Beslisboom

Geen probleem.
Actie: geen.
Ik twijfel.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik de
app Zinsaccent
bestel.
Ik vind dat moeilijk.
Actie: ik bestel de
app Zinsaccent.
Ik twijfel.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik de
app Vraagzinnen
bestel.
Ik vind dat moeilijk.
Actie: ik bestel de
app Vraagzinnen.
Actie: ik bestel de
app Woordaccent.
Ik vind dat moeilijk.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik de
app Woordaccent
bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Actie: ik bestel de
app Stomme -e.
Ik vind dat moeilijk.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik de
app Stomme -e
bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Actie: ik bestel de
app Wisselend
woordaccent.
Ik vind dat moeilijk.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik de
app Wisselend
woordaccent
bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik
de apps voor de
medeklinkers die
ik moeilijk vind
bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Voorbeelden:
zie pagina 28.
Zijn er medeklinkers
waar ik problemen
mee heb? Komt een
medeklinker in mijn
eigen taal niet voor?
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik
de app /s/- aan
het begin van een
woord bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Voorbeeld:
straat, splinter.
Kan ik combinaties
met /s/- aan het begin van een woord
goed uitspreken?
/s/- aan het begin
Medeklinkers, cat. 2 Comibinaties, cat. 3
Er zijn klinkers die ik Er zijn medeklinkers Ik vind dat moeilijk.
moeilijk vind.
die ik moeilijk vind.
Actie: ik bestel de
Actie: ik bestel de
Actie: ik bestel
app /s/- aan het beapps voor de klinde apps voor de
gin van een woord.
kers die ik moeilijk
medeklinkers die ik
vind.
moeilijk vind.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik
de apps voor
de klinkers die
ik moeilijk vind
bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Voorbeelden:
zie pagina 28.
Geen probleem.
Actie: geen
Voorbeeld:
KINd r n.
Voorbeeld:
eLEKtrischelektriciTEIT.
Voorbeeld:
Voorbeeld:
Ik kom NU naar huis. HUISarts.
Zijn er klinkers waar
ik problemen mee
heb? Kan ik alle 16
klinkers maken?
Weet ik wanneer
het accent wisselt?
Voorbeeld:
U nog een kopje
KOFFIE?
Spreek ik de -e- in
een woordstuk
zonder accent uit
als stomme -e?
Geef ik het belangrijkste woord een
accent?
Ga ik met mijn stem
omhoog op het
laatste woord?
Maak ik een accent
op een woordstuk?
Klanken
Wisselend
woordaccent
Klinkers, cat. 4
Schwa of stomme -e
Zinsaccent
Vraagzinnen
Woordaccent
Melododische aspecten, cat. 1
Beslisboom voor de uitspraak van het Nederlands - Wat vind ik moeilijk?
-/t/ aan het eind
Actie: ik bestel de
app -/t/aan het eind
van een woord.
Ik vind dat moeilijk.
Actie:
1. Ik bespreek het
met mijn docent
of iemand anders
die Nederlands
spreekt.
2. Ik besluit of ik de
app -/t/ aan het
eind van een
woord bestel.
Ik twijfel.
Geen probleem.
Actie: geen.
Voorbeeld:
krant, loopt.
Kan ik combinaties
met - /t/ aan het
eind van een woord
goed uitspreken?
Beslisboom
Spreek
Beter
Voorbeelden van
16 Nederlandse klinkers:
Voorbeelden van medeklinkers
die problemen kunnen geven:
Voorbeelden van
medeklinkercombinaties:
AA maan – manen
A man – mannen
EE been – benen
E pen – pennen
IE lief – lieve
I vis – vissen
OO zoon – zonen
O zon – zonnen
UU buur – buren
U bus – bussen
OE stoel – stoelen
EU leuk – leuke
OU/AU trouw – trouwen
kauw – kauwen
UI sluit – sluiten
IJ/EI bijt – bijten
feit – feiten
de – een – het
B – W
B – P
G – H
G – K
H – R – L
V – W
NG – N
S-
-T
bal – wal
boot – poot
goed – hoed
gaas – kaas
haan – aan
rood – lood
vat – wat
ping – pin
stop – top
blaast – blaas