Geconsolideerde jaarrekening 2013 Bijlage bij het jaarverslag Volgens IFRS werken aan zuiver water 5 27 Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2013 Jaarrekening 4 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2013 Geconsolideerde jaarrekening Verslag van de raad van bestuur Belangrijkste evoluties tijdens het boekjaar Uitbouw van de zuiveringsinfrastructuur voor het Vlaamse Gewest Beheer van de zuiveringsinfrastructuur voor het Vlaamse Gewest Diensten buiten de overeenkomst met het Vlaamse Gewest Onderzoek en productontwikkeling Belangrijkste risicofactoren Belangrijkste evoluties na het boekjaar Commentaar bij de geconsolideerde balans Commentaar bij de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten 6 7 11 14 18 21 23 24 25 26 6 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2013 Proper water in alle beken en rivieren, dat is wat de Kaderrichtlijn Water beoogt en dat blijft ook de belangrijkste doelstelling van Aquafin. Daarnaast willen we vanuit onze kennis van de waterzuiveringsinfrastructuur en de interactie met de waterlopen, ook op het gebied van waterbeheersing een toegevoegde waarde leveren voor onze klanten. 2013 was een uitdagend jaar door de moeilijke financiële omstandigheden bij de gemeenten en de bijzondere weersomstandigheden. Toch bereikten we voor het Vlaamse Gewest onze vooropgestelde doelstellingen voor de optimalisatie van de infrastructuur en de kwaliteit van het gezuiverde water. Dat deden we door intern de juiste focus te bepalen en in alle processen de klant voor ogen te houden. Op de gemeentelijke markt is Aquafin nog steeds de grootste speler in Vlaanderen. We zijn er in 2013 geslaagd om als eerste operator een volledig afgewerkt en meteen bruikbaar hemelwaterplan af te leveren voor een klantgemeente. De volgende jaren leggen we voor onze klant-gemeenten de nadruk op producten die gericht zijn op een adaptatie aan de klimaatverandering en een goed beheer van de infrastructuur. Hoe schaarser de financiële middelen, hoe belangrijker het immers is dat elke euro juist wordt besteed. Belangrijkste evoluties tijdens het boekjaar ↘ STATUTEN AANGEPAST Het Vlaamse Gewest draagt Aquafin via het Optimalisatieprogramma geregeld projecten op om regen- en oppervlaktewater af te koppelen van het rioleringsstelsel. Daarom werd tijdens de Algemene Vergadering van 15 oktober 2013 het statutaire doel van Aquafin uitgebreid met betrekking tot het scheiden, opvangen, verzamelen en behandelen van afval- en hemelwater. Tegelijk biedt dit Aquafin de mogelijkheid om ook andere activiteiten rond waterbeheersing uit te oefenen zoals de opmaak van hemelwaterplannen. ↘ BELANG VAN ONDERHOUD EN VERVANGING INFRASTRUCTUUR WORDT STEEDS GROTER De laatste jaren verschuift het accent meer en meer van de uitbouw naar het beheer van de bovengemeentelijke zuiverinsinfrastructuur. Niet enkel de infrastructuur die Aquafin van zijn voorgangers overnam veroudert stilaan, ook de oudste eigen gebouwde installaties hebben de leeftijd van 20 jaar bereikt. Uiteraard heeft Aquafin vanaf het begin aan risicobeheer gedaan voor zijn infrastructuur. Tot voor 2013 zaten de verschillende deeldomeinen hiervan echter verspreid binnen het bedrijf. Vorig jaar zijn alle diensten en afdelingen die zorgen voor betrouwbare installaties samengebracht in een nieuwe directie Asset Management, nadat een jaar eerder “Performante en betrouwbare installaties” als een van de vijf kernprocessen werd gedefinieerd. De synergie die hierdoor ontstaat, moet leiden tot een goed zicht op de totale levenscyclus van onze infrastructuur, vanaf de ontwerpfase tot en met de uitdienstneming. Asset Management vormt dan ook een brug tussen de overige kernprocessen Visie, Versnelde Uitvoering, Financieren en Transporteren en zuiveren van afvalwater. ↘ ISO55000, een kwaliteitslabel voor het hele bedrijf In 2013 startte Aquafin met de voorbereidingen voor het behalen van het ISO55000-certificaat, de internationale norm voor Asset Management. Omdat de garantie voor kwaliteitsvolle installaties begint vanaf het ontwerp en over de hele levenscyclus loopt, zal Aquafin de ISO55000-standaard invoeren als kwaliteitslabel voor het hele bedrijf. De nieuwe norm voor Asset Management geeft eigenaren van kapitaalgoederen een instrument in handen om hun “assets” gedurende de hele levenscyclus op een doelmatige, duurzame en kosteneffectieve wijze te beheren, afgestemd op de behoeften van de stakeholders. ↘ EEN TWEEDE LOKAAL PACT Begin december 2013 keurde de Vlaamse Regering de verlenging goed van het Lokaal Pact. Het eerste Lokaal Pact dateert van 2008 en had een looptijd van zeven jaar, waarin het Vlaamse Gewest jaarlijks voor 100 miljoen euro rioleringsprojecten overneemt van de gemeenten en voor uitvoering opdraagt aan Aquafin. Hiermee tracht het gewest de financiële druk bij de gemeenten voor een stuk te verlagen terwijl de noodzakelijke investeringen voor het milieu toch gebeuren. De laatste schijf van het eerste Lokaal Pact zal opgedragen worden via het Optimalisatieprogramma 2016. De verlenging van het Lokaal Pact houdt opnieuw de toewijzing in van extra projecten voor een jaarlijks bedrag van 100 miljoen euro, dit keer voor een periode van vijf jaar. De opdrachten zullen opgenomen worden in de Optimalisatieprogramma’s 2017-2021. Verslag van de raad van bestuur 7 8 Geconsolideerde jaarrekening 2013 OPGEDRAGEN PROJECTEN ● Waarde projecten mio euro ↘ ● Lokaal pact ● Toegezegd budget 300 250 200 150 100 50 0 IP2004 2002 ↘ 2003 IP2005 OP2006 OP2007 OP2008 2004 2005 2005 2006 2007 GOEDKEURING OPTIMALISATIEPROGRAMMA 2015 Op 20 december 2013 heeft de Vlaamse Regering het budget voor de uitbouw van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur voor het programmajaar 2015 goedgekeurd. Het totaal beschikbare budget werd vastgelegd op 230 miljoen euro, vermeerderd met 20 miljoen euro voor de afbouw van de gecumuleerde overschrijding van het investerings- en renovatieprogramma van vroegere programmajaren. Van het budget van 230 miljoen euro is 69,6 miljoen euro voorzien om toekomstige prijsstijgingen voor de nieuw opgedragen projecten op te vangen. Rest er nog het bedrag van 160,4 miljoen euro voor nieuwe projecten, waarvan 78,4 miljoen euro is toegewezen voor investeringen in het kader van het Lokaal Pact met de gemeenten. Het Optimalisatieprogramma 2015 draagt 142 nieuwe projecten op en 21 projecten werden doorgeschoven. Verder wordt er voor 10 projecten alleen het studiewerk (opmaak technisch plan) opgedragen. De optimalisatieprogramma’s worden opgemaakt door de Vlaamse Milieumaatschappij, in overleg met Aquafin, de provincies en de bekkenbesturen. Ze omvatten projecten gericht op de bijkomende sanering van lozingspunten, de bouw van kleinschalige zuiveringsinstallaties en de aanleg van strategische regenwaterleidingen om de bestaande infrastructuur te verbeteren. Bij de keuze van de projecten wordt gelet op hun ecologisch en economisch rendement. OP2009 OP2010 OP2011 OP2012 OP2013 OP2014 OP2015 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 ↘ WERKINGSBUDGET IN EIGEN BEHEER Vanaf 2014 kent het Vlaamse Gewest het werkingsbudget van Aquafin toe op basis van de kostprijs van de geleverde eindproducten. De basis voor een nieuw berekeningsmodel legde Aquafin zelf. In overleg met de leden van het Budgetoverleg (Vlaamse Gewest Kabinetten Leefmilieu en Begroting, VMM, Rekenhof en Inspectie van Financiën) werd het model verder verfijnd en op 7 juni 2013 werd het goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het nieuwe begrotingsmodel wordt toegepast op de werkingskosten die gerelateerd zijn aan de activiteiten binnen de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest. De budgetten voor het uitvoeren van opgedragen projecten op het optimalisatieprogramma en van projecten voor verbetering, aanpassing en vervanging van de infrastructuur, vallen hier buiten net als de rentelasten en vergoeding eigen middelen die hiermee gepaard gaan. Volgens het nieuwe begrotingsmodel worden de werkingskosten voortaan vergoed op basis van de geleverde eindproducten. Dit zijn enerzijds het volume gezuiverd afvalwater en anderzijds het goed beheer van het patrimonium. Deze nieuwe werkwijze houdt in dat de Economisch Toezichthouder bij de Vlaamse Milieumaatschappij de controle op een aangepaste manier zal moeten uitvoeren. Na het eerste implementatiejaar 2014, zal het model geëvalueerd en indien nodig bijgesteld worden. Het nieuwe begrotingsmodel wordt ook prestatiebudget genoemd, omdat het de toegekende budgetten rechtstreeks koppelt aan het eindproduct. Hiermee zetten het Vlaamse Gewest en Aquafin een nieuwe stap in de richting van een volledige resultaatsverbintenis. ↘ FOCUS EN DOEL METEN MET BALANCED SCORECARD Sinds meer dan tien jaar werkt Aquafin met de Balanced Scorecard (BSC), een meetinstrument dat de organisatie helpt om de focus op de vastgelegde strategie te houden. Omdat Aquafin zijn organisatie gekanteld heeft in de richting van de klant en procesgericht is gaan werken, is in 2013 werk gemaakt van een volledige revisie van de BSC. Per kernproces werden een business model en een strategy map opgemaakt. Bovenop werd een nieuwe corporate strategy map uitgetekend. Vanaf het voorjaar van 2014 zullen de eerste metingen gebeuren met de vernieuwde BSC en kunnen we heel gericht de prioriteiten en doelstellingen opvolgen voor de vernieuwde organisatie. ↘ FINANCIERING VAN AQUAFIN IN EEN VERANDERENDE MARKT BELANG VAN INSTITUTIONELE INVESTEERDERS BEVESTIGD Als gevolg van de start van het Basel III akkoord van het “Basel Committee on Banking Supervision” begin 2013, werd duidelijk dat de lange termijn kredietverstrekking door banken zowel duurder als schaarser werd. Aquafin had zich hierop voorbereid en heeft meer en meer financiering gezocht bij institutionele investeerders zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Ook in 2013 vormden zij samen met de Europese Investeringsbank het zwaartepunt van de lange termijn kredietverleners. Aquafin heeft voor het eerst sinds de opstart van het “commercial paper”-programma gebruik gemaakt van tranche B, die voorziet in opnames op lange termijn. Daarnaast werd de “private placement” van 100 miljoen euro, die in 2013 op vervaldag kwam, gedeeltelijk geherfinancierd via obligaties en kredieten verstrekt door verzekeringsmaatschappijen. ACTIEF RENTEMANAGEMENT OPTIMALISEERT DE FINANCIERINGSKOST Door het actief rentemanagement kan Aquafin de financieringskosten voor de leningen op lange termijn optimaliseren. In 2006 heeft de raad van bestuur de krijtlijnen van het renterisicobeheer goedgekeurd. Deze zijn voor het laatst aangepast in 2009. Het rentebeleid bepaalt dat het actief rentemanagement mag toegepast worden op 35 % van de uitstaande schuld op lange termijn, waarvan maximum 10 % volledig variabel mag zijn. Naast de indekking van de bestaande schuld mogen ook de toekomstige rentelasten ingedekt worden en dit tot maximum 50 % van de toekomstige gebudgetteerde leningen op lange termijn met een horizon van 5 jaar. Dit alles is mogelijk op voorwaarde dat er steeds een onderliggende lening gebudgetteerd is tegenover elke indekkingstructuur. Het financieel resultaat van het rentemanagement wordt berekend door de actuele rentelast te vergelijken met de benchmark (de geldende vaste rente op het ogenblik van het opzetten van de structuur). De besparing die gerealiseerd werd is conform de afspraken met het Vlaamse Gewest verrekend met de drinkwatermaatschappijen. Ook bij de onderhandeling van deze financiële transacties ondervindt Aquafin de impact van het Basel III akkoord. De tegenpartijen waarmee Aquafin indekkingen afsluit moeten meer en meer rekening houden met het uitstaand risico ten opzichte van hun eigen vermogen. Dit zorgt ervoor dat het ook voor deze structuren moeilijker wordt om tegenpartijen te vinden voor transacties met een zeer lange looptijd. ↘ AFREKENINGEN VAN DE FINANCIËLE JAREN 2011 & 2012 GOEDGEKEURD HERONDERHANDELING VAN KREDIETLIJNEN OP KORTE TERMIJN Aquafin heeft een grote portefeuille aan korte termijnlijnen om tijdelijke kastekorten op te vangen en het “commercial paper”-programma te ondersteunen. Omwille van de strengere financiële regelgeving in de bankwereld werden deze lijnen opnieuw onderhandeld. Hierdoor blijven de reserveringscommissies en de opnamemarges ook in de toekomst betaalbaar. Deze operatie is gestart in 2012 en werd in 2013 volledig afgerond. VERNIEUWING VAN DE AGENT VAN DE AFFECTATIEOVEREENKOMST Op 19 juli 2013 heeft de Vlaamse Regering beslist om het financieel verslag voor het boekjaar 2011 goed te keuren. Een bedrag van 2.665 EUR werd verworpen. Nog net voor het jaareinde, op 21 december 2013, werd ook het financieel verslag voor het boekjaar 2012 goedgekeurd. Hierin werd 0 EUR verworpen. Beide verslagen werden opgemaakt conform art.5 bis-1 van de beheersovereenkomst. Ze gaan op een gedetailleerde wijze in op de financiële inkomsten en uitgaven. Ze schetsen hoe de middelen die aan Aquafin toegewezen zijn op een redelijke wijze benut worden. Op vraag van de Vlaamse Regering werd de toekenning van het agentschap aan Belfius herbekeken. Na marktconsultatie wees Aquafin de rol van agent opnieuw toe aan deze bank. Sinds de start van de affectatieovereenkomst heeft Belfius deze functie ononderbroken uitgeoefend. Belfius heeft Aquafin altijd ondersteund bij de diverse aanpassingen van de beheersovereenkomst en acteerde daardoor als woordvoerder voor alle lange termijn investeerders. Verslag van de raad van bestuur 9 10 Geconsolideerde jaarrekening 2013 ↘ EUROPESE BOETE VOOR BELGIË In 2004 veroordeelde het Europees Hof de lidstaat België een eerste keer voor het niet naleven van de bepalingen van de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater voor de agglomeraties boven 10.000 inwoners. Op dat moment ging de redelijke termijn in waarbinnen België zich nog in regel kon stellen. In juni 2009 volgde een laatste waarschuwing van de Europese Commissie omdat ze meende dat op dat moment nog steeds 1 Vlaamse, 21 Waalse agglomeraties en het Hoofdstedelijk Gewest Brussel niet voldeden aan de richtlijn. Op 19 oktober 2011 heeft de Europese Commissie België opnieuw gedagvaard voor het Europees Hof. Deze laatste dagvaarding heeft geleid tot een tweede veroordeling in oktober 2013, waarna het Europees Hof boetes mag opleggen. De lidstaat België kreeg een boete opgelegd van 10 miljoen euro, beduidend lager dan de ruim 15 miljoen euro die de Europese Commissie in haar dagvaarding van 2011 had geëist. Het Europees Hof stelt dat België met de 9 jaar tussen de eerste en de tweede veroordeling een redelijke termijn heeft gekregen om de richtlijn correct uit te voeren en daar niet in geslaagd is. Anderzijds erkent het Europees Hof dat België in deze periode evenwel zware inspanningen heeft geleverd waardoor bijna alle agglomeraties, uitgezonderd 5 agglomeraties in het Waalse Gewest, intussen beantwoorden aan de richtlijn. Precies om ervoor te zorgen dat ook in deze laatste 5 agglomeraties snel orde op zaken wordt gesteld, legt het Europees Hof een dagelijkse dwangsom op van 4.722 euro. Of het Waalse Gewest ook werkelijk deze som zal moeten betalen, is nog niet zeker omdat het Hof pas over een half jaar nazicht doet van de nieuwste stand van zaken. De kans is groot dat ook dat Gewest tegen dan volledig in orde is. Europa erkent enkel de lidstaten en kan dus alleen België veroordelen, terwijl milieu en dus ook waterzuivering in België al lange tijd een gewestelijke bevoegdheid is. In de bijzondere wet die de staatshervorming regelt, wordt wel de mogelijkheid geboden dat de federale overheid deze boete kan doorrekenen naar de gewesten. Dat gebeurde tot vandaag niet. Het Vlaamse Gewest en de twee andere gewesten kijken op een verschillende manier naar de boete. Vlaanderen meent dat het niet moet mee betalen omdat het voor de dagvaarding van oktober 2011 al voldeed aan de richtlijn. Volgens Wallonië en Brussel echter werd de rechtszaak aangespannen op basis van gegevens uit 2009, toen ook Vlaanderen nog niet in orde was zij het voor slechts één enkele agglomeratie. De boete zal in elk geval geen rechtstreekse gevolgen hebben voor Aquafin. Uitbouw van de zuiveringsinfrastructuur voor het Vlaamse Gewest In 2013 heeft Aquafin de gestelde targets gehaald voor hydronautstudies en aanbestedingen, en werden alle ingediende projecten voor oplevering in gebruik genomen. Multilaterale overeenkomsten met studiebureaus en goede afspraken met partners en medeopdrachtgevers hebben gezorgd voor een verbetering van de kwaliteit en de efficiëntie van de uitgevoerde werken. De actieve opdrachtenportefeuille met investeringsprojecten voor het Vlaamse Gewest bedroeg op 31 december 2013 ruim 1,2 miljard euro voor 1.144 projecten. Aquafin leverde tot die datum 2.559 investerings- en renovatieprojecten op voor 3,2 miljard euro. Per 31 december 2013 was Aquafin verantwoordelijk voor de exploitatie van 281 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Om het afvalwater naar de zuiveringsinstallaties te transporteren, heeft Aquafin 5.335 km leidingen in beheer. Aquafin beheert 1.394 bovengemeentelijke pompstations en bergbezinkingsbekkens. VISIE-ONTWIKKELING OVER DE UITBOUW EN HET BEHEER VAN DE ZUIVERINGSINFRASTRUCTUUR In hydraulische studies worden de fysische parameters van het stelsel geregistreerd en vastgelegd. In 2013 heeft Aquafin 86 hydronautstudies opgeleverd, voor een totaal van 3,4 miljoen euro. Hiervan waren 80 studies nodig voor de uitbouw van het rioolstelsel, de overige 6 studies hadden tot doel de kennis over de zuiveringsgebieden te vergroten. De target voor 2014 ligt opnieuw op 3,4 miljoen euro. In 2013 besteedde Aquafin extra aandacht aan een intensere wisselwerking tussen zijn kernprocessen Transporteren en zuiveren van afvalwater enerzijds en Visie op het netwerk anderzijds. Een nog actiever gebruik van de gebiedskennis vormt immers een belangrijke meerwaarde om te komen tot een goed werkend zuiveringsgebied. Vorig jaar werden in dat kader voor 153 miljoen euro projectvoorstellen ingediend. Uiteraard moeten we daarvoor ook nauw samenwerken met overheden, administraties en andere instanties. WAARDE PROJECTENPORTEFEUILLE OPLEVERINGEN HYDRONAUTS op 31 december 2013 ↘ mio euro ↘ Opgeleverd 4,0 3.278,11 mio euro 3,5 3,0 Gegund en aanbesteed 2,5 432,83 2,0 mio euro In ontwerp 797,92 1,5 1,0 mio euro 0,5 0 2009 2010 2011 2012 2013 Verslag van de raad van bestuur 11 12 Geconsolideerde jaarrekening 2013 EERSTE JAAR MET MULTILATERALE OVEREENKOMSTEN Eind 2012 startte Aquafin met multilaterale overeenkomsten waarbij we jaarlijks een percentage van onze portefeuille voor transportprojecten toekennen aan een selectie van studiebureaus die voldoen aan onze kwaliteitseisen. Een jaar later stellen we vast dat het kwaliteitsniveau van de studies binnen deze overeenkomsten sterk gestegen is. Volgens een bevraging door ORI, een sectororganisatie van advies- en ingenieursbureaus, eind 2013 bij haar leden blijkt dat bijna 93 % van de deelnemende bureaus de multilaterale overeenkomsten ervaart als een eerste stap naar een volwaardig partnership. Dat is alleszins ook de richting die Aquafin uit wil in zijn relatie met de studiebureaus. Een betere samenwerking met een open en transparante communicatie leidt immers tot betere projecten. Over het systeem van de kwaliteitsbeoordeling is 71 % van de studiebureaus die deelnamen aan het onderzoek tevreden. AANBESTEDINGEN PIEKTEN IN HET NAJAAR Aquafin bracht in 2013 projecten op de markt voor een totaal bedrag van 190 miljoen euro, ruim boven de target van 160 miljoen euro. In de projecten waarvan Aquafin bouwheer is, werden gelijktijdig nog aandelen van medeopdrachtgevers aanbesteed voor een totaal bedrag van 42 miljoen euro. Het is duidelijk dat Aquafin voor de aannemerssector een zeer belangrijke opdrachtgever blijft. De realisatie van projecten moet wel in een steeds complexere omgeving gebeuren. In 2013 lagen de budgetten van medeopdrachtgevers in de projecten van Aquafin, de gemeenten en de rioolbeheerders, veel lager dan vroeger. Onder meer hierdoor was tegen het bouwverlof nog maar een vierde van de target van 160 miljoen euro projecten aanbesteed. Projectteams binnen Aquafin inventariseerden vanaf de zomer de risico’s op blokkering van alle projecten. Vervolgens werd een actieplan opgesteld om de resterende knelpunten op te lossen. Met de medeopdrachtgevers werden zeer strikte tijdsafspraken gemaakt, wat betekent dat voor sommige projecten bepaalde partners om budgettaire redenen uit het project stapten. Sinds enkele jaren is ‘Visie’ een kernproces in het bedrijf. De doelstelling is om een visie te ontwikkelen enerzijds over hoe het rioleringsstelsel er in de toekomst moet uitzien en anderzijds over hoe die gewenste toestand moet bereikt worden, uitgaande van de bestaande toestand. Zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit spelen daarin een belangrijke rol. Het bundelen van de activiteiten in dit proces heeft geleid tot een synergie van knowhow en ervaring. Een mooi voorbeeld hiervan is het ecologisch modelleren, waarvoor Visie in 2013 de eerste stappen heeft gezet. Het team Onderzoek binnen Asset Management ontwierp een model om de vuiluitworp te berekenen uit het rioleringsstelsel via overstorten, lozingen en de restlozing van de RWZI. Visie heeft voor een tiental zuiveringsgebieden het rioolstelsel op een vereenvoudigde manier voorgesteld in wat een riooldeelbekkenschema genoemd wordt. Vervolgens is de vuiluitworp berekend, zodat kan worden bepaald wat de beste optie is om de vuiluitworp uit het rioolstelsel te beperken: meer transporteren afwaarts, of net minder doorvoeren en/of bijkomend bergen. Dit model zal in 2014 verder ontwikkeld en toegepast worden. FOCUS OP ASSET MANAGEMENT Door de formulering van het kernproces “Betrouwbare en performante installaties” en de focus op Asset Management die daaruit voortvloeide, kon het budget voor verbeteringen en aanpassingen aan de infrastructuur in 2013 voor het eerst volledig ingevuld worden. Aquafin voerde voor 8 miljoen euro projecten uit in het kader van efficiëntieverbetering, aanpassingen in de wetgeving, veiligheidsaspecten of kleine aanpassingen die renderen. Ook het budget van 3 miljoen euro voor vervangingsinvesteringen werd volledig besteed. Waar vroeger de nadruk lag op de investeringskost van de infrastructuur zal in de toekomst meer de totale kost over de volledige levensduur in rekening genomen worden. AANBESTEDINGSRITME mio euro ↘ ALLE INGEDIENDE PROJECTEN DOEN HUN WERK VOOR HET MILIEU 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2008 ↘ De meerwaarde van een kernproces ‘Visie’ 2009 2010 2011 2012 2013 De strenge winter van 2012-2013 was een vertragende factor voor de uitvoering van projecten. Toch had Aquafin tegen het einde van het jaar voor 167 miljoen euro projecten voor oplevering ingediend bij het Vlaamse Gewest, terwijl de target op 160 miljoen euro lag. Voor 135 miljoen euro aan projecten werd ook daadwerkelijk opgeleverd. Het overige deel vereiste nog enkele administratieve aanvullingen maar alle ingediende projecten waren eind 2013 wel in gebruik en vervullen dus hun ecologische functie. Uiteraard zal Aquafin blijven focussen op de vormelijke aspecten van de dossiers die we indienen. De doelstelling voor 2014 voor de opleveringen bedraagt 140 miljoen euro. NIEUWE AFSPRAKEN VOOR EEN VLOTTERE SAMENWERKING Aquafin ondervond de laatste jaren dat meer dan vroeger de redelijkheid van kosten werd betwist bij het opleveren van nieuwe installaties. Ook wat betreft de administratieve volledigheid van opleveringsdossiers stelt de economisch toezichthouder (AENT) zich veel strenger op dan voorheen. In de tweede jaarhelft van 2013 heeft Aquafin onderhandelingen aangeknoopt met AENT om inzake de oplevering van investeringsprojecten tot bindende afspraken te komen waar beide partners zich in kunnen vinden. Zowel de opleveringsprocedure op zich als de regeling omtrent de op dat ogenblik nog niet definitief gekende kosten (nagekomen kosten) werden verwerkt in aparte protocols. Beide protocols zouden het risico op niet-oplevering en dus niet-terugbetaling van de investeringskosten, zoals vermeld in het jaarverslag van 2012, aanzienlijk moeten doen dalen. Daarnaast maakte Aquafin eind 2013, begin 2014 nieuwe afspraken met AENT over de tijdige verwerving van gronden die nodig zijn voor de investeringsprojecten. In het bijzonder gaat het over de behandeling van aanvragen voor het opstellen van “Verklaringen van Openbaar Nut” en van onteigeningsbesluiten. Deze afspraken moeten de versnelde uitvoering van projecten een duw in de rug geven. OPLEVERINGSRITME mio euro ↘ 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2008 2009 2010 2011 2012 2013 In 2013 werden vijftien nieuwe zuiveringsinstallaties opgeleverd: in Avekapelle, Sint-Margriete, Hoogstade, Mesen, Wannegem-Lede, Wijer, Sint-Maria-Aalter, Gooik-Oetingen, Galmaarden-Waarbeke, LokerenDoorslaer, Bornem-Oude Schelde, Lokeren-Daknam, Zottegem-Plankebeek, Steenkerke en Langemark. Drie zuiveringsinstallaties werden gerenoveerd of uitgebreid. Het gaat om de installaties in Heusden, Hamont en Liedekerke. Verslag van de raad van bestuur 13 14 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Beheer van de zuiveringsinfrastructuur voor het Vlaamse Gewest Na een slechte start door de lange winter, heeft Aquafin op het einde van het jaar toch zeer goede zuiveringsresultaten voor het aangevoerde huishoudelijke afvalwater voorgelegd. Een goede procesopvolging en de positieve invloed van een zacht najaar brachten het eindresultaat op 97,7 % van de zuiveringsinstallaties die aan alle normen voldeden. De effluentresultaten van 2013 werden geëvalueerd voor 265 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Dat zijn de zuiveringsinstallaties waarvan het Vlaamse Gewest in 1994 de exploitatie aan Aquafin toevertrouwde en de installaties die Aquafin zelf bouwde en opleverde aan de aannemer vóór juli 2013 én waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij een controleprogramma lopende heeft. ↘ 97,7 % VAN DE RIOOLWATERZUIVERINGSINSTALLATIES VOLDEDEN AAN ALLE OPGELEGDE NORMEN In 2013 voldeden 259 installaties of 97,7 % aan alle opgelegde emissiegrenswaarden (witte balken in de figuur). De grafiek geeft de evolutie weer over tien jaar. Twee geëvalueerde RWZI’s voldeden niet aan de normen van de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater, die tot april 2004 ook de sectorale normen waren van het Vlaamse Gewest. Daarnaast voldeden vier installaties niet aan de huidige strengere Vlaamse normen. Ze worden in de figuur aangegeven met een blauw balkje. De RWZI’s Hamme, Heule en Bambrugge kwamen 1 à 2 % te kort voor het verplichte verwijderingspercentage voor stikstof, RWZI Duffel kwam 2 % te kort voor het verplichte verwijderingspercentage voor BZV. EVALUATIE VAN DE RWZI'S % ↘ 100 90 80 70 60 50 2004 2005 2006 2007 2008 ● Voldaan t.o.v. alle normen ● Niet voldaan (t.o.v. de strengere normen Vlarem Kleine Trein) ● Niet voldaan (t.o.v. de normen van 2003) 2009 2010 2011 2012 2013 Geen enkele van deze RWZI’s had een overschrijding, zelfs geen lichte, van de concentratienormen. KWZI Dikkelvenne kende tijdens een regendag een uitspoeling van organisch materiaal vanuit het rietveld en hierdoor was er een eenmalige zware overschrijding van de concentratienorm voor BZV. Op de RWZI Vlamertinge was er een slibuitspoeling die leidde tot een zware overschrijding van de concentratienorm voor zwevende stoffen. Hierdoor werd ook het verplichte verwijderingspercentage voor zwevende stoffen op deze installatie dit jaar niet gehaald. ↘ VERWIJDERINGSRENDEMENTEN STATUS QUO De gemiddelde verwijderingspercentages bleven voor alle parameters quasi ongewijzigd ten opzichte van 2012: BZV (98 %), CZV (90 %), zwevende stoffen (95 %), stikstof (80 %) en fosfor (84 %). De winst of het verlies van rendement bedraagt afhankelijk van de parameter maximaal 0,3 %. De verwijderingspercentages voor de nutriënten blijven met 5 % (stikstof) en 9 % (fosfor) ruim boven de target van 75 % die de Vlaamse Regering in 1995 vastlegde voor de totaliteit van de openbare waterzuiveringsinstallaties. ↘ Grote impact van het weer op de zuiveringsresultaten Het jaar 2013 was voor het KMI globaal genomen een normaal jaar wat betreft de gemiddelde temperatuur en het neerslagtotaal. Toch was het voorbije jaar klimatologisch gezien allerminst doorsnee. Het eerste semester was te koud met abnormaal veel winterdagen en maar liefst 35 sneeuwdagen die aanhielden tot ver in maart. Een ernstig probleem vormde de snelle dooi eind januari, die gepaard ging met felle regen. Bijgevolg werd het dooiwater samen met de strooizouten versneld afgevoerd, deels via de riolering naar de RWZI’s. De micro-organismen van het actief slib werden geparalyseerd door de koude en door de aangevoerde strooizouten. Ook de nabezinking kreeg het moeilijk door de zouten en door de grote debieten die moesten verwerkt worden. Met ook nog eens een zeer natte meimaand waren de verwijderingspercentages midden 2013 nog erg laag. Dat we de rest van het jaar nog veel konden goedmaken, was enkel mogelijk door een intensieve procesopvolging en een erg mild tweede semester. Hierdoor voldeden veel RWZI’s pas laat in het najaar aan de verplichte verwijderingspercentages en was er op veel plaatsen weinig marge. ↘ Eerste waterlopen voldoen aan Kaderrichtlijn Water met “goede toestand” Uit de meest recente metingen door de Vlaamse Milieumaatschappij in 2012, waarvan de resultaten eind december 2013 werden gepubliceerd, blijkt dat de waterkwaliteit in het algemeen opnieuw is verbeterd ten opzichte van 2011. De verschillen zijn misschien niet spectaculair op jaarbasis maar bekeken over de afgelopen decennia is er wel een enorme vooruitgang geboekt. Hoewel de waterkwaliteit er in alle rivierbekkens stelselmatig op vooruit gaat, zijn er nog steeds grote verschillen tussen de bekkens onderling. Waar bepaalde meetplaatsen nu de score ‘aanvaardbaar’ halen, hebben andere beken al bijna de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water bereikt. Zo voldoet het waterlichaam Kleine Nete I in het Netebekken al voor de tweede keer aan de felbegeerde “goede toestand” die werd beoogd tegen 2015. Voor de Wamp, ook in het Netebekken, was dat in 2012 voor de eerste keer het geval. ↘ MEESTE VUILVRACHT OOIT VERWIJDERD In 2013 noteerden we voor alle parameters nieuwe records voor het aantal ton verwijderde vuilvracht. Omdat de verwijderingspercentages constant bleven, is dit een gevolg van de verhoogde aangevoerde vuilvrachten. Alleen voor BZV is de stijging van de verwijderde vuilvracht te danken aan het licht verbeterde verwijderingsrendement. ↘ AANGEVOERDE VUILVRACHT BEANTWOORDT AAN THEORETISCHE VERWACHTINGEN De gemeten vuilvrachten die op de RWZI’s aangevoerd worden, kunnen vertaald worden naar het aantal inwoners die al op de zuiveringsinfrastructuur aangesloten zijn. Het Vlaamse Gewest telt ruim 6,38 miljoen inwoners. Gezien de zuiveringsgraad in 2013 meer dan 80 % bedroeg, zouden in theorie 5,1 miljoen inwoners moeten aangesloten zijn op een RWZI. Wanneer we dit aantal verminderen met de Vlaamse huishoudens waarvan het afvalwater in een Brusselse RWZI gezuiverd wordt, dan komen we op maximum 5,0 miljoen inwoners waarvan de vuilvracht zou aangesloten zijn op een RWZI van Aquafin. Dit getal houdt echter geen rekening met bedrijven die aangesloten zijn op de collectieve zuivering, maar ook niet met de gezinnen die hun afvalwater zelf zuiveren met een IBA. Verslag van de raad van bestuur 15 Geconsolideerde jaarrekening 2013 VERWIJDERDE VUILVRACHT EN ZUIVERINGSRENDEMENT VAN ALLE RIOOLWATERZUIVERINGSINSTALLATIES ↘ Biologisch zuurstofverbruik Zwevende stoffen 120 90 65 85 60 80 75 55 95 110 90 100 85 90 80 75 80 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘13 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘13 Chemisch zuurstofverbruik Stikstof 20 85 190 95 18 80 180 90 16 75 170 85 14 70 160 80 12 65 75 150 Verwijderde vuilvracht (in 1.000 ton/jaar) ↘ 100 60 10 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘13 ↘ Verwijderingspercentage 200 ↘ Verwijderingspercentage Verwijderde vuilvracht (in 1.000 ton/jaar) ↘ 100 ↘ Verwijderingspercentage 95 70 Verwijderde vuilvracht (in 1.000 ton/jaar) ↘ 100 ↘ Verwijderingspercentage Verwijderde vuilvracht (in 1.000 ton/jaar) ↘ 75 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘13 Fosfor 3,2 90 2,8 80 75 2,4 70 2,0 65 ‘04 ‘05 ‘06 ‘07 ‘08 ‘09 ‘10 ‘11 ‘12 ‘12 ↘ Verwijderingspercentage 85 Verwijderde vuilvracht (in 1.000 ton/jaar) ↘ 16 In de grafieken wordt de verwijderde vuilvracht van de totaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties voorgesteld, samen met het verwijderingspercentage. Per gemeten parameter (BZV, CZV, zwevende stoffen, stikstof en fosfor) wordt het verschil bepaald tussen de biologisch behandelde vuilvracht en de restvuilvracht die geloosd wordt na biologische zuivering. Het verschil is de verwijderde vuilvracht, aangegeven in 1.000 ton/jaar. Het verwijderingspercentage is gelijk aan de tijdens de biologische behandeling verwijderde vuilvracht, gedeeld door de totale biologisch behandelde vuilvracht. ■ Verwijderde vuilvracht ● Verwijderingspercentage Voor het ontwerp van RWZI’s wordt rekening gehouden met de theoretische dagelijkse vuilvracht van elke Vlaming: 54 g BZV, 135 g CZV, 90 g zwevende stoffen, 10 g stikstof en 2 g fosfor. Als we de vuilvrachten die in 2013 aangevoerd werden herrekenen naar deze hoeveelheden, zou er momenteel een vuilvracht van 4,9 miljoen inwoners aangevoerd worden (gemiddelde van de schattingen op basis van de 5 parameters). De gegevens over nutriënten geven een overschatting, de gegevens over BZV en zwevende stoffen geven een onderschatting. Hieruit kan afgeleid worden dat de vuilvracht die theoretisch zou moeten aangevoerd worden op de rioolwaterzuiveringsinstallaties, in de praktijk ook werkelijk wordt aangevoerd. Voor de opgemerkte onderschatting op basis van BZVgegevens zijn er twee verklaringen. Metingen uitgevoerd op het rioolstelsel van Tielt hebben een daling van de BZV-concentratie van 18 % aangetoond ten gevolge van biodegradatie. Dat betekent dat micro-organismen het BZV in de riool afbreken. Bovendien blijkt de theoretische dagelijkse vuilvracht van BZV niet te kloppen. Volgens een EPAS-studie in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij zou een inwoner geen 54 g BZV per dag lozen, maar slechts 44 g. Latere studies van EPAS gaven een gemiddelde BZV-vuilvracht van maar 38 g per inwoner aan. Als het aantal aangesloten inwonerequivalenten bepaald wordt op basis van 44 g/IE/dag, dan is het resultaat voor BZV ook 4,8 miljoen IE. De overschatting voor nutriënten kan verklaard worden door nutriëntenrijk insijpelend of geloosd grondwater en water van aangesloten grachten. Tijdens het afvalwatertransport worden geen nutriënten verwijderd. Organische stikstof wordt weliswaar bacterieel omgezet in ammonium, maar dit vermindert de totale stikstofvracht niet. ↘ Normen voor gezuiverd huishoudelijk afvalwater Het gezuiverde afvalwater (effluent) moet aan bepaalde normen voldoen, die afhankelijk zijn van de agglomeratiegrootte waarvoor de installatie gebouwd is. Tot 2004 waren deze normen een kopie van de Europese normen, opgelegd via de richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA). Op Vlaams niveau werden ze door een Vlaremwijziging tussen 2004 en 2006 verstrengd. Aquafin volgt vijf parameters op: biologisch zuurstofverbruik (BZV), chemisch zuurstofverbruik (CZV), totaal stikstof, totaal fosfor en zwevende stoffen. Het biologische zuurstofverbruik geeft aan hoeveel zuurstof bacteriën nodig hebben om op 5 dagen tijd bij 20° C de organische vuilvracht in 1 liter gezuiverd afvalwater af te breken. Bij hoge BZV-waarden ontwikkelen de bacteriën zich zo snel dat het risico bestaat dat ze door hun ademhaling alle zuurstof uit het water opnemen. Het chemische zuurstofverbruik geeft aan hoeveel zuurstof er nodig is om de aanwezige vuilvracht volledig te oxideren. De parameter zwevende stoffen geeft een maat voor de zwevende (niet oplosbare) stoffen die in het gezuiverde afvalwater mogen achterblijven. Te veel stikstof en fosfor in het water, brengt een explosieve algenbloei op gang. ’s Nachts onttrekken deze algen zuurstof aan het water, waardoor vissen, waterplanten en andere organismen het moeilijk krijgen. Verslag van de raad van bestuur 17 18 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Diensten buiten de overeenkomst met het Vlaamse gewest De minister van Leefmilieu blijft Aquafin stimuleren om zijn knowhow te valoriseren bij de gemeenten en de industrie in Vlaanderen, maar ook in het buitenland. Gemeenten die ervoor kiezen om voor de uitbouw en het beheer van hun rioleringsstelsel een samenwerking op te zetten met Aquafin, kunnen erop rekenen dat de middelen die hiervoor geïnd worden via de drinkwaterfactuur, daadwerkelijk worden aangewend voor de saneringsinfrastructuur. Dochtermaatschappij Aquaplus maakte voor de binnenlandse, industriële markt nooit eerder zo veel offertes op en haalde nooit eerder zo veel opdrachten binnen als het voorbije jaar. In het buitenland werden in het belang van ASEWater Technologies de contacten verscherpt met lokale beslissingnemers. ↘ BETROUWBARE PARTNER VOOR DE UITBOUW EN BEHEER VAN DE GEMEENTELIJKE ZUIVERINGSINFRASTRUCTUUR Waar RioAct de gemeenten bijstaat in de uitbouw, het beheer en onderhoud van hun rioleringsstelsel, is RioP een constructie die het rioleringsstelsel van de gemeenten volledig overneemt. Beide samenwerkingsvormen vallen onder RioPACT, de business unit voor rioleringsactiviteiten van De Watergroep en Aquafin. In 2013 werden 69 commerciële projecten beëindigd. In opdracht van de gemeenten werden nog 49 commerciële projecten aanbesteed met een bijkomend aandeel van 10 miljoen euro van medeopdrachtgevers. Spreiding inwoners per contractvorm ↘ ● Concessie ● Rio-link De grootste uitdaging voor Vlaanderen om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water, ligt nog op lokaal niveau. Met de verlenging van het Lokaal Pact en het optrekken van de jaarlijkse subsidiëring van gemeentelijke rioleringsprojecten, vangt het gewest een deel van de investeringen op. Toch resten er voor de gemeenten nog heel wat projecten die moeten uitgevoerd worden, waarvoor veel gemeenten zelf niet de nodige technische kennis in huis hebben. Sinds 2004 mag Aquafin mee concurreren met de andere riooloperatoren op de gemeentelijke markt. Gemeenten kunnen kiezen voor een rechtstreekse concessieovereenkomst met Aquafin, of aansluiten bij één van de samenwerkingsverbanden die Aquafin is aangegaan met Vivaqua, TMVW en AWW (rio-link) en De Watergroep (RioAct en RioP). ● RioAct ● RioP ● RTD Spreiding gemeenten per contractvorm ↘ ● Concessie ● Rio-link Rio-link is een samenwerking tussen Aquafin en het drinkwaterbedrijf water-link waarin beide bedrijven hun sterktes bundelen en met een compleet aanbod naar de gemeenten in het Antwerpse trekken. Aquafin neemt in rio-link vooral het projectmanagement en de exploitatieopdrachten voor zijn rekening. Water-link staat o.a. in voor het onderhoud en het contact met de burger. 12 % 28 % 39 % 9% 12 % ● RioAct ● RioP ● RTD 16 % 12 % 46 % 15 % 12 % Aquafin kon vorig jaar vijf nieuwe klanten verwelkomen. Kappelle-op-den-bos, Kortijk, Lennik en Leuven traden toe tot RioAct, Hamme koos voor een langlopende Rio-Totaal dienstverleningsovereenkomst. Aartselaar en Brasschaat, voorheen klant van rio-link, kozen in 2013 voor een andere rioolbeheerder. Het aantal concessies bleef stabiel. Eind 2013 had Aquafin 95 commerciële klanten. Daarmee blijven we de grootste speler op de markt, zowel wat betreft het aantal klant-gemeenten als wat betreft het totaal aantal inwoners. ↘ Anticiperen op de behoeften van de klant Door onze uitgebreide gebiedskennis en onze brede kijk op de interactie tussen riolen, waterlopen en buffersystemen, kan Aquafin voor de gemeenten een belangrijke bijdrage leveren op het vlak van beheersing van de waterkwantiteit. Meer neerslag in de winter en zware piekbuien in de zomer verhogen de kans op wateroverlast. Ruimte geven aan water zal de uitdaging van de toekomst zijn. In 2013 is Aquafin er als eerste speler op de markt in geslaagd om een concreet hemelwaterplan uit te werken voor een Vlaamse gemeente. Dat omvat een duidelijke visie en voorstellen voor ruimtelijke ingrepen op middellange en lange termijn. Door de goede oplossingen voor hemelwater te combineren met architecturale stadslandschappelijke elementen, kan het hemelwaterplan ook een toegevoegde waarde bieden op het vlak van stadsontwikkeling. ↘ ONDERSTEUNING GEMEENTEN MET FINANCIËLE KENNIS Aquafin heeft sinds 2009 gemeentelijke transportprojecten lopen waarbij de investering gedurende 15 jaar op de balans van Aquafin blijven, samen met de financiering ervan. Over deze periode factureert Aquafin de gespreide kosten door aan de gemeente of intercommunale. Na de periode van 15 jaar worden de activa om niet overgedragen aan de tegenpartijen. In 2013 heeft Aquafin de financiering van zes nieuwe transportprojecten opgestart, met name in Brasschaat, Geel, Vilvoorde, Boechout, Kortenberg en Hove. Samen vertegenwoordigen ze 44 % van de lopende contracten met betrekking tot transportprojecten. ↘ Klimaatevent kaart gevolgen klimaatwijziging aan Hoewel de gevolgen van de klimaatverandering zich nu al enige tijd manifesteren, bestaat er nationaal en internationaal nog veel verwarring rond. Op 26 september 2013 organiseerde Aquafin een informatieve en inspirerende namiddag rond het onderwerp met gerenommeerde gastsprekers. ↘ ADVIEZEN VOOR ACTUALISATIE ZONERINGSPLANNEN EN GEBIEDSDEKKENDE UITVOERINGSPLANNEN In maart 2013 kregen de Vlaamse steden en gemeenten van de Vlaamse Milieumaatschappij de vraag om de gemeentelijke zoneringsplannen te herzien tegen uiterlijk 15 juni 2013. Aquafin heeft haar klant-gemeenten die dat wensten, een tachtigtal in totaal, begeleid in dit proces en hen bijgestaan met advies. De specifieke kennis van onze gebiedsingenieurs kon deze gemeenten een grote meerwaarde bieden binnen de zeer strikte deadline. ↘ FOCUS OP ASSET MANAGEMENT De watersector beheert voorzieningen met een geschatte vervangingswaarde van miljarden euro’s. Dat terwijl de gemeentelijke rioleringen nog niet volledig uitgebouwd zijn. Volgens een rekenmodel van de VMM, moet er tussen 2013 en 2027 nog 10.000 km gemeentelijke riolering bijkomen om te voldoen aan de kaderrichtlijn Water. De aanleg van die 10.000 km vraagt nog grote budgettaire inspanningen van de gemeenten. Een goed asset management zorgt ervoor dat de gemeenten hun budget precies aanwenden daar waar het nodig is, zowel voor de aanleg als het onderhoud van hun rioolstelsel. De volgende jaren wil Aquafin zich daarom meer gaan richten op asset management voor de gemeenten. Verslag van de raad van bestuur 19 20 Geconsolideerde jaarrekening 2013 ↘ ONDERSTEUNING VAN DE INDUSTRIE EN BUITENLANDSE PROJECTEN VIA AQUAPLUS In 2013 heeft Aquaplus NV, het commerciële dochterbedrijf van Aquafin, verder gebouwd op het business plan dat een jaar eerder werd opgesteld. In het binnenland richt Aquaplus zich op de industrie en biedt het de knowhow van Aquafin aan op het vlak van exploitatie en onderhoud van zuiveringsinstallaties, de uitvoering van studies en audits en de uitvoering van nieuwbouw of projectmanagement. Het aantal offertes dat Aquaplus in 2013 opmaakte, lag opmerkelijk hoger dan de voorgaande jaren. Meer dan de helft daarvan kon ook daadwerkelijk omgezet worden in nieuwe opdrachten. Sinds eind 2011 is Aquaplus partner in ASEwater Technologies, een joint venture met het Indo-belgische ASE Structure Design en gevestigd in Indië. Ter plaatse werden de contacten versterkt met de lokale beslissingnemers inzake drink- en afvalwaterprojecten. Verder heeft Aquaplus in 2013 in het buitenland zijn knowhow kunnen vermarkten in China en Oman, respectievelijk met projecten rond adviesverlening en opleidingen. ↘ Preventief rioolonderzoek bespaart Denderleeuw miljoenen euro’s Preventief investeren, is altijd stukken goedkoper dan reactief moeten herstellen. Het rioleringsonderzoek dat Aquafin in 2013 voor Denderleeuw uitvoerde, is daarvan een mooi voorbeeld. De structurele toestand van 67 km kritische leidingen werd in kaart gebracht, wat neerkomt op ongeveer 40 % van de riolering. De studie kostte Denderleeuw 50.000 euro en bracht 25 prioritaire acties en projecten in beeld. 2 % van de onderzochte riolen was structureel beschadigd en 12 % had nood aan onderhoudsacties. De acties waren het ruimen van rioleringen om de afvoercapaciteit te behouden zodat wateroverlast vermeden wordt. Projecten zijn de lokale herstellingen die Denderleeuw moest uitvoeren. Deze acties en projecten kostten samen 250.000 euro, een aanzienlijk bedrag voor een gemeente. Maar als Denderleeuw wacht tot de rioleren daadwerkelijk instorten, spreken we al gauw over ettelijke miljoenen euro’s. Onderzoek en productontwikkeling Aquafin blijft inzetten op optimalisatie en innovatie om de zuiveringsinfrastructuur die ons toevertrouwd is optimaal uit te bouwen en te beheren, met zo min mogelijk impact op het milieu. We trachten met duurzame technologische oplossingen op maat een antwoord te bieden op de vragen van onze klanten. Ondertussen hebben we uiteraard ook aandacht voor nieuwe uitdagingen en toekomstige topics. Met ons direct toepasbaar onderzoek richten we ons op kostenbeheersing, de garantie van de effluentkwaliteit en de toepassing van de best beschikbare technologie. Het strategisch langere termijn onderzoek is gegroepeerd rond drie pijlers: het duurzamer maken van de (afval)waterketen, integraal waterbeheer en asset management van de (riool)infrastructuur. Uiteraard stemmen wij ons onderzoek binnen de hierboven vermelde thema’s ook af op de actuele klemtonen die zowel nationaal als internationaal gelegd worden. Energiebesparing en terugwinning van grondstoffen, micropolluenten en maatregelen tegen een teveel of tekort aan hemelwater zijn vandaag wereldwijd belangrijke onderzoeksdomeinen. ↘ DUURZAME WATERZUIVERING Lachgas of N2O is een broeikasgas dat vrij komt bij het waterzuiveringsproces. Aquafin voerde in het kader van een Europees onderzoeksproject metingen uit op de RWZI Leuven en deed modelleringswerk om de emissies van lachgas terug te dringen. Fosfor is een essentiële bouwsteen van het menselijk lichaam en het is ook een belangrijke voedingsstof voor planten en dieren. Omdat de natuurlijke reserves van fosfor stilaan uitgeput geraken, worden nieuwe manieren gezocht om deze grondstof te recupereren. Op de zuiveringsinstallatie in Leuven werd in 2013 een proefproject geïnstalleerd rond het terugwinnen van struviet uit het zuiveringsslib. Struviet is een mineraal dat ontstaat uit het neerslaan van fosfor, een van de nutriënten die in het waterzuiveringsproces uit het afvalwater worden gehaald. Het project loopt nog door begin 2014. ↘ MEEWERKEN AAN EEN INTEGRAAL WATERBEHEER De nieuwe dochterrichtlijn van de Kaderrichtlijn Water (richtlijn prioritaire stoffen 2013/39/EU) voert een waarnemingslijst in om betere meetgegevens te verzamelen over een aantal nieuwe zorgwekkende stoffen in het afvalwater. Voor de eerste drie stoffen op de lijst en voor nog een reeks andere farmaceutische stoffen onderzoekt Aquafin het voorkomen ervan in influent en effluent en zoekt het mee naar mogelijke technologieën voor de verwijdering van deze medicijnresten uit het afvalwater. Op onze RWZI Schilde loopt in het kader van het EU-project Minotaurus een onderzoeksproject met een membraanbioreactor op pilootschaal. De eerste resultaten zijn veelbelovend. ↘ Real time control op eerste rioolstelsels in gebruik Real time control (RTC) is een intelligente sturing van het rioolstelsel. Metingen van het waterpeil wijzen uit welke delen van het stelsel het meest belast zijn. Vervolgens worden acties genomen om de belasting zo gelijkmatig mogelijk te verdelen over het stelsel. Dit zal het globaal overstortvolume reduceren, met een gunstig effect op het milieu. Aquafin heeft de voorbije jaren de haalbaarheid onderzocht van real time control op zijn rioolstelsels. Vorig jaar werd het systeem in Vlaanderen voor het eerst geïmplementeerd en dit op twee locaties. In Olsene bestaat de toepassing uit pompen met als voorwaarde dat de capaciteit van de RWZI niet mag overschreden worden. De opstelling in Kessel-Lo is ingrijpender. Naast een pompstation werden op zes locaties regelafsluiters (schuiven) geplaatst. Om de stromen door het rioolstelsel te regelen kunnen met behulp van het RTC-algoritme pompen af en aan worden gezet en schuiven open of dicht gaan. Om de biogasproductie in zijn bestaande slibgistingsinstallaties verder op te drijven, onderzocht Aquafin op pilootschaal de haalbaarheid van electroporatie als nieuwe techniek. Hierbij wordt het slib door een elektrisch veld gestuurd waardoor de celwand afbreekt en ook het organisch materiaal verder kan afbreken. Op deze manier ontstaat meer biogas. Verslag van de raad van bestuur 21 22 Geconsolideerde jaarrekening 2013 ↘ EUROPESE EN VLAAMSE PROJECTEN In 2013 was Aquafin betrokken in 11 onderzoeksprojecten met externe partners. Vijf projecten worden gefinancierd door Europa, één ervan werd pas vorig jaar goedgekeurd en is gestart begin 2014. R3Water staat voor reuse (hergebruik van afvalwater), recovery (recuperatie van grondstoffen) en resource efficiency (duurzaam omgaan met energie en grondstoffen) in het zuiveringsproces van huishoudelijk afvalwater. Aquafin is een van de werkpakketleiders in dit nieuwe project, dat de bedoeling heeft om binnen deze drie thema’s een aantal technologieën die bijna marktklaar zijn op volle schaal te demonstreren in Zweden, België en Spanje. De overige vier onderzoeksprojecten waarin we betrokken zijn, startten al eerder en liepen in 2013 gewoon door. Aquafin onderzoekt binnen het project INNERS de voordelen van recuperatie van warmte uit de riolen voor het milieu op grote schaal. Minotaurus test nieuwe technologieën uit om organische vervuilende stoffen uit afvalwater, grondwater en de bodem te verwijderen. Sanitas wil de impact van het stedelijk watersysteem op klimaatverandering minimaliseren en omgaan met toekomstige variaties in waterkwantiteit en -kwaliteit. Binnen Raingain wordt gewerkt aan de beschikbaarheid van gedetailleerde neerslag- en wateroverlastgegevens. Die moeten operationele waterbeheerders in de stad in staat stellen adequaat te reageren op hevige neerslag en de schade door wateroverlast te voorkomen. ` Verder zette Aquafin zijn deelname voort aan drie Vlaamse projecten die in 2012 werden opgestart. Van restwarmte naar proceswarmte is een Vlaams gesubsidieerd onderzoeksproject van de hogeschool West-Vlaanderen, dat tot doel heeft restwarmte in de industrie op te waarderen voor verschillende toepassingen. De blauwe cirkel is een Vlaams collectief innovatietraject van een ruime groep van grote bedrijven en KMO’s rond het duurzaam hergebruik van water en valorisatie van reststromen met hoge concentratie aan zouten. Innovatieve stikstofverwijdering in actief-slib is een Vlaams gesubsidieerd onderzoeksproject gericht op de optimalisatie van het Anammoxproces. Bij dit proces verloopt de biologische stikstofverwijdering via een verkorte stikstofcyclus, wat leidt tot een hogere energie-efficiëntie. ↘ STRATEGISCHE INNOVATIE EN KLIMAAT Eind 2012 introduceerde Aquafin de staffunctie “manager strategische innovatie en klimaat” om zowel nationaal als internationaal de evoluties op te volgen in de watersector, met specifieke aandacht voor de link met het klimaat. Deze input is belangrijk voor onze interne strategie rond onderzoek en innovatie. Deelname aan allerlei relevante fora geeft bovendien toegang tot netwerken die interessant kunnen zijn voor toekomstige opportuniteiten in het kader van onderzoek en/of het vermarkten van onze knowhow. ↘ Ook innovatiemanagement scoort hoog in benchmark In 2013 heeft Aquafin opnieuw aan de onderzoeken van EBC en Aquabench deelgenomen. De resultaten liggen zoals verwacht in de lijn van de vorige jaren, maar het proces biedt interessante mogelijkheden tot netwerking en kennisuitwisseling met andere deelnemers. De European Benchmarking Cooperation is een non-profit organisatie die de prestaties van (afval)waterbedrijven onderling vergelijkt. Aan de vorige workshop namen veertig bedrijven deel, voornamelijk Europese afvalwateroperatoren. Onze personeelskost, uitgedrukt in aantal VTE per gezuiverde kubieke meter afvalwater, ligt nog steeds bij de laagste bedragen. Gezien de hoge loonkosten in België is dat een bewijs dat we efficiënt werken. Aquabench is als organisatie vergelijkbaar met EBC, maar dan specifiek gericht op Duitse (afval)waterbedrijven. Negen operatoren in afvalwaterzuivering van verschillende grootte deden mee. Ook in 2013 was Aquafin de enige buitenlandse deelnemer. Onze kost per gezuiverd inwonersequivalent ligt ongeveer 20 % lager dan bij de andere deelnemers, de kost per VTE ligt op het gemiddelde. De specifieke energieconsumptie (kWu/IE) ligt ± 15 % lager dan de referentiegroep. Voor het eerst nam Aquafin ook deel aan de Global Innovation Excellence Survey. Uit het algemeen besluit van het rapport blijkt dat Aquafin in vergelijking met onze collega’s uit de referentiegroep nutsbedrijven in de hoogst scorende groep zit qua innovatiemanagement. Belangrijkste risicofactoren ↘ OPLEVERINGEN DOOR HET VLAAMSE GEWEST De economisch toezichthouder binnen de Vlaamse Milieumaatschappij betwiste in 2013 voor 3,55 miljoen euro aan nagekomen projectkosten. De redenen waren divers en zijn samengevat de volgende: indiening later dan 1 jaar na oplevering en andere formele overwegingen, onvoldoende of niet-provisionering bij oplevering (in 2012) en onvoldoende verantwoording. Het betreft hier in hoofdzaak discussies omtrent de voorrang van de formele vereisten opgesomd in art. 15 en het begrip “redelijkheid van kosten” zoals voorzien in art. 43 van de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest. Zoals elders in dit jaarverslag vermeld wordt, werken de Vlaamse Milieumaatschappij en Aquafin aan een protocol dat de principes zal vastleggen die voor de aanrekening van dergelijke kosten gehanteerd worden. Op basis hiervan moet het mogelijk zijn om bovenvermeld bedrag nog aanzienlijk terug te dringen. Afhankelijk van het bereikte resultaat, dat vandaag nog een aantal onzekerheden inhoudt, zal het eindbedrag zich situeren tussen 400.000 en 700.000 euro. Voor dit bedrag werd provisie aangelegd. Maar de extra inspanningen hadden ook als resultaat dat tegen het einde van 2013 nog een groot aantal projecten kon worden aanbesteed. De oorspronkelijke doelstelling was om voor 160 miljoen euro projecten op de markt te brengen. Die target is ruim gehaald. ↘ JURIDISCHE GESCHILLEN WATEROVERLAST IN EEN WOONWIJK Dit dossier behandelt schade als gevolg van wateroverlast bij ongeveer vierhonderd bewoners van een woonwijk in 1998. Eind 2010 deed de rechter in eerste aanleg een voor Aquafin gunstige uitspraak, waarbij het overgrote deel van de eisen als verjaard, niet toelaatbaar of ongegrond werden beoordeeld. Tegen deze uitspraak is door de tegenpartijen in april 2011 beroep ingesteld. In deze beroepsprocedure werden in 2013 voornamelijk conclusies uitgewisseld. In het voorjaar van 2014 wordt een uitspraak verwacht. Bovenstaande ontwikkelingen geven geen aanleiding om de vroegere beslissing geen provisie aan te leggen te wijzigen. RWZI DEURNE - INSTORTING TUSSENMUUR ↘ VERMINDERDE FINANCIËLE DRAAGKRACHT GEMEENTEN De realisatie van projecten moet in een steeds complexere omgeving gebeuren. In 2013 waren in nagenoeg alle projecten van Aquafin ook andere betalende partijen betrokken. Zowel de gemeenten als de rioolbeheerders kampen echter met verminderde financiële draagkracht. De gemeenten moeten bovendien rekening houden met de bepalingen uit de Beheers- en Beleidscyclus (BBC) waarvan de toepassing vanaf 2014 verplicht is. Ze moeten hun geplande uitgaven opnemen in een meerjarenplanning, gekoppeld aan een budget. Gemeenten en rioolbeheerders zijn dan ook niet altijd vragende partij voor een snelle uitvoering van een project. Mede hierdoor kon Aquafin tegen het zomerbouwverlof van 2013 nog maar een vierde van het target van 160 miljoen euro aanbesteden. Vanaf dan verhoogde Aquafin zijn focus op de aanbestedingen. De risico’s van alle projecten werden geïnventariseerd en vervolgens werd een actieplan opgemaakt om de knelpunten op te lossen. Intensere contacten met vergunningverlenende instanties en het opdrijven van de onderhandelingen voor de verwerving van de meest kritische terreinen, was een eerste stap. Daarnaast werden strikte timings afgesproken met de medeopdrachtgevers. In bepaalde gevallen leidde dit tot het uitstappen van sommige partners om budgettaire redenen. Op RWZI Deurne stortte in september 2012 de muur tussen het anaërobe bekken en een beluchtingsbekken in. De instorting bracht een aanzienlijke materiële gevolgschade met zich mee. Aquafin heeft na verder onderzoek uit veiligheidsoverwegingen bijkomende maatregelen genomen, zoals het leegpompen van een extra bekken. Deze maatregelen hadden dan weer impact op de waterzuivering en de slibverwerking in de droger. Naast de materiële schade, lijdt Aquafin dus ook aanzienlijke operationele schade. Aquafin liet een gerechtsdeskundige aanstellen om deze gevolgschade te beperken, zonder de kans om de schade te recupereren bij eventuele derde aansprakelijke partijen in het gedrang te brengen. De opdracht van de gerechtsdeskundige is om het zo snel mogelijk opnieuw in gebruik nemen en herstellen van de installatie te combineren met het onderzoek naar mogelijke oorzaken. In januari 2013 en oktober 2013 gaf de gerechtsdeskundige de toestemming om één bekken weer in gebruik te nemen zodat de droger weer kon opstarten en de installatie werd vrijgegeven. In de loop van 2013 werd verder onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken, er werd een ontwerp voor herstel gemaakt en de markt werd geraadpleegd met het oog op het aanvatten van het herstel. Aangezien er duidelijke indicaties zijn dat derde partijen technische aansprakelijkheid dragen, is er op dit ogenblik nog geen reden om een provisie aan te leggen. Verslag van de raad van bestuur 23 24 Geconsolideerde jaarrekening 2013 ↘ VERZEKERINGSDOSSIERS ONVOLDOENDE BETONWAPENING OP RWZI DEURNE In 2007 werd ontdekt dat de wanden van bepaalde beluchtingsbekkens van de zuiveringsinstallatie van Deurne onvoldoende gewapend waren, als gevolg van een ontwerpfout. Volgens Aquafin is dit schadegeval deels gedekt door onze Alle Bouwplaatsrisico-verzekering (ABR) en deels door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van het betrokken studiebureau. Beide verzekeraars kwamen effectief tussen. Het niet door de ABR-verzekeraar betaalde bedrag werd in 2011 deels teruggevorderd van het studiebureau dat de ontwerpfout maakte en deels van het op de werf actieve controleorganisme. In 2013 kon een aanzienlijk deel van het resterend bedrag bij het studiebureau en haar verzekeraar gerecupereerd worden. Vandaag loopt nog enkel de terugvordering ten aanzien van het controle-organisme. Dit laatste deel van de kosten werd geprovisioneerd. Belangrijkste evoluties na het boekjaar ↘ RATING KRIJGT “STABLE OUTLOOK” De doorlichting van de kredietwaardigheid van Aquafin wordt jaarlijks opgevolgd door kredietbeoordelaar Moody’s. De rating is ten opzichte van vorig jaar gewijzigd van een Aa2 rating met “negative outlook” naar een Aa2 rating met “stable outlook”. In de analyse komt duidelijk de nauwe band met het Vlaamse Gewest naar voren. Met haar Aa2 rating voor leningen op lange termijn heeft de organisatie dan ook dezelfde beoordeling als het Vlaamse Gewest, die hoger blijft dan de rating van België. Voor leningen op korte termijn heeft Moody’s de hoge P-1 rating van Aquafin bevestigd. Daarmee behoort het bedrijf tot de top van kredietwaardige bedrijven, wat ook blijkt uit het vertrouwen dat de organisatie blijft genieten bij de verschillende kredietverstrekkers. ↘ VERVANGING DIRECTEUR ASSET MANAGEMENT De Raad van Bestuur stelde tijdens de vergadering van 6 februari 2014 Bart Van Eygen aan als opvolger van Erik Poppe in de directie Asset Management. Hij werd met onmiddellijke ingang lid van het directiecomité en nam vanaf het pensioen van Erik Poppe de verantwoordelijkheid voor Asset Management over. Bart Van Eygen was tot dan hoofd Process Office en vanuit deze functie nauw betrokken bij procesmanagement en continue verbetering binnen de organisatie. Commentaar bij de geconsolideerde balans Op het einde van het boekjaar 2013 bedraagt het balanstotaal 2.519 miljoen euro, 74 miljoen euro hoger dan vorig boekjaar. De lange en korte termijn vordering in het kader van de Beheersovereenkomst blijft quasi constant ten opzichte van vorig boekjaar. Enerzijds is er een beperkte aangroei van de vordering m.b.t. investeringen in de waterzuiveringsinfrastructuur, uitgevoerd in opdracht van het Vlaamse Gewest. Zo werden in 2013 investerings- en optimalisatieprojecten opgeleverd voor een totale aannemingswaarde van 135 miljoen euro. Anderzijds is er een afname van de reële waarde financiële instrumenten per einde december 2013. Aquafin gebruikt derivaten om renterisico’s af te dekken die voortvloeien uit de financieringsactiviteiten. De (negatieve) marktwaarde van de hedgingstructuren is opgenomen onder de overige langlopende financiële verplichtingen. Vermits financieringskosten redelijke kosten zijn in het kader van de Beheersovereenkomst, wordt de tegenwaarde van deze verplichting erkend als een onderdeel van de (lange termijn) vordering binnen de Beheersovereenkomst. Onder de overige financiële activa worden oa de nog te factureren vergoedingen m.b.t. prestaties buiten het kader van de beheersovereenkomst opgenomen. In december 2013 was er – in afspraak met het Vlaamse Gewest – een vervroegde facturatie van de werkingskosten m.b.t. het 1e kwartaal 2014. De betreffende vorderingen waren – in principe – nog niet vervallen per einde 2013. Doordat een gedeelte van deze vorderingen voor vervaldatum werd betaald is er een toename van de kasequivalenten (tijdelijke geldbeleggingen) welke per einde 2013 32,4 miljoen euro bedragen. De financiering in het kader van de beheersovereenkomst op lange termijn is gebaseerd op de affectatieovereenkomst. Die bepaalt dat het saldo van de kredieten op lange termijn kleiner moet zijn dan de aanspraken die Aquafin heeft op de drinkwatermaatschappijen, respectievelijk het Vlaamse Gewest. Deze aanspraken bestaan uit het nog niet betaalde gedeelte van de al opgeleverde investeringsprojecten. Rekening houdend met alle leningen op lange termijn – onder affectatie, met een algemeen of commercieel doel – en de terugbetalingen van al eerder opgenomen leningen, bedraagt het saldo van de bankleningen op lange termijn 1.790 miljoen euro, inclusief het gedeelte dat binnen het jaar moet worden terugbetaald. In 2013 heeft Aquafin voor 281 miljoen euro nieuwe kredieten op lange termijn opgenomen, inclusief de herfinanciering van de einde mei 2013 vervallen private placement obligatielening t.b.v. 100 miljoen euro. De leningen op korte termijn kenden een toename van 127,0 miljoen euro per einde 2012 tot 175 miljoen euro per einde 2013. Binnen het “commercial paper”-programma ter waarde van 400 miljoen euro werd voor 138 mio euro opgenomen op korte termijn. Binnen de bestaande kredietlijnen ten bedrage van 395 miljoen euro, inclusief de gesyndiceerde lening en de kredietlijnen van de gemeenten, werd slechts 36,9 miljoen euro opgenomen. Aquafin gebruikt derivaten om renterisico’s af te dekken die voortvloeien uit de financieringsactiviteiten. De (negatieve) marktwaarde van de hedgingstructuren is opgenomen onder de overige langlopende financiële verplichtingen. De voorziening voor risico’s en lasten heeft betrekking op juridische geschillen, verzekeringsdossiers, geschillen in het kader van de uitvoering van de beheersovereenkomst en verwerking van het slib gebufferd in de installaties. Verslag van de raad van bestuur 25 26 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Commentaar bij de geconsolideerde winst- en verliesrekening en het overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten In de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest is bepaald dat de vergoeding van Aquafin gebeurt op basis van de doorrekening van alle redelijke kosten, verhoogd met een vergoeding voor de aandeelhouders die gebaseerd is op hun inbreng in het eigen vermogen. Hieruit volgt dat de kosten en opbrengsten in grote mate een spiegelbeeld zijn van elkaar. De evolutie van de kosten en in het bijzonder die van grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen, personeelkosten ligt in de lijn van de groei van de infrastructuur die door Aquafin geëxploiteerd en uitgebouwd wordt, binnen het kader van de beheersovereenkomst. Anderzijds was er in het post-verkiezingsjaar 2013 een afname van de activiteiten buiten het kader van de Beheersovereenkomst. Door een groot aantal gemeenten en steden werden – in de aanloop naar de verkiezingen en nadien tot de installatie van de nieuwe lokale besturen – een aantal rioleringsprojecten on-hold gezet. De afname van de financieringskosten resulteert uit de wijziging van de marktwaarde van de hedgingstructuren over 2013, m.b.t. het gedeelte opgenomen in de winst- en verliesrekening. Met het actief beheer van het renterisico wil Aquafin de financieringskost optimaliseren. Sinds 2006 heeft de Raad van Bestuur de implementatie van een dynamisch beheer van het renterisico goedgekeurd, waarbij de krijtlijnen voor het rentemanagement zijn uitgetekend. Na verrekening van de provisies, de waardeverminderingen en de niet aan het Vlaamse Gewest doorgerekende kosten en opbrengsten, inclusief het resultaat van de commerciële activiteiten, wordt de winst voor belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 9,52 miljoen euro. Vanaf aanslagjaar 2007 werd de notionele interestaftrek ingevoerd in de vennootschapsbelasting, waardoor de kost van de waterzuivering voor de burger beperkt blijft. Het gedeelte van de vennootschapsbelasting ten laste van de activiteiten binnen de Beheersovereenkomst kan als redelijke kost doorgerekend worden naar de drinkwatermaatschappijen. Het grootste deel van de wijziging van de marktwaarde van de hedgingstructuren over 2013 – gedeelte dat betrekking heeft op kwalificerende kasstroomafdekkingen – wordt opgenomen in het overzicht van de gerealiseerde en nietgerealiseerde resultaten. Aangezien Aquafin – binnen de Beheersovereenkomst – recht heeft om voor financieringskosten een vergoeding te ontvangen, worden wijzigingen in de marktwaarde van de financiële instrumenten als vordering erkend, ten opzichte van de niet-gerealiseerde resultaten. Jaarrekening Verslag van de commissaris Balans en resultatenrekening Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening Toelichtingen bij de geconsolideerd balans Toelichtingen bij de geconsolideerde winst- en verliesrekening Toelichtingen bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht Segmentrapportering Informatieverschaffing over verbonden partijen Specifieke toelichtingen vereist onder het Wetboek van Vennootschappen 28 30 35 42 62 67 68 69 70 28 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Verslag van de commissaris ↘ VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS VAN AQUAFIN NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2013 Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris. Dit verslag omvat ons oordeel over de geconsolideerde jaarrekening (de “Geconsolideerde Jaarrekening”) evenals ons verslag betreffende de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen zoals hieronder gedefinieerd. De Geconsolideerde Jaarrekening omvat de geconsolideerde balans op 31 december 2013, de geconsolideerde resultatenrekening (het geconsolideerd overzicht van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten), het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het geconsolideerd kasstroomoverzicht van het boekjaar afgesloten op 31 december 2013 en de toelichting. ↘ VERSLAG OVER DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING - OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD Wij hebben de controle uitgevoerd van de Geconsolideerde Jaarrekening van Aquafin NV (“de Vennootschap”) en haar dochterondernemingen (samen “de Groep”) over het boekjaar afgesloten op 31 december 2013. Deze Geconsolideerde Jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie. Het geconsolideerde balanstotaal bedraagt € 2.519.217 (‘000) en de resultatenrekening sluit af met een winst van het boekjaar van € 8.758 (‘000). VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE RAAD VAN BESTUUR VOOR HET OPSTELLEN VAN DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie. De raad van bestuur is ook verantwoordelijk voor het implementeren van de interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht voor het opstellen van de Geconsolideerde Jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat, die gevolg is van fraude of van fouten. VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze Geconsolideerde Jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle volgens de internationale controlestandaarden (“International Standards on Auditing – ISA”) uitgevoerd. Die standaarden vereisen dat wij aan de deontologische vereisten voldoen alsook de controle plannen en uitvoeren teneinde een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de Geconsolideerde Jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de beoordeling door de commissaris, met inbegrip van diens inschatting van de risico’s van een afwijking van materieel belang in de geconsolideerde jaarrekening als gevolg van fraude of van fouten. Bij het maken van die risico-inschatting neemt de commissaris de interne beheersing van de Groep in aanmerking die relevant is voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening, die een getrouw beeld geeft, ten einde controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet gericht zijn op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Groep. Een controle omvat tevens een evaluatie van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving, de redelijkheid van de door de raad van bestuur gemaakte schattingen, alsmede de presentatie van de geconsolideerde jaarrekening als geheel. Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen en wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om daarop ons oordeel te baseren. OORDEEL ZONDER VOORBEHOUD Naar ons oordeel geeft de Geconsolideerde Jaarrekening van de Vennootschap per 31 december 2013 een getrouw beeld van de financiële toestand van de Groep alsook van haar geconsolideerde resultaten en van haar geconsolideerde kasstromen over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd door de Europese Unie. ↘ VERSLAG BETREFFENDE OVERIGE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening, inclusief de verklaring inzake deugdelijk bestuur, in overeenstemming met artikels 96 en 119 van het Wetboek van vennootschappen, evenals het naleven van het Wetboek van vennootschappen voor deze Geconsolideerde Jaarrekening. In het kader van ons mandaat en overeenkomstig met de van toepassing zijnde bijkomende norm uitgegeven door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatblad op 28 augustus 2013 (de “Bijkomende Norm”), is het onze verantwoordelijkheid om bepaalde procedures uit te voeren aangaande de naleving, in alle van materieel belang zijnde opzichten, van bepaalde wettelijke en reglementaire verplichtingen, zoals gedefinieerd in de Bijkomende Norm. Als gevolg van deze procedures, doen wij de volgende bijkomende verklaring die niet van aard is om de draagwijdte van ons oordeel over de Geconsolideerde Jaarrekening te wijzigen: • Het jaarverslag over de Geconsolideerde Jaarrekening behandelt de door de wet vereiste inlichtingen, stemt overeen met de Geconsolideerde Jaarrekening en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat. Antwerpen, 14 maart 2014 Ernst & Young Bedrijfsrevisoren BCVBA Commissaris vertegenwoordigd door Ronald Van den Ecker Vennoot Ref.: 14RVE0145 Jaarrekening 29 30 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Balans en resultatenrekening GECONSOLIDEERDE BALANS PER 31 DECEMBER 2013 (IN 000 EURO) ↘ ACTIVA (in 000 euro) Toelichting 2013 2012 Lange termijn vordering Beheersovereenkomst 5.0 2.219.749 2.220.984 Overige financiële activa 5.1 41.577 38.663 2.261.325 2.259.648 VASTE ACTIVA Totaal VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Korte termijn vordering Beheersovereenkomst 5.0 122.645 134.552 Handelsvorderingen en overige vorderingen 5.2 75.928 45.864 Vooruitbetalingen 0 0 Overige financiële vlottende activa 5.3 19.633 974 Geldmiddelen en kasequivalenten 5.4 39.686 4.110 257.892 185.500 2.519.217 2.445.148 210.900 210.900 Totaal TOTAAL ACTIVA EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN EIGEN VERMOGEN Geplaatst kapitaal Groepsreserves 5.5 5.6 & 5.7 Totaal eigen vermogen 28.880 29.341 239.780 240.241 LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN Rentedragende leningen 5.8 1.647.316 1.510.594 Overige langlopende financiële verplichtingen 5.9 123.071 187.190 Voorzieningen 5.10 9.248 7.357 Pensioenverplichting 5.11 Totaal 12.730 14.770 1.792.365 1.719.911 KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN Handelsschulden en overige te betalen posten 5.12 139.878 81.570 5.8 319.225 373.827 Overige kortlopende financiële verplichtingen 5.13 11.952 14.305 Te betalen belasting 5.14 16.018 15.294 Rentedragende leningen Totaal Totaal verplichtingen TOTAAL EIGEN VERMOGEN EN VERPLICHTINGEN 487.073 484.997 2.279.438 2.204.907 2.519.217 2.445.148 GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING OVER 2013 (IN 000 EURO) ↘ (in 000 euro) Toelichting Boekjaar Vorig boekjaar VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN Geleverde diensten 6.0 Opbrengsten Overige bedrijfsopbrengsten 6.1 Wijzigingen in de voorraden afgewerkt product en onderhanden werk 321.413 338.574 321.413 338.574 -67 4.702 0 0 Grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen 6.2 -168.308 -186.200 Personeelskosten 6.3 -64.578 -61.694 Afschrijvingen, amortisaties en bijzondere waardevermindering 6.4 -1.731 -109 Overige lasten 6.5 -5.887 -5.606 Financieringskosten 6.6 -78.837 -85.653 Financieringsopbrengsten 6.7 7.520 6.179 9.524 10.194 Belastingslast 6.8 -2.358 -2.388 Doorrekening belastingslast via vordering BeheersOVK 6.8 1.591 1.889 8.758 9.695 8.758 9.695 8.758 9.695 Winst voor belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten Winst uit voortgezette bedrijfsactiviteiten NETTOWINST Toe te rekenen aan: Houders van eigen-vermogensinstrumenten van de moedermaatschappij Winst per aandeel (€) gewone winst per aandeel, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 verwaterde winst per aandeel, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 gewone winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 verwaterde winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 Winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten (€) Jaarrekening 31 32 Geconsolideerde jaarrekening 2013 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN OVER 2013 ↘ (in 000 euro) Toelichting NETTOWINST 2013 2012 8.758 9.695 NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN Recycleerbaar: Netto waardestijging op kasstroomafdekkingen 5.9 66.058 -52.965 Doorrekening via vordering BeheersOVK 5.9 -66.058 52.965 Actuariële winsten en verliezen op toegezegd pensioenregelingen 5.11 3.095 -7.439 Doorrekening via vordering BeheersOVK 5.11 -3.095 7.439 0 0 8.758 9.695 8.758 9.695 Niet-recycleerbaar: Niet-gerealiseerde resultaten na belastingen TOTALE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA BELASTINGEN Toe te rekenen aan: Houders van eigen-vermogensinstrumenten van de moedermaatschappij GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN PER 31 DECEMBER 2013 ↘ EIGEN VERMOGEN TOE TE REKENEN AAN DE HOUDERS VAN EIGEN-VERMOGENSINSTRUMENTEN VAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ (in 000 euro) Geplaatst kapitaal Groepsreserves Totaal eigen vermogen 210.900 29.341 240.241 8.758 8.758 0 0 8.758 8.758 PER 1 JANUARI 2013 Winst over het boekjaar Niet-gerealiseerde resultaten GEREALISEERD EN NIET-GEREALISEERD RESULTAAT 0 Kapitaalsvolstorting Dividenden PER 31 DECEMBER 2013 210.900 0 0 -9.218 -9.218 28.880 239.780 GECONSOLIDEERD MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN PER 31 DECEMBER 2012 (IN 000 EURO) ↘ EIGEN VERMOGEN TOE TE REKENEN AAN DE HOUDERS VAN EIGEN-VERMOGENSINSTRUMENTEN VAN DE MOEDERMAATSCHAPPIJ (in 000 euro) PER 1 JANUARI 2012 Geplaatst kapitaal Groepsreserves Totaal eigen vermogen 210.900 27.741 238.641 9.695 9.695 0 0 9.695 9.695 Winst over het boekjaar Niet-gerealiseerde resultaten GEREALISEERD EN NIET-GEREALISEERD RESULTAAT 0 Kapitaalsvolstorting Dividenden PER 31 DECEMBER 2013 210.900 0 0 -8.096 -8.096 29.341 240.241 Jaarrekening 33 34 Geconsolideerde jaarrekening 2013 GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT 2013 ↘ (in 000 euro) Toelichting 2013 2012 -167.873 -170.164 OPERATIONELE ACTIVITEITEN Betalingen aan leveranciers Betalingen aan personeel Ontvangsten klanten Betaalde vennootschapsbelasting Netto operationele kasstroom 7.1 -64.578 -61.502 492.838 433.157 289 -2.594 260.677 198.897 INVESTERINGSACTIVITEITEN Aanschaffingen binnen vordering BeheersOVK -203.572 -265.080 Netto investerings cash flow -203.572 -265.080 FINANCIERINGSACTIVITEITEN Ontvangsten financiering Aflossing financiering Betaalde intresten Ontvangsten uit kapitaalverhoging Uitgekeerde dividenden 329.605 244.000 -247.079 -158.373 -63.868 -68.535 0 0 -9.218 -8.096 Overige investeringstransacties (netto) -30.969 -10.465 Netto financierings cash flow -21.529 -1.470 35.576 -67.653 KAS EN KASEQUIVALENTEN BEGIN PERIODE 4.110 71.763 KAS EN KASEQUIVALENTEN EINDE PERIODE 39.686 4.110 CONTROLE MET BALANS 39.686 4.110 Netto toename kas en kasequivalenten Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening Algemene informatie ↘ INFORMATIE OVER DE ONDERNEMING Aquafin is een naamloze vennootschap die werd opgericht op 25 april 1990. De vennootschap is gevestigd in België, te 2630 Aartselaar. Aquafin heeft op 29 september 2009 een obligatielening uitgegeven die noteert op Euronext Brussels (www.aquafin.be/UserFiles/File/pdf/KT_-_Fortis_Aquafin_-_Prospectus__final.pdf). Voor een beschrijving van de voornaamste activiteiten verwijzen we naar het jaarverslag. De geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2013 werd goedgekeurd voor publicatie door de raad van bestuur van 6 maart 2014. Aquafin NV is een 100 % dochtervennootschap van de Vlaamse Milieuholding. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 35 36 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving, inclusief cruciale beoordelingen en belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden ↘ GRONDSLAG VOOR DE OPSTELLING, WAARDERINGSREGELS EN CONSOLIDATIE ↘ BELANGRIJKE BOEKHOUDKUNDIGE BEOORDELINGEN, SCHATTINGEN EN VERONDERSTELLINGEN VOORSTELLINGSBASIS BEOORDELINGEN De geconsolideerde jaarrekening werd opgesteld op basis van de historische kostprijsmethode met uitzondering van de afgeleide producten die aan reële waarde worden gewaardeerd. De geconsolideerde jaarrekening wordt voorgesteld in (duizend) euro. Het management is van oordeel dat voorzieningen voor personeelsbeloningen, bijzondere waardeverminderingen e.d. ingeschat werden op basis van marktconforme parameters. OVEREENSTEMMINGSVERKLARING De geconsolideerde jaarrekening van de groep werd opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS), zoals gepubliceerd door de IASB en aanvaard binnen de Europese Unie. BASIS VOOR DE CONSOLIDATIE De geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2013, eindigend op 31/12/2013, omvat de vennootschap en haar dochteronderneming (verder ‘de groep’ genoemd) en het belang van de groep in geassocieerde deelnemingen. Alle entiteiten van de groep hanteren dezelfde grondslagen voor financiële verslaggeving. a. Dochterondernemingen Dochterondernemingen zijn ondernemingen waarover de groep een beslissende invloed (‘zeggenschap’) uitoefent. Er is sprake van zeggenschap als de groep de macht heeft om, direct of indirect, het financiële en operationele beleid van een entiteit te sturen om voordelen te verkrijgen uit de activiteiten van die entiteit. De jaarrekening van een dochteronderneming wordt in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum van verwerving tot het einde van de zeggenschap. b. Geëlimineerde transacties bij de consolidatie Alle intragroepsaldi, -baten en -lasten en ongerealiseerde baten, lasten en dividenden voorvloeiend uit transacties binnen de groep worden bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening volledig geëlimineerd. De brugpensioenregeling wordt tevens verwerkt als toegezegde pensioenregeling, aangezien de groep een feitelijke verplichting heeft tegenover de betrokken werknemers. De groep erkent een voorziening op de balans die berekend werd volgens de “projected unit credit-methode”. SCHATTINGEN EN VERONDERSTELLINGEN Voor de uitvoering van zijn (bovengemeentelijke) opdrachten sloot Aquafin NV een beheersovereenkomst af met het Vlaamse Gewest. In de beheersovereenkomst wordt bepaald wat de taken van Aquafin NV zijn en welke vergoeding hiervoor aan het bedrijf toekomt. Onderstaande elementen uit deze beheersovereenkomst zijn cruciaal in de verdere beoordeling van de rekeningen. • Alle redelijke kosten die Aquafin NV maakt in het kader van de bovengemeentelijke sanering worden vergoed door het Vlaamse Gewest via de drinkwatermaatschappijen. • De beheersovereenkomst heeft een rollend karakter, wat betekent dat ze automatisch jaarlijks wordt verlengd, tenzij één van de partijen de overeenkomst heeft opgezegd. De opzegtermijn bedraagt wel 20 jaar. • Tijdens de uitvoering van de beheersovereenkomst heeft Aquafin NV het recht van gebruik en genot op de door het bedrijf opgerichte, aangekochte of geleasde infrastructuur. Aan het einde van de beheersovereenkomst – na verrekening van alle resterende verschuldigde vergoedingen – gaat het eigendomsrecht van deze infrastructuur “om niet” over op het Vlaamse Gewest. • Tijdens de uitvoering van de beheersovereenkomst blijft het bouw- en exploitatierisico voor rekening van Aquafin NV. De interpretatie IFRIC 12 - Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten is van toepassing op publiek-private overeenkomsten als aan de volgende voorwaarden voldaan is: • de concessieverlener (zogenaamde ‘grantor’) controleert of reguleert welke diensten de operator dient te leveren met de infrastructuur, aan wie deze diensten moeten geleverd worden en tegen welke prijs; • de concessieverlener controleert door eigendom het uiteindelijk recht. Anders gesteld, de concessieverlener heeft controle over enige significante residuele waarde in de infrastructuur op het einde van de looptijd van de overeenkomst. b. Leaseovereenkomsten waarbij de groep optreedt als leasinggever classificeren als financiële lease wanneer de groep nagenoeg alle – aan de eigendom van een actief verbonden – risico’s en voordelen overdraagt aan de leasingnemer. De groep zal een vordering opnemen in de balans, gelijk aan de netto-investering in de lease. FINANCIËLE ACTIVA a. In ruil voor de geleverde prestaties in het kader van de concessieovereenkomst, heeft de groep als exploitant een onvoorwaardelijk contractueel recht en wordt ze contractueel – binnen het kader van de beheersovereenkomst – vergoed door de cedent of toekenner (het Vlaamse Gewest). Dit financieel actief zal door de groep als een vordering worden beschouwd die valt onder de categorie “Leningen en vorderingen”. Bij een eerste opname wordt de vordering erkend aan reële waarde – rekening houdend met de context waarin de groep opereert – die in substantie overeenstemt met de nominale waarde van de vordering. Enerzijds draagt de vordering namelijk geen interest, maar anderzijds vergoedt het Vlaamse Gewest ook de financieringskost. Verder wordt de vordering gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, die wordt berekend aan de hand van de zogenaamde effectieve rentemethode. Door de specifieke context waarin de groep haar activiteiten uitoefent en doordat de groep geen interestvergoeding mag aanrekenen, heeft de berekening van de effectieve rentevoet geen impact. Infrastructuur-activa binnen het toepassingsgebied zijn deze die gebouwd of verworven worden met het oog op gebruik binnen de concessieovereenkomst of bestaande infrastructuur waarover de operator toegang verleend wordt. Alle door Aquafin NV opgerichte, aangekochte of geleasde infrastructuur in het kader van de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest valt binnen het toepassingsgebied van deze interpretatie. Bijgevolg wordt de betreffende infrastructuur niet verwerkt als materiële vaste activa in de jaarrekening van de onderneming. GRONDSLAGEN VOOR ELEMENTEN VAN DE BALANS IMMATERIËLE ACTIVA Onderzoek en ontwikkeling Uitgaven ten gevolge van onderzoeksactiviteiten worden ten laste genomen van het resultaat in de periode dat ze gemaakt worden. LEASE-OVEREENKOMSTEN a. De groep als leasingnemer De groep heeft een aantal operationele leaseovereenkomsten afgesloten. Ze bevatten dus geen overdracht van de wezenlijke risico’s en voordelen inherent aan de eigendom. Bij operationele leases worden de leasebetalingen als kosten opgenomen en lineair gespreid over de leaseperiode. Vorderingen in het kader van de concessieovereenkomst In het kader van de toepassing van IFRIC 12, past de groep het “financiële actiefmodel” toe. Dit is van toepassing wanneer de exploitant beschikt over een onvoorwaardelijk recht om geldmiddelen of een ander financieel actief te ontvangen van de concessieverlener. Het belangrijkste kenmerk van de bovenvernoemde interpretatie is de aard van de diensten. De activiteiten van de operator dienen van ‘publiek nut’ te zijn (de zogenaamde ‘public service obligation’). De diensten met betrekking tot de infrastructuur worden verstrekt door Aquafin aan het publiek (in ruime betekenis) binnen een vooropgesteld beleid, nl. de beheersovereenkomst. Die bepaalt welke ‘publieke’ diensten moeten worden geleverd, namelijk de uitbouw en het beheer van de bovengemeentelijke infrastructuur voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater. ↘ De groep als leasinggever b. Handelsvorderingen en overige vorderingen Deze financiële activa worden in overeenstemming met IAS39 §46 (a) – bij initiële opname aan reële waarde vermeerderd met eventuele transactiekosten – aan geamortiseerde kostprijs gewaardeerd. De waardering van vastrentende effecten volgt dezelfde regels. Op elke balansdatum worden de oninbare vorderingen afgeschreven tegenover de betreffende provisierekening. Zowel toevoegingen aan deze provisierekening als terugnames worden gerapporteerd in de winst-enverliesrekening. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 37 38 Geconsolideerde jaarrekening 2013 c. Geldmiddelen en kasequivalenten Geldmiddelen omvatten contanten en direct opvraagbare deposito’s. Kasequivalenten zijn kortlopende, uiterst liquide beleggingen die onmiddellijk kunnen worden omgezet in geldmiddelen waarvan het bedrag bekend is en die geen materieel risico van waardeverandering in zich dragen. d. Voor verkoop beschikbare financiële activa Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn die nietafgeleide financiële activa die worden aangemerkt als voor verkoop beschikbaar of die niet worden geclassificeerd als (a) leningen en vorderingen, (b) tot einde looptijd aangehouden beleggingen of (c) financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Ze worden gewaardeerd aan reële waarde in de balans met verwerking van waardeveranderingen in de nietgerealiseerde resultaten. SCHULDEN a. Financiële schulden Bij eerste opname in de balans worden financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde, vermeerderd met de transactiekosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de uitgifte van de financiële verplichting. Na de eerste opname worden deze financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, waarbij gebruik wordt gemaakt van de effectieve rentemethode. b. Handelsschulden en andere schulden op korte termijn Handelsschulden en andere schulden op korte termijn worden gewaardeerd aan geamortiseerde kostprijs. VOORZIENINGEN Voorzieningen worden in de balans opgenomen als: • de groep een bestaande (in rechte afdwingbare of feitelijke) verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden; • het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen; • een betrouwbare schatting van het bedrag van de verplichting kan worden gemaakt. Voorwaardelijke verplichtingen worden niet getoond in de balans maar worden opgenomen in de toelichtingen, tenzij de kans op een verlies gering is. De last die met een voorziening samenhangt, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. De groep neemt de zekere vergoedingen (van het Vlaams Gewest of van de verzekeringsmaatschappij) op als actief. Als de invloed door verdiscontering van de toekomstige benodigde kasuitgaven materieel is, worden de voorzieningen jaarlijks geactualiseerd aan de hand van op balansdatum algemeen gehanteerde verdisconteringsvoeten, die de tijdswaarde van geld uitdrukken. VOORZIENINGEN VOOR PERSONEELSBELONINGEN Binnen de groep bestaan er twee types van pensioenplannen: de toegezegde bijdrageregeling en de toegezegde pensioenregeling. Verplichtingen aangaande toegezegde bijdrageregelingen worden onmiddellijk ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen. De periodieke premiebetaling wordt als periodekost geregistreerd. De schuld of eventueel vordering uit toegezegde pensioenregelingen wordt opgenomen in de balans. Bij dergelijke regelingen komt het bedrag in de balans (de nettoverplichting) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen en aangepast voor niet-opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd. Om de toekomstige verplichting getrouw te kunnen inschatten, wordt er een beroep gedaan op een specifieke actuariële berekening, de zgn. projected unit credit methode. Voor de behandeling van actuariële winsten en verliezen werd geopteerd voor het onmiddellijk in mindering brengen van het eigen vermogen via het overzicht van de nietgerealiseerde resultaten. Brugpensioenregelingen worden ook verwerkt als toegezegde pensioenregelingen. De groep neemt een voorziening op die berekend werd volgens de projected unit credit methode. BELASTINGEN a. Met andere woorden, voorzieningen worden opgenomen als ze waarschijnlijk zijn en als er een huidige verplichting op balansdatum bestaat. Voorwaardelijke activa worden niet getoond in de balans, maar worden opgenomen in de toelichtingen, als een instroom van economische voordelen waarschijnlijk is. Winstbelastingen Actuele belastingvorderingen en -verplichtingen voor lopende en voorgaande perioden worden gewaardeerd tegen het bedrag dat naar verwachting zal worden teruggevorderd van of betaald aan de (Belgische) belastingautoriteiten. Conform artikel 43 van de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest worden alle redelijke kosten van de groep gemaakt in het kader van deze overeenkomst vergoed door de drinkwatermaatschappijen / het Vlaamse Gewest, inclusief alle heffingen en belastingen door de groep verschuldigd voor de uitvoering van deze overeenkomst. b. Omzetbelasting Opbrengsten, kosten en activa worden opgenomen na aftrek van de omzetbelasting, behalve: • als de omzetbelasting over de aankoop van activa of diensten niet van de belastingautoriteit kan worden teruggevorderd, in welk geval de omzetbelasting wordt opgenomen als onderdeel van de kosten van de verwerving van het actief of als onderdeel van de kostenpost; • vorderingen en schulden die inclusief de omzetbelasting worden verantwoord. Het nettobedrag van de omzetbelasting die kan worden teruggevorderd van of betaalbaar is aan de belastingautoriteit wordt opgenomen als een onderdeel van de vorderingen en schulden in de balans. c. Uitgestelde belastingen Gelet op de specifieke bepalingen binnen de beheersovereenkomst, heeft de groep geen tijdelijke verschillen op activa of verplichtingen die aanleiding zouden geven tot het opzetten van een uitgestelde belastingschuld of -vordering. ↘ GRONDSLAGEN VOOR ELEMENTEN VAN DE WINST- EN VERLIESREKENING OPBRENGSTEN Conform de beheersovereenkomst worden alle redelijke kosten van de onderneming vergoed door het Vlaamse Gewest via de drinkwatermaatschappijen. Opbrengsten worden opgenomen als het waarschijnlijk is dat de economische voordelen met betrekking tot de transactie naar de onderneming zullen vloeien en als het bedrag van de opbrengsten op een betrouwbare manier kan gemeten worden. Omzet wordt opgenomen na aftrek van omzetbelastingen en kortingen. Opbrengsten uit de verkoop van goederen of levering van diensten worden opgenomen als de levering en de volledige overdracht van risico’s en voordelen heeft plaatsgevonden. Dividenden worden opgenomen op het ogenblik dat het recht van de aandeelhouder op ontvangst vastgelegd is. a. Onderhanden projecten in opdracht van derden Voor onderhanden projecten in opdracht van derden die niet onder de concessieovereenkomst vallen, wordt de opbrengst volgens het stadium van afwerking van de projectactiviteiten in winst-en verliesrekening genomen (de percentage of completion methode). Deze methode kan enkel worden toegepast als het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden op betrouwbare wijze kan worden ingeschat. Op balansdatum maakt de groep een inschatting van het resultaat van het project: het verschil tussen de verwachte contractopbrengsten en contractkosten, evenals het stadium van afwerking van de projectactiviteiten. Op verslagdatum wordt deze afwerkingsgraad toegepast op het totaal van de verwachte opbrengsten en kosten om het bedrag van kosten en opbrengsten te bepalen dat in de winst- en verliesrekening van de periode komt. Als de groep een verlies verwacht op het onderhanden project in opdracht van derden, wordt dit onmiddellijk ten laste van het resultaat genomen. Wanneer het resultaat van een onderhanden project in opdracht van derden niet op een betrouwbare manier kan worden geschat, worden enkel opbrengsten opgenomen ten belope van de kosten die waarschijnlijk zullen kunnen worden gerecupereerd. FINANCIERINGSKOSTEN Financieringskosten worden door de groep onmiddellijk als last opgenomen in de periode waarin ze zijn gemaakt. De groep heeft geen in aanmerking komende activa waarvoor de financieringskosten moeten geactiveerd worden. AFDEKKING De groep gebruikt derivaten om renterisico’s af te dekken die voortvloeien uit de financieringsactiviteiten. Het actief rentemanagement wordt gevoerd in overeenstemming met de doelstellingen en regels die door het bestuursorgaan werden vastgelegd. Het is de politiek van de groep om geen speculatieve transacties of transacties met een hefboomeffect aan te gaan. Hedge categorieën Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee hedge categorieën: reëlewaardeafdekkingen en kasstroomafdekkingen. Reëlewaardeafdekkingen zijn afdekkingen van het risico van veranderingen in de reële waarde van opgenomen activa en verplichtingen. Zowel de derivaten die werden aangemerkt als reëlewaardeafdekkingen als hun afgedekte activa of verplichtingen worden gewaardeerd tegen reële waarde in de balans en veranderingen in reële waarde worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 39 40 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Wanneer een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet en wordt de aanpassing aan de boekwaarde van het afgedekte rentedragende financieel instrument lineair afgeschreven in de winst-enverliesrekening tot op de vervaldag van de afgedekte positie. Kasstroomafdekkingen zijn afdekkingen van de mogelijke variabiliteit van toekomstige kasstromen die verband houden met opgenomen activa of verplichtingen, zeer waarschijnlijke verwachte toekomstige transacties of niet-opgenomen vaststaande toezeggingen. Veranderingen in de reële waarde van een afdekkingsinstrument dat voldoet als zeer effectieve kasstroomafdekking worden in het overzicht van de nietgerealiseerde resultaten verwerkt, meer bepaald in de afdekkingsreserve. Het niet-effectieve deel ervan wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Als de afgedekte kasstroom resulteert in de opname van een niet-financieel actief of een niet-financiële verplichting, worden de gecumuleerde reëlewaardeaanpassingen van het derivaat niet langer opgenomen in het overzicht van de nietgerealiseerde resultaten, maar inbegrepen in de initiële waardering van de kostprijs of de boekwaarde van het actief of de verplichting. In alle andere gevallen worden de gecumuleerde reëlewaardeaanpassingen van het derivaat getransfereerd van het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst-en-verliesrekening op het ogenblik dat de afgedekte vaststaande toezegging of de voorziene transactie resulteert in het opnemen van een winst of een verlies. Indien een afdekking niet langer zeer effectief blijkt, wordt de hedge accounting stopgezet, maar niet met terugwerkende kracht. In dit geval blijven de gecumuleerde reëlewaardeaanpassingen op het afdekkingsinstrument behouden in het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten tot de toegezegde of voorziene transactie zich voordoet. Wanneer verwacht wordt dat een toegezegde of voorziene transactie zich niet meer zal voordoen, worden de gecumuleerde reëlewaardeaanpassingen getransfereerd van het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten naar de winst-enverliesrekening. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Gebeurtenissen na balansdatum die bijkomende informatie verschaffen omtrent de situatie van de onderneming zoals die bestond op balansdatum (zogenaamde adjusting events) worden verwerkt in de jaarrekening. Andere gebeurtenissen na balansdatum (zogenaamde non-adjusting events) worden enkel vermeld in de toelichtingen als ze belangrijk geacht worden. GESEGMENTEERDE INFORMATIE Voor managementdoeleinden is de groep georganiseerd in twee operationele segmenten. Enerzijds worden er bedrijfsactiviteiten uitgeoefend binnen de concessieovereenkomst (beheersovereenkomst) met het Vlaamse Gewest, anderzijds worden er commerciële activiteiten uitgeoefend, voornamelijk voor (Vlaamse) steden en gemeenten. Binnen dit laatste segment staat de groep in onmiddellijke concurrentie met andere rioolbeheerders. De segmenten worden bepaald in lijn met de interne rapportering en zoals gerapporteerd aan het directiecomité en de raad van bestuur. ↘ NIEUWE EN GEWIJZIGDE STANDAARDEN EN INTERPRETATIES, VAN TOEPASSING OP 1 JANUARI 2013 WIJZIGINGEN VAN GRONDSLAGEN De eerste toepassing van bepaalde standaarden en wijzigingen verplicht de Groep tot het aanpassen van de cijfers in het vorige boekjaar. Deze omvatten de volgende: IAS 19 Personeelsbeloningen (gewijzigd in 2011), IFRS 13 Reële Waardebepaling en wijzigingen aan IAS 1 Weergave van de Jaarrekening. Verschillende andere wijzigingen werden in 2013 voor het eerst toegepast. Echter hadden deze geen impact op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep. Boeking van de bewegingen Het onderscheid tussen gekwalificeerde en niet-gekwalificeerde financiële instrumenten bepaalt de verwerkingswijze. REËLEWAARDEAFDEKKING KASSTROOMAFDEKKING Gekwalificeerd • Variatie in tijdswaarde = impact op resultatenrekening • Variatie in intrinsieke waarde = onderling te compenseren • Coupon: pro rata over het jaar verrekend • Variatie in tijdswaarde = impact op resultatenrekening • Variatie in intrinsieke waarde = component van niet gerealiseerde resultaten • Coupon: pro rata over het jaar verrekend Niet-gekwalificeerd • Variatie in totale waarde = impact op resultatenrekening • Coupon: kasstroom in dat jaar • Variatie in totale waarde = impact op resultatenrekening • Coupon: kasstroom in dat jaar De aard en de impact van elk van de volgende nieuwe standaarden, wijzigingen en/of interpretaties worden hieronder beschreven: • IFRS 7 Financiële Instrumenten: Toelichtingen – Compensatie van Financiële Activa en Verplichtingen • IFRS 13 Reële waardebepaling • IAS 1 Weergave van de Jaarrekening – Weergave van de Niet-Gerealiseerde Resultaten • IAS 12 Winstbelastingen – Latente belastingen: Realisatie van onderliggende activa • IAS 19 Personeelsbeloningen (gewijzigd) • IAS 36 Bijzondere waardevermindering – Toelichting van realiseerbare waarde van niet-financiële activa, slechts van toepassing op boekjaren die aanvangen op 1 januari 2014 maar vervroegd toegepast • IFRIC 20 Verwijderingskosten tijdens de productiefase van een oppervlaktemijn • Jaarlijkse Verbeteringen aan IFRS (uitgebracht in mei 2012) ↘ • IFRS 10, IFRS 12 en IAS 27 – Beleggingsinstellingen1, van kracht per 1 januari 2014 • IAS 27 De enkelvoudige jaarrekening, van kracht per 1 januari 2014 • IAS 28 Belangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures, van kracht per 1 januari 2014 • IAS 32 Financiële instrumenten – presentatie Salderen van financiële activa en financiële verplichtingen, van kracht per 1 januari 2014 • IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa – Toelichtingen inzake de realiseerbare waarde van nietfinanciële activa1,van kracht per 1 januari 2014 • IFRIC 21 Heffingen van overheidswege1, van kracht per 1 januari 2014 De onderneming is momenteel de impact van deze wijzigingen aan het bestuderen. Echter blijkt uit de eerste analyses dat deze wijzigingen geen materiële impact zullen hebben. NIEUWE EN GEWIJZIGDE IFRS-STANDAARDEN EN IFRICINTERPRETATIES DIE VAN KRACHT ZIJN VOOR BOEKJAREN BEGINNEND NA 1 JANUARI 2013 STANDAARDEN DIE ZIJN GEPUBLICEERD MAAR NOG NIET VAN KRACHT ZIJN De onderstaande standaarden en interpretaties waren op de datum van publicatie van de jaarrekening van de Groep uitgegeven maar nog niet van kracht. Hier zijn alleen de standaarden en interpretaties opgesomd waarvan de groep een redelijke verwachting heeft dat deze bij toekomstige toepassing een impact zullen hebben op de toelichtingen, de financiële positie of de resultaten van de Groep. De Groep is van plan deze standaarden en interpretaties toe te passen zo gauw deze van toepassing zijn. • IFRS 9 Financiële instrumenten1, van kracht per 1 januari 2015 • IFRS 10 De geconsolideerde jaarrekening, van kracht per 1 januari 2014 • IFRS 11 Regelingen die resulteren in gezamenlijke zeggenschap, van kracht per 1 januari 2014 • IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten, van kracht per 1 januari 2014 • IFRS 10-12 Overgangsleidraad – van kracht per 1 januari 2014 1 Nog niet goedgekeurd door de EU per 21 juni 2013. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 41 42 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Toelichtingen bij de geconsolideerde balans ↘ TOELICHTING 5.0 CONCESSIECONTRACTEN (IFRIC 12) IFRIC 12 betreffende de dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten wordt toegepast in de geconsolideerde jaarrekening van Aquafin. In het kader van de toepassing van IFRIC 12, past de groep het financieel actief model toe. LANGE TERMIJN VORDERINGEN BEHEERSOVEREENKOMST De vorderingen op lange termijn (= vorderingen op meer dan een jaar) ingevolge de toepassing van IFRIC 12 bevatten onderstaande categorieën: Het materieel vast actief opgenomen binnen de IFRIC 12 – vordering omvat: De voornaamste impact van dit model op de financiële positie en resultaten van de groep, heeft betrekking op de behandeling van de materiële vaste activa. De materiële vaste activa die binnen het toepassingsgebied van deze interpretatie vallen, worden niet erkend als materieel vast activum, maar als financieel activum dat de te ontvangen vergoedingen uit de exploitatie en oprichting van de concessie omvat. • Waterzuiveringsinfrastructuur opgeleverd aan het Vlaamse Gewest. Voor het nog niet terugbetaalde gedeelte van deze investeringsprojecten en vervangingsinvesteringen op verslagdatum, die pas over meer dan een jaar zullen teruggevorderd worden, erkent de groep een vordering op lange termijn ten aanzien van de drinkwatermaatschappijen / het Vlaamse Gewest, gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Cfr. Art. 43 van de beheersovereenkomst zijn de contractuele rechten van Aquafin onvoorwaardelijk en voldoen ze bijgevolg aan de definitie van het financieel actief model. IFRIC-12 VORDERING OPGENOMEN IN DE BALANS ↘ (in 000 euro) 2013 2012 2.219.749 2.220.984 122.645 134.552 2.342.394 2.355.536 1.577.818 1.512.800 342.193 357.889 IFRIC 12 VORDERING PER VERVALJAAR Lange termijn IFRIC 12 vordering Korte termijn IFRIC 12 vordering TOTAAL IFRC 12 VORDERING IFRIC 12 VORDERING PER CATEGORIE Waterzuiveringsinfrastructuur - opgeleverd Aankopen VMM installaties Hydronautstudies 20.399 18.791 Investeringen Hoofdkantoor & Operaties 14.704 14.864 Hoofdkantoorgebouw 7.326 7.699 Gebouwen in leasing 495 713 258.542 244.897 11.841 13.941 Reële waarde financiële instrumenten 119.240 184.747 Overige (op te stellen CN's) -10.164 -805 2.342.394 2.355.536 Activa in aanbouw Provisie pensioenen TOTAAL • Infrastructuur overgenomen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Ook hiervoor heeft de groep recht een vergoeding te ontvangen van het Vlaamse Gewest ter waarde van het nog niet terugbetaalde gedeelte en gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. In de vorderingen op lange termijn wordt het gedeelte opgenomen dat zal teruggevorderd worden over meer dan een jaar. • Hydronautstudies zijn studies die worden uitgevoerd om tot een correct ontwerp te komen van het gerelateerde bovengemeentelijke investeringsproject. Ook in het kader van het beheer van bestaande infrastructuur worden hydronautstudies uitgevoerd. Ze worden op 15 jaar doorgerekend aan het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen. Voor het nog niet terugbetaalde gedeelte van deze studies op verslagdatum, dat over meer dan een jaar zal teruggevorderd worden, wordt een vordering op lange termijn erkend. • Investeringen in hardware, software, labo-uitrusting, meubilair, materialen en uitrusting nodig voor de werking van het hoofdkantoor en investeringen in hardware, software, labouitrusting, vervangingsinvesteringen electromechanica, buitengewoon onderhoud bouwkunde en electromechanica, meubilair, … worden doorgerekend aan het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen a rato van de geboekte afschrijvingen. Voor het nog niet terugbetaalde gedeelte van deze investeringen op verslagdatum dat over meer dan een jaar zal teruggevorderd worden, wordt een vordering op lange termijn erkend. • Investeringen in het hoofdkantoorgebouw (Dijkstraat 8). Deze worden doorgerekend aan het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen a rato van de afbetaling van de hiertoe aangegane lening. Voor het nog niet terugbetaalde gedeelte van deze investeringen op verslagdatum dat over meer dan een jaar zal teruggevorderd worden, wordt een vordering op lange termijn erkend. • Door te rekenen kosten van de twee gebouwen die de groep in leasing heeft. De leasingcontracten voldoen aan de criteria van financiële leasing. De leasingkosten worden doorgerekend aan het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen a rato van de afschrijvingen. Voor het nog niet terugbetaalde gedeelte van de gebouwen in leasing op verslagdatum dat over meer dan een jaar zal teruggevorderd worden, wordt een vordering op lange termijn erkend. De totale boekwaarde voor leasing valt uiteen in een IFRIC 12-vordering op korte termijn van telkens 219 k EUR (= de jaarlijkse afschrijving doorgerekend aan het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen) en een IFRIC 12 – vordering op lange termijn voor het gedeelte dat pas in de daarop volgende jaren zal teruggevorderd worden van het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen. • Activa in aanbouw. Naast de opgeleverde projecten heeft de groep een groot aantal projecten in uitvoering en dus ook een significant bedrag aan activa in aanbouw. Ook voor deze activa heeft de groep een onvoorwaardelijk contractueel recht om een vergoeding te ontvangen van de Vlaamse Overheid. Voor hun waarde wordt een vordering erkend. De provisie pensioenen heeft betrekking op toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen • Provisie toegezegde pensioenregelingen Aquafin kent twee types van pensioenregelingen: een toegezegde pensioenregeling en toegezegde bijdrageregeling. Alle bewegingen aangaande toegezegde bijdrageregelingen worden erkend in de winst- en verliesrekening. Voor de verplichtingen aangaande de toegezegde pensioenregelingen werd cfr. IAS 19 een actuariële berekening uitgevoerd, cfr. toelichting 5.11. Aangezien de groep cfr. de beheersovereenkomst een onvoorwaardelijk contractueel recht heeft om voor de provisies voor toegezegde pensioenregelingen een vergoeding te ontvangen van het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen, wordt deze als vordering erkend. • Provisie brugpensioen Cfr IAS 19 werd een actuariële berekening uitgevoerd van de provisie voor brugpensioenen. Toelichting omtrent deze berekening wordt verschaft in toelichting 5.10. Aangezien de groep volgens de beheersovereenkomst een onvoorwaardelijk contractueel recht heeft om voor de provisies voor toegezegde pensioenregelingen een vergoeding te ontvangen van het Vlaamse Gewest / de drinkwatermaatschappijen, wordt deze als vordering erkend. Reële waarde financiële instrumenten Aangezien de groep volgens de beheersovereenkomst het recht heeft om voor financieringskosten een vergoeding te ontvangen, worden wijzigingen in de marktwaarde van de financiële instrumenten als vordering erkend, ten opzichte van de niet-gerealiseerde resultaten. Toelichting omtrent de berekening van de wijzigingen in deze markwaarde wordt verschaft in toelichting 5.9. KORTE TERMIJN VORDERINGEN BEHEERSOVEREENKOMST De vorderingen op korte termijn (= vorderingen op ten hoogste een jaar) ingevolge de toepassing van IFRIC 12 bevatten onderstaande categorieën: Het materiële vast actief opgenomen binnen de IFRIC 12 – vordering omvat: • waterzuiveringsinfrastructuur opgeleverd aan het Vlaamse Gewest; Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 43 44 Geconsolideerde jaarrekening 2013 • Infrastructuur overgenomen van de Vlaamse Milieumaatschappij; • hydronautstudies; • investeringen in hardware, software, labo-uitrusting, meubilair, materialen en uitrusting nodig voor de werking van het hoofdkantoor en investeringen in hardware, software, labouitrusting, vervangingsinvesteringen electromechanica, buitengewoon onderhoud bouwkunde en electromechanica, meubilair, … nodig voor de operationele activiteiten; • investeringen in het hoofdkantoorgebouw (Dijkstraat 8); • door te rekenen kosten van de twee gebouwen die de groep in leasing heeft. Een beschrijving van deze posten werd opgenomen onder de vorderingen op lange termijn IFRIC 12. Voor het gedeelte van deze vorderingen dat binnen het jaar teruggevorderd wordt, wordt een vordering op korte termijn erkend. Deze vorderingen worden effectief ontvangen in jaar n+1. De overige vorderingen op korte termijn IFRIC 12 hebben voornamelijk betrekking op nog op te stellen creditnota’s/ facturen voor werkingskosten. Na facturatie aan de drinkwatermaatschappijen op basis van ramingen gedurende het jaar, wordt op jaareinde de totaalfactuur in detail berekend. Voor de correcties ten opzichte van de eerder gefactureerde bedragen worden nog op te stellen facturen/creditnota’s erkend in de balans. IFRIC 12 VORDERING PER VERVALJAAR ↘ (in 000 euro) Vorderingen op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen Vorderingen met een resterende looptijd van meer dan 1 jaar maar hoogstens 5 jaar Vorderingen met een resterende looptijd van meer dan 5 jaar Totaal IFRIC 12 VORDERING Per 31/12/2013 122.645 496.180 1.723.569 2.342.394 Per 31/12/2012 134.552 524.715 1.696.269 2.355.536 ↘ TOELICHTING 5.1 OVERIGE FINANCIËLE ACTIVA De overige financiële activa bedragen 41.577 k EUR per 31 december 2013. Ten opzichte van de balans op 31 december 2012 betekent dit een stijging met 2.914 k EUR. ACTIVA ↘ (in 000 euro) Toelichting 2013 2012 5.1 41.577 38.663 (in 000 euro) 2013 2012 Voor verkoop beschikbare financiële beleggingen 160 139 VASTE ACTIVA Overige financiële activa Binnen de overige financiële activa onderscheiden we meerdere types. Waarborgen 13 12 LT vordering gemeentelijke transportdiensten 14.704 5.391 Nog te factureren vergoedingen m.b.t. commerciële projecten Aquafin 19.911 27.390 Nog te factureren vergoedingen m.b.t. commerciële projecten Aquaplus LT vordering m.b.t. voorzieningen - tussenkomsten van derden TOTAAL OVERIGE FINANCIËLE ACTIVA 67 65 6.722 5.667 41.577 38.663 VOOR VERKOOP BESCHIKBARE FINANCIËLE BELEGGINGEN Onder deze categorie vallen o.a. de deelnemingen van de Groep: • in de Rio-P waterdienst West-Vlaanderen en in de Rio-P waterdienst Oost-Vlaanderen (samenwerking met drinkwatermaatschappij De Watergroep) ; • in rio-link (samenwerking met drinkwatermaatschappij Water-link, voorheen AWW en TMVW) ; • in ASEWater Technologies, een Indisch bedrijf met een Europese knowhow dat zich richt op de industriële markt met het accent op hergebruik. Gelet op het geringe materieel belang van deze deelnemingen worden deze voorgesteld onder ‘voor verkoop beschikbare financiële beleggingen’. VORDERING OP LANGE TERMIJN M.B.T. GEMEENTELIJKE TRANSPORTDIENSTEN In het kader van de commerciële contracten met de gemeenten neemt Aquafin transportdiensten op zich waarbij op vraag van de gemeenten een systeem van betalingsmodaliteiten kan worden uitgewerkt. Voor de projecten die in dit kader worden uitgevoerd en op termijn terugbetaald worden door de betrokken gemeenten, erkent de groep een vordering op lange termijn ten bedrage van het gedeelte dat op meer dan een jaar zal teruggevorderd worden van de betrokken gemeenten. NOG TE FACTUREREN VERGOEDINGEN M.B.T. COMMERCIËLE PROJECTEN AQUAFIN Naast de projecten binnen het domein van de beheersovereenkomst, voert Aquafin ook commerciële projecten uit. Het dienstenverleningspakket Rio-Totaal, dat Aquafin in dit kader aanbiedt aan de gemeenten, is modulair opgebouwd. Het laat toe dat de gemeenten voor die aspecten van uitbouw en beheer van een rioleringsstelsel waarvoor er een behoefte is, een beroep doen op Aquafin. Dit modulaire aanbod is voornamelijk interessant voor steden en gemeenten met een goed uitgebouwde eigen technische dienst, die specifieke ondersteuning voor één of enkele aspecten van het rioolbeheer wensen. Naast dit modulaire aanbod kunnen de gemeenten ook opteren voor een totaalaanbod, het Rio-Totaal-dienstenpakket onder de vorm van een concessie van openbare dienst. Deze samenwerkingsvorm laat de steden en gemeenten toe om zelf accenten te leggen en te beslissen over timing, budget, prioriteiten en werkwijzen. Om het integrale drinkwaterbeleid een stap dichterbij te brengen ondertekende Aquafin akkoorden voor structurele samenwerking met drinkwatermaatschappijen. Gemeenten kunnen ook opteren om via deze weg aan hun saneringsplicht te voldoen. Op basis van de geschatte afwerkingsgraad van de commerciële projecten per 31 december 2013 worden in 2013 72.411 k EUR aan opbrengsten m.b.t. deze projecten erkend. Een belangrijk gedeelte van deze opbrengsten, namelijk 19.911 k EUR betreft nog te factureren vergoedingen per einde 2013. Deze post kent een afname met 7.479 k EUR ten opzichte van eind 2012. In het post-verkiezingsjaar 2013 was er een afname van de activiteiten buiten het kader van de Beheersovereenkomst. Door een groot aantal gemeenten en steden werden – in de aanloop naar de verkiezingen en nadien tot de installatie van de nieuwe lokale besturen – een aantal rioleringsprojecten on-hold gezet. NOG TE FACTUREREN VERGOEDINGEN M.B.T. COMMERCIËLE PROJECTEN AQUAPLUS NV Per 31 december 2013 bedragen de totale nog niet gefactureerde vergoedingen – op basis van de geschatte afwerkingsgraad van deze commerciële projecten op afsluitdatum – 67 k EUR. Per einde 2012 bedroeg deze vordering 65 k EUR. VORDERING OP LANGE TERMIJN MET BETREKKING TOT VOORZIENINGEN – TUSSENKOMST VAN DERDEN Onder de voorzieningen wordt het brutobedrag van de verplichting opgenomen; recuperaties van derden worden opgenomen onder de overige financiële vaste activa. Deze rubriek kende in 2013 een aangroei met 1.055 k EUR. ONDERHANDEN PROJECTEN IN OPDRACHT VAN DERDEN ↘ (in 000 euro) 2013 2012 In rekening gebrachte opbrengsten boekjaar 72.411 80.662 In rekening gebrachte kosten boekjaar 70.157 79.246 2.254 1.416 Winst boekjaar Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 45 46 Geconsolideerde jaarrekening 2013 ↘ TOELICHTING 5.2 HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN De handelsvorderingen en overige vorderingen bedragen 75.928 k EUR op het einde van het boekjaar 2013. Dit betekent een stijging met 30.064 k EUR ten opzichte van de balans per 31 december 2012. ACTIVA ↘ (in 000 euro) Toelichting 2013 2012 5.2 75.928 45.864 VASTE ACTIVA Handelsvorderingen en overige vorderingen De handelsvorderingen en overige vorderingen kunnen uitgesplitst worden in volgende categorieën: (in 000 euro) 2013 KT vordering gemeentelijke transportdiensten 746 494 75.081 45.282 101 88 75.928 45.864 Handelsdebiteuren Diverse vorderingen TOTAAL HANDELSVORDERINGEN EN OVERIGE VORDERINGEN 2012 VORDERING OP KORTE TERMIJN M.B.T. GEMEENTELIJKE TRANSPORTDIENSTEN In het kader van de commerciële contracten met de gemeenten neemt Aquafin transportdiensten op zich, waarbij op vraag van de gemeenten een systeem van betalingsmodaliteiten kan uitgewerkt worden. Voor de projecten die in dit kader worden uitgevoerd en op termijn terugbetaald worden door de betrokken gemeenten, erkent de groep een vordering op korte termijn ten bedrage van het gedeelte dat binnen het jaar zal teruggevorderd worden van de betrokken gemeenten. HANDELSDEBITEUREN Onderstaande tabel illustreert de bruto- en de netto-handelsvordering: HANDELSDEBITEUREN ↘ (in 000 euro) Brutoboekwaarde 2013 2012 76.081 46.442 Waardeverminderingen voor dubieuze debiteuren -1.000 -1.161 Nettoboekwaarde 75.081 45.282 De handelsdebiteuren zijn niet intrest-dragend en hebben over het algemeen een betaaltermijn van 30 tot 60 dagen. Onderstaande tabel geeft de openstaande handelsvorderingen volgens vervaldag weer. (in 000 euro) Niet vervallen Vervallen <30 dagen 30-60 dagen Waarde verminderingen Netto boekwaarde >90 dagen 61-90 dagen 31/12/2012 42.732 1.287 139 1.537 748 -1.161 45.282 31/12/2011 15.867 5.384 500 340 1.127 -1.503 21.716 31/12/2010 13.611 341 509 986 1.645 -1.247 15.843 1/01/2010 20.019 1.287 139 1.537 748 -1.492 22.237 De bewegingen op de waardeverminderingen voor dubieuze debiteuren zijn als volgt: WAARDEVERMINDERINGEN VOOR DUBIEUZE DEBITEUREN ↘ (in 000 euro) Totaal Minwaarde per 31/12/2012 1.161 Toevoegingen 660 Afnames -814 Aanwendingen -7 Minwaarde per 31/12/2013 1.000 DIVERSE VORDERINGEN De post diverse vorderingen heeft in hoofdzaak betrekking op terugvorderingen inzake educatief verlof. ↘ TOELICHTING 5.3 BIJ DE BALANS ‘OVERIGE FINANCIËLE VLOTTENDE ACTIVA’ De overige financiële vlottende activa bedragen 19.633 k EUR per 31 december 2013. Ten opzichte van de balans op 31 december 2012 betekent dit een stijging met 18.659 k EUR. ACTIVA ↘ (in 000 euro) Toelichting 2013 2012 5.3 19.633 974 VASTE ACTIVA Overige financiële vlottende activa Het betreft hier voornamelijk overlopende rekeningen die betrekking hebben op voorafbetaalde herfinancieringskosten. De gemaakte kosten werden gemaakt in het kader van een herstructurering van een niet kwalificerende structuur. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 47 48 Geconsolideerde jaarrekening 2013 ↘ TOELICHTING 5.4 GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN ACTIVA ↘ (in 000 euro) Toelichting 2013 2012 5.4 39.686 4.110 VASTE ACTIVA Geldmiddelen en kasequivalenten In december 2013 was er – in afspraak met het Vlaamse Gewest – een vervroegde facturatie van de werkingskosten m.b.t. het 1e kwartaal 2014. De betreffende vorderingen waren – in principe – nog niet vervallen per einde 2013. Doordat een gedeelte van deze vorderingen voor vervaldatum werd betaald is er een toename van de kasequivalenten (tijdelijke geldbeleggingen) welke per einde 2013 32,4 miljoen euro bedragen. ↘ TOELICHTING 5.5 GEPLAATST KAPITAAL Op het einde van boekjaar 2013 bedraagt het geplaatste kapitaal 248.400.024 EUR, waarvan 210.900.006 EUR volstort; in 2013 vonden geen bewegingen plaats. Het kapitaal wordt vertegenwoordigd door 1.001.613 aandelen zonder vermelding van de nominale waarde. De aandelen zijn op naam en worden opgetekend in een register van aandelen op naam. ↘ TOELICHTING 5.6 GROEPSRESERVES De groepsreserves op het einde van boekjaar 2013 bedragen 28.880 k EUR; dit is een afname met 461 k EUR in vergelijking met de balans per 31 december 2012. Deze daling wordt voornamelijk verklaard door een afname van de overgedragen winst. Verder kende de wettelijke reserve een logische aangroei. OVERIGE EIGEN-VERMOGENSCOMPONENTEN ↘ (in 000 euro) Wettelijke reserve 2013 2012 11.967 11.522 Beschikbare reserve 8.600 8.600 Overgedragen winst 8.313 9.219 28.880 29.341 TOTAAL De groepsreserves bestaan uit de wettelijke reserve, de beschikbare reserve en de overgedragen winst. De wettelijke reserve wordt jaarlijks aangevuld totdat die gelijk is aan 10 % van het kapitaal. Volgens artikel 319 van het Wetboek op de Vennootschappen wordt jaarlijks 5 % van de winst na belasting gereserveerd. De groep heeft een beschikbare reserve aangelegd van 8.600 k EUR. De overgedragen winst bedraagt 8.313 k EUR op 31 december 2013 en 9.219 k EUR op 31 december 2012. In overeenstemming met IAS 10 – Gebeurtenissen na balansdatum – worden dividenden toegekend na het boekjaar niet als een verplichting opgenomen, vermits ze pas na het einde van het boekjaar betaalbaar worden. De impact hiervan bedraagt 9.218 k EUR per 31 december 2012 en 8.444 k EUR per 31 december 2013. ↘ TOELICHTING 5.7 GECONSOLIDEERD OVERZICHT VAN GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN (in 000 euro) Toelichting NETTOWINST 2013 2012 8.758 9.695 NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN Recycleerbaar: Netto waardestijging op kasstroomafdekkingen 5.9 66.058 -52.965 Doorrekening via vordering BeheersOVK 5.9 -66.058 52.965 Niet-recycleerbaar: Actuariële winsten en verliezen op toegezegd pensioenregelingen 5.11 3.095 -7.439 Doorrekening via vordering BeheersOVK 5.11 -3.095 7.439 0 0 8.758 9.695 8.758 9.695 Niet-gerealiseerde resultaten na belastingen TOTALE GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN NA BELASTINGEN Toe te rekenen aan: Houders van eigen-vermogensinstrumenten van de moedermaatschappij De niet-gerealiseerde resultaten m.b.t. kasstroomafdekkingen moeten beschouwd worden als recycleerbaar (d.w.z. kunnen nog eventueel via de winst- en verliesrekening lopen bv. bij stopzetting van de kasstroomafdekking), de actuariële winsten en verliezen op toegezegde pensioenregelingen als niet-recycleerbaar. De niet-gerealiseerde resultaten m.b.t. kasstroomafdekkingen worden verder besproken in toelichting 5.9; de actuariële winsten en verliezen op toegezegde pensioenregelingen in toelichting 5.11. ↘ TOELICHTING 5.8 RENTEDRAGENDE LENINGEN – LANGLOPENDE EN KORTLOPENDE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN OVERZICHT RENTEDRAGENDE LENINGEN – LANGLOPEND EN KORTLOPEND PER 31 DECEMBER 2013 Per 31 december 2013 kunnen de uitstaande financiële schulden opgesplitst worden als volgt: • financiële schulden op lange termijn, op meer dan 1 jaar: 1.647.316 k EUR; • financiële schulden op lange termijn, welke binnen 1 jaar vervallen: 144.105 k EUR; • financiële schulden op korte termijn: 175.120 k EUR. Detail van de financiële schulden volgens categorie: (in 000 euro) Rentevoet % (gemiddeld) Looptijd 2013 2012 LT bankschulden onder affectatie 4,38% 2014-2043 1.560.292 1.491.467 Private placement 4,25% 2013 Retail obligatie 4,00% 2015 150.000 LT commercial paper 2,25% 2020 50.000 LT bankschulden aankoop Dijkstraat 8 4,79% 2029 7.826 8.074 100.000 150.000 LT bankschulden commerciële activiteiten 4,00% 2024-2028 21.951 6.122 Leasingschulden 7,48% 2015-2016 1.352 1.758 1.791.421 1.757.421 0,49% 2014 175.120 127.000 175.120 127.000 1.966.541 1.884.421 TOTAAL LT FINANCIËLE SCHULDEN KT bankschulden (CP+SL) Totaal KT financiële schulden TOTAAL LT & KT FINANCIËLE SCHULDEN Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 49 50 Geconsolideerde jaarrekening 2013 BANKSCHULDEN OP LANGE TERMIJN ONDER AFFECTATIE PER 31 DECEMBER 2013 De kredieten op lange termijn worden gebruikt ter financiering van de investeringsuitgaven die door het Vlaamse Gewest, en sinds 1 januari 2005 door de drinkwatermaatschappijen met het Vlaamse Gewest als co-debiteur, gespreid in de tijd worden terugbetaald. De financiering op lange termijn is gebaseerd op de affectatie-overeenkomst. Die bepaalt dat het saldo van de kredieten op lange termijn kleiner moet zijn dan de aanspraken die Aquafin heeft op de drinkwatermaatschappijen, respectievelijk het Vlaamse Gewest. Deze aanspraken bestaan uit het nog niet betaalde gedeelte van de al opgeleverde investeringsprojecten. Per 31 december 2013 is een nominaal bedrag van 2.550.297 k EUR opgenomen, waarvan 1.560.292 k EUR nog niet is afgelost. In 2013 heeft Aquafin de financieringsbehoefte op lange termijn kunnen invullen met leningen van de Europese Investeringsbank (75 mio EUR) en van de commerciële banken / institutionele investeerders (140 mio EUR). De leningen hebben over het algemeen volgende structuur: • opname in EUR • vaste rente voor de volledige looptijd ofwel variabele rente ingedekt met een maximum plafondrente • looptijd van 15 jaar (t.e.m. 2008) en 30 jaar (vanaf 2009) • gelijke semesteriële kapitaalaflossingen • semesteriële interestbetalingen LANGE TERMIJN COMMERCIAL PAPER PER 31 DECEMBER 2013 In 2013 werd voor 50 mio EUR aan commercial paper uitgegeven op de secundaire markt > 1 jaar. BANKLENING AANKOOP KANTOORGEBOUW DIJKSTRAAT 8 PER 31 DECEMBER 2013 Voor de aankoop en renovatie van het kantoorgebouw te Dijkstraat 8, werd in september 2009 een langetermijnlening afgesloten voor 8.700.000 EUR met een looptijd van 20 jaar en een vaste rente van 4,79 % over de ganse looptijd. BANKSCHULDEN M.B.T. COMMERCIËLE GEMEENTEN PER 31 DECEMBER 2013 ACTIVITEITEN In het kader van de commerciële contracten met de gemeenten neemt Aquafin transportdiensten op zich, waarbij op vraag van de gemeenten een systeem van betalingsmodaliteiten kan uitgewerkt worden. In 2013 zijn enkele nieuwe te financieren projecten van start gegaan in diverse gemeenten: Brasschaat, Geel, Kortenberg, Boechout, Vilvoorde en Hove. LEASINGSCHULDEN PER 31 DECEMBER 2013 Onder deze rubriek bevinden zich de schulden met betrekking tot gebouwen in leasing: Dijkstraat 10 en Delta voor een totaal nog af te lossen bedrag van 1.352 k EUR. BANKSCHULDEN OP KORTE TERMIJN PER 31 DECEMBER 2013 OBLIGATIELENINGEN PER 31 DECEMBER 2013 Obligatie-uitgifte 2006 (Private placement) Op 30 mei 2006 heeft Aquafin een obligatielening uitgegeven op zeven jaar, voor een bedrag van 100 mio EUR. Deze fondsen werden op vervaldag (30 mei 2013) integraal terugbetaald. De betreffende financieringsbehoefte werd vervolgens ingevuld door middel van LT kredieten bij verschillende kredietverschaffers (cfr supra). Obligatie uitgifte 2009 (Retail obligatie) De netto-opbrengst van de retail obligatielening wordt in eerste instantie gebruikt voor de gedeeltelijke herfinanciering van de bestaande schulden van Aquafin en voor algemene vennootschapsdoeleinden. Daaronder valt de financiering van de werken in uitvoering voor de uitbouw van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur in Vlaanderen. De inschrijving voor de obligatielening die Aquafin uitgaf heeft volgende kenmerken: • • • • • • • • opname: 150 mio EUR uitgifte boven pari: 101,639 % vaste rente voor de volledig looptijd: coupon van 4,00 % jaarlijks bruto rendement: 3,69 % terugbetaling: 100 % op vervaldag looptijd van 6 jaar jaarlijkse terugbetaling intresten notering: Euronext Brussels De financiering op korte termijn wordt in hoofdzaak aangewend om de werken in uitvoering vóór oplevering te financieren. De retail obligatielening die Aquafin heeft uitgegeven vormt de basis van de financieringsbehoefte voor de werken in uitvoering en verklaart het lage niveau. Commercial paper Kenmerken: • Uitgifteprogramma van 400 miljoen EUR aan thesauriebewijzen. • De arranger en domicilieagent is BNP Paribas Fortis. • Dealers zijn BNP Paribas Fortis, Belfius en KBC. • Looptijd minimum 7 dagen en maximum één jaar. • De allereerste emissie door Aquafin vond plaats op 22/06/2000 Het commercial paper programma wordt gedekt door 100 mio EUR back-up lijnen. In het kader van de regelgeving rond Basel-III zijn de korte termijnlijnen heronderhandeld en werden twee van de drie back-uplijnen omgevormd tot general purpose lijnen. Per 31 december 2013 is voor 138 mio EUR aan commercial paper uitgegeven. Kredietlijnen Per 31 december 2013 werd 36,9 mio EUR opgenomen binnen de beschikbare bilaterale kredietlijnen (295 mio EUR). Binnen de revolving credit facility (100 mio EUR) werden er geen opnames verricht. BANKSCHULDEN OP KORTE TERMIJN M.B.T COMMERCIËLE ACTIVITEITEN PER 31 DECEMBER 2013 In het kader van de contracten met de gemeenten, die buiten de overeenkomst met het Vlaamse Gewest zijn afgesloten, neemt Aquafin bepaalde saneringstaken op zich, waarbij op vraag van de gemeenten een systeem van betalingsmodaliteiten kan worden uitgewerkt. Voor de werken in uitvoering financiert Aquafin zich op korte termijn. Per 31/12/2013 werden binnen de bestaande kredietlijnen geen opnames verricht. UITSPLITSING VAN DE FINANCIËLE SCHULDEN OP LANGE TERMIJN VOLGENS HUN RESTERENDE LOOPTIJD (in 000 euro) Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen Schulden met een resterende looptijd van meer dan 1 jaar maar hoogstens 5 jaar Schulden met een resterende looptijd van meer dan 5 jaar Totaal 143.654 654.626 991.789 1.790.069 451 901 0 1.352 144.105 655.527 991.789 1.791.421 Schulden op meer dan 1 jaar die binnen het jaar vervallen Schulden met een resterende looptijd van meer dan 1 jaar maar hoogstens 5 jaar Schulden met een resterende looptijd van meer dan 5 jaar Totaal 246.421 761.557 747.685 1.755.663 PER 31 DECEMBER 2013 Kredietinstellingen Leasingschulden TOTAAL LT FINANCIËLE SCHULDEN (in 000 euro) PER 31 DECEMBER 2012 Kredietinstellingen Leasingschulden TOTAAL LT FINANCIËLE SCHULDEN ↘ 406 1.352 0 1.758 246.827 762.909 747.685 1.757.421 TOELICHTING 5.9 OVERIGE LANGLOPENDE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN HEDGE ACCOUNTING - AFGELEIDE FINANCIËLE INSTRUMENTEN (in 000 euro) Financiële instrumenten ter indekking van het renterisico aan marktwaarde Overige verplichtingen TOTAAL OVERIGE LANGLOPENDE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN 2013 2012 122.882 187.011 189 179 123.071 187.190 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 51 52 Geconsolideerde jaarrekening 2013 RENTEBELEID Door de bepalingen in de Beheersovereenkomst heeft de rente-evolutie geen impact op het resultaat van Aquafin. De bepaling dat alle redelijke kosten vergoed worden is ook van toepassing op de financiële kosten inclusief de renteaflossingen. Toch ontstaat er een opportuniteitskost wanneer de rente daalt en de lening opgenomen is aan vaste rentevoet. Anderzijds vormt een rentestijging een risico bij leningen aangegaan met een variabele rentevoet. Een stijgende rente-evolutie heeft ook een negatief effect op de kost van nog op te nemen leningen. Om het renterisico actief te beheren en de financieringskosten te optimaliseren, maakt Aquafin gebruik van financiële instrumenten om de geldstromen zo te laten plaatsvinden dat het renterisico beperkt is. In mei 2006 heeft de Raad van Bestuur van Aquafin de implementatie van een dynamisch renterisicobeheer goedgekeurd. Er werd een rentebeleid uitgeschreven en goedgekeurd door de Raad van Bestuur waarbij de krijtlijnen voor het rentemanagement werden uitgetekend. Per 31/12/2013 heeft Aquafin een uitstaande lange termijn schuld van 1,79 miljard EUR. Het actief rentemanagement mag toegepast worden op maximum 35 % van deze schuld. Sinds 2012 mag maximum 10 % hiervan volledig vlottend zijn. Naast het beheren van de bestaande schuld, kan Aquafin ook een deel van de toekomstige gebudgetteerde schuld met een horizon van vijf jaar indekken. Op basis van de door het Vlaamse Gewest aan Aquafin opgedragen investeringsprogramma’s kan Aquafin de financieringsbehoeften voor de toekomst inschatten. Aquafin raamt dat de volgende 5 jaar in totaal ca. 1,1 miljard EUR aan nieuwe lange-termijn leningen zal opgenomen worden. Het rentebeleid voorziet in de mogelijkheid om maximum 50 % van deze geraamde toekomstige lange termijn schuld in te dekken. Per indekkingstructuur dient er wel steeds een onderliggende lening gebudgetteerd te zijn. Elke indekkingtransactie is bij het afsluiten ervan namelijk volledig gedocumenteerd. Dit omvat de identificatie van de onderliggende positie, de doelstellingen van het rentebeleid, de aard van de ingedekte positie en van de financiële instrumenten. In 2013 is door middel van het actief beheren van het renterisico een rentebesparing gerealiseerd van 4,60 mio EUR. Per afgesloten jaar wordt de finale verrekening gemaakt met de drinkwatermaatschappijen. Van een besparing wordt minimum 50 % in mindering gebracht van de factuur aan de drinkwatermaatschappijen. Eind 2013 werd 3,62 mio EUR in mindering gebracht. TOEPASSING HEDGE ACCOUNTING Resultaten Binnen IFRS is de waardering van financiële instrumenten ter indekking van het renterisico gecategoriseerd in drie levels: 1) marktprijzen, 2) van marktprijzen afgeleide waarderingen (observeerbare input) en 3) waarderingsmodellen zonder observeerbare input. De Aquafin structuren zijn ingedeeld als level 2 zoals voorgeschreven in IFRS. Per 31/12/2013 heeft Aquafin een dynamisch rentebeheer voor 36 structuren. Door het vervallen van een lening in mei 2013 en de optimalisatie van de resterende uitstaande structuren, kwalificeren alle huidige structuren volledig voor hedge-accounting. Van deze structuren zijn er 3 die als reële waarde afdekking ingedeeld zijn. Zij werden geënt op een bestaande lening met vaste rente en nadien gevariabiliseerd. Op deze structuren gebeurt een reële waardeaanpassing op de nominale waarde van de onderliggende lening. De resterende structuren kwalificeren allen voor kasstromenafdekking. Volgende tabel geeft de indeling van de structuren binnen Aquafin weer volgens hedge categorie, kwalificatie, uitstaand bedrag (van de bestaande lening of de gebudgetteerde lening), hun marktwaarde en de impact hiervan op het resultaat of de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten. INDELING EN MARKTWAARDE VOLGENS HEDGE CATEGORIE ↘ (in 000 euro) Aantal structuren Uitstaand kapitaal Marktwaarde 31/12/2013 Marktwaarde 31/12/2012 FINANCIËLE INSTRUMENTEN TER INDEKKING VAN HET RENTERISICO AAN MARKTWAARDE VIA DE RESULTATENREKENING Reële waarde afdekking - niet kwalificerend 0 Reële waarde afdekking - kwalificerend 3 Kasstromenafdekking - niet kwalificerend 0 99 102.167 3.012 7.146 -20.155 FINANCIËLE INSTRUMENTEN TER INDEKKING VAN HET RENTERISICO AAN MARKTWAARDE VIA DE GEREALISEERDE EN NIET GEREALISEERDE RESULTATEN Kasstromenafdekking - kwalificerend TOTAAL 33 894.167 -125.894 -174.101 996.333 -122.882 -187.011 De evolutie in de totale marktwaarde van de financiële instrumenten is toe te schrijven aan de stijgende rente en de optimalisatie van de portefeuille. Het opzetten van de structuur gebeurt bij implementatie aan zero cost. Het gebruik van opties zoals vaste rente floors hebben bij dalende rente een waardeverminderend effect en bij een stijgende rente een waardevermeerderend effect. Volgende tabel geeft de impact weer van de variatie in marktwaarde op de resultatenrekening enerzijds en het gedeelte dat geabsorbeerd wordt via de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten anderzijds. IMPACT VARIATIE IN MARKTWAARDE ↘ (in 000 euro) 31/12/2013 31/12/2012 RESULTATENREKENING -1.929 1.221 Impact van alle structuren 23.872 -1.390 Omschakeling structuur 1 naar 1.1 -20.155 Impact coupon -1.537 -2.459 Aanpassing hedge structuur van de kwalificerende reële waarde afdekkingen -4.109 5.071 66.058 -52.965 45.903 -52.965 GEREALISEERDE EN NIET-GEREALISEERDE RESULTATEN Impact gekwalificeerde kasstromenafdekkingen Omschakeling structuur 1 naar 1.1 20.155 VARIATIE MARKTWAARDE De impact op de resultatenrekening over de periode 31/12/2012 – 31/12/2013 bedraagt -1,93 mio EUR en is toe te schrijven aan het aflopen van een structuur die in 2012 nog een positieve waarde had. Verder werd de portefeuille verder geoptimaliseerd en is er één structuur toegevoegd. De omschakeling van structuur 1 naar structuur 1.1 is IFRSmatig een “roll over” waardoor de impact niet in de resultatenrekening wordt genomen, wel in de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten. Voor de kwalificerende reële waarde afdekkingen gebeurt een aanpassing aan de nominale waarde van de onderliggende leningen. Door de rentestijgingen is de marktwaarde van de ingedekte leningen met aanvankelijke vaste rentevoet in 2013 gestegen met 4,1 mio EUR die gecompenseerd wordt door een waardedaling van de structuur voor hetzelfde bedrag. Op die manier is er een offset in min en plus van het resultaat. Daarnaast is er ook de impact van de variatie in de coupon. De impact op het eigen vermogen via de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten over de periode 31/12/2012 – 31/12/2013 bedraagt 66 mio EUR. Deze wijziging is toe te schrijven aan de variatie in marktwaarde van de kwalificerende kasstromenafdekkingen, als gevolg van de stijgende rente t.o.v. 2012 en de omschakeling van structuur 1 naar structuur 1.1. 64.130 -51.744 SENSITIVITEITSANALYSE Een groot deel van de financiële verplichtingen van Aquafin zijn vastrentende langetermijnleningen waar een rentewijziging geen enkele directe invloed op heeft. Sinds de implementatie van het rentebeleid in 2006 is daar verandering in gekomen en zijn enerzijds een aantal leningen met vaste rente gevariabiliseerd en anderzijds een aantal langetermijnleningen afgesloten (of nog af te sluiten) aan variabele rente. Per 31/12/2013 zijn er drie leningen die ofwel volledig vlottend werden opgenomen of een vaste rentevoet hadden die volledig gevariabiliseerd werd. In totaal zorgt dit voor een uitstaand bedrag van 109 mio EUR volledig vlottend. Voor de swap-transacties waarbij variabele rente gewisseld wordt voor vaste rente is de impact van een rentewijziging nul door de volledige neutralisatie. Daarnaast zijn er een aantal transacties met opties (caps, floors) waarbij een verandering in de rente – binnen een bepaalde tunnel/collar – een invloed heeft op de renteaflossingen. Per 31/12/2013 is er een uitstaand bedrag van 506 mio EUR op deze manier ingedekt. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 53 54 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Volgende tabel illustreert de verdeling vaste rente versus vlottende rente zoals deze al dan niet ingedekt zijn. UITSTAAND KAPITAAL VLOTTEND/VAST ↘ (in 000 euro) 31/12/2013 31/12/2012 VERDELING VASTE / VLOTTENDE RENTEVOETEN UITGEDRUKT IN NOMINALE WAARDE Vaste rentevoet 1.174.985 1.311.246 Vlottende rentevoet (ingedekt) 505.833 329.583 Vlottende rentevoet (niet ingedekt) 109.250 114.833 1.790.069 1.755.663 TOTAAL Om de impact van een veranderde rente in te schatten, worden sensitiviteitsanalyses uitgevoerd. Een sensitiviteitsanalyse maakt gebruikt van forward rates om de impact van een shift in de rente in te schatten. Forward rates zijn de geschatte toekomstige rentevoeten in de veronderstelling dat alle andere variabelen in de markt constant gehouden zijn. Op basis hiervan wordt de impact van een rentedaling en -stijging vertaald naar een rentekost of renteopbrengst. De tabel hieronder illustreert de impact, per renteshift, op het resultaat van 31/12/2014. SENSITIVITEITSANALYSE ↘ (in 000 euro) -0,25 % 0,00 % +0,25 % +0,50 % +1,00 % -9.782.838 -9.941.659 -10.185.284 -9.798.534 -8.447.904 IMPACT PER 31/12/2014 Impact resultatenrekening De interestlasten zijn berekend op basis van de forward rates zoals vastgelegd op 31/12/2013. Zo zijn de rentelasten voor 2014 geraamd op basis van de geschatte toekomstige langetermijnrente overeenkomstig de onderliggende leningen. Op basis van deze forward rates – met alle variabelen constant gehouden – is het netto effect per 31/12/2014 - 10 mio EUR. Aangezien alle huidige structuren kwalificeren voor hedgeaccounting en slechts drie structuren geen kasstromenafdekkingen zijn, hebben vooral de couponwaarde en de tijdswaarde een impact op het resultaat. Naarmate de resterende looptijd van de structuur afneemt, daalt ook de tijdswaarde en de couponwaarde. De marktwaarde van de kwalificerende kasstroomafdekkingen wordt opgenomen in de gerealiseerde en niet gerealiseerde resultaten. Bij een shift van +0,50 % stijgt de waarde terug door het effect van knock-ins in bestaande structuren. Gezien de huidige rentestanden wordt de theoretische shift in rente van -50bp niet weergegeven. Een shift van -50bp zou namelijk een negatieve rente betekenen waardoor deze niet mee opgenomen wordt in de analyse. De veronderstelde beweging zoals uitgedrukt in basispunten voor de sensitiviteitsanalyse van de rente is gebaseerd op marktomstandigheden die hoge volatiliteit kennen. HERFINANCIERINGSRISICO Aquafin financiert het grootste deel van haar lange termijnbehoeften onder de Affectatieovereenkomst. Deze bepaalt dat het uitstaand kapitaal steeds kleiner moet zijn dan de aanspraken op het Vlaamse Gewest. Dit is ook de reden dat Aquafin haar lange termijnfinanciering liefst op 30 jaar aflossend opneemt. Door de veranderingen in de financiële markten en BASEL III, wordt het steeds moeilijker om financiering te vinden met een looptijd van 30 jaar en is Aquafin op zoek gegaan naar alternatieve financieringsvormen. Zo werden er de voorbije jaren obligaties uitgegeven en leningen met kortere looptijden opgenomen. Deze alternatieve financieringsvormen en looptijden zorgen er voor dat er in de toekomst een herfinancieringrisico zal plaatsvinden. Onderstaande tabel geeft de nominale waarde van uitstaande schuld weer volgens afwikkelingsjaar in 1.000 EUR. OPSPLITSING VOLGENS AFWIKKELINGSJAAR ↘ (in 000 euro) Vervaljaar 2014 Vervaljaar ≥2019 Vervaljaar 2015-2018 Totaal VERDELING VOLGENS AFWIKKELINGSJAAR (AAN NOMINALE WAARDE) Uitstaande schuld 23.917 113.167 859.250 996.333 Ondanks de nieuwe financiële regelgeving en dankzij de goede rating van Aquafin, blijft Aquafin een betrouwbaar bedrijf om in te investeren. Dit is te merken aan de spontane investeringsvraag van investeerders en financiële instellingen. Dit zorgt er ook voor dat Aquafin steeds het jaar voordien al over engagementen van financiële instellingen beschikt om het jaar nadien kredieten op te nemen tot 30 jaar met een aflossend karakter. Dit alles brengt het financieringsrisico in perspectief. Naast de lange termijnfinanciering beschikt Aquafin ook nog over een “commercial paper”-programma van 400 mio EUR, 1 back-up kredietlijn van 100 mio EUR, 2 kredietlijnen die enkel als back-up dienen aangewend te worden, een gesyndiceerde lening van 100 mio EUR en 95 mio EUR aan korte termijn kredietlijnen bij 6 verschillende kredietinstellingen. Wanneer voor een kortere periode niet meteen lange termijnfinanciering gevonden wordt, kan Aquafin steeds beroep doen op een ruim aanbod aan korte termijnlijnen. Aan de covenanten met de kredietverstrekkers is voldaan. ↘ TOELICHTING 5.10 OVERIGE VOORZIENINGEN De voorzieningen opgenomen per 31 december 2013 hebben o.a. betrekking op juridische geschillen, verzekeringsdossiers, geschillen in het kader van de uitvoering van de beheersovereenkomst en verwerking van het slib gebufferd in de installaties. (in 000 euro) 31/12/2013 Bruto verplichtingen 31/12/2012 9.248 7.357 -6.722 -5.667 2.526 1.690 Geschillen BeheersOVK Slibbuffers Totaal 912 40 175 7.357 1.177 1.132 Tussenkomsten van derden Netto voorzieningen Evolutie voorzieningen per aard: (in 000 euro) Laattijdigheid VOORZIENINGEN PER 31/12/2012 14 Juridische geschillen 6.216 Toevoegingen Terugnames ongebruikte bedragen -7 Verzekeringsdossiers -408 2.309 -3 Aanwendingen VOORZIENINGEN PER 31/12/2013 0 7 5.808 2.089 1.172 Kortlopend 31/12/2013 Langlopend 31/12/2013 -418 172 172 7 5.808 2.089 1.172 9.248 172 9.076 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 55 56 Geconsolideerde jaarrekening 2013 (in 000 euro) Laattijdigheid VOORZIENINGEN PER 31/12/2011 23 Toevoegingen Terugnames ongebruikte bedragen Juridische geschillen Verzekeringsdossiers Geschillen BeheersOVK Slibbuffers Totaal 5.697 1.019 162 163 7.064 116 635 -107 -122 -104 -342 519 -9 Aanwendingen VOORZIENINGEN PER 31/12/2012 0 14 6.216 912 40 175 Kortlopend 31/12/2012 Langlopend 31/12/2012 175 14 6.216 De voorziening voor verwerking van het slib gebufferd in de installaties kan onmiddellijk doorgerekend worden naar de drinkwatermaatschappijen / het Vlaamse Gewest, aangezien ze valt onder de noemer “redelijke kosten”, zoals voorzien in de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest. De overige posten m.b.t. voorzieningen kunnen niet of slechts op langere termijn doorgerekend worden naar de drinkwatermaatschappijen / het Vlaamse Gewest mits uitgebreide motivatie van de redelijkheid van de betreffende kosten. VOORZIENING VOOR LAATTIJDIGHEID Voor vertragingen in de oplevering van investeringsprojecten, in vergelijking met de overeengekomen opleveringsdatum, is de groep van rechtswege een schadevergoeding verschuldigd. Voor dergelijke vertragingen die per 31 december 2013 reeds konden voorzien worden, werden provisies genomen. De provisie voor laattijdigheid bedraagt 7 k EUR voor 1 project. VOORZIENING VOOR JURIDISCHE GESCHILLEN Voor juridische geschillen wordt een provisie aangelegd ter waarde van een redelijke inschatting van de vordering in het geval dat de kans dat de groep het geschil verliest waarschijnlijk is. Per 31 december 2013 bedraagt de provisie voor juridische geschillen 5.808 k EUR voor 132 geschillen. VOORZIENING VOOR VERZEKERINGSDOSSIERS Per 31 december 2013 bedraagt de provisie 2.089 k EUR voor 3 verzekeringsdossiers. Het betreft schadedossiers waarvan we vermoeden dat de schade – geheel of gedeeltelijk – niet kan gerecupereerd worden bij de verzekeraar(s). 912 40 7.357 175 7.182 VOORZIENING VOOR DIVERSE GESCHILLEN IN HET KADER VAN DE BEHEERSOVEREENKOMST Onder deze voorziening worden alle resterende risico’s in het kader van de beheersovereenkomst opgenomen, in het bijzonder m.b.t. mogelijke inbreuken op de beheersovereenkomst of het risico op niet-redelijkheid en dus niet-terugbetaling van bepaalde investerings- of werkingskosten. De toename van deze provisie per einde 2013 heeft betrekking op kosten m.b.t. opgeleverde en nog niet opgeleverde investeringsprojecten waarover er discussie lopende is met de Economisch Toezichthouder. Uit voorzichtigheid werd voor deze kosten een voorziening aangelegd. VOORZIENING VOOR SLIBBUFFERS Elk jaar wordt een provisie aangelegd voor de verwerkingskost van het slib dat zich in de buffers bevindt. De verwerkingskost van het gebufferde slib valt onder de noemer “redelijke kosten” zoals voorzien in de beheersovereenkomst met het Vlaamse Gewest. ↘ TOELICHTING 5.11 PENSIOENVERPLICHTING Binnen de pensioenverplichtingen onderscheidt men: 1. 2. Provisies voor toegezegd pensioenregelingen Provisies voor brugpensioenen. PENSIOENVERPLICHTING ↘ (in 000 euro) Provisie toegezegd pensioen regelingen Provisie brugpensioenen TOTAAL 2013 2012 11.405 13.485 1.325 1.285 12.730 14.770 1. Provisies voor toegezegde pensioenregelingen Binnen de groep bestaan er twee types van pensioenplannen: toegezegde pensioenregeling en toegezegde bijdrageregeling. • Verplichtingen aangaande toegezegde bijdrageregelingen worden onmiddellijk ten laste van de winst-en-verliesrekening genomen. De periodieke premiebetaling wordt als periodekost geregistreerd. • De schuld of eventueel vordering uit toegezegde pensioenregelingen wordt opgenomen in de balans. Bij dergelijke regelingen komt het bedrag in de balans (de nettoverplichting) overeen met de contante waarde van de brutoverplichting, verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen en aangepast voor niet-opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd. Om de toekomstige verplichting getrouw te kunnen inschatten, wordt er een beroep gedaan op een specifieke actuariële berekening, de zogenoemde projected unit credit methode. De provisie voortvloeiend uit deze berekening bedraagt 11.405 k EUR op 31 december 2013 en 13.485k EUR op 31 december 2012. PROVISIE TOEGEZEGD PENSIOEN ↘ (in 000 euro) 2013 2012 Actuele waarde van de verplichting 31.389 31.207 Fair value van de plan assets 19.984 17.722 11.405 13.485 TOEGEZEGD PENSIOENVERPLICHTING De actuariële berekening houdt rekening met onderstaande assumpties: ASSUMPTIES ↘ (in 000 euro) 2013 2012 Loonsverhoging 3,5 % per jaar tot leeftijd van 55 2 % per jaar nadien vermelde % zijn inclusief inflatie 3,5 % per jaar tot leeftijd van 55 2 % per jaar nadien vermelde % zijn inclusief inflatie Inflatie 2 % per jaar Dit % wordt toegepast ter berekening van het plafond van de sociale zekerheid 2 % per jaar Dit % wordt toegepast ter berekening van het plafond van de sociale zekerheid Discount rate 4,20 % per jaar 3,50 % per jaar Pensioenleeftijd 65 jaar voor iedereen 65 jaar voor iedereen Levensverwachting MR (Belgische sterftetafel mannen) FR (Belgische sterftetafel vrouwen) MR (Belgische sterftetafel mannen) FR (Belgische sterftetafel vrouwen) Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 57 58 Geconsolideerde jaarrekening 2013 De wijzigingen in de contante waarde van de toegezegde pensioenregelingen zijn als volgt: (in 000 euro) ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING 31/12/2011 De wijzigingen in de reële waarde van de fondsbeleggingen zijn als volgt: (in 000 euro) 21.818 MARKTWAARDE VAN FONDSBELEGGINGEN 31/12/2011 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 1.293 Verwacht rendement op fondsbeleggingen Rentelast 1.124 Verwachte bijdragen van de groep Bijdragen van deelnemers 265 Betaalde premies Betaalde kosten Betaalde kosten (Uit)betaalde vergoedingen Actuariële winsten/verliezen ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING 31/12/2012 -737 7.445 31.207 265 (Uit)betaalde vergoedingen -737 259 Actuariële winsten/verliezen MARKTWAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN 31/12/2012 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 1.835 Verwacht rendement op fondsbeleggingen Rentelast 1.082 Verwachte bijdragen van de groep Bijdragen van deelnemers 267 Betaalde premies Actuariële winsten/verliezen ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING 31/12/2013 17.722 638 1.340 Bijdragen van deelnemers 267 Betaalde premies Betaalde kosten (Uit)betaalde vergoedingen 750 1.293 Bijdragen van deelnemers Betaalde premies 15.892 Betaalde kosten -567 -2.435 31.389 De actuele waarde van de bruto verplichting per 31/12/2013 blijft ongeveer constant ten opzichte van 2012. (Uit)betaalde vergoedingen -567 Actuariële winsten/verliezen 584 MARKTWAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN 31/12/2013 19.984 De kost opgenomen in de resultatenrekening met betrekking tot toegezegde pensioenregelingen omvat volgende elementen: (in 000 euro) 2013 2012 2.617 2.617 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 1.835 1.835 Rentelast 1.082 1.082 WIJZIGING IN DE ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING (1) Bijdragen van deelnemers 267 267 (Uit)betaalde vergoedingen -567 -567 1.678 1.678 638 638 1.340 1.340 WIJZIGING IN DE WAARDE VAN DE FONDSBELEGGINGEN (2) Verwacht rendement op fondsbeleggingen Verwachte bijdrage van de groep Verwachte bijdragen van de deelnemers 267 267 (Uit)betaalde vergoedingen -567 -567 PENSIOENKOSTEN (1-2) 939 939 De reële waarde van de fondsbeleggingen per 31 december 2013 en per 31 december 2012 bestaat voor 100 % uit tak 21-producten met gegarandeerde opbrengst. De verdeling van de onderliggende activa per 31/12/2013 is als volgt: • Aandelen: 4,64 % • Vastrentend: 79,54 % • Onroerend goed: 15,82 % SENSITIVITEITSANALYSE ↘ (in 000 euro) 4,20% Basis Disconteringsvoet 3,20% - 1,00% Disconteringsvoet 5,20% + 1,00% Disconteringsvoet 30.053.916 35.514.175 25.608.256 1.826.422 2.184.060 1.538.553 Actuele waarde van de brutoverplichting vanaf 1/1/2014 Pensioenkosten M.b.t. pensioenplannen van het type toegezegde bijdrageregeling werden in 2013 voor 475 k EUR aan premies in resultaat genomen. 2. Provisies voor brugpensioen Brugpensioenregelingen worden ook verwerkt als toegezegde pensioenregelingen. De groep neemt een voorziening op die berekend werd volgens de projected unit credit methode. De brugpensioenverplichting bedraagt 1.285 k EUR per 1 januari 2013 en 1.325 k EUR per 1 januari 2014 . BRUGPENSIOENVERPLICHTING ↘ (in 000 euro) Brutoverplichting Activa NETTOVERPLICHTING 2013 2012 1.325 1.285 0 0 1.325 1.285 In de berekening werd gewerkt met onderstaande assumpties: ASSUMPTIES ↘ (in 000 euro) 2013 2012 Loonsverhoging 3,5 % per jaar tot leeftijd van 55 2 % per jaar nadien vermelde % zijn inclusief inflatie 3,5 % per jaar tot leeftijd van 55 2 % per jaar nadien vermelde % zijn inclusief inflatie Inflatie 2 % per jaar Dit % wordt toegepast ter berekening van het plafond van de sociale zekerheid 2 % per jaar Dit % wordt toegepast ter berekening van het plafond van de sociale zekerheid Discount rate 4,20 % per jaar 3,50 % per jaar Pensioenleeftijd 65 jaar voor iedereen 65 jaar voor iedereen Levensverwachting MR (Belgische sterftetafel mannen) FR (Belgische sterftetafel vrouwen) MR (Belgische sterftetafel mannen) FR (Belgische sterftetafel vrouwen) Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 59 60 Geconsolideerde jaarrekening 2013 De brugpensioenverplichting bedraagt 1.325 k EUR per 1 januari 2014 en 1.285 k EUR per 1 januari 2013. Hier staan geen assets tegenover. Wijziging in de actuele waarde van de brutoverplichting voor brugpensioenen: (in 000 euro) ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING 31/12/2011 901 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 93 Rentelast 46 (Uit)betaalde vergoedingen 254 Actuariële winsten / verliezen -8 ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING 31/12/2012 1.285 Aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten 104 Rentelast 44 (Uit)betaalde vergoedingen -33 Actuariële winsten / verliezen -75 ACTUELE WAARDE VAN DE BRUTOVERPLICHTING 31/12/2013 1.325 SENSITIVITEITSANALYSE ↘ (in 000 euro) Actuele waarde van de brutoverplichting vanaf 1/1/2014 Pensioenkosten ↘ 4,20% Basis Disconteringsvoet 3,20% - 1,00% Disconteringsvoet 5,20% + 1,00% Disconteringsvoet 1.325.305 1.422.517 1.237.082 101.429 109.183 94.411 TOELICHTING 5.12 BIJ DE BALANS ‘HANDELSSCHULDEN EN OVERIGE TE BETALEN POSTEN’ De handelsschulden en overige te betalen posten bedragen 139.878 k EUR per 31 december 2013. Ten opzichte van de balans op 31 december 2012 betekent dit een stijging met 58.308 k EUR. (in 000 euro) Handelsschulden en overige te betalen posten Toelichting 2013 2012 5.12 139.878 81.570 In december 2013 was er – in afspraak met het Vlaamse Gewest – een vervroegde facturatie van de werkingskosten m.b.t. het 1e kwartaal 2014. De betreffende vorderingen waren nog niet vervallen per einde 2013. Deze voorschotfacturen zijn bij de afsluiting opgenomen onder de handelsschulden. Binnen de handelsschulden en overige te betalen posten onderscheidt men: leveranciers, schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten, ontvangen voorschotten en ontvangen borgtochten. Per 31 december 2013 bedraagt het aantal dagen leverancierskrediet – berekend als: openstaande handelsschulden op ten hoogste één jaar/inkopen inclusief BTW * 365 – 53 dagen. In 2012 was dit 50 dagen. De inkopen omvatten: de investeringen in projecten tijdens het boekjaar, de mutatie in de vaste activa in aanbouw, de inkopen handelsgoederen, grond- en hulpstoffen en de diensten en diverse goederen. (in 000 euro) 2013 2012 Leveranciers 63.433 74.027 Voorschotfacturen werkingskosten 1ste kwartaal 2014 68.985 Schulden met betrekking tot bezoldigingen en sociale lasten 7.402 7.406 Ontvangen voorschotten 58 136 Ontvangen borgtochten 1 1 139.878 81.570 TOTAAL ↘ TOELICHTING 5.13 BIJ DE BALANS ‘OVERIGE KORTLOPENDE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN’ De overige financiële vlottende activa bedragen 11.952 k EUR per 31 december 2013. Ten opzichte van de balans op 31 december 2012 betekent dit een afname met 2.353 k EUR. (in 000 euro) Overige kortlopende financiële verplichtingen Toelichting 2013 2012 5.13 11.952 14.305 Het betreft hier overlopende rekeningen van het passief; in hoofdzaak te betalen intresten. ↘ TOELICHTING 5.14 BIJ DE BALANS ‘TE BETALEN BELASTING’ (in 000 euro) Te betalen belasting Toelichting 2013 2012 5.14 16.018 15.294 De uitstaande verplichting per 31 december 2013 heeft voornamelijk betrekking op nog te betalen BTW (11.105 kEUR). Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 61 62 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Toelichtingen bij de geconsolideerde winst- en verliesrekening ↘ TOELICHTING 6.0 GELEVERDE DIENSTEN De groep realiseerde in 2013 een opbrengst van 321.413 k EUR uit geleverde diensten; in 2012 bedroeg deze opbrengst 338.574 k EUR. (in 000 euro) 31/12/2013 31/12/2012 Activiteiten binnen Beheersovereenkomst 257.666 256.824 Activiteiten buiten Beheersovereenkomst 63.746 81.750 321.413 338.574 TOTAAL Hiervan heeft 257.666 k EUR betrekking op activiteiten binnen de beheersovereenkomst, ten opzichte van 256.824 k EUR in 2012. Voor de activiteiten buiten de beheersovereenkomst werd een opbrengst van 63.746 k EUR gerealiseerd versus 81.750 k EUR in 2012. In het kader van de beheersovereenkomst verzamelt Aquafin het afvalwater van de Vlaamse gezinnen in hoofdriolen en voert het naar zuiveringsinstallaties. Daarvoor bouwt Aquafin eerst de noodzakelijke infrastructuur uit: collectoren voor afvalwater, pompstations en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Aquafin prefinanciert de opgedragen projecten en de drinkwatermaatschappijen betalen de investeringen terug. Voor projecten opgeleverd vanaf 1 januari 2009 bedraagt de terugbetalingstermijn voor de elektromechanische werken 15 jaar en voor de bouwkundige werken 30 jaar. Voor activa die overgekocht werden van de Vlaamse Milieumaatschappij bedraagt de terugbetalingstermijn 20 jaar. Aquafin is ook verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van het bovengemeentelijk rioleringsstelsel en de waterzuiveringsinstallaties. Het gezuiverde afvalwater moet aan Vlaamse en Europese normen voldoen. Buiten de beheersovereenkomst heeft Aquafin nog een specifiek aanbod ontwikkeld voor steden en gemeenten. Een aantal steden en gemeenten hebben de bouw en het onderhoud van hun riolen volledig uitbesteed aan Aquafin. Ook een aantal bedrijven laten hun afvalwater verwerken door Aquafin. In het post-verkiezingsjaar 2013 was er een afname van de activiteiten buiten het kader van de Beheersovereenkomst. Door een groot aantal gemeenten en steden werden - in de aanloop naar de verkiezingen en nadien tot de installatie van de nieuwe lokale besturen - een aantal rioleringsprojecten on-hold gezet. ↘ TOELICHTING 6.1 OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN ↘ (in 000 euro) Overige bedrijfsopbrengsten Toelichting 2013 2012 6.1 -67 4.702 De overige bedrijfsopbrengsten bedragen - 67 k EUR in 2013 en 4.702 k EUR in 2012. Het betreft hier voornamelijk recuperaties van kosten die niet tot de reguliere omzet kunnen gerekend worden. De afname van deze post heeft voornamelijk betrekking op de wijziging in marktwaarde m.b.t. kwalificerende reëlewaardeafdekkingen. Op basis van de concessieovereenkomst met het Vlaamse Gewest wordt deze wijziging in marktwaarde gecompenseerd op de IFRIC 12 vordering. Wijzigingen in marktwaarde van kwalificerende kasstroomafdekkingen lopen niet via de overige bedrijfsopbrengsten, maar via het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten (in plus en min). Overige posten hier zijn: doorfacturatie aan derden van de kosten van incidenten, doorfacturatie van nutsvoorzieningen indien derden gebruik maken van de nutsvoorzieningen van de groep, doorfacturatie van kosten gemaakt voor het zuiveren van afvalwater afkomstig van buiten het werkingsgebied van de groep (bv. afvalwater uit Noord-Frankrijk), doorfacturatie van extra slibkosten indien het gebruikelijke slibverwerkingsbedrijf niet de afgesproken hoeveelheid kan verwerken, opbrengsten van groene stroomcertificaten, recuperaties met betrekking tot firmawagens en onderzoeksprojecten. ↘ TOELICHTING 6.2 GROND- EN HULPSTOFFEN,DIENSTEN EN DIVERSE GOEDEREN VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN ↘ (in 000 euro) Grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen Toelichting 2013 2012 6.2 -168.308 -186.200 De kosten van grond- en hulpstoffen bedragen 168.308k EUR in 2013 en 186.200k EUR in 2012. Voornaamste kostenbestanddelen zijn onder andere: verbruik van gas- en elektriciteit, afvoer- en stortkosten van zand en slib, onderhoudskosten, verbruik van chemicaliën, zuig- spuit en ruimingswerken en exploitatiekosten aangerekend door het Brusselse Gewest voor zuivering van afvalwater afkomstig uit het Vlaamse Gewest, studiebureaukosten, externe medewerkers en wagenkosten, kosten voor studiebureau en bouwkunde in het kader van commerciële activiteiten. De afname in de kosten van deze rubriek wordt in hoofdzaak verklaard door de afname van de commerciële activiteiten, in het bijzonder lagere investeringsuitgaven voor gemeenten en steden in het post-verkiezingsjaar 2013. Onder deze rubriek werden in 2013 voor 400 k EUR aan onderzoekskosten onmiddellijk ten laste van het resultaat genomen. Het direct toepasbare onderzoek is gericht op kostenbeheersing, de garantie van de effluentnormen en de introductie van best beschikbare technologieën. Het strategische onderzoek is gegroepeerd rond de pijlers klimaatverandering, integraal waterbeheer en asset management van de (riool)infrastructuur. ↘ TOELICHTING 6.3 PERSONEELSKOSTEN VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN ↘ (in 000 euro) Personeelskosten Toelichting 2013 2012 6.3 -64.578 -61.694 De personeelskosten bedragen 64.578k EUR in 2013 en 61.694 k EUR in 2012. Onder de personeelskosten zijn opgenomen: bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen, werkgeversbijdragen voor sociale verzekeringen, werkgeverspremies voor bovenwettelijke verzekeringen, andere personeelskosten en brugpensioenvergoedingen. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 63 64 Geconsolideerde jaarrekening 2013 DETAIL PERSONEELSKOSTEN ↘ (in 000 euro) 2013 2012 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen 46.610 44.055 Werkgeversbijdragen voor sociale verzekeringen 12.901 12.307 Werkgeverspremies voor bovenwettelijke verzekeringen 2.963 3.126 Andere personeelskosten 1.959 2.094 144 113 64.578 61.694 Pensioenen TOTAAL Tijdens het boekjaar 2013 werden gemiddeld 877,8 VTE’s tewerkgesteld, waarvan 738,9 voltijds en 184,3 deeltijds. In totaal werden daadwerkelijk 1.429.578 uren gepresteerd. Tijdens het boekjaar 2012 werden gemiddeld 862,9 VTE’s tewerkgesteld, waarvan 728,3 voltijds en 177,3 deeltijds. In totaal werden daadwerkelijk 1.415.619 uren gepresteerd. Op de afsluitingsdatum van het boekjaar 2013 telde de groep 743 voltijdse werknemers en 186 deeltijdse werknemers, samen goed voor 883,3 VTE’s; op 31 december 2012 telde de groep 745 voltijdse werknemers en 176 deeltijdse werknemers, samen goed voor 878,0 VTE’s. Alle personeelsleden hebben een bediendenstatuut. ↘ TOELICHTING 6.4 AFSCHRIJVINGEN, AMORTISATIES EN BIJZONDERE WAARDEVERMINDERING (in 000 euro) Afschrijvingen, amortisaties en bijzondere waardevermindering Toelichting 2013 2012 6.4 -1.731 -109 Aangezien de groep geen materiële vast activa erkent op de balans, heeft deze post enkel betrekking op amortisaties en waardeverminderingen. Meer bepaald betreft het hier mutaties in provisies voor voorzieningen, toegezegde pensioenregelingen en brugpensioenen en mutaties in waardeverminderingen op vorderingen. ↘ TOELICHTING 6.5 OVERIGE LASTEN (in 000 euro) Overige lasten Toelichting 2013 2012 6.5 -5.887 -5.606 De overige lasten bedragen 5.887k EUR in 2013 en 5.606 k EUR in 2012. Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op bedrijfsbelastingen: niet-aftrekbare BTW, onroerende voorheffing, gewestelijke belastingen en andere fiscale bedrijfskosten. ↘ TOELICHTING 6.6 FINANCIERINGSKOSTEN (in 000 euro) Financieringskosten Toelichting 2013 2012 6.6 -78.837 -85.653 De financieringslasten hebben voornamelijk betrekking op de kosten van rentedragende leningen, op lange en korte termijn en wijzigingen in de marktwaarde van de hedging structuren (zie ook de toelichtingen 5.8 en 5.9). (in 000 euro) 2013 2012 82.434 84.113 121 149 -3.717 1.390 78.837 85.653 Toelichting 2013 2012 6.7 7.520 6.179 Rente op kredieten en overige financieringskosten Financieringskosten m.b.t. financiële leaseovereenkomsten Wijziging marktwaarde hedgingstructuren naar P&L TOTALE FINANCIERINGSKOSTEN ↘ TOELICHTING 6.7 FINANCIERINGSOPBRENGSTEN (in 000 euro) Financieringsopbrengsten De financieringsopbrengsten bedragen 7.520 k EUR in 2013 en 6.179 k EUR in 2012. Het betreft hier voornamelijk de opbrengsten uit het rentemanagement, intresten uit beleggingen en ontvangen verwijlintresten. Een sterke stijging wordt opgetekend in de opbrengsten van het rentemanagement ↘ TOELICHTING 6.8 WINSTBELASTINGEN Actuele belastingvorderingen en -verplichtingen voor lopende en voorgaande perioden worden gewaardeerd tegen het bedrag dat naar verwachting zal worden teruggevorderd van of betaald aan de (Belgische) belastingautoriteiten. Gelet op de specifieke bepalingen binnen de beheersovereenkomst, heeft de groep geen tijdelijke verschillen op activa of verplichtingen die aanleiding zouden geven tot het opzetten van een uitgestelde belastingschuld of -vordering. Immers volgens artikel 43.1 van dezelfde beheersovereenkomst worden alle door Aquafin gemaakte redelijke kosten vergoed door het Vlaamse Gewest – via de drinkwatermaatschappijen – inclusief alle heffingen en belastingen door Aquafin verschuldigd voor de uitvoering van deze overeenkomst. GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING ↘ (in 000 euro) Actuele belastingslast 2013 2012 2.344 2.416 Aanpassing belastingslast voorgaande jaren Winstbelasting cfr geconsolideerde winst- en verliesrekening 14 -29 2.358 2.388 AANSLUITING TUSSEN DE EFFECTIEVE BELASTINGSDRUK EN DE THEORETISCHE BELASTINGSDRUK Winst voor belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 9.524 Niet gerealiseerde resultaten Onderhanden projecten in opdrachten van derden: % of completion Doorrekening belastingen in het kader van de concessieovereenkomst WINST VOOR BELASTINGEN Tegen het wettelijke tarief van toepassing in België (34 %) Aanpassing winstbelasting vorige jaren Niet-aftrekbare kosten Aftrek voor risicokapitaal Fairness tax Tegen het effectieve tarief van toepassing WINSTBELASTING OPGENOMEN IN GECONSOLIDEERDE WINST- EN VERLIESREKENING 10.194 0 0 139 0 1.591 1.889 11.254 12.083 3.825 4.107 14 -29 622 653 -2.146 -2.344 43 0 2.358 2.388 2.358 2.388 Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 65 66 Geconsolideerde jaarrekening 2013 In het kader van de concessieovereenkomst met het Vlaamse Gewest werd 1.591 k EUR respectievelijk 1.889 k EUR aan vennootschapsbelasting doorgerekend naar de drinkwatermaatschappijen / het Vlaamse Gewest in 2013 respectievelijk 2012. ↘ TOELICHTING 6.9 WINST PER AANDEEL (in 000 euro) Toelichting Winst voor belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten NETTOWINST 2013 2012 9.524 10.194 8.758 9.695 8.758 9.695 Toe te rekenen aan: Houders van eigen-vermogensinstrumenten van de moedermaatschappij WINST PER AANDEEL (€) Gewone winst per aandeel, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 Verwaterde winst per aandeel, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 Gewone winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 Verwaterde winst per aandeel uit voortgezette bedrijfsactiviteiten, toe te rekenen aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij 6.9 8,74 9,68 WINST PER AANDEEL UIT VOORTGEZETTE BEDRIJFSACTIVITEITEN (€) Alle aandelen van de groep zijn in handen van de Vlaamse Milieuholding. Op 2 december 2010 ging de Vlaamse Milieuholding over tot een volledige kapitaalsvolstorting. Hierdoor bestaat per einde 2010 het kapitaal van de groep uit 800.000 aandelen, volledig volstort. Op 13 december 2011 werd – in het kader van de reeds vermelde aankoop van activa van de Vlaamse Milieumaatschappij – het kapitaal van de groep verhoogd met 50 miljoen euro, vertegenwoordigd door 201.613 aandelen. Hiervan werd 12,5 miljoen euro volstort. Per 31 december 2013 wordt het kapitaal vertegenwoordigd door 1.001.613 aandelen. DIVIDEND PER AANDEEL Op 22 april 2013 werd m.b.t. boekjaar 2012 een totaal dividend uitgekeerd van 9.218.371 euro of: • 10,84 euro voor de aandelen volstort op 25 april 1990 • 2,71 euro voor de aandelen die niet volledig volstort waren tijdens het boekjaar. Indien de Algemene Vergadering de voorgestelde winstverdeling goedkeurt, zal op 22 april 2014 een bruto dividend uitbetaald worden van: • 9,93 euro voor de aandelen die volledig volstort zijn • 2,48 euro voor de aandelen die niet volledig volstort zijn. Toelichtingen bij het geconsolideerde kasstroomoverzicht ↘ TOELICHTING 7.1 BIJ HET GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT – ONTVANGSTEN VAN KLANTEN ONTVANGSTEN KLANTEN ↘ (in 000 euro) 2013 2012 Beheersovereenkomst 420.428 363.810 Waarvan: Bouwactiviteit 140.310 132.013 Diensten 280.118 231.797 72.411 69.347 492.838 433.157 Commercieel TOTAAL Cfr. Artikel 43 van de beheersovereenkomst heeft Aquafin recht op een vergoeding van het Vlaamse Gewest die alle redelijke kosten moet dekken en rekening houdend met het genomen risico een minimum aanvaardbaar rendement voor de aandeelhouders waarborgt. Binnen deze vergoeding kan een onderscheid gemaakt worden tussen vergoedingen die betrekking hebben op bouwactiviteiten en vergoedingen met betrekking tot diensten. De vergoedingen voor bouwactiviteiten betreffen de terugbetaling van opgeleverde rioolwaterzuiveringinfrastructuur. De terugbetalingstermijn van deze infrastructuur houdt rekening met de verwachte levensduur. In 2013 stijgt deze vergoeding ten opzichte van 2012 ten gevolge van de uitbreiding van het patrimonium. De vergoedingen met betrekking tot diensten betreffen in hoofdzaak een doorrekening van de werkingsuitgaven van hoofdkantoor en operaties en de rentelasten, vermeerderd met een vergoeding voor het eigen vermogen. De uitbreiding van het patrimonium heeft een effect op de werkingskosten en de rentelasten. Bijgevolg merken we ook een toename van de ontvangsten uit dienstverlening binnen het kader van de beheersovereenkomst. In december 2013 was er, in samenspraak met het Vlaamse Gewest, een vervroegde facturatie van de werkingskosten m.b.t. het 1e kwartaal 2014. De betreffende vorderingen waren in principe nog niet vervallen per einde 2013. Een belangrijk gedeelte van deze vorderingen werd echter voor vervaldatum en voor het afsluiten van het boekjaar betaald. Tenslotte was er een beperkte groei van de klantenontvangsten in het segment van de commerciële activiteiten. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 67 68 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Segmentrapportering Voor managementdoeleinden is de groep georganiseerd in twee operationele segmenten. Enerzijds worden er bedrijfsactiviteiten uitgeoefend binnen de concessieovereenkomst (beheersovereenkomst) met het Vlaamse Gewest (de bovengemeentelijke sanering). Anderzijds worden er commerciële activiteiten uitgeoefend voornamelijk ten behoeve van Vlaamse steden en gemeenten (de gemeentelijke sanering). Binnen dit laatste segment staat de groep in onmiddellijke concurrentie met andere rioolbeheerders. Via de dochteronderneming Aquaplus NV richt de groep zich ook tot de industrie in Vlaanderen en voert ze op beperkte schaal consultancy-opdrachten uit in het buitenland. CIJFERMATIG ↘ Concessieovk. (in 000 euro) Commercieel Totaal Vlaamse Gewest Steden & gemeenten 257.667 63.124 622 321.413 7.508 2.254 -238 9.524 Overige PER 31/12/2013 Geleverde diensten Winst voor belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten Activa 2.474.617 43.618 982 2.519.217 Verplichtingen 2.256.689 22.564 185 2.279.438 256.824 80.668 1.082 338.574 PER 31/12/2012 Geleverde diensten Winst voor belastingen uit voortgezette bedrijfsactiviteiten 8.768 1.416 10 10.194 Activa 2.410.259 33.885 1.004 2.445.148 Verplichtingen 2.198.333 6.276 298 2.204.907 Informatieverschaffing over verbonden partijen In 2013 werden volgende vergoedingen toegekend aan managers op sleutelposities: ↘ UITVOEREND BESTUURDER De totale bruto-vergoeding die over 2013 door de vennootschap BVBA Bamboss, waarvan de zaakvoerder de uitvoerend (gedelegeerd) bestuurder is, aan Aquafin werd gefactureerd is als volgt samengesteld: • • • • ↘ DIRECTIECOMITÉ De totale bruto-verloning die over 2013 aan de leden van het directiecomité, met uitzondering van de uitvoerend (gedelegeerd) bestuurder, werd toegekend bedraagt: • • • • basissalaris: € 825.339,50 variabel deel1: € 77.724,15 pensioenrechten: € 149.071,99 andere vergoedingsbestanddelen: € 155.012,05 basisvergoeding: € 407.536,2 variabel deel: € 132.775,29 pensioenrechten: niet van toepassing andere vergoedingsbestanddelen: € 1.341,57 Hij ontvangt geen vergoeding als bestuurder (binnen de raad van bestuur). 1 Het totale bedrag van dit inkomstenbestanddeel wordt verdeeld in een bedrag dat als brutopremie wordt uitgekeerd en ook onder deze rubriek is opgenomen en een bedrag dat deel uitmaakt van de pensioenrechten en opgenomen werd in de rubriek met die naam. Toelichtingen bij de geconsolideerde jaarrekening 69 70 Geconsolideerde jaarrekening 2013 Specifieke toelichtingen vereist onder het Wetboek van Vennootschappen Tewerkstelling op afsluitingsdatum volgens beroepscategorie: TEWERKSTELLING PER BEROEPSCATEGORIE ↘ (in 000 euro) 2013 2012 6,0 3,0 Bedienden 877,3 875,0 TOTAAL 883,3 878,0 Directieleden Vergoedingen toegekend aan directieleden: cfr supra. Door de groep of één van de ondernemingen van de groep werden geen voorschotten of leningen verstrekt aan directieleden. De geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2013 omvat volgende vennootschappen: • Aquafin NV, Dijkstraat 8, 2630 Aartselaar, België • Aquaplus NV, Ingberthoeveweg 21, 2630 Aartselaar, België AQUAFIN NV Colofon Verantwoordelijke uitgever: Luc Bossyns, gedelegeerd bestuurder Aquafin NV Grafische vormgeving: Altera Fotografie: fotovdb.com, Jan Locus, Misjel Decleer, Vildaphoto en Aquafin NV De geconsolideerde jaarrekening 2013 is ook beschikbaar in het Engels. U kan de twee taalversies downloaden op www.aquafin.be, of extra exemplaren aanvragen via [email protected] Aquafin ontwikkelt en implementeert doeltreffende oplossingen die zorgen voor zuivere waterlopen en duurzaam water(her)gebruik. We spelen proactief in op te verwachten evoluties in de watersector. Hierdoor brengen wij op maat en in nauwe relatie met onze klanten de realisatie van de Europese doelstellingen elke dag opnieuw dichterbij. Aquafin NV, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar Tel. 03 450 45 11 ● fax 03 458 30 20 e-mail: info@aquafin.be ● www.aquafin.be V.U.: Luc Bossyns Also available in English
© Copyright 2025 ExpyDoc