Artikel in Humo - CC De Adelberg

HENK RIJCKAERT
Onze bedoelingen zijn name­
lijk goed, maar de uitwerking is
soms nogal knullig.»
HUMO ‘Een vertrekpunt om
iets beters te maken’: ik was
bijna vergeten dat je ooit
voor de klas hebt gestaan.
Rijckaert «Klopt, ik heb acht
jaar biologie en fysica gege­
ven aan het Stedelijk Kunstin­
stituut hier in Gent. Ik kreeg er
toekomstige kunstenaars voor
me, en die staan niet altijd even
hard te springen om zich te
verdiepen in de boeiende we­
reld van de elektromechanica
en de fotosynthese. Maar het
voordeel was dat het wel een
creatief publiek was: als je ze
geboeid krijgt, gaat het daar­
na vanzelf. Daar heb ik geleerd
hoe je wetenschap verteerbaar
kunt maken voor mensen die er
niet noodzakelijk in geïnteres­
seerd zijn.»
Ook mooi meegenomen: een
constante nieuwsgierigheid.»
HUMO In de titel van je
nieuwe show, ‘De fun, de
hits’, zit er alvast weinig
wetenschap. Ook heimwee
naar Radio Donna?
Rijckaert (lacht) «Nee, ik heb
die slagzin altijd al hilarisch lul­
lig gevonden. Vooral door die
lidwoorden: ‘Dé fun, dé hits’ –
zó tenenkrullend. Het is voor­
al zelfrelativerend. ‘Henk Rijc­
kaert: de fun, de hits’: dan zet
ik mezelf meteen zo te kakken
dat het op slag grappig wordt.»
HUMO Je hebt al ontzettend
veel try-outs achter de rug.
Rijckaert «Ik ben de tel kwijt­
geraakt, maar het moeten er
zo’n zeventig geweest zijn. Nog
een reden voor mijn kwijnende
gezondheid (lacht).»
HUMO Was dat echt nodig,
zeventig try-outs?
‘Ik heb geen onstuitbare
drang om met mijn kop op
tv te komen. Het moet 200
procent goed aanvoelen of
ik doe het niet’
HUMO Wat is het dat
wetenschappers zo geschikt
lijkt te maken voor comedy?
Jij, Lieven Scheire, Bart
Cannaerts...
Rijckaert «En je vergeet Raf
Coppens, die is nog leraar wis­
kunde geweest. Maar laten we
het nu niet voorstellen alsof álle
wetenschappers geestig zijn:
het tegendeel is waarschijnlij­
ker (lacht). Wat wel waar is: zet
een paar wetenschappers bij el­
kaar en je hoort al snel dat ty­
pische nerdy gegrinnik opstij­
gen. Lieven en Bart Van Peer
zijn daar sterk in: samen in een
plooi liggen om kwantum­
mechanische referenties waar
de rest van de wereld geen bal
van snapt.
»Ontleden, analyseren en
syntheses maken komt wel
goed van pas bij comedy, als
je mensen aan het lachen wilt
brengen met je hersenspinsels.
Rijckaert «Bij mij groeit een
nieuwe show altijd organisch: ik
begin met tien, vijftien minuten
materiaal, en dat groeit tijdens
die try­outs aan. Deze keer heb
ik ook wel erg veel tijd gestoken
in de muziek die ik breng.»
HUMO Want je hebt zelf
nummers geschreven.
Rijckaert «Ik wou al langer
een show met meer muziek
in. Ik ben geen topmuzikant,
maar ik heb wel altijd in band­
jes gespeeld. Uren heb ik gere­
peteerd, tot bloedens toe, à la
Bryan Adams in ‘Summer of
69’. En als je jezelf als muzikale
comedian presenteert, moet je
maar zorgen dat je muziek bé­
ter is dan het gemiddelde ge­
krassel, vind ik.
»Bovendien is het erg leuk
om in je show iets anders te
doen dan moppen vertellen. Er
zijn niet zo gek veel comedians
in Vlaanderen die songs in hun
shows verwerken. Urbanus
deed het als eerste, daar­
na Kommil Foo, en ook Bart
Cannaerts doet het af en toe.
Maar daar blijft het bij.»
HUMO Als je je eigen
nummers hits noemt, schep
je wel hoge verwachtingen.
Rijckaert «Ja, zo bescheiden
ben ik wel (lacht). Het is een
rode draad in de show: wat is
een hit, en wat zorgt ervoor
dat een hit een hit wordt? Het
is geen al te strak scenario – het
is veeleer een roze draad, nu ik
erover nadenk – maar daar gaat
het wel vaak over. En over ver­
schillende muziekgenres, en
over hoe mensen daar tegen­
over staan. In mijn tijd luisterde
je ofwel naar house, of je was
een johnny of een rocker: al die
fans stonden lijnrecht tegen­
over elkaar. Dat is nu minder
het geval, wordt gezegd. Echt
waar? Hoe wordt er vandaag
over schlagermuziek gepraat,
denk je? Laat die mensen toch
met rust.»
HUMO Aha, ben je diep
vanbinnen een schlagerfan?
Rijckaert «Dat ook weer niet, al
kan ik af en toe wel wat kitsch
verdragen. Maar schlager­
muziek doet wat het moet
doen: een bepaalde doelgroep
hard aanspreken. Het is een for­
mule, ja. Maar wel één die erg
goed in elkaar steekt. En als dat
die mensen content maakt, wie
zijn wij dan om daarop te kak­
ken?
»Er wordt ook enorm irri­
tante kindermuziek gemaakt,
maar het is toch tijdverspilling
om je daaraan te storen? Neem
nu die drie roze huppelkutten
van K3: goed gedaan, toch?
Mijn dochter is 5 jaar, en als ze
K3 hoort, valt haar mond al na 5
seconden open. Hoe kun je daar
dan tegen zijn? Dat is hetzelfde
effect dat Nirvana destijds op
mij als puber had. Mijn ouders
hebben daar vroeger ook niet
op gesakkerd, al vonden zij dat
ongetwijfeld ook kutmuziek.»
HUMO Is dat de rode draad
in ‘De fun, de hits’? Leven en
laten leven?
Rijckaert «Ongeveer. Of het
nu over eten, politiek of gods­
dienst gaat, dat polariseren, dat
bang zijn van al wie niet op jou
132 / HUMO
Innovating Digital Content
Humo 06/01/2015, bladzijden 132 & 133
All rights reserved. Gebruik and reproductie enkel mits toelating van de uitgever via Humo
‘Soms is comedy gewoon
een zaak van punten en
komma’s en de juiste
woorden, zoals Lukas
Lelie ook bewijst’
lijkt, zit erg in de mensen in­
gebakken. ‘Als je niet dezelfde
keuzes maakt en mijn smaak
deelt, ben je niet goed bezig. Als
je niet tot onze groep behoort,
scheelt er iets met je en zijn we
tegen je.’ Daar heb ik het over
in de show.»
HUMO Nu zijn we er: je wilt
eigenlijk gewoon de wereld
verbeteren.
Rijckaert «Zo lijkt het nu wel,
maar het belangrijkste blijft
toch de fun, om zelf even die
kuttitel te citeren. De mensen
moeten gelachen hebben als ze
naar buiten gaan. En als ik tus­
sendoor iets kan vertellen dat
hen even doet nadenken, is dat
mooi meegenomen. Maar ik zal
nooit met het vingertje staan
zwaaien, dan zou ik mezelf te­
genspreken. Dus, ja: beschouw
het als een oproep tot toleran­
tie, maar een niet té luide op­
roep (lacht). Want laten we wel
wezen: er zit ook véél bullshit in
– bullshitten blijft mijn sterkste
punt. Ik besef heus wel dat al­
les al ettelijke keren is verteld,
en dat die anderen het onge­
twijfeld ook veel beter konden
formuleren. Maar ik hoop dat
er tussen al mijn gezwam af
en toe iets zit dat mensen doet
denken: ‘Tiens, misschien toch
een intelligente mens, die Rijc­
kaert.’»
mee doen. Je hebt die fantastische wisselwerking tussen podium en publiek niet.»
HUMO Ben je iemand die het
applaus nodig heeft?
Rijckaert «Tja, op een podium
staan, mensen aan het lachen
krijgen, dat applaus: het is een
egokwestie, ik geef het toe.
Maar met die keuze voor comedy boven televisie wou ik
ook het duo Gabriëls-Rijckaert
uit elkaar halen. Na drie seizoenen begonnen we te versmelten met elkaar.»
HUMO Het Gaston en Leosyndroom.
Rijckaert «Voilà. Dat zag je ook
aan de nieuwe voorstellen voor
tv-programma’s die we kregen:
die waren allemaal in de trant
van ‘Zonde van de zendtijd’,
hetzelfde met een ander sausje.
Terwijl we daar net mee gestopt
waren omdat we bang waren
dat we niets anders meer zouden kunnen doen, en dat we het
op den duur zouden beginnen
BART DE HELD
HUMO Je kluste bij als
panellid in onder andere ‘De
slimste mens’ en ‘Scheire
en de schepping’. Jeukt
het niet om weer een eigen
programma te maken, zoals
‘Zonde van de zendtijd’?
Rijckaert «Dat was voor alle
duidelijkheid evenveel van
Bert Gabriëls als van mij. Een
fantastische periode, maar na
die drie zeer hectische jaren en
evenveel seizoenen heb ik voor
mezelf uitgemaakt dat ik de na­
druk voortaan op livecomedy
zou leggen. Televisie neem ik
erbij, maar wel als duidelijke
tweede. De return is ook groter
als je op een podium staat. Kom
je op tv, dan weet je dat iemand
ergens in een Vlaamse huiska­
mer wel zou kunnen lachen met
je grappen, maar daar moet je ’t
NR 3879 | 02
6 JANUARI 2015
uit te melken. Dan hou je beter
de eer aan jezelf.
»Ik zit nu niet te wachten op
een nieuw idee voor een programma. Ik heb ook geen onstuitbare drang om met mijn
kop op tv te komen. Het moet
200 procent goed aanvoelen of
ik doe het niet. Maar ik sluit ook
niets uit. Stel dat ik een ongelofelijk tof idee krijg voor een sitcom en ik kan er zo aan beginnen: dan twijfel ik niet.»
HUMO Een sitcom? Plannen
in die richting?
Rijckaert «Niet concreet, hoor.
Er hebben er zich al veel aan dat
genre verbrand. Maar de laatste jaren is het klimaat hier wel
beter – neem bijvoorbeeld
‘Safety First’.»
HUMO Of ‘De Biker Boys’.
Rijckaert (veert op) «Fuck,
jong, zó goed. Neem het van
mij aan: Bart De Pauw is een
held. Maar goed, iemand als hij
moet je ook niet meer leren hoe
hij televisie moet maken. Als je
voluit voor tv gaat, moet je er
ook een drang voor voelen. Bart
De Pauw heeft die, daar ben ik
zeker van. Ik niet – ik heb die
voor comedy.»
HUMO Ken je je collega en
stadsgenoot Lukas Lelie,
de kraakverse winnaar van
Humo’s Comedy Cup?
Rijckaert «Zeker. Hij is enórm,
hè? Ik herkende nog namen in
de Comedy Cup, en het verbaasde me dat sommigen al
vóór de halve finales afvielen.
Maar ik schrok niet toen ik hoorde dat Lukas de Comedy Cup
gewonnen had. Ik vond eerder al dat hij de beste mop van
het jaar, zo niet het decennium
geschreven had: die waarin hij
jarenlang in de waan verkeerde dat ‘Polizei’ Duits voor drie
was. Een ongelofelijk dwaze
mop, maar dat is net zijn kracht:
het zo formuleren dat het bijna
geniaal wordt. Ik moet opletten dat ik hem niet op een piëdestal zet, want het begint nog
maar goed voor hem, maar ik
ben blij dat hij gewonnen heeft.
Zijn soort humor is de volgende
stap in de comedy in Vlaanderen, daar ben ik zeker van: die
deadpan, dat bijna emotieloos
en zo goed als monotoon moppen vertellen zonder versiering
of andere tralala.»
ALLEMAAL KAK
HUMO Ben jij het soort
comedian dat ervoor gaat
zitten om te schrijven?
Rijckaert «Schrijven is voor mij
vaak een erg onromantische
nine-to-five job. Ik werk tijdens
de schooluren van mijn dochter. Ik breng haar naar school,
om vijf voor negen ben ik weer
thuis, en als er dan geen file is
op de trap, ben ik rond negen
uur op mijn werk (lacht). Maar
het is niet altijd even makkelijk.
Zoals Lukas ook bewijst: soms
is comedy gewoon een zaak
van punten en komma’s en de
juiste woorden. En soms komen die niet. Dan ga ik gitaar
spelen of wat knutselen, of afwassen.»
HUMO Moet je vaak tegen de
writer’s block vechten?
Rijckaert «Het gebeurt, al geloof ik niet echt in zoiets als een
writer’s block: je mag gewoon
niet stoppen met schrijven. Hoe
langer je op die flikkerende cursor zit te staren, hoe luider dat
stemmetje gaat roepen: ‘Het
komt niet, hè? Het komt niet! Je
gaat het niet vinden! Je bent een
loser! Je bent het kwijt!’ Enfin,
je hoort dat stemmetje waarschijnlijk ook weleens.»
HUMO Elke dag, maar dan
zet ik mijn vriendin even aan
de deur.
Rijckaert «Enfin, ook al heb
ik maar een half idee, dan nog
begin ik te schrijven. Als je op
het eind van de dag alles doorneemt, kan dat wel ontnuchterend zijn. Soms ís het ook allemaal kak, maar af en toe zit er
iets bruikbaars tussen, en daarmee kun je de volgende dag aan
de slag. Op één of andere manier heb ik leren leven met die
klootzak in mijn hoofd: ik duik
als een enthousiast kind overal
in, en ik zie wel of ik verdrink of
niet.»
‘De schuur van Scheire’ is in
het voorjaar op Eén te zien.
‘Henk Rijckaert: de fun, de hits’
gaat op 9 januari in première
in CC De Herbakker in Eeklo
en gaat daarna op tournee
in Vlaanderen. Meer info en
speeldata: henkrijckaert.be
HUMO / 133