatie vormt in Vlaanderen.
Gezinnen met kinderen zeer welkom.
Afspraak: 9u30 Predikherenstraat 35A, aan lokaal ‘centrale B’, Wingene
45
Meer info: [email protected]
Zondag 26 oktober Paddenstoelwandeling Hechtel met staptocht, kinderwandeling en excursie
Afspraak: 14u00 Parking Den Brand -Kamertstraat, 3940 Hechtel(Hechtel-Eksel)
Meer info: Natuurpunt Hechtel-Eksel, Mail: [email protected]
Zondag 26 oktober Paddenstoelenwandeling in de Daknamse meersen.
Afspraak: 14u00 aan de kerk van Daknam -Daknam-dorp, 9160 Lokeren
Meer info en gids: Louis Roelandt, Tel: 09-348 70 31, Gsm: 0494-82 63 26,
Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Zuid-Waasland
Zondag 26 oktober De paddenstoelen van het Scheutbos
Afspraak: 14u00 Scheutbos -Scheutboschstraat, 1080 Sint-Jans-Molenbeek
Meer info en gidsen: Jean Leveque, Mail: [email protected]
Roosmarijn Steeman, Tel: 015-29 72 22, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Brussel i.s.m. Vrienden van het Scheutbos, Natuurpunt Educatie
Zondag 26 oktober
Paddenstoelenwandeling in het Stropersbos
Afspraak: 14u00 Stropersbos, kruising Koningsstraatje met Stropersfietspad -Bergstraat, 9170 SintGillis-Waas
Meer info: Hugo De Beuckeleer, Tel: 03-766 41 67, Gsm: 0478-50 96 35, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Waasland-Noord i.s.m. Natuurpunt Educatie
Zondag 26 oktober Paddenstoelenwandeling in de Palingbeek
Afspraak: 9u30 Infoluifel aan Cafetaria De Palingbeek -Palingbeekstraat 18, 8902 Zillebeke(Ieper)
Meer info: Krist Calmeyn, Tel: 057 20 99 70, Mail: [email protected]
Rudy Claeys,Tel: 057-20 24 54, Gsm: 0479-78 64 31, Mail: [email protected]
Organisatie: Natuurpuntafdeling Westland i.s.m. Provinciedienst NME (BC Palingbeek), Natuurpunt
Educatie
Zaterdag 13 december Paddenstoelenwandeling Gasthuisbossen
Afspraak: 9u30 voetbalplein Hollebeke -Werviksestraat 208, 8902 Zillebeke(Ieper)
Meer info: Rudy Claeys, Tel: 057-20 24 54, Gsm: 0479-78 64 31,
Mail: [email protected]
Organisatie: Paddenstoelenwerkgroep NP De Bron i.s.m. Natuurpunt Educatie
Paddenstoelenwerkgroep Westhoek PWW 2014
Meer info: [email protected]
(v) = voormiddag, (n) = namiddag, (d) = dagexcursie (picknick!).
Zaterdag 11/10 (v) | Kerkepannebos, De Panne
9u30 parking Noorddreef/Koksijdseweg (Oosthoek), De Panne.
Zaterdag 18/10 (d) | De Palingbeek, Zillebeke
9u30 parking Palingbeekstraat (via Komenseweg), Zillebeke (Ieper). Of 8u30 einde Ieperse
Steenweg (carpoolparking nabij afrit E40), Veurne.
Zaterdag 25/10 (v) | Oostachterduinen, Oostduinkerke
9u30 parkeergelegenheid einde Prins Boudewijnstraat, Oostduinkerke
Zaterdag 08/11 (v) | Hannecartbos, Oostduinkerke
9u30 Noordzeedreef (nabij infopaneel), langs Hannecartbos, Oostduinkerke.
Zaterdag 22/11 (d) | Galgebossen, Elverdinge (Ieper)
9u30 parking langs Gasthuisstraat (Vuile Seulehoek), Elverdinge. Of 9u00 einde Ieperse
Steenweg (carpoolparking nabij afrit E40) Veurne.
46
Zaterdag 06/12 (v) | Natuurreservaat De Westhoek (noord), De Panne
9u30 parking infostand Schuilhavenlaan, De Panne.
Brugse Mycologische Werkgroep
http://bmycow.wordpress.com/about/
Meer info: Charlotte Pieters [email protected]
Zaterdag 5 oktober 9u30 Ter Yde met PWW
Zondag 6 oktober 9u30 Rode dopheide
Zaterdag 19 – Zondag 20 oktober Paddenstoelententoonstelling Beisbrouck
Programma Mycologia 2014
www.mycologia.be
Meer info: [email protected]
Woensdag 1 oktober
Ganse dag paddenstoelen zoeken te Stambruges
Gids: Christine Hanssens
Afspraak: 9u00 NEC De Steenoven Schaapsdreef 29 - Kortrijk
Woensdag 15 oktober
Paddenstoelenwandeling in Bellegembos
Gids: Wim Veraghtert
Afspraak: 13u30 Doornikse Rijksweg aan huisnummer 215
Woensdag 29 oktober
Paddenstoelenwandeling in 't Veld te Ardooie
Gids: Jimmy Desmet
Afspraak: 13u30 Aan de parking van het domein
Woensdag 5 november
Paddenstoelentocht in het Godtschalkbos te Geluveld
Gids: Luc Pinoy en Jozef Iserbyt
Afspraak: 13u30 Menenstraat, huisnummer 81 – Geluveld
Woensdag 19 november Microscopie van zwammen in NEC De steenoven
Afspraak: 13u30 Schaapsdreef 29, Kortrijk
Woensdag 3 december Provinciedomein Bergelen te Gullegem
Iserbyth
Afspraak: 13u30 op de parking van het domein
Gids: Jozef
Woensdag 17 december Microscopie van zwammen in NEC De steenoven
Afspraak: 13u30 Schaapsdreef 29, Kortrijk
Paddenstoelenwerkgroep Natuurpunt De Bron
De paddenstoelenwerkgroep heeft als doel de belangstelling én de beoefening van de mycologie te
bevorderen. Zij wil ook bijdragen tot het behoud en de bescherming van de boeiende
47
paddenstoelenflora in de regio. Paddenstoelen zijn een wat moeilijker materie maar zowel beginners
als gevorderden zijn welkom bij deze werkgroep. Studie, educatie en het verzamelen van
waarnemingen van bijzondere soorten samen met gelijkgezinden zorgen voor een boeiend geheel.
Coördinator: Ann Top, Donkerweg 2A, 8920 Langemark – 057/48 64 11, mail
Zaterdag 18 oktober Paddenstoeleninventarisatie in de Katteputten
Afspraak: 9u30 Entrepot - kleine parking -Palingbeekstraat, 8902 Zillebeke(Ieper)
Meer info: Ann Top, Tel: 057-48 64 11, Gsm: 0479579930, Mail: [email protected]
Zaterdag 13 december Paddenstoelenwandeling Gasthuisbossen
Afspraak: 9u30 voetbalplein Hollebeke -Werviksestraat 208, 8902 Zillebeke(Ieper)
Meer info: Rudy Claeys, Tel: 057-20 24 54, Gsm: 0479-78 64 31,
Mail: [email protected]
Paddenstoelenwerkgroep “De Takruitertjes
http://www.wakona.be/index.php/werkgroepen/24-paddenstoelenwerkgroep-de-takruitertjes
Je kan ook je emailadres doorgeven aan Lou Roelandt, die je dan telkens, een paar dagen op
voorhand uitnodigt om op stap te gaan. Ook al de leden van de werkgroep kunnen indien zij dat
wensen de werkgroep uitnodigen. Alle activiteiten van de PWG zijn gratis of ten hoogste kosten
delend bij verplaatsingen. En zoals reeds gezegd: iedereen van harte welkom!
[email protected]
Paddenstoelenwerkgroep Vlaamse ardennen plus
Onderstaande kalender is onder voorbehoud. Bij ongunstige weersomstandigheden, bijv. langdurige
droogte, kunnen tochten gewijzigd of geannuleerd worden. Wie geïnteresseerd is en nog niet in de
maillijst zit, geeft best zijn adres door aan Eddy Saveyn ([email protected] of 09/380.03.00) en
ontvangt dan een week vóór de uitstap een uitnodiging.
Na deelname aan een tocht ontvang je achteraf een lijst met de gevonden soorten. Al onze
waarnemingen worden ook ingevoerd op waarnemingen.be
Zaterdag 4 oktober Sleutelen met fungi – Mijnwerkerspad Michelbeke
Afspraak: 13u45 Riedeplein (naast het oude station) te Michelbeke
Meer info: Georges Kuipers 09/384.64.27
Zaterdag 11 oktober Volkegembos
Afspraak: 13u45 kerk Volkegem: De la Kethulleplein
Meer info: Eddy Saveyn 09/380.03.00 en namiddag zelf 0477/032075
Zaterdag 8 november Daguitstap Lessen – Geraardsbergen
Afspraak: 9u30 Stationsplein van Lessen, Rue René Magritte/ 14u00 kapel Oudenberg te
Geraardsbergen, parking straat Driepikkel.
Meer info: Willem Boonen 054/417585 en 0479/098037
48
Paddenstoelenwerkgroep Zwamvlok
http://www.zwamvlok.be/
Onder voorbehoud van de weersomstandigheden gaat de volgende inventarisatie door op donderdag
2 oktober.
Afspraak: 14u00 aan het infobord Osbroek, Aalst
Datums van de volgende excursies (altijd op dinsdagnamiddag) worden een week op voorhand
aangekondigd op de website.
Paddenstoelenwerkgroep Schijnvallei
http://www.schijnvallei.be/werkgroepen/planten-en-zwammenwerkgroep
De planten- & zwammenwerkgroep is zonder twijfel onze actiefste werkgroep. Op haar activiteiten is
iedereen welkom, ook absolute beginners.
Het hele jaar door zijn er op dinsdagvoormiddag natuurexcursies, zowel in de eigen gebieden van
de vereniging als in natuurgebieden en domeinbossen gelegen in de wijde omgeving. Naargelang het
seizoen komen mossen, lichenen, planten en/of paddenstoelen aan bod.
Contactpersoon: Staf Brusseleers [email protected] 03/354.55.06
Paddenstoelenwerkgroep Mycoflora
Zwammen-determinatie-wandelingen telkens op zondagen van 10u-12u30.
5 oktober Klein-Zwitserland (noord) V Hoeve Dieseghem, Wouter Volcaertstraat 44, Mortsel 19
oktober Klein-Zwitserland (zuid) V Hoeve Dieseghem, Wouter Volcaertstraat 44, Mortsel
9 november Fort 5 V Ingang Fort5, einde Fort5 laan, Edegem
Coördinator & voor vragen: Yves Joris 03 440 08 70 /[email protected]
Zwammenwerkgroep Zuidwest-Brabant 2014
Meer info: [email protected] of [email protected]
Woensdag 1 oktober Boid d’Apechau
Afspraak: 9u00 oud station van Braine le Chateau
Zondag 5 oktober Kasteelpark Revelingen
Afspraak: 9u00 De Goede Lucht, Eigenbrakelsesteenweg 147, Sint-Genesius-Rode
49
Woensdag 8 oktober Zavelput, Buizingen
Afspraak: 9u00 Drasop, Buizingen, 1501 Halle
Woensdag 15 oktober Gaasbeek kasteeldomein
Afspraak: 9u00 Parking kasteeldomein, Gaasbeek
Zondag 19 oktober Baesberg reservaat
Afspraak: 9u00 Brabantse baan, 372, St Pieters-Leeuw
Woensdag 22 oktober Warandepark
Afspraak: 9u00 Kerk Essenbeek, Kasteelstraat, Halle
Zondag 26 oktober Zoniënwoud
Afspraak: 9u00 Parking Middenhut, Sint-Genesius-Rode
Woensdag 28 oktober Provinciedomein Huizingen
Afspraak: 9u00 Parking domein, Torleylaan, Huizingen
Zondag 2 november Natuurreservaat Duling Hallerbos
Afspraak: 14u00 parking nr 9, via Kampendaal, Dworp
Woensdag 12 november Lembeek, kasteeldomein
Afspraak: 14u00 Parking Park, Heldenstraat, Lembeek
Woensdag 19 november Scoutsdomein La Fresnaye
Afpsraak: 14u00 Krabbosstraat / prins Boudewijnlaan, Dworp
50