Les

DE VOLKSKRANT
vulkanologiE
HAROUN TAZIEFF (1914-1998): MISKENDE HELD?
Haroun Tazieff bij de Etna op Sicilië, 1979. Foto Corbis
SIR EDMUND / 3 MEI 2014
De legendarische Haroun Tazieff zou volgende
week 100 zijn geworden. Zijn boeken en films
maakten vulkaanonderzoek (en hemzelf)
ongekend populair, maar de academische wereld
sloot hem uit. Een verhaal over haat & nijd in de
wetenschap, van W.F. Hermans-achtige proporties.
Door Frank Westerman
Vulkaankater
A
anplakborden in het
dorp Gigean in ZuidFrankrijk zijn ermee
behangen: affiches
in geel en oranje van
vuurspuwende kraters. Ze doen vermoeden dat er een circus met vuurvreters op komst is. Maar de aankondiging betreft de Journées Haroun Tazieff met als hoofdact een optreden
van ‘de zoon van Tazieff’.
Frédéric Lavachery (door Tazieff sr.
in 1945 verwekt) zal met een uitklapbare tentoonstelling over zijn biologische vader neerstrijken in de gymzaal
tegenover de brandweerkazerne.
Tazieff: wetenschapper of avonturier?
is de titel van de lezing die Tazieff jr.
gaat houden. Het is de moeder aller
vragen. Een bewogen leven lang bevocht Haroun Tazieff de universitaire
bastions, de Sorbonne voorop. Vergeefs.
Wereldomvattende faam ves-
tigde Tazieff door zich in Belgisch
Congo aan een takelmechaniek in een
werkende vulkaan te laten zakken. Gekleed in een aluminium pak bungelde
hij in een tuigje boven het lavameer
van de Nyiragongo, al fílmend.
Les Rendez-vous du diable heette zijn
prijswinnende documentaire uit 1959.
Heel Frankrijk kreeg hij ermee plat.
Heel Frankrijk? Nee, vanuit hun studeerkamers bleven de academici zich
tegen hem afzetten. Bij Tazieffs dood in
1998 (op 83-jarige leeftijd) veinsde een
Sorbonne-hoogleraar nog nooit van
Tazieff te hebben gehoord. ‘Aah, u
doelt op die cineast’, sneerde hij tegenover een journalist die het had gewaagd Tazieff een ‘vulkanoloog’ te noemen.
Met zijn afstaande linkeroor en gekromde houding lijkt Tazieff jr. gebukt
te gaan onder de gelijkenissen met zijn
vader. Pas in 2006, toen Frédéric Lavachery 60 werd, is hij voor het eerst
naar buiten getreden als de nim-
mer erkende ‘zoon-van’, met als enige
bewijs zijn fysionomie.
‘Ik kon niets goed doen in zijn ogen’,
vertelt hij over zijn gevierde vader. ‘Ik
deugde niet.’ Het onderwijzend personeel van de Haroun Tazieff-school van
Gigean luistert mee – de plaatselijke
pizzeria serveert eendenborst met
cranberrysaus. Hoewel Frédéric opgroeide in het gezin van zijn moeder,
bemoeide Tazieff zich als ‘een vriend
van de familie’ met zijn opvoeding.
‘Mijn moeder Betty stierf in 1964. Ik
was 18. Ik hield zielsveel van haar, maar
ik durfde niet te huilen. Ik dacht: als ik
nu ga huilen, vindt Tazieff me een slappeling. Een weekdier.’
’s Avonds bij de lezing verzamelen
zich een vijftigtal toehoorders in de
gymzaal. Pijnlijke anekdotes blijven
uit: de publieksvoordracht van Frédéric is ophemelend op het hagiografische af. Met losse schouders doorloopt
Tazieff junior de loopbaan van zijn vader. Hij toont foto’s van Tazieff als
19
DE VOLKSKRANT
Haroun Tazieff heeft zijn zoon Frédéric Lavachery nooit erkend
rugbyspeler, Tazieff als wielrenner, Tazieff als staatssecretaris Rampenbestrijding...
‘Hoe betrad Tazieff een werkende
vulkaan?’ Frédéric werpt de vraag op
als een jongleerstaf. Twee tellen later
vangt hij hem zelf weer op: ‘Precies zo
als hij de boksring betrad. Krijg je een
klap, sluit nooit je ogen. Wat er ook gebeurt, blijf kijken!’
Wie afgaat op Tazieffs autobiografie
Ma vie (verschenen in 1991) zou denken dat Frédéric niet eens bestaat: Tazieff en zijn wettige echtgenote zijn altijd kinderloos gebleven. Punt. Evenmin maakt Tazieff sr. een woord vuil
aan zijn eigen, jong gestorven vader
Mohamed Taziev, een telg uit een adellijk islamitisch geslacht uit Tasjkent.
Haroun groeit op bij zijn moeder, de
Pools-Russische communiste Zenitta.
Via Petrograd, Tblisi en Parijs belanden ze in de jaren twintig in Brussel,
waar ‘Garouk’ op school wordt gepest
met zijn Russische accent.
Tijdens de oorlog is Luik zijn uitvalsbasis, waar Tazieff zich inschrijft bij de
Mijnbouwschool. Zijn studie is een
dekmantel voor nachtelijke sabotagedaden. Als verzetsman duikt hij gere-
geld onder bij Betty Limbosch, bij wie
hij in de bevrijdingsmaanden zijn
enige zoon Frédéric verwekt. Tussen
de bedrijven door schrijft hij een scriptie over de landschapsgenese bij Dinant.
Mogelijk heeft Tazieff met dit werk
de interesse gewekt van Willem Frederik Hermans, die in 1955 promoveerde
op de ontstaansgeschiedenis van het
‘Hoe betrad Tazieff een
werkende vulkaan?
Precies zoals hij
de boksring betrad’
nabijgelegen Ösling-gebied in NoordLuxemburg. Hoe het ook zij, in 1954
vertaalde Hermans het populaire, van
bravoure doorregen debuut van Tazieff: Kraters in lichterlaaie.
Het lijkt een constante: Tazieff kijkt
liever in een vulkaankrater dan dat hij
een introspectieve blik werpt op zijn
‘Hij had gewoon gelijk’
W
erd de autodidactvulkanoloog Haroun Tazieff door de
academische wereld terecht
niet serieus genomen of was
hij toch, achteraf gezien, een
miskende held? Salomon
Kroonenberg, geoloog en
emeritus hoogleraar van de
TU Delft, kiest voor het laatste: ‘Ik heb hem nooit persoonlijk gesproken, maar het
lijkt me een man met een
goede intuïtie.’ Volgens
Kroonenberg is Tazieff een
bijzonder geval: hoewel nooit
formeel opgeleid, kwam hij
met veel nieuwe, afwijkende
ideeën. Zoals in het geval van
de Nyos-ramp, waar Tazieff
beweerde dat de verstikkende CO2-wolk kwam door
een eruptie. Kroonenberg:
‘Hij had gewoon gelijk.’ Maar
20
ja, Tazieff was toen al 77. ‘Hij
heeft het er toen maar bij laten zitten. De geschiedenis
zou hem wel gelijk geven.’
Wat Kroonenberg betreft is
dat dus ook zo.
Ook de Duitse vulkanoloog
Ulrich Knittel van de universiteit van Aken vindt dat Tazieff ‘overduidelijk een heel
goede en ervaren vulkanoloog’ was. ‘Wat mensen ook
over hem zeggen’, zegt Knittel, ‘hij bleek uiteindelijk in
veel gevallen gelijk te hebben.’ Knittel ziet Tazieff, net
als Tazieff zelf deed, als een
van de vaders van de moderne vulkanologie.
De Utrechtse geoloog en emeritus hoogleraar Olaf Schuiling zegt over Tazieff: ‘Ik
werkte in die tijd niet erg met
vulkanische gesteenten,
maar het feit dat ik zijn naam
onmiddellijk herkende toen
ik die tegenkwam bewijst wel
dat hij een beroemdheid was
in de vulkanologie.’
Geofysicus Manuel Sintubin,
hoogleraar aan de Katholieke
Universiteit Leuven, zegt dat
Tazieff grote indruk op hem
heeft gemaakt en dat zijn
boeken en documentaires er
mogelijk voor zorgden dat hij
voor geologie koos – terwijl
de naam Tazieff zijn studenten niets zegt. Sintubin: ‘Tazieff was een wetenschapscommunicator ‘avant la lettre’. Hij was een van de eersten die zich inspande om de
schoonheid van de geologie
naar het brede publiek te
brengen.’
Rineke Voogt
eigen drijfveren. Op zijn 18de was hij voor het eerst
een keer witheet geworden, en daarna nog eens op
zijn 24ste. ‘Maar tegenwoordig’, schrijft hij in 1991,
‘gaat er geen dag voorbij of ik word bezocht door
woedeaanvallen.’
Wat maakt hem kwaad? Miskenning. Niet door
het grote publiek (dat draagt hem op handen), maar
door de academische wereld. Zelf ziet hij zich als de
grondlegger van de moderne vulkanologie. Met zijn
inzichten in de plaattektoniek van de Rift Vallei haalt
hij begin jaren zeventig de kolommen van Science en
Nature. Maar de reactie van vakgenoten is onderkoeld.
Als titelloze autodidact vertegenwoordigt Tazieff
geen enkel instituut. Hij is de aanvoerder van een eigen equipe van volgelingen die wel academisch zijn
geschoold, maar die toch als ‘Tazieffs sherpa’s’ worden weggezet door hun vakgenoten aan de universiteiten.
Alle frustratie hierover komt tot uitbarsting tijdens de Soufrière-crisis in 1976, vernoemd naar de
grommende Soufrière-vulkaan op Guadeloupe. Tazieff ziet die zomer geen noodzaak voor de evacuatie
van zestigduizend Franse onderdanen waartoe de
gevestigde vulkanologen oproepen. Hun superieur,
Claude Allègre, maakt Tazieff uit voor de ‘Madam Soleil van de vulkanologie’ wiens enige meetinstrument ‘zijn natte vinger is’. Wanneer echter de voorspelde magmatische eruptie uitblijft en de bevolking na maanden terug mag naar de ongeschonden
huizen, keren Tazieffs kansen.
Eind 1989 in een Penthouse-interview slaat hij terug: Tazieff noemt zijn aartsrivaal van destijds
‘Claude the Fraude’. En ook: een ‘directe afstammeling van Stalins favoriete geneticus Lysenko’, doelend op de Sovjet-bioloog Trofim Lysenko die met
zijn ontkenning van het bestaan van het gen (‘een
verzinsel van de bourgeoisie’) doorgaat voor de
grootste wetenschappelijke oplichter van de 20ste
eeuw.
Middelmatigheid en incompetentie verdraagt hij
niet langer. Gaven, stelt Tazieff, evengoed als gebreken, zijn verdeeld volgens de Gauss-kromme, de grafiek met de contouren van een kerkklok (‘the bell
curve’). In het bolle, dikste gedeelte verdringt zich
de middelmaat; in de uiteinden huizen de genieën,
de gekken en de moedigen – ten opzichte van de
grijze massa zijn die dun gezaaid. Wie durft er een
minderheidsstandpunt in te nemen? Slechts een uiterst kleine minderheid!
Ma vie doet denken aan Onder professoren. Tazieff
ziet universiteiten als besloten inrichtingen waar
oorspronkelijk denken wordt gesmoord. De traditie
van benoemingen werkt arrivisme in de hand; wie
erbij hoort, geeft zijn positie nooit meer op. Tazieff
gruwt van ‘het intellectuele dedain’ en de ‘vermeende superioriteit’ van professoren – daar
strooien ze mee ter verhulling van hun eigen luiheid
en onkunde. Tot vervelens toe melken ze hun miezerige onderzoekjes uit om godbetert hun aantal publicaties op te voeren.
Hoogleraren zijn beroepsconformisten, ze praten
SIR EDMUND / 3 MEI 2014
Eruptie van de Etna op Sicilië in 2013.
elkaar na, dekken elkaar zodra iemand
hun gezag uitdaagt. ‘Tropisme’, noemt
hij hun gedrag, de term voor het neigen van zonnebloemen naar een en
dezelfde lichtbron.
Gevestigde academici, Tazieff is nog
niet klaar, zijn bang voor onafhankelijke onderzoekers die uit zijn op de
naakte waarheid. Zulke lieden, hij kan
erover meepraten, worden uit alle
macht geweerd.
Tazieff noemt zichzelf ‘licht misantroop’, toch blijft zijn missie altijd gericht op het vooruithelpen van de
mensheid. Het komt zijn populariteit
ten goede: in de jaren negentig haalt
hij jaar in jaar uit de top tien van
‘meest geliefde levende Fransen’ van
Le Journal de Dimanche. In 1985 krijgt
hij als staatssecretaris Rampenbestrijding onder Mitterrand een eigen wassen beeld: in de pose van De Denker
van Rodin.
Dan voltrekt zich de Nyos-ramp: op
een avond in augustus 1986 vallen
bijna tweeduizend mensen en zesduizend koeien dood neer op de bodem
van een afgelegen vallei in Kameroen,
terwijl er geen spoor van verwoesting
Foto Corbis
Tazieff gruwt van
de ‘vermeende
superioriteit’
van professoren
is. Tazieff jaagt de wereldwijde gemeenschap der vulkanologen in de
gordijnen door als eerste, nog in Parijs,
de oorzaak te verkondigen: mens en
dier zijn gestikt in een wolk CO2 die bij
een stoomeruptie uit het nabijgelegen
Nyos-kratermeer is gebarsten.
Het is het begin van de slepende
Nyos-affaire waarbij Tazieff het uiteindelijk moet afleggen tegen de IJslander Haraldur Sigurdsson, op wiens
theorie (wel CO2, geen vulkanische
eruptie) nu al meer dan 25 jaar in letterlijke zin wordt voortgebouwd: met
ingenieuze ontgassingspijpen die
als een ventiel opgelost koolzuur-
gas uit de diepe waterlagen laten ontsnappen.
Na een barrage aan uithalen in
woord en geschrift gooit Tazieff de
handdoek in de ring: vanaf 1990 boycot hij alle discussies over de Nyosramp. Zijn devies: de geschiedenis zal
mij in één klap alsnog gelijk geven zodra zich een nieuwe uitbarsting van de
Nyos-vulkaan voordoet.
Wanneer Tazieff zich in de loop van
de jaren negentig terugtrekt uit de
vuurlinie van de vulkanologie, verdampt ook zijn laatste restje gezag in
academische kringen. In talkshows op
televisie zoekt hij steevast de controverse, waardoor zijn ster (vooral vrouwen zien hem als ‘een man uit één
stuk’) blijft rijzen.
De familieverhalen van zijn zoon
Frédéric Lavachery doen dan ook bij de
onderwijzers van de Haroun-Tazieffschool in Gigean barsten springen in
hun beeld van de grote ‘Dompteur van
het Vuur’.
’s Avonds tijdens de voordracht
geeft Tazieff jr. echter geen antwoord
op de vraag ‘Tazieff: wetenschapper
of avonturier?’ Wie dit oordeel al wel
heeft geveld is het Franse postbedrijf:
Tazieffs verweerde gelaat siert een
postzegel (uitgegeven in 2000) in de
serie Grands aventuriers Français.
Bij het afbreken van de tentoonstelling de volgende middag vertelt Frédéric dat hij een nieuwe biografie zal publiceren rond de 100ste geboortedag
van zijn vader, op 11 mei 2014. Hij twijfelt alleen nog over de titel: ‘Deze vulkaan, mijn vader’, of: ‘Een vulkaan genaamd Tazieff’. Wie vooraf intekent
krijgt niet alleen korting, maar ook de
tekst als pdf-bestand, voorafgaand aan
de verschijning.
Frédéric krijgt hulp bij het vastsjorren van de tentoonstellingskisten op
zijn aanhangwagen. Er zit een maquette bij van het Nyos-kratermeer
met de uitleg dat in augustus 1986 in
het belendende dal meer dan
1.700 mensen en talloze dieren dood
zijn aangetroffen. Het bijschrift gewaagt van een eruptie waarbij uitsluitend dodelijke vulkaangassen zijn vrijgekomen. ‘Een verschijnsel dat bij niemand bekend was behalve bij Haroun
Tazieff.’
Het hoofd van de Tazieff-school en
de lerares aardrijkskunde zwaaien Frédéric uit wanneer hij de dorpsstraat
van Gigean uitrijdt. Maanden later bij
het openen van de toegestuurde pdf
komt de titel tevoorschijn: Un volcan
nommé Haroun Tazieff. Het voorwoord
is van de hand van een toneelschrijver
die een dramastuk heeft geschreven:
De seksualiteit der vulkanen; een eruptieve hommage aan Haroun Tazieff.
Op de vraag waarom dit voorwoord
niet door een vulkanoloog is geschreven, laat Frédéric weten: ‘Niet een van
de wetenschappers die ik met dat verzoek heb benaderd, heeft zich zelfs
maar verwaardigd om te reageren.’
Frank Westerman is oud-correspondent van de Volkskrant en
schrijver van onder meer Stikvallei
over de tegenstrijdige visies op de
Nyos-ramp, waarin ook de verguizing van Tazieff wordt gedocumenteerd.
Onder de titel Het schandaal van de
Stikvallei bezorgt KRO Brandpunt
Tazieff morgenavond enig eerherstel: in de uitzending geeft hoogleraar geologie Salomon Kroonenberg van de TU Delft hem postuum
gelijk inzake de Nyos-affaire. KRO
Brandpunt: 22.35 uur, Ned 2.
21