WELSUN: “VOORDOEN, SAMENDOEN, ZELFDOEN" Landgraaf, april 2014 drs. A.E.W. van Someren directeur-bestuurder Stichting Welsun Landgraaf 1 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 Welsun de organisatie Visie en missie Organisatiestructuur Vrijwilligers en het profiel van Welsun Kwaliteitszorg Ziekteverzuimpercentage Financieel overzicht 5 5 6 7 8 9 9 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 Kerntaken Welsun in relatie tot de WMO Dienstverlening Maatschappelijk Werk Algemeen Maatschappelijk Werk Schoolmaatschappelijk Werk Centra voor Jeugd en Gezin Pilot Eigen Kracht door Gezinscoach Schuldhulpverlening Pilot duo-intake en pilot advocatuur Maatschappelijke begeleiding asielgerechtigden en taalcoaches 10 14 14 14 15 15 16 19 23 4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 Dienstverlening Ouderenwerk Ouderenadvisering Huiskamerprojecten Project Gezamenlijk Eten Activiteitenbemiddeling Administratieve Ondersteuning Ontmoetingsgroep voor nabestaanden Kengetallen Ouderenwerk 23 23 24 25 26 26 26 26 5 5.1 5.1.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.6.1 5.6.2 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 Dienstverlening Buurt-opbouw–jongerenwerk Ambulant jongerenwerk Ambulante activiteiten Accommodatiegebonden jongerenwerk Leren beheren jongerenaccommodaties Accommodatiegebonden activiteiten Jongeren Op Straat (JOS) Aanpak (criminele) jongerengroep in Landgraaf Project Social media Sociaal-culturele activiteiten voor kinderen en tieners Kinder/tienerclubs Kindervakantiewerk Buitenspeeldag Buurthuis De Molt Netwerken en relatiebeheer Opbouwwerk en wijkbeheer Kleinschalige wijkactiviteiten Project Preventie en Vroegsignalering Pilotproject Samen voor elkaar in de buurt Nationale actiedagen Buurtbemiddeling 28 29 29 30 31 32 34 35 36 36 36 37 38 38 39 40 41 42 44 47 47 2 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 1 Inleiding Voor u ligt het inhoudelijk jaarverslag 2013 van Welsun. Het jaar 2013 was voor Welsun een bewogen jaar. Het afgelopen jaar stond niet alleen in het teken van continuering, stabiliteit en innovatie, maar ook van nieuwe uitdagingen. Uitdagingen die vooral bepaald worden door de kanteling van verzorgingsstaat naar participatie-samenleving. Het begrip ‘welzijn’ heeft een belangrijke plaats in de samenleving gekregen. Met welzijn worden maatschappelijke problemen en vraagstukken opgelost die de gemeenschap veel geld kosten. Welzijn draagt bij aan de beheersing van collectieve uitgaven van bijvoorbeeld ouderenzorg, jeugdzorg, bijstand of justitie. Maar ook gaat het om het oplossen en voorkomen van problemen, zoals eenzaamheidsbestrijding, huiselijk geweld, schoolverzuim, hangjongeren of verloedering van buurten en wijken. De professionals en vrijwilligers van Welsun staan dicht bij de mensen en zijn een begrip in buurten en wijken. Ze functioneren als schakel tussen burgers onderling of tussen hen en instanties, organisaties en overheden. Het Welzijn Nieuwe Stijl, zoals het momenteel in den lande gepromoot wordt, wordt sinds jaar en dag door Welsun in de praktijk uitgevoerd. Het voordoen, samendoen en zelfdoen zijn in het Landgraafse inmiddels erkende begrippen geworden. Begrippen gebaseerd op zelfredzaamheid en participatie, welke naast bescherming, zorg voor elkaar en sociale samenhang de doelen vormen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze begrippen en doelen zijn de kerncompetenties van welzijn en vervullen de schakel die nodig is om de transities (participatie, jeugd en functiebegeleiding van AWBZ naar Wmo) vorm te geven. Welsun doet dit door het signaleren, benoemen en oplossen van probleemvraagstukken van burgers en samenleving, om te voorkomen dat problemen verergeren, waardoor zwaardere hulp of zorg in het latere proces moet worden ingezet. De aanpak en het beleid van Welsun richten zich op resultaatverantwoording, ambitie, uitdagingen en nieuwe ideeën. Dit heeft ook zijn positieve uitwerking gekregen op de buitenwacht: de burger van Landgraaf, onze klanten en ketenpartners. Zij hebben immers de afgelopen jaren de werkwijze Welzijn Nieuwe Stijl aan den lijve ondervonden. Welzijnsdiensten die vóór de reorganisatie (2004) onder beheer van Welsun vielen zijn op een andere manier en wijze vormgegeven. De welzijnsdiensten zijn niet verloren gegaan, maar in samenspraak met de gemeente efficiënter en effectiever opgepakt, al dan niet met ondersteuning van Welsun. Met name de gedragsverandering, gebaseerd op de Welsun-aanpak ‘voordoen, samendoen, zelfdoen’ heeft geleid tot een mentaliteitsverandering bij de burger. Daarnaast heeft de reorganisatie-operatie in 2004 (structurele bezuiniging van circa € 850.000,-, ontvlechting van 12 naar 2 gebouwen en personele afslanking van 41 naar 21 fte) geleid tot een aanpak waarbij vrijwilligers een belangrijke rol in het productieproces van de instelling hebben gekregen. Belangrijke veranderingen die momenteel kenmerkend zijn voor het Welzijn Nieuwe Stijl. Het Welzijn Nieuwe Stijl dringt de vanzelfsprekendheid terug om voor elk individueel probleem een individuele oplossing te zoeken en/of voor elke oplossing naar de overheid te kijken. De verzorgingsstaat zoals we die jarenlang gekend hebben, is financieel onhoudbaar geworden. Dit komt onder meer door de vergrijzing. De economische crisis heeft de noodzaak om nieuwe oplossingen te zoeken urgenter gemaakt. Een bezuinigende hervorming van de verzorgingsstaat is een van de oplossingen. Daarnaast is het landelijk beleid inzake de definitie van “echt hulp nodig hebben” smaller gemaakt, onder meer door de inkrimping van de AWBZ. In Welzijn Nieuwe Stijl staan collectieve arrangementen, vroegtijdig en preventief ingrijpen en de eigen kracht van burgers en gemeenschappen voorop. Daarmee ontstaan kostenbesparingen. De visie van het Welzijn Nieuwe Stijl bestaat uit de volgende acht bakens: 1. Gericht op de vraag achter de vraag. 2. Gebaseerd op de eigen kracht van de burger. 3 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 3. 4. 5. 6. 7. 8. Direct erop af. Formeel en informeel in optimale verhouding. Doordachte balans van collectief en individueel. Integraal werken. Niet vrijblijvend, maar resultaat gericht. Gebaseerd op ruimte voor de professional. Op financieel gebied is op te merken dat de instelling voor het tiende jaar op rij een gezonde exploitatie heeft behaald, wat in deze tijd als uitzonderlijk mag worden beschouwd. In een tijd dat bezuinigen (en geen indexverhoging) eerder regel dan uitzondering is, is het geruststellend dat Welsun een gezonde financiële huishouding weet te exploiteren. Dit heeft ook een keerzijde. De formatie van de instelling is beperkt. Het bedrijfsvoeringsmodel van Welsun kent in de praktijk maar 1 leidinggevende (directeurbestuurder), die in de dagelijkse praktijk op inhoudelijk vlak wordt ondersteund door een mentor. Dit gegeven maakt de organisatie – met de wetenschap dat de instelling zich mede door de komende transities in een groeimarkt bevindt - uitermate kwetsbaar. Analoog aan de ambtelijke samenwerking/fusie tussen de gemeenten Brunssum en Landgraaf is in het najaar van 2013 gestart met een financiële scan/onderzoek naar aanleiding van de uitkomsten van een haalbaarheidsonderzoek tussen de gemeentelijke welzijnsinstellingen Brunssum (CMWW) en Landgraaf (Welsun). Dit onderzoek is uitgevoerd in het najaar 2012 en eind december van dat jaar opgeleverd. Het betrof een onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheden van een samenwerking/fusie tussen beide welzijnsorganisaties. Naar aanleiding van dit onderzoek hebben beide gemeentes besloten tot een financiële scan, die antwoord dient te geven op de volgende vragen: - zijn beide organisaties op financieel gebied voldoende gelijkwaardig, gelijksoortig en ieder voldoende stevig om een fusie te kunnen realiseren? - wat zijn de efficiency-opbrengsten van een fusie als gevolg van een grotere ‘scale’, ‘scope’ en een sterkere positie? - wat zijn de te verwachten kosten om tot de gefuseerde organisatie te komen? - hoe verhouden de kosten en opbrengsten van fusie zich tot de kosten en opbrengsten van andere niet-vrijblijvende vormen van samenwerking? De verwachting is dat het onderzoeksbureau (KplusV) dat de financiële scan/onderzoek uitvoert, begin 2014 met een definitieve rapportage komt. Zoals het er nu naar uitziet, valt op te merken dat zowel het CMWW als Welsun gelijkwaardige instellingen zijn, maar niet gelijksoortig. Uit zowel het (inhoudelijk) haalbaarheidsonderzoek en de financiële scan blijkt dat beide organisaties elkaar kunnen versterken als het gaat om de maatschappelijke meerwaarde, de strategische meerwaarde en de personele (agogische) meerwaarde. Beide organisaties lijken op elkaar, maar zijn ook verschillend (kerntaken) van aard. Zowel gemeente Brunssum als Landgraaf zijn van mening dat een intensivering van de samenwerking tussen CMWW en Welsun een oplossing kan bieden om de aankomende ontwikkelingen en bijbehorende verantwoordelijkheden binnen het sociale domen het hoofd te kunnen bieden. Uit het financieel onderzoek blijkt dat beide organisaties financieel gezond zijn om te kunnen fuseren. Ze zijn ook financieel gelijkwaardig, maar niet gelijksoortig. Om “schoon door de poort” te gaan dient er een aantal pre-fusie taakstellingen uitgevoerd, afgestemd en vastgesteld te worden, te weten: vermogenspositie; kerntaken/additionele taken; gebouwenbeheer; personeelsformatie en bezuinigingstaakstelling. In 2014 zullen de Colleges van B&W en de gemeenteraden van Brunssum en Landgraaf uitsluitsel geven over de (eventuele) samenwerking/fusie van beide welzijnsinstellingen. Afgelopen jaar is gebleken dat de komende jaren zwaar zullen worden. De gemeente heeft te maken met bezuinigingstaakstellingen en transities in de jeugdhulpverlening, functiebegeleiding AWBZ naar de Wmo en de Participatiewet. Dit vergt evenals voorgaande jaren inzet en bevlogenheid van een ieder, zowel vrijwilligers als beroepskrachten. 4 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Doordat Welsun de afgelopen jaren zoals eerder vermeld slechts driemaal een index ontvangen heeft op haar jaarlijkse subsidiebedrag, ontstaat er op een gegeven moment een tekort op de begroting. Dit is als er geen gepaste maatregelen getroffen worden het geval in 2014. Om het tekort op de begroting te dekken, zijn in najaar 2013 besluiten genomen om de begroting 2014 sluitend te maken, te weten de ontvlechting van de Oefenbunker. Vanaf 2014 is de Oefenbunker geen kerntaak van Welsun meer. Los van het feit dat er eventueel een subsidieombuiging voor Welsun aan stond te komen, had Welsun aanvankelijk te maken met een exploitatietekort op de Begroting 2014 van € 45.090,-. Dit tekort dient echter voor het begrotingsjaar gerepareerd te worden. Om het begrotingstekort voor de komende jaren op te vangen zal Welsun de Oefenbunker zowel personeelsmatig als facilitair schrappen. Dit strookt en past in de beleidslijn van Welsun. De kerntaken van Welsun zijn vanaf 2004 bepaald op het Algemeen Maatschappelijk Werk / Schuldhulpverlening, Buurt-opbouw-jongerenwerk, Ouderenwerk en Vrijwilligerswerk. De Oefenbunker is tijdens de reorganisatie in 2004 buiten beschouwing gelaten omdat de toenmalige beroepskracht van de Oefenbunker onmisbaar was voor zowel Bestuur van KPL als de diverse doelgroepen van de Oefenbunker. Door het overlijden van de beroepskracht heeft in de jaren 2012 en 2013 een herijking van zowel beleid als doelgroepen plaatsgevonden. Uit deze herijking is naar voren gekomen dat de activiteiten van de Oefenbunker geen raakvlakken meer hebben met de kerntaken van Welsun. Dit wordt zowel door het Bestuur van KPL als de Raad van Toezicht van Welsun erkend. In de gecombineerde commissievergadering van 22 oktober 2013 is afgesproken dat Welsun de komende drie jaar de Oefenbunker een waarderingssubsidie van € 20.000 per jaar zal verstrekken en hiervoor samen met de gemeente naar een alternatief gaat zoeken die de bedrijfsvoering c.q. agogische ondersteuning van de Oefenbunker waarborgt. Het jaar 2013 is afgesloten met een fase dat zowel gemeente, Bestuur KPL/Oefenbunker, de Nieuwe Nor (eventuele alternatief) en Welsun aan het aftasten c.q. invullen zijn hoe verder vorm te geven aan de ontvlechting. Met dit jaarverslag wil de instelling een helder beeld geven van de activiteiten, doelen en resultaten over het afgelopen jaar en het bestaat uit twee delen. Een organisatiedeel en een inhoudelijk deel. In het eerste deel worden de missie en structuur beschreven. In het tweede, inhoudelijke deel, worden de uitvoerende werkzaamheden van Welsun geschetst. Dit jaarverslag bevat, behoudens de kengetallen 2013, een repetitie van - en vergelijking met - een gemiddelde van de voorgaande drie jaren. 2 Welsun de organisatie 2.1 Visie en missie In de beleidsvisie van Welsun dienen de kerntaken en additionele taken c.q. activiteiten te passen in de missie van Welsun, namelijk: - Welsun is er voor alle burgers van Landgraaf, speciaal zij die zich in een achterstandspositie bevinden; - Welsun maakt gebruik van verschillen tussen mensen, zowel in de organisatie als bij haar klanten, vanuit de overtuiging dat diversiteit kwaliteit toevoegt; - Welsun biedt hulp, faciliteert, stimuleert, activeert en ondersteunt door middel van basisvoorzieningen, specifieke projecten en vernieuwende initiatieven; - Welsun daagt uit tot samenwerking om zodoende de invloed van burgers daadwerkelijk invulling te geven en tot een goede afstemming te komen met andere instellingen; - Welsun ziet haar medewerkers en vrijwilligers als meest belangrijke kapitaal voor de uitvoering. Kortom: Welsun draagt bij aan de sociale redzaamheid van mensen. Het biedt professionele hulp en ondersteuning aan mensen in hun directe leef- en woonomgeving en heeft een visie en missie. Deze visie en missie wil de instelling realiseren door de kerntaken gedegen uit te voeren middels een efficiënte en effectieve dienstverlening. De 5 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun realiteit zal daarbij niet uit het oog worden verloren. Ons uitgangspunt is daarbij: “voordoen, samendoen, zelfdoen.“ 2.2 Organisatiestructuur Het uitvoerende werk is onderverdeeld in twee disciplines. De samenstelling van deze disciplines is gemaakt op basis van product-markt-combinaties waarbij uitgegaan wordt van de volgende uitgangspunten: de organisatiestructuur ondersteunt en versterkt de strategische doelstellingen van de instelling; de structuur legt de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het juiste niveau van de taakuitoefening; de structuur zorgt ervoor dat het zelfsturende vermogen van disciplines zo groot mogelijk is; de organisatiestructuur wordt zo plat mogelijk gehouden; de disciplines Maatschappelijk Werk, Schuldhulpverlening en Ouderenwerk en Vrijwilligerswerk zijn geïntegreerd evenals de disciplines Opbouwwerk/ buurtbeheer en het Jongerenwerk; inhoudelijke aansturing van de disciplines geschiedt door 1 leidinggevende (mentor) en staat onder leiding van de directeur-bestuurder, die de dagelijkse leiding heeft over de gehele bedrijfsvoering. Organogram en personeelsformatie Raad van Toezicht │ │ Directeur- bestuurder (1 fte) Directiesecretaris (1 fte) Financiële administratie/systeembeheer (1fte) Receptie (1.5 fte) Beheerder (1 fte) │ │ Aansturing door mentor (1 fte) │ │ ¦¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯¯ ¦ Maatschappelijk Werk / Buurt-Opbouw-Jongerenwerk Schuldhulpverlening (7.2 fte) (4.75 fte) Ouderenwerk (2.05 fte) Oefenbunker (0.65 fte) Totaal aantal fte: 21.15 (25 medewerkers) 6 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 2.3 Vrijwilligers en het profiel van Welsun Het werken met vrijwilligers is een identiteitsbepalend element. Het behoort tot het profiel van Welsun. Zonder vrijwilligers kan Welsun niet meer als Welsun herkend worden, wat niet impliceert, dat in elke activiteit vrijwilligers een rol vervullen. Ook is er een onderscheid te maken tussen de vrijwilligers die bijdragen aan de productie van Welsun en andere vrijwilligers die werken voor bijvoorbeeld belangengroepen en verenigingen. Voor Welsun is het werken met vrijwilligers geen keuze, niet uit nood geboren, maar een fundamentele reden van bestaan. De vrijwilligers die een bijdrage hebben geleverd aan het productieproces van Welsun, ouderenadviseurs, buurtbemiddelaars, buddy’s schuldhulpverlening en vrijwilligers WI en taalcoaches omvatten circa 50 personen. Het aantal vrijwilligers dat werkt voor onder andere belangengroepen zoals huiskamerprojecten, Oefenbunker en buurtverenigingen ten behoeve van activiteiten omvat circa 650 personen. Door de komende transitie-operaties die op de gemeente Landgraaf afkomen, zal Welsun mensen nog meer met elkaar gaan verbinden en de rol van de vrijwilliger zal steeds groter en noodzakelijker worden. Burgerkracht, mentoren, coaches en overige ervaringsdeskundigen zullen belangrijke begrippen worden in de samenleving. Naast de reguliere werkwijze zal er ook een methode ontstaan waar minder vanzelfsprekend individuele hulpverlening met een professional aan de orde zal zijn, maar waar collectieve voorzieningen ingericht worden met inzet van burgerkracht en vrijwilligers, al dan niet onder regie van een professional en waarbij ingezet wordt op ‘eigen kracht’ en vrijwillige ondersteuning uit de (eigen) netwerken. Dit vraagt om visie en doorontwikkeling bij het inzetten van deze vrijwilligers. Daarnaast is het van belang dat de huidige vrijwilligers, die zich vooral inzetten in het maatschappelijk middenveld en verenigingsleven, zich verbonden blijven voelen met de doelgroepen en de activiteiten die ze begeleiden. Het enerzijds ‘knopen en verbinden’ van nieuwe vrijwilligers en anderzijds het werven van de ‘nieuwe vrijwilliger’ blijft een uitdaging voor de komende jaren. Organisaties zijn op zoek naar nieuwe manieren om vrijwilligers te werven en te binden omdat de jarenlange verbondenheid aan een organisatie niet meer vanzelfsprekend is. Maatschappelijk middenveld, sociale cohesie en leefbaarheid zijn begrippen die actueel en belangrijk zijn bij het ‘knopen en verbinden’ naar samenwerkingsverbanden, waarbij vrijwilligers een belangrijke rol spelen. In het toekomstig vrijwilligerswerkbeleid in Landgraaf gaat het vooral om de bewustwording dat burgers meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid krijgen. De Welsun-aanpak van het ‘voordoen, samendoen, zelfdoen’ draagt hieraan bij en heeft de attitude van burgers in alle leeftijdscategorieën in zekere mate in positieve zin veranderd. Niet ieder probleem wordt opgelost, maar men leert problemen met anderen op te lossen. Burgers dienen geleerd te krijgen dat instanties als gemeente of Welsun niet de verantwoordelijkheid van hen gaan overnemen, maar hen in staat stellen (meer) verantwoordelijkheid te dragen en voor zichzelf te zorgen. Dit geldt te meer nu er door de veranderingen binnen het sociale domein en de transities meer, maar ook complexere vraagstukken op ons afkomen. Professionals kunnen deze vragen niet (meer) alleen oppakken, maar hebben daarbij burgerkracht en vrijwilligers nodig. Van belang is om een ‘vangnet’ van vrijwilligers c.q. maatschappelijk middenveld te creëren, die toegerust zijn om de maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen die op ons afkomen op te pakken. De Vrijwilligerscentrale en Welsun dienen gezamenlijk een andere kijk op vraag en aanbod te ontwikkelen: meer vanuit het klantperspectief (= vraaggericht) zaken benaderen, dan aanbodgericht. Dit vergt een andere aanpak van vraagstukken, namelijk de samenleving opzoeken in plaats van deze naar je toe laten komen. Dus een proactieve houding en attitude aannemen waarin je middenin de samenleving staat en niet aan de zijlijn toekijkt. Welsun heeft de nodige ervaring met het ‘knopen en verbinden’ van vrijwilligers in de keten en netwerken. 7 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun De op handen zijnde veranderingen binnen het sociale domein, de transities en de toenemende vraag naar vrijwilligers nodigen uit tot het organiseren van groepsbijeenkomsten, waarin zowel vrijwilligers als professionals thematische onderwerpen aan bod laten komen. Ingezet dient te worden op een meer vraaggerichte werkwijze, gericht op vragen, wensen en behoeften van vrijwilligersorganisaties c.q. burgers/klantgroepen. Niet door een afwachtende houding aan te nemen, maar door ‘outreachend’ te werken, dat wil zeggen door hantering van een werkmethode waarbij actief ingezet wordt op het leggen van contact met de doelgroep, het onderzoeken van de vragen en het motiveren, stimuleren en begeleiden van de doelgroep. Hiervoor zijn contacten in de keten noodzakelijk, maar ook een attitude en beroepshouding om deze zelf te bezoeken. Dit betekent ook dat men de keten goed moet kennen: wie doet wat en wie zijn de sleutelfiguren? Welsun heeft ook op dit terrein reeds de nodige kennis, expertise, ervaring en contacten opgebouwd. Sinds de kantelingsoperatie in 2004/2005 heeft Welsun een belangrijke sleutelpositie gekregen in het ‘knopen en verbinden’ tussen maatschappelijk middenveld en de burgers/vrijwilligers en ketenpartners. Zo heeft Welsun onder andere een sleutelpositie in: netwerkbijeenkomsten Armoede; netwerkbijeenkomsten Participatie; innovatieplatform Wmo; denktank Maatschappelijke Ontwikkeling; samenwerkingsverband Wonen, Welzijn, Zorg; Harteklop; Cliëntenplatform; Wmo-Raad; Centra Jeugd en Gezin; Schuldhulpverlening (het werken met vrijwillige buddy’s); ouderenadvisering; Buurtoverleggen; Sociale Wijkteams; Buurtbemiddeling; Huiskamerprojecten; Stichting Gemeentelijk Werkbedrijf Landgraaf; Samen voor elkaar; Consuminderhuis Parkstad. 2.4 Kwaliteitszorg Kwaliteitsbeleid is een integraal en cyclisch proces van de Welsun-organisatie als geheel (zowel primaire als secundaire processen). Welsun definieert kwaliteitsbeleid in termen van: wat zijn de verwachtingen en behoeften van de doelgroep? welke producten en diensten leveren wij aan onze doelgroep? hoe pakken wij dit aan? welke eisen stelt dat aan de organisatie? hoe verhouden verwachtingen en behoeften van klantgroepen zich met maatschappelijke ontwikkelingen/eisen? hoe houden we onszelf scherp en zorgen we ervoor dat onze diensten aansluiten op de wensen van de doelgroep? Het kwaliteitsbeleid van Welsun waarborgt hiermee dat de prestaties en producten voldoen aan de (kwaliteits)eisen, wensen en verwachtingen van cliënten en opdrachtgevers. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Welsun is een hulpmiddel voor het management om de werkprocessen te beheersen en de kwaliteit van de organisatie op een systematische en gestructureerde wijze (bij) te sturen. In het kwaliteitsmanagementsysteem worden alle processen en activiteiten van de organisatie beschreven en met elkaar in verband gebracht rondom de door Deming ontworpen ‘plan-, do-, check- en act’-cirkel. Om de effectiviteit van het kwaliteitssysteem en de overeenstemming met de gespecificeerde eisen (onder andere procedures, werkinstructies, etc.) vast te stellen, wordt het kwaliteitssysteem van Welsun periodiek onderworpen aan een beoordeling door de directie (de directiebeoordeling) en een check van de interne organisatie (de interne audit). Afhankelijk van de ontwikkelingen en de prioriteitstelling zal Welsun op een nog nader te bepalen tijdstip op zoek gaan naar een certificeringsbureau om de gehele organisatie door te lichten met het oog op hercertificering van alle werksoorten. Tot deze ontwikkelingen behoort: 8 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun - de samenwerking/fusie met het CMWW, analoog aan de ambtelijke samenwerking tussen de gemeenten Landgraaf en Brunssum. Mogelijk dat Welsun en het CMWW het hercertificeringstraject te zijner tijd gezamenlijk afleggen; - de verwachting dat de Vrijwilligerscentrale Landgraaf in het kader van ‘knopen en verbinden’ in de keten in de toekomst intensiever met Welsun zal samenwerken. 2.5 Ziekteverzuimpercentage Eind 2012 heeft Licom Arbodienst haar arbodienstverlening aan Welsun wegens faillissement moeten beëindigen. Sinds 2013 maakt Welsun gebruik van een andere arbodienst, te weten: Bureau Gemma Aalmans te Maastricht. In 2013 bedroeg het aantal medewerkers 25 met een ziekteverzuimpercentage van 1,8% De ziekteverzuimpercentages van de voorgaande 5 jaren, waren: 2008 (3,26 %), 2009 (5.98 %), 2010 (2,17%), 2011 (1,08%), 2012 (2,10%). 2.6 Financieel overzicht Exploitatierekening van Welsun 2013 € Baten Reguliere gemeentelijke subsidie Additionele gemeentelijke subsidie Rente Overige opbrengsten 1.448.438 199.750 3.194 45.720 ________ 1.733.102 Lasten Salarissen en sociale lasten Afschrijvingen Huisvestingskosten Activiteitenkosten Organisatiekosten Projectkosten Overige kosten Exploitatie – resultaat 1.248.532 17.989 79.356 59.257 78.928 209.340 36.834 ________ 1.730.245 2.857,- Toelichting Evenals voorgaande jaren heeft Welsun over 2013 een goedgekeurde registercontroleverklaring verkregen. Het boekjaar 2013 is afgesloten met een positief resultaat van € 2.857,-. 9 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 3 Kerntaken Welsun in relatie tot de Wmo en de transities De kwaliteit van het leven van de burgers van Landgraaf staat in het Wmo-beleidskader van de gemeente centraal. Het gaat dan onder andere over inspanningen die gericht zijn op het behouden en versterken van de leefbaarheid van wijken en buurten die bijdragen aan deze kwaliteit. Daarbij is de samenleving in beginsel zelfredzaam en fungeert de gemeente als vangnet of faciliteert daartoe. Tot deze samenleving behoren niet alleen burgers, maar ook professionele organisaties en belangen- en vrijwilligersorganisaties die actief zijn op het terrein van maatschappelijke ondersteuning. Maatschappelijke participatie, cliëntparticipatie maar ook burgerparticipatie. Wanneer we het over maatschappelijke participatie hebben, dan krijgen professionals te maken met het werven of het kader vormen van vrijwilligers voor mensen met beperkingen (fysiek, psychisch, sociaal). Wanneer we het hebben over cliëntparticipatie dan gaat het over de invloed die professionals kunnen uitoefenen. Dat gaat verder dan vraaggerichtheid. Het gaat over cliënttevredenheid en inspraak. Wanneer we het hebben over burgerparticipatie dan gaat het onder andere over de deelname van kwetsbare mensen aan het besluitvormingsproces. Als professional kun je daar een rol in spelen. De Wmo-verantwoordelijkheden van de gemeente zijn te onderscheiden in negen zogenoemde prestatievelden: 1. Sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken en buurten 2. Preventief ondersteunen van opvoedingsproblemen 3. Informatie, advies en cliëntondersteuning 4. Mantelzorg en vrijwilligerswerk 5. Bevorderen maatschappelijke participatie en zelfstandig functioneren met een chronische beperking of psychosociale problemen 6. Verlenen van voorzieningen aan mensen met beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen 7. Maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beleid ter bestrijding van geweld in de privé-sfeer 8. Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) 9. Ambulante verslavingszorg De prestatievelden 1 tot en met 5 hebben betrekking op algemene voorzieningen, die onder de Welzijnswet vallen. Prestatieveld 6 betreft voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning van specifieke kwetsbare groepen, zoals gehandicapten, ouderen en chronische psychische patiënten. Dit is de Wet Voorziening Gehandicapten en de Huishoudelijke Verzorging uit de AWBZ. Prestatieveld 7 en 9 bestaan uit voorzieningen voor maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en huiselijk geweld en worden bekostigd uit doeluitkeringen Welzijnswet voor centrumgemeenten. Prestatieveld 8 betreft de openbare geestelijke gezondheidszorg. Vanaf 2015 hevelt de rijksoverheid de jeugdzorg, de participatiewet en de functiebegeleiding van AWBZ naar Wmo (decentralisaties) over naar de gemeentelijke overheid. Het uitgangspunt in Landgraaf is “één gezin, één plan, één regisseur” bij de decentralisaties in het sociale domein. Daarmee krijgt de gemeente een grote verantwoordelijkheid en zeggenschap in het sociale domein. De decentralisaties zijn gebaseerd op: de gemeente is de overheidslaag die het dichtst bij de burger staat en de zaken ook kort bij de burger kan organiseren; door de verantwoordelijkheid voor het gehele sociale domein in één hand te houden, ontstaan er synergievoordelen waardoor een inverdieneffect ontstaat en een bezuiniging gerealiseerd kan worden. Deze ontwikkelingen dwingen zowel de gemeente Landgraaf als Welsun als onderdeel van de samenleving om scherp te blijven opereren en continu oog te hebben voor de 10 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun gevolgen van deze veranderingen voor de lokale samenleving. Dit maakt dat het werk van zowel gemeente als Welsun in het kader van de komende transities nooit af is en een continu verander- c.q. ontwikkelingsproces zal zijn. Niet alleen de gemeente en haar ketenpartners maken een verandering door, ook bij burgers die hulp of zorg nodig hebben (en bij hun directe omgeving) dient de attitude te veranderen. De eigen kracht van de burger is het uitgangspunt bij zowel preventie van problemen als het vroegtijdig signaleren. In plaats van een directe aanvraag in te dienen voor een (dure) individuele voorziening dient eerst gekeken te worden naar (goedkopere) alternatieven in je eigen sociaal netwerk (familie, buurt en wijk). Jarenlang zijn de individuele voorzieningen een gemeengoed geweest wat de gemeenschap geld gekost heeft. Gezien de financiële middelen die de lokale overheid ter beschikking heeft, en de toenemende vergrijzing in Landgraaf, is een andere manier van denken en doen noodzaak en wenselijk. Gedragsverandering, waar gemeente en ketenpartners gezamenlijk de schouders onder gezet hebben. Afgelopen jaar is onder regie van de gemeente (afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling) informatie ingewonnen bij een groot aantal ketenpartners in zowel de eerste als tweede lijn voor het formuleren van uitgangspunten voor een integrale toegang voor het sociaal domein. Vervolgens is aan deze externe partners gevraagd om mee te werken aan de ontwikkeling van mogelijke modellen/scenario’s in werkgroepen om de komende transities/decentralisaties het hoofd te kunnen bieden. Uitgangspunten zijn: eigen verantwoordelijkheid, participatie en vangnet waarbij de financiële middelen zo efficiënt mogelijk dienen te worden ingezet (middels ontschotting, ontzorging, samenwerking, ontdubbeling en visie:1 gezin, 1 plan). Middels voornoemde werkgroepen wordt het proces van de integrale toegang verder vorm gegeven, het opdrachtgeverschap uitgewerkt, de informele zorg zo optimaal mogelijk ingericht en worden slimme arrangementen georganiseerd ter voorkoming van de inzet van dure individuele voorzieningen en dubbelingen in de zorg. Werkgroepen Werkgroep integrale toegang Werkgroep informele zorg Werkgroep slimme arrangementen Werkgroep opdrachtgeverschap Taakstelling Werkgroep integrale toegang: - Samenstelling Integraal ToegangsTeam (ITT), - Wanneer worden specialisten betrokken en welke specialismen zijn nodig? - Functioneren wijkteam als onderdeel van integraal toegangsteam, - Competentieprofielen medewerkers ITT, - Werkinstructies/verordening/nadere regels, - Huisvesting ITT/uitwijkfunctie wijkteamleden in de wijk, - Implementeren 1 gezin, 1 plan en de benodigde registratiesystemen (inclusief verwijsindex) voor uitwisseling gegevens. Werkgroep informele zorg: - Meest optimale organisatie van de voor Landgraaf aanwezige informele zorg, - Professionele helpdesk/adviesfunctie voor vrijwilligers (met medewerking van wijkteams), - Scholing vrijwilligers, gericht op de nieuwe taken, 11 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun - Screening gericht op wie geschikt zijn of geschikt te maken voor bepaalde vrijwilligersfuncties. Werkgroep slimme arrangementen: - Arrangementen die leiden tot verbeteringen en/of kostenbesparingen in de zorg. Dit kan bestaan uit ontdubbeling van dienstverleners, bundeling of slimme spreiding van voorzieningen voor dagbesteding, een wijkbelbus, bredere inzet van in netwerk aanwezige professionals (bijvoorbeeld leerkrachten krijgen taak in opvang/begeleiding). De wijkgerichte benadering is hierbij essentieel, - Het inzetten van de loonwaarde van iedere burger, - Inrichten van wijksteunpunten/ontmoetingspunten, - Optimaal benutten bestaande infrastructuur. Werkgroep opdrachtgeverschap: - Beheersbaarheid, - Keuze inkoopmode, - Inverdieneffecten. Toelichting werkgroepen: De regie bij het ITT ligt bij de gemeente. De intake van het ITT (vraaggericht, eigen kracht) en het toepassen van slimme arrangementen en informele zorg zijn maatgevend voor de kanteling. Voor de uitvoering van de regie is de keuze voor de arbeidsverhouding van belang. De gemeente kan ervoor kiezen de medewerkers van het ITT zelf in dienst te nemen. Daarmee is de aansturing van het werk geregeld en extern opdrachtgeverschap niet van toepassing. De gemeente kan eveneens ervoor kiezen medewerkers van maatschappelijke partners op detacheringbasis – naast gemeentelijke medewerkers - te plaatsen in een toegangsteam. Voor het opdrachtgeverschap van het ITT is het relevant dat enerzijds de aansturing inzake de kwaliteit en werkwijze van medewerkers geschiedt op basis van competentiebeschrijvingen en aansturing van het team. Anderzijds dienen er naar de organisaties afspraken gemaakt te worden over inzet (aantal uren en vervanging). Zowel het idee van één hulp- en zorgintermediair als het vroeg-signaleren en oppakken van problemen maakt het ITT van groot belang bij het kunnen bieden van hulp en zorg op maat. Bij de samenstelling van het ITT is gekeken naar een gemeenschappelijke factor die alle deelnemende partijen bindt, namelijk het vroegtijdig interveniëren waardoor dure middelen later niet nodig zijn en er dus sprake is van preventie. Daarnaast heeft iedereen er belang bij dat de burger zo lang mogelijk op een goede wijze kan blijven wonen in zijn of haar (eigen) leefomgeving. De regie voor de uitvoering van de arrangementen ligt bij de gemeente. Als voorzieningen toegekend zijn, zijn de besparingsmogelijkheden kleiner. De grootste “winst” in de uitvoering van arrangementen ligt enerzijds in de constructieve samenwerking tussen de maatschappelijke partners en het voorkomen van dubbel aanbod. Anderzijds is er winst te boeken in de juiste indicatiestelling zodat burgers gebruik maken van voorliggende (goedkopere) voorzieningen. De regie van de gemeente richt zich op: - bepalen van kwaliteit van de uitvoerende organisatie (gecertificeerde organisaties), - bepalen van resultaten en de werkwijze van de uitvoeringsorganisaties, - bepalen van resultaten voor klantgroepen, - bepalen dat behoefte klanten periodiek herijkt wordt, - bepalen dat klanttevredenheidsonderzoeken worden uitgevoerd, - het verplichten tot samenwerken en voorkomen van dubbelingen. 12 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Bij de werkwijze gaat het om het toepassen van vraaggerichtheid, integrale werkwijze, zorgcoördinatie, inzetten van de eigen kracht, inzetten van professionals samen met vrijwilligers en/of mantelzorgers. De gemeente monitort op deze aspecten. Samen met de maatschappelijke partners zal een eventuele geschikte systematiek voor Monitoring ontwikkeld moeten worden. De regie voor de uitvoering van de arrangementen ligt bij de uitvoeringsorganisaties als het gaat om de zorgcoördinatie (toepassen 1 gezin 1 plan) waarbij er ruimte moet zijn voor innovatie. Bij het opdrachtgeverschap is beheersbaarheid (aantal contractpartners, contractvormen en budgetten) een belangrijk item. De eerste stap is het in beeld brengen van de huidige aanbieders. Vanuit dat inzicht kan bepaald worden in welke aandachtsgebieden een beheersbaarheidknelpunt zit als het gaat om het aantal aanbieders en doelgroepen en vervolgens op welke wijze de situatie beheersbaar gemaakt kan worden. De voor- en nadelen van de verschillende bestaande inkoopmodellen zijn in de werkgroep onder de loep genomen. De basisvraag onder een inkoopmodel is de sturingsrol (regie) die een gemeente wenst te nemen. In de gemeente Landgraaf is dat de rol “ik neem de verantwoordelijkheid”. In deze rol is de gemeente bepalend en organiseert zij de toeleiding en contracteert zij de aanbieders voor de uitvoering. Op het moment dat voorzieningen nodig zijn, is substitutie een essentieel aspect. Substitutie: - tussen financiers: AWBZ, ZVW en Wmo, - binnen de gemeente: Wmo, bijstand, onderwijs, welzijn, - tussen aanbieders bij multiproblematiek. Het model dat past bij de Landgraafse situatie is het regisseursmodel. Kenmerken van dit model zijn: - Eén plan, maar ook één regisseur per cliënt/gezin; voorkomt langs elkaar heen werken bij multiproblematiek, - Integraal benaderen van sociaal domein, dit vereist één stelsel, - Ondersteuningsplan is centraal in beheersing kosten: o via inhoud, o via opgenomen interventies, - keuzevrijheid cliënt. Opgemerkt wordt dat uniformiteit van werkwijze bij de toegang essentieel is. Aandachtspunten regisseursmodel: - Wie levert de regisseurs? Het betreft hier het ITT met deelnemers vanuit de gemeente en aanbieders. Het ITT bestaat uit een kernteam waar specialistische kennis aan toegevoegd kan worden. Aandachtspunt: nagaan of alle noodzakelijke kennis aanwezig is in het ITT, - Synergie op wijkniveau organiseren. Uitgangspunt is het bieden van adequate ondersteuning op wijkniveau. Dit aansluitend bij de mogelijkheden in een wijk voor wat betreft voorzieningen (bijvoorbeeld wijksteunpunten) en inzet van vrijwilligers. Voor wat betreft synergie valt winst te halen op het gebied van vervoer, dagbesteding en individuele begeleiding. Bij de inschatting van de hulpbehoefte zal vooral gekeken moeten worden of mensen in staat zijn gebruik te maken van collectieve (voorziening-) ondersteuning. Zie voor de ITT’s ook het Pilotproject Samen voor elkaar (5.13). 13 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 3.1 Dienstverlening Maatschappelijk Werk Dit verslagjaar was de inzet van het Maatschappelijk Werk in overeenstemming met de landelijke norm (1 fte per 6000 inwoners). Het afgelopen jaar zijn 12 medewerkers werkzaam geweest in het maatschappelijk werk (8,2 fte, inclusief schuldhulpverlening en maatschappelijke begeleiding asielgerechtigden). Het Maatschappelijk Werk is een laagdrempelige basisvoorziening voor hulpverlening. Een frontoffice waar mensen met diverse problemen terechtkunnen. Wanneer iemand kampt met een bepaald probleem, neemt betrokkene contact op met het Maatschappelijk Werk. Dat kan door te bellen, een brief te schrijven of een spreekuur te bezoeken. Het merendeel van de klanten neemt zelf het initiatief. Daarnaast wordt een aantal doorverwezen via andere instellingen, waarvan huisartsen een groot deel doorverwijzen. Ook neemt het Maatschappelijk Werk zelf het initiatief om een klant te benaderen. Dit gebeurt middels de methodiek Outreachende Hulpverlening. In tegenstelling tot de reguliere werkwijze van Maatschappelijk Werk, gaat het bij Outreachende hulpverlening om cliënten die niet uit zichzelf met hun problemen naar de instelling komen, maar op aangeven van derden (ketenbenadering) . Naast de methodiek Outreachende hulpverlening beschikken de maatschappelijk werkers over een breed scala aan andere methodieken. De praktijk leert dat elke situatie een specifieke aanpak vergt en bij deze aanpak op maat wordt daar waar nodig samenwerking en samenhang gezocht in de keten van wonen, zorg, welzijn, financiën, veiligheid en onderwijs. Hulpverlening kan gericht zijn op het individu, het gezin, de sociale omgeving of een combinatie van deze. 3.1.1 Algemeen Maatschappelijk Werk Het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) heeft tot taak het bieden van psychosociale hulpverlening in de eerste lijn. Deze hulpverlening is beschikbaar voor alle bevolkingsgroepen en gemakkelijk en rechtstreeks toegankelijk voor de klant. Het AMW is gericht op het versterken van het probleemoplossende vermogen van de cliënt en aldus op het bereiken van individuele en sociale redzaamheid. Ook houdt het zich bezig met het geven van langdurige ondersteunende hulp aan cliënten die bij voortduring meer en minder ernstige problemen ondervinden in de wisselwerking met hun sociale omgeving. De voorziening omvat: procesmatige hulpverlening bij psychosociale problemen; crisisinterventie; informatie en advies; bemiddeling en pleitbezorging; verwijzing en consultatie; concrete dienstverlening; stimuleren, inschakelen en begeleiden van informele zorg rond cliënten. Het AMW wordt veelal uitgevoerd in nauwe samenwerking met in ieder geval de overige disciplines in de sector Wonen, Zorg en Welzijn, te weten de huisartsen, thuiszorg, sociale dienst, woningcorporaties en politie. Het AMW besteedt veel aandacht aan preventie. In nauw overleg met de partners in het veld wordt getracht te voorkomen dat de problemen van de cliënt verergeren en deze verder afglijdt. De situatie van de cliënt wordt zo gestabiliseerd, om van daaruit te werken aan een verbetertraject. 3.1.2 Schoolmaatschappelijk Werk Het schoolmaatschappelijk werk (SMW) houdt zich bezig met hulpverlening aan het schoolgaande kind, maar ook aan de ouders. Dit gebeurt zowel direct - in een situatie waar hulp aan het kind zelf wordt verleend – als indirect, in welk geval ouders en leerkrachten daadwerkelijk betrokken worden bij de hulpverlening. Het SMW is gericht op het oplossen van problemen tussen ouders en kinderen en ze om te leren gaan - en aan te leren - om hun problemen op te lossen. 14 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Het belangrijkste kenmerk van deze vorm van maatschappelijk werk is de intensieve samenwerking met de school. In dit verslagjaar is het SMW verleend aan het Charlemagne-College, locaties: Eijkhagenlaan en Brandenberg. Het SMW is goed ingebed binnen de diverse scholen. Het SMW wordt positief geëvalueerd en is momenteel niet meer weg te denken. Dreigende schoolverlaters worden mede door de goede samenwerking en met hulp op maat binnen de school gehouden. Daarnaast levert SMW een bijdrage aan een veiligere situatie en minder pesterijen. 3.1.3 Centra voor Jeugd en Gezin In 2011 is het samenwerkingsverband Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) waarin de volgende partijen participeren: Meander Jeugd Gezondheidszorg, GGD Zuid-Limburg, Bureau Jeugdzorg, Stichting Peuterwerk Landgraaf, Charlemagne-College, Movare, Samenwerkingsverband “weer samen naar school”, gemeente Landgraaf en Welsun voortgezet. Het CJG stelt zich ten doel een herkenbaar, laagdrempelig en toegankelijk fysiek inlooppunt te zijn waar (aanstaande) ouders, kinderen, jongeren en professionals terecht kunnen met vraagstukken op het gebied van opgroeien en opvoeden. Daarnaast is het bestaansrecht van het CJG gelegen in het vroegtijdig signaleren, analyseren en volgen van risico’s op het gebied van opvoeden en opgroeien. Het CJG stelt zich tot doel om krachten van bestaande partijen op het gebied van jeugd en gezin te bundelen en te versterken, zodat daadwerkelijk sprake wordt van 1 kind, 1 gezin, 1 plan. Het CJG brengt samenhang in het (bestaande) aanbod; dankzij heldere werkafspraken gaan partijen in CJG-verband nog effectiever hulp bieden, zorg afstemmen en zorgcoördinatie uitvoeren. Het kind en het gezin staan daarbij steeds centraal en hulp wordt zo spoedig mogelijk, dicht bij huis en zo kortdurend mogelijk, geboden. 3.1.4 Pilot Eigen Kracht door Gezinscoaches Dit project dient gezien te worden tegen de achtergrond van de decentralisatie van alle jeugdtaken naar de gemeenten. Dit betekent niet alleen een overheveling van taken van de verschillende bestuurslagen (provincie, zorgverzekeraars en zorgkantoren), maar ook een vernieuwing van het gehele jeugdstelsel. Het zwaartepunt van de jeugdzorg zal op lokaal niveau komen te liggen. Belangrijkste speerpunten voor de komende periode zullen zijn: - het terugdringen van het beroep op zwaardere vormen van jeugdzorg en - investeren in de preventie nuldelijns- en eerstelijnszorg en het versterken van de pedagogische omgeving. Sinds 1 oktober 2013 zijn de gemeenten Landgraaf en Brunssum gestart met de pilot Eigen kracht door Gezinscoaches voor een proefperiode van een jaar. Deze gezinscoaches zijn medewerkers van het Maatschappelijk Werk van Welsun en het CMWW, die specifiek worden opgeleid om gezinnen te ondersteunen bij het oplossen van vraagstukken, waarbij wordt uitgegaan van de eigen kracht en het netwerk van de opvoeder. Deze kan contact opnemen met het CJG in de betrokken gemeente voor ondersteuning door een gezinscoach. Verder kan de opvoeder vragen aan de peuterspeelzaal, kinderopvang of basisschool om zijn/haar vraagstuk neer te leggen in het zogenaamde Zorg- en AdviesTeam (ZAT), waar diverse partners aan deelnemen om te bezien of de inzet van een gezinscoach aan de orde is. Uitgangspunt is dat de gezinscoach ernaar toe werkt dat ouders/opvoeders leren hoe ze hun verantwoording rondom het opvoeden vanuit hun eigen kracht vorm kunnen geven. De gezinscoach is feitelijk voorwaardenscheppend, de mensen moeten het gereedschap krijgen om hun problemen zelf op te lossen, waardoor ze het gevoel krijgen dat ze hun leven terug hebben, het is aansturen op de eigen kracht. Een belangrijke rol speelt daarbij de sociale 15 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun omgeving: familieleden, buren, vrienden en kennissen, maar ook de leraren waarmee het kind te maken heeft. Kortom, alle mensen die belangrijk zijn voor het gezin. De inzet van de gezinscoach bestaat eruit dat deze eerst de problemen met de opvoeder bespreekt, waarna aansluitend een netwerkbijeenkomst wordt georganiseerd. Vervolgens nodigt de gezinscoach de mensen uit waarvan de opvoeder belangrijk vindt dat ze aanwezig zijn bij deze bijeenkomst. De gezinscoach zal iedereen voorbereiden op de bijeenkomst en zorgen dat men zich tijdens de bijeenkomst op zijn gemak voelt. Tijdens de bijeenkomst kunnen de aanwezigen vragen stellen en vertellen wat zij kunnen doen om te helpen. Daarna zijn ze onder elkaar en bespreken wat er aan de hand is. De familie en bekenden maken vervolgens met de opvoeder een plan voor de toekomst waar een taakverdeling binnen het netwerk plaats vindt. Zowel de familie als het netwerk nemen de verantwoording voor het plan als de uitvoering ervan. Iedereen krijgt een kopie van het plan. De gezinscoach blijft tijdens de looptijd van het plan betrokken. Mocht blijken dat het gezin meer hulp nodig heeft dan het netwerk kan bieden, dan zal de gezinscoach helpen om de juiste hulpverlening te krijgen. Uiteindelijk doel van de pilot is het versterken van de eigen kracht van de gezinnen uit Landgraaf en Brunssum vanuit de lokale eerstelijnsvoorziening, waarmee een duurzaam resultaat te boeken is, zodat een beroep op zwaardere en duurdere vormen van jeugdhulpverlening niet meer nodig is in de toekomst. Daarnaast moet de pilot antwoord geven op de vraag of een percentage van 80% in nuldelijns-hulpverlening bewerkstelligd kan worden. 3.1.5 Schuldhulpverlening De schuldenproblematiek in Nederland is groot en neemt nog steeds toe. Schulden gaan vaak vergezeld van andere sociale problemen. Er is dan ook op meerdere beleidsterreinen grote maatschappelijke winst te behalen bij een heldere, structurele en integrale aanpak van schulden. 'Integrale schuldhulpverlening', mede ontwikkeld door het Overleg Integrale Schuldhulpverlening (OIS), is een goed middel om, met name binnen een ketenbenadering, schulden aan te pakken in samenhang met de onderliggende problemen. De uitvoering van wetgeving op het gebied van armoedebestrijding geven structurele en incidentele mogelijkheden om Integrale schuldhulpverlening in te zetten om het gehele proces van uitvoering van de schuldhulpverlening te stroomlijnen en de maatschappelijke doelstellingen van de armoedewetgeving te realiseren. Een probleem bij een optimale uitvoering van de schuldhulpverlening is echter dat er veel uitvoerenden op meerdere schaalniveaus bij betrokken zijn en deze niet altijd optimaal geïnformeerd zijn en te weinig communiceren en samenwerken. Dit heeft een aantal belangrijke gevolgen: Mensen met financiële problemen worden te laat en niet optimaal geholpen. Dit levert extra financiële en maatschappelijke problemen op, maar ook extra druk op de overheid. Omdat de samenwerking tussen de betrokken partijen veel beter kan, is het voor alle partijen moeilijker de eigen doelstelling te halen. Ook dit heeft de nodige financiële en maatschappelijke consequenties. Een goede ketenbenadering is moeilijk vorm te geven wanneer de rollen die partijen daarin (kunnen) hebben niet duidelijk zijn. In het kader van de schuldhulpverlening heeft de gemeente Landgraaf ervoor gekozen de regiefunctie op uitvoeringsniveau toe te kennen aan Welsun. Tegelijkertijd is in het gemeentelijk beleid geopteerd voor een zogenaamde brede opvatting van schuldhulpverlening, dat wil zeggen een geïntegreerde aanpak van financiële, agogische en preventieve hulpverlening. Door de regie in de schuldhulpverlening op uitvoeringsniveau (cliëntniveau) bij het AMW te leggen, wordt een belangrijke stap op weg naar integrale hulpverlening gezet. 16 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Uit deze visie op hulpverlening en de rollen en taken die in de gemeentelijke beleidsvisie aan betrokken ketenpartners wordt toegekend vloeien op hoofdlijnen de volgende taken van partijen voort: De gemeente Landgraaf is verantwoordelijk op het gebied van regie, beleid en politieke keuzes, de portefeuillehouder legt hierover frequent verantwoording af aan de Raad. De beleidsmedewerker is gedelegeerd actief in de uitvoering van bovengenoemde. De beleidsmedewerker initieert de overlegmomenten, stelt beleid op dat wordt voorgelegd aan het College en is eerste aanspreekpunt voor vragen van de sleutelspelers. ISD-BOL is verantwoordelijk voor de uitvoer van het gestelde beleid, is tevens verantwoordelijk voor de procesgang en bewaakt de toepasbaarheid van beleidsvoornemens. ISD-BOL is tevens verantwoordelijk voor de uitvoer van het klantencontact met betrekking tot de Wet Werk en Bijstand, inclusief terugvordering en verhaal en het verlenen van voorschotten. ISD-BOL verwijst cliënten voor schuldhulpverleningstrajecten door naar Welsun. KredietBank Limburg (KBL) verzorgt voor de gemeente in het kader van schuldhulpverlening en op basis van facturering en afspraken in de Gemeenschappelijke regeling, trajecten. Hiertoe werkt KBL, in het kader van diagnosticeren, nauw samen met Welsun en ISD-BOL. Woningcorporaties en energieleveranciers werken zo nodig en waar mogelijk mee om vroegtijdig te signaleren en om betalingsachterstanden te voorkomen. Welsun is door de gemeente Landgraaf aangewezen als regisseur in de uitvoering (loket) voor de schuldhulpverlening. Welsun coördineert het uitvoeringsoverleg met de cliëntmanagers van ISD-BOL, KBL en maatschappelijk werkers en budgetconsulenten waarbij afstemming en begeleiding op maat van casussen vastgesteld wordt. Stroomschema 17 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 18 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun De aanmelding (globaal) schuldhulpverlening verloopt als volgt: Cliënten komen voor de eerste intake bij Welsun, deze inventariseert in het kort de problematiek, waarbij nader kan worden ingegaan op motivatie en sociaal-emotionele of psychologische vraagstukken of psychische problematiek. Vervolgens wordt er voor laatstgenoemde (psychologische vraagstukken en/of psychische problematiek) een huisarts/GGZ-instelling geconsulteerd, indien noodzakelijk. Samen met de cliënt wordt aan de hand van een - door Welsun en KBL- opgestelde checklist gekeken of alle documenten aanwezig zijn voor de intake en wat globaal de ernst is van de financiële problematiek. Op het moment dat er sprake is van problematische schuld waarbij de situatie stabiel is en de schulden saneerbaar zijn, wordt de cliënt doorgeleid naar KBL voor een schuldsaneringstraject. Op grond van de bevindingen in de beginfase wordt door het Maatschappelijk Werk voor elke cliënt maatwerk, dat wil zeggen een individueel hulpverleningsaanbod op maat, aangeboden, zowel op financieel-technisch als psycho-sociaal gebied. Preventie vormt nadrukkelijk een onderdeel van dit traject, zowel in de zin van het voorkomen van een verder afglijden van de cliënt, als in termen van het aanleren van vaardigheden, zoals budgetteren, maar ook communicatieve vaardigheden. Hierdoor is de cliënt in de toekomst beter toegerust om deze problematiek het hoofd te bieden en zich als een sociaal redzame burger in de civil society te handhaven. Voor cliënten die het zonder extra ondersteuning en begeleiding niet zullen redden voorziet de hulpverlening in een buddyproject, waarbij vrijwilligers hierin voorzien en zo voorkomen dat de cliënt (voortijdig) afhaakt of vervalt in oude patronen. Deze ondersteuning en begeleiding wordt zowel geboden waar het de financiële problematiek van de cliënt betreft, als de psycho-sociale. Voor het welslagen van de doorverwijzing van de cliënt naar KBL zal het buddyproject actief participeren in de begeleiding van de cliënt naar KBL. 3.1.6 Pilot duo-intake KBL-Welsun en pilot advocatuur Medio 2013 heeft de gemeente Landgraaf de nota Koersbepaling armoedebeleid en schuldhulpverlening vastgesteld. De aanleiding van deze nota was de raadsvergadering van 20 december 2012 waarin de gemeenteraad een voorstel in het kader van de armoedebestrijding inzake de verdeling van extra rijksmiddelen voor armoede heeft behandeld. Het voorstel is door de gemeenteraad geamendeerd en het college van B&W is opgedragen in samenwerking met KBL, ISD-BOL, Welsun en diverse vrijwilligersorganisaties een beleidsvoorstel te ontwikkelen ten aanzien van een integrale aanpak van armoedebeleid en schuldhulpverlening. In de nota wordt onder andere gesteld dat een gezamenlijke, integrale intake door Welsun en KBL een oplossing is/kan zijn voor de lange termijn van het minnelijk traject schuldhulpverlening. Tevens wordt in dit onderdeel gesteld dat op voorhand wordt bezien of een minnelijk traject kans van slagen heeft en dat voor een aantal cliënten daardoor sneller een aanvraag voor het wettelijk WSNP-traject kan worden ingediend. Een optie is om het minnelijk traject te verkorten en het traject via de advocatuur te laten verlopen. Tevens staat in dit onderdeel dat de verwachting is dat de kosten van de advocatuur goedkoper zullen zijn dan de huidige kosten. Gesteld wordt dat de pilotperiode wordt gebruikt om werkwijze en effecten, evenals de mogelijke kostenbesparing, te toetsen. De pilot duo-intake (met KBL startdatum 1 september 2013 t/m 31 maart 2014) en de pilot advocatuur (met advocatenkantoor Bouwmans & Partners, startdatum 1 juli t/m 31 december 2013) zijn momenteel nog onderhavig aan evaluatie. 19 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Kengetallen Het verslagjaar 2013 heeft het Maatschappelijk Werk in totaal 1328 cliënten begeleid. Dit geeft het volgende beeld: Korte contacten 260 gemiddelde 2010-2012: 206 Een kort contact is een eenmalig contact, van maximaal een uur. De cliënt wordt middels informatie en advies en/of concrete dienstverlening of bemiddeling naar derden weer op weg geholpen. De duur van de hulpverlening is maximaal 1 uur. Uitgebreid kort contact 98 gemiddelde 2010-2012: 149 Een uitgebreid kort contact is een praktische hulp/dienstverlening, het duurt langer dan een uur of bevat meerdere contacten. Hieronder valt vaker bemiddeling naar of met andere organisaties. Veelal betreft het 2 à 3 contacten. De duur van de hulpverlening is gemiddeld 3 uur. Steun- en leuncontact 52 gemiddelde 2010-2012: 62 Een steun- en leuncontact is een gestructureerde afspraak met een interval van 4 tot 8 weken, gericht op “klankborden” en niet op “veranderen”. Hierdoor kan de klant op een normaal maatschappelijk niveau blijven functioneren en behoudt betrokkene de regie over eigen leven. De hulpverlening is gericht op stabilisatie van de huidige situatie van de klant. Jaarlijks wordt bepaald of het traject eventueel verlengd wordt. De klanten zijn te typeren als klanten van “het stille leed” (gezondheid, psychisch, verwerking). Een bijzondere groep vormt de allochtonen uit het WIN-traject, nadat ze het inburgeringstraject afgerond hebben. De hulpverlening is bij deze doelgroep gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid. De duur van de hulpverlening is gemiddeld 10 uur per cliënt. Vangnetfunctie 56 gemiddelde 2010-2012: 64 Een vangnetfunctie is een structureel vangnet voor klanten die niet of in beperkte mate sociaal redzaam zijn en niet of nauwelijks te begeleiden zijn naar enige mate van zelfredzaamheid. Kenmerkend is het crisiskarakter van de interventies. Hiermee wordt voorkomen dat betrokkene buiten de maatschappelijke kaders geraakt en/of vervalt tot een zwervend of uitzichtloos bestaan. Kenmerkend is de combinatie van problematiek, met name op het gebied van financiën, huisvesting, verslaving, werkloosheid en in de relationele sfeer. De hulpverlening is vaak gericht op het voorkomen van uit huiszetting of afsluiting nutsvoorziening en het beperken van agressie. Belangrijk bij de vangnetfunctie van het Maatschappelijk Werk is met name de bemiddeling naar en samenwerking met andere organisaties. Bijvoorbeeld verslavingszorg, Sociale Zaken en woningcorporaties. De duur van de hulpverlening per cliënt is gemiddeld 25 uur per jaar. De vangnetfunctie van het Maatschappelijk Werk wordt sterk geconfronteerd met de gevolgen van landelijke bezuinigingen. Merkbaar is dat andere, tweedelijnshulporganisaties, inmiddels vaker verwijzen naar het Maatschappelijk Werk dat daardoor als laatste opvangmogelijkheid gaat fungeren. Psychosociale begeleiding 862 gemiddelde 2010-2012: 717 Psychosociale begeleiding is procesmatige hulpverlening, gericht op het anders omgaan met de ervaren psychosociale problematiek. De duur van de hulpverlening is gemiddeld 10 gesprekken per cliënt per jaar. 20 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Totale instroom: 1328 gemiddelde 2010-2012: 1198 De instroom in 2013 bedroeg 1328 casussen. Deze casussen betreffen “eigen” cliënten van het Maatschappelijk Werk. Daarnaast zijn door de toename van de integrale aanpak en ketensamenwerking tussen instellingen, diverse casussen door het Maatschappelijk Werk opgepakt. Binnen het Maatschappelijk Werk zien we nagenoeg eenzelfde beeld als voorgaande jaren. Als richtlijn geldt dat 1 fte gemiddeld 100 zaken per jaar behandelt. (70 begeleidingszaken/30 korte kontakten) met een te verwachten instroom van 1000-1100 klanten/zaken. Nog steeds blijkt dat een toenemende complexiteit, bureaucratie en verharding in de samenleving het voor een steeds grotere groep moeilijk maakt om zich zelfstandig te handhaven. Opmerkelijk is dat het steeds meer gaat om “gewone” mensen, die in een uitzichtloze spiraal terechtkomen. Het voorkomen van maatschappelijke teloorgang van het individu, en het vermijden van oplopende kosten voor de samenleving vormen het uitgangspunt voor de inzet van het Maatschappelijk Werk. Samenwerking met andere actoren in het veld, zoals afdeling Sociale Zaken van de gemeente, politie en woningcorporaties is een voorwaarde om tot (nog) betere resultaten te kunnen komen. In deze al goed lopende samenwerking zal Welsun ook het komende jaar blijven investeren. Opvallend is dat de klant vaker zelf het initiatief neemt om zich aan te melden voor hulpverlening. Dit is verklaarbaar. Door de bekendheid en (betere) samenwerking tussen ketenpartners in de hulpverlening blijkt dat de toename van met name deze doelgroep sneller de weg naar het “loket” weet te vinden. Ook de huisarts is evenals voorgaande jaren de grootste verwijzer. De periode tussen de aanmelding en start hulpverleningstraject met de hulpverlener, de intake, is de zogenoemde wachttijd. Tijdens de intakeperiode brengen hulpverlener en cliënt de problematiek in kaart. Diverse (tweedelijns)organisaties doen een steeds groter beroep op het Algemeen Maatschappelijk Werk als voorliggende eerstelijnsvoorziening. Er is sprake van een toenemende complexiteit, ketensamenwerking en een grotere vraag naar specifieke kennis en competenties voor uitvoerenden en managementinformatie en -rapportage. Als gevolg van deze ontwikkelingen zijn binnen de hulp- en dienstverlening van het Algemeen Maatschappelijk Werk de zogenaamde kernteams ingevoerd, te weten: Schuldhulpverlening, Huiselijk Geweld, Opvoedproblematiek, Basisaanbod. Organisatorisch heeft dit ertoe geleid dat de aanmeldingen in 2013 als volgt zijn opgepakt: - een wekelijks inloopspreekuur Opvoedproblematiek; - zes wekelijkse inloopspreekuren Schuldhulpverlening; - drie wekelijkse inloopspreekuren Basisaanbod; - Huiselijk Geweldzaken (crisis of regulier) gaan rechtstreeks naar de betrokken werkers: - spreekuur op (basis)school en deelname ZAT overleg Een aanmelding in het basisaanbod duurt nu zo kort als mogelijk - en zo lang als nodig om voldoende informatie te hebben over problematiek, hulpvraag en cliënt. Periodiek wordt beoordeeld en geëvalueerd of het doel van de aanpassing van de werkprocessen via kernteams nog wordt gerealiseerd, te weten om als opdrachtnemer helder en transparant te zijn naar de opdrachtgever (de gemeente), te borgen dat Welsun haar onafhankelijke positie behoudt in het werkveld en te voorkomen dat het 21 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Algemeen Maatschappelijk Werk als eerstelijnsvoorziening door andere organisaties gebruikt wordt als voorliggende voorziening. Kengetallen Cijfers AMW 2011 2012 2013 Schuldhulpverlening Huiselijk Geweld Opvoedproblematiek Basisaanbod Korte contacten 397 34 149 324 256 425 33 159 327 283 592 (250 nieuw en 342 uit 2012) 29 (22 nieuw en 7 uit 2012) 123 (48 nieuw en 75 uit 2012) 324 (168 nieuwen 156 uit 2012) 260 (260 nieuw) Totaal: 1160 1227 1328 (748 nieuw en 580 uit 2012) Inkomens- en bestedingsproblemen zijn in 2013 wederom gegroeid en vormen evenals de voorgaande jaren een grote groep cliënten. De doorstroom van cliënten uit het voorgaande jaar wordt mede bepaald door monitoring van cliënten gedurende hun saneringstraject. Ook in 2014 streeft Welsun ernaar om met de ketenpartners nog beter in te kunnen spelen op preventie en het voorkomen van het ontstaan van (hoge) schulden. In 2013 is samen met Bureau Jeugdzorg en GGD Zuid-Limburg verder (mede) vorm gegeven aan Zorg- en AdviesTeams op de 13 basisscholen. Betreffende het schoolmaatschappelijk werk valt te melden dat door de vroegtijdige signalering en interventies op school het effect van de hulpverlening hoog is gebleken en naar tevredenheid van de school heeft plaatsgevonden. De maatschappelijke problematiek van huiselijk geweld was evenals in 2012 een aandachtspunt. In 2013 was het Maatschappelijk Werk bij 29 casussen betrokken. In het kader van het veiligheidshuis vindt twee-wekelijks uitvoeringsoverleg plaats tussen professionals van gemeente, politie, Mondriaan, Bureau Jeugdzorg, Reclassering, Slachtofferhulp en Welsun. Ten opzichte van voorgaande jaren constateren we wederom dat de tijdsinvestering per casus in grote mate is toegenomen bij de langdurige hulpverlening (psychosociale begeleiding). Dit komt onder andere door enerzijds het integraal oppakken van casussen met ketenpartners. Anderzijds is de problematiek van een casus complexer geworden. Oorzaak hiervan is de vervaging van normen en waarden in de maatschappij, als wel de economische recessie, wat bijdraagt aan toename van bijvoorbeeld schulden en relatieproblemen. Indien deze trend zich blijft voortzetten dan is het onontkoombaar dat er wachttijden en wachtlijsten ontstaan. Daarbij bemerken we als eerstelijns-voorziening dat tweede-lijnsinstellingen het Algemeen Maatschappelijk Werk als een voorliggende voorziening beschouwen en dat besluiten c.q. beslissingsbevoegdheden - in tegenstelling tot voorgaande jaren – daar ook neergelegd worden. Bijvoorbeeld is dit sterk aan de orde bij cliënten van een tweedelijns-instelling (Schuldhulpverlening, Jeugdhulpverlening en Psychiatrie). Herkomst cliënten Nieuwenhagen Schaesberg Ubach over Worms Onbekend 22 2013 330 466 340 92 Gemiddelde voorgaande 27% 38% 28% 7% 320 444 323 80 3 jaren (20102012) 27,5% 38 % 28 % 6,5 % Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 3.1.7 Maatschappelijke begeleiding asielgerechtigden en taalcoaches De werkbelasting voor de hulpverleners en vrijwilligers is bij deze doelgroep hoger c.q. zwaarder dan bij andere doelgroepen door met name de verschillen en problemen in taal, cultuur en opvatting over de hulpverlening. De doelgroep bestaat uit personen die vanuit een asielzoekerscentra naar aanleiding van de (landelijke) taakstelling in Landgraaf zijn komen wonen. Daarnaast bestaat de doelgroep uit enerzijds personen die naar Nederland zijn gekomen in het kader van gezinshereniging en gezinsvorming. Anderzijds bestaat de doelgroep uit pardongerechtigden. De doelgroep krijgt in het kader van de maatschappelijke begeleiding: opvang en intake, woningbemiddeling, bemiddeling uitkering en trajectbegeleiding inzake integratie en re-integratie scholing en arbeid. Na het begeleidingstraject is de doelgroep aangewezen op de reguliere hulpverlening. Omdat in deze groep vaak sprake is van complexe problematiek, doen zij regelmatig beroep op het Maatschappelijk Werk (zie eveneens steun- en leuncontact Maatschappelijk Werk). Kengetallen In de maatschappelijke begeleiding asielgerechtigden zaten 41 personen (12 nieuwe trajecten en 13 doorlopende trajecten. Een traject kan uit meerdere personen bestaan). Los daarvan zijn in het kader van het project Taalcoach 19 personen (11 nieuw en 8 uit 2012) uit de doelgroep gekoppeld aan een taalcoach (10 vrijwilligers). 4 Dienstverlening Ouderenwerk Deze verslagperiode zijn 2 medewerkers (2 fte) in de uitvoering werkzaam geweest. Veel ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. Welzijn en welzijnsvoorzieningen zullen dan ook in de toekomst voor senioren steeds belangrijker worden. Om dat zelfstandig wonen mogelijk te maken hebben ze vaak hulp nodig bij onder andere het zoeken naar de juiste voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De professionals in de keten wonen, welzijn en zorg, de ouderenadviseurs in het bijzonder, helpen hen gericht met het beantwoorden van vragen en het vinden en verwijzen naar de juiste voorziening. Dit gebeurt en/of in samenwerking al dan niet met vrijwilligers(organisaties). Zij hebben veel te maken met ouderen die vereenzamen en een beperkt sociaal netwerk hebben en moeilijk aansluiting bij anderen vinden. Sommige ouderen hebben een duidelijk andere wens dan familie of hulpverleners, kiezen voor een bepaalde levenswijze of weigeren hulp. Veel ouderen hebben te maken met problemen op meer domeinen: naast materiële problemen, ook problemen op het gebied van lichaam en geest en sociale netwerken. 4.1 Ouderenadvisering Bij de kerntaak ouderenadvisering ligt de nadruk op het werven, trainen, faciliteren en coachen van vrijwilligers, die ingezet worden in het project ouderenadvisering. Momenteel zijn 22 vrijwilligers actief in het project Ouderenadvisering waarvan 5 als ondersteuner (thuis)administratie, 9 als ondersteuner voor hulp bij het invullen van belastingformulieren en 8 als ouderenadviseur. Alle vrijwilligers behoren tot de doelgroep 55+. Sinds 2004 geeft Welsun in Landgraaf in opdracht van de gemeente en op verzoek van de Seniorenraad uitvoering aan het project Ouderenadvisering, waarvan de kerntaken als volgt gedefinieerd kunnen worden: 23 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun - het preventief bezoeken van 75-jarigen in de gemeente Landgraaf met als doel ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen met een optimaal gebruik van de voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn, zorg en financiën; het signaleren van vragen en problemen bij deze groep en, daar waar nodig, het inschakelen van hulp- en dienstverlening; het in beeld brengen van de woon- en leefsituatie van de ouderen, om zodoende lokaal ouderenbeleid mede vorm te kunnen geven. Bij de realisering van de kerntaak ouderenadvisering is bewust gekozen voor een duale inzet van vrijwillige ouderenadviseurs, in combinatie met een professionele ouderenadviseur, op basis van gelijkwaardigheid tussen beroepskracht en vrijwilliger. Motieven voor de inschakeling van vrijwillige ouderenadviseurs zijn dat hierdoor kennis en kwaliteiten, verworven door werk en levenservaring, behouden blijven voor de samenleving en de jonge oudere maatschappelijk actief en betrokken blijft op de samenleving. De rol van de professionele ouderenwerker van Welsun verschuift in het project deels van uitvoerder naar coach van de vrijwilligers, waarin het werven, trainen, begeleiden, faciliteren en ondersteunen van de vrijwilligers belangrijke taken zijn, evenals de bewaking van de voortgang en kwaliteit van de te leveren dienst. Dit vergt ook een andere wijze van denken van de beroepskracht en stelt hogere eisen aan zijn beroepsvaardigheden. Bij de taakverdeling tussen beroepskracht en vrijwilligers in het project worden de uitgangspunten gehanteerd, zoals geformuleerd in het landelijke stimuleringsprogramma Vrijwilligers in Ouderenadvisering, onderschreven door de VNG, MO-groep en CSO. Kort gezegd wordt hierbij de visie aangehangen van de complementariteit van vrijwilligers en beroepskrachten in ouderenadvisering: ouderen ervaren de hulp van de vrijwilliger als een laagdrempelige voorziening en vrijwilligers weten vaak goed wat er speelt onder ouderen in de buurt/wijk waar ze wonen. Vrijwilligers behandelen over het algemeen de enkelvoudige vragen via informatie en advies; de beroepskracht behandelt de meervoudige, complexe vragen. Beroepskrachten beschikken immers over professionele kennis over ouderen, voorzieningen en methodieken van ouderenadvisering en hebben professionele netwerken. 4.2 Huiskamerprojecten Betreffende de kerntaak ondersteuning van sociaal-culturele activiteiten ligt de nadruk van het Ouderenwerk bij de ondersteuning en begeleiding van 18 huiskamerprojecten (circa 1150 leden). Huiskamerprojecten hebben tot doel om de maatschappelijke participatie en sociale ontmoeting van senioren in hun eigen woon- en leefomgeving te bevorderen, door bijvoorbeeld deel te nemen door henzelf georganiseerde activiteiten. In totaal zijn circa 217 vrijwilligers actief als bestuurslid, ondersteuning in het beheer en/of het organiseren van activiteiten. Circa 50 van de 217 vrijwilligers hebben intensief contact met medewerkers van Welsun inzake informatie, advies en ondersteuning bij hun activiteiten en de projecten “Digitalisering huiskamerprojecten” en “Open eettafel”. Een huiskamerproject is een buurtgerichte ontmoetingsen activiteitenruimte in principe voor alle leeftijdscategorieën, maar vanuit oorsprong in het bijzonder voor de senioren. Het is een goed bereikbare voorziening dicht bij huis in de eigen vertrouwde omgeving. Twaalf van de 18 huiskamerprojecten beschikken over een eigen ontmoetingsruimte, meestal gelegen binnen een seniorencomplex. De anderen maken gebruik van een ruimte van een verenigingsgebouw, wijkcentrum of kerkzaaltje. De huiskamerprojecten kennen allen een verenigingsvorm met een eigen bestuur en vrijwilligersgroepen. Bij het runnen van hun eigen accommodatie en organisatie kan een 24 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun beroep worden gedaan op de hulp, ondersteuning en advies van het Ouderenwerk van Welsun. De agogische begeleiding bestaat uit coördinatie en ondersteuning en deskundigheidsbevordering van de besturen en vrijwilligers. De (senioren)complexen zijn door de woningcorporaties gerealiseerd op basis van de criteria ‘kleiner wonen’, ‘sociaal veilig’ en ‘dichtbij voorzieningen’. De ontmoetingsruimtes worden door ouderen-vrijwilligers, verenigd in een bestuur of werkgroep, zelfstandig gerund op het vlak van beheer en exploitatie, gebruik van de ruimte, financiën en verzekeringen. De agogische begeleiding door Welsun bestaat met name uit de coördinatie en ondersteuning van de besturen en vrijwilligers. Dit sluit aan op de visie en missie van Welsun, evenals het motto ‘voordoen, samendoen, zelfdoen’: in een inkrimpende verzorgingsstaat dient een groter beroep te worden gedaan op het eigen initiatief van mensen. Daarnaast is sprake van vergrijzing en een stijgende levensverwachting, waardoor de zorg- en welzijnsvraag toeneemt in kwaliteit en complexiteit. De huidige, doch ook toekomstige huiskamerprojecten dienen gebaseerd te blijven op het principe van de zelfwerkzaamheid, zelforganisatie en eigen verantwoordelijkheid van ouderen-vrijwilligers, waarbij de burger vanaf circa 50 jaar vroegtijdig betrokken dient te worden bij zijn eigen sociale context en de instandhouding en verbetering van zijn eigen woon- en leefomgeving. De leeftijd en het vermogen van senioren om zelfstandig activiteiten te organiseren bepaalt in hoge mate het functioneren van de huiskamerprojecten. Met name de categorie tussen 55 en 75 jaar is actief; daarboven neemt de mogelijkheid en bereidheid om activiteiten te organiseren of daarin te participeren af. Ook het voldoen aan externe regelgeving vormt voor veel huiskamerprojecten een obstakel, zowel organisatorisch als financieel. Te denken valt aan de aanvraag van een gebruikers- of horecavergunning en het voorzien in bedrijfshulpverlening. Naast de hieraan verbonden kosten zijn senioren naarmate ze ouder worden minder bereid de daarvoor noodzakelijke diploma’s te behalen. 4.2.1 Project Gezamenlijk Eten Parkstad kent een sterke vergrijzing. Veel ouderen zijn alleenstaand. Op het gebied van gezond eten betekent dit: alleen boodschappen doen, alleen koken en alleen eten. Dit is niet gezellig. Vaak hoor je senioren zeggen dat het “in je eentje niet zo lekker smaakt”. Velen besteden daarom niet veel zorg aan warm, gezond en voldoende eten. Dit is één van de redenen waarom met het Open Tafel Project werd gestart. A. Open Tafel Project: Veel senioren hebben om diverse redenen niet meer de mogelijkheid buitenshuis te eten. Daarom bootsen we in het huiskamerproject in de Kerkstraat te Waubach de sfeer van een restaurant na. Vrijwilligers uit het eigen seniorencomplex zorgen voor de gezellige inrichting en bediening. Gezamenlijk eten is namelijk een sociaal feestelijk gebeuren, waarvoor men ruimschoots de tijd neemt. Bewoners worden op deze manier actief bij de organisatie betrokken. De maaltijden worden geleverd door de afdeling Food & Catering van de Meander Zorggroep. Het is de bedoeling om het Open Tafel Project in meerdere huiskamers vorm te geven. B. Bestaande eetprojecten: Een aantal huiskamerprojecten kent binnen hun activiteitenaanbod reeds het gezamenlijk eten. Eén keer per maand of kwartaal wordt “haantjes eten”, chinezen, barbecuen of brunchen georganiseerd. Het eten wordt door particuliere bedrijven verzorgd. Aan deze activiteiten nemen gemiddeld 45 tot 65 mensen deel. 25 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 4.2.2 Activiteitenbemiddeling De activiteitenbemiddeling brengt mensen die gezelligheid zoeken en samen van activiteiten willen genieten met elkaar in contact. Daarbij kan men denken aan samen koffiedrinken, een middagje winkelen of samen een hobby uitoefenen. De grootte van de groepen verschilt van twee personen tot meerdere, afhankelijk van de wens van de ouderen. Voor deelname kunnen belangstellenden telefonisch contact opnemen en aangeven wat hij/zij graag samen met een of meerdere personen zou willen doen. Indien iemand met dezelfde interesse zicht heeft gemeld, worden de desbetreffende telefoonnummers doorgegeven. 4.2.3 Administratieve ondersteuning Thuisadministratie In onze ingewikkelde samenleving hebben steeds meer zelfstandig wonende ouderen problemen met het voeren van hun administratie en het bijhouden van hun post. Een deel van deze mensen kan hiervoor een beroep doen op kinderen, vrienden en kennissen. Er zijn echter ook veel ouderen die niemand hebben waarop zij een beroep kunnen doen als het (even) niet meer lukt. In die situatie kan er een beroep gedaan worden op administratieve ondersteuning. Deze brengt dan in een of meerdere bezoeken de papieren weer in orde. De administratieve ondersteuners kunnen aansluitend helpen het overzicht te behouden door 1 x per 2 of 3 weken samen met de klant de papieren te bekijken. Zij helpen bij wat wel en niet weg kan en bij het ordenen van wat bewaard kan worden. Hulp bij het invullen van formulieren Wekelijks zijn er administratieve ondersteuners op kantoor die behulpzaam zijn bij het invullen van papieren of aanvragen van voorzieningen. De ondersteuner bekijkt met de klant de papieren, en vult deze samen met betrokkene in. Belastingservice De belastingservice is bedoeld voor mensen die zelf niet in staat zijn de aangifte te doen en die gezien hun inkomen dit niet bij een professioneel bureau kunnen laten invullen. Er wordt een kleine kostenvergoeding van € 5 gevraagd voor telefoon en kopieën/prints. Samen met de klant worden de belastingpapieren ingevuld en opgestuurd naar de belastingsdienst. 4.2.4 Ontmoetingsgroep voor nabestaanden Korte tijd na het overlijden van de partner is er voldoende aandacht van familie, vrienden en kennissen. Na verloop van tijd echter kan deze aandacht verminderen. Het Ouderenwerk en Maatschappelijk Werk begeleiden betrokkenen via een ontmoetingsgroep. Het verdriet en pijn is voor iedereen herkenbaar. Men kan er met elkaar over praten. Samen wordt gezocht naar mogelijkheden om het verdriet een plaats te geven. In 2013 is 1 ontmoetingsgroep gestart waaraan 9 personen deelgenomen hebben. 4.3 Kengetallen Ouderenwerk De instroom van ouderen over het jaar 2013 geeft het volgende beeld: Vrijwillige ouderenadviseurs: Aantal personen 1 of meerdere keren bezocht 75 jarige: 163 personen 85 jarige : 75 personen 26 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 8 vrijwillige ouderenadviseurs, 1 keer per maand vergadering. De vrijwilligers worden indien er vragen en problemen zijn individueel ondersteund. 6 themabijeenkomsten, belastingaangifte 2012, dementie, Altijd weekend, palliatieve zorg, Behoud kwaliteit van leven voor ouderen, osteopathie Door gemeente georganiseerde netwerkbijeenkomst over Eenzaamheid. Administratieve ondersteuning: Thuisadministratie: 72 personen worden maandelijks of twee maandelijks door 5 vrijwilligers bezocht. Invullen van formulieren: Ongeveer 160 ouderen hebben gebruik gemaakt van deze voorziening. Belastingservice: 9 vrijwillige belastingadviseurs hebben 450 belastingaangiftes 2012 ingevuld. Samenwerkingsprojecten: Altijd Weekend: In 2013 is er een themadag georganiseerd door Gemeente, KBO, GGD, en het ouderenwerk van Welsun over gezond ouder worden onder de titel Altijd Weekend. Er zijn diverse voorbereidingsbijeenkomsten in 2013 geweest. Harteklop: Diverse overleggen met de drie wijkontmoetingspunten, open eettafels, project samen koken, samen eten, Kerst- en Paashuiskamer, denktank. Multi Disciplinair Overleg Huisarts Boode: 6 maal per jaar overleg met Huisarts, praktijkondersteuner, zichbare schakels, zorgconsulente, fysiotherapeut en het ouderenwerk van Welsun. Netwerk vrijwilligers: 2 maal per jaar overleg met Ruggesteun, KBO, Zonnebloem, De Diaconie van diverse parochies, het ouderenwerk van Welsun over de huisbezoeken waarbij meerdere instanties betrokken zijn of personen zijn doorverwezen . Contacten: KBO, Harteklop, vrijwilliger ouderenwerk en beroepskracht organiseren 2 maal per jaar een bijeenkomst voor personen die een maatje zoeken. Het afgelopen jaar hebben 40 personen deze bijeenkomst bezocht en hebben 20 personen afspraken gemaakt om nader kennis te maken met elkaar. Ouderenmishandeling: 2 maal per jaar wordt er door de GGD een netwerkbijeenkomst Ouderenmishandeling georganiseerd. Deze bijeenkomsten worden door een beroepskracht van het maatschappelijk – en ouderenwerk bezocht. 27 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 5 Dienstverlening Buurt-opbouw-jongerenwerk In 2013 heeft het Buurt-opbouw-jongerenwerk 5 medewerkers (4,75 fte) ter beschikking gehad. Na de reorganisatie van 2004 is Welsun begonnen met de operationalisering van het welzijnswerk-nieuwe-stijl. In dat verband is toentertijd bepaald om terug te gaan naar de kern van het Buurt-opbouw-jongerenwerk: zorgen dat mensen elkaar ondersteunen, gebruikmaken van netwerken en zelf problemen oplossen. Hierbij is een bewuste keuze gemaakt voor een meer efficiënte en flexibele inzet van personeel in het kader van employability. De functie van buurt-opbouwwerker en die van jongerenwerker zijn gecombineerd. Inhoudelijk betekent dit dat de beroepskracht zich meer en meer richt op de kerntaken en dat naast dit eigenlijke, agogische werk een accentverschuiving zal optreden in de richting van het (meer) werven, begeleiden en ondersteunen van een vrijwilligerskader en het leren organiseren en faciliteren van doelgroepen. Als gevolg hiervan zal de jongerenwerker zich vooral richten op de agogische taken die basaal overeenkomen met die van de buurt-opbouw-werker, die vanuit zijn professie meerdere doelgroepen kent, waaronder die van jongeren. Deze agogische taken zijn: het tot stand brengen en onderhouden van sociale verbindingen; het ontwikkelen van een eigen identiteit; het bevorderen en stimuleren van samenwerking en samenhang tussen de diverse doelgroepen. Met deze visie sluit Welsun enerzijds aan op de noodzaak om als gevolg van de bezuinigingen van de afgelopen jaren meer in te zetten op het zelflerend vermogen en de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Anderzijds anticipeert Welsun hiermee op de interactieve beleidsvorming die de gemeente Landgraaf nastreeft en waarbij burgers en instellingen actief betrokken worden bij het beleid via overleg aan de hand van onderscheiden thema’s. De voorbeeldfunctie van een vrijwilliger aangestuurd door een beroepskracht dient daarbij als kweekvijver voor toekomstig kader van vrijwilligers voor bijvoorbeeld doelgroepen en verenigingen. De beperkte middelen (menskracht; geld) maken een nog efficiëntere en effectievere inzet van personeel noodzakelijk, met kortere en snellere communicatielijnen. Hierbij dient Welsun als organisatie meer dan ooit keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Daarnaast is het wenselijk om het Buurt-opbouw-jongerenwerk te laten aansluiten op enerzijds het wijkgericht werken van de gemeente waarbij elke dorpskern zijn eigen wijkcoördinator kent en anderzijds prestatieveld 1 van de Wmo, namelijk de sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken en buurten. Dit om te komen tot een betere kruisbestuiving tussen gemeente, burgers en Welsun. Ook sluit dit goed aan op de visie van Welsun die in het jaar 2004 is geïntroduceerd, het voordoen, samendoen en zelf doen, wat ook beantwoordt en nauw aansluit op het welzijn-nieuwe-stijl. De ervaring leert dat in bepaalde situaties het veel effectiever is als burgers elkaar ondersteunen dan dat professionals dit doen. Uiteraard is wel iemand nodig om die burgers bij elkaar te brengen. Daar is een buurt-opbouw-werker voor nodig, die geen specialist is maar een generalist. Voordeel van deze visie is dat het mensen minder afhankelijk maakt en het bespaart geld. Bij het Buurt-opbouw-jongerenwerk wordt het volgende bedrijfsvoeringmodel gehanteerd: per dorpskern is er een contactfunctionaris die eveneens aan elkaar gekoppeld zijn als schaduwfunctionaris. Elke wijk- c.q. contactfunctionaris is verantwoordelijk voor wat er binnen zijn wijk gebeurt en dient hiervoor verantwoording af te leggen aan zijn mentor en de directeur-bestuurder. Binnen elke wijk is de betrokken beroepskracht verantwoordelijk voor de jongerenaccommodatie die zich hierin bevindt, te weten: - Buurt- en jongerencentrum De Molt; - Jongerenhome Heigank; - Jongerenhome Basement. 28 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 5.1 Ambulant jongerenwerk Jongerenwerk is een vrijblijvende vorm van begeleide vrijetijdsbesteding voor (groepen) jongeren, uitgevoerd door agogische beroepskrachten en met een pedagogische doelstelling: het begeleiden van jongeren op weg naar zelfstandigheid en volwassenheid door te werken aan een positieve gedragsbeïnvloeding. Bij het ambulant jongerenwerk gaat het erom jongeren op hun eigen ontmoetingsplekken op te zoeken en ze vervolgens individueel of in groepsverband ondersteuning in combinatie met activiteiten te bieden. Deze vorm van jongerenwerk bevindt zich op het snijvlak van vrijetijdsbesteding en dienstverlening. De doelgroep bestaat voornamelijk uit jongeren vanaf de leeftijdscategorie 14 tot 23 jaar. Het ambulant jongerenwerk speelt zich voornamelijk op straat af of op die plekken waar jongeren te vinden zijn (diverse hangplekken, jongerenhomes etc.). De rol van het jongerenwerk is die van intermediair tussen de leefwereld van jongeren en de bredere sociale context (leefomgeving; instellingen, regelgeving). Door contactlegging met de jongere en het leggen van een vertrouwensrelatie probeert de agoog het gedrag van de jongeren te beïnvloeden. Het jongerenwerk is echter niet alleen belangenbehartiger van jongeren, maar heeft ook een bemiddelende rol naar anderen, zoals buurtbewoners, onder andere in conflictsituaties. Uitvoering van het jongerenwerk vindt in samenspraak met het ambulant jongerenwerk plaats, omdat zij ook de contacten hebben met de jongeren in de betrokken wijk. Belangrijk om op te merken is dat de kaders en spelregels van het jongerenwerk door Welsun - c.q. de jongerenwerkers - worden aangegeven en niet door de doelgroep c.q. de jongeren in kwestie. Jongeren kunnen slechts in de jongerenhomes terecht onder de condities die Welsun stelt. De agogische krachten bepalen naar eigen inzicht of jongeren in voorkomende gevallen de toegang tot het jongerenhome ontzegd wordt. De facilitering die het jongerenwerk jongeren biedt (agogisch; ruimtelijk; programmatisch) dient daarmee door de jongeren verdiend te worden en is geen vanzelfsprekendheid. In 2011 is Welsun in de jongerenhomes gestart met de ‘pilot’ sociaal beheerders, dit zijn gekwalificeerde vrijwilligers die de activiteiten met jeugd ondersteunen onder verantwoordelijkheid en regie van de beroepskracht van het Buurt-opbouwjongerenwerk. In de praktijk is gebleken dat het opbouwen van een relatie met jongeren een complex proces is dat door incidenten aan verandering onderhevig is. Verandering van samenstelling van groep en groepsgrootte enerzijds en anderzijds het feit dat het opbouwen van een relatie met een groep complex is door tijdgebrek (prioriteiten moeten stellen) als gevolg van de dubbelfunctie. Daarnaast blijkt er een discrepantie te bestaan tussen belangen (behartigen) van buurtbewoners, groepen en jongerengroepen. 5.1.1 Ambulante activiteiten De activiteiten zijn gericht op het bevorderen van volwaardige participatie van jongeren in de samenleving en op individuele zelfredzaamheid bij deelname aan het maatschappelijk leven. Door de vertrouwensrelatie van de jongerenwerker met de jongeren kan een brug geslagen worden tussen behoeften van jongeren en de eisen die in de samenleving worden gesteld. Een belangrijk neveneffect is veelal dat jongeren die actief bezig zijn of waarmee een vertrouwensrelatie is ontstaan minder overlast veroorzaken, waardoor het veiligheidsgevoel in de buurt of wijk verbetert. 29 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Jaaroverzicht activiteiten ambulant jongerenwerk 2013 Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Activiteit Indoor Soccer Indoor Soccer Lasergamen Groep Beatrixstraat Hoefveld Europaweg Indoor Soccer Indoor Soccer Karten Bowlen Graffiti project Indoor Soccer Indoor Soccer Lasergamen Indoor Soccer Indoor Soccer Indoor Soccer Kegelen/Boogschieten Indoor Soccer Indoor Soccer Indoor Soccer Hoefveld Lijsterbes 2 vv Schaesberg Bei de Ling Kakert Lijsterbes 1 Hoefveld Lijsterbes 2 Basement Hoefveld Op de Kamp Wendelstraat Hoefveld Beatrixstraat Op de Kamp Aantal.deeln. 17 10 11 Periode Maart Maart Maart 14 7 11 10 40 20 18 10 12 12 13 15 18 12 11 Juli Juli Juli Juli Juli Juli Juli Augustus Oktober Oktober Oktober November November November December Bij ambulant werk worden de activiteiten ook ingezet om een beter contact te krijgen met nieuwe groepen jongeren en te bezien hoe de groepsdynamica in elkaar zit. Hierdoor ziet de jongerenwerker sneller bij wie ze moeten zijn om afspraken te maken (leiders), waardoor (nog) beter resultaat geboekt kan worden. Dit jaar is deze aanpak gebruikt bij de nieuwe groepen Lijsterbes 1, Lijsterbes 2, Wendelstraat, Bei de Ling, v.v. Schaesberg en Europaweg Zuid. Dit preventief contact heeft ertoe geleid dat één groep is doorgeleid naar een jongerenhome en voor twee groepen een hangplek is gerealiseerd. Ook is een aantal groepen op een sportieve manier bezig geweest, wat ervoor gezorgd heeft dat het gedrag van de groepen beter inzichtelijk is geworden om zo eventuele overlast te voorkomen. Een ander voorbeeld van hoe een activiteit een positieve invloed kan hebben op de sociale cohesie in een wijk is het Graffiti Project in de Kakert. Hier hebben bewoners en jongeren enige dagen (week) samengewerkt om een muurwand in de wijk op te knappen door middel van graffiti. Het geheel werd afgesloten met een buurtfeest. Ambulante jongerenwerkers hebben daarnaast nog verschillende organisaties, bewoners en jongeren/kinderen ondersteund tijdens de diverse nationale actiedagen, zoals bijvoorbeeld: NL Doet, Burendag, Buitenspeeldag en Kindervakantiewerk. Dit heeft ertoe geleid dat de jongerenwerkers nog meer bekendheid hebben gekregen in de wijken en ook kennis hebben gemaakt met buurtbewoners (potentiële melders of ouders van jongeren) en jongere jeugd (toekomstige jongeren op straat). 5.2 Accommodatiegebonden jongerenwerk De jeugdaccommodaties brengen een veelheid aan diversiteit van jongeren bij elkaar (arm en rijk, jong en oud, autochtoon en allochtoon). Het stelt hen in staat elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan een breed spectrum van activiteiten binnen onze faciliteit. Met het voorzieningenaanbod van jongerenhomes wordt tevens tegemoetgekomen aan behoeften die bestaan bij de jongeren (samen tijd met elkaar doorbrengen, activiteiten organiseren, etc.). 30 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 5.2.1 Leren beheren jongerenaccommodaties Jongeren kunnen elkaar in een ongedwongen sfeer ontmoeten, contacten leggen, hun sociale vaardigheden ontwikkelen en deelnemen aan activiteiten die hen aanspreken. Onder het motto ‘voordoen, samendoen, zelfdoen’ stelt Welsun zich ten doel jongeren te leren zelfstandig een accommodatie (jongerenhome) te beheren en te onderhouden, waar zij kunnen deelnemen aan inloop- en ontmoetingsactiviteiten van sociaal-culturele en -recreatieve aard. Het accent ligt hierbij op zelfwerkzaamheid, vrijwilligerswerk en zelfbestuur van jongeren. Door het ‘leren beheren’ wordt het eigen initiatief, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het probleem-oplossend vermogen van jongeren vergroot. De activiteiten in de jongerenhomes zijn gericht op het bevorderen van volwaardige participatie van jongeren in de samenleving en op individuele zelfredzaamheid bij deelname aan het maatschappelijk leven. Een neveneffect is veelal dat jongeren die actief bezig zijn minder overlast veroorzaken, waardoor het veiligheidsgevoel in de buurt of wijk verbetert. Samenwerking, coördinatie en afstemming van beleid vindt plaats met ouders, verenigingsleven, gemeente, onderwijs, politie, buurtorganisaties, jeugdhulpverlening en interne disciplines van Welsun (o.a. Algemeen Maatschappelijk Werk). Het betreft de accommodaties: jongerenhome Basement (Abdissenbosch); jongerenhome Heigank (Nieuwenhagen) en buurthuis De Molt (Kakert). “Leren beheren” is een continu proces, waarvan elke fase zijn eigen inhoud kent: in een voorfase ziet de agoog van Welsun erop toe dat aan een aantal randvoorwaarden voor jongerenhomes wordt voldaan (opstellen huisregels, inschatten vaardigheden/niveau van de groep, veiligheidsgaranties, etc.); “voordoen”: de agoog is in de beginfase van de activiteit fysiek frequent aanwezig en begeleidt de jongeren intensief. Centraal staan contactlegging met de doelgroep, het opbouwen van een vertrouwensrelatie en procesbegeleiding (praten, uitleggen, corrigeren); “samendoen”: de agoog is in deze laatste fase periodiek aanwezig, komt zo nu en dan langs, is mobiel bereikbaar, houdt de jongeren in de gaten, controleert en corrigeert waar nodig; “zelfdoen”: de jongeren zijn in staat het home zelfstandig te runnen, waardoor de inzet van de agoog beperkt kan blijven tot ondersteuning op afroep en interventies waar nodig. Resultaat In de praktijk is gebleken dat het leren beheren een tijdrovend en kwetsbaar proces is. Door regelmatige wisselingen van jongeren binnen de groepen moet het proces vaak opnieuw worden opgestart of bijgesteld. Ook moet er voor nieuwe groepen extra tijd worden vrijgemaakt. De aanwezigheid en inzet van de jongerenwerker is sterk afhankelijk van de fase waar de groepen zich in bevinden. Ook het aantal avonden en het aantal groepen die gebruik kunnen maken van de ruimte is afhankelijk van de fase waarin de groep zich bevindt. In dit verband is in 2013 verder voortgebouwd met de ‘pilot’ sociaal beheerders voor de jongerenruimtes. Dit zijn gekwalificeerde vrijwilligers die de activiteiten met jeugd ondersteunen onder verantwoordelijkheid en regie van de beroepskracht van het Buurt-opbouw-jongerenwerk. Het jongerenhome Basement is het afgelopen jaar volop in gebruik genomen en volledig geaccepteerd door de buurt (Abdissenbosch). Er hebben in 2013 drie groepen (Bei de Ling, Akkerwinde en Europaweg Zuid) gebruikgemaakt van onze faciliteit, variërend in de leeftijd van 14 tot 24 jaar (2 avonden in de week) en het aantal jongeren bedraagt circa 45 personen. De groep Bei de Ling, maakt sinds zomer 2013 geen gebruik meer van de faciliteit, omdat deze niet meer op straat te vinden is. Aan het eind van de zomer 2013 is in plaats van de Bei de Ling-groep, de Europaweg-Zuid-groep toegeleid naar de 31 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Basement. De groep zit momenteel in de fase van het voordoen. De tweede groep (Akkerwinde) zit momenteel in de fase van samendoen. In 2013 heeft Basement voor meerdere doeleinden gefungeerd en niet alleen voor de recreatie van de jongeren. Welsun heeft de ruimte gebruikt voor bijeenkomsten tussen de jongeren en de burgemeester en tussen jongeren, buurtbewoners van Ubach over Worms en verschillende ketenpartners van Welsun. Het doel van deze verschillende bijeenkomsten was om de verschillende partijen bij elkaar te brengen, om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken in diverse conflicten. Tevens heeft Basement in 2013 meegedaan aan NL-Doet en hebben de vaste bezoekers van Basement samen met de jongerenwerkers van de gelegenheid gebruikgemaakt om de ruimte op te knappen. Hierdoor hebben de jongeren meer verantwoordelijkheden genomen om de ruimte op orde te houden. Het jongerenhome Heigank leent zich voor gebruik door meerdere groepen. Er is wel verloop onder de groepen, de groepen wisselen nogal eens van samenstelling en dit betekent dat afspraken inzake beheer en gebruik (“leren beheren”) van de ruimte aan verandering onderhevig zijn. In 2012 is besloten om de Heiveld-groep (voordoen) na de zomer te splitsen om de zelfstandigheid te bevorderen. De woensdaggroep (14+) bevond zich aan het begin van 2013 in de fase voordoen. Door een meer activiteitgericht aanbod te creëren voor de groep en deze hierin te laten participeren wordt langzaamaan de fase van samendoen bereikt. Gezien hun jonge leeftijd zijn de criteria aangepast en is het niet mogelijk om de groep alleen te laten in het gebouw. De groep assisteert bij projecten als Burendag en Buitenspeeldag in Heiveld. Door een beter contact met de buurt en zinvolle tijdsbesteding is overlast op straat van deze groep reeds sinds 2012 verdwenen. De donderdaggroep (16+) bereikte in 2012 de fase samendoen. In 2013 heeft de groep zich verder ontwikkeld met sturing van de jongerenwerker, waardoor zij snel de fase ‘zelfdoen’ bereikt hebben. Na een aantal maanden zelfstandig te hebben gefunctioneerd werd de groep niet meer aangetroffen op straat en heeft de groep na de vakantie (augustus) aangegeven geen behoefte meer te hebben aan een avond in het jongerenhome. In 2012 is een nieuwe groep ‘De Eik’ (18+) doorverwezen naar de maandagavond in het jongerenhome. De groep is doorgestroomd vanuit het maandelijks sportaanbod Indoor Soccer. De groep bestaat uit gemiddeld 30 personen. Sinds 2013 komen er geen overlastmeldingen meer binnen vanuit (de voormalige hotspot) Oude Landgraaf waar de groep zich ophield. Het afgelopen jaar is gepoogd om de stap van ‘samen doen’ naar ‘zelf doen’ te maken. Dit bleek nog een stap te ver aangezien de groep elkaar niet genoeg corrigeert. De groep heeft tijdens NLDoet 2013 meegeholpen met het opknappen van de jongerenruimte. Dit resulteert niet alleen in een mooiere locatie, maar ook dat de gebruikers zich verantwoordelijk voelen voor de ruimte. Halverwege 2013 is een nieuwe groep doorgeleid naar jongerenhome De Molt. Het gaat hier om een tienergroep, tussen 12 en 14 jaar, die voortkomt uit de kinderclub van de Molt. Ze maken voor één avond in de week gebruik van deze faciliteit. De groep zit nog in de fase van voordoen en bestaat uit een vijftal jongeren. Tevens wordt de ruimte gebruikt om vanuit ambulant werk een activiteit te bieden (film, spelletjes, darten, etc.) aan jeugd uit Schaesberg. 5.2.2 Accommodatiegebonden activiteiten De activiteiten zijn gericht op het bevorderen van volwaardige participatie van jongeren in de samenleving en op individuele zelfredzaamheid bij deelname aan het maatschappelijk leven. Door de vertrouwensrelatie van de jongerenwerker met de jongeren kan een brug geslagen worden tussen behoeften van jongeren en de eisen die in de samenleving worden gesteld. Een belangrijk neveneffect is veelal dat jongeren die actief bezig zijn of waarmee een vertrouwensrelatie is ontstaan minder overlast veroorzaken, waardoor het veiligheidsgevoel in de buurt of wijk verbetert. 32 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Accommodatiegebonden activiteitenoverzicht 2013 Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Jongerenhome Basement Aantal Activiteit Groep d.n. Filmavond Woensdag 12 Dart-toernooi Woensdag 10 Voetbalwedstrijd kijken Woensdag 11 Voetbalwedstrijd kijken Woensdag 12 Pool-toernooi Woensdag 8 Filmavond Woensdag 10 Biljarten Filmavond Lasergamen Voetbalwedstrijd kijken Dart-toernooi Paintball FIFA-toernooi Voetbalwedstrijd kijken Minigolf Gamen Pool-toernooi Kickertoernooi Filmavond Bowlen Woensdag Woensdag Dinsdag Woensdag Woensdag Woensdag Woensdag Woensdag Vrijdag Maandag Maandag Maandag Woensdag Woensdag 8 8 8 11 10 15 10 10 22 6 7 8 13 15 Jongerenhome Heigank Aantal Nr. Activiteit Groep d.n. Woensdag 12 21 Pingpong-toernooi Filmavond Woensdag 13 22 33 Periode Januari Januari Februari Februari Maart Maart April April April Mei Mei Juni Augustus September September Oktober Oktober November November December Periode Januari Januari 23 Zaalvoetbal 24 Darten Woensdag 15 Januari Woensdag 10 Februari 25 Poker-toernooi 26 Bordspellen Woensdag 10 Februari Woensdag 11 Februari 27 Pool-toernooi 28 Zaalvoetbal Woensdag 13 Februari Maandag 15 Maart 29 Dropping 30 NLDoet Woensdag 31 Drama 32 FIFA-toernooi 33 Wandeling 34 Kaarten 35 Barbecue 36 Barbecue 7 Maart 11 Maart Woensdag 8 Maart Woensdag 9 Maart Woensdag 6 Maart Donderdag 8 Maart Woensdag 16 Juni Maandag 25 Juni 37 Bowlen 38 Lasergamen Woensdag 14 Juni Woensdag 14 Juni 39 Airsoft 40 Indoor Soccer Maandag 21 Juni Maandag 20 Juli 41 Bowlen Maandag 13 Juli 42 Basketbal Woensdag 14 Juli 43 Pingpong-toernooi Woensdag 8 Augustus Maandag Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 44 Dart-toernooi Woensdag 7 Augustus 45 Quiz Woensdag 8 Augustus 46 Pool-toernooi Woensdag 9 Oktober 47 Drugsquiz Mondriaan Woensdag 13 Oktober 48 Drugsquiz Mondriaan Maandag 20 Oktober 49 Filmavond Woensdag 7 Oktober 50 Dropping Woensdag 16 November 51 Kaarten Maandag h8 November 52 Bowlen Maandag 15 December 53 Grotbiken Woensdag 15 December 9 December 54 Karten Nr. Maandag Jongerenhome De Molt Activiteit 55 Gamen Groep Lijsterbes Aantal d.n. 6 Periode Oktober Resultaat Door middel van deze activiteiten zorgen de jongerenwerkers ervoor dat de jeugd die niet aangesloten is bij een sportclub, hetgeen veel voorkomt bij de doelgroep, toch regelmatig aan beweging toekomt. Door een gevarieerd aanbod en te werken vanuit de vraag van de jeugd zelf, komt men in aanraking met (nieuwe) sporten waarvan ze vooraf geen weet van hadden. Op deze manier kunnen de jongeren er zelf achter komen waar hun interesses en kwaliteiten liggen. Dit heeft ertoe geleid dat meerdere personen zich hebben aangemeld bij een vereniging (airsoft/voetbal) en dat jongeren naast het aanbod van jongerenwerk nu zelf ook regelmatig zelfstandig gaan sporten (zaalvoetbal, poolen). Zij hebben door dit aanbod vanuit het jongerenwerk een zinvolle vrijetijdsbesteding ontwikkeld die hun dagelijkse ritme op een positieve manier doorbreekt. Voor het jongerenwerk zijn activiteiten een middel, groepsdynamica kan beter in kaart worden gebracht. Zo leert men onder andere hoe men een fase van een activiteit kan organiseren en plannen, of in teamverband kan werken. Daarnaast is het een middel om contact te leggen met nieuwe groepen. Doordat Welsun de jongeren iets kan bieden, worden hun interesses voor het jongerenwerk gewekt. Welsun hanteert het ‘voor wat, hoort wat’-principe. Als jongeren gebruik willen maken van een activiteit moeten zij zich wel goed gedragen in het jongerenhome of op de locatie waar zij zich bevinden. 5.3 Jongeren Op Straat (JOS) Meldingen via instanties Bij het JOS-project is gekozen voor een integrale benadering van de overlastproblematiek die wordt 100% veroorzaakt door jongeren. 90% Samenwerking, coördinatie en afstemming 80% van beleid vindt plaats met politie, 70% gemeente, JPP en interne disciplines van 60% Welsun. Vanuit deze kernpartners wordt 50% bekeken welke andere instanties 40% eventueel betrokken kunnen worden. 30% Bijvoorbeeld onderwijsinstanties, ouders, 20% BJZ, het verenigingsleven, 10% buurtverenigingen, jongeren, bewoners, 0% etc. 2010 2011 2012 2013 Het JOS-overleg heeft er het afgelopen jaar naar gestreefd om het aantal overlastmeldingen, veroorzaakt door jongeren, dat bij de politie binnenkomt beter in 34 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Overig Gemeente Welsun Politie kaart te krijgen, wat ook gelukt is. (zie grafiek ‘meldingen via instanties’ op deze pagina). Resultaat Aantal meldingen 300 250 200 150 100 50 0 Ondanks dat er meer meldingen van politie zijn binnengekomen dan in 2012 is het totaal aantal meldingen jeugdoverlast in 2013 slechts met 3 gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar en drastisch verminderd ten opzichte van 2010 en 2011 (zie grafiek). Het gaat in 2013 om 132 meldingen. De directe en integrale aanpak van JOS heeft effect gehad. Doordat er tijdens de bijeenkomsten meteen actie wordt uitgezet en voor alle partners duidelijk is wat de afspraken zijn, is het in veel gevallen 2010 2011 2012 2013 snel opgelost. De jongerenwerkers nemen contact op met melders indien gewenst (afgelopen jaar 61 keer). Op deze manier worden de melders meteen op de hoogte gebracht van de JOS-aanpak en kunnen met vragen terecht bij de jongerenwerkers. Bij hotspots (vaste locaties waar jeugd staat) kan het zijn dat de aanpak over een langere termijn pas werkt. Hotspots worden benoemd door de JOSpartners nadat een hoog aantal meldingen is binnengekomen of preventief vanuit de Meldingen per wijk 100% 90% 80% 70% 60% Nieuwenhagen 50% Schaesberg 40% Ubach over worms 30% 20% 10% 0% 2010 2011 2012 2013 rondes die politie en jongerenwerk maken. Voor de volledige gegevens van JOS wordt verwezen naar het jaaroverzicht JOS 2013. 5.4 Aanpak (criminele) jongerengroep in Landgraaf Begin 2012 is de samenwerkingsdriehoek gemeente, politie en justitie gestart met de integrale aanpak van de problematiek van een groep jongeren, waarvan een deel crimineel gedrag vertoont. Deze gezamenlijke aanpak was gelet op de problematiek noodzakelijk. In dat verband heeft het jongerenwerk zich vooral beziggehouden met het uitvoeren van diverse activiteiten met het doel: het contact in stand houden, de nieuwe formatie van de groepen in kaart brengen en de overlast beperken. De integrale aanpak 35 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun heeft ertoe geleid dat deze jeugdgroep in 2013 in omvang sterk is afgenomen. Deze jeugdgroep blijft onder de (extra) aandacht van de jongerenwerkers. 5.5 Project Social media De ‘Social media’ spelen een steeds grotere rol in ons leven. Denk aan Twitter, Hyves, Facebook, MSN, YouTube, WhatsApp, Tinder, enzovoorts. Het is inmiddels uitgegroeid tot een onmisbaar communicatiemiddel, juist óók voor jongeren. Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van social media onder jongeren alleen maar toeneemt. Jonge internetters maken steeds vaker gebruik van sociale netwerken om informatie uit te wisselen. Volgens STADEadvies besteden 13-16-jarigen ruim 1 uur per dag aan onder andere MSN en Hyves en is 90% van de jongeren tussen 17 en 25 jaar actief op sociale netwerken als Facebook en Twitter. Hiermee lopen Nederlandse jongeren voorop in Europa. De social media worden steeds waardevollere tools in het jongerenwerk. Als jongerenwerker blijft men namelijk snel en gemakkelijk op de hoogte van waar jongeren mee bezig zijn. Daarnaast bieden social media een extra kanaal om met jongeren in contact te komen en te blijven. Sinds de opstart, medio 2008 met MSN-messenger, hebben zich vervolgens ruim 400 jongeren aangemeld en hebben diverse jongeren (groepen) contact gezocht om hulp te vragen. De vragen gaan over persoonlijke problemen zoals conflicten met politie en buurtbewoners, opzetten van activiteiten en doorstroom naar jongerenhomes. Door de jongeren op deze manier te ‘horen’ ontstaat vaak een ander en beter inzicht dan wij bij dezelfde jongeren op straat hebben. Het project heeft het contact met de jongeren nog verder verbeterd en ertoe geleid dat jongeren gemakkelijker individueel kunnen worden aangesproken. Het project wordt echter ook gebruikt om jongeren van activiteiten te laten weten via de digitale snelweg, met kans op een hogere opkomst bij een activiteit. In het najaar van 2013 zijn social media Hyves en MSN verdwenen en zijn al de contacten voornamelijk via Facebook gegaan. Inmiddels heeft het jongerenwerk Facebook 398 ‘vrienden’. Facebook wordt tot op heden voornamelijk gebruikt door een oudere doelgroep (16+), terwijl Hyves vooral gebruikt werd door de 12- tot 16-jarigen. Het jongerenwerk heeft ook een Twitter-account, maar deze wordt nog niet optimaal gebruikt. Er moet nog gezocht worden naar een manier waarop deze ingezet kan worden naast Facebook zodat hij meerwaarde heeft. In 2014 moet er gekeken worden naar hoe de jongerenwerkers nog beter kunnen aansluiten op de (digitale) belevingswereld van de jongeren. 5.6 Sociaal-culturele activiteiten voor kinderen en tieners 5.6.1 Kinder/tienerclubs Via een divers aanbod van sociaal-culturele en -educatieve activiteiten stelt Welsun zich ten doel om de individuele ontwikkeling en maatschappelijke ontplooiing van kinderen en tieners te bevorderen op het gebied van hun creativiteit, spel, sociale vaardigheden en normen en waarden. Kern van het aanbod vormen activiteiten op het gebied van ontmoeting, recreatie en educatie, in het bijzonder kinderwerk en tienerdisco. Welsun zorgt zo nodig voor: ruimtelijke facilitering; het werven, begeleiden en ondersteunen van vrijwilligers; organisatorische en inhoudelijke ondersteuning; het signaleren van eventuele individuele of maatschappelijke problematiek bij de doelgroep. Ook bij de ondersteuning van activiteiten van de doelgroep kinderen/tieners/jeugd ligt de nadruk op zelfredzaamheid, eigen kracht en actief burgerschap. Door de (jarenlange) ervaring met de methodiek van voordoen, samendoen en zelfdoen (mede)organiseren de 36 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun buurtopbouw/jongerenwerkers activiteiten met het doel om buurtbewoners zelfstandig te laten worden en op eigen kracht en in nauwe samenwerking met hun omgeving een deel van zijn/haar problemen op te lossen. De activiteiten bieden tevens op een betaalbare manier een alternatief voor kinderen die vaak financieel niet in staat zijn om van de duurdere activiteiten gebruik te maken. De meeste vrijwilligers zijn buurtbewoners die zich inzetten om op die manier voor de eigen buurt iets te kunnen betekenen. De ouders en verzorgers van kinderen helpen actief mee met het organiseren van activiteiten en waar nodig zorgen ze zelf voor het vervoer. Deze activiteiten vinden in het oude gebouw van de basisschool Bei de Ling en het buurthuis De Molt plaats, waar de bewoners een enorme bijdrage leveren aan het opknappen en onderhouden van deze gebouwen. Dat maakt deze activiteiten laagdrempelig, toegankelijk voor iedereen en duurzaam. Resultaat Kinderen en tieners nemen deel aan sociaal-culturele en -educatieve activiteiten, leggen contacten met elkaar, leren hun inventiviteit en creativiteit te gebruiken, verbeteren hun sociale vaardigheden, spelen samen en leren hun concentratie te verbeteren. Tevens wordt maatschappelijk isolement voorkomen. Kinderwerk Lauradorp (Funny’s): gemiddeld 30 kinderen per week, 6 vrijwilligers. Binnen het wekelijkse aanbod kan Welsun inmiddels een aantal jaren gebruik maken van een extra subsidie vanuit de gemeente, bedoeld om sport en bewegen bij kinderen en jongeren te stimuleren. Door deze subsidie is Welsun in staat een aantal sportieve activiteiten te organiseren die zonder deze subsidie niet zouden plaatsvinden, te weten: schaatsen, bowlen, klimmen, rodelen, gebruik sporthal, zwemmen e.d. 5.6.2 Kindervakantiewerk Ieder jaar organiseert Welsun in samenwerking met diverse belangenverenigingen en vrijwilligers het Kindervakantiewerk. De regie, coördinatie, programmering en begeleiding ligt mede in handen van Welsun. Het Kindervakantiewerk wordt in drie wijken gedurende twee weken georganiseerd: de eerste week in Ubach over Worms (Lauradorp en Abdissenbosch) en de tweede in Schaesberg en Nieuwenhagen. De gehele activiteit wordt door meer dan 20 vrijwilligers ondersteund. De meeste activiteiten worden binnen de gemeente Landgraaf georganiseerd, in samenwerking met diverse plaatselijke organisaties zoals het IVN. Sinds 2009 is Welsun bezig geweest met de realisatie van een deelproject binnen het kindervakantiewerk Landgraaf. Welsun biedt sinds 2009 ruimte voor jonge vrijwilligers die deelnemen aan de activiteiten als aspirant-vrijwilligers. Het achterliggende idee van het project is om tieners te introduceren bij het vrijwilligerswerk, met het doel om zich in te zetten voor de medemens. Enerzijds hebben ze zo een gezonde en leerzame dagbesteding en anderzijds kunnen ze hiermee leren om anderen te helpen en het idee van vrijwilligerswerk te stimuleren. In dat kader is een vrijwilligster van kindervakantiewerk genomineerd voor de beste vrijwilliger van het jaar in de categorie 14-17 jaar. Deze is uiteindelijk ook samen met een andere vrijwilliger de winnaar geworden van deze categorie. Vanaf 2009 heeft Welsun in totaal 7 vrijwilligers kunnen werven voor deze functie. Resultaat In totaal nemen circa 160 kinderen in de leeftijd van 7 tot 13 jaar deel aan het Kindervakantiewerk en 20 vrijwilligers. Deze activiteit heeft niet alleen een recreatief karakter, maar ook wordt veel aandacht besteed aan educatie, kunst en cultuur. Het Kindervakantiewerk is niet alleen een leuke activiteit tijdens de zomervakantie, maar ook een leerzame, waarmee de kinderen leren met elkaar om te gaan, samen te spelen, bewegen, sporten en kennismaken met de natuur en de gemeente waar ze in wonen. 37 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Daarnaast is het Kindervakantiewerk een goede en zinvolle activiteit voor heel veel kinderen die om verschillende redenen niet in staat zijn om op vakantie te gaan of tijdens de zomervakantie een andere, zinvolle dagbesteding hebben. Tegenwoordig leven kinderen vaak niet gezond, ze zitten grotendeels van de tijd achter de computer of televisie en de meeste contacten vinden via sociale media plaats. Tijdens het Kindervakantiewerk kunnen ze meer in beweging komen, meer met elkaar spelen en elkaar (beter) leren kennen. De afgelopen tijd wordt meer aandacht besteed aan gezond eten en gezond leven. 5.7 Buitenspeeldag Met dit project geeft Welsun een lokale invulling aan de Buitenspeeldag (voorheen straatspeeldag) die mede door Veilig Verkeer Nederland wordt georganiseerd, met als doel om aandacht te vragen voor het veilig spelen van kinderen op straat en verkeersonveilige situaties in buurten en wijken, via het organiseren van ludieke activiteiten voor kinderen in een straat die voor alle verkeer wordt afgezet. Het werkgebied en doelgroepen betreffen diverse buurt- en wijkbewoners, met name kinderen en hun ouders. Het aanbod wordt gevormd door spelactiviteiten op het terrein van ontmoeting, recreatie en educatie, in het bijzonder gerelateerd aan verkeers(on)veiligheid. Welsun zorgt voor: - het werven, begeleiden en ondersteunen van vrijwilligers; - organisatorische en inhoudelijke ondersteuning; - algehele coördinatie. Resultaat Kinderen worden erop attent gemaakt om veiliger met speelsituaties op straat om te gaan en nemen deel aan sociaal-culturele en -recreatieve activiteiten. Samenwerking, coördinatie en afstemming van beleid vindt plaats met ouders, basisscholen, Veilig Verkeer Nederland, politie, gemeente (Openbare Werken), bewonersorganisaties en interne disciplines van Welsun (buurtbeheer en opbouwwerk). Dit jaar werden op 9 verschillende locaties activiteiten op straat georganiseerd. 15 organisaties (scholen en buurtorganisaties) hebben met 200 vrijwilligers voor circa 2000 kinderen en 750 ouders een veilige speeldag op straat mogelijk gemaakt. 5.8 Buurthuis De Molt Buurthuis De Molt is een ruimtelijke voorziening in de buurt de Kakert, waarin een veelheid aan sociaal-culturele activiteiten en maatschappelijke voorzieningen bijeen is gebracht. Als zodanig vervult De Molt de rol van multifunctionele voorziening ten behoeve van de hele buurt de Kakert, die traditioneel als achterstandsbuurt geldt. Welsun stelt ruimtelijke faciliteiten ter beschikking en zorgt voor agogische ondersteuning. De agoog werft, begeleidt en ondersteunt vrijwilligers en samen zorgt men voor planning, voorbereiding en uitvoering van een veelheid aan activiteiten. Het aanbod bestaat onder meer uit: - kinder(vakantie)werk; - tienerwerk; - jongerenwerk, - binnenhuissporten; - educatieve activiteiten. Daarnaast kunnen buurtbewoners in De Molt terecht voor informatie en advies(avonden) en hebben diverse groepen hun thuisbasis in het buurthuis gevonden. 38 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Resultaat Het buurthuis brengt een veelheid aan klanten en doelgroepen (arm en rijk, jong en oud, autochtoon en allochtoon) bij elkaar, stelt hen in staat elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan een breed spectrum van activiteiten. Met het voorzieningenaanbod van De Molt wordt tevens tegemoetgekomen aan behoeften die bestaan in de buurt. Hierdoor wordt bijgedragen aan zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de buurt en ontstaan contacten tussen de diverse bevolkingsgroepen in de Kakert. Door het multifunctioneel karakter van het buurthuis kunnen buurtbewoners zich zowel individueel als maatschappelijk optimaal ontplooien en gebruikmaken van voorzieningen die er voor hen in onze maatschappij zijn. Daarmee wordt de sociale infrastructuur van de Kakert verbeterd en de sociale cohesie bevorderd. Samenwerking, coördinatie en afstemming van beleid vindt plaats met de wijkagent, HEEMwonen, buurtverenigingen, basisscholen, gemeente, en interne disciplines van Welsun (onder andere Algemeen Maatschappelijk Werk). Kengetallen - kindervakantiewerk: 45 deelnemers, 10 vrijwilligers; kinderwerk: gemiddeld 45-50 kinderen per week, 8 vrijwilligers; tienerwerk: 15 kinderen, 3 vrijwilligers; binnenhuissporten: gemiddeld 100 deelnemers per week; buurtoverleg/inloop: gemiddeld 20 deelnemers per week; gebruikersgroepen (13): gemiddeld 120 deelnemers per week. 5.9 Netwerken en relatiebeheer Onder de naam Netwerken en relatiebeheer initieert en participeert Welsun in multidisciplinaire samenwerkingsverbanden rondom de doelgroep jeugdigen en jongeren, met als doel het bespreken van individuele casussen, het signaleren van ontwikkelingen in buurten en wijken waar het jeugdigen betreft en het bevorderen van integrale samenwerking tussen betrokken actoren. De doelgroep bestaat voornamelijk uit jongeren van circa 12-23 jaar, met name zij in meervoudige achterstandssituaties. Het werkgebied omvat de gemeente Landgraaf. De afgelopen periode heeft Welsun deelgenomen aan diverse netwerken, zoals het Jeugdbeleid, het Wijkbeheer en Breedtesport. Daarnaast wordt deelgenomen aan het project Veiligheidshuis. Hierin wordt specifiek aandacht besteed aan (opvoedings) problematiek van jeugdigen uit Landgraaf. Het ambulant werk levert hiervoor gegevens aan en participeert waar mogelijk in de aanpak. Resultaat Een beter inzicht in de leef- en denkwereld van jongeren; een afgestemde aanpak van jeugd- en jongerenbeleid en probleemsituaties waarin jongeren verkeren; gemeenschappelijke bestrijding van overlast door jongeren. Ook participeert Welsun in het gemeentelijk interventieteam, gerelateerd aan de nota Integrale veiligheid. Het team wil beleidsadviezen geven op thema’s als overlast, jeugdcriminaliteit en veilige leefomgeving. De afgelopen periode is het interventieteam 6 maal bij elkaar geweest. Diverse malen heeft Welsun deelgenomen aan workshops rond wijkgericht werken. Welsun heeft haar ondersteuning toegezegd om het wijkgericht werken in Landgraaf te ontwikkelen. Zij wil bewonersgroepen op dit onderdeel extra ondersteunen door middel van deskundigheidsbevordering. Welsun gaat deelnemen aan de wijkplatforms en blijft op uitvoerend niveau actief in de reguliere buurtoverleggen. Samenwerking, coördinatie en afstemming van beleid vindt plaats tussen de interne disciplines van Welsun, scholen, politie, gemeente en jeugdzorginstellingen. 39 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 5.10 Opbouwwerk en wijkbeheer Opbouwwerk-wijkbeheer is een buurtgerichte werkmethodiek waarbij het gaat om de instandhouding en het vergroten van de leefbaarheid van de buurt, gebaseerd op zelfwerkzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van buurtbewoners en instellingen. Dit willen de beroepskrachten van Welsun bereiken door burgers en instellingen te leren (weer) invloed uit te oefenen op de buurt en knelpunten hierin en hen te leren (weer) inspraak te krijgen op het beleid en de uitvoering daarvan. Dit vergt een andere inzet van werkers: geen vanzelfsprekende en alle buurten en wijken omvattende ondersteuning meer, maar meer beantwoordend aan de vraag van de burger en gericht op zelfwerkzaamheid en zelfverantwoordelijkheid. Doelgroepen worden gestimuleerd zelf buurt- en wijkgerichte initiatieven te ontwikkelen, de ondersteuning van de agoog is meer op afstand en op afroep en gericht op het ontwikkelen en in stand houden van overleg en samenwerking tussen betrokken actoren. Het is van belang zicht te krijgen op hoe het wijkgericht werken-proces in elkaar zit. Vanuit het motto ‘samen aan de slag met uw vragen en wensen’ bestaat het wijkgericht werken-proces op hoofdlijnen uit vijf grote stappen of fasen. De rol en participatie van de inwoners verschilt per fase. Iedere fase mondt uit in een product: 1. het analyseren: inwoners en professionals bekijken samen hoe het ervoor staat in de wijk op het gebied van de leefbaarheid, dat wil zeggen de stand van zaken en ontwikkelingen in de wijk. De participatie van inwoners heeft in deze fase vooral de vorm van consultatie of meer nog samenspraak. Deze fase mondt uit in een wijkanalyse; 2. het agenderen en prioriteren: inwoners en professionals bepalen samen welke zaken aangepakt moeten worden om de leefbaarheid te verhogen en het bepalen van de prioriteit daarvan. Ook nu neemt de participatie van de inwoners vooral de vorm aan van consultatie of meer nog samenspraak. Deze fase mondt uit in twee producten: de wijkagenda en aandachtspunten voor aanpassing van en/of nadere uitwerking van beleid van de wijkbewoners, gemeente en partners; 3. het uitwerken van initiatieven: inwoners en professionals bepalen samen de acties die genomen moeten worden om aan zaken op de wijkagenda een vervolg te geven en bekijken wie bereid is mee te werken aan het oppakken van die initiatieven. De participatie van inwoners in dit wijkprogramma neemt nu meerdere vormen aan: consultatie, samenspraak, meedoen en meebeslissen; 4. het uitvoeren: inwoners en professionals realiseren gezamenlijk initiatieven zoals opgenomen in het wijkprogramma. Participatie neemt in deze fase de vorm aan van co-produceren en mede-uitvoeren. Deze fase moet uitmonden in tastbare en voelbare resultaten op bepaalde aspecten van de leefbaarheid in de wijk, vooral op de thema’s die op de wijkagenda zijn gezet; 5. het verantwoorden: inwoners en professionals bepalen gezamenlijk de resultaten die zijn behaald met het realiseren van de initiatieven uit het wijkprogramma. Deze worden beschreven in het wijkverslag. Participatie van inwoners neemt hierbij vooral de vorm aan van consultatie. Resultaat Instellingen en bewoners werken integraal samen aan de instandhouding en/of verbetering van de woon- en leefomgeving en de aanpak van knelpunten. Er is een grotere participatie van bewoners en instellingen ontstaan, gezamenlijk leert men invloed uit te oefenen op de woon- en leefomgeving via het opzetten en uitvoeren van kleinschalige projecten en een buurtgerichte werkwijze. Dit heeft bijgedragen aan een verbeterde sociale samenhang en leefbaarheid van de wijk en buurt. Daarbij leren buurtbewoners en andere samenwerkingspartners in de wijk verantwoordelijkheid te dragen voor de aanpak van problemen, ze nemen deel aan buurt- en wijkgerichte activiteiten en participeren in overleg. Vanuit het team opbouwwerk/jongerenwerk is deelgenomen aan de buurt-overlegvergaderingen. 40 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Het werkgebied en doelgroepen zijn met name de bewoners en instellingen uit de buurten Heiveld, Achter de Haesen, ’t Eikske, Abdisschenbosch, Kakert, Lauradorp, Rimburg, Achter den Winkel, Lichtenberg, Achter het Klooster en Leenhof. 5.11 Kleinschalige wijkactiviteiten Naar aanleiding van verzoeken van bewonersgroepen om activiteiten in de wijken te blijven stimuleren (BOS), heeft de gemeente in de nota Jeugdbeleid een bedrag gereserveerd voor kleinschalige wijkactiviteiten. Het buurt-opbouw-jongerenwerk van Welsun coördineert dit project. Het doel van de kleinschalige wijkactiviteiten is activering van burgers tot het organiseren van kleinschalige wijkactiviteiten die ten doel hebben om verbindingen tussen de diverse wijkbewoners van verschillende leeftijdscategorieën te leggen en te bevorderen. Resultaat - Voorkoming en bestrijding van maatschappelijk isolement; Vorming en versteviging van sociale verbanden; Doorbreking van de anonimiteit in buurten en wijken; Bevordering van (volks)gezondheid; Respectvol omgaan van buurt en jeugd op straat. In het kader van de kleinschalige wijkactiviteiten zijn er afspraken gemaakt met de combinatiefunctionarissen van Sport & Leisure Park (SLP) om dit project gezamenlijk op te pakken. Een deel van deze activiteiten is in directe samenwerking met de combinatiefunctionarissen van SLP, de buurt-opbouw-jongerenwerkers van Welsun en buurtorganisaties tot stand gekomen. Deze samenwerking heeft geleid tot ontwikkeling van betere communicatienetwerken, zowel bij professionele partners als bij de verschillende bewonersverenigingen. Output 2013 aantal uitgevoerde activiteiten: 21 aantal deelnemers per leeftijdscategorie: 7-19 jaar: 647 20-39 jaar: 729 40-59 jaar: 993 60- en ouder: 923 Totaal: 3292 Aantal deelnemers per wijk in het kader van voordoen / samendoen / zelfdoen: 41 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 60-ouder 40-59 20-39 0-19 wijken/leeftijdscategorie Totaal aantal deelnemers per wijk: SCHAESBERG 157 173 192 258 780 UBACH OVER WORMS 143 238 591 405 1377 NIEUWENHAGEN 335 318 205 180 1038 Landgraaf geheel 12 0 5 80 97 Activiteit in geheel Landgraaf: Seniorenmiddag & jongeren. Activiteiten per wijk: Nieuwenhagen: Buurtbrunches, Sinterklaas in de buurt, Burendag Oud Nieuwenhagen, BuurtKerstontmoeting, Buurt-ontmoetingsmiddagen, Door de buurt, Voor de buurt. Ubach over Worms: Zomerfestival Lauradorp, Fietstocht (Lauradorp), GPS-tocht Ubach over Worms, Kerstactiviteit Rimburg, Fietsentocht, Wandelactiviteit Groenstraat. Schaesberg: Buurtbrunches, Sinterklaas in de buurt, Buurtdag Lichtenberg, Kerstmarkt Eikske, Kerstbezoek ouderen. 5.12 Project Preventie en Vroegsignalering De eigen kracht van de burger is het uitgangspunt bij zowel preventie van problemen als het vroegtijdig signaleren. In plaats van een directe aanvraag in te dienen voor een (dure) individuele voorziening dient eerst gekeken te worden naar (goedkopere) alternatieven in het eigen sociaal netwerk (familie, buurt en wijk). Jarenlang zijn de individuele voorzieningen een gemeengoed geweest wat de gemeenschap geld gekost heeft. Gezien de financiële middelen die de lokale overheid ter beschikking heeft, en de toenemende vergrijzing in Landgraaf, is een andere manier van denken en doen noodzaak en wenselijk. Gedragsverandering, waar gemeente en ketenpartners gezamenlijk de schouders onder gezet hebben middels het project Preventie en Vroegsignalering. Het project is een initiatief van de gemeente Landgraaf, Meander Zorggroep, HEEMwonen en Welsun en hanteert het uitgangspunt dat iedere burger moet kunnen meedoen in de samenleving. Dat is het uitgangspunt van de Wmo én van het project. De basisgedachte is dat het merendeel van de mensen ook zelf kan deelnemen aan onze samenleving en zelf hulp zoekt als dit niet lukt. Er zijn echter ook mensen die dit niet op eigen kracht kunnen en daarbij hulp nodig hebben. Normaal gesproken komen zij dan uit bij één van de hulpverlenende instanties. Deze kunnen hulp en zorg bieden vanuit hun eigen vakgebied. Vaak is het nodig om meerdere instanties te benaderen. Zo kan bijvoorbeeld een aanpassing in de woning nodig zijn én is er thuiszorg nodig via één van de zorgverleners, maar is er ook sprake van vereenzaming. Het is niet altijd even duidelijk hoe alles dan geregeld moet worden. Voor dit alles zijn binnen het project Preventie en Vroegsignalering in Landgraaf 3 wijkteams in het leven geroepen waarin medewerkers van de samenwerkingspartners participeren. De wijkteams zijn als het ware de intermediairs van de hulp of zorg die de burger nodig heeft. Zij helpen om goed in beeld te brengen waar de burger hulp kan gebruiken. Ze 42 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun bekijken ook met de burger de verschillende mogelijkheden om die hulp te kunnen organiseren. Waar nodig legt het wijkteam contact met instanties of de personen die ondersteunend kunnen zijn in het oplossen van de hulpvraag. Daar waar mogelijk en zeker bij complexere problematiek heeft de burger uiteindelijk één contactpersoon. Welsun weet vanuit de praktijk dat hier ook behoefte aan is, niet alles zelf moeten regelen met verschillende instanties maar één contactpersoon die hulp en zorg op maat regelt. Het wijkteam is er ook in gespecialiseerd om de vraag naar hulp en zorg vroeg te kunnen herkennen. De leden van het team kijken daarbij verder dan tot nu toe gebruikelijk is. Een signaal voor hulp bij bijvoorbeeld de huisarts, de woonconsulent of binnen een huiskamerproject kan aanleiding zijn om een gesprek aan te gaan. Zowel het idee van één hulp- en zorgintermediair als het vroegsignaleren en oppakken van problemen maakt het wijkteam van groot belang bij het kunnen bieden van hulp en zorg op maat. Proces: Het project Preventie en Vroegsignalering is een project en proces dat de komende jaren zijn bestaansrecht moet bewijzen. Er is gezocht naar een gemeenschappelijke factor die alle deelnemende partijen bindt, namelijk het vroegtijdig interveniëren waardoor dure middelen later of niet nodig zijn en er dus sprake is van preventie. Daarnaast heeft iedereen er belang bij dat de burger zo lang mogelijk op een goede wijze kan blijven wonen in zijn of haar (eigen) leefomgeving. Dit willen de ketenpartners bereiken door te stimuleren dat burgers (meer) voor elkaar zorgen, elkaar helpen en bijstaan en leren de problemen in buurten en wijken grotendeels zelf op te lossen (‘voor en met elkaar’), zodat men de zorg en hulp die eerder nog door de professionele organisatie werd verleend, niet langer nodig heeft. 43 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun 5.13 Pilotproject Samen voor elkaar in de buurt Vanaf 1 januari 2015 wordt de gemeente Landgraaf verantwoordelijk voor de uitvoering en financiering van bijna alle vormen van maatschappelijke ondersteuning van haar inwoners. Het rijk draagt een groot gedeelte van zijn taak op het gebied van werk, langdurige zorg en jeugd over aan de gemeenten, maar stelt daarvoor minder geld beschikbaar. Er zal daarom méér gedaan moeten worden met minder geld. Maar de overdracht van taken biedt ook kansen. Voor het eerst krijgt de gemeente zeggenschap over praktisch het hele sociaal-maatschappelijke terrein. Het wordt daarom mogelijk om dwarsverbanden te leggen tussen Wmo en AWBZ, de jeugdzorg en het terrein van werk en inkomen. Door ze te bundelen kunnen verschillende vormen van ondersteuning efficiënter worden aangeboden. Door bij de uitvoering van verschillende regelingen intensiever samen te werken voor cliënten met een meervoudige problematiek, kunnen professionals winst boeken. Niet alleen in financieel opzicht, maar ook in prestaties, kwaliteit van leven en menselijk geluk. Voorwaarde daarbij is dat gewerkt wordt volgens het principe: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur! Actieve samenleving In Landgraaf wordt werk gemaakt van een samenleving waarin iedereen actief deelneemt naar eigen mogelijkheden. Burgers zijn zelfredzaam. Wie dit (even) niet is, krijgt een steuntje in de rug. In eerste instantie vanuit de mensen in de directe omgeving, maar als dat niet kan, dan zorgt de gemeente voor een goed vangnet. Zorgzame samenleving De samenleving die de gemeente Landgraaf voor ogen heeft is een zorgzame. Zorg is niet alleen een verantwoordelijkheid van de overheid, maar een gemeenschappelijke taak van ons allemaal. Iets voor elkaar willen betekenen en elkaar helpen als het nodig is: Samen voor elkaar! Hulp en ondersteuning moeten gegarandeerd zijn voor de mensen die dat hard nodig hebben; ondanks de bezuinigingen en ondanks het toenemend aantal mensen met een ondersteuningsvraag als gevolg van de vergrijzing. Ondersteuning dichtbij De gemeente krijgt de kans om de zorg voor kwetsbare inwoners te versterken, minder ingewikkeld te maken en wijkgericht en dichtbij mensen te organiseren. Zij volgt de landelijke ontwikkelingen op de voet en gaat door met de voorbereidingen op de taken die op ons afkomen. Het gaat over kwetsbare groepen mensen. Zij hebben er recht op dat de gemeente haar zaken goed geregeld heeft: en daar wordt voor gezorgd! Proeftuinen De gemeente gebruikt het komend jaar om ook in de twee proeftuinen ‘Gezinscoach’ en ‘Bureau Jeugdzorg’ – samen met maatschappelijke instellingen – te onderzoeken wat wel en niet werkt. Voor wat betreft de proeftuin Gezinscoach wordt verwezen naar 3.1.4. Bureau jeugdzorg beoordeelt de toegang tot de jeugdzorg. In het kader van de proeftuin Bureau Jeugdzorg is die taak verplaatst naar de gemeente om te kunnen beoordelen of dit bijdraagt aan een snellere en efficiëntere hulpverlening aan kinderen en gezinnen. Als de hulpvraag complex is of als er meerdere hulpverleners bij een gezin betrokken zijn, wordt een zorgoverleg georganiseerd. In dat overleg wordt afgesproken wie de zorgcoördinator is. Zorg en hulp worden zo dicht mogelijk bij het gezin georganiseerd. Dat betekent dat kinderen en gezinnen niet worden overgedragen aan specialisten, maar dat de specialisten erbij worden gehaald. Eén toegang voor alle ondersteuningsvragen Daarnaast werkt de gemeente Landgraaf samen met de Landgraafse organisaties op het gebied van Welzijn en Zorg aan één integrale toegang voor alle ondersteuningsvragen op het gebied van jeugd, Wmo en participatie. In 2014 wordt gestart met een proeftuin Integraal Toegangsteam (ITT) Ubach over Worms. In dit team werken verschillende zorg- en dienstverleners, bijvoorbeeld een WMO consulent gemeente, een 44 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun maatschappelijk werker, een wijkverpleegkundige en een consulent van MEE, samen. Ze werken letterlijk in de wijk, dichtbij de bewoners. Ze kennen de wijk en gaan persoonlijk in gesprek met inwoners over hun ondersteuningsvraag. Daardoor ontstaat er een beter beeld over de mogelijkheden en talenten van de bewoners, over hun omgeving en de voorzieningen in de wijk. Op deze manier worden zorg en welzijn met elkaar verbonden. De inwoners krijgen zo veel mogelijk te maken met maar één aanspreekpunt in de wijk. Thuis aan de keukentafel of op een rustige plek in de eigen buurt wordt hun ondersteuningsvraag besproken en wordt samen gekeken naar mogelijke oplossingen. Wijkontmoetingspunt Heereveld Het ITT wordt gekoppeld aan een wijkontmoetingspunt. Hiertoe wordt Heereveld verbouwd om als laagdrempelig wijkontmoetingspunt voor de wijk Ubach over Worms te kunnen dienen. Het is de bedoeling om ook ITT’s voor Nieuwenhagen en Schaesberg in te richten die op hun beurt ook weer gekoppeld zullen worden aan wijkontmoetingspunten in de beide wijken. De wijkontmoetingspunten zijn niet alleen een fysieke voorziening maar ook het organisatorisch geheel van voorzieningen in de wijk, waar mensen activiteiten uitvoeren, gebruik maken van voorzieningen, elkaar ontmoeten en terecht kunnen voor informatie. Een goede onderlinge afstemming is daarbij erg belangrijk. Zo vindt er overleg plaats tussen het wijkontmoetingspunt Heereveld en Park ter Waerden over mogelijke sport- en zorgarrangementen. Ook wordt onderzocht of aan het wijkontmoetingspunt een wijkbelbus gekoppeld kan worden om de vervoersmogelijkheden in de wijk te vergroten. Aandacht voor vrijwilligers en mantelzorgers Van alle zorg die wordt verleend wordt ongeveer 80% gedaan door mantelzorgers. Ze doen hun werk met liefde. Maar niet zelden is dit werk ook zeer zwaar. Nog meer belasting kan leiden tot twee patiënten bij de huisarts: de zieke en zijn verzorger. Dat moet voorkomen worden. De gemeente Landgraaf bekijkt, samen met een aantal maatschappelijke organisaties op het gebied van de informele zorg, hoe vrijwilligers en mantelzorgers zo goed mogelijk kunnen worden ingezet om kwetsbare burgers in de wijk te ondersteunen. Wat zijn daarbij de (nieuwe) taken en hoe kunnen die het beste worden georganiseerd? Hoe kunnen de vrijwilligers en mantelzorgers het beste worden begeleid en opgeleid om de gevraagde ondersteuning zo goed mogelijk te kunnen leveren? Hoe kunnen vrijwilligers en mantelzorgers, elk met hun eigen talenten, zo goed en snel mogelijk worden ingezet als daarom gevraagd wordt? Hoe kunnen zij zo goed mogelijk worden ondersteund? Ondersteuning moet anders Er ontstaat een nieuwe realiteit. En dat maakt het noodzakelijk dat de ondersteuning van kwetsbare inwoners anders wordt aangepakt. In de praktijk blijkt dat het ondersteuningsaanbod niet altijd aansluit bij de werkelijke vraag en behoefte van de inwoners. Er wordt gewerkt met ingewikkelde regels. Professionals zijn ook bezig met administratie en het afleggen van verantwoording. Inwoners krijgen daardoor soms niet in die mate de zorg of ondersteuning waar ze om vragen. Ook komt het te vaak voor dat er meerdere hulpverleners naast elkaar in een gezin actief zijn. Krachten worden niet gebundeld. Daarnaast weet iedereen dat de kosten in de zorg blijven stijgen en de beschikbare budgetten slinken. Gemeenten krijgen er vanuit het rijk extra taken bij die ze met minder geld moeten uitvoeren. Iedereen beseft dat er bespaard moet worden op de kosten. Een dat kan door de ondersteuning een stuk (kosten)efficiënter te maken: het roer moet om! Tegen deze achtergrond is in Landgraaf het pilotproject Samen voor elkaar in de buurt van start te gaan, te weten in de buurten: Oud Nieuwenhagen en het Eikske. De doelstelling van dit project kan als volgt worden gedefinieerd: Beeldverandering: 45 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun * Structureel en eenduidig de boodschap uitzenden dat een beroep op de overheid wat betreft Wonen, Zorg en Welzijn voorafgegaan moet worden door een onderzoek om deze vragen eerst op een andere manier op te lossen (inzet eigen kracht of buurthulp). Zelfredzaamheid en eigen kracht: * Mensen die een beroep doen op Wonen, Zorg en Welzijn bevragen op talenten die zij kunnen inzetten in de naaste omgeving en in de buurt. Dus naast de (zorg) VRAAG ook een (eigen) AANBOD aan de orde stellen. Stimuleren burgerparticipatie: * Structureel en eenduidig de boodschap uitzenden dat elke burger verantwoordelijkheid draagt voor het welslagen van de samenleving. Bewoners gevoelig maken om in de naaste buurt open te staan voor “hulpvragen” van buurtgenoten en hen te ondersteunen om de “hulpvraag” op te pakken met een aanbod. * Structureel en eenduidig de boodschap uitdragen dat hulp verlenen aan elkaar bijdraagt aan sfeer en leefbaarheid in buurten. * Talentenbank opzetten en vraag en aanbod ‘matchen’. Pilotproject Samen voor elkaar in de buurt Oud Nieuwenhagen: Pilotperiode: 1 mei - 1 december 2012. Werkgebied: Sunplein- Heiveldstraat- Marijkestraat - Burgemeester Gijssenstraat- OlympiastraatIrenestraat- Margrietstraat- Zuster Theodelindestraat- Burgemeester Loysonstraat. Projectpartners: gemeente Landgraaf, Vrijwilligerscentrale, Meander Zorggroep, HEEMwonen, Seniorenraad, Platform Vrijwilligerswerk, Welsun en bewoners. Resultaat en kengetallen: Doelstelling: 6 buurtbulletins 10 actieve buurthulpers diverse activiteiten 30 (10%) personen moeten hulp aan elkaar hebben geboden Bewoners organiseren buurtactiviteiten Talentenbank opzetten Gerealiseerd: 6 buurtbulletins 10 actieve buurthulpers 10 buurt-ontmoetingsmiddagen 20 ‘matches’ NLDoet/ burendag/ Deelname rommelmarkt Aanvang opzet talentenbank, 30 talenten genoteerd Pilotproject Samen voor elkaar in de buurt Eikske: Pilotperiode: 1 mei – 31 december 2013. Werkgebied: Honigmanstraat, Mijn Carlstraat, Eikske, Michiel de Ruyterstraat, Maarten Trompstraat,Piet Heinstraat, De Wendelstraat en Jan van Galenstraat. Projectpartners: gemeente Landgraaf, Vrijwilligerscentrale, Meander Zorggroep, HEEMwonen, Seniorenraad, Platform Vrijwilligerswerk, Welsun en bewoners. 46 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Resultaat en kengetallen: Doelstelling: 4 buurtbulletins 6 actieve verenigingen diverse activiteiten 30 (10%) personen moeten hulp aan elkaar hebben geboden Bewoners organiseren buurtactiviteiten Gerealiseerd: 4 buurtbulletins 6 actieve verenigingen Burendag, veiligheidsavond, overleg werkgroep 20 ‘matches’ Talentenbank opzetten Aanvang opzet talentenbank, 30 talenten genoteerd 5.14 Burendag 2013 Veiligheidsavond Nationale actiedagen Welsun heeft verschillende organisaties geholpen en gesteund tijdens de diverse nationale actiedagen, zoals NL.Doet en de Burendag. Welsun is niet alleen actief geweest tijdens de activiteit, maar biedt ook ieder jaar de mogelijkheid om de organisaties te steunen met de aanvraag en de voorbereidingsfase. Natuurlijk wordt ook hier de methodiek van het ‘voordoen, samendoen, zelfdoen’ toegepast, zoals bij meerdere activiteiten die Welsun samen met lokale initiatieven organiseert. NL.Doet: Projectpartners: bewonersorganisaties, verenigingen uit de wijk en Welsun. Resultaat: - Opknappen jongerenhome Basement; - Opknappen jongerenhome Heigank; - Opknappen buurthuis De Molt (15/16 maart). Burendag: Projectpartners: bewonersorganisaties, verenigingen uit de wijk en Welsun. Resultaat en kengetallen: - 2 activiteiten in Nieuwenhagen; - 2 in Schaesberg. 5.15 Buurtbemiddeling De organisatie en coördinatie van Buurtbemiddeling Buurtbemiddeling Landgraaf wordt geregisseerd door de Stuurgroep Buurtbemiddeling die 1 maal per jaar in vergadering bijeenkomt en waaraan de volgende organisaties deelnemen: Gemeente: Beleidsmedewerker Afdeling Openbare Orde en Veiligheid Portefeuillehouder Buurtbeheer/ Wijkgericht werken Politie: Chef basiseenheid Landgraaf HEEMwonen: Teamleider Wijken Welsun: Directeur- Bestuurder en Coördinator Buurtbemiddeling. 47 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun De coördinatie van het project Buurtbemiddeling ligt sinds 2006 in handen van Welsun, afdeling Buurt-opbouw–jongerenwerk. Op het adres van Welsun komen de meldingen binnen en worden door de coördinator gescreend en doorgeleid naar de uitvoerende buurtbemiddelaars. De terugkoppeling naar de instanties / persoon die gemeld heeft wordt eveneens verzorgd door de coördinator. Het team Buurtbemiddeling Landgraaf In 2013 is het team gestart met 13 vrijwilligers. In de loop van het jaar hebben 4 personen zich als bemiddelaar aangemeld, na een gesprek met de coördinator zijn er 2 kandidaten toegetreden tot het team. Het team bestond eind 2013 uit 16 bemiddelaars (inclusief de coördinator). 9 bemiddelaars hebben de opleiding mediation gevolgd, enkele bemiddelaars staan geregistreerd bij het NMI (Nederlands Mediation Instituut). Tijdsinvestering In 2013 bedroeg de tijdsinvestering 300 uur (meer casussen, intervisiestrainingen en een intensievere registratie van casussen). Stuurgroep De stuurgroep Buurtbemiddeling is in 2013 1x bij elkaar geweest. In dit overleg stond de privacywetgeving en de mogelijkheid van een opstelling van een samenwerkingsconvenant centraal. In 2014 zal een convenant worden ondertekend. Werkgroep De werkgroep buurtbemiddelaars is 8 maal voor overleg bij elkaar geweest. Elk overleg bestond uit 2 onderdelen. In het voorgedeelte werden ervaringen rondom de bemiddelingsgesprekken uitgewisseld en werd kennis genomen van artikelen inzake buurtbemiddeling. In het laatste gedeelte vond er intensieve intervisie plaats en werd feedback gegeven over de wijze van werken van de bemiddelaars. In 2013 hebben we gezocht naar een vorm van intervisie die de buurtbemiddelaars aanspreekt Hieruit is de 7 stappen-methode ontwikkeld. Deze methode wordt in 2014 verder beoefend en aangepast. Deskundigheidsbevordering In 2013 hebben de buurtbemiddelaars een extra training gevolgd in het benaderen van de tweede partij. De tweede partij zijn de buren die de vermeende overlastgevers zijn. Door de deskundigheid die verworven is, is de kans op een succesvolle bemiddeling gestegen. In 2014 is er een voornemen dat Welsun zich verdiept in de rol als coach in dienst van buurtbemiddeling. In 2013 is een gedeelte van de werkgroepbijeenkomsten gebruikt voor intervisie. Hierin werden de ervaringen van bemiddelaars en de werkwijze in de casus met elkaar besproken en kreeg men feedback op het handelen. In een aantal gevallen hebben mediators de intervisie en een vervolgbijeenkomst geleid waardoor zij in aanmerking komen voor PE-punten. Dit is van belang voor de registratie in het NMI- bestand. In 2013 hebben 2 bemiddelaars en de coördinator deelgenomen aan een kennismaking met een intervisiespel. Dit in het kader van de zoektocht van Welsun om de intervisiebijeenkomsten te verbeteren. Na deelname is de conclusie getrokken dat het spel onvoldoende bijdroeg aan de wensen op het gebied van deskundigheidsbevordering. 48 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Promotie In 2013 zijn er incidenteel artikelen aan de media toegezonden. In de Trompetter/Landgraaf actueel was in nummer 29 een interview met een van de buurtbemiddelaars te lezen. Sinds 2005 is er een website Buurtbemiddeling Landgraaf, de website bevat slechts informatie over de wijze van werken en de wijze van aanmelding. De website heeft slechts een informatieve functie en wordt niet actief gebruikt. Privacywetgeving In 2013 is in verband met privacywetgeving de registratie vereenvoudigd en aangepast. Welsun heeft de bemiddelingswerkzaamheden geregistreerd via het beveiligde, landelijk registratiesysteem van CCV. Elke buurtbemiddelaar ontving een eigen inlogcode en wachtwoord en hield een registratie bij van uitgevoerde bemiddelingen. Het is nu mogelijk om meer gegevens te verzamelen. In het kader van privacywetgeving en regelgeving rondom registreren van persoonsgegevens bezint Welsun zich op welke gegevens nodig zijn voor de verantwoording van de werkzaamheden en het bepalen van toekomstig beleid. Kengetallen Het aantal aanmeldingen bedroeg in 2013: 62 Januari 8 Februari 2 Maart 5 April 1 Mei 4 Juni 3 Juli 6 Augustus 4 September 12 Oktober 5 November 9 December 3. 10 33 14 3 1 1 aanmeldingen waren afkomstig van de politie aanmeldingen waren afkomstig van HEEMwonen aanmeldingen waren afkomstig van particulieren aanmeldingen waren afkomstig van de gemeente aanmelding was afkomstig van buurtvereniging De Zon aanmelding was afkomstig van Welsun. Herkomst van de meldingen Schaesberg: Nieuwenhagen: Ubach over Worms: 26 26 10 Aard van de klacht Geluid, muziek Geluid, volwassen/kind; overlast Geluid dieren Verstoorde relatie Roddelen Pesten / lastig vallen 49 17 26 13 17 3 13 maal maal maal maal maal maal Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Tuin / grondverschil Kinderen (geen geluid) Dieren (geen geluid) Bedreiging Rommel Stankoverlast Parkeerproblemen Vernielingen Discriminatie Anders, nl.: beledigingen, schelden, verbaal geweld 12 2 13 5 3 4 2 1 6 maal maal maal maal maal maal maal maal maal maal 5 17 2 4 4 10 6 8 4 2 casussen casussen casussen casussen** casussen casussen casussen * casussen casussen casussen Tijdsbesteding (bemiddelingsgesprek) Uren: gemiddeld 4 uur per casus Eindresultaat Bemiddelingsproces Opgelost na intake gesprekken Opgelost na bemiddeling Terugverwezen Partijen laten elkaar met rust Wens tot verhuizen en aanpassen woonsituatie Geen oplossing door weigeren medewerking Doorverwezen Vragen om advies en overige In behandeling doorloop naar 2014 Tijdelijk opgelost * In deze gevallen was er sprake van ernstige psychische problemen als gevolg van middelengebruik of was individuele hulpverlening noodzakelijk. Het betrof hier situaties die om een langdurige begeleiding van hulpverleners vroegen en zijn doorgeleid. ** Ondanks dat partijen niet met elkaar in gesprek wilden gaan, heeft de inzet van buurtbemiddeling toch geleid tot verandering in de situatie. Uit de nazorgtelefoontjes werd duidelijk dat 13 partijen elkaar meer met rust lieten en de overlastsituaties verminderd waren. 50 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun Tot slot: Het gaat tenslotte vooral om het motiveren en stimuleren van mensen. Maar het blijft uiteindelijk aankomen op de vele vrijwilligers en beroepskrachten die het in de praktijk brengen en uitdragen in hun dagelijkse werk. Die verdienen alle steun en respect! 51 Jaarverslag 2013 Welsun - Maatschappelijke Onderneming voor Welzijnswerk- Jaarverslag 2013 Welsun
© Copyright 2025 ExpyDoc